Vous êtes sur la page 1sur 24

DSM in Delft: dat werkt!

oktober 2009

Strategische visie

DSM

Inhoud
DSM in Delft: dat werkt! DSM Delft: al 140 jaar vernieuwend Witte biotechnologie maakt nu de toekomst DSM en Delft: onlosmakelijk met elkaar verbonden DSM Delft: locatie met toekomst Een nieuwe manier van werken Blik in de toekomst: Industrile Biotech Campus en DSM@WORK DSM en haar buren: aandacht voor milieueffecten Succesfactoren voor de toekomstige ontwikkeling 5 7 9 11 13 15 17 21 23

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

DSM West DSM Noord Calv

DSM Oost

DSM in Delft: dat werkt!


Een vooraanstaand, internationaal bekend kenniscentrum: hiertoe wil Delft zich volgens de Strategienota Economie ontwikkelen. Samen maken gemeente, bedrijven en instellingen de Delftse technologie tot een grotere stuwende factor in de economie, zodat Delft zich met recht City of Technology mag noemen. DSM wil n kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. De expertise van TU Delft en DSM in witte biotechnologie is uniek en daarmee een van de motoren van de Delftse kenniseconomie. Bij witte biotechnologie zijn traditionele chemische processen op basis van schaarse fossiele brandstoffen vervangen door biologische processen met hernieuwbare grondstoffen. Deze nieuwe technologie zorgt voor schonere processen, minder afval en minder energieverbruik. Kortom, duurzaamheid ten voeten uit! Kennis vermeerderen De huidige vraag naar meer duurzame producten heeft ertoe geleid dat DSM nadrukkelijk inzet op witte biotechnologie. Verkrijgt het bedrijf een vooraanstaande plaats daarin dan versterkt dat ook zijn positie op de wereldmarkt. Dat geeft Delft en de omliggende regio een belangrijke, niet te onderschatten economische impuls. De ambities van de stad en van een van haar oudste bedrijven, sluiten zodoende uitstekend op elkaar aan. DSM heeft hier zijn rijke verleden maar ook zijn toekomst. Met het oog op de enorme kansen in de witte biotechnologie heeft DSM omvangrijke investeringsplannen voor de huidige Delftse locatie. Tal van nieuwe laboratoria, installaties en kenniscentra zoals het DSM Biotechnology Center krijgen een plek op het terrein. Zo creert DSM een attractief werkklimaat dat flinke aantrekkingskracht uitoefent op kenniswerkers en de creativiteit en uitwisseling van ideen bevordert. Met het Food Innovation Center is de toon daarvoor al gezet. Deze ontwikkeling naar een innovatieve, creatieve werkomgeving staat centraal in het concept van de Industrile Biotech Campus. De campus maakt DSM ook toegankelijk voor andere bedrijven. Als geen ander realiseert DSM zich dat door nauwe samenwerking tussen organisaties nieuwe kennis tot stand kan komen. Internationale ondernemingen maar evengoed Delftse biotechnologiebedrijven op zoek naar ruimte, zijn welkom op de site. Uiteraard zoekt DSM de samenwerking en kennisuitwisseling ook buiten het DSM-terrein. Daarbij valt in de eerste plaats te denken aan de TU Delft en Science Port Holland, maar tevens aan tal van andere bedrijven en kennisinstellingen. Productie behouden Moderne industrile productie blijft op de huidige DSM-locatie aanwezig, zoals onder meer het maken van gistextracten en penicilline. Dit speelt zich af binnen het tweede te onderscheiden concept: de Productiesite DSM@Work. Daarnaast spelen op de Industrile Biotech Campus opschalingsfaciliteiten een belangrijke rol. Deze zijn de cruciale schakel van het laboratorium naar de grootschalige productie. Tegelijkertijd leveren de opschalingsfaciliteiten weer nieuwe kennis op voor de ontwikkeling van producten en processen. Meer werkgelegenheid Nu al is DSM met 1.050 arbeidsplaatsen een van de grootste werkgevers in de regio. Het totale aantal werknemers op de Industrile Biotech Campus, merendeels kenniswerkers, stijgt door de plannen van DSM met enkele honderden. Maar ook toeleveranciers profiteren ervan. We kunnen stellen dat elke arbeidsplaats op de locatie een extra baan in de regio oplevert. Het werkgelegenheidseffect verdubbelt dus. Zo levert DSM samen met andere ondernemers een wezenlijke bijdrage aan het keren van de teruglopende werkgelegenheid. De sloop- en bouwactiviteiten voor de herstructurering van het DSM-terrein leveren bovendien nog extra tijdelijk werk op. Succesfactoren Het succes van de concepten DSM@Work en Industrile Biotech Campus is afhankelijk van een aantal voorwaarden. Daarbij is voor zowel de gemeente Delft als regionale partijen is een belangrijke rol weggelegd. Bepalende voorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling van DSM Delft zijn de onderstaande drie. Voorwaarde 1: innovatieve regio De (her)ontwikkeling van het DSM-terrein tot een hoogwaardig bedrijventerrein voor witte biotechnologie hangt samen met regionale initiatieven op dit gebied, zoals Science Port Holland. Daardoor ontstaat een krachtige synergie, waardoor Delft ht centrum kan worden in Nederland of zelfs Europa voor witte biotechnologie. Ondersteuning van de DSM-initiatieven en regionale samenwerking zijn dus onontbeerlijk. Voorwaarde 2: optimale bereikbaarheid Uiteraard is de (her)ontwikkeling van het DSM-terrein gebaat bij handhaving van een goede bereikbaarheid per spoor, over de weg en het water. Voor het bedrijf is de provinciale weg dan ook van cruciaal belang voor een goede verbinding met de snelwegen. Daarnaast wil DSM frequent gebruik kunnen maken van transport per trein en schip. Voorwaarde 3: een passend bestemmingsplan Om de kansen in de witte biotechnologie te kunnen grijpen is het een vereiste dat de toekomstige groei op dit terrein plaats moet kunnen vinden. De activiteiten in (witte) biotechnologie die DSM en externe bedrijven op het terrein willen ontplooien, hebben een duurzaam karakter en zijn in principe schoon en veilig. Dit neemt niet weg dat de toekomstige activiteiten milieuruimte nodig hebben die passend is bij de aard en omvang van onderzoek, ontwikkeling en productie. Tot slot DSM speelt al 140 jaar een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de gemeente Delft. De perspectieven zijn goed, zodat die rol in de komende jaren alleen maar sterker wordt. Het is dan ook in het belang van gemeente, regio en DSM dat de locatie in Delft voldoende (milieu)ruimte biedt voor een innovatieve herontwikkeling. Alleen zo blijft DSM koploper in haar werkveld. Delft is daarmee een leidend kenniscentrum in witte biotechnologie rijker, met bijkomende werkgelegenheid, aantrekkingskracht op andere bedrijven en talent, en beeldvorming voor de stad als City of Technology.

