Vous êtes sur la page 1sur 3

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model van Gelder


Student(e)
Lana Brekelmans
Klas
1B
Stageschool Cobbeek
Plaats
Veldhoven
Vak- vormingsgebied: Geschiedenis
Speelwerkthema / onderwerp: Identiteit

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Monique Hoevenaars
14-04-2015
3
19

Persoonlijk leerdoel: Ik kan een kringgesprek voeren waarbij ik in kan spelen op het verhaal van een kind.
Lesdoel(en):
De kinderen begrijpen het woord identiteit.
De kinderen kunnen de achterliggende gedachte van het voorwerp
vertellen.
De kinderen hebben een actieve luisterhouding.

Evaluatie van lesdoelen:


Als iedereen is geweest gaan we het evalueren.
- Wat vonden jullie ervan?
- Wie wist iets nog niet van een ander?
- Hebben jullie nu het gevoel dat je elkaar beter kent?
- Wat was identiteit ook al weer?

Beginsituatie:
Kinderen kunnen max. twintig minuten achter elkaar in de kring zitten.
De kinderen hebben een brief mee naar huis gekregen, of ze een voorwerp mee willen nemen wat iets over het kind zegt en waar ze iets over kunnen
vertellen.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen


Leeractiviteit
Leraar
leergedrag leerling(en)
inleiding
Ik laat de kinderen in de kring zitten. Ik vertel
- De kinderen komen in de kring zitten.
dat ik iets heb meegenomen. Ik heb mijn
- De kinderen luisteren naar het verhaal.
dansschoenen meegenomen, dit zegt iets over
mijn identiteit. We gaan bespreken wat identiteit
nou eigenlijk is. Ik vertel daarbij dat ik begon als
dansjuf. En dat ik toen wist dat ik ook een
schooljuf wilde worden.

Materialen / Organisatie
Kringvorm
- dansschoenen

Kern

Slot

Ik vraag aan de kinderen wie er iets heeft


meegenomen.
Als er meer dan acht kinderen iets mee hebben
genomen, doen we het in groepjes.
Als er minder dan acht kinderen iets mee heeft
genomen doen we het klassikaal.
Elk kind mag iets vertellen over wat hij of zij
heeft meegenomen. Als het kind klaar is met
vertellen mogen andere kinderen daar vragen
over stellen, ik stel een voorbeeld vraag zoals:
- Wat betekent dat voorwerp voor jou?
- Hoe belangrijk is dat voorwerp voor
jou?
Als het klassikaal is wordt ook de vraag op het
einde aan de andere kinderen gesteld:
- Wie wist dit al?

Als iedereen is geweest gaan we het evalueren.


- Wat vonden jullie ervan?
- Wie wist iets nog niet van een ander?
- Hebben jullie nu het gevoel dat je
elkaar beter kent?
- Wat was identiteit ook al weer?

De kinderen gaan in een groepje zitten, of


klassikaal.
Als er een kind aan het woord is, zijn de andere stil.
Kinderen stellen vragen door een vinger op te
steken.

Kringvorm of in groepjes.
- Voorwerpen die de
kinderen hebben
meegenomen.

Kinderen reageren door een vinger op te steken.

Kringvorm

Kerndoel 56:
De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed
Leerlijnen:
- Verhalen van kinderen bij beeldende kunstwerken/gebruiksvoorwerpen
- Relaties tussen vormgeving en functie van gebruiksvoorwerpen.
Keuze van instructie, strategien en vaardigheden
Ik heb gekozen om de instructie in de kring te doen, om zo het concept te openen. Iedereen kan mij dan goed zien.
Daarnaast heb ik gekozen om de kinderen in groepjes te laten verder werken. Omdat meer dan 8 kinderen iets mee hadden
genomen en ze anders te lang in de kring zitten.
De keuze van de activiteit die je inzet
Ik heb gekozen om identiteit in de groep te benoemen omdat ik van te voren al wist dat er bepaalde dingen met kinderen zijn die
heel mooi zijn om te bespreken. Buitenlandse kinderen, kinderen die echt al een passie voor een bepaalde sport heeft
ontwikkeld etc.
De werk- en groeperingsvormen die je bewust inzet om je doelen te behalen
Ik heb gekozen om de activiteit in groepjes te doen, omdat er meer dan 8 kinderen iets mee hadden genomen. Zo kon toch
iedereen aan de beurt komen.
De evaluatievorm die je hebt gekozen
Ik heb gekozen om te evalueren in de kring. Dit heb ik gedaan zodat ik nog een paar verhalen extra toe kan lichten en dat
iedereen dan ook betrokken is.