Vous êtes sur la page 1sur 87

Jaarverslag 2012

Centrale Bank van Suriname


Centrale Bank van Suriname Jaarverslag 2012
De door de Raad van Commissarissen vastgestelde jaarrekening is per 20 december 2013 voorzien van de
controleverklaring van de onafankelijke accountant.
De afsluitdatum van de in het jaarverslag verwerkte macro-economische informatie is 24 oktober 2013.
Dit jaarverslag is op 28 februari 2014 op de website van de Bank geplaatst.
BESTUUR, RAAD VAN COMMISSARISSEN EN
AFDELINGSHOOFDEN IN 2012
President
De heer Gillmore A. Hoefdraad, MSc
Directeur
drs. G.H. Gersie
Raad van Commissarissen
W. Duiker,
Regeringscommissaris
drs. L.M. Pinas-Halfide
M.R. Tuur, MBA
drs. R. Soentik
C. Linger-van der Ziel
drs. Q. Kromosoeto-Hidalgo
S. Burleson
Directoraat Toezicht Kredietwezen
drs. I. Geduld-Nijman
(Cordinator)
Bureau van de President
M.P. Dors
Algemene Zaken
M.S. Satimin
Bibliotheek
P.L. Peroti, BSc
Accounting
H.R. Panka, B Ec
Binnenland
M. Wolfram
Buitenland
I.G. Soehawan
Protocol & Trafc
R. Lo Fo Sang-Malmberg
Procurement
D. O. Bruyne
Internal Audit
H.L. Karijooetomo
Internationale Betrekkingen
drs. M. Soekhnandan, MSc
Statistieken
drs. S. Jahangir-Abdoelrahman
Kassierderij
K.W. Soemodipoero, MBA
Juridische Zaken
mr. A.B. Limon-Sof
Goudlaboratorium
ir. R. Maclean
Research
drs. R.S. Adhin
Financile Markten
R.M. Frnkel, MSc
Beveiliging
D. Calor
Archief
A.J. Colli-Wartim
Budget & Control
dr. K. Makandra
Voorlichting & Public Relations
D. Samson
Trainingsinstituut en Studiecentrum
drs. M. Brunings-Stolz
Informatie en Communicatie Technologie
T. E. Rijsdijk (wnd.)
Personeelszaken
drs. F.E.C. Ligeon
INHOUD
HOOFDSTUK I
INTERNATIONALE EN REGIONALE ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN EN BETREKKINGEN
I.1 Algemeen 1
I.2 Productie 1
I. 3 Prijspeil en handel 2
I.3.1 Prijspeil 2
I.3.2 Handel 2
I.4 Internationale fnancile instellingen 3
I.4.1 Inter-American Development Bank (IADB) 3
1.4.2 Islamic Development Bank (IsDB) 4
I.5 Overige regionale en internationale betrekkingen 4
I.5.1 World Trade Organization (WTO) 4
I.5.2 UNASUR 4
I.5.3 Caribbean Community (CARICOM) 5
I.6 Economische ontwikkelingen binnen de CARICOM 6
HOOFDSTUK II
DE NATIONALE ECONOMISCHE ONTWIKKELING
II.1 Algemeen 7
II.2 Productie 7
II.2.1 Sectorale bijdrage aan het BBP 7
II.3 Confrontatie van middelen en bestedingen 13
HOOFDSTUK III
DE MONETAIRE ONTWIKKELING
III.1 Algemeen 15
III.2 Intstitutionalisering van het fnancieel-monetair beleid 15
III.3 De ontwikkeling van de liquiditeitenmassa 15
III.3.1 Ontwikkeling geldaggregaten 15
III.3.2 Oorzaken van veranderingen in de liquiditeitenmassa in ruime zin 16
III.4 Kredietverlening en interest der overige depositonemende instellingen 16
III.5 Financile dollarisering 17
HOOFDSTUK IV
DE ONTWIKKELING VAN STAATSFINANCIN
IV.1 Algemeen 19
IV.2 Ontvangsten en uitgaven 19
IV.3 Financiering 21
IV.4 De staatsschuld 21
HOOFDSTUK V
DE ONTWIKKELING VAN DE BETALINGSBALANS
V.I Algemeen 23
V.2 Lopende rekening 23
V.2.1 Handelsverkeer 23
V.2.2 Dienstenverkeer 24
V.2.3 Primaire inkomens 24
V.2.4 Inkomensoverdrachten 24
V.3 Vermogensoverdrachtenrekening 24
V.4 Financile rekening 24
V.5 Internationale reserves 25
V.6 Wisselkoers 25
HOOFDSTUK VI
HET BEDRIJFSECONOMISCH TOEZICHT
VI.1 Algemeen 26
VI.2 Primaire Banken 27
VI.2.1 Algemeen 27
VI.2.2 Financile gegevens 28
VI.3 Verzekeringsmaatschappijen 29
VI.3.1 Algemeen 29
VI.3.2 Financiele gegevens 30
VI.3.2.1 Levensverzekeringsmaatschappijen 30
VI.3.2.2 Schadeverzekeringsmaatschappijen 30
VI.3.2.3 Uitvaartverzekeringsmaatschappijen 31
VI.4 Pensioenfondsen 31
VI.4.1 Algemeen 31
VI.4.2 Financile gegevens 31
VI.5 Voorzieningsfondsen 32
VI.6 Kredietcoperaties 32
VI.6.1 Algemeen 32
VI.6.2 Financile gegevens 32
VI.6.3 Rapportage 33
HOOFDSTUK VII
BEDRIJF VAN DE BANK
VII.1 Ontwikkeling posten op de bankbalans 34
VII.2 Kosten 34
VII.3 Baten 35
VII.4 Winstontwikkeling 35
VII.5 Chartaal betalingsverkeer 35
VII.5.1 De geldcirculatie 35
VII.6 Kasbeweging 36
VII.6.1 Kasontvangsten en Kasuitgaven 36
VII.7 Vervalsingen 36
VII.8 Naverwisseling 38
VII.9 Verrekende cheques en giros in 2012 38
VII.10 Herdenkingsmunten 39
VII.11 Goudcertifcaten 39
VII.12 Ontwikkeling van de goudproductie en goudexport 39
VII.13 Numismatisch Museum 40
JAARREKENING
Publicatieverslag 2012
Balans per 31 december 2012 43
Resultatenrekening over 2012 45

Toelichting
* Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling 46
* Toelichting op de balans per 31 december 2012 51
* Toelichting op de resultatenrekening over 2012 62

Overige gegevens
* Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 64
* Vaststelling jaarrekening 66
* Statutaire winstverdeling 66
* Vaststelling jaarrekening voorgaand boekjaar 66
* Vaststelling jaarrekening 2012 en winstverdeling boekjaar 2012 66
* Management en Toezichthoudend Orgaan van de Bank 67
BIJLAGEN 68
TABELLEN
HOOFDSTUK I
I.1 Groei van de wereldproductie 2
I.2 Infatie 2
I.3 Ontwikkeling van de wereldhandel 3
I.4 Aantal goedgekeurde IADB-projecten in 2011 3
I.5 Lopende IsDB-projecten met status per eind 2011 4
I.6 BBP-groei en infatie van Caricom-lidstaten 6
I.7 Buitenlandse schuld in % van BBP 6
HOOFDSTUK II
II.1 Bruto Toegevoegde Waarde tegen basisprijzen per bedrijfstak in 2007 prijzen 8
II.2 Bauxiet- en aluinaardeproductie 9
II.3 Exportvolume en -waarde van aluinaarde 9
II.4 Goudproductie grootschalige en kleinschalige goudmijnbouw 10
II.5 Ruwe aardolie- en raffnaderijproductie 11
II.6a Padieproductie, rijstexportvolume en -exportwaarde 11
II.6b Bananenproductie, exportvolume en -exportwaarde 12
II.7 Aantal aangekomen toeristen in Suriname 12
II.8 Confrontatie van middelen en bestedingen 13
II.9 Consumentenprijsindex en infatiecijfers 14
HOOFDSTUK III
III.1 Ontwikkeling van de geldaggregaten 16
III.2 Oorzaken van veranderingen in de liquiditeitenmassa in ruime zin 17
III.3 Kredieten, reserve base en rentetarieven van algemene banken 18
III.4 Financile dollarisering 18
HOOFDSTUK IV
IV.1 Staatsfnancien op kasbasis 20
IV.2 Staatsuitgaven naar categorie 21
IV.3 De Staatsschuld naar Crediteuren 22
HOOFDSTUK V
V.1 Betalingsbalans 2008-2012 23
HOOFDSTUK VI
VI.1 Instellingen onder toezicht van het Directoraat Toezicht Kredietwezen 27
VI.2 Overzicht van kredietcoperaties die aan de rapportageverplichting voldoen 33
HOOFDSTUK VII
VII.1 Omvang van de bankbiljettencirculatie per jaarultimo 35
VII.2 Samenstelling van de bankbiljettencirculatie per kwartaalultimo 35
VII.3 Samenstelling van de bankbiljettencirculatie naar coupure per kwartaalultimo 36
VII.4 De Kasbeweging bij de Centrale Bank van Suriname 36
VII.5 Kasontvangsten 37
VII.6 Kasuitgaven 37
VII.7 Valse bankbiljetten onderschept bij de banken en bij
de Centrale Bank van Suriname 38
VII.8 Naverwisseling van de SF-biljetten 38
VII.9 Aantal verrekende cheques en giros 38
VII.10 Verkochte herdenkingsmunten en gedenkpenningen 39
VII.11 Wederinkoop goudcertifcaten 39
VII.12 Waarde goudcertifcaten per jaarultimo 39
VII.13 Goudexporten van de kleine goudmijnbouw en betaalde royaltys 40
VII.14 Bezoekersaantal Numismatisch Museum 2002 t/m 2012 41
VII. 15 Overzicht verkochte Briljant Uncirculated (BU) coins 41
GRAFIEKEN
HOOFDSTUK V
V.1 Exportproducten Suriname 24
V.2 Internationale reserve en importdekking 25
V.3 Omzet US$ valutamarkt 25
V.4 Omzet euro valutamarkt 25
HOOFDSTUK VI
VI.1 Primaire banken; Solvabiliteitstoetsing 28
VI.2 Primaire banken; Liquiditeitsverhouding 28
VI.3 Primaire banken; Ontwikkeling van de rentemarge, totale baten,
overige lasten en brutoresultaat 28
VI.4 Primaire banken; Toevertrouwde middelen versus kredietverlening 28
VI.5 Totale baten ten opzichte van totale lasten levensverzekeringsmaatschappijen 29
VI.6 Winst na belasting der levensverzekeringsmaatschappijen 29
VI.7 Totale baten ten opzichte van lasten der schadeverzekeringsmaatschappijen 30
VI.8 Winst na belasting der schadeverzekeringsmaatschappijen 30
VI.9 Inkomsten pensioenfondsen 31
VI.10 Premie-inkomsten en beleggingsinkomsten ten opzichte van de
uitkeringen pensioenfondsen 32
VI.11 Kredietcooperaties: Balans totaal 33
VI.12 Kredietcooperaties: Nettoresultaat 33

Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 1 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 1
HOOFDSTUK I
INTERNATIONALE EN REGIONALE ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN
EN BETREKKINGEN
2

I.1 Algemeen
In 2012 vertraagde de groei van de wereldecono-
mie voor het derde opeenvolgende jaar. De groei
bedroeg 3,2%, ten opzichte van 4,0% in 2011 en
5,2% in 2010. De vertraging was sterk voelbaar
in het Eurogebied, alwaar de meeste landen als
gevolg van de schuldencrisis een krimp van hun
economie ervoeren. Ook in de opkomende eco-
nomien, onder meer in de BRICS-landen
3
, trad
groeivertraging op. Het verslagjaar wordt tevens
gekenmerkt door een afgenomen infatie in zowel
de ontwikkelde landen als in de opkomende eco-
nomien. De wereldmarktprijzen voor industrile
producten en niet-mijnbouw primaire grondstoffen
namen af, terwijl de hoge prijzen voor olie en goud
vrijwel stand hielden. Voornoemde ontwikkelingen
gingen gepaard met een verdere afvlakking van de
groei van de wereldhandel.
I.2 Productie
De economische groei in de ontwikkelde econo-
mien liep terug naar gemiddeld 1,2% in 2012 van
gemiddeld 1,6% in 2011 (Tabel I.1). De Amerikaan-
se economie groeide met 2,2% echter versneld,
wat vooral werd veroorzaakt door de herstellende
huizenmarkten en hogere consumentenuitgaven.
Ook trad verbetering op in de werkgelegenheid,
waardoor het werkloosheidspercentage terugviel
tot onder 8%. De voortschrijdende effecten van de
fnancile crisis en de ernstige droogte in de zomer
vormden daarentegen een barrire voor de econo-
mische groei. In het laatste kwartaal droegen de
verstoringen van de orkaan Sandy en de vertrou-
wensimpasse rondom een mogelijke fscal cliff
2 De data met betrekking tot de internationale economische ontwikkelingen zijn gehaald uit World Economic Outlook (WEO) April 2013 van het
Internationaal Monetair Fonds.
3 BRICS-landen: Brazilie, Rusland, India, China en Zuid-Afrika.
(dreiging van belastingverhogingen en overheids-
bezuinigingen) daaraan bij.
De Europese schuldencrisis hield in het verslagjaar
dusdanig aan dat de economie van de Eurozone
kromp, en wel met 0,6% (tegenover lichte groei in
2011 van 1,4%). Hoewel de meeste eurolanden
negatieve effecten ondervonden, was de krimp het
sterkst in Griekenland, Portugal, Itali en Cyprus.
Als groei ondersteunende maatregel ving de Euro-
pese Centrale Bank aan met het opkopen van 1 tot
3 jaar lopende staatsobligaties uitgegeven door in-
dividuele eurolanden (Outright Monetary Transacti-
ons, welke in het tweede halfjaar van start gingen).
De Japanse economie sloeg om naar groei vanuit
contractie. Zij groeide in 2012 met 2,0% tegenover
de krimp van -0,6% in 2011. Het resultaat is voor
een groot deel toe te schrijven aan de maatrege-
len voor wederopbouw, getroffen in reactie op de
ernstige natuurramp in 2011 welke het oosten van
het land had geteisterd. Ook trok de economie aan
door verhoogde consumentenuitgaven. Tegen het
jaar einde was er echter een terugval in de export
door tegenvallende vraag vanuit Europa, politieke
problemen met China en een appreciatie van de
Japanse yen ten opzichte van de euro en de US-
dollar.
De groep van opkomende economien en ontwik-
kelingslanden ondervond ook vertraging van de ge-
middelde economische groei. Met 5,1% lag die niet-
temin 3,9 procentpunt boven het gemiddelde van
de ontwikkelde economien.
De Chinese economie groeide in 2012 met 7,8%,
onder de trend van 9%-10%. De vertraging is vooral
het gevolg van een vraagafname uit de gendustri-
aliseerde landen, hoewel daartegenover de econo-
2 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
mie gestuwd werd door forse infrastructurele inves-
teringen. China bleef koploper op de lijst van landen
met een positieve BBP-groei.
Ook India ondervond een economische groeivertra-
ging en wel met 3,7 procentpunt. Dit was vooral het
gevolg van de Europese schuldencrisis en stillig-
gende investeringen in de publieke sector van India.
Rusland realiseerde een economische groei van
3,4%; een vertraging van 0,9 procentpunt. Dit heeft
voornamelijk gelegen aan een slechte graanoogst
volgende op de droogte van het voorgaande jaar.
Het economische groeicijfer van 0,9% in Brazili
was het laagste sinds 2009 en tevens het laagste
van de BRICS-landen. Ook Brazili had te kampen
met de effecten van de Europese crisis, waaronder
een afgenomen vraag naar Braziliaanse grondstof-
fen. Bovendien drukten de complexe en hoge be-
lastingen in dit land en de ineffcinte overheidsbe-
stedingen de binnenlandse vraag.
I. 3 Prijspeil en handel
I.3.1 Prijspeil
De infatie voor de groep van ontwikkelde econo-
mien nam in de loop van 2012 geleidelijk af (Tabel
I.2), met uitzondering van het effect van stijgende
energieprijzen tussen augustus en oktober.
Infatie in de Verenigde Staten nam af van 3,1%
tot 2,1%, vooral als gevolg van lagere grondstof-
fenprijzen en de matige groei in lonen. In Japan
werd wederom defatie genoteerd; ditmaal een ge-
ringe -0,04%, waarmee weliswaar de dalende trend
aanhield. De Japanse autoriteiten voerden verdere
maatregelingen door om defatie tegen te gaan.
In de meeste opkomende economien en ontwik-
kelingslanden was er in 2012 ook sprake van een
afname van het infatietempo, uitgezonderd juni en
juli waarbij zich tegenvallende oogsten als gevolg
van slechte weersomstandigheden voordeden. In
India nam het infatietempo echter met 0,4 procent-
punt toe tot 9,3%. Dit had onder andere te maken
met de groei van de Indiase bevolking in combinatie
met de dalende productiegroei.
I.3.2 Handel
De groei van het wereldhandelsvolume vertraagde
in 2012 voor het tweede opeenvolgend jaar (Tabel
I.3). De belangrijkste oorzaken zijn de Europese
schuldencrisis, de worstelende Amerikaanse eco-
nomie en een teruggevallen vraag vanuit China.
De groei van de importen en exporten van zowel de
ontwikkelde economien als de opkomende econo-
mien en ontwikkelingslanden nam fors af.
De internationale olieprijs bleef hoog, maar steeg
nauwelijks verder doordat de wereldwijde oliepro-
ductie sneller toenam dan de consumptie. Wereld-
marktprijzen voor industrile producten en voor niet-
olie primaire producten werden vooral geraakt door
een verminderde consumptie en verzwakte import-
vraag vanuit China. De prijsdaling was het hoogst
voor niet-olie primaire producten en noteerde 9,8%.
Niettemin verbeterde de ruilvoetverhouding van de
opkomende economien en ontwikkelingslanden
voor het derde opeenvolgende jaar. De ontwikkelde
economien zagen hun ruilvoetverhouding echter
verder verslechteren. Dit weerspiegelt het relatief
beter stand houden van de export en import volu-
mes en de relatieve handelsprijzen voor de eerste
groep landen.
Tabel I.2
Infatie
(in procenten)
Tabel I.1
Groei van de wereldproductie
1)
(in procenten)
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012
Wereld 2,8 -0,6 5,2 4,0 3,2
Ontwikkelde economien 0,1 -3,5 3,0 1,6 1,2
waaronder:
Verenigde Staten van Amerika -0,3 -3,1 2,4 1,8 2,2
Eurogebied 0,4 -4,4 2,0 1,4 -0,6
Japan -1,0 -5,5 4,7 -0,6 2,0
Opkomende economien en ontwikkelingslanden 6,1 2,7 7,6 6,4 5,1
waaronder:
Brazilie 5,2 -0,3 7,5 2,7 0,9
Rusland 5,2 -7,8 4,5 4,3 3,4
India 6,2 5,0 11,2 7,7 4,0
China 9,6 9,2 10,4 9,3 7,8
Zuid-Afrika 3,6 -1,5 3,1 3,5 2,5
Bron: Internationaal Monetair Fonds
1) Rele BBP-groei
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012
Consumptieprijzen:
Ontwikkelde economien 3,4 0,1 1,5 2,7 2,0
waaronder:
Verenigde Staten van Amerika 3,8 -0,3 1,6 3,1 2,1
Eurogebied 3,3 0,3 1,6 2,7 2,5
Japan 1,4 -1,3 -0,7 -0,3 0,0
Opkomende economien en ontwikkelingslanden 9,2 5,1 6,0 7,2 5,9
waaronder:
Brazilie 5,7 4,9 5,0 6,6 5,4
Rusland 14,1 11,7 6,9 8,4 5,1
India 8,3 10,9 12,0 8,9 9,3
China 5,9 -0,7 3,3 5,4 2,6
Zuid Afrika 11,5 7,1 4,3 5,0 5,7
Bron: Internationaal Monetair Fonds
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 3
I.4 Internationale fnancile instel-
lingen
I.4.1 Inter-American Development Bank (IADB)
Algemeen
In het jaar 2012 heeft de IaDB 169 projecten goed-
gekeurd ten behoeve van Latijns-Amerika en het
Caribisch gebied voor een totaalbedrag van US$
11,4 miljard. Dit is een vermeerdering van 4,6 % ten
opzichte van 2011, toen US$ 10,9 miljard aan pro-
jecten werd goedgekeurd (167 projecten).
In het verslagjaar was ongeveer 49% van het goed-
gekeurde bedrag aan leningen, bestemd voor infra-
structuur en milieu. De rest van de middelen was
bestemd voor de sociale sector, handelsintegratie
en het versterken van instituten in de lidstaten.
In 2012 is een bedrag van US$ 280 miljoen goed-
gekeurd aan schenkingen, een toename van 38%,
mede vanwege een toename van donorfondsen.
Projecten in Suriname
In 2012 werden vier leningen goedgekeurd door de
IADB met een totale waarde van US$ 88,7 miljoen
(Tabel I.4). Daarnaast kwam Suriname in aanmerking
voor fnanciering in de vorm van schenkingen en tech-
nische bijstand ten bedrage van US$ 3,25 miljoen.
Tabel I.4
Aantal goedgekeurde IADB-projecten in 2012
Tabel I.3
Ontwikkeling van de wereldhandel
(jaarlijkse procentuele mutatie)
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012
Handel in goederen
Wereldhandel
volume 3,1 -10,6 12,5 6,0 2,5
prijsdeflator in US-dollars 11,3 -10,6 5,8 11,3 1,3
Wereldhandelsprijzen in US-dollars
industrile producten 6,3 -6,4 2,4 6,7 -0,5
olieproducten 36,4 -36,3 27,9 31,6 1,0
niet-olie primaire producten 7,5 -15,7 26,3 17,8 -9,8
Wereldhandelsvolume
Ontwikkelde economien:
Export 2,4 -11,6 12,1 5,6 1,9
Import 1,0 -12,1 11,5 4,7 1,0
Opkomende economien en ontwikkelingslanden:
Export 4,3 -7,9 13,3 6,4 3,7
Import 8,4 -8,3 14,8 8,6 4,9
Ruilvoetverhouding
Ontwikkelde economien -1,8 2,5 -1,0 -1,6 -0,7
Opkomende economien en ontwikkelingslanden 2,7 -4,8 2,7 3,3 0,2
Bron: Internationaal Monetair Fonds
Projecten Bedrag in US$
Uitgekeerd in
US$
Meerzorg - Albina Integration Corridor Rehabilitation Project -
Sup. Financing
40.000.000,00 0,00
Strengthening of Public Expenditure Management II 20.000.000,00 20.000.000,00
Support to the Institutional and Operational Strengthening of
the Energy Sector
15.000.000,00 0,00
Second Basic Education Improvement Program
(2
nd
BEIP)- PHASE 1
13.700.000,00 441.432,54
Totaal 88.700.000,00 20.441.432,54
Bron:IaDB Annual report 2012 en ministerie van Financin
4 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
IsDB Suriname
RadioTherapeuticCentreoftheAcademic
Hospital(RTCS)* 03092003 7,6 6,5 1,1
oplevering:2010
verwachteafsluiting:2013
UpgradingAirNavigationSystem
Suriname(UANS)
23102005 10,8 9,4 1,4
oplevering:2012
verwachteafsluiting2013
NieuwNickeriePort(NNP)origineel
NieuwNickeriePort(NNP)additioneel
23102005
27072010
13,5
+5,5
11,0
5,5
2,4
oplevering:2012
verwachteafsluiting:2013
Bron:IslamicDevelopmentBank/CBvS
*T.a.v.hetRTCSprojectheeftdeMinistervanVolksgezondheidindecember2008geconfirmeerddatdeStaatdeaankoop
vanapparatuurzoufinancieren.HiernaheeftdeIsDBinjanuari2009eenbedragvanUS$5.020.000tenbehoevevanhet
RTCSprojectofficieelgeannuleerd.DefinancieringvandeIsDBliephiermeedrastischterug.
Financiering
(inmiljoenenUS$)
Totale
Kosten
(in
miljoenen
US$)
Contract
Datum
Projecten
Status
I.4.2 Islamic Development Bank (IsDB)
Projecten
Sinds het lidmaatschap van de Islamic Develop-
ment Bank (IsDB) zijn er 7 projecten door de IsDB
gefnancierd in Suriname. Tabel I.5 geeft een over-
zicht van de lopende projecten (vier) en de
status van de fnanciering en oplevering per 31 de-
cember 2012.
Als gevolg van trekkingen en afossingen bedraagt
de totale schuld van Suriname bij de IsDB per 31
december 2012 US$ 21.461.071.
Project Upgrading Air Navigation System Suri-
name (UANS)
De middelen van de IsDB voor de uitvoering van het
project werden beschikbaar gesteld voor de periode
december 2006 tot en met december 2011. Uit deze
middelen is een totaal bedrag van US$ 9,2 miljoen
door Suriname opgenomen. Vanwege vele vertra-
gingen heeft de fysieke oplevering van het project
in 2012 plaatsgevonden. Het is verwachtbaar dat
het project in 2013 administratief wordt afgesloten.
Upgrading Nieuw Nickerie Port (NNP)
De additionele lening die op 27 juli 2010 werd aan-
gegaan, was o.a. bestemd voor de bouw van een
stalen aanlegsteiger, welke deel uitmaakt van het
totale Upgrading Nieuw Nickerie Port project. Uit
deze middelen is door Suriname een bedrag van
US$ 3,1 miljoen getrokken in 2012. De fysieke ople-
vering van dit project heeft in 2012 plaatsgevonden
en naar verwachting zal het project in 2013 admi-
nistratief worden afgesloten. De aanlegsteiger is
nog niet operationeel, omdat enkele noodzakelijke
technische voorzieningen niet uit het projectbudget
konden worden gefnancierd.
I.5 Overige regionale en
internationale betrekkingen
I.5.1 World Trade Organization (WTO)
De WTO heeft onder andere als doelstelling de be-
vordering van transparantie van het handelsbeleid
van de lidlanden. Naar aanleiding hiervan wordt
er voor alle lidlanden vanaf 2004 een periodieke
evaluatie van het handelsbeleid gehouden via het
Trade Policy Review Mechanism (TPRM).
De onderhandelingen in het kader van de DOHA
Development Agenda (DDA), die in 2001 van start
zijn gegaan, waren in 2012 nog niet afgerond. De
voornaamste doelen van de DDA zijn hervorming
van het internationaal handelssysteem door lagere
handelsbarrires, aangepaste handelsregels en
bevordering van handelsvooruitzichten voor ont-
wikkelingslanden.
I.5.2 UNASUR
Op 30 november 2012 heeft President van Su-
riname Z.E. D.D. Bouterse de 6de reguliere
staatshoofden meeting van de Unie van Zuid-
Amerikaanse Naties (UNASUR) te Lima, Peru
bijgewoond. President Ollanta Humula van Peru
nam op deze meeting offcieel de voorzittersha-
mer over van Paraguay. Het Parlement van Pa-
raguay had President Lugo in Juni 2012 afgezet,
met als gevolg dat President Lugo vroegtijdig zijn
voorzittersschap van UNASUR had beindigde.
Vanwege de dubieuze afzettingsprocedure werd
Paraguay geschorst als lid van UNASUR. De ver-
gadering nam een Declaration aan, waarin de
vorderingen van de werkgroepen werden aange-
geven en eveneens belangrijke besluiten werden
Tabel I.5
Lopende IsDB-projecten met status per eind 2012
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 5
opgesomd ter bevordering van het integratie pro-
ces van de Zuid-Amerikaanse regio. Ook het be-
lang van vrede in de regio voor economische en
sociale ontwikkeling en samenwerking met gelijk-
soortige regionale instituten werden benadrukt.
I.5.3 Caribbean Community (CARICOM)
Vanwege het feit dat Suriname incoming chair
was in 2011 werden de tussentijdse vergadering
van Staatshoofden en Regeringsleiders in Suri-
name gehouden. Naar aanleiding hiervan heeft
Suriname, als voorzitter van de CARICOM, ge-
participeerd in de volgende meetings:
29th Community Council, 7 februari 2012;
Meeting of Officials Preparatory to the 15th
Meeting of the COFCOR, 19-20 april 2012;
2nd CARICOM-Mexico Summit, 21 mei 2012;
The Conference of Heads of Government of
the CARICOM van 4-6 juli 2012.
Suriname heeft daarnaast ook als gastland op-
getreden bij de:
7th Special Community Council (7 maart
2012);
23rd Inter-Sessional, Meeting of the Confe-
rence of the Heads of Government (8-9 maart
2012), deze meeting heeft de President van
de Republiek Suriname, Z.E. D.D. Bouterse
voorgezeten. Bij deze meeting werd er on-
der andere het initiatief van Suriname voor
het oprichten van CARICOM Enterprises ge-
proclameerd. Een Regional Task Force werd
aangewezen om dit initiatief in details uit te
werken;
15th Council for Foreign and Community Re-
lations (COFCOR) van 3-4 mei 2012.
Voor 2012 was de governor van de Centrale Bank
van Suriname voorzitter van het forum van
CARICOM Central Bank Governors, dat de
COFAP adviseert inzake economische en f-
nancile vraagstukken van de regio. Suriname
heeft aldus als gastland opgetreden van:
De 38th Bi-Annual Central Bank Governors
meeting op 18 mei 2012;
De 39th Bi-Annual Central Bank Governors
meeting van 8-9 november 2012.
Een andere belangrijke CARICOM-activiteit betrof
in het verslagjaar:
De 34th meeting of the Council for Trade and
Economic Development (COTED) gehouden
in Guyana waarbij o.a. issues met betrek-
king tot Caricom Single Market and Economy
(CSME) werden besproken.