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

1896-1950

1951-1990

1991-2009

DSM Delft: al 140 jaar vernieuwend


DSM en zijn voorgangers Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en Gist-Brocades N.V. vormen al bijna anderhalve eeuw een constante en belangrijke factor in de Delftse samenleving. De stad heeft het bedrijf altijd ruimte gegeven om zijn activiteiten te kunnen ontplooien. Op zijn beurt bracht het bedrijf de stad werkgelegenheid, welvaart, woningbouw, educatie en cultuur. 1869-1950: een innovatief familiebedrijf De bijzondere geschiedenis van een innovatief bedrijf start halverwege de negentiende eeuw. In die tijd is de gist die aan bakkers wordt geleverd niet meer dan een bijproduct van zeer wisselende kwaliteit van brouwerijen en stokerijen. De jonge Jacques van Marken in 1867 als eerste ingenieur afgestudeerd aan de Polytechnische School in Delft ziet dan ook een markt voor industrieel geproduceerde gist van constante kwaliteit. In 1869 koopt Van Marken 1,2 hectare grond bij de Lepelbrug en start daar met de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek N.V. Na 1900 zet de expansie in. Maar liefst 27 nieuwe fabrieken en een monumentaal hoofdkantoor worden opgetrokken in het gebied dat nu bekend staat als Oost. Het bedrijf is niet alleen commercieel gericht, maar streeft ook naar sociaal ondernemerschap. Voorbeelden daarvan zijn: een winstuitkering voor de medewerkers, de oprichting van een pensioenfonds, Statuten van de Arbeid voor het personeel, het eerste medezeggenschapsorgaan en de eerste bedrijfsbrandweer van Europa. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mag het bedrijf openblijven, omdat er grondstoffen voor de eerste levensbehoeften worden geproduceerd. In deze periode wordt onder de codenaam Bacinol gewerkt aan een innovatieve grondstof voor medicijnen tegen infectieziekten. In het diepste geheim wordt de eerste penicilline geproduceerd. Na de oorlog gaat dit de basis vormen voor een snel groeiende marktpositie op het vlak van antibiotica. 1951-1990: schaalvergroting en diversificatie Om de slagkracht op de nieuwe werkvelden van antibiotica verder te versterken, fuseert de Gist met het farmaceutisch bedrijf Brocades uit Meppel. Delft wordt gekozen als hoofdvestiging van de nieuwe onderneming Gist-Brocades N.V. In de jaren zestig worden de eerste stappen gezet richting biotechnologie. De experimenten binnen het bedrijf met de nieuwe enzymtechnologie zijn zo veelbelovend, dat Gist-Brocades besluit deze bedrijfstak verder te ontwikkelen. Aan de westzijde van het spoor ontstaat een grootschalig fabrieksterrein met moderne installaties, kantoren en een eigen afvalwaterzuivering. Om te zorgen dat het toenemende verkeer geen overlast veroorzaakt voor omwonenden, draagt het bedrijf in de jaren tachtig zorg voor een eigen aansluiting op de provinciale weg. 1991-2009: ruimte maken voor de toekomst Eind jaren tachtig bezint Gist-Brocades zich op de toekomstige koers: moet het bedrijf zich differentiren en nieuwe wegen bewandelen, of moet de fabriek terug naar de wortels? Het bedrijf kiest voor het laatste: back to core business. Dit betekent bijvoorbeeld dat de eindproducten in de verkoop gaan en GistBrocades alleen nog (half)fabricaten maakt voor afnemers in de zakelijke markt. Met ruim 6.000 medewerkers wereldwijd is Gist-Brocades zeker niet klein. Toch kan het bedrijf zich in de jaren negentig niet meten met ondernemingen op wereldschaal. Om een sterke speler in de internationale markt te blijven, volgt in 1998 een fusie met de Nederlandse multinational DSM N.V. Daarmee begint een nieuwe fase. De Delftse locatie blijft zich richten op het ontwikkelen en maken van producten voor de life science-industrie. In diezelfde periode neemt ook de aandacht voor het beperken van de milieubelasting en de overlast voor omwonenden sterk toe. De uitstoot van geur wordt verminderd en geluidschermen reduceren de geluidbelasting op de woningen in het aangrenzende Agnetapark. Door het beindigen van een deel van de activiteiten komt er op het bestaande terrein plek voor nieuwe initiatieven. Niet meer in gebruik zijnde gebouwen en installaties worden gesloopt om letterlijk ruimte te maken voor de toekomst.
DSM Delft in cijfers Oppervlakte West Oost Noord Aantal werknemers 36 ha 26 ha 6 ha 4 ha 1.050

Bedrijven DSM Food specialties 800 werknemers (inclusief 450 werknemers in het DSM Biotechnology Center) DSM Anti-Infectives 150 werknemers Overig 100 werknemers (DSM White Biotechnology, Intellectual Property, Engineering) DSM Food Specialties DSM Food Specialties is een wereldwijde leverancier van geavanceerde ingredinten voor de voedingsmiddelen- en drankenindustrie. Door DSM Food Specialties geproduceerde ingredinten vormen een essentieel onderdeel van veel dagelijkse producten zoals zuivelproducten, bakproducten, smaakstoffen, vruchtensappen, bier, wijn en functionele voeding. DSM Anti-Infectives DSM Anti-Infectives heeft een leidende positie op de wereldmarkt voor antibiotica, tussenproducten voor penicilline en werkzame bestanddelen voor geneesmiddelen. Op de locatie in Delft worden alleen al 1 miljoen penicillinekuren per dag gemaakt. De producten van DSM Anti-Infectives zijn zeer effectief in het bestrijden van een breed spectrum van bacterile en schimmelinfecties bij mens en dier en zijn als zodanig van cruciaal belang voor het welzijn van mensen.

