Vous êtes sur la page 1sur 49

1

Onafhankelijk vooronderzoek naar de feiten en omstandigheden aangaande het overlijden van de heer Bernhard Maximiliaan Johan Komproe, geboren op Curaao op 22 oktober 1942, Oud Minister van Justitie, conform de opdracht bij Landsbesluit van de 16 de oktober 2004, no.1 (No. 6493/RNA)
Uitgevoerd door de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving Nederlandse Antillen, ingesteld bij Landsbesluit van 5de februari 2004, no. 1 (no.549/RNA)

Inhoud 1. Inleiding
1.1 Verzoek aan de Commissie Evaluatie Rechtshandhaving Nederlandse Antillen 1.2. De strekking van het Landsbesluit 1.3. Feiten van juridische aard 1.4. Feiten van medische aard 1.5 Indelingen binnen het onderzoek 1.5.1. Juridisch relevantie tijdsindeling. 1.5.2.De inrichting van het onderzoek

2. Wet en regelgeving. Het juridische toetsingskader


2.1. Politiecellen 2.2. Huis van Bewaring en de Strafgevangenis te Curaao 2.3. Regelgeving welke voor beide detentie situaties gelding heeft.

3. Onderzoek naar de feiten


3.1. Brieven c.q. verklaringen van de leiding van betrokken rechtshandhavingsinstituten 3.2. Getuigenverklaringen.

4. De beschikbaarheid en de kwaliteit van de medische zorg vanuit het medisch perspectief 5. De bevindingen van de Commissie ten aanzien van de feiten 6. Algemene conclusies 7. Bevindingen van feiten en omstandigheden aangaande het overlijden van de heer B.M.J. Komproe 8. Slot conclusie

1. Inleiding. 1.1.Verzoek aan de Commissie Evaluatie Rechtshandhaving Nederlandse Antillen


Naar aanleiding van het mondelinge verzoek van de Minister van Justitie, de heer mr. N.V.Ribeiro, om een onafhankelijk vooronderzoek in te stellen naar de feiten en omstandigheden aangaande het overlijden van de heer Komproe, oud Minister President en Minister van Justitie, heeft de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving Nederlandse Antillen ( de Commissie)1 besloten de opdracht te aanvaarden. De Commissie bestaat uit mw.mr.S.F.C.Rmer, voorzitter, en de leden mr. F. W. Stger, mr. C.M. Grning, prof. A.F. Paula en de heer W.A. Tweeboom. Deze opdracht is vastgelegd in het Landsbesluit van de 16 de oktober 2004, no.1 (No. 6493/RNA), nader aan te duiden met het Landsbesluit.

1.2.De strekking van de opdracht


Het onderzoek bestaat op grond van artikel 1 van voormeld Landsbesluit uit tenminste het toetsen van het medisch handelen voorafgaande aan dat overlijden en een feitenonderzoek. De Commissie is bevoegd kennis te nemen van alle bescheiden en overige informatiedragers betrekking hebbende op de aard en inhoud van het onderzoek; voorts om inlichtingen in te winnen bij het Openbaar Ministerie, het Huis van Bewaring, alle buitengewone agenten van politie, leden van de burgerij, alsmede politie- en veiligheidsorganisaties. Daarenboven zijn alle onder de Minister van Justitie ressorterende diensten en instituties gehouden de Commissie alle medewerking te verlenen en toegang te verschaffen tot alle gebouwen, overheidslokaliteiten, terreinen en ruimtes waar door deze diensten en instituties werkzaamheden worden verricht. De Commissie is voorts bevoegd zich te doen bijstaan door deskundigen, onderzoekers en interviewers voor het verrichten van onderzoekshandelingen. De toetsing van de medische behandeling van de heer Komproe geschiedt door de Inspecteur Gezondheidszorg. Deze toets het medisch handelen vanaf het moment van de aanhouding tot het moment van overlijden van betrokkene. Hij is gehouden om als getuige deskundige aan de Commissie te rapporteren.

De Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving Nederlandse Antillen is ingesteld bij Landsbesluit van 5de februari 2004, no. 1 (no.549/RNA.)

4 De Commissie voltooit haar werkzaamheden uiterlijk binnen vier weken2 na haar instelling en is bevoegd tussentijds te rapporteren. De Commissie rapporteert aan de Minister van Justitie die gehouden is om onmiddellijk na de inlevering van het rapport van de Commissie deze aan de Raad van Ministers aan te bieden. Het eindrapport wordt door de Commissie tevens aan de Staten geboden.

1.3. Feiten van juridische aard.


Op maandag 6 september 2004, werd de heer Bernhard Maximiliaan Johan Komproe, geboren op Curaao 22 oktober 1942 en wonende te Kaya Andesit 32, op Curaao in zijn woning op last van de officier van justitie door het personeel van de Landsrecherche aangehouden. Op dezelfde dag om 12 uur smiddags werd hij in verzekering gesteld door de hulp officier van justitie D.J.Brug en ingesloten in de politiecellen, blok 1, te Bon Futuro. Op dinsdag 7 september 2004 werd de heer Komproe voorgeleid voor de Officier van Justitie. Op woensdag 8 september 2004 werd de heer Komproe geleid voor de Rechter Commissaris, ter toetsing van zijn inverzekeringstelling. Op woensdag 15 september 2004 werd de heer Komproe geleid voor de Rechter Commissaris, die de heer Komproe in bewaring stelde in het Huis van Bewaring te Bon Futuro. Op donderdag 16 september 2004 werd de heer Komproe op last van de rechter commissaris overgeplaatst van cellenblok 1 (politiecellen) in de Bon Futuro naar blok 4 ( Huis van Bewaring). Op 20 september 2004 werd tegen de heer Komproe een bevel tot verlenging van de bewaring bevolen. Op 22 september 2004 werd door de Officier van Justitie en op 23 september 2004 door de advocaat van de heer Komproe, schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis verzocht omdat de heer Komproe op grond van zijn gezondheidstoestand niet langer detentie geschikt werd geacht. De Rechter Commissaris heeft de schorsing op 23 september 2004 laten ingaan.

De opdracht tot onderhavig onderzoek is op 16 oktober 2004 verleend. De logistieke organisatie van het onderzoek heeft een week in beslaggenomen. De Commissie is daardoor eerst op 25 oktober 2004 daadwerkelijk van start kunnen gaan. Daarnaast heeft de Commissie er voor gekozen om verschillende respondenten de tijd te gunnen om de aan hun gestelde schriftelijke vragen te beantwoorden. Dit alles heeft ertoe geleid dat de Commissie het rapport niet binnen de gestelde tijd heeft kunnen voltooien.

1.4. Feiten van medische aard


Op dinsdag 7 september 2004 vond een medische intake van de heer Komproe plaats door de medische dienst van Bon Futuro. Op vrijdag 10 september 2004 vond het eerste medisch onderzoek door de gestichtsarts van Bon Futuro de heer Krishnadath plaats. Op woensdag 15 september 2004 werd de heer Komproe naar het Sehos gebracht in verband met het maken van een echografie . Op donderdag 16 september 2004 is de heer Komproe naar het dialysecentrum voor een afspraak met dr.Berend gebracht. Op vrijdag 17 september 2004 vond een medisch onderzoek door de gestichtsarts van Bon Futuro de heer Krishnadath plaats. Op zaterdag 18 september 2004 vond wederom een medisch onderzoek plaats en werd de heer Komproe met spoed van Bon Futuro, met een ambulanceauto van CEMS naar het Sint Elisabeth Hospitaal vervoerd in verband met ernstige klachten. Op maandag 20 september 2004 werd de heer Komproe geopereerd. Op maandag 11 oktober 2004 is de heer Komproe overleden. Op vrijdag 15 october 2004 vond sektie op het lichaam van de overledene plaats. Op zaterdag 16 oktober 2004 werd de heer Komproe begraven.

1.5 Indelingen binnen het onderzoek


1.5.1. Juridisch relevantie tijdsindeling. Bij het onderzoek is de detentie in twee perioden te onderscheiden. De eerste periode van detentie bestrijkt het verblijf als politiearrestant in blok 1 van Bon Futuro, de zogenaamde politiecellen. Deze periode duurde van 6 tot 16 september 2004 14.00 uur.

6 De tweede periode bestrijkt het verblijf in blok 4 als voorlopig gehechte; het zogenaamde Huis van bewaring. Deze periode duurde van 16 september tot en met 18 september 2004. Deze indeling in tijd is van belang om duidelijk vast te kunnen stellen welke instantie op welk moment de verantwoordelijkheid draagt voor de zorg voor de arrestant. In het verlengde hiervan geldt voor de opgeslotene gedurende elke fase (afhankelijk van de plaats van insluiting) een ander regieme. In blok 1 geldt het regieme van politiearrestant en in blok 4 dat van het Huis van Bewaring. 1.5.2.De inrichting van het onderzoek Het eerste deel van het onderzoek betreft het in kaart brengen van wet- en regelgeving met betrekking tot de behandeling politiearrestanten en voorlopig gehechte gedetineerden in het Huis van Bewaring , ten einde de feitelijke behandeling aan dit kader te kunnen toetsen. Het tweede onderdeel betreft het onderzoek naar de feiten, met name vragen als door wie, op welke wijze, wanneer de heer Komproe is aangehouden, in verzekering gesteld, verhoord, vervoerd, waar naar toe, in welke cellen gedetineerd, door wie gezien, behandeld etc. Ten einde in het gegeven korte tijdsbestek een zo volledig en uitgebreid mogelijk onderzoek te doen heeft de Commissie ervoor gekozen om onder haar leiding de verhoren door 2 ervaren oud inspecteurs van politie te doen uitvoeren. Deze oud inspecteurs zijn voor de duur van het onderzoek volledig ter beschikking van de Commissie gesteld. Aan voormelde inspecteurs is door de Minister van Justitie bijzondere opsporingsbevoegdheid verleend. Daarnaast heeft de Commissie een aantal vragen schriftelijk aan de onderscheiden rechtshandhavinginstituties voorgelegd. Het derde onderdeel van het onderzoek betreft het in kaart brengen van de momenten waarop er medische handelingen ten aanzien van de heer Komproe zijn verricht en de toetsing van de beschikbaarheid alsmede van de kwaliteit van de medische behandeling welke de heer Komproe heeft ontvangen vanaf het moment van zijn arrestatie tot het moment van zijn overlijden. De Commissie heeft de verklaringen van getuigen doen vastleggen voorzover deze getuigen hun waarnemingen met betrekking tot de gezondheids toestand van Komproe hebben verwoord. De Commissie treedt slechts in de beoordeling van de vraag of aan hetgeen de wet en regelgeving voorschrijft is voldaan, voorzover dit de onder het ministerie van justitie vallende verantwoordelijkheden betreft.

Het medische oordeel betreffende hetgeen uit de verklaringen kan worden afgeleid wordt, zoals op voorstel van de Commissie vastgelegd is in het landsbesluit, door de onafhankelijke Inspecteur Gezondheidszorg gegeven. De Commissie heeft gedurende haar onderzoek tweemaal met de Inspecteur overlegd en hem afschriften van alle getuigenverklaringen verleend. Voorts heeft de Commissie een lijst van vragen die naar haar oordeel beantwoording van de Inspecteur behoeven aan hem doen toekomen. Deze vragen zijn verder in dit rapport opgenomen.

2. Wet en regelgeving. Het juridische toetsingskader.


2.1.Politiecellen De organisatie van de politie is geregeld in de Politieregeling 1999 (P.B. 1999, no.79)3. In artikel 7 lid 2 van de Polititieregeling 1999 wordt bepaald dat in een bij Ministeriele beschikking met algemene werking vast te stellen ambtsinstructie voor de politie regels worden gegeven voor de bejegening van rechtens van hun vrijheid beroofde personen en het gebruik van politiecellen. Met betrekking tot de strafrechtelijke rechtshandhaving van de rechtsorde dan wel taken verricht ten dienste van de justitie staat ingevolge artikel 19 van de Politieregeling 1999 de politie onder het gezag van de Procureur Generaal. De Procureur Generaal kan de betrokken ambtenaren van politie de nodige aanwijzingen geven voor het vervullen van deze taken . De toezichttaak van de Procureur Generaal is geformuleerd in artikel 113 van de Staatsregeling en in artikel 3 van de Eenvormige Landsverordening op de Rechterlijke Organisatie ( P.B. 1985, no.170). Aan artikel 7 van de Politieregeling 1999 is uitvoering bij de Ambt- en geweldinstructie KPNA ( P.B. 2001,no,73)4 gegeven, en zijn ondermeer regels vastgesteld voor de bejegening van rechtens van hun vrijheid beroofde personen
Landsverordening van de 16de april 1999 houdende de vaststelling van een regeling inzake de taak, de organisatie, de bevoegdheden en het beheer van het Korps Politie Nederlandse Antillen(PB 199, no.79). 4 Ministeriele Beschikking met Algemene Werking van de 23ste juli 2001, regelende de ambtsinstructie voor ambtenaren van het Korps Politie Nederlandse Antillen, belast met de uitvoering van de politietaak, alsmede de instructie betreffende het gebruik van geweld en (vuur)wapens voor ambtenaren van het Korps Politie Nederlandse Antillen, belast met de uitvoering van de politietaak, en andere functionarissen die betrokken zijn bij de uitvoering van de politietaak(PB.2001, no.73).
3

8 en het gebruik van politiecellen. Het belang van de Ambts-en geweldinstructie KPNA op dit punt, werd onderstreept in de Memorie van Toelichting op de Politieregeling 1999, waar wordt opgemerkt () Daarbij zal ondermeer extra aandacht worden besteed aan de bejegening van aangehouden of uit andere hoofde rechtens van hun vrijheid beroofde personen en het gebruik van de in de politiebureaus aanwezige celruimtes. Voorzover relevant in het kader van dit onderzoek wordt hieronder op de Ambtsen geweldinstructie KPNA ingegaan. Politiecellen worden in artikel 1 lid 3 omschreven als: Een in een gebouw, beheerd door of ten behoeve van het Korps Politie Nederlandse Antillen, te onderscheiden ruimte, waarin 1 of meer gangen met daaraan grenzend 1 of meer ruimten liggen, die worden gebruikt voor het opsluiten van personen, anders dan bedoeld in de Aanwijzingsbeschikking Gestichten 1999 (P.B. 1999,no.118). Ambtenaar is in de zin van Ambts- en geweldinstructie KPNA, ondermeer de ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikelen 4, onder a, van de Politieregeling 1999. Paragraaf 3 van Hoofdstuk 1 van de Ambts- en geweldinstructie KPNA regelt de Maatregelen jegens arrestanten Uit deze paragraaf zijn de volgende voorschriften van belang. Artikel 12 lid 4, bepaalt dat ten behoeve van de registratie van ingesloten arresten door de Minister van Justitie een model-arrestanten-register wordt vastgesteld. Artikel 12 lid 5 stelt het maximum verblijf in een politiecel op 18 aaneensluitende dagen. Artikel 17 lid 1 bepaalt dat indien er aanwijzingen zijn dat een arrestant medische bijstand behoeft dan wel dat er bij hem medicijnen zijn aangetroffen onverwijld met de politiearts moet worden overlegd. De ambtenaar mag de politiearts bij het onderzoek en de behandeling geen beperkingen opleggen. Hij volgt de aanwijzingen die de politiearts ten behoeve van de gezondheid van de arrestant geeft, onverwijld op en maakt aantekening van de door die arts gegeven aanwijzingen (artikel 18). Artikel 19 legt de plicht op tot regelmatige controle door de ambtenaar van de arrestanten , met dien verstande dat in het geval de politiearts is gewaarschuwd, de arrestant ten minste elk kwartier in de cel wordt gade geslagen; in het geval

