Vous êtes sur la page 1sur 92

*UOTHEEK

-

B,

\yZ

383

«••rtandse sport federatie
IIIMII'IIII

li i

• lil

in i

ii • i ,

d

e

n

h a a

.

g

~

,

e

i

e

f

o

o

n

c

o

7

o

)

6

3

2

9

6

3

.

HANDLEIDING VOOR HET ROKSRN .

.

MARINE M E T E E N INLEIDING V A N W . BRUSSE'S UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ . P. H U B E R T V A N BLIJENBURGH E N M E T 38 A F B E E L D I N G E N N A A R FOTOGRAFIEËN R O T T E R D A M J919 W . <S J.EN SPORTSCHOOL DER KONINKL.HANDLEIDING VOOR HET BOKSEN DOOR J. L .STUY LEERAAR AAN DE GYMNASTIEK.

.

en spelboksen Het trefvlak Destelling De beenbewegingen (voetwerk) De rompbewegingen De armbewegingen De afstand 1* 1 5 1 6 17 19 19 20 Algemeen overzicht der bewegingen: aanvalsbewegingen.INHOUD. . INLEIDING ."' 7 . Bladz. . " 9 L BOKSEN 1 5 Vecht. verdedigingsbewegingen De aanvalsbewegingen De rechte stooten De halfarmstooten De zwaaistooten De dubbele stooten De vuisthouding 21 23 24 25 26 26 De verdedigingsbewegingen Dekken Blokken Weren: slaan en schuiven Ontwijken en ontduiken Dubbeldekkingen 27 27 27 28 29 29 Devooraanval De tegenaanval Na-aanvallen Invechten Vastgrijpen Losbreken Schijnaanvallen Lokken 30 30 31 33 34 34 35 36 .

0.EN WEDSTRIJDBOKSEN 37 Wedstrijdreglement Ned.Bladz. Boksbond Practische en taktische aanwijzingen Training 38 50 52 III. HET ONDERWIJS 54 Algemeene beginselen Hulpmiddelen bij het onderwijs Opstelling der klasse Wenken voor den onderwijzer Lesprogramma's Lijst van Engelsche uitdrukkingen 54 55 56 56 57 62 38 AFBEELDINGEN NAAR FOTOGRAFIEËN. 8 . VECHT.

die niet van plan waren zich ooit van het blanke wapen of van de vuisten te bedienen voor minder onschuldige doeleinden. eene voldoening en een genoegen. Aan deze omstandigheid ontleenen schermen.INLEIDING.. zooals schermen en worstelen. dat. Een aanzienlijke verbetering van den voedingstoestand van het geheele lichaam is daarvan het gevolg.den beoefenaars voldoening en genoegen schenkt. het daarbij ten toon spreiden van verschillende lichamelijke en geestelijke eigenschappen. Er zij hier dan ook uitdrukkelijk op gewezen. die zich met anderen meten in eerlijken strijd. dat beide oefeningen. het wedijveren der beide tegenstanders in vlugheid. Zoo verkregen dus deze oefeningen een plaats onder die vormen van lichaamsoefening. al spoedig beoefend werd door velen. terwijl zij bij gematigde oefening een gunstigen invloed kan hebben op de lichaamsontwikkeling. in het juist beoordeelen van den steeds veranderenden toestand. als oefening dus. waar zooveel spierarbeid vereischt wordt. enz. in behendigheid. dat het schermen. waar het lichaam bij dergelijke oefeningen zoo sterk in actie komt. dat het schermen. dat alles gaf den beoefenaars een zoodanige voldoening. Maar bovendien zal het duidelijk zijn. behalve dat zij dus van practisch nut waren. Doch al spoedig bleek. boksen en worstelen hunne beteekenis als lichaamsoefening. 9 . ademhaling en spijsvertering en het zenuwstelsel den invloed van die oefeningen moeten ondergaan en tot verhoogde werking worden gebracht. het boksen. die men tegenwoordig als sport aanduidt. Evenals de andere zoogenaamde verdedigingssporten.ook de organen voor bloedsomloop. het boksen en het worstelen hier te lande niet zijn ingevoerd als voorbereiding voor het tweegevecht in welken vorm dan ook* doch uitsluitend als sport. die. welke steeds het deel zijn van hen. tevens een aangenaam tijdverdrijf vormden. is ook boksen ontstaan uit vechten. Evenals het schermen oorspronkelijk uitsluitend beteekenis had als voorbereiding voor het tweegevecht met het blanke wapen* zoo had ook boksen aanvankelijk slechts beteekenis als vooroefening voor het vuistgevecht.

in de nauwe loopgraven belemmerd in het gebruik van hun geweer als steekwapen. In dit verband zij nog eens herinnerd aan de verhalen van Engelsche soldaten.Onder die vormen van tweegevecht is het boksen — met het worstelen — een der meest natuurlijke. om de overwinning te doen! Daartoe moeten we aanvallen en tot dien aanval zullen we des te eerder besluiten. dat het beoefenen van vechtoefeningen als sport moest leiden tot het toepassen van hulpmiddelen. Het gebruik van groote. naarmate wij meer vertrouwen kunnen op onze vuisten. het blanke stoot-. tegenstanders onschadelijk moet maken. bij de verdediging. zoowel in den aanval. zoo noodig. men moet niet vergeten — en dit geldt evengoed bij de beoefening van sport als bij het gevecht— dat verdediging op den duur moet leiden tot de nederlaag. Het boksen bevordert dan ook juist dat zelfvertrouwen. zoodat deze veel minder of in het geheel 10 . gebruikt men bij het boksen sterk opgevulde handschoenen. nu niet meer als sport. Het moge zeeridealistisch klinken. dat ons te pas kan komen daar. En het is ons toch. dat men zijne lichamelijke behendigheid eventueel alléén zou willen gebruiken ten einde zich zelf te verdedigen en nooit iemand anders aan te vallen. Het spreekt wel vanzelf. doch op leven en dood." Immers het komt ons voor dat de naam „ verdedigingssport"ongelukkig is gekozen. Wordt bij het schermen nog gebruik gemaakt van een hulpmiddel. kortom op ons zelf. dik-opgevulde handschoenen breekt de kracht van den stoot. goede boksers. als. die het gevaar voor ernstige verwondingen moesten uitsluiten. waar men. bij het boksen tracht men den tegenstanstander buiten gevecht te stellen en zich zelf te verdedigen met het natuurlijke wapen. de vuist. op onze beenen. In dit opzicht is het boksen een bij uitstek practische sport en overtreft het als zoodanig het schermen. steek. zonder over eenig ander hulpmiddel te beschikken. Terwijl bij het schermen daartoe maskers en handschoenen worden gebruikt en steekwapens van een dopje zijn voorzien. Met opzet wordt hier gezegd „den tegenstander buiten gevecht te stellen en zich zelf te verdedigen. dit wegwierpen en met hunne tegenstanders een partijtje gingen boksen met de bloote vuist.of houwwapen. ook bij sportbeoefening. die.

En zoo zal ook het boksen slechts kunnen leiden tot eenzijdige lichaamsontwikkeling. naar het ons voorkomt. bewegingen. terwijl ook de rompspieren niet werkeloos blijven en zoowel bij het toebrengen van de stooten als bij het ontwijken en ontduiken van stooten in actie komen. evenals alle andere sporten. Wat de beteekenis van het boksen als lichaamsoef eningbetreft zij op den voorgrond gesteld. zoowel lichamelijk als geestelijk. Immers zij is inherent aan het begrip sport. Het boksen echter vormt geen middel voor stelselmatige li chamelijke opvoeding.niet pijnlijk is en geen verwondingen worden veroorzaakt. die daarvoor lichamelijk en geestelijk het beste geschikt zijn en aan wie dus deze sport het meeste voldoening en het meeste genoegen schenkt Voorts vergt het boksen in zeer sterke mate verhoogde werking van de organen voor bloedsomloop en ademhaling door de zeer groote hoeveelheid arbeid. welke bij de beoefening moeten worden gevolgd. Van 11 . ondergaan vooral de beenspieren. zoodat het uithoudingsvermogen zeer sterk wordt ontwikkeld. dat zij het lichaam slechts eenzijdig oefent. Een tweede gevolg van het streven om bij het boksen verwondingen te voorkomen was het stellen van regels. Het zal ook het meeste worden beoefend door hen. Deze omstandigheid komt intusschen geenszins ten nadeele van zijn waarde als sport. volkomen ten onrechte zoo dikwijls wordt beweerd door al te groote enthousiasten voor deze sport. een der belangrijkste voordeden gelegen uit een militair oogpunt Wat de spierontwikkeling betreft. Bij eiken tak van sport treft men in meerdere of mindere mate het bezwaar aan. dat. zooals m. ook het boksen in de eerste plaats een amusement is. Hierin is. die meestentijds in het dagelijksch leven weinig voorkomen. die dikwijls langen tijd achtereen wordt gepresteerd. dat verschillende lichaamsdeelen voortdurend op dezelfde wijze worden bewogen en dus slechts speciale bewegingen worden aangeleerd. i. Eene speciale training voor de buikspieren is voorts noodzakelijk teneinde zich minder gevoelig te maken voor stooten in den maagkuil en den buik. de strekspieren van de armen en de groote borstspieren den invloed van het boksen.

zoodat de rug rond wordt. nog zonder dat sprake behoeft te zijn van wedstrijden. welgevormd lichaam zou geven. door de groote inspanning. Teneinde zooveel mogelijk tegen een kaakstoot gedekt te zijn.eene stelselmatige. Een en ander veroorzaakt dan ook op den duur naar voren geplaatste schouders. ringen en brug. harmonische lichaamsoefening is geen sprake. een veelvuldige beoefening van het boksen heeft in dit opzicht zelfs een nadeeligen invloed en het is volkomen onjuist te beweren. dat het boksen niet kan bijdragen tot een volkomen doelmatige lichaamsontwikkeling. Ten slotte worden de groote borstspieren in sterke mate en krachtig samengetrokken. Un homme averti en vaut deux! Voor velen zullen de voordeelen. ronden rug en smalle ingedrukte borstkas. zoowel in de stelling. te meer. volkomen gezond en bijzonder sterk zijn. terwijl de wervelkolom in het borstgedeelte voorwaarts is gebogen. een enanderteneinde den maagkuil en de ribben te dekken. Het boksen is dan ook volkomen ongeschikt voor een algemeene beoefening door jeugdige personen. oefeningen aan rek. beide schouders worden voorts in sterke mate voorwaarts gebracht om de ellebogen voor het lichaam te kunnen brengen. Moeten nu de genoemde bezwaren een reden vormen om het boksen in het algemeen te ontraden ? Moet men met vage en bovendien onjuiste argumenten de propaganda voor het boksen bestrijden? Geenszins. als bij het toebrengen en het afweren van stooten. waar gevaar voor overdrijving en dus voor overinspanning niet is uitgesloten. dat het boksen ons een schoon. waaronder vooral het hart. terwijl de schouderbladen eveneens voortdurend buitenwaarts — dus niet gefixeerd — zijn geplaatst. vooral watdespieren betreft. Niet alleen. op de scholen. moet de voorste schouder (gewoonlijk de linker) omhoog gebracht worden. iets wat het gemeen heeft met andere sporten als worstelen. bijv. die deze tak van sport van het lichaam vergt. wier inwendige organen. kan zij alleen zonder nadeel worden beoefend door hen. Maar er is meer.. ook dit gevaar is. enz. welke 12 . maar ik wenschte wel voor de gevaren te waarschuwen omdat het ook hier struisvogelpolitiek zou zijn die nadeelen niet te willen zien of zelfs te ontkennen. gewichtheffen. inherent aan sportbeoefening.

kortom. zijn besluitvaardigheid in het handgemeen zal door de beoefening van het boksen worden vermeerderd. Bij de beoefening van het boksen zal hij herhaaldelijk hebben verkeerd in omstandigheden. waarin hij in het handgemeen zal kunnen komen. dat deze sport zich. in het bijzonder leent voor de beoefening aan boord. zich den vijand met de vuisten van het lijf te kunnen houden. waarin de militair zich door den aard van zijn beroep zoo dikwijls zal bevinden. hij zij soldaat of generaal. waarin hij zich bevindt. die desnoods de eventueel onwilligen zal dwingen. Is ook niet in de plannen voor een Volkerenbond sprake van een Weermacht. En het zal wel geen betoog meer behoeven dat dit een der voornaamste eigenschappen van een goed militair. En dit zal hem weer in staat stellen den toestand. Ook het feit. zal oorzaak zijn. die er voor noodig is. dat het uithoudingsvermogen. van groote beteekenis. die deel uitmaken van de Weermacht. en zullen die geschillen in hoogste instantie moeten worden beslecht. doordat een der partijen zijne zienswijze desnoods met den sterken arm kan doordrijven.ontegenzeggelijk aan het boksen zijn verbonden. En dit bewustzijn. op welke wijze hij het beste zal kunnen weren. door de betrekkelijk geringe ruimte. enz. juist in die omstandigheden. dat hij in het gevecht van man tegen man kalmer blijft. Ook werd reeds vermeld. Voor wat de Marine betreft komt hier nog de bijzondere omstandigheid bij. dat het zelfvertrouwen wordt ontwikkeld. in sterke mate wordt ontwikkeld. is. hij zal zijn tegenwoordigheid van geest behouden. Reeds merkten wij op. 13 . Zoolang we nog niet in een ideaal-wereld leven zullen er geschillen zijn tusschen verschillende volkeren. tegen de nadeden opwegen en dit zal in het bijzonder het geval zijn voor hen. hij zal zoodoende bij ondervinding weten. omdat het eigenschappen ontwikkelt welke den militair juist als zoodanig te pas komen. rassen. juist te beoordeelen en dienovereenkomstig te handelen. evenals het worstelen. als sport. voor zoover dit berust op het goed functioneeren van het hart en de longen. dat twee paar stevige bokshandschoenen voldoende zijn is een gunstige factor. zich aan de uitspraak van de gedachte internationale rechtbank te onderwerpen ? En juist voor Leger en Vloot is het boksen.

P. Maart 1919. Marine. 14 .Moge dit boekje dan ook krachtig bijdragen tot eene meerdere beoefening van het boksen in ons land en in het bijzonder in Leger en Vloot. W. HUBERT VAN BLIJENBURGH. Hoofd van Onderwijs bij de Gymnastiek' en Sportschool der Kon.

