Vous êtes sur la page 1sur 3

INTERVIEW

HISTORICUS HERMAN VAN GOETHEM

Groepsdruk
kan van
iedereen een

moordenaar
maken
De Antwerpse professor
Herman Van Goethem, bekend van talrijke historische
werken en het uitbouwen
van het Holocaustmuseum
Kazerne Dosssin in Mechelen,
is bekroond met de Loopbaanprijs Wetenschapscommunicatie. Een nieuw museum uit de
grond stampen: er zijn er die
andere dingen doen om hun
midlifecrisis te bezweren

Sven Smets

Manu Sinjan

Ligt wetenschapscommunicatie u na aan het hart?


Ik vind het erg belangrijk, maar dat heeft wellicht te maken met mijn persoonlijkheid. Ik geef heel graag les, en
dat is uiteindelijk pure wetenschapscommunicatie. De
meeste studenten kunnen de manier waarop ik lesgeef,
vanuit mijn onderzoek, ook wel waarderen. Goed lesgeven
is van groot belang, omdat je te maken krijgt met jonge
mensen die na de middelbare school plots in een wereld
van kennis en inzicht terechtkomen. Ik vind dat ze een
enorm wauw-effect moeten ervaren en de passie voelen
die de docent voor zijn vak heeft. Bij mij brandt het vuur
voor mijn vak nog net zo fel als 25 jaar geleden. De studenten leren mij dan ook heel snel kennen (lacht). Na twee
uur lesgeven ben ik als smeulend vuur: dan blijft er niks
meer van over. Maar ik weet dat sommige zaken bij elke
student blijven hangen. Zo bekijk ik met de studenten Geschiedenis de volledige opnames van het proces tegen de
Roemeense communistische leider Nicolae Ceausescu en
zijn vrouw, en dat ontleed ik volledig met hen. Eigenlijk
was dat een heksenproces, een totalitair ritueel.
Voor de communicatie naar de buitenwereld bent u
in het voordeel, gezien de onderwerpen waar u over
schrijft.
Ik heb altijd gewerkt op onderwerpen die interessant
zijn voor een groot publiek. Dat was al zo met mijn proefschrift over de processen in Vlaanderen tussen 1795 en
1935, die grotendeels in het Frans verliepen. Later heb ik
gewerkt rond de geschiedenis van de Vlaamse Beweging,
de politieke geschiedenis van Belgi en de geschiedenis
van de monarchie. Je bent een grote geluksvogel als je wetenschappelijk kan publiceren voor een groot publiek. Ik
vind het niet nodig om echt te vulgariseren, maar je moet
natuurlijk wel goed schrijven. En constant het gevecht
aangaan met taal en teksten, elke dag! De taal is een weerbarstig lief (lacht).
Vindt u dat wetenschappers de plicht hebben om met
het publiek te communiceren over de resultaten van
hun onderzoek?
Plicht vind ik toch wel een groot woord. Het hangt af van
de discipline waarin je actief bent. Over wiskunde uitgebreid communiceren ligt misschien wat moeilijker. Mensen uit de alfawetenschappen hebben het makkelijker om
een groot publiek te bereiken. Tegelijk heeft (Belgisch Nobelprijswinnaar) Franois Englert laten zien dat het bij een
vak als fysica wel perfect mogelijk is.
Kan je leren te communiceren?
Je moet er talent voor hebben, maar ook de drive om aan
dat talent te blijven werken. En soms word je bijgestuurd
waar je het niet had verwacht. Ik kan me nog heel levendig
een gesprek herinneren met een studente, intussen toch
al vijftien jaar geleden. Ik was net voor het eerst verkozen
als beste prof van de faculteit rechten aan de Universiteit
Antwerpen, en zij stapte op me af tijdens de receptie. Ik
snap niet dat ze u kiezen, zei ze. Ik vind u helemaal niet
goed! U bent zo cynisch Wij zijn jonge mensen, hoor,
wij mogen toch nog idealen hebben? Ik ben door de grond
gezakt! Maar achteraf gezien is dat een heel belangrijk moment geweest in mijn loopbaan, een groot cadeau van die