9 medische hulp is verstrekt zo vaak als door de politiearts is voorgeschreven; in het geval geen medische hulp noodzakelijk wordt geacht, wordt de arrestant eenmaal per twee uur gade geslagen. In de eerste twee gevallen observeert de ambtenaar zonodig in de cel, waarbij hij met name let op de mate waarin de arrestant aanspreekbaar is. Personen die in een toestand geraken waarin zij niet aanspreekbaar zijn, worden onverwijld per ambulance naar een polikliniek vervoerd. De ambtenaar maakt aantekeningen van de observaties. Bij de overplaatsing van de arrestant geeft de ambtenaar de geneesmiddelen, de notities, voorover die van belang kunnen zijn en de rapportage van de politie arts die bestemd is voor de arts die de behandeling zal overnemen, mee (artikel 20). Nog voor de tot standkoming van de Ambts-en geweldsinstructie KPNA is op 22 februari 1999 door de hoofdofficier van justitie na overleg met de politiearts en de inspecteur van volksgezondheid een regeling voor arrestantenzorg met betrekking tot het cellencomplex te Rio Canario opgesteld. Volgens de officier van justitie dienen klachten van arrestanten over hun medische verzorging tijdens hun verblijf in een politiecel, achteraf dienen te worden onderzocht. Om deze reden werd in deze regeling het belang van het goed registreren van de medische zorg die aan de arrestant is verstrekt onderstreept. Ook in het belang van de arrestanten verzorging en de politie zelf, omdat bij klachten immers wordt gekeken of diegene die voor het verschaffen van die zorg verantwoordelijk is te kort is geschoten of niet. Letterlijk stelt de Officier van Justitie in dit schrijven: Kern van de regeling is, dat de arrestantenverzorging per arrestant verzoeken om medische verzorging en de follow up die aan dat verzoek is gegeven registreert. Het registratie formulier is zodanig van opzet dat geen (geheime) medische gegevens over de patint(zonder diens toestemming) worden geregistreerd en dat het registratie formulier eenvoudig is bij te houden. In deze regeling is ook door de hoofdofficier van justitie benadrukt dat duidelijk is dat een (politie)arrestant formeel en primair onder verantwoordelijkheid van de politie valt. 2.2. Huis van Bewaring en de Strafgevangenis te Curaao Voor het handelen van de functionarissen van het Huis van Bewaring te Curaao zijn de Landsverordening Beginselen Gevangeniswezen (P.B. 1996, no. 73)5 en de Gevangenismaatregel 1999 6 van belang.
Landsverordening van de 27ste juni 1996 tot vaststelling van beginselen van het gevangeniswezen (PB 1996, no.73), in werking getreden op 13 augustus 1999. 6 Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 6de augustus 1999 houdende vaststelling van de Gevangenismaatregel 1999(P.B. 1999, no.117).
5

10 De Huishoudelijke reglement penitentiaire inrichtingen 1999( P.B. 1999, 119)7 vermeldt geen bepalingen welke van belang zijn in het onderhavig onderzoek. Bij Aanwijzingsbeschikking Gestichten 1999 ( PB. 1999, no.118)8 is in artikel 2, lid 2 bepaald dat als huis van bewaring bedoeld in artikel 5 van de Landsverordening Beginselen Gevangeniswezen, bestemd voor opneming van mannelijke gedetineerden ondermeer wordt aangewezen, het Huis van Bewaring Curaao, verbonden aan de Strafgevangenis Koraal Specht. De Gevangenismaatregel 1999 stelt in Paragraaf 3. Medische verzorging en voorzieningen voor zover in dit kader relevant, het volgende vast. De Minister daarin bijgestaan door de lokatiedirecteur draagt volgens artikel 7 zorg voor passende medische verzorging van gedetineerden. Aan het gesticht zijn ingevolge lid 2 van hetzelfde artikel een of meer artsen en tandartsen verbonden. Ingevolge artikel 8 lid 2 wordt de gedetineerde zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 24 uren na zijn opneming, door de gestichtsarts onderzocht (lid 1 ). Van dit onderzoek wordt zo spoedig mogelijk door de gestichtsarts aantekening gemaakt in het medisch register van het gesticht, ingericht naar een door de minister vastgesteld model. 2.3. Regelgeving welke voor beide detentie situaties gelding heeft. Het Openbaar Ministerie is ondermeer belast met de handhaving van wettelijke regelingen en met het doen uitvoeren van beschikkingen van de rechter artikel 3 van de Eenvormige Landsverordening op de Rechterlijke Organisatie.9 In deze zin is het Openbaar Ministerie ook belast met het toezicht op de politiecellen en de gevangenis. Ingevolge de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de ten uitvoerlegging van bevelen tot vrijheidsontneming en veroordelende vonnissen, heeft het Hof van Justitie op grond van artikel 627 van genoemd wetboek, de taak om te waken voor de nakoming van voorschriften van artikelen 621 tot en met 625. Deze bepalingen betreffen ondermeer de opneming in een gevangenis of inrichting van personen tegen wie een bevel tot vrijheidsbeneming of veroordelend vonnis ten uitvoer wordt gelegd. Op grond van deze bepaling
Ministeriele Beschikking met algemene werking van de 6de augustus 1999 houdende vaststelling van een huishoudelijk reglement voor gestichten als bedoeld in de Landsverordening beginselen gevangeniswezen (PB 1999, no.119). 8 Ministeriele beschikking met algemene werking van de 6de augustus 1999 houdende aanwijzing van gestichten als bedoeld in de Landsverordening beginselengevangeniswezen, PB 1999,no.118) 9 Vastgesteld door de Nederlandse Antillen bij landsverordening van 31 december 19985 (PB.170).
7

11 kan het Hof bevelen aan de officier van justitie geven met betrekking tot de politiecellen c.q. het Huis van Bewaring en de Strafgevangenis. Voorts is ingevolge het Landsbesluit, houdende algemene regelen, van de 4de januari 2002 ter uitvoering van de artikelen 13, 15, 16 en 17 van de Landsverordening Organisatie Landsoverheid, regelende de organisatie en de taakstelling van de Directie Justitile Zaken van het Ministerie van Justitie een van de taken van de directie het bewaken van de kwaliteit van de detentiezorg. Naast de bovengenoemde lokale wet- en regelgeving heeft het Europees Verdrag ter voorkoming van Foltering en onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing, Straatsburg, 26 november 1987, Traktatenblad 1988, 19 sedert 1 februari 1987 gelding in het hele Koninkrijk. Het Europees Comit inzake voorkoming van folteringen en onmenselijke behandelingen of bestraffing (C.P.T.) is daarom bevoegd ook hier te lande onderzoek in te stellen. Het Comit onderzoekt, door middel van bezoeken, de behandeling van personen die van hun vrijheid zijn beroofd, ten einde de bescherming van deze personen tegen foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, indien noodzakelijk, te versterken. De standaarden zoals vastgesteld door de C.P.T. dienen in ons land in acht te worden genomen. De C.P.T. heeft op diverse momenten over de detentie situatie op de Nederlandse Antillen gerapporteerd. Met name in juni 1994, december 1997, 1998 en in 1999. De Commissie heeft ook kennis genomen van de internationale richtlijnen vastgesteld door de Verenigde Naties in 1955, de zogenaamde Minimum Regels voor de behandeling van Gevangenen de zogenaamde Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners, U.N. Doc.A/CONF/ 611, annex 1, E.S.C. res 663, 24 U.N. ESCOR Supp. (no.1) at 11, U.N.Doc. E/3048 (957), amended E.S.C. res.2076,62 U.N. ESCOR Supp.(No.1) at 35, U.N.Doc.E/5988 (1977) alsook de Beginselverklaring voor de Bescherming van alle personen in enige vorm van detentie of gevangenschap vastgesteld door de Verenigde Naties in 1988, de zogenaamde Body of Principles for Protection of All Persons under any form of Detention or Imprisonment, G.A. res. 43?173, annex, 43 U.N. GAOR Supp. (no.49) at 298, U.N. Doc. A/43/49 (1988).

3. Onderzoek naar de feiten


De Commissie is de bejegening van de heer Komproe vanaf zijn aanhouding op 6 september 2004 tot zijn vervoer naar het ziekenhuis op 18 september 2004 nagegaan. Het betreft hier aldus de periode welke de heer Komproe in demacht van justitie heeft doorgebracht in de politiecellen en in de cellen van het huis van bewaring.

12 Het onderzoek naar zijn verblijf in het Sint Elisabeth Hospitaal (SEHOS) betreft de wijze waarop hij door medisch geschoolden is behandeld en valt onder het onderzoek van de Inspecteur voor de Volksgezondheid. Voor dit feitenonderzoek heeft de Commissie bijstand gehad van twee zeer ervaren oud inspecteurs die een groot aantal getuigen namens de Commissie hebben gehoord. De door de getuigen afgelegde verklaringen zijn door hen ondertekend. Daarnaast heeft de Commissie kennisgenomen van diverse bescheiden. Ook heeft de Commissie aan de leiding van de betrokken rechtshandhavingsinstituten met name, de leiding het Korps Politie Curacao, de directeur van het Huis van Bewaring en Strafgevangenis en de leiding van parket in eerste aanleg van het Openbaar Ministerie de gelegenheid geboden zich ter zake de feiten en omstandigheden aangaande het overlijden van de heer Komproe schriftelijk uit te laten, danwel om vragen schriftelijk te beantwoorden. Voorts heeft de Commissie kennisgenomen van het wachtrapport van Guardsmark N.V. ten aanzien van Blok 1; en van het wachtrapport en het intake formulier van het Huis van Bewaring en Strafgevangenis. De Commissie draagt kennis van de situatie in politiecellen en het Huis van Bewaring te Bon Futuro door eigen waarneming. 3.1.De brieven c.q. verklaringen van de leiding van betrokken rechtshandhavinginstituten Korps Politie Curaao De Korpsleiding ontkent bij brief van 17 november 2004 zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de politiecellen te Blok 1. De leiding van het Korps Politie Curaao heeft aan de Commissie de bij Algemene Order no.6 de dato 18 januari 1972 uitgevaardigde voorschriften als voor politiecellen geldende voorschriften doen toekomen. Het Huis van bewaring en de Stafgevangenis te Curaao. De directeur van het Huis van bewaring en de Stafgevangenis te Curaao heeft op 9 november 2004 een verklaring afgelegd, welke kort samengevat inhoudt, dat Blok 1 (in de Bon Futuro) politiecellen zijn en dat hij daarvoor geen verantwoordelijkheid draagt.

13 Het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie is in zijn brief van 18 november 2004 de mening toegedaan dat de gezondheidstoestand van de heer Komproe slechts een enkele keer zijdelings naar voren is gekomen. De verbalisanten hebben hieromtrent niet schriftelijk aan hem gerapporteerd. De gezondheidstoestand is niet zodanig aan de orde gekomen dat deze aanleiding is geweest tot het nagaan of er vanuit het medisch oogpunt onaanvaardbaar was de heer Komproe langer in een cel te laten verblijven.Voorts stelt de Officier van Justitie in dezelfde brief, dat hij naar aanleiding van het verzoek van de Rechter Commissaris daartoe op 8 september 2004, contact heeft opgenomen met de assistent directeur van Bon Futuro, om te bezien of een overplaatsing tot de mogelijkheden behoorde. Een dag later ( dat moet 9 september 2004 zijn geweest) hoorde de officier dat een overplaatsing niet tot de mogelijkheden behoorde vanwege het feit dat geen enkel van de cellenblokken daarvoor in aanmerking kwam. Nadat de Rechter Commissaris op 15 september aangaf dat indien de heer Komproe niet zou worden overgeplaatst vanuit cellenblok 1 naar een andere afdeling op donderdag 16 september invrijheidstelling zou volgen, is in overleg met de hoofdofficier besloten om een plaats te creren door de overplaatsing van een andere gedetineerde naar Sint Maarten. In het schrijven van het Openbaar Ministerie van 26 november 2004 wordt niet aangegeven dat er met de medische specialist van de heer Komproe is overlegd voorafgaande aan het uitstellen van de medische testen die hij moest doen. Het uitstel was volgens het Openbaar Ministerie in verband met de wettelijke termijn van artikel 89 Strafvordering noodzakelijk. 3.2. Getuigenverklaringen. De Commissie heeft de verklaringen van getuigen doen vastleggen voorzover deze getuigen hun waarnemingen met betrekking tot de gezondheidstoestand van de heer Komproe hebben verwoord. Deze verklaringen worden hieronder in min of meer chronologische volgorde van de observaties geciteerd. Ten overstaan van Richard Josue Hipolito van Dinter en Hubert Melano Johannes, beiden ter beschikking gesteld van de Commissie Evaluatie Rechtshandhaving Nederlandse Antillen, belast met het vooronderzoek en omstandigheden aangaande het overlijden van de heer Bernhard Maximiliaan Johan Komproe, geboren op Curaao op 22 oktober 1942, hebben de navolgende personen een verklaring afgelegd als opgenomen in Rapport, Aanvullend Rapport en Eind rapport, verklarende die personen, in dit rapport voorzover van belang, zakelijk weergegeven:

14 1. Sarel Ancencion Fameyte - Hoofdagent bij het KPNA - uitgeleend en tewerkgesteld bij de Recherche Samenwerking Team (RST): Op maandag 6 september 2004, omstreeks 0.6.45 uur zijn wij, Francisca en ik bij de woning van wijlen Ben Komproe te Kaya Andesit # 312 alhier gegaan om Komproe aan te houden. Ik had machtiging tot deze aanhouding, ondertekend door de Hulp Officier van Justitie, Cijntje bij mij. De heer Komproe deed voor ons open en ik zei tegen hem waarvoor wij waren gekomen. Ik liet hem de machtiging lezen. Hierna vroeg hij of hij een bad kon nemen. Toen wij bij de woning van Komproe aankwamen waren wij vergezeld door twee volgautos van de RST, waarin elk een koppel. Zij hielden zich op een afstand van de woning van Komproe op. Toen Komproe aan het baden was zei zijn echtgenote tegen ons: Ta hende malu e homber ey ta. Wak pa e no muri riba bosonan. E tin di hasi hopi test. E ta husando hopi remedi. Zij herhaalde dit ettelijke malen. Vervolgens pakte Komproe een bijbel en een papierzak inhoudende medicijnen van een tafel, stak deze bij zich en stapte bij ons achter in de auto. Ik heb niet gezien dat hij lichamelijk iets mankeerde. Ook heeft hij niet geklaagd dat hij ziek was. Hij liep naar mijn mening normaal. Van de woning van Komproe reed ik naar het Bureau van de Landsrecherche in het Bastion van fort Amsterdam. Aldaar werden wij opgevangen door de Hulp Officier van Justitie, David Brug. 2. Prisco Jose Francisca - Inspekteur van politie: Op 6 september 2004 hield ik samen met Faneyte wijlen Ben Komproe aan in zijn woning. De echtgenote van Komproe zei tijdens de aanhouding tegen ons: Ta un hende ku ta usa remedi esaki. Wak pa e no muri riba bosonan, paso e ora ey si ta bini problema". Toen wij naar de woning van Komproe gingen, waren wij vergezeld van een koppel gevormd door personeel van de RST. Deze koppel diende als backup voor het geval wij assistentie nodig mochten hebben. Ter verduidelijking, wij, die belast waren met de aanhouding van Ben Komproe zouden niet belast worden met diens verhoor. Zijn verhoor werd afgenomen door Hek en zijn koppel. 3. Percy Joannes Hek, Landsrechercheur en te werkgesteld bij de Landsrecherche: In de zaak van Ben Komproe was ik hoofdverbalisant. De eerste dag van zijn verhoor was ik samen met de rechercheur Dorand. De twee daarop volgende dagen was ik tijdens het verhoor samen met de RST-er

15 Rene van de Berg. Rene van de Berg is werkzaam op Aruba bij de Samenwerkings Team en was voor deze zaak overgevlogen naar Curaao. Wijlen Ben Komproe wilde niet gehoord worden door een Europese Nederlander en met name niet door Rene van de Berg. Zoals te doen gebruikelijk, heb ik wijlen Ben Komproe naar het Bureau Technische Dienst van Politie op Curaao gebracht, Wijlen Komproe liep wat ongelukkig vanwege zijn opgezwollen voet. Tijdens het verhoor had Komproe tegen mij gezegd dat hij last had van urinezuur en daarom een gezwollen voet had. Hij zei tegen mij dat hij medicijnen ter bestrijding van urinezuur gebruikte. Toen Komproe geleid moest worden voor de Rechter-commissaris heb ik een paar zwemschoenen voor hem gekocht omdat hij zeer slecht liep vanwege zijn opgezwollen voet. Hij drong er bij ons op aan zolang mogelijk bij ons op kantoor te blijven omdat hij de gevangenis schuwde. Hij was blij als wij hem kwamen halen voor verhoor. Op gegeven moment brachten wij - Adamus en ik - Komproe naar het Sint Elisabeth Hospitaal en op een van de daaropvolgende dagen naar het dialysecentrum aan de Jan Noorduynweg voor onderzoek. Na dit laatste onderzoek zag ik dat hij er bezorgd uitzag. Hij zei tegen mij dat de uitslag van het onderzoek slecht was gevallen voor hem en dat zijn nieren niet goed functioneerden. Ik zei tegen hem dat hij het een en ander aan het personeel van de gevangenis moest doorgeven. Hierna bemerkte ik dat hij zienderogen achteruitging. 4. Gilbert Libiano Adamus, Landsrechercheur: Een paar dagen na de aanhouding van Komproe kreeg ik opdracht om deel uit te gaan maken van het onderzoeksteam. Nadien waren Hek en ik belast met het verhoren van Komproe. Nadien begreep ik dat Komproe niet gehoord wilde worden door een Europese Nederlander. Komproe had tegen ons gezegd dat hij last had van urinezuur. Hij had medicijnen daarvoor. Ook heb ik gezien dat zijn voeten opgezwollen waren en dat hij wat ongelukkig althans met moeite liep. Op gegeven moment brachten Hek en ik hem naar de rntgenafdeling van het Sint Elisabeth Hospitaal, voor medisch onderzoek. Na de rntgenafdeling brachten wij Komproe naar het dialysecentrum aan de Jan Noorduynweg voor verder onderzoek. Na dat laatste onderzoek zag ik dat hij erg bezorgd was. Hij zei tegen ons dat de uitslag van het onderzoek niet goed was uitgevallen. 5. Marisol Maria Regina Ascencion, verpleegkundige Bon Futuro:

16 Op 6 september 2004 werd een verdachte binnengebracht die in het bezit was van medicijnen. Het is zo dat als een verdachte in Blok 1 wordt ingesloten en hij medicijnen bij zicht heeft, de bewaking van Blok 1 de medische dienst opbelt en ons dat doorgeeft. Wij van de medische dienst gaan er dan naar toe om te zien wat voor medicijnen de betrokken verdachte bij zich heeft. De medicijnen worden door ons bekeken, waarna een en ander aan de gestichtsarts wordt doorgegeven. Ook wordt dit in het wachtrapport vermeld. Ik ben de volgende dag ( d.i. 17 september 2004) naar blok 1 gegaan en mij bleek dat het ging om de verdachte Ben Komproe. Ik maakte een medische intake van hem. Hij vertelde mij dat hij hoge bloeddruk had en dat zijn nieren niet goed functioneerden. Voorts dat hij een test moest ondergaan. Nadat ik zijn medicijnen had gezien, verwees ik hem naar dokter Krishnadath. Mijn bevindingen vermeldde ik op de medische intake dat ik van hem maakte. Ook vermeldde ik het een en ander in het wachtrapport. Op 17 september 2004 had ik avonddienst. Omstreeks 20.00uur van dezelfde avond werd ik door de bewaker Windster gewaarschuwd dat Komproe, die inmiddels in blok 4 was ingesloten diarree had en aan het braken was. Ik begaf mij naar blok 4 en zag dat Komproe had overgeven. Ik nam zijn pols op. Hierna belde ik dokter Krishnadath op en gaf hem mijn bevindingen door. De dokter zei tegen mij dat de medicijnen moesten worden gehalveerd, met dien verstande dat hij elk van die medicijnen een keer per dag moest innemen. De dokter schreef hem ook andere medicijnen voor. Ik kreeg opdracht om Komproe in de gaten te houden en de volgende morgen zijn bloeddruk op te nemen en het resultaat daarvan aan de dokter door te geven. 6. Esseline Lucia Andrea Philipa, ziekenverzorgster in Bon Futuro: Op 15 september 2004, op de dag van de intake van wijlen Komproe begaf ik mij naar blok 1. Ik zag dat Komproe ongelukkig liep. Hij hinkte als het ware. Het lopen ging zoals ik zag heel moeilijk. 7.Noemi Maria Comenencia, verpleegkundige Bon Futuro: Op 6 september 2004 werd een arrestant binnengebracht in Blok 1 die medicijnen bij zich had. Mij bleek dat het om wijlen Komproe ging. Ik bekeek de medicijnen en kreeg van Komproe te horen dat hij problemen had met zijn nieren en dat hij daarvoor binnenkort voor onderzoek moest. Ik boekte de medicijnen in voor verdere rapportage.

17 Op 17 september 2004 vertelde zuster Philipa mij dat Komproe heel slecht of moeilijk liep. Philipa vroeg mij om te regelen dat Komproe naar een ander cel werd verplaatst zodat hij niet elke keer de trap op en af moest gezien zijn conditie. Het was namelijk zo dat hij enige trappen op moest naar zijn cel. Toen ik dit aan Komproe vroeg zei hij dat hij er de voorkeur aan gaf om in die cel te blijven omdat hij alleen in die cel zat. (no duna mi un cel ku mas hende. Mi ta prefera mi so den un cel) Ik zag dat Komproe inderdaad moeilijk liep en dat een van zijn voeten erg opgezwollen was. De volgende dag belde zuster Manzana mij op en zei tegen mij dat Komproe ziek was geworden en bloed had overgegeven. Voorts, dat hij per ambulance naar het Sint Elisabeth Ziekenhuis was vervoerd. Ik reed hierna naar de EHBO. Bij aankomst in de polikliniek werd Komproe nog behandeld. Op zondag 17 september 2004, omstreeks 15.45 uur bezocht ik wijlen Komproe in het ziekenhuis. Ik voerde een normaal gesprek met hem, Op maandag hoorde ik dat Komproe was geopereerd. Op dinsdag bezocht ik hem weer. Hij lag op de afdeling intensive care en was niet in staat om te praten. Toen ik hem daar zag liggen schrok ik. Ik was geschokt om hem zo te zien liggen, iemand waarmee ik enkele dagen terug nog had gesproken. 8. Erita Fullinck, gehuwd Daal, waarnemend hoofd medische dienst in Bon Futuro: Op gegeven moment werd door de wachtcommandant van de bewakers van Guardsmark doorgegeven dat er een arrestant in blok 1 was ingesloten en medicijnen bij zich had. Zuster Comenencia ging naar blok 1, alwaar bleek dat het ging om Komproe. Zuster Comenencia bekeek de medicijnen en gaf deze aan Komproe terug. Komproe zou toen aan Comenencia hebben gezegd dat hij hoge bloeddruk had en dat hij de komende dagen een nieronderzoek moest doen. De daaropvolgende dag werd de intake van Komproe gedaan. Ik weet dat de gestichtsarts Komproe enige malen heeft onderzocht. 9. Roy Cyril Heerenveen, huisart en thans gedetineerd (in blok 4), over zijn bevindingen en belevenissen in verband met zijn bemoeienis met betrekking tot wijlen Komproe, huisarts en thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Bon Futuro: Ben Komproe werd op donderdag 16 september 2004 omstreeks 5.00 uur pm overgeplaatst in blok 4, waar ik zelf ook verblijf. Hij zag er zeer vermoeid uit.

18 Komproe was voor mij geen onbekende, daar hij mij bekend was uit mijn praktijk. De dag daarop (d.i. 17 september 2004) viel het mij op dat Komproe een waggelgang vertoonde. Met moeite kon hij de trap op en zich verplaatsen naar zijn cel. Hij gaf te kennen dat hij zich beroerd en zeer duizelig voelde. Ook gaf hij aan dat hij pijn had in zijn enkelgewrichten. Ik zag dat zijn enkelgewrichten gezwollen waren. Ik ben ongeveer 45 minuten bij hem in zijn cel gebleven. Hij gaf nog enkele keren aan zich duizelig en niet goed te voelen. Toen ik aanstalten maakte om weg te gaan zei Komproe tegen mij: He dokter, vergeet mij niet (no lubida mi) Toen ik na ongeveer een uur poolshoogte wilde gaan nemen, zag ik Komproe de trap afkomen. Ik heb hem ondersteund en hij vertelde dat een bewaker hem had gewaarschuwd dat hij naar de dokterskamer moest. Het was in de namiddag. Het precieze tijdstip kan ik mij niet meer herinneren. Ik heb hem tot de toegangspoort ondersteund. Dit ging stapvoets in waggelgang. Hij gaf nogmaals aan zich beroerd te voelen en klaagde over toegenomen duizeligheid. Na een uur keerde hij terug in blok 4. In zijn cel vertelde hij mij dat hij een geneesmiddel had gekregen voor de pijn aan zijn enkel. Mijn bezorgdheid was vanwege de door hem geuite klachten en omdat ik als huisarts een heel andere Komproe ken. Enkele uren daarna, ongeveer om 9.00 uur p.m. werd de afdeling opgeschrikt door een enorm tumult. Het gezamenlijke geschreeuw van de medegedetineerden om bewakershulp bracht de afdeling in beroering. Ook op de vrouwenafdeling begon men te roepen om hulp van de bewakers. Dit is de enige mannier om hulp van de bewakers in te roepen. Immers in geen van de cellen op de afdelingen beschikt men over een schel om in noodgevallen te kunnen alarmeren. Na ongeveer een uur werd op het aanhoudende geschreeuw gereageerd. Toen verscheen er op de afdeling een bewaker in gezelschap van een personeelslid van de dokterskamer. Ik zag hen de trap opgaan en na een minuut of vijfentwintig verlieten zij de afdeling. Na ongeveer een half uur keerden zij terug en verlieten na een minuut of twintig weer de afdeling. Op zaterdag 18 september 2004 rond 8.00 uur werden de celdeuren op de afdeling geopend. Gezien de gebeurtenissen van de avond te voren haastte ik mij naar de cel van Komproe. Ik trof hem in een halfliggende houding aan. Desgevraagd antwoordde hij dat hij zich op dat moment beroerder voelde en dat de duizeligheid dermate was toegenomen dat hij niet langer in staat was in zittende houding te blijven. Wat de gebeurtenissen van de avond te voren vertelde hij mij dat hij zich zodanig ziek had gevoeld dat hij alarm had geslagen bij de medegedetineerden van de aangrenzende cellen. Hij vertelde dat hij enkele malen had overgegeven en voorts een rare diarreeachtige ontlasting had gehad waarbij hij zich ontzettend duizelig had gevoeld. Op de vraag wat