CARICOM-Canada Trade and Development
Agreement
De onderhandelingen aangaande deze overeen-
komst waren in het verslagjaar nog gaande en uit
dien hoofde had het Offce of Trade Negotations
(OTN) tussentijdse consultaties via de Technical
Working Groups (TWG) opdat de Technical Nego-
tiation Group (TNG) aan tafel kon gaan. Op de 7de
TWG werden de verschillende commentaren van
de CARICOM-lidlanden besproken en besluiten ge-
nomen. De bedoeling is te komen tot een vrijhan-
delsovereenkomst tussen CARICOM en Canada.
CARIFORUM-EU Economic Partnership
Agreement (EPA)
De COTED-ministers hebben besloten dat de lid-
landen de EPA-overeenkomst zo spoedig mogelijk
moeten ratifceren. Tevens moet ook de fase reduc-
tielijst met de meeste spoed worden gemplemen-
teerd. In dit kader heeft Suriname de verplichting
om de exportheffng op hout voor de Europese lan-
den op te heffen.
CARICOM Single Market and Economy (CSME)
Tijdens de 34ste COTED is aangegeven dat, in
CSME-verband, Suriname een besluit moet nemen
over de defnities in de categorie skilled nationals
n.l.: ambachtsmannen, huisvlijters en leidingge-
venden, toezichthoudend en technisch personeel,
welke reeds het recht van vrij verkeer hebben. Met
betrekking tot deze categorie is besproken dat, als
het gaat om het verlenen van verblijf voor onbepaal-
de tijd, zij als een nieuwe categorie van CARICOM-
burgers dient te worden geaccommodeerd. Deze
categorie valt niet onder ingezetenen en CARICOM-
burgers. Suriname moet dus vastleggen wie het als
ingezetenen zal aanmerken en welke behandeling
de nieuwe categorie zal krijgen. In het kader van
onder andere het vrij verkeer van personen, is ook
besproken dat immigratieoffcieren getraind zullen
worden opdat het faciliteren van CARICOM-burgers
en de voornoemde nieuwe categorie bij de grens
makkelijker en effcinter verloopt. In regionaal en
nationaal verband is reeds gestart met de training
van immigratieoffcieren. Suriname dient nog te
werken aan vervolgtrainingen.
Ter stimulering en bevordering van CSME was er
op 31 juli 2012 een missie van het CARICOM-se-
cretariaat in Suriname aanwezig om consultaties te
houden over het minimaliseren van verschillen in de
levering van fnancile diensten buiten landsgren-
zen. Tevens is ter sprake gekomen dat deskundigen
inzake fnancile dienstverlening zich gemakkelijker
moeten kunnen verplaatsen binnen CARICOM.
6 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
CARICOM Development Fund (CDF)
Vanwege de economische uitdagingen van de
regio en het mandaat dat toebedeeld is aan het
CARICOM Development Fund (CDF) is er een
consultant in de hand genomen, die een duur-
zame strategie voor het CDF en een road map
voor de implementatie hiervan dient te ontwikke-
len. Ter ontwikkeling van uitvoerbare financile
modellen en partnerschappen voor het CDF zal
Suriname nationale consultaties moeten houden.
Suriname is n van de weinige landen die heeft
bijgedragen aan het fonds via het volstorten van
US$ 4,5 miljoen. In de eerste cyclus (2008 t/m
2014), die in de tussentijd is verlengd, zullen
de More Developed Countries (MDCs), waartoe
ons land behoort, nog niet kunnen trekken uit het
fonds. Suriname zal wel alvast kunnen profiteren
van studies met een regionaal karakter. Deze
dienen betrekking te hebben op mogelijke nega-
tieve effecten als gevolg van de implementatie
van regionale integratieprocessen in CARICOM-
verband. Bij de volgende cyclus die na 2014
moet aanvangen zouden, na identificatie van re-
gios en sectoren, specifieke projecten door de
MDCs kunnen worden ingediend. Dit geldt voor
zowel de publieke als de private sector. Het CDF
moet uitgroeien tot een financieel stabiele orga-
nisatie waardoor zij de aan haar toebedeelde ta-
ken, zoals opgenomen in de Revised Treaty of
Chaguaramas, kan uitvoeren.
CARICOM Financial Services Agreement
(CFSA)
Het doel van CFSA is te komen tot een geharmo-
niseerd systeem van fnancile diensten in CARI-
COM. In het verslagjaar waren de lidlanden nog
niet overgegaan tot ondertekening van deze over-
eenkomst. Een besluit ten aanzien hiervan werd
uitgesteld vanwege de bezwaren en reserveringen
van de verschillende landen. Het standpunt van
Suriname inzake het plaatsen van reserveringen is
ongewijzigd gebleven.
I.6 Economische ontwikkelingen
binnen de CARICOM
Het Caribbean Centre for Money and Finance
(CCMF) meldt in het recente halfjaar rapport dat
de groei van de economien van CARICOM lan-
den in 2012 matig te noemen is, hoewel sterk va-
rirend van -0,2% tot 5,3% (Tabel I.6). De meeste
landen kampten met de afgenomen vraag vanuit
de ontwikkelde economien, mede tot uitdrukking
komend in een verslechtering van de lopende reke-
ning van de betalingsbalans en lage investeringen.
Voor landen met een relatief hoge groei, bleek dat
te danken aan mijnbouw (Guyana, Suriname en
Hati), constructie (Belize, Bahamas en Suriname)
en landbouw (Belize en Guyana).
Hoge werkloosheid bleef een zorgpunt binnen CA-
RICOM. De arbeidsmarkt verslechterde voorna-
melijk als gevolg van banenverlies in de sectoren
toerisme, constructie en handel. Hoge prijzen voor
voedsel (en in mindere mate brandstof) hebben
in een aantal landen de infatie gevoed. Voor de
meeste landen vertraagde de infatie in de twee-
de helft, als gevolg van afnemende binnenlandse
vraag.
Voor vier van de onderzochte CARICOM landen
verbeterde tijdens het verslagjaar de buitenlandse
schuldpositie gemeten in procenten van het BBP;
voor drie verslechterde die; en voor twee landen
bleef de verhouding constant.Toename van de
buitenlandse schuld van Hati (in mindere mate
Guyana) werd voornamelijk veroorzaakt door de
Petro Caribe overeenkomst met Venezuela. De
buitenlandse schuld van de Bahamas nam toe
als gevolg van toevloei van multilaterale project
fnanciering en de lancering van een internatio-
nale bond. Ook Surinames buitenlandse schuld
nam toe als gevolg van trekkingen op buitenlandse
multi- en bilaterale leningen.
Tabel I.6
BBP-groei en infatie van CARICOM-lidstaten
Tabel I.7
Buitenlandse schuld in % van BBP
2011 2012 2011 2012
The Bahamas 1,6 2,5 3,2 2,3
Barbados 0,8 0,1 9,4 4,5
Belize 1,9 5,3 1,5 1,3
Eastern Caribbean Currency Union -0,5 -0,2 n.a. n.a.
Guyana 5,4 4,8 5,0 2,6
Haiti 5,6 2,8 7,4 6,8
Jamaica 1,3 -0,3 7,5 6,9
Suriname 4,7 4,5 17,7 5,0
Trinidad and Tobago -2,6 1,2 5,1 9,3
n.a. niet beschikbaar
Bron: Caribbean Economic Peformance Report June 2013 (CCMF) en World Economic Outlook October 2013 (IMF)
Groei Inflatie 2011 2012
The Bahamas 5,3 12,6
Barbados 32,0 30,2
Belize 69,0 64,4
Eastern Caribbean Currency Union 45,5 45,3
Guyana 47,7 47,8
Haiti 9,0 13,5
Jamaica 60,2 58,1
Suriname 16,6 19,3
Trinidad and Tobago 8,4 7,8
Bron: Caribbean Economic Peformance Report June 2013 (CCMF)
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 7 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 7
II.1 Algemeen
Het stabiele macro-economische klimaat ben-
vloedde de economische resultaten in 2012 weder-
om gunstig; de in 2011 begonnen stabilisatiemaat-
regelen, waaronder het waakzame monetair beleid
van de Bank, werden gestaag voortgezet. De rele
groei van de Surinaamse economie bedroeg 3,9%
in 2012 , waarmee ons land zich in de groep van top
groeiers van de Caribische en Latijns-Amerikaanse
regio schaart.
Jaareinde infatie kwam uit op 4,3%, het laagste ni-
veau in de drie achterliggende jaren en tevens re-
latief laag in vergelijking tot landen van de regio.
Onze economie beschikte in het verslagjaar over
12,6% meer middelen (bruto binnenlands product
en importen) dan in 2011.
De gunstige economische groei, het macro-econo-
mische stabilisatiebeleid en de relatief lage over-
heidsschuld leverden Suriname gedurende het
verslagjaar tot twee keer een credit rating upgrade
op. Fitch bracht in juli haar ratings voor Suriname
van B+/stabiel naar BB-/stabiel; Moodys stelde in
augustus de binnenlandse rating voor Suriname bij
van Ba3/stabiel naar Ba3/positief en de buitenland-
se rating van B1/stabiel naar Ba3/positief.
II.2 Productie
De binnenlandse productie nam in 2012 gestaag
toe. Het bruto binnenlands product tegen vige-
rende marktprijzen (BBPmp) nam van SRD 14.259
miljoen in 2011 toe tot SRD 16.540 miljoen in 2012
(Tabel II.1). In rele termen groeide de economie
met 3,9%. De primaire productiesectoren tesamen
met constructie droegen hieraan bij met 2,8 pro-
centpunt; de verschillende dienstensectoren met
1,6 procentpunt; en handel met 1,1 procentpunt.
Industrile verwerking en de nutssector vertoon-
den echter negatieve groei.
Sectoren met de hoogste groeipercentages waren
constructie (14,0%); landbouw, veeteelt en bos-
bouw (13,9%); primaire mijnbouw (11,7%); trans-
port, opslag en communicatie (11,4%); en hotels
en restaurants (11,0%). Industrie en fabricage (in-
clusief de mijnbouwverwerkingsindustrie), welke
het grootste aandeel heeft in het BBPmp, ver-
toonde negatieve groei van 7,4%. Handel, welke
de tweede hoogste bijdrage aan het BBPmp levert,
groeide met 5,3%.
II.2.1 Sectorale bijdrage aan het BBP
a. Mijnbouw
Positieve en negatieve ontwikkelingen in zowel het
productievolume als de wereldmarktprijzen, wis-
selden elkaar af in de mijnbouwsector in 2012. In
positieve zin maakte vooral de goudproductie een
stijging door en leverde hiermede een belangrijke
bijdrage aan het BBP. In tegenstelling hiermee,
ondervonden de aardoliesector en de bauxietsec-
tor een productie-afname. Op het internationale
prijzenvlak zorgden geo-politieke ontwikkelingen
voor sentimenten op de wereldmarkt. Deze ontwik-
kelingen deden de goudprijs, evenals de prijs van
ruwe olie, toenemen. Echter heeft de afnemende
vraag uit vooral de opkomende markten de prijs
van bauxiet en aluminium, en daarmede ook die
van aluinaarde, doen kelderen.
Bauxiet
Het jaar 2012 was voor de bauxietsector wederom
teleurstellend en werd gekenmerkt door voortschrij-
dende daling van zowel de bauxiet- als aluinaarde-
productie met respectievelijk 20% en 15%.
De daling in het exportvolume en de exportprijs van
HOOFDSTUK II
DE NATIONALE ECONOMISCHE ONTWIKKELING
8 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
aluinaarde (met 14,3%) resulteerde in een daling
van de exportwaarde in het verslagjaar. De gemid-
delde prijs voor dit mineraal lag in 2012 rond de
US$ 298 per metrieke ton.
Deze sector kampt internationaal al jaren met een
overspoelde markt en afnemende vraag die de
prijs verder de kop in drukt. Nationaal achtervolg-
den de uitputting van de bestaande mijnen en de
lage kwaliteit erts de productie van Suralco. Ook de
verhoging van de olieprijs drukt zwaar op de kos-
tenstructuur van het bedrijf. De mijnen Klaverblad,
Kaaimangrasie, Saramacca en Coermotibo, die
voor de bevoorrading zorgden van de raffnaderij,
zijn inmiddels uitgeput. Voor de continuering van
zijn activiteiten richt het bedrijf zich op alternatieve
mijnbouwgebieden, waaronder het Nassaugebied.
Tegen deze achtergrond zijn de investeringen sterk
toegenomen van US$ 3,3 miljoen in 2011 naar US$
8,6 miljoen in 2012. Het bedrijf heeft in het afgelo-
pen jaar ook bezuinigingsmaatregelen getroffen om
de kosten te minimaliseren.
Goud
De ontwikkelingen in de goudsector waren in 2012
gunstig. Het productievolume van de goudsector
nam met 5,2% toe. De vermeerderde exportop-
brengsten uit de goudindustrie met 13,8% zijn voor-
al het resultaat geweest van de stijging van de inter-
nationale prijs van goud. In het verslagjaar bedroeg
de gemiddelde goudexportprijs US$ 1.606, wat een
stijging van 5,9% betekende ten opzichte van het
jaar ervoor.
De goudsector had lokaal te maken met verhoog-
de productiekosten welke onder meer het gevolg
waren van de toename van de olieprijs. De goud-
productie steeg in 2012 met 5,1% naar 33.474 kg.
Deze stijging werd vooral veroorzaakt door een pro-
ductietoename (9,1%) in de kleinschalige goudmijn-
bouw. Dit overtrof volledig het effect van de lichte
daling (0,1%) in de productie van Rosebel Gold Mi-
nes (RGM), welke het gevolg was van een lagere
kwaliteit van het erts. Om dit verlies enigszins op te
vangen is door het bedrijf genvesteerd in de aan-
schaf en installatie van extra equipment voor de
verwerking van grotere hoeveelheden erts.
Tabel II.1
Bruto Toegevoegde Waarde tegen basisprijzen per bedrijfstak in 2007 prijzen
(in miljoenen SRD)
2008 2009 2010 2011 2012*
Landbouw, Veeteelt en Bosbouw 518 707 717 750 854
Visserij 225 269 287 299 291
Mijnbouw 607 526 554 570 637
Industrie / Fabricage 2.067 1.830 1.918 2.142 1984
Elektriciteit, Gas en Water 145 142 152 164 165
Constructie 411 440 460 481 550
Handel 1.325 1.588 1.659 1.708 1.798
Hotels en Restaurants 203 210 238 261 290
Transport, Opslag en Communicatie 564 562 589 614 684
Financile instellingen 419 437 464 490 517
Woon- en Commercile diensten 296 297 290 298 308
Overheid (excl. Onderwijs en Gezondheidszorg) 385 399 404 412 423
Onderwijs 248 238 244 238 243
Gezondheidszorg 201 202 209 193 208
Persoonlijke, Sociale- en Gemeenschapsdiensten 63 55 54 57 60

Bruto Binnenlands Product tegen marktprijzen (2007 prijzen)
1
8.395 8.648 9.013 9.490 9.858
Groei in % 4,1 3,0 4,2 5,3 3,9
Bruto Binnenlands Product tegen marktprijzen (lopend) 9.698 10.638 11.992 14.259 16.540
Bron: Algemeen Bureau voor de Statistiek (m.u.v. 2011: National Planning Office)
1
Formele sector en informele sector
*Voorlopige cijfers
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 9
Anders dan voorheen verwerkt het bedrijf behalve
zacht gesteente nu ook hard gesteente. Als gevolg
hiervan namen zowel de energie- als de brandstof-
kosten toe. Daarnaast heeft het bedrijf te maken ge-
had met toegenomen arbeidskosten. Echter is deze
toename als gevolg van de lager infatie in 2012 re-
latief minder dan in voorgaande jaren.
In het verslagjaar is er 33.346 kilogram aan goud
gexporteerd met een waarde van ruim US$ 1.722
miljoen, hetgeen 67% omvat van de totale waar-
de van de goederenexport. Daarnaast leverde de
goudsector in 2012 een bijdrage van US$ 167 mil-
joen aan de Staatsinkomsten (2011: US$ 146 mil-
joen).
In 2012 hebben zich enkele ontwikkelingen voor-
gedaan die naar verwachting een positieve invloed
zullen hebben op de goudsector. Het ligt in de be-
doeling dat de Regering van Suriname met zowel
IAMGOLD als Suriname Gold Company (Surgold
N.V.) overeenkomsten voor respectievelijk de uit-
breiding van bestaande mijnoperaties en het aan-
leggen van een nieuwe mijn zal tekenen. Tegelijker-
tijd wordt geregeld dat de participatie van de Staat
in de samenwerking met IAMGOLD en Surgold NV
respectievelijk 30% en 25% zal bedragen. De fnan-
ciering van deze investering van ongeveer US$ 450
miljoen zal worden verkregen door de uitgifte van
Staatsobligaties op de nationale en internationale
kapitaalmarkt. Op basis van de ondertekende over-
eenkomsten wordt door De Nationale Assemblee
een nieuwe mineraalwet voorbereid.
Een andere ontwikkeling in de goudsector is de op-
richting van Kaloti Suriname Mint House, welke een
joint-venture is tussen de Regering van Suriname,
de Surinaamse particuliere sector en de Kaloti Je-
welry Group, waarvan het hoofdkantoor gevestigd
is te Dubai. De Kaloti Suriname Mint House zal ver-
antwoordelijk zijn voor het bepalen van de zuiver-
heid (tot 99,9%), het smelten en de verwerking van
goud, evenals de productie van goudstaven vol-
gens internationale normen. Met de oprichting van
dit goudverwerkingsbedrijf, zal de Overheid beter
in staat zijn om het goud dat door de kleinschalige
goudsector wordt gexporteerd te registreren waar-
door belastingen effcinter en effectiever kunnen
worden gend. Daarnaast zal de export van geraf-
fneerd in plaats van ongeraffneerd goud leiden tot
een hogere toegevoegde waarde en hogere Staat-
sinkomsten.
De bouw van een eigen middelgrote goudmijn door
N.V. Grassalco in de toekomst kan ook worden
gezien als een belangrijke ontwikkeling binnen de
sector. In dit kader is er binnen het bedrijf een trans-
formatieproces gaande, gericht op diversifcatie en
uitbreiding van bestaande activiteiten. De wijziging
van de naam van het bedrijf naar State Mineral &
Mining Company is ook onderdeel van deze trans-
formatie.
Aardolie
De aardoliesector maakte voor wat betreft de pro-
ductie een minder positieve ontwikkeling door. Het
productievolume van de geraffneerde producten
daalde met 8,8%. Desalniettemin werd een stijging
van 6,3% in de inkomsten uit de olie-export gere-
aliseerd. Aangezien de gemiddelde exportprijs per
barrel olie in 2012 steeg naar US$ 108 kunnen de
verhoogde exportopbrengsten geheel hieraan wor-
den toegeschreven.
De bruto-omzet van Staatsolie steeg in het verslag-
jaar met 28% naar een bedrag van ruim US$ 1 mil-
jard.
In 2012 trad er een daling op in de productie van
Tabel II.2
Bauxiet- en aluinaardeproductie
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012
Bauxiet (in dmt) 5.333.031 3.388.419 3.103.586 3.223.884 2.874.343
Aluinaarde (in mt) 2.153.967 1.536.187 1.486.449 1.415.361 1.202.806
Bron: Suralco
Tabel II.3
Exportvolume en -waarde van aluinaarde
Jaar Volume Prijs Waarde
in metrieke ton US$/metrieke ton US$
2008 2.176.531 328,74 715.518.613
2009 1.536.086 210,22 322.912.396
2010 1.505.868 285,67 430.182.502
2011 1.411.436 347,78 490.862.548
2012 1.206.459 298,18 359.741.024
Bron: Suralco
10 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
ruwe olie alsook in de productie van geraffneerde
producten met respectievelijk 0,8% (551.830 bar-
rels) en 8,8% (220.409 barrels), ten opzichte van
2011. De daling in de productie van ruwe olie kan
worden toegeschreven aan de terugval in het boor-
programma van Staatsolie in het eerste half jaar,
welke het gevolg was van een tekort aan de be-
schikbaarheid van boorplatforms. De stillegging
van de Tout Lui Faut raffnaderij, in verband met de
uitvoering van onderhoudswerkzaamheden, heeft
ook gezorgd voor een afname van de raffnade-
rijproductie. Vermeldenswaard is dat ondanks de
terugval in het eerste halfjaar, er aan het einde van
het verslagjaar 1.474 bronnen in productie waren,
wat ten opzichte van 2011 een toename van 3,9%
betekende.
Als onderdeel van haar investeringsprogramma
2009-2012 investeerde Staatsolie in 2012 US$ 319
miljoen.
De exportwaarde uit de oliesector nam in het ver-
slagjaar toe met 6,3% naar een bedrag van US$
364 miljoen. Deze toename is het resultaat van de
gestegen exportprijs van US$ 108 per barrel (2011:
US$ 101 per barrel). Het is vermeldenswaard dat
de aardoliesector ruim 14% beslaat van de totale
waarde van de goederenexport.
Staatsolie heeft in het verslagjaar US$ 318,4 mil-
joen aan de Staatskas bijgedragen. Het aandeel
van de belastingen hierin was US$ 194 miljoen,
terwijl het resterende bedrag ad US$ 124,4 miljoen
aan dividend werd uitgekeerd. Deze bijdrage komt
overeen met 26,5% van de totale Staatsmiddelen
en is met 10,6% toegenomen ten opzichte van 2011
(US$ 287,8 miljoen).
De ontwikkelingen in de oliesector werden onder
meer gekenmerkt door het Raffnaderij Expansie
Project (REP), de uitbreiding van de Staatsolie
Power Company Suriname (SPCS) en de haal-
baarheidsstudie voor de productie van bio-energie.
Daarnaast zijn in het kader van optimalisatie van de
olieproductie en vergroting van de huidige winbare
oliereserves offshore, on-shore- en nearshore ex-
ploratieactiviteiten uitgevoerd.
In het verslagjaar vingen de bouwactiviteiten van
Tabel II.4
Goudproductie grootschalige en kleinschalige goudmijnbouw
(volume in kg, waarde in 1000 US$)
2008* 2009* 2010* 2011* 2012*
Productievolume GG 10.299 12.830 12.924 12.669 12.539
Productievolume KG 16.264 16.497 18.107 19.192 20.935
Totaal 26.563 29.327 31.031 31.861 33.474
Aandeel GG in productie (in %) 38,4 42,3 40,2 39,8 37,5
Aandeel KG in productie (in %) 61,6 57,7 59,8 60,2 62,5
Importwaarde GG 129.784 72.916 72.201 81.334 122.597
Exportvolume GG 10.272 12.105 12.196 11.848 12.411
Exportvolume KG 16.264 16.497 18.107 19.192 20.935
Totaal 26.536 28.602 30.303 31.040 33.346
Exportwaarde GG 287.902 385.023 486.487 599.267 666.684
Exportwaarde KG 427.602 486.861 673.244 914.320 1.056.050
Totaal 715.504 871.884 1.159.731 1.513.587 1.722.734
Jaarlijkse mutaties (%)
Productievolume GG 19,4 24,6 0,7 -2,0 -1,0
Productievolume KG 14,8 1,4 9,8 6,0 9,1
Totaal 16,6 10,4 5,8 2,7 5,1
Exportvolume GG 29,0 17,8 0,8 -2,9 4,8
Exportvolume KG 14,8 1,4 9,8 6,0 9,1
Totaal 19,9 7,8 5,9 2,4 7,4
Bron: CBvS, IAMGOLD Rosebel Gold Mines
GG= Grootschalige goudmijnbouw (Rosebel Gold Mines)
KG= Kleinschalige goudmijnbouw (Surinaamse exporteurs)
*Aangepaste cijfers
Noot: Export van lokale goudexportbedrijven is gebaseerd op een schatting.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 11
het REP offcieel aan en volgens planning zullen
deze in augustus 2014 worden voltooid. Naar ver-
wachting zal deze uitbreiding leiden tot een afname
van de invoer van oliederivaten vanaf 2015.
SPCS, welke deel uitmaakt van de commercile
activiteiten van Staatsolie, werd in 2012 omgezet
in een naamloze vennootschap. Daarnaast werd er
een contract gesloten voor uitbreiding van de ca-
paciteit met 34 megawatt (MW). Met de uitbreiding
zal SPCS een opwekcapaciteit van in totaal 64 MW
hebben. Het streven is erop gericht de nieuwe cen-
trale eind 2013 in gebruik te nemen. De capaciteits-
uitbreiding moet gezien worden in het licht van een
verhoogde lokale energievraag. In het kader hiervan
heeft Staatsolie met de Overheid een purchasing
power agreement (PPA) gesloten, waarbij de Ener-
gie Bedrijven Suriname N.V. een deel van de ener-
gie zal afnemen van SPCS.
In het kader van het proefproject voor de productie
van ethanol, welke in 2010 van start ging, werd in
2012 een technisch en economisch haalbaarheids-
onderzoek voorbereid. In 2013 zal worden besloten
over de voortgang van het project.
Het onderzoek op het gebied van waterkrachtener-
gie, met name het Tapajay Hydroproject werd voort-
gezet. De luchtkartering ten behoeve van dit pro-
ject is afgerond en de rehabilitatie van de weg naar
Jaikreek heeft plaatsgehad. De veldonderzoeken
zullen in 2013 van start gaan
b. Agrarische sector
In 2012 zijn de ontwikkelingen in met name de agra-
rische subsectoren rijst en bananen afwisselend
geweest. De productie in de rijstsector maakte over
het algemeen geen positieve ontwikkeling door ter-
wijl de productie in de bananensector juist signif-
cant toenam.
Rijst
Ondanks dalende nationale padieproductie en -prij-
zen zijn de exporthoeveelheden en -waarden van
rijst en rijstproducten in 2012 gestegen. Het beplan-
te areaal en de padieproductie daalden in het ver-
slagjaar met respectievelijk 9,8% en 4,7%. Hoewel
late regenval en hoge brandstofkosten als factoren
aangewezen zouden kunnen worden voor deze te-
ruggang, heeft de scherpe daling in padieprijzen
ontmoedigend gewerkt op rijstboeren. Als reactie
op de lage priizen en hoge brandstofkosten heeft de
Overheid een SRD 130 per hectare subsidie aan
de rijstboeren toegezegd.
De daling van de lokale padieprijzen (10,4%) ver-
toonde dezelfde trend als de exportprijzen waar-
tegen Surinaamse rijst op de internationale markt
werd verhandeld (15,3%). Internationaal was er na-
melijk een prijsdaling te bespeuren als gevolg van
een aanbodoverschot.
In tegenstelling tot een daling van zowel het beplant
areaal als de padieproductie steeg, de opbrengst
per hectare met 5,5%. De toegenomen opbrengst
per hectare kan als uitkomst worden gezien van ge-
dane inspanningen van de stakeholders. De Staat
Tabel II.5
Ruwe aardolie- en rafnaderijproductie
Tabel II.6a
Padieproductie, rijstexportvolume en -exportwaarde
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012*
Ruwe aardolie (in mln barrels) 5,90 5,86 5,80 5,99 5,94
Raffinaderijproductie (in mln mton) 2,5 2,7 2,1 2,5 2,3
* voorlopige cijfers
Bron: Staatsolie
Omschrijving Eenheid 2008 2009 2010 2011* 2012*
Beplante padie-arealen ha 43.654 54.492 53.555 56.930 51.379
Padieproductie ton 182.877 229.370 226.686 235.298 224.127
Exporthoeveelheden rijst^ ton 52.641 51.941 89.412 46.109 56.317
Exportwaarden rijst^ x SRD 1.000 90.477 58.951 105.213 99.664 103.155
Bron: Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij
*
Voorlopige cijfers.
^ Export over augustus - oktober 2012 ontbreekt wegens crash van het computersysteem van de Douane
12 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
investeerde in het verslagjaar in dijken, waterkeren-
de dammen, watervoorzienings- en andere infra-
structurele werken. Gedeeltelijk kon de Staat put-
ten uit een lening van India. Ook werd goedkopere
mest vanuit Venezuela aangeboden aan rijstboe-
ren, wat een kostenverlagend effect heeft gehad.
De Bank stelde voorts vreemde valuta beschikbaar
aan rijstboeren voor de aanschaf van de noodza-
kelijke grondstoffen en kapitaalgoederen, terwijl het
Agrarisch Kredietfonds laagrentende leningen bood
aan rijstboeren voor het plegen van investeringen.
In 2012 stegen, ondanks de daling van de wereld-
marktprijs, zowel de exporthoeveelheden als de
exportwaarden van rijst met respectievelijk 22,1%
en 3,5% . Deze toenames kunnen toegeschreven
worden aan accumulatie van voorraden in 2011 en
hogere effcintie die tot uiting kwam in een hogere
opbrengst per hectare. Ruim 81,8% van deze ex-
porten werd door Suriname in het Caribisch gebied
afgezet.
Bananen
De bananensector maakte in het verslagjaar een
productiegroei van bijkans 24% mee, hoewel de
omvang van het beplante areaal haast onveran-
derd bleef. Deze groei was het gevolg van verbete-
ring van productietechnieken en infrastructuur. De
Stichting Behoud Bananensector Suriname (SBBS)
heeft met dit groeicijfer haar doel van een 20% groei
van de output in 2012 gerealiseerd.
Onderhandelingen tussen de Europese Unie en
haar voormalige kolonin in EU-ACP verband, le-
verden de bananensector in Suriname een schen-
king van ruim 10 miljoen op. Met het oog op duur-
zame verhoging van de productie en het versterken
van haar concurrentievermogen op de internationa-
le markt, zal SBBS deze middelen aanwenden voor
het verder moderniseren van productietechnieken.
Tegen deze achtergrond ligt het privatiseren van
SBBS, die met ruim 2.500 arbeidsplaatsen de n
na grootste werkgever in Suriname is, in het voor-
uitzicht. Voorgenomen maatregelen, zoals het op-
zetten van een kartonfabriek voor de productie van
dozen en het in gebruik nemen van de haven in
het district Nickerie, zullen leiden tot kostenbespa-
ringen en het verder vergroten van de productie in
deze sector.
Toerisme
In de afgelopen vijf jaar zijn gemiddeld 193.274
toeristen het land binnengekomen. Het aantal aan-
gekomen toeristen, met name de zogenaamde
overnacht toeristen en eendaagse toeristen be-
droegen respectievelijk 240.041 en 298 in 2012. In
vergelijking tot het vorig jaar is dit een lichte toena-
me van meer dan 8% voor de overnacht toeristen.
Een groot deel van de aangekomen toeristen, circa
118.000, kwam in het verslagjaar voor recreatie.
Het leeuwendeel van de aankomende toeristen was
in voorgaande jaren afkomstig uit Nederland, direct
gevolgd door Guyana en Frans-Guyana. Echter is
er in tegenstelling tot het vorig jaar een lichte da-
ling (3,1%) te bespeuren in de groep toeristen af-
komstig uit Nederland. Dit in tegenstelling tot het
aantal toeristen uit Frans-Guyana, dat een toename
registreerde van ruim 12% ten opzichte van het vo-
rig jaar. De toename van deze groep kan worden
verklaard aan de hand van het kostenaspect. De
toeristen uit Frans-Guyana hoeven in vergelijking
met de toeristen uit Nederland immers geen hoge
Tabel II.6b
Bananenproductie, exportvolume en -exportwaarde
Omschrijving Eenheid 2008 2009 2010 2011 2012
Beplante arealen ha 1.591 1.780 1.817 1.965 1.964
Bananen productie ton 65.438 56.993 70.051 69.191 85.668
Export volume bananen 1000 dozen 3.537 3.081 3.787 3.740 4.631
Exportwaarden bananen x US$ 1.000 31.455 26.069 33.808 34.551 43.418
Bron: Stichting Behoud Bananensector Suriname
Tabel II.7
Aantal aangekomen toeristen in Suriname
2008 2009 2010 2011 2012
"Overnacht" toeristen 150.711 150.628 204.519 220.475 240.041
"Eendaagse" toeristen
266
300 482 289 298
Totaal 150.977 150.928 205.001 220.764 240.339
Bron: Stichting Toerisme Suriname (STS)
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 13
passages te betalen.
Het Ministerie van Transport, Telecommunicatie en
Toerisme streeft ernaar om jaarlijks een groei van
10% aankomende toeristen naar Suriname te be-
halen. In dit kader wordt door middel van goede
marketing en promotie bekendheid gegeven aan
het Surinaams toeristisch product op de Europese
en Noord-Amerikaanse markten door Stichting Toe-
risme Suriname (STS).


