Vous êtes sur la page 1sur 152

BELGISCH MONITEUR

STAATSBLAD BELGE
Publicatie overeenkomstig artikelen 472 tot 478 van de
programmawet van 24 december 2002, gewijzigd door de
artikelen 4 tot en met 8 van de wet houdende diverse bepalingen
van 20 juli 2005.

Publication conforme aux articles 472 478 de la


loi-programme du 24 dcembre 2002, modifis par les
articles 4 8 de la loi portant des dispositions diverses du
20 juillet 2005.

Dit Belgisch Staatsblad kan geconsulteerd worden op :

Le Moniteur belge peut tre consult ladresse :

www.staatsblad.be

www.moniteur.be

Bestuur van het Belgisch Staatsblad, Antwerpsesteenweg 53, 1000 Brussel - Adviseur-generaal : A. Van Damme

Direction du Moniteur belge, chausse dAnvers 53,


1000 Bruxelles - Conseiller gnral : A. Van Damme

Gratis tel. nummer : 0800-98 809

Numro tl. gratuit : 0800-98 809


N. 256

182e JAARGANG

182e ANNEE

MAANDAG 13 AUGUSTUS 2012

INHOUD
Wetten, decreten, ordonnanties en verordeningen
Federale Overheidsdienst Justitie

LUNDI 13 AOUT 2012

SOMMAIRE
Lois, dcrets, ordonnances et rglements
Service public fdral Justice

3 AUGUSTUS 2012. Wet tot wijziging van de wet van 17 mei 2006
houdende oprichting van strafuitvoeringsrechtbanken en van de wet
van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten
in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, wat de inwerkingtreding betreft, bl. 46944.

3 AOUT 2012. Loi modifiant la loi du 17 mai 2006 instaurant


des tribunaux dapplication des peines et la loi du 17 mai 2006 relative
au statut juridique externe des personnes condamnes une peine
privative de libert et aux droits reconnus la victime dans le cadre
des modalits dexcution de la peine, en ce qui concerne lentre en
vigueur, p. 46944.

12 JULI 2012. Koninklijk besluit tot vaststelling van een minimum


genormaliseerd rekeningenstelsel voor verenigingen van medeeigenaars. Erratum, bl. 46945.

12 JUILLET 2012. Arrt royal fixant un plan comptable minimum


normalis pour les associations de copropritaires. Erratum, p. 46945.

Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken


21 MAART 1804. Burgerlijk Wetboek, Boek III, Titel XVIII.
Officieuze cordinatie in het Duits van de federale versie, bl. 46947.

Service public fdral Intrieur


21 MARS 1804. Code civil, Livre III, Titre XVIII. Coordination
officieuse en langue allemande de la version fdrale, p. 46947.

ffentlicher Dienst Inneres


Fderaler O
21. MRZ 1804 Zivilgesetzbuch, Buch III, Titel XVIII - Inoffizielle Koordinierung in deutscher Sprache der fderalen Fassung, S. 46950.

Federale Overheidsdienst Financin

Service public fdral Finances

3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit tot wijziging van de


uitvoeringsbesluiten van het Wetboek diverse rechten en taksen,
bl. 46967.

3 AOUT 2012. Arrt royal modifiant larrt dexcution du


Code des droits et taxes divers, p. 46967.

3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit tot bepaling van het


voorlopig verdelingsplan van de subsidies van de Nationale Loterij
voor het dienstjaar 2012, bl. 46971.

3 AOUT 2012. Arrt royal dterminant le plan de rpartition


provisoire des subsides de lexercice 2012 de la Loterie Nationale,
p. 46971.

3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit tot invoeging van titel XI


Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in Boek II van hetuitvoeringsbesluit van het Wetboek diverse rechten en taksen, bl. 46973.

3 AOUT 2012. Arrt royal introduisant un titre XI Taxe annuelle


sur les tablissements de crdit dans le Livre II de larrt dexcution
du Code des droits et taxes divers, p. 46973.

152 bladzijden/pages

46940

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

Service public fdral Emploi, Travail et Concertation sociale

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen, betreffende de verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 2009 betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar, bl. 46982.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 8 juin 2011, conclue au sein de la Commission
paritaire de la coiffure et des soins de beaut, relative la reconduction
de la convention collective de travail du 29 juin 2009 relative loctroi
de la prpension conventionnelle partir de 58 ans, p. 46982.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen, tot invoering van een conventioneel brugpensioen vanaf
56 jaar mits een beroepsverleden van 40 jaar, bl. 46983.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 8 juin 2011, conclue au sein de la Commission
paritaire de la coiffure et des soins de beaut, instaurant une prpension
conventionnelle partir de 56 ans moyennant une carrire professionnelle de 40 annes, p. 46983.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf,
betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 60 jaar, bl. 46985.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 19 mai 2011, conclue au sein de la Commission
paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection, concernant
la prpension conventionnelle partir de 60 ans, p. 46985.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf,
betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar, bl. 46991.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 19 mai 2011, conclue au sein de la Commission
paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection, concernant
la prpension conventionnelle partir de 58 ans, p. 46991.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf,
betreffende het halftijds brugpensioen, bl. 46996.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 19 mai 2011, conclue au sein de la Commission
paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection, relative la
prpension mi-temps, p. 46996.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor het koetswerk, betreffende het
kort verzuim, bl. 46997.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 16 juin 2011, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la carrosserie, relative au petit chmage,
p. 46997.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor de landbouw, betreffende het
brugpensioen vanaf 56 jaar (40 jaar loopbaan), bl. 47002.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 12 juillet 2011, conclue au sein de la Commission
paritaire de lagriculture, relative la prpension partir de 56 ans
(40 ans de carrire), p. 47002.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor de landbouw, betreffende het
conventioneel sectoraal brugpensioen, bl. 47004.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 12 juillet 2011, conclue au sein de la Commission
paritaire de lagriculture, relative la prpension conventionnelle
sectorielle, p. 47004.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen,
betreffende de contracten voor een bepaalde duur of voor duidelijk
omschreven werk en uitzendarbeid, bl. 47005.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 22 juin 2011, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative aux
contrats dure dtermine ou pour un travail nettement dfini et de
travail intrimaire, p. 47005.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen,
betreffende het kort verzuim, bl. 47007.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 22 juin 2011, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative au petit
chmage, p. 47007.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen,
betreffende het brugpensioen vanaf 56 jaar, bl. 47011.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 22 juin 2011, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative la
prpension partir de 56 ans, p. 47011.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juni 2009,
gesloten in het Paritair Comit voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de tweede verlenging van artikel 6, 3 en 4
(overgangsmaatregel) van de collectieve arbeidsovereenkomst van
24 september 2007 betreffende het nationaal akkoord 2007-2008,
bl. 47012.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 12 juin 2009, conclue au sein de la Commission
paritaire pour employs des fabrications mtalliques, relative la
deuxime prolongation de larticle 6, 3 et 4 (mesure transitoire) de la
convention collective de travail du 24 septembre 2007 concernant
laccord national 2007-2008, p. 47012.

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de metaalhandel, betreffende de
werkzekerheid, bl. 47013.

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 16 juin 2011, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour le commerce du mtal, relative la scurit
demploi, p. 47013.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46941

Federal public Service Social Security


Memorandum of Understanding between The Minister of Social Affairs of the Kingdom of Belgium and The United States Social Security
Administration, p. 47016.

Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid


Memorandum van overeenstemming tussen de Minister van Sociale
Zaken van het Koninkrijk Belgi en de Socialezekerheidsadministratie
van de Verenigde Staten van Amerika, bl. 47017.

Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie


18 JULI 2012. Koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie,
bl. 47020.

Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid


25 FEBRUARI 2008. Koninklijk besluit tot vaststelling van het
geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale
wetenschappelijke instellingen. Corrigendum, bl. 47023.

Gemeenschaps- en Gewestregeringen

Service public fdral Scurit sociale


Mmorandum daccord entre le Ministre des Affaires sociales du
Royaume de Belgique et lAdministration de la Scurit sociale des
Etats-Unis dAmrique, p. 47017.

Service public fdral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie


18 JUILLET 2012. Arrt royal fixant le cadre organique du
personnel de lInstitut belge des services postaux et des
tlcommunications, p. 47020.

Service public fdral de Programmation Politique scientifique


25 FEVRIER 2008. Arrt royal fixant le statut pcuniaire du
personnel scientifique des tablissements scientifiques fdraux.
Corrigendum, p. 47023.

Gouvernements de Communaut et de Rgion

Vlaamse Gemeenschap

Communaut flamande

Vlaamse overheid

Autorit flamande

13 JULI 2012. Bijzonder decreet houdende wijziging van het


bijzonder decreet van 4 april 2003 houdende de deelname van
gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs,
bl. 47025.

13 JUILLET 2012. Dcret spcial modifiant le dcret spcial du


4 avril 2003 portant participation dinstitutions communautaires aux
associations dans lenseignement suprieur, p. 47026.

13 JULI 2012. Decreet houdende wijziging van de wet van


10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare
sector en tot opheffing van regelgeving houdende de uitvoering van
artikel 14 en 27, 4, van dezelfde wet, bl. 47027.

13 JUILLET 2012. Dcret modifiant la loi du 10 avril 1995 relative


la redistribution du travail dans le secteur public et abrogeant la
rglementation en excution des articles 14 et 27, 4 de la mme loi,
p. 47029.

6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de


erkennings- en subsidievoorwaarden voor de ondersteuningsstructuur
voor de initiatieven ter bevordering van de positie van de kandidaathuurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale
huisvesting, bl. 47031.

6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand portant


conditions dagrment et de subventionnement de la structure dappui
aux initiatives promouvant la position des canditats-locataires et des
locataires sur le march priv de la location et dans le logement social,
p. 47033.

6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de


vaststelling van de verplichte bijdrage van de reders van Belgische
vissersvaartuigen voor 2012 aan het Fonds voor Scheepsjongeren,
bl. 47036.

6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand fixant la


contribution obligatoire des armateurs des bateaux de pche belges
lalimentation du Fonds pour Mousses en 2012, p. 47036.

6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het
besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering
van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene
bepalingen inzake het milieubeleid, bl. 47037.

6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand modifiant


larrt du Gouvernement flamand du 12 dcembre 2008 portant
excution du titre XVI du dcret du 5 avril 1995 contenant des
dispositions gnrales concernant la politique de lenvironnement,
p. 47038.

6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning van de


professioneel gerichte bacheloropleiding bachelor in de multimedia en
de communicatietechnologie als nieuwe opleiding van de Erasmushogeschool Brussel, bl. 47039.

6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand portant


agrment de la formation professionnelle de bachelor bachelor in de
multimedia en de communicatietechnologie en tant que nouvelle
formation de la Erasmushogeschool Brussel, p. 47039.

13 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van


het model van inschrijvingsregister en mededeling van nietgerealiseerde inschrijving, de provinciale bemiddelingscel voor gemeenten gelegen buiten het werkingsgebied van het lokaal overlegplatform
(LOP) en de procedure voor de goedkeuring van de aanmeldingsprocedure door de Vlaamse Regering na een negatief besluit van de
Commissie inzake leerlingenrechten, bl. 47040.

13 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand fixant le


modle de registre dinscription et le modle de communication
dinscription non ralise, la cellule provinciale de mdiation pour les
communes situes en dehors de la zone daction de la plate-forme
locale de concertation (LOP), ainsi que la procdure pour lapprobation
par le Gouvernement flamand de la procdure de prinscription aprs
une dcision ngative de la part de la Commissie inzake Leerlingenrechten (Commission des droits de llve), p. 47042.

13 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de


begroting en het financile beheer van de Dienst met Afzonderlijk
Beheer Digitale Drukkerij, bl. 47044.

13 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand relatif au


budget et la gestion financire du service gestion spare
Imprimerie numrique , p. 47045.

46942

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

20 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot vermindering


van de studieomvang van de masteropleiding master in de geneeskunde in het hoger onderwijs in Vlaanderen, bl. 47046.

20 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand portant


rduction du volume dtudes de la formation de master master in de
geneeskunde dans lenseignement suprieur en Flandre, p. 47046.

20 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van


het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van
de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1, 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester,
bl. 47047.

20 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand modifiant


larrt du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 portant dsignation
des oprations au sens de larticle 4.1.1, 5, de larticle 4.4.7, 2, et de
larticle 4.7.1, 2, alina deux, du Code flamand de lAmnagement
du Territoire et rglant la concertation pralable avec larchitecte du
Gouvernement flamand, p. 47055.

Andere besluiten

Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en


Ontwikkelingssamenwerking
Carrire Buitenlandse Dienst, bl. 47058.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

Autres arrts

Service public fdral Affaires trangres, Commerce extrieur et Coopration au Dveloppement


Carrire du Service extrieur, p. 47058.

Service public fdral Emploi, Travail et Concertation sociale

Arbeidsgerechten. Benoeming, bl. 47060. Arbeidsgerechten. Ontslag,


bl. 47060. Arbeidsgerechten. Ontslag, bl. 47061.

Juridictions du travail. Nomination, p. 47060. Juridictions du


travail. Dmission, p. 47060. Juridictions du travail. Dmission,
p. 47061.

Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu

Service public fdral Sant publique, Scurit de la Chane alimentaire et


Environnement

26 MEI 2012. Koninklijk besluit houdende toekenning van een


facultatieve toelage van 98.000 euro aan de VZW InterEnvironnement Wallonie . Erratum, bl. 47061.

26 MAI 2012. Arrt royal portant octroi dune subvention


facultative de 98.000 euros lASBL Inter-Environnement Wallonie .
Erratum, p. 47061.

Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie

Service public fdral de Programmation Intgration sociale, Lutte contre


la Pauvret et Economie sociale

Personeel. Bevordering, bl. 47061. Personeel. Ontslag, bl. 47061.


Nationale Orden, bl. 47062. Nationale Orden, bl. 47062.

Personnel. Promotion, p. 47061. Personnel. Dmission, p. 47061.


Ordres nationaux, p. 47062. Ordres nationaux, p. 47062.

Gemeenschaps- en Gewestregeringen
Vlaamse Gemeenschap
Vlaamse overheid
Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan, bl. 47063. Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening.
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, bl. 47063. Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan,
bl. 47063. Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk
ruimtelijk uitvoeringsplan, bl. 47063. Provincie Vlaams-Brabant.
Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, bl. 47063.

Internationaal Vlaanderen
30 JULI 2012. Besluit van de waarnemend administrateur-generaal
tot delegatie van handtekening aan Nikolas Bosscher, vertegenwoordiger van het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking in
Lilongwe, bl. 47064.

Leefmilieu, Natuur en Energie


Tweede vernieuwing van definitieve erkenning van het Regionaal
Landschap Vlaamse Ardennen, bl. 47064. Openbare Vlaamse
Afvalstoffenmaatschappij. Personeel. Benoemingen, bl. 47064.

Mobiliteit en Openbare Werken


Waterwegen en Zeekanaal NV. Extern Verzelfstandigd Agentschap.
Onteigeningen, bl. 47064.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46943

Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed


Erkenningen, bl. 47065. Provincie West-Vlaanderen. Gemeentelijk
ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Lauwyck, gemeente Koekelare,
bl. 47065. Provincie West-Vlaanderen. Gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan (RUP) West-Kapelle-Oost, gemeente Knokke-Heist,
bl. 47065.

Officile berichten
SELOR. Selectiebureau van de Federale Overheid
Vergelijkende selectie van Nederlandstalige Facility & Security
Managers (m/v) (niveau A) voor het Koninklijk Belgisch Instituut
voor Natuurwetenschappen (ANG12090), bl. 47065.

Federale Overheidsdienst Financin


Administratie van het kadaster, registratie en domeinen. Bekendmakingen voorgeschreven bij artikel 770 van het Burgerlijk Wetboek.
Erfloze nalatenschappen, bl. 47066.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg


Arbeidsgerechten. Bericht aan de representatieve organisaties. Openstaande plaats van een werkend rechter in sociale zaken als werkgever
bij de arbeidsrechtbank van Dendermonde, bl. 47066. Arbeidsgerechten. Bericht aan de representatieve organisaties. Openstaande plaats
van een werkend rechter in sociale zaken als werknemer-arbeider bij de
arbeidsrechtbank van Dendermonde, bl. 47067. Rechterlijke macht.
Arbeidsrechtbank te Dendermonde, bl. 47067.

Avis officiels
SELOR. Bureau de Slection de lAdministration fdrale
Slection comparative nerlandophone de Facility & Security Managers (m/f) (niveau A) pour lInstitut royal des Sciences naturelles de
Belgique (ANG12090), p. 47065.

Service public fdral Finances


Administration du cadastre, de lenregistrement et des domaines.
Publications prescrites par larticle 770 du Code civil. Successions en
dshrence, p. 47066.

Service public fdral Emploi, Travail et Concertation sociale


Juridictions du travail. Avis aux organisations reprsentatives.
Place vacante dun juge social effectif au titre demployeur au tribunal
du travail de Termonde, p. 47066. Juridictions du travail. Avis
aux organisations reprsentatives. Place vacante dun juge social
effectif au titre de travailleur-ouvrier au tribunal du travail de
Termonde, p. 47067. Pouvoir judiciaire. Tribunal du travail de
Termonde, p. 47067.

Gemeenschaps- en Gewestregeringen
Vlaamse Gemeenschap
Vlaamse Milieumaatschappij
Vacaturetekst. Verzegelaar (niveau D) - m/v - voor de dienst
Heffingen van de afdeling Economisch Toezicht met standplaats
Leuven. Ref. : 12 38 AENT CGS D, bl. 47067.
Vlaamse overheid
Definitief rooilijnplan, bl. 47068.
Internationaal Vlaanderen
Oproep tot kandidaatstelling voor een plaatsvervangend lid van het
adviescomit van het toeristische logies (deskundige categorie
Gastenkamer), bl. 47068.

De Wettelijke Bekendmakingen en Verschillende Berichten worden niet opgenomen in deze inhoudsopgave en bevinden zich van
bl. 47069 tot bl. 47090.

Les Publications lgales et Avis divers ne sont pas repris dans ce


sommaire mais figurent aux pages 47069 47090.

46944

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN


LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
N. 2012 2341

[C 2012/09326]

3 AUGUSTUS 2012. Wet tot wijziging van de wet van 17 mei 2006
houdende oprichting van strafuitvoeringsrechtbanken en van de
wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de
veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer
toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, wat de inwerkingtreding betreft (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE


F. 2012 2341

[C 2012/09326]

3 AOUT 2012. Loi modifiant la loi du 17 mai 2006 instaurant des


tribunaux dapplication des peines et la loi du 17 mai 2006 relative
au statut juridique externe des personnes condamnes une peine
privative de libert et aux droits reconnus la victime dans le cadre
des modalits dexcution de la peine, en ce qui concerne lentre
en vigueur (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.
Les Chambres ont adopt et Nous sanctionnons ce qui suit :

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in


artikel 77 van de Grondwet.

Article 1er. La prsente loi rgle une matire vise larticle 77 de la


Constitution.

Art. 2. In artikel 51 van de wet van 17 mei 2006 houdende oprichting


van strafuitvoeringsrechtbanken, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007 en 24 juli 2008, worden de woorden , en uiterlijk op
1 september 2012, vervangen door de woorden , en uiterlijk op
1 september 2013, .

Art. 2. Dans larticle 51 de la loi du 17 mai 2006 instaurant des


tribunaux de lapplication des peines, modifi par les lois des
21 dcembre 2007 et 24 juillet 2008, les mots , et au plus tard le
1er septembre 2012, sont remplacs par les mots , et au plus tard le
1er septembre 2013, .

Art. 3. In artikel 109 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de


externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de
aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007 en
24 juli 2008, worden de woorden , en uiterlijk op 1 september 2012
vervangen door de woorden , en uiterlijk op 1 september 2013 .

Art. 3. Dans larticle 109 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut


juridique externe des personnes condamnes une peine privative de
libert et aux droits reconnus la victime dans le cadre des modalits
dexcution de la peine, modifi par les lois des 21 dcembre 2007 et
24 juillet 2008, les mots , et au plus tard le 1er septembre 2012 sont
remplacs par les mots , et au plus tard le 1er septembre 2013 .

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met s Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Promulguons la prsente loi, ordonnons quelle soit revtue du sceau


de lEtat et publie par le Moniteur belge.

Gegeven te Chteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.

Donn Chteauneuf-de-Grasse, le 3 aot 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Justitie,


Mevr. A. TURTELBOOM

La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM

Met s Lands zegel gezegeld :


De minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Scell du sceau de lEtat :


La ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM

Nota

Note

(1) Zitting 2011-2012.


Kamer van volksvertegenwoordigers.
Stukken. Wetsvoorstel van Mevr. Van Cauter, de heer Brotcorne,
Mevr. Dom, de heer Goffin, Mevr. Temmerman en de heer Terwingen,
53-2357 - Nr. 1. Verslag, 53-2357 - Nr. 2. Tekst aangenomen in
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-2357 - Nr. 3.
Integraal verslag. 18 juli 2012.
Senaat.
Stukken. Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, 5-1768 - Nr. 1. Verslag, 5-1768 - Nr. 2. Tekst
aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, 5-1768 - Nr. 3.
Handelingen. 19 juli 2012.

(1) Session 2011-2012.


Chambre des reprsentants.
Documents. Proposition de loi de Mme Van Cauter, M. Brotcorne,
Mme Dom, M. Goffin, Mme Temmerman et M. Terwingen, 53-2357 N 1. Rapport, 53-2357 - N 2. Texte adopt en sance plnire et
transmis au Senat, 53-2357 - N 3.
Compte rendu intgral. 18 juillet 2012.
Snat.
Documents. Projet transmis par la Chambre des reprsentants,
5-1768 - N 1. Rapport, 5-1768 - N 2. Texte adopt en sance
plnire et soumis la sanction royale, 5-1768 - N 3.
Annales. 19 juillet 2012.

46945

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
N. 2012 2342 (2012 2259)

[C 2012/09330]

SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE


F. 2012 2342 (2012 2259)

[C 2012/09330]

12 JULI 2012. Koninklijk besluit tot vaststelling


van een minimum genormaliseerd rekeningenstelsel
voor verenigingen van mede-eigenaars. Erratum

12 JUILLET 2012. Arrt royal


fixant un plan comptable minimum normalis
pour les associations de copropritaires. Erratum

In het Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2012 werd het besluit


gepubliceerd zonder het advies van de Raad van State. Het ontbrekende advies van de Raad van State is het volgende :

Au Moniteur belge du 3 aot 2012, larrt a t publi sans lavis du


Conseil dEtat. Lavis du Conseil dEtat manquant est le suivant :

Advies 49.838/2 van 19 september 2011


van de afdeling Wetgeving
van de Raad van State
De Raad van State, afdeling Wetgeving, tweede kamer, op 15 juni 2011,
door de Minister van Justitie verzocht hem, van advies te dienen over
een ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van een minimum
genormaliseerd rekeningenstelsel voor verenigingen van medeeigenaars , heeft het volgende advies gegeven :
Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt,
vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het
ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot
het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel
gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte
bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving
geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de
regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het
vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Avis 49.838/2 du 19 septembre 2011


de la section de lgislation
du Conseil dEtat
Le Conseil dEtat, section de lgislation, deuxime chambre, saisi par
le Ministre de la Justice, le 15 juin 2011, dune demande davis sur un
projet darrt royal fixant un plan comptable minimum normalis
pour les associations de copropritaires , a donn lavis suivant :

Onderzoek van het ontwerp

Examen du projet

Compte tenu du moment o le prsent avis est donn, le Conseil


dEtat attire lattention sur le fait quen raison de la dmission du
Gouvernement, la comptence de celui-ci se trouve limite lexpdition des affaires courantes. Le prsent avis est toutefois donn sans quil
soit examin si le projet relve bien de la comptence ainsi limite, la
section de lgislation nayant pas connaissance de lensemble des
lments de fait que le Gouvernement peut prendre en considration
lorsquil doit apprcier la ncessit darrter ou de modifier des
dispositions rglementaires.

Aanhef
In de eerste aanhefverwijzing behoort geschreven te worden ingevoegd bij de wet van 2 juni 2010 .

Prambule
Au premier visa, il y a lieu dcrire insr par la loi du 2 juin 2010 .

Algemene opmerkingen
1. Artikel 577-8, 4, 17, van het Burgerlijk Wetboek, dat de
rechtsgrond vormt voor het ontwerp, machtigt de Koning om het
minimum genormaliseerd rekeningenstelsel vast te stellen volgens
hetwelk de syndicus de opdracht heeft de boekhouding van de
vereniging van mede-eigenaars te voeren op een duidelijke, nauwkeurige en gedetailleerde wijze.
In het verslag aan de Koning staat het volgende :
Teneinde de boekhouding van de vereniging van mede-eigenaars te
voeren op een duidelijke, nauwkeurige en gedetailleerde wijze, dient
het gebruik van dit rekeningenstelsel aan enkele regels onderworpen te
worden. In het besluit dat de Regering de eer heeft U voor te leggen,
worden bijgevolg bepaalde artikelen uit de wet van 17 juli 1975 op de
boekhouding van ondernemingen en uit het koninklijk besluit van
30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen
van toepassing verklaard op de boekhouding van verenigingen van
mede-eigenaars .

Observations gnrales
1. Larticle 577-8, 4, 17, du Code civil, qui sert de fondement au
projet, habilite le Roi tablir le plan comptable minimum normalis
suivant lequel le syndic est charg de tenir les comptes de lassociation
des copropritaires de manire claire, prcise et dtaille.

De vaststelling van de regels betreffende de boekhouding van


ondernemingen gaat evenwel verder dan de voornoemde machtiging,
althans wanneer deze meer inhouden dan een loutere precisering wat
betreft de onderdelen van het minimum genormaliseerd rekeningenstelsel.

Ltablissement des rgles relatives la comptabilit des entreprises


excde cependant lhabilitation prcite, tout le moins lorsquelles
vont au-del dune simple prcision concernant les rubriques du plan
comptable minimum normalis.

2. Door bovendien een aantal bepalingen van de voornoemde wet


van 17 juli 1975 en van het voornoemde koninklijk besluit van
30 januari 2001 toepasselijk te verklaren, was het de bedoeling van de
steller van het ontwerp om te werken met een dynamische verwijzing
(1), in die zin dat de bepalingen waarnaar verwezen wordt van
toepassing zullen zijn met de eventuele wijzigingen die deze in de
toekomst nog zouden kunnen ondergaan.

2. En outre, en dclarant applicables certaines dispositions de la loi


du 17 juillet 1975 et de larrt royal du 30 janvier 2001 prcits, lauteur
du projet a entendu procder une rfrence dynamique (1), en ce sens
que les dispositions auxquelles il est rfr sappliqueront avec leurs
modifications futures ventuelles.

De aandacht van de steller van het ontwerp wordt evenwel gevestigd


op het feit dat, door te verwijzen naar bepaalde onderdelen van
artikelen (paragrafen, leden, zinnen), het gevaar bestaat dat de
verwijzing niet meer klopt wanneer de structuur van het desbetreffende
artikel wijzigingen ondergaat.

Lattention de lauteur du projet est cependant attire sur le fait quen


renvoyant certaines parties darticles (paragraphes, alinas, phrases),
il sexpose au risque quun changement dans la structure de larticle
concern rende le renvoi inexact.

3. In een koninklijk besluit behoren geen wetsbepalingen toepasselijk


verklaard te worden die een machtiging aan de Koning bevatten. Dat is
het geval met artikel 4, zesde lid, en artikel 9, 2, tweede lid, van de wet
van 17 juli 1975 waarnaar verwezen wordt in artikel 2.

3. Il ny a pas lieu, dans un arrt royal, de dclarer applicables des


dispositions lgislatives donnant une habilitation au Roi. Tel est le cas
des articles 4, alina 6, et 9, 2, alina 2, de la loi du 17 juillet 1975,
laquelle il est renvoy par larticle 2.

4. Het ontwerp moet bijgevolg worden herzien.


De volgende bijzondere opmerkingen worden geformuleerd onder
voorbehoud van deze algemene opmerkingen.

Selon le rapport au Roi,


En vue de tenir la comptabilit de lassociation des copropritaires
de manire claire prcise et dtaille, lutilisation de ce plan comptable
doit tre soumise quelques rgles. En consquence, larrt que le
Gouvernement a lhonneur de Vous soumettre dclare applicables la
comptabilit des associations de copropritaires certains articles de la
loi du 17 juillet 1975 relative la comptabilit des entreprises et de
larrt royal du 30 janvier 2001 portant excution du Code des
socits .

4. En consquence, le projet doit tre revu.


Cest sous rserve de ces observations gnrales que les observations
particulires qui suivent sont formules.

46946

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Bijzondere opmerkingen

Observations particulires

Dispositief

Dispositif

Artikel 1

Article 1er

Er behoort te worden gepreciseerd dat het minimum genormaliseerd


rekeningenstelsel dat is wat genoemd wordt in artikel 4, zesde lid, van
de voornoemde wet van 17 juli 1975 en dat vastgesteld wordt in de
bijlage bij het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van
de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel.

Il y a lieu de prciser que le plan comptable minimum normalis est


celui vis larticle 4, alina 6, de la loi du 17 juillet 1975 prcite et fix
en annexe de larrt royal du 12 septembre 1983 dterminant la teneur
et la prsentation dun plan comptable minimum normalis.

Artikel 3

Article 3

1. Uit het rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het verslag aan de
Koning blijkt dat klasse 2 het opschrift draagt Vaste activa en
borgtochten en niet meer Oprichtingskosten, vaste activa en vorderingen op meer dan een jaar , zoals in het minimum genormaliseerd
rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het voornoemde koninklijk
besluit van 12 september 1983. Deze wijziging dient vermeld te worden
in artikel 3, 2, van het ontwerp.

1. Il rsulte du plan comptable joint en annexe au rapport au Roi que


la classe 2 est intitule Immobilisations et cautionnements et non
plus Frais dtablissement, actifs immobiliers et crances plus dun
an , comme dans le plan comptable minimum normalis annex
larrt royal du 12 septembre 1983 prcit. Il y a lieu de mentionner
cette modification larticle 3, 2, du projet.

2. In punt 2, tweede lid, schrijve men : Rekeningengroep 28


Financile vaste activa wordt vervangen door de rekening Betaalde
borgtochten . Uit het rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het
verslag aan de Koning blijkt immers dat de steller van het ontwerp de
onderverdelingen van rekeningengroep 28 uit het minimum genormaliseerd rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het voornoemde
koninklijk besluit van 12 september 1983, schrapt.

2. Au 2, alina 2, il y a lieu dcrire : Le groupe de comptes 28


Immobilisations financires est remplac par le compte Cautionnement
verss . En effet, il rsulte du plan comptable joint en annexe au
rapport au Roi que lauteur du projet supprime les subdivisions du
groupe de compte 28 figurant dans le plan comptable minimum
normalis annex larrt royal du 12 septembre 1983 prcit.

3. In punt 4 moet worden vermeld dat het opschrift van rekeningengroep 41 Overige vorderingen vervangen wordt door Vorderingen , zoals blijkt uit het rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het
verslag aan de Koning.

3. Au 4, il y a lieu de mentionner que lintitul du groupe de


comptes 41 Autres crances est remplac par Crances , comme
cela rsulte du plan comptable joint en annexe au rapport au Roi.

4. Uit het rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het verslag aan de
Koning blijkt dat wijzigingen worden aangebracht in rekeningengroep 63 en dat de bewoordingen van de rekeningen 641 en 642
gewijzigd zijn. Deze wijzigingen behoren vermeld te worden in
artikel 3, 6, van het ontwerp.

4. Il rsulte du plan comptable joint en annexe au rapport au Roi que


des modifications sont apportes au groupe de comptes 63 et que le
libell des comptes 641 et 642 a t modifi. Il y a lieu de mentionner ces
modifications larticle 3, 6, du projet.

5. Uit het rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het verslag aan de
Koning blijkt dat bepaalde onderverdelingen verdwenen zijn in
vergelijking met het rekeningenstelsel dat als bijlage gaat bij het
voornoemde koninklijk besluit van 12 september 1983 (1700 en 1701,
210, 212, 250, 411 tot 414, 418, 441, 480, 488, 617 en 618, 643 tot 649, 651
tot 656). Het schrappen van deze onderverdelingen kan enkel worden
toegestaan in zoverre dit voortvloeit uit de toepassing van artikel 4 van
het ontwerp dat luidt als volgt :

5. Il rsulte du plan comptable joint en annexe au rapport au Roi que


certaines rubriques ont disparu par rapport au plan comptable annex
larrt royal du 12 septembre 1983 prcit (1700 et 1701, 210, 212,
250, 411 414, 418, 441, 480, 488, 617 et 618, 643 649, 651 656). Ces
suppressions ne peuvent tre admises que dans la mesure o elles sont
lapplication de larticle 4 du projet qui dispose que

De rekeningen van het rekeningenstelsel die voor een vereniging


van mede-eigenaars niet dienstig zijn, moeten niet in haar rekeningenstelsel voorkomen.

Les comptes du plan comptable qui ne prsentent pas dutilit pour


une association de copropritaires ne doivent pas figurer dans le plan
comptable.

Artikel 7

Article 7

Er behoort geschreven te worden : vanaf 1 januari 2013 en niet


vanaf 31 december 2012 .

Il convient dcrire : compter du 1er janvier 2013 et non


compter du 31 dcembre 2012 .
La chambre tait compose de :

De kamer was samengesteld uit :

MM. :

de heren :
Y. Kreins, kamervoorzitter,

Y. Kreins, prsident de chambre,

P. Vandernoot, Mevr. M. Baguet, staatsraden,

P. Vandernoot, Mme M. Baguet, conseillers dEtat,

de heer S. Van Drooghenbroeck, assessor van de afdeling Wetgeving,

M. S. Van Drooghenbroeck, assesseur de la section de lgislation,

Mevr. A.-C. Van Geersdaele, griffier.

Mme A.-C. Van Geersdaele, greffier.

Het verslag werd uitgebracht door de Heer A. Lefebvre, eerste


auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd
nagezien onder toezicht van Mevr. M. Baguet.
De Griffier,
A.-C. Van Geersdaele

De voorzitter,
Y. Kreins.

(1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het


opstellen van weigevende en reglementaire teksten, www.raadvstconsetat.be, tab wetgevingstechniek, aanbeveling 74.

Le rapport a t prsent par M. A. Lefebvre, premier auditeur.


La concordance entre la version franc aise et la version nerlandaise a
t vrifie sous le contrle de Mme M. Baguet.
Le greffier,
A.-C. Van Geersdaele.

Le prsident,
Y. Kreins.

(1) Principes de technique lgislative - Guide de rdaction des textes


lgislatifs et rglementaires, www.raadvst-consetat.be, onglet technique lgislative, recommandation n 74.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46947

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

SERVICE PUBLIC FEDERAL INTERIEUR

N. 2012 2343
[2012/203908]
21 MAART 1804. Burgerlijk Wetboek, Boek III, Titel XVIII
Officieuze cordinatie in het Duits van de federale versie

F. 2012 2343
[2012/203908]
21 MARS 1804. Code civil, Livre III, Titre XVIII
Coordination officieuse en langue allemande de la version fdrale

De hiernavolgende tekst is de officieuze cordinatie in het Duits van


de federale versie van Titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk
Wetboek (Belgisch Staatsblad van 3 september 1807), zoals die achtereenvolgens werd gewijzigd bij :
de wet van 16 december 1851 sur la rvision du rgime
hypothcaire (Belgisch Staatsblad van 22 december 1851);
de wet van 28 december 1873 apportant des modifications la
loi du 18 juin 1850 sur le rgime des alins (Belgisch Staatsblad van
27 januari 1874);
de wet van 15 april 1889 houdende wijziging aan artikel 80 der
hypotheekwet (Belgisch Staatsblad van 6-7 mei 1889);
de wet van 24 december 1903 op de vergoeding der schade
voortspruitende uit arbeidsongevallen (Belgisch Staatsblad van
28-29 december 1903);
de wet van 12 augustus 1911 tot afschaffing van de voorafgaande
poging tot verzoening (Belgisch Staatsblad van 19 augustus 1911);
de wet van 10 oktober 1913 brengende wijzigingen in de
hypotheekwet en in de wet op de gedwongen onteigening en regelende
opnieuw de inrichting van de bewaring der hypotheken (Belgisch
Staatsblad van 21 december 1913);
de wet van 7 augustus 1922 op de bediendenarbeidsovereenkomst
(Belgisch Staatsblad van 16-17 augustus 1922);
de wet van 8 juli 1924 tot herziening en aanvulling van de
bepalingen van het Burgerlijk Wetboek over mede-eigendom (Belgisch
Staatsblad van 13 juli 1924);
de wet van 7 maart 1929 tot herziening van de artikelen van het
Burgerlijk Wetboek betreffende de landpacht (Belgisch Staatsblad van
20 maart 1929);
de wet van 1 augustus 1930 betreffende het pensioenstelsel der
mijnwerkers (Belgisch Staatsblad van 3 september 1930);
het besluit van 14 juli 1933 betreffende het nummeren en het
korttekenen van sommige registers van de hypotheekbewaarders en
van de ontvangers der registratie en domeinen (Belgisch Staatsblad van
24-25 juli 1933);
het koninklijk besluit nr. 290 van 30 maart 1936 tot wijziging en
aanvulling van de wet d.d. 4 Augustus 1930, waarbij de gezinsvergoedingen werden veralgemeend (Belgisch Staatsblad van 7 april 1936);
de wet van 24 mei 1937 waarbij een voorrecht ten bate van de
slachtoffers van ongevallen wordt voorzien (Belgisch Staatsblad van
27 mei 1937);
het koninklijk besluit nr. 64 van 30 november 1939 houdende het
Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Belgisch Staatsblad van 1 december 1939);
het koninklijk besluit van 19 december 1939 tot samenvatting van
de wet van 4 Augustus 1930 betreffende de kindertoeslagen voor de
loonarbeiders, en de koninklijke besluiten krachtens een latere wetgevende delegatie genomen (Belgisch Staatsblad van 22 december 1939);
de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (Belgisch Staatsblad van 30 december 1944,
err. van 25 januari 1945);
de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke
zekerheid van de mijnwerkers en er mee gelijkgestelden (Belgisch
Staatsblad van 1 februari 1945);
de besluitwet van 3 januari 1946 betreffende het jaarlijksch verlof
van de loontrekkende arbeiders (Belgisch Staatsblad van 22 februari 1946);
de besluitwet van 6 september 1946 tot wijziging der besluitwet
d.d. 28 December 1944 betreffende de maatschappelijke verzekering der
arbeiders (Belgisch Staatsblad van 26 september 1946);
het besluit van de Regent van 12 september 1946 tot samenordening van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke
gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood (Belgisch Staatsblad van
21 september 1946);
de besluitwet van 25 februari 1947 tot samenvoeging en wijziging
van de wetten betreffende het pensioenstelsel voor de mijnwerkers en
de er mee gelijkgestelden (Belgisch Staatsblad van 19 april 1947, err. van
12 mei 1947);
het besluit van de Regent van 26 juni 1947 houdende het Wetboek
der zegelrechten (Belgisch Staatsblad van 14 augustus 1947);
de wet van 11 maart 1954 tot wijziging en aanvulling van de wet
van 7 Augustus 1922 op het bediendencontract en tot wijziging van de
wet van 16 December 1851 op de voorrechten en hypotheken, gewijzigd
bij de besluitwet van 28 Februari 1947 (Belgisch Staatsblad van
20 maart 1954);

Le texte qui suit constitue la coordination officieuse en langue


allemande de la version fdrale du Titre XVIII du Livre III du Code
civil (Moniteur belge du 3 septembre 1807), tel quil a t modifi
successivement par :
la loi du 16 dcembre 1851 sur la rvision du rgime hypothcaire
(Moniteur belge du 22 dcembre 1851);
la loi du 28 dcembre 1873 apportant des modifications la loi du
18 juin 1850 sur le rgime des alins (Moniteur belge du 27 janvier 1874);
la loi du 15 avril 1889 apportant des modifications larticle 80 de
la loi hypothcaire (Moniteur belge du 6-7 mai 1889);
la loi du 24 dcembre 1903 sur la rparation des dommages
rsultant des accidents du travail (Moniteur belge du 28-29 dcembre 1903);
la loi du 12 aot 1911 portant suppression du prliminaire de
conciliation (Moniteur belge du 19 aot 1911);
la loi du 10 octobre 1913 apportant des modifications la loi
hypothcaire et la loi sur lexpropriation force et rglant nouveau
lorganisation de la conservation des hypothques (Moniteur belge du
21 dcembre 1913);
la loi du 7 aot 1922 relative au contrat demploi (Moniteur belge du
16-17 aot 1922);
la loi du 8 juillet 1924 rvisant et compltant les dispositions du
Code civil relatives la coproprit (Moniteur belge du 13 juillet 1924);
la loi du 7 mars 1929 portant rvisions des articles du Code civil
relatifs au bail ferme (Moniteur belge du 20 mars 1929);
la loi du 1er aot 1930 concernant le rgime de retraite des ouvriers
mineurs (Moniteur belge du 3 septembre 1930);
larrt du 14 juillet 1933 concernant la cote et le paraphe de
certains registres des conservateurs des hypothques et des receveurs
de lenregistrement et des domaines (Moniteur belge du 24-25 juillet 1933);
larrt royal no 290 du 30 mars 1936 modifiant et compltant la loi
du 4 aot 1930, qui gnralisa les allocations familiales (Moniteur belge
du 7 avril 1936);
la loi du 24 mai 1937 crant un privilge au profit des personnes
accidentes (Moniteur belge du 27 mai 1937);
larrt royal no 64 du 30 novembre 1939 contenant le Code des
droits denregistrement, dhypothque et de greffe (Moniteur belge du
1er dcembre 1939);
larrt royal du 19 dcembre 1939 coordonnant la loi du
4 aot 1930, relative aux allocations familiales pour travailleurs salaris,
et les arrts royaux pris en vertu dune dlgation lgislative ultrieure
(Moniteur belge du 22 dcembre 1939);
larrt-loi du 28 dcembre 1944 concernant la scurit sociale des
travailleurs (Moniteur belge du 30 dcembre 1944, err. du 25 janvier 1945);
larrt-loi du 10 janvier 1945 concernant la scurit sociale des
ouvriers mineurs et assimils (Moniteur belge du 1er fvrier 1945);
larrt-loi du 3 janvier 1946 concernant les vacances annuelles des
travailleurs salaris (Moniteur belge du 22 fvrier 1946);
larrt-loi du 6 septembre 1946 modifiant larrt-loi du 28 dcembre 1944, concernant la scurit sociale des travailleurs (Moniteur belge
du 26 septembre 1946);
larrt du Rgent du 12 septembre 1946 coordonnant les lois
relatives lassurance en vue de la vieillesse et du dcs prmatur
(Moniteur belge du 21 septembre 1946);
larrt-loi du 25 fvrier 1947 coordonnant et modifiant les lois sur
le rgime de retraite des ouvriers mineurs et assimils (Moniteur belge
du 19 avril 1947, err. du 12 mai 1947);
larrt du Rgent du 26 juin 1947 contenant le Code des droits de
timbre (Moniteur belge du 14 aot 1947);
la loi du 11 mars 1954 modifiant et compltant la loi du 7 aot 1922
sur le contrat demploi et modifiant la loi du 16 dcembre 1851 sur les
privilges et hypothques, modifie par larrt-loi du 28 fvrier 1947
(Moniteur belge du 20 mars 1954);

46948

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

de wet van 29 juli 1957 tot wijziging van artikel 20, 5o, van de wet
van 16 December 1851 op de voorrechten en hypotheken en van artikel
546 van de wet van 18 April 1851 over de faillissementen, bankbreuken
en uitstellen en tot afschaffing van artikel 80, 1o, van het koninklijk
besluit nr. 64 van 30 November 1939, houdende het Wetboek der
registratie-, hypotheek- en griffierechten (Belgisch Staatsblad van 5-6 augustus 1957);
de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958);
de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een Sociaal Fonds voor
de diamantarbeiders (Belgisch Staatsblad van 7 mei 1960);
de wet van 27 juni 1960 betreffende de schadeloosstelling van de
werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen
(Belgisch Staatsblad van 30 juni 1960);
de wet van 20 juli 1960 tot invoering van het gewaarborgd
weekloon (Belgisch Staatsblad van 22-23 juli 1960);
de wet van 10 december 1962 tot wijziging van de wetten van
10 maart 1900 op het arbeidscontract, van 20 juli 1960 tot invoering van
het gewaarborgd weekloon, van de wetten betreffende het bediendencontract geordend bij het koninklijk besluit van 20 juli 1955 en van de
wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op
binnenschepen (Belgisch Staatsblad van 15 december 1962);
de wet van 24 december 1962 tot oprichting van een Nationale
Sociale Commissie voor de kleine ondernemingen (Belgisch Staatsblad
van 29 december 1962);
de wet van 12 februari 1963 betreffende de inrichting van een
ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de
vrijwillig verzekerden (Belgisch Staatsblad van 2 maart 1963);
de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon
der werknemers (Belgisch Staatsblad van 30 april 1965);
de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de
werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen
(Belgisch Staatsblad van 2 juli 1966);
het koninklijk besluit nr. 2, van 18 april 1967, betreffende de
gezondmaking van de steenkolenvestigingen, die aan hun eerste
bestemming zijn onttrokken (Belgisch Staatsblad van 20 april 1967);
de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek
(Belgisch Staatsblad van 31 oktober 1967);
het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het
rust- en overlevingspensioen voor werknemers (Belgisch Staatsblad van
27 oktober 1967);
de wet van 18 december 1968 tot wijziging van de wet van
7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid (Belgisch
Staatsblad van 30 januari 1969);
de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging (Belgisch Staatsblad van 1 mei 1971, err.
van 14 juli 1971);
de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (Belgisch Staatsblad van
24 april 1971);
de wet van 13 april 1971 tot wijziging van de wet van 12 april 1960
tot oprichting van een Sociaal Fonds voor de diamantarbeiders (Belgisch
Staatsblad van 4 mei 1971);
de wet van 28 juli 1971 tot herziening van de wetgeving op de
sluiting van ondernemingen (Belgisch Staatsblad van 21 augustus 1971);
de wet van 4 juli 1972 betreffende de aansprakelijkheid van
hotelhouders (Belgisch Staatsblad van 19 augustus 1972);
de wet van 14 juli 1976 betreffende de wederzijdse rechten en
verplichtingen van echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels
(Belgisch Staatsblad van 18 september 1976);
de wet van 10 januari 1977 houdende regeling van de schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door het winnen en het pompen van
grondwater (Belgisch Staatsblad van 8 februari 1977, err. van
24 februari 1977);
het koninklijk besluit nr. 208 van 23 september 1983 tot oprichting
van een Hulpfonds tot financieel herstel van de gemeenten (Belgisch
Staatsblad van 7 oktober 1983);
de wet van 19 februari 1990 tot aanvulling van artikel 20 van de
hypotheekwet en tot wijziging van artikel 1798 van het Burgerlijk
Wetboek met het oog op de bescherming van de onderaannemers
(Belgisch Staatsblad van 24 maart 1990);
de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de
landsbonden van ziekenfondsen (Belgisch Staatsblad van 28 september 1990);
de wet van 18 juli 1991 betreffende de bescherming van de
goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand
geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren (Belgisch Staatsblad
van 26 juli 1991);
de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst
(Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1992);

la loi du 29 juillet 1957 portant modification de larticle 20, 5o, de


la loi du 16 dcembre 1851 sur les privilges et hypothques et de
larticle 546 de la loi du 18 avril 1851 sur les faillites, banqueroutes et
sursis et portant abrogation de larticle 80, 1o, de larrt royal du
30 novembre 1939, no 64, contenant le Code des droits denregistrement,
dhypothque et de greffe (Moniteur belge du 5-6 aot 1957);
la loi du 7 janvier 1958 concernant les Fonds de scurit
dexistence (Moniteur belge du 7 fvrier 1958);
la loi du 12 avril 1960 portant cration dun Fonds social pour les
ouvriers diamantaires (Moniteur belge du 7 mai 1960);
la loi du 27 juin 1960 relative lindemnisation des travailleurs
licencis en cas de fermeture dentreprises (Moniteur belge du 30 juin 1960);
la loi du 20 juillet 1960 instaurant le salaire hebdomadaire garanti
(Moniteur belge du 22-23 juillet 1960);
la loi du 10 dcembre 1962 modifiant les lois du 10 mars 1900 sur
le contrat de travail, du 20 juillet 1960, instaurant le salaire hebdomadaire garanti, les lois sur le contrat demploi coordonnes par larrt
royal du 20 juillet 1955 et la loi du 1er avril 1936 sur les contrats
dengagement pour le service des btiments de navigation intrieure
(Moniteur belge du 15 dcembre 1962);
la loi du 24 dcembre 1962 instituant une Commission sociale
nationale pour les petites entreprises (Moniteur belge du 29 dcembre 1962);
la loi du 12 fvrier 1963 relative lorganisation dun rgime de
pension de retraite et de survie au profit des assurs libres (Moniteur
belge du 2 mars 1963);
la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rmunration
des travailleurs (Moniteur belge du 30 avril 1965);
la loi du 28 juin 1966 relative lindemnisation des travailleurs
licencis en cas de fermeture dentreprises (Moniteur belge du
2 juillet 1966);
larrt royal no 2, du 18 avril 1967, sur lassainissement des sites
charbonniers dsaffects (Moniteur belge du 20 avril 1967);
la loi du 10 octobre 1967 contenant le Code judiciaire (Moniteur
belge du 31 octobre 1967);
larrt royal no 50 du 24 octobre 1967 relatif la pension de
retraite et de survie des travailleurs salaris (Moniteur belge du
27 octobre 1967);
la loi du 18 dcembre 1968 modifiant la loi du 7 janvier 1958
concernant les Fonds de scurit dexistence (Moniteur belge du
30 janvier 1969);
la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre
la pollution (Moniteur belge du 1er mai 1971, err. du 14 juillet 1971);
la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail (Moniteur belge
du 24 avril 1971);
la loi du 13 avril 1971 modifiant la loi du 12 avril 1960 portant
cration dun Fonds social pour les ouvriers diamantaires (Moniteur
belge du 4 mai 1971);
la loi du 28 juillet 1971 portant rvision de la lgislation concernant
la fermeture dentreprises (Moniteur belge du 21 aot 1971);
la loi du 4 juillet 1972 relative la responsabilit des hteliers
(Moniteur belge du 19 aot 1972);
la loi du 14 juillet 1976 relative aux droits et devoirs respectifs des
poux et aux rgimes matrimoniaux (Moniteur belge du 18 septembre 1976);
la loi du 10 janvier 1977 organisant la rparation des dommages
provoqus par des prises et des pompages deau souterraine (Moniteur
belge du 8 fvrier 1977, err. du 24 fvrier 1977);
larrt royal no 208 du 23 septembre 1983 crant un Fonds daide
au redressement financier des communes (Moniteur belge du 7 octobre 1983);
la loi du 19 fvrier 1990 compltant larticle 20 de la loi
hypothcaire et modifiant larticle 1798 du Code civil en vue de
protger les sous-traitants (Moniteur belge du 24 mars 1990);
la loi du 6 aot 1990 relative aux mutualits et aux unions
nationales de mutualits (Moniteur belge du 28 septembre 1990);
la loi du 18 juillet 1991 relative la protection des biens des
personnes totalement ou partiellement incapables den assumer la
gestion en raison de leur tat physique ou mental (Moniteur belge du
26 juillet 1991);
la loi du 25 juin 1992 sur le contrat dassurance terrestre (Moniteur
belge du 20 aot 1992);

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46949

de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet (Belgisch


Staatsblad van 19 augustus 1992);

la loi du 4 aot 1992 relative au crdit hypothcaire (Moniteur belge


du 19 aot 1992);

de wet van 16 maart 1994 houdende wijziging van sommige


bepalingen van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst (Belgisch Staatsblad van 4 mei 1994);

la loi du 16 mars 1994 portant modification de certaines


dispositions de la loi du 25 juin 1992 sur le contrat dassurance terrestre
(Moniteur belge du 4 mai 1994);

de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de


naburige rechten (Belgisch Staatsblad van 27 juli 1994, err. van 5 november 1994 en 22 november 1994);

la loi du 30 juin 1994 relative au droit dauteur et aux droits voisins


(Moniteur belge du 27 juillet 1994, err. des 5 novembre 1994 et
22 novembre 1994);

de wet van 30 juni 1994 tot wijziging en aanvulling van de


bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de mede-eigendom
(Belgisch Staatsblad van 26 juli 1994);

la loi du 30 juin 1994 modifiant et compltant les dispositions du


Code civil relatives la coproprit (Moniteur belge du 26 juillet 1994);

de wet van 9 februari 1995 tot wijziging van de hypotheekwet van


16 december 1851 (Belgisch Staatsblad van 18 maart 1995);

la loi du 9 fvrier 1995 modifiant la loi hypothcaire du


16 dcembre 1851 (Moniteur belge du 18 mars 1995);

de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling


en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen
onroerende goederen (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1998, err. van
18 september 1998);

la loi du 5 juillet 1998 relative au rglement collectif de dettes et


la possibilit de vente de gr gr des biens immeubles saisis (Moniteur
belge du 31 juillet 1998, err. du 18 septembre 1998);

de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de
weg (Belgisch Staatsblad van 30 juni 1999);

la loi du 3 mai 1999 relative au transport de choses par route


(Moniteur belge du 30 juin 1999);

de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de


wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in
artikel 78 van de Grondwet (Belgisch Staatsblad van 29 juli 2000);

la loi du 26 juin 2000 relative lintroduction de leuro dans la


lgislation concernant les matires vises larticle 78 de la Constitution
(Moniteur belge du 29 juillet 2000);

de wet van 29 april 2001 tot wijziging van verscheidene


wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen (Belgisch Staatsblad van 31 mei 2001);

la loi du 29 avril 2001 modifiant diverses dispositions lgales en


matire de tutelle des mineurs (Moniteur belge du 31 mai 2001);

de wet van 10 augustus 2001 houdende de aanpassing van de


arbeidsongevallenverzekering aan de Europese richtlijnen betreffende
de directe verzekering met uitzondering van de levensverzekering
(Belgisch Staatsblad van 7 september 2001);

la loi du 10 aot 2001 portant adaptation de lassurance contre les


accidents du travail aux directives europennes concernant lassurance
directe autre que lassurance sur la vie (Moniteur belge du 7 septembre 2001);

de wet van 14 januari 2002 houdende maatregelen inzake


gezondheidszorg (Belgisch Staatsblad van 22 februari 2002);

la loi du 14 janvier 2002 portant des mesures en matire de soins


de sant (Moniteur belge du 22 fvrier 2002);

de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen (Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2002, err. van 4 december 2002);

la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures dentreprises


(Moniteur belge du 9 aot 2002, err. du 4 dcembre 2002);

de wet van 13 februari 2003 tot openstelling van het huwelijk voor
personen van hetzelfde geslacht en tot wijziging van een aantal
bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (Belgisch Staatsblad van
28 februari 2003);

la loi du 13 fvrier 2003 ouvrant le mariage des personnes de


mme sexe et modifiant certaines dispositions du Code civil (Moniteur
belge du 28 fvrier 2003);

de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende


het sociaal overleg (Belgisch Staatsblad van 19 juli 2005, err. van
7 september 2005);

la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives


la concertation sociale (Moniteur belge du 19 juillet 2005, err. du
7 septembre 2005);

de wet van 11 juli 2006 tot wijziging van de wet van 26 juni 2002
betreffende de sluiting van de ondernemingen (Belgisch Staatsblad van
24 augustus 2006);

la loi du 11 juillet 2006 modifiant la loi du 26 juin 2002 relative aux


fermetures dentreprises (Moniteur belge du 24 aot 2006);

de wet van 13 juli 2006 houdende diverse bepalingen inzake


beroepsziekten en arbeidsongevallen en inzake beroepsherinschakeling
(Belgisch Staatsblad van 1 september 2006);

la loi du 13 juillet 2006 portant des dispositions diverses en matire


de maladies professionnelles et daccidents du travail et en matire de
rinsertion professionnelle (Moniteur belge du 1er septembre 2006);

de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch


Staatsblad van 28 juli 2006);

la loi du 20 juillet 2006 portant des dispositions diverses (Moniteur


belge du 28 juillet 2006);

de wet van 19 december 2006 tot omvorming van het Wetboek der
met het zegel gelijkgestelde taksen tot het Wetboek diverse rechten en
taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende
verscheidene andere wetswijzigingen (Belgisch Staatsblad van 29 december 2006);

la loi du 19 dcembre 2006 transformant le Code des taxes


assimiles au timbre en Code des droits et taxes divers, abrogeant le
Code des droits de timbre et portant diverses autres modifications
lgislatives (Moniteur belge du 29 dcembre 2006);

de wet van 1 maart 2007 houdende diverse bepalingen (III)


(Belgisch Staatsblad van 14 maart 2007);

la loi du 1er mars 2007 portant des dispositions diverses (III)


(Moniteur belge du 14 mars 2007);

de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV)


(Belgisch Staatsblad van 8 mei 2007, err. van 8 oktober 2007);

la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV)


(Moniteur belge du 8 mai 2007, err. du 8 octobre 2007);

de wet van 9 mei 2007 tot wijziging van diverse bepalingen


betreffende de afwezigheid en de gerechtelijke verklaring van overlijden (Belgisch Staatsblad van 21 juni 2007);

la loi du 9 mai 2007 modifiant diverses dispositions relatives


labsence et la dclaration judiciaire de dcs (Moniteur belge du
21 juin 2007);

de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen (Belgisch


Staatsblad van 19 mei 2009);

la loi du 6 mai 2009 portant des dispositions diverses (Moniteur


belge du 19 mai 2009);

de wet van 22 december 2009 houdende fiscale en diverse


bepalingen (Belgisch Staatsblad van 31 december 2009, err. van 2 april 2010
en 14 maart 2011).

la loi du 22 dcembre 2009 portant des dispositions fiscales et


diverses (Moniteur belge du 31 dcembre 2009, err. des 2 avril 2010 et
14 mars 2011).

Deze officieuze cordinatie in het Duits is opgemaakt door de


Centrale Dienst voor Duitse vertaling in Malmedy.

Cette coordination officieuse en langue allemande a t tablie par le


Service central de traduction allemande Malmedy.