Deze handleiding behandelt het Engelsche boksen. Met het doel den tegenstander zoo spoedig mogelijk buiten gevecht te stellen. Vergelijken we het boksen met het sabelschermen. BOKSEN. e e HET TREFVLAK. voor wedstrijden het vechtboksen meer in aanmerking. nek en achterhoofd.1.n. waarbij men gebruik maakt van de vuisten (Engelsch boksen) of van vuisten en voeten (Fransch boksen) als wapens. Deze handleiding bedoelt in de eerste plaats te zijn een handleiding voor den spelbokser.E N SPELBOKSEN. 15 . waarbij men er in hoofdzaak op bedacht is. 2 .I. den tegenstander op de meest kwetsbare plaatsen (v. Het eerste is het eigenlijke vechtboksen. Men kan op twee wijzen boksen: l . dat hij die punten treft. het spelboksen met het schermen met den lichten sportsabel. Als zuiver sportieve oefening komt het spel-. Trefvlak is het lichaam boven den gordel en het hoofd. In de tweede afdeeling zal nader over het vechtboksen worden gehandeld. De tweede wijze van boksen is veel meer een spel. dat de kans op een pijnlijk treffen tot een minimum wordt beperkt. Boksen is een strijdwijze. VECHT. In de eerste wijze van boksen zijn de handen dan ook niet of dun bekleed. bij het spelboksen zijn ze zóó bekleed. doch elk pijnlijk treffen te vermijden. waarbij het doel is den tegenstander zooveel mogelijk te treffen zonder hem te kwetsen en zelf zoo weinig mogelijk getroffen te worden. Met het doel elkander nuttig en aangenaam bezig te houden. de kinzijden en de maagstreek) zoo hard mogelijk te treffen en te beletten. dan komt het vechtboksen overeen met het strijden met den scherpen vechtsabel. uitgezonderd rug.

zoodat de linkerschouder naar voren komt en helt iets naar voren. dit verandert echter door rompbewegingen steeds. De meest algemeene stelling en daarom die. 1 en 2): Het linkerbeen voor. als in den gewonen gang.DE STELLING. dat ze een vasten stand. waarborgt en den tegenstander een zoo klein mogelijk doel biedt. De stelling moet zoodanig zijn. de afstand. Bij de nietof dunbekleede vuist zijn de vingers stijf in de hand gesloten en ligt de duim er overheen. de hiel gewoonlijk op den grond. de rechtervuist voor de kin of de linkerborst De rugzijde van de vuist is naar buiten gekeerd. Het rechterbeen achter en iets buitenwaarts ten opzichte van het linkerbeen en sterker gebogen. 16 . een goed evenwicht. zonder de bewegelijkheid van het geheele lichaam en van de armen in het bijzonder te verminderen. gemiddeld ongeveer 40 c.M. De linkerschouder is opgetrokken. dan op den rechtervoet. lichtgebogen. bij de bekleede vuist is de duim zooveel mogelijk aan of in de handschoen gesloten om verstuikingen te voorkomen. De romp is wat naar rechts gedraaid. afhankelijk van de lengte der beenen. de elleboog ter hoogte van de maagstreek. de linkerarm wijst in de richting van den tegenstander. waarvan in deze handleiding steeds zal worden uitgegaan is de volgende (zie fig. ter dekking van de kin. Overigens is zij zoo los en vrij mogelijk en bij geoefende boksers zal de stelling dan ook afhangen van bouw en inzichten van den bokser. de elleboog ongedwongen naar binnen gebracht en ter hoogte van den linkerborst of iets lager. doch ook wel geheven. de punt van den voet in de richting van den tegenstander. De rechterarm ligt los en bewegelijk tegen den borstwand. Het lichaamsgewicht rust meestal wat meer op den linker-. De hoek tusschen de beide voeten is eene natuurlijke. is flauw gebogen. De hiel is gewoonlijk geheven.

het zoogenaamde voetwerk. Zoowel bij aanval als bij verdediging hangt van de beenen zeer veel af. in deze houding moeten alle spieren zooveel mogelijk ontspannen zijn. houding is voor een vrije ademhaling gedurende het boksen ongunstig en zal op den duur op den lichaamsvorm een nadeeligen invloed kunnen hebben. Men moet geheel los staan. van het geheele lichaam. DE BEENBEWEGINGEN. Intusschen van een stelling. De bewegingen moeten steeds licht en vlug zijn zonder ooit de vastheid van den stand of het evenwicht te benadeelen. Tegelijk of beur2 17 . die voor iedereen en steeds dezelfde is kan geen sprake zijn.Het hoofd wordt eenigszins naar voren gebogen om de kin achter den opgetrokken linkerschouder te dekken. zij mogen nooit krampachtig gespannen zijn en het geheele lichaam en elk lichaamsdeel afzonderlijk moeten van uit de stelling op elk moment tot elke mogelijke beweging in staat zijn. Van de juiste plaatsing der beenen zijn de standen debewegingvandenrompafhankelijk en deze bepalen weervobr een grootgedeelte juistheid en kracht van den stoot of zekerheid en afdoendheid van de wering of de ontwijking. voor. Het eerste voorkome men door gedurende het boksen. voor het boksen gunstige. door voortdurende bewegingen van armen en beenen. het tweede door aan het einde van eene boksoefening eenige rug-. Men oefene nu en dan ook in de stelling met het rechterbeen.en buikspieroefeningen te doen. doch nooit langer dan een oogenblik en nooit meer dan absoluut noodzakeis mag één voet den grond geheel verlaten. Van uiterst belang voor den bokser is de beweging der beenen. schouderblad. dat zij afhangt van bouw en inzichten van den bokser (een leerling bedenke dat hij nog geen bokser is) doch ook gedurende den strijd wijzigt zij zich. Reeds werd gezegd. De voeten moeten elk moment verplaatst kunnen worden. mogen niet als 't ware aan den grond kleven. de schouders naar achteren en omlaag te brengen. zooveel de partij dit toelaat (dus op een veiligen afstand van den tegenstander) de borst naar voren. Deze. onophoudelijk.

v. waarbij de voorste voet even wordt opgelicht en dichtlangs den grondnaarvoren schuift. zoodat de beide voeten heel even van den grond gelicht worden en het lichaam een korten afstand achterwaarts schuift 3.hierin bestaande. die. meer gebogen wordt. Een pas naar links (of rechts) wordt gemaakt door eerst den linker. Men onderscheidt de bewegingen der beenen in hoofdzaak in: 1. 18 . 2. De voetballen bewegen rakelings langs den grond. dus niet door weer op den rechtervoet in de stelling te komen door afzetten met het linkerbeen. De uitval bestaat dan uit een krachtig strekken van het rechterbeen en den rechtervoet. Een beweging. 32). Bij de pas voorwaarts (of achterwaarts) verplaatst men eerst den voorsten (achtersten) voet en trekt onmiddellijk daarop den anderen tot op normalen stelling-afstand bij. wanneer goed uitgevoerd. alleen itt zeer bepaalde gevallen (b. Passen voorwaarts en achterwaarts. Nooit mogen bij een pas zijwaarts de beenen gekruist worden.telings moeten de beenen steeds gestrekt of gebogen kunnen worden. Passen zijwaarts.(of rechter) voet naar links (of rechts) te verplaatsen en onmiddellijk daarop de andere weer op den normale stellingafstand er voor of achter te brengen. bij het toebrengen van een stoot) en dan slechts een oogenblik. met succes toepassing kan vinden is het zoogenaamde „overstappen". de beenspieren moeten dus steeds bewegelijk. daar dit ten nadeele van de vastheid van den stand komt 4. Sprong achterwaarts.terwijl het linkerbeen iets. Gewoonlijk komt men in de stelling terug door den achtersten voet op den normalen afstand bij te trekken. doch niet veel. dat men het rechterbeen naar voren brengt (een rechtschen uitval maakt) tot naast de buitenzijde van het linkerbeen van den tegenstander (zie bldz. Bij den sprong achterwaarts zetmenkrachtigmetdenvoorsten voet af. sterk gespannen zijn. Links voor staande zal men in 't algemeen links uitvallen. De uitvallen voorwaarts of schuin voorwaarts.

Nogmaals zij er hier op gewezen. beide omstandigheden. DE ARMBEWEGINGEN. Steeds zijn beide armen in beweging. zoowel als andere bewegingen. naar links of rechts. vergen echter veel arbeid.of achterwaartsche richting. dien men door een schijnbeweging wenscht te maken zeer kan versterken en een eventueel ontwijken vergemakkelijkt. omdat verkorting van dien afstand de vastheid van den stand vermindert en vergrooting van dien afstand verplaatsing van het lichaam bemoeilijkt. dat de vastheid van den stand. Deze mogen nooit gekruist worden. die ten voordeele van den tegenstander komen. zooveel mogelijk moeten de voeten aan den grond blijven en op den normalen afstand. terwijl de rechter kringen beschrijft voor de borst. het evenwicht van het lichaam afhangt van de plaatsing der beenen. Ook de romp is voortdurend in beweging. om het ook hierdoor den tegenstander moeilijk te maken onze plannen te doorzien en om ze voortdurend los en klaar voor elke beweging te houden. terwijl men bij het boksen zijn arbeidsvermogen zoo zuinig mogelijk moet gebruiken. die den tegenstander het juist treffen bemoeilijkt. De linkervuist maakt hierbij steeds kringvormige bewegingen naar den vijand toe en op en neer.en achterwaartsche en zijwaartsche buigingen in de lendenen krijgt de romp een deinende beweging.Het voetwerk bestaat nu uit een voortdurende toepassing van al deze bewegingen. terwijl ze minder snel vermoeid raken. Door voor. waardoor het lichaam in voor. Men overwinne ook in deze bewegingen alle stijfheid. Deze. in sterke mate uitgevoerd. houde 19 . den indruk. De bewegingen moeten dus los en lenig worden uitgevoerd en niet overdreven groot zijn. DE ROMPBEWEGINGEN. langs den grond schuift en men het den tegenstander moeilijk maakt zijn plannen uit te voeren of eigen plannen te doorzien.

dooreen uitval of een pas voorwaarts te maken (het z. vooral tegenover een langen tegenstander. Men onderscheidt aanvals. 20 . voor. Iemand. door een vooraan val. dan staakt men de bewegingen niet. Zoodra zij tegenover elkaar staan zullen zij trachten uit te vinden op welke wijze de tegenstander bij voorkeur aanvalt en zich verdedigt en daarbij nauwkeurig waarnemen hoe zijn stelling en zijn voetwerk is en wel door met schijnaanvallen verdedigingsbewegingen en door opzettelijk-zich-bloot-geven aanvalsbewegingen van den tegenstander uit te lokken. vooral tegen een kleinen tegenstander. Op een schijnaanval volgt dan de eigenlijke aanval en het is aan den tegenstander om. die zich door middel van zijn beenen snel kan verplaatsen. instappen). De gemiddelde afstand is die. dien de bokser kiest.en verdedigingsbewegingen. iemand. de eigenlijke aanvallen. die snel is in wering of ontwijking bij voorkeur een korteren afstand. DE AFSTAND. Men stoote van uit deze bewegingen. waarbij men den tegenstander. Is men van plan te stooten. De afstand bij het boksen is steeds veranderlijk. dat de afstand.n. ALGEMEEN OVERZICHT DER BEWEGINGEN. overigens afhankelijk is van zijn lengte en van zijn techniek en van de lengte en de techniek van den tegenstander. nog juist kan treffen.en tegenaanvallen en na-aanvallen. Zeer zelden zal tusschen geoefende boksers een aanval zonder eenige voorbereiding uitgevoerd worden. Het is duidelijk.4).. De aanvalsbewegingen worden weer onderscheiden in schijnaanvalien. zal hij zich met die gegevens een aanvalsplan vormen en dat plan zoo spoedig mogelijk uitvoeren. zal bij voorkeur een grooten afstand bewaren. dit zou den tegenstander waarschuwen. Elke nieuwe partij stelt andere eischen en alleen na veel oefening met verschillende tegenstanders krijgt men een goed begrip van het kiezen en van het bewaren van den goeden afstand (ziefig. Zoodra een van beide voldoende is ingelicht.steeds de armspieren los.

één rechtsche stoot naar het hoofd en een linksche naar het lichaam). Halfarmstooten.een tegenaanval of een verdedigingsbeweging te beletten. dat een stoot van den tegenstander treft Ze zijn in drie hoofdgroepen te onderscheiden: f. De verschillende vormen van stooten zijn: 1. één naar het hoofd. die dienen om te voorkomen of te beletten. c.v. De eigenlijke weringen.v. dan zal hij trachten door een na-aanval gebruik te maken van de voordeelige positie. waarbij de aanvallende arm uit de richting wordt geslagen of geschoven. Rechte stooten. a. Aanvalsbewegingen zijn bewegingen. zijn bewegingen. waarin hij door zijn geslaagde verdedigingsbeweging kwam. 2. waarbij men door bewegingen van hoofd. Verdedigingsbewegingen. waarbij het bedreigde kwetsbare lichaamsdeel door een niet-kwetsbaar lichaamsdeel wordt bedekt of gedekt (dekken) of de dreigende vuist bij den aanvang vanofgedurendehaarbewegingwordttegengehouden(blokken). Dekken en blokken. opeenvolgingen van twee stooten met denzelfden arm (dus b. elk van welke links en rechts en naar hoofd of lichaam kan worden toegebracht 2. De eigenlijke aanvalsbeweging is de stoot in zijn verschillende vormen. 3. één naar het lichaam) of wel met verschillenden arm (b. Is hij hierin geslaagd. b. die dienen om den tegenstander een stoot te brengen. twee rechtsche stooten. Zwaaistooten. dat die aanval gelukt. Dubbele stooten. romp en beenen het bedreigde lichaamsdeel buiten gevaar brengt DE AANVALSBEWEGINGEN. Een stoot is pas volmaakt wanneer de armbe21 . Enkelvoudige stooten. De ontwijkingen en ontduikingen.

en spelboksen op. op een of andere plaats ongedekt zijn. zoodat de vuist ten slotte den tegenstander alleen raakt. door op het oogenblik van treffen van stootarm en -schouder een stijf geheel te maken. Dit is bij het spelboksen niet de bedoeling. Is het na een stoot mogelijk een tweeden toe te brengen. dat men. Alleen dan is er kans. Dit is nutteloos en kan zelfs nadeelig zijn.en beenbewegingen. de snelheid ontstaat door de combinatie van de vier genoemde bewegingen. het geheele door romp. dan 22 . aarzelend uitgevoerde aanvallen zijn voor den aanvaller het gevaarlijkst. die in staat is den aanvaller neer te werpen.en schouderbeweging geven in hoofdzaak richting aan den stoot. meermalen. waarover men beschikt worden doorgezet. door de beweging van zijn armen. alleen maar met het doel om te stooten. Een tegenstander zal. dat de tegenstander geen tijd meer heeft zich te verdedigen en getroffen wordt. Een stoot in het algemeen bestaat uit een arm-. Overigens verminderen de dikbekleede handschoenen de kans op kwetsen reeds belangrijk en behoeft men dus niet te bang te zijn voor een flinken stoot. Wil men daarvan gebruik maken. doch slechts een oogenblik. hoofd en romp. niet kwetst. Een juiste stoot moet snel zijn.en beenbewegingen aan het lichaam meegedeelde arbeidsvermogen in den stoot tot uiting doet komen. romp. Een stoot moet juist zijn. Bij het vechtboksen moet de stoot niet alleen juist en snel doch ook krachtig zijn. w. De kracht van den stoot bij het vechtboksen ontstaat nu hierdoor. Het eischt zeer veel oefening om de voor een bepaalden stoot noodige samenwerking van alle spieren te verkrijgen. z.(heup-) en beenbeweging. Langzame. Arm.weging in volkomen harmonie is met de romp. d. dan moet de aanval ook met alle snelheid. dus in de lucht of naar gedekte plaatsen van den tegenstander. De stoot moet wel juist en snel zijn. De stoot kan dan een kracht krijgen. Men stoote niet in het wilde weg. hem het bewustzijn te doen verliezen of ernstig te kwetsen. wanneer bij het stooten de bedoeling voorzit een bepaalde plaats te treffen. doch op het oogenblik van treffen wordt zij ingehouden. schouder-. moet die plaats ook getroffen worden.. In de wijze van treffen treedt een verschil tusschen vecht.