II.3 Confrontatie van middelen en
bestedingen
De economie van Suriname beschikte in 2012
over een totaal aan middelen ter waarde van SRD
24.501 miljoen, samengesteld uit het bruto binnen-
lands product tegen marktprijzen en de totale im-
porten van goederen en diensten. De groei van de
beschikbare middelen met circa 12,6% komt voor-
namelijk op conto van de toename van het BBPmp
(nominale stijging van 16,0%).
De middelen zijn aangewend voor fnanciering van
de bestedingen bestaande uit de binnenlandse con-
sumptie en investeringen en de exporten. De bin-
nenlandse absorptie (consumptie en investeringen)
steeg met 19,4% ten opzichte van 2011. De groei
van kredietverlening aan de private sector en de
stijging in de consumptieve uitgaven van de over-
heid komen hierin tot uiting.
Doordat de binnenlandse productie de binnenland-
se absorptie overtrof, ontstond een binnenlands
spaaroverschot, van SRD 1.214 miljoen. Daarbij
meegerekend de netto-uitstroom van primaire en
secundaire inkomens naar het buitenland van cir-
ca SRD 405 miljoen, was er in het verslagjaar we-
derom sprake van een nationaal spaaroverschot.
Met 4,9% van het BBPmp.is dit minder dan in 2011
(5,9%).
Prijsontwikkelingen
In het verslagjaar nam de consumentenprijsinfatie
aanzienlijk af, mede dankzij het behoudend monetair
en wisselkoersbeleid van de Bank. De 12-maands
infatie was per eind-2012 gedaald tot 4,3%, tegen-
over 15,3% ultimo 2011. De gemiddelde infatie lag
op 5,0%, vanuit 17,7% in 2011 (hierin zit het effect
van de devaluatie en structurele brandstofprijsver-
hoging besloten). Met de verminderde infatie voor
2012 heeft de Bank haar vooraf aangekondigde in-
fatiedoelstelling van 5-6% gehaald.
Naar categorien verdeeld, is de daling van de in-
fatie in 2012 is voornamelijk toe te schrijven aan
Alcoholische Dranken, Tabak en Transport, ge-
volgd door de categorie Voeding en Niet-Alcoholi-
sche Dranken.
Tabel II.8
Confrontatie van middelen en bestedingen
(in SRD mln)
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012
MIDDELEN
Totale middelen 15.775 16.253 17.543 21.769 24.501
BBP tegen lopende marktprijzen 9.698 10.638 11.992 14.259 16.540
Import van goederen en diensten (fob) 6.077 5.615 5.551 7.509 7.961
BESTEDINGEN
Totale bestedingen 15.775 16.253 17.543 21.769 24.501
Binnenlandse consumptie en investeringen 10.117 11.542 11.055 12.832 15.326
Export van goederen en diensten (fob) 5.657 4.711 6.488 8.936 9.175
Onderbesteding of Binnenlands spaaroverschot (+) -419 -904 937 1.427 1.214
Primaire en secundaire inkomens uit het buitenland 372 331 -59 -586 -405
Nationaal spaaroverschot (+) of -tekort(-) =
Overschot lopende rekening betalingsbalans (+) -48 -573 878 841 809
Bron: Centrale Bank van Suriname en Algemeen Bureau voor de Statistiek
14 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Tabel II.9
Consumentenprijsindex- en infatiecijfers
(Basis april 2009-juni 2009)
Jaar cpi cpi
2008 101,5 14,7 101,2 9,4
2009 101,3 -0,1 102,5 1,3
2010 108,3 6,9 113,1 10,3
2011 127,5 17,7 130,4 15,3
2012* 133,9 5,0 136,1 4,3
Bron: Algemeen Bureau voor de Statistiek
*voorlopige cijfers
Infl./12 mnds gem. Infl./I(t,t-12)
Totaalindex gemiddelde Totaalindex december
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 15 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 15
III.1 Algemeen
Voortgaande macro-economische stabilisatiemaat-
regelen in 2012 hebben mede geresulteerd in een
verdere beteugeling van de infatie. Gedurende
het verslagjaar is de infatie verder afgenomen en
bereikte 4,3% op jaareindebasis en 5,0% voor het
jaargemiddelde. De wisselkoers heeft daarbij als
nominaal anker gefungeerd, terwijl er eveneens
rust op de binnenlandse valutamarkt heerste. De
macro-economische omloopsnelheid van het geld
(de binnenlandse liquiditeitenmassa gerelateerd
aan het BBPmp) bleef vrijwel constant op 2. De
belangrijkste veroorzakers van de toename van de
binnenlandse liquiditeitenmassa waren evenals in
het jaar ervoor de toename van het netto buiten-
lands actief en de bancaire kredietverlening aan de
particuliere sector.
Het macro-economische klimaat bleek bevorderlijk
voor een toename van buitenlandse investeringen,
de exporten en de deviezenreserves. In combinatie
met het opheffen van externe schuldbetalingsach-
terstanden, vormde het aanleiding voor kredietbe-
oordelaars Fitch om in juli en Moodys om in augus-
tus van het verslagjaar de kredietwaardigheid van
Suriname met n kredietstap te verhogen. Zij ver-
hoogden hun rating voor de economische outlook
van Suriname tot BB-, het niveau dat Standard and
Poors reeds in 2011 aan ons land had toegekend.
S&Ps bevestigde die outlook in april. Suriname
kwam hiermede tot drie kredietstappen verwijderd
van een investment grade rating.

III.2 Institutionalisering van het
fnancieel-monetaire beleid
In het verslagjaar trof de bank diverse maatregelen
om het kader van het fnancile monetaire beleid te
verstevigen:
- Handhaving van de kasreservepercentages in
de SRD-sfeer en de vreemde valutasfeer;
- Ordening van de valutamarkt middels invoering
van nieuwe wetgeving waardoor toezicht op de
wissel- en geldovermakingskantoren en rappor-
tages beter vorm gegeven worden;
- Strikte toepassing, conform het wettelijk vastge-
steld plafond, van het voorschottenbeleid naar
de Overheid toe;
- Voorbereiding van de inrichting van de geld- en
kapitaalmarkt met meer marktgerichte monetai-
re instrumenten en ter facilitering van marktcon-
forme fnanciering van de Overheid;
- Voorbereiding van het wetsvoorstel met betrek-
king tot de instelling van een spaar- en stabilisa-
tiefonds;
- Capaciteitsversterking op het gebied van
fnancile educatie en training van doelgroepen
(naast de diverse trainingen en voorlichting die
wordt georganiseerd, is tevens een fnancile
campus in voorbereiding op het voormalig ter-
rein van het Billiton Stafdorp).
Daarnaast werden voorbereidingen voor proces
en systemen ter modernisering en versterking van
de nationale fnancile architectuur, zoals de opzet
van een modern geautomatiseerd betaalsysteem,
getroffen.
III.3 De ontwikkeling van de
liquiditeitenmassa
III.3.1 Ontwikkeling geldaggregaten
De basisgeldhoeveelheid (in enge zin) nam toe van
SRD 1.579,7 miljoen per eind 2011 tot SRD 2.170,1
miljoen ultimo 2012 (Tabel III.1). De toename (van
37,4%) was beduidend hoger dan in 2011 (5,2%).
De bankreserves hadden hierin het grootste aan-
deel; zij zijn gegroeid met ruim 57%, terwijl de
bankbiljetten in omloop met licht onder 19% toe-
namen. In de verslagperiode namen de verplichte
HOOFDSTUK III
DE MONETAIRE ONTWIKKELING
16 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
kasreserves van banken bij de Bank navenant toe
aan de mate van groei van de depositobasis; er was
immers geen sprake van verhoging van het kasre-
servepercentage. De gewone reserves van de ban-
ken verdubbelden echter, wat duidt op overliquidi-
teit bij de banken in het verslagjaar. Daarbij tevens
de versnelling in de bancaire kredietgroei in acht
nemend, is er sprake van een ruime liquiditeitsont-
wikkeling in de economie.
Eveneens komt dit tot uitdrukking in de groei van
de binnenlandse liquiditeitenmassa M2 van SRD
6.710,0 miljoen begin jaar tot SRD 8.128,5 miljoen
einde jaar, of met 21,1% (21,4% in 2011). Indien met
het effect van de devaluatie in 2011 rekening wordt
gehouden, is in 2012 de liquiditeitenmassa versneld
gegroeid. Niettemin blijft de monetaire groei in lijn
met de groei van het BBPmp. De omwenteling van
de binnenlandse liquiditeitenmassa ten opzichte
het BBPmp (de macro-economische omloopsnel-
heid van het geld) nam immers licht af tot 2,0 ten
opzichte van 2,1 in 2011.
III.3.2 Oorzaken van veranderingen in de
liquiditeitenmassa in ruime zin
Veranderingen in M2 kunnen worden teweegge-
bracht door buitenlandse en binnenlandse factoren.
De buitenlandse factoren hebben te maken met
de veranderingen in het betalingsverkeer met het
buitenland, terwijl de binnenlandse factoren voort-
vloeien uit het fnancieel handelen van de Overheid
en de kredietverlening aan de private sector door
het bankwezen.
Alle factoren droegen bij aan de liquiditeitscreatie
in 2012 (Tabel III.2). De liquiditeitstoevoer uit het
buitenland bleef de grootste contribuant, hoewel
in veel mindere mate dan in 2011. De toename in
de bancaire kredietverlening aan de private sector
bleef vrij vlak. Veroorzaakte in 2011 de overheid
nog bij een afname van de binnenlandse liquiditei-
tenmassa, in 2012 droeg ze daaraan bij, zij het op
relatief kleine schaal.
III.4 Kredietverlening en interest
der overige depositonemende
instellingen
Kredieten en beleggingen in de SRD sfeer namen in
2012 met 16% toe, in de US-dollar sfeer eveneens
met ruim 15% en in de euro sfeer met bijna 27%
(Tabel III.3). Opvallend is dat de reservebasis in
SRD procentueel meer is toegenomen dan voor de
US-dollar en de euro. In het verslagjaar vond geen
wijziging van het kasreserve percentage plaats. Re-
latief gezien is de kredietverlening in vreemde va-
luta dan ook harder gegroeid dan die in de lokale
valuta.
Tabel III.1
Ontwikkeling van de geldaggregaten
(in miljoenen SRD)
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012
Basisgeldhoeveelheid (in enge zin)
1)
1.007,6 1.336,4 1.502,2 1.579,7 2.170,14
Chartaal geld 487,2 589,6 688,0 707,9 846,12
Giraal geld 1.946,9 2.088,3 2.315,7 2.838,6 3.459,15
Primaire liquiditeiten (M1)
2)
2.434,1 2.677,9 3.003,8 3.546,5 4.305,26
Overige deposito's
3)
1.855,0 2.255,8 2.441,3 3.055,6 3.701,17
Effecten, andere dan aandelen
4)
47,5 61,1 80,0 108,0 122,07
Liquiditeitenmassa in ruime zin (M2)
5)
4.336,6 4.994,8 5.525,2 6.710,0 8.128,51
Basisgeldhoeveelheid 11,9 32,6 12,4 5,2 37,4
M1 25,6 10,0 12,2 18,1 21,4
M2 20,6 15,2 10,6 21,4 21,1
Quote:
Geldmultiplicator M2
6)
4,3 3,7 3,7 4,2 3,7
Mutatie (%) 7,8 -13,2 -1,6 15,5 -11,8
Bron: Centrale Bank van Suriname
1)
Omvat bankbiljetten in omloop en direct-opeisbare verplichtingen aan overige depositonemende instellingen.
2)
Omvat chartaal geld en giraal geld in lokale en vreemde valuta.
3)
Omvat spaar- en termijndeposito's in lokale en vreemde valuta.
4)
Betreft de goudcertificaten in handen van het publiek.
5)
Omvat primaire liquiditeiten, overige deposito's in lokale en vreemde valuta alsook effecten, andere dan aandelen.
6)
De verhouding tussen liquiditeitenmassa in ruime zin en basisgeldhoeveelheid in enge zin.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 17
Surinaamse dollar
De groei van kredieten en beleggingen in SRD met
16,4%, ligt 5,1 procentpunt hoger dan in 2011. Er
zijn vooral nieuwe leningen uitgezet aan de secto-
ren mijnbouw, woningbouw en overheid. Nochtans
vertonen woningbouw (22%), handel (18,2%) en
overige (36,5%) de grootste aandelen in de totale
kredietportefeuille.
Doordat de reservebasis in SRD harder is gegroeid
(met 27,2%) dan kredieten en beleggingen in SRD,
is de verhouding tussen leningen en depositos (lo-
an-to-deposit ratio) afgenomen van 94,5% in 2011
naar 86,5%. Tevens is een verkleining van de rente-
marge evident, welke tijdens het verslagjaar afnam
van 5,1 procentpunt naar 4,8 procentpunt.
US-dollar
De kredietportefeuille in US-dollar steeg met
15,6%, tegenover 8,7% in 2011. Kredietverlening
aan de handel nam sterk toe, waardoor ultimo 2012
circa 44% van de totale kredieten uitstond aan de
handelssector. Ook verkregen dienstverlening en
nijverheid relatief veel nieuw krediet. In het geval
van de US-dollar werd 56,2% van de depositoba-
sis ingezet voor de kredietverlening. Vanwege het
valutarisico van kredietverstrekking in deze munt is
de rentemarge hoger dan voor de SRD. De marge
nam ten opzichte van 2011 toe met 0,1 procentpunt.

Euro
Kredieten en beleggingen in euros namen met
26,8% toe; een toename van 9,7 procentpunt, terwijl
de reservebasis in euros met 3,7% toenam. De kre-
dietgroei concentreerde zich in de handel, dienst-
verlening en woningbouw. Opvallend is de relatief
lage loan-to-deposit ratio van 25,3%. Vanwege de
volatiliteit van de euro zijn kennelijk de kosten van
haar fnancile bemiddeling hoog ingeschat, getui-
ge de rentemarge van 8,9 procentpunt. Weliswaar
vertegenwoordigt dit 0,1 procentpunt minder dan in
2011.
III.5 Financile dollarisering
Het terugbrengen van de dollariseringgraad blijft
een aandachtspunt binnen het beleid van de Bank.
De depositodollarisering nam met 4,1 procentpunt
af, terwijl de kredietdollarisering met 1,2 procent-
punt steeg (Tabel III.4). Dit resulteerde in een daling
van de totale fnancile dollarisering met 2 procent-
punt.
Tabel III.2
Oorzaken van veranderingen in de
liquiditeitenmassa in ruime zin
(in miljoenen SRD)
Jaar Buitenland Overheid
1)
Private sector Overige Totaal
2008 486,1 -215,7 622,9 -153,5 739,8
2009 231,3 186,9 300,3 -60,4 658,4
2010 120,4 74,7 346,0 -10,8 530,7
2011 1.431,9 -255,4 610,3 -601,9 1.184,9
2012 690,5 51,8 572,2 103,9 1.418,5
Bron: Centrale Bank van Suriname
1)
Inclusief mutatie van munten en muntbiljetten in handen van het publiek.
18 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Tabel III.4
Financile dollarisering
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012

I. Vreemdevalutategoeden van ingezetenen 1.795,8 2.199,8 2.352,4 3.233,20 3.626,30
II. Totale tegoeden van particulieren
1)
3.384,4 4.196,8 4.939,9 5.721,70 6.920,43
III. Vreemdevalutakredieten aan particulieren 1.101,2 1.112,0 1.121,3 1.476,00 1.756,85
IV. Totale kredieten aan particulieren
2)
2.398,4 2.695,0 3.038,2 3.645,20 4.216,45
V. Depositodollarisering (I in procenten van II) 53,1 52,4 47,6 56,5 52,4
VI. Kredietdollarisering (III in procenten van IV) 45,9 41,3 36,9 40,5 41,7
VII. Financile dollarisering (I+III in procenten van II+IV) 50,1 48,1 43,5 50,3 48,3
Bron: Centrale Bank van Suriname
1)
De som van de tegoeden van particulieren in vreemde en eigen valuta bij Overige Depositonemende Instellingen.
2)
De som van kredieten aan particulieren in vreemde en eigen valuta bij Overige Depositonemende Instellingen.
Tabel III.3
Kredieten, reserve base en rentetarieven van algemene banken
Omschrijving 2008 2009 2010 2011 2012
In de SRD-sfeer:
Kredieten en beleggingen (mln SRD) 1.387,0 1.653,8 2.091,8 2.327,1 2.708,29
Gewogen gemiddelde kredietrente (%) 11,7 11,6 11,8 11,7 11,8
Reserve base (mln SRD) 1.467,6 1.886,3 2.270,8 2.461,5 3.130,5
Gewogen gemiddelde depositorente (%) 6,4 6,2 6,2 6,6 7,0
In de USD-sfeer:
Kredieten en beleggingen (mln USD) 305,8 301,7 315,4 342,8 396,3
Gewogen gemiddelde kredietrente (%) 9,5 9,5 9,3 9,5 9,6
Reserve base (mln USD) 370,6 461,5 497,9 599,5 704,3
Gewogen gemiddelde depositorente (%) 3,0 2,9 2,7 2,6 2,6
In de EUR-sfeer:
Kredieten en beleggingen (mln EUR) 71,3 75,7 73,7 86,3 109,4
Gewogen gemiddelde kredietrente (%) 9,9 10,3 9,7 9,8 9,6
Reserve base (mln EUR) 197,8 234,9 277,5 298,5 310,1
Gewogen gemiddelde depositorente (%) 1,5 1,0 0,9 0,8 0,7
Bron: Centrale Bank van Suriname
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 19 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 19
IV.1 Algemeen
In 2012 resulteren de overheidsfnancin in een to-
taal tekort van SRD 442,8 miljoen, of 2,7% van het
BBPmp ( Tabel IV1). Dit is een verslechtering van
0,7 procentpunt ten opzichte van 2011.
De ontvangsten namen met 13,8% toe, maar de
uitgaven stegen met 24,2%. Opvallend is de af-
wezigheid van schenkingen in het verslagjaar, ter-
wijl in het jaar ervoor nog SRD 115,4 miljoen was
ontvangen. De fnanciering van het tekort vond in
2012 dan ook plaats middels buitenlandse en bin-
nenlandse leningen.
IV.2 Ontvangsten en Uitgaven
In 2012 groeiden de overheidsinkomsten vooral
vanwege hogere afdrachten uit de mijnbouwsector.
Ook dit jaar werd immers geprofteerd van de hoge
internationale prijzen voor Surinames belangrijkste
exportproducten, aardolie en goud.