studente. In het begin van je carrire ben je leergierig en


idealistisch, maar na een tijdje heb je zoveel gezien en heb
je zoveel zaken door, dat je heel makkelijk cynisch wordt.
En daar moet je enorm voor oppassen. Je mag de dromen
van de jonge mensen die voor je zitten niet fnuiken. Ik heb
dus bijgestuurd.
Vijf jaar geleden kreeg u de vraag om curator te worden van het nieuwe holocaustmuseum in Mechelen.
Heeft u er lang over moeten nadenken?
Ik heb daar geen seconde over nagedacht! Ik heb mijn
carrire nooit uitgetekend. Maar gaandeweg verwerf je
expertise, en zo ontstaan er kansen. Vaak sla je de weg
in die zich het eerst aandient. Zo simpel is dat! Ik was
toen ongeveer vijftig jaar, ik begon al eens te zuchten als
ik weer aan een nieuw boek moest beginnen. Toen kreeg
ik plots de kans om een museum op te richten. Oh, dat
is eens iets totaal anders, dacht ik. Er zijn er die andere
dingen doen tijdens hun midlifecrisis. Ik maak een museum, daar kun je al eens mee thuiskomen. (lacht) Ik was
ook heel naef, want het was veel meer een wespennest
dan ik had verwacht. Maar leve de naviteit, want anders
gebeuren sommige waardevolle dingen gewoon nooit.
En het is gelukt!

Gewapend en geniformeerd werken


in een sfeer van stalen discipline: in het
politiekorps ontstaat makkelijk geweld
Sinds 2011 heb ik nog weinig gepubliceerd, omdat ik aan
Kazerne Dossin zat te werken. Ik kan me voorstellen dat ik
momenteel niet echt een troef ben voor de universiteitsfaculteit op het vlak van de financiering, maar ik zal wel
bijbenen.
Het is fantastisch dat ik dit heb kunnen doen. Ik hoop
dat het voor de jongere generatie wetenschappers ook nog
mogelijk zal zijn om zulke zijwegen te bewandelen. Daar
ben ik, met de huidige druk om onderzoek te publiceren,
niet zeker van
U bent voltijds hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen n curator van Kazerne Dossin. Hoe combineert u die twee fulltime jobs?
In de eerste plaats door heel hard te werken. Mijn onderzoek zit in de thematiek van het museum, maar situeert zich volledig binnen de context van de universiteit.
Mijn werk in Kazerne Dossin heeft me op een heel nieuw
domein gebracht. Ik wil me verdiepen in het massageweld en een gedragsmatige analyse maken, zoals we ook
in het museum proberen te doen. Op die manier kun je
bijvoorbeeld Islamitische Staat verbinden met het Joegoslavitribunaal en met de Tweede Wereldoorlog, waarbij
je naar de geweldsmechanismen van de daders kijkt. Er
dienen zich momenteel fascinerende mogelijkheden aan
om interdisciplinair te werken en totaal nieuwe domeinen te verkennen. En als ik dat heb gedaan, dan ga ik in
mijn tuin werken (lacht).

Eos 5 1

In Kazerne
Dossin krijgt
elk slachtoffer
dat werd gedeporteerd een
gezicht.

Met het museum zitten we nu nog in de fase van structureren, organiseren en uitbouwen. Maar over een jaar wil ik
absoluut dat er weer wat tijd is om naar de archieven van
het vredegerecht in Antwerpen te gaan, om de impact van
de Tweede Wereldoorlog na te gaan.
Je wordt in het museum geconfronteerd met de vaststelling dat de mechanismen van massageweld helemaal niet zo uniek waren voor de Holocaust als wij
graag denken.
De meeste Holocaustmusea werken uitsluitend vanuit
het slachtofferperspectief. Dat is heel normaal en ook
nodig, maar hier komt daar ook een daderperspectief bij.
De bezoeker krijgt geleidelijk door dat de beulen van toen
meestal gn monsters waren, maar heel normale mensen
die zich lieten overrompelen door ideologie en de dynamiek van groepsdruk en massageweld.
Heeft die aanpak ook daadwerkelijk effect, bijvoorbeeld op jonge mensen?
Dat is niet meetbaar, maar het is de bedoeling om jongeren inzicht te geven in de mechanismen van groepsdruk en massageweld. We willen hen laten zien dat iedereen daar misschien wel aan participeert, maar dat je
toch nog een individuele verantwoordelijkheid hebt. We
benadrukken heel sterk in dit museum dat je altijd de
mogelijkheid hebt om nee te zeggen en afstand te nemen. We zijn allemaal kinderen van de Verlichting, wij
geloven in het autonoom handelende individu. Ook die