19 hij had overgegeven antwoordde hij dat hij dat niet wist. Hij had het niet kunnen zien, omdat er in de cel geen enkele verlichting aanwezig is. Hij gaf aan dat hij had overgegeven in het toilet. Ik heb toen op het toilet gekeken en trof daar bloedspatten aan. Naar aanleiding daarvan heb ik hem met zijn goedvinden lichamelijk onderzocht. Mijn conclusie op dat moment was dat Komproe een zeer diepe anemie had, zeer waarschijnlijk veroorzaakt door een bloeding in het maagdarmkanaal. Ik ben bij Komproe gebleven. Hij vertelde mij toen dat er kort voor zijn aanhouding een echografie van zijn nieren was verricht in opdracht van een behandelende specialist. Gezien zijn toestand raadde ik hem aan om naar de dokterskamer te gaan. Omdat ik zelf ook naar de dokterskamer moest, zijn wij om een uur of negen met zijn beiden naar de dokterskamer gelopen. Hij liep stapvoets en zeer onzeker. Hij werd daarbij volledig door mij ondersteund. Ik heb op de dokterskamer terstond een personeelslid van de zeer ernstige situatie van Komproe op de hoogte gebracht. Hij werd hierna door haar begeleid naar een kamer verderop. Al steunende tegen de wand van de gang bereikte hij die kamer. Na ongeveer 15 minuten keerde Komproe terug en ging op een stoel zitten. Op mijn vraag wat er was ondernomen, antwoordde hij dat zijn bloeddruk was gemeten. Omdat ik klaar was ging ik toen weg. Na ongeveer 40 minuten keerde Komproe op de afdeling terug. Desgevraagd vertelde hij mij dat hij zich nog steeds heel erg beroerd voelde en dat hij een drankje had gekregen. Hij is toen ondersteund door mij naar zijn cel op de bovenverdieping gegaan. Na een minuut of dertig werd hij naar de dokterskamer geroepen. Ik gezelschap van een bewaker of bewaakster is hij nogmaals naar de dokterskamer gegaan. Na ongeveer 40 minuten keerde hij terug op de afdeling, ging zitten en legde zijn hoofd op tafel neer. Opnieuw vroeg ik hem wat er aan de hand was, waarop hij antwoordde dat de een dokter was verschenen en met hem had gesproken. Die dokter had hem geadviseerd om het drankje te gebruiken. Ook had de dokter tegen hem gezegd dat de stress situatie oorzaak was van de lichamelijke toestand waarin hij verkeerde. Verder zei de dokter dat hij hier niet thuishoorde en zeer waarschijnlijk zijn vrouw en gezin erg miste. Daarop gaf Komproe te kennen dat hij naar zijn cel wilde om te gaan liggen, omdat hij zich heel erg beroerd voelde. Ik begeleide hem naar zijn cel alwaar hij op bed ging liggen. Hij begon toen plotseling te klagen over hevige pijnen in zijn maagstreek. Ik zag dat zijn buik gezwollen was. Ik heb toen zijn buik gepalpeerd en enige druk uitgeoefend in de maagstreek, waarop hij achtereenvolgens twee keer een golf bloed uitbraakte. Het bloed bestond uit helder rood bloed en donker bloed. Ik begaf mij naar de aanwezige bewaker en verzocht hem het medisch personeel te waarschuwen omdat Komproe zieker was geworden. De bewaker zei daarna tegen mij dat hij al gebeld had. In weerwil van het gepleegde telefoontje had ik het gevoel dat bij de bewaker de ernst van het bericht wellicht niet was doorgedrongen. Ik verzocht de bewaker

20 opnieuw te bellen en verzocht hem om wanneer hij contact had gemaakt mij toe te staan zelf het telefoongesprek te voeren. Toen ik daarop een lid van het medisch personeel aan de lijn kreeg identificeerde ik mij, als zijnde dokter Heerenveen en zei toen dat Komproe een ernstige maagbloeding had en acuut geholpen moest worden. Vervolgens ging ik weer naar de cel van Komproe. Het was toen om en nabij 1.30 uur pm. Binnen 5 minuten kwam een lid van het medisch personeel met wie ik telefonisch had gesproken naar de afdeling. Wij zijn toen samen naar de cel van Komproe gegaan, alwaar ik haar nogmaals er van op de hoogte stelde dat Komproe een ernstige maagbloeding had. Zij zag het opgevangen braaksel en vertrok. Na een minuut of tien werd ik aan de telefoon geroepen. Het bleek het lid van de medische afdeling die mij wilde spreken. Zij vertelde mij dat Komproe naar het ziekenhuis zou worden gebracht en verzocht mij hem daarvoor klaar te maken. Ik heb Komproe toen geholpen met het omkleden, en hem verteld wat er met hem aan de hand was en dat hij naar het ziekenhuis zou worden overgebracht. zijn wij de Na ongeveer 15 minuten zijn wij de trap afgegaan en door mij ondersteunend is hij naar de dokterskamer gelopen. Het lopen ging hem moeilijk af. Ik merkte dat hij kortademig was. Op zijn verzoek ben ik terug gegaan naar zijn cel om zijn bijbel op te halen. De gang van Komproe was zo langzaam dat toen ik terugkeerde hij nog altijd de dokterskamer niet had bereikt. Op dat moment zag ik personeel van de ambulancedienst CEMS met een brancard het terrein oplopen. Het was toen volgens mij ongeveer 2.30 uur pm. 10. Dinaika Atansia Manzana, verpleegkundige in Bon Futuro: Op zaterdag 18 september 2004 heb ik wijlen Ben Komproe voor het eerst geattendeerd hoewel ik hem vaker op de afdeling Medische dienst heb gezien. Ik had op die dag in het wachtrapport gelezen dat ik de taak had om de bloeddruk van Komproe op te nemen en het resultaat daarvan aan de gestichtsarts Krishnadath moest doorgeven. Komproe was in blok 4. Toen ik bij de cel van Ben Komproe arriveerde zag ik dat hij ziek was, althans ziekelijk uitzag. (Mi a mira ku e tabata malu). Hij klaagde echter niet over zijn ziekte. Na het opnemen van zijn bloeddruk zag ik dat de bloeddruk erg laag was. Ik heb onmiddellijk daarna de gestichtsarts opgebeld en hem dit medegedeeld. Ik had ook gezien dat Komproe tijdens het lopen naar de wachtkamer erg ongelukkig, althans met moeite liep. Ook zag ik dat zijn voeten erg gezwollen waren. Ik kreeg opdracht van de gestichtsarts om intensief de bloeddruk van Komproe op te blijven nemen. Verder zei de gestichtsarts tegen mij om de medicijnen die Komproe had voor bloeddruk te stoppen. Omstreeks 12.30 uur kwam de gestichtsarts in Bon Futuro aan. Er was namelijk een andere gedetineerde ziek geworden die behandeld moest worden. Ook

21 bezocht de gestichtsarts een gedetineerde die pas uit het hospitaal was ontslagen en nu op de ziekenboeg lag. Verder moest er ook een gedetineerde die naar het cachot ging door de dokter worden onderzocht. Hierna heeft de gestichtsarts Komproe bij zich laten komen in de dokterskamer. Ik zag en hoorde dat de gestichtsarts ongeveer 45 minuten met hem sprak over zijn sociale problemen en ook over stress. Komproe werd ook door hem onderzocht en ging hierna teug naar blok 4. Omstreeks 13.30 uur belde de bewaker Echi Dijk mij op en zei tegen mij dat Komproe ziek was geworden. Ik ging naar hem toe en zag dat Komproe bloed had overgegeven. Het bloed was donkerrood en dik. Komproe zei tegen mij dat hij hevige pijnen in zijn buik had. Ik heb toen de gestichtsarts gebeld en hem mijn bevindingen doorgegeven. Hij zei toen tegen mij om onmiddellijk de ambulancedienst CEMS op te bellen omdat Komproe naar het ziekenhuis moest. De gestichtsarts zei dat hij zelf de Polikliniek zou opbellen en het een en ander over de toestand van Komproe zou doorgeven. Toen ik bij Komproe kwam was dokter Heerenveen bij hem. Komproe liep samen met mij naar de dokterskamer. Hij liep zelf de trap af. Ik zag dat hij zeer moeilijk liep en met zijn handen steun zocht tegen de muur. Na ongeveer 15 minuten kwam de ambulanceauto bij de gevangenis aan. Komproe liep, alhoewel moeilijk, zelf naar de ambulance en het personeel legde hem toen op een brancard. Ik ben, nadat ik een bloedmonster van het bloed dat Komproe had overgegeven in een potje had gedaan en aan het personeel aan de ambulance had gegeven, ben ik achter de ambulance aan naar het Sint Elisabeth Ziekenhuis gereden. In de polikliniek werd Komproe meteen behandeld. Ik heb van mijn bevindingen van 18 en 20 september 2004 met betrekking tot de heer Komproe een rapport opgemaakt. 11. Jerry Romeo Krishnadath, huisarts tevens gestichts/gevangenisarts: Op 7 september 2004 vond een medische intake gesprek met Komproe plaats en op 10 september 2004 onderzocht ik wijlen Ben Komproe. Hij was erg stabiel en zich bewust van zijn kwalen (ziekten). Hij had reeds een verwijzing naar de internist dr. Berend. Ik heb Komproe op 10, 17 en 18 september 2004 onderzocht. Regel in de gevangenis is dat indien een gedetineerde medische hulp nodig heeft, hij daarvoor een formulier in moet vullen. Op 17 september 2004 heb ik het verplegend personeel opdracht gegeven om bepaalde handelingen uit te voeren met Komproe. Op 18 september 2004 rapporteerde zuster Manzana mij het resultaat van die dag aangaande Komproe. Ik trof toen medische maatregelen. Omstreeks 12.00 uur moest ik in de gevangenis zijn voor andere gedetineerden. Ik heb toen op

22 eigen initiatief een medisch gesprek gehad met wijlen Ben Komproe en hem onderzocht. Ik ging hierna naar huis. Omstreeks 13.15 uur daaraanvolgend werd ik opgebeld door zuster Manzana die mij relevante informatie doorgaf over de toestand van Komproe. Ik trof medische maartregelen en vroeg zuster Manzana om de ambulance dienst met spoed op te bellen voor vervoer van Komproe naar het Sint Elisabeth Ziekenhuis. Toen Ik later hoorde dat de ambulance pas om 14.20 uur in het ziekenhuis was aangekomen, vond ik dit vreemd, omdat ik de opdracht voor een ambulance op omstreeks 13.15 heb gegeven. 12. Jose Antonio Capella, thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Bon Futuro: Op de dag dat de gedetineerde Franklin naar Sint Maarten werd overgeplaatst, (d.i. 16 september 2004)werd wijlen Komproe in de cel van Franklin opgesloten. Ik zag dat Komproe er ziekelijk uitzag en met moeite liep. Ik ging naar hem toe en hielp hem de trap op. Ik steunde hem. Komproe zei tegen mij dat hij last had van zijn nieren, die niet goed functioneerden. Op vrijdag, ( d.i.17 september 2004) de datum kan ik mij niet meer herinneren, gedurende de avonduren werd Komproe ziek in zijn cel. Het was zo dat ik Puki Alberto om hulp hoorde roepen. Omdat Komproe ziek was geworden. De andere gedetineerden begonnen ook om hulp te roepen. Ook de vrouwen op de vrouwen afdeling begonnen om hulp te roepen. De cel van Komproe was niet voorzien van een schel of iets dergelijks om alarm te slaan. Trouwens de cellen van blok 4 zijn niet voorzien van elektrisch licht boven. Ik zag dat er een bewaker en een zuster hem bezochten. Het duurde zeker drie kwartier voordat die zuster en die bewaker bij Komproe waren. De volgende morgen ( d.i. zaterdag 18 september 2004) zag ik dat Komproe bijna niet meer kon lopen Ik hielp hem de trap afkomen. Later op de dag werd Komproe, die had overgegeven naar het Hospitaal vervoerd. Op vrijdag 5 november 2004, gedurende de dag was ik in de dokterskamer van de gevangenis. Ik zag dag Krishnadath het dossier van Komproe voor zich had en aantekeningen maakte op een ander vel papier. Ik heb niet gezien dat hij op dat dossier aantekeningen maakte. 13.Gregory Charles De Marchena, waarnemend hoofd van de afdeling intake en Classificatie van de gevangenis Bon Futuro: Op 16 september 2004 omstreeks 09.40 uur heb ik de intake gedaan van de man Bernard Maximiliaan Johan Komproe. Hij zei tegen mij dat hij hoge bloeddruk

23 had en dat hij een dezer dagen naar de dokter moest voor het doen van enige testen. Ook zei hij dat hij zich niet goed voelde (Mi no ta sintimi bon eyden) 14. Eldrid August Alberto, bijgenaamd Poeki, thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Bon Futuro: Ik was opgesloten in de cel naast die van wijlen Komproe. Op vrijdag ( d.i. 17 september 2004) hoorde ik dat Komproe met een schorre stem om een bewaker riep omdat hij ziek was. Komproe bonkte daarbij tegelijkertijd met een hard voorwerp op zijn celdeur. Meteen heb ik, toen ik dat hoorde, om hulp geroepen. Mijn hulpgeroep werd door de gedetineerden in blok 4 overgenomen. Ook de vrouwelijke gedetineerden op de vrouwenafdeling begonnen om hulp te roepen (bewaker, hende a bira malu) Zij riepen om hulp totdat er een bewaker kwam opdagen en zich op de hoogte kwam stellen van de toestand van Komproe. Die bewuste bewaker liep toen weg en kwam terug met een zuster. 15. Gerald Maikel Bicentini, gedetineerd in het Huis van Bewaring op Curaao: Ik ben gedetineerd in een cel op blok 4 naast die waarin Komproe was ingesloten. Op zaterdag ( 18 september 2004)hoorde ik dat Komproe met een voorwerp in zijn cel bonkte en daarbij riep dat hij ziek was. Andere gedetineerden begonnen om hulp te roepen en bleven dat doen totdat er een bewaker en een verpleegster Komproe te hulp kwamen. 16. Nelson Genoveva Monte, gedetineerd in het Huis van Bewaring Bon Futuro: Op dezelfde dag dat Ben Komproe naar het hospitaal werd vervoerd ( d.i. 18 september 2004) had ik een gesprek met de sociaalwerker Gibbes. Gibbes regelde dat mevrouw Komproe een ontmoeting had met Komproe in de dokterskamer Samen met Komproe liep ik toen naar de dokterskamer. Ik zag dat Komproe waggelend liep. Later op die dag hoorde ik dat Komproe met een ambulance naar het hospitaal was vervoerd en weer later hoorde ik dat hij met spoed was geopereerd. 17. Maurice Hubert Pierre Philippe Adriaens: Op 6 september 2004 hoorde ik dat Komproe was aangehouden. Op de daaropvolgende woensdag moest hij voor de RC worden geleid. Ik ben toen