Dividend en inkomstenbelasting betalingen door
Staatsolie en Rosebel Gold Mines namen toe, ter-
wijl ook royalty betalingen door zowel de groot- als
de kleinschalige goudmijnbouw stegen. Royaltys
gend uit de kleine goudmijnbouw zijn echter een
klein percentage, ondanks dat de productie (en de
exportwaarde) groter is dan die van de grootscha-
lige goudsector. De inkomsten die zouden moeten
voortvloeien uit de ordening van de kleinschalige
goudsector bleven vooralsnog uit.
Daarnaast zorgden ook de winstovermaking van de
Centrale Bank, omzetbelasting, invoerrechten en
verbruiksbelasting op motorbrandstof voor een toe-
name van de overheidsontvangsten. De indirecte
belastingen hadden hoger kunnen uitvallen, waren
er geen vrijstellingen en verlaging van invoerrech-
ten ten behoeve van de productie- en ICT-sector
toegekend. Sinds 2011 geeffectueerd, beogen de
vrijstellingen een stimulering van de productie waar-
door de inkomsten van de Staat in de toekomst wel
zullen worden vergroot.
De overheidsuitgaven bedroegen 24,2% meer dan
het voorgaande jaar. De stijging wordt vooral ver-
oorzaakt door materile uitgaven en diensten, wel-
ke toenamen met 72,6% (van SRD 722 miljoen in
2011 tot SRD 1246 miljoen in 2012). In het verslag-
jaar werden immers ook achterstallige betalingen
voor goederen en diensten geleverd in het dienst-
jaar 2011 gepleegd.
Kapitaaluitgaven namen toe vooral vanwege de
uitvoering van infrastructurele werken, waaronder
rehabilitatie en uitbreiding van wegen- en verbin-
dingsstructuren, volkswoningbouw en ontwaterings-
werkzaamheden (met als doel het oplossen van de
problematiek rond de wateroverlast na regenval).
De toename van subsidies en bijdragen in 2012 met
24,9% vond plaats in het kader van de sociale maatre-
gelen die de Overheid nam ter ondersteuning van kwets-
bare groepen binnen de samenleving (Tabel IV.1).
Eind 2012 is aan ambtenaren een loonsverhoging
van 10% met terugwerkende kracht tot januari
2012 toegekend. In december is de verhoging over
de maanden december, januari en februari uit-
betaald. Het restant zal maandelijks tot en met mei
2013 worden uitbetaald.
Als aandeel in de totale uitgaven namen de per-
sonele uitgaven (lonen en salarissen) ondanks
de toegekende loonsverhoging af met ruim 4
procentpunt tot 29,8% (Tabel IV.2). Er was daaren-
tegen sprake van een relatieve verschuiving naar
materiele uitgaven (goederen en diensten); deze
stegen met 8 procentpunt tot 28,3% van de totale
uitgaven.
HOOFDSTUK IV
DE ONTWIKKELING VAN STAATSFINANCIN
20 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Tabel IV.1
Staatsfnancin op Kasbasis
(in miljoenen SRD)
Ontvangsten 2.354,7 2.944,6 2.606,2 3.537,5 4.024,5
Belastingen 1.683,1 1.832,9 1.878,6 2.667,8 3.019,1
Directe belastingen 835,6 965,4 970,6 1.341,0 1.584,6
Indirecte belastingen 847,6 867,5 907,9 1.326,8 1.434,5
Niet-belastingontvangsten 428,0 757,7 578,5 754,3 1.005,4
Inkomsten van staatsbedrijven 187,6 501,6 223,4 416,6 511,0
AOV-premies 61,2 75,9 83,2 97,1 106,2
Overige 179,1 180,2 271,8 240,7 388,1
Kapitaalontvangsten 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Schenkingen 243,6 354,1 149,1 115,4 0,0
Uitgaven 2.209,8 2.859,5 2.955,3 3.551,1 4.410,6
Lopende uitgaven 1.743,8 2.253,1 2.402,6 2.854,2 3.681,2
Personele uitgaven 758,5 967,6 1.075,3 1.208,8 1.315,6
Materile uitgaven en diensten 488,0 652,3 688,6 722,0 1.246,4
Subsidies en bijdragen 435,6 499,9 535,2 783,6 978,6
Interest 61,6 133,3 103,6 139,8 140,6
Kapitaaluitgaven 466,0 606,4 552,7 696,9 729,4
Leningen u/g minus aflossingen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Overige/Statistische verschillen 15,0 -305,5 44,3 -269,9 -56,7
Overschot (+) /tekort (-) 159,9 -220,4 -304,9 -283,6 -442,8
Financiering -159,9 220,4 304,9 283,6 442,8
Buitenlands (netto) 33,8 -16,3 184,6 413,6 347,5
Trekkingen 74,4 233,2 231,4 482,9 497,9
Minus: aflossingen 40,6 249,5 46,9 69,3 150,3
Binnenlands (netto) -193,7 236,6 120,3 -130,0 95,3
CBvS
(1)
-124,2 231,3 -7,8 -121,5 -29,9
Vorderingen op de overheid -56,0 418,9 -155,8 60,7 -88,1
Verplichtingen aan de overheid 68,2 187,6 -148,0 182,2 -58,2
waarvan: in vreemde valuta
(2)
35,2 43,1 -1,0 155,6 -176,7
Overige depositonemende instellingen
(1)
-88,0 -42,4 83,4 -68,4 83,9
Vorderingen op de overheid -64,6 -17,5 105,1 -16,8 92,1
waarvan: Effecten, andere dan aandelen -65,6 -17,9 105,3 -16,6 92,0
Verplichtingen aan de overheid 23,4 24,9 21,8 51,6 8,2
waarvan: in vreemde valuta
(2)
7,9 -4,5 9,1 2,1 -11,2
Overige financile instellingen 14,3 0,6 0,7 13,1 10,3
Schulden aan diverse binnenlandse bedrijven
(2)
7,9 49,1 44,9 47,7 33,2
Munten en muntbiljetten in handen van het publie -3,7 -2,0 -0,9 -0,9 -2,3
Memorandum items:
BBPmp (incl. informele sector)
(3)
9.698 10.683 11.989 14.259 16.540
Overschot (+) / tekort (-) % van het BBP 1,7% -2,1% -2,5% -2,0% -2,7%
(1)
Data van de analytische balansen van de CBvS en Overge Depositonemende Instellingen.
(2)
Data voor 2011 gecorrigeerd voor de wisselkoersaanpassing van januari 2011.
Bron: Centrale Bank van Suriname, Ministerie van Financin, Internationaal Monetair Fonds
* Voorlopige cijfers.
(3)
BBP 2012 is een schatting van het Internationaal Monetair Fonds.
Omschrijving 2008 2009 2010 2011* 2012*
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 21
De in 2011 ingestelde government take en de devaluatie
van de SRD, tezamen met de stijging van de interna-
tionale brandstofprijs, hebben druk op de koopkracht
van delen van de samenleving gelegd. Om de druk
enigszins te verlichten zijn extra overheidssubsidies
ingevoerd ten behoeve van bushouders, ziekenhuizen
en het P.C.S.. Ook werden de algemene kinderbijslag,
de algemene oudedags voorziening en de fnancile
bijstand aan mensen met een beperking opgetrokken.
Verder is een hefngskorting op loonbelasting gegeven
van SRD 50 per maand per loontrekker.
de overheidsgaranties en niet-opgenomen gecom-
mitteerde leningen omvat. Aangezien aldus de
schuld volgens de nationale defnitie hoger is, zal
een toename ervan een relatief lager percentage
bedragen.
De buitenlandse overheidsschuld heeft een multi-
laterale en bilaterale component. In het verslagjaar
nam de multilaterale schuld toe als gevolg van trek-
kingen op IaDB leningen, waarmede projecten in in-
frastructuur, institutionele versterking en de sociale
sectoren werden gefnancierd. De toename van de
bilaterale schuld werd veroorzaakt door trekkingen
op Chinese en Franse leningen voor huizenbouw
en rehabilitatie en aanleg van wegen.
Gemeten aan het BBPmp is de externe overheids-
schuld relatief laag in vergelijking met de rest van
het Caraibsiche gebied, wat reeds tot uitdrukking
kwam in Hoofdstuk I van dit verslag. Het maakt
daarbij niet veel uit of de internationale defnitie dan
wel de nationale defnitie gebruikt wordt. De Suri-
naamse externe sovereine schuld bedroeg 11,5%
van het BBPmp volgens de internationale defnitie
en 16,4 procentpunt BBPmp volgens de nationale
defnitie.
De totale schuld uitgedrukt als ratio van het BBP
bleef onder het wettelijk vastgestelde obligoplafond
van 60% (conform de Wet op de Staatsschuld). Vol-
gens de nationale defnitie bedroeg de totale schuld
27,1% van het BBPmp in 2012 (volgens de interna-
tionale defnitie: 21,5%).
Ook gemeten aan een ander belangrijk kengetal,
de debt service ratio (de som van afossingen en
rentebetalingen op de buitenlandse schuld in ver-
houding tot de goederen exportwaarde), staat Su-
riname er gunstig voor. De convergentiecriteria van
de Caricom stellen het plafond op deze ratio op
15%. De meeste lidlanden voldoen niet aan deze
eis. Suriname ligt met 2,1% echter ver onder het
maximum.
Tabel IV.2
Staatsuitgaven naar categorie
(in procenten van de totale staatsuitgaven)
Lopende uitgaven 78,9 78,8 81,3 80,4 83,5
Personele uitgaven 34,3 33,8 36,4 34,0 29,8
Materile uitgaven en diensten 22,1 22,8 23,3 20,3 28,3
Subsidies en bijdragen 19,7 17,5 18,1 22,1 22,2
Interest 2,8 4,7 3,5 3,9 3,2
Kapitaaluitgaven 21,1 21,2 18,7 19,6 16,5
Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Bron: Ministerie van Financin
* Voorlopige cijfers
Omschrijving 2008 2009 2010 2011* 2012*
IV.3 Financiering
Het overheidstekort is in 2012 voor meer dan 78%
gefnancierd middels beroep op buitenlands kapi-
taal. De resterende binnenlandse fnanciering komt
vooral op conto van een toename in schatkistpa-
pierverkoop aan het lokale bankwezen en institutio-
nele beleggers.
In termen van toename van de overheidsschuldpo-
sitie heeft de fnanciering geleid tot een toename in
zowel de buitenlandse als de binnenlandse staats-
schuld.
Bezien naar oorzaken van binnenlandse liquiditeits-
creatie blijkt dat in het verslagjaar voor SRD 51,8
miljoen aan liquiditeiten is gecreerd ten behoeve
van de Staat (ook Tabel III.2).
IV.4 De Staatsschuld
De buitenlandse schuld van de overheid groeide
met 22,5% en de binnenlandse schuld van de over-
heid groeide met 21,6% volgens de internationale
defnitie. De groeicijfers volgens de nationale def-
nitie waren respectievelijk 15,7% en 15,5%. Dat de
groei gemeten volgens de laatste lager uitvalt komt
doordat de nationale defnitie van schuld eveneens
22 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Tabel IV.3
Suriname: Staatsschuld naar Crediteur
(in miljoenen SRD)
2008* 2009* 2010* 2011* 2012*
Buitenlandse Staatsschuld in SRD**
Multilaterale crediteuren 205,2 228,5 318,9 673,7 841,7
Bilaterale crediteuren 682,2 519,3 610,8 877,0 1058,6
Commercile crediteuren 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Totale buitenlandse schuld (internationale definitie) 887,4 747,8 929,6 1550,7 1900,3
Overheidsgaranties (niet afgeroepen) 52,3 53,9 49,5 51,9 46,4
Niet opgenomen gecommitteerde leningen 848,7 993,0 822,6 745,4 769,5
Totale buitenlandse schuld (def. Wet o/d Staatsschuld) 1788,4 1794,8 1801,7 2348,0 2716,2
Binnenlandse Staatsschuld in SRD
Schuld aan de CBvS 397,3 652,5 880,6 858,3 1.024,0
Schuld aan het algemeen bankwezen 88,6 69,2 173,9 154,4 240,3
Overheidsgaranties (afgeroepen) 3,1 5,2 2,8 6,5 6,9
Schuld aan de rest van de particuliere sector 146,9 196,6 241,9 346,5 388,9
Achterstallige betalingen van ministeries aan derden 7,1 - 0,5 0,4 -
639,9 918,3 1.296,9 1.359,6 1.653,1
Overheidsgaranties (niet afgeroepen) 21,7 19,9 19,7 20,4 20,6
Niet opgenomen gecommitteerde leningen 257,2 195,6 174,9 144,5 88,7
Niet opgenomen gecommitteerde garanties 1,6 10,1 6,7 7,9 7,3
Totale binnenlandse schuld (def. Wet o/d Staatsschuld)*** 913,3 1.143,9 1.497,7 1.532,0 1.770,2
Totale Staatsschuld in SRD (internationale definitie) 1.527,3 1.666,1 2.226,5 2.910,3 3.553,4
Totale Staatsschuld in SRD (def. Wet o/d Staatsschuld) 2.701,7 2.938,7 3.299,4 3.880,0 4.486,4
In % van Het Bruto Binnenlandse Produkt
Totale Staatsschuld in SRD (internat. Definitie) in % van BBP**** 15,7% 15,6% 18,6% 20,4% 21,5%
Buitenlands 9,2% 7,0% 7,8% 10,9% 11,5%
Binnenlands 6,6% 8,6% 10,8% 9,5% 10,0%
Totale Staatsschuld in SRD (def. Wet o/d Staatsschuld) in % van BBP** 27,9% 27,5% 27,5% 27,2% 27,1%
Buitenlands 18,4% 16,8% 15,0% 16,5% 16,4%
Binnenlands 9,4% 10,7% 12,5% 10,7% 10,7%
Memorandum
Government's Debt Service Ratio***** 0,7% 3,4% 0,8% 1,0% 2,1%
Bron: Bureau voor de Staatsschuld
* Voorlopige cijfers.
** Omrekening van USD:SRD - 2008 t/m 2010 SRD 2,78 - 2011 en 2012 SRD 3,35
*** incl. alle overheidsgaranties, niet getrokken middelen, excl. achterst. bet.
**** conform Art. 1 lid h Wet op de staatschuld - het laatste gerealiseerde BBP
***** Aflossingen en Rentebetalingen van de buitenlandse Staatsschuld uitgedrukt in procenten van Exporten van Goederen en Diensten
Totale binnenlandse schuld (internationale definitie)
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 23 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 23
V.1 Algemeen
De positieve ontwikkelingen van de betalingsbalans
zetten zich voort in het verslagjaar en resulteerden
in een aanzienlijke toename van de internationale
reserves tot ruim US$ 1 miljard. De lopende reke-
ning registreerde een signifcant overschot, terwijl
ook de fnancile rekening een netto-instroom van
kapitaal liet zien. Mineralen blijven de dominante
export met een aandeel van 95% in de totale ex-
portwaarde. De positieve handelsbalans is vooral
het gevolg van de toegenomen internationale prij-
zen van de mijnbouw grondstoffen. De gevoeligheid
voor de bewegingen van internationale prijzen geeft
tegelijk ook aan dat er maatregelen genomen moe-
ten worden voor de diversifcatie van de economie.
De internationale reserves hebben een importdek-
king van circa 8 maanden, ruim boven het internati-
onaal aanvaarde niveau van drie maanden.
HOOFDSTUK V
DE ONTWIKKELING VAN DE BETALINGSBALANS
Tabel V.1
Betalingsbalans 2008-2012
(in miljoenen US$)
2008 2009 2010 2011 2012
A. LOPENDE REKENING (SALDO) 324,7 111,3 650,8 251,1 241,3
B. VERMOGENSOVERDRACHTENREKENING 31,9 87,4 53,9 35,0 -7,0
C. FINANCIELE REKENING (SALDO) -48,2 -141,2 -501,6 -84,9 372,0
D. SALDO A t/m C 308,4 57,4 203,1 201,2 606,3
E. STATISTISCHE VERSCHILLEN -100,0 -18,9 -168,1 -77,1 -426,2
F. FINANCIERINGS ITEM: -208,4 -38,5 -35,0 -124,1 -180,1
Internationale reserves
1)
-208,4 -38,5 -35,0 -124,1 -180,1
Memorandum items:
Herwaarderingen monetair goud en SDRs 9,1 -16,0 1,2 -1,9 -11,3
Bron: Centrale Bank van Suriname
1) Exclusief herwaarderingen van monetair goud en SDRs. Een minteken duidt op een toename in reserves
V.2 Lopende rekening
In het verslagjaar deed zich evenals in voorgaande
jaren een overschot op de lopende rekening voor,
en wel ad US$ 241,3 miljoen of 4,7% van het Bruto
Binnenlands Product (Tabel V.1). Het overschot was
circa US$ 10 miljoen minder dan in 2011, waartoe
bijdroegen een lichte afname van het handelsover-
schot, een toename van het tekort op de diensten-
rekening en een afname van overmakingen uit het
buitenland. Daarentegen namen de inkomstenover-
makingen naar het buitenland af.
V.2.1 Handelsverkeer
Evenals in 2011 vertoonde de handelsbalans een
overschot. Wederom was sprake van toegenomen
exportopbrengsten uit de mijnbouwsector. De toe-
name was vooral te danken aan de goudsector, met
24 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
hogere exportvolumes en prijzen. Mineralen maken
95% van de totale exportwaarde uit (Grafek V.1),
wat de economie kwetsbaar maakt voor de prijs-
schommelingen voor deze producten op de inter-
nationale markten. Om dergelijke externe schokken
op te vangen en de inkomen beter te spreiden, heeft
de Bank een wetsontwerp voorbereid ter instelling
van een nationaal spaar- en stabilisatiefonds.
In 2012 steeg de gemiddelde wereldmarktprijs van
goud met 6% tot US$ 1.606,90 per troy ounce, ter-
wijl het exportvolume toenam met 7 procent. De ex-
portwaarde van aluinaarde nam echter af, vanwege
afgenomen prijzen (met 14% tot US$ 298,18 per
metrieke ton) en afgenomen exportvolumes (met
16%). Ook de exportprijs van stookolie steeg, met
7% tot US$ 107,92 per barrel, hoewel het export-
volume op hetzelfde niveau als dat van 2011 bleef.
Met een aandeel van 67% in de mineralenexport
bleef de goudsector de grootste deviezenverdiener.
In 2012 is er voornamelijk gexporteerd naar de
Verenigde Arabische Emiraten, Zwitserland, de Ver-
enigde Staten van Amerika en Belgi. In 2012 nam
de import van goederen toe met 6% ten opzichte
van 2011. In het verslagjaar werd er voornamelijk
gemporteerd uit de Verenigde Staten van Amerika,
Nederland, Trinidad & Tobago en China.
V.2.2 Dienstenverkeer
Het tekort op de dienstenrekening steeg in het ver-
slagjaar met 20% tot US$ 418,7 miljoen (2011: US$
361,7 miljoen). De import van diensten betrof hoofd-
zakelijk betalingen aan buitenlandse aannemers
voor het verrichten van constructiewerkzaamheden,
in met name de mijnbouwsector, alsook betalingen
voor diverse buitenlandse particuliere diensten.
V.2.3 Primaire inkomens
Per saldo registreerde Suriname een uitstroom van
primaire inkomens ad US$ 193,8 miljoen, 26% la-
ger dan in 2011. Op de primaire inkomensrekening
vond er een uitstroom van US$ 220,9 miljoen plaats
voornamelijk bestemd voor dividenduitkeringen aan
buitenlandse aandeelhouders en rentebetalingen
door zowel de Staat als de particuliere sector. Hier-
tegenover stond een instroom van US$ 27,1 miljoen
uit hoofde van rente-inkomsten van de Bank en de
algemene banken op beleggingen in het buitenland.
V.2.4 Inkomensoverdrachten
Aan inkomensoverdrachten vloeide in 2012 US$
145,5 miljoen het land binnen, merendeels afkom-
stig uit Nederland, de Verenigde Staten van Ame-
rika en Frankrijk. Dit betreft veelal overmakingen ter
ondersteuning van familieleden in Suriname door
personen in de loop van de jaren gemigreerd uit
Suriname. Uitgaande inkomensoverdrachten von-
den bestemming naar China, Brazili, de Verenigde
Staten van Amerika, Nederland en de Dominicaan-
se Republiek, en wel voor US$ 72,8 miljoen gedu-
rende het verslagjaar.
V.3 Vermogensoverdrachten-
rekening
In het verleden omvatte ontwikkelingshulp uit Ne-
derland het leeuwendeel van de vermogensover-
drachten rekening. In 2010 kwam aan de toestroom
van middelen uit deze bron offcieel een einde. De
vermogensoverdrachtenrekening sloeg anno 2012
om in een uitstroom van kapitaal, ad US$ 7,0 mil-
joen, welke hoofdzakelijk is toe te schrijven aan de
aankoop van een ambassadegebouw in Frankrijk.
V.4 Financile rekening
Waar in 2011 en voorgaande jaren nog sprake was
van een uitstroom via de fnancile rekening stroom-
de in 2012 US$ 372,0 miljoen naar Suriname.
Particuliere bedrijven zorgden voor een instroom
van kapitaal ad US$ 283,0 miljoen, door omzetting
van een deel hun korte termijn buitenlandse te-
goeden. De middelen werden aangewend voor de
import van goederen en diensten. Hierin speelt de
betaling voor constructie activiteiten door de mijn-
bouwbedrijven een grote rol.
Daarnaast veroorzaakte de overheid een netto in-
stroom van kapitaal ad US$ 101,5 miljoen. Zij nam
lange termijn buitenlandse leningen op voor US$
Aluinaarde
14%
Aardolie
14%
Goud
67%
Overige
5%
GrafiekV.1ExportproductenSuriname
Grafek V.1
Exportproducten in Suriname
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 25
Bron: Centrale Bank van Suriname
180,3
151,5
102,7
250,1
345,6
298,1
203,8
115,6
307,2
407,6
0
50
100
150
200
250
300
350
400
450
2008 2009 2010 2011 2012
in mln US$
Grafiek V.3 Omzet US$ valutamarkt
US$ aankoop
US$ verkoop
Grafek V.3
Omzet US$ Valutamarkt
265,5
218,7
205,1 207,3
171
200,8
196 198,8
174,1
147,3
0
50
100
150
200
250
300
2008 2009 2010 2011 2012
in mln
GrafiekV.4OmzetEurovalutamarkt
EUR aankoop
EUR verkoop
Grafek V.4
Omzet Euro Valutamarkt
Grafek V.2
Internationale Reserves en importdekking
4.0
4.7
5.0
4.4
5.1
0.0
2.0
4.0
6.0
0
200
400
600
800
1000
1200
2008 2009 2010 2011 2012
maanden in mln US$
Grafiek V.2 Internationale reserve & importdekking
International reserves Importdekking
146,7 miljoen en loste af voor US$ 45,1 miljoen. De
trekking op leningen waren afkomstig van de Inter-
American Development Bank en de Volks Repu-
bliek China.
Uit hoofde van directe investeringen kwam US$
62,0 miljoen binnen.
Via de fnancile rekening stroomden ook midde-
len naar het buitenland, zij het van relatief geringe
omvang. Zo losten de bedrijven een deel van hun
buitenlandse lange termijn leningen en handelskre-
dieten af, ter waarde van US$ 52,4 miljoen. Ook
heeft er een lichte uitvloei van portfolio investment
plaatsgevonden, van US$ 5,8 miljoen.
V.5 Internationale reserves
Vanwege de gunstige ontwikkeling van de betalings-
balans namen de internationale reserves toe met
US$ 180,1 miljoen tot US$ 1.008,2 miljoen per eind
2012 (Grafek V.2). Hierin zit ook de herwaardering
van goud en deviezen van US$ 11,3 miljoen inbe-
grepen. De dekking van de reserves bereikte 5,0
maanden import van goederen en diensten. Indien
alleen de importen voor de niet-mijnbouw sectoren
worden beschouwd, bedroeg de dekking 7,9 maan-
den. Bedrijven in de mijnbouwsector fnancieren im-
mers hun importen uit eigen middelen en doen als
zodanig geen beroep op de internationale reserves.

V.6 Wisselkoers
De wisselkoers bleef in het verslagjaar stabiel. Er is
voorzichtig monetair en fnancieel beleid gevoerd.
De fnanciering van de Overheid door de Centrale
Bank bleef binnen de bij wet vastgestelde marges,
terwijl de verkoop van schatkistpapier aan banken
liquiditeiten afroomde. Met de bloeiende export en
het gunstig fnancile verkeer kon het aanbod op
de vreemde valutamarkt de vraag doorgaans goed
aan. Interventies door de Centrale Bank bleven zo-
doende beperkt tot een minimum.
De aan- en verkoopvolumes van US-dollars op de
lokale valutamarkt namen in het verslagjaar toe.
Aan- en verkopen van euros vertoonden in het
verslagjaar een daling, voornamelijk verklaard uit
minder toerisme inkomsten en lagere inkomens-
overdrachten uit Nederland verband houdend met
de voortdurende malaise in het Eurogebied. De ge-
middelde appreciatie van de Surinaamse dollar ten
opzichte van de euro, refecteerde de beweging van
de kruiswisselkoers tussen de US-dollar en de euro
op de internationale markt.
Bron: Centrale Bank van Suriname
Bron: Centrale Bank van Suriname
26 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 26 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
VI.1. Algemeen
De grondslag van de toezichthoudende taak van de
Bank is vastgelegd in artikel 9, sub d, van de Bank-
wet 1956 (G.B. 1956 no.97, zoals laatstelijk gewij-
zigd bij S.B. 2005 no. 56, geldende tekst S.B. 2010
no. 173). Hieronder wordt vermeldt dat de Bank de
taak heeft om toezicht uit te oefenen op het bank- en
kredietwezen, het pensioen- en assurantiewezen,
het geldwisselverkeer en op het overmakingenver-
keer van fnancile middelen van en naar het bui-
tenland, zulks op grond van de daarvoor geldende
wettelijke regelingen. Het toezicht richt zich daarbij
mede op de integriteit van de instellingen werkzaam
in deze sectoren en subsectoren.
Het Directoraat Toezicht Kredietwezen van de Bank
is belast met het toezicht op het bank en krediet-
wezen alsmede op het pensioen en assurantiewe-
zen. De bevoegdheden zijn onder meer neergelegd
in de Wet Toezicht op het Bank- en Kredietwezen
2011 (S.B. 2011 no.155), welke wet op 22 novem-
ber 2011 werd aangenomen in de Nationale Assem-
blee. Deze wet dient ter gedeeltelijke vervanging
van de Wet Toezicht Bank- en Kredietwezen 1968
(S.B. 1968 no.63 zoals laatstelijk gewijzigd bij De-
creet Toezicht Kredietwezen S.B. 1986 no.82), met
dien verstande dat het toezicht op kredietinstellin-
gen zoals banken, kredietcoperaties, beleggings-
maatschappijen en fnancieringsmaatschappijen in
de nieuwe wet is ondergebracht. Het toezicht op
verzekeringsmaatschappijen valt vooralsnog onder
de wet van 1968. Zodra het toezicht op het assu-
rantiewezen in een daarvoor specifeke wet zal zijn
geregeld, zal de Wet Toezicht op het Bank- en Kre-
dietwezen 1968 in zijn geheel komen te vervallen.
De Wet Pensioenfondsen en Voorzieningsfondsen
2005 (S.B. 2005 no.75) bevat reeds de bevoegd-
heden betreffende het toezicht op pensioenfondsen
en voorzieningsfondsen.
Het Directoraat heeft als belangrijke aandachtsge-
bieden de regulering van de toegang van deze on-
dernemingen tot de fnancile sector en het daarop
uit te oefenen bedrijfseconomisch toezicht.
De implementatie van de Wet Toezicht Bank- en
Kredietwezen 2011
Behalve het nieuwe vergunningenregime dat met
de inwerkingtreding van de Wet Toezicht op het
Bank- en Kredietwezen 2011 werd gentroduceerd,
is aan het toezicht ook een nieuwe dimensie ge-
geven. Naast het bedrijfseconomisch en monetair
toezicht, wordt door de Bank thans namelijk ook in-
tegriteits- en structuurtoezicht uitgeoefend.
Met het integriteitstoezicht moet worden voorkomen
dat personen met een bevlekt fnancieel verleden
cruciale posities bekleden in het dagelijks bestuur
of de raad van Commissarissen van een kredietin-
stelling, dan wel een gekwalifceerde deelneming
uitoefenen binnen een kredietinstelling
Met het uitoefenen van structuurtoezicht wordt ge-
tracht te voorkomen dat natuurlijke of rechtsperso-
nen handelingen verrichten die een risico kunnen
opleveren voor een gezond bankbeleid of een ge-
zonde ontwikkeling van het kredietwezen en de f-
nancile sector.
De Bank heeft in het verslagjaar een aanvang ge-
maakt met het uitoefenen van het integriteits- en
structuurtoezicht. In dit verband heeft de Bank in
april 2012 een bekendmaking geplaatst in diverse
lokale dagbladen, waarbij de houders van gekwa-
lifceerde deelnemingen werden opgeroepen hun
deelneming, dan wel hun zeggenschap verbonden
aan een deelneming in een kredietinstelling bij de
Bank aan te melden.
Bij de toetsing van de integriteit wordt onder andere
rekening gehouden met de antecedenten van de di-
rectie, bestuurders, leden van de raad van commis-
sarissen en de houders van gekwalifceerde deel-
nemingen van de kredietinstellingen. De Bank heeft
formulieren vervaardigd waarbij de belanghebben-
den onder andere vragen dienen te beantwoorden
betreffende hun deskundigheid en bekwaamheid
als ook betreffende hun strafrechtelijk en fnancieel
verleden. In het verslagjaar zijn bij de benoeming
van nieuwe directieleden en leden van de raden
van commissarissen bij de diverse kredietinstellin-
gen, de betrokkenen eveneens aan het integriteits-
onderzoek van de Bank onderworpen.
HOOFDSTUK VI
HET BEDRIJFSECONOMISCH TOEZICHT
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 27
In het verslagjaar heeft de Bank eveneens formu-
lieren voor de aanvraag van een vergunning voor
het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling
vervaardigd. De betreffende formulieren zijn via de
website van de Bank beschikbaar gesteld.
Voorts is er een aanvang gemaakt met het voorbe-
reiden van een aantal nieuwe richtlijnen in het kader
van het bedrijfseconomisch toezicht.
Vermeldenswaard is dat in april 2012 de Richtlijn
inzake Anti-Money Laundering en de bestrijding van
de Financiering van Terrorisme is uitgevaardigd.
Daarnaast zijn in het kader van de uitvoering van de
aanbevelingen die zijn voortgekomen uit de Mutual
Evalution Report (MER) van de Caribbean Financial
Action Task Force, de Wet Melding Ongebruikelijke
Transacties en de Wet Identifcatieplicht Dienstver-
leners in juli 2012 aangepast en vervolgens op 9
augustus 2012 in werking getreden (S.B. 2012 No.
133 en 134). Een belangrijke aanvulling in het kader
van de anti money laundering wetgeving is, dat de
Bank is aangewezen als de autoriteit belast met het
toezicht op de naleving van deze wetgeving voor
zover het fnancile dienstverleners betreft.
Onder toezicht staande instellingen
Met de inwerkingtreding van de Wet Toezicht Bank-
en Kredietwezen 2011( hierna te noemen de Wet)
zijn de bestaande Verklaringen van Geen Bezwaar
(VGB) van de kredietinstellingen geconverteerd
in een vergunning ingevolge de nieuwe Wet. De
VGB waren toegekend op basis van de oude Wet
Toezicht Bank en Kredietwezen 1968 en konden
van rechtswege worden omgezet, mits de instellin-
gen door middel van een rechtspersoon hun bedrijf
uitoefenen en aangaven voornemens te zijn hun
activiteiten voort te zetten. De kredietinstellingen
die over een vergunning ingevolge de nieuwe toe-
zichtwetgeving beschikken, zijn opgenomen in het
Register van Kredietinstellingen. Krachtens het be-
paalde in artikel 12 van de Wet worden in het Regis-
Tabel VI.1
Instellingen onder toezicht van het
Directoraat Toezicht Kredietwezen
Soort instelling 2010 2011 2012
Primaire banken 9 9 9
Levensverzekeringsmaatschappijen 5 5 5
Schadeverzekeringsmaatschappijen 6 6 6
Uitvaartverzekeringsmaatschappijen 2 2 2
Houdstermaatschappijen 1 1 1
Pensioenfondsen 34 35 36
Voorzieningsfondsen 5 5 5
Spaarfondsen 1 1 1
Kredietcoperaties 28 26 23
Overige instellingen 12 12 8
Totaal 103 102 96
Bron:CentraleBankvanSuriname


