Vous êtes sur la page 1sur 10

Opkomst van het internet en cyberspace

Tijdens de Koude oorlog vreesden naties voor externe dreigingen zoals onder andere nucleaire aanvallen. Het lanceren van de satelliet Sputnik 1 door de Sovjet Unie in 1957 zorgden onrechtstreeks voor de ontwikkeling van Advanced Research Projects Agency (ARPA) in de Verenigde Staten.1 Toegewijde wetenschappers die deel uitmaakten van het instituut ARPA experimenteerden met het idee om computernetwerken op te richten die met elkaar zouden kunnen communiceren. Ze wensten een communicatie netwerk op te richten dat op een efficinte manier informatie zou uitwisselen tussen verschillende onderzoekscentra zodat deelnemers de mogelijkheid zouden hebben om op dit netwerk met elkaar te kunnen interageren. Dit zou dan op zijn beurt aanleiding geven tot het ontstaan van het ARPANET in 1969, wat de auteur Slevin in zijn boek beschouwd als de voorloper van het internet.2 Na de operationalisering van het ARPANET, waarbij een computernetwerk drie Amerikaanse universiteiten en een instituut met elkaar verbond, duurde het niet lang vooraleer deze een immense uitbreiding kende met ongeveer tweeduizend participanten.3 Doordat echter het netwerk zeer toegankelijk was voor een participant, werd deze beschouwd als een bedreiging voor de veiligheid. Hierdoor werd deze later gesplitst in MILNET, voor militaire gebruik, en ARPANET.4 Deze laatste werd uiteindelijk overgenomen door de National Science Foundation.5 Dit instituut benadrukte het belang om netwerken te commercialiseren en te privatiseren, en slaagde daar dan ook in met behulp van bedrijven zoals IBM de eerste stappen te zetten richting het internet.6 Tijdens de maand Augustus in 1981 lanceerde het computerbedrijf IBM de eerste bedrijfscomputer, wat bij de meeste aanvankelijk wantrouwen schepte.7 De opkomst van nieuwe technologie gaat dan ook meestal gepaard met een reactie van wantrouwen van het publiek. Vervolgens ontwikkelde het internet zich verder tijdens de jaren 90 en werd het gebruikersvriendelijker waardoor deze een belangrijke rol ging beginnen spelen voor zowel bedrijven als voor privgebruik.8 Om de behoeften van internetgebruikers te bevredigen kunnen we het ontstaan van een reeks van applicaties opmerken. Wanneer we spreken over het internet is het haast onmogelijk om ook niet te denken aan het begrip e-mail. Deze applicatie geeft de mogelijkheid om onder elektronische vorm naar elkaar berichten te versturen. Verder mogen we niet over het hoofd zien dat dankzij de applicatie in kwestie ook discussiegroepen ontstaan doordat een internetgebruiker ook informatie kan versturen naar meerdere individuen die deel uitmaken van een bepaalde doelgroep.9 Losstaand van de e-mail applicatie kwamen verschillende openbare discussiegroepen meer op de voorgrond.10 Deze werden zelfstandig opgericht, telkens op basis van een specifiek onderwerp.
1
2

SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.28 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.29 3 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.31 4 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.33 5 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.33 6 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.33 7 HEIM (M.). The metaphysics of virtual reality. New York Oxford, Oxford University Press, 1993, p.73 8 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.34 9 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.35 10 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.35