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

Plastic uit landbouwafval DSM White Biotechnology is een nieuwe business unit van DSM met als thuisbasis Delft. DSM White Biotechnology heeft tot doel bestaande n nieuwe producten te maken uit grondstoffen die n bijdragen aan een lagere ecologische voetafdruk, n die niet concurreren met voedselproductie. Het idee is om micro-organismen chemicalin te laten produceren. Op deze manier zijn minder fossiele brandstoffen nodig, die nu nog aan de basis staan van vrijwel alle chemische producten. Het eerste commercile product dat op stapel staat, is bio-barnsteenzuur (succinic acid). Dit product wordt (ook door DSM zelf) momenteel op basis van ruwe olie gemaakt. Het vindt zijn weg in zeer veel producten, zoals textiel, voedingsmiddelen, farmaceutische producten en als ontdooimiddel. DSM en het Franse bedrijf Roquette hebben gezamenlijk een biotechnologische route ontwikkeld, waardoor barnsteenzuur op een groene manier kan worden gemaakt. Door deze nieuwe route is een duurzamere productiemethode mogelijk, met onder meer een minimale uitstoot van kooldioxide. Bovendien zijn er meer en nieuwe toepassingen denkbaar van dit product, bijvoorbeeld in verf en in landbouwplastic. Het bio-plastic kan dan na gebruik op de akker gewoon door de grond worden gehakseld en verdwijnt binnen 1 2 maanden vanzelf. Op afzienbare termijn zal de productie van deze en andere bio-bouwstenen nog milieuvriendelijker kunnen gebeuren. Nu is nog suiker of zetmeel nodig voor de micro-organismen om op te kunnen groeien, maar binnen enkele jaren zal het mogelijk zijn om niet de maskorrels (zon 10% van de plant) te gebruiken als suikerbron, maar de overige 90% (kolf, bladeren, stengels) die nu nog achterblijven op het veld. Ook daarin zijn de onderzoekers van DSM in Delft een van de wereldwijde voorlopers.

Portfolio maakt crossover-innovatie mogelijk


N tion utri

Pharma

Voeding op maat Functionele Voeding DyneemaPurity Verwerking Nieuwe Voedingsingredinten Personal Care-ingredinten Verpakkingen voor Nutrition en Pharma Biomedische Materialen Biopharma Materialen op Biobasis

Perf orm Mat ance eria ls

Che m synt ische hese

Witte Biotechnologie

ls eria t a M nce Scie

Witte biotechnologie maakt nu de toekomst


Biotechnologie staat vanaf het prille begin aan de basis van alle processen van de Delftse fabrieken van DSM. Witte biotechnologie is een verzamelnaam van het op industrile schaal produceren van producten met behulp van micro-organismen. De productie van gist en antibiotica de producten die in Delft gemaakt worden vallen beide onder die definitie. Naast de traditionele productie van farmaceutische en voedingsmiddeleningredinten is er de laatste jaren veel onderzoek naar nieuwe toepassingen van deze technologie. Deze vorm van biotechnologie heeft de ambitie cellen en enzymen toe te passen om bestaande chemische processen te innoveren. Met de in Delft aanwezige kennis en kunde is DSM een van de leidende bedrijven in de wereld op het gebied van de witte biotechnologie . Witte biotechnologie: schoner, duurzamer, goedkoper In de chemie wordt momenteel nog voornamelijk gewerkt met chemische processen op basis van fossiele brandstoffen. Deze grondstoffen worden echter schaars en de productie is niet duurzaam. Met de nieuwe toepassingen uit de witte biotechnologie kan gebruik worden gemaakt van groene, hernieuwbare grondstoffen, op afzienbare termijn zelfs landbouwresiduen. Zo kan witte biotechnologie bijdragen aan een efficinter gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Met witte biotechnologie is een technologie voorhanden die zorgt voor schonere processen, minder afval, een lager energieverbruik en daarmee een schoner milieu en beter klimaat. Toepassingsgericht onderzoek en opschaling De activiteiten van DSM in Delft op het gebied van onderzoek en ontwikkeling naar witte biotechnologie zijn complementair aan het fundamenteel onderzoek dat vooral op universiteiten gebeurt, waaronder de TU Delft (Kluyverlab, TNW-Bio). Ook op de DSM-locatie is sprake van fundamenteel onderzoek, maar het accent ligt op toegepast onderzoek. De Delftse laboratoria van DSM leveren zodoende niet alleen een belangrijke bijdrage aan het vergaren van nieuwe kennis, maar vormen tegelijkertijd ook de verbindende schakel tussen theorie en praktijk. De processen die aan universitaire onderzoeksinstellingen zijn ontwikkeld, worden in de laboratoria van DSM op grotere schaal uitgevoerd om de mogelijkheden voor commercile productie te onderzoeken. Dit wordt in de dagelijkse praktijk aangeduid als opschaling en de laboratoria waarin dat gebeurt worden opschalingsfaciliteiten genoemd. Delft: ht kenniscentrum voor witte biotechnologie De Delftse opschalingsfaciliteiten nemen een strategische positie in binnen de wereldwijde ontwikkeling van witte biotechnologie. Daarom ook is de DSM Business Unit White Biotechnology recent in Delft gehuisvest. Deze groep werkt samen met (buitenlandse) partners aan de ontwikkeling en opschaling van processen op basis van witte biotechnologie. De beoogde bouw van een nieuwe opschalingsfaciliteit op het terrein van DSM door het BE-Basic-consortium zorgt voor een verdere versterking van dit expertisecentrum dat in de wereld een vooraanstaande positie inneemt. BE-BASIC (Biobased, Ecologically Balanced, Sustainable Industrial Chemistry) is een door de overheid gesubsidieerd samenwerkingsverband van universiteiten, onderzoekscentra en industrile bedrijven. Dit consortium richt zich op het ontwikkelen van op biologisch materiaal gebaseerde duurzame procesconcepten voor de chemische industrie. Het mag duidelijk zijn dat deze Delftse activiteiten voor DSM van groot belang zijn. Het bedrijf concentreert zich immers op producten in de sectoren life sciences en material sciences. DSM verwacht dat binnen deze sectoren het belang van producten op basis van witte biotechnologie de komende decennia nog verder toeneemt. Delft is voor DSM dan ook ht kenniscentrum op het gebied van witte biotechnologie. Het bedrijf wil op deze locatie de komende decennia dan ook graag verder investeren in activiteiten in onderzoek en ontwikkeling. Maatschappelijk verantwoord ondernemen De opkomst van witte biotechnologie heeft de wereldwijde vraag naar natuurlijke grondstoffen vergroot. Vanuit oogpunt van duurzaam grondgebruik, biodiversiteit en de hoogte van de voedselprijzen vraagt dit om zorgvuldig handelen. Daarom onderzoekt DSM de mogelijkheden voor de productie van allerlei stoffen op basis van suikers uit cellulose (grassen, bladafval). Op deze manier wordt geen beslag gelegd op voedsel als grondstof voor de productie. Naar verwachting is deze techniek binnen vijf tot tien jaar geschikt voor commercile productie. Door een dergelijke aanpak levert DSM een grote bijdrage aan duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen. DSM: leider in duurzaamheid Gezien de inspanningen die DSM verricht op het vlak van duurzaam ondernemen mag de opname van het bedrijf in de Dow Jones Sustainability World Index (DJSWI) als een kroon op dat werk worden gezien. In de duurzaamheidsindex voor de gehele wereld is DSM de nieuwe leider in de chemische sector. Als belangrijke punten voor de marktleiders in de chemie noemt het rapport nieuwe technologien, een sterke klantgerichtheid en een effectief beheer van de productieketen en van het menselijk kapitaal.
DSM presteert op het gebied van duurzaam ondernemen beter dan enig ander chemiebedrijf en heeft belangrijke voortgang geboekt bij het integreren van duurzaamheidsaspecten in zijn ondernemingsstrategie. Duurzaamheidsoverwegingen spelen bij DSM een doorslaggevende rol bij zowel het bepalen van de richting van onderzoek en ontwikkeling als het opzetten van nieuwe bedrijfsactiviteiten. Bron: Corporate Sustainability Assessment Report, Dow Jones Sustainability World Index (DJSWI), 2009