Sociale visie
Sinds vorig jaar bekroont de Koninklijke Vlaamse Academie van Belgi voor
Wetenschap en Kunsten (KVAB) wetenschappers die uitstekend communiceren. De eerste loopbaanprijs ging naar moraalfilosoof Johan Braeckman. Sinds
dit jaar worden de prijzen uitgereikt door de KVAB en de Jonge Academie (JA).
De laureaat van de loopbaanprijs 2014, prof. Herman Van Goethem, wordt
gelauwerd voor zijn inspanningen om duiding te geven bij de recente Vlaamse
geschiedenis, vanuit een brede en sociale visie, n voor zijn werk in het Museum Kazerne Dossin. Hij wordt samen met de laureaten van de jaarprijzen
wetenschapscommunicatie gehuldigd op 12 november in de Academie (Hertogsstraat 1, 1000 Brussel).
Wie het event, met onder andere een wetenschapsmarkt, graag bijwoont, kan zich registreren op www.kvab.be. Zowel tijdens het event
als op www.eoswetenschap.eu kunt u uw favoriete laureaat nomineren voor de Eos Publieksprijs.

5 2 Eos

jongeren zijn ervan overtuigd dat ze zelf bepalen wat ze


willen en denken, terwijl ze allemaal dezelfde kleren dragen, naar dezelfde muziek luisteren en hetzelfde eten.
Het idee van individualiteit is zo omnipresent en wordt
zo vaak bespeeld dat we te weinig oog hebben voor
groepsmechanismen in de samenleving.
Wat moeten jongeren over twintig jaar nog weten van
hun museumbezoek?
Er zijn genoeg jongeren die totaal geen belangstelling
hebben voor geschiedenis, en dat mag ook. Maar ik denk
ik hoop! dat als ze ooit geconfronteerd worden met een
situatie waarin een massa zich destructief en polariserend
gedraagt, ze iets zullen herkennen, een beetje zoals je een
geur na dertig jaar nog kunt herkennen. Dat is heel belangrijk, want op dat moment neem je al afstand. Op het
moment dat je de situatie begint te analyseren, maak je al
geen deel meer uit van de massa. Daarom vind ik dat alle
scholen moeten komen. Iedereen heeft immers al meegemaakt dat leeftijdgenoten gepest worden. Er zit voor iedereen iets herkenbaars in. We streven er niet naar om de
volledige geschiedenis van Belgi tijdens de Tweede Wereldoorlog te presenteren. We willen eerder een analyse
van menselijk gedrag meegeven.
Ziet u nog meer belangrijke doelgroepen?
We hebben een groot project opgezet in opdracht van de
federale politie. Onze analyse kan van belang zijn voor
de opleiding van nieuwe politiemensen, want het politiekorps is een omgeving waar die interne dynamiek van zich
ontwikkelend geweld, dat almaar feller woedt binnen een
gesloten context, zich perfect kan voordoen. Het gaat om
jonge mannen en vrouwen met een uniform en een wapen, die leven in een sfeer van stalen discipline ... allemaal
eigenschappen die ertoe kunnen leiden dat geweld zich
ontwikkelt.
Ik denk bijvoorbeeld aan het recente proces tegen vijf leden van de spoorpolitie, die jarenlang systematisch daklozen en andere sukkelaars mishandelden als ze nachtdienst
hadden. Ze hadden hun eigen systeem en eigen taalgebruik ontwikkeld, een helse cirkel waar je niet uitraakt.
We gaan trouwens ook het bestaande korps bijscholen:
alles samen gaat dat om 40.000 mensen.
De volgende grote groep waarop we ons willen richten zijn
journalisten in opleiding, en hoe de media over de andere
spreken. Dat is ongelooflijk belangrijk, want in de media
begint het allemaal, bij de naam die je mensen geeft.