Hierbij kunnen we een eerste poging vaststellen naar real-time interaction op het internet waarbij individuen met elkaar onvertraagd kunnen discussiren.11 Met het gebruik van de term real-time interaction verstaan we dus dat deelnemers van een discussiegroep onmiddellijk, als het ware in werkelijk tijd, kunnen reageren. Naast deze omschrijving kunnen we ook praten over een synchronisch communicatief systeem, in tegenstelling tot e-mail dat we kunnen definiren als een asynchronisch communicatief systeem.12 Deze nieuwe mogelijkheden van de internetgebruiker werden verder uitgewerkt bij het creren van multi-user dungeons (MUDs).13 Wanneer we MUDs moeten definiren dan levert Cherny een goede beschrijving door te praten over een programma waarmee meerdere personen gelijktijdig op een netwerk aanwezig zijn.14 Hierdoor kunnen individuen met elkaar in real-time communiceren, persoonlijkheden ontwikkelen en tot slot virtuele omgevingen creren om deelnemers uit te nodigen. MUDs staan dan ook gekend als op tekst gebaseerde virtuele realiteiten.15 Met deze beschrijving kunnen we besluiten dat MUD een van de voorlopers is van de huidige virtuele omgeving, beter gekend als Facebook, dat we in het volgend hoofdstuk uitgebreid zullen bespreken. Verder kunnen we de opkomst van IRC als applicatie niet negeren wanneer we het hebben over real-time interaction.16 Misschien verstaan we het bovengenoemd programma beter als we het hebben over chatten waarbij internetgebruikers via kanalen met elkaar kunnen communiceren over een bepaald onderwerp. Hierdoor verkregen individuen ook de mogelijkheid om zelf kanalen op te richten, te wijzigen of op hun beurt deel te nemen aan andere kanalen, opgericht door andere participanten.17 Naarmate het internet zich verder ontwikkelt kunnen we de opkomst van multi-functionele applicaties opmerken. Hierbij geeft zon applicatie de mogelijkheid om op verschillende manieren in cyberspace met elkaar te kunnen interageren in. Cyberspace kunnen we aanschouwen als een elektronisch netwerk waarop vele fenomenen voorkomen, zoals virtuele realiteit bijvoorbeeld.18 Het was dankzij Berners-Lee en Calliau dat dit dan ook allemaal mogelijk was.19 Als onderzoekers zijn zij erin geslaagd om een systeem te ontwikkelen dat informatie kon opslaan, ophalen en communiceren via het internet.20 Dit innovatief apparaat verstaan we misschien beter als het World Wide Web of het www. Als we kijken naar de opkomst van het internet en cyberspace dan kunnen constateren dat deze een nieuwe manier hebben gecreerd van hoe mensen met elkaar kunnen interageren. Deze
11 12

SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.36 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.151 13 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.36 14 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.5 15 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.5 16 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.36 17 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.36 18 HEIM (M.). The metaphysics of virtual reality. New York Oxford, Oxford University Press, 1993, p.134 19 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.37 20 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.37

vaststelling wordt op zijn beurt versterkt door Kollock en Smith met de veronderstelling dat interactie aangaan in een virtuele ruimte anders is dan wanneer het face-to-face gebeurt.21 Onderzoekers die cyberspace analyseren zijn dan ook van mening dat eenmaal we online zijn we ons begeven in een andere wereld.22 In deze virtuele wereld ondergaan participanten een soort van transformatie waardoor deze zich op sociaal vlak anders kunnen uitdrukken dan in de realiteit.23 Technologie heeft dus een impact op de manier waarop individuen samenkomen en met elkaar communiceren. Hierdoor kunnen we de computer niet meer beschouwen als slechts een machine, maar als een applicatie die het leven van de internetgebruiker gaat invullen met familiaire routines.24 Anders uitgedrukt maakt dit medium deel uit van ons dagelijks leven en gaat deze dan ook op een bepaalde manier benvloeden. Met deze aannames stellen we vast dat het cruciaal is als onderzoeker om deze nieuwe media onder de loep te nemen. Now the rise of new media, spearheaded by the internet, is beginning to contributed significantly to the
complexity of these channels of communication in an already uncertain world. If we wish to understand the transformations taking place in modern societies, then we must recognize the central role such media play and be aware of the impact they have25

Zowel positieve als negatieve gevoelens gaan gepaard met het idee dat nieuwe technologien radicale veranderingen zouden doorvoeren op maatschappelijk vlak. Aan de ene kant kunnen we het hebben over de nieuwe mogelijkheden die gecreerd worden, maar hiernaast kunnen we ook nieuwe onzekerheden belichten.26 Dat revolutionaire technologien veranderingen met zich meebrengen is een zekerheid, maar of deze verandering voordelig of nefast zijn voor de maatschappij staat nog niet vast.