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

10

DSM en Delft: onlosmakelijk met elkaar verbonden


Met hun zeer lange gezamenlijke geschiedenis is het niet verwonderlijk dat stad en bedrijf een zeer hechte band hebben; economisch maar ook sociaal en sociaal-cultureel. Vanaf de start van het bedrijf is er aandacht geweest voor die maatschappelijke aspecten van het ondernemen. Groei arbeidsplaatsen Op het Delftse DSM-terrein komt hoogwaardige kennis op het gebied van chemie en biotechnologie (met micro-organismen en enzymen) samen. Dit maakt de DSM-vestiging uniek in de wereld. Het huidige complex heeft een grote economische waarde voor de stad en de regio door de 1.050 hoogwaardige en kennisintensieve arbeidsplaatsen. Daarmee behoort DSM nog altijd tot de grootste werkgevers van Delft. Bovendien is het aantal indirect aan DSM gerelateerde arbeidsplaatsen bij dienstverleners en leveranciers van eenzelfde grootte, zodat we indirect en direct dus over werk voor ruim 2.000 mensen spreken. Het aantal arbeidsplaatsen op de DSM-locatie in Delft neemt de komende jaren nog verder toe. Vooral het westelijke deel van het terrein biedt ruimte en mogelijkheden voor het uitbreiden van de accommodaties. Andere bedrijven die complementair zijn aan de activiteiten van DSM kunnen daar een plek krijgen. Dat bevordert de kennisontwikkeling en leidt tot een versterking van het cluster. Bovendien bespaart het kosten, omdat dure onderzoeksfaciliteiten en infrastructuur gezamenlijk gebruikt kunnen worden. Deze ontwikkeling levert honderden nieuwe arbeidsplaatsen op. En dan hebben we het nog niet gehad over de tijdelijke werkgelegenheidseffecten die alle nieuwbouwactiviteiten op het terrein met zich mee brengen en dat ook deze arbeidsplaatsen weer leiden tot nieuwe, indirecte werkgelegenheid. Later in deze brochure gaan we op dit concept nog verder in. Een ander effect is dat hoogopgeleide werknemers van nu de ondernemers van straks kunnen zijn. Sommigen zullen een eigen bedrijf starten, mogelijk zelfs op het DSM-terrein. Zo leidt ook deze concentratie van kennis tot een vernieuwing en verbreding van de Delftse economie. DSM: midden in een regionaal netwerk Door de relaties met andere bedrijven, maar ook door de contacten met bijvoorbeeld de TU Delft (Kluyverlab, TNW-Bio) en de samenwerking met Science Port Holland is DSM sterk verweven met de regio. Dit netwerk is nog uitgebreider, omdat het ook het Rotterdamse havengebied omvat, waar grootschalige productie plaatsvindt. Voor steden en regios zijn dit soort netwerken van bedrijven en onderzoeksinstellingen van cruciaal belang voor toekomstige ontwikkelingen. We leven in een kenniseconomie, maar zeker ook in een netwerkeconomie waarbij door de complementariteit van bedrijven en kennisinstellingen in een regio nieuwe ideen en producten ontstaan. Dat is van een enorme betekenis voor steden en regios die in een snel internationaliserende economie innovatief en onderscheidend willen zijn. Doordat DSM niet alleen internationaal, maar juist ook regionaal sterk is vervlochten met andere bedrijven en instellingen op het gebied van biotechnologie, levert DSM aan die internationale concurrentiepositie een wezenlijke bijdrage. City of Technology Door de rol die DSM in de regio speelt, levert het bedrijf een belangrijke bijdrage aan het realiseren van gemeentelijke doelstellingen op het vlak van de kenniseconomie. Gelijktijdig is dat gemeentelijke beleid van belang voor de verdere ontwikkeling van DSM. DSM wil de cruciale schakel tussen onderzoek en toegepaste productie blijven vervullen en deze functie zelfs verder kunnen ontwikkelen. Daarom wil het bedrijf fysiek dicht bij het onderzoeksveld verkeren. Voor DSM zijn juist opgeleide mensen en de eerder genoemde relaties met bedrijven en kennisinstellingen in stad en regio van belang. De door de gemeente Delft ingezette strategie van Kennisstad, City of Technology is voor het bedrijf dan ook zeer waardevol. DSM levert zijn bijdrage aan het succes van die gemeentelijke strategie door te blijven investeren in kennisontwikkeling, het aantrekken van talent en het gebruikmaken van de in de regio aanwezige kennis. Zo heeft DSM in 2001 s werelds meest geavanceerde antibioticafabriek in Delft gebouwd. In 2008 is de uitbreiding en modernisering van de grootste gistextractenfabriek ter wereld gerealiseerd en onlangs is besloten om het DSM Biotechnology Center in Delft te bundelen. Dat centrum alleen is al goed voor 450 hoogwaardige arbeidsplaatsen. Voor het DSM Biotechnology Center en de daarmee verbonden laboratoria en opschalingsfaciliteiten wordt gewerkt aan nieuwe huisvesting op de Delftse locatie van DSM. Ruimte voor andere bedrijven Daarnaast heeft DSM op haar terreinen ruimte beschikbaar voor andere bedrijven die zich ook richten op onderzoek, ontwikkeling en kleinschalige productie op het gebied van witte biotechnologie. Deze ondernemingen krijgen de mogelijkheid gebruik te maken van voorzieningen van DSM. Dit vergroot de kansen dat bedrijven in deze sector zich in Delft vestigen. Meer bedrijven op het DSM-terrein versterken de uitstraling van deze locatie als een van d kenniscentra in de wereld op het gebied van biotechnologie. Daarmee levert DSM een flinke bijdrage aan de gemeentelijke ambitie om op het DSM-terrein een Technisch Innovatief Complex Delft (TICD) te ontwikkelen. De aanwezigheid van DSM en zeker ook de recente en toekomstige investeringen dragen bovendien bij aan het imago van Delft als centrum van life sciences en als aantrekkelijke stad voor kenniswerkers.
Vervoer over de weg Aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten Ca. 5.000 vrachtautos per jaar Vervoer over water Voornamelijk aanvoer van grondstof Melasse Vervoer per spoor Chemicalin Ca. 100 schepen per jaar Ca. 550 wagons per jaar