46950

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


FDERALER FFENTLICHER DIENST INNERES
D. 2012 2343
[2012/203908]
21. MRZ 1804 Zivilgesetzbuch, Buch III, Titel XVIII - Inoffizielle Koordinierung in deutscher
Sprache der fderalen Fassung
Der folgende Text ist die inoffizielle Koordinierung in deutscher Sprache der fderalen Fassung des Titels XVIII
von Buch III des Zivilgesetzbuches, so wie er nacheinander abgendert worden ist durch:
das Gesetz vom 16. Dezember 1851 ber die Revision der Hypothekenordnung,
das Gesetz vom 28. Dezember 1873 zur Abnderung des Gesetzes vom 18. Juni 1850 ber die Regelung fr
Geisteskranke,
das Gesetz vom 15. April 1889 zur Abnderung von Artikel 80 des Hypothekengesetzes,
das Gesetz vom 24. Dezember 1903 ber den Schadenersatz fr Arbeitsunflle,
das Gesetz vom 12. August 1911 zur Abschaffung des vorausgehenden Gteverfahrens,
das Gesetz vom 10. Oktober 1913 zur Abnderung des Hypothekengesetzes und des Gesetzes ber die
Zwangsenteignung und zur Neuregelung der Einrichtung des Hypothekenamtes,
das Gesetz vom 7. August 1922 ber den Angestelltenvertrag,
das Gesetz vom 8. Juli 1924 zur Revision und Ergnzung der Bestimmungen des Zivilgesetzbuches ber das
Miteigentum,
das Gesetz vom 7. Mrz 1929 zur Revision der Artikel des Zivilgesetzbuches ber den Landpachtvertrag,
das Gesetz vom 1. August 1930 ber die Ruhestandsregelung der Bergarbeiter,
den Erlass vom 14. Juli 1933 ber das Nummerieren und Paraphieren bestimmter Register des Hypothekenbewahrers und der Einnehmer des Registrierungs- und Domnenamtes,
den Kniglichen Erlass Nr. 290 vom 30. Mrz 1936 zur Abnderung und Ergnzung des Gesetzes vom
4. August 1930 zur Verallgemeinerung der Familienbeihilfen,
das Gesetz vom 24. Mai 1937 zur Schaffung eines Vorzugsrechtes fr Unfallopfer,
den Kniglichen Erlass Nr. 64 vom 30. November 1939 zur Einfhrung des Registrierungs-, Hypotheken- und
Kanzleigebhrengesetzbuches,
den Kniglichen Erlass vom 19. Dezember 1939 zur Koordinierung des Gesetzes vom 4. August 1930 ber die
Familienbeihilfen fr Lohnempfnger und der Kniglichen Erlasse, die aufgrund einer gesetzlichen Vollmachtserteilung ergangen sind,
das Erlassgesetz vom 28. Dezember 1944 ber die soziale Sicherheit der Arbeitnehmer,
das Erlassgesetz vom 10. Januar 1945 ber die soziale Sicherheit der Bergarbeiter und der ihnen gleichgestellten
Personen,
das Erlassgesetz vom 3. Januar 1946 ber den Jahresurlaub der Lohnempfnger,
das Erlassgesetz vom 6. September 1946 zur Abnderung des Erlassgesetzes vom 28. Dezember 1944 ber die
soziale Sicherheit der Arbeitnehmer,
den Erlass des Regenten vom 12. September 1946 zur Koordinierung der Gesetze ber die Versicherung im
Hinblick auf das Alter und den vorzeitigen Tod,
das Erlassgesetz vom 25. Februar 1947 zur Koordinierung und Abnderung der Gesetze ber die
Ruhestandsregelung der Bergarbeiter und der ihnen gleichgestellten Personen,
den Erlass des Regenten vom 26. Juni 1947 zur Einfhrung des Stempelsteuergesetzbuches,
das Gesetz vom 11. Mrz 1954 zur Abnderung und Ergnzung des Gesetzes vom 7. August 1922 ber den
Angestelltenvertrag und zur Abnderung des Gesetzes vom 16. Dezember 1851 ber die Vorzugsrechte und die
Hypotheken, abgendert durch das Erlassgesetz vom 28. Februar 1947,
das Gesetz vom 29. Juli 1957 zur Abnderung von Artikel 20 Nr. 5 des Gesetzes vom 16. Dezember 1851 ber
die Vorzugsrechte und die Hypotheken und von Artikel 546 des Gesetzes vom 18. April 1851 ber den Konkurs, den
Bankrott und den Zahlungsaufschub und zur Aufhebung von Artikel 80 Nr. 1 des Kniglichen Erlasses Nr. 64 vom
30. November 1939 zur Einfhrung des Registrierungs-, Hypotheken- und Kanzleigebhrengesetzbuches,
das Gesetz vom 7. Januar 1958 ber die Fonds fr Existenzsicherheit (Belgisches Staatsblatt vom 31. Mrz 2011),
das Gesetz vom 12. April 1960 zur Schaffung eines Sozialfonds fr Diamantschleifer,
das Gesetz vom 27. Juni 1960 ber die Entschdigung infolge Unternehmensschlieung entlassener
Arbeitnehmer,
das Gesetz vom 20. Juli 1960 zur Einfhrung des garantierten Wochenlohns,
das Gesetz vom 10. Dezember 1962 zur Abnderung des Gesetzes vom 10. Mrz 1900 ber den Arbeitsvertrag,
des Gesetzes vom 20. Juli 1960 zur Einfhrung des garantierten Wochenlohns, der durch den Kniglichen Erlass vom
20. Juli 1955 koordinierten Gesetze ber den Angestelltenvertrag und des Gesetzes vom 1. April 1936 ber die
Arbeitsvertrge fr Binnenschiffer,
das Gesetz vom 24. Dezember 1962 zur Einsetzung einer Nationalen sozialen Kommission fr kleine Betriebe,
das Gesetz vom 12. Februar 1963 ber die Organisation einer Regelung der Ruhestands- und Hinterbliebenenpension zugunsten freiwillig Versicherter,
das Gesetz vom 12. April 1965 ber den Schutz der Entlohnung der Arbeitnehmer,
das Gesetz vom 28. Juni 1966 ber die Entschdigung infolge Unternehmensschlieung entlassener
Arbeitnehmer,
den Kniglichen Erlass Nr. 2 vom 18. April 1967 ber die Sanierung stillgelegter Kohlebergwerke,
das Gesetz vom 10. Oktober 1967 zur Einfhrung des Gerichtsgesetzbuches,
den Kniglichen Erlass Nr. 50 vom 24. Oktober 1967 ber die Ruhestands- und Hinterbliebenenpension fr
Lohnempfnger,
das Gesetz vom 18. Dezember 1968 zur Abnderung des Gesetzes vom 7. Januar 1958 ber die Fonds fr
Existenzsicherheit,
das Gesetz vom 26. Mrz 1971 ber den Schutz des Oberflchenwassers gegen Verschmutzung,
das Gesetz vom 10. April 1971 ber die Arbeitsunflle (Belgisches Staatsblatt vom 11. Juni 1998),
das Gesetz vom 13. April 1971 zur Abnderung des Gesetzes vom 12. April 1960 zur Schaffung eines Sozialfonds
fr Diamantschleifer,
das Gesetz vom 28. Juli 1971 zur Revision der Rechtsvorschriften ber Unternehmensschlieungen,

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


das Gesetz vom 4. Juli 1972 ber die Haftung der Hoteliers,
das Gesetz vom 14. Juli 1976 ber die gegenseitigen Rechte und Pflichten der Ehegatten und ber die ehelichen
Gterstnde,
das Gesetz vom 10. Januar 1977 zur Regelung der Wiedergutmachung der durch die Entnahme und das
Abpumpen von Grundwasser verursachten Schden,
den Kniglichen Erlass Nr. 208 vom 23. September 1983 zur Grndung eines Hilfsfonds zur finanziellen
Sanierung der Gemeinden,
das Gesetz vom 19. Februar 1990 zur Ergnzung von Artikel 20 des Hypothekengesetzes und zur Abnderung
von Artikel 1798 des Zivilgesetzbuches im Hinblick auf den Schutz der Subunternehmer,
das Gesetz vom 6. August 1990 ber die Krankenkassen und Krankenkassenlandesverbnde (Belgisches
Staatsblatt vom 13. Oktober 1998),
das Gesetz vom 18. Juli 1991 ber den Schutz des Vermgens von Personen, die aufgrund ihres krperlichen
oder geistigen Gesundheitszustands nicht in der Lage sind, die Verwaltung dieses Vermgens wahrzunehmen,
das Gesetz vom 25. Juni 1992 ber den Landversicherungsvertrag (Belgisches Staatsblatt vom 10. August 2006),
das Gesetz vom 4. August 1992 ber den Hypothekarkredit (Belgisches Staatsblatt vom 22. Juni 2000),
das Gesetz vom 16. Mrz 1994 zur Abnderung einiger Bestimmungen des Gesetzes vom 25. Juni 1992 ber den
Landversicherungsvertrag (Belgisches Staatsblatt vom 10. August 2006),
das Gesetz vom 30. Juni 1994 ber das Urheberrecht und hnliche Rechte (Belgisches Staatsblatt vom
27. Februar 2001) (I),
das Gesetz vom 30. Juni 1994 zur Abnderung und Ergnzung der Bestimmungen des Zivilgesetzbuches ber
das Miteigentum (Belgisches Staatsblatt vom 29. Mrz 1996) (II),
das Gesetz vom 9. Februar 1995 zur Abnderung des Hypothekengesetzes vom 16. Dezember 1851,
das Gesetz vom 5. Juli 1998 ber die kollektive Schuldenregelung und die Mglichkeit eines freihndigen
Verkaufs gepfndeter unbeweglicher Gter,
das Gesetz vom 3. Mai 1999 ber den Gterkraftverkehr (Belgisches Staatsblatt vom 31. Oktober 2000),
das Gesetz vom 26. Juni 2000 ber die Einfhrung des Euro in die Rechtsvorschriften in Bezug auf die in
Artikel 78 der Verfassung erwhnten Angelegenheiten,
das Gesetz vom 29. April 2001 zur Abnderung verschiedener Gesetzesbestimmungen in Sachen Vormundschaft ber Minderjhrige,
das Gesetz vom 10. August 2001 zur Anpassung der Arbeitsunfallversicherung an die europischen Richtlinien
in Bezug auf die Direktversicherung mit Ausnahme der Lebensversicherung,
das Gesetz vom 14. Januar 2002 zur Festlegung von Manahmen im Bereich Gesundheitspflege (Belgisches
Staatsblatt vom 7. September 2002),
das Gesetz vom 26. Juni 2002 ber die Unternehmensschlieungen (Belgisches Staatsblatt vom 11. August 2009),
das Gesetz vom 13. Februar 2003 zur ffnung der Ehe fr Personen gleichen Geschlechts und zur Abnderung
einiger Bestimmungen des Zivilgesetzbuches,
das Gesetz vom 3. Juli 2005 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen in Bezug auf die soziale
Konzertierung,
das Gesetz vom 11. Juli 2006 zur Abnderung des Gesetzes vom 26. Juni 2002 ber die Unternehmensschlieungen,
das Gesetz vom 13. Juli 2006 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen in Sachen Berufskrankheiten und
Arbeitsunflle und in Sachen Wiedereingliederung in den Arbeitsprozess (Belgisches Staatsblatt vom 6. April 2007),
das Gesetz vom 20. Juli 2006 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen,
das Gesetz vom 19. Dezember 2006 zur Umwandlung des Gesetzbuches der der Stempelsteuer gleichgesetzten
Steuern zum Gesetzbuch der verschiedenen Gebhren und Steuern, zur Aufhebung des Stempelsteuergesetzbuches
und zur Festlegung verschiedener anderer Gesetzesabnderungen,
das Gesetz vom 1. Mrz 2007 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen (III),
das Gesetz vom 25. April 2007 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen (IV),
das Gesetz vom 9. Mai 2007 zur Abnderung verschiedener Bestimmungen in Bezug auf die Verschollenheit
und die gerichtliche Todeserklrung,
das Gesetz vom 6. Mai 2009 zur Festlegung verschiedener Bestimmungen,
das Gesetz vom 22. Dezember 2009 zur Festlegung steuerrechtlicher und sonstiger Bestimmungen.
Diese inoffizielle Koordinierung in deutscher Sprache ist von der Zentralen Dienststelle fr Deutsche bersetzungen in Malmedy erstellt worden.
ZIVILGESETZBUCH
BUCH III - DIE VERSCHIEDENEN ARTEN
DER ERWERBUNG DES EIGENTUMS
(...)
TITEL XVIII - [Vorzugsrechte und Hypotheken
[Unterteilung Titel XVIII ersetzt durch Art. I (Art. 1) des G. vom 16. Dezember 1851 (B.S. vom 22. Dezember 1851)]
16. DEZEMBER 1851 - Gesetz ber die Revision der Hypothekenordnung
Einleitende Bestimmungen: bergang dinglicher Rechte
Artikel 1 - [Alle unentgeltlichen oder entgeltlichen Rechtsgeschfte unter Lebenden, durch die dingliche Rechte an
einem unbeweglichen Gut bertragen oder bestimmt werden, Vorzugsrechte und Hypotheken ausgenommen, [aber
einschlielich der in den Artikeln 577-4 1 und 511-13 4 des Zivilgesetzbuches erwhnten authentischen Urkunden
sowie der daran vorgenommenen Abnderungen,] werden [am Tag ihrer Entgegennahme] beim Hypothekenamt des
Bezirks, in dem die Gter liegen, ganz in ein zu diesem Zweck vorgesehenes Register bertragen. Bis dahin knnen sie
Dritten gegenber, die ohne jegliche betrgerische Absicht einen Vertrag abgeschlossen haben, nicht geltend gemacht
werden.]
Das Gleiche gilt fr formell rechtskrftig gewordene Urteile, die als Vereinbarung oder Rechtstitel fr die
Rechtsbertragung gelten, fr Urkunden ber den Verzicht auf diese Rechte und fr Mietvertrge ber mehr als neun
Jahre oder mit einer Mietquittung von mindestens drei Jahren Miete.

46951

46952

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Sind diese Mietvertrge nicht bertragen worden, wird ihre Dauer gem Artikel 1429 des Zivilgesetzbuches
reduziert.
[Art. 1 Abs. 1 ersetzt durch Art. 4 des G. vom 8. Juli 1924 (B.S. vom 13. Juli 1924) und abgendert durch Art. 3 des G. vom
30. Juni 1994 (II) (B.S. vom 26. Juli 1994) und Art. 32 des G. vom 6. Mai 2009 (B.S. vom 19. Mai 2009)]
Ab einem gem Art. 8 des G. vom 9. Februar 1995 (B.S. vom 18. Mrz 1995) vom Knig festzulegenden Datum
lautet Art. 1 wie folgt:
Artikel 1 - [Alle unentgeltlichen oder entgeltlichen Rechtsgeschfte unter Lebenden, durch die dingliche Rechte
an einem unbeweglichen Gut bertragen oder bestimmt werden, Vorzugsrechte und Hypotheken ausgenommen, [aber
einschlielich der in den Artikeln 577-4 1 und 511-13 4 des Zivilgesetzbuches erwhnten authentischen Urkunden
sowie der daran vorgenommenen Abnderungen,] werden [am Tag ihrer Entgegennahme] beim Hypothekenamt des
Bezirks, in dem die Gter liegen, [...] in ein zu diesem Zweck vorgesehenes Register bertragen. Bis dahin knnen sie
Dritten gegenber, die ohne jegliche betrgerische Absicht einen Vertrag abgeschlossen haben, nicht geltend gemacht
werden.]
Das Gleiche gilt fr formell rechtskrftig gewordene Urteile, die als Vereinbarung oder Rechtstitel fr die
Rechtsbertragung gelten, fr Urkunden ber den Verzicht auf diese Rechte und fr Mietvertrge ber mehr als neun
Jahre oder mit einer Mietquittung von mindestens drei Jahren Miete.
Sind diese Mietvertrge nicht bertragen worden, wird ihre Dauer gem Artikel 1429 des Zivilgesetzbuches
reduziert.
[Art. 1 Abs. 1 ersetzt durch Art. 4 des G. vom 8. Juli 1924 (B.S. vom 13. Juli 1924) und abgendert durch Art. 3 des G. vom
30. Juni 1994 (II) (B.S. vom 26. Juli 1994), Art. 1 des G. vom 9. Februar 1995 (B.S. vom 18. Mrz 1995) und Art. 32 des G. vom
6. Mai 2009 (B.S. vom 19. Mai 2009)]
Art. 2 - [Nur Urteile, authentische Urkunden und privatschriftliche Urkunden, die vor Gericht oder vor einem
Notar anerkannt sind, werden zur bertragung angenommen. Vollmachten in Bezug auf diese Urkunden mssen in
der gleichen Form erteilt werden.
[Notare und alle, die als ffentliche Amtstrger oder in anderer Eigenschaft beauftragt sind, den der bertragung
unterliegenden Urkunden Authentizitt zu verleihen, sind verpflichtet, die Erfllung dieser Formalitt binnen einem
Monat nach Unterzeichnung der Urkunden zu beantragen, auer fr Urkunden ber ffentliche Verkufe und fr
Urkunden, die unbewegliche Gter in verschiedenen Amtsbereichen betreffen, fr die die bertragungsfrist zwei
Monate betrgt.]]
[Art. 2 ersetzt durch Art. 1 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913); frhere Abstze 2 und 3 ersetzt durch
Abs. 2 durch Art. 33 des G. vom 6. Mai 2009 (B.S. vom 19. Mai 2009)]
[Art. 2bis - Der Knig kann die in Artikel 2 festgelegte Frist fr notarielle Urkunden oder bestimmte Kategorien
von notariellen Urkunden, die Er bestimmt, auf fnfzehn Tage festlegen, vorausgesetzt diese Urkunden werden auf
entmaterialisierte Weise vorgelegt. Das Gleiche gilt fr Urkunden, die vor den Bediensteten der Immobilienerwerbsausschsse der Fderalbehrde aufgenommen werden.]
[Art. 2bis eingefgt durch Art. 85 des G. vom 22. Dezember 2009 (B.S. vom 31. Dezember 2009)]
Art. 3 - [Eine Klage auf Nichtigerklrung oder Widerrufung von Rechten, die aus der bertragung unterliegenden
Urkunden hervorgehen, wird vor den Gerichten nicht zugelassen, solange sie nicht eingetragen worden ist am Rande
der bertragung des Erwerbstitels, dessen Nichtigerklrung oder Widerrufung eingeklagt wird, und, gegebenenfalls,
am Rande der bertragung des letzten bertragenen Titels.]
Jegliche Entscheidung ber eine solche Klage wird im Anschluss an die durch den vorangehenden Absatz
vorgeschriebene Eintragung ebenfalls eingetragen.
[In den in Artikel 577-12 Absatz 3 und 4 des Zivilgesetzbuches vorgesehenen Fllen wird die Entscheidung am
Rande der bertragung der in Artikel 577-4 1 desselben Gesetzbuches erwhnten authentischen Urkunde
eingetragen; dasselbe gilt fr den verfahrenseinleitenden Akt in dem in Artikel 577-12 Absatz 4 desselben Gesetzbuches
erwhnten Fall.]
Die Greffiers drfen keine Ausfertigung derartiger Urteile ausstellen, bevor sie den ordnungsgemen Nachweis
in der durch Artikel 84 vorgeschriebenen Form haben, dass die Eintragung erfolgt ist; andernfalls kann Schadensersatz
auferlegt werden.
[Art. 3 Abs. 1 ersetzt durch Art. 2 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913); neuer Absatz 3 eingefgt
durch Art. 4 des G. vom 30. Juni 1994 (II) (B.S. vom 26. Juli 1994)]
Art. 4 - Gltig bleiben alle Veruerungen, alle Hypotheken und alle anderen dinglichen Belastungen, die vor der
durch Artikel 3 vorgeschriebenen Eintragung erfolgt sind beziehungsweise auferlegt wurden, wenn weder die
Widerrufung noch die Nichtigerklrung solche vor der Klage bewilligten Rechte beeintrchtigen knnen.
Ist die Klage nicht eingetragen worden, wird das Widerrufs- oder Nichtigkeitsurteil Dritten gegenber erst
wirksam ab dem Tag, an dem es eingetragen sein wird.
Art. 5 - Die Abtretung einer eingetragenen bevorrechtigten Forderung oder Hypothekenforderung sowie der
Eintritt in ein derartiges Recht knnen Dritten gegenber nur geltend gemacht werden, wenn sie aus in Artikel 2
erwhnten Urkunden hervorgehen und wenn am Rande der Eintragung nicht das Datum und die Art des Rechtstitels
des Zessionars mit Angabe der Namen und Vornamen, der Berufe und der Wohnsitze der Parteien erwhnt sind.
[Das Gleiche gilt fr die Abtretung des Hypothekenranges sowie fr die Verpfndung einer eingetragenen
bevorrechtigten Forderung oder Hypothekenforderung.]
Der Hypothekenbewahrer gibt unten auf dem Eintragungsbordereau die in seinen Registern vorgenommene
nderung an.
Im Falle der Abtretung einer nicht eingetragenen bevorrechtigten Forderung oder Hypothekenforderung oder im
Falle des Eintritts in ein derartiges Recht kann der Zessionar die Hypothek oder das Vorzugsrecht durch Eintragung
nur bewahren, sofern die bertragungsurkunde in der fr eingetragene Forderungen vorgeschriebenen Form errichtet
worden ist.
[Art. 5 neuer Absatz 2 eingefgt durch Art. 3 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913)]

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 6 - [Jeder, gegen den eine hypothekarische Eintragung als Sicherheit fr eine liquide und unbestrittene
Forderung angelegt ist, kann selbst vor Flligkeit der Schuld vom Zessionar der Forderung vor das Gericht Erster
Instanz seines Wohnortes geladen werden, um die durch Artikel 1452 des Gerichtsgesetzbuches vorgeschriebene
Erklrung zu machen.
Der Geladene ist verpflichtet, sich an die Bestimmungen der Artikel 1452 und folgende des besagten Gesetzbuches
zu halten, andernfalls kann er zum einfachen Schuldner erklrt werden, wie es der Artikel 1542 des vorerwhnten
Gesetzbuches vorsieht.]
[Art. 6 ersetzt durch Art. 3 (Art. 21) des G. vom 10. Oktober 1967 (B.S. vom 31. Oktober 1967 (Anlage))]
KAPITEL I - Allgemeine Bestimmungen
Art. 7 - Wer sich persnlich verpflichtet hat, haftet fr die Erfllung seiner Verpflichtungen mit all seinen jetzigen
und spteren, beweglichen und unbeweglichen Gtern.
Art. 8 - Die Gter des Schuldners bilden die gemeinschaftliche Garantie fr seine Glubiger und der Preis wird
unter sie im Verhltnis zu ihrer jeweiligen Forderung verteilt, es sei denn, unter den Glubigern gibt es rechtmige
Vorrangsgrnde.
Art. 9 - Die rechtmigen Vorrangsgrnde sind die Vorzugsrechte und die Hypotheken.
Art. 10 - [Unter Vorbehalt von Artikel 58 des Gesetzes vom 25. Juni 1992 ber den Landversicherungsvertrag wird
jegliche Entschdigung, die aufgrund des Verlustes, der Beschdigung oder des Wertverlustes des mit einem
Vorzugsrecht oder einer Hypothek belasteten Gutes von Dritten geschuldet wird, fr die Begleichung der
bevorrechtigten Forderungen oder hypothekarischen Forderungen gem ihrem jeweiligen Rang benutzt, wenn die
Dritten diese Entschdigung nicht fr die Wiederherstellung dieses Gutes verwenden.]
[Art. 10 ersetzt durch Art. 145 des G. vom 25. Juni 1992 (B.S. vom 20. August 1992)]
Art. 11 - Durch das vorliegende Gesetzbuch wird nichts an den Bestimmungen des Seerechts ber Seeschiffe und
Seefahrzeuge gendert.
KAPITEL II - Vorzugsrechte
Art. 12 - Das Vorzugsrecht ist ein Recht, das dem Glubiger durch die besondere Art der Forderung zukommt und
ihm Vorrang vor den anderen Glubigern, selbst vor Hypothekenglubigern, gewhrt.
Art. 13 - Unter den bevorrechtigten Glubigern wird der Vorrang nach den verschiedenen Arten der Vorzugsrechte
geregelt.
Art. 14 - Bevorrechtigte Glubiger im gleichen Rang werden im Verhltnis zu ihrer Forderung bezahlt.
Art. 15 - Das Vorzugsrecht, verbunden mit den Rechten der Staatskasse, und die Rangordnung, nach der es
ausgebt wird, werden durch die diesbezglichen Gesetze geregelt.
Die Staatskasse kann aber kein Vorzugsrecht zum Nachteil von frher von Dritten erworbenen Rechten erlangen.
Art. 16 - Es gibt Vorzugsrechte auf bewegliche Gter wie auf unbewegliche Gter.
Abschnitt 1 - Vorzugsrechte auf bewegliche und unbewegliche Gter
Art. 17 - Fr Gerichtskosten besteht ein Vorzugsrecht auf bewegliche und unbewegliche Gter, und zwar allen
Glubigern gegenber, in deren Interesse sie gemacht worden sind.
Abschnitt 2 - Vorzugsrechte auf bewegliche Gter
Art. 18 - Vorzugsrechte sind entweder allgemeine Vorzugsrechte oder besondere Vorzugsrechte auf bestimmte
bewegliche Gter.
1 - Allgemeine Vorzugsrechte auf bewegliche Gter
Art. 19 - Die Forderungen, fr die ein Vorzugsrecht auf die Gesamtheit der beweglichen Gter besteht, sind die im
Folgenden genannten Forderungen, die gem nachstehender Rangordnung geltend gemacht werden:
1. die Gerichtskosten, die im gemeinsamen Interesse der Glubiger gemacht werden,
2. die Bestattungskosten nach Verhltnis des Standes und des Vermgens des Verstorbenen,
3. die Kosten fr letzte Krankheit whrend eines Jahres,
[3bis. [fr die in Artikel 1 des Gesetzes vom 12. April 1965 ber den Schutz der Entlohnung der Arbeitnehmer
erwhnten Arbeitnehmer: die wie in Artikel 2 des besagten Gesetzes definierte Entlohnung vor Anrechnung der in
Artikel 23 des besagten Gesetzes erwhnten Abzge, ohne dass der Betrag der Entlohnung 7.500 EUR bersteigen darf;
diese Begrenzung findet keine Anwendung auf die Vergtungen, die in der Entlohnung enthalten sind und die den
gleichen Personen wegen Beendigung ihres Beschftigungsverhltnisses zu zahlen sind.
Der oben erwhnte Betrag wird alle zwei Jahre nach Stellungnahme des Nationalen Arbeitsrats vom Knig
angepasst.
die Forderungen des Fonds fr die Entschdigung der bei Unternehmensschlieungen entlassenen Arbeitnehmer, die beruhen auf:
a) Artikel 61 1 Nr. 2 und 4, 2 Nr. 2 und 4, 3 und 4 des Gesetzes vom 26. Juni 2002 ber die
Unternehmensschlieungen fr die Summen, die der Fonds in Anwendung der Artikel 35 und 51 desselben Gesetzes
bezahlt hat,
b) Artikel 62 Nr. 1 und 2 desselben Gesetzes fr die Einbehaltungen, die der Fonds auf die unter Buchstabe a)
erwhnten Summen vorgenommen hat und die er in Anwendung von Artikel 67 1 Nr. 1 desselben Gesetzes bezahlt
hat,
die geliehenen Summen im Rahmen eines Investitionssparplans, wie erwhnt in Kapitel IV des Gesetzes vom
22. Mai 2001 ber die Beteiligung der Arbeitnehmer an Kapital und Gewinn der Gesellschaften.
Fr dieselben Arbeitnehmer: die Zusatzentschdigung, auf die sie zu Lasten des Arbeitgebers ein Anrecht haben
aufgrund des im Nationalen Arbeitsrat abgeschlossenen kollektiven Arbeitsabkommens Nr. 17, das die Gewhrung
einer Zusatzentschdigung an bestimmte ltere Arbeitnehmer im Falle ihrer Entlassung vorsieht, oder aufgrund eines
in der parittischen Kommission oder Unterkommission oder innerhalb des Unternehmens abgeschlossenen
kollektiven Arbeitsabkommens, das hnliche Vorteile wie das im Nationalen Arbeitsrat abgeschlossene kollektive
Arbeitsabkommen Nr. 17 vorsieht. Der Knig kann durch einen im Ministerrat beratenen Erlass unter Bercksichtigung
des monatlichen Betrags der Zusatzentschdigung den Modus fr die Berechnung des Betrags der bevorrechtigten
Forderung dieses lteren Arbeitnehmers festlegen,

46953

46954

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


die im Gesetz vom 23. Dezember 2005 ber den Solidarittspakt zwischen den Generationen vorgesehene
Wiederbeschftigungsentschdigung,]]
4. [die Forderungen des Landesinstituts fr Kranken- und Invalidenversicherung und die der in Artikel 2 des am
14. Juli 1994 koordinierten Gesetzes ber die Gesundheitspflege- und Entschdigungspflichtversicherung erwhnten
Versicherungstrger fr unrechtmig gezahlte Leistungen der Gesundheitspflege-, Entschdigungs- oder Mutterschaftsversicherung,]
[die aufgrund des Erlassgesetzes ber den Jahresurlaub der Lohnempfnger als Urlaubsbeitrag oder Urlaubsentlohnung geschuldeten Betrge fr das abgelaufene und fr das laufende Rechnungsjahr,]
[4bis. [die Forderung des Fonds fr Berufsunflle fr die in Artikel 60 Absatz 1 des Gesetzes vom 10. April 1971
ber die Arbeitsunflle erwhnten Auslagen, Betrge und Kapitale,]]
[die Forderungen des Nationalen Pensionsfonds fr Bergarbeiter an die Arbeitgeber,]
[4ter. [die dem Landesamt fr soziale Sicherheit zu entrichtenden Beitrge und Zuschlge sowie die, fr deren
Eintreibung das Landesamt sorgt; die der Hilfs- und Untersttzungskasse fr Seeleute zu entrichtenden Beitrge und
Zuschlge sowie die, fr deren Eintreibung die Kasse sorgt; die dem Fonds fr Berufskrankheiten und die dem Fonds
fr Existenzsicherheit und dem Sozialfonds fr Diamantschleifer zu entrichtenden Beitrge und Zuschlge sowie die
Forderungen, die den im Programmgesetz vom 24. Dezember 2002 erwhnten Pensionstrgern und juristischen
Personen, die mit der Organisation der Solidarittsregelung betraut sind, und dem Fonds fr Berufsunflle zu
entrichten sind, sowie die auf Artikel 62 Nr. 2 des Gesetzes vom 26. Juni 2002 ber die Unternehmensschlieungen
basierenden Forderungen des Fonds fr die Entschdigung der bei Unternehmensschlieungen entlassenen
Arbeitnehmer,
[die Forderungen des Fonds fr die Entschdigung der bei Unternehmensschlieungen entlassenen Arbeitnehmer,
die auf Artikel 62 Nr. 2 des Gesetzes vom 26. Juni 2002 ber die Unternehmensschlieungen beruhen, sowie die
Forderungen des Fonds fr die Entschdigung der bei Unternehmensschlieungen entlassenen Arbeitnehmer
gegenber den Arbeitgebern, den Konkursverwaltern oder den Liquidatoren, die auf Artikel 67 1 Nr. 2 desselben
Gesetzes beruhen, in dem Mae, wie diese Forderungen nicht mehr durch den gesetzlich vorgesehenen Rechtseintritt
beigetrieben werden knnen, und die Forderungen desselben Fonds, die auf die Artikel 61 1 Nr. 1 und 3 und 2 Nr. 1
und 3 und 64 1 desselben Gesetzes beruhen,]
die Beitrge und Zuschlge, die den Sozialversicherungskassen fr Selbstndige und der Nationalen Sozialversicherungshilfskasse fr Selbstndige in Anwendung des Kniglichen Erlasses Nr. 38 vom 27. Juli 1967 zur Einfhrung
des Sozialstatuts der Selbstndigen, des Kapitels III von Titel III des Gesetzes vom 26. Juni 1992 zur Festlegung sozialer
und sonstiger Bestimmungen und des Kapitels II von Titel III des Gesetzes vom 30. Dezember 1992 zur Festlegung
sozialer und sonstiger Bestimmungen zu entrichten sind,]]
[4quater. [die Zahlung der Hauptbeitrge und der Zuzahlungen, die von den Arbeitgebern zu entrichten sind, die
dem Gesetz ber die Familienbeihilfen unterstehen,]]
[4quinquies. [...]]
[4sexies. [...]]
[4sexies. [...]]
[4sexies. [...]]
[4septies. [die Zahlung der in den Artikeln 15 und 16 des Gesetzes vom 28. Juni 1966 ber die Entschdigung infolge
Unternehmensschlieung entlassener Arbeitnehmer und in Artikel 10 des Gesetzes vom 30. Juni 1967 zur Ausdehnung
des Auftrags des Fonds fr die Entschdigung der bei Unternehmensschlieungen entlassenen Arbeitnehmer
vorgesehenen Beitrge,]]
[4octies. die Zahlung der Beitrge, des Zuschlags und der eventuellen Zinsen, die vorgesehen sind durch das
Gesetz zur Einsetzung einer Nationalen sozialen Kommission fr kleine Betriebe,]
[4nonies. die Zahlung durch ein Unternehmen der Summen und Verzugszinsen, die in den Artikeln 24 und 25 des
Gesetzes ber den Schutz des Oberflchenwassers gegen Verschmutzung erwhnt sind,]
[4nonies. die Forderungen des Versicherers fr die Entschdigungen und Renten wegen eines Arbeitsunfalls, die
whrend der Aussetzung [der Garantie] des Versicherungsvertrags gezahlt wurden,]
[4decies. die Forderungen der im Gesetz vom 30. Juni 1994 ber das Urheberrecht und hnliche Rechte erwhnten
Urheber,]
5. die Lieferungen von Lebensmitteln an den Schuldner und seine Familie whrend sechs Monaten,
[6. die Forderungen des Haushaltsfonds fr Gesundheit und Qualitt der Tiere und tierischen Erzeugnisse im
Hinblick auf die Zahlung der Pflichtbeitrge in Anwendung des Gesetzes vom 23. Mrz 1998 ber die Schaffung eines
Haushaltsfonds fr Gesundheit und Qualitt der Tiere und tierischen Erzeugnisse und des Haushaltsfonds fr die
Erzeugung und den Schutz von Pflanzen und Pflanzenerzeugnissen im Hinblick auf die Zahlung der Pflichtbeitrge
in Anwendung des Gesetzes vom 17. Mrz 1993 ber die Schaffung eines Haushaltsfonds fr die Erzeugung und den
Schutz von Pflanzen und Pflanzenerzeugnissen.]
Die in den drei vorangehenden Abstzen angegebenen Zeitrume sind die, die dem Tod, der Besitzentsetzung oder
der Pfndung des beweglichen Gutes vorangehen.
Wenn der gesamte Wert der unbeweglichen Gter von den bevorrechtigten Forderungen oder Hypothekenforderungen nicht ganz aufgebraucht worden ist, wird der Teil des noch geschuldeten Preises vorrangig fr die Zahlung der
in vorliegendem Artikel erwhnten Forderungen verwendet.
[Art. 19 Abs. 1 Nr. 3bis eingefgt durch Art. 49 Nr. 1 des G. vom 12. April 1965 (B.S. vom 30. April 1965) und ersetzt durch
Art. 83 Nr. 1 des G. vom 26. Juni 2002 (B.S. vom 9. August 2002), selbst ersetzt durch Art. 34 Nr. 1 des G. vom 11. Juli 2006
(B.S. vom 24. August 2006); Abs. 1 Nr. 4 Abs. 1 aufgehoben durch Art. 49 Nr. 2 des G. vom 12. April 1965 (B.S. vom
30. April 1965) und wieder aufgenommen durch Art. 27 des G. vom 14. Januar 2002 (B.S. vom 22. Februar 2002); Abs. 1 Nr. 4
Abs. 2 eingefgt durch Art. 14 des Erlassg. vom 3. Januar 1946 (B.S. vom 22. Februar 1946); Abs. 1 Nr. 4bis eingefgt durch
Art. 15 des G. vom 24. Dezember 1903 (B.S. vom 28.-29. Dezember 1903); Abs. 1 Nr. 4bis Abs. 1 ersetzt durch Art. 69 Nr. 1 des
G. vom 13. Juli 2006 (B.S. vom 1. September 2006); Abs. 1 Nr. 4bis Abs. 2 eingefgt durch Art. 92 des G. vom 1. August 1930
(B.S. vom 3. September 1930) und ersetzt durch Art. 3 1 des Erlassg. vom 10. Januar 1945 (B.S. vom 1. Februar 1945), selbst
ersetzt durch Art. 71 7 des K.E. Nr. 50 vom 24. Oktober 1967 (B.S. vom 27. Oktober 1967); Abs. 1 Nr. 4ter eingefgt durch Art. 9
des E.R. vom 12. September 1946 (B.S. vom 21. September 1946), aufgehoben durch Art. 40 des G. vom 12. Februar 1963 (B.S.
vom 2. Mrz 1963), wieder aufgenommen durch Art. 6 des G. vom 18. Dezember 1968 (B.S. vom 30. Januar 1969) und ersetzt
durch Art. 44 des G. vom 3. Juli 2005 (B.S. vom 19. Juli 2005); Abs. 1 Nr. 4ter neuer Absatz 2 eingefgt durch Art. 83 Nr. 2 des
G. vom 26. Juni 2002 (B.S. vom 9. August 2002), selbst ersetzt durch Art. 34 des G. vom 11. Juli 2006 (B.S. vom 24. August 2006);

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Abs. 1 Nr. 4quater eingefgt durch Art. 73quinquies des K.E. Nr. 290 vom 30. Mrz 1936 (B.S. vom 7. April 1936) und ersetzt
durch Art. 167 des K.E. vom 19. Dezember 1939 (B.S. vom 22. Dezember 1939); Abs. 1 Nr. 4quinquies eingefgt durch Art. 12bis
des Erlassg. vom 28. Dezember 1944 (B.S. vom 30. Dezember 1944), selbst eingefgt durch Art. 3 des Erlassg. vom
6. September 1946 (B.S. vom 26. September 1946) und aufgehoben durch Art. 83 Nr. 3 des G. vom 26. Juni 2002 (B.S. vom
9. August 2002), selbst ersetzt durch Art. 34 des G. vom 11. Juli 2006 (B.S. vom 24. August 2006); Abs. 1 erste Nummer 4sexies
eingefgt durch Art. 8 des G. vom 7. Januar 1958 (B.S. vom 7. Februar 1958) und aufgehoben durch Art. 7 Nr. 1 des G. vom
18. Dezember 1968 (B.S. vom 30. Januar 1969); Abs. 1 zweite Nummer 4sexies eingefgt durch Art. 8 des G. vom 12. April 1960
(B.S. vom 7. Mai 1960) und aufgehoben durch Art. 6 Nr. 1 des G. vom 13. April 1971 (B.S. vom 4. Mai 1971); Abs. 1 dritte
Nummer 4sexies eingefgt durch Art. 19 des G. vom 27. Juni 1960 (B.S. vom 30. Juni 1960) und aufgehoben durch Art. 22 2
des G. vom 28. Juni 1966 (B.S. vom 2. Juli 1966); Abs. 1 Nr. 4septies eingefgt durch Art. 24 des G. vom 20. Juli 1960 (B.S. vom
22. Juli 1960), selbst aufgehoben durch Art. 46 Nr. 1 des G. vom 10. Dezember 1962 (B.S. vom 15. Dezember 1962), wieder
aufgenommen durch Art. 22 1 des G. vom 28. Juni 1966 (B.S. vom 2. Juli 1966) und ersetzt durch Art. 21 Nr. 2 des G. vom
28. Juli 1971 (B.S. vom 21. August 1971); Abs. 1 Nr. 4octies eingefgt durch Art. 17 des G. vom 24. Dezember 1962 (B.S. vom
29. Dezember 1962); Abs. 1 erste Nummer 4nonies eingefgt durch Art. 48 des G. vom 26. Mrz 1971 (B.S. vom 1. Mai 1971);
Abs. 1 zweite Nummer 4nonies eingefgt durch Art. 101 Nr. 2 des G. vom 10. April 1971 (B.S. vom 24. April 1971) und
abgendert durch Art. 69 Nr. 2 des G. vom 13. Juli 2006 (B.S. vom 1. September 2006); Abs. 1 Nr. 4decies eingefgt durch Art. 91
des G. vom 30. Juni 1994 (I) (B.S. vom 27. Juli 1994); Abs. 1 Nr. 6 eingefgt durch Art. 159 des G. vom 20. Juli 2006 (B.S. vom
28. Juli 2006)]
2 - Vorzugsrechte auf bestimmte bewegliche Gter
Art. 20 - Fr die nachfolgenden Forderungen besteht ein Vorzugsrecht auf bestimmte bewegliche Gter:
1. [Fr die Miet- und Pachtgelder von unbeweglichen Gtern besteht ein Vorzugsrecht auf die Frchte der
Jahresernte und auf den Wert all dessen, womit das gemietete Haus oder der Hof ausgerstet ist, sowie all dessen, was
zur Bewirtschaftung des Hofs dient, und zwar:
wenn es sich um ein Haus handelt: fr zwei abgeschlossene Jahre und darber hinaus fr das laufende Jahr und
fr das kommende und selbst, wenn die Mietvertrge authentisch sind oder als privatschriftliche Vertrge von einem
feststehenden Tag datiert sind, fr die noch bleibende Zeit bis zur Flligkeit; im letzteren Fall haben die anderen
Glubiger das Recht, das Haus fr die restliche Zeit des Mietvertrags weiter zu vermieten und in den Genuss der Miete
zu kommen, allerdings mit der Auflage, dem Eigentmer all das zu bezahlen, was ihm andernfalls noch zu entrichten
wre,
wenn es sich um einen Hof handelt: fr ein abgeschlossenes Pachtjahr und fr das laufende Jahr.]
Dasselbe Vorzugsrecht gilt fr alle dem Mieter obliegenden Reparaturen und fr alles, was die Ausfhrung des
Mietvertrags betrifft.
Der Eigentmer kann die beweglichen Gter, mit denen sein Haus oder sein Hof ausgestattet ist, pfnden lassen,
wenn sie ohne seine Zustimmung fortgebracht worden sind, und er behlt darauf sein Vorzugsrecht, vorausgesetzt, er
hat es, wenn es sich um ein bewegliches Gut handelt, mit dem ein Hof ausgestattet war, binnen einer Frist von vierzig
Tagen und, wenn es sich um bewegliche Gter zur Ausstattung eines Hauses handelt, binnen einer Frist von fnfzehn
Tagen beansprucht,
2. Fr die fr das Saatgut oder fr die Unkosten der Jahresernte geschuldeten Betrge besteht ein Vorzugsrecht auf
den Preis dieser Ernte und fr die fr die Gertschaften zur Bewirtschaftung des Hofes geschuldeten Betrge auf den
Preis dieser Gertschaften,
3. Fr die Forderung besteht ein Vorzugsrecht auf das Pfand, das sich in den Hnden des Glubigers befindet,
4. Fr die entstandenen Kosten zur Erhaltung der Sache besteht ein Vorzugsrecht,
5. Fr den Preis nicht bezahlter beweglicher Gter besteht ein Vorzugsrecht, wenn diese sich noch im Besitz des
Schuldners befinden, unabhngig davon, ob es sich um einen Terminkauf handelt oder nicht,
[Fr den der Zivilpartei bewilligten Schadenersatz besteht ein Vorzugsrecht auf das Fahrzeug, das zur Begehung
des Verstoes gedient hat.]
[Das in den Nummern 4 und 5 errichtete Vorzugsrecht hrt auf wirksam zu sein, wenn diese beweglichen Gter
durch Bestimmung oder Einverleibung zu unbeweglichen Gtern geworden sind, auer wenn es sich um Maschinen,
Gerte, Gertschaften und anderes berufliches Ausrstungsmaterial handelt, das in Industrie-, Handels- und
Handwerkerbetrieben zum Einsatz kommt.
In diesem Fall bleibt fr diese Gegenstnde das Vorzugsrecht ab der Lieferung whrend fnf Jahren erhalten;
dennoch ist das Vorzugsrecht nur dann wirksam, wenn binnen fnfzehn Tagen nach dieser Lieferung bei der Kanzlei
des Handelsgerichts des Bezirks, in dem der Schuldner seinen Wohnsitz oder, in Ermangelung eines solchen, seinen
Wohnort hat, vom Verkufer eine gleichlautende Abschrift der Rechnung, auch wenn diese nicht angenommen wurde,
oder einer den Verkauf feststellenden Urkunde hinterlegt wurde.
Der Greffier beurkundet die Hinterlegung auf dieser Abschrift. Die Abschriften werden in einem Sammelband
vereint und es wird, nach den Namen der Kufer geordnet, ein von Tag zu Tag fortzuschreibendes Karteikartenverzeichnis angelegt. Der Greffier verpflichtet sich, allen Personen, die darum bitten und vorher die Identitt des Kufers
angeben, Einsicht in diese Abschrift zu gewhren. Der Nachweis der Lieferung geht bis auf Erbringung des
Gegenbeweises aus den Bchern des Verkufers hervor.]
[Im Falle einer auf die Maschinen, Gerte, Gertschaften und anderes berufliche Ausrstungsmaterial vorgenommen Immobiliarpfndung oder im Falle eines Schuldnerkonkurses, der vor Ablauf von fnf Jahren erffnet wurde,
bleibt das Vorzugsrecht bis nach der Aufteilung der Gelder beziehungsweise Abwicklung des Konkurses erhalten.]
Handelt es sich nicht um einen Terminkauf, kann der Verkufer die verkauften Gegenstnde, solange sie im Besitz
des Kufers sind, sogar zurckfordern und ihren Weiterverkauf verhindern, vorausgesetzt, die Rckforderung erfolgt
binnen acht Tagen nach der Lieferung und die Gegenstnde befinden sich noch im gleichen Zustand wie bei der
Lieferung.
Mit dem Verlust des Rckforderungsrechts geht auch die Klage auf Auflsung des Vertrags gegenber den
anderen Glubigern verloren.
An den Gesetzen und Gepflogenheiten des Handels mit Bezug auf die Rckforderung wird nichts gendert,
[...]

46955

46956

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


6. Fr das von einem [Hotelier] Gelieferte besteht ein Vorzugsrecht auf die Gter des Reisenden, die in sein [Hotel]
gebracht wurden,
7. Fr die Frachtkosten und Nebenkosten besteht ein Vorzugsrecht auf das Frachtgut, solange der Frachtfhrer es
bei sich hat, und whrend der vierundzwanzig Stunden nach ihrer Ablieferung beim Eigentmer oder Adressaten,
vorausgesetzt, dass das Gut in ihrem Besitz geblieben ist,
8. Fr die Forderungen aus Missbruchen und Amtspflichtverletzungen von Beamten in der Ausbung ihres
Amtes besteht ein Vorzugsrecht auf die von ihnen geleistete Kaution und auf die daraus fllig gewordenen Zinsen,
[9. [Was Versicherungsvertrge betrifft, auf die das Gesetz vom 25. Juni 1992 ber den Landversicherungsvertrag
nicht anwendbar ist, besteht fr die aus einem Unfall hervorgehenden Forderungen zugunsten eines durch diesen
Unfall geschdigten Dritten oder seiner Anspruchsberechtigten ein Vorzugsrecht auf den Schadensersatz, den der
Zivilhaftpflichtversicherer aufgrund des Versicherungsvertrags schuldet. Zahlungen an den Versicherten haben keine
befreiende Wirkung, solange die bevorrechtigten Glubiger nicht entschdigt worden sind,]]
[10. [...]]
[11. Fr die Vorschsse, die gem den Rechtsvorschriften ber die Wiedergutmachung der durch Entnahme und
Abpumpen von Grundwasser verursachten Schden fr die Wiedergutmachung der Ernteschden ausgezahlt worden
sind, besteht ein Vorzugsrecht auf die Frchte der Jahresernte und den Preis dieser Ernte,]
[12. Whrend fnf Jahren ab dem Datum der Rechnung besteht fr die Forderung des Subunternehmers gegen
seinen Vertragspartner-Unternehmer fr die Arbeiten, die er an der Immobilie des Bauherrn ausgefhrt hat oder hat
ausfhren lassen, ein Vorzugsrecht auf die Forderung, die dieser Vertragspartner-Unternehmer fr dasselbe
Unternehmen gegen den Bauherrn hat.
Der Subunternehmer wird als Unternehmer und der Unternehmer als Bauherr betrachtet in Bezug auf die eigenen
Subunternehmer des erstgenannten,]
[12. Fr die Forderungen der Mitglieder einer Krankenkasse und eines Krankenkassenlandesverbandes besteht ein
Vorzugsrecht auf die von letzteren aufgrund der Rechtsvorschriften ber die Krankenkassen und Krankenkassenlandesverbnde gebildeten Rcklagen.]
[Art. 20 einziger Absatz Nr. 1 Abs. 1 ersetzt durch Art. 11 des G. vom 7. Mrz 1929 (B.S. vom 10. Mrz 1929); einziger
Absatz Nr. 5 Abs. 2 eingefgt durch Art. 41 1 des G. vom 3. Mai 1999 (B.S. vom 30. Juni 1999); einziger Absatz Nr. 5 Abs. 3
bis 5 ersetzt durch Art. 1 des G. vom 29. Juli 1957 (B.S. vom 5.-6. August 1957); einziger Absatz Nr. 5 Abs. 6 eingefgt durch
Art. 1 des G. vom 29. Juli 1957 (B.S. vom 5.-6. August 1957); einziger Absatz Nr. 5 Abs. 10 aufgehoben durch Art. 290 des
K.E. Nr. 64 vom 30. November 1939 (B.S. vom 1. Dezember 1939) und Art. 81 des E.R. vom 26. Juni 1947 (B.S. vom
14. August 1947); einziger Absatz Nr. 6 abgendert durch Art. 8 des G. vom 4. Juli 1972 (B.S. vom 19. August 1972); einziger
Absatz Nr. 9 eingefgt durch Art. 1 des G. vom 24. Mai 1937 (B.S. vom 27. Mai 1937), aufgehoben durch Art. 147 Nr. 3 des
G. vom 25. Juni 1992 (B.S. vom 20. August 1992) und wieder aufgenommen durch Art. 13 des G. vom 16. Mrz 1994 (B.S. vom
4. Mai 1994); einziger Absatz Nr. 10 eingefgt durch Art. 102 des G. vom 10. April 1971 (B.S. vom 24. April 1971) und
aufgehoben durch Art. 36 des G. vom 10. August 2001 (B.S. vom 7. September 2001); einziger Absatz Nr. 11 eingefgt durch
Art. 10 Nr. 1 des G. vom 10. Januar 1977 (B.S. vom 8. Februar 1977); einziger Absatz erste Nummer 12 eingefgt durch Art. 1
des G. vom 19. Februar 1990 (B.S. vom 24. Mrz 1990); einziger Absatz zweite Nummer 12 eingefgt durch Art. 74 1 des G. vom
6. August 1990 (B.S. vom 28. September 1990)]
3 - Rang der Vorzugsrechte auf bewegliche Gter im Falle ihres Zusammentreffens
Art. 21 - Die Gerichtskosten haben Vorrang vor allen Forderungen, zu deren Gunsten sie gemacht worden sind.
Art. 22 - Die entstandenen Kosten zur Erhaltung der Sache haben Vorrang vor frheren Vorzugsrechten.
Sie haben auf alle Flle sogar Vorrang vor dem in den letzten drei Nummern von Artikel 19 enthaltenen
Vorzugsrecht.
Art. 23 - Der Pfandglubiger, der Gastwirt und der Frachtfhrer haben Vorrang vor dem Verkufer des
beweglichen Gutes, das ihnen als Pfand dient, es sei denn, sie htten, als sie es bekamen, gewusst, dass der Preis dafr
noch geschuldet war.
Das Vorzugsrecht des Verkufers kommt erst nach dem des Haus- oder Hofeigentmers zur Anwendung, es sei
denn, beim Transport der beweglichen Gter zu den gemieteten Orten hin htte der Verkufer den Mieter davon in
Kenntnis gesetzt, dass der Preis noch nicht bezahlt war.
Art. 24 - Die fr das Saatgut und fr die Kosten der Jahresernte geschuldeten Betrge werden aus dem Erls dieser
Ernte und die fr die Gertschaften zur Bewirtschaftung geschuldeten Betrge aus dem Erls aus diesen Gertschaften
gezahlt; diese Betrge haben in beiden Fllen Vorrang vor denjenigen des Verpchters.
Art. 25 - Das Vorzugsrecht der Bestattungskosten hat Vorrang vor allen anderen Vorzugsrechten mit Ausnahme des
Vorzugsrechts der Gerichtskosten, des Vorzugsrechts der nachtrglich fr die Erhaltung der Sache gemachten Kosten
und des Vorzugsrechts des Gastwirts, des Frachtfhrers und des Pfandglubigers, sofern der Verkufer des
verpfndeten Gegenstands keinen Vorrang vor ihnen hat.
[Art. 25bis - Die in Artikel 20 Nr. 1 und 2 vorgesehenen Vorzugsrechte haben Vorrang vor dem in Artikel 20 Nr. 11
vorgesehenen Vorzugsrecht.]
[Art. 25bis eingefgt durch Art. 10 Nr. 2 des G. vom 10. Januar 1977 (B.S. vom 8. Februar 1977)]
Art. 26 - Die besonderen Vorzugsrechte haben Vorrang vor den anderen allgemeinen Vorzugsrechten.
Abschnitt 3 - Vorzugsrechte auf unbewegliche Gter
Art. 27 - Nachfolgende Glubiger haben ein Vorzugsrecht auf unbewegliche Gter:
1. Der Verkufer hat ein Vorzugsrecht auf das verkaufte Gut, fr die Zahlung des Preises,
2. Die Tauschenden haben ein Vorzugsrecht auf die untereinander ausgetauschten unbeweglichen Gter, fr die
Zahlung der Zu- und Rckzahlungen sowie der festen Summe, die in der Urkunde mglicherweise als Schadenersatz
fr den Fall der Besitzentziehung festgelegt worden ist,
3. Der Schenker hat ein Vorzugsrecht auf das geschenkte unbewegliche Gut, fr die Geldlasten oder anderen
feststehenden Leistungen, die dem Beschenkten auferlegt sind,
4. Die Miterben und Mitteilenden haben ein Vorzugsrecht
fr die Zahlung der Zu- und Rckzahlungen von Losen: auf alle unbeweglichen Gter, die in dem mit der
Zuzahlung belasteten Los enthalten sind, es sei denn, in der Teilungsurkunde wre das Vorzugsrecht auf eines oder
mehrere dieser unbeweglichen Gter beschrnkt worden,
fr die Zahlung des Versteigerungspreises: auf das versteigerte Gut,

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


fr die durch Artikel 884 des Zivilgesetzbuches festgelegte Haftung: auf alle unbeweglichen Gter, die im Los des
Haftenden enthalten sind, es sei denn, in der Teilungsurkunde wrde das Vorzugsecht auf einen Teil dieser
unbeweglichen Gter beschrnkt. Dieses Vorzugsrecht besteht nur, sofern in der Teilungsurkunde eine feste Summe fr
den Fall der Besitzentziehung enthalten ist,
5. [Die Unternehmer, die Architekten, die Maurer und die anderen Arbeiter, die angestellt werden, um Land urbar
zu machen oder Smpfe trocken zu legen, um Gebude, Kanle oder andere Bauwerke zu errichten, wieder
aufzubauen oder instand zu setzen, vorausgesetzt jedoch, dass vom Prsidenten des Gerichts Erster Instanz, in dessen
Bezirk die Gter gelegen sind, auf Antragschrift hin ein Sachverstndiger ernannt worden ist, der vorher nach
ordnungsgemer Einberufung der eingetragenen Glubiger ein Protokoll erstellt hat, um Bestandsaufnahme zu
machen hinsichtlich der Bauwerke, die der Eigentmer ausfhren zu wollen erklrt, und dass die Bauwerke sptestens
sechs Monate nach ihrer Fertigstellung von einem ebenfalls auf Antragschrift hin ernannten Sachverstndigen
abgenommen worden sind.
Der Betrag aus dem Vorzugsrecht darf aber den durch das zweite Protokoll festgestellten Wert nicht berschreiten
und muss beschrnkt bleiben auf den zum Zeitpunkt der Veruerung des unbeweglichen Gutes festgestellten und aus
den an diesem Gut vorgenommenen Arbeiten hervorgehenden Mehrwert,]
[6. Der Staat hat ein Vorzugsrecht auf die zu sanierenden Kohlebergwerke, und zwar in Hhe der von ihm
getragenen Kosten bei den gem Artikel 4 des Kniglichen Erlasses vom 18. April 1967 ber die Sanierung der
stillgelegten Kohlebergwerke geleisteten Sanierungsarbeiten.]
[Art. 27 einziger Absatz Nr. 5 ersetzt durch Art. 3 (Art. 22) des 10. Oktober 1967 (B.S. vom 31. Oktober 1967 (Anlage));
einziger Absatz Nr. 6 eingefgt durch Art. 12 Abs. 1 des K.E. Nr. 2 vom 18. April 1967 (B.S. vom 20. April 1967)]
Art. 28 - Die durch Artikel 1654 des Zivilgesetzbuches eingerichtete Klage auf Auflsung des Verkaufs und die
durch Artikel 1705 des Zivilgesetzbuches eingerichtete Klage auf Zurckgabe der getauschten Sache knnen weder
zum Nachteil des eingetragenen Glubigers noch des Untererwerbers noch der Dritterwerber von dinglichen Rechten
durchgefhrt werden, nachdem das durch den vorigen Artikel festgelegte Vorzugsrecht erloschen oder verfallen ist.
Das Gleiche gilt fr die Widerrufsklage, die begrndet ist auf einer Nichterfllung der Bedingungen, die durch das
Vorzugsrecht htten garantiert sein knnen.
Sollten der Verkufer, der Tauschende oder der Schenker die Klage auf Auflsung des Verkaufs durchfhren,
knnen Dritte ihre Wirksamkeit immer noch anhalten, indem sie dem Antragsteller das Kapital und die durch die
Eintragung des Vorzugsrechts bewahrten Nebenleistungen gem Artikel 87 des vorliegenden Gesetzes zurckzahlen.
Die Betrge, zu deren Rckgabe der Verkufer oder der Tauschende infolge der Klage auf Auflsung oder
Zurckgabe verurteilt werden knnte, werden fr die Zahlungen der bevorrechtigten Forderungen oder Hypothekenforderungen verwendet, die diese Eigenschaft infolge einer oder mehrerer solcher Klagen verlieren knnten, und zwar
nach dem Rang, den diese Forderungen zum Zeitpunkt der Auflsung des Verkaufs oder des Tauschs hatten.
Abschnitt 4 - Wie Vorzugsrechte bewahrt werden
Art. 29 - Zwischen Glubigern sind die Vorzugsrechte auf unbewegliche Gter mit Ausnahme des Vorzugsrechts
der Gerichtskosten nur wirksam, wenn sie durch Eintragung ins Register des Hypothekenbewahrers ffentlich bekannt
gemacht worden sind.
Art. 30 - Der Verkufer bewahrt sein Vorzugsrecht durch bertragung des Rechtstitels, durch den die
Eigentumsbertragung vorgenommen wurde und festgestellt wird, dass der Preis ihm ganz oder teilweise geschuldet
wird.
Art. 31 - Die Tauschenden bewahren gegenseitig ihr Vorzugsrecht auf die getauschten unbeweglichen Gter durch
bertragung des Tauschvertrags, in dem festgestellt wird, dass ihnen im Falle der Besitzentziehung als Schadenersatz
Zuzahlungen, Rckzahlungen von Losen oder ein fester Betrag geschuldet werden.
Art. 32 - Der Schenker bewahrt sein Vorzugsrecht fr die dem Beschenkten auferlegten Geldlasten oder andere
feststehende Leistungen durch bertragung der Schenkungsurkunde, in der besagte Lasten und Leistungen festgestellt
werden.
Art. 33 - Miterben und Mitteilende bewahren ihr Vorzugsrecht durch bertragung der Teilungsurkunde
beziehungsweise der Versteigerungsurkunde.
Art. 34 - Die durch die vier vorangehenden Artikel vorgeschriebene bertragung gilt als Eintragung fr den
Verkufer, Tauschenden, Schenker, Erben oder Mitteilenden beziehungsweise fr ihren Verleiher, wenn der Betreffende
rechtmig in deren Rechte eingetreten ist.
Das Gleiche gilt fr bertragungen, die auf Antrag des Letztgenannten erfolgen.
Art. 35 - Der Hypothekenbewahrer ist zur Vermeidung smtlichen Schadenersatzes an Dritte verpflichtet, von
Amts wegen bei der bertragung Folgendes in seine Register einzutragen:
1. die Forderungen, die aus der Eigentumsbertragungsurkunde hervorgehen,
2. die Zuzahlungen und Rckzahlungen von Losen, die aus der Tauschurkunde hervorgehen. Diese Eintragung
umfasst auch den ausbedungenen Betrag des Schadenersatzes im Falle der Besitzentziehung,
3. die Geldlasten und anderen feststehenden Leistungen, die aus der Schenkungsurkunde hervorgehen,
4. die Zuzahlungen und Rckzahlungen, die aus der Teilungsurkunde beziehungsweise der Versteigerungsurkunde hervorgehen. Diese Eintragung erwhnt gegebenenfalls, was bezglich der Garantien im Falle der Besitzentziehung ausbedungen wurde.
Art. 36 - Der Verkufer, die Tauschenden, der Schenker, die Miterben oder die Mitteilenden knnen den
Hypothekenbewahrer durch eine ausdrckliche Urkundenklausel davon befreien, die Eintragung von Amts wegen
vorzunehmen.
In diesem Fall verlieren sie ihr Vorzugsrecht sowie das Recht der Klage auf Auflsung oder Zurckgabe, aber sie
drfen auf der Grundlage ihres Rechtstitels die Eintragung einer Hypothek vornehmen lassen, fr deren Rang das
Datum ihrer Eintragung bestimmend ist.
Art. 37 - Die durch die vorangehenden Artikel vorgeschriebenen Eintragungen mssen von den Glubigern in
bereinstimmung mit Artikel 90 erneuert werden. In Ermangelung der Erneuerung haben die Glubiger lediglich eine
Hypothek, fr deren Rang das Datum ihrer Eintragung bestimmend ist.

46957

46958

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 38 - Die Unternehmer, Architekten, Maurer und anderen Arbeiter, die angestellt werden, um die in Artikel 27
erwhnten Arbeiten auszufhren, bewahren: 1. durch Eintragung des Protokolls ber den Ortsbefund vor Beginn der
Arbeiten, 2. durch Eintragung des zweiten Protokolls binnen fnfzehn Tagen nach Abnahme der Arbeiten, ihr
Vorzugsrecht zum Datum des ersten Protokolls.
Nach letztgenannter Frist haben sie lediglich eine Hypothek, fr deren Rang der Tag ihrer Eintragung bestimmend
ist, und das nur fr den Mehrwert.
[Art. 38bis - Der Staat bewahrt das durch Artikel 27 Nr. 6 vorgesehene Vorzugsrecht durch Eintragung des
Protokolls ber den Ortsbefund und des vom Erwerbsausschuss erstellten Berichts vor Beginn der Arbeiten, und zwar
gem Artikel 7 des Kniglichen Erlasses vom 18. April 1967 ber die Sanierung stillgelegter Kohlebergwerke, und
durch Eintragung des Protokolls ber den Ortsbefund mit definitiver Abrechnung der ausgefhrten Arbeiten nach
Beendigung derselben.
Das Vorzugsrecht wird zum Datum der ersten Eintragung bewahrt, sofern die zweite Eintragung binnen drei
Monaten nach der endgltigen Abnahme der Arbeiten erfolgt ist.
Nach dieser Frist ist das Datum der zweiten Eintragung fr den Rang des Vorzugsrechts bestimmend.
Falls die vom Erwerbsausschuss vorgenommene Schtzung angefochten wird, wird die vom Erwerbsausschuss
gem Artikel 7 letzter Absatz des vorerwhnten Erlasses eingereichte Klage am Rande der Eintragung des
angefochtenen Protokolls und des angefochtenen Berichts vermerkt. Das Endurteil ber diese Klage wird eingetragen.]
[Art. 38bis eingefgt durch Art. 12 Abs. 2 des K.E. Nr. 2 des G. vom 18. April 1967 (B.S. vom 20. April 1967)]
Art. 39 - Die Glubiger und Vermchtnisnehmer, die laut Artikel 878 des Zivilgesetzbuches das Recht haben, die
Trennung der Vermgensmasse zu beantragen, bewahren dieses Recht in Bezug auf die unbeweglichen Gter des
Nachlasses den Glubigern, den Erben oder den Vertretern des Verstorbenen gegenber durch die Tatsache, dass sie
jedes dieser unbeweglichen Gter binnen sechs Monaten nach Eintritt des Erbfalls eintragen lassen.
Vor Ablauf dieser Frist kann auf diesen Gtern keine Hypothek bestellt werden und kann keiner Veruerung
dieser Gter zum Nachteil der Glubiger und Vermchtnisnehmer durch die Erben oder Vertreter des Verstorbenen
zugestimmt werden.
Art. 40 - Die Zessionare dieser verschiedenen bevorrechtigten Forderungen ben die gleichen Rechte aus wie die
Zedenten, an deren Stelle sie treten, vorausgesetzt, sie halten sich an die Bestimmungen von Artikel 5 des vorliegenden
Gesetzes.
KAPITEL III - Hypotheken
Art. 41 - Die Hypothek ist ein dingliches Recht an unbeweglichen Gtern, die fr die Erfllung der Verbindlichkeit
haften.
Sie ist ihrer Natur nach unteilbar und ruht ganz auf den mit der Verbindlichkeit behafteten unbeweglichen Gtern,
auf jedem dieser Gter und auf jedem Teil davon.
Sie folgt den unbeweglichen Gtern, in welche Hnde auch immer diese Gter bergehen.
Art. 42 - Die Hypothek gibt es nur in den Fllen und nach den Formen, die das Gesetz zulsst.
Art. 43 - Sie ist gesetzlich, vertraglich oder testamentarisch.
Art. 44 - Die gesetzliche Hypothek geht aus dem Gesetz hervor.
Die vertragliche Hypothek hngt von den Vereinbarungen und von der ueren Form der Urkunden und Vertrge
ab.
Die testamentarische Hypothek wird vom Testator zur Sicherung der von ihm gemachten Vermchtnisse auf einem
oder auf mehreren unbeweglichen Gtern bestellt, die im Testament ausdrcklich bestimmt werden.
Art. 45 - Hypothekenfhig sind:
1. unbewegliche Gter, die sich im Verkehr befinden,
2. die Niebrauch-, Erbpacht- und Erbbaurechte in Bezug auf die gleichen Gter whrend der Dauer dieser Rechte.
Die erworbene Hypothek erstreckt sich auf das fr unbeweglich geltende Zugehrige und auf die am
hypothekarisch belasteten unbeweglichen Gut vorgenommenen Verbesserungen.
Der Hypothekenglubiger ist dennoch verpflichtet, unbeschadet der Ausbung seines Rechts auf den nicht
gezahlten Preis, die Verkufe von gewhnlichen Unterholz- und Hochwaldabholzungen, die gutglubig nach den
rtlichen Gepflogenheiten erfolgt sind, zu respektieren.
Die nach Bestellung der Hypothek gutglubig geschlossenen Mietvertrge werden ebenfalls respektiert. Dennoch
wird ihre Dauer, wenn sie fr einen Zeitraum von mehr als neun Jahren abgeschlossen wurden, gem [Artikel 595 des
Zivilgesetzbuches] reduziert.
[Art. 45 Abs. 4 abgendert durch Art. 4 (Art. 16 Nr. 1) des G. vom 14. Juli 1976 (B.S. vom 18. September 1976)]
[Art. 45bis - Hypothek kann bestellt werden auf Gebuden, mit deren Errichtung bereits begonnen wurde oder fr
die lediglich ein Entwurf besteht, vorausgesetzt derjenige, der die Hypothek gewhrt, hat ein schon bestehendes Recht,
das es ihm ermglicht, zu seinen Gunsten zu bauen.]
[Art. 45bis eingefgt durch Art. 5 des G. vom 8. Juli 1924 (B.S. vom 13. Juli 1924)]
Art. 46 - Auf beweglichen Gtern kann keine Hypothek bestellt werden.
Abschnitt 1 - Gesetzliche Hypotheken
Art. 47 - [...] Fr die Rechte und Forderungen von Minderjhrigen und Entmndigten wird eine gesetzliche
Hypothek auf den Gtern ihres Vormunds zuerkannt; [...] fr die Rechte und Forderungen des Staates, der Provinzen,
der Gemeinden und der ffentlichen Einrichtungen wird eine gesetzliche Hypothek auf den Gtern der rechenschaftspflichtigen Einnehmer und Verwalter zuerkannt.
[Zu Gunsten wie auch zu Lasten des Vorschussfonds fr Entschdigung der durch Entnahme und Abpumpen von
Grundwasser verursachten Schden wird eine gesetzliche Hypothek zuerkannt auf den unbeweglichen Gtern, fr die
der Fonds Vorschsse gem den Rechtsvorschriften ber die Entschdigung der durch Entnahme und Abpumpen von
Grundwasser verursachten Schden ausgezahlt hat.]
[Zu Gunsten des Hilfsfonds zur Finanziellen Sanierung der Gemeinden wird eine gesetzliche Hypothek zuerkannt
auf den unbeweglichen Gtern der Gemeinden, die aus dem Fonds eine Beteiligung erhalten.]
[Art. 47 Abs. 1 abgendert durch Art. 4 (Art. 16 Nr. 2) des G. vom 14. Juli 1976 (B.S. vom 18. September 1976) und Art. 15
des G. vom 18. Juli 1991 (B.S. vom 26. Juli 1991); Abs. 2 eingefgt durch Art. 10 Nr. 3 des G. vom 10. Januar 1977 (B.S. vom
8. Februar 1977); Abs. 3 eingefgt durch Art. 11 des K.E. Nr. 208 vom 23. September 1983 (B.S. vom 7. Oktober 1983)]

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 48 - Die gesetzliche Hypothek des Staates, der Provinzen, der Gemeinden und der ffentlichen Einrichtungen
erstreckt sich auf die aktuellen und zuknftigen Gter des Rechenschaftspflichtigen und auf die zuknftigen Gter
[seines Ehepartners, es sei denn, er hat sie als Erbschaft oder als Schenkung oder entgeltlich aus eigenen Mitteln
erworben].
[Art. 48 abgendert durch Art. 22 des G. vom 13. Februar 2003 (B.S. vom 28. Februar 2003)]
1 - Von den Vormunden im Interesse der Minderjhrigen und
Entmndigten zu stellende Sicherheiten
Art. 49 - [Binnen der durch Artikel 407 1 des Zivilgesetzbuches festgelegten Frist bestimmt der Friedensrichter
den Betrag, fr den eine Hypothekeneintragung vorgenommen wird; er bezeichnet die unbeweglichen Gter, fr die
diese Eintragung beantragt werden muss unter Bercksichtigung des Vermgens der Minderjhrigen und Entmndigten, der Art der Werte, aus denen es sich zusammensetzt, und unter Bercksichtigung der mglichen Haftung des
Vormunds.
Der Friedensrichter kann, je nach den Umstnden, erklren, dass auf den Gtern des Vormunds keinerlei
Eintragung erfolgen wird. Diese Erklrung bleibt nur bis auf Widerruf wirksam.]
[Art. 49 ersetzt durch Art. 43 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 50 - 51 - [...]
[Art. 50 und 51 aufgehoben durch Art. 44 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 52 - [Die Eintragung wird aufgrund des Friedensrichterbeschlusses oder des Gerichtsurteils auf Betreiben des
Greffiers vorgenommen.
Wenn der Vormund, bevor diese Formalitt erfolgt ist, sich ber den Inhalt des auf der Grundlage von Artikel 391
des Zivilgesetzbuches ergangenen Beschlusses hinaus in die Geschftsfhrung einmischt, kann der Friedensrichter ihm
die Vormundschaft gem Artikel 398 des Zivilgesetzbuches entziehen.
Der Gegenvormund hat unter seiner persnlichen Verantwortung dafr zu sorgen, dass die Eintragung mit Bezug
auf die Gter des Vormunds auf rechtsgltige Weise erfolgt.]
[Art. 52 ersetzt durch Art. 45 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 53 - [...]
[Art. 53 aufgehoben durch Art. 46 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 54 - [Die Greffiers drfen keinerlei Ausfertigung des in Ausfhrung von Artikel 407 des Zivilgesetzbuches
ergangenen Beschlusses ausstellen, bevor die Eintragung gegen den Vormund fr die vom Friedensrichter festgelegten
Betrge und auf die von ihm bezeichneten unbeweglichen Gter nicht vorgenommen worden ist, ansonsten droht den
Greffiers gegebenenfalls, persnlich haftbar gemacht oder abgesetzt zu werden.]
[Art. 54 ersetzt durch Art. 47 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 55 - [...]
[Art. 55 aufgehoben durch Art. 48 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 56 - [Wenn der Vormund unbewegliche Gter besitzt, die aber als unzureichend eingeschtzt werden, um als
Sicherheit fr seine gesamte Geschftsfhrung zu dienen, kann der Friedensrichter zustzliche Sicherheiten gem
Artikel 407 1 Nr. 6 des Zivilgesetzbuches festlegen.]
[Art. 56 ersetzt durch Art. 49 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 57 - [...]
[Art. 57 aufgehoben durch Art. 50 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 58 - [Sollten die den Minderjhrigen oder Entmndigten gewhrten Sicherheiten unzureichend geworden
sein, kann der Friedensrichter gem Artikel 407 2 des Zivilgesetzbuches eine Erhhung des hypothekarisch zu
sichernden Betrags oder die Ausdehnung dieser Hypothek auf weitere unbewegliche Gter festlegen. Besitzt der
Vormund keine weiteren unbeweglichen Gter oder ist der Wert dieser Gter als unzureichend einzuschtzen, kann
der Friedensrichter andere oder zustzliche Garantien, wie in Artikel 56 vorgesehen, festlegen.]
[Art. 58 ersetzt durch Art. 51 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 59 - Erhlt der Vormund im Falle der Artikel 57 und 58 nachtrglich unbewegliche Gter, wird vorgegangen,
wie es in Artikel 49 und folgenden vorgesehen ist.
Art. 60 - [Werden die vom Vormund gestellten Sicherheiten im Laufe der Vormundschaft offensichtlich zu
umfangreich, kann der Friedensrichter die ursprnglich verlangten Sicherheiten gem Artikel 407 2 des
Zivilgesetzbuches einschrnken.]
[Art. 60 ersetzt durch Art. 52 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
Art. 61 - 63 [...]
[Art. 61 bis 63 aufgehoben durch Art. 53 des G. vom 29. April 2001 (B.S. vom 31. Mai 2001)]
2 - Sicherheiten fr verheiratete Frauen
Art. 64 - 72 - [...]
[Art. 64 bis 72 aufgehoben durch Art. 4 (Art. 16 Nr. 3) des G. vom 14. Juli 1976 (B.S. vom 18. September 1976)]
Abschnitt 2 - Vertragliche Hypotheken
Art. 73 - Vertragliche Hypotheken knnen nur von denen bestellt werden, die die Fhigkeit besitzen, die
unbeweglichen Gter, die sie mit der Hypothek belasten, zu veruern.
Art. 74 - Wer an einem unbeweglichen Gut lediglich ein durch eine Bedingung aufgeschobenes Recht, ein in
bestimmten Fllen auflsbares Recht oder ein der Reszision unterliegendes Recht hat, kann lediglich eine Hypothek
bestellen die denselben Bedingungen oder derselben Reszision unterworfen ist.
Art. 75 - Die Gter von Minderjhrigen und Entmndigten knnen nur aus den Grnden und in den Formen, die
das Gesetz festgelegt hat, mit einer Hypothek belastet werden.
[...]
[Art. 75 frherer Absatz 2 aufgehoben durch Art. 36 Nr. 14 des G. vom 9. Mai 2007 (B.S. vom 21. Juni 2007)]
Art. 76 - Eine vertragliche Hypothek kann nur durch eine authentische Urkunde oder durch eine vor Gericht oder
vor einem Notar anerkannte privatschriftliche Urkunde bestellt werden.
Vollmachten zur Bestellung von Hypotheken mssen in ein und derselben Form erteilt werden.