Bij de rechte stooten beweegt de vuist zich. brengt men de linkerhand links voor het hoofd. met de palm van de hand naar buiten. na den eersten stoot. zoo het niet meer mogelijk is. dat het van veel belang is in de eerste plaats het stooten met den. die door beginnelingen zeer veel wordt gemaakt. dat men raken wil. zoo noodig met een pas of sprong achterwaarts om buiten het bereik van den tegenstander te komen. Tevens volgt hieruit. bij een rechtschen stoot. zoodat onder. neemt men dadelijk weer de stelling aan. Terwijl men met één vuist stoot moet de andere hoofd en lichaam dekken en klaar zijn om een tegenaanval te weren. De rechte stooten. waarbij de linkerkant van lichaam en hoofd het meest zijn blootgesteld. voor men daarnaast den rechter voor aanvallen gebruikt. in een rechte lijn naar dat punt van het tref vlak. Daarna of. 23 . Vooral wake men tegen het van den grond lichten van den achtersten voet. waar 'zij zich op het oogenblik bevindt (korte stooten) of wel haar eerst terughalen en vanaf den schouder uitstooten (lange stooten). naar de linkerkaakzijde. omdat zij een rechte lijn naar het doel volgen en onder deze is de linksche stoot de allersnelste. aanvankelijk ongeoefenden. Men brengt daartoe bij een linkschen stoot den rechterarm wat hooger. De laatste zal dan ook verreweg het meest worden toegepast en gedurende een partij zij men er steeds op bedacht. omdat de linkervuist zich het dichtst bij het lichaam van den tegenstander bevindt. 26).voert men dien onmiddellijk na den eersten uit. een fout. linkerarm te beoefenen. door het krachtig strekken van den arm. Een met een foutief gehouden vuist toegebrachte stoot kan voor den stooter onaangename gevolgen hebben. Verder make men zich een goede beweging van de vuist eigen (zie blz. Bij het toebrengen van een stoot draaie men den overeenkomstigen hiel een weinig naar buiten. De korte rechte stooten zijn de snelste stooten.en bovenarm het lichaam dekken. Hierbij kan men de vuist bewegen vanaf de plaats. waardoor de draaiing van den romp wordt bevorderd.

zoodat de rechterschouder naar voren komt. den bovenarm. Wordt gedurende het gevecht de afstand tot den tegenstander kleiner (door instappen b. Het kenmerk van deze stooten is. Bij het treffen den rechtervoet met de punt vlak langs den grond bijtrekken. De rechte stoot rechts naar het lichaam. dat de armen gebogen blijven bij het toebrengen. De rechte stoot rechts naar het hoofd. De snelheid van den stoot moet verkregen worden door beweging van den gebogen arm en door draaiing van romp en beenen. Den bovenarm vanuit de houding in de stelling naar het lichaam toetrekken en den onderarm er zóóveel op buigen. De rechte stoot links naar het lichaam. De rechte stoot links naar het hoofd. 1. 3. het doel kan treffen door draaiing van romp en beenen en eenige beweging van den bovenarm in het schoudergewricht. 3 en 4). Bijzondere vormen van halfarmstooten zijn de hoek.6). Ook hierbij kan men weer wat doorbuigen in de knieën.5).en opstooten. De halfarmstooten. Hierbij wordt de bovenarm meer of minder geheven en worden 24 . zie bldz. Bij het treffen komt de rechtervoet weer dicht langs den grond naar voren.v. door den romp naar voren te brengen en naar rechts te draaien en den linkerarm krachtig strekken in de richting van het hoofd van den tegenstander (zie fig. De llnksche halfarmstooten.) dan gebruikt men de halfarmstooten. 4. zonder verdere beweging van den onderarm t. — Als de voorgaande. — Met een voorwaartschen uitval (waarbij dus rechterbeen en voet krachtig worden gestrekt.1. Men kan bij dezen stoot wat doorbuigen in de knieën om zoo den weg naar het lager gelegen doel te verkorten (ziefig. Tegelijkertijd wordt de rechterarm snel in de richting van het hoofd van den tegenstander gestrekt (ziefig.v. — Wordt uitgevoerd als de voorgaande. dat de vuist. 18) den linkerschouder naar voren brengen. — De romp wordt door krachtig strekken van rechtervoet en rechterbeen naar voren gebracht en tevens naar links gedraaid.o. 2.

doch bij het draaien van den romp wordt de rechtervoet langs den grond naar voren geschoven. zwaait men hooger of lager en strekt de beenen meer of minder. den rug van de hand naar het doel gekeerd en de vuist dan. De rechtsche halfarmstooten. vooral tegen een nog ongeschokten tegenstander. doch stoot men hem daarna in opwaartsche richting uit. naar het doel te zwaaien (fig. Worden toegebracht als de linksche halfarmstooten. De zwaaistooten. door beweging van den arm in het schoudergewricht en door draaiing van den romp. 10 en 11). Hetzelfde geschiedt bij het toebrengen van een rechtschen opstoot (zie fig.8). Al naar de plaats. den rechtschen zwaaistoot ontdoken heeft. wanneer de tegenstander b. 2. De zwaaistoot kan ook van beneden naar boven worden toegebracht. door de vuist een halven slag te draaien en terug te zwaaien een teruggaanden stoot tegen de rechterzijde van het hoofd toe te brengen. Is de hoek tusschen onder.de beenen meer of minder gestrekt al naarmate het doel hooger (het hoofd) of lager (het lichaam) gelegen is (ziefig. hem. De snelheid van de armbeweging wordt hierbij vergroot door heffen en strekken van romp en beenen. Men zorge ervoor den stoot niet zoodanig toe te brengen. van daar dat ze weinig toepassing vinden. door den arm omlaag te strekken en vervolgens op te 25 . door den linkerarm zijwaarts te strekken. dan brengt men een linkschen opstoot toe (zie fig.en bovenarm hierbij ongeveer 90° dan spreekt men van een Ünkschen hoekstoot (ziefig. 12). die men treffen wil. Ze volgen een langen weg en het is voor den tegenstander gemakkelijk ze te zien aankomen en er aan te ontkomen. Wordt de arm aanvankelijk bewogen als voor den linkschen halfarmstoot. dat men het evenwicht verliest of door de eigen beweging wordt meegesleept Het is dan nog mogelijk om. 9). De linksche zwaaistoot wordt toegebracht.7). Deze worden toegebracht door een zwaaiende beweging van den bijna (doch niet volkomen) gestrekten arm.v.

Bij de rechtsche zwaaistooten komt met het draaien van den romp de rechtervoet weer naar voren. t rechte stoot rechts naar hoofd rechte stoot links \ . . lichaam rechte stoot links „ „ rechts „ hoofd naar het hoofd n n » » lichaam . Hij bestaat uit een samenstelling van twee willekeurige stooten b. i zwaaistoot „ „ „ naar lichaam { halfarmstoot r. bij de opstooten is de handrug naar den tegenstander gekeerd en de vuist een weinig op den onderarm gebogen. omdat men dan met den linkerschouder het hoofd dekt tegen een rechtschen stoot. alleen kan men haar een weinig op den onderarm buigen. De dubbele stooten. rechte stoot links n. Een snelle opeenvolging van twee stooten is een dubbele stoot. naar hoofd of lichaam Zij kunnen zeer nuttig zijn tegen een langzaam of zorgeloos tegenstander. Men moet trachten alle stooten toe te brengen met de knokkels tusschen middenhandsbeentjes en eerste vingerkootjes of met de voorvlakte van de vuist.... waarbij de uitwerking weer vergroot wordt door een overeenkomstige beweging van romp en beenen als bij den opstoot. . . .zwaaien.v. gevormd door de eerste vingerkootjes. h. Zorgvuldig make men zich bij de beoefening der stooten 26 . Bij de zwaaistooten tenslotte is de handrug gedraaid in de richting van den tegenstander en de vuist eenigszins overstrekt (de handrug gebogen naar den onderarm). . Bij de rechte stooten is hiertoe geen bijzondere beweging van de vuist noodig. Bij de halfarmstooten (uitgezonderd de opstooten) draait men de vuist zoodanig. Het is veilig met een linkschen stoot te beginnen. dat de handrug naar boven wijst. De vuisthouding.

dekt men zich door de rechter.of linkerhand met de palm naar buiten iets vóór (niet tegen) het gelaat te brengen (is de linkerzijde de bedreigde dan de rechterhand en omgekeerd) en den arm stijf te spannen of den stoot iets te gemoet te gaan. dat men niet wordt getroffen en vaak den tegenstander het evenwicht doet verliezen. waarvan men een aanval verwacht) tegen te houden en zelfs terug te duwen. Hierbij wacht men den stoot van den tegenstander niet af en vangt hem op. dus veel oefening. erin onderdeden van verschillen. zoodat de stoot op dien arm of handschoen wordt opgevangen. Ia. Ieder bokser vormt zich op den duur voor zich zelf een of meer speciale stooten. Er bestaan natuurlijk tal van grootere en kleinere afwijkingen. Opmerking: Hier zijn alleen de stooten inhuneenvoudigsten vorm behandeld. die. waarvan enkele blijken wel voordeelen te hebben. tegen een rechtschen zwaaistoot den linkerarm (ziefig. Blokken (fig. Dit heeft het voordeel. 27 . tegen een linkschen zwaaistoot den rechter-. doch men gaat den stoot tegemoet en voorkomt hem en wel door de aanvallende vuist (of de vuist. Tegen rechte en halfarmstooten (uitgezonderd opstooten) naar het hoofd. DE VERDEDIGINGSBEWEGINGEN. Tegen een zwaaistoot brengt men den arm met de rugzijde naar buiten even naast de bedreigde zijde. Tegen opstooten door een hand (bij voorkeur de rechter) met de handpalm omlaag ter hoogte van de kin te brengen. daar fouten daarin bij het toebrengen van een stoot ernstig letsel van het handgewricht kunnen veroorzaken. Bij deze wijze van verdediging wordt het bedreigde lichaamsdeel eenvoudig gedekt door arm of handschoen. Ib. 13). doch die hier niet alle beschreven kunnen worden. Stooten naar het lichaam ontvangt men op de over de bedreigde plaats gelegde hand of onderarm. doch het blokken eischt veel juistheid en snelheid. stooten.deze vuisthouding eigen.12). in hoofdzaak aan de beschrevene gelijk. Dekken.

28 . 14). den linkerarm van den tegenstander met den rechterarm naar buiten (rechts) te slaan. 17). in plaats van er tegen te dekken. alleen slaat men niet. tegen deze zal men dus liever dekken of blokken of een van de volgende verdedigingswijzen (ontwijken of ontduiken) toepassen. doch schuift. b. 3 . drukt men den aanvallenden arm uit de richting door den buitenrand van de hand of het vleezige gedeelte van den onderarm er tegen te plaatsen en den arm naar buiten en naar boven te drukken. 16). 18). De overige stooten zijn veel moeilijker te weren. een stoot. Hierdoor kan men den tegenstander dwingen in een voor den nastoot gunstige positie (zie fig. Deze is de ongunstigste. Zoo kan men de aanvallende vuist in de geopende hand opvangen en in een bepaalde richting duwen (als het ware blokken en schuiven tegelijk). dien arm met den rechterarm naar links te slaan. doorschuiven. e e De wering van de linksche rechte stooten naar het lichaam en van de rechtsche rechte stooten volgt hieruit vanzelf. Dit is de snelste wering (fig. Er zijn vele andere vormen van verdediging. opvangen op schedel of schouder (zie fig. Zoo kan men een linkschen rechten stoot naar het hoofd weren door: P. dien arm met den linkerarm naar links te slaan. soms tevens iets naar boven of beneden. 2 . De linkerarm is gewoonlijk niet in een gunstige positie voor deze wering. doorslaan. Dit gelijkt zeer veel op het weren. dien arm met den linkerarm naar rechts te slaan. omdat men in een voor een rechtschen aanval van den tegenstander gunstige positie komt en zelf moeilijk kan nastooten (fig. wanneer deze wering voldoende krachtig wordt uitgevoerd brengt zij den aanvaller in een gunstige positie voor een na-aanval. Weren. in het algemeen op weinig kwetsbare plaatsen. 4". De aanvallende arm wordt uit de richting geslagen met linkerof rechterhand of onderarm naar links of rechts. die veel op deze gelijken.II. enz. a.