Computer gemedierde communicatie


Met de opkomst van het ARPANET eind jaren 60 zien we een drastische wijziging in onze traditionele manier van communiceren.27 Naast de reeds bestaande manieren om informatie uit te wisselen gaan mensen meer gebruik maken van de computer als medium. Deze computer gemedierde communicatie (CGC) wordt door de gebruiker beschouwd als een medium apart, verschillend van de traditionele methodes zoals het versturen van brieven.28 Daarom is het belangrijk als wetenschapper om CGC te bekijken als een aparte communicatieve omgeving met
21

SMITH (M.A.), KOLLOCK (P.). Communities in cyberspace. In: SMITH (M.A.), KOLLOCK (P.) (eds). Communities in cyberspace. London and New York, Routledge, 1999, p.3 22 SCHAAP (F.). The words that took us there, Ethnography in a virtual reality. Amsterdam, Aksant Academic Publishers, 2002, p.112 23 SCHAAP (F.). The words that took us there, Ethnography in a virtual reality. Amsterdam, Aksant Academic Publishers, 2002, p.113 24 HEIM (M.). The metaphysics of virtual reality. New York Oxford, Oxford University Press, 1993, p.74 25 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.1 26 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.2 27 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.89 28 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.90

specifieke eigenschappen. Verder stellen wetenschappers vast dat het medium niet enkel als een drager van informatie kan beschouwd worden, maar dat deze zelf het bericht kan voorstellen doordat het expliciet geselecteerd wordt door de gebruiker.29 Dit is een cruciaal inzicht dat wij als onderzoekers in gedachten moeten houden wanneer we dit fenomeen, samen met al zijn virtuele aspecten, analyseren. CGC kan de grens van tijd en ruimte doorbreken via bijvoorbeeld het gebruik van e-mail. Als we praten over dit type van CGC dan kunnen we naar deze verwijzen als asynchrone CGC.30 Zo kunnen internetgebruikers kiezen wanneer ze berichten gaan versturen en lezen zonder dat de deelnemers gelijktijdig en op dezelfde plaats aanwezig moeten zijn tijdens de uitwisseling van informatie. Aan de andere kant hebben we de synchrone CGC waarbij alle deelnemers, die met elkaar een computer gemedierde interactie aangaan, effectief aanwezig moeten zijn op eenzelfde tijdstip.31 Doordat deze real-time manier van communiceren via een medium gebeurt kunnen zich complicaties voordoen die bij een face-to-face ontmoeting niet aan de orde komen. En van de grote verschillen tussen CGC en face-to-face communicatie is het collaboratieve aspect. Wanneer we een persoonlijke interactie aangaan met iemand dan kunnen we ons aan een constante feedback verwachten, zowel actief als passief, via het gebruik van woorden en lichaamstaal. Bij CGC ontbreekt deze rechtstreekse collaboratie van de tegenpartij, zelf de meest elementaire vormen van feedback.32 Dit is alvast geen onbelangrijke vaststelling aangezien het deze soort van feedback is waarnaar we onbewust verlangen tijdens een face-to-face communicatie.33 Verder kunnen we het ook kijken naar het concept van om de beurt te praten in een conversatie dat ook niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn via de computer.34 Tot slot kunnen we CGC verder differentiren door de slechte tot geen overbrenging van stemgeluiden, pauzes of gelaatsuitdrukkingen van de tegenpartij. Hierdoor trekken enkele onderzoekers als conclusie dat elektronische communicatie plaatsvindt in een sociaal vacum.35 Wanneer we stilstaan bij deze laatste inzichten kunnen we ons afvragen wat deze beperkingen en mogelijkheden van communiceren via een medium zullen betekenen voor de gebruiker. Tegenoverstaand deze laatste vaststelling nemen andere onderzoekers aan dat CGC een centrale rol kan spelen in ons sociaal structuur.36 Via deze manier van communiceren kunnen we onszelf namelijk categoriseren en identificeren met andere individuen en groepen. Nieuwe media creren