46959

46960

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 77 - In Ermangelung gegenteiliger Bestimmungen in den Vertrgen oder politischen Gesetzen sind im Ausland
bestellte Hypotheken mit Bezug auf in Belgien gelegene Gter nur wirksam, wenn die Urkunden, in denen die
Hypotheken ausbedungen sind, mit dem Sichtvermerk des Prsidenten des Zivilgerichts, in dessen Bereich die Gter
liegen, versehen worden sind.
Dieser Magistrat ist damit beauftragt zu berprfen, ob die Urkunden und die dazu gehrenden Vollmachten alle
Bedingungen erfllen, die fr ihre Authentizitt in dem Land, in dem sie ausgefertigt wurden, erforderlich sind.
[...]
[Art. 77 Abs. 3 aufgehoben durch Art. 2 (Art. 8 Nr. 24) des G. vom 10. Oktober 1967 (B.S. vom 31. Oktober 1967 (Anlage))]
Art. 78 - Eine vertragliche Hypothek ist nur dann gltig, wenn sie entweder in dem authentischen Rechtstitel,
durch den die Forderung begrndet wird, oder in einer spteren authentischen Urkunde die Art und Lage eines jeden
der beweglichen Gter, die dem Schuldner zurzeit gehren und auf die er die Hypothek fr die Forderung bestellt,
ausdrcklich angibt.
Zuknftige Gter knnen nicht mit einer Hypothek belastet werden.
Art. 79 - Wenn die mit der Hypothek behafteten unbeweglichen Gter zunichte gegangen oder beschdigt worden
sind, so dass sie fr die Gewhrleistung der Sicherheit des Glubigers unzureichend geworden sind, hat dieser das
Recht, die Rckzahlung seiner Forderung zu verlangen.
Dennoch steht es dem Schuldner zu, eine zustzliche Hypothek anzubieten, wenn der Verlust oder die
Beschdigung nicht durch seinen Fehler verursacht wurden.
Art. 80 - Eine vertragliche Hypothek ist nur dann gltig, wenn der Betrag, fr den sie bestellt worden ist, in der
Urkunde festgelegt ist.
Wenn die aus der Schuldverschreibung hervorgehende Forderung an eine Bedingung geknpft ist, muss die
Bedingung in der Eintragung, von der weiter unten die Rede sein wird, enthalten sein.
[Die zur Sicherung eines erffneten Kredits bestellte Hypothek ist gltig; fr ihren Rang ist das Datum ihrer
Eintragung bestimmend, ungeachtet der Zeitpunkte, zu denen die vom Glubiger eingegangenen Verbindlichkeiten
erfllt werden, wobei der Beweis der Erfllung durch alle rechtlichen Mittel erfolgen kann.]
[Der Glubiger behlt Dritten gegenber das Recht, ber die Hypothek zu verfgen, selbst wenn auf den Kredit
anrechenbare Verbindlichkeiten aus bertragbaren Wertpapieren bestehen. Dennoch kann der Inhaber dieser
Wertpapiere durch Einspruch die Wirkung der Aufhebungshandlung oder anderer Handlungen, die sein Recht
beeintrchtigen sollten, aussetzen.
Der Einspruch muss dem Hypothekenbewahrer und dem Glubiger zugestellt werden und Wohnsitzwahl im
Gerichtsbezirk enthalten.
Der Hypothekenbewahrer bertrgt den Einspruch am Rande der hypothekarischen Eintragung und die
bertragung wird unten auf dem Original der Gerichtsvollzieherurkunde vermerkt. Der Einspruch bleibt, wenn er
nicht erneuert wird, nur zwei Jahre wirksam; er kann durch einfache Gerichtsvollzieherurkunde aufgehoben werden.]
[Art. 80 Abs. 3 ersetzt durch einzigen Artikel des G. vom 15. April 1889 (B.S. vom 6.-7. Mai 1889); Abs. 4 bis 6 eingefgt
durch einzigen Artikel des G. vom 15. April 1889 (B.S. vom 6.-7. Mai 1889)]
Abschnitt 3 - Rang der Hypotheken untereinander
Art. 81 - Unter den Glubigern hat die Hypothek erst von dem Tag an einen Rang, an dem sie in der Form und
in der Weise, die das Gesetz vorschreibt, in die Register des Hypothekenbewahrers eingetragen worden ist.
Alle an einem selben Tag eingetragenen Glubiger haben zusammen eine Hypothek vom selben Datum ohne
Unterscheidung der am Morgen oder am Abend erfolgten Eintragungen, sollte der Hypothekenbewahrer eine solche
Unterscheidung gemacht haben.
KAPITEL IV - Modus der Eintragung von Vorzugsrechten und Hypotheken
Art. 82 - Die Eintragungen erfolgen beim Hypothekenamt, in dessen Bezirk die mit einem Vorzugsrecht oder mit
einer Hypothek behafteten Gter gelegen sind.
Die erworbenen Vorzugs- oder Hypothekenrechte, sollten sie vor dem Tod des Schuldners nicht eingetragen
gewesen sein, knnen, unbeschadet der Bestimmungen von Artikel 112, erst wieder binnen drei Monaten nach
Erffnung des Nachlasses eingetragen werden.
Die Wirkung der vor Konkurserffnung erfolgten Eintragungen wird durch die besonderen Gesetze ber die
Konkurse geregelt.
Art. 83 - Um die Eintragung zu bewirken, berreicht der Glubiger entweder selbst oder durch einen Dritten dem
Hypothekenbewahrer die authentische Ausfertigung der Urkunde, aus der das Vorzugsrecht oder die Hypothek
hervorgeht.
Dieser authentischen Ausfertigung der Urkunde legt er zwei [...] Eintragungsbordereaus bei, von denen eines auf
der Ausfertigung des Rechtstitels geschrieben sein kann. Dieser Eintragungsbordereau enthlt folgende Angaben:
1. den Namen, die Vornamen, den Wohnsitz und den Beruf des Glubigers,
2. den Namen, die Vornamen, den Beruf und den Wohnsitz des Schuldners oder eine individuelle und besondere
Bezeichnung, sodass der Hypothekenbewahrer die mit der Hypothek belastete Person in allen Fllen erkennen und
unterscheiden kann,
3. [die besondere Angabe der Urkunden, die die Hypothek oder das Vorzugsrecht begrnden, besttigen oder
anerkennen, sowie das Datum dieser Urkunden,]
4. den Betrag des Kapitals und der Nebenforderungen, fr die die Eintragung erforderlich ist, sowie die fr ihre
Bezahlung eingerumte Frist,
5. die besondere Angabe der Art und der Lage eines jeden der unbeweglichen Gter, auf denen der Eintragende
sein Vorzugsrecht oder seine Hypothek bewahren mchte.
[Der Eintragende ist auerdem verpflichtet, an einem beliebigen Ort des Bereichs des Gerichts Erster Instanz, in
dem die Gter gelegen sind, Wohnsitz zu whlen; in Ermangelung einer Wohnsitzwahl knnen alle die Eintragung
betreffenden Zustellungen und Notifizierungen an den Prokurator des Knigs ergehen.]
Der Hypothekenbewahrer vermerkt in seinem Register den Inhalt des Eintragsbordereaus, er gibt den
Antragstellern die Ausfertigung des Rechtstitels und eines der Eintragungsbordereaus zurck, auf dem er unten
bescheinigt, dass er die Eintragung vorgenommen hat, und gibt das Datum, den Band und die laufende Nummer
dieser Eintragung an.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


[Art. 83 Abs. 2 einleitende Bestimmung abgendert durch Art. 64 des G. vom 19. Dezember 2006 (B.S. vom
29. Dezember 2006); Abs. 2 Nr. 3 ersetzt durch Art. 16 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913); Abs. 3 ersetzt
durch Art. 16 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913)]
Art. 84 - Um die Eintragungen zu bewirken und Angaben zu machen, die durch die Artikel 3 und 5 verlangt
werden, legen die Parteien dem Hypothekenbewahrer entweder selbst oder durch einen Dritten Folgendes vor:
1. [falls es sich um eine Klage handelt: zwei Auszge [...] mit den Namen, Vornamen, Berufen und Wohnsitzen der
Parteien; gegebenenfalls denen des neuen Eigentmers mit Angabe seines Rechtstitels; die Rechte, deren Nichtigerklrung oder Widerrufung beantragt wird, und das Gericht, das in der Klage erkennen muss,]
2. falls es sich um ein Urteil handelt: zwei vom Greffier ausgestellte Auszge [...] mit den Namen, Vornamen,
Berufen und Wohnsitzen der Parteien, dem Tenor der Entscheidung und dem Gericht oder dem Gerichtshof, das/der
die Entscheidung erlassen hat,
3. falls es sich um eine Abtretung handelt: die authentische Ausfertigung der Urkunde und zwei Auszge [...] mit
den durch Artikel 5 verlangten Angaben.
[Fr die Anwendung von Artikel 577-12 des Zivilgesetzbuches wird dem Hypothekenbewahrer Folgendes
vorgelegt:
1. vom Notar, falls es sich um eine notarielle Urkunde handelt: zwei Auszge [...], auf denen das Datum der
Urkunde zur Feststellung der Auflsung der Miteigentmervereinigung, der Name und der Amtssitz des
beurkundenden Notars sowie der Name, die Vornamen, der Beruf und der Wohnsitz der Parteien der in Artikel 577-4
1 des Zivilgesetzbuches erwhnten Urkunde vermerkt sind;
2. vom Klger, falls es sich um eine Klage handelt: zwei Auszge [...], auf denen der Name, die Vornamen, der
Beruf und der Wohnsitz der Parteien sowie das Gericht, das in der Sache zu erkennen hat, vermerkt sind;
3. von den Parteien oder von einem Dritten, falls es sich um eine gerichtliche Entscheidung handelt: zwei vom
Greffier ausgestellte Auszge [...], auf denen das Datum, an dem die gerichtliche Entscheidung erlassen wurde, das
Gericht, das sie erlassen hat, der Name, die Vornamen, der Beruf und der Wohnsitz der Parteien, der Tenor der
gerichtlichen Entscheidung und eine Bescheinigung des Greffiers, dass kein Rechtsmittel eingelegt wurde, vermerkt
sind.]
[Um die in Artikel 1493 des Gerichtsgesetzbuches vorgesehenen Eintragungen zu bewirken, legen die Parteien
dem Hypothekenbewahrer, falls es sich um eine Klage handelt: zwei Auszge [...] mit Angabe des Namens, Vornamens
und Wohnsitzes der Parteien, des gepfndeten Gutes, des Datums der Pfndungsurkunde und des Gerichts, das ber
die Klage zu befinden hat, vor; wenn es sich um eine Entscheidung handelt: zwei vom Greffier ausgestellte Auszge
[...] mit Angabe des Namens, Vornamens und Wohnsitzes der Parteien, des Tenors der Entscheidung und des Gerichts,
das sie erlassen hat, und einer Bescheinigung des Greffiers, aus der hervorgeht, dass die Einspruchs- und
Berufungsfristen verstrichen sind und keines dieser Rechtsmittel gegen die Entscheidung eingelegt worden ist, vor.
Der Hypothekenbewahrer hndigt dem Antragsteller einen der Auszge aus, auf dem er bescheinigt, dass die
Eintragung oder der Vermerk gemacht worden ist.]
[Art. 84 Abs. 1 Nr. 1 ersetzt durch Art. 4 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913) und abgendert durch
Art. 65 Nr. 1 des G. vom 19. Dezember 2006 (B.S. vom 29. Dezember 2006); Abs. 1 Nr. 2 abgendert durch Art. 65 Nr. 1 des
G. vom 19. Dezember 2006 (B.S. vom 29. Dezember 2006); Abs. 1 Nr. 3 abgendert durch Art. 65 Nr. 1 des G. vom
19. Dezember 2006 (B.S. vom 29. Dezember 2006); neuer Absatz 2 eingefgt durch Art. 5 des G. vom 30. Juni 1994 (II) (B.S. vom
26. Juli 1994); Abs. 2 Nr. 1 abgendert durch Art. 65 Nr. 1 des G. vom 19. Dezember 2006 (B.S. vom 29. Dezember 2006); Abs. 2
Nr. 2 abgendert durch Art. 65 Nr. 1 des G. vom 19. Dezember 2006 (B.S. vom 29. Dezember 2006); Abs. 2 Nr. 3 abgendert durch
Art. 65 Nr. 1 des G. vom 19. Dezember 2006 (B.S. vom 29. Dezember 2006); Abs. 3 (frherer Absatz 2) eingefgt durch Art. 3
(Art. 105) des G. vom 10. Oktober 1967 (B.S. vom 31. Oktober 1967 (Anlage)) und abgendert durch Art. 65 Nr. 2 des G. vom
19. Dezember 2006 (B.S. vom 29. Dezember 2006)]
Art. 85 - Werden eine oder mehrere der in den beiden vorhergehenden Artikeln vorgeschriebenen Formalitten
nicht erledigt, fhrt dies nur dann zur Nichtigkeit der Eintragung beziehungsweise des Vermerks, wenn daraus ein
Nachteil fr Dritte entsteht.
Art. 86 - Eintragungen, die auf die Gter einer verstorbenen Person zu machen sind, knnen unter der bloen
Bezeichnung des Verstorbenen vorgenommen werden.
Art. 87 - Ein bevorrechtigter Glubiger oder Hypothekenglubiger, der fr ein Zinsen oder Renten bewirkendes
Kapital eingetragen ist, hat das Recht, fr hchstens drei Jahre den gleichen Rang zu haben wie fr sein Kapital,
unbeschadet der besonderen Eintragungen, die fr andere Zinsen und Renten vorgenommen werden knnen und
Hypothek bewirken ab dem Tag der Eintragung.
Art. 88 - Demjenigen, zu dessen Gunsten eine Eintragung besteht, oder seinen Vertretern steht es frei, den von ihm
im Hypothekenregister gewhlten Wohnsitz zu wechseln, vorausgesetzt, dass er im selben Bezirk einen anderen
Wohnsitz whlt und angibt.
Hierzu hinterlegt er beim Hypothekenamt entweder selbst oder durch einen Dritten eine authentische Urkunde,
die seine diesbezgliche Absicht feststellt, oder er unterzeichnet im Hypothekenregister selbst eine Wohnsitzwechselerklrung.
Im letzteren Fall ist seine Identitt, wenn der Hypothekenbewahrer es verlangt, durch einen Notar, der die
Erklrung selbst auch unterschreibt, zu bescheinigen.
Art. 89 - Die gesetzliche Hypothek des Staates, der Provinzen, der Gemeinden und der ffentlichen Einrichtungen
wird auf Vorlage zweier Eintragungsbordereaus eingetragen, die Folgendes enthalten:
die Namen, Vornamen, Eigenschaften oder genauen Bezeichnungen des Glubigers und des Schuldners, ihren
wirklichen Wohnsitz, den vom Glubiger gewhlten oder fr ihn gewhlten Wohnsitz im Bezirk, die Art der zu
bewahrenden Rechte und den Betrag ihres bestimmten oder eventuellen Wertes und schlielich die besondere Angabe
der Art und der Lage eines jeden der unbeweglichen Gter.
Art. 90 - [Durch die Eintragungen bleiben die Hypothek und das Vorzugsrecht whrend [dreiig Jahren ab dem
Tag der Eintragung] erhalten; die Wirkung endet, wenn die Eintragungen vor Ablauf dieser Frist nicht erneuert worden
sind.
Wenn das belastete unbewegliche Gut wie auch immer in andere Hnde bergegangen ist, mssen die
Eintragungen, bevor dreiig Jahre ab der bertragung des Rechtstitels ber den Erwerb des Gutes oder ab Erffnung
des Nachlasses vergangen sind, erneuert werden mit Angabe des Namens der Vornamen, des Berufes und des
Wohnsitzes des neuen Eigentmers, seines Eigentumstitels oder, gegebenenfalls, des Rechtstitels ber die Anerkennung des Vorzugsrechts oder des Hypothekenrechts.

46961

46962

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Bei aufeinanderfolgenden Eigentumswechseln schliet die Erneuerung mit Angabe des zweiten oder nachfolgenden Erwerbers, bevor dreiig Jahre ab der ersten Eigentumsbertragung vergangen sind, die Notwendigkeit jeglicher
Erneuerung gegenber frheren Erwerbern aus.]
[Art. 90 ersetzt durch Art. 5 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913); Abs. 1 abgendert durch Art. 58
des G. vom 4. August 1992 (B.S. vom 19. August 1992)]
[Art. 90bis - Eintragungen zu Gunsten von Minderjhrigen, von Entmndigten [und von Personen, die gem
Kapitel III Abschnitt 1 1 in Einrichtungen fr Geisteskranke untergebracht sind,] hren auf wirksam zu sein, wenn
sie nicht vor Ablauf eines Jahres nach Beendigung der Vormundschaft [oder vorlufigen Verwaltung] und auf jeden Fall
vor Ablauf des dreiigsten Jahres ab dem Tag der Eintragung erneuert werden.
Bei verfallenen Eintragungen wird der Grund des Verfalls am Rande der Eintragung vermerkt, und zwar durch
Aushndigung der Urkunde oder einer authentischen Bescheinigung ber den Verfall an den Hypothekenbewahrer;
dieser Randvermerk gilt als Streichung.
Auer bei Eintragungen zu Gunsten von Minderjhrigen werden die nicht mit einem Randvermerk ber den
Grund des Verfalls versehenen Eintragungen im Laufe des dreiigsten Jahres ab dem Datum der Eintragung vom
Hypothekenbewahrer von Amts wegen erneuert.]
[Art. 90bis eingefgt durch Art. 6 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913); Abs. 1 abgendert durch
Art. 4 (Art. 16 Nr. 4) des G. vom 14. Juli 1976 (B.S. vom 18. September 1976)]
[Art. 90ter - Die Erneuerungseintragung gilt nur als Ersteintragung, wenn sie die genaue Angabe ber die
erneuerte Eintragung nicht enthlt, aber es ist nicht ntig, die vorangehenden Eintragungen darin zu vermerken. Die
Bestimmung von Artikel 85 ist auf sie anwendbar.]
[Art. 90ter eingefgt durch Art. 7 des G. vom 10. Oktober 1913 (B.S. vom 21. Dezember 1913)]
Art. 91 - Die Kosten der Eintragungen und ihrer Erneuerung gehen zu Lasten des Schuldners, es sei denn
Gegenteiliges ist ausgemacht; der Eintragende leistet Vorschuss, auer wenn es um gesetzliche Hypotheken geht, fr
deren Eintragung der Hypothekenbewahrer Regress gegen den Schuldner nehmen kann.
Die bertragungskosten gehen zu Lasten des Erwerbers.
KAPITEL V - Streichung und Herabsetzung der Eintragungen
Art. 92 - [Eintragungen werden entweder mit Einverstndnis der dazu befugten beteiligten Parteien oder aufgrund
eines letztinstanzlichen oder formell rechtskrftig gewordenen Urteils oder aufgrund eines ungeachtet eines
Einspruchs oder einer Berufung fr vollstreckbar erklrten Urteils gestrichen oder herabgesetzt. Die Vollmacht zur
Streichung oder Herabsetzung muss ausdrcklich und authentisch sein.
Eintragungen vertraglicher Hypotheken knnen auch gestrichen oder herabgesetzt werden aufgrund einer
authentischen Urkunde, durch die der beurkundende Beamte einseitig bescheinigt, dass der Glubiger sein
Einverstndnis gegeben hat fr diese Streichung oder Herabsetzung; alle in der vorgelegten Urkunde aufgenommenen
Eintragungen werden von Amts wegen gestrichen oder herabgesetzt.
Der Zessionar einer hypothekarischen Forderung darf einer Streichung oder Herabsetzung nicht zustimmen, wenn
die Abtretung nicht aus in Artikel 2 erwhnten Urkunden hervorgeht.]
[Art. 92 ersetzt durch Art. 2 des G. (IV) vom 25. April 2007 (B.S. vom 8. Mai 2007)]
Art. 93 - Wer die Streichung oder Herabsetzung einer Hypothek beantragt, hinterlegt beim Hypothekenamt
entweder eine Ausfertigung der authentischen Urkunde beziehungsweise das Brevet, die/das das Einverstndnis [oder
die Bescheinigung des Einverstndnisses] enthlt, oder eine Ausfertigung des Urteils.
Ein wrtlicher Auszug aus der authentischen Urkunde ist ausreichend, wenn der Notar, der ihn ausgestellt hat,
darin erklrt, dass die Urkunde weder Bedingungen noch Vorbehalte enthlt.
Im Ausland erstellte Urkunden ber das Einverstndnis fr die Streichung oder Herabsetzung einer Hypothek
sind in Belgien erst vollstreckbar, wenn sie mit dem Sichtvermerk des Prsidenten des Gerichts, in dessen Bereich die
Gter liegen, versehen sind, der ihre Authentizitt, wie in Artikel 77 vorgesehen, berprft.
[Art. 93 Abs. 1 abgendert durch Art. 3 des G. (IV) vom 25. April 2007 (B.S. vom 8. Mai 2007)]
Art. 94 - Die Klage auf Streichung oder Herabsetzung, die als Hauptklage eingereicht wird, wird [...] vor das
Gericht gebracht, in dessen Bereich die Eintragung erfolgt ist.
Eine zwischen dem Glubiger und dem Schuldner getroffene Vereinbarung, die Klage im Streitfall vor ein von
ihnen bezeichnetes Gericht zu bringen, muss jedoch zwischen ihnen auch ausgefhrt werden.
Klagen gegen die Glubiger, zu denen die Eintragungen Anlass geben knnen, werden durch Gerichtvollzieherurkunde an die Person selbst oder an den im Register von ihnen zuletzt gewhlten Wohnsitz eingeleitet; und dies
ungeachtet des Todes entweder der Glubiger oder derer, bei denen sie Wohnsitz gewhlt haben.
[Art. 94 Abs. 1 abgendert durch einzigen Artikel des G. vom 12. August 1911 (B.S. vom 19. August 1911)]
Art. 95 - Streichung muss von den Gerichten angeordnet werden, wenn die Eintragung weder auf gesetzlicher
Grundlage noch auf der Grundlage eines Rechtstitels erfolgt ist oder wenn sie auf der Grundlage eines
unrechtmigen, erloschenen oder durch Zahlung aufgehobenen Rechtstitels erfolgt ist oder wenn die Vorzugsrechte
oder Hypothekenrechte auf gesetzlichem Wege gelscht wurden.
KAPITEL VI - Wirkung der Vorzugsrechte und Hypotheken gegen Drittinhaber
Art. 96 - Glubiger, die ein Vorzugsrecht oder eine eingetragene Hypothek auf ein unbewegliches Gut besitzen,
knnen dieses Vorzugsrecht oder diese Hypothek gegen jeglichen Drittinhaber geltend machen; entsprechend der
Rangordnung ihrer Forderungen oder Eintragungen wird ihr Rangverhltnis festgesetzt und werden sie bezahlt.
Art. 97 - Wenn ein Drittinhaber die nachstehenden Formalitten zur Entlastung seines Eigentums nicht erfllt,
bleibt er infolge der alleinigen Eintragungen als Inhaber zu allen Hypothekenschulden verpflichtet und kommt er in
den Genuss aller dem ursprnglichen Schuldner gewhrten Termine und Fristen.
Art. 98 - Der Drittinhaber ist im gleichen Fall verpflichtet, das hypothekarisch belastete unbewegliche Gut ohne
Vorbehalt aufzugeben, oder aber alle flligen Zinsen oder smtliches fllige Kapital in welcher Hhe auch immer zu
zahlen.
Art. 99 - Kommt der Drittschuldner einer dieser Verpflichtungen nicht voll und ganz nach, ist jeder
Hypothekenglubiger berechtigt, das mit Hypothek belastete unbewegliche Gut gegen ihn verkaufen zu lassen, und
zwar dreiig Tage nach dem an den ursprnglichen Schuldner ergangenen Zahlungsbefehl und nach der an den
Drittinhaber ergangenen Mahnung, die fllige Schuld zu zahlen oder das unbewegliche Gut aufzugeben.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


[In der Mahnung wird vermerkt, dass der Drittinhaber die Mglichkeit hat, dem Richter, zur Vermeidung der
Unzulssigkeit, binnen acht Tagen nach Zustellung der gegen ihn vorgenommenen Pfndung ein Angebot fr einen
freihndigen Kauf seines unbeweglichen Guts zu machen.]
[Art. 99 Abs. 2 eingefgt durch Art. 17 des G. vom 5. Juli 1998 (B.S. vom 31. Juli 1998)]
Art. 100 - Die Mglichkeit der Aufgabe eines Gutes wegen einer Hypothek besteht fr alle Drittinhaber, die nicht
persnlich zu der Schuld verpflichtet sind und zu veruern fhig sind.
Art. 101 - Diese Mglichkeit besteht selbst dann noch, wenn der Drittinhaber nur in dieser Eigenschaft die
Verbindlichkeit anerkannt hat oder nur in dieser Eigenschaft verurteilt worden ist. Die Aufgabe des Gutes hindert den
Drittinhaber bis zur Zuschlagserteilung nicht daran, das unbewegliche Gut gegen Zahlung aller Schulden und
Unkosten zurckzunehmen.
Art. 102 - Die Aufgabe des Gutes wegen einer Hypothek erfolgt in der Kanzlei des Gerichtes, in dessen Bereich sich
die Gter befinden, und wird von diesem Gericht beurkundet.
Auf Anfrage des zuerst handelnden Interessehabenden wird fr das aufgegebene unbewegliche Gut ein Kurator
eingestellt, gegen den der Verkauf des Gutes in der fr Enteignungen vorgesehenen Form verfolgt wird.
Art. 103 - Beschdigungen, die durch das Handeln oder die Nachlssigkeit des Drittinhabers zum Nachteil der
Hypothekenglubiger und bevorrechtigten Glubiger entstanden sind, bewirken gegen ihn eine Klage auf Entschdigung; seine Ausgaben und seine Kosten fr Verbesserungen kann er jedoch nur in Hhe des aus der Verbesserung
hervorgegangenen Mehrwertes zurckfordern.
Art. 104 - Die Frchte eines hypothekarisch belasteten unbeweglichen Gutes werden vom Drittinhaber erst
geschuldet ab dem Tag der Mahnung, das Gut aufzugeben oder zu zahlen, und, wenn die angefangenen Verfolgungen
drei Jahre lang eingestellt gewesen sind, ab der neuen Mahnung, die kommen wird.
Art. 105 - Die Dienstbarkeiten und dinglichen Rechte, die ein Drittinhaber an einem unbeweglichen Gut hatte,
bevor er es besa, leben wieder auf, nachdem das Gut aufgegeben wurde oder nachdem fr das Gut gegen ihn
Zuschlag erteilt wurde.
Seine persnlichen Glubiger machen nach all jenen, die gegen die vorherigen Eigentmer eingetragen waren,
ihrer Rangordnung nach ihre Hypothek auf das aufgegebene Gut beziehungsweise auf das Gut, fr das gegen ihn
Zuschlag erteilt wurde, geltend.
Art. 106 - Der Drittinhaber, der die hypothekarische Schuld bezahlt, das hypothekarisch belastete unbewegliche
Gut aufgegeben oder die Enteignung dieses Gutes erlitten hat, kann gegen den Hauptschuldner wie rechtens Regress
nehmen.
Art. 107 - Ein Drittinhaber, der durch Zahlung des Preises sein Eigentum entlasten will, hat die weiter unten im
Kapitel VIII vorgeschriebenen Formalitten zu beachten.
KAPITEL VII - Erlschen der Vorzugsrechte und Hypotheken
Art. 108 - Vorzugsrechte und Hypotheken erlschen:
1. durch das Erlschen der Hauptverbindlichkeit,
2. durch den Verzicht des Glubigers auf das Vorzugsrecht oder die Hypothek,
3. durch die Wirkung der Urteile in den durch die 1 und 2 des ersten Abschnitts von Kapitel III vorgesehenen
Fllen,
4. durch die Erfllung der Formalitten und Bedingungen, die den Drittinhabern vorgeschrieben sind, um die von
ihnen erworbenen Gter zu entlasten,
5. durch die Verjhrung,
Verjhrung tritt fr den Schuldner bezglich der in seiner Hand befindlichen Gter ein nach Ablauf der
festgelegten Zeit fr die Verjhrung der Forderungen, zu deren Sicherheit die Hypothek und das Vorzugsrecht bestellt
wurden.
Fr den Drittinhaber tritt sie erst nach Ablauf der Zeit ein, die erforderlich ist fr den lngsten Verjhrungszeitraum der Rechte an unbeweglichen Gtern.
Die vom Glubiger gemachten Eintragungen unterbrechen den Lauf der vom Gesetz zugunsten des Schuldners
oder Drittinhabers festgelegten Verjhrung nicht, wobei letzterer dazu gezwungen werden kann, auf eigene Kosten
einen Rechtstitel zur Erkennung der Hypothek beizubringen, und zwar ab dem Datum der bertragung ihres Erwerbs.
Achtundzwanzig Jahre nach dem Datum dieses Rechtstitels ist der Drittinhaber verpflichtet, ihn zu erneuern, wenn er
das hypothekarisch belastete unbewegliche Gut dann noch besitzt,
6. durch den in Artikel 82 2 erwhnten Grund.
KAPITEL VIII - Art und Weise, das Eigentum von den Vorzugsrechten und
Hypotheken zu entlasten
Art. 109 - Der Zedent bertrgt dem Zessionar nur das Eigentum und die Rechte, die er selber an der abgetretenen
Sache hatte; er bertrgt mit den gleichen Vorzugsrechten und Hypotheken, mit denen er belastet war.
Art. 110 - Will der neue Eigentmer sich gegen die Wirkung der im Rahmen des vorangehenden Kapitels VI
erlaubten Verfolgungen absichern, muss er entweder vor den Verfolgungen oder sptestens binnen dreiig Tagen nach
der ersten an ihn ergangenen Mahnung den Glubigern an dem Wohnsitz, den sie fr die Eintragung gewhlt haben,
Folgendes notifizieren:
1. das Datum seines Rechtstitels, wenn er authentisch ist, oder das der notariellen Urkunde oder des Urteils zur
Anerkennung der privatschriftlichen Urkunde; den Namen und den Amtssitz des Notars, der die Urkunde ausgefertigt
hat, oder das Gericht, das das Urteil gefllt hat; die Bezeichnung der Parteien; die genaue Angabe der unbeweglichen
Gter; die Preise und die zum Verkaufspreis gehrenden Lasten; die Schtzung dieser Lasten und die des Preises selbst,
wenn er aus einer Leibrente besteht oder aus irgendeiner anderen Verbindlichkeit als der, ein festes Kapital zu zahlen;
schlielich die Bewertung der Sache, wenn sie geschenkt oder unter einem anderen Rechtstitel als dem des Verkaufs
abgetreten wurde,
2. die Angabe des Datums, des Bands und der Nummer der bertragung,
3. eine Tabelle mit drei Spalten, deren erste Spalte das Datum der Hypotheken und das der Eintragungen sowie
die Angabe des Bands und der Nummer dieser Eintragungen, die zweite den Namen der Glubiger und die dritte den
Betrag der eingetragenen Forderungen enthlt.

46963

46964

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 111 - Der neue Eigentmer kann von dem Recht, das ihm der vorangehende Artikel einrumt, nur unter der
Bedingung Gebrauch machen, dass er die vorgeschriebene Notifizierung binnen einem Jahr nach bertragung des
Erwerbstitels vornimmt.
Art. 112 - Die in den vorangehenden Artikeln erwhnte Notifizierung muss nur an die Glubiger ergehen, die vor
bertragung des Erwerbstitels eingetragen waren.
Jede Eintragung, die nach dieser bertragung gegen die vorigen Eigentmer aufgenommen wird, bleibt ohne
Wirkung.
Art. 113 - Der neue Eigentmer erklrt in derselben Urkunde, dass er die Hypothekenschulden und -lasten in Hhe
des Preises oder des angegebenen Wertes ohne jeglichen Abzug zugunsten des Verkufers oder anderer Personen
begleichen wird.
Vorbehaltlich gegenteiliger Bestimmung in den Schuldscheinen verfgt er ber die dem ursprnglichen Schuldner
gewhrten Termine und Fristen und hlt er die diesem Schuldner gegenber festgelegten Termine und Fristen ein.
Nicht fllige Forderungen, die nur zum Teil einen ntzlichen Rang haben, sind dem neuen Eigentmer gegenber
im Verhltnis zu diesem Anteil und dem Schuldner gegenber fr die Gesamtheit dieser Forderungen sofort fllig.
Art. 114 - Befindet sich unter den Glubigern ein Verkufer, dem gleichzeitig ein Vorzugsrecht und eine
Auflsungsklage zusteht, verfgt er ab der an ihn ergangenen Notifizierung ber vierzig Tage, um zwischen beiden
Rechten eine Wahl zu treffen; andernfalls verfllt die Auflsungsklage und kann er nur noch sein Vorzugsrecht
beanspruchen.
Entscheidet er sich fr die Auflsung des Vertrags, muss er dies zur Vermeidung des Verfalls bei der Kanzlei des
Gerichts melden, vor dem auf Festsetzung des Rangverhltnisses zu klagen ist.
Die Meldung muss binnen der oben festgelegten Frist erfolgen und ihr muss binnen zehn Tagen die Erhebung der
Auflsungsklage folgen.
Ab dem Tag, an dem der Kufer sich fr die Auflsungsklage entschieden hat, wird die Entlastung ausgesetzt; sie
kann erst wieder aufgenommen werden, nachdem der Verkufer auf die Auflsungsklage verzichtet hat oder nachdem
diese Klage abgewiesen wurde.
Die vorangehenden Bestimmungen sind auf den Tauschenden und auf den Schenker anwendbar.
Art. 115 - Hat der neue Eigentmer die oben erwhnte Notifizierung binnen der festgelegten Frist vorgenommen,
kann jeder Glubiger, dessen Rechtstitel eingetragen ist, beantragen, dass das unbewegliche Gut im Wege einer
ffentlichen Versteigerung verkauft wird, unter der Bedingung,
1. dass dieser Antrag dem neuen Eigentmer bis sptestens vierzig Tage nach der auf seinen Antrag erfolgten
Notifizierung vom Gerichtsvollzieher zugestellt wird, wobei pro fnf Myriameter Entfernung zwischen dem gewhlten
Wohnsitz und dem vom Gericht, das ber die Festsetzung des Rangverhltnisses zu erkennen hat, am weitesten
entfernten tatschlichen Wohnsitz des Glubigers ein Tag hinzugegeben wird,
2. dass dieser Antrag ein Angebot enthlt, durch das der Antragsteller oder eine von ihm vorgestellte Person den
Preis ein Zwanzigstel ber dem im Vertrag ausbedungenen oder vom neuen Eigentmer erklrten Preis ansetzt. Dieses
Angebot betrifft den Hauptpreis und die Lasten ohne jeglichen Abzug zum Nachteil der eingetragenen Glubiger. Die
Kosten des ersten Vertrags mssen dabei nicht bercksichtigt werden,
3. dass die gleiche Zustellung binnen der gleichen Frist an den vorherigen Eigentmer und an den Hauptschuldner
ergeht,
4. dass das Original und die Abschriften dieser Gerichtsvollzieherurkunden vom beantragenden Glubiger oder
von seinem ausdrcklich Bevollmchtigten, der in diesem Fall eine Abschrift seiner Vollmacht beibringen muss,
unterzeichnet werden. Gegebenenfalls mssen sie auch vom Drittanbieter unterzeichnet werden,
5. dass der Antragsteller anbietet, eine persnliche oder hypothekarische Sicherheit in Hhe von fnfundzwanzig
Prozent des Preises und der Lasten zu leisten; oder dass er, falls er einen gleichwertigen Betrag hinterlegt hat, eine
Abschrift der Hinterlegungsbescheinigung notifiziert.
Das Ganze unter Androhung der Nichtigkeit.
Art. 116 - Haben die Glubiger die Versteigerung nicht in der vorgeschriebenen Form und binnen der
vorgeschriebenen Frist beantragt, bleibt der Wert des unbeweglichen Gutes endgltig auf den im Vertrag
ausbedungenen oder auf den vom neuen Eigentmer erklrten Preis festgesetzt.
Die Eintragungen, die keinen ntzlichen Rang auf dem Preis haben, werden fr den Teil, der den Preis bersteigt,
gestrichen infolge des auf gtlichem oder gerichtlichem Wege in bereinstimmung mit den Verfahrensgesetzen
festgesetzten Rangverhltnisses.
Der neue Eigentmer wird von den Vorzugsrechten und Hypotheken befreit, entweder indem er den Glubigern
mit einem ntzlichen Rang den Betrag der flligen Forderungen oder derer, fr die es ihm freisteht, sie zu begleichen,
zahlt oder indem er den Preis in Hhe dieser Forderungen hinterlegt.
Fr die nicht flligen Forderungen, von denen er sich nicht befreien mchte oder nicht befreien kann, bleibt er den
mit einem ntzlichen Rang versehenen Vorzugsrechten und Hypotheken unterlegen.
Art. 117 - Im Falle eines Weiterverkaufs wegen bergebots verluft dieser Verkauf in der durch das
Zivilprozessgesetzbuch vorgegebenen Form.
Art. 118 - Der Zuschlagsempfnger ist ber die Zahlung des Zuschlagspreises hinaus verpflichtet, dem Erwerber
oder dem Beschenkten, der den Besitz am Gut verloren hat, die gesetzlichen Kosten seines Vertrags, die der
bertragung in die Hypothekenamtsregister, die Notifizierungskosten und die von ihm getragenen Kosten zum
Erreichen des Weiterverkaufs zu erstatten.
Art. 119 - Der Erwerber oder Beschenkte, der als Meistbietender das ffentlich versteigerte unbewegliche Gut
behlt, ist nicht verpflichtet, das Zuschlagerteilungsurteil bertragen zu lassen.
Art. 120 - Der Glubiger, der die Versteigerung beantragt hat und von seinem Antrag zurcktritt, kann, selbst wenn
er den Betrag des Angebots zahlen sollte, die ffentliche Versteigerung nicht verhindern, wenn nicht alle brigen
Hypothekenglubiger dem ausdrcklich zustimmen oder wenn diese nach Mahnung durch den Gerichtsvollzieher, die
Versteigerung binnen fnfzehn Tagen fortzusetzen, dieser Mahnung nicht Folge geleistet haben. In diesem Fall geht der
Betrag des Angebots an die Glubiger, und zwar nach der Rangordnung ihrer Forderungen.
Art. 121 - Der Erwerber, der den Zuschlag bekommt, kann, wie rechtens, gegen den Verkufer Regress nehmen
zwecks Rckzahlung des Betrags, der ber den in seinem Rechtstitel ausbedungenen Preis hinausgeht, und der Zinsen
auf diesen Betrag, und zwar ab dem Tag einer jeden Zahlung.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 122 - Sollte der Rechtstitel des neuen Eigentmers unbewegliche und bewegliche Gter oder mehrere
unbewegliche Gter, die einen hypothekarisch belastet, die anderen nicht, im selben oder in verschiedenen
Hypothekenamtsbezirken gelegen, fr ein und denselben Preis oder fr verschiedene und getrennte Preise veruert,
zum selben Betrieb gehrend oder nicht, umfassen, wird der Preis eines jeden mit einer besonderen und getrennten
Eintragung belasteten unbeweglichen Guts in der vom neuen Eigentmer vorgenommenen Notifizierung gemeldet,
gegebenenfalls durch Aufschlsselung im Verhltnis zu dem im Rechtstitel erwhnten Gesamtpreis.
Der berbietende Glubiger kann auf keinen Fall gezwungen werden, sein Angebot weder auf bewegliches Gut
noch auf andere unbewegliche Gter als die, die fr seine Forderung mit Hypothek belastet sind und im selben Bezirk
liegen, auszudehnen; mit Ausnahme der Regressnahme des neuen Eigentmers gegen seine Rechtvorgnger zur
Vergtung des mglicherweise fr ihn entstehenden Schadens wegen Teilung der Gter seines Erwerbs oder der
Betriebe.
KAPITEL IX - ffentlichkeit der Register und Verantwortlichkeit der Hypothekenbewahrer
Art. 123 - [Werden am selben Tag mehrere der ffentlichkeit unterliegende Rechtstitel dem Hypothekenamt
vorgelegt, wird der Vorrang nach dem Datum dieser Rechtstitel bestimmt. Fr Rechtstitel vom selben Datum wird der
Vorrang nach der laufenden Nummer bestimmt, unter der die Abgabe der Rechtstitel in dem durch Artikel 124 Nr.1
vorgeschriebenen Register vermerkt ist.
Absatz 1 ist nicht anwendbar auf die in Artikel 81 Absatz 2 erwhnten Glubiger.]
[Art. 123 ersetzt durch Art. 3 des G. vom 9. Februar 1995 (B.S. vom 18. Mrz 1995)]
Art. 124 - Die Hypothekenbewahrer mssen:
1. ein Hinterlegungsregister fhren, in dem die Abgabe der Rechtstitel, deren Eintragung oder bertragung
beantragt wird, nach laufenden Nummern in der Reihenfolge der Abgaben festgestellt wird,
2. Register fhren, in denen die bertragungen vermerkt werden,
3. Register fhren, in denen die Eintragungen der Vorzugsrechte und Hypotheken sowie die Streichungen und
Herabsetzungen vermerkt werden.
Art. 125 - Die Hypothekenbewahrer fhren auerdem ein Register [...]; darin vermerken sie auszugsweise in der
Reihenfolge der Abgabe der Urkunden unter den Namen jedes belasteten Eigentmers in dem fr ihn bestimmten Feld
die Eintragungen, Streichungen und anderen Urkunden, die ihn betreffen. Sie geben auch die Register an, in denen eine
jede der Urkunden vermerkt ist, und die Nummer, unter der die Urkunde eingetragen ist.
[Art. 125 abgendert durch Art. 81 des E.R. vom 26. Juni 1947 (B.S. vom 14. August 1947)]
Art. 126 - Die Hypothekenbewahrer stellen dem Antragsteller, wenn er darum bittet, eine Empfangsbescheinigung
[...] ber die Abgabe der Urkunden und Eintragungsbordereaus aus, die zu bertragen oder einzutragen sind. Diese
Empfangsbescheinigung gibt die Nummer des Registers wieder, unter dem die Abgabe eingetragen worden ist.
Sie drfen die bertragungen und Eintragungen in die entsprechenden Register erst am Datum und in der
Reihenfolge vornehmen, in der die Urkunden und Eintragungsbordereaus an sie abgegeben worden sind.
[Die Ausfertigungen der in Artikel 1 erwhnten Urkunden oder Urteile, die den Vermerk oder den hinzugefgten
Vermerk der ausgefhrten bertragung enthalten, werden dem Antragsteller von den Hypothekenbewahrern binnen
einem Monat nach dem Datum der in Artikel 1 des vorliegenden Gesetzes erwhnten bertragung zurckgeschickt.]
[Art. 126 Abs. 1 abgendert durch Art. 81 des E.R. vom 26. Juni 1947 (B.S. vom 14. August 1947); Abs. 3 eingefgt durch
Art. 34 des G. vom 6. Mai 2009 (B.S. vom 19. Mai 2009)]
Art. 127 - Die Hypothekenbewahrer sind verpflichtet, Bescheinigungen auszustellen, durch die Wechsel des
Eigentums und Bewilligungen dinglicher Rechte sowie Mietvertrge festgestellt werden, denen von allen Personen
zugestimmt wird, die in den schriftlichen Antrgen, die zu diesem Zweck an sie gerichtet werden, vermerkt sind.
Sie sind ebenfalls dazu verpflichtet, allen Antragstellern Abschriften der bestehenden Eintragungen und
bertragungen oder Bescheinigungen darber, dass es deren keine gibt, auszustellen.
[Welches auch immer das Datum der Urkunde und ihrer bertragung ist, die Hypothekenbewahrer sind
verpflichtet, in der Bescheinigung die in Artikel 577-4 1 des Zivilgesetzbuches erwhnte Urkunde und ihre
Abnderungen zu vermerken.]
[Art. 127 Abs. 3 eingefgt durch Art. 6 des G. vom 30. Juni 1994 (II) (B.S. vom 26. Juli 1994)]
Art. 128 - Sie haften fr den Schaden, der entsteht:
1. aus dem Versumnis, in ihre Register Urkunden zu bertragen, die dieser Formalitt unterliegen, und
Eintragungen vorzunehmen, die in ihrem Amt beantragt worden sind,
2. aus dem fehlenden Vermerk in ihren Bescheinigungen einer oder mehrerer bestehenden bertragungen oder
Eintragungen, es sei denn, der Fehler geht auf unzulngliche Bezeichnungen zurck, die ihnen nicht zur Last gelegt
werden knnen.
Art. 129 - Im Falle der Entlastung eines unbeweglichen Gutes, fr das der Hypothekenbewahrer versumt haben
sollte, in seinen Bescheinigungen eines oder mehrere der eingetragenen Hypothekenrechte zu vermerken, bleibt dieses
Gut in den Hnden des neuen Besitzers frei von diesen Rechten, vorausgesetzt, im Antrag auf Bescheinigung ist
deutlich der Schuldner angegeben, zu dessen Lasten die Eintragungen vorgenommen worden sind.
Diese Bestimmung beeintrchtigt jedoch nicht das Recht der nicht vermerkten Glubiger, binnen angemessener
Frist das bergebot einzufordern und sich den Rang zuordnen zu lassen, der ihnen zusteht, solange der Preis vom
Erwerber nicht gezahlt worden ist oder solange das unter den Glubigern noch festzusetzende Rangverhltnis nicht
endgltig geworden ist.
Art. 130 - Auf keinen Fall drfen die Hypothekenbewahrer weder die bertragungen oder Eintragungen noch das
Ausstellen der Bescheinigungen verweigern oder verzgern; anderenfalls drohen ihnen Schadenersatzleistungen an die
Parteien; zu diesem Zweck werden auf Betreiben der Antragsteller entweder von einem Friedensrichter, Gerichtsvollzieher oder Notar Verweigerungen und Verzgerungen sofort zu Protokoll gebracht.
Art. 131 - Alle Register der Hypothekenbewahrer, mit Ausnahme des in Artikel 125 erwhnten Registers, werden
durch [einen vom Minister der Finanzen zu bestimmenden Beamten] [...] auf jedem Blatt und unter Angabe der ersten
und der letzten Seite nummeriert und paraphiert.
Das Hinterlegungsregister wird jeden Tag wie die Registrierungsregister abgeschlossen.
[Art. 131 Abs. 1 abgendert durch einzigen Artikel des G. vom 14. Juli 1933 (B.S. vom 24. Juli 1933) und Art. 81 des E.R.
vom 26. Juni 1947 (B.S. vom 14. August 1947)]

46965

46966

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 132 - Die Hypothekenbewahrer haben sich in der Ausbung ihres Amtes an alle Bestimmungen des
vorliegenden Kapitels zu halten; anderenfalls droht ihnen eine Geldbue von 50 bis zu 1.000 [EUR] fr die erste
bertretung. Bei Rckfall verdoppelt sich die Geldbue und, je nach den Umstnden, kann sogar die Absetzung
ausgesprochen werden, das Ganze unbeschadet des Schadenersatzes an die Parteien, der vor der Geldbue zu zahlen
ist.
[Art. 132 abgendert durch Art. 2 des G. vom 26. Juni 2000 (B.S. vom 29. Juli 2000)]
Art. 133 - Die Hinterlegungsvermerke, Eintragungen und bertragungen werden in den Registern hintereinander
ohne Leerrume und Zwischenzeilen vorgenommen, andernfalls drohen dem Hypothekenbewahrer eine Geldbue
von 500 bis zu 2.000 [EUR] sowie Schadenersatz an die Parteien, der auch vor der Geldbue zu zahlen ist.
[Art. 132 abgendert durch Art. 2 des G. vom 26. Juni 2000 (B.S. vom 29. Juli 2000)]
Art. 134 - Der Hypothekenbewahrer kann, auf eigene Kosten, Fehler, die er gemacht haben sollte, berichtigen,
indem er in seinen Registern, aber nur am laufenden Tag, eine bertragung der Urkunden und Eintragungsbordereaus
vornimmt, der eine Notiz vorangeht, die auf die erste bertragung hinweist.]
[KAPITEL X - Fhrung und Bewahrung der Hypothekendokumente
[Kapitel X mit den Artikeln 135 bis 138 eingefgt durch Art. 4 des G. vom 9. Februar 1995 (B.S. vom 18. Mrz 1995)]
Art. 135 - Ins Register der hinterlegten Rechtstitel, dessen Fhrung durch Artikel 124 Nr. 1 vorgeschrieben ist,
werden eingetragen:
1. in der Reihenfolge ihrer Abgaben an den Hypothekenbewahrer: alle Urkunden, Urteile, Eintragunsbordereaus
und sonstigen Schriftstcke, die vorgelegt werden, um bertragen, eingetragen oder einfach am Rande der in
Ausfhrung von Artikel 124 Nr. 2 und 3 gefhrten Register vermerkt zu werden,
2. die Urkunden und Urteile, die eine vllige oder teilweise Aufhebung gewhren oder anordnen und vorgelegt
werden im Hinblick auf eine Streichung oder Herabsetzung.
Art. 136 - Von den Eintragungen ins Register der hinterlegten Rechtstitel wird vom Hypothekenbewahrer oder von
dem eigens zu diesem Zweck vom Generaldirektor der Mehrwertsteuer-, Registrierungs- und Domnenverwaltung
beauftragten Beamten vor Ort, sofort oder nach Schlieung des Registers, eine Abschrift angefertigt.
Art. 137 - ffentliche Amtstrger und Beamte erstellen von jeder Urkunde, die als Brevet oder Original im Hinblick
auf eine Streichung, eine Herabsetzung oder einen Randvermerk vorgelegt wird, eine gleichlautende Abschrift.
Die Abschrift wird zusammen mit der Urkunde an den Hypothekenbewahrer abgegeben. Sie hat Beweiskraft wie
die Urkunde, falls diese verloren ginge oder vernichtet wrde.
Art. 138 - Der Minister der Finanzen bestimmt die Form der in den Artikeln 136 und 137 erwhnten Abschriften.
Diese Abschriften werden an einem Ort, binnen einer Frist und nach den Modalitten hinterlegt, die vom Minister
der Finanzen bestimmt werden.]
[KAPITEL XI - Bezeichnung der Parteien und der unbeweglichen Gter
[Kapitel XI mit den Artikeln 139 bis 143 eingefgt durch Art. 4 des G. vom 9. Februar 1995 (B.S. vom 18. Mrz 1995)]
Art. 139 - 1 - [In jeder Urkunde und auf jedem Dokument, die in einem Hypothekenamt der ffentlichkeit
unterliegen, muss jede natrliche Person, unter deren Namen die ffentlichkeit sichergestellt werden muss, mit ihrem
Namen, gefolgt durch ihre Vornamen, ihrem Geburtsort und Geburtsdatum und mit ihrem Wohnsitz bezeichnet
werden.
Handelt es sich um eine authentische Urkunde oder um die Eintragung einer gesetzlichen Hypothek, mssen der
beurkundende Beamte oder die Person, die ermchtigt sind, diese Eintragung zu beantragen, die oben erwhnten
Identittsangaben entweder im Text selbst oder unten auf der Urkunde oder dem Dokument beglaubigen. Diese
Beglaubigung erfolgt auf der Grundlage des Nationalregisters der natrlichen Personen, des Personalausweises, des
Heiratsbuchs oder, falls es Beanstandungen gibt, auf der Grundlage der Personenstandsregister. Erfolgt die
Beglaubigung auf der Grundlage des Personalausweises, gengt es, die ersten beiden Vornamen zu erwhnen statt alle
Vornamen wiederzugeben. Die Vornamen werden in der Reihenfolge angegeben, in der sie auf dem Dokument, das zur
Identifizierung gedient hat, erwhnt sind. Die dem Hypothekenbewahrer vorgelegten Ausfertigungen und Auszge
geben den Inhalt dieser Beglaubigung wieder.
In den anderen Fllen wird der Urkunde oder dem Dokument ein Auszug aus dem Personenstandsregister
beigefgt.]
2 - Ist die Person, unter deren Namen die ffentlichkeit sichergestellt werden muss, weder im Personenstandsregister noch im Nationalregister bekannt, gibt, je nach Fall, der ffentliche Amtstrger, der Beamte oder die
beantragende Person in der oben erwhnten Beglaubigung oder unten auf der Urkunde oder dem Dokument den
Identittsnachweis an, auf dessen Grundlage Name, Vornamen, Geburtsort und Geburtsdatum der betreffenden Person
bestimmt worden sind.
In Ermangelung der in den vorangehenden Abstzen erwhnten Identifizierungsschriftstcke kann Ersatz
geschaffen werden durch eine vor einem belgischen Notar erstellte Offenkundigkeitsurkunde.
3 - Fr die der ffentlichkeit unterliegenden Urteile wird die Identifizierung der Personen durch einen Notar,
durch den Beamten oder die auftretende Behrde, wie in vorliegendem Artikel vorgesehen, unten auf der Ausfertigung
beglaubigt.
4 - [...]
5 - Der Knig kann die in vorliegendem Artikel angefhrten Identifizierungsregeln ergnzen.
[Art. 139 1 ersetzt durch Art. 2 Nr. 1 des G. (III) vom 1. Mrz 2007 (B.S. vom 14. Mrz 2007); 4 aufgehoben durch
Art. 2 Nr. 2 des G. (III) vom 1. Mrz 2007 (B.S. vom 14. Mrz 2007)]
Art. 140 - In jeder Urkunde und auf jedem Dokument, die in einem Hypothekenamt der ffentlichkeit unterliegen,
muss jede Gesellschaft, Vereinigung oder andere juristische Person des privaten Rechts, unter deren Namen die
ffentlichkeit sichergestellt werden muss, mit ihrem Gesellschaftsnamen, ihrer Rechtsform, dem Datum ihrer
Grndungsurkunde, ihrem Gesellschaftssitz oder satzungsmigen Sitz sowie, wenn sie [in der Zentralen Datenbank
der Unternehmen eingetragen ist], mit ihrer [Unternehmensnummer] bezeichnet werden.
Der Knig kann die in vorliegendem Artikel angefhrten Identifizierungsregeln ergnzen.
[Art. 140 Abs. 1 abgendert durch Art. 3 des G. (III) vom 1. Mrz 2007 (B.S. vom 14. Mrz 2007)]
Art. 141 - Die Bezeichnung der unbeweglichen Gter, die Gegenstand einer der ffentlichkeit unterliegenden
Urkunde oder eines der ffentlichkeit unterliegenden Dokuments sind, muss folgende Angaben enthalten: die
geographische Lage (Gemeinde, Strae oder Weiler, Hausnummer), die weniger als ein Jahr alte katastermige

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46967

Beschreibung, wie sie aus einem Auszug aus der Katastermutterrolle hervorgeht, die Art und die Flche. Wenn die
Angaben ber die geographische Lage und die katastermige Beschreibung seit bertragung des letzten Rechtstitels
gendert haben, sind diese Angaben auch so, wie sie aus diesem letzten Rechtstitel hervorgehen, beizubringen.
Handelt es sich um Stockwerke oder Teile von Stockwerken eines in Artikel 577bis 11 des Zivilgesetzbuches
erwhnten unbeweglichen Gutes, muss die Bezeichnung auerdem mit den Angaben der bertragenen Basisurkunde
und der bertragenen Urkunden, die sie abgendert haben, bereinstimmen.
In der der ffentlichkeit unterliegenden Urkunde oder dem der ffentlichkeit unterliegenden Dokument werden
der Eigentumstitel fr die betreffenden unbeweglichen Gter und der zuletzt bertragene Rechtstitel, falls er noch
keine dreiig Jahre alt ist, vermerkt.
Der Knig kann die in vorliegendem Artikel angefhrten Identifizierungsregeln ergnzen.
Art. 142 - Der Knig bestimmt, wie in jedem Antrag auf Bescheinigung die natrlichen oder juristischen Personen,
ber die die Ausknfte ntig sind, sowie die betreffenden unbeweglichen Gter zu bezeichnen sind.
Art. 143 - Der Hypothekenbewahrer darf sich weigern, die Formalitt, die der ffentlichkeit unterliegt, ganz zu
erfllen oder die beantragte Bescheinigung auszustellen, wenn die Bestimmungen der Artikel 139 bis 142 nicht
eingehalten worden sind.]
[KAPITEL XII - Materielle Formen der ffentlichkeitsmodalitten und der Antrge
[Kapitel XII mit Art. 144 eingefgt durch Art. 4 des G. vom 9. Februar 1995 (B.S. vom 18. Mrz 1995)]
Art. 144 - Der Knig kann:
1. die Bedingungen festlegen, die die Dokumente zwecks ffentlichkeit der Hypotheken erfllen mssen, sowie
ihre materiellen Formen; insbesondere kann Er die Benutzung von Formularen vorschreiben, deren Muster vom
Minister der Finanzen bestimmt werden,
2. die materiellen Formen und den Inhalt jeglicher Beantragung von Abschriften, Auszgen oder Bescheinigungen
festlegen; Er kann die Benutzung von Formularen vorschreiben, deren Muster vom Minister der Finanzen bestimmt
werden,
3. die formbezogenen Bedingungen fr die vom Hypothekenbewahrer ausgestellten Bescheinigungen festlegen,
4. die Fhrung der in den Artikeln 124 und 125 erwhnten Register regeln sowie die materiellen Formen davon
festlegen.]

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
N. 2012 2344
[C 2012/03250]
3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit
tot wijziging van de uitvoeringsbesluiten
van het Wetboek diverse rechten en taksen

SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES


F. 2012 2344

[C 2012/03250]
3 AOUT 2012. Arrt royal
modifiant larrt dexcution
du Code des droits et taxes divers

VERSLAG AAN DE KONING

RAPPORT AU ROI

Wij hebben de eer het bijgevoegde ontwerp van Koninklijk besluit


voor te leggen aan Uwe Majesteit, dat is opgesteld ter uitvoering van de
artikelen 61 tot 69 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse
bepalingen. Deze artikels hebben als voorwerp de invoering van een
taks op de effecten aan toonder die wordt opgenomen in Titel IV van
het Wetboek diverse rechten en taksen.
Dit ontwerp heeft als doel :
het kantoor aan te duiden waar de taks op de effecten aan toonder
dient betaald te worden;
de elementen te vermelden die in de opgave moeten meegedeeld
worden;
de termijn te bepalen gedurende de welke de opgave dient
bewaard te worden door de belastingschuldige met het oog op een
mogelijke controle;
de elementen te vermelden die dienen voor te komen in het bewijs
van neerlegging dat door de belastingschuldige moet overhandigd
worden bij de neerlegging van de effecten;
de wijze en de voorwaarden te regelen van een eventuele
terugbetaling van de taks.
Daar het ontwerp met terugwerkende kracht inwerking treedt werd
door de Raad van State opgemerkt dat een overgangsbepaling dient
opgenomen te worden, voor de schuldenaars die geen bewijs van
neerlegging hebben opgesteld en afgegeven.
Hiertoe werd een artikel 2 in het ontwerp opgenomen dat bepaalt dat
de bewijzen van neerlegging die werden afgeleverd vr de datum van
publicatie van het koninklijk besluit, beschouwd worden als zijnde
conform aan artikel 223, 2, van het Uitvoeringsbesluit van het
Wetboek diverse rechten en taksen.
Ik heb de eer te zijn,

Nous avons lhonneur de soumettre Votre Majest le projet darrt


royal ci-joint, prpar pour lexcution des articles 61 69 de la loi du
28 dcembre 2011 portant des dispositions diverses. Ces articles ont
pour objet la mise en place dune taxe sur les titres au porteur qui a t
introduite dans le titre IV du Code des droits et taxes divers.