Naar achteren ontwijken (fig. voorwaarts of schuinvoorwaarts. e e e 29 . In beide gevallen is het doel. Dubbeldekkingen. romp en beenen het bedreigde deel van het lichaam aan den aanval. 2 .III.11). Ontwijkt men b. 19). kan men: P. Een zijstap naar rechts maken (fig 20). Men zij er in het algemeen bij ontwijkingen op bedacht. dan krijgt men een goede gelegenheid den tegenstander een rechtschen halfarmstoot naar de ribben of een rechtschen opstoot toe te brengen (ziefig.of achterwaarts te stappen en tenslotte door combinatie's van deze bewegingen. Ontwijken en ontduiken. te komen en hem dan een serie halfarmstooten toe te brengen. zoo noodig ook in de knieën (fig. in. Het hoofd iets naar links buigen of door een rompbeweging brengen (slippen). 3°. naar beneden (ontduiken) en (het hoofd b. hetzij door een enkele hoofdbeweging. In bijzondere gevallen maakt men gebruik van zoogenaamde «dubbeldekkingen" en wel voornamelijk bij het „ invechten" (zie bldz. naar achteren. tegen een hoekstoot. dan wel door buigen van den romp of door zijwaarts. omdat men daardoor in een gunstiger positie komt voor een na-aanval. 5 en 7). Hierbij onttrekken we door bewegingen van hoofd. Tegen een linkschen rechten stoot naar het hoofd b. fig.v. Men kan dit daartoe zijwaarts. ze in een voorwaartsche richting uit te voeren. Ontduiken door hoofd of romp of beide naar beneden te brengen door buigen. Men kan deze bewegingen ook weer combineeren met passen zijwaarts.v. Men dekt zich dan met beide armen op een der volgende wijzen: 1". 4 . Het hoofd naar rechts buigen of brengen (fig. zoodat de handschoenen het gelaat dekken (ziefig. 33) en tegen een onstuimigen aanval van den tegenstander. tusschen zijn armen.v. 5 . 21) naar voren verplaatsen. door de bovenarmen tegen het lichaam te drukken en de onderarmen hierop sterk gebogen te houden. een rechtschen zwaaistoot door den romp te buigen en tevens een pas schuinlinks voorwaarts te maken. 10). dicht bij den tegenstander.22).

datmenwetectof.2 . Brengt men tegen een linkschen rechten stoot naar het hoofd het hoofd een weinig naar rechts en stoot men tegelijkertijd links 30 . dat hij een begin van uitvoering gaat geven aan een aanval. vergt de stopstoot zeer veel oefening. die deze eigenschappen niet van nature bezit. e e DE VOÖRAANVAL. ook door kleinere te gebruiken zijn. DE TEGENAANVAL.(stop-) stoot zal plaatsen en dat deze stoot doeltreft vóór dien van den tegenstander. hoe en waar de tegenstander zal trachten zijn stoot toe te brengen. Daartoe is noodig. die anders vooral voor langere boksers voordeelig is. Zoo toegepast kan de stopstoot. de bovenarmen naar voren te steken en de onderarmen horizontaal voor het gelaat te houden (fig. 24). snel besluiten en snel handelen zijn dan ook vereischten. door met opgetrokken schouders in elkaar te kruipen. het onderlichaam eenigszins intrekt (tegen lage stooten) en met den vrijen rechterarm het hoofd dekt (tegen hooge stooten) (ziefig. Bij een tegenaanval (tijdstoot) weert of ontwijkt men den stoot van den aanvaller en stoot tegelijkertijd. 3 . snel denken. door den linkerarm over den maagkuil te leggen en met de rechterhandschoen het gelaat te dekken. de linkerarm wijst dus schuin naar beneden.25 en 38). Voor beraad en uitvoering van den stoot is slechts weinig tijd beschikbaar en snel waarnemen. Van hem. De stopstoot bij uitnemendheid is de linksche rechte (korte) stoot naar het hoofd. waarbij men den linkerschouder sterk naar voren brengt. de rechter schuin naar boven (fig. De bedoeling van den vooraanval isdentegenstandereenstoot toe te brengen op het oogenblik. Men kan den stopstoot ook toebrengen op bovenarm of schouder van den aanvallenden arm. is men dus op hetzelfde oogenblik verdediger en aanvaller. 23). dat men snel kan beraden hoe en waar men den voor.

waartegen men zich dan ook met de vrije linkervuist moet dekken. ter verdediging. 30 laat zien. Overigens kan op elke verdediging een nastoot volgen. dat het goed optrekken van den linkerschouder bij een aanval met een linkschen rechten stoot het toebrengen van den buitenkruisstoot onmogelijk maakt. tegen een hoogen aanval met een linkschen rechten stoot het hoofd een weinig naar links. dat men in een gunstige positie komt voor een stoot met de rechtervuist van den tegenstander. Fig. een grooten sprong achterwaarts gemaakt. De verdediger zal het bij een eenvoudige verdediging zelden laten. dan heeft men een tijdstoot toegebracht (fig. Bij den laatsten zij men er op bedacht. 26) *)• Een bijzondere vorm van tijdstooten zijn de kruisstooten. dan zal het niet mogelijk zijn den aanvaller onmiddellijk daarna een stoot toe te brengen. 27). 31 . De vorm van den na-aanval hangt grootendeels af van den vorm van den aanval en van dien van de verdediging tegen dien aanval. Men onderscheidt binnen. Op een rechtschen stoot is de beste tegenaanval de linksche btnnen-krulsstoot. Brengt men het hoofd wat verder naar linksen stoot men rechts. dat de rechterarm tegelijkertijd den aanvallenden arm naar buiten drukt. zoodat de aanvallende arm juist over den rechter schouder en naast het hoofd voorbijschiet en brengt men den aanvaller met de rechtervuist buiten zijn arm om een stoot naar het hoofd toe. ') Om het verschil te demonstreeren tusschen een tijdstoot en een gewone wering met nastoot isfig. 28).en buitenkruisstooten. waarop de aangevallene de linksche rechte stoot naar het hoofd eerst weerde en thans nastoot.naar het hoofd van den tegenstander. zóó. dan noemt men dit een rechtschen buitenkruisstoot (fig. dan heeft men een rechtschen binnenkruisstoot toegebracht (fig. waarbij men er weer om denke tegen de linkervuist van den tegenstander te dekken. Heeft men. Brengt men. NA-AANVALLEN.29 opgenomen. omdat verdediging alleen nooit kan leiden tot de overwinning en hij door een goede verdedigingsbeweging gewoonlijk in een gunstige positie komt om aan te vallen.

naar rechts. naar links. het lichaam. hoofd. (Het rechterarm. zich met den linker dekkend of den rechter van den tegenstander blokkend. Dekken of blokken. Ontwijken naar links. Rechts of links naar het hoofd (zwaai. Weren met den rechterarm Links naar het lichaam. Ontwijken naar links enz. h. 6 . Na-aanval. V. e e e e Aanval: Rechtsche rechte stoot naar het hoofd. Rechts naar het lichaam enz. 3 . 2 . 4'. volgd door rechts n. Rechts naar het lichaam. Weren met den linkerarm Rechts naar het lichaam. Weren met den linkerarm Rechts naar het lichaam. Weren naar links met lin. 31). genaar links. hoofd van den tegenstander is gedekt door den aanvallenden arm). Verdediging. 18)voor den linkschen halfarmstoot. vervolgens een kwartdraai naar links maken en rechts naar het hoofd stooten (zie fig. 2'.B.q. P. kerarm. 3 . Dekken of blokken. e e 32 . Bij deze verdediging kan men „overstappen" (zie blz.Aanval: Linksche rechte stoot naar het hoofd.of hoekstoot). Weren naar rechts met Links naar het lichaam. 7'. Linksche rechte stoot naar hoofd of lichaam. 4 . N. hoofd. Linksche of rechtsche (of beide) nastoot naar het lichaam of linksche opstoot n. h. Ontwijken naar rechts. Weren met den rechterarm Links naar het hoofd of naar naar rechts. c. 5 .Rechts naar hoofd of lichaam.

verdedigingen en na-aanvallen te bedenken. De grootste moeilijkheid van invechtenisden tegenstander op dien korten afstand te naderen. waarbij dus halfarmstooten alleen te gebruiken zijn. vooral tegen een frisch en krachtig tegenstander. is deze niet aan te bevelen. Vooral de op bldz. Men behoeft zich dan niet te dekken tegen een aanval van den anderen arm en heeft beide armen vrij voor den na-aanval. De laatste wijze van invechten heeft het voordeel. Hieronder verstaat men elk gevecht op korten afstand. hetzij door een wering. Een geoefend tegenstander zal in de meeste gevallen na een aanval trachten dicht op te sluiten. 29) aannemen en het einde van zijn aanval afwachten om dan onmiddellijk aan te vallen met een serie halfarmstooten. Nastooten zullen dan ook gewoonlijk halfarmstooten zijn. hetzij door een ontwijking in een schuinvoorwaartsche richting. Men kan ook trachten hem vanaf den normalen afstand een flinken treffer te bezorgen om dan onmiddellijk daarna in te stappen en hem een serie halfarmstooten (hoek. door eenvoudig de schouders op te trekken voldoende gedekt is tegen e 3 33 .Op deze wijze is een ontelbaar aantal combinaties tusschen aanvallen. De eenvoudigste methode is lukraak in te loopen. doch.en opstooten) toe te brengen.en hoekstooten waagt — een der dubbeldekkingen (zie bldz. dat men in ieder geval tusschen de armen van den tegenstander komt. zoodat men. Beter is het af te wachten tot men door een geslaagde verdedigingsbeweging in een gunstige positie ten opzichte van hem komt. die ons brengen aan de buitenzijde van den aanvallenden arm. INVECHTEN. die een wilden aanval met zwaai. In het algemeen verdienen die verdedigingsbewegingen het meeste aanbeveling. die hem een oogenblik het evenwicht doet verliezen. Dan kan men nog — en dit is vooral zeer bruikbaar tegen een tegenstander. 29 sub l genoemde dekking is zeer nuttig in deze gevallen. komt dus in de gelegenheid een dubbelen nastoot toe te brengen.

is de tegenstander tusschen onze armen ingevochten) dan brengt men het hoofd zoo dicht mogelijk naar een van de schouders van den tegenstander en drukt intusschen. Zie ookfig. Zie ook figuur 32. door de polsen in zijn ellebogen te plaatsen zijn armen naar beneden en tegen zijn lichaam (zie fig. Ten slotte kan men natuurlijk op een der genoemde manieren gedekt op den tegenstander inloopen en hem. Dit is een verdedigingsbeweging. 33). LOSBREKEN. zoo mogelijk op een van zijn schouders te leggen. 34). De beste manier is een flinken 34 . na 'n mislukten aanval of een mislukte verdediging den tegenstander te beletten na te stooten. Is de positie juist andersom (d.w. Men zij dan ook niet zorgeloos in zijn bewegingen om weer aan deze positie te ontkomen. men voert dit gewoonlijk op de navolgende wijze uit. Zoo noodig instappen. te stooten. dengeen die vastgrijpt echter niet. Is men tusschen de armen van den tegenstander. zoodra de afstand dit toelaat. die in het spelboksen weinig toepassing zal vinden. Het is den tegenstander wél geoorloofd. Om weer weg te komen kan men den tegenstander vastgrijpen of zich met het lichaam tegen hem aandrukken op een der in de volgende paragraaf te behandelen wijzen en vervolgens van hem losbreken en dadelijk de stelling weer aannemen. Door de schouders op te trekken en het hoofd zoo dicht mogelijk bij het lichaam van den tegenstander te brengen. dan worden deze tegengehouden door de eigen onderarmen in zijn zijde te leggen en zijn armen met de bovenarmen naar buiten te drukken. In ieder geval echter komt het er bij het vastgrijpen vooral op aan goed gedekt te zijn. is men tegen aanvallen beveiligd (zie fig.zijn aanvallen en de armen vrij houdt voor de stooten. Het doel ervan is om. zoo hij dit kan. Zie hiervoor later.z.35. zooveel mogelijk stooten toebrengen. Reglementen van boksbonden schrijven voor in welke gevallen bij het vastgrijpen stooten wel geoorloofd is. VASTGRIJPEN.

Bij den aanvang van een partij worden schijnbewegingen uitgevoerd om te ontdekken. dan zal hij niet kunnen nalaten hierop met een verdedigingsbeweging te antwoorden en in ieder geval zijn aandacht even aan den schijnbaar aangevallen plaats te wijden. den romp wat voorover te buigen en tevens plotseling sterk naar het onderlichaam van den tegenstander te kijken. Een schijnstoot heeft alleen dan succes. zonder zichzelf veel in te spannen. dat men. Doch dit is niet het eenige gebruik. zoodoende een bepaalde verdedigingsbeweging van den tegenstander uit te lokken en hem dan op de daardoor ontstaande ongedekte plaats aan te vallen. op welke wijze daarop door den tegenstander gereageerd wordt Op een juiste beoordeeling van de eischen.en arm werk van den tegenstander en een verstandig ge35 . die op die schijnbewegingen steeds moet antwoorden. terwijl men daardoor bovendien verkrijgt. SCHIJNAANVALLEN. Alleen door oefening kan men komen tot goed uitgevoerde schijnaanvallen. Schijnbewegingen dienen om den tegenstander in den waan te brengen dat hij wordt aangevallen. Voert men een schijnstoot naar het lichaam uit door den arm snel (doch niet geheet) te strekken. Een slap. wanneer hij met allen schijn van een echten aanval wordt uitgevoerd. waarop men een goede kans heeft hem met een rechten rechtschen stoot naar het hoofd met uitval te treffen (zie ook fig. langzaam uitgevoerde schijnstoot zal niet den gewenschten indruk maken. die elke partij stelt een goeden kijk op been. dat men van schijnbewegingen maakt. dat zij geen overdreven arbeid vorderen en daardoor zeer vermoeiend werken. 36 en 37). zelfs zal de tegenstander er gebruik van kunnen maken voor tegenaanvallen. den tegenstander.sprong achterwaarts te maken en tegelijkertijd den tegenstander eenigszins van zich af te duwen. Het is mogelijk het zoover te brengen. den voet iets (niet over den vollen uitvalsafstand) naar voren te verplaatsen. afmat. Zorg vooral ook bij het losbreken goed gedekt te zijn.

een kruisstoot toepassen.bruik maken van diens fouten en eigenaardigheden komt het bij het boksen in hoofdzaak aan en het zijn vooral de schijnbewegingen. hem voorkomen met een stopstoot naar het hoofd. een tijdstoot of een verdedigingsbeweging met nastooten) voordeel te halen uit dien uitgelokten aanval.v. dat bij het boksen het werk van den geest evenveel gewicht in de schaal legt als dat van het lichaam. LOKKEN. onverwachte wijze op ingaan. het lichaam ontblooten en. Of het hoofd ver naar voren steken en op den linkschen rechten stoot. dien de tegenstander misschien zal willen toebrengen. zoodra men een begin van uitvoering ziet geven aan den rechten stoot naar het lichaam. 36 . enz. opdat de tegenstander de bedoeling niet voorzien zal en er niet of op een andere. Neemt men de dekking van een of ander deel van het lichaam weg om den tegenstander als het ware uit te noodigen een stoot toe te brengen op dat gedeelte. dat een bokser die zijn verstand gebruikt. Men kan b. die het juiste beoordeelen en op de juiste wijze gebruik maken van die fouten en eigenaardigheden mogelijk maken. De bedoeling is natuurlijk op een of andere wijze (door een stopstoot. vlugheid en uithoudingsvermogen kan achterstaan bij een minder verstandelijk ontwikkeld bokser en toch nog van hem winnen. vrij veel in kracht. die te verwachten is. In de schijnbewegingen met de daaraan verbonden aanvallen komt zeer duidelijk uit. dan noemt men dit lokken. Natuurlijk moet ook het lokken niet al te doorzichtig geschieden.

is die kans heel wat grooter. VECHT. In het meer sportieve Engeland b. Aan het begin van dit werkje werd reeds gezegd.II. Dit bereikt men onder anderen door de handen niet of dun te bekleeden.en ellebooggewricht wordt vastgezet. dan de volkszede voorschrijft. dat men bij het laatste tracht den tegenstander zoodanig te treffen of uit te putten. 37 . die den tegenstander eenige oogenblikken het bewustzijn doet verliezen) of in de maagstreek (waar een bepaald gedeelte van het zenuwstelsel wordt getroffen met tijdelijken hartstilstand en bewusteloosheid tengevolge). Waar bij het vechtboksen (in een straatgevecht. zeer kwetsbare plaatsen van het trefvlak. zonder veel kans op afkeurende uitingen of bestraffend optreden van de omstanders. wanneer de stootarm op het moment van treffen in schouder. dat. een verboden stoot of greep toepassen.v. uit zelfverdediging) het buiten gevechtstellen het eenige doel is. Door strekken van beenen en romp of door draaien heeft het lichaam een zeker arbeidsvermogen gekregen. benadeelt hem dus in een van de voor het boksen belangrijkste functies. spreekt wel van zelf. de keel en de neus zijn plaatsen. dien stoot toe te brengen op bepaalde. dat men niet méér let op bepaalde regels. Doch bovendien tracht men nog. dat hij op een gegeven oogenblik niet meer in staat is den strijd voort te zetten. In Holland kan men. Ook de zijden (korte ribben). die een zekeren voorkeur genieten. Verder brengt men bij het vechtboksen de stooten ook zoo krachtig mogelijk toe en bereikt dit door het lichaamsgewicht in den stoot te doen meewerken.EN WEDSTRIJDBOKSEN. Deze zijn de zoogenaamde „Knock-outs" (eindstooten) en zij treffen den tegenstander tegen de hoeken van de kin (waardoor een geringe hersenschudding ontstaat. dat het verschil tusschen spel. • Het wedstrijdboksen houdt het midden tusschen spelboksen en het eigenlijke vechtboksen. Een stoot op een van die plaatsen beneemt den tegenstander den adem of belemmert zijn ademhaling. in den stoot tot uiting gebracht wordt en op zichzelf reeds voldoende kan zijn om den tegenstander buiten gevecht te stellen.en vechtboksen hierin bestaat.