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

11

12

DSM Delft: locatie met toekomst


De perspectieven voor DSM Delft zijn positief, vooral door het vroegtijdig inzetten op witte biotechnologie. Dit biedt niet alleen interessante kansen voor het bedrijf en de stad. Om deze kansen te kunnen grijpen, is het een vereiste dat ook de locatie perspectief heeft: de toekomstige groei moet op dit terrein kunnen plaatsvinden. De mogelijkheden daartoe zijn zonder meer gunstig. Kennis en voorzieningen direct beschikbaar Het DSM-terrein beschikt over goede eigenschappen die ook in de toekomst bepalend zijn voor de attractiviteit van deze locatie. Nu al is de hier aanwezige concentratie van kennis, kunde en capaciteit op het gebied van genetica en fermentatietechnieken van grote waarde voor de huidige en toekomstige bedrijfsvoering van DSM. Daarom heeft DSM de afgelopen jaren op haar terrein onder andere genvesteerd in de bouw van s werelds meest geavanceerde antibioticafabriek en in de uitbreiding en modernisering van de grootste gistextractenfabriek ter wereld (zie kader). De faciliteiten voor onderzoek, ontwikkeling en productie profiteren van de aanwezige voorzieningen en de onderlinge nabijheid. Verplaatsing van een deel van deze activiteiten naar een andere locatie in de regio leidt tot kapitaalvernietiging en inefficintie. DSM investeert samen met partners ook nog altijd in de locatie: zo wordt er een nieuwe opschalingsfaciliteit gerealiseerd door het BE-BASIC-consortium. DSM heeft bovendien de beschikking over eigen voorzieningen als warmtekrachtkoppeling en een afvalwaterzuivering. Bijzonder aan de laatstgenoemde faciliteit is dat het slib dat resteert schoon is en niet in een slufter (slibopslag) bewaard moet worden. Deze voorzieningen zijn niet alleen van betekenis voor de huidige en toekomstige productieprocessen van DSM, maar stimuleren ook de vestiging van andere bedrijven. Goede multimodale ontsluiting Het DSM-terrein is goed bereikbaar per schip, trein en (vracht)auto. DSM maakt voor de aanvoer van (grond)stoffen frequent gebruik van de aanwezige haven langs het Rijn-Schiekanaal. In de huidige situatie legt er n tot twee keer per week een schip aan, voornamelijk geladen met de grondstof melasse. Daarnaast beschikt DSM over een eigen aansluiting (raccordement) op de spoorlijn Den Haag-Rotterdam. Voor een aantal grondstoffen is het veiliger om deze via het spoor aan te voeren. Het terrein West heeft een directe aansluiting op de provinciale weg DelftRijswijk. Deze weg verbindt het terrein rechtstreeks met de A4. Vrachtverkeer van en naar DSM hoeft dan ook niet door de bebouwde kom om de snelweg te bereiken. Tot slot mag de bereikbaarheid per openbaar vervoer niet onvermeld worden gelaten. Zeker met een nog toenemend aantal werknemers is dit van belang. Deze combinatie van transportmodaliteiten maakt het DSM-terrein duidelijk onderscheidend van andere bedrijventerreinen in Delft. DSM wil de verschillende transportmogelijkheden in de toekomst blijven inzetten en het vervoer per spoor en via het water waar mogelijk intensiveren. Deze vervoerswijzen passen binnen de ambities van de provincie Zuid-Holland om het Rijn-Schiekanaal en het spoorwegnet in de toekomst beter te benutten. DSM wil daarmee een bijdrage leveren aan verlichting van de druk op het wegennet, in het bijzonder de A13 en A4. Ruimte zorgvuldig benutten De afgelopen jaren heeft DSM een begin gemaakt met de sloop van faciliteiten die wegens ouderdom of veranderende productiemethoden overbodig zijn geworden. Voor deze faciliteiten zijn indien nodig elders op het terrein nieuwe gebouwen en installaties gerealiseerd. Hierdoor is met name op terrein West ruimte vrijgekomen die de komende jaren gebruikt kan worden voor nieuwe activiteiten. Deze activiteiten zijn van een geheel andere aard dan die in het verleden. Een dergelijke nieuwe manier van werken vraagt om een andere inrichting van het terrein, het vraagt om een nieuw concept.
Fabrieken en Installaties ZOR-f fabriek Enzymenfabriek Gist Productie Bedrijf PIM Opschalingsfaciliteiten Afvalwaterzuivering Warmtekrachtkoppeling Antibiotica Enzymen Gistextracten Fungiciden Fermentatie en DSP