Sire,
van uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaar,

Sire,
de Votre Majest,
le trs respectueux,
et trs fidle serviteur,

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financin,


S. VANACKERE

Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,


S. VANACKERE

Sire,

Sire,

Ce projet a comme objectif :


de dterminer le bureau auquel la taxe sur les titres au porteur doit
tre paye;
de notifier les lments qui doivent tre mentionns dans la
dclaration;
de dfinir la dure pendant laquelle la dclaration doit tre
conserve par le redevable de limpt en vue dun ventuel contrle;
de notifier les lments reprendre sur le rec u de dpt qui doit
tre remis par le dbiteur de limpt au dpt des titres;
de rgler la manire et les conditions dun ventuel remboursement de limpt.
Comme le projet entre en vigueur avec effet rtroactif, le Conseil
dEtat a signal quune disposition transitoire devrait tre introduite
pour les dbiteurs qui nont mis et livr aucun rec u de dpt.
A cet effet, un article 2 a t intgr dans le projet qui stipule que les
rec us de dpt qui ont t dlivrs avant la date de publication de
larrt royal sont considrs comme conformes larticle 223, 2, de
larrt dexcution du Code des droits et taxes divers.
Jai lhonneur dtre,

46968

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Advies 50.826/1 van 10 januari 2012
van de afdeling Wetgeving
van de Raad van State

Avis 50.826/1 du 10 janvier 2012


de la section de lgislation
du Conseil dEtat

De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 5 januari 2012


door de Minister van Financin verzocht hem, binnen een termijn van
vijfwerkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk
besluit tot wijziging van de Uitvoeringsbesluiten van het Wetboek
diverse rechten en taksen, heeft het volgende advies gegeven :

Le Conseil dEtat, section de lgislation, premire chambre, saisi par


le Ministre des Finances, le 5 janvier 2012, dune demande davis, dans
un dlai de cinq jours ouvrables, sur un projet darrt royal modifiant
larrt dexcution du Code des droits et taxes divers, a donn lavis
suivant :

1. Volgens artikel 84, 1, eerste lid, 2, van de wetten op de Raad van


State, gecordineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag
de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende
karakter ervan.

1. Conformment larticle 84, 1er, alina 1er, 2, des lois sur le


Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973, la demande davis doit
indiquer les motifs qui en justifient le caractre urgent.

In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling


gemotiveerd door de omstandigheid dat

En loccurrence, lurgence est motive par la circonstance que

cet arrt doit, sans dlai, fixer les rgles dapplication de la taxe sur
les titres au porteur, instaure par la loi du 28 dcembre 2011 portant
des dispositions diverses, qui entre en vigueur le 1er janvier 2012, de
sorte que les mesures dexcution doivent entrer en vigueur la mme
date .

cet arrt doit, sans dlai, fixer les rgles dapplication de la taxe sur
les titres au porteur, instaure par la loi du 28 dcembre 2011 portant
des dispositions diverses, qui entre en vigueur le 1er janvier 2012, de
sorte que les mesures dexcution doivent entrer en vigueur la mme
date .

2. Overeenkomstig artikel 84, 3, eerste lid, van de wetten op de


Raad van State, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten beperken tot
het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling,
van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven
vormvereisten is voldaan.

2. Conformment larticle 84, 3, alina 1er, des lois sur le Conseil


dEtat, la section de lgislation a d se limiter examiner la comptence
de lauteur de lacte, le fondement juridique et laccomplissement des
formalits prescrites.

STREKKING VAN HET ONTWERP

PORTEE DU PROJET

3. De wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen heeft


een taks op de effecten aan toonder ingevoerd. De regels daarvoor zijn
bij de artikelen 61 tot 69 van die wet ingevoegd in het Wetboek diverse
rechten en taksen (hierna ook : Wetboek).

3. La loi du 28 dcembre 2011 portant des dispositions diverses a


tabli une taxe sur les titres au porteur. Les articles 61 69 de cette loi
insrent les rgles requises cet effet dans le Code des droits et taxes
divers (ci-aprs galement : Code).

Het om advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe in dit kader


uitvoeringsmaatregelen vast te stellen. Het gaat om een reeks bepalingen die worden ingevoegd in titel IV van het Uitvoeringsbesluit
houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen (1) en
met name om volgende regelingen (zie artikel 1 van het ontwerp) :

Le projet soumis pour avis a pour objet de fixer des mesures


dexcution dans ce cadre. Une srie de dispositions sont ainsi insres
dans le titre IV de l arrt dexcution du Code des droits et taxes
divers (1) et en particulier les mesures suivantes (voir larticle 1er du
projet) :

het vaststellen van het bevoegde kantoor voor de ontvangst van


de taksen (ontworpen artikel 222);

la dtermination du bureau comptent pour la perception des


taxes (article 222, en projet);

het bepalen van de elementen die dienen opgenomen te worden in


de opgave en regelen van indiening en bewaring van de opgave
(ontworpen artikel 223, 1);

la dtermination des lments qui doivent figurer dans la


dclaration et les rgles relatives lintroduction et la conservation de
la dclaration (article 223, 1er, en projet);

de verplichting om een bewijs van neerlegging af te geven


(ontworpen artikel 223, 2);

lobligation de dlivrer un rec u (article 223, 2, en projet);

het vaststellen van regels met betrekking tot de aanvraag tot


terugbetaling (ontworpen artikel 223bis).

la fixation des rgles relatives la demande de remboursement


(article 223bis, en projet).

Zoals de rechtsgrondbepalingen, treedt ook de nieuwe regeling in


werking op 1 januari 2012 (artikel 2 van het ontwerp).

Les nouvelles mesures entrent en vigueur le 1er janvier 2012, en


mme temps que les dispositions qui en constituent le fondement
juridique (article 2 du projet).

RECHTSGROND

FONDEMENT JURIDIQUE

4. In de aanhef van het ontwerp wordt als rechtsgrond verwezen naar


de artikelen 171, 1, tweede lid, 171, 3, en 173 van het Wetboek
diverse rechten en taksen.

4. Le prambule du projet indique que le fondement juridique se


trouve dans les articles 171, 1er, alina 2, 171, 3, et 173 du Code des
droits et taxes divers.

5. Overeenkomstig artikel 171, 3, van het Wetboek bepaalt de


Koning de elementen die in de opgave moeten meegedeeld worden, elk
stuk waarvan het overleggen nodig is voor de controle van de heffing
van de taks evenals het bevoegde kantoor. Deze bepaling biedt
rechtsgrond voor de ontworpen artikelen 222 en 223, 1.

5. Conformment larticle 171, 3, du Code, le Roi dtermine les


lments faire connatre dans la dclaration, tout document dont la
production est ncessaire au contrle de la perception de la taxe ainsi
que le bureau comptent. Cette disposition procure un fondement
juridique aux articles 222 et 223, 1er, en projet.

Het ontworpen artikel 223, 2, verplicht de schuldenaar van de taks


op de effecten om een bewijs van neerlegging af te geven aan elke
persoon die effecten neerlegt en bepaalt welke vermeldingen erin
moeten worden opgenomen. Volgens de gemachtigde gaat het om een
stuk dat nodig is voor de controle van de heffing. (2) Ook voor deze
bepaling kan bijgevolg rechtsgrond worden gevonden in artikel 171,
3, van het Wetboek.

Larticle 223, 2, en projet, impose au redevable de la taxe sur les


titres de dlivrer un rec u toute personne qui dpose des titres et
prcise les mentions qui doivent y figurer. Selon le dlgu, il sagit
dune pice qui est ncessaire pour le contrle de la perception (2). Cette
disposition peut par consquent galement trouver un fondement
juridique dans larticle 171, 3, du Code.

Artikel 173, tweede lid, van het Wetboek, dat de Koning ermee belast
om de wijze en de voorwaarden voor de terugbetaling te bepalen, biedt
rechtsgrond voor het ontworpen artikel 223bis.

Larticle 173, alina 2, du Code, qui charge le Roi de dterminer le


mode et les conditions suivant lesquels sopre le remboursement,
procure un fondement juridique larticle 223bis.

6. Artikel 171, 1, tweede lid, van het Wetboek dient bijgevolg niet als
rechtsgrond te worden vermeld in de aanhef, terwijl de verwijzing naar
artikel 173 kan worden gepreciseerd.

6. Il sensuit que le prambule ne doit pas mentionner larticle 171,


1er, alina 2, du Code comme fondement juridique, tandis que la
rfrence larticle 173 peut tre prcise.

46969

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


ONDERZOEK VAN DE TEKST

EXAMEN DU TEXTE

Artikel 1

Article 1er

7. Het ontworpen artikel 222 wijst het zesde registratiekantoor van


Brussel aan als het (enige) bevoegde kantoor. In het ontworpen
artikel 223, 1, eerste lid, 5, komt de omschrijving het kantoor
waaronder de schuldenaar ressorteert voor en wordt aldus de indruk
gewekt dat er verschillende kantoren bevoegd zouden kunnen zijn. Ter
wille van de rechtszekerheid kan ook hier best melding worden
gemaakt van het bevoegde kantoor .

7. Larticle 222 en projet dsigne le sixime bureau de lenregistrement de Bruxelles comme tant le (seul) bureau comptent. Larticle 223, 1er, alina 1er, 5, en projet, fait tat du receveur dont le
redevable relve et donne par consquent penser que plusieurs
bureaux pourraient tre comptents. Dans un souci de scurit
juridique, mieux vaut ici aussi faire mention du bureau comptent .

Artikel 2

Article 2

8. Artikel 2 van het ontwerp bepaalt dat de nieuwe regeling in


werking [treedt] op (3) 1 januari 2012.

8. Larticle 2 du projet dispose que les nouvelles mesures entre[nt]


en vigueur le (3) 1er janvier 2012.

Voor zover dit koninklijk besluit geruime tijd vr de laatste


werkdag van de maand februari 2012 wordt vastgesteld en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, (4) telt die retroactiviteit geen probleem,
behalve wat het ontworpen artikel 223, 2, betreft.

Pour autant que cet arrt royal soit adopt et publi dans le Moniteur
belge (4) largement avant le dernier jour ouvrable du mois de fvrier,
cette rtroactivit ne pose pas de problme, sauf en ce qui concerne
larticle 223, 2, en projet.

Die paragraaf houdt de verplichting in voor de schuldenaar van de


taks op de effecten aan toonder om aan elke persoon die effecten
neerlegt met het oog op hun omzetting, een bewijs van neerlegging af
te leveren en dit uiterlijk op het ogenblik van de neerlegging van de
effecten. Door het toevoegen van die laatste voorwaarde, wordt een
verplichting ingevoerd waaraan vanaf 1 januari 2012 moest worden
voldaan. Voor de schuldenaars die geen bewijs van betaling hebben
opgesteld en afgegeven overeenkomstig de in het ontwerp opgenomen
voorschriften, dient in een overgangsbepaling te worden voorzien.

Ce paragraphe impose au redevable de la taxe sur les titres au


porteur de dlivrer un rec u toute personne qui dpose des titres en
vue de leur conversion et ce au plus tard au moment du dpt des
titres. En ajoutant cette dernire condition, on instaure une obligation
quil fallait respecter partir du 1er janvier 2012. Il faut prvoir une
disposition transitoire pour les redevables qui nont pas tabli et dlivr
de rec u conformment aux prescriptions figurant dans le projet.

La chambre tait compose de :

De kamer was samengesteld uit :

MM. :

de heren :
M. Van Damme, kamervoorzitter,

M. Van Damme, prsident de chambre,

J. Baert, W. Van Vaerenbergh, staatsraden,

J. Baert, W. Van Vaerenbergh, conseillers dEtat,

L. Denys, assessor van de afdeling Wetgeving,

L. Denys, assesseur de la section de lgislation,

Mevr. G. Verberckmoes, griffier.

Mme G. Verberckmoes, greffier.

Het verslag werd uitgebracht door Mevrouw A. Somers, auditeur.

Le rapport a t prsent par Madame A. Somers, auditeur.


La concordance entre la version nerlandaise et la version franc aise a
t vrifie sous le contrle de M. J. Baert.

De griffier,

De voorzitter,

G. Verberckmoes.

M. Van Damme.

Le greffier,

Le prsident.

G. Verberckmoes,

M. Van Damme.

Notas

Notes

(1) Het gaat om het koninklijk besluit van 3 maart 1927, waarvan het
nieuwe opschrift is vastgesteld bij artikel 1 van het koninklijk besluit
van 21 december 2006 tot omvorming van de algemene verordening op
de met het zegel gelijkgestelde taksen tot het uitvoeringsbesluit van het
Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het regentbesluit
tot uitvoering van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wijzigingen aan uitvoeringsbesluiten. In de Nederlandse
tekst van het opschrift van het ontwerp wordt ten onrechte verwezen
naar de Uitvoeringsbesluiten van het Wetboek diverse rechten en
taksen , hetgeen tot verwarring kan leiden.
(2) Als dit bewijs van neerlegging nodig kan zijn voor de controle van
de heffing, zal - zoals in het ontworpen artikel 223, 1, tweede lid, met
betrekking tot de opgave - bovendien moeten worden bepaald dat de
persoon die effecten neerlegt dit stuk gedurende een zekere periode
dient te bewaren.
(3) Lees : uitwerking heeft met ingang van .
(4) Op grond van artikel 171, 1, eerste lid, van het Wetboek is de
taks betaalbaar uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op
deze waarop de neerlegging plaatsvindt. Aangezien de nieuwe regeling
op 1 januari 2012 in werking is getreden (zie artikel 69, tweede lid, van
de wet van 28 december 2011), zullen de eerste betalingen moeten
gebeuren uiterlijk op de laatste werkdag van februari 2012. Er moet
echter een redelijke termijn worden gelaten om kennis te nemen van de
nieuwe regels en er zich naar te schikken.

(1) Il sagit de larrt royal du 3 mars 1927, dont le nouvel intitul est
fix par larticle 1er de larrt royal du 21 dcembre 2006 transformant
le rglement gnral sur les taxes assimiles au timbre en arrt
dexcution du Code des droits et taxes divers, abrogeant larrt du
Rgent relatif lexcution du Code des droits de timbre et portant
diverses autres modifications des arrts dexcution. Le texte
nerlandais de lintitul du projet fait erronment rfrence de Uitvoeringsbesluiten van het Wetboek diverse rechten en taksen , ce qui peut
tre une source de confusion.
(2) Si ce rec u peut tre ncessaire pour le contrle de la perception,
il faudra - comme dans larticle 223, 1er, alina 2, relatif la dclaration - aussi prvoir que la personne qui dpose des titres doit
conserver cette pice pendant une certaine priode.
(3) Lire produisent leurs effets le .
(4) Larticle 171, 1er, alina 1er, du Code dispose que la taxe est
payable au plus tard le dernier jour ouvrable du mois suivant celui au
cours duquel le dpt a eu lieu. Les nouvelles mesures tant entres en
vigueur le 1er janvier 2012 (voir larticle 69, alina 2, de la loi du
28 dcembre 2011), les premiers paiements devront avoir lieu au plus
tard le dernier jour ouvrable de fvrier 2012. Il faut cependant laisser un
dlai raisonnable pour prendre connaissance des nouvelles rgles et sy
conformer.

46970

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit
tot wijziging van de uitvoeringsbesluiten
van het Wetboek diverse rechten en taksen

3 AOUT 2012. Arrt royal


modifiant larrt dexcution
du Code des droits et taxes divers

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Wetboek diverse rechten en taksen, inzonderheid op de
artikelen 171, 1, tweede lid, 171, 3 en 1722;
Gelet op de Uitvoeringsbesluiten van het Wetboek diverse rechten en
taksen, inzonderheid op Titel IV;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de
omstandigheid dat dit besluit zonder uitstel de uitvoeringsmaatregelen
moet bepalen van de taks op de effecten aan toonder, ingevoegd door
de wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011, die in
werking treedt op 1 januari 2012, daar de uitvoeringsmaatregelen op
dezelfde datum in werking moeten treden;
Gelet op advies 50.826/1 van de Raad van State, gegeven op
10 januari 2012, met toepassing van artikel 84, 1, eerste lid, 2, van de
wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Op de doordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van
Financin,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu le Code des droits et taxes divers, notamment les articles 171, 1er,
alina 2, 171, 3 et 1722;
Vu larrt dexcution du Code des droits et taxes divers, notamment le titre IV;
Vu lurgence motive par la circonstance que cet arrt doit, sans
dlai, fixer les rgles dapplication de la taxe sur les titres au porteur,
instaure par la loi portant des dispositions diverses du 28 dcembre 2011, qui entre en vigueur le 1er janvier 2012, de sorte que les
mesures dexcution doivent entrer en vigueur la mme date;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :


Artikel 1. Titel IV van de Uitvoeringsbesluiten van het Wetboek
diverse rechten en taksen, opgeheven door artikel 22 van het koninklijk
besluit van 21 december 2006, wordt opnieuw opgenomen in de
volgende lezing :
Titel IV - Taks op de effecten aan toonder

Vu lavis 50.826/1 du Conseil dEtat, donn le 10 janvier 2012, en


application de larticle 84, 1er, alina 1er, 2, des lois sur le Conseil
dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Sur la proposition de notre Vice-Premier Ministre et Ministre des
Finances,
Nous avons arrt et arrtons :
Article 1er. Le titre IV de larrt dexcution du Code des droits et
taxes divers, abrog par larticle 22 de larrt royal du 21 dcembre 2006, est rtabli dans la rdaction suivante :
Titre IV - Taxe sur les titres au porteur

Art. 222. De taks op effecten aan toonder en, in voorkomend geval, de


interesten en de boeten, worden betaald op het zesde registratiekantoor
van Brussel.

Art. 222. La taxe sur les titres au porteur et, le cas chant, les intrts
et les amendes sont acquitts au sixime bureau de lenregistrement de
Bruxelles.

Art. 223. 1. De opgave bepaald bij artikel 171 van het Wetboek
diverse rechten en taksen wordt opgemaakt in tweevoud en vermeldt
de volgende gegevens :

Art. 223. 1er. La dclaration prvue par larticle 171 du code est
dresse en double exemplaire et contient les lments suivants :

1 de maand waarvoor ze wordt opgemaakt;

1 le mois auquel elle se rapporte;

2 de benaming en het volledige adres van de schuldenaar;

2 la dnomination et ladresse complte du redevable;

3 het totaal aantal verrichtingen;

3 le nombre total doprations par catgorie;

4 de heffingsgrondslag en het bedrag van de taks dat opeisbaar


geworden is in de loop van de maand waarop de opgave betrekking
heeft;

4 la base dimposition et le montant des taxes devenues exigibles au


cours du mois auquel la dclaration se rapporte;

5 het bedrag dat wordt overgeschreven op de postrekening van het


bevoegde kantoor.

5 le montant qui est vers ou vir au compte courant postal du


bureau comptent.

Het origineel van de opgave wordt ingediend op het bevoegde


kantoor op de dag van de betaling en het dubbel van de aangifte wordt
bewaard door de schuldenaar, gedurende zes jaar te rekenen van
dezelfde dag.

Loriginal de la dclaration est dpos au bureau comptent au jour


du paiement et le double de la dclaration est conserv par le redevable,
pendant six ans compter du mme jour.

2. Uiterlijk op het ogenblik van de neerlegging van de effecten, is de


schuldenaar van de taks op de effecten aan toonder ertoe gehouden aan
elke persoon die effecten neerlegt met het oog op hun omzetting een
bewijs van neerlegging af te geven met de volgende vermeldingen :

2. Au plus tard au moment du dpt des titres, le redevable de la


taxe sur les titres au porteur est tenu de dlivrer toute personne qui
dpose des titres en vue de leur conversion un rec u indiquant :

1 de naam van de persoon die de effecten aflevert;

1 le nom de la personne qui dpose les titres;

2 de naam van de schuldenaar van de taks;

2 le nom du redevable de la taxe;

3 de waarde van de effecten die worden omgezet;

3 la valeur des titres qui sont dposs;

4 het bedrag van de verschuldigde taks.

4 le montant de la taxe due.

Art. 223bis. 1. De terugbetalingen toegelaten door artikel 1722 van


het Wetboek diverse rechten en taksen geschieden in handen van de
persoon die de taks gekweten heeft.

Art. 223bis. 1er. Les remboursements autoriss par larticle 1722 du


code sont effectus en mains de la personne qui a acquitt la taxe.

Zij moeten aangevraagd worden aan de gewestelijke directeur van de


belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen van
Brussel. De directeur meldt de ontvangst van de aanvraag de dag zelf
waarop zij hem toekomt.

Ils doivent tre demands au directeur rgional de la taxe sur la


valeur ajoute, de lenregistrement et des domaines de Bruxelles. Le
directeur accuse rception de la demande le jour mme o elle lui
parvient.

De terugbetaling is ondergeschikt aan het voorleggen van de


bescheiden die het bestaan van de oorzaak van de terugbetaling
rechtvaardigen. .

Le remboursement est subordonn la production des documents


justifiant de lexistence de la cause de remboursement. .

46971

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 2. De bewijzen van neerlegging afgeleverd vr de datum van
publicatie van het huidige besluit worden beschouwd als zijnde
conform aan artikel 223, 2, van het Uitvoeringsbesluit van het
Wetboek diverse rechten en taksen.

Art. 2. Les rec us dlivrs lors du dpt de titres avant la date de


publication du prsent arrt sont considrs comme conformes
larticle 223, 2, de larrt dexcution du Code des droits et taxes
divers.

Elke persoon die effecten neerlegt met het oog op hun omzetting vr
de datum van publicatie van het huidige besluit kan elk bewijsmiddel
inroepen, met uitzondering van de eed.

A dfaut de rec u, si ncessaire, toute personne qui a dpos des titres


en vue de leur conversion avant la date de publication du prsent arrt
peut faire valoir tout moyen de preuve, lexception du serment.

Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
Art. 4. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financin is belast
met de uitvoering van dit besluit.

Art. 3. Le prsent arrt produit ses effets le 1er janvier 2012.


Art. 4. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances est
charg de lexcution du prsent arrt.
Donn Chteauneuf-de-Grasse, le 3 aot 2012.

Gegeven te Chteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financin,


S. VANACKERE

Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,


S. VANACKERE

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES

N. 2012 2345
[C 2012/03251]
3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit tot bepaling van het
voorlopig verdelingsplan van de subsidies van de Nationale
Loterij voor het dienstjaar 2012

F. 2012 2345
[C 2012/03251]
3 AOUT 2012. Arrt royal dterminant le plan de rpartition
provisoire des subsides de lexercice 2012 de la Loterie Nationale

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking
en het beheer van de Nationale Loterij, inzonderheid op artikel 24;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van
Financin en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 19 avril 2002 relative la rationalisation du fonctionnement et de la gestion de la Loterie Nationale, notamment larticle 24;
Sur la proposition de Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des
Finances et sur lavis de Nos Ministres qui en ont dlibr en Conseil,
Nous avons arrt et arrtons :

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :


Artikel 1. In toepassing van artikelen 22 en 23 van de wet van
19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de
Nationale Loterij, wordt het verdelingsplan van de subsidies van het
dienstjaar 2012 van de Nationale Loterij, geraamd op 225.300.000,00 EUR,
als volgt bepaald :
RUBRIEKEN

RUBRIQUES

Article 1er. En application des articles 22 et 23 de la loi du


19 avril 2002 relative la rationalisation du fonctionnement et de la
gestion de la Loterie Nationale, le plan de rpartition des subsides de
lexercice 2012 de la Loterie Nationale, estim 225.300.000,00 EUR, est
dtermin comme suit :

BEDRAGEN

MONTANTS

(in/en euro)

1.

Materies die rechtstreeks door de wet bedoeld worden


Matires vises directement par la loi

1.1.

Nationale Kas voor Rampenschade


Caisse nationale des calamits

1.2.

Belgisch fonds voor de voedselzekerheid


Fonds belge pour la scurit alimentaire

17.353.000

1.3.

Belgische Ontwikkelingssamenwerking (DGOS)


Coopration belge au dveloppement (DGCD)

69.728.000

1.4.

Deelstaten - Entits fdres

4.339.000

(27,44 % = S 61.822.320)
1.4.1.

Duitstalige Gemeenschap - Communaut germanophone

521.039

1.4.2.

Vlaamse Gemeenschap - Communaut flamande

36.825.427

1.4.3.

Franse Gemeenschap - Communaut franc aise

24.475.854

2.

Specifieke dotaties - Dotations spcifiques

2.1.

Instellingen en organisaties van bijzonder maatschappelijk belang - Institutions et organisations


dintrt social particulier

2.1.1.

Belgische Rode Kruis - Croix-Rouge de Belgique

2.1.1.1

Werking - Fonctionnement

2.1.1.2

Project Belgische gerepatrieerden - Projet Rapatriement de Belges

1.593.648
126.426

46972

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

RUBRIEKEN

RUBRIQUES

BEDRAGEN

MONTANTS

(in/en euro)

2.1.2.

Antigifcentrum (bijzondere bijdrage) - Centre antipoisons (contribution spciale)

1.938.972

2.1.3.

Koning Boudewijnstichting - Fondation Roi Baudouin

2.1.4.

Child Focus (bijzondere bijdrage - contribution spciale)

2.1.5.

Stichting Koningin Paola - Fondation Reine Paola

2.1.6.

Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (bijzondere bijdrage) - Centre
pour lgalit des chances et la lutte contre le racisme (contribution spciale)

4.570.110

2.1.7.

Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen - Institut pour lgalit des femmes et des
hommes

102.000

2.1.8.

Auschwitz in gedachtenis - Mmoire dAuschwitz

255.000

2.1.9.

Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (project) - Institut belge pour la scurit routire (projet)

306.000

2.2.

Instellingen van bijzonder cultureel of wetenschappelijk belang - Institutions dintrt culturel ou


scientifique particulier

2.2.1.

Koninklijke Muntschouwburg - Thtre royal de la Monnaie

2.2.1.1

Werking - Fonctionnement

765.000

2.2.1.2

Uitzonderlijke financiering van projecten - Financement exceptionnel de projets

663.000

12.390.533
1.326.000
267.750

2.2.2.

Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) te Brussel - Palais des Beaux-Arts (Bozar) Bruxelles

2.820.300

2.2.3.

Nationaal Orkest van Belgi - Orchestre national de Belgique

1.422.900

2.2.4.

Koninklijk Belgisch Filmarchief - Cinmathque royale de Belgique

2.2.5.

Acadmie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique

75.000

2.2.6.

Koninklijke Vlaamse Academie van Belgi voor Wetenschappen en Kunsten

75.000

2.2.7.

Internationaal Centrum voor kankeronderzoek te Genve (bijzondere bijdrage) - Centre international de recherche sur le cancer Genve (contribution spciale)

2.2.8.

Muziekkapel Koningin Elisabeth - Chapelle musicale Reine Elisabeth

3.

Projectoproepen Armoedebestrijding en sociale inclusie en Duurzame Ontwikkeling Appels projets Lutte contre la pauvret et inclusion sociale et Dveloppement durable

3.1.

Projectoproep Armoedebestrijding en sociale inclusie - Appel projets Lutte contre la pauvret et inclusion sociale

2.537.000

3.2.

Projectoproep Duurzame Ontwikkeling - Appel projets Dveloppement durable

2.000.000

4.

Maatschappelijke Integratie - Intgration sociale

4.1.

Opvangtehuizen - Centres dhbergement

4.2.

Sociale innovatie in de strijd tegen dakloosheid en Transitwoningen - Innovation sociale dans la


lutte contre la vie sans abri et Logements de transit

2.311.280

4.3.

Opvang en integratie van migranten en van erkende politieke vluchtelingen - Accueil et intgration dimmigrs et rfugis politiques reconnus

5.000.000

5.

Renovatie en restauratieprojecten - Rnovation et projets de restauration

5.1.

Regie der gebouwen (bijzondere bijdrage : nationaal patrimonium) - Rgie des btiments (contribution spciale : patrimoine national)

6.

Maatschappelijke participatie - Participation socitale

6.1.

Open Stadion (project) - Stade ouvert (projet)

6.2.

Olympic Talents (projecten) - Talents olympiques (projets)

1.250.000

6.3.

BOIC (Olympische spelen) - COIB (Jeux olympiques)

1.953.000

6.4.

Europacollege (project) - Collge dEurope (projet)

7.

Evnements - Evenementen

7.1.

Europalia (bijzondere bijdrage - contribution spciale)

500.000

7.2.

Flagey VZW - ASBL (projecten - projets)

300.000

7.3.

Internationale Tentoonstelling in 2017 te Luik (projecten) - Exposition internationale en 2017 Lige (projets)

250.000

7.4.

Bergen 2015, Culturele Hoofdstad van Europa (projecten) - Mons 2015, Capitale culturelle de
lEurope (projets)

1.400.000

7.5.

Herdenking Wereldoorlog I (projecten) - Commmoration de la 1re Guerre mondiale (projets)

1.000.000

598.363

741.543
61.200

495.000

11.686.000

100.000

250.000

46973

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


RUBRIEKEN

RUBRIQUES

BEDRAGEN

MONTANTS

(in/en euro)

8.

Nationaal Prestige - Prestige national

8.728.245

9.

Millennium Doelstellingen (projectenoproep) - Objectifs du Millnaire (appel projets)

1.000.000

10.

Nieuwe projecten - Nouveaux projets

10.1.

Muziekkapel Konigin Elisabeth (aanbouw studio) - Chapelle musicale Reine Elisabeth (construction studio)

100.000

10.2.

Internationale tentoonstellingen, belgische aanwezigheid in Venlo en Yeosu (projecten) - Expositions internationales, prsence belge Venlo et Yeosu (projets)

285.824

10.3.

Transfo VZW, Duiktank Zwevegem (project - projet)

200.000

10.4.

Europa 50 asbl,
Tentoonstelling Goldensixties (project) - Exposition Goldensixties (projet)

10.5.

Antigifcentrum, Optimalisatie bereikbaarheid (project) - Centre antipoisons, Optimalisation de


laccessibilit (project)

150.000

10.6.

World Outgames Antwerp 2013 VZW,


Wereldconferentie Mensenrechten (project) - Confrence mondiale des Droits de lhomme (projet)

150.000

10.7.

European Sports Academy VZW (projecten uitbouw academie) European Sports Academy ASBL (projets dveloppement de lacadmie)

100.000

10.8.

Koninklijke Belgische Hockeybond VZW ( deelname Olympische Spelen) (projecten) - Association


royale belge de Hockey ASBL (participation aux Jeux Olympiques) (projets)

150.000

62.586

225.300.000
Art. 2. De subsidies betreffende de bijzondere bijdragen zijn betaalbaar in vier gelijke schijven, telkens te verrichten in de loop van elk
kwartaal van het jaar 2012.

Art. 2. Les subsides relatifs aux contributions spciales sont payables en quatre tranches gales, liquider dans le courant de chaque
trimestre de lanne 2012.

Art. 3. De subsidies voor de projecten zijn betaalbaar op voorlegging van de voor voldaan ondertekende facturen.

Art. 3. Les subsides relatifs aux projets sont payables sur production
de factures acquittes.

Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het


Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Le prsent arrt entre en vigueur le jour de sa publication au


Moniteur belge.

Art. 5. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financin is belast


met de uitvoering van dit besluit.

Art. 5. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances est


charg de lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Chteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.

Donn Chteauneuf-de-Grasse, le 3 aot 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financin,


S. VANACKERE

Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,


S. VANACKERE

*
SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


N. 2012 2346

[C 2012/03249]

F. 2012 2346

[C 2012/03249]

3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit tot invoeging van titel XI


Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in Boek II van het
uitvoeringsbesluit van het Wetboek diverse rechten en taksen

3 AOUT 2012. Arrt royal introduisant un titre XI Taxe annuelle


sur les tablissements de crdit dans le Livre II de larrt
dexcution du Code des droits et taxes divers

VERSLAG AAN DE KONING

RAPPORT AU ROI

Sire,
Wij hebben de eer het bijgevoegde ontwerp van Koninklijk besluit
voor te leggen aan Uwe Majesteit, dat is opgesteld ter uitvoering van de
artikelen 49 tot 59 van de Programmawet van 22 juni 2012. Deze artikels
hebben als voorwerp de invoering van een jaarlijkse taks op de
kredietinstellingen die wordt opgenomen in Titel XI van het Wetboek
diverse rechten en taksen.
Dit ontwerp heeft als doel :
- de elementen te vermelden die in de opgave of aangifte moeten
meegedeeld worden;
- de wijze van betaling te regelen;
- de wijze en de voorwaarden te regelen van een eventuele
terugbetaling van de taks.

Sire,
Nous avons lhonneur de soumettre Votre Majest le projet darrt
royal ci-joint, prpar pour lexcution des articles 49 59 de la
loi-programme du 22 juin 2012. Ces articles ont comme objet linstauration dune taxe annuelle sur les tablissements de crdit qui a t
introduite dans le titre XI du Code des droits et taxes divers.
Ce projet a comme objectif :
- dindiquer les lments qui doivent tre mentionns dans la
dclaration;
- de dfinir les modes de paiement;
- de dfinir les modalits et les conditions dun ventuel remboursement de la taxe.

46974

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

In bijlage bij het koninklijk besluit zijn bijgevoegd :


- een model van aangifteformulier van de jaarlijkse taks op de
kredietinstellingen;
- een model van aanvraag tot teruggave van de jaarlijkse taks op de
kredietinstellingen.
Ik heb de eer te zijn,

En annexe larrt royal sont joints :


- un modle de formulaire de dclaration de la taxe annuelle sur les
tablissements de crdit;
- un modle de demande de restitution de la taxe annuelle sur les
tablissements de crdit.
Jai lhonneur dtre,

Sire,

Sire,

Van Uwe Majesteit,


de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaar,

De Votre Majest,
le trs respectueux
et trs fidle serviteur,

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financin,


S. VANACKERE

Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,


S. VANACKERE

3 AUGUSTUS 2012. Koninklijk besluit tot invoeging van een


titel XI Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen in Boek II van
het uitvoeringsbesluit van het Wetboek diverse rechten en taksen

3 AOUT 2012. Arrt royal introduisant un titre XI Taxe annuelle


sur les tablissements de crdit dans le Livre II de larrt
dexcution du Code des droits et taxes divers

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Wetboek diverse rechten en taksen, de artikelen 20114 en
20117, ingevoegd bij de programmawet van 22 juni 2012;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van het Wetboek diverse rechten en
taksen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financin, gegeven op
19 juli 2012;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting,
gegeven op 20 juli 2012;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecordineerd op
12 januari 1973, op artikel 3, 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat dit besluit zonder uitstel de uitvoeringsmaatregelen moet bepalen van voormelde artikelen inzake de jaarlijkse taks op
de kredietinstellingen welke voor de eerste keer op 1 juli 2012 moet
worden betaald;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van
Financin,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu le Code des droits et taxes divers, les articles 20114 en 20117 insr
par la loi-programme du 22 juin 2012;
Vu larrt dexcution du Code des droits et taxes divers;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :


08

Artikel 1. Voor artikel 24 van het uitvoeringsbesluit van het


Wetboek diverse rechten en taksen wordt een nieuw opschrift ingevoegd, luidende :
TITEL XI. Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen .

Vu lavis de lInspecteur des Finances, donn le 19 juillet 2012;


Vu laccord de Notre Ministre du Budget, donn le 20 juillet 2012;
Vu les lois sur le Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973,
larticle 3, 1er;
Vu lurgence;
Considrant que cet arrt doit dterminer sans dlai les mesures
dexcution en matire de taxe annuelle sur les tablissements de crdit
qui doit tre paye pour la premire fois au 1er juillet 2012;
Sur la proposition de notre Vice-Premier Ministre et Ministre des
Finances,
Nous avons arrt et arrtons :
Article 1er. Avant larticle 2408 de larrt dexcution du Code des
droits et taxes divers est insr un nouveau titre intitul comme suit :
TITRE XI. Taxe annuelle sur les tablissements de crdit .

Art. 2. In titel XI van hetzelfde uitvoeringsbesluit, ingevoegd bij


artikel 1, wordt een artikel 2407septies ingevoegd, luidend als volgt :

Art. 2. Dans le titre XI du mme arrt dexcution, instaur par


larticle 1er, est insr un article 2407septies, rdig comme suit :

Art. 2407septies. De aangifte van de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen wordt overeenkomstig het model in bijlage 2 van dit besluit
opgesteld op papier met standaardformaat DIN A4. Zij vermeldt :

Art. 2407septies. La dclaration de la taxe annuelle sur les


tablissements de crdit est tablie conformment au modle en annexe
2 de cet arrt sur papier du format standard DIN A4. Elle mentionne :

1 het aanslagjaar;
2 de benaming, de maatschappelijke zetel en het ondernemingsnummer van de aangevende instelling;

1 lanne dimposition;
2 la dnomination, le sige social et le numro dentreprise de
ltablissement dclarant;

3 de oprichtingsdatum van deze instelling;

3 la date de constitution de cet tablissement;

4 de belastbare grondslag;

4 la base dimposition;

5 het bedrag van de verschuldigde taks.

5 le montant de la taxe due.

Art. 3. In dezelfde titel XI wordt een artikel 2407octies ingevoegd,


luidend als volgt :

Art. 3. Dans le mme titre XI est insr un article 2407octies rdig


comme suit :

Art. 2407octies. De jaarlijkse taks op de kredietinstellingen en in


voorkomend geval, de interesten en de boeten, worden betaald door
storting of overschrijving op de postrekening-courant van het bevoegde
kantoor.

Art. 2407octies. La taxe annuelle sur les tablissements de crdit et,


le cas chant, les intrts et amendes sont acquitts par versement ou
virement au compte courant postal du bureau comptent.

Op het stortings- of overschrijvingsformulier worden de benaming,


het ondernemingsnummer en de maatschappelijke zetel van de
kredietinstelling op het tijdstip van de betaling alsmede het aanslagjaar
waarvoor de betaling geschiedt, vermeld.

La dnomination, le numro dentreprise et le sige social de


ltablissement de crdit au moment du paiement ainsi que lanne
dimposition pour laquelle le paiement est effectu, sont mentionns
sur le formulaire de virement ou de versement.

De Minister van Financin of zijn gedelegeerde kan, in bijzondere


omstandigheden, andere wijzen van betaling toestaan.

Le Ministre des Finances ou son dlgu peut, dans des circonstances


particulires, autoriser dautres modes de paiement.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46975

Art. 4. In dezelfde titel XI wordt een artikel 2407nonies ingevoegd,


luidend als volgt :

Art. 4. Dans le mme titre XI est insr un article 2407nonies rdig


comme suit :

Art. 2407nonies. De betaling van de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen en, in voorkomend geval, van de interesten en de boeten
heeft uitwerking :

Art. 2407nonies. Le paiement de la taxe annuelle sur les tablissements de crdit et, le cas chant, des intrts et amendes produit ses
effets :

1 voor een storting op een postkantoor, op de datum van de storting;

1 en cas de versement dans un bureau de poste, la date laquelle


le versement est effectu;

2 voor een overschrijving, de laatste werkdag die voorafgaat aan de


datum van creditering van de postrekening-courant van het kantoor.
Als werkdagen worden aangemerkt, alle andere dagen dan de
zaterdagen, de zondagen en de wettelijke feestdagen;

2 en cas de virement, le dernier jour ouvrable qui prcde la date o


le compte courant postal du bureau a t crdit selon les documents de
lOffice des chques postaux. Sont rputs jours ouvrables, les jours
autres que les samedis, dimanches et jours fris lgaux;

3 in geval van betaling na vervolgingen ingesteld door een


gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van
de overhandiging van de betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder.

3 en cas de paiement poursuivi, la requte du receveur, par un


huissier de justice, la date de la remise des fonds entre les mains de
lhuissier de justice.

De Minister van Financin of zijn gedelegeerde bepaalt de datum


waarop de betaling uitwerking heeft wanneer hij een andere wijze van
betaling toestaat.

Le Ministre des Finances ou son dlgu dtermine la date laquelle


le paiement produit ses effets lorsquil autorise un autre mode de
paiement.

Art. 5. In dezelfde titel XI wordt een artikel 2407decies ingevoegd,


luidend als volgt :

Art. 5. Dans le mme titre XI est insr un article 2407decies rdig


comme suit :

Art. 2407decies. De aanvraag tot teruggave van de jaarlijkse taks op


de kredietinstellingen, interesten en boeten wordt overeenkomstig het
model in bijlage 3 van dit besluit opgesteld op papier met standaardformaat DIN A4 en in twee exemplaren. Zij vermeldt :

Art. 2407decies. La demande de restitution de la taxe annuelle sur les


tablissements de crdit, des intrts et amendes est tablie conformment au modle en annexe 3 de cet arrt sur papier du format
standard DIN A4 et en deux exemplaires. Elle mentionne :
1 lanne dimposition;

1 het aanslagjaar;
2 de benaming, de maatschappelijke zetel en het ondernemingsnummer van de aangevende instelling;

2 la dnomination, le sige social et le numro dentreprise de


ltablissement dclarant;

3 de oprichtingsdatum van deze instelling;

3 la date de constitution de cet tablissement;

4 het bedrag van de betaalde taks;

4 le montant de la taxe paye;

5 de datum van de betaling van de taks.

5 la date de paiement de la taxe.

Art. 6. In dezelfde titel XI wordt een artikel 2407undecies ingevoegd,


luidend als volgt :

Art. 6. Dans le mme titre XI est insr un article 2407undecies rdig


comme suit :

Art. 2407undecies. De terugbetaling van de jaarlijkse taks op de


kredietinstellingen, interesten en boeten geschiedt in handen van de
instelling die de taks gekweten heeft.

Art. 2407undecies. La restitution de la taxe annuelle sur les


tablissements de crdit, des intrts et amendes est effectue en mains
de la personne qui a acquitt la taxe.

De terugbetaling moet aangevraagd worden aan de gewestelijke


directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en
domeinen van Brussel. De gewestelijke directeur meldt de ontvangst
van de aanvraag de dag zelf waarop zij hem toekomt.

La restitution doit tre demande au directeur rgional de la taxe sur


la valeur ajoute, de lenregistrement et des domaines de Bruxelles. Le
directeur accuse rception de la demande le jour mme o elle lui
parvient.

De terugbetaling is ondergeschikt aan het voorleggen van de


documenten die het bestaan van de oorzaak van de terugbetaling
rechtvaardigen.

Le remboursement est subordonn la production des documents


justifiant de lexistence de la cause du remboursement.

Art. 7. In afwijking van artikel 4 wordt de betaling van de jaarlijkse


taks op de kredietinstellingen die opeisbaar is op 1 januari 2012 geacht
te zijn gebeurd op 1 juli 2012 wanneer de effectieve storting, overschrijving of betaling effectief gebeurd is tijdens de maand volgend op de
publicatie van dit besluit.

Art. 7. Par drogation larticle 4, le paiement de la taxe annuelle


sur les tablissements de crdit qui est exigible au 1er janvier 2012 est
cens avoir eu lieu au 1er juillet 2012 lorsque le versement, le virement
ou le paiement effectif est effectivement intervenu au cours du mois qui
suit la publication du prsent arrt.

Art. 8. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financin is belast


met de uitvoering van dit besluit.

Art. 8. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances est


charg de lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Chteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.

Donn Chteauneuf-de-Grasse, le 3 aot 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financin,


S. VANACKERE

Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,


S. VANACKERE

46976

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 augustus 2012 tot invoering van een titel XI jaarlijkse taks op
de kredietinstellingen in Boek II van het uitvoeringsbesluit van het Wetboek diverse rechten en taksen.

ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financin,
S. VANACKERE

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46977

46978

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 3 augustus 2012 tot invoering van een titel XI jaarlijkse taks op
de kredietinstellingen in Boek II van het uitvoeringsbesluit van het Wetboek diverse rechten en taksen.

ALBERT
Van Koningswege :

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financin,


S. VANACKERE

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Vu pour tre annex Notre arrt du 3 aot 2012 introduisant un titre XI Taxe annuelle sur les tablissements
de crdit dans le livre II de larrt dexcution du Code des droits et taxes divers.

ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
S. VANACKERE

46979

46980

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Vu pour tre annex Notre arrt du 3 aot 2012 introduisant un titre XI Taxe annuelle sur les tablissements
de crdit dans le livre II de larrt dexcution du Code des droits et taxes divers.

ALBERT
Par le Roi :

Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,


S. VANACKERE

46981

46982

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,


ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

N. 2012 2347
[2012/200219]
5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de
schoonheidszorgen, betreffende de verlenging van de collectieve
arbeidsovereenkomst van 29 juni 2009 betreffende de toekenning
van het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar (1)

F. 2012 2347
[2012/200219]
5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention
collective de travail du 8 juin 2011, conclue au sein de la
Commission paritaire de la coiffure et des soins de beaut, relative
la reconduction de la convention collective de travail du
29 juin 2009 relative loctroi de la prpension conventionnelle
partir de 58 ans (1)

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor het kappersbedrijf
en de schoonheidszorgen;
Op de voordracht van de Minister van Werk,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail
et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Vu la demande de la Commission paritaire de la coiffure et des soins


de beaut;
Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,
Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011, gesloten
in het Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen, betreffende de verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst
van 29 juni 2009 betreffende de toekenning van het conventioneel
brugpensioen vanaf 58 jaar.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 8 juin 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire de la coiffure et des soins de beaut, relative la reconduction
de la convention collective de travail du 29 juin 2009 relative loctroi
de la prpension conventionnelle partir de 58 ans.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen

Commission paritaire de la coiffure et des soins de beaut

Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011

Convention collective de travail du 8 juin 2011

Verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 2009


betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen vanaf
58 jaar (Overeenkomst geregistreerd op 26 augustus 2011 onder het
nummer 105370/CO/314)

Reconduction de la convention collective de travail du 29 juin 2009


relative loctroi de la prpension conventionnelle partir de 58 ans
(Convention enregistre le 26 aot 2011 sous le
numro 105370/CO/314)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werknemers en op de werkgevers van de ondernemingen die
vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comit voor het
kappersbedrijf en de schoonheidszorgen.

Article 1er. La prsente convention collective du travail sapplique


aux employeurs et aux travailleurs des entreprises relevant de la
comptence de la Commission paritaire de la coiffure et des soins de
beaut.

Onder werknemers verstaat men : de arbeiders, arbeidsters en


bedienden.

Par travailleurs on entend : les ouvriers, ouvrires et employ(e)s.

HOOFDSTUK II. Bepalingen

CHAPITRE II. Dispositions

Art. 2. De collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 2009, koninklijk besluit van 19 april 2010, Belgisch Staatsblad van 7 juli 2010,
betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen op 58
jaar, wordt verlengd voor een duurtijd van drie jaar te rekenen vanaf de
datum van de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 2. La convention collective du travail du 29 juin 2009, arrt


royal du 19 avril 2010, Moniteur belge du 7 juillet 2010, relative loctroi
de la prpension conventionnelle 58 ans, est proroge pour une dure
de trois ans compter de la date dentre en vigueur de la prsente
convention collective du travail.

Art. 3. De in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst


bedoelde regeling van aanvullende vergoeding wordt voorzien voor de
werknemers die :

Art. 3. Le rgime dindemnit complmentaire vis larticle 2 de la


prsente convention collective de travail est prvu pour les travailleurs :

1) de leeftijd van 58 jaar of meer bereikt of zullen bereiken op het


ogenblik van de beindiging van hun arbeidsovereenkomst en uiterlijk
op 31 december 2013;

1) ayant atteint ou atteignant, au moment de la fin de leur contrat de


travail et au plus tard le 31 dcembre 2013, lge de 58 ans ou plus;

2) voldoen aan de ter zake geldende loopbaanvoorwaarden;


3) ontslagen worden, behoudens dringende reden zoals bedoeld in
de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten.

2) satisfaisant aux conditions de carrire lgale;


3) qui sont licencis, sauf en cas de motif grave au sens de la
lgislation relative aux contrats de travail.

46983

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


De betrokken werknemers zullen desgevallend door de werkgever
uitgenodigd worden tot een onderhoud zoals voorzien in artikel 10 van
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale
Arbeidsraad. Er zal, desgevallend, tot de ontslagprocedure worden
overgegaan.

Les travailleurs concerns seront invits le cas chant par lemployeur


un entretien comme prvu larticle 10 de la convention collective de
travail no 17 conclue au Conseil national du travail; le cas chant, la
procdure de licenciement sera excute.

Art. 4. Voor de betrokken werknemers, gelden dezelfde voorwaarden en procedures als deze bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst
nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 4. Pour les travailleurs concerns, les mmes dispositions et


procdures que celles fixes par la convention collective de travail no 17
du Conseil national du travail sont dapplication.

De aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever zal berekend


worden zoals bepaald in artikelen 6 en 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. Bijgevolg zal deze
aanvullende vergoeding gelijk zijn aan 50 pct. van het verschil tussen
de werkloosheidsuitkeringen en het netto referteloon van de werknemers. Voor de berekening van het voornoemd netto referteloon tot
bepaling van de hoger vermelde aanvullende vergoeding zal evenwel,
vanaf 1 januari 2004, de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage van de
arbeiders berekend worden op 100 pct. in plaats van 108 pct. van hun
begrensd maandloon.

Lindemnit complmentaire charge de lemployeur sera calcule


comme dfini aux articles 6 et 7 de la convention collective de travail
no 17 conclue au Conseil national du travail. Par consquent, cette
indemnit complmentaire sera gale 50 p.c. de la diffrence entre
lallocation de chmage et la rmunration nette de rfrence du
travailleur. Pour le calcul de la rmunration nette de rfrence prcite
dterminant lindemnit complmentaire susmentionne, la cotisation
personnelle des ouvriers la scurit sociale sera, partir du
1er janvier 2004, calcule sur 100 p.c. au lieu de 108 p.c. de leur
rmunration mensuelle brute plafonne.

Art. 5. De in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst


bedoelde aanvullende vergoeding wordt overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17
gesloten in de Nationale Arbeidsraad toegekend.

Art. 5. Lindemnit complmentaire vise larticle 4 de la prsente


convention collective de travail est octroye conformment aux dispositions de la convention collective de travail no 17 prcite conclue au
Conseil national du travail.

Art. 6. De in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst


bedoelde aanvullende vergoeding wordt maandelijks uitbetaald.

Art. 6. Lindemnit complmentaire vise larticle 4 de la prsente


convention collective de travail est paye mensuellement.

Zijn bedrag wordt, overeenkomstig artikel 8 van de collectieve


arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad :

Son montant est, conformment larticle 8 de la convention


collective de travail no 17 conclue au Conseil national du travail :

- gebonden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake werkloosheidsuitkeringen;

- li lvolution de lindice des prix la consommation suivant les


modalits dapplication en la matire aux allocations de chmage;

- herzien overeenkomstig de herwaarderingscofficint door de


Nationale Arbeidsraad jaarlijks vastgelegd, in functie van de evolutie
van de regelingslonen.

- rvis conformment au coefficient annuel de rvaluation dtermin par le Conseil national du travail en fonction de lvolution
conventionnelle des salaires.
Art. 7. Prpension et crdit-temps

Art. 7. Brugpensioen en tijdskrediet


In geval van gedeeltelijke of volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst in het kader van tijdskrediet zal de aanvullende vergoeding
bedoeld in artikel 4 berekend worden op basis van het arbeidsstelsel
dat de periode van tijdskrediet voorafging.

En cas suspension partielle ou totale du contrat de travail dans le


cadre du crdit-temps, lindemnit complmentaire vise larticle 4
sera calcule sur la base du rgime de travail qui prcdait la priode
de crdit-temps.

Art. 8. De aanvullende vergoeding brugpensioen zal doorbetaald


worden in geval van werkhervatting conform de wettelijke beschikkingen terzake in het interprofessioneel akkoord 2007-2008.

Art. 8. Lindemnit complmentaire de prpension continuera


tre paye en cas de reprise du travail et ce conformment aux
dispositions prises en la matire dans le cadre de laccord interprofessionnel 2007-2008.

HOOFDSTUK III. Slotbepalingen

CHAPITRE III. Dispositions finales

Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op


1 januari 2011 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2013.

Art. 9. La prsente convention collective du travail entre en vigueur


au 1er janvier 2011 et cesse de produire ses effets au 31 dcembre 2013.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 januari 2011 (103482/CO/314).

Cette convention collective de travail remplace la convention collective de travail du 24 janvier 2011 (103482/CO/314).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.


La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2348

[2012/200224]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de
schoonheidszorgen, tot invoering van een conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar mits een beroepsverleden van 40 jaar (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2348

[2012/200224]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 8 juin 2011, conclue au sein de la
Commission paritaire de la coiffure et des soins de beaut,
instaurant une prpension conventionnelle partir de 56 ans
moyennant une carrire professionnelle de 40 annes (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve


arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail


et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor het kappersbedrijf
en de schoonheidszorgen;

Vu la demande de la Commission paritaire de la coiffure et des soins


de beaut;

46984

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,

Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011, gesloten
in het Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen, tot invoering van een conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar
mits een beroepsverleden van 40 jaar.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 8 juin 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire de la coiffure et des soins de beaut, instaurant une prpension
conventionnelle partir de 56 ans moyennant une carrire professionnelle de 40 annes.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Comit voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen

Commission paritaire de la coiffure et des soins de beaut

Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juni 2011

Convention collective de travail du 8 juin 2011

Invoering van een conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar mits een


beroepsverleden van 40 jaar (Overeenkomst geregistreerd op 26 augustus 2011 onder het nummer 105371/CO/314)

Instauration dune prpension conventionnelle partir de 56 ans


moyennant une carrire professionnelle de 40 annes (Convention
enregistre le 26 aot 2011 sous le numro 105371/CO/314)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werknemers en op de werkgevers van de ondernemingen die
vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comit voor het
kappersbedrijf en de schoonheidszorgen.

Article 1er. La prsente convention collective du travail sapplique


aux employeurs et aux travailleurs des entreprises relevant de la
comptence de la Commission paritaire de la coiffure et des soins de
beaut.

Onder werknemers verstaat men : de arbeiders, arbeidsters en


bedienden.

Par travailleurs on entend : les ouvriers, ouvrires et employ(e)s.

HOOFDSTUK II. Bepalingen

CHAPITRE II. Dispositions

Art. 2. Deze overeenkomst heeft tot doel van 1 januari 2011 tot
31 december 2012 een regeling van aanvullende vergoeding voor
bepaalde oudere werknemers in geval van ontslag, overeenkomstig de
artikelen 45 tot 47 van de wet tot wijziging van de wet van
1 februari 2011 houdende verlenging van de crisismaatregelen.

Art. 2. La prsente convention a pour objet dinstituer du 1er janvier 2011 au 31 dcembre 2012 un rgime dindemnit complmentaire
pour certains travailleurs gs en cas de licenciement, conformment
aux articles 45 47 de la loi modifiant la loi du 1er fvrier 2011 portant
la prolongation des mesures de crise.

Art. 3. De in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst


bedoelde regeling van aanvullende vergoeding wordt voorzien voor de
werknemers die :

Art. 3. Le rgime dindemnit complmentaire vis larticle 2 de la


prsente convention collective de travail est prvu pour les travailleurs :

1o op het moment van het einde van hun arbeidsovereenkomst en


uiterlijk op 31 december 2012, de leeftijd van 56 jaar of ouder bereiken
of bereikt hebben;

1o ayant atteint ou atteignant, au moment de la fin de leur contrat de


travail et au plus tard le 31 dcembre 2012, lge de 56 ans ou plus;

2o op het moment van het einde van hun arbeidsovereenkomst, een


beroepsverleden van tenminste 40 jaar als loontrekkende kunnen
bewijzen;

2o qui peuvent se prvaloir, au moment de la fin du contrat, dun


pass professionnel dau moins 40 ans en tant que salari;

3o die voldoen aan de hieromtrent voorziene voorwaarden en in het


bijzonder door het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende
de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen;

3o qui satisfont aux conditions prvues en la matire et plus


particulirement par larrt royal du 7 dcembre 1992 relatif loctroi
dallocations de chmage en cas de prpension conventionnelle;

4o ontslagen worden, behoudens dringende reden zoals bedoeld in


de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten.

4o qui sont licencis, sauf en cas de motif grave au sens de la


lgislation relative aux contrats de travail.

46985

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


De betrokken werknemers zullen desgevallend door de werkgever
uitgenodigd worden tot een onderhoud zoals voorzien in artikel 10 van
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale
Arbeidsraad. Er zal, desgevallend, tot de ontslagprocedure worden
overgegaan.

Les travailleurs concerns seront invits le cas chant par lemployeur


un entretien prvu larticle 10 de la convention collective de
travail no 17 conclue au Conseil national du travail; le cas chant, la
procdure de licenciement sera excute.

Art. 4. Voor de betrokken werknemers, gelden dezelfde voorwaarden en procedures als deze bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst
nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 4. Pour les travailleurs concerns, les mmes dispositions et


procdures que celles fixes par la convention collective de travail no 17
du Conseil national du travail sont dapplication.

De aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever zal berekend


worden zoals bepaald in artikelen 6 en 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. Bijgevolg zal deze
aanvullende vergoeding gelijk zijn aan 50 pct. van het verschil tussen
de werkloosheidsuitkeringen en het netto referteloon van de werknemers. Voor de berekening van het voornoemd netto referteloon tot
bepaling van de hoger vermelde aanvullende vergoeding zal evenwel,
de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage van de arbeiders berekend
worden op 100 pct. in plaats van 108 pct. van hun begrensd maandloon.

Lindemnit complmentaire charge de lemployeur sera calcule


comme dfini aux articles 6 et 7 de la convention collective de travail
no 17 conclue au Conseil national du travail. Par consquent, cette
indemnit complmentaire sera gale 50 p.c. de la diffrence entre
lallocation de chmage et la rmunration nette de rfrence du
travailleur. Pour le calcul de la rmunration nette de rfrence prcite
dterminant lindemnit complmentaire susmentionne, la cotisation
personnelle des ouvriers la scurit sociale sera calcule sur 100 p.c.
au lieu de 108 p.c. de leur rmunration mensuelle brute plafonne.

Art. 5. De in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst


bedoelde aanvullende vergoeding wordt overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de
Nationale Arbeidsraad toegekend.

Art. 5. Lindemnit complmentaire vise larticle 4 de la prsente


convention collective de travail est octroye conformment aux dispositions de la convention collective de travail no 17 prcite conclue au
Conseil national du travail.

Art. 6. De in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst


bedoelde aanvullende vergoeding wordt maandelijks uitbetaald.

Art. 6. Lindemnit complmentaire vise larticle 4 de la prsente


convention collective de travail est paye mensuellement.

Zijn bedrag wordt, overeenkomstig artikel 8 van de collectieve


arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad :

Son montant est, conformment larticle 8 de la convention


collective de travail no 17 conclue au Conseil national du travail :

- gebonden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake werkloosheidsuitkeringen;

- li lvolution de lindice des prix la consommation suivant les


modalits dapplication en la matire aux allocations de chmage;

- herzien overeenkomstig de herwaarderingscofficint door de


Nationale Arbeidsraad jaarlijks vastgelegd, in functie van de evolutie
van de regelingslonen.

- rvis conformment au coefficient annuel de rvaluation dtermin par le Conseil national du travail en fonction de lvolution
conventionnelle des salaires.
Art. 7. Prpension et crdit-temps

Art. 7. Brugpensioen en tijdskrediet


In geval van gedeeltelijke of volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst in het kader van tijdkrediet zal de aanvullende vergoeding
bedoeld in artikel 4 berekend worden op basis van het arbeidsstelsel
dat de periode van tijdskrediet voorafging.

En cas suspension partielle ou totale du contrat de travail dans le


cadre du crdit-temps, lindemnit complmentaire vise larticle 4
sera calcule sur la base du rgime de travail qui prcdait la priode
de crdit-temps.

Art. 8. De aanvullende vergoeding brugpensioen zal doorbetaald


worden in geval van werkhervatting conform de wettelijke beschikkingen terzake in het interprofessioneel akkoord 2007-2008.

Art. 8. Lindemnit complmentaire de prpension continuera


tre paye en cas de reprise du travail et ce conformment aux
dispositions prises en la matire dans le cadre de laccord interprofessionnel 2007-2008.

HOOFDSTUK III. Slotbepalingen

CHAPITRE III. Dispositions finales

Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op


1 januari 2011 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2012.

Art. 9. La prsente convention collective du travail entre en vigueur


au 1er janvier 2011 et cesse de produire ses effets au 31 dcembre 2012.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.

De Minister van Werk,

La Ministre de lEmploi,

Mevr. M. DE CONINCK

Mme M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2349

[2012/200129]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van
19 mei 2011, gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en
confectiebedrijf, betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf
60 jaar (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2349

[2012/200129]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 19 mai 2011, conclue au sein de la
Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la
confection, concernant la prpension conventionnelle partir
de 60 ans (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve


arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de


travail et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor het kleding- en
confectiebedrijf;

Vu la demande de la Commission paritaire de lindustrie de


lhabillement et de la confection;

46986

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Op de voordracht van de Minister van Werk,


Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,


Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011, gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf,
betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 60 jaar.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de


travail du 19 mai 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la
Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection,
concernant la prpension conventionnelle partir de 60 ans.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg


de lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota

Note

(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :


Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

(1) Rfrence au Moniteur belge :


Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf

Commission paritaire de lindustrie de lhabillement


et de la confection

Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011

Convention collective de travail du 19 mai 2011

Conventioneel brugpensioen vanaf 60 jaar


(Overeenkomst geregistreerd op 16 juni 2011
onder het nummer 104446/CO/109)

Prpension conventionnelle partir de 60 ans


(Convention enregistre le 16 juin 2011
sous le numro 104446/CO/109)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers en de arbeid(st)ers met inbegrip van de huisarbeid(st)ers van de ondernemingen welke onder het Paritair Comit voor het
kleding- en confectiebedrijf ressorteren.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs et aux ouvriers et ouvrires des entreprises qui
ressortissent la Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et
de la confection, y compris les ouvriers et ouvrires domicile.

HOOFDSTUK II. Draagwijdte en duur

CHAPITRE II. Porte et dure

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel de


verderzetting van de toepassing van het stelsel van conventioneel
brugpensioen vanaf de leeftijd van 60 jaar gedurende de periode van
1 juli 2011 tot 31 december 2012, overeenkomstig de bepalingen van het
koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van
werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen en
van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het
conventioneel brugpensioen in het kader van het Generatiepact.

Art. 2. La prsente convention collective de travail vise lapplication


du rgime de prpension conventionnelle partir de 60 ans au cours
de la priode allant du 1er juillet 2011 au 31 dcembre 2012,
conformment aux dispositions de larrt royal du 7 dcembre 1992
relatif loctroi dindemnits de chmage en cas de prpension
conventionnelle et de larrt royal du 3 mai 2007 fixant la prpension
conventionnelle dans le cadre du Pacte de solidarit entre gnrations.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt met ingang van


1 juli 2011 de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 april 2011
betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 60 jaar en is van
toepassing tot 31 december 2012.

La prsente convention collective de travail remplace, avec effet


au 1er juillet 2011, la convention collective de travail du 7 avril 2011
concernant la prpension conventionnelle partir de 60 ans et
sapplique jusquau 31 dcembre 2012.

Art. 3. In uitvoering van artikel 3, 3o van de statuten, vastgesteld bij


de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 april 1979, gesloten in het
Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf, houdende
cordinatie van de statuten van het Sociaal Waarborgfonds voor het
kleding- en confectienijverheid, wordt aan de arbeid(st)ers, bedoeld in
artikel 4, een aanvullende vergoeding - waarvan het bedrag en de
wijzen van toekenning en uitkering hierna zijn vastgesteld - toegekend
ten laste van genoemd fonds voor de arbeid(st)ers die in het systeem
van het brugpensioen treden tijdens de periode van 1 juli 2011 tot
31 december 2012.

Art. 3. En excution de larticle 3, 3o, des statuts, fixs par la


convention collective de travail du 23 avril 1979, conclue au sein de
la Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la
confection, coordonnant les statuts du Fonds social de garantie de
lindustrie de lhabillement et de la confection, il est octroy aux
ouvriers et ouvrires viss larticle 4 une indemnit complmentaire,
dont le montant et les modalits doctroi et de liquidation sont fixs
ci-aprs, charge du fonds susmentionn, en faveur des ouvriers et
ouvrires qui accdent au rgime de prpension pendant la priode du
1er juillet 2011 au 31 dcembre 2012.

HOOFDSTUK III
Voorwaarden om recht te hebben op de aanvullende vergoeding

CHAPITRE III
Conditions pour avoir droit lindemnit complmentaire

Art. 4. De in artikel 3 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het


toekennen van gelijkaardige voordelen, als voorzien bij collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december 1974 in de
Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij
worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk
besluit van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006.

Art. 4. Lindemnit complmentaire vise larticle 3 comprend


loctroi davantages similaires, tels que prvus dans la convention
collective de travail no 17 conclue le 19 dcembre 1974 au sein du
Conseil national du travail, instituant un rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains travailleurs gs en cas de licenciement,
rendue obligatoire par arrt royal du 16 janvier 1975 et modifie pour
la dernire fois par la convention collective de travail no 17tricies du
19 dcembre 2006.