De eerste drie commissieleden worden door het bestuur benoemd. Een leeraar. en voor een commissie van ten minste drie bondsjuryleden bewijs hebben gegeven het wedstrijdreglement en zijn uitlegging te kennen en te kunnen toepassen. Art. welke benoemd wordt tot referee. B . 2. uitgeschreven door clubs. Zij alleen hebben het recht als zoodanig in Nederland op te treden. 3. — Leden van den bond of leden bij hem aangesloten vereenigingen mogen geen wedstrijden uitschrijven zonder goedkeuring van den bond. B. B. B. Het bestuur stelt bedoelde commissie samen. op straffe van een schorsing van ten hoogste 12 maanden. moeten worden gehouden volgens de voorschriften en onder goedkeuring van den N. Om tot jurylid te worden toegelaten. B. of mede te werken aan wedstrijden of demonstraties. bonden. Art.Bij het wedstrijdboksen is men aan zeer bepaalde regels gebonden en heeft ook de eindstoot minder. — Het is leden van den N . B. ook bij het constateeren van verboden handelingen. mag deze functie niet uitoefenen in een wedstrijd waar een of meer zijner leerlingen uitkomen. — Alle wedstrijden en demonstraties in boksen.B. Artikel 1. 38 . die den bokser in wedstrijden in Nederland binden. De regels. 4. B . zijn vastgelegd in het hierna volgende reglement van den Nederlandschen Boksbond. Art. particulieren of wie ook. — Het bestuur stelt juryleden en tijdwaarnemers aan. moet men lid zijn van den N. hebben de overige stooten en het spel in het algemeen meer waarde dan bij het vechtboksen. op straffe van een schorsing van ten hoogste 12 maanden. en leden van bij hem aangesloten vereenigingen verboden uit te komen in. exploitanten. welke gehouden worden buiten toestemming van den N. uit welke bij wedstrijden referees en tijdwaarnemers worden gekozen. vereenigingen. WEDSTRIJDREGLEMENT. wanneer het zulks noodig acht.

de namen der winners opgeven.. Indien hij een bokser de mededinging ontzegt. Art. dan vervalt de uitschrijver(ster) in een boete van ƒ 10 voor eiken ontbrekenden prijs en kan de referee den wedstrijd verbieden. Is dit niet het geval.B. Art.De juryleden worden voor onbepaalden tijd benoemd. mogen niet deelnemen aan wedstrijden of demonstraties. B. — Bij eiken bokswedstrijd moet een geneeskundige aanwezig zijn. Uiterlijk acht dagen na een wedstrijd moet de uitschrijver(ster) daarvan den secretaris van den N. Door het verkoopen. nooit les heeft gegeven. of heeft helpen geven. of 39 . die nooit om een geldprijs. Bij verzuim hiervan vervalt de nalatige in een boete van ƒ 1 voor elke ingegane week van verzuim. die in vijf achtereenvolgende jaren zich gehouden heeft aan de bepalingen omtrent het amateurschap. 5.B. kan de beroepsbokser. op den wedstrijd moeten aanwezig zijn. B. Art. — Geroyeerde of geschorste leden van den N. B. van gewonnen prijzen. noch op eenigerlei wijze in de bokssport is werkzaam geweest tegen geldelijke belooning. beleenen enz. — Amateur is hij. het bestuur heeft evenwel het recht. kortom nooit de bokssport heeft beoefend om daaruit onmiddellijk of middellijk stoffelijk of geldelijk voordeel te genieten. tenzij met toestemming van den N. voorzien van inscripties. nooit met of tegen beroepsboksers is uitgekomen. zal deze niet mogen uitkomen. 8. — Bij wedstrijden om medailles of kunstvoorwerpen zullen deze. B. inzet of weddenschap gebokst heeft. Indien bij een wedstrijd geen geneeskundige aanwezig is. die onmiddellijk voor den aanvang der wedstrijden de boksers onderzoekt. Het is den winners niet geoorloofd in plaats van medailles of kunstvoorwerpen geld aan te nemen op straffe van levenslange disqualificatie als amateur. Art. In tegenstelling op de eerste alinea van dit artikel. weder als amateur worden beschouwd. 7. houdt men op amateur te zijn. een en ander met beroep van den betrokkene op de algemeene vergadering. 6. juryleden — met omschrijving van redenen — te schorsen of af te zetten.

houden op amateur te zijn. 10. Bezoekers — niet-leden van den N.B. zoowel voor amateurs als voor beroepsboksers. B. Amateurs. B. terwijl het bestuur van den N. 9. worden uit de zaal verwijderd. B. — Bij niet openbare wedstrijden van bij den bond aangesloten vereenigingen kan de referee ontheffing verleenen van verschillende bepalingen van het wedstrijdreglement Art 13.wordengedisqualificeerd van 1 jaar tot levenslang.niet meer aanwezig is. is alle wedden verboden. Art. — welke wedden. Art. verbiedt de referee den door. Het boksen in aldus verboden wedstrijden of met door den geneeskundige geweigerde boksers wordt gestraft met de boete en disqualificatie genoemd in art.en amateurboksers is verboden. — De bond erkent kampioenschappen en wel: a. kampioenschappen van Nederland. — Bij wedstrijden gehouden onder goedkeuring van den N. en een boete van ten hoogste ƒ 25. 40 . Art.— wat betreft den beroepsbokser. tenzij het geschiedt met toestemming van den N. c. B. — Boksen op wedstrijden tusschen beroeps. de uitschrijver(ster) een boete kan opleggen van ten hoogste ƒ50. Een en ander in verschillende gewichten. districtskampioenschappen. De drager moet dan in het loopende seizoen in wedstrijden steeds dienzelfden naam voeren. Dezelfde straffen en boeten gelden voor boksers. tenzij hij weder bokst onder eigen naam en afstand doet van het pseudoniem. b. B. op straffe van disqualificatie voor den tijd van ten hoogste 12 maanden. — Het voeren van schuilnamen is verboden.of voortgang van de wedstrijden. plaatselijke kampioenschappen. Art 12. die weigeren zich te laten onderzoeken of wegen. Beroepsboksers. tenzij de naam aan den bond wordt opgegeven en door hem wordt goedgekeurd.B. 10 (wedstrijdreglement). B. wat betreft den amateur. welke elders in dit reglement worden genoemd. welke wedden.. leden eveneens en bovendien voor een maand geschorst als lid. welke in verband met hun eigen match weddenschappen hebbenloopen of sluiten. 11.

wezen. direct na den wedstrijd. 18.Art 14. — De wedstrijden om de kampioenschappen van Nederland zijn open voor alle Nederlanders en voor vreemdelingen. die minstens zes maanden. Art. door wie(n) een wedstrijd wordt uitgeschreven. Art. of wie ook. Art. Art. kan dit geschieden door een vereeniging. — Wanneer de bond zelf geen wedstrijd uitschrijft waaraan een kampioenschap is verbonden. moet lid van den N. Deze gelden moeten worden gestort door den uitschrijver(ster) van den wedstrijd. onmiddellijk aan de wedstrijden voorafgaande. combinatie. die in een wedstrijd uitkomt. Drenthe. 20. —Voor de districtskampioenschappen wordt het land verdeeld in twee districten: District A. van de inleggelden. — Elk jaar zal om het kampioenschap van Nederland worden gebokst. omvattende de provincies Zuid-Holland. 17. Art. Friesland. van de bruto ontvangen entree-gelden of programmaopbrengsten te storten in de kas van den bond. Utrecht. omvattende deprovinciés Noord-Holland. Zoo noodig in overleg met het bestuur van andere vereenigingen — en de belangen van den bond niet uit het oog verliezend — zal hierover worden beslist. een persoon of een combinatie. Art. is verplicht 10 pCt. Groningen. met als minimum 50 cents per deelnemer. Noord-Brabant en Limburg. — De bond ontvangt 50 pCt. 21. 41 . is die uitschrijvende club vrijgesteld ook van genoemd minimum. B. Zeeland. 8 t e n Art. Deze doet daartoe — onder nadere aanduiding van den aard van het kampioenschap — schriftelijk aanvrage bij den l secretaris van den bond. Wanneer bij onderlinge wedstrijden geen inleggelden worden geheven. welke bij een wedstrijd worden geheven. 16. persoon. in Nederland hebben gewoond. B. 15. — Ieder. 19. — De vereeniging. Overijssel en Gelderland en district B. — De plaatselijke kampioenschappen worden verwerkt onder de bewoners van elke plaats (postdistrict).

Ingeval de wedstrijden worden uitgeschreven door een vereeniging. boksen tegen elkander. Degenen. waarin akte van oprichting en koninklijke goedkeuring. terwijl de beide andere boksers de eerste en tweede plaats bezetten volgens den uitslag van hun partij. een exemplaar van statuten en huishoudelijk reglement alsmede namen en adressen der bestuursleden. nummer van de Staatscourant. die vrijgeloot was (tegen den verliezer van de eerste partij) dan bezet deze verliezer de derde plaats en wordt tusschen de beide overigen gebokst om den l en 2 prijs. wordt geloot. zenden aan den l secretaris van den bond: a. s t e n 42 . die vrijgeloot is. verder namen en adressen van directie en commissarissen. Wedstrijden zonder kampioenschappen bestaan uit hoogstens 5 ronden van hoogstens 3 minuten met 1 minuut rust tusschen 2 ronden. 24. boksen met een door het bestuur aan te wijzen bokser van hun gewicht de wedstrijdronden. — Vereenigingen. Wanneer de vrijgeloote verliest heeft hij de derde plaats. B. Wanneer voor de beslissing 3 boksers overblijven. 22. die wedstrijden uitschrijven en daarvoor toestemming van den bond verlangen. die der derde met dien der vierde enz. — Bij amateur-competities en kampioenschappen geschiedt de indeeling door loting. B. s t e n den Art. die niet zijn vrijgeloot. De winner der eerste partij bokst met dien van de tweede. Boksers voor wie — door oneven aantal — geen tegenpartij is.firma'sof particulieren. 25. tegen den verliezer. B. Wint hij. Art 23. te kennen en moeten zich eraan onderwerpen.—De N. welke door het bestuur wordt gehouden. maatschappijen. regelt de wedstrijden tusschen beroepsboksers in Nederland. Art. 6. Ingeval de wedstrijden worden uitgeschreven door een handelsvennootschap: naam. Vervolgens bokst hij. Alle daaraan deelnemende boksers worden geacht de reglementen van den N. — De partijen in amateurkampioenschappen bestaan uit hoogstens 5 ronden van 3 minuten meteen rust van 1 minuut tusschen elke twee ronden. B. Zij zijn — voor zoo verre Hollander — verplicht bondslid te wezen.Art.

aantal en duur der ronden. 27. Art. worden vermeld.c. Het moet bevatten omschrijvi ng van: de juiste bedragen der prijzen. waar inschrijvingen worden aangenomen. — Deskundigen en tijdwaarnemers ontvangen van de uitschrijvers der wedstrijden vergoeding der te maken kosten. Bij overtreding kan het bondsbestuur den schuldige een boete van ƒ 25 opleggen. — De vereenigingen. Op de programma's moet op de l pag. — Voor elke uitvoeringafzonderlijkmoetde exploitant een verlofbewijs bezitten van den bond. welk bedrag de uitschrijver(ster) van de wedstrijden moet opzenden aan den lsten secretaris tegelijk met de aanvragen om genoemd bewijs. Uiterlijk 3 X 24 uur voor den aanvang van den wedstrijd moetende namen van de deelnemers bij den l secretaris zijn ingediend. Art. De kosten van een verlofbewijs bedragen ƒ5. Art. Uit dit plan moet blijken. moet de uitschrijver(s) bewijs overleggen. Art. 29. dat dit bedrag werkelijk aanwezig is. personen of ondernemingen. dat de wedstrijden niet in strijd zullen zijn met de bondsreglementen. termijn van sluiting. de volledige voorwaarden der wedstrijden. Ingeval de wedstrijden worden uitgeschreven door een particulier: naam en woonplaats. — Indien om geld wordt gebokst. Bij verzuim wordt de betrokkene gestraft met een boete van ƒ5. Art. Verder de adressen. 24 uur voor de wedstrijden. B. rusten. hij heeft bovendien recht op den geheelen uitgeloofden prijs. 28. De plannen moeten uiterlijk 14 dagen voor den aanvang van den wedstrijd bij den secretaris zijn ingediend. welke een wedstrijd uitschrijven. 8 t e n 8 t e 43 . Om dit bewijs te verkrijgen. 30. 26. welke referee en verdere officials gekozen zijn.—. worden minstens twee exemplaren van het wedstrijdplan aan den secretaris gezonden. aan te vragen 30 dagen te voren. enz. B.—. — Welke waarborgsommen of schadeloosstellingen een bokser ook zijn uitbetaald. zijn verplicht aan de bestuursleden van den bond vrijen toegang te verleenen tot de wedstrijden. dat gebokst wordt onder de reglementen van den N. gewicht handschoenen enz.