24 naar de achterdeur van het Stadhuis gelopen en zag dat Komproe begeleid werd door twee rechercheurs. Hij liep waggelend. Ik heb toen een collega van zijn advocaat gevraagd om tegen Gelmer Pieter te zeggen dat hij Rechter Commissaris op de gezondheid van Komproe moest wijzen. Op een zaterdag hoorde ik dat Komproe naar het hospitaal was vervoerd. Diezelfde dag vertelde een bewaker ons dat Komproe op gegeven moment was geduwd door een van de rechercheurs en dat hij daardoor kwam te vallen en zijn hoofd tegen de celdeur had geslagen. 18. Anthony Amadeo Godett: Op 7 september 2004 werd ik aangehouden en in de gevangenis opgesloten. Ik zag Komproe toen hij van blok 1 naar blok 4 werd verplaatst. Ik zag dat hij zeer moeilijk/waggelend liep. Komproe is te lang verhoord en zijn verblijf in blok 1 is hem fataal geworden. Ik heb de indruk dat hij zijn verblijf in blok 1 als een vernedering heeft ervaren. 19. Percey Ramon Provacia, ex-gedetineerde: Begin september 2004 werd Komproe bij mij in de cel opgesloten. Wij maakten toen kennis met elkaar. Komproe was erg opgewekt en vol animo. Hij zei tegen mij dat hij donderdag fotos van zijn nieren moest maken en hiervoor reeds een afspraak had, Dit had hij tegen de politie gezegd, die tegen hem zei dat het onderzoek op die daag niet kon plaatsvinden, maar dat zij voor een andere afspraak zouden zorgen. Die donderdag werd hij voor verhoor meegenomen. Toen hij savonds terug kwam was hij erg boos, des duivels zelf. Hij zei tegen mij dat hij door een Europese Nederlander was verhoord en dat die tegen hem had gezegd dat zolang de Europese Nederlanders op Curaao waren, zij nooit meer de macht zouden krijgen omdat zijn partij een corrupte partij is( Mientras tantoe nos ta aki, boso no ta bini na mando mas. Boso ta un partido corrupto). Hij sliep de hele nacht niet en zijn voeten begonnen op te zwellen. De volgende dag vulde hij een formulier in om naar de dokter te gaan. Ook wilde hij zijn advocaat spreken. Bij de RC zei zijn advocaat dat hij helemaal geen bericht had ontvangen om bij Komproe te gaan. Van een verpleegster kreeg hij een drankje . Dit was om zijn nieren schoon te maken Ik zag dat hij heel veel pijn had en dat zijn gezondheid zienderogen achteruit ging. Op aandringen van de RC werd Komproe van blok 1 naar blok 4 verplaatst. Voordat hij werd verplaatst kwam de OvJ en de directeur poolshoogte nemen in blok 1. Op diezelfde dag werd Komproe verplaatst. Die nacht hoorde ik dat de gedetineerden in blok 4 om een bewaker om hulp riepen. Dit werd overgenomen door de vouwenafdeling. Dit roepen duurde ruim een kwartier. Ik denk dat Komproe is gestorven is vanwege nalatigheid.

25

20.Jacqueline Clara Urbanita Molina Komproe: Op 6 september 2004, vroeg in de ochtend werd mijn echtgenoot aangehouden. Ik zei toen: Wak pa Ben no muri riba boso. Voordat Ben meegenomen werd gaf ik hem zijn medicijnen. Ben gebruikte medicijnen voor hoge bloeddruk, cholesterol en medicijnen voor zijn hart. Voor zijn aanhouding had Ben eigenlijk geen lichamelijke klachten. Die medicijnen gebruikte hij al een [paar jaar. Na zijn aanhouding bracht ik hem wat spullen. Hij zei tegen mij dat ik mij over zijn gezondheid geen zorgen hoefde te maken. Toen ik hem de tweede keer, nadat hij voor de RC was geleid zag, was hij heel erg hees. Hij zei tegen mij dat de Rechter Commissaris de Officier van Justitie had gevraagd waarom hij, Ben, in een cel was opgesloten waar criminelen waren opgesloten en of de Ovj niet wist dat hij Minister president en Minister van Justitie was geweest. Verder had de RC gezegd dat indien de OvJ geen andere cel voor hem had, hij als RC bepaalde maatregelen zou nemen. Ik zag Ben, omdat ik toen een doktersverklaring voor hem moest brengen. Die verklaring ging over een test die Ben moest ondergaan aan zijn nieren. Ben zei bij die gelegenheid dat hij goed was behandeld door de behandelende rechercheurs. Ook had hij van een van hen schoenen gehad. Omdat ik op gegeven moment niet kon pinnen bij gebrek aan een machtiging ging ik naar de gevangenis, waar ik na lang dralen werd toegelaten. In bijzijn van de bewaker moest Ben de machtiging tekenen. Toen ik hem zag kon hij amper lopen. Ik barste toen in tranen uit. Ik zag dat zijn voeten en benen erg opgezwollen waren. Later belde advocaat Pieter mij op en vertelde mij dat Ben in het hospitaal was opgenomen. In het ziekenhuis zag ik dat zijn buik was opgezwollen en hij er slecht uitzag. Hij zei dat hij had bloed had overgegeven. Hierna werd hij geopereerd. Op 11 oktober is hij overleden. Toen Ben werd aangehouden mankeerde hij niets. Hij had nooit eerder last van zijn maag gehad, ook heeft hij nooit daarover geklaagd. Hij was toen in goede gezondheid. 21.Gelmer Alejo Pieter: Ik wist vanaf het eerste moment toen ik als advocaat contact had met Ben Komproe dat hij ziek was. Het is mij echter niet opgevallen dat hij aan een ernstige ziekte leed. Gedurende de daarop volgende dagen klaagde hij ook steeds dat hij zich onwel voelde. Op 15 september 2004 tijdens een gesprek met de heer Komproe, enige tijd voordat hij op het Stadhuis moest verschijnen in verband met de bewaring is het mij opgevallen dat hij er zeer slecht uitzag. Hij klaagde toen van hevige pijn in de buik. Hij had pijn achter in de nierstreek en

26 klaagde ook van opzwellende benen en voeten, terwijl hij vertelde dat hij het in blok 1 ontzettende warm was en daar niet over voldoende vers water kon beschikken, waardoor hij steeds meer last kreeg van zijn nieren. Op 16 september 2004 zei hij tegen mij dat dokter Krishnadath tijdens een gesprek tegen hem had gezegd dat hij de mogelijkheid zou bezien hem zo spoedig mogelijk in het Hospitaal te doen opnemen. Bij elk verhoor bij de Rechter Commissaris heb ik steeds een verzoek ingediend om hem in vrijheid te stellen, maar niet over zijn gezondheidstoestand gesproken. Bij de bewaring heb ik toen wel de gezondheid van Komproe als grond opgeworpen. Op 18 september 2004 hoorde ik dat Komproe in het ziekenhuis was opgenomen. Op donderdag 22 september 2004 heb ik om schorsing van zijn detentie verzocht, hetgeen werd ingewilligd.

22.Eduard Amabel Bartus Dijk Ik ben gevangenisbewaarder. Toen Komproe op die bewuste zaterdag ziek, omstreeks 0.930 uur ziek was geworden heb ik de medische dienst daarvan in kennis gesteld. Het personeel van de medische dienst heeft Komproe toen meegenomen. Later in de middag werd Komproe weer ziek. Dokter Heerenveen heeft mij toen verzocht de medische dienst in te schakelen, hetgeen ik heb gedaan. Hij werd toen door de medische dienst weer meegenomen. Later hoorde ik dat hij in het ziekenhuis was opgenomen. 23. Roy Winston Egbert Tweed: Ik ben al ruim 20 jaar de huisdokter van Komproe. Komproe had lichamelijke klachten. Dit was een proces. Nadat hij minister was geworden ging zijn gezondheid achteruit vanwege stress en de problemen die hij had. Twee weken voor zijn arrestatie was hij nog op mijn spreekuur. Ik zag dat de situatie voor hem onhoudbaar werd en heb daarom dr. Ayubi gebeld. Ayubi (necroloog) verwees hem naar dr. Berend (internist). Ik ben van mening dat Komproe zich vernederd voelde dat hij was opgesloten. 24.Jozef Donald Davelaar: Ik ben eigenaar van het bewakings- en beveiligingsbedrijf de Guardsmark N.V. Sedert augustus 1997 zijn wij belast met de bewaking van de zogenaamde politiearrestanten aan het cellencomplex te Rio Canario. Het beheer en de directie van de politiecellen vallen onder de verantwoordelijkheid van het Korps Politie Curaao. De uitvoering daarentegen berust bij het Openbaar Ministerie.

27 Ik heb nimmer een taakomschrijving gekregen en ook is er slechts een mondelinge overeenkomst tot stand gekomen. De politiefunctionaris die in die tijd als cordinator optrad is hoofdagent Thode. Ik heb zelf interne regels voor mijn mensen opgesteld. In februari 2002 werden de politiearrestanten die normaliter te Rio Canario werden opgesloten in opdracht van Minister Martha tijdelijk verplaatst naar het Huis van Bewaring, namelijk in blok 1. Antonius was in die tijd Korpschef. Over de verplaatsing is menigmaal vergaderd met de leiding van Bon Futuro en Antonius. Hierna is nooit meer een politieman als cordinator aangewezen. Op de dag dat Komproe ziek werd, was hij niet in blok 4 en viel dan ook niet onder toezicht van Guardsmark.

25.Mirna Altagracia Godett, gehuwd met J.E. Louisa: Op 18 oktober 2004 ( bedoeld is kennelijk 11 oktober 2004) was ik in het Sint Elisabeth Ziekenhuis op de afdeling intensive care bij het bed van de heer Komproe. Het was zo dat de familieleden van Komproe ervan verwittigd werden dat de apparaten van hem zouden worden verwijderd. Toen ik in het ziekenhuis was werd ik door een bewaker opgebeld. Hij zei tegen mij dat Ben Komproe op gegeven moment door een Nederlandse rechercheur zou zijn geduwd en dat hij hierdoor kwam te vallen en met zijn hoofd tegen de grond sloeg. Ben liep toen ongelukkig en zeer langzaam. Bedoelde rechercheur zou tegen hem hebben gezegd dat hij te langzaam liep en dat hij zich moest haasten en harder moest lopen. Terwijl hij dat tegen Ben zei gaf hij hem een duw. Ook had hij tegen Komproe gezegd dat hij als een pingun liep. 26.Glenn Elbert Mingeli: Ik ben Hoofd van de Landsrecherche en draag als zodanig geen enkele verantwoordelijkheid voor de door de landsrecherche aangehouden verdachten tijdens hun verblijf in een detentieplaats. De detentieplaats valt of onder de verantwoordelijkhjeid van de Officier van Justitie of onder de Gevangenisdirecteur. Ik heb Komproe en de andere medegedetineerden in de zaak twee maal bezocht en hen gevraagd of zij goed werden behandeld. 27.Pieter Willem Blankenvoort: Ik ben huisarts en sedert 1979 politiearts, aangesteld bij Ministeriele beschikking.

28 Toen Komproe in blok 1 en blok 4 werd ingesloten was ik met vakantie. Collega Krishnadath en ik hebben om de week piket. Volgens de directeur van Bon Futuro is de gevangenisarts niet verantwoordelijk voor blok 1. Teneinde de algemene situatie in houseblok 1 weer te geven, wordt de volgende verklaring van de heer R.F.Mac William, weergegeven. 28. Rufus Feliciano Mac William: Ik heb de heer Komproe niet mee gemaakt in de gevangenis Bon Futuro. Ik leg deze verklaring af omdat ook ik ziek werd in de gevangenis en verstoken ben gebleven van adequate medische hulp. Ik vond dat men het in de gevangenis niet zo nauw neemt met de gezondheid van arrestanten. Ik hoop dat deze verklaring bij zal dragen tot verbetering van de gezondheidstoestand van de arrestanten inde gevangenis. In maart 2004 werd ik in verzekering gesteld in blok 1. Na aankomst heb ik verteld dat ik hartpatint ben en op 5 februari 2004 twee bypass ingrepen heb ondergaan. Ook dit heb ik aan de gestichtsarts verteld. Op een dag in de maand maart 2004, toen ik door de RST werd verhoord te Scharloo voelde ik hevige pijn in mijn borst. Ik zei dit tegen de rechercheurs die mij aan het verhoren waren. Ik had mij namelijk kwaad gemaakt omdat mijn ondervragers iets beweerden dat niet waar was. Bij mijn aankomst in de gevangenis was ik nog steeds kwaad. Later in de nacht- het was in de nacht van 26 op 27 maart 2004 voelde ik weer hevige pijn in mijn borst. Ik bonkte en schreeuwde in mijn cel om hulp maar niemand geen bewaker kwam opdagen. Ik had medicijnen en stak twee pillen onder mijn tong. Ik bleef de hele nacht zonder hulp in mijn cel. Bij het aanbreken van de dag kwam een bewaker langs. Ik zei tegen hem dat ik ziek was en hoognodig medische hulp nodig had. Ik vroeg hem om het medisch personeel van de gevangenis hiervan in kennis te stellen. Hij zei dat het goed was en ging weg, doch kwam echter niet terug. Omstreeks 10.00 uur kwam dezelfde bewaker weer langs mijn cel. Ik smeekte hem om de dokter voor mij te waarschuwen. De bewaker zei wederom dat hij dat zou doen. Omstreeks 11.45 uur kwam een andere bewaker langs. Ik zei tegen hem dat ik mij ziek voelde, veel pijn had en een dokter wilde. Deze bewaker liep weg en kwam kort daarop na 5 minutenterug met een formulier en zei dat ik deze moest invullen alvorens ik medische hulp zou krijgen. Ik heb het formulier toen ingevuld. Even later kwam hij terug met zuster Comenencia. Zij liep met mij naar een kamer en heeft mijn bloeddruk toen opgenomen. Zoals ik van haar begreep was mijn bloeddruk heel erg hoog. Ik zag en hoorde toen dat zij een dokter belde. Uit dat gesprek begreep ik dat de dokter niet zou komen naar de gevangenis en dat ik bij hem moest worden gebracht. Na een discussie wie ( RST, de bewakers van Guardsmark of personeel van deze gevangenis mij naar de dokter moest brengen, heeft de Officier van Justitie bepaald dat ik door de RST naar de dokter moest worden gebracht. Al die