Deze aanvullende vergoeding wordt toegekend aan de arbeid(st)ers


die ontslagen worden en voldoen aan de voorwaarden, bepaald in het
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel

Cette indemnit complmentaire est octroye aux ouvriers et ouvrires licencis et qui satisfont aux conditions, dfinies dans larrt royal
du 3 mai 1997 fixant la prpension conventionnelle dans le cadre du

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46987

brugpensioen in het kader van het Generatiepact en aan de voorwaarden bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de
Nationale Arbeidsraad tot invoering van een regeling van aanvullende
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij
worden ontslagen en die de leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt
tussen 1 juli 2011 en 31 december 2012.

Pacte de solidarit entre gnrations et aux conditions dfinies dans la


convention collective de travail no 17 du Conseil national du travail,
instituant un rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains
travailleurs gs en cas de licenciement et qui ont atteint lge de 60 ans
ou plus entre le 1er juillet 2011 et le 31 dcembre 2012.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt geen rekening gehouden
met de verlenging van de opzeggingstermijn doorgevoerd in toepassing van de artikelen 38, 2 en 38bis van de wet van 3 juli 1978
betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Pour lapplication de lalina prcdent, il nest pas tenu compte de


la prolongation du dlai de pravis en application des articles 38, 2,
et 38bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.

Art. 5. De arbeid(st)ers die voldoen aan de door artikel 4 vereiste


leeftijdsvoorwaarden komen in aanmerking voor de in hetzelfde
artikel 4 vermelde aanvullende vergoeding inzien zij, bovenop de in de
werkloosheidsreglementering vereiste voorwaarden om de kunnen
genieten van conventioneel brugpensioen, tevens het bewijs kunnen
voorleggen van :

Art. 5. Les ouvriers et ouvrires qui satisfont aux conditions dge


imposes par larticle 4 entrent en ligne de compte pour lindemnit
complmentaire mentionne dans ce mme article 4, si, en sus des
conditions prvues par la rglementation du chmage pour pouvoir
bnficier de la prpension conventionnelle, ils peuvent aussi apporter
la preuve :

- hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar


onmiddellijk voor het ontslag, dat het recht op brugpensioen opent, in
n of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comit
voor het kleding- en confectiebedrijf;

- soit dune occupation ininterrompue dau moins 2 ans prcdant


immdiatement le licenciement, qui donne droit la prpension, dans
une ou plusieurs entreprises ressortissant la Commission paritaire
de lindustrie de lhabillement et de la confection;

- hetzij een loopbaan van minstens 10 jaar tewerkstelling in


ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comit voor het
kleding- en confectiebedrijf, na beindiging van de arbeidsovereenkomst in een onderneming ressorterend onder het Paritair Comit voor
het kleding- en confectiebedrijf.

- soit dune carrire dau moins 10 annes doccupation dans des


entreprises ressortissant la Commission paritaire de lindustrie de
lhabillement et de la confection, lexpiration du contrat de travail
dans une entreprise ressortissant la Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection.

Art. 6. De arbeid(st)ers, die voldoen aan de in de artikelen 4 en 5


bepaalde voorwaarden, hebben, voor zover zij werkloosheidsuitkeringen ontvangen in toepassing van de reglementering betreffende het
conventioneel brugpensioen, recht op de aanvullende vergoeding tot
op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn.

Art. 6. Les ouvriers et ouvrires qui satisfont aux conditions fixes


aux articles 4 et 5 ont, pour autant quils reoivent des allocations de
chmage en application de la rglementation sur la prpension
conventionnelle, droit lindemnit complmentaire jusqu la date o
ils atteignent lge lgal de la retraite.

Art. 7. De regeling geldt eveneens voor de arbeid(st)ers die tijdelijk


uit het stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de
regeling wensen te genieten, voorzover zij opnieuw de wettelijke
werkloosheidsvergoeding ontvangen.

Art. 7. Ce rgime vaut galement pour les ouvriers et ouvrires qui


seraient temporairement sortis du systme et qui voudraient nouveau
en bnficier pour autant quils reoivent nouveau les indemnits
lgales de chmage.

Tevens zijn de bepalingen van artikel 4bis en van artikel 4quater van
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december 1974
in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers
indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006 toepasselijk.

Sont galement applicables, les dispositions de larticle 4bis et de


larticle 4quater de la convention collective de travail no 17, conclue
le 19 dcembre 1974 au sein du Conseil national du travail, instituant
un rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains travailleurs gs en cas de licenciement, rendue obligatoire par arrt
royal du 16 janvier 1975 et modifie pour la dernire fois par la
convention collective de travail no 17tricies du 19 dcembre 2006.

HOOFDSTUK IV
Bedrag van de aanvullende vergoeding

CHAPITRE IV
Montant de lindemnit complmentaire

Art. 8. Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de


helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de werkloosheidsuitkering.

Art. 8. Le montant de lindemnit complmentaire est gal la


moiti de la diffrence entre le salaire net de rfrence et lallocation de
chmage.

Art. 9. Het netto-referteloon is gelijk aan het bruto maandloon,


begrensd tot 3.625,01 EUR op 1 mei 2011 en verminderd met de
persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding.

Art. 9. Le salaire net de rfrence est gal au salaire mensuel brut,


plafonn 3.625,01 EUR au 1er mai 2011 et diminu des cotisations
personnelles de scurit sociale et de la retenue fiscale.

De grens van 3.625,01 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer der


consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van
2 augustus 1971, houdende inrichting van een stelsel waarbij de
wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste
van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van
sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de
verplichtingen op sociaal gebeid opgelegd aan de zelfstandigen, aan
het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.

Le plafond de 3.625,01 EUR est li lindice des prix la


consommation, conformment aux dispositions de la loi du 2 aot 1971,
organisant un rgime de liaison lindice des prix la consommation
des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions charge
du trsor public, de certaines prestations sociales, des limites de
rmunration prendre en considration pour le calcul de certaines
cotisations de scurit sociale des travailleurs, ainsi que des obligations
imposes en matire sociale aux travailleurs indpendants.

Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in


functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, overeenkomstig
hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale Arbeidsraad.

Par ailleurs, ce plafond est revu le 1er janvier de chaque anne en


fonction de lvolution des salaires rglementaires, conformment ce
qui est dcid leur sujet au sein du Conseil national du travail.

Het netto-referteloon wordt op de hogere euro afgerond.

La rmunration nette de rfrence est arrondie leuro suprieur.

Art. 10. 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die


rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeid(st)ers verrichtte
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan
en waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. Het
omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale
zekerheid onderworpen zijn. Daarentegen worden de premies of
vergoedingen die als tegenwaarde van werkelijke kosten worden
verleend niet in aanmerking genomen.

Art. 10. 1er. Le salaire brut comprend les primes contractuelles qui
sont lies directement aux prestations effectues par les ouvriers et les
ouvrires, sur lesquelles soprent des retenues pour la scurit sociale
et dont la priodicit de paiement nexcde pas le mois. Il comprend
galement les avantages en nature qui sont soumis des retenues pour
la scurit sociale. Par contre, les primes ou indemnits octroyes en
contrepartie de cots rels ne sont pas prises en considration.

2. Voor de maand betaalde arbeid(st)ers wordt als brutoloon


beschouwd, het loon dat hij(zij) gedurende de in navolgende 6
bepaalde refertemaand heeft verdiend.

2. Pour louvrier ou louvrire pay(e) au mois, lon considre


comme salaire brut le salaire quil ou elle a gagn pendant le mois de
rfrence vis au 6 ci-aprs.

46988

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

3. Voor de arbeid(st)ers die niet per maand wordt betaald, wordt


het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. Het
normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die
periode gewerkte normale uren.

3. Pour louvrier ou louvrire qui nest pas pay(e) au mois, le


salaire brut se calcule sur la base du salaire horaire normal. Le salaire
horaire normal sobtient en divisant le salaire affrent aux prestations
normales du mois de rfrence par le nombre dheures normales
effectues pendant cette priode.

Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal


arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de
arbeid(st)er. Dat product vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12,
stemt overeen met het maandloon.

Le rsultat ainsi obtenu est multipli par le nombre dheures de


travail prvu par le rgime de travail hebdomadaire de louvrier ou de
louvrire. Ce produit, multipli par 52 et divis par 12, correspond au
salaire mensuel.

4. Het brutoloon van de arbeid(st)er die gedurende de ganse


refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij(zij) aanwezig
was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen.

4. Le salaire brut de louvrier ou de louvrire qui na pas travaill


pendant la totalit du mois de rfrence se calcule comme sil (ou elle)
avait t prsent(e) pendant tous les jours de travail qui tombent dans
le mois considr.

Indien de arbeid(st)er, krachtens de bepalingen van zijn (haar)


arbeidsovereenkomst slechts gedurende een gedeelte van de referentiemaand moet werken en hij(zij) al die tijd niet heeft gewerkt, wordt
het brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in
zijn(haar) arbeidsovereenkomst is vastgesteld.

Si, en vertu des dispositions de son contrat de travail, louvrier ou


louvrire navait d travailler que pendant une partie du mois de
rfrence et quil (ou elle) nait pas travaill pendant toute cette priode,
le salaire brut se calcule sur la base du nombre de jours de travail fix
dans son contrat de travail.

5. Het door de arbeid(st)er verdiende brutoloon, ongeacht of het per


maand of op een andere wijze wordt betaald, wordt vermeerderd met
n twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de
veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen
maand overschrijdt en door die arbeid(st)er in de loop van de twaalf
maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen.

5. Le salaire brut gagn par louvrier ou louvrire, quil soit pay


par mois ou dune autre manire, est major dun douzime du total
des primes contractuelles et de la rmunration variable dont la
priodicit de paiement nexcde pas le mois et que cet ouvrier ou cette
ouvrire a gagn sparment dans le courant des douze mois qui
prcdent le licenciement.

6. Als refertemaand wordt de kalendermaand, die de datum van


het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen.

6. Comme mois de rfrence est pris en considration le mois civil


prcdant la date du licenciement.

7. Indien evenwel blijkt dat het tijdens deze refertemaand verdiende loon hoger ligt dan het loon van de vorige twaalf maanden ten
gevolge van een loonsverhoging, die niet op indexile of op collectieve
conventionele basis heeft plaatsgevonden, zal de aanvullende vergoeding berekend worden op het loon van twaalf maanden vr het
ontslag, verhoogd op indexile en conventionele basis.

7. Sil appert toutefois que le salaire gagn pendant ce mois de


rfrence dpasse le salaire des douze mois prcdents, par suite dune
majoration salariale qui na pas t applique sur la base de lindexation
ou sur une base collective conventionnelle, lindemnit complmentaire
sera calcule sur le salaire des douze mois qui prcdent le licenciement, augmente sur la base de lindexation ou sur une base
conventionnelle.

8. Indien de arbeid(st)er een variabel loon geniet, en de toepassing


van het loon van de laatste refertemaand zou leiden tot een lagere
aanvullende vergoeding dan een aanvullende vergoeding, berekend op
basis van het gemiddelde loon verdiend tijdens de twaalf maanden
voorafgaand aan het ontslag, kan de arbeid(st)er in kwestie aanspraak
maken op een aanvullende vergoeding die berekend wordt op basis
van het gemiddeld loon verdiend tijdens deze twaalf maanden
voorafgaand aan het ontslag.

8. Si louvrier ou louvrire bnficie dune rmunration variable et


au cas o lapplication du salaire du dernier mois de rfrence
donnerait lieu une indemnit complmentaire infrieure lindemnit
complmentaire calcule sur la base du salaire moyen gagn dans le
courant des douze mois qui prcdent le licenciement, louvrier ou
louvrire en question pourra prtendre une indemnit complmentaire qui est calcule sur la base du salaire moyen gagn dans le courant
de ces douze mois qui prcdent le licenciement.

Art. 11. Indien het bedrag van de aanvullende vergoeding, in een


voltijdse arbeidsregeling berekend overeenkomstig hogervermelde
artikelen 8 tot en met 10, lager ligt dan 80,00 EUR, wordt vanaf
1 juli 2005 een bedrag van 80,00 EUR voorzien.

Art. 11. Si le montant de lindemnit complmentaire, calcule dans


un rgime de travail temps plein conformment aux articles 8 10
susmentionns, est infrieur 80,00 EUR un montant de 80,00 EUR est
prvu partir du 1er juillet 2005.

HOOFDSTUK V
Rechten deeltijdse arbeid(st)ers

CHAPITRE V
Droits des ouvriers et ouvrires temps partiel

Art. 12. Arbeid(st)ers die tewerkgesteld zijn in een deeltijdse arbeidsregeling vr het ontslag dat het recht op brugpensioen opent, hebben
recht op de in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding voor zover zij
de voorwaarden vervullen bepaald bij de artikelen 4 en 5 van deze
collectieve arbeidsovereenkomst en indien zij recht hebben op de
werkloosheidsuitkeringen.

Art. 12. Les ouvriers et ouvrires occups dans un rgime de travail


temps partiel avant le licenciement qui ouvre le droit la prpension,
ont droit lindemnit complmentaire vise larticle 4, pour autant
quils satisfassent aux conditions fixes aux articles 4 et 5 de la prsente
convention collective de travail et sils ont droit des allocations de
chmage.

De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van het loon


voor de deeltijdse arbeidsregeling tenzij de arbeid(st)er zich kan
beroepen op de uitzonderingen bepaald bij de hiernavolgende artikelen 13 en 14.

Lindemnit complmentaire est calcule sur la base du salaire prvu


pour le rgime de travail temps partiel, sauf si louvrier/louvrire
peut se prvaloir des exceptions fixes aux articles 13 et 14 ci-aprs.

Art. 13. De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding - die


toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die onvrijwillig deeltijds werken
overeenkomstig artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 zal berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door
een voltijdse arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de
deeltijdse tewerkstelling, voor zover de arbeid(st)er hetzij een voltijdse
tewerkstelling van 5 jaar in de kleding- en confectienijverheid bewijst
tijdens een periode van 10 jaar die de brugpensioenstelling voorafgaat,
hetzij in het beroepsverleden 20 jaar voltijdse tewerkstelling in de
kleding- en confectienijverheid kan bewijzen.

Art. 13. Lindemnit complmentaire prvue larticle 4, qui est


accorde aux ouvriers et ouvrires qui travaillent involontairement
temps partiel conformment larticle 29 de larrt royal du 25 novembre 1991, sera calcule par rapport au salaire gagn par un ouvrier ou
une ouvrire temps plein et non par rapport au salaire de lemploi
temps partiel, pour autant que louvrier/louvrire puisse prouver soit,
une occupation temps plein de 5 ans dans le secteur de lhabillement
et de la confection dans une priode de 10 ans qui prcde la mise la
prpension, soit, une occupation temps plein de 20 ans dans le secteur
de lhabillement et de la confection.

Art. 14. De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die


toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die vrijwillig een deeltijdse
betrekking in de kleding- en confectienijverheid hebben aanvaard, zal
berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door een voltijdse
arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de deeltijdse tewerkstelling voor zover de arbeid(st)er in het beroepsverleden 20 jaar
voltijdse tewerkstelling in de kleding- en confectienijverheid kan
bewijzen.

Art. 14. Lindemnit complmentaire prvue larticle 4, qui est


accorde aux ouvriers et ouvrires ayant accept volontairement un
emploi temps partiel dans le secteur de lhabillement et de la
confection, sera calcule par rapport au salaire gagn par un ouvrier ou
une ouvrire temps plein et non pas par rapport au salaire pour
lemploi temps partiel, pour autant que louvrier ou louvrire prouve
une occupation temps plein de 20 ans dans le secteur de lhabillement
et de la confection.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46989

Voor de arbeid(st)ers die op het ogenblik van het ontslag in het kader
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, ter en quater van de
Nationale Arbeidsraad tot invoering van een stelsel van tijdskrediet,
loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot
een halftijdse betrekking, een vermindering van de arbeidsprestaties tot
een halftijdse betrekking of een vermindering van de arbeidsprestaties
met n vijfde genieten, wordt de in artikel 4 bedoelde aanvullende
vergoeding berekend overeenkomstig het voltijds brutoloon dat van
toepassing zou zijn geweest indien de arbeid(st)er geen tijdskrediet had
genoten.

Pour les ouvriers et ouvrires qui, au moment du licenciement,


bnficient dans le cadre de la convention collective de travail no 77bis,
ter et quater du Conseil national du travail instaurant un systme de
crdit-temps, de diminution de carrire et de rduction des prestations
de travail mi-temps, dune diminution des prestations de travail une
occupation mi-temps ou dune diminution des prestations de travail
de un cinquime, lindemnit complmentaire vise larticle 4 est
calcule conformment au salaire brut temps plein qui aurait t
applicable si louvrier ou louvrire navait pas bnfici dun crdittemps.

HOOFDSTUK VI
Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding

CHAPITRE VI
Adaptation du montant de lindemnit complmentaire

Art. 15. Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoeding


wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten die van toepassing zijn
inzake werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van
voormelde wet van 2 augustus 1971. Het bedrag van deze vergoeding
wordt daarenboven elk jaar op 1 januari herzien in functie van de
ontwikkeling van de regelingslonen overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale Arbeidsraad.

Art. 15. Le montant de lindemnit complmentaire paye est li aux


fluctuations de lindice des prix la consommation, selon les modalits
qui sont applicables en matire dallocations de chmage, conformment aux dispositions de la loi du 2 aot 1971. En outre, le montant de
cette indemnit est revu annuellement le 1er janvier en fonction de
lvolution des salaires rglementaires, conformment ce qui est
dcid leur sujet au sein de Conseil national du travail.

Voor de arbeid(st)ers die in de loop van het jaar tot de regeling


toetreden wordt de aanpassing op grond van het verloop van de
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in aanmerking
genomen voor de berekening van de aanpassing.

Pour les ouvriers et les ouvrires qui accdent au rgime dans le


courant de lanne, ladaptation se fait sur la base de lvolution des
salaires rglementaires, compte tenu du moment de lanne o ils
accdent au rgime; chaque trimestre tant pris en considration pour
le calcul de ladaptation.

HOOFDSTUK VII
Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen

CHAPITRE VII
Cumul de lindemnit complmentaire avec dautres avantages

Art. 16. De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd


met andere, wegens ontslag verleende speciale vergoedingen of
toeslagen die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire
bepalingen.

Art. 16. Lindemnit complmentaire ne peut tre cumule avec


dautres indemnits ou allocations spciales octroyes en cas de
licenciement en vertu de dispositions lgales ou rglementaires.

De arbeid(st)ers die onder de in artikel 4 voorziene voorwaarden


worden ontslagen, moeten eerst de uit die bepalingen voortvloeiende
rechten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in
artikel 4 voorziene aanvullende vergoeding.

Louvrier ou louvrire qui est licenci(e) dans les conditions prvues


larticle 4 doit dabord puiser les droits dcoulant de ces dispositions,
avant de pouvoir prtendre lindemnit complmentaire prvue
larticle 4.

Het in het voorgaande lid geformuleerde cumulatieverbod is niet van


toepassing op de sluitingsvergoeding, voorzien bij de wet van 28 juni 1966
betreffende de schadeloosstelling van de arbeid(st)ers die ontslagen
worden bij sluiting van ondernemingen.

Linterdiction de cumul formule lalina prcdent nest pas


applicable lindemnit de fermeture, prvue par la loi du 28 juin 1966
relative lindemnisation des ouvriers et ouvrires licencis en cas de
fermeture dentreprises.

HOOFDSTUK VIII. Overlegprocedure

CHAPITRE VIII. Procdure de concertation

Art. 17. Vooraleer n of meerdere arbeid(st)ers, bedoeld bij artikel 4, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis
daarvan, met de vakbondsafvaardiging.

Art. 17. Avant de licencier un ou plusieurs ouvriers ou ouvrires


vis(e)s larticle 4, lemployeur se concertera avec les reprsentants du
personnel au conseil dentreprise ou, dfaut de conseil dentreprise,
avec la dlgation syndicale.

Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van vakbondsafvaardiging, heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de
representatieve arbeid(st)ersorganisaties of, bij ontstentenis, met de
arbeid(st)ers van de onderneming.

A dfaut de conseil dentreprise ou de dlgation syndicale, cette


concertation a lieu avec les reprsentants des organisations reprsentatives des travailleurs ou, dfaut, avec les ouvriers ou ouvrires de
lentreprise.

Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen nodigt de werkgever


daarenboven de betrokken arbeid(st)ers, bij aangetekend schrijven, uit
tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit onderhoud heeft tot doel aan de arbeid(st)ers de gelegenheid
te geven, zijn(haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te maken. Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1976, gesloten in het Paritair Comit voor het
kleding- en confectiebedrijf, betreffende het statuut van de syndicale
afvaardigingen, inzonderheid artikel 9, kan de arbeid(st)er zich bij dit
onderhoud laten bijstaan door een vakbondsorganisatie.

Avant de prendre une dcision en vue de licencier, lemployeur invite


en outre louvrier ou louvrire concern(e) - par lettre recommande un entretien pendant les heures de travail au sige de lentreprise.
Cet entretien a pour but de donner louvrier ou louvrire la
possibilit de faire connatre ses objections lgard du licenciement
envisag par lemployeur. Conformment la convention collective de
travail du 7 mai 1976, conclue en Commission paritaire de lindustrie de
lhabillement et de la confection, relative au statut des dlgations
syndicales, notamment larticle 9, louvrier ou louvrire peut se faire
assister par son dlgu syndical lors de cet entretien.

De opzegging kan ten vroegste geschieden, de tweede werkdag na de


dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit onderhoud
voorzien was. De ontslagen arbeid(st)ers hebben de mogelijkheid de
aanvullende regeling te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve
deel uit te maken van de arbeidsreserve.

Le pravis peut tre donn au plus tt le deuxime jour ouvrable


aprs le jour o cet entretien a eu lieu ou tait prvu. Les ouvriers ou
ouvrires licenci(e)s ont la possibilit daccepter ou de refuser le
rgime complmentaire et par consquent de faire partie de la rserve
de main-duvre.

HOOFDSTUK IX. Betaling van de aanvullende vergoeding


en de bijzondere werkgeversbijdragen

CHAPITRE IX. Paiement de lindemnit complmentaire


et des cotisations patronales spciales

Art. 18. 1. De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in


deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt maandelijks uitgevoerd
door het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid.

Art. 18. 1er. Le paiement de lindemnit complmentaire vise


dans la prsente convention collective de travail est effectu mensuellement par le Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement
et de la confection.

2. Het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding-en confectienijverheid betaalt eveneens de bijzondere werkgeversbijdragen bedoeld in
hoofdstuk VI van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende
diverse bepalingen, laatst gewijzigd door de programmawet van
23 december 2009 en door de wet houdende diverse bepalingen van
30 december 2009 die zijn verschuldigd op de aanvullende vergoeding
betaald door het voornoemde sociaal waarborgfonds.

2. Le Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et de


la confection paye galement les cotisations patronales spciales qui
sont dues sur lindemnit complmentaire paye par le fonds social
de garantie prcit, en vertu du chapitre VI du titre XI de la loi du
27 dcembre 2006 portant des dispositions diverses, modifie pour la
dernire fois par la loi-programme du 23 dcembre 2009 et par la loi
contenant des dispositions diverses du 30 dcembre 2009.

46990

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Dit betekent dat het voornoemde sociaal waarborgfonds slechts


gedeeltelijk de verplichtingen van de werkgever overneemt indien aan
de begunstigde nog andere betalingen worden verricht, naast deze ten
laste van het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid.

Ceci signifie que le fonds social de garantie prcit ne prend en


charge que partiellement les obligations des employeurs si dautres
paiements sont encore effectus au bnficiaire, outre celui charge du
Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et de la
confection.

Op deze wijze wordt, overeenkomstig artikel 17, 1, tweede lid van


het koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van hoofdstuk VI van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse
bepalingen, afgeweken van de regel, bepaald in artikel 17, 1, eerste lid
van het voornoemd koninklijk besluit.

De cette faon et conformment larticle 17, 1er, deuxime alina,


de larrt royal du 29 mars 2010 portant excution du chapitre VI du
titre XI de la loi du 27 dcembre 2006 portant des dispositions diverses,
il est drog la rgle prvue larticle 17, 1er, premier alina, de
larrt royal prcit.

Derhalve staat de debiteur van elke andere aanvulling dan deze


betaald door het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid zelf in voor de betaling van de bijzondere werkgeversbijdragen, verschuldigd op de door hem verrichtte betalingen.

Par consquent, le dbiteur de toutes indemnits autres que celle


paye par le Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et
de la confection assure lui-mme le paiement des cotisations patronales spciales, dues sur les paiements quil effectue.

3. Zoals voorzien in artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de aanvullende vergoeding verder uitbetaald in de
bijzondere gevallen van werkhervatting, voorzien in artikel 4bis en
artikel 4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten
op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van
een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige
bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en laatst
gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006.

3. Comme prvu larticle 7 de la prsente convention collective de


travail, lindemnit com-plmentaire continue dtre verse dans les
cas spciaux de reprise du travail, prvus larticle 4bis et
larticle 4quater de la convention collective de travail no 17, conclue le
19 dcembre 1974 au sein du Conseil national du travail, instituant un
rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains travailleurs
gs en cas de licenciement, rendue obligatoire par arrt royal du
16 janvier 1975 et modifie pour la dernire fois par la convention
collective de travail no 17tricies du 19 dcembre 2006.

Buiten de gevallen, bedoeld in de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, zoals in geval van het opnemen van een activiteit
bij of het werken voor rekening van de werkgever die de bruggepensioneerde heeft ontslagen, is er geen aanvullende vergoeding verschuldigd, wetende dat deze als loon zou beschouwd worden, gelet op
artikel 124, 6, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse
bepalingen, laatst gewijzigd door de programmawet van 23 december 2009 en door de wet houdende diverse bepalingen van 30 december 2009 en dus niet zou beschouwd worden als een aanvulling bij een
sociale uitkering.

Hormis les cas viss dans la convention collective de travail no 17


prcite, tels que la prise dune activit ou du travail pour le compte de
lemployeur qui a licenci le prpensionn, aucune indemnit complmentaire nest due, sachant que celle-ci serait considre en tant que
salaire et ne serait donc pas considre comme un complment une
allocation sociale, vu larticle 124, 6, de la loi du 27 dcembre 2006
portant des dispositions diverses, modifie pour la dernire fois par la
loi-programme du 23 dcembre 2009 et par la loi portant des
dispositions diverses.

Zowel de bruggepensioneerde als de werkgever zijn er derhalve toe


gehouden dergelijke bijzondere gevallen van werkhervatting onmiddellijk te melden aan het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en
confectienijverheid. Zij zijn tevens aansprakelijk voor de gevolgen van
enige nalatigheid op dit stuk.

Par consquent, aussi bien le prpensionn que lemployeur sont


tenus de signaler immdiatement de tels cas particuliers de reprise du
travail au Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et de
la confection. Ils sont dailleurs responsables des consquences de
toute ngligence ce sujet.

Gelet op onder meer de bepalingen van het koninklijk besluit van


29 maart 2010, tot uitvoering van hoofdstuk VI van titel XI van de wet
van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen is de bruggepensioneerde ertoe gehouden elke tussenkomende wijziging in zijn situatie
onmiddellijk mee te delen aan het Sociaal Waarborgfonds voor de
kleding- en confectienijverheid.

Considrant entre autres les dispositions de larrt royal du


29 mars 2010, portant excution du chapitre VI du titre XI de la loi du
27 dcembre 2006 portant des dispositions diverses, le prpensionn
est tenu de communiquer immdiatement tout changement intervenu
dans sa situation au Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection.

HOOFDSTUK X. Slotbepalingen

CHAPITRE X. Dispositions finales

Art. 19. De administratieve formaliteiten, nodig voor de uitvoering


van deze collectieve arbeidsovereenkomst, worden door de raad van
beheer van het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid vastgesteld.

Art. 19. Les formalits administratives ncessaires lexcution de


la prsente convention collective de travail sont fixes par le conseil
dadministration du Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection.

De aanvraag om de aanvullende vergoeding ten laste van het


Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid te
kunnen genieten gebeurt door de arbeid(st)er of door een werknemersorganisatie vertegenwoordigd in het paritair comit.

La demande pour pouvoir bnficier de lindemnit complmentaire


charge du Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et
de la confection seffectue par louvrier ou louvrire ou par une
organisation des travailleurs reprsente dans la commission paritaire.

Art. 20. De algemene interpretatiemogelijkheden van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen door de raad van beheer van het
Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid
worden beslecht in de geest van en refererend naar voormelde
collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 1974.

Art. 20. Les difficults dinterprtation gnrale de la prsente


convention collective de travail peuvent tre rgles par le conseil
dadministration du Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection, par rfrence et dans lesprit de la
convention collective de travail du 19 dcembre 1974 prcite.

Art. 21. Indien blijkt dat de op het afgeleverde werkloosheidsdocument vermelde gegevens niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de werkloosheidsreglementering en/of met de in deze
collectieve arbeidsovereenkomst vermelde bepalingen zal de directeur
van het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening daarvan onverwijld in
kennis stellen teneinde te komen tot een correcte berekening van het
verschuldigde brugpensioen.

Art. 21. Sil savre que les donnes mentionnes sur le document
dlivr par les services du chmage ne sont pas conformes aux
dispositions de la rglementation relative au chmage et/ou aux
dispositions mentionnes dans la prsente convention collective de
travail, le directeur du Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection informera sans dlai lOffice national
de lEmploi, afin darriver un calcul correct de la prpension due.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.


La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

46991

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

N. 2012 2350
[2012/200889]
5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar (1)

F. 2012 2350
[2012/200889]
5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention
collective de travail du 19 mai 2011, conclue au sein de la
Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la
confection, concernant la prpension conventionnelle partir
de 58 ans (1)

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor het kleding- en
confectiebedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail
et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Vu la demande de la Commission paritaire de lindustrie de


lhabillement et de la confection;
Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,
Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011, gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf,
betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 19 mai 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection, concernant
la prpension conventionnelle partir de 58 ans.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf

Commission paritaire de lindustrie de lhabillement


et de la confection

Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011

Convention collective de travail du 19 mai 2011

Conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar (Overeenkomst


geregistreerd op 16 juni 2011 onder het nummer 104447/CO/109)

Prpension conventionnelle partir de 58 ans (Convention enregistre


le 16 juin 2011 sous le numro 104447/CO/109)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers en de arbeid(st)ers met inbegrip van de huisarbeid(st)ers van de ondernemingen die onder het Paritair Comit voor het
kleding- en confectiebedrijf ressorteren.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs et aux ouvriers et ouvrires des entreprises ressortissant la Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la
confection, y compris les ouvriers et ouvrires domicile.

HOOFDSTUK II. Draagwijdte en duur

CHAPITRE II. Porte et dure

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel de


verderzetting van de toepassing van het stelsel van conventioneel
brugpensioen vanaf de leeftijd van 58 jaar gedurende de periode van
1 juli 2011 tot 31 december 2012, overeenkomstig de bepalingen van het
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel
brugpensioen in het kader van het Generatiepact.

Art. 2. La prsente convention collective de travail vise la continuation de lapplication du rgime de la prpension conventionnelle
partir de 58 ans au cours de la priode allant du 1er juillet 2011 au
31 dcembre 2012, conformment aux dispositions de larrt royal du
3 mai 2007 fixant la prpension conventionnelle dans le cadre du Pacte
de solidarit entre gnrations.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt met ingang van


1 juli 2011 de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 april 2011
betreffende het conventioneel brugpensioen vanaf 58 jaar en is van
toepassing tot 31 december 2012.

La prsente convention collective de travail remplace, avec effet au


1er juillet 2011, la convention collective de travail du 7 avril 2011
concernant la prpension conventionnelle partir de 58 ans et
sapplique jusquau 31 dcembre 2012.

Art. 3. In uitvoering van artikel 3, 3o, van de statuten, vastgesteld bij


de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 april 1979, gesloten in het
Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf, houdende
cordinatie van de statuten van het Sociaal Waarborgfonds voor het
kleding- en confectienijverheid, wordt aan de arbeid(st)ers, bedoeld in
artikel 4, een aanvullende vergoeding - waarvan het bedrag en de
wijzen van toekennen en uitkering hierna zijn vastgesteld - toegekend
ten laste van genoemd fonds voor de arbeid(st)ers die in het systeem
van het brugpensioen treden tijdens de periode van 1 juli 2011 tot
31 december 2012.

Art. 3. En excution de larticle 3, 3o, des statuts, fixs par la


convention collective de travail du 23 avril 1979, conclue au sein de la
Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection,
coordonnant les statuts du Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection, il est octroy aux ouvriers et
ouvrires viss larticle 4 une indemnit complmentaire, dont le
montant et les modalits doctroi et de liquidation sont fixs ci-aprs,
charge du fonds susmentionn, en faveur des travailleurs qui accdent
au rgime de prpension pendant la priode du 1er juillet 2011 au
31 dcembre 2012.

46992

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

HOOFDSTUK III
Voorwaarden om recht te hebben op de aanvullende vergoeding

CHAPITRE III. Conditions pour avoir droit lindemnit complmentaire

Art. 4. De in artikel 3 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het


toekennen van gelijkaardige voordelen, als voorzien bij collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december 1974 in de
Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij
worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk
besluit van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006.

Art. 4. Lindemnit complmentaire vise larticle 3 comprend


loctroi davantages similaires, tels que prvus dans la convention
collective de travail no 17 conclue le 19 dcembre 1974 au sein du
Conseil national du travail, instituant un rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains travailleurs gs en cas de licenciement,
rendue obligatoire par arrt royal du 16 janvier 1975 et modifie pour
la dernire fois par la convention collective de travail no 17tricies du
19 dcembre 2006.

Deze aanvullende vergoeding wordt toegekend aan de arbeid(st)ers


die ontslagen worden en voldoen aan de voorwaarden, bepaald in het
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel
brugpensioen in het kader van het Generatiepact en aan de voorwaarden bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de
Nationale Arbeidsraad tot invoering van een regeling van aanvullende
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij
worden ontslagen en die de leeftijd van 58 jaar of ouder hebben bereikt
tussen 1 juli 2011 en 31 december 2012.

Cette indemnit complmentaire est octroye aux ouvriers et ouvrires licencis et qui satisfont aux conditions, dfinies dans larrt royal
du 3 mai 2007 fixant la prpension conventionnelle dans le cadre du
Pacte de solidarit entre gnrations et aux conditions dfinies dans la
convention collective de travail no 17 du Conseil national du travail
instituant un rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains
travailleurs gs en cas de licenciement et qui ont atteint lge de 58 ans
ou plus entre le 1er juillet 2011 et le 31 dcembre 2012.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt geen rekening gehouden
met de verlenging van de opzeggingstermijn doorgevoerd in toepassing van de artikelen 38, 2 en 38bis van de wet van 3 juli 1978
betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Pour lapplication de lalina prcdent, il nest pas tenu compte de


la prolongation du dlai de pravis en application des articles 38, 2
et 38bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.

Art. 5. De arbeid(st)ers die voldoen aan de door artikel 4 vereiste


leeftijdsvoorwaarden komen in aanmerking voor de in hetzelfde
artikel 4 vermelde aanvullende vergoeding inzien zij, bovenop de in de
werkloosheidsreglementering vereiste voorwaarden om de kunnen
genieten van conventioneel brugpensioen, tevens het bewijs kunnen
voorleggen van :

Art. 5. Les ouvriers et ouvrires qui satisfont aux conditions dge


imposes par larticle 4 entrent en ligne de compte pour lindemnit
complmentaire mentionne dans ce mme article 4, si, en sus des
conditions prvues par la rglementation du chmage pour pouvoir
bnficier de la prpension conventionnelle, ils peuvent aussi apporter
la preuve :

hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar


onmiddellijk voor het ontslag, dat het recht op brugpensioen opent, in
n of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comit
voor het kleding- en confectiebedrijf;

soit dune occupation ininterrompue dau moins 2 ans prcdant


immdiatement le licenciement, qui donne droit la prpension, dans
une ou plusieurs entreprises ressortissant la Commission paritaire de
lindustrie de lhabillement et de la confection;

hetzij een loopbaan van minstens 10 jaar tewerkstelling in


ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comit voor het
kleding- en confectiebedrijf, na beindiging van de arbeidsovereenkomst in een onderneming ressorterend onder het Paritair Comit voor
het kleding- en confectiebedrijf.

soit dune carrire dau moins 10 annes doccupation dans des


entreprises ressortissant la Commission paritaire de lindustrie de
lhabillement et de la confection, lexpiration du contrat de travail
dans une entreprise ressortissant la Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection.

Art. 6. De arbeid(st)ers, die voldoen aan de in de artikelen 4 en 5


bepaalde voorwaarden, hebben, voor zover zij werkloosheidsuitkeringen ontvangen in toepassing van de reglementering betreffende het
conventioneel brugpensioen, recht op de aanvullende vergoeding tot
op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn.

Art. 6. Les ouvriers et ouvrires qui satisfont aux conditions fixes


aux articles 4 et 5 ont, pour autant quils/elles reoivent des allocations
de chmage en application de la rglementation sur la prpension
conventionnelle, droit lindemnit complmentaire jusqu la date o
ils/elles atteignent lge lgal de la retraite.

Art. 7. De regeling geldt eveneens voor de arbeid(st)ers die tijdelijk


uit het stelsel zouden getreden zijn en dit nadien opnieuw van de
regeling wensen te genieten, voorzover zij opnieuw de wettelijke
werkloosheidsvergoeding ontvangen.

Art. 7. Ce rgime vaut galement pour les ouvriers et ouvrires qui


seraient temporairement sortis du systme et qui voudraient nouveau
en bnficier pour autant quils/elles reoivent nouveau les indemnits lgales de chmage.

Tevens zijn de bepalingen van artikel 4bis en van artikel 4quater van
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling
van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard
bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006
toepasselijk.

Sont galement applicables, les dispositions des articles 4bis et 4quater


de la convention collective de travail no 17, conclue le 19 dcembre 1974
au sein du Conseil national du travail, instaurant un rgime dallocation complmentaire en faveur de certains travailleurs gs en cas de
licenciement, rendue obligatoire par arrt royal du 16 janvier 1975 et
modifie pour la dernire fois par la convention collective de travail
no 17tricies du 19 dcembre 2006.

HOOFDSTUK IV. Bedrag van de aanvullende vergoeding

CHAPITRE IV. Montant de lindemnit complmentaire

Art. 8. Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de


helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de werkloosheidsuitkering.

Art. 8. Le montant de lindemnit complmentaire est gal la


moiti de la diffrence entre le salaire net de rfrence et lallocation de
chmage.

Art. 9. Het netto-referteloon is gelijk aan het bruto maandloon,


begrensd tot 3.625,01 EUR op 1 mei 2011 en verminderd met de
persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding.

Art. 9. Le salaire net de rfrence est gal au salaire mensuel brut,


plafonn 3.625,01 EUR au 1er mai 2011 et diminu des cotisations
personnelles de scurit sociale et de la retenue fiscale.

De grens van 3.625,01 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer der


consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van
2 augustus 1971, houdende inrichting van een stelsel waarbij de
wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste
van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van
sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de
verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan
het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.

Le plafond de 3.625,01 EUR est li lindice des prix la


consommation, conformment aux dispositions de la loi du 2 aot 1971,
organisant un rgime de liaison lindice des prix la consommation
des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions charge
du Trsor public, de certaines prestations sociales, des limites de
rmunration prendre en considration pour le calcul de certaines
cotisations de scurit sociale des travailleurs, ainsi que des obligations
imposes en matire sociale aux travailleurs indpendants.

Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in


functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, overeenkomstig
hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale Arbeidsraad. Het
netto-referteloon wordt op de hogere euro afgerond.

Par ailleurs, ce plafond est revu le 1er janvier de chaque anne en


fonction de lvolution des salaires rglementaires, conformment ce
qui est dcid leur sujet au sein du Conseil national du travail. La
rmunration nette de rfrence est arrondie leuro suprieur.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46993

Art. 10. 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die


rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeid(st)ers verrichtte
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan
en waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. Het
omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale
zekerheid onderworpen zijn. Daarentegen worden de premies of
vergoedingen die als tegenwaarde van werkelijke kosten worden
verleend niet in aanmerking genomen.

Art. 10. 1er. Le salaire brut comprend les primes contractuelles qui
sont lies directement aux prestations effectues par les ouvriers et les
ouvrires, sur lesquelles soprent des retenues pour la scurit sociale
et dont la priodicit de paiement nexcde pas le mois. Il comprend
galement les avantages en nature qui sont soumis des retenues pour
la scurit sociale. Par contre, les primes ou indemnits octroyes en
contrepartie de cots rels ne sont pas prises en considration.

2. Voor de maand betaalde arbeid(st)ers wordt als brutoloon


beschouwd, het loon dat hij(zij) gedurende de in navolgende 6
bepaalde refertemaand heeft verdiend.

2. Pour louvrier ou louvrire pay(e) au mois, lon considre


comme salaire brut le salaire quil ou elle a gagn pendant le mois de
rfrence vis au 6 ci-aprs.

3. Voor de arbeid(st)ers die niet per maand wordt betaald, wordt


het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. Het
normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die
periode gewerkte normale uren.

3. Pour louvrier ou louvrire qui nest pas pay(e) au mois, le


salaire brut se calcule sur la base du salaire horaire normal. Le salaire
horaire normal sobtient en divisant le salaire affrent aux prestations
normales du mois de rfrence par le nombre dheures normales
effectues pendant cette priode.

Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal


arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de
arbeid(st)er. Dat product vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12,
stemt overeen met het maandloon.

Le rsultat ainsi obtenu est multipli par le nombre dheures de


travail prvu par le rgime de travail hebdomadaire de louvrier ou de
louvrire. Ce produit, multipli par 52 et divis par 12, correspond au
salaire mensuel.

4. Het brutoloon van de arbeid(st)er die gedurende de ganse


refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij(zij) aanwezig
was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen.

4. Le salaire brut de louvrier ou de louvrire qui na pas travaill


pendant la totalit du mois de rfrence se calcule comme sil (ou elle)
avait t prsent(e) pendant tous les jours de travail qui tombent dans
le mois considr.

Indien de arbeid(st)er, krachtens de bepalingen van zijn (haar)


arbeidsovereenkomst slechts gedurende een gedeelte van de referentiemaand moet werken en hij(zij) al die tijd niet heeft gewerkt, wordt
het brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in
zijn(haar) arbeidsovereenkomst is vastgesteld.

Si, en vertu des dispositions de son contrat de travail, louvrier ou


louvrire navait d travailler que pendant une partie du mois de
rfrence et quil (ou elle) nait pas travaill pendant toute cette priode,
le salaire brut se calcule sur la base du nombre de jours de travail fix
dans son contrat de travail.

5. Het door de arbeid(st)er verdiende brutoloon, ongeacht of het per


maand of op een andere wijze wordt betaald, wordt vermeerderd met
n twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de
veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen
maand overschrijdt en door die arbeid(st)er in de loop van de twaalf
maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen.

5. Le salaire brut gagn par louvrier ou louvrire, quil soit pay


par mois ou dune autre manire, est major dun douzime du total
des primes contractuelles et de la rmunration variable dont la
priodicit de paiement nexcde pas le mois et que cet ouvrier ou cette
ouvrire a gagn sparment dans le courant des douze mois qui
prcdent le licenciement.

6. Als refertemaand wordt de kalendermaand, die de datum van het


ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen.

6. Comme mois de rfrence est pris en considration le mois civil


prcdant la date du licenciement.

7. Indien evenwel blijkt dat het tijdens deze refertemaand


verdiende loon hoger ligt dan het loon van de vorige twaalf maanden
ten gevolge van een loonsverhoging, die niet op indexile of op
collectieve conventionele basis heeft plaatsgevonden, zal de aanvullende vergoeding berekend worden op het loon van twaalf maanden
vr het ontslag, verhoogd op indexile en conventionele basis.

7. Sil appert toutefois que le salaire gagn pendant ce mois de


rfrence dpasse le salaire des douze mois prcdents, par suite dune
majoration salariale qui na pas t applique sur la base de lindexation
ou sur une base collective conventionnelle, lindemnit complmentaire
sera calcule sur le salaire des douze mois qui prcdent le licenciement, augmente sur la base de lindexation ou sur une base
conventionnelle.

8. Indien de arbeid(st)er een variabel loon geniet, en de toepassing


van het loon van de laatste refertemaand zou leiden tot een lagere
aanvullende vergoeding dan een aanvullende vergoeding, berekend op
basis van het gemiddelde loon verdiend tijdens de twaalf maanden
voorafgaand aan het ontslag, kan de arbeid(st)er in kwestie aanspraak
maken op een aanvullende vergoeding die berekend wordt op basis
van het gemiddeld loon verdiend tijdens deze twaalf maanden
voorafgaand aan het ontslag.

8. Si louvrier ou louvrire bnficie dune rmunration variable et


au cas o lapplication du salaire du dernier mois de rfrence
donnerait lieu une indemnit complmentaire infrieure lindemnit
complmentaire calcule sur la base du salaire moyen gagn dans le
courant des douze mois qui prcdent le licenciement, louvrier ou
louvrire en question pourra prtendre une indemnit complmentaire qui est calcule sur la base du salaire moyen gagn dans le courant
de ces douze mois qui prcdent le licenciement.

Art. 11. Indien het bedrag van de aanvullende vergoeding, in een


voltijdse arbeidsregeling berekend overeenkomstig hogervermelde
artikelen 8 tot en met 10, lager ligt dan 80,00 EUR, wordt vanaf
1 juli 2005 een bedrag van 80,00 EUR voorzien.

Art. 11. Si le montant de lindemnit complmentaire, calcul dans


un rgime de travail temps plein conformment aux articles 8 10
susmentionnes, est infrieur 80 EUR, un montant de 80 EUR est
prvu partir du 1er juillet 2005.

HOOFDSTUK V. Rechten deeltijdse arbeid(st)ers

CHAPITRE V. Droits des ouvriers/ouvrires temps partiel

Art. 12. Arbeid(st)ers die tewerkgesteld zijn in een deeltijdse arbeidsregeling vr het ontslag dat het recht op brugpensioen opent, hebben
recht op de in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding voor zover zij
de voorwaarden vervullen bepaald bij de artikelen 4 en 5 van deze
collectieve arbeidsovereenkomst en indien zij recht hebben op de
werkloosheidsuitkeringen.

Art. 12. Les ouvriers et ouvrires occups dans un rgime de travail


temps partiel avant le licenciement qui ouvre le droit la prpension,
ont droit lindemnit complmentaire vise larticle 4, pour autant
quils/elles satisfassent aux conditions fixes aux articles 4 et 5 de la
prsente convention collective de travail et sils ont droit des
allocations de chmage.

De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van het loon


voor de deeltijdse arbeidsregeling tenzij de arbeid(st)er zich kan
beroepen op de uitzonderingen bepaald bij de hiernavolgende artikelen 13 en 14.

Lindemnit complmentaire est calcule sur la base du salaire prvu


pour le rgime de travail temps partiel, sauf si louvrier/ouvrire peut
se prvaloir des exceptions fixes aux articles 13 et 14 ci-aprs.

Art. 13. De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die


toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die onvrijwillig deeltijds werken
overeenkomstig artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 zal berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door
een voltijdse arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de
deeltijdse tewerkstelling voor zover de arbeid(st)er hetzij een voltijdse
tewerkstelling van 5 jaar in de kleding- en confectienijverheid bewijst

Art. 13. Lindemnit complmentaire prvue larticle 4, qui est


accorde aux ouvriers et ouvrires qui travaillent involontairement
temps partiel conformment larticle 29 de larrt royal du 25 novembre 1991, sera calcule par rapport au salaire gagn par un ouvrier ou
une ouvrire temps plein et non par rapport au salaire de lemploi
temps partiel, pour autant que louvrier/ouvrire puisse prouver soit,
une occupation temps plein de 5 ans dans le secteur de lhabillement

46994

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

tijdens een periode van 10 jaar die de brugpensioenstelling voorafgaat,


hetzij in het beroepsverleden 20 jaar voltijdse tewerkstelling in de
kleding- en confectienijverheid kan bewijzen.

et de la confection dans une priode de 10 ans qui prcde la mise la


prpension, soit une occupation temps plein de 20 ans dans le secteur
de lhabillement et de la confection.

Art. 14. De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die


toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die vrijwillig een deeltijdse
betrekking in de kleding- en confectienijverheid hebben aanvaard, zal
berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door een voltijdse
arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de deeltijdse tewerkstelling voor zover de arbeid(st)er in het beroepsverleden 20 jaar
voltijdse tewerkstelling in de kleding- en confectienijverheid kan
bewijzen.

Art. 14. Lindemnit complmentaire prvue larticle 4, qui est


accorde aux ouvriers et ouvrires ayant accept volontairement un
emploi temps partiel dans le secteur de lhabillement et de la
confection, sera calcule par rapport au salaire gagn par un ouvrier ou
une ouvrire temps plein et non pas par rapport au salaire pour
lemploi temps partiel, pour autant que louvrier ou louvrire prouve
une occupation temps plein de 20 ans dans le secteur de lhabillement
et de la confection.

Voor de arbeid(st)ers die op het ogenblik van het ontslag in het kader
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, ter en quater van de
Nationale Arbeidsraad tot invoering van een stelsel van tijdskrediet,
loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot
een halftijdse betrekking, een vermindering van de arbeidsprestaties tot
een halftijdse betrekking of een vermindering van de arbeidsprestaties
met n vijfde genieten, wordt de in artikel 4 bedoelde aanvullende
vergoeding berekend overeenkomstig het voltijds brutoloon dat van
toepassing zou zijn geweest indien de arbeid(st)er geen tijdskrediet had
genoten.

Pour les ouvriers et ouvrires qui, au moment du licenciement,


bnficient dans le cadre de la convention collective de travail no 77bis,
ter et quater du Conseil national du travail instaurant un systme de
crdit-temps, de diminution de carrire et de rduction des prestations
de travail mi-temps, dune diminution des prestations de travail une
occupation mi-temps ou dune diminution des prestations de travail
de un cinquime, lindemnit complmentaire vise larticle 4 est
calcule conformment au salaire brut temps plein qui aurait t
applicable si louvrier ou louvrire navait pas bnfici dun crdittemps.

HOOFDSTUK VI. Aanpassing van het bedrag


van de aanvullende vergoeding

CHAPITRE VI. Adaptation du montant de lindemnit complmentaire

Art. 15. Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoeding


wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der
consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van voormelde wet
van 2 augustus 1971. Het bedrag van deze vergoeding wordt daarenboven elk jaar op 1 januari herzien in functie van de ontwikkeling van
de regelingslonen overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist
in de Nationale Arbeidsraad.

Art. 15. Le montant de lindemnit complmentaire paye est li aux


fluctuations de lindice des prix la consommation, selon les modalits
qui sont applicables en matire dallocations de chmage conformment aux dispositions de la loi du 2 aot 1971. En outre, le montant de
cette indemnit est revu annuellement le 1er janvier en fonction de
lvolution des salaires rglementaires, conformment ce qui est
dcid leur sujet au sein du Conseil national du travail.

Voor de arbeid(st)ers die in de loop van het jaar tot de regeling


toetreden wordt de aanpassing op grond van het verloop van de
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in aanmerking
genomen voor de berekening van de aanpassing.

Pour les ouvriers et les ouvrires qui accdent au rgime dans le


courant de lanne, ladaptation se fait sur la base de lvolution des
salaires rglementaires, compte tenu du moment de lanne o ils
accdent au rgime; chaque trimestre est pris en considration pour le
calcul de ladaptation.

HOOFDSTUK VII. Cumulatie van de aanvullende vergoeding


met andere voordelen

CHAPITRE VII. Cumul de lindemnit complmentaire


avec dautres avantages

Art. 16. De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd


met andere, wegens ontslag verleende sociale vergoedingen of toeslagen die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire
bepalingen.

Art. 16. Lindemnit complmentaire ne peut tre cumule avec


dautres indemnits ou allocations spciales octroyes en cas de
licenciement en vertu de dispositions lgales ou rglementaires.

De arbeid(st)ers die onder de in artikel 4 voorziene voorwaarden


worden ontslagen, moeten eerst de uit die bepalingen voortvloeiende
rechten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel
4 voorziene aanvullende vergoeding.

Louvrier ou louvrire qui est licenci(e) dans les conditions prvues


larticle 4 doit dabord puiser les droits dcoulant de ces dispositions,
avant de pouvoir prtendre lindemnit complmentaire prvue
larticle 4.

Het in het voorgaande lid geformuleerde cumulatieverbod is niet van


toepassing op de sluitingsvergoeding, voorzien bij de wet van 28 juni 1966
betreffende de schadeloosstelling van de arbeid(st)ers die ontslagen
worden bij sluiting van ondernemingen.

Linterdiction de cumul formule lalina prcdent nest pas


applicable lindemnit de fermeture, prvue par la loi du 28 juin 1966
relative lindemnisation des ouvriers et ouvrires licencis en cas de
fermeture dentreprises.

HOOFDSTUK VIII. Overlegprocedure

CHAPITRE VIII. Procdure de concertation

Art. 17. Vooraleer n of meerdere arbeid(st)ers, bedoeld bij artikel


4, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers
van het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan,
met de vakbondsafvaardiging.

Art. 17. Avant de licencier un ou plusieurs ouvriers ou ouvrires


vis(e)s larticle 4, lemployeur se concertera avec les reprsentants du
personnel au conseil dentreprise ou, dfaut de conseil dentreprise,
avec la dlgation syndicale.

Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van vakbondsafvaardiging, heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de
representatieve arbeid(st)ersorganisaties of, bij ontstentenis, met de
arbeid(st)ers van de onderneming.

A dfaut de conseil dentreprise ou de dlgation syndicale, cette


concertation a lieu avec les reprsentants des organisations reprsentatives des travailleurs ou, dfaut, avec les ouvriers ou ouvrires de
lentreprise.

Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen nodigt de werkgever


daarenboven de betrokken arbeid(st)ers, bij aangetekend schrijven, uit
tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming.

Avant de prendre une dcision en vue de licencier, lemployeur invite


en outre louvrier ou louvrire concern(e) - par lettre recommande un entretien pendant les heures de travail au sige de lentreprise.

Dit onderhoud heeft tot doel aan de arbeid(st)ers de gelegenheid te


geven, zijn(haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen
ontslag kenbaar te maken. Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1976, gesloten in het Paritair Comit voor het
kleding- en confectiebedrijf, betreffende het statuut van de syndicale
afvaardigingen, inzonderheid artikel 9, kan de arbeid(st)er zich bij dit
onderhoud laten bijstaan door een vakbondsorganisatie.

Cet entretien a pour but de donner louvrier ou louvrire la


possibilit de faire connatre ses objections lgard du licenciement
envisag par lemployeur. Conformment la convention collective de
travail du 7 mai 1976, conclue en Commission paritaire de lindustrie de
lhabillement et de la confection, relative au statut des dlgations
syndicales, notamment larticle 9, louvrier ou louvrire peut se faire
assister par son dlgu syndical lors de cet entretien.

De opzegging kan ten vroegste geschieden, de tweede werkdag na de


dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit onderhoud
voorzien was. De ontslagen arbeid(st)ers hebben de mogelijkheid de
aanvullende regeling te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve
deel uit te maken van de arbeidsreserve.

Le pravis peut tre donn au plus tt le deuxime jour ouvrable


aprs le jour o cet entretien a eu lieu ou tait prvu. Les ouvriers ou
ouvrires licenci(e)s ont la possibilit daccepter ou de refuser le
rgime complmentaire et par consquent de faire partie de la rserve
de main-duvre.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46995

HOOFDSTUK IX. Betaling van de aanvullende vergoeding


en de bijzondere werkgeversbijdragen

CHAPITRE IX. Paiement de lindemnit complmentaire


et des cotisations patronales spciales

Art. 18. 1. De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in


deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt maandelijks uitgevoerd
door het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid.

Art. 18. 1er. Le paiement de lindemnit complmentaire vise


dans la prsente convention collective de travail est effectu mensuellement par le Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement
et de la confection.

2. Het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid betaalt eveneens de bijzondere werkgeversbijdragen bedoeld in
hoofdstuk VI van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende
diverse bepalingen, laatst gewijzigd door de programmawet van
23 december 2009 en door de wet houdende diverse bepalingen van
30 december 2009 die zijn verschuldigd op de aanvullende vergoeding
betaald door het voornoemde sociaal waarborgfonds.

2. Le Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et de


la confection paye galement les cotisations patronales spciales qui
sont dues sur lindemnit complmentaire paye par le fonds social de
garantie prcit, en vertu du chapitre VI du titre XI de la loi du
27 dcembre 2006 portant des dispositions diverses, modifie pour la
dernire fois par la loi-programme du 23 dcembre 2009 et par la loi
contenant des dispositions diverses du 30 dcembre 2009.

Dit betekend dat het voornoemde sociaal waarborgfonds slechts


gedeeltelijk de verplichtingen van de werkgever overneemt indien aan
de begunstigde nog andere betalingen worden verricht, naast deze ten
laste van het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid.

Ceci signifie que le fonds social de garantie prcit ne prend en


charge que partiellement les obligations des employeurs si dautres
paiements encore sont effectus au bnficiaire, outre celui charge du
Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et de la
confection.

Op deze wijze wordt, overeenkomstig artikel 17, 1, tweede lid van


het koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van hoofdstuk
VI van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse
bepalingen, afgeweken van de regel, bepaald in artikel 17, 1, eerste lid
van het voornoemd koninklijk besluit.

De cette faon et conformment larticle 17, 1er, deuxime alina


de larrt royal du 29 mars 2010 portant excution du chapitre VI du
titre XI de la loi du 27 dcembre 2006 portant des dispositions diverses,
il est drog la rgle prvue larticle 17, 1er, premier alina de
larrt royal prcit.

Derhalve staat de debiteur van elke andere aanvulling dan deze


betaald door het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid zelf in voor de betaling van de bijzondere werkgeversbijdragen, verschuldigd op de door hem verrichtte betalingen.

Par consquent, le dbiteur de toutes indemnits autres que celle


paye par le Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et
de la confection assure lui-mme le paiement des cotisations patronales spciales, dues sur les paiements quil effectue.

3. Zoals voorzien in artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt de aanvullende vergoeding verder uitbetaald in de
bijzondere gevallen van werkhervatting, voorzien in artikel 4bis en
artikel 4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten
op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van
een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige
bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en laatst
gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006.

3. Comme prvu larticle 7 de la prsente convention collective de


travail, lindemnit complmentaire continue dtre verse dans les cas
spciaux de reprise du travail, prvus larticle 4bis et larticle 4quater
de la convention collective de travail no 17, conclue le 19 dcembre 1974
au sein du Conseil national du travail, instituant un rgime dindemnit
complmentaire en faveur de certains travailleurs gs en cas de
licenciement, rendue obligatoire par larrt royal du 16 janvier 1975 et
modifie pour la dernire fois par la convention collective de travail
no 17tricies du 19 dcembre 2006.

Buiten de gevallen, bedoeld in de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, zoals in geval van het opnemen van een activiteit
bij of het werken voor rekening van de werkgever die de bruggepensioneerde heeft ontslagen, is er geen aanvullende vergoeding verschuldigd, wetende dat deze als loon zou beschouwd worden, gelet op
artikel 124, 6 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse
bepalingen, laatst gewijzigd door de programmawet van 23 december 2009 en door de wet houdende diverse bepalingen van 30 december 2009 en dus niet zou beschouwd worden als een aanvulling bij een
sociale uitkering.

Hormis les cas, viss dans la convention collective de travail no 17


prcite, tels que la prise dune activit ou du travail pour le compte de
lemployeur qui a licenci le prpensionn, aucune indemnit complmentaire nest due, sachant que celle-ci serait considre en tant que
salaire et ne serait donc pas considre comme un complment une
allocation sociale, vu larticle 124, 6 de la loi du 27 dcembre 2006
portant des dispositions diverses, modifie pour la dernire fois par la
loi-programme du 23 dcembre 2009 et par la loi portant des
dispositions diverses du 30 dcembre 2009.

Zowel de bruggepensioneerde als de werkgever zijn er derhalve toe


gehouden dergelijke bijzondere gevallen van werkhervatting onmiddellijk te melden aan het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en
confectienijverheid. Zij zijn tevens aansprakelijk voor de gevolgen van
enige nalatigheid op dit stuk.

Par consquent, aussi bien le prpensionn que lemployeur sont


tenus de signaler immdiatement de tels cas particuliers de reprise du
travail au Fonds social de garantie de lindustrie de lhabillement et de
la confection. Ils sont dailleurs responsables des consquences de
toute ngligence ce sujet.

Gelet op onder meer de bepalingen van het koninklijk besluit van


29 maart 2010 tot uitvoering van hoofdstuk VI van titel XI van de wet
van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen is de bruggepensioneerde ertoe gehouden elke tussenkomende wijziging in zijn situatie
onmiddellijk mee te delen aan het Sociaal Waarborgfonds voor de
kleding- en confectienijverheid.

Considrant entre autres les dispositions de larrt royal du


29 mars 2010, portant excution du chapitre VI du titre XI de la loi du
27 dcembre 2006 portant des dispositions diverses, le prpensionn est
tenu de communiquer immdiatement tout changement intervenu
dans sa situation au Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection.

HOOFDSTUK X. Slotbepalingen

CHAPITRE X. Dispositions finales

Art. 19. De administratieve formaliteiten, nodig voor de uitvoering


van deze collectieve arbeidsovereenkomst, worden door de raad van
beheer van het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid vastgesteld.

Art. 19. Les formalits administratives ncessaires lexcution de


la prsente convention collective de travail sont fixes par le conseil
dadministration du Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection.

De aanvraag om de aanvullende vergoeding ten laste van het


Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid te
kunnen genieten gebeurt door de arbeid(st)er of door een werknemersorganisatie vertegenwoordigd in het paritair comit.

La demande pour pouvoir bnficier de lindemnit complmentaire


charge du Fonds social de garanti de lindustrie de lhabillement et
de la confection seffectue par louvrier ou louvrire ou par une
organisation des travailleurs reprsente dans la commission paritaire.

Art. 20. De algemene interpretatiemogelijkheden van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen door de raad van beheer van het
Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid
worden beslecht in de geest van en refererend naar voormelde
collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 1974.

Art. 20. Les difficults dinterprtation gnrale de la prsente


convention collective de travail peuvent tre rgles par le conseil
dadministration du Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection, par rfrence et dans lesprit de la
convention collective de travail du 19 dcembre 1974 prcite.

46996

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Art. 21. Indien blijkt dat de op het afgeleverde werkloosheidsdocument vermelde gegevens niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de werkloosheidsreglementering en/of met de in deze
collectieve arbeidsovereenkomst vermelde bepalingen zal de directeur
van het Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening daarvan onverwijld in
kennis stellen teneinde te komen tot een correcte berekening van het
verschuldigde brugpensioen.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van
5 maart 2012.

Art. 21. Sil savre que les donnes mentionnes sur le document
dlivr par les services du chmage ne sont pas conformes aux
dispositions mentionnes dans la prsente convention collective de
travail, le directeur du Fonds social de garantie de lindustrie de
lhabillement et de la confection informera sans dlai lOffice national
de lEmploi, afin darriver un calcul correct de la prpension due.

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

N. 2012 2351
[2012/200032]
5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het halftijds brugpensioen (1)

F. 2012 2351
[2012/200032]
5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention
collective de travail du 19 mai 2011, conclue au sein de la
Commission paritaire de lindustrie de lhabillement et de la
confection, relative la prpension mi-temps (1)

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor het kleding- en
confectiebedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail
et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Vu la demande de la Commission paritaire de lindustrie de


lhabillement et de la confection;
Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,
Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011, gesloten in het Paritair Comit voor het kleding- en confectiebedrijf,
betreffende het halftijds brugpensioen.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 19 mai 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire de lindustrie de lhabillement et de la confection, relative
la prpension mi-temps.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg


de lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota

Note

(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :


Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

(1) Rfrence au Moniteur belge :


Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Comit
voor het kleding- en confectiebedrijf

Commission paritaire
de lindustrie de lhabillement et de la confection

Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011

Convention collective de travail du 19 mai 2011

Halftijds brugpensioen
(Overeenkomst geregistreerd op 16 juni 2011
onder het nummer 104450/CO/109)

Prpension mi-temps
(Convention enregistre le 16 juin 2011
sous le numro 104450/CO/109)

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comit voor het
kleding- en confectiebedrijf en op de arbeid(st)ers die zij tewerkstellen.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs ressortissant la Commission paritaire de lindustrie
de lhabillement et de la confection et aux ouvriers et ouvrires quils
occupent.

