Vous êtes sur la page 1sur 9

VAKFICHE EXAMENCOMMISSIE SECUNDAIR ONDERWIJS

VAK: AARDRIJKSKUNDE
Dit is de vakfiche voor alle studierichtingen 3de graad bso Let op: de inhoud van een vakfiche wordt jaarlijks aangepast. Deze vakfiche is geldig vanaf 01/01/2014 t.e.m. 31/12/2014.

LEERDOELEN
De eindtermen vind je op deze website:
http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/secundair-onderwijs/derdegraad/bso/vakgebonden/eerste-en-tweede-leerjaar/project-algemene-vorming/eindtermen.htm http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/secundair-onderwijs/derdegraad/bso/vakgebonden/derde-leerjaar/project-algemene-vorming/uitgangspunten.htm

VERLOOP EN EVALUATIE VAN DE EXAMENS


De examenvragen worden opgesteld op basis van het voorgeschreven programma. Het examen is schriftelijk en duurt maximaal 2u. Je brengt een recente (= niet ouder dan 4 jaar) schoolatlas, schrijfgerief en lat mee naar het examen. Let op: als je atlas ouder is dan 4 jaar, kunnen wij niet garanderen dat je alle vragen correct kan oplossen.

Het examen bevat verschillende soorten vragen.

gesloten vragen
Bij gesloten vragen formuleer je zelf geen antwoord. Je kiest een antwoord uit een aantal mogelijkheden of combineert gegeven elementen om een antwoord samen te stellen. De meest voorkomende soorten gesloten vragen in onze examens zijn meerkeuzevragen, combinatievragen en ordeningsvragen.

Open vragen zijn vragen waarop je het antwoord zelf formuleert. Dat antwoord kan erg kort zijn maar ook vrij lang. .

Voor de meerkeuzevragen moet je de juiste mogelijkheid kiezen om de vraag te beantwoorden of een zin aan te vullen. Je krijgt daarvoor telkens drie of vier mogelijkheden. Er is altijd maar n juist antwoord. Een combinatievraag is een vraag waarbij je de juiste combinatie maakt tussen twee of meer groepen elementen. Je krijgt telkens meer elementen dan je nodig hebt om de vraag te beantwoorden. Er blijven dus altijd elementen over. Bij ordeningsvragen moet je elementen in een chronologische of andere logische volgorde zetten.

open vragen

VAARDIGHEDEN
Onderstaande vaardigheden kunnen in volgende domeinen worden gevalueerd. Domein 1: Natuur. Domein 2: Energie. Domein 3: Duurzaamheid. Domein 4: Toerisme. Domein 5: Actualiteit en wereldproblemen.

het beschrijven, het herkennen en het ontleden van landschappen aan de hand van beeldmateriaal en kaartstudie;

het selecteren van informatie uit bronnenmateriaal (zoals beeldmateriaal, schema's, tabellen, diagrammen, grafieken, kaarten, cartoons, toeristische folders, foto's, klimatogrammen, data enz.) omtrent een (actueel) aardrijkskundige probleemstelling;

het selecteren van informatie kritisch verantwoorden en beargumenteren; het ontwikkelen van een vraagstelling om de aardrijkskundige informatie kritisch te benaderen; het afwegen van verschillende argumentaties tegenover elkaar en correct formuleren; het verwoorden en verklaren van ruimtelijke processen; het gebruik van communicatie, praktische en sociale vaardigheden om aardrijkskundige informatie te verwerven op verschillende ruimtelijke schaalniveaus en de resultaten daarvan verwoorden;

het selecteren, het analyseren en het interpreteren van kaarten om aardrijkskundige vragen te beantwoorden;

het inschatten en het interpreteren van feiten, gegevens en situaties op basis van verworven kennis;

het implementeren van de actualiteit in de verschillende aardrijkskundige domeinen.

LEERDOELEN
DOMEIN 1 : NATUUR

Leerdoelen.

Wat je op het examen kan verwachten.

Toepassingen en elementen uit de eigen leefwereld in verband brengen met natuurwetenschappelijke verschijnselen

1.1

Weer en klimaat: uitleggen van het begrip weer. weerselementen: o verwoorden. o aflezen op een weerbericht. factoren die de temperatuur in Belgi benvloeden. uitleggen van het begrip klimaat. de verschillende klimaatgebieden op de wereldkaart kunnen aflezen.

1.2

Vegetatiegebieden in Europa: de verschillende vegetatiegebieden op de wereldkaart kunnen aflezen. de verschillende vegetatiegebieden op een wereldkaart kunnen opzoeken. verband leggen tussen de wereldklimaatkaart en wereldvegetatiekaart. de verschillende vegetaties: o beschrijven. o herkennen op foto.

1.3

klimatogrammen: ontleden. beschrijven van het klimaat. verbanden leggen tussen een klimatogram, het klimaat en de vegetatie.

Domein 2: ENERGIE

Leerdoelen

Wat je op het examen kan verwachten.

Toepassingen en elementen uit de eigen leefwereld in verband brengen met natuurwetenschappelijke verschijnselen.

2.1

Energieverbruik: verklaren van het groeiend energieverbruik in: o de wereld. o de industrielanden. o de ontwikkelingslanden. o de landen in ontwikkeling. vergelijken van het energieverbruik in verschillende landen a.d.h.v. tabellen, grafieken enz.

2.2

Energiebronnen: beschrijven van de evolutie van de fossiele energiebronnen. beschrijven van de evolutie van de alternatieve energiebronnen.