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

13

14

Een nieuwe manier van werken


DSM is dynamisch en moet dat ook zijn om telkens opnieuw op veranderende marktomstandigheden en nieuwe technologien in te kunnen spelen. Dit vraagt om aanpassingen in de manier van werken en daarmee ook in de inrichting van de locatie. Zo moet de DSM-locatie in Delft in de nabije toekomst rekening houden met een verdere toename van het aandeel kenniswerkers en de start van nieuwe middelgrote productieactiviteiten. De locatie dient daarom opnieuw te worden ingericht. Toenemend belang van samenwerking In de huidige economie raken bedrijven steeds meer met elkaar verweven. Hiervoor hebben we dat al even aangeduid met de term netwerkeconomie. Bedrijven en zeker die in de biotechnologie werken steeds meer met elkaar samen om de hoge ontwikkelkosten te kunnen delen, van elkaar te leren en snel informatie uit te kunnen wisselen. Samenwerken en juist ook innoveren gaan beter als je in elkaars nabijheid zit. Dat geldt zowel voor de verschillende bedrijfsonderdelen van DSM als voor de samenwerking met andere bedrijven, vooral die actief zijn in witte biotechnologie. Daarom kiest DSM voor een nieuw type werkomgeving die een dergelijke samenwerking stimuleert: het DSM Biotechnology Center wordt in Delft geconcentreerd; andere bedrijven met aanverwante activiteiten, toeleveranciers en afnemers krijgen de ruimte op de DSM-locatie; startende bedrijven kunnen op de locatie tot ontwikkeling komen. Daarnaast wordt de samenwerking met de Technische Universiteit Delft verder uitgebouwd en biedt de ontwikkeling van Science Port Holland nieuwe kansen voor samenwerking met de in die corridor gevestigde bedrijven. Binnen het grotere verband van Science Port Holland kan bovendien een kleinere lokale kennis-as ontstaan vanaf Technopolis via de universiteit naar de huidige DSM-locatie. Enjoy work! Als het gaat om kennis en samenwerken is dat eerst en vooral mensenwerk. Innovaties vragen immers om kennis en die kennis zit in mensen. Bij de werklocatie van de toekomst is er daarom vooral aandacht voor de werknemers, de hersenen van de kennisbedrijven. Dat geldt in het bijzonder voor het hoger opgeleide personeel, omdat dat in de komende decennia schaarser wordt door demografische veranderingen. Nu al wordt gesproken van een war for talent tussen bedrijven. In die strijd speelt de aantrekkelijkheid van de werklocatie een steeds belangrijkere rol, al zal het nooit d doorslaggevende reden zijn om ergens te gaan werken. Die ontwikkelingen vragen om aanpassingen van bedrijfslocaties, waaronder die van DSM Delft. Vooral in Engeland zien we op dit moment al concepten tot stand komen die hier op inspelen. De bedrijfslocaties en bedrijventerreinen worden aantrekkelijk ingericht door landscaping en de gebouwen beantwoorden aan de hoogste eisen op het vlak van duurzaamheid en werkklimaat. Bovendien zijn er tal van voorzieningen, waarbij kinderopvang, restaurants en winkels vanzelfsprekend zijn. Dat alles onder het motto enjoy work. Op gebouwniveau heeft DSM de nieuwe manier van werken al gentroduceerd in het Food Innovation Center. Het gebouw is ontworpen op de mensen die er moeten werken, gericht op het snel kunnen uitwisselen van ideen en heeft alle mogelijkheden om klanten te laten participeren. Het concept trok in 2008 de aandacht op de wereldconferentie van de International Association of Science Parks (IASP). Herstructurering van de locatie De noodzaak van interactie tussen bedrijven en bedrijfsonderdelen, het creren van een aantrekkelijk werkmilieu gericht op innovatie en het aantrekken (n vasthouden) van personeel maken dat DSM op het westelijke deel van haar terrein een campus gaat ontwikkelen die hiervoor maximale ruimte biedt (zie schema). Daarmee draagt DSM zorg voor de herstructurering van haar eigen bedrijventerrein. De herstructurering en de kwaliteit van bedrijventerreinen zijn op dit moment in het rijksbeleid belangrijke themas. Ook de gemeente Delft heeft meer kwaliteit in de bedrijfsomgeving als strategisch beleidsthema benoemd. In de nieuwe opzet van het westelijke deel van de DSM-locatie is daarom veel aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit, sociale veiligheid en aantrekkelijke architectuur. Zo ontstaat voor werknemers een aantrekkelijke werkomgeving. Die aantrekkelijkheid wordt versterkt door hen uiteenlopende voorzieningen en activiteiten te bieden. Ook voor de bedrijven, zowel DSM als derden, zijn er tal van faciliteiten, zodat zij zich kunnen richten op hun kernactiviteiten en op dat waar ze goed in zijn: innoveren. Productie blijft Hoewel hiermee een belangrijke herstructurering van het DSM-terrein wordt beoogd, kan het belang van de productie niet uit het oog worden verloren. De bestaande productie activiteiten in Delft blijven voor DSM van belang. Productie is juist ook nodig om kennis te gelde te maken. Omgekeerd geldt dat productie een bijdrage levert aan de kennisontwikkeling van witte biotechnologie. Deze combinatie van productie en kennisontwikkeling is juist een sterk onderscheidend kenmerk van de DSM-locatie.

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

15

DSM@Work

Industrile Biotech Campus

16

Blik in de toekomst: Industrile Biotech Campus en DSM@WORK


De kansen die er liggen in het westelijke deel van de DSM-locatie en het behoud en de modernisering van de productiefaciliteiten krijgen gestalte in twee concepten: Industrile Biotech Campus staat voor de hiervoor beschreven campus waar onderzoek, ontwikkeling en kleinschalige productie plaats vindt. Daarnaast is er de productiesite DSM@Work, die staat voor de moderne productielocatie. De Industrile Biotech Campus zal in het westelijke deel van de site worden geconcentreerd; DSM@Work op de rest van het terrein. Vooruitblik: het jaar 2030 Wie in 2030 het DSM-terrein bezoekt, treft een omgeving aan die onvergelijkbaar is met de huidige situatie. Een van de eerste zaken die een bezoeker opvalt, is dat het terrein vanaf de provinciale weg en t Haantje gezien zich niet meer verstopt achter hoogopgaand groen, maar zich duidelijk presenteert aan de omgeving. Vooral de stedenbouwkundige vormgeving in het westelijke deel is immers meer dan het aanzien waard!. In het westelijke deel bevinden zich in 2030 kantoren, laboratoria en kleinschalige productiefaciliteiten van DSM en andere bedrijven op het gebied van witte biotechnologie. Dit alles in een uitnodigende parkachtige setting. Het terrein staat daardoor niet meer met de rug naar de omgeving maar is onderdeel geworden van de stad. Hier, in dit westelijke deel, concentreert de Industrile Biotech Campus zich. De Industrile Biotech Campus: onderzoek, ontwikkeling en kleinschalige productie De Industrile Biotech Campus beslaat het grootste deel van het terrein West. Hier ligt in 2030 het accent op onderzoek, ontwikkeling en innovatie in een werkomgeving van hoge ruimtelijke kwaliteit. Op dit deel van het terrein is in de periode 2009-2015 ruimte gecreerd voor externe bedrijven en instellingen. Daarnaast is er nieuwbouw gerealiseerd voor verschillende laboratoria en kleinschalige productiefaciliteiten. Deze productiefaciliteiten hebben doorgaans een directe link met de kennisontwikkeling die op dit deel van het terrein is geconcentreerd. Om de Industrile Biotech Campus mogelijk te maken, heeft DSM het eerder ingezette beleid in de periode 2009-2015 voortgezet (slopen van niet meer in gebruik zijnde bebouwing en het geschikt maken van de terreinen voor nieuwe functies). Het bedrijf heeft met nieuwe representatieve gebouwen en hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte zelf een belangrijke aanzet gegeven voor de herstructurering van het terrein. Voor de ontsluiting zijn vanaf de Alexander Fleminglaan nieuwe wegen over het terrein aangelegd. Daardoor worden de logistieke stromen op het DSM-terrein van elkaar gescheiden. De Productiesite DSM@Work: moderne productielocatie De overige terreinen en installaties zijn in 2030 in gebruik als productielocatie van DSM, De uitstraling van de terreinen is wel aanmerkelijk anders dan nu, doordat verouderde installaties en gebouwen zijn vervangen door moderne productiefaciliteiten. Daarnaast zijn (rijks)monumentale gebouwen langs de oostelijke rand van het terrein gerestaureerd en herbestemd voor nieuwe lichte bedrijfs-, kantoor- en congresfuncties. Door dergelijke nieuwe functies toe te laten, is het cultuurhistorisch erfgoed uit de periode van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek behouden voor de toekomst.