ter alle kredietinstellingen ingeschreven en tevens
alle doorhalingen van inschrijvingen geregistreerd.
Het aantal onder toezicht staande ondernemingen
van het Directoraat Toezicht Kredietwezen in het
verslagjaar met zes is afgenomen tot 96 instellingen
(Tabel VI.1). Dit is onder andere het gevolg van het
feit dat de inactieve instellingen niet in het register
zijn opgenomen.
Ontwikkeling binnen het Directoraat Toezicht
Kredietwezen
Gelet op het feit dat met de nieuwe toezichtwet-
geving ook de werkdruk van het directoraat is ver-
hoogd, heeft het directoraat zich versterkt met een
aantal junior economen. Vanwege de expansie van
het aantal medewerkers op het directoraat werd het
eveneens noodzakelijk een ruimere locatie te zoe-
ken. Het Directoraat Toezicht Kredietwezen werd
daarom aan het eind het verslagjaar ondergebracht
op het complex van Ons Erf aan de Prins Hendrik-
straat.
Tevens is een Financial Stability Unit in het directo-
raat ondergebracht. Deze unit is belast met de pu-
blicatie van een National Financial Stability Report
(FSR). Een andere taak is het onderzoeken en be-
oordelen van de risicos van het fnancile systeem
in relatie tot de rele sector, zodat de autoriteiten
tijdig maatregelen kunnen treffen om deze risicos
te beheersen c.q. te elimineren. Ook geeft het FSR
een beeld van de vooruitzichten op de stabiliteit en
veerkracht van de fnancile sector op het moment
dat het rapport wordt opgesteld. Een FSR kan bij-
dragen tot fnancile stabiliteit door middel van het
verbeteren van inzichten in de risicos en het atten-
deren van fnancile instellingen en marktdeelne-
mers op de mogelijke collectieve impact van hun
individuele acties.
In het kader van het verbeteren van de uitvoering
van het toezicht heeft de Bank consultants aan-
getrokken om zowel de off-site surveillance als de
on-site inspecties naar internationale standaarden
op te trekken. Er zijn verschillende trainingssessies
gehouden op het gebied van Risk-based Supervi-
sion, Consolidated Supervision, Financial Stability,
Liquidity Risk Management en Market Risk.
VI.2. Primaire Banken
VI.2.1 Algemeen
In artikel 46 van de Wet is de uitwisseling van in-
formatie met andere buitenlandse toezichthouders
geregeld. Ter uitvoering van dit artikel heeft de
Bank in mei 2011 de Multilateral Memorandum of
Understanding (MMOU) tussen lidlanden van de
28 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Caribbean Group of Bank Supervisors op het ge-
bied van informatie-uitwisseling en samenwerking
ondertekend. Als eerste uitvloeisel van dit memo-
randum is een on-site inspectie uitgevoerd bij de
RBC Royal Bank (Suriname) N.V. in samenwerking
met de Centrale Bank van Trinidad & Tobago, de
toezichthouder van het moederbedrijf.
VI.2.2 Financile gegevens
In de bijlagen VI.1 tot en met VI.8 zijn de gecombi-
neerde fnancile gegevens van alle primaire ban-
ken opgenomen.
Het balanstotaal (bijlage VI.1) is in 2012 ten op-
zichte van 2011 gestegen met 22,2%. Aan de acti-
vazijde hebben voornamelijk de posten bankiers in
binnen- en buitenland en kredietverlening hieraan
bijgedragen, terwijl aan de passivazijde de op ter-
mijn toevertrouwde middelen en de korte schulden
de stijging van het balanstotaal voor een groot deel
hebben gerealiseerd.
De rentemarge (bijlage VI.2) vertoont in het lopend
jaar ten opzichte van het jaar daarvoor een stijging
van 4,4% waarbij sprake was van toenames van
zowel de rentebaten als de rentelasten. Het netto-
resultaat is in 2012 ten opzichte van 2011 gestegen
met 22,8% naar SRD 79,8 miljoen. Ondanks deze
stijging is de ROA (Return of Assets) in het verslag-
jaar in vergelijking met het jaar daarvoor stabiel ge-
bleven. De oorzaak hiervan is dat het balanstotaal
in verhouding ook is toegenomen. De ROE (Return
on Equity) vertoont echter een daling vanwege de
relatief kleinere stijging van het nominale resultaat
vergeleken met die van het eigen vermogen.
Grafek VI.4
Primaire banken toevertrouwde middelen
versus kredietverlening
0
1,000,000
2,000,000
3,000,000
4,000,000
5,000,000
6,000,000
7,000,000
8,000,000
2008 2009 2010 2011 2012
X SRD 1.000,-
GRAFIEK VI.4
Primaire banken toevertrouwde middelen versus kredietverlening
Totaal toevertrouwde middelen Totaal kredietverlening (netto)
Bron: Centrale Bank van Suriname
Bron: Centrale Bank van Suriname
0
3
6
9
12
15
2008 2009 2010 2011 2012
GRAFIEK VI.1
Primaire banken solvabiliteitstoetsing
Solvabiliteitsratio 8% minimum
Grafek VI.1
Primaire banken solvabiliteitstoetsing
Bron: Centrale Bank van Suriname
Grafek VI.3
Primaire banken ontwikkeling
van de rentemarge, totale baten, overige lasten en
brutoresultaat
-
75,000
150,000
225,000
300,000
375,000
450,000
2008 2009 2010 2011 2012
X SRD 1.000,-
GRAFIEK VI.3
Primaire banken ontwikkeling van de rentemarge, totale baten, overige lasten en
brutoresultaat
Rentemarge Totale baten Overige lasten Bruto resultaat
Bron: Centrale Bank van Suriname
Grafek VI.2
Primaire banken liquiditeitsverhouding
Bron : Centrale Bank van Suriname
0
25
50
75
100
125
2008 2009 2010 2011 2012
in %
GRAFIEK VI.2
Primaire banken liquiditeitsverhouding
Liquiditeitsverhouding 100% dekking
Bron: Centrale Bank van Suriname
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 29
De stijging van de bruto kredietverlening (bijlage
VI.3) met 14,9% ten opzichte van het vorig verslag-
jaar is op de sectoren landbouw, elektriciteit, gas
en water en dienstverlening na, door alle sectoren
tot stand gebracht. De sector landbouw vertoont
een minimale daling van 0,3% ten opzichte van
de vorige periode. In de sectoren industrie, handel
en woningbouw zijn de grootste toenames in deze
periode waar te nemen, namelijk 18,4%, 30,1% en
18,6%.
Bijlage VI.4 laat zien dat het totaal aan non-perfor-
ming kredieten met 12,6% is gedaald ten opzichte
van 2011. Echter is de voorziening gestegen met
2,1%. Deze stijging moet in relatie worden gebracht
met het stringenter voorzieningenbeleid dat voor
bepaalde categorien wordt gehanteerd.
De non-performing ratio bedraagt 6,2% (boven de
benchmark van 5%).en is ten opzichte van 2011
verbeterd.
De toevertrouwde middelen (bijlage VI.5) maken
87,1% deel uit van het balanstotaal en de krediet-
verlening maakt 52,8% uit van de toevertrouwde
middelen. Uit bijlage VI.5 blijkt dat de toevertrouwde
middelen in 2012 ten opzichte van 2011 met 20,6%
zijn gestegen. Opmerkelijk in deze periode is de
relatief hoge toename van de toevertrouwde mid-
delen groter dan 1 jaar met 51,2%. De spaargelden
en de R/C gelden oftewel girogelden in SRD namen
toe met respectievelijk 17,4% en 25,1%.
In bijlage VI.6 is onder andere de solvabiliteit der
primaire banken opgenomen. Met een stijging van
0,6% ten opzichte van 2011 bedraagt de solvabili-
teitsratio 12,6% en ligt ruim boven het vereiste mi-
nimum van 8%. De liquiditeitsverhouding vertoont
ten opzichte van het vorig jaar een stijging van 4,6%
en bedraagt 53,4%, maar ligt nog ver beneden het
minimum van 100%.
De som van alle grote posten (leningen en depo-
sitos) bedraagt per december 2012 396,8% van het
toetsingsvermogen en ligt onder de toegestane li-
miet van 600%. De grote posten leningen in termen
van het toetsingsvermogen bedraagt 82,5% en is
ten opzichte van 2011 gedaald met 23,5 procent-
punt (bijlage VI.8). Deze daling wordt veroorzaakt
door de daling van de grote posten leningen met
4,6%, terwijl het toetsingsvermogen is toegenomen
met 22,6%.
VI.3.Verzekeringsmaatschappijen
VI.3.1. Algemeen
De voorbereidingen die worden getroffen voor een
nieuwe wet op het verzekeringsbedrijf verkeren in
2012 in vergevorderd stadium. De commentaren
van het Ministerie van Justitie en Politie, alsmede
die van de verzekeringssector zijn reeds verwerkt
in de conceptwet.
De in 2010 door Assuria N.V. in Guyana opgerichte
maatschappijen voor respectievelijk schade- en le-
vensverzekeringen, begonnen ultimo maart 2012
met hun verzekeringsactiviteiten. De N.V. Suri-
naamse Assurantie Maatschappij Self Reliance,
die in 2010 de aandelen van de Clico bedrijven in
Suriname heeft overgenomen, heeft in haar jaar-
verslag 2011 aangegeven dat het resultaat van de
Clico bedrijven over 2011 nog niet is vastgesteld.
Aangehaald is, dat de betalingen van de premies
van diverse producten zich gestaag herstellen,
mede vanwege de stringente uitvoering van en be-
taling conform het doorstartplan.
De verzekeringsmaatschappij Parsasco startte in
mei 2012 met een fliaal in het district Commewijne.
Grafek VI.5
Totale baten ten opzichte van totale lasten
levensverzekerinsmaaschappijen
Bron: Centrale Bank van Suriname
-
20,000
40,000
60,000
80,000
100,000
120,000
140,000
160,000
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD 1.000,-
GRAFIEK VI.5
Totale baten ten opzichte van totale lasten der levensverzekeringsmaatschappijen
Totale baten inclusief premie-inkomsten + koopsommen Totale lasten inclusief uitkeringen
Bron: Centrale Bank van Suriname
Grafek VI.6
Winst na belasting der
levensverzekerinsmaaschappijen
Bron: Centrale Bank van Suriname
-
2,000
4,000
6,000
8,000
10,000
12,000
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD. 1.000,-
GRAFIEK VI.6
Winst na belasting der levensverzekeringsmaatschappijen
Winst na belasting
Bron: Centrale Bank van Suriname
30 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
VI.3.2. Financiele gegevens
Vanwege achterstanden in de rapportage van ver-
zekeringsmaatschappijen aan de Bank heeft onder-
staand verslag betrekking op het boekjaar 2011.
Gegevens voor 2011 tonen dat de gezamenlijke
winst van zowel de schade- als levensverzekerings-
maatschappijen steeg met circa 50%.
VI.3.2.1 Levensverzekeringsmaatschappijen
In 2011 vertoonde het balansvermogen van de drie
levensverzekeraars (bijlage VI.9) een stijging van
37,9% ten opzichte van 2010.
Bij de beleggingen was een stijging te zien van
40,4%. Binnen de beleggingsportefeuille was de
grootste toename te zien in de post leningen op
schuldbekentenissen met 159,0%. De tweede
grootste toename vond plaats in de post termijn-
depositos met 60,7%. De hypotheken zijn echter,
zoals te verwachten is bij levensverzekeringen, de
grootste beleggingspost met 35,4% van het geheel.
De reserves bedroegen in 2011 SRD 45,7 miljoen.
De premies en koopsommen die een nmalig ka-
rakter hebben, stegen met respectievelijk 30,8% en
26,0%.
Het technisch resultaat, dat de afgelopen vijf ja-
ren steeds negatief is geweest, verslechterde met
300,3% (bijlage VI.10). Dit was het gevolg van een
negatieve verdiende premie vanwege een grote
toename in de technische voorzieningen. Ook de
bedrijfskosten vertoonden een toename en wel van
63,0%. Opgemerkt dient te worden dat elk der maat-
schappijen een negatief technisch resultaat had.
Het bedrijfsresultaat voor de sector als geheel was
echter positief, onder andere vanwege een toena-
me in de beleggingsinkomsten van 22,4% tot SRD
21,4 miljoen. De voornaamste oorzaak was echter
een enorme stijging van het saldo andere baten en
lasten met meer dan 6.300% tot SRD 32,5 miljoen.
De grote toename in dit saldo andere baten en las-
ten is voornamelijk het gevolg van wisselkoersver-
schillen geweest, welke een voortvloeisel is van de
devaluatie in januari 2011. De levensverzekeraars
behaalden tezamen een resultaat van SRD 10,4
miljoen, hetgeen een toename was van 48,1% ten
opzichte van 2010.
De solvabiliteitspositie van de verzekeraars (bijlage
VI.11) vertoonde een verdere verbetering in 2011
en ging naar SRD 21,4 miljoen ten opzichte van
SRD 13,1 miljoen in 2010.
Als gekeken wordt naar de verhouding tussen de
netto winst en het eigen vermogen (de rentabiliteit)
van de levensverzekeraars, dan blijkt die in 2011
met 22,0% vrijwel stabiel te zijn gebleven ten op-
zichte van 2010 (bijlage VI.12).

VI.3.2.2 Schadeverzekeringsmaatschappijen
In 2011 vertoonde het totaal balansvermogen van
de schadeverzekeraars (bijlage VI.13) een toena-
me van 30,6% tot SRD 421,5 miljoen. De beleggin-
gen vertoonden een groei van 52,4% tot SRD 288,1
miljoen. Uit de beleggingsportefeuille blijkt dat de
grootste toename waar te nemen is in de post effec-
ten met 135,6%. Evenals bij de levensverzekeraars
is de tweede grote toename te zien in de post ter-
mijndepositos met 64,6%. De hypotheken maken
het grootste deel uit van de totale beleggingen; zij
beslaan immers 30,7% van het totaal.

De bruto premie inkomsten (bijlage VI.14) stegen
met 25,0% tot SRD 227,0 miljoen, terwijl de uitke-
ringen toenamen met 32,7% tot SRD 126,7 miljoen.
Ook in 2011 was de grootste branche qua premie-
Grafek VI.8
Winst na belasting der
schadeverzekerinsmaaschappijen
Bron: Centrale Bank van Suriname
-
5,000
10,000
15,000
20,000
25,000
30,000
35,000
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD. 1.000,-
GRAFIEK VI. 8
Winst na belasting der schadeverzekeringsmaatschappijen
Winst na belasting
Grafek VI.7
Totale baten ten opzichte van totale lasten
der schadeverzekerinsmaaschappijen
Bron: Centrale Bank van Suriname
Bron:Centrale Bank van Suriname
0
50000
100000
150000
200000
250000
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD. 1.000,-
GRAFIEK VI.7
Totale baten ten opzichte van totale lasten der schadeverzekeringsmaatschappijen
Totale baten inclusief premie-inkomsten Totale lasten inclusief uitkeringen
Bron: Centrale Bank van Suriname
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 31
inkomsten, de categorie ziektekosten verzekerin-
gen gevolgd door brandverzekeringen. De bedrijfs-
kosten vertoonden een toename van 27,7%. Als
gevolg van de stijgingen in de kosten nam het tech-
nisch resultaat af met 34,1% tot SRD 2,8 miljoen.
De beleggingsinkomsten daalden met 12,3%, De
post saldo andere baten en lasten echter vertoonde
een forse toename van 281,0% en bestaat voorna-
melijk uit wisselkoersverschillen.
De solvabiliteitspositie van de schadeverzekeraars
(bijlage VI.15) verbeterde zich verder en vertoonde
in 2011 een overschot van SRD 106,5 miljoen.
De rentabiliteit (verhouding netto winst en eigen
vermogen) van de schadeverzekeraars verbeterde
en ging van 15,2% in 2010 naar 17,0% in 2011 (bij-
lage VI.16).
De schadeverzekeraars behaalden tezamen een
resultaat van SRD 33,5 miljoen, hetgeen een toe-
name was van 57,3% ten opzichte van 2010.
Wet Aansprakelijkheidsverzekering
Motorrijtuigen (WAM)
In totaal werden in 2011 206.053 WAM-verzekerin-
gen afgesloten, die een bruto premie-inkomen van
SRD 48,4 miljoen vertegenwoordigden. Hiervan be-
trof 124.994 stuks, verzekeringen van personenau-
tos. Deze categorie was met een premie-inkomen
van SRD 30,1 miljoen (62,2% van het bruto premie-
inkomen) de grootste WAM-verdiener.
Ook in 2011 was het resultaat uit de WAM slecht en
bedroeg negatief SRD 8,1 miljoen, hetgeen welis-
waar een verbetering was van 49,7% ten opzichte
van 2010. De uitkeringen, voornamelijk ter dekking
van materile schade, bedroegen SRD 29,4 mil-
joen. De categorie Personenautos eiste de meeste
schade uitkeringen op. In 2011 werden er in totaal
16.082 schadegevallen geregistreerd, waarvan
Grafek VI.9
Inkomsten pensioenfondsen
-15,000.00
0.00
15,000.00
30,000.00
45,000.00
60,000.00
75,000.00
90,000.00
105,000.00
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD 1.000,-
Premies/Stortingen in het fonds Inkomsten uit beleggingen Andere inkomsten
Bron: Centrale Bank van Suriname
9.919 per ultimo december 2011 reeds zijn afge-
handeld.
VI.3.2.3 Uitvaartverzekeringsmaatschappijen
Van de twee onder toezicht staande uitvaartver-
zekeringsmaatschappijen is n maatschappij be-
zig haar verzekeringsactiviteiten af te bouwen. Uit
overwegingen van confdentialiteit kunnen de fnan-
cile cijfers van de andere instelling niet publiekelijk
gemaakt worden.
VI.4. Pensioenfondsen
VI.4.1.Algemeen
De Bank heeft een consultant aangetrokken ter
voorbereiding van de wijziging van de Wet Pensi-
oenfondsen en Voorzieningsfondsen. De wijziging
heeft betrekking op regelgeving die het toezicht op
individuele beschikbare premieregelingen (individu-
ele defned contribution pensioenregelingen) mo-
gelijk moet maken.
Vanwege achterstanden in de rapportage van pen-
sioenfondsen aan de Bank heeft onderstaand ver-
slag betrekking op het boekjaar 2011
VI.4.2. Financile gegevens
Over 2011 hebben 8 instellingen een fnancieel ver-
slag ingediend (2010: 17). Hierbij dient in aanmer-
king te worden genomen dat 6 pensioenfondsen,
vanwege hun slechte organisatorische en fnancile
situatie, geacht worden (vooralsnog) niet te kunnen
rapporteren. Vijf instellingen hebben de pensioen-
aanspraken ondergebracht bij een levensverzeke-
ringsmaatschappij. Een instelling is bij rechterlijk
besluit opgeheven.
32 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
In de bijlagen VI.17 en VI.18 zijn de fnancile ge-
gevens van de pensioenfondsen opgenomen. Het
balansvermogen uitgedrukt in het Bruto Binnen-
lands Product (BBP) bedroeg 9% (2010: 10 %). De
afname is toe te schrijven aan de sterkere toename
van het BBP ten opzichte van de toename van het
balansvermogen.
De beleggingen bedroegen in 2011 evenals in 2010
85% van de totale activa. Van de beleggingen is
76% (2010: 74%) lokaal belegd en 24% in het bui-
tenland.
De inkomsten uit beleggingen bedroegen 58%
(2010: 49%) van de totale inkomsten.
VI.5. Voorzieningsfondsen
In het boekjaar 2011 heeft geen van de vijf voorzie-
ningsfondsen gerapporteerd.
Het proces van liquidatie van de 2 voorzienings-
fondsen is nog niet afgerond.
VI.6. Kredietcoperaties
VI.6.1 Algemeen
Er staan aan het eind van het verslagjaar 24 kre-
dietcoperaties (inclusief n spaarfonds) inge-
schreven in het register van de Bank. Het aantal
kredietcoperaties dat in 2012 onder toezicht stond
is ten opzichte van 2011 gedaald met drie krediet-
coperaties. Krediet Koperatie Help Elkaar G.A. is
bij vonnis van de kantonrechter van 18 maart 2011
ontbonden. Het afwikkelingsproces is in 2012 voort-
gezet. De kantonrechter heeft inmiddels een cura-
tor benoemd. De Bank en de curator zijn in 2012 in
overleg getreden over de uitvoering van het vonnis
en over het proces tot vereffening van deze ontbon-
den kredietcoperatie. De leden van Krediet Ko-
peratie voor Luchtverkeersleiding Personeel G.A.
hebben op de Algemene ledenvergadering van 16
februari 2011 het besluit tot ontbinding van de co-
peratie genomen, waarbij het Bestuur met de veref-
fening belast is. Op 27 maart 2012 is het batig saldo
vereffend en is de inschrijving van de kredietcope-
ratie in het register van de Bank bij beschikking d.d.
17 augustus 2012 doorgehaald.
Vanwege achterstanden in de rapportage van kre-
dietcoperaties aan de Bank heeft onderstaand
verslag betrekking op het boekjaar 2011.
VI.6.2 Financile gegevens
Verwijzend naar de in bijlage VI.19 opgenomen
gecombineerde balans per 31 december kan ge-
concludeerd worden dat in het boekjaar 2011 het
balanstotaal in vergelijking met het vorig jaar is
toegenomen. Deze stijging is in het boekjaar 2011
veroorzaakt door een stijging in alle activa posten.
Verder is de stijging ook te merken aan de post
schulden aan leden van de passiefzijde.
Uit de gecombineerde resultatenrekening (bijlage
VI.20) blijkt dat naast de interestlasten, de perso-
neelskosten een steeds grotere invloed uitoefenen
op het resultaat van de coperaties. In het boekjaar
2011 is er een toename in de interestbaten van de
instellingen. Deze toename is voornamelijk toe te
schrijven aan de interest op leningen.
Bovenstaande analyse is gebaseerd op de data van
8 kredietcoperaties die min of meer hebben vol-
daan aan hun rapportageplicht.
Grafek VI.10
Premie-inkomsten en beleggingen ten opzichte van uitkeringen pensioenfondsen
0
15000
30000
45000
60000
75000
90000
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD 1.000,-
Uitkeringen Premies/Stortingen i/h fonds Inkomsten uit beleggingen
Bron: Centrale Bank van Suriname
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 33
VI.6.3 Rapportage
De kredietcoperaties zijn vanaf april 2006 opge-
splitst in drie categorien, te weten A, B en C. Het
criterium voor deze indeling is de omvang van het
balanstotaal. Op basis van deze indeling is ook de
rapportage frequentie en rapportage verplichting
vastgesteld. De kredietcoperaties die in Categorie
A zijn ingedeeld hebben ook voor monetaire doel-
einden rapporten moeten rapporteren. Na een eva-
luatie is besloten dat deze verplichting voor krediet-
coperaties wordt afgeschaft vanaf 1 januari 2011.
Uit Tabel V1.2 blijkt dat de rapportagediscipline bij
de kredietcoperaties zeer gering is. In 2011 heb-
Bron: Centrale Bank van Suriname
Bron: Centrale Bank van Suriname 1/24/2014
0
40,000
80,000
120,000
160,000
200,000
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD 1.000
GRAFIEK VI. 11
Kredietcoperaties
Balanstotaal
Grafek VI.11
Kredietcooperaties
Balanstotaal
Grafek VI.12
Nettoresultaat van de kredietcooperaties
Bron: Centrale Bank van Suriname 1/24/2014
-250
250
750
1250
1750
2250
2750
3250
2007 2008 2009 2010 2011
x SRD 1.000
GRAFIEK VI.12
Netto-resultaat van de Kredietcoperaties
Bron: Centrale Bank van Suriname
ben 5 van de 24 kredietcoperaties voldaan aan
de maandelijkse- c.q. kwartaalrapportageplicht en
8 van de 24 kredietcoperaties aan de jaarlijkse
rapportageplicht. De Bank heeft in dat kader de
aanpak van de niet-rapporterende kredietcopera-
ties in 2012 voorgezet. De Bank heeft van de vier
geplande open on-site inspecties, drie inspecties
verricht. In de meeste gevallen vragen instellingen
om uitstel, omdat de gevraagde documentatie niet
voorhanden is. Het is vaak gebleken dat de admi-
nistratie niet of niet adequaat wordt bijgehouden.
Verder heeft de Bank in 2012 n reguliere inspec-
tie uitgevoerd waarvan het resultaat bevredigend
genoemd kon worden.
2007 2008 2009 2010 2011
a. Aantal kredietcoperaties (incl. spaarfonds) (1) 29 30 30 28 27
b. Aantal kredietcooperaties die hebben voldaan
aan de maand-/kwartaal rapportage 7 7 6 5 5
c. Ontvangen maand-/kwartaalrapportages in %
van het aantal kredietcoperaties (2) 24,1 23,3 20,0 17,9 18,5
d. Aantal kredietcooperaties die hebben voldaan
aan de jaarlijkse rapportage 5 13 10 5 8
e. Ontvangen jaarrapportages in % van het
aantal kredietcoperaties (3) 17,2 43,3 33,3 17,9 29,6
Bron: Centrale Bank van Suriname
3. De formule van de ontvangen jaarrapportages in % van het aantal kredietcoperaties '( =d/a x 100% ).
1. In bovenstaande tabel is de Copertatieve Centrale voor Kredietcoperaties (A.V.K.C.) niet
opgenomen aangezien zij vanwege haar overkoepelend karakter een jaarlijkse rapportageplicht heeft.
2. De formule van de berekening van ontvangen maand-/ kwartaalrapportages in % van het aantal kredietcoperaties (=b/a x 100%)
2/21/2014
Tabel VI.2
Overzicht van kredietcoperaties die aan de rapportageverplichting voldoen
34 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 34 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
HOOFDSTUK VII
BEDRIJF VAN DE BANK
VII.1 Ontwikkeling posten op de
bankbalans
De posten Goud en goudvorderingen en Vorde-
ringen in vreemde valuta en andere buitenlandse
waarden aan de actiefzijde van de balans van de
Bank vertonen een stijging van SRD 450,6 mil-
joen (circa 14,7%) in 2012 ten opzichte van 2011,
namelijk van SRD 3.060,7 miljoen naar SRD 3.511,3
miljoen.
Deze stijging wordt voor 13,5% (SRD 48,8 miljoen)
veroorzaakt door stijgingen in de post Goud en
goudvorderingen, welke het resultaat is van de
stijging van de internationale prijs van goud. De
toename in de post Vorderingen in vreemde valuta
en andere buitenlandse waarden van SRD 401,8
miljoen was voornamelijk het resultaat van een stij-
ging van de vorderingen op correspondentbanken.
De goud en vreemde valuta vorderingen zijn on-
derdeel van de monetaire reserve, welke bepalend
is voor de mate waarin de onderstaande functies
behorende tot de kerntaken van de Bank kunnen
worden vervuld:
dekking van de bankbiljetten in omloop en girale
verplichtingen;
voldoening van buitenlandse betalingsverplich-
tingen van de Staat;
dekking van importen;
lender of last resort ten behoeve van de de-
viezenbanken (onder andere in verband met de
buitenlandse betalingen)
interventies op de valutamarkt en/of verkrapping
van liquiditeit in het fnancieel systeem;
het scheppen van vertrouwen bij zowel lokale als
buitenlandse investeerders, alsmede het ontlok-
ken van positieve signalen over de weerbaar-
heid en kredietwaardigheid van de economie en
het fnancile systeem vanuit de internationale
fnancile instellingen en rating agencies.
Het zorgvuldig beheren en het op peil houden van
de monetaire reserves vormt dus een belangrijke
taak van de Bank.
Verder is aan de actiefzijde bij de post Vorderingen
op de Staat en overige vorderingen een forse toe-
name waar te nemen in 2012 van SRD 295,1 mil-
joen (23,8%) ten opzichte van 2011. Deze toename
is volledig veroorzaakt door een toename gelijk aan
SRD 314,8 miljoen van het rekening-courant krediet
aan de Staat, welke het gevolg is van een stijging
van de overheidsuitgaven in 2012.
Aan de passiefzijde valt de toename in de posten
Bankbiljetten in omloop (SRD 154,8 miljoen) en
Verplichtingen aan de algemene banken (SRD
435,6 miljoen) op. De laatstgenoemde is voorname-
lijk een gevolg van een sterke toename in 2012 van
de rekening-courant- en kasreserveverplichtingen
van de algemene banken in SRD.
In de post Verplichtingen aan de Staat en aan ove-
rige ingezetenen in SRD is een stijging gelijk aan
SRD 153,8 miljoen waar te nemen. Dit is een ge-
volg van een toename van de gewone rekening van
de Staat in 2012.
Opmerkelijk is ook de toename van SRD 58,5 mil-
joen (van SRD 3,7 miljoen ultimo 2011 naar SRD
62,2 miljoen ultimo 2012) van de post Verplich-
tingen aan ingezetenen in vreemde valuta. Deze
wordt veroorzaakt door een scherpe stijging in de
verplichtingen aan overige instellingen en bedrijven.
VII 2. Kosten
Het totaal der kosten (SRD 104,2 miljoen) is in
2012 gestegen met 33,1% (SRD 25,9 miljoen) ten
opzichte van 2011 (SRD 78,3 miljoen). De perso-
neelskosten namen toe tot SRD 70,7 miljoen en
bedroegen hiermee 67,8% van de totale kosten.
Dit is 7,7% lager dan in 2011, toen bedroegen de
personeelskosten 75,5% van de totale kosten. De
toename in de personeelskosten is een gevolg van
onder andere loonaanpassingen en hogere pensi-
oenkosten. Ook een toename in personeelsleden
speelde hierbij een rol.
Ook vond er in 2012 een stijging plaats in de be-
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 35
heerskosten met 100,7% (van SRD 11,5 miljoen in
2011 naar 23,2 miljoen in 2012). Het aandeel van
de beheerskosten in de totale kosten steeg hiermee
met 7,5% in 2012.
VII.3 Baten
Het totaal der netto baten is in 2012 ten opzichte
van 2011 gedaald met SRD 130,3 miljoen van SRD
306,7 miljoen naar SRD 176,4 miljoen. Dit is gelijk
aan een afname van 42,5%. De daling is voorna-
melijk toe te schrijven aan de sterke afname van
de post gerealiseerde verkoopresultaten, waarde-
ringsverschillen en afwaardering op lagere markt-
waarde. Deze daalde namelijk met 101,5% (SRD
150,7 miljoen) gedurende 2012.
Bij de netto interestbaten valt in 2012 een lichte toe-
name van 5,5% (SRD 5,7 miljoen) te constateren
ten opzichte van 2011. Deze toename had namelijk
te maken met de interestbaten van de beleggingen
in vreemde valuta bij buitenlandse banken, welke
zijn toegenomen met 9,1%. Ook een daling van
de interestlasten van goudcertifcaten met 48,1%
speelde hierbij een rol. Echter zijn de interestbaten
uit binnenlandse bron, c.q. van de Staat, afgeno-
men met 3,1%.
De provisiebaten en de koersmarge opbrengsten
vertoonden een lichte stijging van respectievelijk
SRD 1,3 miljoen en SRD 1,4 miljoen.
VII.4 Winstontwikkeling
Het nettoresultaat (SRD 72,2 miljoen) toonde in
2012 een forse achteruitgang ten opzichte van 2011
(SRD 228,4 miljoen) met SRD 156,2 miljoen (ofte-
wel een daling van 68%). Deze afname is voorna-
melijk toe te schrijven aan het feit dat het resultaat
in 2011 incidenteel signifcant positief benvloed
werd door de devaluatie van de Surinaamse dollar.
VII.5 Chartaal betalingsverkeer
VII.5.1 De geldcirculatie
Uit tabel VII.1 is te zien dat de bankenbiljettencir-
culatie 2012 in waarden sterk toenam met SRD
154,8 miljoen (18,8%), terwijl daarentegen het aan-
tal bankbiljetten slechts toenam met ongeveer 1,7
miljoen stuks (8,2%) ten opzichte van 2011. Deze
ontwikkeling heeft te maken met het grote aandeel
van de SRD 50 coupure en de SRD 100 coupure in
de totale waarde van de bankenbiljettencirculatie.
Dit aandeel was in het 4e kwartaal van 2012 gelijk
aan 88,6% (zie tabel VII.3). In het eerste kwartaal
was dit reeds gelijk aan 86,1%.
De SRD 50 coupure heeft zowel in waarde als in
aantal het grootste aandeel, dit is het gevolg van
het feit dat voornamelijk deze coupure wordt ge-
bruikt om ATMs te bevoorraden.
Coupure 2011 2012 2011 2012
100
2.855.111 3.863.453 285.511.100 386.345.300
50
8.079.366 9.583.800 403.968.300 479.190.000
20
4.979.880 3.795.885 99.597.600 75.917.700
10 2.130.966 2.275.800 21.309.660 22.758.000
5 2.304.222 2.504.322 11.521.110 12.521.610
Totaal 20.349.545 22.023.260 821.907.770 976.732.610
Bron: Centrale Bank van Suriname
Aantal Bedrag (in SRD)
Tabel VII.1
Omvang van de bankbiljettencirculatie per jaarultimo
Tabel VII.2
Samenstelling van de bankbiljettencirculatie in 2012 per kwartaalultimo
(bedragen in SRD)
Coupures I II III IV
100 290.119.500 293.229.900 328.283.600 386.345.300
50 377.295.050 379.623.750 394.338.600 479.190.000
20 76.054.760 71.232.460 71.786.400 75.917.700
10 19.964.980 19.660.960 20.389.000 22.758.000
5 11.579.835 11.646.710 12.277.335 12.521.610
Totaal 775.014.125 775.393.780 827.074.935 976.732.610
Bron: Centrale Bank van Suriname
36 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
VII.6 Kasbeweging
Tabel VII.4 geeft een overzicht van alle chartale ont-
vangsten en uitgaven in 2012. De trend waarbij in
het 2e, 3e en 4e kwartaal de uitgaven de ontvang-
sten overtreffen heeft zich ook in het verslagjaar
voortgezet. Hierdoor is er per saldo SRD 160,3
miljoen meer uitgegeven.
Als gevolg van de grote afstortingen van de han-
delsbanken aan het begin van het jaar vallen de
ontvangsten in het 1e kwartaal hoger uit.
Vanwege onder andere meerkosten door het be-
drijfsleven in de maand december als gevolg van
uitkeringen van bonussen en gratifcaties vertonen
de uitgaven in het 4e kwartaal t.o.v. het 1e kwartaal
een stijging van 80%, terwijl de ontvangsten een
daling van 29% vertonen. Hieruit kan worden ge-
concludeerd dat in vergelijking tot de overige kwar-
talen de vraag naar chartaal geld het grootst is in
het laatste kwartaal.
VII.6.1 Kasontvangsten en kasuitgaven
Evenals in 2011 is de coupure van SRD 50 zowel
het meest uitgegeven als het meest ontvangen
bankbiljet. Per saldo is van deze coupure meer uit-
gegeven dan ontvangen.
Uit de tabellen VII.5 en VII.6 blijkt verder dat bij de
pasmunten de SRD 1 het meest is terug ontvangen
terwijl de SRD 0,25 het meest is uitgegeven.
Evenals in 2011 zijn er in 2012 signifcant meer
pasmunten uitgegeven dan terugontvangen. Hieruit
wordt geconcludeerd dat de vraag naar pasmunten
verder toeneemt en dat de pasmunten in geringe
mate terugvloeien naar de Bank.
In vergelijking met de pasmunten zijn er nauwelijks
muntbiljetten uitgegeven. Gelet op de geringe vraag
naar muntbiljetten en het feit dat de pasmunten veel
minder aan slijtage onderhevig zijn en als gevolg
hiervan een langere levensduur hebben, worden zij
meer in omloop gebracht dan de muntbiljetten.
VII. 7 Vervalsingen
In 2012 zijn er door de Bank in totaal 170 valse
bankbiljetten geregistreerd. Vanaf de uitgifte van
de bankbiljetten met verbeterde echtheidskenmer-
ken ultimo 2010 en het uit omloop halen van de
voorgaande versie SRD bankbiljetten is het aantal
onderschepte vervalsingen aanzienlijk verminderd.
Tabel VII.3
Samenstelling van de bankbiljettencirculatie naar
coupure per kwartaalultimo
(in procenten van de totale waarde)
Coupures I II III IV
100 37,43 37,82 39,69 39,55
50 48,68 48,96 47,68 49,06
20 9,81 9,19 8,68 7,77
10 2,58 2,54 2,47 2,33
5 1,49 1,50 1,48 1,28
Totaal 100,00 100,00 100,00 100,00
Bron: Centrale Bank van Suriname
Tabel VII.4
De Kasbeweging bij de Centrale Bank van Suriname
(in hele SRD)
Omschrijving 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw Totaal
Ontvangsten:
- Bankbiljetten 214.819.010 183.982.450 190.246.480 152.342.885 741.390.825
- Muntbiljetten 4.000 1.451 1.239 763 7.453
- Munten 89.467 437.271 308.480 437.791 1.273.009
Totaal ontvangsten (1) 214.912.477 184.421.172 190.556.199 152.781.439 742.671.287
Uitgaven:
- Bankbiljetten 167.925.365 184.362.105 241.927.635 301.999.170 896.214.275
- Muntbiljetten 130 31 77 1.045 1.283
- Munten 1.356.876 1.132.539 2.022.816 2.263.886 6.776.117
Totaal Uitgaven (2) 169.282.371 185.494.675 243.950.528 304.264.101 902.991.675
Per saldo
ontvangen/uitgegeven 45.630.106 -1.073.503 -53.394.329 -151.482.662 -160.320.388
Bron: Centrale Bank van Suriname
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 37
Uit tabel VII.7 blijkt dat in 2012 het biljet van
SRD 50 het meest is vervalst. Echter moet wor-
den opgemerkt dat er hiervan 5 stuks betrek-
king hebben op de bankbiljetten met verbeterde
echtheidskenmerken.
Voor wat betreft de vervalsingen bij de coupures
van SRD 100, SRD 20 en SRD 5, hebben respec-
tievelijk 31 stuks, 2 stuks en 1 stuk betrekking op de
bankbiljetten met verbeterde echtheidskenmerken.
Tabel VII.5
Kasontvangsten
(in hele SRD)
Coupure 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw Totaal aantal Totaal bedrag
Bankbiljetten
100 549.034 443.599 502.508 399.445 1.894.586 189.458.600
50 2.184.440 2.138.654 2.118.775 1.651.317 8.093.186 404.659.300
20 2.171.198 1.295.547 1.391.060 1.176.363 6.034.168 120.683.360
10 525.624 491.023 471.483 431.235 1.919.365 19.193.650
5 402.682 373.736 304.180 398.585 1.479.183 7.395.915
Totaal 19.420.488 741.390.825
Muntbiljetten 2,50 1.220 406 182 125 1.933 4.833
1,00 950 436 784 450 2.620 2.620
Totaal 4.553 7.453
Pasmunten 2,50 11.206 9.618 30.716 24.764 76.304 190.760
1,00 54.576 370.128 180.001 306.799 911.504 911.504
0,25 22.230 166.771 193.003 253.236 635.240 158.810
0,10 10.835 12.128 32.629 50.356 105.948 10.595
0,05 4.368 3.488 3.179 14.540 25.575 1.279
0,01 1.625 1.809 1.606 1.003 6.043 60
Totaal 1.760.614 1.273.008
Bron: Centrale Bank van Suriname
Tabel VII.6
Kasuitgaven
(in hele SRD)
Coupure 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw Totaal aantal Totaal bedrag
Bankbiljetten 100 595.118 474.703 853.045 980.044 2.902.910 290.291.000
50 1.650.975 2.185.228 2.413.072 3.348.352 9.597.627 479.881.350
20 994.056 1.054.432 1.418.757 1.382.931 4.850.176 97.003.520
10 391.156 460.621 544.287 668.135 2.064.199 20.641.990
5 414.427 387.111 430.305 447.440 1.679.283 8.396.415
Totaal 21.094.195 896.214.275
Muntbiljetten 2,50 8 5 18 212 243 608
1,00 110 18 32 515 675 675
Totaal 918 1.283
Pasmunten 2,50 155.090 126.170 253.283 257.760 792.303 1.980.758
1,00 633.196 571.206 906.466 1.128.584 3.239.452 3.239.452
0,25 895.323 592.070 1.299.944 1.355.632 4.142.969 1.035.742
0,10 862.703 824.221 1.100.716 1.085.533 3.873.173 387.317
0,05 492.467 261.126 914.924 833.878 2.502.395 125.120
0,01 123.063 241.205 233.900 174.658 772.826 7.728
Totaal 15.323.118 6.776.117
Bron: Centrale Bank van Suriname
38 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
VII.8 Naverwisseling
Zie tabel VII.8 voor de naverwisseling van de Sf-
biljetten. Gedurende het verslagjaar zijn er 9.485
Sf-biljetten aangeboden voor naverwisseling. Eer-
der werd ook al aangegeven door de Bank dat het
trage tempo van de naverwisseling enerzijds te ma-
ken heeft met het feit dat het gros van de uitstaande
Sf-biljetten bestaat uit coupures van Sf 5 tot en met
Sf 100, welke nu per coupure SRD 0,10 of minder
waard zijn. Anderzijds is men er ook van bewust dat
de Sf-biljetten tot medio 2034 aangeboden kunnen
worden.
Tabel VII.7
Valse bankbiljetten onderschept bij de banken en
bij de Centrale Bank van Suriname
Coupure Aantal
100 37
50 109
20 18
10 4
5 2
Totaal 170
Bron: Centrale Bank van Suriname
Tabel VII.8
Naverwisseling van de SF-biljetten
Tabel VII.9
Aantal verrekende cheques en giros
(in hele SRD)
Maand
Aantal
cheques Bedrag
Aantal
giro's bedrag
Januari 2.263 174.797.384 1.784 1.289.045.067
Februari 1.764 164.655.366 1.712 800.780.301
Maart 1.860 185.164.563 1.729 727.033.568
April 2.485 192.483.857 1.696 1.266.993.819
Mei 2.453 132.897.977 1.867 911.787.183
Juni 1.805 162.807.643 1.654 932.943.229
Juli 2.461 245.917.984 1.912 961.929.807
Augustus 2.164 199.419.401 1.674 820.326.700
September 2.133 184.807.383 1.648 1.180.308.013
Oktober 2.474 214.149.335 1.595 960.714.885
November 1.474 272.199.584 1.762 1.175.733.698
December 2.177 182.948.688 1.718 1.046.469.437
Totaal 25.513 2.312.249.165 20.751 12.074.065.707
Bron: Centrale Bank van Suriname
Coupure
aantal Bedrag aantal Bedrag aantal Bedrag
5 7.870.807 39.354.035 1.483 7.415 7.869.324 39.346.620
10 7.964.427 79.644.270 2.254 22.540 7.962.173 79.621.730
25 9.904.135 247.603.375 2.194 54.850 9.901.941 247.548.525
100 4.654.386 465.438.600 1.074 107.400 4.653.312 465.331.200
250 1.452 363.000 - - 1.452 363.000
500 699.598 349.799.000 118 59.000 699.480 349.740.000
1.000 759.741 759.741.000 572 572.000 759.169 759.169.000
2.000 201.314 402.628.000 338 676.000 200.976 401.952.000
5.000 216.469 1.082.345.000 476 2.380.000 215.993 1.079.965.000
10.000 196.702 1.967.020.000 785 7.850.000 195.917 1.959.170.000
25.000 15.334 383.350.000 191 4.775.000 15.143 378.575.000
Totaal 32.484.365 5.777.286.280 9.485 16.504.205 32.474.880 5.760.782.075
Bron: Centrale Bank van Suriname
Uitstaande
per 31-12-11
Naverwisseling
in 2012
Uitstaande
per 31-12-12
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 39
VII.9 Verrekende cheques en
giros in 2012
De afname van verrekende cheques die de Bank
bereiken gaat ook in dit verslagjaar onverkort door.
Het aanbod van giros is lichtelijk gestegen in aan-
tal van 20.165 vorig jaar naar 20.751 en het totaal
bedrag aan verwerkte giros is enorm gestegen van
SRD 8,1 miljard naar ruim SRD 12 miljard.
VII.10 Herdenkingsmunten
In dit verslagjaar blijkt de belangstelling voor de
gouden Millenniummunt 14 karaat het grootst,
waarna de Millenniummunt van 22 karaat volgt. De
gouden munten in het kader van onze Staatkundige
Onafhankelijkheid blijken het minst gewild.
Tabel VII.10
Verkochte herdenkingsmunten
en gedenkpenningen
Omschrijving Aantal
Gedenkpenning '20 jaar Staatkundige
Onafhankelijkheid' (goud) 1
25 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid (goud) 3
30 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid (goud) -
Brug over de Surinamerivier (goud) 22
Millenniummunt (goud- 22 karaat) 26
Millenniummunt (goud- 14 karaat) 38
50 jaar Centrale Bank van Suriname (goud) 8
Totaal 98
Bron: Centrale Bank van Suriname
Tabel VII.11
Wederinkoop goudcertifcaten
Tabel VII.12
Waarde goudcertifcaten per jaarultimo*
(in hele SRD)
Nominaal in grammen fijn
goud uitgedrukt 2009 2010 2011 2012
5 847 1.125 1.518 1.689
10 1.693 2.251 3.037 3.377
50 8.465 11.254 15.184 16.886
100 16.930 22.509 30.368 33.772
500 84.650 112.544 151.840 168.861
1000 169.301 225.087 303.680 337.722
Bron: Centrale Bank van Suriname
* inclusief rente
VII.12 Ontwikkeling van de goud
productie en goudexport
Internationale ontwikkelingen
De goudprijs heeft in dit verslagjaar niet zoveel
schommelingen vertoond als het afgelopen jaar. De
cumulatief gemiddelde prijs bedroeg USD 1.669 wel-
ke slechts 6.20% hoger lag dan de gemiddelde prijs
van 2011. De hoogste prijsnotering werd bereikt op
4 oktober 2012 met een bedrag van USD 1.792 (per
troy ounce). Vanaf 30 mei 2012 hebben alle transac-
ties boven een prijs van USD 1.540 plaatsgevonden.
Kleinschalige goudwinning
De stijgende trend van het exportvolume van goud
afkomstig van de kleinschalige goudwinning heeft
zich ook in dit verslagjaar voortgezet. Deze bedroeg
ca. 1.743 kg meer als het vorig verslagjaar hetgeen
neerkomt op een procentuele toename van 9.01%
ten opzichte van 2011. Het exportvolume bedroeg in
dit verslagjaar namelijk 20.935 kg terwijl dat van het
vorig verslagjaar een niveau bereikte van 19.192 kg
Wanneer de prijsontwikkeling van goud over dit ver-
slagjaar in ogenschouw wordt genomen, dan blijkt
dat de toename van de exportwaarde eerder een
resultante is van het toegenomen exportvolume
dan van de goudprijs. Bedoelde exportwaarde is ten
opzichte van 2011 gestegen met USD 127.745.094
hetgeen overeenkomt met een stijging van 13,76%.
Vorig verslagjaar bedroeg bedoelde exportwaarde
nog USD 928.305.269, terwijl in dit verslagjaar dit
bedrag gestegen is naar USD 1.056.050.363. De
bijdrage aan de staatskas in de vorm van royalties
bedraagt in dit verslagjaar USD 10.769.590. Dit
houdt een stijging in van 15,50% ten opzichte
van 2011. Toen bedroeg de afgedragen royalty
USD 9.324.155.
Rosebel Gold Mines
Het exportvolume van Rosebel Gold Mines (RGM)
heeft in dit verslagjaar een lichte stijging doorge-
maakt van 4,75% ten opzichte van 2011. Dit export-
volume bedroeg namelijk 12.411 kg ten opzichte
van 11.848 kg in 2011.
5 10 50 100 500 1000
2011 5 8 - - - - 13
2012 8 - 6 - - - 14
Bron: Centrale Bank van Suriname
Jaar
in grammen van
Totaal
VII. 11 Goudcertifcaten
Het totaal aantal aangeboden certifcaten in 2012
bedraagt 14 stuks.
Zowel in 2011 als in 2012 zijn alleen de goudcerti-
fcaten van 5 en 10 gram voor wederinkoop aange-
boden.
40 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Hoewel de gerealiseerde prijs over dit verslagjaar
slechts ca. 4,47% hoger ligt dan die van het vorig
verslagjaar, merken wij hier een stijging van de ge-
realiseerde exportwaarde. Dit lijkt te maken te heb-
ben met de prijsontwikkeling welke voor Rosebel
een gunstig verloop heeft gehad.
De hierbij gerealiseerde exportwaarde bedroeg
USD 666.683.618 welke een stijging is van 11,25%
ten opzichte van 2011. Toen bedroeg deze nog een
waarde van USD 599.266.918.
Andere ontwikkelingen
De verheffng van de ontwerpwet Goudbelasting
heeft in 2012 niet meer plaatsgevonden. De gepro-
jecteerde verhoging van de royalty van 1 naar 2% is
dan ook niet meer geffectueerd. Hierdoor loopt de
staat achter met de geplande progressieve inning
van de royalties op gewonnen goud. Onduidelijk is
wat de status is van deze conceptwet.
In dit verslagjaar werd ook de komst van een goud-
zuiveringsinstituut, de Kaloti Minthouse, aangekon-
digd. Hierdoor zal de Surinaamse overheid in staat
worden gesteld om de juiste waarde van het gex-
porteerde goud vast te stellen.
VII. 13 Numismatisch Museum
De Bank exploiteert een museum voor de vastleg-
ging van de Surinaamse muntgeschiedenis.
Suriname BU-Muntsets
In 2004 heeft de Bank muntsets gentroduceerd, op
voorstel van de Koninklijke Nederlandse Munt. De
muntsets bestaan uit de circulatiemunten van Suri-
name met uitzondering van de 1 cent, in de kwaliteit
Briljant Uncirculated (BU). De doelgroep is de munt-
verzamelaar in en buiten Nederland.
De Suriname BU-muntsets worden in het Numis-
matisch Museum aan het publiek ten verkoop aan-
geboden. De BU-muntsets zijn uitgegeven in een
prachtige blisterverpakking en hebben jaarlijks een
ander thema.
Ons Geld
Ter gelegenheid van haar 55 jarig bestaan op 1 april
2012 heeft de Bank het boek Ons Geld uitgeven.
De doelgroep is de schooljeugd maar de publicatie
geniet grote belangstelling onder alle delen van de
samenleving. Naast de geschiedenis van het Suri-
naams geldwezen worden hierin de taken en ver-
antwoordelijkheden van de Bank uitgelegd en op
duidelijke manier de werking van de economie.