29 tijd had ik veel pijn in mijn borst. Het duurde heel erg lang voordat ik door de RST naar de dokter moest worden gebracht. Al die tijd had ik veel pijn in mijn borst. Het duurde heel erg lang voordat de RST kwam. Later begreep ik dat zij bezig waren met een verhoor en dat nadat dit verhoor was beindigd zij eerst de verdachte nog naar de politiewacht te Barber moesten wegbrengen alvorens ik werd opgehaald. In de tussentijd heb ik weer twee pillen onder mijn tong gedaan. De RST bracht mij toen naar de woning van dokter Blankevoort te Mantancia, die mijn onmiddellijke opname in het Sint Elisabeth Ziekhuis noodzakelijk achtte. Toen ik in de polikliniek aankwam, wees de klok 15.55 uur. Nadat er een electro cardiogram (ECG) van mij was gemaakt, werd ik onmiddellijk in de intensive care opgenomen. Ik ben in het hospitaal gebleven tot en met 14 mei 2004. Zeker 12 uur ben ik verstoken gebleven van adequate medische hulp. Later kwam de heer Nuyten van de RST bij mij en zei dat hij gehoord had dat de advocaat Romer en de Minister van Justitie Komproe bij mij op ziekenbezoek waren geweest. Hij was erg kwaad en trok het feit dat ik ziek was naar ik van het verplegend personeel heb gehoord- in twijfel Hij moest door de cardioloog en de verpleegster hiervan worden overtuigd. De Commissie is gestuit op het opmerkelijke feit dat een in Aruba gestationeerde rst-er bijstand aan de Landsrecherche is komen verlenen. Gevraagd naar de reden waarom, is aan een lid van de Commissie door het Hoofd van de Landsrecherche medegedeeld, dat hij vanwege het feit dat er op hetzelfde moment diverse aanhoudingen moesten worden verricht om versterking had verzocht. Waarom de versterking niet bij het KPNA of de hier te lande gestationeerde rst-ers is gezocht behoort niet tot de onderzoeksopdracht van de Commissie. De Commissie geeft ter volledigheid zijn verklaring hieronder weer. 29.Rene Leonard van den Berg: Ik ben op Aruba werkzaam bij de Recherche Samenwerking Team. Vanaf eind augustus 2004 ben ik tijdelijk op Curaao gedetacheerd en betrokken bij de zaak Komproe in verband met personeelstekort op Curaao. Op 7 september 2004 heb ik Komproe gehoord, samen met Percy Hek. Ik heb goed kunnen praten met Komproe. Het is waar dat Komproe niet door mij wilde worden gehoord, als zijnde RST-er. De RST moest zich naar hij had gezegd toen hij Minister was bezig houden met zaken waarvoor zij waren aangenomen en niet met lokale aangelegenheden. Het is niet waar dat ik aan Komproe zou hebben gezegd dat, zolang de RST op Curaao was, zijn politieke partij nooit meer aan de macht zou komen, omdat die partij corrupt is. Ik denk dat ik Komproe in totaal drie dagen heb gehoord samen met Hek. Na de verklaring van Komproe dat hij niet door personeel van de RST wilde worden gehoord, besliste de Team- leiding dat ik

30 hem niet meer hoorde. Op 6 september 2004 ben ik door de Advocaat Generaal Arie De Muy als buitengewoon agent van politie op Curaao bedigd.

4. De beschikbaarheid en de kwaliteit van de medische zorg vanuit het medisch perspectief.


Het rapport van de Inspecteur van de Volksgezondheid moet hieromtrent een oordeel geven. De Commissie heeft zoals hierboven reeds aangegeven tweemaal met de Inspecteur overlegd en hem afschriften van alle getuigenverklaringen verleend. Hieronder geeft de Commissie een lijst van vragen weer die naar haar oordeel beantwoording van de Inspecteur behoeven en welke zij hem doen heeft doen toekomen. a. Was het medisch verantwoord, mede in het licht van de door de heer Komproe meegenomen medicijnen, om slechts de medische dienst van de gevangenis, verpleegster de intake laten doen? De wet schrijft voor dat bij het aantreffen van medicijnen bij een arrestant onverwijld met de politiearts moet worden overlegd. b. Is het medisch verantwoord geweest dat een arts is pas op de 10de de heer Komproe heeft onderzocht, in het licht van de eerder genoemde medicijnen? c. Is het in zijn algemeenheid medisch verantwoord dat een medische test door Justitie wordt uitgesteld zonder overleg met de behandelende arts? d. Is de aan de heer Komproe verleende zorg, ondermeer de halvering van medicijnen, en het voorschrijven van (andere) medicijnen, in overleg met zijn huisarts of specialist geschiedt? Was dit medisch gezien verantwoord handelen? e. Wat is er gebeurd met de uitkomsten van het onderzoek in het Sehos en de eventuele uitkomsten van het onderzoek daags daarop door de specialist? f. Zijn er door de specialist instructies aan de gevangenisarts verleend naar aanleiding van zijn bevindingen? Zijn deze instructies opgevolgd? g. Had Komproe medisch gezien in de ziekenboeg van het Huis van Bewaring en Gevangenis geplaatst moeten worden? h. Hadden de artsen, dr.Krisnadath en dr.Berend, de achteruitgang in de gezondheid van de heer Komproe moeten constateren? i. Aan de Commissie is een brief van de Strafgevangenis en het Huis van Bewaring de dato 5 oktober 2004, en de beantwoording van de in die brief gestelde vragen door dokter Krishnadath op 7 oktober 2004, ter hand gesteld.

31 Uit het eerder overleg met U hebben wij van U vernomen dat U reeds in het bezit was van dit schrijven van dr.Krishnadath. Acht u het handelen van de arts zoals door hem opgetekend in dit deze brief, in samenhang met de feiten zoals die blijken uit de door de door de Commissie aan U verschafte getuigenverklaringen, met betrekking tot de verschafte medische zorg, medisch verantwoord? De Commissie stelt de Inspecteur ter volledigheid ervan op de hoogte dat de weduwe van de heer Komproe schriftelijk machtiging aan de Commissie heeft verleend om van bedoeld rapport alsook van alle verdere medische gegevens kennis te nemen, evenals om, indien wij dit nodig oordelen tot publicatie daarvan over te gaan. De Commissie heeft op grond van de verleende volmacht besloten het verzoek van de adjunct directeur van de gevangenis met betrekking tot de medische informatie van de heer Komproe, de heer B.J.Andrea.MBA, en het antwoord van dr.Krishnadath te publiceren. Het medisch beroepsgeheim is gegeven ter bescherming van de patient, in casu is het in het belang van het onderzoek met name de waarheidsvinding - dat volledige transparantie wordt verleend.

5. De bevindingen van de Commissie ten aanzien van de feiten


1. De politiecellen te Rio Canario zijn met ingang van 2 februari 2002 door de toenmalige Minister van Justitie gesloten, waarbij de arrestanten zijn ondergebracht in Blok 1, in het Huis van Bewaring en Strafgevangenis. Voorheen deed blok 1 dienst als vrouwenafdeling van de gevangenis. 2. Deze beslissing is volgens de door de Commissie ingewonnen inlichtingen bij de diverse rechtshandhavingsinstituten, nimmer formeel vastgelegd. De betrokken diensten stellen niet bij de beslissing betrokken te zijn geweest. 3. Sinds augustus 1997 is aan het bewakings- en beveiligingsbedrijf Guardsmark N.V. middels een mondelinge (!) overeenkomst de verzorging van arresten in de politiecellen te Rio Canario opgedragen. De taken van de Guardsmark zijn nimmer in een taakomschrijving vastgelegd. Gedurende die periode was een politiefunctionaris, de hoofdagent Thode door de korpsleiding als cordinator aangewezen. Na de verplaatsing van de

32 politiecellen naar Bon Futuro vergaderde de eigenaar menig maal met de leiding van Bon Futuro en oud hoofdcommissaris Antonius. Na de niet formele aanwijzing van Blok 1 als politiecellen complex te Bon Futuro is nimmer een politiecordinator aangewezen. Nadien heeft Guardsmark N.V. zelfstandig gewerkt zonder verantwoording aan iemand verschuldigd te zijn. 4. Naar aanleiding van een verzoek van de Commissie tot het overleggen van de geldende voorschriften voor politiecellen heeft de leiding van het Korps Politie Curaao aan de Commissie de bij Algemene Order no.6 de dato 18 januari 1972 uitgevaardigde voorschriften als zijnde de voor politiecellen geldende voorschriften aangeboden. Op schriftelijke navraag of deze thans door de politie worden gebruikt heeft de leiding bevestigend beantwoord. Uit nader onderzoek is de Commissie gebleken dat de aangeboden voorschriften inmiddels vervallen zijn verklaard bij Algemene Order no.C.T.-3 van 12 oktober 1989; en dat nadere regels zijn gesteld bij regeling d.d. 22 februari 1999 van de hoofdofficier van justitie, die bij zijn schrijven een formulier introduceerde genaamdMedische Zorg arrestanten. Daarenboven geldt dat tegenwoordig de Ambts- en geweldinstructie KPNA, P.B. 2001, no. 73, de geldende regeling is met betrekking tot politie arrestanten. 5. De leiding van het Korps Politie heeft middels Commissaris H.D.Copra bij brief van 17 november 2004, nr.7155/04 aan de Commissie verklaard zich niet verantwoordelijk te achten voor de politiecellen te Bon Futuro. Volgens de leiding is wat exact onder een politiearrestant moet worden verstaan niet (meer) geheel duidelijk. De leiding wijst op een beschikking van de rechter die, anders de Ambts- en geweldinstructie KPNA, P.B. 2001,no. 73, waarin het verblijf in een politiecel op maximaal achttien achtereenvolgende dagen wordt gesteld, het verblijf voor zes en twintig dagen mogelijk maakt. De verantwoordelijkheid voor de bewaking van de politiecellen te Bon Futuro beperkt zich naar de mening van de leiding tot betaling van de bewakingsdienst en een enkele keer een financile bijdrage. Indien er klachten zijn moet de Commissie zich beslist volgens aangehaalde brief zich niet verstaan met de politie. 6. De politiecellen de Bon Futuro worden sinds omstreeks 1 november 2004 door de bewakingsdienst Security Group N.V. bewaakt. 7. De directeur van Bon Futuro heeft bij brief van 19 november 2004 nr. GWC227/2004 schriftelijk verklaard niet verantwoordelijk voor de politiearestanten in Blok 1 te zijn, daar dit een aangelegenheid is van de politie.

33

8. De directeur van Bon Futuro heeft een ongedateerde schriftelijk instructie ingaande 2 februari 2002 uitgegeven onder de benaming Voorlopige instructie huisvesting arrestanten. Daarin geeft hij voorschriften met betrekking tot het opvangen van het aankomende transport van politiearrestanten en geeft aan niet verantwoordelijk te zijn voor het transport noch de beveiliging van blok 1. De Bon Futuro is verantwoordelijk voor de veiligheid van het transport vanaf het moment dat deze zich aan de binnenzijde van de hoofdpoort bevindt tot het verlaten van het terrein van de strafgevangenis via de hoofdpoort. 9. In het proces-verbaal van bevinding bij voorgeleiding opgesteld door inspecteur D.J.Brug, op ambtseed opgemaakt op 6 september 2004, is vermeld onder de kop waarnemingen/bevindingen: Verdachte verklaarde dat hij in de loop van deze week op verzoek van specialisten enkele medische testen moest doen in verband met zijn gezondheidstoestand. In verband hiermede werd de zaaksofficier H.van der Werf in kennis gesteld.

10. Uit het proces-verbaal van de rechter Commissaris van de

rechtmatigheidtoets van 8 september 2004 blijkt het volgende.Verdachte heeft aandacht gevraagd voor zijn medische situatie. Hij gaf aan een verlies van zijn nierfunctie van 90 % ten hebben en de volgende dag , 9 september 2004, voor onderzoek naar het ziekenhuis te moeten. De opsporingsambtenaren zouden proberen de medische afspraak te verzetten, zodat het opsporingsonderzoek door kon gaan.

11. Uit het schrijven van de plaatsvervangende hoofdofficier van justitie van 18 november 2004 blijkt dat voorafgaande aan de 9de september 2004, voordat er wetenschap bestond over het moment van de voorgeleiding voor de rechter commissaris in verband met de rechtmatigheidtoets, contact is opgenomen met het ziekenhuis om de afspraak met de specialist te verzetten. Op de vraag van de Commissie of er omtrent het uitstellen van het medisch onderzoek contact met de specialist is geweest, wordt bij brief van 26 november 2004 door de plaatsvervangende hoofdofficier van justitie aangegeven dat omtrent het instellen van het onderzoek contact is geweest met het ziekenhuis. Niet blijkt derhalve dat nagegaan is of het medisch onderzoek op grond van medische redenen mogelijkerwijs geen uitstel gedoogde. 12. Een samenvattende analyse door de Commissie van de door verschillende getuigen aan de inspecteurs van Dinter en Johannus, afgelegde verklaringen geeft het volgende beeld:

34

a. Echtgenote van Komproe zegt bij diens aanhouding op 6 september 2004 aan verbalisanten Faneyte/Francisca): -man is ziek -zorg dat hij niet dood gaat bij jullie -moet testen doen -gebruikt veel medicijnen

b. Verbalisanten Hek en Adamus bij zien en horen van Komproe op 6 september 2004 -liep ongelukkig vanwege opgezwollen voeten -last van urinezuur -Komproe is op 15 september 2005 ( zie brief V-J) naar Sehos gebracht in verband met rntgenfoto-echografie welke slecht/niet goed was gevallen.

c. Verpleegkundigen (mw. Ascencion mw.Comenencia mw.Philipa mw. Frullick-Daal), hoofd Intake en classificatie(De Marchena), dr. Heerenveen en medegedetineerden(Capella/Alberto en Bicentini) verklaren: op 6 september 2004 : - had medicijnen bij zich - problemen met nieren en moet binnenkort voor onderzoek

Op 16- 17 september 2004: - Komproe liep slecht/moeilijk/ waggelgang-voeten opgezwollen - hoge bloeddruk en last van nieren werken niet \ goed - heeft overgegeven - beroerd/duizelig (no ta sinti bon) - pols opgenomen Informatie doorgegeven aan Krishnadath. Krishnadath beslist: halvering medicijnen/bloeddruk in de gaten houden - hulpgeroep Capella ,Alberto en Bicentini: De bewaker kwam met een zuster bij Komproe Dit is niet door Heerenveen vermeld in zijn verslag.

35

d. Heerenveen en Manzana zien en horen van Komproe: Heerenveen Manzana

18 september 2004 omstreeks 08.00 uur a.m: - medische intake in cel - zag ziekelijk uit -half liggend -liep moeilijk vanwege - ---gezwollen voeten -duizelig -bloeddruk erg laag; -doorgegeven aan Krishnadath; telef.instructie: medicijnen stoppen -overgegeven - Krishnadath om 12.30u in gesticht -diarree(faeces: bloedspatten) -echografie gemaakt van nieren - 45 min. gesproken met K (=13.00u) - Komproe terug naar cel - om 13.30 uur gewaarschuwd

- K: bloed overgegeven, pijn in buik - Krisnadath gebeld en geinformeerd; instructie: ambulance bellen Heerenveen gaat omstreeks 9.30uur gelet op het vorenstaande naar dokterskamer en informeert de verpleging over de toestand van Komproe. Vervolgens: -bloeddruk wordt gemeten -beroerd -krijgt drankje Komproe gaat weer naar de afdelingen wordt vervolgens wederom gevraagd naar de dokterskamer te komen.