29

MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.91 30 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.89 31 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.89 32 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.101 33 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.102 34 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.89 35 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.105 36 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.105

de mogelijkheid tot het vormen van interpersoonlijke relaties.37

Facebook, de virtuele gemeenschap Vele wetenschappers die zich bezig houden met virtuele gemeenschappen zijn van mening dat gevalstudies telkens een aspect kunnen belichten van zon virtuele omgeving.38 Daarom dat meerdere gevalstudies nodig zijn om de werking van een virtuele gemeenschap en de invloed dat deze uitoefent op zijn gebruikers beter te begrijpen. Dit onderzoek kan op zijn beurt een aanvulling betekenen in de ontleding van alle aspecten van een virtuele gemeenschap. Pas na een zeker aantal gepleegde gevalstudies vergezeld met vergelijkend studies kan een algemene theorie gevormd worden over de elektronische gemeenschap.39
Als n van de belangrijkste wetenschappers van de mediastudies spreekt Mcluhan over het belang van het begrijpen van de media.40 Met als voorbeeld het elektrisch licht toont hij aan wat voor een impact deze heeft gehad op de maatschappij. Door het ontstaan van elektrisch licht gaan we ons anders organiseren met betrekking tot de traditionele dag en nacht situatie.41 Op die manier zien wij in wat voor invloed dat nieuwe technologien kunnen hebben op de maatschappij. Hierdoor kunnen we vaststellen dat het bestuderen van nieuwe media van belang is om het uitzicht van de hedendaagse maatschappij beter te begrijpen.

Zoals in het voorbije hoofdstukken besproken te hebben is chatten n van de applicaties dat individuen benutten om met elkaar interactie aan te gaan. Dit gebeurt allemaal in een bepaalde virtuele omgeving waarnaar we kunnen refereren als een virtuele gemeenschap.42 In zon gemeenschap in cyberspace delen participanten gemeenschappelijke interesses via het repetitief gebruik van applicaties zoals e-mail, chatten en on-line fora.43 Aanhangers van een virtuele
37

MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.105 38 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.14 39 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.16 40 MCLUHAN (M.). Understanding the media: The extensions of man. London and New York, Routledge, 2nd edition, 2001, p.57 41 MCLUHAN (M.). Understanding the media: The extensions of man. London and New York, Routledge, 2nd edition, 2001, p.57 42 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.1
43

SHEN (Y.), HUANG (C.), Chu (C.) and Liao (H.). Virtual Community Loyalty: An interpersonal Interaction perspective. In International Journal of Electronic, 2010, vol. 15, nr.1. http://www.metapress.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/content/u5058j3h837x4526/fulltext.pdf Zie bijlage: p.5 Datum raadpleging: 1 juli 2011.

gemeenschap gaan zowat alles doen wat ze in de realiteit ondernemen, zoals het uitwisselen van grapjes, discussiren of plannen maken.44 Multi-User Dungeons (MUD) is een voorloper van zon gemeenschap waarin meerdere deelnemers op eenzelfde netwerk met elkaar kunnen communiceren.45 Oorspronkelijk behoorden MUDs tot de categorie van games waarin participanten aan allerlei spelletjes konden deelnemen, maar later ontstaan de Social MUDs die meer de focus gaan leggen op het chatten.46 Deze laatste MUD, dat zich voornamelijk richt op het sociale aspect, kunnen we ook definiren als een sociale netwerk site (SNS). Als we kijken naar het huidige virtuele landschap dan is Facebook een van de bekendste SNS. In zulke sociale systemen gaan participanten informatie uitwisselen om onder andere huidige sociale banden te verstevigen of om nieuwe relaties te vormen.47 Hierbij is het belangrijk op te merken dat Facebook een snel groeiende online gemeenschap is waar steeds meer internetgebruikers zich aansluiten.48 Deze groeiende belangstelling toont op zijn beurt aan waarom het cruciaal is dit recent fenomeen te onderzoeken. Verder wordt in een recente studie aangetoond dat de loyaliteit van de Facebookgebruiker ten opzicht van de sociale netwerksite hoog is.49 Aangezien virtuele gemeenschappen vele aanhangers tellen kunnen we ons beginnen afvragen wat voor impact deze gaan hebben op het individu en de maatschappij, en in welke mate. Zonder direct een antwoord te geven op deze vragen kunnen we reeds vaststellen dat in zon virtuele gemeenschap mensen van over heel de wereld met elkaar kunnen communiceren. Dit kan enerzijds aanleiding geven tot een gevoel van gemeenschappelijkheid of anderzijds tot vervreemding en zelf vijandelijkheid.50 Vorige onderzoeken hebben al aangetoond dat relaties tussen participanten gerealiseerd en onderhouden kunnen worden dankzij nieuwe media. Maar het bewijs dat deze aanleiding geven tot de vorming van gemeenschappen staat echter nog niet vast, of is in sommige gevallen tegenstrijdig.51 Verder kunnen we opmerken dat leden van een virtuele gemeenschap de neiging hebben om de bestaande normen van een maatschappij te tarten. In 1994 bijvoorbeeld werd een poging ondernomen om het gebruikte jargon van de virtuele wereld officieel vast te leggen en toe te