2.3

Aardolie: aanduiden en benoemen van de belangrijkste productiegebieden van aardolie op een atlaskaart. aanduiden en benoemen van de belangrijkste verbruiksgebieden van aardolie op een atlaskaart. beschrijven van de belangrijkste transportmiddelen van aardolie. beschrijven van mogelijke problemen bij het olietransport. aflezen van de belangrijkste transportwegen van aardolie op een atlaskaart. noteren van de belangrijkste olietransportwegen op een blinde kaart. beschrijven van de olietransportwegen.

2.4

Alternatieve energiebronnen: zonne-energie o benoemen en beschrijven van de voordelen. o benoemen en beschrijven van de nadelen. kernenergie o benoemen en beschrijven van de voordelen. o benoemen en beschrijven van de nadelen. waterenergie o benoemen en beschrijven van de voordelen. o benoemen en beschrijven van de nadelen.

windenergie o benoemen en beschrijven van de voordelen. o benoemen en beschrijven van de nadelen. 2.5 Fossiele energiebronnen: benoemen van de fossiele energiebronnen beschrijven van de voordelen van elke fossiele energiebron. beschrijven van de nadelen van elke fossiele energiebron.

Domein 3: DUURZAAMHEID

Leerdoelen.

Wat je op het examen kan verwachten.

Met concrete voorbeelden aantonen hoe natuurwetenschappen bijdragen tot een duurzame leefomgeving.

3.1

Ecologische voetafdruk: definiren verklaren van ongelijkheid tussen regio's a.d.h.v. statische gegevens. suggereren van oplossingen door een duurzame levensstijl voor een: o individu. o land. verklaren van de invloed van deze oplossingen op de ecologische afdruk.

3.2

Eindigheid van grondstoffen: beschrijven van de productieplaatsen. beschrijven van de consumptieplaatsen. aantonen dat de ontginning van grondstoffen eindig is.

3.3

Duurzaam beheer van grondstoffen en energie: klasseren van voorbeelden op "De Ladder van Lansink" voorbeelden geven van preventie, hergebruik, sorteren en recyclen, verbranden en storten.

Domein 4: TOERISME

Leerdoelen.

Wat je op het examen kan verwachten.

De mogelijkheden van culturele vrijetijdsbesteding verkennen.

4.1

Begrip toerisme: verwoorden

4.2

Aantrekkingsfactoren van een toeristisch gebied: menselijke aantrekkingsfactoren: o opsommen. o herkennen op foto en kaart. natuurlijke aantrekkingsfactoren: o opsommen. o herkennen op foto en kaart. verwoorden van de evolutie van een toeristisch gebied. a.d.h.v. foto's of kaarten.

4.3

Belgi: toeristische streken: o situeren op kaart. o de voornaamste aantrekkingsfactoren benoemen. cultuurhistorische steden: o benoemen. o situeren op kaart.

4.4

Europa: situeren van toeristische streken op kaart. situeren van cultuurhistorische steden op kaart.

4.5

Sociale, economische en ecologische aspecten van het toerisme: positieve aspecten van een toeristische plaats of streek o verwoorden van: sociale aspecten. economische aspecten. ecologische aspecten. o herkennen op beeld en foto. verwoorden van negatieve aspecten van een toeristische plaats of streek. o verwoorden van: sociale aspecten. economische aspecten.

ecologische aspecten. herkennen op beeld en foto.

Domein 5: ACTUALITEIT - WERELDPROBLEMEN

Leerdoelen.

Wat je op het examen kan verwachten.

Belangrijke wereldproblemen herkennen en bespreken Natuurwetenschappelijke verschijnselen verbinden met toepassingen uit de leefwereld. Illustreren hoe natuurwetenschappen kunnen bijdragen tot een duurzame globale en lokale leefomgeving Respect opbrengen voor het leefmilieu

5.1

Globalisering en delocatie van bedrijven: Globalisering: o Definiren. o verwoorden van de oorzaken: o gevolgen: verwoorden. herkennen op foto. Delocatie: o Definiren. o oorzaken verwoorden. o gevolgen verwoorden.

5.2

Migraties: Internationale migraties: o verwoorden van de migraties na WO I. o aanduiden van huidige migratiestromen op wereldkaart. o verwoorden van de huidige migratiestromen a.d.h.v. statistische cijfers. Push- en pullfactoren van migraties: o opsommen van factoren. o verklaren van de factoren vanuit socio-economisch standpunt. o verklaren van de factoren vanuit politiek standpunt.

LEERMIDDELEN

De Examencommissie stelt zelf geen leermiddelen ter beschikking. Je kan ze kopen in een (online) boekhandel of ontlenen en raadplegen in een bibliotheek. De bibliotheken van de lerarenopleiding aan de universiteit of de hogeschool bieden heel wat leermiddelen aan. Handboeken kunnen houvast bieden door hun didactische opbouw en samenhang. Deze elementen zorgen ervoor dat je het gevoel krijgt je zelfstudie beter te kunnen plannen en concreter te kunnen opvolgen. Daarom vind je in dit deel van de bibliografie enkele handboeken die je voldoende ondersteuning bieden om zelfstandig de leerstof te verwerken.

Uitgeverij Pelckmans www.pelckmans.be De Boeck www.secundair.deboeck.com Plantyn www.plantyn.com

3de graad Zenit Wereldvisie Geogenie Terranova Geo

2de graad Zenit

1ste graad Zenit

Atlas

Geogenie Terranova Geo Meridiaan Horizon

Geogenie Terranova Geo Meridiaan Horizon Topos

Mens en Aarde

Algemene Wereldatlas

Die Keure http://www.educatief.diekeur e.be Van In http://www.vanin.be/nl/Secu ndair-onderwijs Werkgroep didactische Middelen http://www.wdm.be/werkma ppen/aardrijkskunde/hoe

Topos

Globaal

Globaal

Hoe? "Aardrijkskunde: Basisvaardigheden Basiskaarten Begrippen"