36

Als hij op de afdeling terug komt is het ongeveer 13.30 uur; Komproe gaat in een kamer zitten en keert na ongeveer 15 min. terug en gaat vervolgens na ongeveer 40 min. weer naar de afdeling. Na een minuut of dertigmoet hij weer naar de dokterskamer, waarna hij na een minuut of veertig weer op de afdeling terug is. -naar cel begeleid (10 minuten) -hevige pijn in de maagstreek -buik gezwollen -gepalpeerd -bloed overgegeven Heerenveen: bewaker gevraagd de verpleging te waarschuwen gezien de ernstige situatie van Komproe.

Even later kwam zuster Comenencia; bloeddruk erg hoog, dokter gebeld, maar die wilde niet komen! - duurde erg lang voor RST kwam nl. Eerst verhoor beindigen, dan verdachte naar Barber brengen - naar woning Blankevoort gebracht, onmiddellijke opname gelast in Sehos, aankomst Poli: 15.45 uur -electro cardiogram gemaakt, onmiddellijke opname in intensive care

e. Reeds bij aanhouding van de heer Komproe op maandag 6 september 2004 verklaart de Hulp Officier van Justitie, inspecteur Brug dat verdachte verklaarde dat hij in de loop van deze week (gebleken is dat de afspraak gemaakt was voor donderdag 9 september 2004 om 9.00uur) op verzoek van specialisten enkele medische testen moest doen in verband met zijn gezondheidstoestand. In verband hiermede werd de zaaks Officier (v/d Werf ) in kennis gesteld.

6. Algemene conclusies.
Algemene bevindingen. I. Bij het overbrengen van de arrestanten van Rio Canario naar Blok 1 van Bon Futuro is duidelijk gemaakt dat Blok 1 als politiecellen zou functioneren. Er is echter geen schriftelijke vastlegging van de beslissing aan de Commissie overlegd. Noch de Directie justitie, noch het Korps Politie Curaao, noch de directie van het Huis van Bewaring en Strafgevangenis zijn bekend met een schriftelijk besluit.

37

II. III. IV.

In de praktijk is er een situatie onstaan dat het Korps Politie Curaao zich niet verantwoordelijk acht voor de politiecellen in blok 1. Gelet op de Ambts- en geweldinstructie KPNA leidt het geen twijfel dat de cellen in Blok 1, politiecellen zijn. Het bevreemdt de Commissie dan ook dat de Korpsleiding zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de politiecellen te Blok 1 ontkent. De Commissie is de menig toegedaan dat dit van een grove miskenning van haar taken door de Korpsleiding getuigt. De politie staat wanneer zij optreedt in het kader van strafrechtelijke rechtshandhaving onder gezag van de procureur generaal, dat de betrokken ambtenaren aanwijzingen kan geven voor de vervulling van genoemde taken.(artikel 19 Politieregeling 1999). Deze aanwijzingen ontbreken. De Ambts- en geweldinstructie KPNA geeft voorschriften omtrent registratie en het omgaan van arrestanten, ondermeer arrestanten waarbij medicijnen zijn aangetroffen. In dat geval moet onverwijld met de politiearts worden overlegd. Dat is in casu niet geschiedt.

V.

VI.

VII. De in Ambts- en geweldinstructie KPNA vermelde model arrestanten-

register is kennelijk nimmer opgesteld. Zoals blijkt uit het schrijven van 22 februari 1999 van de Hoofdofficier van Justitie, hebben zowel de arrestantenverzorging en de politie direct belang bij het goed rgistreren van de medische zorg die aan de arrestanten is verstrekt. Immers bij klachten daarover wordt ook gekeken of diegenen die voor het verschaffen van die verantwoordelijk is tekort is, tekort is geschoten of niet. Met het ontbreken van een dergelijk model arrestantenregister wordt de mogelijkheid van een eventuele aansprakelijkheidsstelling van de arrestenverzorger c.q. politiearts gefrustreerd. De Commissie acht het ontbreken van een model registratie formulier dan ook een grove schending van de rechten van politiearrestanten.

VIII. Sinds de uitbesteding van de verzorgingstaken van politiearrestanten

aan Guardsmark N.V. in 1997 is nimmer een taakomschrijving vastgesteld voor Guardsmark N.V (thans Security Group N.V.). Deze omissie staat de transparantie en controleerbaarheid van de bejegening van de politiearrestanten in de weg. Ook dit acht de Commissie onaanvaardbaar.

38

Voor de goede orde merkt de Commissie op dat de door Guardsmark N.V. opgestelde en overgelegde taakomschrijvingen, met name de Taakomschrijving Wachtcommandant, de Taakomschrijving assistent Wachtcommandant Dag/Avond/Nachtdient en dat van de Arrestantenbewaarders niet aan de eisen voldoen welke ingevolge de Regeling Ambts- en geweldsinstructie (en haar voorlopers) in acht moeten worden genomen bij politiecellen.

IX.

Doordat in strijd wordt gehandeld met de wet, metname met de Ambts- en geweldinstructie KPNA zijn politiearrestanten overgelaten aan de zorg van bewakers die geen enkele vorm van opleiding en ervaring beziiten op het gebied van arrestanten bejegening. Deze situatie in Blok 1 geldt nog onverkort. Dit acht de Commissie evenzeer uit de Regeling Ambts- en geweldsinstructie (en haar voorloper onacceptabel. Daarenboven is nagelaten om een of meer politieambtenaren te belasten met de cordinatie ten opzichte van en toezicht op de particuliere bewakers ter verzekering van de toepassing van de wettelijke regels neergelegd in de Ambts- en geweldinstructie KPNA. De Commissie betwijfelt ten zeerste of Guardsmark N.V. of Security Group N.V. de deskundigheid voor het bewaken van arrestanten in huis had/heeft. In strijd met de hierboven, zie: A. Wet en regelgeving. Het juridisch kader, aangehaalde wettelijke regelingen is in de praktijk geen onderscheid gemaakt in de verantwoordelijkheid van de politiearts en die de medische dienst van de gevangenis. De politiearts dr. Blankevoort wordt vervangen door de medische dienst van de gevangenis met betrekking tot Blok 1. Zo wordt bijvoorbeeld bij het aantreffen van medicijnen bij een arrestant niet onverwijld met de politiearts overlegd, maar de medische dienst van de gevangenis ingeschakeld. Dit geschiedt in strijd met artikel 17 lid 1, eerste volzin, van de Regeling Ambts- en geweldsinstructie. Het medisch onderzoek van de politiearrestanten vindt plaats in de dokterkamer van het Huis van Bewaring. Formeel is de waarneming van de politiearts voor de politiearrestanten in Blok 1 niet geregeld. Bij afwezigheid worden de werkzaamheden van de politiearts dr.Blankevoort door de collega-gestichtsarts Krishnadath voor wat betreft de politiearrestanten in Blok 1 waargenomen. Deze waarneming is formeel niet geregeld.

X.

XI.

39 Naar de mening van de Commissie dient de waarneming met betrekking tot de politiearrestanten formeel te worden geregeld.

XII. Opmerkelijk is dat de medische dienst van het Huis van Bewaring en
Strafgevangenis, onverplicht de zorg voor medische handelingen ten aanzien van de politiearrestanten op zich hebben genomen. Dit geldt evenzeer voor de gestichtsarts dr.Krisnadath.

XIII. Ter volledigheid merkt de Commissie op, dat de politiearts

dr.Blankevoort in zijn werkzaamheden buiten de Bon Futuro als politiearts door de artsen Mozes en Janga wordt vervangen, die alsdan een waarnemingstoelage uit de begroting van de Directie van Volksgezondheid genieten. Deze waarneming is evenmin formeel geregeld en de verplichtingen van de waarnemers zijn niet geformuleerd. Ook deze waarneming dient nar de mening van de Commissie formeel te worden geregeld.

XIV. Het Huis van Bewaring en Gevangenis beschikt over twee

gestichtsartsen, Blankevoort en Krisnadath. Hun positie als gestichtsarts mag niet verward worden met de positie van Blankevoort als politiearts.

XV. De in de wet ingebouwde medische toetsingsmomenten van artikel 17

e.v. Regeling ambts- en geweldsinstructie KPNA en artikel 8 Gevangenismaatregel worden in de praktijk genegeerd (zie hierboven A, wet en regelgeving politiecellen). De Commissie is van oordeel dat de politiearrestanten te kort worden gedaan in de aan hun toegekende waarborgen op het gebied van de medische verzorging

XVI. Er wordt onvoldoende invulling gegeven aan het bewaken van de

kwaliteit van de detentiezorg vanwege de Directie Justitiele Zaken, en onvoldoende toezicht gehouden vanwege het Openbaar Ministerie. In elk geval laat men een onwettige situatie voortduren, die slachtoffers ten gevolge zou kunnen hebben en die dringend om daadkrachtige implementatie vraagt.

XVII. Samenvattend is er sprake van een onwettige situatie immers is er

ondermeer sprake van schending van de Politieregeling 1999, en de Ambts- en geweldinstructie KPNA.

40

7. Bevindingen van feiten en omstandigheden aangaande het overlijden van de heer B.M.J. Komproe
I . Met betrekking tot de gegrondheid van de aanhouding moet worden opgemerkt dat de onafhankelijke rechter de inverzekeringstelling heeft getoetst en het bevel tot bewaring en de verlenging van de bewaring verleend. De Commissie treedt niet in de beoordeling van rechterlijke beslissingen. II. De Commissie heeft geen aanleiding om aan te nemen dat de heer Komproe geduwd of bespot zou zijn. De getuige Nelson Genoveva Monte heeft verklaard, dat de heer Komproe op zijn vraag, waarom zijn hoofd wat opgezwollen was, aan hem verklaarde dat hij bij het verlaten van zijn cel struikelde en met zijn hoofd tegen de cel deur sloeg. Verder heeft geen van de vele getuigen verklaard dat de heer Komproe bespot zou zijn. III. In onderling verband en samenhang beschouwd blijkt uit de vele getuigenverklaringen van een steeds meer achteruitgaande gezondheid van de heer Komproe. IV. De plaatsvervangend hoofdofficier van justitie stelt in zijn brief van 18 november 2004 met betrekking tot de gezondheidstoestand van de heer Komproe, dat de verbalisanten Hek en Adamus de zaaksofficier van justitie niet schriftelijk over diens gezondheidstoestand hebben gerapporteerd. Tijdens de briefings zou een enkele keer zijdelings de gezondheidstoestand naar voren zijn gekomen. Dit zou echter niet zodanig aan de orde zijn gekomen dat dit aanleiding is geweest tot het nemen van maatregelen. De Commissie constateert hieromtrent hetvolgende: - In het proces-verbaal van aanhouding van 6 september 2004 is door de verbalisanten schriftelijk vastgelegd dat de heer Komproe op verzoek van specialisten medische testen moest doen. - Reeds bij de toetsing van de inverzekeringstelling op 8 september 2004 is naar voren gekomen dat de heer Komproe -naar zijn verklaringslechts 90 % van zijn nierfunctie zou hebben, en mediscshe testen moest ondergaan. - Voorts heeft Komproe blijkens dezelfde verklaring op 8 september 2004 aandacht gevraagd voor zijn detentiesituatie in blok 1.

41 - De Rechter Commissaris heeft bij die gelegenheid toegezegd de aandacht van de Officier van Justitie te zullen vragen voor de door de heer Komproe aangegeven omstandigheden. - De Officier van Justitie heeft daarop contact opgenomen met de assistent directeur van Bon Futuro, om te bezien of een overplaatsing tot de mogelijkheden behoorde. Een dag later hoorde de officier dat een overplaatsing niet tot de mogelijkheden behoorde vanwege het feit dat geen enkel van de cellenblokken daarvoor in aanmerking kwam. - Bij de behandeling van de vordering tot verlenging van de bewaring op 15 september 20043 heeft de Rechter Commissaris aan de Officier van Justitie doorgegeven dat Komproe moest worden overgeplaatst van blok 1 naar een andere afdeling, omdat zijn positie zich niet verhield tot die van de andere gedetineerden. - De Rechter Commissaris gaf daarbij aan dat indien dit niet zou gebeuren hij Komproe op donderdag 16 september 2004 in vrijheid zou stellen. - Uit het wachtrapport van 15 september 2004 blijkt dat drie rechercheurs, te weten de landsrechercheur Brug, de buitengewoon agent van politie Vrolijk en de RSTer van den Berg bij de heer Benita, assistent directeur huisdienst van Bon Futuro waren, kennelijk om de mogelijkheden tot overplaatsing van Komproe te bespreken. De Commissie is van oordeel gelet op het vooraanstaande dat de zaaksofficier van justitie zijn bewering, dat de gezondheidstoestand van de heer Komproe slechts zijdelings naar voren is gekomen en ook voor hem niet zodanig was dat dit aanleiding is geweest tot het nemen van maatregelen, niet aannemelijk heeft gemaakt. V. Uit een aan de Commissie Rechtshandhaving gericht schrijven van de Officier van Justitie d.d. 18 november 2004 blijkt dat Komproe op 9 september 2004 voor 12.00 uur voor de Rechter Commissaris moest worden voorgeleid in verband met de rechtmatigheidtoets van de inverzekeringsstelling, dit in verband met de termijn als bedoeld in artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. De afspraak op 9 september 2004 van de heer Komproe in verband met een medische test (echografie) welke door hem moest worden gedaan, is door de Hulp Officier van Justitie (Brug) is verschoven naar 16 september 2004 om 9.00 uur. De heer Komproe heeft onder begeleiding van bedoelde opsporingsambtenaren op 16 september 2004 om 9.00uur inderdaad ook zijn specialist bezocht. De Commissie stelt zich op het standpunt dat een afspraak, met een medisch specialist of zoals in casu voor een medisch onderzoek niet anders dan met de behandelende arts mag worden verzet. Deze mening is in zijn algemeenheid door

42 de Inspecteur van Volksgezondheid tijdens een onderhoud aan de Commissie in een overleg bevestigd. VI. De Commissie is voorts de mening toegedaan dat het beeld van de achteruitgang in de gezondheid van de heer Komproe aanleiding had moeten zijn om aan een medicus voor te leggen of de detentie van heer Komproe onder de zelfde omstandigheden had kunnen worden voortgezet, danwel om bijzondere maatregelen vroeg. De mogelijke verantwoordelijkheid van artsen hieromtrent doet naar de menig van de commissie niet af aan de zelfstandige verantwoordelijkheid van de zaaksofficier.