44 45

SLEVIN (James). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.91 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.5 46 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.7 47 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.22 48 SHEN (Y.), HUANG (C.), Chu (C.) and Liao (H.). Virtual Community Loyalty: An interpersonal Interaction perspective. In International Journal of Electronic, 2010, vol. 15, nr.1. http://www.metapress.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/content/u5058j3h837x4526/fulltext.pdf Zie bijlage: p.5 Datum raadpleging: 1 juli 2011. 49 SHEN (Y.), HUANG (C.), Chu (C.) and Liao (H.). Virtual Community Loyalty: An interpersonal Interaction perspective. In International Journal of Electronic, 2010, vol. 15, nr.1. http://www.metapress.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/content/u5058j3h837x4526/fulltext.pdf Zie bijlage: p.5 Datum raadpleging: 1 juli 2011. 50 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.102 51 KOMITO (L.). Social media and migration virtual community 2.0. In: Journal of the American Society for information Science and Technology, 2011, vol. 62, issue 6,p. 1075-1086. http://onlinelibrary.wiley.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/doi/10.1002/asi.21517/full Zie bijlage: p.2 Datum raadpleging: 21 juli 2011.

passen in de rele wereld.52 Een specifiek taalgebruik, verschillend van de officile taal, zou het gevolg zijn van het medium zelf en een vereiste zijn om tot een virtuele gemeenschap te behoren.53 Wanneer we interactie aangaan met elkaar op een sociale netwerksite zoals Facebook dan kunnen we een reeks van moeilijkheden vaststellen. Participanten gaan op een schriftelijk manier informatie uitwisselen wat in de eerste plaats heel wat tijd kan innemen, in vergelijking met mondelinge conversaties. Hierdoor gaan internetgebruikers zich aanpassen met als gevolg dat berichten worden afgekort, wat op zijn beurt kan leiden tot een miscommunicatie.54 Hiernaast kunnen we opmerken dat het indringerig karakter van nieuwe media de grens tussen priv en het openbare herdefinieert. De mogelijkheid om een zo groot mogelijke hoeveelheid aan informatie aan een zo breed mogelijk publiek aan te bieden kan een sterke daling betekenen voor privacy.55 Op basis van het ontstaan van virtuele gemeenschappen grijpen onderzoekers terug naar theorien die van toepassing zijn. Aan de ene kant hebben we het technologische determinisme dat beweert dat de media het type van interactie dat een individu ervaart zal bepalen.56 Het sociaal interactionisme vertelt echter dat de participant zelf zal bepalen hoe hij deze nieuwe technologie zal aanwenden om te interageren met andere personen in een virtuele gemeenschap.57 Naast deze twee uiterste inzichten suggereren andere onderzoekers dat zowel de internetgebruiker als het medium op elkaar inspelen. Enerzijds past het individu zich aan het medium, en anderzijds benut het individu het medium op zijn manier.58 Deze theorie staat beter gekend als de adaptative structuration theory (AST) en handelt over een wederzijdse adaptatie tussen technologische innovatie en de uitzicht van organisaties.59 Tijdens het chatten bijvoorbeeld past een deelnemer zich aan de regels van het medium, maar op zijn beurt kiest hij vrijwillig of hij een groot of klein bericht gaat doorsturen.