Art. 31. — De bond kan straffen door:
l . waarschuwing;
2 . berisping;
3'. boete;
4 . disqualificatie;
5 . tijdelijke disqualificatie;
6 . levenslange

Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, worden
de straffen voorwaardelijk opgelegd, d. w. z. dat zij voorloopig
niet worden toegepast. Treedt de schuldige echter in herhaling
of pleegt hij een nieuw verzuim, dan geldt behalve de eventueele
nieuwe, ook terstond de voorwaardelijk opgelegde straf.
e

e

e

e

e

Art. 32. — De referee heeft het recht een boete tot een maximum van ƒ25 en een schorsing van hoogstens 8 dagen op te
leggen. Reclames moeten uiterlijk binnen drie dagen na oplegging bij het bondsbestuur zijn ingebracht.
Art. 33. — De ring moet zijn vierkant, minstens groot 6 X 6 M.,
hoogstens 7.50 M . X 7.50 M . en worden afgesloten, indien hij
gelijk is met den gewonen vloer door twee stijfgespannen koorden van minstens 2 cM. doorsnee elk en geplaatst, het laagste
op 60, het hoogste op 120 cM. van den grond, bevestigd aan
vier palen van 1.30 M . hoogte elk. Indien de ring boven den
gewonen vloer ligt, door drie stijfgespannen koorden, het laagste
op 40 cM., het middelste op 80 cM. en het hoogste op 120 cM.
van den grond, bevestigd aan 8 palen van 1.30 M. hoogte elk.
De ringvloer moet gemaakt zijn van goed gevoegd, goed geschaafd hout, zooveel mogelijk stroef gemaakt en mag geen
ijzeren ringen, bevestigingen, holten of wat ook bevatten. Hij
mag niet zwiepen en als de ring hooger dan de gewone vloer
ligt, moet hij aan alle zijden minstens 50 cM. buiten de koorden
uitsteken. Voldoet de ring niet, dan verleent de bond geen goedkeuring tot den wedstrijd en verbeurt de uitschrijver(ster) eene
boete van ƒ 100. In bizondere gevallen kan door het bestuur van
den bond geheele of gedeeltelijke ontheffing van deze bepalingen
worden verleend.
Voor de beide boksers moeten stoelen aanwezig zijn.
44

Art. 34. — De kleeding mag geen aanstoot verwekken en moet
zindelijk zijn. Een donker tricot is verplichtend voor amateurs.
De broek moet reiken minstens tot halverwege kruis en knie.
Handschoenen, welke in goeden staat moeten zijn, van goede
kwaliteit en voorgeschreven gewicht, alsmede handverbanden
en schoenen moeten door den referee worden goedgekeurd.
De handschoenen voor wedstrijden tusschen beroepsboksers
moeten wegen minstens 8 Eng. ons (225 gram) per stuk.
De handschoenen, te gebruiken in amateurwedstrijden, moeten minstens wegen 10 Eng. ons (280 gram) per stuk. Zij moeten
regelmatig met paardenhaar zijn opgevuld, met de grootste dikte
op de knokkels en van beschermende duimen voorzien. Sluiting
naar verkiezing. De „greep" in de handschoen mag in halven
omtrek der dikte niet grooter zijn dan 2 cM.
De veters der handschoenen mogen niet zijn voorzien van
metalen nestels.
De handverbanden mogen niet met gips, of een dergelijke
zelfstandigheid zijn versterkt.
Het is verboden eenig voorwerp in of om de hand te hebben
dan een handverband.
Het is boksers verboden handschoenen te gebruiken, welke
op de knokkels eenigszins verdund zijn opgevuld. Onbruikbaar
geworden handschoenen worden ten spoedigste ten genoegen
van den referee vervangen.
Art. 35. — De boksers worden verdeeld naar hun gewicht:
a. extra licht: elk gewicht tot en met 53 Kg.
b. licht:
„ „ „ 57V» ,
c. licht-midden:
„ „ „ 64
|
d. midden:
„ „ ,, 71 /» »
e. midden-zwaar:
„ „ „ 80

ƒ. zwaar: elk gewicht daarboven.
De wedstrijd gevende persoon, vereeniging of onderneming,
is gehouden te zorgen voor een zuiver wegende bascule.
De weginggeschiedtinbokstenuezonder handschoenen onder
toezicht van door den bond aangestelde personen, onmiddellijk
voor den aanvang van de wedstrijden.
1

45

Art. 36. — Elke bokser mag zich doen verzorgen door hoogstens twee helpers, welke bondslid moeten wezen. De helpers
moeten den ring verlaten op het teeken van den tijdwaarnemer,
10 seconden voor den aanvang van de volgende ronde (commando : „Helpers weg!") en mogen niet weer in den ring treden
voor het einde van de ronde. Zij moeten zorgen voor het tijdig
wegnemen en plaatsen van de stoel van hun bokser. Het is hun
verboden door teekens, raad, inlichtingen, aanwijzingen, aanmoedigingen of wat ook, te trachten invloed uit te oefenen op
den wedstrijd of met water of andere verfrisschende middelen
naar hun principalen te werpen gedurende de ronden of de handschoenen te vervormen. Helpers, die zich niet overeenkomstig
de voorschriften gedragen, kunnen door den referee worden gewaarschuwd en daarna verwijderd.
Art. 37. — Op het teeken, dat de ronde is afgeloopen, moeten
de boksers terstond het boksen staken en naar de hun aangewezen hoeken teruggaan. Op het teeken, dat de ronde aanvangt,
moeten zij terstond hunne plaatsen verlaten en boksen.
Art. 38. — De tijden worden opgenomen door een tijdwaarnemer.
Hij neemt op:
P. het uit den ring gaan van de helpers.
2*. de ronden.
3 . het buiten gevecht zijn van de deelnemers.
4 . de rusten.
5 . de eventueele onderbrekingen.
e

e

e

Art. 39. — Het is den boksers verboden in denringmet elkaar
of met toeschouwers of gedurende de ronden met hunne helpers
te spreken of een voorschrift, order of beslissing van den referee
te bespreken, op straffe van disqualificatie.
Art. 40. — Vastgrijpen (clinching) is verboden, tenzij 't geschiedt om een nederlaag te ontgaan. Bij vastgrijpen mag door
geen van beiden gestooten worden, ook niet bij het loslaten. Op
het eerste bevel „los" moeten de boksers tot op normalen boksaf stand van elkaar gaan staan.
Nierstooten en alle andere stooten tegen rug of achterhoofd
zijn verboden.
46

42. dan gelast hij extra-ronden van twee minuten. kola. b. ter zijde stappen. — Bij amateur-competities geschiedt de beoordeeling door één referee en twee rechters. Verschillen de uitspraken der rechters. aanval: rechtstreeksche en volkomen stooten en slagen toegebracht met de knokkels van de gesloten rechter. dan is de uitspraak overeenkomstig zijn oordeel. dan deelt de ophaler mede wie gewonnen heeft. Winner is hij.of linkervuist op eenig deel van de voorzijde of zijkanten van het hoofd of van den romp boven den gordel. alkoholische dranken. waarvoor geen punten worden gegeven en die ongewenscht zijn. 47 . De uitspraken zijn onherroepelijk. die in totaal de meeste punten heeft behaald. dan ontvangen beiden het maximum. Uitgezonderd zijn de stooten op het hart. duiken. Stemt de referee overeen met een van beide rechters. aan den andere 0 punten toe. — De punten zullen worden gegeven voor: a. Staan de partijen overigens gelijk. dan wint hij. slippen. de rechters elk aan een tegenovergestelde zijde. De rechters kennen na de eerste ronden 5 en na de laatste ronde 7 punten toe aan den winner en aan den verliezer een aan diens werk in verhouding tot dat van den winner evenredig aantal punten. Verschilt hij met beiden*. Art. Dit geschiedt ook als de partijen gelijk staan. eveneens alle inspuitingen. 41. Na het eindigen van de partij haalt een daartoe aangewezene de lijstjes van de rechters op. Art. Wanneer in een ronde een der boksers den „knock out" ontvangt.'t Gebruik van opwekkende middelen als: zuurstof. De referee bevindt zich in den ring. Zijn de rechters van gelijk oordeel. die den besten stijl getoond heeft. is ook dit gelijk. of zich op eenigerlei tactvolle wijze buiten het bereik van een aanval brengen. cafeïne. dan meldt hij dit den referee. kent de referee aan den toebrenger hiervanhetmaximum aantal punten. is verboden. dan hij. Staat een ronde gelijk. verdediging: met handschoen of arm afweren. die het meest heeft aangevallen. Na deze ronde wordt de partij als geëindigd beschouwd. terugstooten op aanval van den tegenstander.

Het is verboden te boksen tijdens het handgeven of het omdraaien. 45. die hij ongeoorloofd acht. Stooten met den schouder. Bijten. — Bij het begin der eerste en laatste ronde en na de laatste ronde. moet zijn tegenstander tot op normalen boksafstand teruggaan en daar blijven. die neerligt of over de touwen hangt met minstens een voet van den grond. Stooten beneden den gordel. wiens uitspraak onherroepelijk is. n. of vastgrijpen en opzettelijk zwaar leunen op tegenstander (hanging). Stooten met het hoofd. arm of handschoen van den tegenstander (holding). /. voorarm of elleboog. geven de tegenstanders elkaar een hand enkeeren zich rond. b. Stooten naar een tegenstander.Art. Stooten of slaan op nieren of eenig ander deel van rug of achterhoofd. Art. /. Opzettelijk vallen. Toebrengen van den cirkelstoot (pivotblow). 46. k. Herhaaldelijk vastgrijpen van het lichaam van den tegenstander (clinching). o. 43. Stooten of slaan met duimen. Stooten met het onderste deel van de muis van de hand. m. Trappen of schoppen. Art. Art. unsportsmanlike boksen. h. Vasthouden van hoofd. Ruw. alsmede nadat de tijdwaarnemer het einde van de ronde heeft aangekondigd. — Ingeval een bokser valt. q. 44. alvorens te gaan boksen. pols. En verder voor alle handelingen. ƒ. e. d. stooten bij vastgrijping van hoofd. totdat de 48 . c. p. arm of handschoen. — Bij gevechten tusschen beroepsboksers oordeelt slechts de referee. g. Slaan met open handschoen of binnenkant van de hand. — De referee kan een deelnemer disqualificeeren voor een der volgende handelingen: a. Het niet opvolgen van bevelen hem door den referee gegeven.

die niet binnen tien seconden na het afroepen van het begin van de ronde hun hoek verlaten en den strijd hervat hebben.referee hem het teeken geeft het boksen te hervatten. 7 punten voor die ronde. Een man wordt geacht te liggen. leidend tot staking eener partij. de gevallene nog niet geheel overeind en gereed het gevecht te hernemen. zorgdragend ongeveer één seconde te laten verloopen tusschen den aanvang van elke twee tellen. voortzetting van den strijd te afmattend of om andere reden gevaarlijk zou worden voor een der partijen. als 't in de laatste ronde geschiedt. Is de laatste ronde ten einde terwijl een bokser neerligt. Boksers. na 't afroepen van de laatste tel. dat de andere dit niet meer kan inhalen of als. indien tevens eenig ander lichaamsdeel den grond aanraakt. z'n tegenstander 5. dan wacht de tijdwaarnemer met het geven van het eindteeken totdat óf de gevallene weer overeind. Zoodra een bokser valt. onvoldoende getraind. Is. — De referee kan een wedstrijd doen staken als hij de partijen te ongelijk acht. 47. De gevallene ontvangt dan 0. behandeld alsof zij gedurende dien tijd buiten gevecht gesteld waren geweest. die gedurende een wedstrijd 10 seconden achtereen onttrokken zijn geweest aan den strijd. of nietvoldoende op de hoogte van de sport. of de tiende tel afgeroepen is. — Indien om een of andere reden de referee tijdens een ronde de partij tijdelijk doet staken. dan wordt gewoon op het juiste oogenblik het einde aangekondigd. wanneer een der partijen een zoo groot voordeel heeft behaald. ook al staat hij met één of beide voeten op den grond. 4 49 . dan is de partij geëindigd. terwijl een bokser neerligt. In het algemeen worden boksers. Daarna gaat de partij gewoon door. Art 48. Bij onvermijdelijke inmenging. naar het oordeel van den referee. wordt na zijn bevel tot voortzetting nog zoolang gebokst. totdat de volle tijd van de ronde verstreken is. De andere partij is dan overwinnaar. worden geacht de partij te hebben verloren. Hij is tot staking verplicht. wordt deze zoo spoedig mogelijk voleindigd. of. Is een ronde ten einde. Art. begint de referee luid tot tien te tellen.

dan er tegen te dekken of hem te weren. Laat wanneer de partij dit toelaat. Doch laat den tegenstander geen moment rust. dit vermindert de kans op verlies van tanden en op een eindstoot Houdt de oogen goed open en op den tegenstander gericht Bespiedt als een kat al zijn bewegingen en wees steeds klaar hem aan te vallen. Het is van veel belang het eigen uithoudingsvermogen goed te kennen en de krachten zorgvuldig over den beschikbaren tijd te verdeelen. zij het korte rust is winst. In de vorige afdeeling werd reeds gewezen op het groote belang van het bewaren van den goeden afstand tusschen de voeten en het gevaar van het kruisen der beenen met het oog op het evenwicht.PRACTISCHE EN TACTISCHE AANWIJZINGEN. Tracht een stoot liever te ontwijken of te ontduiken. Dit vereischt voortdurend een groote mate van zenuwspanning. wanneer hij zich ook maar even bloot geeft of om een plotselingen aanval te ontwijken. doch is noodzakelijk en het eenige. kalm en rustig blijven. dat er gevaar bestaat het evenwicht te verliezen. den rechterhiel en de armen even zakken. dat men doen kan. Elke. Er is anders veel gevaar. hetzij voor aanval of verdediging zóó groot te maken. een van de belangrijkste oorzaken van vermoeidheid. De bokser. elke opwinding of zenuwachtige opwelling beheerschen. Men moet even nauwlettend het geestelijk als het lichamelijk evenwicht bewaren. dat men in de eerste ronden te veel van zijn krachten vergt en in de laatste ronden uitgeput is. Houdt den mond steeds gesloten. in verlies van zelf beheersching ten slotte. De eerste bewegingen kosten minder arbeid en brengen vaker in een gunstige positie voor een nastoot. ditvoorkomt beschadiging van den tong. is er zorgvuldig tegen te waken. De krachten moeten zooveel mogelijk gespaard worden en dus alle onnoodige spier-inspanning vermeden. dat die zenuwspannig niet ontaardt in zenuwachtige spanning. Klem in schermutseling met den tegenstander de kaken goed op elkaar. Waak er in verband hiermede ook wel tegen de bewegingen. die zijn hoofd kwijt raakt verliest de partij. Houdt hem 50 .