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst werd gesloten rekening houdend met de bepalingen van :

Art. 2. La prsente convention collective de travail est conclue en


tenant compte des dispositions suivantes :

- de collectieve arbeidsovereenkomsten nrs. 55, 55bis en 55ter van de


Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende
vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van halvering
van de arbeidsprestaties, respectievelijk algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993, 16 maart 1995 en
26 mei 1998;

- les conventions collectives de travail no 55, 55bis et 55ter du Conseil


national du travail, instaurant un rglement dallocation complmentaire pour certains travailleurs gs en cas de diminution de moiti
des prestations, respectivement rendues obligatoires par les arrts
royaux des 17 novembre 1993, 16 mars 1995 et 26 mai 1998;

46997

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


- het koninklijk besluit van 30 juli 1994 betreffende het halftijds
brugpensioen, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 28 mei 2003;

- larrt royal du 30 juillet 1994 concernant la prpension


mi-temps, modifi pour la dernire fois par arrt royal du 28 mai 2003;

- de titel 2 van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van


de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord,
gewijzigd door hoofdstuk VIII van de wet van 12 april 2011 houdende
aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de
crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en
tot uitvoering van het compromis van de regering met betrekking tot
het ontwerp van interprofessioneel akkoord;

- le titre 2 de la loi du 1er fvrier 2011 portant la prolongation des


mesures de crise et lexcution de laccord interprofessionnel, modifi
par le chapitre VIII de la loi du 12 avril 2011 adaptant la loi du
1er fvrier 2011 portant la prolongation des mesures de crise et
lexcution de laccord interprofessionnel, et excutant le compromis
du gouvernement relatif au projet daccord interprofessionnel;

- de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 mei 2011 betreffende het


conventioneel voltijds brugpensioen in de kleding- en confectiesector.

- la convention collective de travail du 19 mai 2011 concernant la


prpension conventionnelle temps plein dans le secteur de lhabillement et de la confection.

Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst betreft de tenuitvoerlegging, op het niveau van het paritair comit van de bepalingen van
hiervoor vermelde collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 55, 55bis
en 55ter.

Art. 3. La prsente convention collective de travail concerne lexcution, au niveau de la commission paritaire, des dispositions des
conventions collectives de travail mentionnes ci-avant, savoir les
no 55, 55bis et 55ter.

Art. 4. De aanvullende vergoeding, ingesteld door de hiervoor


vermelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55, wordt toegekend aan
de in artikel 1 bedoelde werknemers op voorwaarde dat zij op het
ogenblik dat de vermindering van hun arbeidsprestaties de leeftijd
bereikt hebben van 55 jaar.

Art. 4. Lallocation complmentaire, instaure par la convention


collective de travail no 55 mentionne ci-avant, est octroye aux
travailleurs viss larticle 1er, condition quils aient atteint lge
de 55 ans au moment de la rduction de leurs prestations de travail.

Art. 5. De toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst kan


enkel worden ingeroepen in geval van voorafgaand schriftelijk akkoord,
zoals bedoeld in artikel 4 van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55.

Art. 5. Lapplication de la prsente convention collective de travail


ne peut tre invoque quen cas daccord pralable crit, tel que vis
larticle 4 de la convention collective de travail no 55 prcite.

Art. 6. De artikelen 5 tot en met 11 van voornoemde collectieve


arbeidsovereenkomst nr. 55 zijn van toepassing op deze collectieve
arbeidsovereenkomst.

Art. 6. Les articles 5 11 de la convention collective de travail no 55


prcite sappliquent la prsente convention collective de travail.

De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 7 van voornoemde


collectieve arbeidsovereenkomst, evenals alle verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst,
zijn volledig ten laste van de werkgever van de betrokken werknemer.

Lallocation complmentaire, vise larticle 7 de la convention


collective de travail prcite, ainsi que toutes les obligations rsultant
de lapplication de la prsente convention collective de travail, sont
entirement charge de lemployeur du travailleur concern.

Teneinde in aanmerking te kunnen komen voor de aanvullende


vergoeding, moet de werknemer de werkloosheidsuitkering kunnen
genieten waarin de reglementering inzake werkloosheidsuitkering
voor deze categorie van werknemers voorziet.

Afin de pouvoir entrer en ligne de compte pour lallocation


complmentaire, le travailleur doit pouvoir bnficier de lallocation
de chmage, prvue dans la rglementation en matire dassurance
chmage pour cette catgorie de travailleurs.

Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op


1 januari 2011 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2012.

Art. 7. La prsente convention collective de travail entre en vigueur


le 1er janvier 2011 et cesse de produire ses effets le 31 dcembre 2012.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.


La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2352

[2012/200972]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor het koetswerk, betreffende
het kort verzuim (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2352

[2012/200972]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 16 juin 2011, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour la carrosserie, relative au petit
chmage (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve


arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail


et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomit voor het koetswerk;

Vu la demande de la Sous-commission paritaire pour la carrosserie;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :


Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, gesloten in het Paritair Subcomit voor het koetswerk, betreffende het kort
verzuim.

Nous avons arrt et arrtons :


Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail
du 16 juin 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la carrosserie, relative au petit chmage.

46998

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.
Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Subcomit voor het koetswerk

Sous-commission paritaire pour la carrosserie

Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011

Convention collective de travail du 16 juin 2011

Kort verzuim (Overeenkomst geregistreerd op 27 juli 2011


onder het nummer 104908/CO/149.02)
In uitvoering van artikel 22 van het nationaal akkoord 2011-2012 van
7 juni 2011.

Petit chmage (Convention enregistre le 27 juillet 2011


sous le numro 104908/CO/149.02)
En excution de larticle 22 de laccord national 2011-2012 du
7 juin 2011.

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die
ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomit voor het
koetswerk.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs, ouvriers et ouvrires des entreprises relevant de la
comptence de la Sous-commission paritaire pour la carrosserie.

Voor de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst wordt


onder arbeiders verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Pour lapplication de la prsente convention collective de travail on


entend par ouvriers : les ouvriers et ouvrires.

HOOFDSTUK II. Voorwerp

CHAPITRE II. Objet

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in


toepassing van :

Art. 2. La prsente convention collective de travail est conclue en


excution de :

1. het koninklijk besluit betreffende het behoud van het normaal loon
van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers
aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling
van staatsburgerlijke plichten of van burgerlijke opdrachten van
28 augustus 1963 (Belgisch Staatsblad van 11 september 1963) en alle
latere wijzigingen;

1. larrt royal relatif au maintien de la rmunration normale des


ouvriers, des travailleurs domestiques, des employs et des travailleurs
engags pour le service des btiments de navigation intrieure pour les
jours dabsence loccasion dvnements familiaux ou en vue de
laccomplissement dobligations civiques ou de missions civiles
du 28 aot 1963 (Moniteur belge du 11 septembre 1963) et toute
modification ultrieure;

2. het koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale
Arbeidsraad betreffende het behoud van het normale loon van de
werknemers voor de afwezigheidsdagen ter gelegenheid van bepaalde
gebeurtenissen van 3 december 1974 (Belgisch Staatsblad van
23 januari 1975);

2. larrt royal rendant obligatoire la convention collective de travail,


conclue au sein du Conseil national du travail, relative au maintien de
la rmunration normale de travailleurs pour les jours dabsence
loccasion de certains vnements familiaux du 3 dcembre 1974
(Moniteur belge du 23 janvier 1975);

3. de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale


Arbeidsraad, van 10 februari 1999, betreffende het behoud van het
normaal loon van de werknemers voor de afwezigheidsdagen ter
gelegenheid van het overlijden van overgrootouders en achterkleinkinderen;

3. la convention collective de travail, conclue au sein du Conseil


national du travail, du 10 fvrier 1999, relative au maintien de la
rmunration normale des travailleurs pour les jours dabsence
loccasion du dcs darrire-grands-parents et darrire-petits-enfants;

4. de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale


Arbeidsraad, van 17 november 1999, betreffende het behoud van
het normaal loon van wettelijk samenwonende werknemers voor de
afwezigheidsdagen ter gelegenheid van bepaalde familiegebeurtenissen;

4. la convention collective de travail, conclue au Conseil national du


travail, du 17 novembre 1999, relative au maintien de la rmunration
normale des travailleurs cohabitants lgaux pour les jours dabsence
loccasion de certains vnements familiaux;

5. de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van


werkgelegenheid en kwaliteit van het leven (Belgisch Staatsblad van
15 september 2001);

5. la loi du 10 aot 2001 relative la conciliation entre lemploi et la


qualit de vie (Moniteur belge du 15 septembre 2001);

6. de programmawet van 9 juli 2004 (Belgisch Staatsblad van


15 juli 2004) en, in uitvoering daarvan, artikel 30ter van de wet van
3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

6. la loi-programme du 9 juillet 2004 (Moniteur belge du 15 juillet 2004)


en, en excution de cette dernire, larticle 30ter de la loi du 3 juillet 1978
relative aux contrats de travail;

7. artikel 133 van de programmawet van 22 december 2008 (Belgisch


Staatsblad van 29 december 2008, 4e uitg.);

7. larticle 133 de la loi-programme du 22 dcembre 2008 (Moniteur


belge du 29 dcembre 2008, 4e d.);

8. de wet van 13 april 2011 tot wijziging, wat betreft de meeouders,


van de wetgeving inzake het geboorteverlof (Belgisch Staatsblad van
10 mei 2011).

8. la loi du 13 avril 2011 modifiant, en ce qui concerne les coparents,


la lgislation affrente au cong de paternit (Moniteur belge du
10 mai 2011).

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

46999

HOOFDSTUK III. Reden en duur van de afwezigheid

CHAPITRE III. Motif et dure de labsence

Art. 3. Ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten
die hierna opgesomd zijn, hebben de in artikel 1 bedoelde arbeiders het
recht, met behoud van hun normaal loon, van het werk afwezig te zijn
voor een als volgt bepaalde duur :

Art. 3. A loccasion dvnements familiaux ou en vue de laccomplissement dobligations civiques ou de missions civiles numrs
ci-aprs, les ouvriers viss larticle 1er ont le droit de sabsenter du
travail, avec maintien de leur rmunration normale pour une dure
fixe comme suit :

1. Huwelijk van de arbeider alsmede bij de ondertekening en het


officieel neerleggen van een samenlevingscontract : drie dagen te kiezen
door de betrokkene.

1. Mariage de louvrier ainsi que lors de la signature et du dpt


officiel dun contrat de vie commune : trois jours, choisir par
lintress.

2. De dag van het huwelijk, voor het huwelijk :

2. Le jour du mariage, pour le mariage :

van een kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e),

dun enfant de louvrier ou de son conjoint,

van een regelmatig door hem opgevoed kind,

dun enfant rgulirement lev par louvrier,

van een broer of zuster,

dun frre ou dune sur,

van een schoonbroer of schoonzuster,

dun beau-frre ou dune belle-sur,

van zijn vader of moeder,

du pre ou de la mre,

van de grootvader of grootmoeder,

dun grand-pre ou dune grand-mre,

van de schoonvader of schoonmoeder,

du beau-pre ou de la belle-mre,

van de stiefvader of stiefmoeder,

du second mari de la mre, ou de la seconde femme du pre,

van een kleinkind van de arbeider,

dun petit-enfant de louvrier,

van de schoonbroer of de schoonzuster van de echtgeno(o)t(e) van


de arbeider,
van gelijk welk ander familielid van de arbeider. Voor dit
familielid geldt uitzonderlijk de voorwaarde dat deze onder hetzelfde
dak als dat van de arbeider dient te wonen.
3. De dag van de plechtigheid bij een priesterwijding of intrede in het
klooster :

du beau-frre ou de la belle-sur du conjoint de louvrier,


de tout autre parent de louvrier. A ce parent sapplique la
condition exceptionnelle quil vive sous le mme toit que louvrier.
3. Le jour de la crmonie pour lordination ou entre au couvent :

van een kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e),

dun enfant de louvrier ou de son conjoint,

van een regelmatig door hem opgevoed kind,

dun enfant rgulirement lev par louvrier,

van een kleinkind,

dun petit-enfant,

van een broer of zuster,

dun frre ou dune sur,

van een schoonbroer of schoonzuster van de arbeider,

dun beau-frre ou dune belle-sur de louvrier,

van een schoonbroer of een schoonzuster van de echtgeno(o)t(e)


van de arbeider,

dun beau-frre ou dune belle-sur du conjoint de louvrier,

van gelijk welk ander familielid van de arbeider. Voor dit


familielid geldt uitzonderlijk de voorwaarde dat deze onder hetzelfde
dak als dat van de arbeider dient te wonen.

de tout autre parent de louvrier. A ce parent sapplique la


condition exceptionnelle quil vive sous le mme toit que louvrier.

4. Geboorte van een kind waarvan de afstemming langs de zijde van


de arbeider vaststaat : drie dagen voor de arbeider te kiezen binnen vier
maanden te rekenen vanaf de dag der bevalling.

4. Naissance dun enfant dont la filiation avec louvrier est tablie :


trois jours choisir par louvrier dans les quatre mois partir du jour
de laccouchement.

Hetzelfde recht komt, onder de voorwaarden en modaliteiten die op


artikel 30, 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten zijn vastgesteld, toe aan de arbeider van wie de afstamming die in de vorige alinea wordt beoogd, niet kan worden vastgesteld
maar die, op het moment van de geboorte :

Le mme droit revient, sous les conditions et modalits fixes


larticle 30, 2, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail,
louvrier dont la filiation vise lalina prcdent ne peut tre tablie
mais qui, au moment de la naissance :

a) gehuwd is met diegene ten aanzien van wie de afstamming


vaststaat;

a) est mari avec la personne lgard de laquelle la filiation est


tablie;

b) wettelijk samenwoont met diegene ten aanzien van wie de


afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft,
en niet is verbonden door een band van bloedverwantschap die leidt tot
een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan
verlenen;

b) cohabite lgalement avec la personne lgard de laquelle la


filiation est tablie et chez laquelle lenfant a sa rsidence principale, et
quils ne soient pas unis par un lien de parent entranant une
prohibition de mariage dont ils ne peuvent tre dispenss par le Roi;

c) sedert een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de


geboorte op permanente en affectieve wijze samenwoont met diegene
ten aanzien van wie de afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn
hoofdverblijfplaats heeft, en niet is verbonden door een band van
bloedverwantschap die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de
Koning geen ontheffing kan verlenen. Het bewijs van samenwoning en
hoofdverblijf wordt geleverd aan de hand van een uittreksel uit het
bevolkingsregister.

c) depuis une priode ininterrompue de trois ans prcdant la


naissance, cohabite de manire permanente et affective avec la personne lgard de laquelle la filiation est tablie et chez laquelle lenfant
a sa rsidence principale, et quils ne soient pas unis par un lien de
parent entranant une prohibition de mariage dont ils ne peuvent tre
dispenss par le Roi. La preuve de la cohabitation et de la rsidence
principale est fournie au moyen dun extrait du registre de la
population.

5. Overlijden van de echtgenoot of echtgenote, van een kind van de


arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e), van een door de arbeider opgevoed
kind, van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder of
stiefmoeder van de arbeider : drie dagen door de arbeider te kiezen
tijdens de periode die begint met de dag die het overlijden voorafgaat
en eindigt de dag die op de begrafenis volgt.

5. Dcs du conjoint, dun enfant de louvrier ou de son conjoint, dun


enfant lev par louvrier, du pre, de la mre, du beau-pre, du second
mari de la mre, de la belle-mre ou de la seconde femme du pre de
louvrier : trois jours choisir par louvrier dans la priode commenant
la veille du jour du dcs et finissant le lendemain du jour des
funrailles.

6. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de


grootvader, de overgrootvader, de grootmoeder, de overgrootmoeder,
van een kleinkind, een achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter,
die bij de arbeider inwoont : twee dagen door de arbeider te kiezen in
de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de
dag van de begrafenis.

6. Dcs dun frre, dune sur, dun beau-frre, dune belle-sur, du


grand-pre, de larrire-grand-pre, de la grand-mre, de larrire-grandmre, dun petit-enfant, dun arrire-petit-enfant, dun gendre ou dune
bru habitant chez louvrier : deux jours choisir par louvrier dans la
priode commenant le jour du dcs et finissant le jour des funrailles.

47000

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

7. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de


grootvader, overgrootvader, de grootmoeder, de overgrootmoeder van
een kleinkind, een achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die
niet bij de arbeider inwoont : de dag van de begrafenis.

7. Dcs dun frre, dune sur, dun beau-frre, dune belle-sur, du


grand-pre, de larrire-grand-pre, de la grand-mre, de larrire-grandmre, dun petit-enfant, dun arrire-petit-enfant, dun gendre ou dune
bru nhabitant pas chez louvrier : le jour des funrailles.

8. Overlijden van gelijk welke bloedverwant wonend onder hetzelfde


dak als dat van de arbeider, van de voogd(es) van de minderjarige
arbeider of van het minderjarig kind voor wie de arbeider als voogd
optreedt : de dag van de begrafenis.

8. Dcs de tout autre parent vivant sous le mme toit que celui de
louvrier, du tuteur ou de la tutrice de louvrier mineur dge ou de
lenfant mineur dont louvrier est tuteur : le jour des funrailles.

9. Plechtige communie van een wettig, gewettigd, aangenomen of


natuurlijk erkend kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e) of
van een regelmatig door de arbeider opgevoed kind : n dag te kiezen
door de arbeider.

9. Communion solennelle dun enfant lgitime, lgitim, adopt ou


naturel reconnu de louvrier ou de son conjoint ou dun enfant
rgulirement lev par louvrier : un jour choisir par louvrier.

10. Deelneming van een wettig, gewettigd, aangenomen of natuurlijk


erkend kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e) of van een
regelmatig door de arbeider opgevoed kind aan het feest van de
vrijzinnige jeugd daar waar dat feest plaatsheeft : n dag te kiezen
door de arbeider.

10. Participation dun enfant lgitime, lgitim, adopt ou naturel


reconnu de louvrier ou de son conjoint, ou dun enfant rgulirement
lev par louvrier la fte de la jeunesse laque, l o elle est
organise : un jour choisir par louvrier.

11. Verblijf van de dienstplichtige arbeider in een recruterings- en


selectiecentrum of in een militair hospitaal ten gevolge van zijn verblijf
in een recruterings- en selectiecentrum : de nodige tijd met een
maximum van drie dagen.

11. Sjour de louvrier milicien dans un centre de recrutement et de


slection ou dans un hpital militaire la suite de son passage dans un
centre de recrutement et de slection : le temps ncessaire avec un
maximum de trois jours.

12. Deelneming aan een officieel bijeengeroepen bijeenkomst van de


familieraad : de nodige tijd met een maximum van n dag.

12. Participation une runion dun conseil de famille convoqu


officiellement : le temps ncessaire avec un maximum dun jour.

13. Deelneming aan een jury, oproeping als getuige voor de


rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank : de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

13. Participation un jury, convocation comme tmoin devant les


tribunaux ou comparution personnelle ordonne par la juridiction du
travail : le temps ncessaire avec un maximum de cinq jours.

14. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of


enig stembureau bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen : de nodige tijd.

14. Exercice des fonctions dassesseur dun bureau principal ou dun


bureau unique de vote, lors des lections lgislatives, provinciales et
communales : le temps ncessaire.

15. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor
stemopneming bij de parlements-, provincieraads-, en gemeenteraadsverkiezingen : de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

15. Exercice des fonctions dassesseur dun bureau principal de


dpouillement lors des lections lgislatives, provinciales et communales : le temps ncessaire avec un maximum de cinq jours.

16. Uitoefening van het ambt van bijzitter in n van de hoofdbureaus bij de verkiezingen van het Europees Parlement : de nodige tijd
met een maximum van vijf dagen.

16. Exercice des fonctions dassesseur dun des bureaux principaux


lors de llection du Parlement europen : le temps ncessaire avec un
maximum de cinq jours.

17. Het onthaal van een kind in het gezin van de arbeider in het kader
van een adoptie : drie dagen naar keuze van de arbeider in de maand
volgend op de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werkman zijn verblijfplaats
heeft, als deel uitmakend van zijn gezin.

17. Accueil dun enfant dans la famille de louvrier dans le cadre


dune adoption : trois jours choisir dans le mois qui suit linscription
de lenfant dans le registre de la population ou dans le registre des
trangers de sa commune de rsidence comme faisant partie de son
mnage.

18. Verblijf van de werknemer-gewetensbezwaarde op de administratieve gezondheidsdienst of in n van de verplegingsinrichtingen, die


overeenkomstig de wetgeving houdende het statuut van de gewetensbezwaarden door de Koning zijn aangewezen : de nodige tijd met een
maximum van drie dagen.

18. Sjour du travailleur objecteur de conscience au service de sant


administratif ou dans un des tablissements hospitaliers dsigns par le
Roi, conformment la lgislation portant sur le statut des objecteurs
de conscience : le temps ncessaire avec un maximum de trois jours.

Art. 4. 1. Voor de toepassing van artikel 3.2., artikel 3.3. en


artikel 3.5. wordt het aangenomen of natuurlijk kind gelijkgesteld met
het wettig of gewettigd kind.

Art. 4. 1er. Lenfant adoptif ou naturel est assimil lenfant


lgitime ou lgitim pour lapplication de larticle 3.2., article 3.3. et
article 3.5.

2. Voor de toepassing van artikel 3.6. en artikel 3.7. worden de


schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader, overgrootvader, de
grootmoeder en de overgrootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de
arbeider gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader, de overgrootvader, de grootmoeder en de overgrootmoeder van
de arbeider.

2. Le beau-frre, la belle-sur, le grand-pre, larrire-grand-pre, la


grand-mre, et larrire-grand-mre du conjoint de louvrier sont
assimils au beau-frre, la belle-sur, au grand-pre, larrire-grandpre, la grand-mre et larrire-grand-mre de louvrier pour
lapplication de larticle 3.6. et larticle 3.7.

Art. 5. Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 3 van deze


collectieve arbeidsovereenkomst, wordt de persoon, die samenwoont
met de arbeider en van zijn gezin deel uitmaakt, gelijkgesteld met de
echtgenote of echtgenoot.

Art. 5. Pour lapplication des dispositions de larticle 3 de la


prsente convention collective de travail, la personne cohabitant avec
louvrier et faisant partie de son mnage est assimile au conjoint ou
la conjointe.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

47001

Art. 6. Voor de toepassing van artikel 3 van deze collectieve


arbeidsovereenkomst worden alleen als afwezigheidsdagen beschouwd
de gewone werkdagen waarvoor de arbeider aanspraak had mogen
maken op het loon, indien hij door de redenen voorzien bij hetzelfde
artikel 3 niet belet was geweest te werken.

Art. 6. Pour lapplication de larticle 3 de la prsente convention


collective de travail, seules les journes dactivit habituelle pour
lesquelles louvrier aurait pu prtendre au salaire sil ne stait pas
trouv dans limpossibilit de travailler pour les motifs prvus au
mme article 3, sont considres comme jours dabsence.

Het normaal loon wordt berekend met inachtneming van de


besluiten genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van
18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de
wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.

Le salaire normal se calcule daprs les arrts pris en excution de


larrt royal du 18 avril 1974 dterminant les modalits gnrales
dexcution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fris.

Art. 7. Voor de toepassing van artikel 3.4. hebben, conform artikel 30, 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, de arbeiders het recht om gedurende tien dagen van het werk
afwezig te zijn.

Art. 7. Pour lapplication de larticle 3.4., les ouvriers ont droit,


conformment larticle 30, 2, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux
contrats de travail, de sabsenter du travail pendant dix jours.

Gedurende de eerste drie dagen afwezigheid geniet de arbeider het


behoud van zijn loon.

Pendant les trois premiers jours dabsence, louvrier bnficie du


maintien de sa rmunration normale.

Mits een akkoord op ondernemingsvlak, kunnen deze eerste drie


dagen afwezigheid ook in halve dagen worden opgenomen.

Moyennant un accord au niveau de lentreprise, ces trois premiers


jours dabsence peuvent galement tre pris sous la forme de demijournes.

Gedurende de volgende zeven dagen geniet de arbeider een


uitkering waarvan het bedrag wordt bepaald door de Koning en die
hem wordt uitbetaald in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

Pendant les sept jours suivants, louvrier bnficie dune allocation


dont le montant est dtermin par le Roi et qui lui est paye dans le
cadre de lassurance soins de sant et indemnits.

Art. 8. 1. Voor de toepassing van artikel 3.17. hebben, conform de


programmawet van 9 juli 2004 (Belgisch Staatsblad van 15 juli 2004) en in
uitvoering daarvan, artikel 30ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende
de arbeidsovereenkomsten, de arbeiders het recht om afwezig te zijn
van het werk :

Art. 8. 1er. Pour lapplication de larticle 3.17., conformment la


loi-programme du 9 juillet 2004 (Moniteur belge du 15 juillet 2004) et en
excution de cette dernire, larticle 30ter de la loi du 3 juillet 1978
relative aux contrats de travail, les ouvriers ont le droit de sabsenter du
travail :

indien het kind geen drie jaar oud is bij aanvang van het verlof :
zes weken ononderbroken en naar keuze van de arbeider, aanvangend
binnen de twee maanden volgend op de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de
arbeider zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van zijn gezin;

si lenfant na pas trois ans au dbut du cong : six semaines sans


interruption et au choix de louvrier, dbutant dans les deux mois
suivant linscription dans le registre de la population ou des trangers
de la commune o louvrier a sa rsidence, comme faisant partie de sa
famille;

indien het kind drie jaar of ouder is bij aanvang van het verlof :
vier weken ononderbroken en naar keuze van de arbeider, aanvangend
binnen de twee maanden volgend op de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de
arbeider zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van zijn gezin.

si lenfant a trois ans ou plus au dbut du cong : quatre semaines


sans interruption et au choix de louvrier, dbutant dans les deux mois
suivant linscription dans le registre de la population ou des trangers
de la commune o louvrier a sa rsidence, comme faisant partie de sa
famille.

2. De afwezigheidsperiodes, zoals bepaald in 1 van dit artikel,


worden verdubbeld tot respectievelijk 12 of 8 weken, indien het kind
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van
tenminste 66 pct. of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat
tenminste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medischsociale schaal in de zin van de regelgeving op de kinderbijslag.

2. Les priodes dabsence telles que dfinies au 1er du prsent


article seront doubles pour atteindre respectivement 12 ou 8 semaines,
si lenfant est atteint dune incapacit corporelle ou mentale dau moins
66 p.c. ou dune affection qui donne lieu loctroi dau moins 4 points
dans le pilier 1 de lchelle mdico-sociale, au sens de la rglementation
relative aux allocations de famille.

3. De afwezigheidsperiodes, zoals bepaald in 1 en 2 van dit


artikel, dienen aan te vangen binnen de twee maanden volgend op de
inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister
van de gemeente waar de arbeider zijn verblijfplaats heeft, als deel
uitmakend van zijn gezin.

3. Les priodes dabsence telles que dfinies aux 1er et 2 du


prsent article doivent dbuter dans les deux mois suivant linscription
dans le registre de la population ou des trangers de la commune o
louvrier a sa rsidence, comme faisant partie de sa famille.

HOOFDSTUK IV. Slotbepalingen

CHAPITRE IV. Dispositions finales

Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten in het Paritair
Subcomit voor het koetswerk, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 13 juni 2010 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 2010).

Art. 9. La prsente convention collective de travail remplace la


convention collective de travail du 18 juin 2009, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour la carrosserie, rendue obligatoire par
arrt royal du 13 juin 2010 (Moniteur belge du 4 aot 2010).

Art. 10. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op


1 juli 2011 en wordt gesloten voor onbepaalde duur.

Art. 10. La prsente convention collective de travail entre en vigueur


le 1er juillet 2011 et est valable pour une dure indtermine.

Zij kan door n van de partijen opgezegd worden mits een


opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende
brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomit voor het
koetswerk en aan de ondertekenende organisaties.

Elle peut tre dnonce par lune des parties moyennant un pravis
de trois mois, notifi par lettre recommande la poste, adresse au
prsident de la Sous-commission paritaire pour la carrosserie ainsi qu
toutes les organisations signataires.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.


La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

47002

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,


ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2353

[2012/200220]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor de landbouw, betreffende het
brugpensioen vanaf 56 jaar (40 jaar loopbaan) (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2353

[2012/200220]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 12 juillet 2011, conclue au sein de la
Commission paritaire de lagriculture, relative la prpension
partir de 56 ans (40 ans de carrire) (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail
et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor de landbouw;

Vu la demande de la Commission paritaire de lagriculture;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, gesloten in het Paritair Comit voor de landbouw, betreffende het brugpensioen vanaf 56 jaar (40 jaar loopbaan).

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 12 juillet 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire de lagriculture, relative la prpension partir de 56 ans
(40 ans de carrire).

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Comit voor de landbouw

Commission paritaire de lagriculture

Collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011

Convention collective de travail du 12 juillet 2011

Brugpensioen vanaf 56 jaar (40 jaar loopbaan)


(Overeenkomst geregistreerd op 21 september 2011
onder het nummer 105875/CO/144)

Prpension partir de 56 ans (40 ans de carrire)


(Convention enregistre le 21 septembre 2011
sous le numro 105875/CO/144)

Artikel 1. 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Comit van de landbouw.

Article 1er. 1 . La prsente convention collective de travail est


dapplication aux employeurs et aux ouvriers des entreprises ressortissant la Commission paritaire de lagriculture.

2. Met arbeiders worden : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders


bedoeld.

2. Par ouvriers sont viss : les ouvriers masculins et fminins.

Art. 2. 1. Voor de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 van de Nationale arbeidsraad, tot
invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van
sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, wordt de
leeftijd van 60 jaar verlaagd tot 56 jaar binnen de voorwaarden van het
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel
brugpensioen in het kader van het Generatiepact en de wet van
12 april 2011 tot aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende
verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de Regering
met betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord (Belgisch
Staatsblad van 28 april 2011).

Art. 2. 1er. Pour lapplication de la convention collective de travail


no 17 du 19 dcembre 1974 du Conseil national du travail, instituant un
rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains travailleurs
gs en cas de licenciement, lge de 60 ans est abaiss 56 ans dans
les conditions de larrt royal du 3 mai 2007 fixant la prpension
conventionnelle dans le cadre du Pacte de solidarit entre les gnrations et de la loi du 12 avril 2011 modifiant la loi du 1er fvrier 2011
portant la prolongation de mesures de crise et lexcution de laccord
interprofessionnel, et excutant le compromis du Gouvernement relatif
au projet daccord interprofessionnel (Moniteur belge du 28 avril 2011).

er

De arbeiders moeten onder meer :

Les ouvriers doivent entre autres :

- ontslagen worden om een andere reden dan een dringende reden;

- tre licencis pour des raisons autres que la faute grave;

- zich kunnen beroepen op een beroepsloopbaan van 40 jaar als


loontrekkende en voor zover de betrokkene voldoet aan de wettelijke
verplichtingen opgelegd door de werkloosheidsreglementering voor
bruggepensioneerden;

- se prvaloir dun pass professionnel de 40 ans en tant que salari


et pour autant que la personne concerne remplisse les conditions
lgales imposes par la rglementation du chmage pour les prpensionns;

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

47003

- het bewijs kunnen leveren dat vr de leeftijd van 17 jaar gedurende


tenminste 78 dagen arbeidsprestaties zijn geleverd waarvoor sociale
zekerheidsbijdragen zijn betaald met volledige onderwerping aan de
sociale zekerheid of tenminste 78 dagen arbeidsprestaties zijn geleverd
in het kader van het leerlingenwezen welke zich situeren vr
1 september 1983.

- pouvoir prouver quils ont effectu, avant lge de 17 ans, pendant


au moins 78 jours, des prestations de travail pour lesquelles des
cotisations de scurit sociale ont t payes, avec assujettissement
complet la scurit sociale, ou au moins 78 jours de prestations de
travail dans le cadre de lapprentissage qui se situent avant le
1er septembre 1983.

2. De leeftijdsvoorwaarde van 56 jaar bepaald in artikel 3 moet


vervuld zijn in de periode tussen 1 januari 2011 en 31 december 2012 en
bovendien op het ogenblik van de beindiging van de arbeidsovereenkomst

2. La condition dge de 56 ans fixe larticle 3 doit tre remplie


dans la priode du 1er janvier 2011 au 31 dcembre 2012 et, de plus, au
moment de la fin du contrat de travail.

Art. 3. De werknemers bedoeld in artikel 2 hebben na ontslag recht


op een aanvullende vergoeding ten laste van het Waarborg- en Sociaal
Fonds voor de landbouw, opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 1995, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten.

Art. 3. Les travailleurs viss larticle 2 ont droit


licenciement une indemnit complmentaire charge
social et de garantie pour lagriculture, institu par la
collective de travail du 18 mai 1995, instituant un fonds
dexistence et fixant ses statuts

Die aanvullende vergoeding wordt toegekend vanaf het einde van de


wettelijke opzeggingstermijn tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

Cette indemnit complmentaire est octroye partir du moment o


la dlai de pravis lgal vient expiration et elle sapplique jusqu
lge de la pension.

Art. 4. De aanvullende vergoeding is gelijk aan 75 pct. van het


verschil tussen het netto refertemaandloon en de werkloosheidsuitkering en wordt berekend en aangepast overeenkomstig de bepalingen
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale
Arbeidsraad.

Art. 4. Lindemnit complmentaire est gale 75 p.c. de la


diffrence entre le salaire net mensuel de rfrence et lallocation de
chmage et est calcule et adapte conformment aux dispositions de la
convention collective de travail no 17 du Conseil national du travail.

Art. 5. Het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw neemt


de administratie op zich en betaalt de in artikel 3 bedoelde aanvullende
vergoeding, met inbegrip van de bijzondere maandelijkse werkgeversbijdragen.

Art. 5. Le Fonds social et de garantie pour lagriculture prend


ladministration sa charge et paie lindemnit complmentaire vise
larticle 3, y compris les cotisations spciales mensuelles charge de
lemployeur.

Art. 6. De artikelen 3 tot en met 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn slechts van toepassing voor de werknemers die gedurende de twee jaren voorafgaand aan hun brugpensioen onafgebroken
door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met een
werkgever die onder het Paritair Comit voor de landbouw ressorteert.

Art. 6. Les articles 3 5 de cette convention collective de travail ne


sont dapplication que pour les travailleurs prpensionns qui ont t
lis sans interruption pendant les deux ans prcdant leur prpension
par un contrat de travail un employeur ressortissant la Commission
paritaire de lagriculture.

Art. 7. Onverminderd artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt de aanvullende vergoeding door het Waarborg- en
Sociaal Fonds voor de landbouw berekend op basis van het gemiddelde van de lonen die de werknemer heeft ontvangen gedurende de
twaalf maanden voorafgaand aan zijn brugpensioen en niet op basis
van het loon van de refertemaand.

Art. 7. Sans prjudice de larticle 4 de la prsente convention


collective de travail, lindemnit complmentaire sera calcule par le
Fonds social et de garantie pour lagriculture sur la base de la
moyenne des rmunrations perues par le travailleur pendant les
douze mois prcdant sa prpension, et non pas sur la base de la
rmunration du mois de rfrence.

Art. 8. De raad van beheer van het Waarborg- en Sociaal Fonds


voor de landbouw stelt de praktische modaliteiten vast met betrekking
tot de uitvoering deze overeenkomst.

Art. 8. Le conseil dadministration du Fonds social et de garantie


pour lagriculture fixe les modalits pratiques concernant lexcution
de la prsente convention.

Art. 9. Voor de arbeiders die een vermindering van de arbeidsprestaties genieten tot een halftijdse betrekking of tot een vier vijfde
betrekking, en die overstappen in het stelsel van brugpensioen, wordt
de aanvullende vergoeding berekend op basis van het brutomaandloon
dat de werknemer zou verdienen indien hij zijn arbeidsprestaties niet
zou verminderd hebben en de werkloosheidsuitkeringen overeenstemmend met het arbeidsregime in voege vr de aanvang van het
tijdskrediet.

Art. 9. Pour les ouvriers bnficiant dune rduction des prestations


de travail mi-temps ou quatre cinquimes, et qui entrent dans le
rgime de prpension, lindemnit complmentaire est calcule sur la
base du salaire mensuel brut que le travailleur aurait gagn sil navait
pas rduit ses prestations de travail et des allocations de chmage
correspondant au rgime de travail avant la prise du crdit-temps.

Art. 10. De bruggepensioneerden dienen vervangen te worden


overeenkomstig hoofdstuk V van bovenvermeld koninklijk besluit van
3 mei 2007.

Art. 10. Les prpensionns doivent tre remplacs conformment au


chapitre V de larrt royal du 3 mai 2007 mentionn ci-dessus.

De sancties die voortvloeien uit het niet eerbiedigen door de


werkgevers van de wettelijke verplichtingen inzake brugpensioen,
vallen geheel ten laste van de individuele werkgevers.

Les sanctions qui dcoulent du non-respect par lemployeur des


obligations lgales en matire de prpension restent entirement
charge des employeurs individuels.

Art. 11. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op


1 januari 2011. Zij houdt op van kracht te zijn op 31 december 2012.

Art. 11. La prsente convention collective de travail entre en vigueur


le 1er janvier 2011. Elle cesse dtre en vigueur le 31 dcembre 2012.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

aprs leur
du Fonds
convention
de scurit

47004

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,


ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

N. 2012 2354
[2012/200376]
5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011,
gesloten in het Paritair Comit voor de landbouw, betreffende het
conventioneel sectoraal brugpensioen (1)

F. 2012 2354
5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire
collective de travail du 12 juillet 2011, conclue
Commission paritaire de lagriculture, relative
conventionnelle sectorielle (1)

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor de landbouw;
Op de voordracht van de Minister van Werk,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail
et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

[2012/200376]
la convention
au sein de la
la prpension

Vu la demande de la Commission paritaire de lagriculture;


Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,
Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, gesloten in het Paritair Comit voor de landbouw, betreffende het conventioneel sectoraal brugpensioen.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 12 juillet 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire de lagriculture, relative la prpension conventionnelle
sectorielle.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota

Note

(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :


Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage

(1) Rfrence au Moniteur belge :


Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Annexe

Paritair Comit voor de landbouw

Commission paritaire de lagriculture

Collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011

Convention collective de travail du 12 juillet 2011

Conventioneel sectoraal brugpensioen (Overeenkomst geregistreerd


op 21 september 2011 onder het nummer 105876/CO/144)

Prpension conventionnelle sectorielle (Convention enregistre


le 21 septembre 2011 sous le numro 105876/CO/144)

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werklieden en werksters en hun werkgevers die ressorteren
onder het Paritair Comit voor de landbouw.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux ouvriers et ouvrires et leurs employeurs qui ressortissent la
Commission paritaire de lagriculture.

Art. 2. Om te kunnen genieten van de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, dienen de werknemers te voldoen aan de
voorwaarden vastgelegd in het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot
regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het
Generatiepact en dienen zij op het ogenblik waarop de arbeidsovereenkomst werkelijk wordt beindigd, de leeftijd van 58 jaar te hebben
bereikt.

Art. 2. Pour pouvoir bnficier des dispositions de la prsente


convention collective de travail, les travailleurs doivent satisfaire aux
conditions fixes par larrt royal du 3 mai 2007 fixant la prpension
conventionnelle dans le cadre du Pacte de solidarit entre les gnrations, et au moment o le contrat de travail prend effectivement fin,
avoir atteint lge de 58 ans.

Art. 3. De werknemers bedoeld in artikel 2 hebben na ontslag recht


op een aanvullende vergoeding ten laste van het Waarborg- en Sociaal
Fonds voor de landbouw, opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 1995, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten.

Art. 3. Les travailleurs viss larticle 2 ont droit


licenciement une indemnit complmentaire charge
social et de garantie pour lagriculture, institu par la
collective de travail du 18 mai 1995, instituant un fonds
dexistence et fixant ses statuts.

Art. 4. De aanvullende vergoeding is gelijk aan de helft van het


verschil tussen het netto refertemaandloon en de werkloosheidsuitkering en wordt berekend en aangepast overeenkomstig de bepalingen
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale
Arbeidsraad.

Art. 4. Lindemnit complmentaire est gale la moiti de la


diffrence entre le salaire net mensuel de rfrence et lallocation de
chmage et est calcule et adapte conformment aux dispositions de la
convention collective de travail no 17 du Conseil national du travail.

Art. 5. Het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw neemt


de administratie op zich en betaalt de in artikel 3 bedoelde aanvullende
vergoeding, met inbegrip van de bijzondere maandelijkse werkgeversbijdragen.

Art. 5. Le Fonds social et de garantie pour lagriculture prend


ladministration sa charge et paie lindemnit complmentaire vise
larticle 3, y compris les cotisations spciales mensuelles charge de
lemployeur.

Art. 6. De artikelen 3 tot en met 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn slechts van toepassing voor de werknemers die gedurende de twee jaren voorafgaand aan hun brugpensioen onafgebroken
door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met een
werkgever die onder het Paritair Comit voor de landbouw ressorteert.

Art. 6. Les articles 3 5 de cette convention collective de travail ne


sont dapplication que pour les travailleurs prpensionns qui ont t
lis sans interruption pendant les deux ans prcdant leur prpension
par un contrat de travail un employeur ressortissant la Commission
paritaire de lagriculture.

aprs leur
du Fonds
convention
de scurit

47005

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 7. Onverminderd artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt de aanvullende vergoeding door het Waarborg- en
Sociaal Fonds voor de landbouw berekend op basis van het gemiddelde van de lonen die de werknemer heeft ontvangen gedurende de
twaalf maanden voorafgaand aan zijn brugpensioen en niet op basis
van het loon van de refertemaand.

Art. 7. Sans prjudice de larticle 4 de la prsente convention


collective de travail, lindemnit complmentaire sera calcule par le
Fonds social et de garantie pour lagriculture sur la base de la
moyenne des rmunrations perues par le travailleur pendant les
douze mois prcdant sa prpension, et non pas sur la base de la
rmunration du mois de rfrence.

Art. 8. De raad van beheer van het Waarborg- en Sociaal Fonds


voor de landbouw stelt de praktische modaliteiten vast met betrekking
tot de uitvoering van deze overeenkomst.

Art. 8. Le conseil dadministration du Fonds social et de garantie


pour lagriculture fixe les modalits pratiques concernant lexcution
de la prsente convention.

Art. 9. De bruggepensioneerden dienen vervangen te worden overeenkomstig hoofdstuk V van bovenvermeld koninklijk besluit van
3 mei 2007.

Art. 9. Les prpensionns doivent tre remplacs conformment au


chapitre V de larrt royal du 3 mai 2007 mentionn ci-dessus.

De sancties die voortvloeien uit het niet eerbiedigen door de


werkgevers van de wettelijke verplichtingen inzake brugpensioen,
vallen geheel ten laste van de individuele werkgevers.

Les sanctions qui dcoulent du non-respect par lemployeur des


obligations lgales en matire de prpension restent entirement
charge des employeurs individuels.

Art. 10. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met


ingang van 1 juli 2011 en treedt buiten werking op 30 juni 2013.

Art. 10. La prsente convention collective de travail entre en vigueur


le 1er juillet 2011 et cesse dtre en vigueur le 30 juin 2013.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.


La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2355

[2012/200207]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van
metalen, betreffende de contracten voor een bepaalde duur of voor
duidelijk omschreven werk en uitzendarbeid (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2355

[2012/200207]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 22 juin 2011, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative
aux contrats dure dtermine ou pour un travail nettement dfini
et de travail intrimaire (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve


arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail


et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen;

Vu la demande de la Sous-commission paritaire pour la rcupration


de mtaux;

Op de voordracht van de Minister van Werk,


Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,


Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011, gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen,
betreffende de contracten voor een bepaalde duur of voor duidelijk
omschreven werk en uitzendarbeid.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 22 juin 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative aux
contrats dure dtermine ou pour un travail nettement dfini et de
travail intrimaire.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota

Note

(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :


Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

(1) Rfrence au Moniteur belge :


Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

47006

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Bijlage

Annexe

Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen

Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux

Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011

Convention collective de travail du 22 juin 2011

Contracten voor een bepaalde duur of voor duidelijk omschreven werk


en uitzendarbeid (Overeenkomst geregistreerd op 27 juli 2011 onder
het nummer 104871/CO/142.01)

Contrats dure dtermine ou pour un travail nettement dfini et de


travail intrimaire (Convention enregistre le 27 juillet 2011 sous le
numro 104871/CO/142.01)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die
ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomit voor de
terugwinning van metalen.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs, ouvriers et ouvrires des entreprises relevant de la
comptence de la Sous-commission paritaire pour la rcupration de
mtaux.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt


onder arbeiders verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Pour lapplication de la prsente convention collective de travail, on


entend par ouvriers : les ouvriers et ouvrires.

HOOFDSTUK II. Begripsomschrijving

CHAPITRE II. Dfinitions

Art. 2. Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden volgende begrippen als volgt gedefinieerd :

Art. 2. Pour lapplication de la prsente convention collective de


travail on entend par :

contracten van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven


werk : de arbeidsovereenkomsten zoals voorzien in de artikelen 9, 10,
11 en 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978);

contrats dure dtermine ou pour un travail nettement dfini :


les contrats de travail prvus aux articles 9, 10, 11 et 11bis de la loi du
3 juillet 1978 relative aux contrats de travail (Moniteur belge du
22 aot 1978);

uitzendarbeid : arbeid verricht door een uitzendkracht zoals


gedefinieerd en gereglementeerd in de wet van 24 juli 1987 betreffende
tijdelijke arbeid, uitzendarbeid en terbeschikkingstelling van werkkrachten aan gebruikers (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1987) en alle
collectieve arbeidsovereenkomsten in uitvoering van deze wet.

travail intrimaire : le travail effectu par un travailleur intrimaire


comme dfini et rglement dans la loi du 24 juillet 1987 sur le travail
temporaire, le travail intrimaire et la mise de travailleurs la
disposition dutilisateurs (Moniteur belge du 20 aot 1987) et toutes les
conventions collectives de travail en excution de cette loi.

HOOFDSTUK III. Modaliteiten

CHAPITRE III. Modalits

Art. 3. 1. In geval van tewerkstelling van arbeiders met een


arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk, dienen de ondernemingen de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten inzake loon- en arbeidsvoorwaarden integraal toe te
passen.

Art. 3. 1er. En cas doccupation douvriers avec un contrat de


travail dure dtermine ou pour un travail nettement dfini, les
entreprises doivent intgralement appliquer les conventions collectives
de travail existantes en matire de conditions de salaire et de travail.

2. In geval van uitzendarbeid, dienen de lonen van toepassing in de


onderneming voor de functie of het werk waarvoor de uitzendkracht
wordt tewerkgesteld, toegepast te worden en dit onverminderd de
conventionele en wettelijke beschikkingen betreffende bedoelde contracten.

2. En cas de travail intrimaire, les salaires applicables dans


lentreprise la fonction ou au travail pour lequel lintrimaire a t
engag doivent tre appliqus sans prjudice des dispositions conventionnelles et lgales relatives aux contrats susmentionns.

3. Teneinde het kwalitatief karakter van arbeid binnen de sector te


bewaken, alsook omwille van het garanderen van een passend onthaal
in de onderneming en de preventie van arbeidsongevallen, kunnen
ondernemingen binnen de sector enkel een beroep doen op dagcontracten indien hiertoe expliciet een noodzaak bestaat. Het dient hier te
gaan om werken waarvan vr aanvang van de opdracht duidelijk is
dat het gaat om een opdracht van minder dan 5 werkdagen.

3. Afin de contrler le caractre qualitatif du travail dans le secteur,


ainsi que pour la garantie dun accueil adquat dans lentreprise et la
prvention des accidents du travail, les entreprises du secteur ne
peuvent recourir des contrats journaliers que si cest absolument
ncessaire. Il doit sagir de travaux dont on sait ds avant le dbut de
la mission quil sagira dune mission dune dure relle de moins
de 5 jours de travail.

HOOFDSTUK IV. Overgang naar contract van onbepaalde duur

CHAPITRE IV. Passage en contrat dure indtermine

Art. 4. 1. Indien een arbeider aangeworven wordt met een


contract van onbepaalde duur na n of meerdere contracten van
bepaalde duur, na n of meerdere contracten voor een duidelijk
omschreven werk, of na n of meerdere uitzendcontracten, wordt de
ancinniteit opgebouwd tijdens deze contracten van bepaalde duur,
deze contracten voor een duidelijk omschreven werk en deze uitzendcontracten, meegerekend.

Art. 4. 1er. Lorsquun ouvrier est embauch sous un contrat


dure indtermine aprs avoir effectu un ou plusieurs contrats
dure dtermine ou pour un travail nettement dfini ou de travail
intrimaire, lanciennet constitue travers ces contrats dure
dtermine ou pour un travail nettement dfini ou de travail intrimaire sera prise en compte.

2. Indien een arbeider wordt aangeworven met een contract van


onbepaalde duur na n of meerdere uitzendcontracten, blijft gedurende de eerste 3 maanden van zijn tewerkstelling met een contract van
onbepaalde duur, een verkorte opzegtermijn mogelijk indien dit wordt
ingeschreven in de individuele arbeidsovereenkomst.

2. Lorsquun ouvrier est embauch sous contrat dure indtermine aprs un ou plusieurs contrats de travail intrimaire, un dlai de
pravis raccourci reste possible pendant les 3 premiers mois de
loccupation sous contrat dure indtermine, condition que cette
disposition soit inscrite dans le contrat de travail individuel.

3. Indien een arbeider wordt aangeworven met een contract van


onbepaalde duur aansluitend op n of meerdere contracten van
bepaalde duur, voor een duidelijk omschreven werk of uitzendarbeid,
mag er geen proefperiode worden opgenomen.

3. Lorsquun ouvrier est embauch avec un contrat dure


indtermine aprs un ou plusieurs contrats dure dtermine,
contrats pour un travail dtermin ou contrats intrimaires, une
priode dessai ne peut tre prvue.

4. Teneinde oneigenlijk gebruik van uitzendarbeid te weren uit de


sector worden uitzendcontracten omwille van tijdelijke vermeerdering
van het werk, na een periode van zes maanden omgezet in een contract
van onbepaalde duur.

4. Afin dviter le recours inappropri au travail intrimaire dans le


secteur, les contrats intrimaires suite une augmentation temporaire
du volume de travail, seront convertis en contrats dure indtermine
aprs une priode de six mois.

HOOFDSTUK V. Geldigheid

CHAPITRE V. Validit

Art. 5. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van


18 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning
van metalen, betreffende de contracten bepaalde duur of duidelijk
omschreven werk en uitzendarbeid, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 21 februari 2010 (Belgisch Staatsblad van
25 juni 2010).

Art. 5. La prsente convention collective de travail remplace celle du


18 juin 2009, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour la
rcupration de mtaux, relative aux contrats dure dtermine ou
pour un travail nettement dfini et de travail intrimaire, rendue
obligatoire par arrt royal du 21 fvrier 2010 (Moniteur belge du
25 juin 2010).

47007

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op
1 juli 2011 en wordt gesloten voor onbepaalde duur.

Art. 6. La prsente convention collective de travail entre en vigueur


le 1er juillet 2011 et est conclue pour une dure indtermine.

Zij kan door n van de partijen worden opgezegd mits een opzeg
van drie maanden, betekend met een ter post aangetekende brief,
gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomit voor terugwinning
van metalen.

Elle peut tre dnonce par une des parties signataires moyennant un
pravis de trois mois, signifi par lettre recommande la poste,
adresse au prsident de la Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.


La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2356

[2012/200057]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van
metalen, betreffende het kort verzuim (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2356

[2012/200057]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 22 juin 2011, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative
au petit chmage (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve


arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail


et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen;

Vu la demande de la Sous-commission paritaire pour la rcupration


de mtaux;

Op de voordracht van de Minister van Werk,


Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,


Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011, gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen,
betreffende het kort verzuim.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 22 juin 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative au petit
chmage.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen

Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux

Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011

Convention collective de travail du 22 juin 2011

Kort verzuim (Overeenkomst geregistreerd op 27 juli 2011


onder het nummer 104875/CO/142.01)

Petit chmage (Convention enregistre le 27 juillet 2011


sous le numro 104875/CO/142.01)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die
ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomit voor de
terugwinning van metalen.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs, ouvriers et ouvrires des entreprises relevant de la
comptence de la Sous-commission paritaire pour la rcupration des
mtaux.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt


onder arbeiders verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Pour lapplication de la prsente convention collective de travail, on


entend par ouvriers : les ouvriers et ouvrires.

47008

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


HOOFDSTUK II. Voorwerp

CHAPITRE II. Objet

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in


toepassing van :

Art. 2. La prsente convention collective de travail est conclue en


excution de :

1. het koninklijk besluit betreffende het behoud van het normaal loon
van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers
aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling
van staatsburgerlijke plichten of van burgerlijke opdrachten van
28 augustus 1963 (Belgisch Staatsblad van 11 september 1963) en alle
latere wijzigingen;

1. larrt royal relatif au maintien de la rmunration normale des


ouvriers, des travailleurs domestiques, des employs et des travailleurs
engags pour le service des btiments de navigation intrieure pour les
jours dabsence loccasion dvnements familiaux ou en vue de
laccomplissement dobligations civiques ou de missions civiles
du 28 aot 1963 (Moniteur belge du 11 septembre 1963) et toute
modification ultrieure;

2. het koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale
Arbeidsraad betreffende het behoud van het normale loon van de
werknemers voor de afwezigheidsdagen ter gelegenheid van bepaalde
gebeurtenissen van 3 december 1974 (Belgisch Staatsblad van
23 januari 1975);

2. larrt royal rendant obligatoire la convention collective de travail,


conclue au sein du Conseil national du travail, relatif au maintien de la
rmunration normale de travailleurs pour les jours dabsence
loccasion de certains vnements familiaux du 3 dcembre 1974
(Moniteur belge du 23 janvier 1975);

3. de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale


Arbeidsraad, van 10 februari 1999, betreffende het behoud van het
normaal loon van de werknemers voor de afwezigheidsdagen ter
gelegenheid van het overlijden van overgrootouders en achterkleinkinderen;

3. la convention collective de travail, conclue au sein du Conseil


national du travail, du 10 fvrier 1999, relative au maintien de la
rmunration normale des travailleurs pour les jours dabsence
loccasion du dcs darrire-grands-parents et darrire-petits-enfants;

4. de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale


Arbeidsraad, van 17 november 1999, betreffende het behoud van het
normaal loon van wettelijk samenwonende werknemers voor de
afwezigheidsdagen ter gelegenheid van bepaalde familiegebeurtenissen;

4. la convention collective de travail, conclue au Conseil national du


travail, du 17 novembre 1999, relative au maintien de la rmunration
normale des travailleurs cohabitants lgaux pour les jours dabsence
loccasion de certains vnements familiaux;

5. de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van


werkgelegenheid en kwaliteit van het leven (Belgisch Staatsblad van
15 september 2001);

5. la loi du 10 aot 2001 relative la conciliation entre lemploi et la


qualit de vie (Moniteur belge du 15 septembre 2001);

6. de programmawet van 9 juli 2004 (Belgisch Staatsblad van


15 juli 2004) en, in uitvoering daarvan, artikel 30ter van de wet van
3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

6. la loi-programme du 9 juillet 2004 (Moniteur belge du 15 juillet 2004)


et, en excution de cette dernire, larticle 30ter de la loi du 3 juillet 1978
relative aux contrats de travail;

7. artikel 133 van de programmawet van 22 december 2008 (Staatsblad van 29 december 2008, 4de uitg.).

7. larticle 133 de la loi-programme du 22 dcembre 2008 (Moniteur


belge du 29 dcembre 2008, 4e d.);

8. de wet van 13 april 2011 tot wijziging, wat betreft de meeouders,


van de wetgeving inzake het geboorteverlof (Belgisch Staatsblad van
10 mei 2011).

8. la loi du 13 avril 2011 modifiant, en ce qui concerne les coparents,


la lgislation affrente au cong de paternit (Moniteur belge du
10 mai 2011).

HOOFDSTUK III. Reden en duur van de afwezigheid

CHAPITRE III. Motif et dure de labsence

Art. 3. Ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten
welke hierna opgesomd zijn, hebben de in artikel 1 bedoelde arbeiders
het recht, met behoud van hun normaal loon, van het werk afwezig te
zijn voor een als volgt bepaalde duur :

Art. 3. A loccasion dvnements familiaux ou en vue de laccomplissement dobligations civiques ou de missions civiles numrs
ci-aprs, les ouvriers viss larticle 1er ont le droit de sabsenter du
travail, avec maintien de leur rmunration normale pour une dure
fixe comme suit :

1. Huwelijk van de arbeider : drie dagen te kiezen door de arbeider


tijdens de week waarin de gebeurtenis plaatsgrijpt of tijdens de
daaropvolgende week.

1. Mariage de louvrier : trois jours, choisir par louvrier dans la


semaine o lvnement se produit ou dans la semaine qui suit.

2. De dag van het huwelijk, voor het huwelijk :

2. Le jour du mariage, pour le mariage :

- van een kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e),

- dun enfant de louvrier ou de son conjoint,

- van een regelmatig door hem opgevoed kind,

- dun enfant rgulirement lev par louvrier,

- van een broer of zuster,

- dun frre ou dune sur,

- van een schoonbroer of schoonzuster,

- dun beau-frre ou dune belle-sur,

- van zijn vader of moeder,

- du pre ou de la mre,

- van de grootvader of grootmoeder,

- dun grand-pre ou dune grand-mre,

- van de schoonvader of schoonmoeder,

- du beau-pre ou de la belle-mre,

- van de stiefvader of stiefmoeder,

- du second mari de la mre ou de la seconde femme du pre,

- van een kleinkind van de arbeider,

- dun petit-enfant de louvrier,

- van de schoonbroer of de schoonzuster van de echtgeno(o)t(e) van


de arbeider,
- van gelijk welk ander familielid van de arbeider. Voor dit familielid
geldt uitzonderlijk de voorwaarde dat deze onder hetzelfde dak als dat
van de arbeider dient te wonen.
3. De dag van de plechtigheid bij een priesterwijding of intrede in het
klooster :

- du beau-frre ou de la belle-sur du conjoint de louvrier,


- de tout autre parent de louvrier. A ce parent sapplique la condition
exceptionnelle quil vive sous le mme toit que louvrier.
3. Le jour de la crmonie pour lordination ou entre au couvent :

- van een kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e),

- dun enfant de louvrier ou de son conjoint,

- van een regelmatig door hem opgevoed kind,

- dun enfant rgulirement lev par louvrier,

- van een kleinkind,

- dun petit-enfant,

- van een broer of zuster,

- dun frre ou dune sur,

- van een schoonbroer of schoonzuster van de arbeider,

- dun beau-frre ou dune belle-sur de louvrier,

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


- van een schoonbroer of een schoonzuster van de echtgeno(o)t(e)
van de arbeider,

47009

- dun beau-frre ou dune belle-sur du conjoint de louvrier,

- van gelijk welk ander familielid van de arbeider. voor dit familielid
geldt uitzonderlijk de voorwaarde dat deze onder hetzelfde dak als dat
van de arbeider dient te wonen.

- de tout autre parent de louvrier. A ce parent sapplique la condition


exceptionnelle quil vive sous le mme toit que louvrier.

4. Geboorte van een kind waarvan de afstamming langs de zijde van


de arbeider vaststaat : tien dagen voor de arbeider te kiezen binnen vier
maanden te rekenen vanaf de dag der bevalling, waarvan de eerste drie
dagen met behoud van zijn normaal loon, en de volgende zeven dagen
met een uitkering in het raam van de verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen.

4. Naissance dun enfant dont la filiation avec louvrier est tablie :


dix jours choisir par louvrier dans les quatre mois partir du jour de
laccouchement, dont les trois premiers jours dabsence, en bnficiant
du maintien de sa rmunration normale, et les sept jours suivants,
avec une allocation dans le cadre de lassurance soins de sant et
indemnits.

Hetzelfde recht komt, onder de voorwaarden en modaliteiten die op


artikel 30, 2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten zijn vastgesteld, toe aan de arbeider van wie de afstamming die in de vorige alinea wordt beoogd, niet kan worden vastgesteld
maar die, op het moment van de geboorte :

Le mme droit revient, sous les conditions et modalits fixes


larticle 30, 2 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail,
louvrier dont la filiation vise lalina prcdent ne peut tre tablie
mais qui, au moment de la naissance :

- gehuwd is met diegene ten aanzien van wie de afstamming


vaststaat;

- est mari avec la personne lgard de laquelle la filiation est


tablie;

- wettelijk samenwoont met diegene ten aanzien van wie de


afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft,
en niet is verbonden door een band van bloedverwantschap die leidt tot
een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen;

- cohabite lgalement avec la personne lgard de laquelle la


filiation est tablie et chez laquelle lenfant a sa rsidence principale, et
quils ne soient pas unis par un lien de parent entranant une
prohibition de mariage dont ils ne peuvent tre dispenss par le Roi;

- sedert een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de


geboorte op permanente en affectieve wijze samenwoont met diegene
ten aanzien van wie de afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn
hoofdverblijfplaats heeft, en niet is verbonden door een band van
bloedverwantschap die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de
Koning geen ontheffing kan verlenen. Het bewijs van samenwoning en
hoofdverblijf wordt geleverd aan de hand van een uittreksel uit het
bevolkingsregister.

- depuis une priode ininterrompue de trois ans prcdant la


naissance, cohabite de manire permanente et affective avec la personne lgard de laquelle la filiation est tablie et chez laquelle lenfant
a sa rsidence principale, et quils ne soient pas unis par un lien de
parent entranant une prohibition de mariage dont ils ne peuvent tre
dispenss par le Roi. La preuve de la cohabitation et de la rsidence
principale est fournie au moyen dun extrait du registre de la
population.

5. Overlijden van de echtgenoot of echtgenote, van een kind van de


arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e), van een door de arbeider opgevoed
kind, van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder of
stiefmoeder van de arbeider : drie dagen door de arbeider te kiezen
tijdens de periode die begint met de dag welke het overlijden
voorafgaat en eindigt de dag die op de begrafenis volgt.

5. Dcs du conjoint, dun enfant de louvrier ou de son conjoint, dun


enfant lev par louvrier, du pre, de la mre, du beau-pre, du second
mari de la mre, de la belle-mre ou de la seconde femme du pre de
louvrier : trois jours choisir par louvrier dans la priode commenant
la veille du jour du dcs et finissant le lendemain du jour des
funrailles.

6. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de


grootvader, de overgrootvader, de grootmoeder, de overgrootmoeder,
van een kleinkind, een achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter,
die bij de arbeider inwoont : twee dagen door de arbeider te kiezen in
de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de
dag van de begrafenis.

6. Dcs dun frre, dune sur, dun beau-frre, dune belle-sur, du


grand-pre, de larrire-grand-pre, de la grand-mre, de larrire-grandmre, dun petit-enfant, dun arrire-petit-enfant, dun gendre ou dune
bru habitant chez louvrier : deux jours choisir par louvrier dans la
priode commenant le jour du dcs et finissant le jour des funrailles.

7. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de


grootvader, overgrootvader, de grootmoeder, de overgrootmoeder, van
een kleinkind, een achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die
niet bij de arbeider inwoont : de dag van de begrafenis.

7. Dcs dun frre, dune sur, dun beau-frre, dune belle-sur, du


grand-pre, de larrire-grand-pre, de la grand-mre, de larrire-grandmre, dun petit-enfant, dun arrire-petit-enfant, dun gendre ou dune
bru nhabitant pas chez louvrier : le jour des funrailles.

8. Overlijden van gelijk welke bloedverwant wonend onder hetzelfde


dak als dat van de arbeider, van de voogd(es) van de minderjarige
arbeider of van het minderjarig kind voor wie de arbeider als voogd
optreedt : de dag van de begrafenis.

8. Dcs de tout autre parent vivant sous le mme toit que celui de
louvrier, du tuteur ou de la tutrice de louvrier mineur dge ou de
lenfant mineur dont louvrier est tuteur : le jour des funrailles.

9. Plechtige communie van een wettig, gewettigd, aangenomen of


natuurlijk erkend kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e) of
van een regelmatig door de arbeider opgevoed kind : n dag te kiezen
door de arbeider, tijdens de week waarin de gebeurtenis plaatsheeft of
tijdens de daaropvolgende week.

9. Communion solennelle dun enfant lgitime, lgitim, adopt ou


naturel reconnu de louvrier ou de son conjoint ou dun enfant
rgulirement lev par louvrier : un jour choisir par louvrier, dans
la semaine o se situe lvnement ou dans la semaine qui suit.

10. Deelneming van een wettig, gewettigd, aangenomen of natuurlijk


erkend kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e) of van een
regelmatig door de arbeider opgevoed kind aan het feest van de
vrijzinnige jeugd daar waar dat feest plaatsheeft : n dag te kiezen
door de arbeider, tijdens de week waarin de gebeurtenis plaatsheeft of
tijdens de daaropvolgende week.

10. Participation dun enfant lgitime, lgitim, adopt ou naturel


reconnu de louvrier ou de son conjoint, ou dun enfant rgulirement
lev par louvrier la fte de la jeunesse laque, l o elle est
organise : un jour choisir par louvrier dans la semaine o se situe
lvnement ou dans la semaine qui suit.

11. Verblijf van de dienstplichtige arbeider in een recruterings- en


selectiecentrum of in een militair hospitaal ten gevolge van zijn verblijf
in een recruterings- en selectiecentrum : de nodige tijd met een
maximum van drie dagen.