Publieksonderzoek
Aan de hand van het gastenboek wordt dagelijks
het bezoekersaantal bijgehouden, dit al vanaf de
opening van het Numismatisch Museum op 8 april
2002. Hierdoor bestaat er ook een goed overzicht
van het aantal bezoekers per jaar.
Na in 2010 een piek in het bezoekersaantal van
4.757 te hebben geregistreerd, is er een terugval
naar 2.555 in 2012.Het blijkt dat, om een hoog be-
zoekersaantal te halen, de scholen jaarlijks uitnodi-
gingen moeten worden toegestuurd ter herinnering
aan de mogelijkheid om het museum te bezoeken.
Scholieren behoren nog altijd tot de categorie hoog-
ste aantal bezoekers. In 2012 zijn het 2.029 scho-
lieren geweest op het totaal van 2.555 bezoekers.
Tabel VII.13
Goudexporten van de kleine goudmijnbouw en betaalde royaltys
vr bemonstering na bemonstering
Januari 1.626.342 1.624.667 824.418
Februari 1.436.658 1.435.188 770.487
Maart 1.624.160 1.622.470 839.780
April 1.649.691 1.647.950 839.274
Mei 1.567.198 1.565.585 768.879
Juni 1.824.935 1.822.986 893.632
Juli 1.920.999 1.918.969 942.028
Augustus 1.842.325 1.840.377 926.218
September 1.774.998 1.773.147 950.554
Oktober 1.948.754 1.946.746 1.050.629
November 1.917.675 1.915.681 1.017.032
December 1.822.890 1.820.968 946.659
Totaal 20.956.625 20.934.734 10.769.590
Bron: Centrale Bank van Suriname
Maand
Gewicht in grammen
Royalty's in US$
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 41
Jaar Aantal
2002 3.746
2003 1.709
2004 2.629
2005 3.258
2006 1.527
2007 2.647
2008 1.837
2009 1.944
2010 4.757
2011 2.516
2012 2.555
Bron: Centrale Bank van Suriname
Tabel VII.14
Bezoekersaantal
Numismatisch Museum
2002 t/m 2012
Tabel VII.15
Overzicht verkochte Briljant
Uncirculated (BU) Coins
Jaar uitgifte Thema 2011 2012
2004 Flora van Suriname 2 5
2005 Fauna van Suriname 4 6
2006 Paramaribo 2 6
2007 Kunst en cultuur 2 1
2008 Flora van Suriname 2 3
2009 Suriname Culinair 7 2
2010 Industrie van Suriname 1 7
20 30
Bron: Centrale Bank van Suriname
Totaal
42 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
JAARREKENING
Publicatieverslag 2012
Balans per 31 december 2012
Resultatenrekening over 2012
Toelichting
- Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling
- Toelichting op de balans per 31 december 2012
- Toelichting op de resultatenrekening over 2012
Overige gegevens
- Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
- Vaststelling jaarrekening
- Statutaire winstverdeling
- Vaststelling jaarrekening voorgaand boekjaar
- Vaststelling jaarrekening 2012 en winstverdeling boekjaar 2012
- Management en Toezichthoudend Orgaan van de Bank
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 43
BALANS PER 31 DECEMBER
(Na winstverdeling)
ACTIVA
2012 2011
SRD SRD
Goud en goudvorderingen
Goud in het buitenland 391.979.329 344.648.100
Goud in het binnenland 8.658.645 8.037.826
Industriegoud 10.585.461 9.777.583
411.223.435 362.463.509
Vorderingen in vreemde valuta en andere buitenlandse waarden
Vorderingen op correspondentbanken 2.666.803.183 2.266.748.682
Vorderingen op het I.M.F. 433.223.877 431.451.336
3.100.027.060 2.698.200.018
Vorderingen op de Staat en overige vorderingen
Rekening-courant en overige vorderingen op de Staat 1.410.974.493 1.096.174.451
Geconsolideerde Vlottende Staatsschuld 108.342.000 113.898.000
Rekening-courant en overige vorderingen op fnancile instellingen 13.477.258 26.967.179
Overige 2.373.435 3.013.224
1.535.167.186 1.240.052.854
Beleggingen van kapitaal, reservefonds en bijzondere reserve
Belegging in herdenkingsmunten 6.403.054 5.885.809
Belegging in kunstwerken 2.333.887 2.333.887
8.736.941 8.219.696
Overige aciva
Voorraad herdenkingsmunten en gemunt goud 11.452.621 10.775.093
Materile vaste activa 60.627.905 45.609.916
Overige fnanciele activa 772.360 772.360
Overlopende activa 14.113.591 13.893.620
Diverse 31.652.672 43.383.192
118.619.149 114.434.181
____________ ____________
5.173.773.771 4.423.370.258
Paramaribo, 20 december 2013
De President van de Centrale Bank van Suriname
G. Hoefdraad
44 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Paramaribo, 20 december 2013
De Raad van Commissarissen van de Centrale Bank van Suriname
Regeringscommissaris: W. Duiker
Overige Commissarissen van de Raad:
- Directeur van Financin: L. Pinas-Halfhide
- Directeur van Handel en Industrie: M. Tuur
- C. Linger-van der Ziel
- Q. Kromosoeto-Hidalgo
- R. Soentik
- S. Burleson
PASSIVA 2012 2011
SRD SRD
Bankbiljetten in omloop 976.732.610 821.907.770
Verplichtingen aan de algemene banken 1.193.381.424 757.736.302
Verplichtingen aan de Staat en aan overige ingezetenen in SRD 1.778.524.158 1.624.764.946
Verplichtingen aan ingezetenen in vreemde valuta 62.202.899 3.722.701
Verplichtingen aan niet-ingezetenen 12.875.074 9.853.779
Tegenwaarde toegewezen bijzondere trekkingsrechten I.M.F. 440.020.069 438.170.135
Goudcertifcaten 120.014.699 107.947.586
Overige passiva
Overlopende passiva 1.735.116 1.620.199
Diverse passiva 200.190.402 319.586.851
201.925.518 321.207.050
Herwaarderingsrekeningen
Waarderingsverschillen goud en deviezen 235.788.903 202.460.182
Herwaardering gebouwen en terreinen 41.359.975 25.168.610
277.148.878 227.628.792
Kapitaal en reserves
Kapitaal 12.000.000 12.000.000
Reservefonds 18.159.321 17.642.076
Bijzondere reserve 80.789.121 80.789.121
110.948.442 110.431.197
_ _________ ___________
5.173.773.771 4.423.370.258
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 45
Paramaribo, 20 december 2013
De President van de Centrale Bank van Suriname
G. Hoefdraad
De Raad van Commissarissen van de Centrale Bank van Suriname
Regeringscommissaris: W. Duiker
Overige Commissarissen van de Raad:
- Directeur van Financien: L. Pinas-Halfhide
- Directeur van Handel en Industrie: M. Tuur
- C. Linger-van der Ziel
- Q. Kromosoeto-Hidalgo
- R. Soentik
- S. Burleson
PASSIVA 2012 2011
SRD SRD
Bankbiljetten in omloop 976.732.610 821.907.770
Verplichtingen aan de algemene banken 1.193.381.424 757.736.302
Verplichtingen aan de Staat en aan overige ingezetenen in SRD 1.778.524.158 1.624.764.946
Verplichtingen aan ingezetenen in vreemde valuta 62.202.899 3.722.701
Verplichtingen aan niet-ingezetenen 12.875.074 9.853.779
Tegenwaarde toegewezen bijzondere trekkingsrechten I.M.F. 440.020.069 438.170.135
Goudcertifcaten 120.014.699 107.947.586
Overige passiva
Overlopende passiva 1.735.116 1.620.199
Diverse passiva 200.190.402 319.586.851
201.925.518 321.207.050
Herwaarderingsrekeningen
Waarderingsverschillen goud en deviezen 235.788.903 202.460.182
Herwaardering gebouwen en terreinen 41.359.975 25.168.610
277.148.878 227.628.792
Kapitaal en reserves
Kapitaal 12.000.000 12.000.000
Reservefonds 18.159.321 17.642.076
Bijzondere reserve 80.789.121 80.789.121
110.948.442 110.431.197
_ _________ ___________
5.173.773.771 4.423.370.258
RESULTATENREKENING OVER
2012 2011
SRD SRD
Interestbaten 118.905.378 119.906.044
Interestlasten 8.455.809 15.179.350
Netto interestbaten 110.449.569 104.726.694
Gerealiseerde verkoopresultaten, waarderingsverschillen
en afwaardering op lagere marktwaarde
-2.218.335 148.434.161
Koersmarge 48.253.547 46.882.244
Provisiebaten 7.330.497 6.051.584
Overige baten 12.558.087 576.700
Totaal netto baten 176.373.365 306.671.383
Personeelskosten 70.709.095 59.121.183
Andere beheerskosten 23.177.681 11.548.000
Afschrijving op materile vaste activa 4.659.237 3.590.881
Overige lasten 5.671.342 4.041.866
Totaal der lasten 104.217.355 78.301.930
Winst 72.156.010 228.369.453
46 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
GRONDSLAGEN VOOR BALANSWAARDERING EN RESULTAATBEPALING
Algemene waarderingsregels
De activa en passiva worden voor de nominale waarde opgenomen tenzij in de navolgende toelichtingen an-
ders is vermeld.
Van de winsten van de Bank wordt overeenkomstig artikel 35, lid 1 van de Bankwet geen belastingen geheven,
ingevolge waarvan niet met actieve latente belastingvorderingen noch met passieve latente belastingverplich-
tingen rekening wordt gehouden.
GRONDSLAGEN VAN OMREKENING VAN BUITENLANDSE GELDSOORTEN
De activa en passiva in vreemde valuta worden in beginsel ultimo van het jaar gewaardeerd tegen de door de
Bank genoteerde aankoopkoers voor wissels, cheques en overmakingen.
De omrekening van transacties in vreemde valuta in de loop van het jaar vindt in beginsel plaats tegen de of-
fcieel door de Bank genoteerde dagkoers, zijnde de aankoopkoers.
Voor de omrekening van buitenlandse geldsoorten en waarden per jaareinde, zijn de volgende door de Bank
gehanteerde wisselkoersnoteringen gehanteerd.
Aankoopkoersen voor wissels en bankpapier
1
2012 2011
wissels
bank-
papier
wissels
bank-
papier
SRD SRD SRD SRD
US-dollar 3,250 3,250 3,250 3,250
Euro 4,284 4,272 4,189 4,176
Pound sterling 5,244 5,208 5,011 4,976
GRONDSLAGEN RESULTAATBEPALING
Baten en lasten worden ten gunste of ten laste van het jaar verwerkt waarop die betrekking hebben.
Bij het vaststellen van de baten en lasten wordt rekening gehouden met vooruitbetaalde- en nog te betalen
kosten, alsmede met nog te ontvangen of vooruit ontvangen opbrengsten.
In geval van stagnerende rentedragende vorderingen wordt waar nodig rekening gehouden met een voorzie-
ning op de in rekening gebrachte interest.
De mutaties en het saldo van de post Waarderingsverschillen goud en deviezen per balansdatum worden
berekend met in achtneming van de in goud genomineerde waarde van de SRD verplichtingen met betrekking
tot de uitstaande goudcertifcaten. Dit impliceert dat waarderingsverschillen in de loop van het jaar niet ten
gunste of ten laste van het resultaat worden gebracht mits de in de balans opgenomen reserves voldoende zijn
om nadelige verschillen daarop af te boeken. De in de balans opgenomen waarderingsverschillen op goud en
deviezen worden ten gunste van het resultaat verwerkt wanneer zij door verkoop worden gerealiseerd.
1) De wisselkoersen zijn een afgeleide van de door de Europese Centrale Bank aangegeven referentiekoersen voor de euro op de vorige Bankdag
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 47
Bij de bepaling van de verkoopresultaten wordt uitgegaan van het First in First out principe. Dit impliceert dat
de in de balans aangehouden niet-gerealiseerde koersverschillen het verschil betreft tussen de balanswaarde
van de activa minus hun kostprijs op basis van de laatst bekende aankopen.
Waarderingsverschillen op gouden munten en gemunt goud worden, voorzover zij de handelsvoorraad betref-
fen, direct ten gunste of ten laste van het resultaat geboekt. De post in de resultatenrekening wordt aangeduid
met Gerealiseerde verkoopresultaten, waarderingsverschillen en afwaardering op lagere marktwaarde.
De drukkosten van de in een jaar ontvangen biljetten worden geactiveerd en in beginsel over de levensduur van
de bankbiljetten afgeschreven, bij benadering over een periode van 3 jaar. In het jaar van ontvangst geschiedt
de afschrijving tijdsevenredig, benaderd op gemiddeld een half jaar of 50% van de jaarafschrijving van de
drukkosten van de ontvangen biljetten.
De pensioenen van het personeel zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds van de Centrale Bank van
Suriname. Zij zijn gebaseerd op het fnal pay systeem. De aan het pensioenfonds verschuldigde koopsom-
men worden jaarlijks door een actuaris vastgesteld op basis van de verkregen rechten methode en ten laste van
het jaar gebracht waarop zij betrekking hebben.
De pensioenverplichtingen aan de Presidenten van de Bank worden door de Bank beheerd en zijn opgenomen
in een voorziening welke in de post Diverse Passiva is opgenomen. Van 2005 tot en met 2011 berusten de
toevoegingen op interne schattingen. Ultimo 2012 is deze voorziening actuarieel berekend.
Met verwijzing naar art. 8 van de Bankwet is de Bank bevoegd haar kapitaal, reservefonds en bijzondere re-
serve te beleggen. De opbrengsten van deze beleggingen worden onder de winsten van de Bank opgenomen.
Mutaties in de waarde van de bezittingen, waarin het kapitaal is belegd worden ten bate of ten laste van het
reservefonds gebracht. Voor- of achteruitgang van de waarde der bezittingen, waarin de reserves zijn belegd,
komt ten bate of ten laste van die reserves.
SPECIFIEKE GRONDSLAGEN EN TOELICHTINGEN
Hiernavolgend worden de grondslagen voor de belangrijkste posten van de balans behandeld.
Goud en goudvorderingen
Waardering goudreserve:
Monetair goud
De waardering van de voorraad monetair goud is gebaseerd op de notering van de London Gold Fix
2
per
jaareinde.
2) De aangegeven goudprijs is de London PM-gold fx op de vorige Bankdag
48 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Industriegoud
De waardering is gebaseerd op 93% van het bruto gewicht tegen de London Gold Fix per jaareinde uitgaande
van het gemiddelde refningspercentage over een periode van twee jaren.
Vorderingen in vreemde valuta en andere buitenlandse waarden
Vorderingen op correspondentbanken
De onder deze post begrepen vorderingen in vreemde valuta betreffen werksaldi, die worden aangehouden bij
correspondentbanken, alsmede beleggingen van vrij beschikbare liquide middelen. De waardering van deze
vorderingen vindt plaats tegen nominale waarde, voorzover in vreemde valuta omgerekend tegen de eindejaar
koers.
Vorderingen op het I.M.F.
De vorderingen op het I.M.F. betreffen Special Drawing Rights (SDRs). Deze bijzondere trekkingsrechten
betreffen, door het Internationale Monetaire Fonds gecreerde, deviezenreserves, die in beginsel alleen mogen
worden gebruikt bij een betalingsbalanstekort en in dat geval bij andere lidlanden inwisselbaar zijn in US-
dollars.
Vorderingen op de Staat en overige vorderingen
De Bank is verplicht aan de Staat, telkens wanneer de Minister van Financin dit tot tijdelijke versterking
van Staatskas nodig acht, voorschotten te verstrekken in rekening-courant op onderpand van schatkistpapier,
waarvan de uitgifte of belening is toegestaan krachtens wet. Deze voorschotten zullen tegelijkertijd geza-
menlijk niet meer dan 10% van de geraamde middelen van de gewone dienst der begroting over het lopende
dienstjaar mogen bedragen. Overschrijding van dit maximum is verboden. Van een overschrijding zal sprake
zijn wanneer het netto debetsaldo van de gezamenlijke rekeningen-courant van de Staat bij de Bank gedurende
ten hoogste vijf en veertig dagen onafgebroken boven het in dit artikel bepaalde maximum is gebleven en de
Minister van Financin, na daarvan schriftelijk door de President van de Bank op de hoogte te zijn gesteld,
geen uitsluitsel kan geven dat in de daaropvolgende vijf en veertig dagen de overschrijding zal zijn opgeheven.
Deze voorschotten worden verstrekt tegen het daarvoor vigerende rentetarief van de Bank.
Op de overige onder deze post opgenomen vorderingen worden noodzakelijk geachte voorzieningen in min-
dering gebracht.
Beleggingen van kapitaal, reservefonds en bijzondere reserves
Belegging in herdenkingsmunten
Deze betreffen een belegging van het kapitaal. De herdenkingsmunten worden gewaardeerd tegen fjn goud-
waarde op basis van de marktwaarde van het edelmetaal per jaareinde. De waardeverandering als gevolg van
de periodieke herwaardering van de belegde herdenkingsmunten worden ten gunste/ten laste van het reserve-
fonds verwerkt.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 49
Belegging in kunstwerken
Deze betreffen een belegging van het kapitaal. De kunstwerken zijn gewaardeerd op basis van een in 2006
bij taxatie vastgestelde waarde. Waardeveranderingen worden ten gunste of ten laste van het reservefonds
verwerkt.
Overige activa
Voorraad herdenkingsmunten en gemunt goud
Deze voorraad betreft een handelsvoorraad en wordt gewaardeerd tegen fjn goudwaarde op basis van de
marktwaarde van het edelmetaal per jaareinde. Wijzigingen in de waarde ten gevolge van de herwaardering
van de goudwaarde en koerswijzigingen worden ten gunste of ten laste van het resultaat verwerkt onder de post
Gerealiseerde verkoopresultaten, waarderingsverschillen en afwaardering op lagere marktwaarde.
Materile vaste activa
De onroerende goederen, zijnde gebouwen en terreinen, worden tegen de actuele waarde, zijnde de ver-
vangingswaarde of lagere bedrijfswaarde gewaardeerd. Taxaties uitgevoerd door externe onafhanke-
lijke taxateurs, liggen aan deze actuele waarde berekening ten grondslag. De herwaardering op basis van
de uitgevoerde taxatie geschiedt aan het einde van het jaar. De meerwaarde van de onroerende goederen
zijnde de toename van de boekwaarde als gevolg van herwaardering, wordt op de herwaarderingsreke-
ning Herwaardering gebouwen en terreinen verwerkt. Afschrijvingen worden lineair ten laste van de
winst- en verliesrekening gebracht op basis van de verwachte gebruiksduur en restwaarde van de desbe-
treffende activa. Over de aanschafwaarde en de herwaardering van de terreinen wordt niet afgeschreven.
De overige goederen opgenomen onder de post materile vaste activa worden tegen de verkrijgingsprijs ge-
waardeerd en lineair afgeschreven op basis van de verwachte levensduur.
Afschrijvingsduur materile vaste activa
Gebouwen: nieuw 40 jaar
renovatie 15-30 jaar
Inventarissen: 3-5 jaar
Transportmiddelen: 5 jaar
De afschrijvingen geschieden tijdsevenredig.
Goudcertifcaten