in de gelegenheid gedurende de ronden het spel van zijn tegenstander. Uit art. vaak beter dan de bokser zelf. tracht hem tot groote bewegingen te dwingen. als wat de leiding van van den geheelen strijd gedurende de ronden betreft. zoowel wat de bewegingen zelf. De tegenstander moet dan bij zijn bewegingen den grootsten weg afleggen. Zij toch zijn. naar links gaande. In verband hiermede zij men niet zorgeloos in het kiezen van zijn helpers.door schijnbewegingen in actie. Tracht hem door lokken en schijnbewegingen te verleiden tot het verraden van zijn tactiek en blijkt hij al even voorzichtig te zijn. 36 werd reeds gezegd. dat een goed geoefend. zijn fouten en eigenaardigheden te bestudeeren en kunnen hem in de pauzen tusschen de ronden in verband daarmede voor hem belangrijke aanwijzingen geven. vertrouwend op de eigen snelheid om er aan te ontkomen. laat ze aan den tegenstander over. doch anders in het begin van den strijd) en zorgvuldig verwerken tot een plan van het waargenomene is zuiver verstandswerk. dat men het midden van den ring houdt. maak zoo noodig de schijnaanvallen wat dreigender of val voorzichtig aan. Bijna elke nieuwe tegenstander vergt een andere wijze van aanpakken en het nauwkeurig waarnemen van zijn bewegingen (zoo mogelijk vóór. hem het stooten met den rechterarm gemakkelijker maakt en zich zelf meer bloot geeft. Op blz. 42 van het wedstrijdreglement laat bij overigens gelijke partijen dengene winnen. die het meeste aanviel. Men wachte dus niet te lang met den aanval en trachte zoo mogelijk reeds in de eerste helft van de eerste ronde voldoende op de hoogte van de techniek van den tegenstander te komen om in de tweede helft den aanval te kunnen openen. wanneer hij zijn hersens niet gebruikt. dat voor een eindstoot aan den51 . 42 blijkt bovendien. krachtig en taai bokser den wedstrijd nog niet behoeft te winnen. Doe in het begin geen heftige aanvallen. Art. Tracht bij het begin van de tweede ronde een aanvalsplan klaar te hebben. snel. een voordeel dus boven het moreele overwicht. Een voorname zorg in verband hiermee moet zijn. wacht geduldig af. omdat men. dat de aanvaller reeds heeft. Bij het bewegen om den tegenstander heen bewege men zich bij voorkeur naar rechts.

dit zoo lang mogelijk volhoudend.geen. aan den verslagene voor die ronde 0 wordt gegeven. die hem toebrengt het maximum aantal punten. Vergeet ook niet. dat men tegen een langer tegenstander hoofdzakelijk stooten naar het lichaam moet toebrengen. tegen een wat angstige anders dan tegen een stoutmoedige. In verband met het karakter spreekt wel vanzelf dat men tegenover een voorzichtig tegenstander anders moet optreden dan tegen een heethoofdige.Tegen een korteren tegenstander stop. In verband met de verhouding der lichaamslengten zij er op gewezen. wat betreft de speciale zorgen voor het lichaam. dan wordt in de laatste ronden de kans op het toebrengen van een eindstoot tegen den kaak grooter. zoodat steeds een maximum van inspanning vereischt wordt 52 . terwijl de tegenstanders elkaar aflossen. degeen. hem door ontwijkingen en nastooten uitputten en veel invechten. dat stooten op het lichaam (maag enribben)op den duur meer uitputten dan stooten op het hoofd. De training van den bokser stelt eenige bijzondere eischen. Stap na een geslaagden aanval niet terug. Heeft men in de eerste ronden het lichaam van den tegenstander bewerkt. In de eerste plaats moet hij goed bekend zijn met en geoefend zijn in de verschillende bewegingen die bij het boksen voorkomen. Wie dus belangrijk voor is in punten zal trachten dat voordeel te behouden en niet te veel wagen. moet trachten door een eindstoot zijn aantal punten te vergrooten. TRAINING. In zijn trainingstijd zal hij dus veel moeten spelboksen en zoo nu en dan wedstrijdboksen met verschillende tegenstanders. De omvang van dit werkje laat niet toe hierop nader in te gaan. op grooten afstand veel gebruik maken van stooten naar het hoofd en in het algemeen van zijn grootere reik-wijdte profiteeren. die achter is. doch tracht het succes te vergrooten door in te stappen en eenige halfarmstooten toe te brengen.en tijdstooten toepassen. De algemeene regels voor training. reinheid. voeding en rust mogen we bekend veronderstellen. terwijl het trefvlak grooter is.

doch stijf en minder bewegelijk. De spieren moeten soepel en los zijn. doch de laatste twee of drie dagen absolute rust. Niet dooroefenen tot vlak voor den wedstrijd.Dit isreeds een goede oefening voor het uithoudingsvermogen. schaduw-vechten. kracht eerst in de tweede plaats vereischt wordt. het uitvoeren van allerlei bij het boksen gebruikelijke beenbewegingen tegen een denkbeeldig tegenstander. Snelle armspieren verkrijgt men door oefening op stootballen. dus niet vandaag stoot-oefeningen en morgen loop-oefeningen. mits met mate en over korte afstanden om te sterke vermagering te voorkomen. De beenspieren krijgen hun vlugheid en veerkracht het best door springen en dansen en door het z. Ook zwemmen is hiervoor zeer geschikt. Dit maakt de spieren wel krachtig. 53 . zoodat men frisch en opgewekt in denringkomt. dat men bovendien nog kan oefenen door over korte afstanden snel te wandelen. Ten slotte gymnastische oefeningen voor rug-.n. welke oefeningen men kan afwisselen met stooten op zware stootzakken om een krachtigen stoot te krijgen. Het is fout te trachten dit te krijgen door het werken met zware halters. schouderbladen buikspieren en voor de ademhalingsorganen. Men zorge zooveel mogelijk eiken dag eenige oefeningen van eiken groep uit te voeren. afgewisseld met loopen en nu en dan snel loopen. doch eiken dag oefeningen van elke soort. omdat snelheid in de eerste.

die hem toebrengt het maximum aantal punten. aan den verslagene voor die ronde 0 wordt gegeven. Tegen een korteren tegenstander stop. terwijl het trefvlak grooter is. dat stooten op het lichaam (maag en ribben) op den duur meer uitputten dan stooten op het hoofd. doch tracht het succes te vergrooten door in te stappen en eenige halfarmstooten toe te brengen. reinheid. wat betreft de speciale zorgen voor het lichaam.en tijdstooten toepassen. degeen. Vergeet ook niet. Heeft men in de eerste ronden het lichaam van den tegenstander bewerkt. De training van den bokser stelt eenige bijzondere eischen. Stap na een geslaagden aanval niet terug. TRAINING. De algemeene regels voor training. In de eerste plaats moet hij goed bekend zijn met en geoefend zijn in de verschillende bewegingen die bij het boksen voorkomen. dit zoo lang mogelijk volhoudend. op grooten afstand veel gebruik maken van stooten naar het hoofden in het algemeen van zijn grootere reik-wijdte profiteeren. De omvang van dit werkje laat niet toe hierop nader in te gaan. In verband met het karakter spreekt wel vanzelf dat men tegenover een voorzichtig tegenstander anders moet optreden dan tegen een heethoofdige. tegen een wat angstige anders dan tegen een stoutmoedige. zoodat steeds een maximum van inspanning vereischt wordt. Wie dus belangrijk voor is in punten zal trachten dat voordeel te behouden en niet te veel wagen. dan wordt in de laatste ronden de kans op het toebrengen van een eindstoot tegen den kaak grooter.terwijl de tegenstanders elkaar aflossen. In zijn trainingstijd zal hij dus veel moeten spelboksen en zoo nu en dan wedstrijdboksen met verschillende tegenstanders. hem door ontwijkingen en nastooten uitputten en veel invechten. moet trachten door een eindstoot zijn aantal punten te vergrooten. 52 . voeding en rust mogen we bekend veronderstellen. die achter is. dat men tegen een langer tegenstander hoofdzakelijk stooten naar het lichaam moet toebrengen.geen. In verband met de verhouding der lichaamslengten zij er op gewezen.

dat men bovendien nog kan oefenen door over korte afstanden snel te wandelen. Niet dooroefenen tot vlak voor den wedstrijd. Ook zwemmen is hiervoor zeer geschikt. omdat snelheid in de eerste. kracht eerst in de tweede plaats vereischt wordt. Snelle armspieren verkrijgt men door oefening op stootballen. Dit maakt de spieren wel krachtig. doch stijf en minder bewegelijk. Ten slotte gymnastische oefeningen voor rug-. Men zorge zooveel mogelijk eiken dag eenige oefeningen van eiken groep uit te voeren. dus niet vandaag stoot-oefeningen en morgen loop-oefeningen. schouderbladen buikspieren en voor de ademhalingsorganen. zoodat men frisch en opgewekt in den ring komt. afgewisseld met loopen en nu en dan snel loopen. schaduw-vechten.n. doch eiken dag oefeningen van elke soort. doch de laatste twee of drie dagen absolute rust. De spieren moeten soepel en los zijn. De beenspieren krijgen hun vlugheid en veerkracht het best door springen en dansen en door het z. het uitvoeren van allerlei bij het boksen gebruikelijke beenbewegingen tegen een denkbeeldig tegenstander.Dit is reeds een goede oefening voor het uithoudingsvermogen. welke oefeningen men kan afwisselen met stooten op zware stootzakken om een krachtigen stoot te krijgen. 53 . Het is fout te trachten dit te krijgen door het werken met zware halters. mits met mate en over korte afstanden om te sterke vermagering te voorkomen.

voor hij zijn leerlingen de samengestelde laat uitvoeren. Waarneming en reactie beide zijn gevolgen van zenuwwerking.en verdedigingsbewegingen zijn reactie's op de houdingen of bewegingen van den tegenstander. De indruk van een beweging van den tegenstander komt door middel van de oogen. die later zeer moeilijk te corrigeeren zijn. voordat zij. Aanvals. dan heeft dit foutieve bewegingen tengevolge. zóó vastgelegd. Zijn de bewegingen eenmaal bekend. dat ook bij snellere uitvoering de beweging correct blijft. H E T ONDERWIJS. doch tot een snelle beweging worde nietovergegaan. dan leeren zij de 54 . Vandaar moet een prikkel langs bepaalde banen naar een andere plaats in de hersenen geleid worden. dan is het eenvoudig een kwestie van herhaalde uitvoering. Wat het onderwijs in boksen betreft volgt hieruit onmiddellijk. die de reactie-beweging tot stand brengen. langzaam. De leerlingen leeren daardoor waarnemen en. via de oogzenuwen op een bepaalde plaats in de hersenen. Ten derde beginne de onderwijzer met enkelvoudige bewegingen. Hebben de leerlingen zich de grondvormen van aanvals. ALGEMEENE BEGINSELEN. van waaruit de spieren. door middel van commando's moet laten werken. op hetgeen zij waarnemen op de juiste wijze reageeren. geheel correct wordt uitgevoerd. dat elke nieuwe beweging eerst langzaam en correct moet worden uitgevoerd. worden aangezet Het zijn die banen in de hersenen. door herhaling. die men met de oogen heeft waargenomen of op een gegeven oogenblik waarneemt. op aanwijzing van den onderwijzer. Worden ze niet van den aanvang af op de juiste wijze aangelegd.IA. doch op het gezicht. voor den onderwijzer belangrijke conclusie en wel. dat de onderwijzer niet op het gehoor. om ze ook met een maximum van snelheid te leeren volbrengen. die in de bokslessen voor elke specifieke beweging gevormd moeten worden. Hieruit volgt een tweede. De banen worden dan juist aangelegd en.en verdedigingsbewegingen goed eigen gemaakt.

Elke samengestelde beweging worde dan in een eerste les in hare onderdeden gesplitst onderwezen. hetzelfde met gedeeltelijk strekken van den linkerarm en sterk kijken naar het onderlichaam. vlugger links stooten. op dezelfde wijze doen weren en daarbij den stootarm eenigszins omhoog laten drukken. 2. Voor de oefeningen in het stooten gebruikt men stootballen en stootzakken van verschillenden vorm. voor of zijwaarts van zijn lichaam. langzaam links stooten en links doen weren. 3. zoo snel mogelijk stooten en doen weren en daarna rechts na laten stooten. Wil de onderwijzer b. DE HULPMIDDELEN BIJ HET ONDERWIJS. den leerling voorwaarts laten gaan op den goeden afstand voor de schijnbeweging. worden vastgehouden. waarbij van de houding van den stootzak afhangt hoe hij stooten moet. 3. of door twee veerende einden zijn opgehangen tusschen zoldering en vloer (dubbel eindballen). De lichte stootballen dienen overigens meer om snel en juist. de zwaardere om juist en met kracht te leeren stooten. rechts naar het hoofd laten stooten. Voor de oefening: Linker schijnstoot naar het lichaam. hem met schijnbeweging een pas voorwaarts laten maken en onmiddellijk daarna met een uitval.samenstelling van die bewegingen vanzelf. terwijl de leerling order heeft er op te stooten. gevolgd door rechte rechtsche stoot naar het hoofd zal hij: 1. 55 . voordat zij als geheel wordt uitgevoerd. 2. de volgende oefening laten uitvoeren: Een linksche rechte stoot naar het hoofd met den linkerarm naar links weren en rechts nastooten dan zal hij: 1. die opgehangen zijn aan een platform (platformballen) op een veerenden staaf staan (staaf ballen). die opgehangen zijn aan een korter of langer eind of eenvoudig voorzien zijn van twee handvatten en door den onderwijzer op een of andere plaats. De stootballen zijn met lucht gevulde ballen.v. De stootzakken zijn met zand of lichtere stoffen gevulde zakken van zeildoek of leder.