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

17

2030

18

De weg naar 2030: twee fases De ontwikkeling van de Industrile Biotech Campus en de Productiesite DSM@Work wordt in twee fasen gerealiseerd. Deze beslaan de periode tot 2015 en de periode 2015-2030. De doelen tot 2015 zijn nu al concreet in beeld en omvatten het herschikken van DSM-activiteiten over de locatie en het geschikt maken van de DSM-terreinen in Delft voor nieuwe activiteiten van DSM en van andere organisaties. In deze periode verwacht DSM het huidige Beyerincklab en enkele kantoren te vervangen door nieuwbouw en realiseert het consortium BE-BASIC een nieuwe opschalingsfaciliteit. Tevens strijken voor 2015 de eerste externe bedrijven neer op het DSM-terrein. DSM bezit hiervoor de benodigde infrastructuur. De ontwikkelingen tot 2015 sluiten aan op de gewenste ruimtelijke kwaliteiten van de Industrile Biotech Campus en de Productiesite DSM@Work.

2009

De ontwikkelingen op de Productiesite DSM@Work vinden voornamelijk in de fase na 2015 plaats. Na realisatie van de spoortunnel komt het terrein van de tijdelijke betoncentrale vrij voor nieuwe functies. In de ogen van DSM leent deze locatie zich bij uitstek voor een nieuwe (bedrijfs)functie met betekenis voor Delft. De locatie ligt immers op een goed bereikbare en stedenbouwkundig markante plek en er vinden aangrenzend geen risicovolle activiteiten van DSM plaats.

2015

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

19

Geluid

Externe veiigheid

Legenda geluid (Koninklijk Besluit VROM) 50 dB (A) contour Legenda externe veiligheid (concept PZH) Externe veiligheid PR 10-5 Externe veiligheid PR 10-6 Legenda geurcontouren (vergund PZH) Geurcontour 1 GE Geurcontour 1-3 GE Geurcontour 3 GE Geurcontour 3-5 GE Geurcontour 5 GE Geurcontour 5 > GE Geurcontour 5 GE Geurcontour 5 > GE (buiten DSM terrein) (buiten DSM terrein)

N.B. De contouren zijn de contouren van DSM, de contouren relevant voor de ruimtelijke ordening.

van andere activiteiten zijn niet weergegeven, maar wel

Geur

DSM en haar buren: aandacht voor milieueffecten


De activiteiten in (witte) biotechnologie die DSM en andere bedrijven op het terrein in de toekomst ontplooien, hebben een duurzaam karakter en zijn in principe schoon en veilig. Dit neemt niet weg dat er ook in de toekomst op de Industrile Biotech Campus en de Productiesite DSM@Work voldoende milieuruimte aanwezig moet zijn voor de activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en productie. Milieuruimte is essentieel voor het vertrouwen van investeerders in een succesvolle herontwikkeling van het Delftse DSM-terrein. DSM stelt zich hierbij uiteraard op als goede buur: de effecten op de omgeving moeten passen in de bestemming en voldoen aan de beste beschikbare technieken (BBT). Daarbij gaat het vooral om geur, geluid en externe veiligheid. Geur De verspreiding van geur door activiteiten van DSM is een van de meest kenmerkende effecten in de omgeving van het bedrijf. De geurruimte die DSM heeft onder de huidige milieuvergunning blijft zeker nodig om de toekomstige ontwikkelingen op het terrein goed in te kunnen vullen. Geluid De activiteiten van DSM zijn ook hoorbaar in de omgeving. Bij toekomstige activiteiten zal DSM zorg dragen voor toepassing van geluiddempende maatregelen, zodat de geluidproductie binnen de maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) blijft zoals die door VROM is vastgelegd voor het industriegebied. Externe veiligheid Uit de afbeelding blijkt dat de voorlopige contouren voor externe veiligheid buiten het terrein van DSM Delft liggen. Deze contouren worden door de overheid vastgesteld, maar dat is nog niet gebeurd. De weergegeven contour is daardoor in concept, maar maakt toch duidelijk dat een zekere zonering nodig is om activiteiten ruimtelijk te scheiden. Flexibiliteit binnen voldoende gegarandeerde milieuruimte De (her)ontwikkeling van het DSM-terrein strekt zich uit over een lange periode. Het is daarom onzeker hoe de exacte invulling van het geheel vernieuwde DSM-terrein er uitziet. Het is bijvoorbeeld nog niet bekend welke bedrijven interesse tonen voor het terrein en welke activiteiten zij in Delft willen ontplooien. Ook is van niet alle activiteiten van DSM zelf bekend waar deze in de toekomst een plek op het terrein krijgen. Een succesvolle (her)ontwikkeling is daarom mede afhankelijk van een ruimtelijk beleid voor het terrein (bestemmingsplan) dat flexibel genoeg is om in te kunnen spelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen. Zonder deze flexibiliteit zullen investeerders, inclusief DSM, onvoldoende zekerheid hebben om hun plannen voor nieuwe onderzoeksen productiefaciliteiten uit te kunnen voeren.