Deze betreffen rentedragende, in grammen fjn goud uitgedrukte, certifcaten aan toonder die bij de Centrale
Bank van Suriname in Surinaamse munt te gelde kunnen worden gemaakt. Zij hebben een onbepaalde geldig-
heidsduur en kunnen naar believen voor wederinkoop, bij de Bank worden aangeboden. Conform het regle-
ment kan de rente op een goudcertifcaat maximaal twintig jaar worden bijgeschreven.
In- en verkoop geschieden tegen de dagwaarde, die gebaseerd is op de notering van de London Gold Fix,
tegen de koers zoals deze op de dag van transactie door de Bank van toepassing zal zijn verklaard. Voor de
waardering worden de grondslagen voor omrekening van buitenlandse geldsoorten toegepast. Evenwel vindt
de waardering per balansdatum plaats tegen de door de Bank genoteerde verkoopkoers. Over de nominale
50 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
goudwaarde wordt een enkelvoudige rente, in goud uitgedrukt, van 5% per jaar vergoed, die uitsluitend betaal-
baar is wanneer een goudcertifcaat voor wederinkoop bij de Bank wordt aangeboden.
Herwaarderingsrekeningen
Waarderingsverschillen goud en deviezen
De omrekening van transacties in goud en in vreemde valuta in de loop van het jaar vindt in beginsel plaats
tegen de offcieel door de Bank genoteerde dagkoers.
De verdiende koersmarge op de verkooptransacties van vreemde valuta, zijnde het verschil tussen de aankoop-
en verkoopkoers, wordt tezamen met de door de lokale banken afgedragen kostenvergoeding, onder de post
Koersmarge in de resultatenrekening verantwoord.
De koersverschillen, die ontstaan als gevolg van de waardefuctuaties van de Surinaamse munt ten opzichte
van andere valuta, worden ten gunste of ten laste van de post Waarderingsverschillen goud en deviezen ge-
boekt. De waardeverschillen van de in omloop zijnde goudcertifcaten worden eveneens ten gunste of ten laste
van deze post geboekt. Boekingen ten laste van de post Waarderingsverschillen goud en deviezen geschieden
voor zover het saldo voldoende is. De vaststelling vindt plaats voor goud en per valutasoort. Tekorten alsmede
bij verkoop gerealiseerde koersverschillen worden verantwoord onder de post Gerealiseerde verkoopresulta-
ten, waarderingsverschillen en afwaardering op lagere marktwaarde. De post Waarderingsverschillen goud
en deviezen in de balans bevat dien ten gevolge, met in achtneming van de nominale waarde van de in omloop
zijnde goudcertifcaten, alleen de nog niet-gerealiseerde waardeverschillen, die betrekking hebben op de per
balansdatum aanwezige hoeveelheid goud en de netto deviezenvoorraad, inclusief beleggingen.
Herwaardering gebouwen en terreinen
Deze herwaarderingsrekening betreft de herwaardering van de onroerende goederen van de Bank op basis van
de actuele waarde. Afwaardering van onroerende goederen geschiedt tot het saldo van de herwaarderingsreke-
ning, waarbij het deel boven het beschikbare saldo ten laste van de resultatenrekening wordt gebracht.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 51
TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2012
Goud en goudvorderingen
Naar aard en hoeveelheden zijn het goud en de goudvorderingen in fne troy ounces onder deze post als volgt
opgebouwd:
2012 2011
In hoeveelheden
Fine troy
ounces
Fine troy
ounces
Monetair goud 74.373 70.881
Industriegoud 2.113 2.113
76.486 72.994
In waarden SRD SRD
Monetair goud 400.637.974 352.685.926
Industriegoud 10.585.461 9.777.583
411.223.435 362.463.509
Waardering monetair goud geschiedt tegen de London Gold Fix per jaareinde per troy ounce
2012 2011
USD-waarde per troy ounce per jaareinde 1.657,50 1.531,00
SRD-waarde per troy ounce per jaareinde 5.386,88 4.975,75
De waardering van het industriegoud geschiedt tegen 93% van de voorraad tegen de London Gold
Fix per jaareinde.
Monetair goud
Het verloop van de monetaire goudvoorraad is als volgt:
2012 2011
In hoeveelheden
Fine troy
ounces
Fine troy
ounces
Stand per 1 januari 70.881 63.383
Toegevoegd 3.500 7.564
Verkocht -8 -66
Stand per 31 december 74.373 70.881
In waarden SRD

SRD
Stand per 1 januari 352.685.926 241.417.941
Toegevoegd 18.670.031 37.518.280
Verkocht -42.326 -271.160
Herwaardering 29.324.343 74.020.865
Stand per 31 december 400.637.974 352.685.926
52 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Vorderingen in vreemde valuta en andere buitenlandse waarden
Vorderingen op correspondentbanken
Deze post is opgebouwd uit beleggingen en tegoeden bij correspondentbanken alsook kaswaarden in vreemde
valuta.
De samenstelling is als volgt: 2012 2011
SRD SRD
Beleggingen in USD 1.103.569.257 747.399.250
Beleggingen in Euro 234.154.676 443.959.918
1.337.723.933 1.191.359.168
Tegoeden bij correspondentbanken 1.282.680.251 996.522.889
Kaswaarden in vreemde valuta 46.398.999 78.866.625
1.329.079.250 1.075.389.514
___________ ___________
2.666.803.183 2.266.748.682
Beleggingen
Deze beleggingen betreffen per 31 december: 2012 2011
SRD SRD
Obligaties en depositos:
- looptijd korter dan een jaar @ 0,28%-3,05 % /0,75%-2,12 % 592.366.973 213.659.382
- langer dan een jaar @ 2,25%- 3,55% /2,07%-4,0% 745.356.960 977.699.786
1.337.723.933 1.191.359.168
Tegoeden bij corrrespondentbanken
De tegoeden bij correspondentbanken betreffen werksaldi in het buitenland, waarvan SRD 174.743.931 in
Euro, SRD 1.107.917.707 in USD en SRD 18.613 in overige valuta.
Vorderingen op het I.M.F.
2012 2011
SRD SRD
Bijzondere trekkingsrechten I.M.F. 402.629.502 400.985.586
Reservetranchepositie in het I.M.F. 30.594.375 30.465.750
433.223.877 431.451.336
SDR SDR
Bijzondere trekkingsrechten I.M.F. in SDR 80.606.507 80.616.322
Reservetranchepositie in het I.M.F. in SDR 6.125.000 6.125.000
86.731.507 86.741.322
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 53
De Staat is sinds april 1978 lid van het Internationaal Monetair Fonds.
De bijzondere trekkingsrechten betreffen de SDR positie en reserve-activa of deviezenreserves, die door het
I.M.F. zijn gecreerd. Op de hieruit voortvloeiende schuld is rente verschuldigd, waarvan het tarief per kwar-
taal wordt aangepast aan marktontwikkelingen en ten laste van de SDR positie wordt gebracht. Anderzijds
wordt rente ontvangen over de SDR positie. De SDRs uit dit fonds kunnen worden aangewend bij transacties
tussen offcile en monetaire instanties.
Onderstaand het verloop van de Bijzondere trekkingsrechten I.M.F.
Het verloop van deze post is als volgt:
2012 2011
SDRs SRD SDRs SRD
Beginsaldo 80.616.322 400.985.585 80.647.663 336.542.698
Kosten/rentevergoeding -9.815 -49.289 -31.341 -161.030
Herwaardering - 1.693.206 - 64.603.918
Eindsaldo 80.606.507 402.629.502 80.616.322 400.985.586
De reservetranche positie betreft de deelneming in het I.M.F. Deze betreft de SDR rechten die de Staat Suri-
name bezit als lid van het I.M.F. gebaseerd op haar zogenoemde reservetranche. Zij mogen in beginsel alleen
worden gebruikt bij een betalingsbalanstekort en kunnen in dat geval aan het I.M.F. worden gecedeerd om
convertibele valuta te verkrijgen.
Vorderingen op de Staat en overige vorderingen
Rekening-courant en overige vorderingen op de Staat
2012 2011
SRD SRD
Voorschotten ex art. 21 Bankwet 228.876.000 228.876.000
Overige rekening-courant vorderingen 1.182.098.493 867.298.451
1.410.974.493 1.096.174.451
De post voorschotten aan de Staat (ex. art. 21 van de Bankwet) betreft een rekening-courantkrediet op on-
derpand van schatkistpapier. De overige vorderingen in rekening-courant worden toegestaan naar gelang de
creditsaldi, welke zijn opgenomen in de post Verplichtingen aan de Staat en overige ingezetenen in SRD
aan de passiefzijde van de balans voldoende dekking geven.
De voorschotten en debetsaldi zijn rentedragend. De rente bedraagt 9% per jaar enkelvoudig over het uit-
staande saldo.
Geconsolideerde Vlottende Staatsschuld
Deze post betreft een lening aan de Staat die op 26 juli 2002 is afgesloten tussen de Bank en de Republiek
Suriname ten bedrage van oorspronkelijk Sf 163.792.523.185. Tot zekerheid heeft de Staat haar recht op de
jaarlijkse winst van de Bank gecedeerd.
54 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Het verloop is als volgt:
2012 2011
SRD SRD
Stand per 1 januari 113.898.000 119.454.000
Afossingen -5.556.000 -5.556.000
Stand per 31 december 108.342.000 113.898.000
Rekening-courant en overige vorderingen op fnancile instellingen
Deze post is als volgt opgebouwd:
2012 2011
SRD SRD
Rekening-courantvorderingen op fnancile instellingen - 11.919.711
Overige vorderingen op fnancile instellingen 13.477.258 15.047.468
13.477.258 26.967.179
Beleggingen van kapitaal, reservefonds en bijzondere reserve
De Bank mag krachtens artikel 8 van de Bankwet haar kapitaal, reservefonds en bijzondere reserve beleggen
volgens regelen goed te keuren door de Regering van Suriname. Op grond hiervan is een deel van de voor
belegging beschikbare middelen belegd in herdenkingsmunten en kunstwerken.
Belegging in herdenkingsmunten
Deze post is als volgt samengesteld:
2012 2011
In hoeveelheden
Fine troy
ounces
Fine troy
ounces
Gouden herdenkingsmunten per jaareinde 1.486,81 1.486,81
Zilveren herdenkingsmunten per jaareinde 7.966,82 7.966,82

In waarden
SRD SRD
Gouden herdenkingsmunten per jaareinde 5.680.829 5.258.840
Zilveren herdenkingsmunten per jaareinde 722.225 626.969
6.403.054 5.885.809
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 55
Belegging in kunstwerken
Het verloop van de belegging in kunstwerken is als volgt:
2012 2011
SRD SRD
Stand per 1 januari 2.333.887 2.243.887
Investering

- 90.000
Stand per 31 december 2.333.887 2.333.887
Overige activa
Materile vaste activa
De materile vaste activa zijn als volgt samengesteld:
2012 2011
SRD SRD
Terreinen 22.596.497 14.262.692
Gebouwen 23.101.645 16.013.677
Onroerende Goederen 45.698.142 30.276.369
Onderhanden investeringen
2.023.813 1.058.255
Inventarissen 11.505.903 12.577.300
Transportmiddelen 1.400.047 1.697.992
Stand per 31 december 60.627.905 45.609.916
Overige fnancile activa
Deze betreffen participaties in de bancaire instelling Banco Latinoamericano de Exportaciones (Bladex), de
Society for Worldwide Interbank Financial telecommunication (SWIFT) en de Caribbean Information and
Credit Rating Services Limited (CariCRIS).
Bladex is een multinationale bank gevestigd in Panama met als doelstelling bevordering van de regionale
handel in Latijns-America. De Bank bezit 7.285 aandelen A Bladex, met een waarde per aandeel ultimo 2012
van USD 21,07. De deelneming is gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs groot SRD 118.800.
SWIFT is een coperatieve instelling waarin de deelnemende banken en overige van haar diensten
gebruikmakende ondernemingen participeren. De Bank maakt voor al haar internationale fnancile transacties
gebruik van SWIFT.
De Bank bezit 1 aandeel SWIFT en deze is gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs groot SRD 3.560.
CariCRIS is de Caribbean Information and Credit Rating Services Limited. De deelname van de Bank betreft
200.000 aandelen per 14 september 2011, waarvoor USD 200.000 is betaald en voor welke verkrijgingsprijs
omgerekend tegen de koers op dat moment de deelneming is genoteerd.
56 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Overlopende activa
De overlopende activa 2012 betreffen nog te ontvangen baten.
2012 2011
SRD SRD
Interest fnancile instellingen 8.283.938 9.533.461
Interest de Staat 5.829.653 4.359.359
Overige te ontvangen baten - 800
14.113.591 13.893.620
Diverse
Deze post is als volgt opgebouwd:
2012 2011
SRD SRD
Te verrekenen bedragen met derden 69.288 14.931.579
Overlopende banktransacties 3.759.201 10.413.038
Geactiveerde drukkosten SRD-biljetten 9.087.703 9.177.027
Overige vorderingen 18.736.480 8.861.548
31.652.672 43.383.192
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 57
PASSIVA
Bankbiljetten in omloop
Deze post betreft de SRD bankbiljetten in omloop welke voortkomen uit de emissie 2004.
De nog niet ter verwisseling aangeboden Sf-biljetten per jaareinde zijn niet onder deze noemer opgenomen
maar onder de post Diverse passiva.
De bankbiljetten in omloop zijn naar coupure als volgt verdeeld:
* naar coupures:
2012 2011
In hoeveelheden aantallen aantallen
SRD 5,00 2.504.322 2.304.222
SRD 10,00 2.275.800 2.130.966
SRD 20,00 3.795.885 4.979.880
SRD 50,00 9.583.800 8.079.366
SRD 100,00 3.863.453 2.855.111
In waarden SRD SRD
SRD 5,00 12.521.610 11.521.110
SRD 10,00 22.758.000 21.309.660
SRD 20,00 75.917.700 99.597.600
SRD 50,00 479.190.000 403.968.300
SRD 100,00 386.345.300 285.511.100
976.732.610 821.907.770
Verplichtingen aan de algemene banken
Deze betreffen rekening-courantverplichtingen aan algemene banken en de door hen bij de Bank aangehouden
kasreserve en depositos in SRD en in vreemde valuta en wel als volgt:
2012 2011
SRD SRD
R/C-tegoeden in SRD algemene banken 589.055.388 268.038.474
Kasreserveverplichtingen in SRD algemene banken 537.464.538 392.415.699
1.126.519.926 660.454.173
R/C-tegoeden in vreemde valuta algemene banken
2.748.199 24.617.114
Kasreserveverplichtingen in vreemde valuta algemene banken 64.113.299 72.665.015
66.861.498 97.282.129
___________ __________
1.193.381.424 757.736.302
58 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Kasreserve
De kasreserve bedraagt ultimo 2012 25% voor de SRD en 40% voor de vreemdevalutamiddelen. Zij beogen
respectievelijk bij te dragen aan de stabiliteit van de Surinaamse munt en de liquiditeit van valutategoeden bij
de algemene banken. De kasreserve in SRD wordt als renteloos deposito aangehouden bij de Bank, terwijl die in
vreemde valuta als rentedragend verplicht deposito op geblokkeerde bankrekeningen bij de correspondentbank
van de desbetreffende banken mogen worden aangehouden.
Verplichtingen aan de Staat en aan overige ingezetenen in SRD
Deze post is als volgt samengesteld: 2012 2011
SRD SRD
Gewone rekeningen van de Staat 485.123.251 335.780.557
Bijzondere rekeningen van de Staat 1.080.396.348 1.093.445.333
Semi-overheid 109.869.446 119.832.339
Instellingen en derden 90.208.465 61.810.062
Depositorekening Pensioenfonds van de CBvS 10.889.500 10.889.500
Andere ingezetenen 2.037.148 3.007.155
1.778.524.158 1.624.764.946
De gewone rekeningen betreffen rekeningen-courantverhoudingen met ministeries en overige overheidsinstel-
lingen. De bijzondere rekeningen betreffen bestemde tegoeden of fondsen van deze instellingen.
Verplichtingen aan ingezetenen in vreemde valuta
Deze verplichtingen aan ingezetenen betreffen:
2012 2011
SRD SRD
Cambios 2.443.792 2.450.391
Overige instellingen en bedrijven 59.759.107 1.272.310
62.202.899 3.722.701

De verplichtingen aan cambios betreffen de door hen bij de Bank renteloos aan te houden tegoeden voor het
vestigen van een wisselkantoor.
Verplichtingen aan niet-ingezetenen
Deze verplichtingen betreffen rekening-courantverplichtingen aan de International Bank for Reconstruction
and development (Wereldbank), de Inter-American Development Bank en depositos van het I.M.F.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 59
Tegenwaarde toegewezen bijzondere trekkingsrechten I.M.F.
Deze post betreft de tegenwaarde van de aan de Staat Suriname toegewezen bijzondere trekkingsrechten op het
I.M.F. groot SDR 88.092.106, welke in US-dollars wordt uitgedrukt uitgaande van de laagste US-dollar koers
in het desbetreffende kwartaal.
De mutatie betreft de herwaardering van de SDR-verplichtingen tegen de koers per balansdatum.
2012 2011
SRD SRD
Tegenwaarde toegewezen bijzondere trekkingsrechten I.M.F. 440.020.069 438.170.135
Toegewezen bijzondere trekkingsrechten I.M.F. in SDRs 88.092.106 88.092.106
Koers SDR 1 = SRD 4,995 4,974
Goudcertifcaten
Ultimo van het jaar stonden er 2.078 certifcaten uit, tegenover 2.092 ultimo van het vorige jaar. De in goud
uitgedrukte waarde inclusief interest bedroeg respectievelijk 21.614 en 21.028 troy ounces.
De vaststelling van de goudwaarde in SRD vindt plaats tegen de laatkoers van de Bank ingevolge waarvan de
koers voor een troy ounce per jaareinde is vastgesteld op SRD 179 respectievelijk SRD 165.
Diverse passiva
De post Diverse passiva is als volgt opgebouwd:
2012 2011
SRD SRD
Aan de Staat uit te keren winst (2012) / (2011) 72.156.010 200.000.000
Te verrekenen bedragen met derden 45.255.749 -
Te verrekenen met het Ministerie van Financin 20.596.439 -
Rentesubsidie lage inkomensgroepen 12.480.468 68.714.579
Reservering implementatie IFRS 23.369.453 23.369.453
Vervallen Surinaamse guldens bankbiljetten in omloop 5.760.782 5.777.286
Overige 20.571.501 21.725.533
200.190.402 319.586.851
De post overige bevat onder andere de voorziening pensioenverplichtingen voor de (ex-) presidenten van de
Bank, nog af te dragen royalties aan het Ministerie van Financin, loonbelasting en premies A.O.V.
60 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
Herwaarderingsrekeningen
Waarderingsverschillen goud en deviezen
Deze post betreft de nog niet-gerealiseerde waardeverschillen, die betrekking hebben op de per balansdatum
aanwezige hoeveelheid goud en de netto deviezenvoorraad inclusief goud- en valutabeleggingen, onder aftrek
van de nominale waarde van de uitgegeven goudcertifcaten.
De mutaties in deze post zijn als volgt:
2012 2011
SRD SRD
Stand per 1 januari 202.460.182 107.584.214
Toename (2012) / (2011) 33.328.721 94.875.968
Stand per 31 december 235.788.903 202.460.182
Herwaardering gebouwen en terreinen
De samenstelling van deze herwaarderingsrekening is als volgt:
2012 2011
SRD SRD
Herwaardering terreinen 22.594.818 14.261.014
Herwaardering gebouwen 18.765.157 10.907.596
41.359.975 25.168.610
Kapitaal en reserves
Kapitaal
Het kapitaal bedraagt volgens artikel 4 van de Bankwet SRD 10.000.000. Het wordt wettelijk naar boven
aangepast wanneer de waarde van de geldeenheid van Suriname daalt. De aanpassing wordt uitgevoerd door
het nominaal bedrag van het kapitaal zoveel te verhogen als nodig is om de waardedaling van de geldeenheid
van Suriname te compenseren en de tegenwaarde van het kapitaal in internationaal convertibele valuta op peil
te houden.
Bijstortingen op het kapitaal worden door de Staat opgebracht, al dan niet door winst inhoudingen van de Bank,
totdat de maximale omvang van het kapitaal is bereikt, de genoemde aanpassing van dit artikel daaronder
medebegrepen.
Het verloop van deze post is als volgt: 2012 2011
SRD SRD
Stand per 1 januari 12.000.000 10.000.000
Aanpassing (2012) / (2011) - 2.000.000
Stand per 31 december 12.000.000 12.000.000
De toevoeging van 20% in het vorig boekjaar heeft betrekking op de koersaanpassing van de Surinaamse dollar
ten opzichte van de US dollar.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 61
Reservefonds
Conform artikel 5 van de Bankwet heeft de Bank een Reservefonds. Dit Fonds is bestemd tot dekking
van mogelijke verliezen ontstaan uit de bedrijfsvoering van de Bank.

Het verloop van deze post is als volgt:
2012 2011
SRD SRD
Stand per 1 januari 17.642.076 16.395.398
Herwaardering herdenkingsmunten 517.245 1.246.678
Stand per 31 december 18.159.321 17.642.076
Bijzondere reserve
Krachtens artikel 6 van de Bankwet is de Bank bevoegd, met goedkeuring van de Minister van Financin,
Bijzondere reserves te vormen. Stortingen op en onttrekkingen aan de Bijzondere reserves behoeven de goed-
keuring van de Minister van Financin.
Het verloop van deze post is als volgt: 2012 2011
SRD SRD
Stand per 1 januari 80.789.121 77.789.121
Toevoeging uit de winst (2012) / (2011) - 3.000.000
Stand per 31 december 80.789.121 80.789.121
In het vorig boekjaar is alsgevolg van de winstverdeling 2011 een bedrag van SRD 3.000.000 aan de
Bijzondere reserve toegevoegd.
62 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
TOELICHTING OP DE RESULTATENREKENING OVER 2012
Interestbaten
2012 2011
SRD SRD
Interestbaten vorderingen op de Staat 83.838.100 86.547.162
Interestbaten beleggingen in vreemde valuta 32.366.889 29.664.242
Overige interestbaten 2.700.389 3.694.640
118.905.378 119.906.044
Interestlasten
2012 2011
SRD SRD
Interestlasten van goudcertifcaten 7.257.964 13.981.505
Overige interestlasten 1.197.845 1.197.845
8.455.809 15.179.350
Gerealiseerde verkoopresultaten, waarderingsverschillen en afwaardering op lagere marktwaarde
Deze post bevat zowel de verkoopresultaten alsook de afwaardering op lagere marktwaarde, de koersverschil-
len bij valuta-omzettingen en bij koerstransacties tegen afwijkende koersen.
De neerwaartse ontwikkeling van de Euro heeft de koersresultaten op een negative wijze benvloed. Het re-
sultaat in het voorgaand boekjaar (ad SRD 148.434.161) is incidenteel signifcant positief benvloed door de
devaluatie van de Surinaamse dollar.
Koersmarge
2012 2011
SRD SRD
Koersmarge transacties in US-dollar 39.021.111 40.756.484
Koersmarge transacties in Euro 9.139.400 6.049.469
Koersmarge transacties in overige valuta 93.036 76.291
48.253.547 46.882.244
Overige baten
Deze baten bestaan onder andere uit opbrengst verkoop herdenkingsmunten, dividendopbrengst Banco Latino
Americano (BLADEX) en overige opbrengsten.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 63
Personeelskosten
Deze post is als volgt opgebouwd:
2012 2011
SRD SRD
Salarissen, gratifcatie, vakantiegeld en overige voorzieningen 46.764.382 38.079.893
Pensioenkosten 16.472.838 15.397.154
Overige personeelskosten 7.471.875 5.644.136
70.709.095 59.121.183
Personeelsleden in dienst ultimo boekjaar
2012 2011
Man/Vrouw=totaal 176/175=351 170/163=333
Andere beheerskosten
Deze post bestaat onder andere uit kosten voor consultancy, diensten van derden, beheer van goud, deviezen
en bankbiljetten, huisvesting, reis en verblijf.
Afschrijving op materile vaste activa
Deze post is als volgt opgebouwd:
2012 2011
SRD SRD
Afschrijving op gebouwen 664.891 631.385
Afschrijving op inventarissen 3.568.795 2.658.142
Afschrijving op transportmiddelen 425.551 301.354
4.659.237 3.590.881
64 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
OVERIGE GEGEVENS
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2012 van de Centrale Bank van Suriname te Para-
maribo gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2012 en de winst- en verlies-
rekening over 2012 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondsla-
gen voor fnancile verslaggeving en andere toelichtingen.
Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de Bank is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het
resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstem-
ming met de Bankwet en algemeen aanvaarde grondslagen voor fnancile verslaggeving.
Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om
het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van
fraude of fouten.
Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij
hebben onze controle verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde controle-standaarden. Dit vereist
dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen
en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van
materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedra-
gen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de
accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risicos dat de jaarrekening
een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die
relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan, gericht op het opzet-
ten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandig-heden.
Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectivi-
teit van de interne beheersing van de Bank. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van
de gebruikte grondslagen voor fnancile verslaggeving en van de redelijkheid van de door het bestuur van de
Bank gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 65
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onder-
bouwing voor ons oordeel te bieden.
Oordeel
Wij zijn van oordeel dat de balans en winst- en verliesrekening en de daarbij gegeven toelichtingen van de
Centrale Bank van Suriname over het boekjaar 2012 voldoen aan de eisen van de Bankwet en overigens in
overeenstemming zijn met algemeen aanvaarde grondslagen voor fnancile verslag-geving.
Paramaribo, 20 december 2013
BDO Assurance N.V.
Drs. R. Abrahams RA
Partner
66 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
OVERIGE GEGEVENS (vervolg)
Vaststelling jaarrekening
Volgens artikel 30 van de Bankwet maakt de President van de Bank jaarlijks binnen zes maanden na afoop van
het boekjaar de jaarrekening van de Bank op, terwijl de Raad van Commissarissen de jaarrekening vaststelt. De
vastgestelde jaarrekening strekt de President van de Bank tot volledige kwijting, behoudens de bevoegdheid
van de Raad van Commissaris sen een voorbehoud te maken.
Statutaire winstverdeling
De winstverdeling van de Bank is opgenomen in artikel 35 van de Bankwet. Van de winsten van de Bank,
zoals die blijken uit de door de Raad van Commissarissen vastgestelde jaarlijkse winst- en verliesrekening,
wordt vijfentwintig procent toegevoegd aan het reservefonds, totdat dit fonds het bedrag van het kapitaal heeft
bereikt. Hetgeen overblijft, na het treffen van voorzieningen uit prudentie tegen niet-gerealiseerde winsten en
voorzieningen zoals neergelegd in de Bankwet, komt aan de Staat.
Het kapitaal bedraagt volgens artikel 4 van de Bankwet SRD 10.000.000. Het wordt wettelijk naar boven
aangepast wanneer de waarde van de geldeenheid van Suriname daalt. Bijstortingen op het kapitaal worden
door de Staat opgebracht, al dan niet door winst inhoudingen van de Bank, totdat de maximale omvang van het
kapitaal is bereikt, de genoemde aanpassing van dit artikel daaronder mede begrepen. De aanpassing wordt
uitgevoerd door het nominaal bedrag van het kapitaal zoveel te verhogen als nodig is om de waardedaling van
de geldeenheid van Suriname te compenseren en de tegenwaarde van het kapitaal in internationaal convertibele
valuta op peil te houden.
Krachtens artikel 6 is de Bank bevoegd met goedkeuring van de Minister bijzondere reserves te vormen door
toevoegingen uit de winst. Onttrekkingen aan deze reserves behoeven de goedkeuring van de Minister.
Vaststelling jaarrekening voorgaand boekjaar
De Raad van Commissarissen heeft de jaarrekening van de Bank over het boekjaar 2011, zoals deze door haar
president is opgemaakt vastgesteld.
Het resultaat over het boekjaar 2011 bedroeg SRD 228.369.453 en is op voorstel van de President van de Bank
d.d. 5 september 2012, na goedkeuring door de Raad van Commissarissen als volgt bestemd:
Winst over het boekjaar ex artikel 30 SRD 228.369.453
Toevoeging aan het kapitaal ex artikel 4 SRD 2.000.000
Toevoeging aan de bijzondere reserve ex artikel 6 SRD 3.000.000
Voorziening implementatie IFRS SRD 23.369.453
Uitkering aan de Staat SRD 200.000.000
Vaststelling jaarrekening 2012 en winstverdeling boekjaar 2012
De jaarrek 2012 is volgens het raadsbesluit d.d. 13 december 2013 vastgesteld door de Raad van Commissarissen.
Het resultaat over het boekjaar 2012 bedraagt SRD 72.156.010 en is ingevolge het raadsbesluit op voorstel van
de President van de Bank geheel bestemd als aan de Staat beschikbaar te stellen winst.
Aangezien het reservefonds het bedrag van het kapitaal al heeft bereikt, is er geen toevoeging aan dit fonds.
Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012 67
BIJLAGEN
68 Centrale Bank van Suriname / Jaarverslag 2012
INHOUD BIJLAGEN