11. Sjour de louvrier milicien dans un centre de recrutement et de


slection ou dans un hpital militaire la suite de son passage dans un
centre de recrutement et de slection : le temps ncessaire avec un
maximum de trois jours.

12. Verblijf van de werknemer-gewetensbezwaarde op de administratieve gezondheidsdienst of in n van de verplegingsinrichtingen, die


overeenkomstig de wetgeving houdende het statuut van de gewetensbezwaarden door de Koning zijn aangewezen : de nodige tijd met een
maximum van drie dagen.

12. Sjour du travailleur objecteur de conscience au service de sant


administratif ou dans un des tablissements hospitaliers dsigns par le
Roi, conformment la lgislation portant sur le statut des objecteurs
de conscience : le temps ncessaire avec un maximum de trois jours.

13. Deelneming aan een officieel bijeengeroepen bijeenkomst van de


familieraad : de nodige tijd met een maximum van n dag.

13. Participation une runion dun conseil de famille convoqu


officiellement : le temps ncessaire avec un maximum dun jour.

14. Deelneming aan een jury, oproeping als getuige voor de


rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank : de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

14. Participation un jury, convocation comme tmoin devant les


tribunaux ou comparution personnelle ordonne par la juridiction du
travail : le temps ncessaire avec un maximum de cinq jours.

47010

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

15. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of


enig stembureau bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen : de nodige tijd.

15. Exercice des fonctions dassesseur dun bureau principal ou dun


bureau unique de vote, lors des lections lgislatives, provinciales et
communales : le temps ncessaire.

16. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor
stemopneming bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen : de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

16. Exercice des fonctions dassesseur dun bureau principal de


dpouillement lors des lections lgislatives, provinciales et communales : le temps ncessaire avec un maximum de cinq jours.

17. Uitoefening van het ambt van bijzitter in n van de hoofdbureaus bij de verkiezingen van het Europees Parlement : de nodige tijd
met een maximum van vijf dagen.

17. Exercice des fonctions dassesseur dun des bureaux principaux


lors de llection du Parlement europen : le temps ncessaire avec un
maximum de cinq jours.

18. Het onthaal van een kind in het gezin van de arbeider in het kader
van een adoptie : drie dagen naar keuze van de arbeider in de maand
volgend op de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werkman zijn verblijfplaats
heeft, als deel uitmakend van zijn gezin.

18. Accueil dun enfant dans la famille de louvrier dans le cadre


dune adoption : trois jours choisir dans le mois qui suit linscription
de lenfant dans le registre de la population ou dans le registre des
trangers de sa commune de rsidence comme faisant partie de son
mnage.

Art. 4. 1. Voor de toepassing van artikel 3.2., artikel 3.3. en


artikel 3.5. wordt het aangenomen of natuurlijk kind gelijkgesteld met
het wettig of gewettigd kind.

Art. 4. 1er. Lenfant adoptif ou naturel est assimil lenfant


lgitime ou lgitim pour lapplication de larticle 3.2., article 3.3. et
article 3.5.

2. Voor de toepassing van artikel 3.6. en artikel 3.7. worden de


schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader, overgrootvader, de
grootmoeder en de overgrootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de
arbeider gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader, de overgrootvader, de grootmoeder en de overgrootmoeder van
de arbeider.

2. Le beau-frre, la belle-sur, le grand-pre, larrire-grand-pre, la


grand-mre et larrire-grand-mre du conjoint de louvrier sont
assimils au beau-frre, la belle-sur, au grand-pre, larrire-grandpre, la grand-mre et larrire-grand-mre de louvrier pour
lapplication de larticle 3.6. et larticle 3.7.

Art. 5. Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 3 van deze


collectieve arbeidsovereenkomst, wordt de persoon, die samenwoont
met de arbeider en van zijn gezin deel uitmaakt, gelijkgesteld met de
echtgenote of echtgenoot.

Art. 5. Pour lapplication des dispositions de larticle 3 de la


prsente convention collective de travail, la personne cohabitant avec
louvrier et faisant partie de son mnage est assimile au conjoint ou
la conjointe.

Art. 6. Voor de toepassing van artikel 3 van deze collectieve


arbeidsovereenkomst worden alleen als afwezigheidsdagen beschouwd
de gewone werkdagen waarvoor de arbeider aanspraak had mogen
maken op het loon, indien hij door de redenen voorzien bij hetzelfde
artikel 3 niet belet was geweest te werken.

Art. 6. Pour lapplication de larticle 3 de la prsente convention


collective de travail, seules les journes dactivit habituelle pour
lesquelles louvrier aurait pu prtendre au salaire sil ne stait pas
trouv dans limpossibilit de travailler pour les motifs prvus au
mme article 3, sont considres comme jours dabsence.

Het normaal loon wordt berekend met inachtneming van de


besluiten genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van
18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de
wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.

Le salaire normal se calcule daprs les arrts pris en excution de


larrt royal du 18 avril 1974 dterminant les modalits gnrales
dexcution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fris.

Art. 7. Voor de toepassing van artikel 3.4., kunnen de eerste drie


dagen afwezigheid ook in halve dagen worden opgenomen. Indien
voor ploegenarbeid dit niet kan worden toegepast om organisatorische
redenen, dient op ondernemingsvlak een oplossing te worden gezocht.

Art. 7. Pour lapplication de larticle 3.4., les trois premiers jours


dabsence peuvent galement tre pris sous la forme de demi-journes.
Si cela ne peut pas tre appliqu au travail dquipe, pour des raisons
dorganisation, il faut chercher une solution au niveau de lentreprise.

Art. 8. 1. Voor de toepassing van artikel 3.18. hebben, conform de


programmawet van 9 juli 2004 (Belgisch Staatsblad van 15 juli 2004) en in
uitvoering daarvan, artikel 30ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende
de arbeidsovereenkomsten, de arbeiders het recht om afwezig te zijn
van het werk :

Art. 8. 1er. Pour lapplication de larticle 3.18., conformment la


loi-programme du 9 juillet 2004 (Moniteur belge du 15 juillet 2004) et en
excution de cette dernire, larticle 30ter de la loi du 3 juillet 1978
relative aux contrats de travail, les ouvriers ont le droit de sabsenter du
travail :

- indien het kind geen drie jaar oud is bij aanvang van het verlof : zes
weken ononderbroken en naar keuze van de arbeider, aanvangend
binnen de twee maanden volgend op de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de
arbeider zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van zijn gezin;

- si lenfant na pas trois ans au dbut du cong : six semaines sans


interruption et au choix de louvrier, dbutant dans les deux mois
suivant linscription dans le registre de la population ou des trangers
de la commune o louvrier a sa rsidence, comme faisant partie de sa
famille;

- indien het kind drie jaar of ouder is bij aanvang van het verlof : vier
weken ononderbroken en naar keuze van de arbeider, aanvangend
binnen de twee maanden volgend op de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de
arbeider zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van zijn gezin.

- si lenfant a trois ans ou plus au dbut du cong : quatre semaines


sans interruption et au choix de louvrier, dbutant dans les deux mois
suivant linscription dans le registre de la population ou des trangers
de la commune o louvrier a sa rsidence, comme personne faisant
partie de sa famille.

2. De afwezigheidsperiodes, zoals bepaald in 1 van dit artikel,


worden verdubbeld tot respectievelijk 12 of 8 weken, indien het kind
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van
tenminste 66 pct. of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat
tenminste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medischsociale schaal in de zin van de regelgeving op de kinderbijslag.

2. Les priodes dabsence telles que dfinies au 1er du prsent


article seront doubles pour atteindre respectivement 12 ou 8 semaines,
si lenfant est atteint dune incapacit corporelle ou mentale dau moins
66 p.c. ou dune affection qui donne lieu loctroi dau moins 4 points
dans le pilier 1 de lchelle mdico-sociale, au sens de la rglementation
relative aux allocations de famille.

3. De afwezigheidsperiodes, zoals bepaald in 1 en 2 van dit


artikel, dienen aan te vangen binnen de twee maanden volgend op de
inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister
van de gemeente waar de arbeider zijn verblijfplaats heeft, als deel
uitmakend van zijn gezin.

3. Les priodes dabsence telles que dfinies aux 1er et 2 du


prsent article doivent dbuter dans les deux mois suivant linscription
dans le registre de la population ou des trangers de la commune o
louvrier a sa rsidence, comme personne faisant partie de sa famille.

HOOFDSTUK IV. Slotbepalingen

CHAPITRE IV. Dispositions finales

Art. 9. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten in het Paritair
Subcomit voor de terugwinning van metalen, algemeen verbindend
verklaard bij koninklijk besluit van 2 juli 2010 (Belgisch Staatsblad van
31 augustus 2010).

Art. 9. La prsente convention collective de travail remplace la


convention collective de travail du 18 juin 2009, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour la rcupration des mtaux, rendue
obligatoire par arrt royal du 2 juillet 2010 (Moniteur belge du
31 aot 2010).

Art. 10. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op


1 juli 2011 en wordt gesloten voor onbepaalde duur.

Art. 10. La prsente convention collective de travail entre en vigueur


le 1er juillet 2011 et est valable pour une dure indtermine.

47011

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Zij kan door n van de partijen opgezegd worden mits een
opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende
brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomit voor de
terugwinning van metalen en aan de ondertekenende organisaties.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van
5 maart 2012.

Elle peut tre dnonce par lune des parties moyennant un pravis
de trois mois, notifi par lettre recommande la poste, adresse au
prsident de la Sous-commission paritaire pour la rcupration des
mtaux ainsi qu toutes les parties signataires.
Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

N. 2012 2357
[2012/200085]
5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van
metalen, betreffende het brugpensioen vanaf 56 jaar (1)

F. 2012 2357
[2012/200085]
5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention
collective de travail du 22 juin 2011, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative
la prpension partir de 56 ans (1)

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen;
Op de voordracht van de Minister van Werk,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail
et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Vu la demande de la Sous-commission paritaire pour la rcupration


de mtaux;
Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,
Nous avons arrt et arrtons :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage


overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011, gesloten in het Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen,
betreffende het brugpensioen vanaf 56 jaar.

Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail


du 22 juin 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour la rcupration de mtaux, relative la
prpension partir de 56 ans.

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

ALBERT

Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Subcomit voor de terugwinning van metalen

Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux

Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011

Convention collective de travail du 22 juin 2011

Brugpensioen vanaf 56 jaar


(Overeenkomst geregistreerd op 27 juli 2011
onder het nummer 104881/CO/142.01)

Prpension partir de 56 ans (Convention enregistre le 27 juillet 2011


sous le numro 104881/CO/142.01)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Subcomit voor de terugwinning van
metalen.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs, aux ouvriers et ouvrires des entreprises qui ressortissent la Sous-commission paritaire pour la rcupration de mtaux.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt


onder werklieden verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.

Pour lapplication de la prsente convention collective de travail, on


entend par ouvriers : les ouvriers et les ouvrires.

HOOFDSTUK II. Algemene beschikkingen

CHAPITRE II. Dispositions gnrales

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten overeenkomstig en in uitvoering van :

Art. 2. La prsente convention collective de travail est conclue


conformment et en excution :

- de bepalingen opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst


nummer 96 van 20 februari 2009, gesloten in de Nationale Arbeidsraad,
tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding voor
sommige oudere werknemers die worden ontslagen, ter uitvoering van
het interprofessioneel akkoord van 22 december 2008;

- des dispositions de la convention collective de travail numro 96 du


20 fvrier 2009, conclue au sein du Conseil national du travail,
instaurant un rgime dindemnit complmentaire pour certains travailleurs gs, en cas de licenciement, en excution de laccord
interprofessionnel du 22 dcembre 2008;

47012

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

- de bepalingen opgenomen in het advies nummer 1 627 van


20 december 2007 gesloten in de Nationale Arbeidsraad;

- des dispositions de lavis numro 1 627 du 20 dcembre 2007 conclu


au sein du Conseil national du travail;

- hoofdstuk III van de wet betreffende de uitvoering van het


interprofessioneel akkoord 2007-2008 van 21 december 2007 (Belgisch
Staatsblad van 31 december 2007);

- du chapitre III de la loi relative lexcution de laccord


interprofessionnel 2007-2008 du 21 dcembre 2007 (Moniteur belge
du 31 dcembre 2007);

- hoofdstuk VII, afdeling 2 van de wet van 12 april 2011 houdende


aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de
crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en
tot uitvoering van het compromis van de Regering met betrekking tot
het ontwerp van interprofessioneel akkoord (Belgisch Staatsblad van
28 april 2011).

- du chapitre VII, section 2 de la loi du 12 avril 2011 modifiant la loi


du 1er fvrier 2011 portant la prolongation de mesures de crise et de
lexcution de laccord interprofessionnel, et excutant le compromis du
Gouvernement relatif au projet daccord interprofessionnel (Moniteur
belge du 28 avril 2011).

HOOFDSTUK III. Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding

CHAPITRE III. Ayants droit lindemnit complmentaire

Art. 3. Deze brugpensioenregeling geldt voor arbeiders die worden


ontslagen, en die 56 jaar of ouder zijn gedurende de periode van
1 januari 2011 tot 31 december 2012 en die op het ogenblik van de
beindiging van de arbeidsovereenkomst een beroepsverleden van
tenminste 40 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden.

Art. 3. Ce rgime de prpension bnficie aux ouvriers qui sont


licencis, et qui sont gs, au cours de la priode du 1er janvier 2011 au
31 dcembre 2012, de 56 ans ou plus et peuvent se prvaloir au moment
de la fin du contrat de travail dun pass professionnel dau
moins 40 ans en tant que travailleur salari.

Bovendien moeten deze arbeiders het bewijs leveren dat vr de


leeftijd van 17 jaar tenminste 78 dagen arbeidsprestaties zijn geleverd
waarvoor sociale zekerheidsbijdragen zijn betaald of tenminste 78 dagen
arbeidsprestaties zijn geleverd in het kader van leerlingenwezen welke
zich situeren vr 1 september 1983.

En outre, ces ouvriers doivent pouvoir prouver quils ont effectu,


avant lge de 17 ans, pendant au moins 78 jours, des prestations de
travail pour lesquelles des cotisations de scurit sociale ont t payes,
ou au moins 78 jours de prestations de travail dans le cadre de
lapprentissage qui se situent avant le 1er septembre 1983.

HOOFDSTUK IV. Toepassingsregels

CHAPITRE IV. Modalits dapplication

Art. 4. Voor de bepalingen die niet zijn geregeld via deze collectieve
arbeidsovereenkomst, zijn de bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomst nummer 17 van 19 december 1974 tot invoering van een
regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde
werknemers indien zij worden ontslagen, van toepassing.

Art. 4. Pour les points qui ne sont pas rgls par la prsente
convention collective de travail, les dispositions de la convention
collective de travail numro 17 du 19 dcembre 1974 instituant un
rgime dindemnit complmentaire en faveur de certains travailleurs
gs en cas de licenciement sont dapplication.

HOOFDSTUK V. Betaling van de aanvullende vergoeding

CHAPITRE V. Paiement de lindemnit complmentaire

Art. 5. De betaalplicht van de aanvullende vergoeding van de


werkgever wordt overgedragen aan het Sociaal Fonds voor de
ondernemingen voor de terugwinning van metalen.

Art. 5. Lobligation de paiement de lindemnit complmentaire de


lemployeur est transfre au Fonds social des entreprises pour la
rcupration de mtaux.

Het Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor de terugwinning


van metalen zal hiertoe de nodige modaliteiten uitwerken.

Le Fonds social des entreprises pour la rcupration de mtaux


mettra au point les modalits ncessaires cet effet.

HOOFDSTUK VI. Geldigheid

CHAPITRE VI. Validit

Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op


1 januari 2011 en treedt buiten werking op 31 december 2012.

Art. 6. La prsente convention collective de travail entre en vigueur


le 1er janvier 2011 et cesse dtre en vigueur le 31 dcembre 2012.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van


5 maart 2012.

Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.


La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2358

[2012/200831]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juni 2009,
gesloten in het Paritair Comit voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de tweede verlenging van artikel 6,
3 en 4 (overgangsmaatregel) van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 2007 betreffende het nationaal
akkoord 2007-2008 (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2358

[2012/200831]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 12 juin 2009, conclue au sein de la
Commission paritaire pour employs des fabrications mtalliques,
relative la deuxime prolongation de larticle 6, 3 et 4 (mesure
transitoire) de la convention collective de travail du 24 septembre 2007 concernant laccord national 2007-2008 (1)

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve


arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail


et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comit voor de bedienden der
metaalfabrikatennijverheid;

Vu la demande de la Commission paritaire pour employs des


fabrications mtalliques;

Op de voordracht van de Minister van Werk,


Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juni 2009, gesloten in het Paritair Comit voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de tweede verlenging van artikel 6, 3 en 4
(overgangsmaatregel) van de collectieve arbeidsovereenkomst van
24 september 2007 betreffende het nationaal akkoord 2007 - 2008.

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,


Nous avons arrt et arrtons :
Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail
du 12 juin 2009, reprise en annexe, conclue au sein de la Commission
paritaire pour employs des fabrications mtalliques, relative la
deuxime prolongation de larticle 6, 3 et 4 (mesure transitoire) de la
convention collective de travail du 24 septembre 2007 concernant
laccord national 2007-2008.

47013

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.
Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota

Note

(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :


Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

(1) Rfrence au Moniteur belge :


Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Comit voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid

Commission paritaire pour employs des fabrications mtalliques

Collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juni 2009

Convention collective de travail du 12 juin 2009

Tweede verlenging van artikel 6, 3 en 4 (overgangsmaatregel) van de


collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 2007 betreffende
het nationaal akkoord 2007 - 2008 (Overeenkomst geregistreerd op
3 augustus 2009 onder het nummer 93268/CO/209)

Deuxime prolongation de larticle 6, 3 et 4 (mesure transitoire) de la


convention collective de travail du 24 septembre 2007 concernant
laccord national 2007 - 2008 (Convention enregistre le 3 aot 2009
sous le numro 93268/CO/209)
Article 1er. Champ dapplication

Artikel 1. Toepassingsgebied
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de
werkgevers en hun gebaremiseerde en baremiseerbare bedienden die
behoren tot het Paritair Comit voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid.

La prsente convention collective de travail est dapplication aux


employeurs et leurs employs barmiss et barmisables ressortissant
la Commission paritaire pour employs des fabrications mtalliques.
Art. 2. Prolongation

Art. 2. Verlenging
De overgangsmaatregelen voor de invoering van een nieuwe nationale minimum weddeschaal en ondernemingsbaremas, zoals opgenomen in artikel 6, 3 en 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van
24 september 2007 houdende het Nationaal akkoord 2007 - 2008
(registratienummer 85840/CO/209), en verlengd door de collectieve
arbeidsovereenkomst van 1 december 2008 (registratienummer
90163/CO/209), wordt verlengd tot 31 december 2009.

La mesure transitoire pour lintroduction dun nouveau barme


national des appointements minimums et barmes dentreprise, telle
que prvue par larticle 6, 3 et 4 de la convention collective de travail
du 24 septembre 2007 concernant laccord national 2007 - 2008 (numro
denregistrement 85840/CO/209), prolonge par la convention collective de travail du 1er dcembre 2008 (numro denregistrement
90163/CO/209) est prolonge jusquau 31 dcembre 2009.
Art. 3. Dure

Art. 3. Duur
Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor bepaalde
duur van 1 juli 2009 tot 31 december 2009.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van
5 maart 2012.

La prsente convention collective de travail est conclue pour une


dure dtermine du 1er juillet 2009 jusquau 31 dcembre 2009.
Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.
La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
N. 2012 2359

[2012/200884]

5 MAART 2012. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend


wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011,
gesloten in het Paritair Subcomit voor de metaalhandel, betreffende de werkzekerheid (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
F. 2012 2359

[2012/200884]

5 MARS 2012. Arrt royal rendant obligatoire la convention


collective de travail du 16 juin 2011, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour le commerce du mtal, relative la
scurit demploi (1)
ALBERT II, Roi des Belges,
A tous, prsents et venir, Salut.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve


arbeidsovereenkomsten en de paritaire comits, inzonderheid op
artikel 28;

Vu la loi du 5 dcembre 1968 sur les conventions collectives de travail


et les commissions paritaires, notamment larticle 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomit voor de metaalhandel;

Vu la demande de la Sous-commission paritaire pour le commerce du


mtal;

Op de voordracht van de Minister van Werk,


Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011, gesloten in het Paritair Subcomit voor de metaalhandel, betreffende de
werkzekerheid.

Sur la proposition de la Ministre de lEmploi,


Nous avons arrt et arrtons :
Article 1er. Est rendue obligatoire la convention collective de travail
du 16 juin 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la Souscommission paritaire pour le commerce du mtal, relative la scurit
demploi.

47014

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering


van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2012.

Art. 2. Le Ministre qui a lEmploi dans ses attributions est charg de


lexcution du prsent arrt.
Donn Bruxelles, le 5 mars 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Werk,


Mevr. M. DE CONINCK

La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Note
(1) Rfrence au Moniteur belge :
Loi du 5 dcembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.

Bijlage

Annexe

Paritair Subcomit voor de metaalhandel

Sous-commission paritaire pour le commerce du mtal

Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011

Convention collective de travail du 16 juin 2011

Werkzekerheid (Overeenkomst geregistreerd op 18 juli 2011


onder het nummer 104836/CO/149.04)

Scurit demploi (Convention enregistre le 18 juillet 2011


sous le numro 104836/CO/149.04)

HOOFDSTUK I. Toepassingsgebied

CHAPITRE Ier. Champ dapplication

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing


op de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die
ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomit voor de
metaalhandel.

Article 1er. La prsente convention collective de travail sapplique


aux employeurs, ouvriers et ouvrires des entreprises relevant de la
comptence de la Sous-commission paritaire pour le commerce du
mtal.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt


onder werklieden verstaan : de werklieden en werksters.

Pour lapplication de la prsente convention collective de travail, on


entend par ouvriers : les ouvriers et ouvrires.

HOOFDSTUK II. Voorwerp

CHAPITRE II. Objet

Sectie 1. Principe

Section 1re. Principe

Art. 2. Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal


in geen enkele onderneming overgegaan worden tot meervoudig
ontslag vooraleer alle andere tewerkstellingsbehoudende maatregelen met inbegrip van tijdelijke werkloosheid - uitgeput zijn en vooraleer de
mogelijkheid tot beroepsopleiding voor de getroffen werklieden werd
onderzocht. Voor de werklieden ouder dan 45 jaar zal prioritair naar
tewerkstellingsbehoudende maatregelen worden gezocht.

Art. 2. Pendant la dure de la prsente convention collective de


travail, aucune entreprise ne procdera des licenciements multiples
avant davoir puis toutes les autres mesures de maintien de lemploi
- y compris le chmage temporaire - et examin la possibilit de
formation professionnelle pour les ouvriers touchs. Pour les ouvriers
de plus de 45 ans, on cherchera par priorit des mesures visant
sauvegarder lemploi.

Sectie 2. Definities

Section 2. Dfinitions

Art. 3. Als ontslag wordt beschouwd : elk ontslag om economische, financile, structurele, technische en alle andere redenen onafhankelijk van de wil van de werklieden, met uitzondering van het ontslag
om dringende redenen.

Art. 3. Par licenciement, il faut entendre ce qui suit : tout licenciement pour raisons conomiques, financires, structurelles, techniques et
toute autre raison indpendante de la volont des ouvriers, lexception du licenciement pour motif grave.

Art. 4. Als meervoudig ontslag wordt beschouwd een ontslag van


tenminste :

Art. 4. Par licenciement multiple, il faut entendre tout licenciement dau moins :

2 werklieden in ondernemingen met 8 werklieden of minder;

2 ouvriers dans les entreprises de 8 ouvriers ou moins;

3 werklieden in ondernemingen van 9 tot 17 werklieden;

3 ouvriers dans les entreprises de 9 17 ouvriers;

4 werklieden in ondernemingen van 18 tot 22 werklieden;

4 ouvriers dans les entreprises de 18 22 ouvriers;

5 werklieden in ondernemingen van 23 tot 28 werklieden;

5 ouvriers dans les entreprises de 23 28 ouvriers;

6 werklieden in ondernemingen vanaf 29 werklieden,

6 ouvriers dans les entreprises partir de 29 ouvriers,

dit alles in de loop van een periode van zestig kalenderdagen.

et ce, dans un dlai de soixante jours calendrier.

Voor de toepassing van de vorige alinea dient als onderneming te


worden beschouwd :

Pour lapplication de lalina prcdent, lentreprise doit tre considre comme tant :

het geheel van arbeiders behorende tot het Paritair Subcomit voor
de metaalhandel in de schoot van dezelfde onderneming.

lensemble des ouvriers faisant partie de la Sous-commission


paritaire pour le commerce du mtal au sein de la mme entreprise.

De definitie van onderneming die in de vorige alinea wordt vermeld,


is alleen bestemd voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst en meer bepaald in zijn artikel 4.

La dfinition dentreprise mentionne lalina prcdent est


uniquement destine lapplication de la prsente convention collective de travail et plus particulirement son article 4.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

47015

Sectie 3. Procedure

Section 3. Procdure

Art. 5. Indien een onderneming zich in onvoorzienbare economische en/of financile omstandigheden bevindt, waardoor bijvoorbeeld
tijdelijke werkloosheid of andere equivalente maatregelen sociaal
economisch onhoudbaar worden, is de werkgever gehouden de
volgende sectorale overlegprocedure na te leven. Tijdens deze overlegprocedure kan niet tot ontslag worden overgegaan.

Art. 5. Si une entreprise se trouve dans des circonstances conomiques et/ou financires imprvisibles et imprvues, rendant par exemple le chmage temporaire ou dautres mesures quivalentes intenables
sur le plan socio-conomique, lemployeur est tenu de respecter la
procdure de concertation sectorielle ci-aprs. Il ne peut procder
aucun licenciement durant cette procdure de licenciement.

1. De mededeling van de intentie tot meervoudig ontslag gebeurt


door de werkgever voorafgaandelijk aan de ondernemingsraad of bij
ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging. Indien er geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging bestaat, licht hij voorafgaandelijk
de voorzitter van het paritair subcomit in, die op zijn beurt de
werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het
paritair subcomit inlicht.

1. La communication de lintention de licenciement multiple est faite


pralablement par lemployeur au conseil dentreprise ou, dfaut, la
dlgation syndicale. Sil nexiste ni conseil dentreprise ni dlgation
syndicale, il informe pralablement le prsident de la sous-commission
paritaire, qui informe son tour les organisations patronales et
syndicales reprsentes au sein de la sous-commission paritaire.

2. Binnen de vijftien kalenderdagen na de mededeling, zoals


hierboven vermeld, start het overleg over alternatieve maatregelen. Dit
overleg wordt steeds gevoerd met de vakbondsafvaardiging, bijgestaan
door de vakbondssecretarissen van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de vakbondsafvaardiging. In ondernemingen zonder
een vakbondsafvaardiging is de collectieve arbeidsovereenkomst inzake
representatieve functie van toepassing.

2. Dans les quinze jours calendrier suivant la communication, comme


mentionn ci-dessus, la concertation sur les mesures alternatives
dmarre. Cette concertation est toujours mene avec la dlgation
syndicale, assiste des secrtaires syndicaux des organisations de
travailleurs reprsentes dans la dlgation syndicale. Dans les entreprises sans dlgation syndicale, la convention collective de travail
relative la fonction reprsentative est dapplication.

3. Het overleg dient gespreid te verlopen over minstens 3 overlegvergaderingen met notulen en telkens mits een tussenpauze van
minstens n week, tenzij expliciet anders overeengekomen tussen de
betrokken partijen.

3. La concertation doit tre tale sur 3 runions de concertation au


moins avec procs-verbal et moyennant une pause intermdiaire dune
semaine au moins chaque fois, sauf si les parties en conviennent
autrement de faon explicite.

4. Pas hierna - en dus niet tijdens de tijdsspanne waarbinnen de


overlegvergaderingen plaatsvinden - kan er tot ontslag worden overgegaan.

4. Ce nest quaprs - et donc pas dans la priode o les runions de


concertation ont lieu - quon peut procder au licenciement.

Deze procedure is eveneens van toepassing bij faillissement.

Cette procdure est galement applicable en cas de faillite.

Sectie 4. Sanctie

Section 4. Sanction

Art. 6. Bij niet-naleving van de procedure bepaald in artikel 5, dient


de in gebreke zijnde werkgever, naast de normale opzeggingstermijn,
aan de betrokken werknemers een vergoeding te betalen. Deze
vergoeding is gelijk aan het loon verschuldigd voor de genoemde
opzeggingstermijn. In geval van betwisting wordt beroep gedaan op
het verzoeningsbureau op vraag van de meest gerede partij.

Art. 6. En cas de non-respect de la procdure fixe larticle 5,


lemployeur en dfaut est tenu de payer une indemnit aux travailleurs
concerns, outre le dlai de pravis normal. Cette indemnit est gale
au salaire d pour le dlai de pravis prcit. En cas de litige, il sera fait
appel au bureau de conciliation la demande de la partie la plus
diligente.

De afwezigheid van een werkgever op de in deze procedure


voorziene bijeenkomst van het verzoeningsbureau wordt beschouwd
als een niet-naleving van de bovenstaande procedure. De werkgever
kan zich laten vertegenwoordigen door een bevoegde afgevaardigde
behorende tot zijn onderneming.

Labsence dun employeur la runion du bureau de conciliation,


prvue par la prsente procdure, est considre comme un non-respect
de ladite procdure. Lemployeur peut se faire reprsenter par un
dlgu comptent appartenant son entreprise.

Indien de overlegprocedure niet is gevolgd is de sanctie eveneens


van toepassing in geval van faillissement.

Si la procdure de concertation na pas t suivie, la sanction est


galement dapplication en cas de faillite.

De sanctie is eveneens van toepassing op de werkgever die een


unaniem advies van het verzoeningsbureau niet toepast.

Cette sanction sapplique galement lemployeur qui ne respecte


pas lavis unanime du bureau de conciliation.

HOOFDSTUK III. Geldigheid

CHAPITRE III. Validit

Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten in het Paritair
Subcomit voor de metaalhandel, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 5 juli 2004 (Belgisch Staatsblad van 24 augustus 2004).

Art. 7. La prsente convention collective de travail remplace la


convention collective de travail du 8 juillet 2003, conclue au sein de la
Sous-commission paritaire pour le commerce du mtal, rendue obligatoire par arrt royal du 5 juillet 2004 (Moniteur belge du 24 aot 2004).

Art. 8. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met


ingang van 1 juli 2011 en wordt gesloten voor onbepaalde duur.

Art. 8. La prsente convention collective de travail produit ses effet


le 1er juillet 2011 et est conclue pour une dure indtermine.

Zij kan door n van de partijen worden opgezegd mits een


opzegging van zes maanden, betekend bij een ter post aangetekende
brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomit voor de
metaalhandel.

Elle peut tre dnonce par lune des parties moyennant un pravis
de six mois, notifi par lettre recommande la poste, adresse au
prsident de la Sous-commission paritaire pour le commerce du mtal.

Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 juli 2013.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van
5 maart 2012.
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK

Ce pravis ne peut prendre cours qu partir du 1er juillet 2013.


Vu pour tre annex larrt royal du 5 mars 2012.
La Ministre de lEmploi,
Mme M. DE CONINCK

47016

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


FEDERAL PUBLIC SERVICE SOCIAL SECURITY
D. 2012 2360

[C 2012/22309]
Memorandum of Understanding between The Minister of Social Affairs
of the Kingdom of Belgium and The United States Social Security Administration

The Minister of Social Affairs of the Kingdom of Belgium and the United States (US) Social Security Administration
(SSA), to further the mutual cooperation between the two authorities with regard to coverage of certain U.S. workers
subject to the Agreement between the United States of America and the Kingdom of Belgium on Social Security of
February 19, 1982 (Social Security Agreement),
Have agreed as follows :
Article 1
Introduction and Purpose
This Memorandum of Understanding (MOU) sets forth the basis under which the Minister of Social Affairs of the
Kingdom of Belgium and the United States (US) Social Security Administration (SSA) will grant an exception from the
Belgium social security system under the conditions set forth in Article 4 of this MOU, for a category of US employees
working for US contractors providing services to the U.S. Forces and its civilian components in Belgium.
Both parties agree to this exception under Article VIII of the Social Security Agreement.
Article 2
Responsibility of the United States
On a monthly basis, the SSA will provide the competent Belgian institution with copies of all the new certificates
of coverage issued under Article VIII of the Social Security Agreement for the categories of employees identified in
Article 4 of this MOU.
The competent Belgian institution is :
the National Social Security Office (N.S.S.), Place Victor Horta 11, 1060 Brussels, Belgium.
Article 3
Legal Authority
Article VIII of the Social Security Agreement states that The Competent Authorities may agree to grant an
exception to the provisions of Part III in the interest of particular workers or particular categories of workers, provided
that any affected worker shall be subject to the laws of one of the Contracting States.
Article 4
Categories of Workers
1. The U.S. employees working for U.S. contractors providing services to the U.S. Forces and its civilian
components in Belgium who meet the following conditions :
These employees are U.S. nationals and permanent U.S. residents who are temporarily detached from
commercial or non-commercial US contractors under contracts awarded by the US Forces. These employees are
performing services exclusively for the US Forces and its civilian components in Belgium.
Such employees are temporarily detached
a) by a US non-commercial organization to accompany the US Forces in Belgium, solely for contributing to their
health, welfare, morale and education. Non-commercial organizations include, but are not limited to, youth movements
or universities.
b) by a US commercial organization to accompany the US Forces as persons involved in analytical support services
or as technical experts or as troop care providers :
persons involved in analytical support services : persons providing analytical services who support activities in
the area of military planning and intelligence analysis, as well as activities in support of various commands through
strategic and war planning.
technical experts necessary for the military needs of the US Forces either in fields requiring advanced technical
knowledge or for the accomplishment of complex technical tasks of a military or scientific nature. These technical
experts are persons with the skills and knowledge necessary for the accomplishment of tasks of a technical military
nature, or of a technical scientific nature, and meet the security clearance requirements of the US forces.
These persons must have acquired the skill and knowledge through a process of higher education or through a
period of specialized training and experience. They may also include highly skilled workers in trades or in private
sector occupations, such as :
(i) Computer software engineers;
(ii) Technicians responsible for the maintenance of aircraft (including aircraft used for the transport of Supreme
Allied Commander Europe/Commander United States European Command), combat vehicles and weapons systems;
(iii) Persons who as former officers or non-commissioned officers have technical military skills or the technical
military knowledge required for the performance of their work in addition to their other technical skills.
troop care providers who provide medical, social, and career related services to members of the U.S. Force,
members of the civilian component or dependents under the Agreement between the Parties to the North Atlantic
Treaty regarding the status of their Forces, of 19 June 1951.
2 Upon the enactment of this MOU, the status of Social Security of the U.S. employees employed by U.S.
contractors already providing services to the U.S. Forces and its civilian component in Belgium will be regularised.
These employees will remain subject to the U.S. Social Security for the period they are in the service of the U.S.
Forces and its civilian components in Belgium.
They must meet the conditions listed in paragraph 1 of this article.
3. Pursuant to Article VIII of the Social security Agreement the SSA will be responsible for issuing certificates of
coverage for the categories of workers as defined under paragraphs 1 and 2 of article 4 of this MOU.
As a requirement for issuing a certificate of coverage SSA will require the U.S. employer to confirm the following
information
the employer is a US contractor providing services to the US Forces and their civilian components in Belgium;
the employer is a US employer, with the exact contact details, especially location (address) in US;

47017

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


the employer confirms that it exercises the authority in case of termination by the employer;
the employer confirms that the employee is performing services exclusively for the U.S. Forces and their civilian
components in Belgium;
the employee is a U.S. national, permanent U.S. resident (address in USA);
the start date of employment of the employee for the U.S. employer;
the employment duration in Belgium (start and end dates) of the employee;
the mission of the employee in Belgium;
the exact work location (address) in Belgium the employee; and
any changes in the employment status of the employees issued certificates of coverage under this MOU.
4. The data under point 3 and any changes to this data shall be communicated to the Belgian competent institution
(N.S.S National Social Security Office).
Article 5
Duration of Memorandum of Understanding
This MOU will become effective on July 1, 2012. This MOU (present accord) is concluded for an indefinite period.
It shall be in effect from year to year, unless one of the contracting states denounces it in writing at least three
months before its expiration.
Article 6
Persons to Contact
1. The SSA contact for questions concerning this MOU is :
Daira I. Birmingham, Director, Office of Agreements Implementation, Office of International Programs, 6401
Security Blvd., Room 3705 Robert M. Ball Bldg., Baltimore, MD 21235, Phone : (410) 965-5124.
2. The Federal Public Service Social Security of the Kingdom of Belgium contact for questions concerning this MOU
is :
Direction Strategy, International Affairs & Research, Centre administratif Botanique, Finance Tower, Bd du Jardin
Botanique, 50, p.o. box 135, 1000 Brussels, Belgium, Phone : (++ 322) 528.60.30,
Fax : (++ 322) 528.69.67, E-mail : dgstrat@minsoc.fed.be
Article 7
Approval
The authorized officials whose signatures appear below have committed their respective agency or authority to the
terms of this MOU.
DONE in duplicate at Baltimore on June 20, 2012 in English and Brussel on June 30, 2012 in English.
For The Minister of Social Affairs
By Tom AUWERS
General Manager
For the U.S Social Security Administration
By Georgina R Harding
Acting Associate Commissioner for International Programs

VERTALING

TRADUCTION

FEDERALE OVERHEIDSDIENST
SOCIALE ZEKERHEID

SERVICE PUBLIC FEDERAL


SECURITE SOCIALE

N. 2012 2360

[C 2012/22309]

F. 2012 2360

[C 2012/22309]

Memorandum van overeenstemming tussen de Minister van Sociale


Zaken van het Koninkrijk Belgi en de Socialezekerheidsadministratie van de Verenigde Staten van Amerika

Mmorandum daccord entre le Ministre des Affaires sociales du


Royaume de Belgique et lAdministration de la Scurit sociale des
Etats-Unis dAmrique

De Minister van Sociale Zaken van het Koninkrijk Belgi en de


Socialezekerheidsadministratie van de Verenigde Staten van Amerika
zijn, met het oog op de bevordering van de wederzijdse samenwerking
tussen de beide autoriteiten op het vlak van de onderwerping van
bepaalde Amerikaanse werknemers op wie de Overeenkomst over de
sociale zekerheid tussen het Koninkrijk Belgi en de Verenigde Staten
van Amerika van 19 februari 1982 (socialezekerheidsovereenkomst)
van toepassing is, het volgende overeengekomen :

Le Ministre des Affaires sociales du Royaume de Belgique et


lAdministration de la Scurit sociale (SSA) des Etats-Unis dAmrique, en vue de renforcer la coopration mutuelle entre les deux
autorits en matire dassujettissement de certains travailleurs des
Etats-Unis relevant de la Convention entre le Royaume de Belgique et
les Etats-Unis dAmrique du 19 fvrier 1982 relative la scurit
sociale (Convention de scurit sociale), ont convenu de ce qui suit :

Artikel 1

Article 1er

Inleiding en doel
Op basis van dit Memorandum van overeenstemming (MVO) zullen
de Minister van Sociale Zaken van het Koninkrijk Belgi en de
Socialezekerheidsadministratie van de Verenigde Staten van Amerika,
onder de voorwaarden vermeld in artikel 4 van dit MVO, een
uitzondering toestaan op de onderwerping aan het Belgische socialezekerheidssysteem voor een categorie van Amerikaanse werknemers
die in dienst van Amerikaanse contractanten diensten verlenen aan de
strijdkrachten van de Verenigde Staten en de civiele componenten
ervan in Belgi.

Introduction et finalit
Le prsent Mmorandum daccord (MA) dfinit la base sur laquelle
le Ministre des Affaires sociales du Royaume de Belgique et lAdministration de la Scurit sociale des Etats-Unis (SSA) accorderont une
exemption dassujettissement au systme de scurit sociale belge dans
les conditions dfinies larticle 4 du prsent MA, pour une catgorie
de personnel amricain travaillant pour des contractants amricains qui
fournissent des services aux Forces armes amricaines et leurs
composantes civiles en Belgique.

47018

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

Beide partijen stemmen in met deze uitzondering krachtens artikel 8


van de Overeenkomst over de sociale zekerheid.

Les deux parties conviennent de cette exception aux termes de


larticle 8 de la Convention de scurit sociale (CSS).

Artikel 2

Article 2

Verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten


De Socialezekerheidsadministratie van de Verenigde Staten van
Amerika zal de bevoegde Belgische instelling maandelijks kopien
bezorgen van alle nieuwe attesten van onderwerping die krachtens
artikel 8 van de Overeenkomst over de sociale zekerheid zijn afgeleverd
voor de categorien van werknemers bedoeld in artikel 4 van dit MVO.
De bevoegde Belgische instelling is :
de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), Victor Hortaplein 11,
1060 Brussel, Belgi.

Responsabilit des Etats-Unis


La SSA fournira mensuellement linstitution belge comptente des
copies de tous les nouveaux certificats dassujettissement mis aux
termes de larticle 8 de Convention de scurit sociale pour les
catgories de personnel identifies larticle 4 du prsent MA.
Linstitution belge comptente est :
LOffice national de Scurit sociale (ONSS), place Victor Horta 11,
1060 Bruxelles, Belgique.

Artikel 3

Article 3

Wettelijke basis
Artikel 8 van de Overeenkomst over de sociale zekerheid bepaalt het
volgende : In het belang van sommige arbeiders of categorien
arbeiders kunnen de bevoegde autoriteiten in gemeen overleg in
uitzonderingen op de bepalingen van deze Titel III voorzien voor zover
de arbeider onderworpen blijft aan de wetgeving van n der
Overeenkomstsluitende Partijen.

Base lgale
Larticle 8 de la Convention de scurit sociale dispose que : Les
autorits comptentes peuvent prvoir dun commun accord, dans
lintrt de certains travailleurs ou de certaines catgories de travailleurs, des exceptions aux dispositions de ce titre III pour autant que
le travailleur reste soumis la lgislation dune des Parties contractantes .

Article 4

Article 4

Categorien werknemers
1. De Amerikaanse werknemers die in dienst van Amerikaanse
contractanten diensten verlenen aan de strijdkrachten van de Verenigde
Staten en de civiele componenten ervan in Belgi die aan de volgende
voorwaarden voldoen :
De bedoelde werknemers zijn Amerikaanse onderdanen die hun
woonplaats in de Verenigde Staten hebben en die tijdelijk door
commercile of niet-commercile Amerikaanse contractanten worden
gedetacheerd ingevolgde overeenkomsten afgesloten met de strijdkrachten van de Verenigde Staten. Deze werknemers verlenen uitsluitend
diensten ten behoeve van de strijdkrachten van de Verenigde Staten en
de civiele componenten ervan in Belgi.
De bedoelde werknemers :
a) zijn tijdelijk gedetacheerd door een niet-commercile organisatie
van de Verenigde Staten en begeleiden de strijdkrachten van de
Verenigde Staten enkel en alleen om bij te dragen aan hun gezondheid,
hun welzijn, hun moreel en hun opleiding. Onder niet-commercile
organisaties vallen onder meer jeugdbewegingen en universiteiten;
b) zijn tijdelijk gedetacheerd door een commercile organisatie van de
Verenigde Staten en begeleiden de strijdkrachten van de Verenigde
Staten als verlener van analytische steun of als technisch deskundige
dan wel als persoon die belast is met de medische en sociale bijstand
aan de troepen;
onder verleners van analytische steun dient te worden verstaan
personen die analytische diensten verrichten ter ondersteuning op het
vlak van de militaire planning en van de analyse van inlichtingen dan
wel van de activiteiten ter ondersteuning van de verschillende
commandos via strategische planning en oorlogsplanning;
onder technisch deskundigen dient te worden verstaan personen
die nodig zijn voor de militaire behoeften van de strijdkrachten van de
Verenigde Staten hetzij in domeinen waar hoogstaande technische
kennis vereist is hetzij voor het uitvoeren van complexe taken van
militaire of wetenschappelijke aard. De technisch deskundigen zijn
personen die beschikken over de nodige vaardigheden en kennis voor
het uitvoeren van technische taken van militaire of wetenschappelijke
aard en voldoen aan de eisen inzake veiligheidsmachtiging van de
strijdkrachten van de Verenigde Staten.
Deze personen moeten deze vaardigheden en kennis hebben verworven via hogere studies of tijdens een periode waar ervaring werd
opgedaan of via een gespecialiseerde opleiding. Tot deze categorie
personen behoren ook hooggekwalificeerde werknemers in praktische
beroepen of functies uit de privsector, met name :
(i) Software-ingenieurs;
(ii) technici verantwoordelijk voor het onderhoud van de vliegtuigen
(daaronder begrepen de vliegtuigen voor de verplaatsingen van de
Opperbevelhebber van de Geallieerde Strijdkrachten in
Europa/Bevelhebber van het Commando van de Strijdkrachten van de
Verenigde Staten in Europa), de gevechtswagens en de wapensystemen;
(iii) personen die als voormalig officier of voormalig onderofficier de
vereiste technische militaire vaardigheden of technische militaire
kennis hebben verworven voor de uitvoering van hun werk, bovenop
hun andere technische kennis.

Catgories de travailleurs
1. Le personnel amricain travaillant pour des contractants amricains qui fournissent des services aux forces armes des Etats-Unis et
leurs composantes civiles en Belgique, remplissant les conditions
suivantes :
Ces travailleurs sont des ressortissants amricains ou des rsidents
permanents des Etats-Unis qui sont dtachs provisoirement par des
contractants amricains, quils soient commerciaux ou non commerciaux, sous des contrats attribus par les forces armes amricaines. Ces
travailleurs fournissent des services exclusivement pour les forces
armes amricaines et leurs composantes civiles en Belgique.
Ces travailleurs sont dtachs temporairement :
a) dune organisation non commerciale des Etats-Unis pour accompagner les Forces des Etats-Unis en Belgique dans le seul but de
contribuer leur sant, leur bien-tre, leur moral et leur formation. Les
organisations non commerciales comprennent, sans toutefois y tre
limites, les mouvements de jeunesse ou les universits;
b) dune organisation commerciale des Etats-Unis pour accompagner
les Forces des Etats-Unis en tant que personnes assurant des services de
soutien analytique ou en tant quexperts techniques ou en tant que
personnes charges de lassistance mdicale et sociale aux troupes;
par personnes assurant des services de soutien analytique, on
entend les personnes prestant des services de soutien analytique qui
apportent leur soutien dans le domaine de la planification militaire et
de lanalyse du renseignement et des activits qui soutiennent divers
commandements via la planification stratgique et de guerre;
par experts techniques, on entend les personnes qui sont
ncessaires pour les besoins militaires des Forces des Etats-Unis soit
dans des matires exigeant des connaissances techniques de pointe ou
pour laccomplissement de tches complexes de nature militaire ou de
nature scientifique. Lesdits experts techniques sont des personnes ayant
les comptences et les connaissances ncessaires pour laccomplissement de tches techniques de nature militaire ou scientifique et
rpondant aux exigences dautorisation de scurit des Forces des
Etats-Unis.
Ces personnes doivent avoir acquis cette comptence et ces connaissances de par leur niveau dtudes suprieures ou par une priode
dexprience et de formation spcialise. Parmi elles, on peut aussi
compter des travailleurs hautement qualifis dans des mtiers manuels
ou des fonctions relevant du secteur priv, notamment :
(i) des ingnieurs en logiciels informatiques;
(ii) des techniciens responsables de la maintenance des aronefs (en
ce compris les aronefs utiliss pour les dplacements du Commandant
suprme des forces allies en Europe/Commandant du Commandement des forces des Etats-Unis en Europe), des vhicules de combat et
des systmes darmes;
(iii) des personnes qui leur qualit dancien officier ou dancien
sous-officier confre des aptitudes techniques militaires ou les connaissances militaires techniques requises pour lexcution de leur travail en
plus de leurs autres comptences techniques.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


onder personen die belast zijn met de medische en sociale bijstand
aan de troepen dient te worden verstaan personen die medische en
sociale diensten of loopbaangerelateerde diensten verlenen aan de
leden van de strijdkrachten en de civiele component of aan de personen
ten laste in de zin van het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het
Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten van 19 juni 1951.
2. Na de bekrachtiging van dit MVO zal het socialezekerheidsstatuut
van de Amerikaanse werknemers tewerkgesteld door Amerikaanse
contractanten die reeds diensten verlenen aan de strijdkrachten van de
Verenigde Staten en de civiele component ervan in Belgi worden
geregulariseerd.
Deze werknemers zullen onderworpen blijven aan de Amerikaanse
sociale zekerheid voor de periode dat ze in dienst zijn van de
strijdkrachten van de Verenigde Staten en de civiele componenten
ervan in Belgi.
Zij moeten voldoen aan de in paragraaf 1 van dit artikel gestelde
voorwaarden.
3. Overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst over de Sociale
Zekerheid, zal de Socialezekerheidsadministratie van de Verenigde
Staten van Amerika verantwoordelijk zijn voor het afleveren van de
attesten van onderwerping voor de categorien werknemers bedoeld in
paragrafen 1 en 2 van artikel 4 van dit MVO.
De Socialezekerheidsadministratie van de Verenigde Staten van
Amerika zal enkel een attest van onderwerping afleveren op voorwaarde dat de Amerikaanse werkgever het volgende bevestigt :
de werkgever is een Amerikaans contractant die diensten verleent
aan de strijdkrachten van de Verenigde Staten en de civiele componenten ervan in Belgi;
de werkgever is een Amerikaanse werkgever, de correcte contactgegevens, met in het bijzonder de locatie (adres) in de Verenigde Staten,
dienen te worden vermeld;
de werkgever bevestigt dat hij het gezag uitoefent in geval van
beindiging door de werkgever;

47019

par personnes charges de lassistance mdicale et sociale aux


troupes, on entend celles qui prestent des services mdicaux, sociaux et
dorientation professionnelle aux membres de la Force, de llment
civil ou aux personnes charge au sens de la Convention entre les Etats
parties au trait de lAtlantique Nord sur le statut de leurs forces du
19 juin 1951.
2. Au moment de la promulgation du prsent MA, le statut en
matire de scurit sociale des travailleurs amricains occups par des
contractants des Etats-Unis fournissant dj des services aux Forces des
Etats-Unis et leurs composantes civiles en Belgique sera rgularis.
Ces travailleurs resteront assujettis la scurit sociale des Etats-Unis
durant la priode o ils sont au service des Forces des Etats-Unis et ses
composantes civiles en Belgique.
Ils doivent satisfaire aux conditions numres au paragraphe 1er du
prsent article.
3. Conformment larticle 8 de la Convention de Scurit sociale,
lAdministration de la Scurit sociale des Etats-Unis (SSA) sera
responsable de lmission des certificats dassujettissement pour les
catgories de travailleurs dfinies aux paragraphes 1er et 2 de larticle 4
du prsent MA.
Ladministration de la Scurit sociale des Etats-Unis (SSA) mettra
uniquement un certificat dassujettissement condition que lemployeur
amricain confirme les renseignements suivants.
lemployeur est un contractant des Etats-Unis fournissant des
services aux Forces des Etats-Unis et leur composantes civiles en
Belgique;
lemployeur est un employeur des Etats-Unis, en mentionnant les
coordonnes exactes, et en particulier le lieu (adresse) aux Etats-Unis;
lemployeur confirme quil exerce une autorit en cas de rsiliation
par lemployeur;

de werkgever bevestigt dat de werknemer uitsluitend diensten


verleent ten behoeve van de strijdkrachten van de Verenigde Staten en
de civiele componenten ervan in Belgi;

lemployeur confirme que le travailleur fournit des services


exclusivement pour les Forces des Etats-Unis et leurs composantes
civiles en Belgique;

de werknemer is een Amerikaans onderdaan en heeft zijn


woonplaats in de Verenigde Staten (adres in de Verenigde Staten van
Amerika);

le travailleur est un ressortissant, un rsident permanent des


Etats-Unis (adresse aux Etats-Unis);

de datum waarop de werknemer in dienst is getreden bij de


Amerikaanse werkgever;

la date dentre en service du travailleur pour lemployeur


amricain;

de duur van de tewerkstelling van de werknemer in Belgi (starten einddatum);

la dure de lemploi en Belgique (dates de dbut et de fin) du


travailleur;

de opdracht van de werknemer in Belgi;

la mission du travailleur en Belgique;

de precieze plaats (adres) waar de werknemer werkt in Belgi;

le lieu de travail exact (adresse) du travailleur en Belgique;

elke verandering in het tewerkstellingsstatuut van de werknemer;

tout changement dans le statut demploi du travailleur;

de attesten van onderwerping afgeleverd krachtens dit MVO.

les attestations dassujettissement en vertu du prsent MA.

4. De in punt 3 vermelde gegevens en alle wijzigingen van deze


gegevens dienen te worden meegedeeld aan de Belgische bevoegde
instelling de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ)

4. Les donnes mentionnes au point 3 et tout changement de ces


donnes seront communiqus linstitution belge comptente (lOffice
national de Scurit sociale (ONSS).

Artikel 5

Article 5

Duur van het Memorandum van overeenstemming

Dure du Mmorandum daccord

Dit Memorandum van overeenstemming (MVO) heeft uitwerking


met ingang van 1 Juli 2012. Dit MVO wordt afgesloten voor onbepaalde
duur.

Le prsent Mmorandum daccord (MA) prend effet le 1er juillet 2012.


Ce MA est conclu pour une priode indtermine.

Het zal van jaar tot jaar van kracht blijven, behoudens opzegging
door een van de overeenkomstsluitende staten, welke drie maand vr
het aflopen ervan dient betekend.

Il restera en vigueur danne en anne, sauf dnonciation crite par


lun des Etats contractants au moins trois mois avant son expiration.

Artikel 6

Article 6

Contactpersonen

Personnes de contact

1. Het contactpunt van de Socialezekerheidsadministratie van de


Verenigde Staten van Amerika voor vragen met betrekking tot dit MVO
is :

1. Le point de contact de ladministration de la scurit sociale des


Etats-Unis dAmrique (SSA) pour les questions relatives au prsent
MA est :

Daira Birmingham, Director, Office of Agreements Implementation,


Office of International Programs, 3700 Operations Bldg., 6401 Security
Blvd., Baltimore, MD 21235, Verenigde Staten van Amerika, telefoon :
+1410 965 5124.

Daira 1. Birmingham, Director, Office of Agreements Implementation,


Office of International Programs, 3700 Operations Bldg., 6401 Security
Blvd., Baltimore, MD 21235, Phone : (410) 965-5124.

47020

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

2. Het contactpunt van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid van het Koninkrijk Belgi voor vragen met betrekking tot dit MVO
is :
Directie-generaal Beleidsondersteuning, Administratief Centrum
Kruidtuin, Finance Tower, Kruidtuinlaan 50 bus 135, 1000 Brussel,
Belgi, telefoon : +32 2 528 60 30, Fax : +32 2 528 69 67, E-mail :
dgstrat@minsoc.fed.be

Direction gnrale Appui stratgique, Centre administratif Botanique, Finance Tower, Bd du Jardin Botanique, 50, p.o. box 135, 1000
Bruxelles, Belgique, tl. : (++ 322) 528.60.30, Fax : (++ 322) 528.69.67,
E-mail : dgstrat@minsoc.fed.be

Artikel 7

Article 7

Goedkeuring
De behoorlijk daartoe gemachtigden die hieronder hebben getekend,
verbinden hun respectieve dienst of autoriteit tot het naleven van de
bepalingen van dit MVO.
GEDAAN in twee exemplaren, in de Engelse taal, te Baltimore
op 20 Juin 2012 en te Brussel op 30 Juni 2012.

Approbation
Les fonctionnaires habilits dont les signatures apparaissent ci-dessous
engagent leur service ou autorit respective respecter les dispositions
du prsent MA.
FAIT en deux exemplaires en anglais, Baltimore le 20 juin 2012 et
Bruxelles le 30 juin 2012.

Voor de Minister van Sociale Zaken :

Pour le Ministre des Affaires sociales :

Tom AUWERS
Directeur-generaal

Tom AUWERS
Directeur gnral

Voor de socialezekerheidsadministratie
van de Verenigde Staten van Amerika :

Pour lAdministration de la Scurit sociale


des Etats-Unis dAmrique :

Georgina R. Harding
Waarnemend adjunct-diensthoofd
Internationale programmas

Georgina R Harding
Chef de service adjoint faisant fonction
pour les Programmes internationaux

2. Le point de contact du Service public fdral Scurit sociale du


Royaume de Belgique pour les questions relatives au prsent MA est :

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE,
K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE
N. 2012 2361

[C 2012/11312]

SERVICE PUBLIC FEDERAL ECONOMIE,


P.M.E., CLASSES MOYENNES ET ENERGIE
F. 2012 2361

[C 2012/11312]

18 JULI 2012. Koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

18 JUILLET 2012. Arrt royal fixant le cadre organique du


personnel de lInstitut belge des services postaux et des tlcommunications

VERSLAG AAN DE KONING

RAPPORT AU ROI

Sire,

Sire,

Het voorliggende koninklijk besluit beoogt de actualisering van de


personeelsformatie van het Belgisch Instituut voor postdiensten en
telecommunicatie (BIPT) zodat deze beter inspeelt op de functionele
noden.
Hiertoe worden een aantal betrekkingen in uitdoving geplaatst en
omgevormd. Daarenboven worden een aantal betrekkingen gecreerd
die een antwoord moeten bieden aan de bijkomende taken waarmee
het BIPT werd belast op het vlak van BEREC en de Ethische Commissie,
in het bijzonder in juridisch opzicht.

Le prsent arrt royal vise actualiser le cadre organique du


personnel de lInstitut belge des services postaux et des tlcommunications (IBPT) afin quil corresponde mieux ses besoins fonctionnels.

Nu de volledige liberalisering van de postale markt vanaf 1 januari 2011


gerealiseerd werd, is de taak van de regulator op dit vlak ook
substantiler. Tot vandaag was de directie bemand conform zoals dit in
een overgangsfase kon worden verantwoord.

Maintenant que la libralisation totale du march postal est devenue


ralit depuis le 1er janvier 2011, la mission du rgulateur devient
galement plus substantielle ce niveau. A ce jour, la direction disposait
dun personnel conforme ce qui pouvait tre justifi durant une phase
de transition.

Door zowel de omzetting op zich vast te leggen als het moment


waarop ze geschiedt, wordt de budgettaire impact gespreid zodat hij
door het BIPT via zijn eigen inkomsten kan worden gedragen.

En dterminant tant la nature des transformations que le moment o


elles auront lieu, limpact budgtaire est tal de sorte quil peut tre
support par lIBPT laide de ses propres revenus.

Bij de Ombudsdienst voor Telecommunicatie worden, op verzoek


van de Ombudsmannen, 4 betrekkingen omgezet, dit binnen eenzelfde
budgettaire enveloppe.

Au Service de mdiation pour les tlcommunications, 4 emplois


sont transforms la demande des Mdiateurs et ce dans la mme
enveloppe budgtaire.

Bespreking van het koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie

Discussion de larrt Royal fixant le cadre organique du personnel

a) BIPT-regulator

A cette fin un certain nombre demplois ont t placs en extinction


et transforms. En outre, il est cr un certain nombre demplois qui
doivent rpondre aux missions supplmentaires qui ont t confies
lIBPT au niveau de BEREC et de la Commission dthique et plus
particulirement sur le plan juridique.

a) IBPT rgulateur

In artikel 2 van het koninklijk besluit van 9 januari 2007 tot wijziging
van het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van de
personeelsformatie werden de betrekkingen van administrateur en van
controleur in uitdoving geplaatst, waarbij werd vastgelegd hoe deze na
uitdoving worden omgezet. Een aantal van deze betrekkingen zijn
intussen op die wijze effectief omgezet.

A larticle 2 de larrt royal du 9 janvier 2007 modifiant larrt royal


du 18 mars 1993 fixant le cadre organique du personnel de lInstitut
belge des services postaux et des tlcommunications les emplois
dadministrateur et de contrleur avaient t placs en extinction et il
avait t prcis comment ils seraient transforms aprs extinction. Un
certain nombre demplois ont depuis lors effectivement t transforms
de la sorte.

Artikel 1 legt daarom de personeelsformatie vast zoals zij in


uitvoering van voormeld artikel van het koninklijk besluit van
9 januari 2007 tot op heden is gevolueerd.

Cest pourquoi larticle 1er fixe le cadre organique du personnel tel


quil a volu jusqu ce jour en excution de larticle prcit de larrt
royal du 9 janvier 2007.

Artikel 2 legt voor de bovengenoemde graden van respectievelijk


administrateur en controleur vast hoe de overblijvende betrekkingen in
die graden verder worden omgezet. Deze omzetting volgt de eerder
vastgelegde bepalingen.

Larticle 2 dtermine respectivement pour les grades susnomms


dadministrateur et de contrleur comment seront transforms les
emplois restants dans ces grades. Cette transformation respecte les
dispositions dictes prcdemment.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Artikel 3, 1 bepaalt dat negen betrekkingen van adjunctcorrespondent en zes betrekkingen van technicien worden omgezet in
viertien betrekkingen van adviseur en n van ingenieur-adviseur.
Artikel 4 legt de modaliteiten vast van de omzetting bepaald in
artikel 3. De vermelde modaliteiten beogen vooral dat de omzetting
geschiedt op het moment dat de titularis van de om te zetten betrekking
deze definitief verlaat.
b) Ombudsdienst voor telecommunicatie
Met de wet van 19 december 1997 werd bepaald dat het BIPT
personeelsleden ter beschikking stelt van de Ombudsdienst voor
Telecommunicatie.
Nu een aantal van deze betrekkingen effectief vacant worden, is het
wenselijk deze gelegenheid aan te grijpen om ze om te vormen.
Artikel 3, 2 en 3, bepaalt dat de twee betrekkingen van
administratief sectiechef en de twee betrekkingen van adjunctcorrespondent worden omgevormd in vier betrekkingen van correspondent.
Artikel 4 legt de modaliteiten vast van de omzetting bepaald in
artikel 3.
Bij volledige uitwerking van de artikelen 2 tot en met 6 zal de
personeelsformatie van het Belgisch Instituut voor postdiensten en
telecommunicatie als volgt zijn vastgesteld :

47021

Larticle 3, 1er stipule que neuf emplois de correspondant adjoint et


six emplois de technicien sont transforms en quatorze emplois de
conseiller et un dingnieur-conseiller.
Larticle 4 fixe les modalits de cette transformation vise larticle 3.
Les modalits indiques visent surtout ce que la transformation
seffectue au moment o le titulaire de lemploi transformer la quitt
dfinitivement.
b) Service de mdiation pour les tlcommunications
Une loi du 19 dcembre 1997 prvoit que lIBPT mette des membres
de son personnel disposition du Service de mdiation pour les
tlcommunications.
Ds lors quun certain nombre de ces emplois sont effectivement
devenus vacants, il est souhaitable de saisir lopportunit de les
transformer.
Larticle 3, 2 et 3, stipule que les deux emplois de chef de section
administratif et les deux emplois de correspondant-adjoint sont
transforms en quatre emplois de correspondant.
Larticle 4 fixe les modalits de cette transformation vise larticle 3.
Lorsque les articles 2 6 auront t pleinement excuts le cadre
organique du personnel de lInstitut belge des services postaux et des
tlcommunications sera fix comme suit :

Ingenieur-adviseur en eerste ingenieur-adviseur ..........................

21

Ingnieur-conseiller et premier ingnieur-conseiller ....................

21

Informaticus-adviseur en eerste informaticus-adviseur ...............

Informaticien-conseiller et premier informaticien-conseiller .......

Adviseur en eerste adviseur ..............................................................

67

Conseiller et premier conseiller ........................................................

67

Administratief sectiechef ....................................................................

20

Chef de section administratif ............................................................

20

Technisch sectiechef ............................................................................

16

Chef de section technique ..................................................................

16

Hoofdcontroleur ..................................................................................

Contrleur en chef ..............................................................................

Correspondent ......................................................................................

79

Correspondant .....................................................................................

79

Technicien .............................................................................................

52

Technicien .............................................................................................

52

Adjunct-correspondent .......................................................................

Correspondant adjoint ........................................................................

Ik heb de eer te zijn,

Jai lhonneur dtre,

Sire,
van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaar.

Sire,
de Votre Majest,
le trs respectueux
et trs fidle serviteur.

De Minister van Economie,


J. VANDE LANOTTE

Le Ministre de lEconomie,
J. VANDE LANOTTE

Advies 50.705/4 van 21 december 2011


van de afdeling Wetgeving
van de Raad van State
De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 5 december 2011 door de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen
verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te
dienen over een ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de
personeelsformatie van het Belgisch Instituut voor postdiensten en
telecommunicatie , heeft het volgende advies gegeven :
Een ontwerpbesluit waarbij het statuut van het personeel niet
gewijzigd wordt maar alleen de personeelsformatie van een instelling
wordt vastgesteld, is niet van reglementaire aard in de zin van artikel 3,
1, van de gecordineerde wetten op de Raad van State.
Bijgevolg behoort het niet ter fine van advies aan de afdeling
Wetgeving te worden voorgelegd (1).
De kamer was samengesteld uit :
de heren :
P. Linardy, kamervoorzitter,
J. Jaumotte, L. Detroux, staatsraden,
Mevr. A. Weyembergh, de heer S. Van Drooghenbroeck, assessoren
van de afdeling Wetgeving,
Mevr. C. Gigot, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. Delval, auditeur.