Virtuele vriendschap
Nieuwe media hebben gezorgd voor het ontstaan van virtuele gemeenschappen die op hun beurt een impact gaan hebben op ons sociaal leven. Daarom is het belangrijk als onderzoeker deze effecten te analyseren om vervolgens een beter beeld te scheppen van welke sociale veranderingen
52

CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.85 53 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.86 54 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor Francis Ltd.,1996, p.90 55 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor Francis Ltd.,1996, p.104 56 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.21 57 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor Francis Ltd.,1996, p.58 58 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.208 59 MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor Francis Ltd.,1996, p.93

& &

&

&

hierdoor ontstaan. Als we een virtuele gemeenschap zoals Facebook willen onderzoeken dan kunnen we dat op heel wat manieren aanpakken. Cherny toont aan dat we volgens Bell en Newby kunnen spreken van 6 mogelijke benaderingen.60 En wij gaan ons in deze studie focussen op het netwerken in een virtuele gemeenschap, waarbij de Facebookgebruiker en interacties tussen de leden onder de loep zullen genomen worden. Vervolgens kunnen we op heel wat gebieden onderzoeken naar wat voor een impact nieuwe media gaan hebben op de gebruiker. Hierbij gaan wij ons concentreren op de effecten van media op een bepaald sociaal aspect van de internetgebruiker, namelijk vriendschap. Zoals eerder besproken telt Facebook op globaal vlak heel wat leden. Deze individuen gaan hier dan ook actief mee om zodat de sociale netwerksite in kwestie deel gaat uitmaken van de routines in hun leven. Hierdoor kunnen we ons afvragen wat voor impact deze gaat hebben op bestaande en virtuele vriendschappen. Als we het hebben over vriendschap dan kunnen we vaststellen dat dit een complex fenomeen is dat we niet simpelweg kunnen verklaren. Wetenschappers proberen deze dan ook op hun eigen manier te definiren. En van die benaderingen splits vriendschap op in twee belangrijke aspecten. Aan de ene kant heeft Blum het over de persoonlijk betekenis en belang van vriendschap.61 Zo zijn vrienden individuen die wij graag hebben, vertrouwen en deel uitmaken van ons leven. Aan de andere kant heeft hij het over het belang die wij hechten aan het welzijn van vrienden, en de acties die we durven ondernemen om dat welzijn te waarborgen.62 In een andere studie kunnen we lezen dat vriendschap belangrijker wordt voor adolescenten waarbij het maken van vrienden n van de hoofdactiviteiten wordt voor persoonlijke ontwikkeling.63 Verder heeft Blum het ook over het belang van de perceptie van een situatie.64 Hoewel iemand de juiste principes kan bezitten als vriend betekent dit niet dat deze op een goede manier een situatie kan inschatten en vervolgens deze principes op de correcte manier gaat toepassen. Deze vaststelling zal interessant zijn te analyseren in een situatie waar een medium wordt gebruikt voor de communicatie tussen vrienden, waarbij factoren zoals lichaamstaal niet aanwezig zijn. Hierop gaat Heim verder door zich de vraag te stellen wat voor soort relaties er worden gevormd in een situatie waar beide actoren niet fysisch aanwezig zijn.65 Wanneer we het hebben over individuen die via een sociale netwerksite nieuwe vriendschappen
60

CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.13 61 BLUM (L. A.). Friendschip, Altruism and Morality. London, Boston and Henley, Routledge & Kegan Paul Ltd., 1980, p.43
62

