Vous êtes sur la page 1sur 20
VERENIGING "ORDE DER VERDRAAGZAMEN’ GEVESTIGD TE ‘GRAVENHAGE Secretaraet: Buitenrusiplein, 21. - VOORBURG Wekeoifs ven_de_Ve ten_in_De Ri VOOR ABONNEMENTEN: AFO. PUBLICATIES: HENGELOLAAN 271, '-GRAVENHAGE s nummer 12 14 december 1956 ‘Redruk verboden x in de mntlija betreft de vresg owt "het antwoord Goeden avond, vrisnden, ‘Aan het begin van deze avond moet ik U wijzen op de volgende fei- ton: In de eerste pleats: wij zijn niet alwetend en kunnen dat niet zijn, wear ook wij nog steeds soeken naar de volneaktheid, die absolu- te vrede betekent, Ten tweede: wij kunnen niet alle dingen weten,want al weten zou betekenen, dfwel in het weten ondergaan dan wel alle ingen begrijpen en z0 de volmaaktheid bereiken, Daarom verzoeken wij U nederig Uw gedachten te laten gasn over hetgeen wij naar voren bren« gen, oplat gij op Uw eigen wijse daar misschien een weinig licht uit ult kunnen putten. Wanneer ik U hier zo voor mij zie, is dit eigenlijk een verdeel~ de zeal. Voor, daar in de parterre hehben wij de tochoorders, en aan de achterkant de "engelenbak"s degenen, die fluwee) en warmte willen Koshineren net om Inisteren naar wijsheid, - altene dit lastete hoop Maar U so sanschouwende ben ik goneigd mijn onderverp van deze avond iete te veranderen en met U te srreken over: Diet IG EE TD wm Meee De PBELD..-DER.- MEISE. De wereld der mensen bestast uit twee schijnbasr afsonderlijke weardeerbare krachten. Het dier, de mens en de geest, die het mense- lijke kent. Deze beiden te verenigen tot éénwreld, 66n leven en één beachouwing is ongetwijfeld het meest gewasgie experiment, dat de Schepper op deze wereld heeft volbracht. Want de eisen en wensen van = deze beide delen van het mens-zijn zijn 20 verschillend. Dan hebben wij het dier. Het dier vraagt sekerheid, het vraagt versadiging, het vraagt de wrede genoegens, die een bevestiging zijn van eigen macht, van eigen kracht en eigen instinkt, Daartegenover de geest. Vaak sarzelend, haast onbewst haar sohreden settend op het moeilijke pad van een vast govormle wereld . Ben geest, die, wel een ver doel heeft, dat ergens als een Licht aan de cinder schimert, maar nog niet in staat is zelfs maar de vormen , die in het "IK" behouden zijn, voor zich zelf te aanschouwen, Zo is de wereld twee on toch én. Laten wij dan een ogenblik trachten om het dierlijke en het gee» ~ 232 = telijke afzonderlijk te bezion, migschieri det het ons'dan gelukt om 71 zoals vele wijzen hebben getracht te doen, een mogelijke syntoso jsen deze beiden waarden aan te geven. De nens is cen dier = altans voor cen deel, Dit houdt in, dat aen de mens niets vreemd is, wat ergens in het dierenrijk op de wereld kan bestaan. Zo streeft de mens-ten alle tijde naar verzadi- ging. Indion de verzadiging niet mogelijk is, krijgt hij de wreed = heid, de onbegrijpelijke drang naar » 1fhandhaving, die wij 20 vaak nisverstaan, wanneer wij dieren zien jagen op elkander, ja, hun ei~ gen gegellen zien verslinden. Wannecr de begecrte wordt gefrusteerd in de mens on hij niet komen kan tot een werkelijke beleving, dan zien wij hem evcnals het dior woest on bescrk ronddwalen door de doolhof van mensclijke begrippen om uiteindelijk aan te vallen, of Jagend over berg en dal, over wijde vlakton, uiteindelijk toch het doel van zijn drift te bonadoren, won menselijk der is een wezen, &t zich nict alle ingen kan ontzeggen noch zich in alle dingen kan boheersen. Het —dierlijke vraagt zijn eigen oplossing. Vandear, dat eon wijsgeers eens zeide: "Het is dveas te ontkennen, dat cen mans lichamelijke ariften en verlangens heoft. Dvazer ochter is het te menon, dat men ze be- heprsen kan, wantiwie een paard wil berijden, legge het een teugel ash en doe het voortgaan in de richting, die hij verkiest. Maar hij, die het paard omvat en tracht te omstrengelen, zal het doden, of op hol doon slaan. In beide govallon is hij vorder van zijn docl ver- wijdera dan tevoren". Wij kunnen ons de meoste mensen voorstellen ale ruiters op de dierlijke mons, Het dierlijke mens is het voertuig, het.dier,waarop Je Je voortbeweegt door de wereld en dat je moct helpen om het doel te bereiken, dat je zonder dat dier nict, of veel minder snel zoudt kunnen bereiken, Vandaar, dat het dierlijke in de mens zeer belang- rigk is. <“\ Vraagt U het degetien, die ovor dé hoge bergpasaen gaan or mis- sthien door glociondé woostijnen trekken. Zolang zij een rijdier heb- ben, dat uithoudingsvermogen heeft, dat’ tevreden is, dan zijn 24} onverslaanbaar en dan tarten 2ij gelijkelijk de gleeiende zon en de ijaige hoogten