8. Slot conclusie.
Medisch gesproken kan worden gesteld dat ieder mens, van zijn vrijheid beroofd of niet, recht heeft op een adequate medische verzorging die hij/zij behoeft. In een detentie situatie is de overheid, die een persoon rechtens van zijn vrijheid berooft, verantwoordelijk voor het verschaffen van toegang tot die adequate medische zorg en verzorging die een arrestant behoeft.10 De Commissie is van mening dat doordat in strijd met de Ambts- en geweldinstructie KPNA wordt gehandeld, de politiearrestanten in blok 1, te Bon Futuro, aan hun lot worden overgelaten . Er is slechts zorg van private beveiligingsbewakers die geen enkele vorm van opleiding en ervaring bezitten op het gebied van arrestanten bejegening. De rechten van de gedetineerden worden hierdoor grovelijk geschonden. Deze situatie van gebrek aan zorg is structureel te achten. Deze omstandigheden in Blok 1 duren onverkort. In het geval van de heer Komproe is deze situatie naar het oordeel van de Commissie mede aanleiding geweest voor het ontbreken van de door de wet vereiste zorg voor de heer Komproe. Indien de regels voor politiearrestanten correct waren gehanteerd dan was er naar het oordeel van de Commissie meer aandacht voor zijn specifieke situatie geweest. De Commissie houdt de leiding van het Korps Politie Curaao voor het gebrek aan naleving van wet- en regelgeving en het ontbreken van de voorgeschreven zorg verantwoordelijk.

10

Dit standpunt is zoals geformuleerd door de hoofdofficier van justitie in zijn schrijven van 22 februari 1999 met betrekking tot arrestantenzorg door de Commissie overgenomen.

43 In het Huis van Bewaring en de Strafgevangenis zijn kennelijk niet voldoende waarborgen voor het bieden van (medische) hulp aan de gedetineerden in de nachtelijke uren. De cellen zijn niet van een schel voorzien, terwijl er kennelijk ook niet op andere wijze in voldoende controle op het welzijn van de gedetineerden plaats vindt. In het geval van de heer Komproe moest door medegedetineerden gedurende enige tijd alarm worden geslagen voordat hij hulp vanwege het Huis van Bewaring ontving. De Commissie houdt de leiding van Huis van Bewaring en de Strafgevangenis voor de situatie in het Huis van Bewaring verantwoordelijk. De Commissie is voorts van mening dat de vele signalen met betrekking tot de gezondheid van de heer Komproe voldoende aanleiding hadden moeten zijn om in elk geval vanaf 8 september 2004, zijnde de datum waarop de heer Komproe ten overstaan van Rechter Commissaris aandacht vroeg voor zijn detentie situatie en gezondheidssituatie, om geigende maatregelen te nemen. De Rechter Commissaris heeft ook toegezegd de officier van justitie aandacht hiervoor te zullen vragen. De Officier van Justitie heeft hierna contact opgenomen met de assistent directeur van het Huis van Bewaring en Strafgevangenis opgenomen. Deze melde een dag later dat er geen verplaatsing mogelijkheid was. De Officier van Justitie heeft het toen hierbij gelaten. Tot het moment van de verlening van de het bevel tot bewaring, waar de Rechter Commissaris, kennelijk met het oog op artikel 627 van het Wetboek van Strafvordering, dreigde de heer Komproe de volgende dag in vrijheid te zullen stellen indien er geen wijziging in de detentie situatie zou zijn aangebracht, is niet daadkrachtig overgegaan tot het treffen van geigende maatregelen ten aanzien van de detentie situatie. Eerst toen is ruimte gecreerd. De Commissie is van mening dat ook zonder de waarschuwing van de Rechter Commissaris dat de heer Komproe door hem op vrije voeten zou worden gesteld, door het Openbaar Ministerie, in het licht van de omstandigheden van de heer Komproe waarvan de Officier van Justitie, vanaf 6 maar in elk geval vanaf 8 september 2004 mee bekend was, meer gedaan had moeten worden. De Commissie houdt het Openbaar ministerie voor de onstante situatie verantwoordelijk. De Commissie is van oordeel, dat los van de vraag of er op medische gronden fouten zijn gemaakt, op grond van wet en regelgeving door de overheid ten aanzien van de heer Komproe onzorgvuldig is gehandeld.

44

Bijlagen.

45

Dokumentenlijst.
Wet en Regelgeving Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of Vernederende Behandeling, of Bestraffing, Straatburg, 26 november 1987, traktatenblad 1988, 19. Internationale richtlijnen vastgesteld door de Verenigde Naties in 1955, de zogenaamde Minimum Regels voor de behandeling van Gevangenen de zogenaamde Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners, U.N. Doc.A/CONF/ 611, annex 1, E.S.C. res 663, 24 U.N. ESCOR Supp. (no.1) at 11, U.N.Doc. E/3048 (957), amended E.S.C. res.2076,62 U.N. ESCOR Supp.(No.1) at 35, U.N.Doc.E/5988 (1977). De Beginselverklaring voor de Bescherming van alle personen in enige vorm van detentie of gevangenschap vastgesteld door de Verenigde naties in 1988, de zogenaamde Body of Principles for Protection of All Persons under any form of Detention or Imprisonment, G.A. res. 43?173, annex, 43 U.N. GAOR Supp. (no.49) at 298, U.N. Doc. A/43/49 (1988). Staatsregeling van de Nederlandse Antillen, Zevende Hoofdstuk, Het Rechtswezen, P.B. 1955, no. 32, zoals gewijzigd. Wetboek van Strafvordering Nederlandse Antillen. Politieregeling 1999, P.B. 1999, no. 79. Eenvormige landsverordening op de Rechterlijke Organisatie, P.B, 1985, no. 170. Landsverordening van de 27ste juni 1996 tot vaststelling van beginselen van het gevangeniswezen (Landsverordening gevangeniswezen) P.B. 1996, no. 73. Landsbesluit houdende Algemene Maatregelen van de 6de augustus 1999 tot vaststelling van de gevangenismaatregel 1999, P.B. 1999, no. 117 Landsbesluit houdende Algemene Maatregelen, van de 4de januari 2002 ter uitvoering van de artikelen 13, 15, 16, 17 van de Landsverordening Organisatie Overheid, regelende de organisatie en de taakstelling van de Directie Justitile zaken van het Ministerie van Justitie. Ministerile beschikking met Algemene Werking van de 23ste juli 2001, P.B. 2001, no. 73. Ministerile Beschikking met Algemene Werking van de 6de augustus 1999, Huishoudelijk reglement penitentiaire inrichtingen 1999, no. 1999, no. 119. Aanwijzingsbeschikking Gestichten 1999, P.B. 1999, no. 118. Landsbesluit van de 5e februari 2004, no. 1, no. 549/RNA. Landsbesluit van de 11e oktober 2004, no. 10, no. 6165/RNA. Landsbesluit van de 16e oktober 2004, no. 1, no. 6493/RNA. Landsbesluit van de 9 november 2004, no. 5, no. 7015/RNA.

46 Landsbesluit van de 22ste september 1999, no. 1, regelende de inwerkingtreding van de Politieregeling 1999(P.B. 1999, no. 79), P.B. 1999, no. 149.

Rapporten Rapport 11 november 2004 van de afgenomen verklaringen en bijlagen door onderzoekers de heren R. van Dinter en H.M. Johannes. Aanvullend rapport 18 november 2004 van de afgenomen verklaringen en bijlagen door onderzoekers de heren R. van Dinter en H.M. Johannes. Eindrapport 24 november 2004 van de afgenomen verklaringen en bijlagen door onderzoekers de heren R. van Dinter en H.M. Johannes. Wachtrapporten Bon Futuro over de periode 6 september tot en met 19 september 2004. Wachtrapport van Guardsmark N.V. Obductie rapport van wijlen B. Komproe van ADC B.V. d.d. 15-10-2004

Correspondentie Brief Voorzitter Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving Mw. S. Camelia-Romer aan Minister N.V. Ribeiro m.b.t. bijzonder onafhankelijk vooronderzoek naar aanleiding van het overlijden van de heer B. Komproe d.d. 13 oktober 2004. Brieven Minister van Justitie dhr. N.V. Ribeiro d.d. 19 oktober 2004 inzake te verlenen medewerking aan de onderzoekers van de onder hem resorterende justitile diensten: o de heer A. Willems, Korpschef Politie Curaao; o de heer G. Mingueli, Hoofd Landsrecherche; o de heer Floran, Directeur Gevangenis Bon Futuro o de heer D. Piar, Procureur-generaal c.c. Hoofdofficier van Justitie dhr. G. Joubert. Brief Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 1 november 2004 aan Guardsmark N.V. Brief Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 1 november 2004 aan de Gestichtarts, J. R. Krishnadat. Brief Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 1 november 2004 aan dhr. s. Melfor, Directeur CEMS. Brief Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 1 november 2004 aan de Directie van SEHOS t.a.v. mw. L. Davelaar-Franklin.

47 Faxen van de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 8-112004 aan de heer A. Willems KPC en dhr. U. Floran BonFuturoover de instructie/werkwijze m.b.t. politie arrestanten. Faxen van de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 8-112004 aan dhr. U. Floran en dhr. A. Willems omtrent instructie/werkwijze voor wat betreft de arrestantenzorg. Algemene order no. 6 d.d. 18 januari 1972 zijnde uitgevaardigde voorschriften omtrent arrestanten, gefaxt door dhr. H.D. Kopra, Commissaris KPC, d.d. 15 november 2004. Brief voorzitter Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving 17 november 2004 aan de heer A. Willems KPC met de vraag of de algemene order no. 1 d.d. 18-1-2004, zoals door de heer Kopra gefaxt d.d. 15-11-2004, de thans geldende instructies zijn. Brief d.d. 17 november 2004 no. 7155/04 van de leiding Korpspolitie dhr. H.D. Kopra aan de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving. Brief aan Minister van Justitie dhr. N.V. Ribeiro d.d. 17 november 2004 van de Vz. Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving met een zevental vragen o.a. rappel instructie arrestantenzorg. Faxen d.t.k.v. DJZ d.d. 15-11-2004 aan dhr. Floran en dhr. Willems Brief van Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 15-11-2004 aan Inspecteur Gezondheidszorg dhr. drs. Th.J.W. Braeken m.b.t. verklaringen medische toestand dhr. B. Komproe. Brief dhr. U. Floran d.d. 19 november 2004 no. GWC-228/2004 aan de Minister van Justitie dhr. N.V. Ribeiro ter beantwoording van de brief d.d. 17 november 2004 en rappel d.t.k. van Directie Justitile Zaken d.d. 19-11-2004. Brief d.d. 19-11-2004 van Directeur Directie Justitile Zaken dhr. A. Daal aan Vz. Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving inzake het schrijven 15-11-2004 gericht aan Minister van Justitie over fax en correspondentie van dhr. U. Floran d.d. 19-11-2004 en aanvullende informatie. Brief dhr. U. Floran d.d. 19 november 2004 no. GWC-227/2004 aan Voorzitter van de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving omtrent o.a. de beoordeling van het schrijven van de brief van de heer H. Kopra d.d. 17112004, no. 7155/04, contract dhr. P. Blankevoort concept contract dhr. J. Krishnadat en andere correspondentie. Brief d.d. 17 november 2004 van Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving aan Mw. G. Veen-Jonkhout m.b.t. het obductierapport van de heer B. Komproe. Brief d.d. 17 november 2004 van Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving aan Hoofdofficier van Justitie met het verzoek een zevental vragen te beantwoorden. Reactie van mw. G. Veen-Jonkhout d.d. 18 november 2004 op brief Commissie d.d. 17-11-2004 op zevental vragen.

48 Faxantwoord van Mw. G. Veen-Jonkhout d.d. 19-11-2004 aan Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving m.b.t. obductierapport. Brief Vz. Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving d.d. 19 november 2004 aan dhr. D. Piar Procureur-generaal omtrent procedures m.b.t. cellen blok 1 Bon Futuro en reactie op brief van dhr. Kopra omtrent instructie/werkwijze KPC. Fax d.d. 19-11-2004 aan Procureur-generaal inzake het proces verbaal van de bediging van de heer Rene van de Berg (werkzaam in de Recherche samenwerkingsteam, standplaats Aruba). Fax van Parket Procureur Generaal m.b.t. Proces Verbaal bediging Rene van de Berg, d.d. 19-11-2004. Brief d.d. 24 november 2004 aan Hoofdofficier van Justitie, dhr. G. Joubert omtrent het uitstellen medisch onderzoek. Fax advocaat J. Oedjaghir d.d. 29-11-2004 naar de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving over afronding van de verklaring van zijn clint dhr. J. Krishnadat. Antwoord van de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving aan de heer J. Oedjaghir d.d. 30-11-2004 betreffende laatste mogelijkheid voor zijn clint dhr. J. Krishnadat om eigen verklaring af te geven. Fax d.d. 26 november 2004 m.b.t. het aantal personeel dat werkzaam is in de medische dienst Bon Futuro en hoeveel keer per week, hoeveel uren per dag er spreekuur wordt gehouden door de heren Blankevoort en Krishnadat. Brief Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving aan Inspecteur Gezondheidszorg m.b.t. een aantal specifieke vragen. Volmacht d.d. 1 december 2004 van mw. J.C.U Molina-Komproe verleend aan de Commissie Evaluatieonderzoek Rechtshandhaving m.b.t. kennisneming medische gegevens van wijlen dhr. B. Komproe.

Algemene documenten/bescheiden/ formulieren Intakeformulier van het Strafgevangenis en Huis van Bewaring Bon Futuro van wijlen dhr. B. Komproe. Bevel van inverzekeringstelling van de heer B. Komproe d.d. 6 september 2004. Kopie fax aan dhr. Krishnadat d.d. 18 oktober 2004 van Openbaar Ministerie betreffende de vraag of een bepaald persoon (anoniem) geschikt is voor detentie. Brief van adjunct directeur van de Strafgevangenis en Huis van Bewaring Bon Futuro dhr. B.J. Andrea d.d. 5 oktober 2004, aan dhr. J. Krishnadat m.b.t. medische informatie gedetineerde dhr. B. Komproe en informatie hieromtrent.

49 Regeling arrestantenzorg d.d. 26 februari 1999, door de Hoofdofficier van Justitie. Regististratiekaart medische gegevens Bon Futuro. Master problem list Curacao prison. Koraal Specht Prison Health Services Notice. Folder Asuntunan di sal Informacin del paciente del departamento medico.