BLUM (L. A.). Friendschip, Altruism and Morality. London, Boston and Henley, Routledge & Kegan Paul Ltd., 1980, p.43 63 OJANEN (T.), SIJTSEMA (J.J.), HAWLEY (P. H.)& LITTLE (T.D.). Intrinsic and extrinsic motivation in early adolescents friendship development: Friendship selection, influence and prospective friendship quality. In Journal of adolescence, 2010, vol. 22, issue 6. http://www.sciencedirect.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/science/article/pii/S0140197110001235 Zie bijlage: p.4 Datum raadpleging: 23 juli 2011. 64 BLUM (L. A.). Friendschip, Altruism and Morality. London, Boston and Henley, Routledge & Kegan Paul Ltd., 1980, p.139 65 HEIM (M.). The metaphysics of virtual reality. New York Oxford, Oxford University Press, 1993, p.102

afsluiten kunnen we deze benoemen als virtuele vriendschappen. Als onderzoeker vraagt Hine zich echter af of we het virtuele aspect werkelijk anders ervaren. 66 Hierdoor kunnen we ons afvragen of we wel een onderscheid moeten maken in vriendschappen door te praten over virtuele vriendschappen. Toch maken heel wat studies een onderscheid door te verwijzen naar een online vriendschap.67 Het feit dat internetgebruikers werkelijk nieuwe vriendschappen aangaan via Facebook staat echter nog niet vast. Zo toont een recent onderzoek aan dat vele Facebookgebruikers niet deelnemen aan deze sociale netwerksite om hun sociale kring uit te breiden.68 Aan de andere kant besluit een andere studie dat mensen effectief nieuwe relaties kunnen opbouwen in een virtuele omgeving maar dat de beoordeling van elkaar op een andere manier gaat gebeuren dan in een face-to-face ontmoeting.69 Met deze vaststellingen kunnen we aannemen dat vriendschappen in een virtuele landschap alvast op een andere manier zullen gevormd worden, indien deze werkelijk gerealiseerd worden. Over de impact van nieuwe technologien op sociale relaties is er dus al veel bewijs dat aantoont dat contacten gevormd en onderhouden worden door het gebruik van nieuwe media.70 Daarom wordt een virtuele gemeenschap ook gedefinieerd als een technologisch ondersteunde cyberspace dat gefocust is op de communicatie en interactie tussen zijn deelnemers, wat aanleiding geeft tot het ontstaan van banden.71 Maar over welke soort relaties we het hebben en hoeveel waarde er wordt gehecht door de gebruiker aan relaties gevormd via een medium staat nog niet vast. Facebookgebruikers nemen deel aan de sociale netwerksite met als doel sociale interactie aan te gaan en om zich te verbinden met andere leden.72 Wanneer ze op deze manier gebruik maken van het internet gaan ze dat doen als intellectuele individuen volgens Slevin.73 Ze kennen namelijk in
66 67

HINE (C.). Virtual ethnography. London, Sage Publications Ltd., 2000, p.8

WANG (S.S.), KWON (K.H.), EVANS (C.A.) & STEFANONE (M.A.). Face off: Implications of visual cues in initiating friendschip on Facebook. In: Computers in Human Behavior, 2010, vol. 26, issue 2 http://www.sciencedirect.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/science/article/pii/S0747563209001502 Zie bijlage: p.7 Datum raadpleging: 21 juli 2011.
68

TRACCII (R.) & XENOS (S.). Who uses Facebook? An investigation into the relationship between the Big Five, shyness, narcissism, loneliness & Facebook usage. In Computers in Human Behavior, 2011, vol. 27, issue 5. http://www.sciencedirect.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/science/article/pii/S0747563211000379 Zie bijlage: p.6 Datum raadpleging: 21 juli 2011. 69 SHEN (Y.), HUANG (C.), Chu (C.) and Liao (H.). Virtual Community Loyalty: An interpersonal Interaction perspective. In International Journal of Electronic, 2010, vol. 15, nr.1. http://www.metapress.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/content/u5058j3h837x4526/fulltext.pdf Zie bijlage: p.5 Datum raadpleging: 1 juli 2011. 70 KOMITO (L.). Social media and migration virtual community 2.0. In: Journal of the American Society for information Science and Technology, 2011, vol. 62, issue 6,p. 1075-1086. http://onlinelibrary.wiley.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/doi/10.1002/asi.21517/full Zie bijlage: p.2 Datum raadpleging: 21 juli 2011. 71 LIN (F-R.), LIN (S-c.) & HUANG (T-P). Knowledge sharing and creation in a teachers professional virtual community. In Computers and Education, 2008, vol. 50, nr. 3. http://www.sciencedirect.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/science/article/pii/S0360131506001242 Zie bijlage: p.3 Datum raadpleging: 21 juli 2011. 72 CHEUNG (C.M.K.), CHIU (P-Y), LEE (M.K.O.). Online social networks: Why do students use Facebook? In: Computers in Human Behavior, 2011, vol. 27, nr. 4. http://www.sciencedirect.com.ezproxy.vub.ac.be:2048/science/article/pii/S0747563210002244 Zie bijlage: p.1 Datum raadpleging: 21 juli 2011 73 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.109