van de wind-doorjaagde bergen. Maar indien het dier valt, indien dé yak ~ in een’ ogenblik van waanzin = in de nacht rondstormt, wanneer de kameel zichzelf doodt, verdorst necrvalty dan is de mens hulpeloos, Dan zijn hot de borg- engten, de snecuw, de wind on de koude, die 2ijn leven belagon. Hij mag blij zijn, wanneer hij het leven or af brengt. In de woostijn is het de hitte van een'tropische zon, die alle bloed uit ain 1i - ohean suigt en hem zo krachteloos en verkomen neer dost v-llen im koortsdromen. Zo gaat het de mens, die niet begrijpt, dat hij con twecheid is. Natuurlijk gouden wij kunnen sproken over de drie-cenheid van krachiten, in “de mons vorviochten tot ccn tijdelijk goheel.Maar eon van diefaktoron-is ons onbekend, daarvan weten wij nict veel. Je weet alleen maar, dat zij aanwezig is. Verder nict. Het gat hier wel degolijk om de.twee wnarden, die onmiddellijk em voortdurend in ons bevustzijn blijven werken. De stof, het voer= tuig en de geest, dic, wanneer het altans is, zoals het behoort,het veertuig leidt tot hoog en edel dol. De geest, die in een voertuig komt,-zal het moeten dressercn , zeals de ruiter zijn rijdior loert zich te onderwerpen aan zijn wile Mear dit moet met zachtheid gebeuren, = 233 = Wie zijn lichaam kwelt, wordt door het lichaam gestraft. Het drangt hom niet, het voert hem niet, ‘lie geestelijk echtor zijn liv chaam vect te buigen, de richting van zijn wil, kan veel bereiken « Ja, meer. Wanneer de wereld con lichaam erkent, dat in zichzelf goede kwaliteiten en eigenschappen hocft, dan kan de geest - gebruik ma~ kend van deze kwaliteiten on eigenschappen - voor zichzelf ——niot alechts eon deel des weegs, maar de gehele weg afleggon. Staat or niet geschreven: Wie 6n lovon loeft in volmakte beheersing en gehoorzaamheid een de wetten, die wordt hot bowustaijn gegeven, waardoor hij‘ ontkomt aan hemel én hel, san loven on dood on is temidden van de oneindigheid. Dit toegepast op het individu is niet zoveel, is misschicn on~ belangrijke Maar indien wij dit willen toepassen op de mensheid kunnen wij ook daar dan niet van cen tweele*dgheid spreken? Pweeledig: de mons, die materialistisch denkt en de mens, die vergeestelijkt denkt. Want ook in het normale bestaan van Uw wereld, van de volkeren, dic met elksaar welijvoren om grootheid en kracht, zijn de geostelijk bewusten, "het zout der earde," zo men vel zoidey of "de desam, die het brood doct rijzen vertecrbaar moakt"s Zonder de geestelijk krachtigen en de geestolijk ingowijden mu de wereld nict dragelijk zijn. ‘De dichter zeide: "2ie, de wijn smaekt mij het best gekruid met geostig woord, de wial,acals de sceak,gelikelijk mij bekoort". : Twee dingen gijn nodig voor conworkelijk stoffelijk | ervaren, voor een werkelijk bewust leven. De esoterici, de denkers, te gees- telijke strevers, ongeacht van welke richting, die ijn gekomen tot een mate van zelfbeheersing, van zelfregeren ook, zij zijn het, die de ruiter 2ijn op het ser! lik nog vaak in tomeloze veart —-yoort~ schietend paard der massa. Gij kunt mij netuurlijk voorverpen: "Massa besteat uit 6&nlin- gen", Zeker. Maar zolang die eenlingen praktisch hun bewustzin ge zemenlijk delen, altans in hun handelen en streven, het naterialis- me gelijkelijk aanvaerden in dezelfde vorm, dan zie ik dit geheel als 66n rijdier, als 66n voertuig. Een voertuig, wearin ziclen le = ¥en, die zich nog niet bewust zijn, Ik zie de bewuste mens als de veheerser hierven, als de natuurlijk geboren regeorder, de vorst vn deze wereld. Niet met cen hofhouding en staat. Want wat baat het mij, vanneer ikzetel op de' pauventroon en niet ken het licht van de zon’ : Neon, niet stoffelijke vorsten, maar de degencn, die geestelijk Bevon. Leiding door hun daden, woorden en hun leven, zeker deer wt on ook door hun gedachten on stroven, door hun bewuste werkens Zict gij, vrienden: de waarlijk geostelijk bewuste, de vaarlyjk geestelijk strevende mens, 2ij dienen hun leven te gebruiken, elsof zij geest waren tegenover het dierlijke, dat op deze wereld nog o- verheerst. Twee zijn de dingen, twee zijn ook de mensen. Verzonken in een denken aan atof, aan stoffelijk beleven, alle aandacht hebben voor het stoffelijk aspekt en ean de andere kant: het goestelijk bevust- zijn, dat het stoffelijke niet ververpt, maar hot terug brengt tot zijn ware peil, een voertuig, een middel om iets te beroiken. De nensen, die dit laatste voor zichzelf kunnen bereiken die ~ nen ochter goed to overwegen, dat men niet zijn geestelijke denk - veelden, zijn geestelijko inzichton zonder mecr op kan loggon. aan