BIJLAGE V.1 IMPORT NAAR PRODUCTGROEP
BIJLAGE VI.1 GECOMBINEERDE BALANS PRIMAIRE BANKEN
BIJLAGE VI.2 GECOMBINEERDE WINST- EN VERLIESREKENING PRIMAIRE BANKEN
BIJLAGE VI.3 KREDIETVERLENING DOOR PRIMAIRE BANKEN NAAR SECTOREN
BIJLAGE VI.4 KREDIETDEBITEUREN
BIJLAGE VI.5 KREDIETVERLENING TEN OPZICHTE VAN TOEVERTROUWDE
MIDDELEN PRIMAIRE BANKEN
BIJLAGE VI.6 LIQUIDITEIT EN SOLVABILITEIT PRIMAIRE BANKEN
BIJLAGE VI.7 IMMOBILIA PRIMAIRE BANKEN
BIJLAGE VI.8 GROTE POSTEN PRIMAIRE BANKEN
BIJLAGE VI.9 GECOMBINEERDE BALANSEN DER LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.10 GECOMBINEERDE WINST- EN VERLIESREKENING DER
LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.11 SOLVABILITEITSTOETSING LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.12 RENTABILITEIT LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.13 GECOMBINEERDE BALANSEN DER SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.14 GECOMBINEERDE WINST- EN VERLIESREKENINGEN DER
SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.15 SOLVABILITEITSTOETSING SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.16 RENTABILITEIT SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
BIJLAGE VI.17 ENIGE FINANCILE GEGEVENS VAN PENSIOENFONDSEN
BIJLAGE VI.18 SPECIFICATIE VAN DE BELEGGINGEN VAN PENSIOENFONDSEN
BIJLAGE VI.19 GECOMBINEERDE BALANS VAN KREDIETCOPERATIES
BIJLAGE VI.20 GECOMBINEERDE RESULTATENREKENING VAN KREDIETCOOPERATIES
BIJLAGE VI.1
GECOMBINEERDE BALANS PRIMAIRE BANKEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.2
GECOMBINEERDE WINST- EN VERLIESREKENING PRIMAIRE BANKEN
(duizenden SRD)
2008 2009 2010 2011 2012
ACTIVA Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag %
Liquide middelen 1.425.754 32,6 1.533.560 29,8 1.705.602 29,2 1.846.376 26,4 2.427.526 28,4
Bankiers in binnen - en buitenland 385.365 8,8 772.066 15,0 822.017 14,1 1.185.587 17,0 1.607.662 18,8
Kredietverlening
1)
2.173.429 49,7 2.473.020 48,1 2.856.929 48,9 3.406.856 48,7 3.924.966 45,9
Overige activa 385.577 8,8 362.975 7,1 456.465 7,8 556.000 7,9 585.884 6,9
Balans totaal 4.370.126 100,0 5.141.621 100,0 5.841.013 100,0 6.994.819 100,0 8.546.038 100,0
PASSIVA
Op termijn toevertrouwde gelden
2)
1.266.826 29,0 1.515.048 29,5 1.844.495 31,6 2.314.566 33,1 2.891.736 33,8
Korte schulden
2)
2.444.049 55,9 2.897.283 56,3 3.134.205 53,6 3.750.469 53,6 4.449.197 52,1
Bankiers in binnen - en buitenland 98.438 2,3 177.509 3,5 187.268 3,2 135.282 1,9 197.114 2,3
Overige passiva 257.062 5,9 194.695 3,8 230.449 4,0 260.960 3,7 347.820 4,1
Nettoresultaat 70.546 1,6 75.428 1,5 72.956 1,2 79.685 1,2 97.880 1,1
Eigen vermogen 233.205 5,3 281.657 5,5 371.640 6,4 453.857 6,5 562.290 6,6
Balans totaal 4.370.126 100,0 5.141.621 100,0 5.841.013 100,0 6.994.819 100,0 8.546.038 100,0
Bron : Centrale Bank van Suriname
1)
Kredietverlening in vreemde valuta aan ingezetenen inbegrepen
2)
Op termijn toevertrouwde gelden en korte schulden in vreemde valuta inbegrepen
Per ultimo 2008 2009 2010 2011 2012
Rentebaten 283.264 306.747 351.886 358.961 424.645
Rentelasten 77.208 96.953 97.732 102.554 126.736
Rentemarge 206.056 209.794 254.153 256.407 297.909
Totale baten 271.960 290.087 318.984 330.289 382.109
Overige lasten 158.285 173.469 202.150 207.354 233.981
Bruto resultaat 113.675 116.619 116.834 122.935 148.128
Belastingen 40.809 41.935 43.336 43.668 53.321
Buitengewone posten (2.320) 744 (540) 417 3.072
Netto resultaat 70.546 75.428 72.956 79.684 97.880
ROA: Resultaat voor belastingen/
gemiddelde totale activa 2,8% 2,5% 2,1% 1,9% 1,9%
Efficiency ratio: Overige lasten/ totale
baten 58,2% 59,8% 63,4% 62,8% 61,2%
Rentemarge/ totale baten 75,8% 72,3% 79,7% 77,6% 78,0%
Expense ratio: Totale overige lasten/
rentemarge 76,8% 82,7% 79,5% 80,9% 78,5%
Return on equity: Resultaat voor
belasting/ gemiddelde EV 40,5% 35,3% 29,1% 25,1% 24,8%
Bron: Centrale Bank van Suriname
De cijfers over de boekjaren zijn ontleend aan van de banken ontvangen rapportages.
BIJLAGE VI.3
KREDIETVERLENING DOOR PRIMAIRE BANKEN NAAR SECTOREN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.4
KREDIETDEBITEUREN
(duizenden SRD)
Sectoren Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag %
Landbouw 95.000 4,1 108.840 4,2 127.346 4,0 129.768 3,5 129.364 3,0
Visserij 35.866 1,5 37.451 1,4 44.063 1,4 39.100 1,1 45.193 1,0
Bosbouw 5.616 0,2 4.791 0,2 3.036 0,1 2.302 0,1 4.250 0,1
Mijnbouw 18.429 0,8 32.616 1,2 59.431 1,9 81.513 2,2 92.171 2,1
Industrie 174.916 7,5 198.080 7,6 226.479 7,2 290.425 7,8 343.795 7,9
Konstructie en installatie 119.158 5,1 98.436 3,8 121.471 3,8 138.264 3,7 146.444 3,4
Electriciteit, gas en water 17.919 0,8 28.533 1,1 37.833 1,2 38.376 1,0 23.138 0,5
Direct productieve sector 466.904 19,9 508.747 19 619.659 19,6 719.748 19,4 784.355 18,0
Handel 605.812 25,9 665.562 25,4 702.027 22,2 922.321 24,8 1.200.226 27,6
Transport, opslag en communicatie 80.744 3,4 71.503 2,7 70.538 2,2 75.209 2,0 174.213 4,0
Dienstverlening 181.803 7,8 239.325 9,1 312.363 9,9 423.064 11,4 399.974 9,2
Woningbouw 392.413 16,8 462.968 17,7 524.674 16,6 587.525 15,8 696.568 16,0
Overige 614.333 26,2 673.708 25,7 928.652 29,4 991.500 26,7 1.095.261 25,2
Niet Direct productieve sector 1.875.105 80,1 2.113.065 80,6 2.538.254 80,4 2.999.619 80,6 3.566.241 82,0
Generaal totaal 2.342.009 100,0 2.621.812 100,0 3.157.913 100,0 3.719.367 100,0 4.350.595 100,0
Schatkistpapier/ Effecten/ Deelnemingen 99.843 82.038 221.526 217.347 328.461
Bruto kredietverlening 2.242.164 2.539.774 2.936.387 3.502.020 4.022.134
Voorzieningen 68.735 66.754 79.458 95.164 97.168
Netto kredietverlening 2.173.429 2.473.020 2.856.929 3.406.856 3.924.966
Bron: Centrale Bank van Suriname
2011 2012
Per ultimo december
2010 2009 2008
Per ultimo 2008 2009 2010 2011 2012
Bruto kredietverlening 2.242.166 2.539.774 2.936.387 3.502.020 4.022.134
Voorzieningen 68.735 66.754 79.458 95.164 97.168
Netto kredietverlening 2.173.431 2.473.020 2.856.929 3.406.856 3.924.966
Non-performing kredieten (bruto)
3)
175.567 200.388 233.279 278.971 247.675
Non-performing kred / bruto kredietverlening
4)
7,8% 7,9% 7,9% 8,0% 6,2%
Bron: Centrale Bank van Suriname
3)
vanaf 2011 is bedrag aan non-performing kredieten bruto en dit is gewijzigd voor de hele reeks tot met 2007
4)
de NPL ratio is thans bruto
BIJLAGE VI.6
LIQUIDITEIT EN SOLVABILITEIT PRIMAIRE BANKEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.5
KREDIETVERLENING TEN OPZICHTE VAN TOEVERTROUWDE
MIDDELEN PRIMAIRE BANKEN
(duizenden SRD)
Per ultimo 2008 2009 2010 2011 2012
Middelen > 1 jaar 271.166 290.628 355.423 438.769 663.382
Middelen < 1 jaar 415.459 528.452 480.920 599.492 699.395
Spaargelden 1.108.616 1.369.907 1.698.760 2.140.852 2.513.387
R/C gelden waarvan : 1.925.477 2.238.521 2.495.043 2.990.700 3.563.994
(in Surinaamse dollars) (986.913) (1.134.237) (1.344.390) (1.431.692) (1.791.239)
(in vreemde valuta) (938.572) (1.104.284) (1.150.653) (1.559.008) (1.772.755)
Totaal toevertrouwde middelen 3.720.728 4.427.508 5.030.146 6.169.813 7.440.158
Totaal kredietverlening (netto) 2.173.429 2.473.020 2.856.929 3.406.856 3.924.966
Kredietverlening in % toevertrouwde middelen 58,4% 55,9% 56,8% 55,2% 52,8%
Toevertrouwde middelen in % balansvermogen 85,1% 86,1% 86,1% 88,2% 87,1%
Kredietverlening in % balansvermogen 49,7% 48,1% 48,9% 48,7% 45,9%
Gemiddelde debetrente in Surinaamse dollars 13,0 12,8 13,1 12,9 13,0
Gemiddelde creditrente in Surinaamse dollars 4,7 4,8 4,6 4,9 5,0
Gemiddelde debetrente in vreemde valuta 9,6 9,7 9,3 9,4 9,6
Gemiddelde creditrente in vreemde valuta 1,7 1,6 1,4 1,3 1,4
Bron : Centrale Bank van Suriname
2008 2009 2010 2011 2012
Liquiditeit
Liquiditeitsverhouding 56,3% 50,1% 52,2% 48,8% 53,4%
Liquide middelen in % balansvermogen 32,6 29,8 29,2 26,4 28,4%
Korte schulden in % balansvermogen 58,0 56,3 53,6 53,6 53,2%
Solvabiliteit
Toetsingsvermogen 235.908 286.182 362.553 440.501 539.070
Totaal gewogen risicodragende activa 2.415.521 2.657.106 3.008.202 3.647.220 4.272.926
Solvabiliteitsratio 9,8% 10,8% 12,1% 12,1% 12,6%
Tier 1/ Toetsingsvermogen 86,4% 88,6% 88,6% 90,6% 90,8%
Tier 1/ Totaal gewogen risicodragende activa 8,4% 9,5% 10,7% 10,9% 11,5%
Toetsingsvermogen/ Balanstotaal 5,4% 5,6% 6,2% 6,3% 6,3%
Equity ratio 7,0% 6,9% 7,6% 7,6% 7,7%
Debt ratio 92,5% 92,6% 92,0% 92,0% 92,0%
Bron: Centrale Bank van Suriname
Per ultimo december
BIJLAGE VI.7
IMMOBILIA PRIMAIRE BANKEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.8
GROTE POSTEN PRIMAIRE BANKEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.9
GECOMBINEERDE BALANS DER LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
Per ultimo 2008 2009 2010 2011 2012
Totaal Vermogen 270.789 303.409 404.622 501.356 597.366
Totale Investering in vaste activa 135.372 141.956 177.378 195.918 254.580
Totale Investering in % Totaal Vermogen 50,0 46,8 43,8 39,1 42,6
Bron: Centrale Bank van Suriname
Per ultimo 2008 2009 2010 2011 2012
Totaal toetsingsvermogen 235.908 286.182 362.553 440.501 539.070
Totale Grote Posten 251.470 330.350 355.685 466.851 444.924
Totale Grote posten % Totaal toetsingsvermogen 106,6% 115,4% 98,1% 106,0% 82,5%
Bron: Centrale Bank van Suriname
2007 2008 2009 2010 2011
ACTIVA
Kas en Bank [liquide middelen] 20.135 23.742 29.478 13.039 14.425
Vaste eigendommen 3.587 3.481 3.551 2.027 2.622
Beleggingen: -
a] overheid - - - - -
b] particulieren: -
- hypotheken 60.298 66.903 72.644 84.923 114.950
- overige 113.496 150.795 112.707 152.353 218.218
Overige activa 19.576 30.685 10.701 13.640 16.605
Totaal 217.093 275.607 229.081 265.983 366.820
PASSIVA
Aandelenkapitaal 336 426 336 1.406 1.406
Reserves 21.464 25.185 -69.428 29.221 45.679
Achtergestelde leningen - - - - -
Technische voorziening 183.275 235.195 286.985 221.643 301.007
Overige schulden 12.017 14.800 11.188 13.713 18.728
Totaal 217.093 275.607 229.081 265.983 366.820
Bron: Centrale Bank van Suriname
BIJLAGE VI.10
GECOMBINEERDE WINST EN VERLIESREKENING DER
LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.11
SOLVABILITEITSTOETSING LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.12
RENTABILITEIT LEVENSVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
2007 2008 2009 2010 2011
Premie 57.068 71.172 34.755 28.896 37.808
Koopsommen 13.116 12.060 17.176 33.467 42.160
Totaal premie + koopsommen 70.184 83.232 51.931 62.363 79.968
Premie herverzekeraar 977 1.173 1.444 2.172 2.522
Premie eigen rekening 69.207 82.059 50.486 60.190 77.446
Mutatie technische voorzieningen 44.991 52.401 27.722 23.237 79.653
Verdiende premie (1) 24.216 29.658 22.764 36.953 (2.207)
Bruto uitkeringen 16.036 19.830 14.790 30.843 13.086
Aandeel herverzekeraar 410 130 151 860 692
Uitkeringen eigen rekening (2) 15.626 19.700 14.639 29.983 12.393
Provisie en acquisitiekosten (3) 4.007 5.033 3.186 3.708 3.760
Bedrijfskosten (4) 11.536 13.622 8.575 9.116 14.856
Winstdeling en korting (5) 3.877 3.172 4.026 4.903 9.846
Technisch resultaat (6) = (1-2-3-4-5) -10.831 -11.869 -7.662 -10.757 -43.062
Beleggingsinkomsten (7) 11.532 9.186 13.776 17.498 21.419
Saldo andere baten en lasten (8) 2.666 6.544 137 500 32.477
Beleggingslasten (9) 70 84 116 21 23
Winst voor belasting = (6+7+8-9) 3.298 3.777 6.134 7.220 10.811
Belasting 373 227 227 454
Winst na belasting 2.925 3.777 5.907 6.993 10.357
Bron: Centrale Bank van Suriname
Per ultimo 2007 2007 2008 2009 2010 2011
Premiereserve na aftrek herverzekering (A) 183.343 183.343 234.959 285.960 219.313 296.812
Vereist vermogen 5% van A (1) 9.167 9.167 11.748 14.298 10.966 14.841
Aanwezig vrij vermogen (2) 11.411 11.411 15.222 -78.199 24.057 36.271
Solvabiliteitsoverschot 2-1 2.244 2.244 3.474 -92.497 13.092 21.430
Bron: Centrale Bank van Suriname
Per ultimo 2007 2008 2009 2010 2011
Netto winst 2.925 3.777 5.907 6.993 10357,321
Eigen vermogen 21.800 25.611 -69.092 30.627 47085,298
Rentabiliteit 13,4% 14,7% -8,5% 22,8% 22,0%
Bron: Centrale Bank van Suriname
BIJLAGE VI.13
GECOMBINEERDE BALANS DER SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.14
GECOMBINEERDE WINST- EN VERLIESREKENING DER
SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
2007 2008 2009 2010 2011
ACTIVA
Vaste eigendommen 22.667 25.261 28.319 26.556 36.003
Beleggingen: -
-Overheidssector - - - - -
-Particuliere sector: -
a) hypotheken 39.881 44.734 46.812 49.625 69.922
b) overige 84.078 83.965 88.655 100.020 158.187
Overige activa 53.215 75.338 105.942 106.457 110.115
Liquide middelen 18.325 24.205 27.727 40.179 47.276
Totaal 218.167 253.503 297.455 322.837 421.503
PASSIVA -
Aandelenkapitaal 690 780 360 360 360
Reserves 104.494 107.590 122.362 139.799 196.930
Technische voorzieningen 71.314 94.556 118.476 121.373 130.752
Lange termijn schulden (incl. voorzieningen) 3.579 7.023 4.232 2.558 1.509
Korte termijn schulden 38.090 43.555 52.025 58.748 91.952
Totaal 218.167 253.503 297.455 322.837 421.503
Bron: Centrale Bank van Suriname
2007 2008 2009 2010 2011
Bruto premie 125.064 149.719 166.742 181.612 226.977
Premie herverzekeraar -/- 16.203 18.586 28.483 28.454 27.707
-
Premie eigen rekening 108.861 131.133 138.259 153.158 199.270
Mutatie technische voorzieningen -/- 503 -1.549 -4.080 -6.821 377
Verdiende premie (1) 108.358 132.683 142.339 159.979 198.893
-
Bruto uitkeringen 80.175 85.598 116.412 95.453 126.629
Aandeel herverzekeraar -/- 7.346 6.885 27.768 2.386 10.486
Uitkeringen eigen rekening (2) -/- 72.829 78.713 88.644 93.067 116.143
-
Provisie en acquisitiekosten (3) -/- 5.752 7.348 7.062 9.667 12.236
Bedrijfskosten (4) -/- 29.931 40.617 43.484 53.068 67.762
-
Technisch resultaat (5) = (1-2-3-4) -153 6.005 3.149 4.177 2.752
-
Beleggingsinkomsten (6) +/+ 10.910 8.130 13.130 13.386 11.737
Saldo andere baten en lasten (7) +/+ 4.558 859 4.337 5.489 20.909
Beleggingslasten (8) -/- - - - - -
Winst voor belasting (5+6+7-8) 15.315 14.994 20.617 23.051 35.399
Belasting -/- 1.080 1.223 1.322 1.778 1.931
Winst na belasting 14.236 13.771 19.294 21.273 33.468
Bron: Centrale Bank van Suriname
BIJLAGE VI.15
SOLVABILITEITSTOETSING SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.16
RENTABILITEIT SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.17
ENIGE FINANCIELE GEGEVENS VAN PENSIOENFONDSEN
(duizenden SRD)
Per ultimo 2007 2008 2009 2010 2011
18% van de geboekte bruto premies (A) 22.511 26.949 30.014 32.690 40.856
Schade eigen rekening (1) 72.829 78.713 88.644 93.067 116.143
Bruto schade (2) 80.175 85.598 116.412 95.453 126.629
Vereist vermogen (1/2) x A 20.449 24.782 22.854 31.873 37.473
Aanwezig vrij vermogen 79.757 80.061 96.458 114.120 144.114
Solvabiliteitsoverschot 59.308 55.279 73.604 82.247 106.528
Bron: Centrale Bank van Suriname
Per ultimo 2007 2008 2009 2010 2011
Netto winst 14.236 13.771 19.294 21.273 33.468
Eigen vermogen 105.184 108.369 122.721 140.158 197.290
Rentabiliteit 13,5% 12,7% 15,7% 15,2% 17,0%
Bron: Centrale Bank van Suriname
2007 2008 2009 2010 2011
ACTIVA
Kas en Banken 41.740,31 48.317,22 57.737,45 56.422,56 62.203,07
Beleggingen:
w.v. Binnenland:
Overheid 31.863,40 42.980,89 56.759,05 72.122,50 49.519,43
Particulier 474.411,52 532.093,99 622.679,00 680.148,50 760.657,84
w.v. Buitenland 265.005,53 268.892,15 276.285,36 260.167,16 254.642,65
Vaste Eigendommen (incl. diversen) 40.771,55 40.116,67 43.575,24 117.004,51 118.951,74
Totaal 853.792,31 932.400,92 1.057.036,11 1.185.865,24 1.245.974,73
INKOMSTEN
Premies/Stortingen in het fonds 43.467,23 57.596,58 52.883,37 59.631,15 61.843,85
Inkomsten uit beleggingen 81.221,28 71.284,77 86.971,90 73.994,04 84.534,73
Andere inkomsten 2.911,36 -3296,790034 9.631,10 17.607,97 -
UITGAVEN
Uitkeringen 19.701,42 22.237,56 33.757,94 28.226,17 27.785,21
Onkosten, belasting en andere 74.197,04 72.359,31 69.574,24 96.010,64 78.630,52
Totaal aantal pensioenfondsen onder toezicht 30 32 34 34 35
Bron: Centrale Bank van Suriname
BIJLAGE VI.18
SPECIFICATIE VAN BELEGGINGEN VAN PENSIOENFONDSEN
(duizenden SRD)
BIJLAGE VI.19
GECOMBINEERDE BALANS VAN KREDIETCOOPERATIES
(duizenden SRD)
2007 2008 2009 2010 2011
Beleggingen
Debiteuren (Hypotheken u/g) 150.628,35 179.801,97 198.642,41 224.307,84 250.399,73
Leningen op schuldbekentenis 576,80 576,80 - - -
Effecten 295.221,88 333.683,99 337.299,97 351.670,33 380.185,48
Termijndeposito's (+spaardeposito's) 83.128,46 129.487,25 122.722,92 146.771,67 149.726,15
Onroerende goederen 79.068,09 80.005,02 94.273,43 106.267,50 133.559,85
Spaarrekeningen 32.234,34 32.642,39 51.268,85 49.513,36 48.065,42
Rekening-courant met de werkgever 87.769,73 97.162,65 96.366,14 26.131,49 10.259,04
Overige beleggingen 41.345,86 40.995,38 56.634,92 105.652,89 90.389,73
Persoonlijke leningen 1.306,94 883,84 1.946,50 2.124,82 2.234,51
Totaal 771.280,45 895.239,28 959.155,14 1.012.439,89 1.064.819,92
In % van de totale beleggingen
Debiteuren (hypotheken) 21% 20% 21% 22% 24%
Leningen op schuldbekentenis 0% 0% 0% 0% 0%
Effecten : 44% 37% 35% 35% 36%
Termijndeposito's (+spaardeposito's) 12% 14% 13% 14% 14%
Onroerende goederen 10% 9% 10% 10% 13%
Spaarrekeningen 5% 4% 5% 5% 5%
Rekening-courant met de werkgever 2% 11% 10% 3% 1%
Overige beleggingen 6% 5% 6% 10% 8%
Totaal 100% 100% 100% 100% 100%
Bron: Centrale Bank van Suriname
Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag %
ACTIVA
Liquide middelen 23.883 20,9 20.214 14,0 48.455 29,3 1.834 9,3 2.717 11,8
Vorderingen op leden 83.112 72,6 110.851 76,7 97.569 59,0 14.842 75,2 16.178 70,4
Overige vorderingen en transitoria 282 0,2 735 0,5 1.426 0,9 742 3,8 1.368 6,0
Beleggingen 1.663 1,5 6.709 4,6 11.072 6,7 1.614 8,2 2.004 8,7
Vaste activa 5.513 4,8 6.001 4,2 6.810 4,1 695 3,5 707 3,1
Totaal 114.453 100,0 144.511 100,0 165.331 100,0 19.727 100,0 22.975 100,0
PASSIVA
Eigen vermogen 9.663 8,4 13.111 9,1 16.603 10,0 1.148 5,8 1.487 6,5
Schulden aan leden 99.913 87,3 124.715 86,3 142.461 86,2 17.809 90,3 20.647 89,9
Voorzieningen 2.766 2,4 4.185 2,9 4.335 2,6 363 1,8 431 1,9
Overige schulden en transitoria 2.112 1,8 2.500 1,7 1.933 1,2 408 2,1 411 1,8
Bruto-resultaat - - - - - - - - - -
Totaal 114.453 100,0 144.511 100,0 165.331 100,0 19.727 100,0 22.975 100,0
2007 : gegevens van 5 kredietcoperaties
2008 : gegevens van 13 kredietcoperaties
2009 : gegevens van 10 kredietcoperaties
2010 : gegevens van 5 kredietcoperaties
2011 : gegevens van 8 kredietcoperaties
2007 2008 2009 2010 2011
Bron: Centrale Bank van Suriname 2/24/2014
BIJLAGE VI.20
GECOMBINEERDE RESULTATENREKENING VAN KREDIETCOOPERATIES
(duizenden SRD)
Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag % Bedrag %
BATEN
Intrestbaten:
Leningen 7.940 80,4 12.084 84,5 14.037 90,0 2.227 91,4 2.559 90,0
Beleggingen 105 1,1 175 1,2 144 0,9 0 0,0 - 0,0
Entre penningen 0 0,0 0 0,0 - 0,0 - 0,0 - 0,0
Diversen - 0,0 - - - 0,0 - 0,0 - 0,0
Overige baten 1.825 18,5 2.036 14,2 1.422 9,1 210 8,6 283 10,0
Totaal 9.871 100,0 14.295 100,0 15.603 100,0 2.437 100,0 2.843 100,0
LASTEN
Personeelskosten 3.930 39,8 5.520 38,6 5.844 37,5 284 11,7 396 13,9
Afschrijvingskosten 436 4,4 439 3,1 571 3,7 22 0,9 54 1,9
Intrest-lasten 132 1,3 1.049 7,3 4.636 29,7 1.379 56,6 1.564 55,0
Algemene kosten 175 1,8 454 3,2 464 3,0 532 21,8 418 14,7
Diversen 2.619 26,5 3.766 26,3 1.500 9,6 121 5,0 277 9,7
Netto-resultaat 2.579 26,1 3.068 21,5 2.589 16,6 99 4,0 134 4,7
Totaal 9.871 100,0 14.295 100,0 15.603 100,0 2.437 100,0 2.843 100,0
2007 : gegevens van 5 kredietcoperaties
2008 : gegevens van 13 kredietcoperaties
2009 : gegevens van 10 kredietcoperaties
2010 : gegevens van 5 kredietcoperaties
2011 : gegevens van 8 kredietcoperaties
2007 2008 2009 2010 2011
Bron: Centrale Bank van Suriname 2/25/2014