grote mate de mogelijkheden en beperkingen dat dit technologisch medium kan verschaffen. Deze kennis is echter op zijn beurt ook beperkt doordat een groot deel ervan opgedaan is door ervaring.74 Ten tweede zijn internetgebruikers zich niet volledig bewust van de consequenties die hun acties in een virtuele maatschappij kunnen veroorzaken.75 Doordat participanten gaan communiceren via een medium gaan we even stilstaan bij wat dit kan betekenen voor de sociale interactie tussen Facebookgebruikers. Zoals besproken in een vorig hoofdstuk kent een CGC (computer gemedierde communicatie) mogelijkheden en beperkingen. Volgens Cherny is het duidelijk dat CGC niet dezelfde mogelijkheden biedt dan een face-to-face gesprek.76 Allerlei factoren zijn namelijk nodig voor het realiseren van een duidelijke dialoog. Naast om de beurt het woord te kunnen hebben is ook de mogelijkheid tot onderbreken of de aanwezigheid van lichaamstaal belangrijk. Iemand kunnen onderbreken tijdens een gesprek is bij een CGC haast onmogelijk doordat we elkaar niet kunnen overlappen.77 We kunnen hierdoor aannemen dat iemand onderbreken alvast anders verloopt in een CGC dan in een face-to-face conversatie. Verder beweert Slevin dat een dialoog tussen internetgebruikers vaak gefragmenteerd en zeer onduidelijk verloopt.78 Naast de beperkingen die CGC oplegt kunnen we ook de mogelijkheden belichten die een face-toface ontmoeting niet bezit. En van de belangrijkste opties die we kunnen benoemen is dat CGC in staat is de grens van tijd en ruimte te doorbreken.79 Op die manier kunnen sociale relaties via het internet op grotere afstanden gevormd worden waardoor een Facebookgebruiker zijn sociale kring exponentieel kan uitbreiden. Tot slot kan CGC ook een invloed uitoefenen op de manier waarop we ons gaan uitdrukken in een virtuele omgeving. Mantovani toont aan dat participanten zich minder beperkt gaan voelen door de relatieve anonimiteit dat CGC biedt waardoor een individu zich uitbundiger gaat uitdrukken dan in de realiteit.80 De sociale regels waaraan we onderworpen worden in een face-to-face gesprek zijn zwak of afwezig in een virtuele omgeving.81 Maar in een sociale netwerksite zoals Facebook wordt de identiteit van een deelnemer explicieter uitgedrukt door het gebruik van fotos en persoonlijke informatie. Hierdoor gaan de sociale regels misschien weer versterkt worden waardoor een Facebookgebruiker zich weer anders gaat gedragen. Met al deze vaststellingen vragen we ons af op welke manier een individu omgaat met Facebook, hoe hij met andere een interactie aangaat ten opzichte van een mediumloze communicatie, en wat dit betekent voor virtuele vriendschappen.
74 75

SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.110 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.110 76 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.149 77 CHERNY (L.). Conversation and Community. Chat in a Virtual world. Stanford California, CSLI Publications, 1999, p.159 78 SLEVIN (J.). The internet and society. Cornwell, MPG Books, 2000, p.111 79 HINE (C.). Virtual ethnography. London, Sage Publications Ltd., 2000, p.116
80

MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.99
81

MANTOVANI (G.). New communication environments, from everyday to virtual. London, Taylor & Francis Ltd.,1996, p.98