Vous êtes sur la page 1sur 6

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model van Gelder


Student(e)
Lana Brekelmans
Klas
1B
Stageschool Cobbeek
Plaats
Veldhoven
Vak- vormingsgebied: Taal
Speelwerkthema / onderwerp: Stellen

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Monique Hoevenaars
3
19

Persoonlijk leerdoel: Hoe kan ik coperatief leren toepassen in mijn klas?


Lesdoel(en): Kinderen leren samen te werken en naar elkaar te
luisteren.
Kinderen leren om een goedlopend verhaal te maken met een
inleiding, kern en een slot.

Evaluatie van lesdoelen:


Door aan het einde van de les de volgende vragen te stellen:
- Wat vond je leuk?
- Wat vond je moeilijk?
- Waarom vond je dat moeilijk?

Beginsituatie: Kinderen kunnen schrijven met schrijfletters. Kinderen hebben een rijkelijke fantasie.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen


Leraar
30 min,
Inleiding
De les begint in de kring.
Eerste dag.
- Als eerst ga je de opdracht uitleggen.
- De kinderen gaan aan de hand van
plaatjes een verhaal schrijven. Daarbij
moet wel een inleiding, kern en een slot
zichtbaar zijn.
- Dit mogen ze doen in tweetallen
- De kinderen krijgen een plaatje van een
jongen, een meisje, een monster, een
kasteel en gaan dan brainstormen.

Leeractiviteit
leergedrag leerling(en)
Bij vragen mogen de kinderen een stille vinger op steken.
De kinderen luisteren naar de uitleg

Materialen / Organisatie
Kinderen zitten in de kring,
ik laat de plaatjes zien die
ze mogen gebruiken.

30 min.
Tweede
dag.

Kern

30 min.
Slot
Derde dag.

De kinderen gaan aan het werk. Je ondersteunt De kinderen gaan aan de slag met normale stemvolume, als
bij kinderen die dat nodig hebben.
ze het moeilijk vinden mogen ze om hulp vragen.
Na dertig minuten sluit je het af door te vertellen
dat ze nog 1 keer 20 minuten de tijd krijgen.
De kinderen mogen nog 20 minuten aan het
verhaal werken. Als er al kinderen klaar zijn,
mogen ze er een echt boekje van maken met
een voorkant. Daarna komen de kinderen weer
terug in de kring.
Je kiest twee verhalen uit die voorgelezen
mogen worden.
De andere verhalen hang je op zodat kinderen
het nog na kunnen lezen.
Verder stel je de volgende vragen:
- Wat vond je leuk?
- Wat vond je moeilijk?
- Waarom vond je dat moeilijk?

De kinderen zitten weer terug in de kring en luisteren


aandachtig naar de verhalen.

De kinderen zitten aan


tafel met hun partner. Ze
gaan aan de slag met
papier, de plaatjes en
potlood en lijm.
De kinderen zitten weer in
de kring en laten hun
verhaal horen.

Persoonlijke reflectie

Feedback mentor (inclusief handtekening)


Datum:

Verantwoording
Welke kerndoelen heb ik gebruikt?
Kerndoel 9: De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve
teksten.
- Genres: ook historische verhalen, sprookjes.
- Zelf schrijven
- Geschreven taal zien als communicatie- en expressiemiddel waarmee je dagelijks omgaat.
De keuze van instructie, strategien en vaardigheden
Ik heb gekozen om te beginnen in de kring om het meer persoonlijk te maken en zo kan iedereen ook goed erbij blijven.
Verder heb ik bij de inleiding gekozen om brainstormen als coperatieve werkvorm in te zetten. Dit heb ik gedaan zodat ik goed
kan zien of kinderen elkaar aan het woord laten.
De keuze van de activiteiten die je inzet
Doordat de kinderen zelf een verhaal mogen verzinnen met behulp van plaatjes, krijgen ze de kans om hun fantasie op papier
neer te zetten. Daarin zijn ze helemaal vrij gelaten zodat de uitkomsten van de opdracht allerlei kanten op kan gaan.
De werk- en groeperingsvormen die je bewust inzet om je doelen te behalen
Ik heb gekozen voor duos, dit heb ik gedaan omdat duo werken nog moeilijk is in deze klas, vooral door de leidende rollen in de
klas die er erg veel zijn. Door middel van deze opdracht worden de kinderen getraind om naar elkaar te luisteren en een ander
ook de kans te geven om iets te zeggen en in te brengen.
De evaluatievormen die je hebt gekozen
Ik heb gekozen om als afsluiting in de kring een paar verhalen voor te lezen, ook stel ik de vragen wat ze van de opdracht
vonden, wat ze moeilijk vonden, wat ze leuk vonden en wat er goed ging. Hieraan koppel ik ook meteen het levensbeschouwelijk
gesprek. Ik laat de kinderen kennis maken met een moreel van het verhaal.