Hij zette dan de slechtere leerlingen tegenover de betere. om vervolgens zelf voor de klasse te gaan staan en hen te zeggen hem te volgen door een pas voorwaarts te maken. waardoor de eersten sneller worden vooruitgebracht. een pas naar links te maken. dan de andere. Getrouw aan de algemeene beginselen. terwijl hij zelf weer de fouten verbetert. onsen (± 225 gram) met veter. WENKEN VOOR DEN ONDERWIJZER. Men kleede zich overigens zoo licht mogelijk.De beste oefenhandschoen is die van 8 Eng. moet de onderwijzer geen bewegingen op commando laten uitvoeren. daarna door die van het andere gelid op den man tegenover hen uitvoeren. zelf weer aanwijzingen gevend en fouten verbeterend. Na eenige lessen reeds zal kunnen blijken dat de eene leerling sneller vordert. waarbij klassikale uitvoering mogelijk is. Een kort sportbroekje en een paar gymnastiekschoenen zijn voor de boksoefeningen voldoende» OPSTELLING DER KLASSE. te weren. Hij regelt daarbij het tempo en corrigeert de fouten. zoodra hij een ongedekte plaats ziet.of elastiek-sluiting. begint de onderwijzer hen de verschillende beenbewegingen voor te doen en te verklaren. die hem van te 56 . wanneer hij wordt aangevallen en met de wering. Nadat hen de stelling geleerd is. waarmee dit hoofdstuk begon. worden de leerlingen zoo ruim mogelijk opgesteld. bevattelijker is. Den leerling wordt gezegd een stoot uit te voeren. Voor stootoefeningen stelt hij de leerlingen op bij de beschikbare toestellen en voor de oefening in aanval en verdediging twee aan twee tegenover elkaar. Aan de op deze wijze opgestelde leerlingen doet hij eerst met behulp van een der leerlingen een stoot voor. Ten slotte kan hij de leerlingen tegenover elkander hetzelfde laten doen. enz. wanneer hij een pas naar rechts maakt. wanneer hij een pas achterwaarts. laat ze daarna de leerlingen vrij beoefenen. Voor de beenbewegingen. vervolgens laat hij dien eerst door de leerlingen van het eerste gelid.

die eindigt met 5 a 10 minuten stootoefeningen. voor tot een volgend wordt overgegaan. dat hij er wél tegen wake. kalmeerenden invloed hebben. eenige ademhalingsoefeningen aan het einde van een les zullen een zeer weldoenden. Op bldz. deze toch ziet welke eischen zijn klasse stelt en welke eischen aan zijn klasse gesteld kunnen worden. Vooral op eenigszins bang aangelegde personen heeft dit een slechten invloed. 17 werd reeds opgemerkt. steeds te snel te stooten voor den graad van geoefendheid in verdediging van den leerling. zijn leerlingen te ontmoedigen. Men beginne. Wordt langzamerhand de snelheid van den aanval opgevoerd. waarbij de stooten bedaard en correct uitgevoerd worden. afhankelijk van den afstand en den toe te brengen stoot zal hij instappen of uitvallen. Als voorbereidende oefeningen zijn deze zeer geschikt. De beoordeeling van de snelheid van voortgang moet geheel bij den onderwijzer blijven. waartegen zij zich verdedigen kunnen. schouderblad. dan voorkomt men op deze wijze oververmoeidheid en overspanning aan het einde van de lessen. enz. Zorgt men ook dat de les zelf geen overdreven zware eischen stelt. De hier gegeven lesprogramma's verdeelen de oefenstof over een tijdvak van ongeveer drie maanden. dan zal ook die van de verdediging toenemen. door te toonen wat hij kan. Daarna volgt de eigenlijke les. Ze beoogen slechts eenige algemeene leiding te geven. enz. na de eerste lessen. Den leerlingen worde niet toegestaan partij te boksen. LESPROGRAMMA'S. vóór ze alle enkelvoudige bewegingen grondig kennen en ze eenige samengestelde hebben uitgevoerd.voren is opgegeven en verklaard. door b.en buikspieren van veel nut kunnen zijn. hij moet daarbij op hunne fouten letten en zeonmiddellijkcorrigeeren. elke les met 5 a 10 minuten beenwerk. zoodat bij dagelijksche oefening elk programma ongeveer een week kan worden beoefend. Zelf kan de onderwijzer zoo nu en dan met enkele leerlingen spelboksen.v. dat eenige oefeningen voor rug-. 57 . Het is juist van veel belang hen zelfvertrouwen te geven door kalm en rustig uitgevoerde aanvallen. Inditverband zij er den onderwijzer op gewezen.

of reeds begonnen wordt met de meer samengestelde bewegingen. c. TWEEDE PROGRAMMA. b.en rompbewegingen in de stelling. sprongen achterwaarts.en buikspieroefeningen. 55) en in een der daarnavolgende lessen de beweging in haar geheel. Passen voorwaarts.De hier gegeven serie van programma's moet dan ook alleen beschouwd worden als een voorbeeld. dat hij een geheele week beschikbaar heeft om de nieuwe bewegingen in een programma aan zijn leerlingen bij te brengen. links en rechts zij waarts. Uitval met linkerarm strekken. c. a. dat alle in een programma nieuwe bewegingen reeds in de eerste les met dat nieuwe programma worden uitgevoerd. achterwaarts. Ademhalingsoefeningen. te onderwijzen. doet de onderwijzer de klasse zoo vrij mogelijk de stellingen aannemen en verbetert ze voor zoover noodig. hoe. arm. Romp. 10 min. dat in één les te veel wordt samengepakt. | De afstand. Hij beginne in de eerste les de (of eenige der) bewegingen. EERSTE PROGRAMMA. I Dekken tegen dien stoot. in hare onderdeelen gesplitst (zie bldz. tengevolge waarvan de leerling er te weinig van behoudt. Het is niet de bedoeling. Been-. a. De stelling. De onderwijzer bedenke. 1 Linksche rechte stoot naar hoofd en lichaam. terwijl gewaakt is tegen de algemeene fout. 58 . over een zeker tijdvak de oefenstof verdeeld kan worden. voetwerk. Na te hebben aangegeven aan welke eischen de stelling moet voldoen en den leerlingen deze te hebben voorgedaan. om eerst tegen den laatsten dag met dat programma de vereischte snelheid voor zoo'n beweging te gaan eischen. wanneer de leerlingen de enkelvoudige nog niet grondig kennen. doch aanvankelijk langzaam. Blokken en weringen tegen linkschen stoot naar hoofd en lichaam. Rug.en armbewegingen (klassikaal). b.

en buikspieroefeningen.en buikspieroefeningen. Geef hen daarna tegenpartijen van verschillende lengte. 5 a 10 min. d. { ZESDE PROGRAMMA. b. Als 4b en c.en buikspieroefeningen. b. Linksche rechte stooten op stootballen en stootzakken (klassikaal).en buikspieroefeningen. Dekken. b. Stootoefeningen met linkerarm. Ontwijken van den linkschen rechten stoot Stootoefeningen met linkerarm. c. weren en ontwijken van dien stoot. Rug. Ademhalingsoefeningen. a. 5 a 10 min.d. Ademhalingsoefeningen. 5 a 10 min. a. 59 . VIJFDE PROGRAMMA. Als 36 en c. In de eerste lessen met dit programma worde vooral aandacht gewijd aan het leeren zien van den afstand. b. Als 2b en c. a. Stootoefeningen met linkerarm. Ademhalingsoefeningen. Rug. Zwaaistoot links naar hoofd en lichaam. Linksche hoekstoot naar hoofd en lichaam. Rug. DERDE PROGRAMMA. voetwerk. d. zoodat zij ook in die gevallen eenig begrip van den afstand krijgen. voetwerk. VIERDE PROGRAMMA. d. Ademhalingsoefeningen. Verdediging tegen die stooten. Als 56 en c. Een goede methode is den leerlingen den linkschen rechten stoot te laten uitvoeren van een kleineren afstand en die geleidelijk tot den maximum afstand te laten vergrooten. 10 min. c. voetwerk. Rug. a. voetwerk.

a. Stootoefeningen. a. voetwerk. Ademhalingsoefeningen. Ademhalingsoefeningen. 5 a 10 min. Stootoefeningen met beide armen. NEGENDE PROGRAMMA. 5 a 10 min. b. d. Rug. c.en buikspieroefeningen. Herhaling van 7b en c.en buikspieroefeningen. 5 a 10 min. ZEVENDE PROGRAMMA. Stootoefeningen. Als 5 met nastooten. vastgrijpen en losbreken. b. voetwerk. ACHTSTE PROGRAMMA. a. d. Stootoefeningen. Rug. Invechten.en buikspieroefeningen. Rug. Rug. Als 3 met nastooten. Schijnbewegingen. Tijdstooten. Als 66 en c. Rug. Ademhalingsoefeningen. Ronde boksen met onderwijzer of onder zijn toezicht. \ Verdediging tegen die stooten. d. TIENDE PROGRAMMA.en buikspieroefeningen. Ademhalingsoefeningen.en buikspieroefeningen. Opstoot. Herhaling van 9. c. (Verdediging tegen die stooten. a. Voorstooten. c.(Rechtsche stooten naar het hoofd. 5 è 10 min. | Rechtsche stooten naar het lichaam. Ademhalingsoefeningen. 60 . voetwerk. Als 4 en nastooten. Ronde boksen met onderwijzer. voetwerk. d. b. Stootoefeningen. b. d. Schijnbewegingen.

Als 6 en nastooten. Ademhalingsoefeningen. Rug. a. Onderling of met onderwijzer boksen (3 ronden van 2 min. d. Partijboksen onderling en met onderwijzer (3 ronden van 2 minuten).ELFDE PROGRAMMA. 5 a 10 min. a.en buikspieroefeningen. c. 61 . 5 a 10 min. Stootoefeningen. Ademhalingsoefeningen. b.en buikspieroefeningen. b. voetwerk. TWAALFDE PROGRAMMA. voetwerk.). Rug. •c.

— voetwerk. — ontduiken. — uitval.(na-) stoot(en). enz. — dekken. jumping (back) — sprong achterwaarts. —zijwaarts stappen. in fighting — invechten. — verboden stooten. — vorm van stelling (in elkaar kruip defence drawing duck(ing) — verdediging. checking clinching counter(ing) covering cross-counter crouch(ing) — stoppen (tegen schouder. — tegen. ball-punching blocking breaking — bal-stooten. lead lunge — rechte stoot.). — schuiven. position — stelling. feint-(ing) fighting f ootwork fouls — schijnaanval.LIJST VAN ENGELSCHE UITDRUKKINGEN. halfarmhits hook — halfarmstooten. glove guard — handschoen. — hoekstoot. —wering. — blokken. knock-out — eindstoot. 62 . — lokken. safety-block shoving side-step(ping) — dubbeldekking. — kruisstoot. attack — aanval. — vechtboksen. — vastgrijpen. — losbreken.

tim(ing) — tijdstoot. de maag. stepping in (— back) — in.(terug-) stappen.slipping — ontwijken. swing — zwaaistoot. uppercut — opstoot. stop(ping) — stopstoot. 63 . straight to point(to jaw)— rechte stoot (naar de kaak). — tobody(tomark)— „ „ naar het lichaam.

.

.

.

A C H T E N D E R T I G AFRF.tPfMyyftfc
BEHOORENDE BIJ

HANDLEIDING

VOOR

HET BOKSEN
DOOR J. STUY

. R O T T E R D A M 1919
W . L. & j . B R U S S E ' S

UITGEVERSMAATSCHAPPIJ

Fig. 1. Stelling van voren
Fig. 2. Stelling van terzijde gezien,
gezien.*)
*) Hoofd en linkerschouder worden in deze stelling wat laag gehouden. De rechtervoet, wijst, in afwijking van de beschrijving
recht naar voren.

Fig. 3. Linksche rechte stoot naar het hoofd.

HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N DOOR J. S T U Y
2

Fig- 4. Het gevolg van het onderschatten van den afstand.
De aanvaller valt naar voren en heft den rechtervoet

Fig. 5. Linksche rechte stoot naar het lichaam. Ontwijking van een linkschen rechten stoot naar het hoofd.
HANDLEIDING V O O R H E T B O K S E N D O O R J. S T U Y
3

Linksche halfarmstoot naar het lichaam. S T U Y 4 . Ontwijking van een linkschen rechten stoot. H A N D L E I D I N G V O O R H E T B O K S E N D O O R J. 6. De rechte stoot rechts naar het hoofd. Fig. 7.Fig.

9. 8. S T U Y 5 . Rechtsche hoekstoot naar het lichaam. HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N DOOR J.ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. Fig. Linksche hoekstoot naar het hoofd. Linksche opstoot naar het hoofd.

S T U Y . Fig. Ontduiking linkschen rechten stoot. Rechtsche hoekstoot naar het lichaam. 11.ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. 10. Rechtsche halfarmstoot naar het lichaam. HANDLEIDING VOOR 6 H E T B O K S E N D O O R J. Ontduiking rechtschen zwaaistoot naar links.

S T U Y 7 . 13. HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N DOOR J. Tegenstander dekt tegen linkschen rechten stoot.ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. Aanvaller blokt linkerarm van tegenstander.

ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig-14. Wering van den linkschen rechten stoot met den rechter arm naar rechts. 15. Wering van den linkschen rechten stoot met den rechter arm naar links. Fig. S T U T 8 . H A N D L E I D I N G VOOR H E T B O K S E N D O O R J.

16. 17. Nastoot rechts naar de ribben. Het schuiven van een linkschen rechten stoot naar het hoofd naar linksboven. Wering van den linkschen rechten stoot met den linker arm naar rechts. Fig. H A N D L E I D I N G V O O R H E T B O K S E N D O O R J. S T U Y 9 .ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig.

ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. Het vangen van een rechtschen hoekstoot op den schouder. 18. 19. S T U Y 10 . Ontwijking naar achteren. HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N DOOR J. Fig.

Zijstap naar rechts. S T U Y 11 . 21. 20.ACHT E N DERTIG A F B E E L D I N G E N B E H O O R E N D E BIJ Fig. Ontwijking van een hoekstoot naar het hoofd. HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N D O O R J. Fig.

Dubbeldekking. 22. S T U T . Dubbeldekking.A C H T E N D E R T I G A F B E E L D I N G E N B E H O O R E N D E BIJ Fig.] Fig. 23. HANDLEIDING 12 VOOR H E T B O K S E N D O O R J.

Stopstoot tegen linkschen rechten stoot naar het lichaam.ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. S T U T 13 . HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N DOOR J. Dubbeldekking. 25. 24. Fig.

HANDLEIDING VOOR 14 H E T B O K S E N D O O R J. Fig.A C H T E N D E R T I G A F B E E L D I N G E N B E H O O R E N D E BIJ Fig. Tijdstoot. S T U Y . 26. 27. Rechtsche buitenkruisstoot.

ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. S T U Y 15 . Rechtsche binnenkruisstoot Fig. 29. HANDLEIDING V O O R H E T B O K S E N DOOR J. Na rechtsche wering van den linkschen rechten stoot nastoot rechts naar het hoofd. 28.

HANDLEIDING VOOR 16 HET BOKSEN D O O R J. 30. 31. Fig. Het mislukken van den rechtschen buiten-krulsstoot door optrekken van den schouder bij het toebrengen van den linkschen rechten stoot naar het hoofd. S T U Y . Linksche halfarmstoot naar het lichaam.ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. Ontwijking met overstappen.

S T U Y 17 . Vastgrijpen. Het gebruik van arm en schouder voor invechten. HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N D O O R J.ACHT E N DERTIG A F B E E L D I N G E N B E H O O R E N D E BIJ Fig. 33. 32. Fig.

Vastgrijpen. 34. Fig.ACHT E N DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. waarbij beide partijen mogen stooten. Het zoogenaamde hangen. HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N DOOR J. S T U Y 18 . 35.

HANDLEIDING VOOR H E T B O K S E N DOOR J. 36 en 37. S T U Y 19 . Fig.ACHT EN DERTIG AFBEELDINGEN BEHOORENDE BIJ Fig. Schijnstoot rechts naar het lichaam gevolgd door linkschen rechten stoot naar het hoofd. 37.

38. S T U Y .ACHT E N DERTIG A F B E E L D I N G E N B E H O O R E N D E BIJ Fig. HANDLEIDING 20 V O O R H E T B O K S E N D O O R J. Stopstoot tengevolge van schijnbeweging op te korten afstand.