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

21

22

Succesfactoren voor de toekomstige ontwikkeling


Grote kansen voor DSM n Delft Het mag na het voorgaande duidelijk zijn: er liggen grote kansen voor de verdere ontwikkeling van DSM in Delft. Vooral de toepassing van witte biotechnologie biedt veel mogelijkheden. DSM zit momenteel in de voorhoede van deze ontwikkelingen en wil die positie behouden. Als daarvoor de voorwaarden worden geschapen, kan Delft daarmee uitgroeien tot een van de leidende kenniscentra op dit vlak in de wereld. Naast de laboratoria en de opschalingsfaciliteiten (het voorportaal naar de productie) blijven in dit verband de bestaande en toekomstige productiefaciliteiten op het DSM terrein van belang. De Industrile Biotech Campus en de Productiesite DSM@Work zijn complementair en hebben elkaar nodig om te komen tot succesvolle innovaties. Goede inbedding in de omgeving De ontwikkeling van een campus leidt er toe dat DSM nog meer vervlochten raakt met de in Delft aanwezige kennisbedrijven. Het concept biedt bovendien mogelijkheden om de campus toegankelijker te maken. In de historische gebouwen komen nieuwe bedrijfsfuncties die aansluiten bij de stad. Zo komt DSM meer dan ooit midden in de samenleving te staan en raakt het DSM-terrein in harmonie met zijn omgeving. Belangrijke werkgelegenheidseffecten De plannen voor de Industrile Biotech Campus bieden zicht op een verdere toename van het aantal arbeidsplaatsen met enkele honderden. Het merendeel daarvan zijn kenniswerkers. Dat DSM daarmee een belangrijke bijdrage kan leveren aan de gemeentelijke doelstellingen om uit te groeien tot een City of Technology staat buiten kijf. Deze groei draagt ook bij aan het gemeentelijke voornemen om de dalende werkgelegenheid in de gemeente om te buigen. De afgeleide werkgelegenheid ligt in dezelfde orde van grootte zodat het totale effect zicht uitbreidt tot buiten het terrein. Bovendien zorgt de herontwikkeling van het terrein voor een extra, zij het tijdelijk, werkgelegenheidseffect in vooral de bouwsector. Voorwaarden voor succes Het succes van de concepten Productiesite DSM@Work en Industrile Biotech Campus is echter afhankelijk van een aantal voorwaarden. Het succes kan niet alleen door DSM zelf worden gecreerd. Naast de regionale partijen is nadrukkelijk in eerste instantie voor de gemeente Delft een belangrijke rol weggelegd. Bepalende factoren voor de toekomstige ontwikkeling zijn: kunnen werken in een innovatieve regio en een verdere groei van het kenniscluster in Delft en omgeving; optimale bereikbaarheid; een passend bestemmingsplan om de site verder te ontwikkelen. Voorwaarde 1: innovatieve regio De (her)ontwikkeling van het DSM-terrein tot een hoogwaardig bedrijventerrein voor witte biotechnologie is onderdeel van samenhangende regionale initiatieven op dit gebied. DSM zoekt de samenwerking met TU Delft, Science Port Holland en Port of Rotterdam om kennis en kunde op het gebied van witte biotechnologie te bundelen. Zo ontstaat een krachtige synergie, waardoor Delft ht centrum kan worden in Nederland of zelfs Europa voor witte biotechnologie. De concurrentieslag met andere kenniscentra in de wereld is in volle gang. Om te voorkomen dat andere centra de positie van koploper overnemen, verdient DSM dat haar initiatieven volle ondersteuning krijgen en is samenwerking tussen regionale partijen als een zeer belangrijke voorwaarde voor succes. Voorwaarde 2: optimale bereikbaarheid Uiteraard is de (her)ontwikkeling van het DSM-terrein gebaat bij handhaving van de goede bereikbaarheid over de weg, per spoor en over het water. Daarbij is de provinciale weg voor het bedrijf van cruciaal belang voor een goede verbinding richting de snelwegen A4 (Rotterdam, Den Haag, Amsterdam) en A13 (Rotterdam, Antwerpen). De provinciale weg moet ook in de toekomst de primaire verkeersfunctie behouden. Daarnaast wil DSM frequent gebruik blijven maken van transport per trein en schip. Deze vervoersvormen zijn betrouwbaar, veilig en dragen bij aan vermindering van de congestie en de belasting van het milieu. DSM staat achter het initiatief van de provincie Zuid-Holland om te onderzoeken hoe de scheepvaart op de Schie en het Rijn-Schiekanaal kan worden gentensiveerd. Voorwaarde 3: voldoende gegarandeerde milieuruimte Om de kansen in de witte biotechnologie te kunnen grijpen is het een vereiste dat ook in planologisch opzicht de site perspectief heeft. De toekomstige groei moet op dit terrein kunnen plaatsvinden De activiteiten op het gebied van (witte) biotechnologie die DSM en externe bedrijven op het terrein willen ontplooien, hebben een duurzaam karakter en zijn in principe schoon en veilig. Dit neemt niet weg dat de toekomstige activiteiten op de Industrile Biotech Campus en de Productiesite DSM@Work milieuruimte nodig hebben die passend is bij de aard en omvang van de activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en productie. De meest relevante en merkbare (milieu)effecten van DSM op de omgeving hebben betrekking op geur, geluid en externe veiligheid. Uitgangspunt voor DSM is dat waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van beste beschikbare technieken (BBT) om milieuhinder te voorkomen.. Tot slot DSM heeft een traditie van 140 jaar in de gemeente Delft. Het bedrijf heeft een belangrijke rol gespeeld in de economische ontwikkeling van de stad en de regio. De perspectieven zijn goed, zodat die rol in de komende jaren alleen maar sterker wordt. Het is dan ook in het belang van gemeente, regio en DSM dat op de locatie in Delft voldoende (milieu)ruimte wordt geboden voor een innovatieve herontwikkeling. Alleen zo blijft DSM koploper in haar werkveld. Delft is dan een leidend kenniscentrum op het gebied van witte biotechnologie rijker, met bijkomende werkgelegenheid, aantrekkingskracht op andere bedrijven en talent, en beeldvorming voor de stad als City of Technology.

DSM Delft strategische visie

oktober 2009

23

DSM
DSM Delft Alexander Fleminglaan 1 2613 AX Delft www.dsmgist.nl rubriek: omgeving

Prof. dr. Jacques van Dinteren Productmanager Urban Solutions Jurryt Jannink BSc Adviseur ruimtelijke ontwikkeling Edwin Vonk BDes Ontwerper

auteurs

(royal haskoning)