Avis 50.705/4 du 21 dcembre 2011


de la section de lgislation
du Conseil dEtat
Le Conseil dEtat, section de lgislation, quatrime chambre, saisi par
le Ministre pour lEntreprise et la Simplification, le 5 dcembre 2011,
dune demande davis, dans un dlai de trente jours, sur un projet
darrt royal fixant le cadre organique du personnel de lInstitut
belge des services postaux et des tlcommunications , a donn lavis
suivant :
Un projet darrt qui, sans modifier le statut des agents, se borne
fixer le cadre organique dune institution, ne prsente pas de caractre
rglementaire au sens de larticle 3, 1er, des lois coordonnes sur le
Conseil dEtat.
Ds lors, il ne doit pas tre soumis lavis de la section de
lgislation (1).
La chambre tait compose de :
MM. :
P. Linardy, prsident de chambre,
J. Jaumotte, L. Detroux, conseillers dEtat,
Mme A. Weyembergh, M. S. Van Drooghenbroeck, assesseurs de la
section de lgislation,
Mme C. Gigot, greffier.
Le rapport a t prsent par M. Y. Delval, auditeur.

47022

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd


nagezien onder toezicht van de heer P. Linardy.
De griffier,
De voorzitter.
C. Gigot.
P. Linardy.

Le greffier,
C. Gigot.

Le prsident,
P. Linardy.

Nota

Note

(1) Zie het Jaarverslag 2008-2009, www.raadvst-consetat.be, tab De


instelling, blz. 37. Zie eveneens advies 21.477/9, dat op 27 april 1992
uitgebracht is over een ontwerp dat geleid heeft tot het koninklijk
besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van de personeelsformatie
van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.

(1) Voir le Rapport annuel 2008-2009, www.raadvst-consetat.be,


onglet Linstitution , p. 37. Voir galement lavis 21.477/9 donn le
27 avril 1992 sur un projet devenu larrt royal du 18 mars 1993 fixant
le cadre organique du personnel de lInstitut belge des services postaux
et des tlcommunications.

18 JULI 2012. Koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

18 JUILLET 2012. Arrt royal fixant le cadre organique du


personnel de lInstitut belge des services postaux et des tlcommunications

ALBERT II, Koning der Belgen,


Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut
van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, de
artikelen 13, eerste lid en 26, derde lid, gewijzigd bij de wet van
20 juli 2006;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van
de personeelsformatie van het Belgisch Instituut voor postdiensten en
telecommunicatie, artikel 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van
15 oktober 1998 en 9 januari 2007;
Op voorstel van de Raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten
en telecommunicatie van 4 maart 2011;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financin, gegeven op
14 maart 2011;
Gelet op de weigering van akkoordbevinding van de Minister van
Ambtenarenzaken, d.d. 26 augustus 2011;
Gelet op de weigering van akkoordbevinding van de Staatssecretaris
van Begroting, d.d. 21 september 2011;
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 2 december 2011;
Gelet op het protocol van onderhandelingen van het Sectorcomit
VIII, gesloten op 14 mei 2012;
Gelet op advies 50.705/4 van de Raad van State, gegeven op
21 december 2011, met toepassing van artikel 84, 1, eerste lid, 1, van
de wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 13 juli 2012;
Op de voordracht van de Minister van Economie,

ALBERT II, Roi des Belges,


A tous, prsents et venir, Salut.
Vu la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du rgulateur des
secteurs des postes et des tlcommunications belges, les articles 13,
alina 1er et 26, alina 3, modifi par la loi du 20 juillet 2006;
Vu larrt royal du 18 mars 1993 fixant le cadre organique du
personnel de lInstitut belge des services postaux et des tlcommunications, larticle 1er, modifi par les arrts royaux du 15 octobre 1998 et
du 9 janvier 2007;
Sur la proposition du Conseil de lInstitut belge des services postaux
et des tlcommunications du 4 mars 2011;
Vu lavis de lInspecteur des Finances, donn le 14 mars 2011;
Vu le refus daccord du Ministre de la Fonction publique, donn le
26 aot 2011;
Vu le refus daccord du Secrtaire dEtat du Budget, donn le
21 septembre 2011;
Vu la dlibration du Conseil des ministres du 2 dcembre 2011;
Vu le protocole de ngociation du Comit de secteur VIII, conclu le
14 mai 2012;
Vu lavis 50.705/4 du Conseil dEtat, donn le 21 dcembre 2011, en
application de larticle 84, 1er, alina 1er, 1, des lois coordonnes sur
le Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Vu la dlibration du Conseil des ministres du 13 juillet 2012;
Sur la proposition du Ministre de lEconomie,
Nous avons arrt et arrtons :

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :


Artikel 1. De personeelsformatie van het Belgisch Instituut voor
postdiensten en telecommunicatie wordt vastgesteld als volgt :

Article 1er. Le cadre organique du personnel de lInstitut belge des


services postaux et des tlcommunications est fix comme suit :

a) Administrateur (in uitdoving) .....................................................

a) Administrateur (en extinction) .....................................................

b) Ingenieur-adviseur en eerste ingenieur-adviseur .....................

18

b) Ingnieur-conseiller et premier ingnieur-conseiller ...............

18

Informaticus-adviseur en eerste informaticus-adviseur ..........

Informaticien-conseiller et premier informaticien-conseiller ..

Adviseur en eerste adviseur .........................................................

52

Conseiller et premier conseiller ...................................................

52

c) Administratief sectiechef ...............................................................

22

c) Chef de section administratif .......................................................

22

d) Technisch sectiechef .......................................................................

16

d) Chef de section technique .............................................................

16

Hoofdcontroleur .............................................................................

Contrleur en chef .........................................................................

Controleur (in uitdoving) .............................................................

Contrleur (en extinction) .............................................................

Correspondent .................................................................................

73

Correspondant ................................................................................

73

Technicien ........................................................................................

55

Technicien ........................................................................................

55

Adjunct-correspondent ..................................................................

17

Correspondant adjoint ...................................................................

17

Art. 2. 1. De drie betrekkingen van administrateur in uitdoving


worden bij uitdoving omgezet in 2 betrekkingen van ingenieuradviseur en in n van adviseur, dit in volgorde van de dienstnoodwendigheden.

Art. 2. 1er. Les trois emplois dadministrateur en extinction sont


convertis lors de lextinction en 2 emplois dingnieur-conseiller et un
emploi de conseiller, et ce, en fonction des besoins des services.

2. Zodra een betrekking van controleur (in uitdoving) uitgedoofd is,


wordt deze alternerend gevoegd bij de betrekkingen van de graad van
correspondent of van de graad van technicien.

2. Ds quun emploi de contrleur (en extinction) est teint, celui-ci


est ajout en alternance aux emplois du grade de correspondant ou du
grade de technicien.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

47023

Art. 3. 1. Bij de regulator worden 9 betrekkingen van adjunctcorrespondent en 6 betrekkingen van technicien omgezet in veertien
betrekkingen van adviseur en n van ingenieur-adviseur. De volgorde
van omzetting wordt bepaald door de dienstnoodwendigheden.

Art. 3. 1er. Chez le rgulateur, 9 emplois de correspondant adjoint


et 6 emplois de technicien sont transforms en quatorze emplois de
conseiller et un dingnieur-conseiller. Lordre de cette transformation
est fix en fonction des besoins des services.

2. Twee betrekkingen van adjunct-correspondent die in uitvoering


van de artikelen 45bis van de wet van 21 maart 1991 betreffende de
hervorming van sommige economische overheidsbedrijven ter beschikking worden gesteld van de Ombudsdienst voor telecommunicatie
worden in die dienst omgezet in twee betrekkingen correspondent.

2. Deux emplois de correspondant adjoint qui, en application des


articles 45bis de la loi du 21 mars 1991 portant rforme de certaines
entreprises publiques conomiques, sont mis la disposition du Service
de mdiation pour les tlcommunications, sont transforms
en 2 emplois de correspondant dans ce service.

3. Twee betrekkingen van administratief sectiechef die in uitvoering


van de artikelen 45bis van de wet van 21 maart 1991 betreffende de
hervorming van sommige economische overheidsbedrijven ter beschikking worden gesteld van de Ombudsdienst voor telecommunicatie
worden in die dienst omgezet in twee betrekkingen correspondent.

3. Deux emplois de chef de section administratif qui, en application


des articles 45bis de la loi du 21 mars 1991 portant rforme de certaines
entreprises publiques conomiques, sont mis la disposition du Service
de mdiation pour les tlcommunications, sont transforms
en 2 emplois de correspondant dans ce service.

Art. 4. De omzetting van de betrekkingen, bedoeld in artikel 3,


geschiedt betrekking per betrekking telkens een om te zetten betrekking
definitief verlaten is.

Art. 4. La transformation des emplois viss larticle 3, seffectue


emploi par emploi, chaque fois quun emploi transformer a t
quitt de fac on dfinitive.

Art. 5. Het koninklijk besluit van 18 maart 1993 tot vaststelling van
de personeelsformatie van het Belgisch Instituut voor postdiensten en
telecommunicatie wordt opgeheven.

Art. 5. Larrt royal du 18 mars 1993 fixant le cadre organique du


personnel de lInstitut belge des services postaux et des tlcommunications est abrog.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het


Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 6. Le prsent arrt entre en vigueur le jour de sa publication au


Moniteur belge.

Art. 7. De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de


uitvoering van dit besluit.

Art. 7. Le ministre qui a les Tlcommunications dans ses attributions est charg de lexcution du prsent arrt.

Gegeven te Brussel, 18 juli 2012.

Donn Bruxelles, le 18 juillet 2012.

ALBERT

ALBERT

Van Koningswege :

Par le Roi :

De Minister van Economie,


J. VANDE LANOTTE

Le Ministre de lEconomie,
J. VANDE LANOTTE

*
PROGRAMMATORISCHE
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID

SERVICE PUBLIC FEDERAL


DE PROGRAMMATION POLITIQUE SCIENTIFIQUE

N. 2012 2362 (2008 1080)


[C 2012/21106]
25 FEBRUARI 2008. Koninklijk besluit tot vaststelling van het
geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de
federale wetenschappelijke instellingen. Corrigendum

F. 2012 2362 (2008 1080)


[C 2012/21106]
25 FEVRIER 2008. Arrt royal fixant le statut pcuniaire du
personnel scientifique des tablissements scientifiques fdraux. Corrigendum

In het Belgisch Staatsblad nr. 98 van 7 april 2008, moet bladzijde 18496
worden gelezen als volgt :

Au Moniteur belge n 98 du 7 avril 2008, il y a lieu de lire la


page 18496, de la manire suivante :

HOOFDSTUK II. Organieke regeling

CHAPITRE II. Rgime organique

Afdeling 1. Vaststelling van de weddeschalen


van het wetenschappelijk personeel
Art. 4. De weddeschaal van iedere klasse in de loopbaan van het
wetenschappelijk personeel wordt vastgesteld als volgt :
Klasse SW1

Section 1re. De la fixation des chelles de traitements


du personnel scientifique
Art. 4. Lchelle de traitement de chaque classe de la carrire du
personnel scientifique est fixe de la manire suivante :
Classe SW1

Assistent-stagiair of assistent

Schaal/Echelle SW10
0. 21.880,00
1. 22.325,00
2. 22.770,00
3. 23.215,00
4. 23.660,00
5. 24.105,00
6. 24.550,00
7. 24.995,00
8. 25.440,00
9. 25.885,00
10. 26.330,00
11. 26.775,00
12. 27.220,00
13. 27.665,00

Assistant stagiaire ou assistant

47024

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Assistent-stagiair of assistent

Schaal/Echelle SW10

Assistant stagiaire ou assistant

14. 28.110,00
15. 28.555,00
16. 29.000,00
17. 29.445,00
18. 29.890,00
19. 30.335,00
20. 30.780,00
21. 31.225,00
22. 31.670,00
23. 32.115,00
24. 32.560,00
25. 33.005,00
26. 33.450,00
27. 33.895,00

Assistent-stagiair of assistent

Schaal/Echelle SW11

Assistant stagiaire ou assistant

0. 25.880,00
1. 26.453,00
2. 27.026,00
3. 27.599,00
4. 28.172,00
5. 28.745,00
6. 29.318,00
7. 29.891,00
8. 30.464,00
9. 31.037,00
10. 31.610,00
11. 32.183,00
12. 32.756,00
13. 33.329,00
14. 33.902,00
15. 34.475,00
16. 35.048,00
17. 35.621,00
18. 36.194,00
19. 36.767,00
20. 37.340,00
21. 37.913,00
22. 38.486,00
23. 39.059,00
24. 39.632,00
25. 40.205,00
26. 40.778,00
27. 41.351,00
Het wetenschappelijk personeelslid bezoldigd in de weddeschaal
SW10 verkrijgt het voorrecht van de weddeschaal SW11 zodra het twee
jaar wetenschappelijke ancinniteit heeft.

Lagent scientifique rmunr dans lchelle de traitement SW10


obtient le bnfice de lchelle de traitement SW11 ds quil compte
deux ans danciennet scientifique.

Dit corrigendum annuleert en vervangt de in het Staatsblad van


18 april 2008 (2e editie) gepubliceerde errata, blz. 20921 en dat van het
Belgisch Staatsblad van 13 juli 2012 (2e editie), blz. 38716.

Ce corrigendum annule et remplace les erratas publis au Moniteur


belge du 18 avril 2008 (2e dition), p. 20921 et celui du Moniteur belge du
13 juillet 2012 (2e dition), p.38716.

47025

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN
GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION
GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2363

[2012/204385]

13 JULI 2012. Bijzonder decreet houdende wijziging van het bijzonder decreet van 4 april 2003
houdende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :
Bijzonder decreet houdende wijziging van het bijzonder decreet van 4 april 2003
houdende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs
Artikel 1. Dit bijzonder decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Art. 2. Aan artikel 3 van het bijzonder decreet van 4 april 2003 houdende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties uit het hoger onderwijs, gewijzigd bij het bijzonder decreet van 19 maart 2004, wordt een
paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
3. De hogescholen, voortgekomen uit de omvorming, vermeld in artikel 2, 1, eerste lid, van het bijzonder
decreet van 13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van sommige publiekrechtelijke
hogescholen, treden ingevolge de omvorming in de plaats van de Vlaamse autonome hogescholen Erasmushogeschool
Brussel, Hogeschool Gent, respectievelijk Hogeschool West-Vlaanderen bij de uitoefening van de rechten en plichten
van de lopende associatieovereenkomsten.
De hogeschool, voortgekomen uit de omvorming, vermeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van
20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool, treedt ingevolge de omvorming in de plaats van de Vlaamse
autonome hogeschool Hogere Zeevaartschool bij de uitoefening van de rechten en plichten van de lopende
associatieovereenkomst.
De hogescholen, voortgekomen uit de fusie, vermeld in artikel 2, 1, eerste lid, van het bijzonder decreet van
13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van twee fusiehogescholen, treden ingevolge de
omvorming in de plaats van de Vlaamse autonome hogeschool Artesis Hogeschool Antwerpen, de Plantijn Hogeschool
van de provincie Antwerpen, de Vlaamse autonome hogeschool XIOS Hogeschool Limburg, respectievelijk de
Provinciale Hogeschool Limburg bij de uitoefening van de rechten en plichten van de lopende associatieovereenkomsten..
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde bijzonder decreet wordt vervangen door wat volgt :
Art. 4. De autonome organen, bedoeld in artikel 3, dragen aan de associatie ten minste bevoegdheden over inzake
de aangelegenheden, beschreven in artikel 101 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het
hoger onderwijs in Vlaanderen zoals vervangen bij decreet van 13 juli 2012 betreffende de integratie van de
academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten..
Art. 4. Hoofdstuk III van hetzelfde bijzonder decreet, dat bestaat uit artikel 6, wordt vervangen door wat volgt :
Hoofdstuk III. Schools of Arts
Art. 6. Hogescholen, vermeld in het bijzonder decreet van 13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie
en werking van sommige publiekrechtelijke hogescholen, respectievelijk het bijzonder decreet van 13 juli 2012 tot
regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van twee fusiehogescholen, die professioneel gerichte
bacheloropleidingen of academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen organiseren in het studiegebied
Audiovisuele en beeldende kunst of in het studiegebied Muziek en podiumkunsten, bieden deze opleidingen aan in
een School of Arts, onder de voorwaarden als bepaald in titel I, hoofdstuk I, afdeling 4bis, van het decreet van
4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals ingevoegd bij decreet van
13 juli 2012 betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten..
Art. 5. Dit bijzonder decreet treedt in werking op 1 oktober 2013.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 13 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Nota
Zitting 2011-2012
Stukken. Voorstel van bijzonder decreet : 1579 - Nr. 1.
- Advies van de Raad van State : 1579 - Nr. 2.
- Verslag : 1579 - Nr. 3.
- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1579 - Nr. 4.
Handelingen. Bespreking en aanneming : Ochtendvergadering en middagvergadering van 5 juli 2012.

47026

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2363

[2012/204385]

13 JUILLET 2012. Dcret spcial modifiant le dcret spcial du 4 avril 2003


portant participation dinstitutions communautaires aux associations dans lenseignement suprieur
Le PARLEMENT FLAMAND a adopt et Nous, GOUVERNEMENT, sanctionnons ce qui suit :
Dcret spcial modifiant le dcret spcial du 4 avril 2003
portant participation dinstitutions communautaires aux associations dans lenseignement suprieur
Article 1er. Le prsent dcret spcial rgle une matire communautaire.
Art. 2. A larticle 3 du dcret spcial du 4 avril 2003 portant participation dinstitutions communautaires aux
associations dans lenseignement suprieur, modifi par le dcret spcial du 19 mars 2004, il est ajout un paragraphe 3,
rdig comme suit :
3. Les instituts suprieurs, issus de la transformation vise larticle 2, 1er, alina premier, du dcret spcial
du 13 juillet 2012 rglant lorganisation administrative et le fonctionnement de certains instituts suprieurs de droit
public, sont, suite la transformation, subrogs aux instituts suprieurs autonomes flamands Erasmushogeschool
Brussel, Hogeschool Gent, et Hogeschool West-Vlaanderen pour ce qui est de lexercice des droits et obligations des
conventions dassociations en cours.
Linstitut suprieur issu de la transformation vise larticle 2 du dcret spcial du 20 fvrier 2009 relatif la
Hogere Zeevaartschool, est, suite la transformation, subrog linstitut suprieur autonome flamand pour ce qui est
de lexercice des droits et obligations de la convention dassociation en cours.
Les instituts suprieurs, issus de la fusion vise larticle 2, 1er, alina premier, du dcret spcial du 13 juillet 2012
rglant lorganisation administrative et le fonctionnement de deux instituts suprieurs fusionns, sont, suite la
transformation, subrogs linstitut suprieur autonome flamand Artesis Hogeschool Antwerpen et la Plantijn
Hogeschool de la province dAnvers, respectivement linstitut suprieur autonome flamand XIOS Hogeschool
Limburg et la Provinciale Hogeschool Limburg pour ce qui est de lexercice des droits et obligations des conventions
dassociations en cours..
Art. 3. Larticle 4 du mme dcret spcial est remplac par la disposition suivante :
Art. 4. Les organismes autonomes viss larticle 3 transfrent lassociation au moins des comptences
concernant les matires dcrites larticle 101 du dcret du 4 avril 2003 relatif la restructuration de lenseignement
suprieur en Flandre, tel que remplac par le dcret du 13 juillet 2012 relatif lintgration des formations acadmiques
dinstituts suprieurs dans les universits..
Art. 4. Le chapitre III du mme dcret spcial, comprenant larticle 6, est remplac par ce qui suit :
Chapitre III. Schools of Arts
Art. 6. Les instituts suprieurs viss dans le dcret spcial du 13 juillet 2012 rglant lorganisation administrative
et le fonctionnement de certains instituts suprieurs de droit public, respectivement dans le dcret spcial du
13 juillet 2012 rglant lorganisation administrative et le fonctionnement de deux instituts suprieurs fusionns, qui
organisent des formations de bachelor orientation professionnelle ou des formations de bachelor acadmiques et de
master dans la discipline Arts audiovisuels et plastiques ou dans la discipline Musique et arts de la scne, offrent ces
formations auprs dune School of Arts, aux conditions reprises dans le titre Ier, chapitre Ier, section 4bis, du dcret du
4 avril 2003 relatif la restructuration de lenseignement suprieur en Flandre, insr par le dcret du 13 juillet 2012
relatif lintgration des formations acadmiques dinstituts suprieurs dans les universits..
Art. 5. Le prsent dcret spcial entre en vigueur le 1er octobre 2013.
Promulguons le prsent dcret, ordonnons quil soit publi au Moniteur belge.
Bruxelles, le 13 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de lEnseignement, de la Jeunesse, de lEgalit des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Note
Session 2011-2012.
Documents. Proposition de dcret spcial : 1579 - No 1.
- Avis du Conseil dEtat : 1579 - No 2.
- Rapport : 1579 - No 3.
- Texte adopt en sance plnire : 1579 - No 4.
Annales. Discussion et adoption : Sance matinale et sance daprs-midi du 5 juillet 2012.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2364
[2012/204441]
13 JULI 2012. Decreet houdende wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid
in de openbare sector en tot opheffing van regelgeving houdende de uitvoering van artikel 14 en 27, 4, van
dezelfde wet (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :
DECREET houdende wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de
openbare sector en tot opheffing van regelgeving houdende de uitvoering van artikel 14 en 27, 4, van dezelfde wet
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Art. 2. In artikel 2, eerste lid, van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de
openbare sector, gewijzigd bij de wetten van 3 december 1997, 24 december 2002 en 10 juni 2006, worden punt 3o en
punt 4o opgeheven.
Art. 3. Artikel 10 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 3 december 1997, wordt opgeheven.
Art. 4. Artikel l0bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 december 1997, wordt opgeheven.
Art. 5. Artikel l0ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 december 1997 en gewijzigd bij het koninklijk
besluit van 20 juli 2000, wordt opgeheven.
Art. 6. In artikel l0quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 december 1997 en gewijzigd bij de wetten
van 30 december 2001 en 22 december 2003, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 7. In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 3 december 1997, 4 juni 2007 en
22 december 2008, worden het tweede, derde en vierde lid opgeheven.
Art. 8. In artikel 27, 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 3 december 1997 en gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 4 februari 2011, wordt de zin De provincies, de gemeenten en de andere administratieve
overheden, waarop met toepassing van artikel 14 de hoofdstukken II en III van titel III van toepassing verklaard zijn,
kunnen bepalen dat aan de lopende periodes van vrijwillige vierdagenweek ambtshalve een einde gesteld wordt met
ingang van 1 januari 2012. opgeheven.
Art. 9. De volgende regelingen worden opgeheven :
1o het koninklijk besluit van 11 december 1995 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
2o het koninklijk besluit van 10 juni 1996 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende de
herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
3o het koninklijk besluit van 30 juni 1996 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende de
herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
4o het koninklijk besluit van 30 augustus 1996 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
5o het koninklijk besluit van 4 oktober 1996 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
6o het koninklijk besluit van 18 november 1996 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
7o het koninklijk besluit van 2 mei 1997 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende de
herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
8o het koninklijk besluit van 23 mei 1997 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende de
herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
9o het koninklijk besluit van 18 september 1997 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
10o het koninklijk besluit van 22 oktober 1997 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
11o het koninklijk besluit van 16 juni 1998 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
12o het koninklijk besluit van 19 augustus 1998 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
13o het koninklijk besluit van 17 december 1998 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
14o het koninklijk besluit van 20 december 1998 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
15o het koninklijk besluit van 8 maart 1999 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
16o het koninklijk besluit van 13 mei 1999 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
17o het koninklijk besluit van 13 juni 1999 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
18o het koninklijk besluit van 24 januari 2000 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
19o het koninklijk besluit van 14 maart 2000 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
20o het koninklijk besluit van 30 mei 2000 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;

47027

47028

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


21o het koninklijk besluit van 18 juli 2000 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende de
herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
22o het koninklijk besluit van 8 februari 2001 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
23o het koninklijk besluit van 4 juli 2001 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende de
herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
24o het koninklijk besluit van 16 november 2001 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
25o het koninklijk besluit van 8 april 2002 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
26o het koninklijk besluit van 2 augustus 2002 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
27o het koninklijk besluit van 13 november 2002 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
28o het koninklijk besluit van 17 oktober 2003 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
29o het koninklijk besluit van 25 april 2004 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
30o het koninklijk besluit van 22 juni 2004 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
31o het koninklijk besluit van 11 mei 2005 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
32o het koninklijk besluit van 31 augustus 2005 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
33o het koninklijk besluit van 22 december 2005 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
34o het koninklijk besluit van 13 februari 2007 ter uitvoering van artikel 14 van de wet van 10 april 1995 betreffende
de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
35o het koninklijk besluit van 20 mei 2008 ter uitvoering van artikelen 14 en 27, 4, van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
36o het ministerieel besluit van 11 april 2001 ter uitvoering van artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 april 1995
ter uitvoering van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector.
Art. 10. In dit artikel wordt verstaan onder openbaar bestuur : de gemeenten en de provincies, met inbegrip van
de gemeentebedrijven, de autonome gemeentebedrijven, de provinciebedrijven en de autonome provinciebedrijven, de
openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de openbare inrichtingen en publiekrechtelijke verenigingen die
afhangen van een gemeente, een provincie of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Het personeelslid kan vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit decreet geen aanvraag tot halftijdse
vervroegde uittreding en voor een vrijwillige vierdagenweek, bedoeld in titel II en III van de wet van 10 april 1995
betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector, meer indienen bij het openbaar bestuur waaronder het
ressorteert.
Met behoud van de toepassing van het tweede lid blijven de lopende stelsels van halftijdse vervroegde uittreding
en van vrijwillige vierdagenweek, bedoeld in titel II en III van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van
de arbeid in de openbare sector, onderworpen aan de bepalingen van de voormelde wet zoals die geldt voor
31 december 2011.
Art. 11. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2013.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 13 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K PEETERS
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand,
G. BOURGEOIS
Nota

(1) Zitting 2011-2012


Stukken. Ontwerp van decreet : 1607 - Nr. 1.
- Verslag : 1607 - Nr. 2.
- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1607 - Nr. 3.
Handelingen. Bespreking en aanneming : Avondvergadering van 4 juli 2012.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2364
[2012/204441]
13 JUILLET 2012. Dcret modifiant la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution du travail
dans le secteur public et abrogeant la rglementation en excution des articles 14 et 27, 4 de la mme loi (1)
Le PARLEMENT FLAMAND a adopt et Nous, GOUVERNEMENT, sanctionnons ce qui suit :
DECRET modifiant la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution du travail dans le secteur public et abrogeant
la rglementation en excution des articles 14 et 27, 4 de la mme loi.
Article 1er. Le prsent dcret rgle une matire communautaire et rgionale.
Art. 2. Dans larticle 2, alina premier de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution du travail dans le secteur
public, modifi par les lois des 3 dcembre 1997, 24 dcembre 2002 et 10 juin 2006, les points 3o et 4o sont abrogs.
Art. 3. Larticle 10 de la mme loi, remplac par la loi du 3 dcembre 1997, est abrog.
Art. 4. Larticle 10bis de la mme loi, insr par la loi du 3 dcembre 1997, est abrog.
Art. 5. Larticle l0ter de la mme loi, insr par la loi du 3 dcembre 1997 et modifi par larrt royal du
20 juillet 2000, est abrog.
Art. 6. A larticle l0quater de la mme loi, insr par la loi du 3 dcembre 1997 et modifi par les lois des
30 dcembre 2001 et 22 dcembre 2003, le paragraphe 1er est abrog.
Art. 7. A larticle 14 de la mme loi, modifi par les lois des 3 dcembre 1997, 4 juin 2007 et 22 dcembre 2008, les
alinas deux, trois et quatre sont abrogs.
Art. 8. A larticle 27, 2 de la mme loi, remplac par la loi du 3 dcembre 1997 et modifi par larrt royal du
4 fvrier 2011, la phrase Les provinces, les communes et les autres autorits administratives, auxquelles les chapitres II
et III du Titre III ont t dclars applicables en vertu de larticle 14, peuvent dterminer quil est mis fin doffice aux
priodes de la semaine volontaire de quatre jours en cours partir du 1er janvier 2012. est abroge.
Art. 9. Les rglements suivants sont abrogs :
1o larrt royal du 11 dcembre 1995 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
2o larrt royal du 10 juin 1996 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
3o larrt royal du 30 juin 1996 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
4o larrt royal du 30 aot 1996 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
5o larrt royal du 4 octobre 1996 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
6o larrt royal du 18 novembre 1996 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
7o larrt royal du 2 mai 1997 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
8o larrt royal du 23 mai 1997 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
9o larrt royal du 18 septembre 1997 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
10o larrt royal du 22 octobre 1997 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
11o larrt royal du 16 juin 1998 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
12o larrt royal du 19 aot 1998 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
13o larrt royal du 17 dcembre 1998 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
14o larrt royal du 20 dcembre 1998 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
15o larrt royal du 8 mars 1999 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
16o larrt royal du 13 mai 1999 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
17o larrt royal du 13 juin 1999 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
18o larrt royal du 24 janvier 2000 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
19o larrt royal du 14 mars 2000 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
20o larrt royal du 30 mai 2000 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;

47029

47030

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


21o larrt royal du 18 juillet 2000 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
22o larrt royal du 8 fvrier 2001 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
23o larrt royal du 4 juillet 2001 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
24o larrt royal du 16 novembre 2001 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
25o larrt royal du 8 avril 2002 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
26o larrt royal du 2 aot 2002 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
27o larrt royal du 13 novembre 2002 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
28o larrt royal du 17 octobre 2003 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
29o larrt royal du 25 avril 2004 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
30o larrt royal du 22 juin 2004 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
31o larrt royal du 11 mai 2005 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution
du travail dans le secteur public;
32o larrt royal du 31 aot 2005 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
33o larrt royal du 22 dcembre 2005 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
34o larrt royal du 13 fvrier 2007 portant excution de larticle 14 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
35o larrt royal du 20 mai 2008 portant excution des articles 14 et 27, 4 de la loi du 10 avril 1995 relative la
redistribution du travail dans le secteur public;
36o larrt ministriel du 11 avril 2001 portant excution de larticle 5 de larrt royal du 10 avril 1995 portant
excution de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution du travail dans le secteur public;
Art. 10. Dans le prsent article, on entend par administration publique : les communes et les provinces, y compris
les rgies communales, les rgies communales autonomes, les rgies provinciales et les rgies provinciales autonomes,
les centres publics daide sociale et les institutions publiques et associations de droit public ressortissant une
commune, une province ou un centre public daide sociale.
A partir de la date dentre en vigueur du prsent dcret, le membre du personnel ne peut plus introduire de
demande dun dpart anticip mi-temps et dune semaine volontaire de quatre jours, viss aux titres II et III de la loi
du 10 avril 1995 relative la redistribution du travail dans le secteur public auprs de ladministration publique
laquelle il ressortit.
Sans prjudice de lapplication de lalina deux, les rgimes de dpart anticip mi-temps et de la semaine
volontaire de quatre jours en cours, viss aux titres II et III de la loi du 10 avril 1995 relative la redistribution du travail
dans le secteur public, demeurent rgis par les dispositions de la loi prcite, telle quelle sapplique avant le
31 dcembre 2011.
Art. 11. Le prsent dcret entre en vigueur le 1er janvier 2013.
Promulguons le prsent dcret, ordonnons quil soit publi au Moniteur belge.
Bruxelles, le 13 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de la Gouvernance publique, de lAdministration intrieure, de lIntgration civique,
du Tourisme et de la Priphrie flamande de Bruxelles,
G. BOURGEOIS
Note

(1) Session 2011-2012.


Documents. Projet de dcret : 1607 - No 1.
- Rapport : 1607 - No 2.
- Texte adopt en sance plnire : 1607 - No 3.
Annales. Discussion et adoption : Sance nocturne du 4 juillet 2012.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2365
[C 2012/35929]
6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de erkennings- en subsidievoorwaarden voor de
ondersteuningsstructuur voor de initiatieven ter bevordering van de positie van de kandidaat-huurders en
huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting
De Vlaamse Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, artikel 57, vervangen bij het decreet van
23 maart 2012, en artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 23 maart 2012;
Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van
subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikel 57;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2006 houdende de erkennings- en subsidiringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur voor de erkende huurdiensten;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 mei 2012;
Gelet op advies 51.433/3 van de Raad van State, gegeven op 12 juni 2012, met toepassing van artikel 84, 1, eerste
lid, 1, van de wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie;
Na beraadslaging,
Besluit :
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1 agentschap : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen van het
Vlaamse Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
2 huurdersbonden: de organisaties die erkend zijn overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van
29 september 2006 houdende de erkenning en subsidiring van huurdersorganisaties;
3 minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting;
4 ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven: de ondersteuningsstructuur voor de initiatieven ter bevordering
van de positie van de kandidaat-huurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting,
overeenkomstig artikel 57 van de Vlaamse Wooncode;
5 toezichthouder: de toezichthouder voor de sociale huisvesting, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse
Wooncode;
6 VIVAS: de Vereniging Inwoners Van Sociale woningen;
7 Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Hoofdstuk 2. Opdrachten van de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven
Art. 2. 1.De ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven heeft, overeenkomstig artikel 57, derde lid, van de
Vlaamse Wooncode, als opdracht: :
1 het ondersteunen van de erkende huurdersbonden bij de uitvoering van hun taken, vermeld in artikel 56, 2,
eerste en tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, en in het bijzonder :
a) het voorbereiden, organiseren en cordineren van het overleg en de ervaringsuitwisseling tussen de
huurdersbonden;
b) het zorgen voor de doorstroming en uitwisseling van de informatie over de beleidsontwikkelingen, de
regelgeving en de goede praktijkvormen;
c) het ondersteunen van de huurdersbonden op het vlak van methodiek-, proces- en organisatie-ontwikkeling;
d) het uitwerken en aanbieden van vorming en bijscholing;
e) het bevorderen van de netwerkvorming met relevante organisaties;
f) het vertegenwoordigen van de huurdersbonden in advies- en overlegorganen inzake wonen;
2 het ondersteunen van bewonersgroepen in de sociale huisvesting op Vlaams niveau, en meer bepaald de
ondersteuning van de werking van VIVAS, en in het bijzonder :
a) het voorbereiden, organiseren en cordineren van het overleg en de ervaringsuitwisseling tussen de
bewonersgroepen die deel uitmaken van VIVAS;
b) het zorgen voor de doorstroming en uitwisseling van de informatie over de beleidsontwikkelingen, de
regelgeving en de goede praktijkvormen;
3 het nemen van initiatieven ten aanzien van andere organisaties en instanties, ter bevordering van de positie van
kandidaat-huurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting, met bijzondere aandacht voor
de meest kwetsbare gezinnen en alleenstaanden;
2. Bij de uitvoering van de opdrachten, vermeld onder paragraaf 1, treedt de ondersteuningsstructuur op als
belangenbehartiger van kandidaat-huurders en huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting, met
bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare gezinnen en alleenstaanden.
Hoofdstuk 3. De erkenning en de subsidiring
Art. 3. De minister kan onder de voorwaarden, bepaald in dit besluit, een erkenning verlenen aan een
ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven. De minister kent, binnen de kredieten die daarvoor op de begroting van
de Vlaamse Gemeenschap beschikbaar zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit besluit, subsidies toe voor de
uitvoering van de opdrachten, vermeld in dit besluit.
Art. 4. De ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven kan pas worden erkend en gesubsidieerd als ze voldoet
aan de volgende voorwaarden:
1 ze voert de opdrachten, vermeld in artikel 2, uit;

47031

47032

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


2 ze beschikt over een centraal secretariaat;
3 ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig de wet van 27 juni 1921
betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de
stichtingen;
4 ze verbindt zich ertoe een stuurgroep op te richten, met daarin evenwaardige participatie van VIVAS en
Samenlevingsopbouw, met het oog op de aansturing, in nauw overleg met die organisaties, van de opdrachten vermeld
in artikel 2, 2en 3, voor zover het de sociale huisvesting betreft;
5 ze verbindt zich ertoe elke wijziging in de statuten en de personeelsformatie, en elke wijziging waardoor niet
meer voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden, aan het agentschap te melden;
6 ze verbindt zich ertoe een jaarverslag op te maken over de eigen werking van het voorbije jaar;
7 ze verbindt zich ertoe een planning op te maken voor het volgende werkingsjaar in overleg met het agentschap,
voor het einde van het lopende werkingsjaar.
In het eerste lid, 4, wordt verstaan onder Samenlevingsopbouw: het maatschappelijk opbouwwerk dat erkend en
gesubsidieerd is overeenkomstig het decreet van 26 juni 1991 houdende de erkenning en subsidiring van het
maatschappelijk opbouwwerk.
De vereniging dient de aanvraag tot erkenning en subsidiring in bij het agentschap. Zodra het agentschap het
ontvangstbewijs van het volledige aanvraagdossier heeft bezorgd, beslist de minister over de aanvraag binnen een
termijn van drie maanden na de datum van het ontvangstbewijs. De beslissing van de minister wordt betekend aan de
aanvrager met een afschrift aan de toezichthouder.
Art. 5. De erkenning en de subsidiring gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de
ondertekening van het erkennings- en subsidiringsbesluit door de minister, en gelden tot en met 31 december van het
vijfde kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de ondertekening heeft plaatsgevonden.
De periode, vermeld in het eerste lid, kan telkens met vijf jaar worden verlengd op voorwaarde dat de
ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode in kwestie een
aanvraag tot verlenging van de erkenning en de subsidiring indient bij het agentschap.
De verlengingsaanvraag wordt afgehandeld overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 4, derde lid.
Art. 6. 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten bedraagt de subsidie-enveloppe maximaal
320.500 euro per kalenderjaar. De subsidie-enveloppe wordt besteed aan de werkings- en personeelskosten die
verbonden zijn aan de uitvoering van de opdrachten van de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven.
2. De subsidie wordt voor elk volledig kalenderjaar uitbetaald via drie voorschotten van elk 30 % op het
toegestane maximumbedrag. De voorschotten worden ambtshalve betaalbaar gesteld door het agentschap bij het begin
van elke periode van vier maanden. Ze worden afgetrokken bij de afrekening van de subsidie voor elk kalenderjaar
nadat de minister het jaarverslag over de werking heeft goedgekeurd en nadat de bewijsstukken van de personeels- en
werkingskosten zijn gecontroleerd.
De subsidiring voor de personeelskosten wordt bij de jaarlijkse afrekening berekend op grond van de werkelijke
lasten van de bezoldiging van de voltijds of deeltijds tewerkgestelde personeelsleden, met inbegrip van de
werkgeverslasten, het vakantiegeld, de eindejaarstoelage en het vervroegde vakantiegeld bij uitdiensttreding. Er wordt
rekening gehouden met de ancinniteit in een voltijdse of deeltijdse dagtaak.
3. De subsidie voor de maanden tussen de datum van de ondertekening van het erkennings- en subsidiebesluit
door de minister en 1 januari van het eerste volledige kalenderjaar wordt berekend in verhouding tot het aantal
maanden. Ze wordt uitbetaald volgens de voorschottenregeling, opgenomen in paragraaf 2, per periode van maximaal
vier maanden.
Art. 7. 1. De ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven voert een boekhouding, gebaseerd op een minimaal
genormaliseerd rekeningstelsel overeenkomstig de voorwaarden, bepaald door de minister.
Ze bezorgt jaarlijks uiterlijk op 31 maart de volgende stukken aan het agentschap:
1 een gedetailleerde afrekening van de kosten en opbrengsten die verbonden zijn aan de werking van de
ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven, aangevuld met de resultatenrekening en een balans over het voorbije
kalenderjaar, overeenkomstig het genormaliseerde rekeningstelsel, vermeld in het eerste lid, alsook een begroting voor
het lopende kalenderjaar, die goedgekeurd is door het bevoegde bestuursorgaan;
2 een gedetailleerde afrekening van de personeelskosten, met onder meer een afschrift van de RSZ-staten en de
individuele jaarrekeningen over de gesubsidieerde periode met betrekking tot de tewerkgestelde personeelsleden;
3 een jaarverslag over de eigen activiteiten en de resultaten met betrekking tot de opdrachten, vermeld in
artikel 2.
Ze bezorgt bovendien jaarlijks uiterlijk op 15 mei de verslagen met een analyse van de werking van de
huurdersbondenen de werking van VIVAS over het voorbije kalenderjaar.
2. Het agentschap is belast met de controle op de stukken, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1 en 2. Het maakt
een ontwerp van afrekening op zoals vermeld in artikel 6, 2.
Het agentschap legt uiterlijk op 31 mei de verslagen, vermeld in paragraaf 1, derde lid, samen met een advies over
de werking en activiteiten van de erkende ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven, met het ontwerp van
afrekening ter goedkeuring voor aan de minister.
Art. 8. Het bedrag, vermeld in artikel 6, 1, is uitgedrukt tegen 100 % op basis van de spilindex die van toepassing
is op 1 januari 2012. Het wordt, wat het loonaandeel betreft, gendexeerd overeenkomstig de wet van 1 maart 1977
houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van het Rijk
gekoppeld worden. Het niet-loonaandeel wordt gendexeerd volgens de in de begrotingsinstructies opgenomen
indexatieparameter voor werkingskredieten.
Hoofdstuk 4. Sancties
Art. 9. Met behoud van de toepassing van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen, af
te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen, zal de minister na gemotiveerd advies van het
agentschap of de toezichthouder en na de ondersteuningsstructuur te hebben gehoord, de uitbetaling van de subsidie
stopzetten, de reeds uitbetaalde subsidie terugvorderen en de erkenning intrekken als:

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


1 wordt vastgesteld dat de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven niet meer voldoet aan een van de
erkennings- en subsidievoorwaarden en ze niet kan aantonen dat ze opnieuw aan de voorwaarden voldoet binnen drie
maanden die volgen op de datum van de vaststelling, vanaf het moment dat wordt vastgesteld dat de
ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven niet meer voldeed aan een van de erkennings- en subsidievoorwaarden;
2 de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven een voldoende ernstige onregelmatigheid begaat bij de
uitvoering van haar opdracht;
3 de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven ten onrechte een erkenning en subsidiring heeft verkregen op
grond van onjuiste informatie;
4 de ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven de in artikel 6, 2, bedoelde controle verhindert.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Art. 10. Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2006 houdende de erkennings- en subsidiringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur van de erkende huurdiensten, gewijzigd bij de besluiten
van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, 14 maart 2008, 11 december 2009, 17 december 2010, 23 december 2011 en
16 maart 2012, wordt opgeheven.
Art. 11. Voor de subsidies die met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2006
houdende de erkennings- en subsidiringsvoorwaarden voor de samenwerkings- en overlegstructuur van de erkende
huurdiensten zijn toegekend, blijven de bepalingen van het voormelde besluit van toepassing.
De samenwerkings- en overlegstructuur die op 31 augustus 2012 erkend is en gesubsidieerd wordt overeenkomstig het voormelde besluit, wordt geacht te voldoen aan de erkennings- en subsidiringsvoorwaarden overeenkomstig
de bepalingen van dit besluit. De minister neemt daarvoor een erkennings- en subsidiringsbesluit overeenkomstig de
bepalingen van artikel 5 en 6 van dit besluit.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2012.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 6 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie,
F. VAN DEN BOSSCHE

TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2365
[C 2012/35929]
6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand portant conditions dagrment et de subventionnement de la
structure dappui aux initiatives promouvant la position des canditats-locataires et des locataires sur le march
priv de la location et dans le logement social
Le Gouvernement flamand,
Vu la loi spciale du 8 aot 1980 de rformes institutionnelles, notamment larticle 20;
Vu le dcret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, article 57, remplac par le dcret du
23 mars 2012, et article 58, modifi par le dcret du 23 mars 2012;
Vu le dcret du 8 juillet 2011 rglant le budget, la comptabilit, lattribution de subventions et le contrle de leur
utilisation, et le contrle par la Cour des Comptes, notamment larticle 57;
Vu larrt du Gouvernement flamand du 10 fvrier 2006 portant les conditions dagrment et de subventionnement
de la structure de coopration et de concertation des services de location agrs;
Vu laccord du Ministre flamand charg du budget, donn le 10 mai 2012;
Vu lavis 51.433/3 du Conseil dEtat, donn le 12 juin 2012, en application de larticle 84, 1er, alina premier, 1, des
lois sur le Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Sur la proposition de la Ministre flamande de lEnergie, du Logement, des Villes et de lEconomie sociale;
Aprs dlibration,
Arrte :
Chapitre 1er. Dfinitions
Article 1er. Dans le prsent arrt, on entend par :
1 agence : lagence autonomise interne sans personnalit juridique Wonen-Vlaanderen (Agence du
Logement-Flandre) du Ministre flamand de lAmnagement du Territoire, de la Politique du Logement et du
Patrimoine immobilier;
2 syndicats des locataires : les organisations agres conformment larrt du Gouvernement flamand du
29 septembre 2006 relatif lagrment et au subventionnement dorganisations de locataires;
3 Ministre: le Ministre flamand charg du logement;
4 structure dappui aux initiatives pour locataires : la structure dappui pour les initiatives promouvant la position
des candidats-locataires et des locataires sur le march priv de la location et dans le logement social, conformment
larticle 57 du Code flamand du Logement;
5 contrleur : le contrleur du logement social vis larticle 29bis du Code flamand du Logement;
6 VIVAS : Vereniging Inwoners Van Sociale woningen (association doccupants de logements sociaux);

47033

47034

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


7 Code flamand du Logement : le dcret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement.
Chapitre 2. Missions de la structure dappui aux initiatives pour locataires
er

Art. 2. 1 . La structure dappui aux initiatives pour locataires a les missions suivantes, conformment
larticle 57, alina trois, du Code flamand du Logement :
1 soutenir les ligues de locataires agres dans la mise en uvre de leurs missions vises larticle 56, 2, alinas
premier et deux, du Code flamand du Logement, notamment :
a) prparer, organiser et coordonner la concertation et lchange dexpriences entre les syndicats des locataires;
b) assurer la transmission et lchange dinformations sur les dveloppements politiques, la rglementation et les
bonnes pratiques;
c) soutenir les syndicats des locataires dans le dveloppement de leurs mthodes, processus et organisation;
d) dvelopper et proposer des formations et des cours de recyclage;
e) stimuler le rseautage avec des organisations pertinentes;
f) reprsenter les syndicats des locataires dans les organes de conseil et de concertation en matire de logement;
2 soutenir les groupes doccupants dans le logement social au niveau flamand, plus particulirement le
fonctionnement de VIVAS, et notamment :
a) prparer, organiser et coordonner la concertation et lchange dexpriences entre les groupes doccupants affilis
VIVAS;
b) assurer la transmission et lchange dinformations sur les dveloppements politiques, la rglementation et les
bonnes pratiques;
3 prendre des initiatives lgard dautres organisations et instances en vue de promouvoir la position des
candidats-locataires et des locataires sur le march priv de la location et dans le logement social, avec une attention
particulire porte aux familles les plus vulnrables et aux personnes seules;
2. Lors de lexcution des missions vises au paragraphe 1er, la structure dappui agit en tant que dfenseur des
intrts des candidats-locataires et des locataires sur le march priv de la location et dans le logement social, avec une
attention particulire porte aux familles les plus vulnrables et aux personnes seules.
Chapitre 3. Lagrment et le subventionnement
Art. 3. Le Ministre peut octroyer un agrment une structure dappui aux initiatives pour locataires aux
conditions fixes au prsent arrt. Le Ministre accorde, dans les limites des crdits disponibles cet effet au budget
de la Communaut flamande et aux conditions fixes au prsent arrt, des subventions en vue de lexcution des
missions mentionnes au prsent arrt.
Art. 4. La structure dappui aux initiatives pour locataires ne peut tre agre et subventionne que lorsquelle
runit les conditions suivantes :
1 elle excute les missions vises larticle 2;
2 elle dispose dun secrtariat central;
3 elle prend la forme dune association sans but lucratif au sens de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations
sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations;
4 elle sengage crer un groupe de pilotage, avec participation gale de VIVAS et de Samenlevingsopbouw, en
vue du pilotage, en troite concertation avec ces organisations, des missions vises larticle 2, 2 et 3, pour autant quil
sagisse du logement social;
5 elle sengage signaler lagence toute modification aux statuts, au cadre du personnel ainsi que toute
modification par laquelle les conditions dagrment ne sont plus satisfaites;
6 elle sengage tablir un rapport annuel sur son fonctionnement de lanne coule;
7 elle sengage tablir un planning pour lexercice suivant en concertation avec lagence avant la fin de lexercice
en cours.
Au premier alina, 4, il faut entendre par Samenlevingsopbouw : les initiatives danimation sociale agres et
subventionnes conformment au dcret du 26 juin 1991 relatif lagrment et au subventionnement des initiatives
danimation sociale.
Lassociation introduit la demande dagrment et de subventionnement auprs de lagence. A partir du moment
o lagence a transmis le rcpiss du dossier de demande complet, le Ministre statue sur la demande dans un dlai
de trois mois de la date du rcpiss. La dcision du Ministre est signifie au demandeur avec copie au contrleur.
Art. 5. Lagrment et le subventionnement prennent cours le premier jour du mois suivant la date de signature de
larrt dagrment et de subventionnement par le Ministre, et courent jusquau 31 dcembre inclus de la cinquime
anne calendaire suivant lanne de signature.
La priode, mentionne au premier alina, peut tre prolonge chaque fois de cinq ans condition que la structure
dappui aux initiatives pour locataires introduise une demande de prolongation de lagrment et du subventionnement
auprs de lagence au plus tard six mois avant la fin de la priode en question.
La demande de prolongation est traite conformment la procdure vise larticle 4, alina trois.
Art. 6. 1er. Dans les limites des crdits budgtaires disponibles, lenveloppe subventionnelle slve
320.500 euros au maximum par anne calendaire. Lenveloppe subventionnelle est affecte aux frais de
fonctionnement et de personnel lis lexcution des missions de la structure dappui aux initiatives pour locataires.
2. La subvention est paye pour chaque anne calendaire entire en trois acomptes de 30 % chacun du montant
maximal autoris. Les acomptes sont ordonnancs doffice par lagence au dbut de chaque priode de quatre mois. Ils
sont ports en dduction lors du dcompte de la subvention pour chaque anne calendaire aprs que le Ministre a
approuv le rapport annuel sur le fonctionnement et que les pices justificatives relatives au frais de personnel et de
fonctionnement ont t contrles.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Le subventionnement des frais de personnel est calcul lors du dcompte annuel sur la base des charges relles de
rmunration des membres du personnel employs temps plein ou temps partiel, y compris les charges patronales,
le pcule de vacances, lallocation de fin danne et le pcule de vacances anticip en cas de cessation de fonctions. Il
est tenu compte de lanciennet dans un emploi temps plein ou temps partiel.
3. La subvention pour les mois entre la date de signature de larrt dagrment et de subventionnement par le
Ministre et le 1er janvier de la premire anne calendaire entire est calcule proportionnellement au nombre de mois.
Elle est paye selon le rgime dacomptes, repris au paragraphe 2, par priode dau maximum quatre mois.
Art. 7. 1er. La structure dappui aux initiatives pour locataires tient une comptabilit base sur un rgime de
comptes minimalement normalis conformment aux conditions fixes par le Ministre.
Elle transmet annuellement au plus tard le 31 mars les documents suivants lagence :
1 un dcompte dtaill des cots et revenus lis au fonctionnement de la structure dappui aux initiatives pour
locataires, accompagn du compte de rsultats et dun bilan sur lanne calendaire coule, conformment au rgime
de comptes vis lalina premier, ainsi quun budget pour lanne calendaire en cours approuv par lorgane de
gestion comptent;
2 un dcompte dtaill des frais de personnel, avec en autres une copie des tats de l ONSS et des comptes
annuels individuels sur la priode subventionne relatifs aux membres du personnel employs;
3 un rapport annuel sur les propres activits et sur les rsultats relatifs aux missions mentionnes larticle 2.
Elle fournit en outre annuellement au plus tard le 15 mai les rapports danalyse du fonctionnement des syndicats
des locataires et du fonctionnement de VIVAS sur lanne calendaire coule.
2. Lagence est charge du contrle des pices vises au paragraphe 1er, deuxime alina, 1 et 2. Elle tablit un
projet de dcompte tel que mentionn larticle 6, 2.
Lagence prsente au plus tard le 31 mai les rapports viss au paragraphe 1er, troisime alina, y compris un avis
sur le fonctionnement et les activits de la structure dappui aux initiatives pour locataires agre, ainsi que le projet
de dcompte pour approbation au Ministre.
Art. 8. Le montant vis larticle 6, 1er, est exprim 100 % sur la base de lindice-pivot applicable au
1er janvier 2012. En ce qui concerne la part des salaires, il est index conformment la loi du 1er mars 1977 organisant
un rgime de liaison lindice des prix la consommation du Royaume de certaines dpenses dans le secteur public.
La part nayant pas trait aux salaires est indexe selon le paramtre dindexation des crdits de fonctionnement, tel que
repris aux instructions budgtaires.
Chapitre 4. Sanctions
Art. 9. Sans prjudice de lapplication de larrt royal du 31 mai 1933 relatif aux dclarations dposer en matire
de subventions, dindemnits et dallocations, le Ministre, sur avis motiv de lagence ou du contrleur et aprs avoir
entendu la structure dappui, cessera le paiement de la subvention, recouvrera la subvention dj paye et retirera
lagrment dans les cas suivants :
1 il est constat que la structure dappui aux initiatives pour locataires ne rpond plus une des conditions
dagrment et de subventionnement et quelle nest pas en mesure de dmontrer quelle rpond nouveau aux
conditions dans les trois mois suivant la date de la constatation, partir du moment o il a t constat que la structure
dappui aux initiatives pour locataires ne rpondait plus une des conditions dagrment et de subventionnement;
2 la structure dappui aux initiatives pour locataires commet une irrgularit suffisamment grave lors de
lexcution de sa mission;
3 la structure dappui aux initiatives pour locataires a injustement obtenu un agrment et un subventionnement
sur la base dinformations inexactes;
4 la structure dappui aux initiatives pour locataires empche le contrle vis larticle 6, 2.
Chapitre 5. Dispositions finales
Art. 10. Larrt du Gouvernement flamand du 10 fvrier 2006 portant les conditions dagrment et de
subventionnement de la structure de coopration et de concertation des services de location agrs, modifi par les
arrts du Gouvernement flamand des 30 juin 2006, 14 mars 2008, 11 dcembre 2009, 17 dcembre 2010,
23 dcembre 2011 et 16 mars 2012, est abrog.
Art. 11. Pour les subventions octroyes en application de larrt du Gouvernement flamand du 10 fvrier 2006
portant les conditions dagrment et de subventionnement de la structure de coopration et de concertation des services
de location agrs, les dispositions de larrt prcit restent dapplication.
La structure de coopration et de concertation agre au 31 aot 2012 et subventionne conformment larrt
prcit, est cense satisfaire aux conditions dagrment et de subventionnement conformment au prsent arrt. A cet
effet le Ministre prend une dcision dagrment et de subventionnement conformment aux dispositions des articles 5
et 6 du prsent arrt.
Art. 12. Le prsent arrt entre en vigueur le 1er septembre 2012.
Art. 13. Le Ministre flamand ayant le logement dans ses attributions est charg de lexcution du prsent arrt.
Bruxelles, le 6 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de lEnergie, du Logement, des Villes et de lEconomie sociale,
F. VAN DEN BOSSCHE

47035

47036

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2366
[C 2012/35930]
6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van de verplichte bijdrage
van de reders van Belgische vissersvaartuigen voor 2012 aan het Fonds voor Scheepsjongeren
De Vlaamse Regering,
Gelet op de wet van 23 september 1931 betreffende de aanwerving van personeel der zeevisserij, artikel 3, 2,
tweede lid, vervangen bij de wet van 13 augustus 1990;
Gelet op het advies van de Raad van het Fonds voor Scheepsjongeren, gegeven op 14 december 2011;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financin, gegeven op 31 januari 2012;
Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, gegeven op 23 maart 2012;
Gelet op advies 51.248/3 van de Raad van State, gegeven op 2 mei 2012 met toepassing van artikel 84, 1, eerste
lid, 1, van de wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. De verplichte bijdrage voor rekening van de reders van Belgische vissersvaartuigen, vermeld in
artikel 3, 2, eerste lid, 3, van de wet van 23 september 1931 betreffende de aanwerving van personeel der zeevisserij,
die vastgesteld is volgens artikel 3, 2, tweede lid, van de voormelde wet, wordt voor het werkingsjaar 2012 bepaald
op 0,10% van de brutobesomming van de vangsten die in die periode verkocht zijn in Belgische en in buitenlandse
havens.
Art. 2. Voor de omzetting in euros van de brutobesommingen van de vangsten die in het Verenigd Koninkrijk en
in Denemarken zijn verkocht, wordt de officile middenkoers, die geldt op de respectieve verkoopdata, op de
gereglementeerde wisselmarkt, als basis genomen.
Art. 3. De bijdragen, vermeld in artikel 1, moeten gestort of overgeschreven worden op het postrekeningnummer
BE94 6791 7491 1814 van het Fonds voor Scheepsjongeren, Vrijhavenstraat 5, 8400 Oostende.
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 6 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en
Plattelandsbeleid,
K. PEETERS

TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2366
[C 2012/35930]
6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand fixant la contribution obligatoire
des armateurs des bateaux de pche belges lalimentation du Fonds pour Mousses en 2012
Le Gouvernement flamand,
Vu la loi du 23 septembre 1931 sur le recrutement du personnel de la pche maritime, notamment larticle 3, 2,
deuxime alina, remplac par la loi du 13 aot 1990;
Vu lavis du Conseil du Fonds pour Mousses, rendu le 14 dcembre 2011;
Vu lavis de lInspection des Finances, rendu le 31 janvier 2012;
Vu lavis du Conseil consultatif stratgique de lAgriculture et de la Pche, rendu le 23 mars 2012;
Vu lavis 51.248/3 du Conseil dEtat, donn le 2 mai 2012, en application de larticle 84, 1er, alina 1er, 1, des lois
sur le Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Sur la proposition du Ministre flamand de lEconomie, de la Politique extrieure, de lAgriculture et de la Ruralit;
Aprs dlibration,
Arrte :
Article 1er. La contribution obligatoire charge des armateurs des bateaux de pche belges, vise larticle 3,
2, premier alina, 3, de la loi du 23 septembre 1931 sur le recrutement du personnel de la pche maritime, prvue
par larticle 3, 2, deuxime alina, de la loi prcite, est fixe pour lexercice 2012 0,10% de la somme brute des
captures vendues pendant cette priode dans les ports belges et trangers.
Art. 2. En ce qui concerne la conversion en euros des sommes brutes des captures vendues au Royaume-Uni et
au Danemark, le cours moyen officiel en vigueur aux dates de ventes respectives sur le march dchange rglement
est pris comme base.
Art. 3. Les contributions vises larticle 1er doivent tre verses ou vires au numro de compte postal
BE94 6791 7491 1814 du Fonds pour Mousses, Vrijhavenstraat 5, 8400 Oostende.
Art. 4. Le prsent arrt produit ses effets le 1er janvier 2012.
Art. 5. Le Ministre flamand ayant la pche en mer dans ses attributions est charg de lexcution du prsent arrt.
Bruxelles, le 6 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand, Ministre flamand de lEconomie, de la Politique extrieure, de
lAgriculture et de la Ruralit,
K. PEETERS

47037

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2367

[2012/204440]

6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van
12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen
inzake het milieubeleid
DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid, artikel 16.4.36, 3,
vijfde lid en artikel 16.4.41, 2, vijfde lid ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet
van 20 april 2012;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet
van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 mei 2012;
Gelet op het advies nr. 51.392/3 van de Raad van State, gegeven op 29 mei 2012, met toepassing van artikel 84, 1,
eerste lid, 1o, van de wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. In hoofdstuk VII, afdeling II, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot
uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid wordt
een artikel 75/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
Art. 75/1. De gewestelijke entiteit kan een voorstel tot betaling van een geldsom doen als ze van mening is dat
volgens de vaststellingen in het verslag van vaststelling onmiskenbaar vaststaat dat de overtreder de milieu-inbreuk
heeft gepleegd.
De termijn waarin de geldsom betaald moet worden bedraagt drie maanden.
Het voorstel tot betaling van een geldsom wordt schriftelijk gedaan met een kennisgeving, zoals bepaald in
artikel 16.1.2, 3o, van het DABM, en omvat minstens de volgende gegevens :
1o het verslag van vaststelling met het notitienummer;
2o de vastgestelde milieu-inbreuk, inclusief de geschonden regelgeving;
3o de decretale grondslag voor de toepassing van een voorstel tot betaling van een geldsom;
4o de voorgestelde geldsom, alsook de betalingstermijn en de wijze van betaling;
5o de gevolgen in geval van niet-tijdige betaling van de voorgestelde geldsom.
Art. 2. In dezelfde afdeling van hetzelfde besluit wordt een artikel 75/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
Art. 75/2. De gewestelijke entiteit kan een voorstel tot betaling van een geldsom doen als ze van mening is dat
volgens de vaststellingen in het proces-verbaal onmiskenbaar vaststaat dat de overtreder het milieumisdrijf heeft
gepleegd en dat het milieumisdrijf geen zware aantasting van het leefmilieu inhoudt.
De gewestelijke entiteit kan echter geen voorstel tot betaling van een geldsom doen in de volgende gevallen :
1o als het proces-verbaal verschillende milieumisdrijven heeft vastgesteld;
2o als aan de overtreder voor hetzelfde milieumisdrijf al eerder een betaling van een geldsom werd voorgesteld,
een alternatieve bestuurlijke geldboete werd opgelegd overeenkomstig de bepalingen van het DABM, of strafrechtelijk
werd veroordeeld;
3o als het proces-verbaal melding maakt van ernstige fysieke of materile schade aan derden.
De termijn waarin de geldsom betaald moet worden bedraagt drie maanden.
Het voorstel tot betaling van een geldsom wordt schriftelijk gedaan met een kennisgeving, zoals bepaald in
artikel 16.1.2, 3o, van het DABM, en omvat minstens de volgende gegevens :
1o het proces-verbaal met het notitienummer;
2o het vastgestelde milieumisdrijf, inclusief de geschonden regelgeving;
3o de decretale grondslag voor de toepassing van een voorstel tot betaling van een geldsom;
4o de voorgestelde geldsom, alsook de betalingstermijn en de wijze van betaling;
5o de gevolgen in geval van niet-tijdige betaling van de voorgestelde geldsom. .
Art. 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 6 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE

47038

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2367

[2012/204440]

6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand modifiant larrt du Gouvernement flamand du


12 dcembre 2008 portant excution du titre XVI du dcret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gnrales
concernant la politique de lenvironnement
LE GOUVERNEMENT FLAMAND,
Vu le dcret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gnrales concernant la politique de lenvironnement,
notamment larticle 16.4.36, 3, cinquime alina, et larticle 16.4.41, 2, cinquime alina, insrs par le dcret du 21
dcembre 2007 et modifis par le dcret du 20 avril 2012;
Vu larrt du Gouvernement flamand du 12 dcembre 2008 portant excution du titre XVI du dcret du
5 avril 1995 contenant des dispositions gnrales concernant la politique de lenvironnement;
Vu laccord du Ministre flamand comptent pour le budget, donn le 10 mai 2012;
Vu lavis no 51.392/1 du Conseil dEtat, donn le 29 mai 2012, en application de larticle 84, 1er, alina 1er, 1o, des
lois sur le Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Sur la proposition de la Ministre flamande de lEnvironnement, de la Nature et de la Culture;
Aprs dlibration,
Arrte :
Article 1er. Dans le chapitre VII, section II, de larrt du Gouvernement flamand du 12 dcembre 2008 portant
excution du titre XVI du dcret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gnrales concernant la politique de
lenvironnement, il est insr un article 75/1, rdig comme suit :
Art. 75/1. Lentit rgionale peut formuler une proposition de payer une somme dargent si elle estime que les
constatations du rapport de constatation dmontrent incontestablement que le contrevenant a commis une infraction
environnementale.
Le dlai dans lequel la somme dargent doit tre paye est de trois mois.
La proposition de payer une somme dargent est faite par crit au moyen dune notification telle que fixe
larticle 16.1.2, 3o, du DABM (dcret contenant des dispositions gnrales concernant la politique de lenvironnement),
et comprend au moins les donnes suivantes :
1o le rapport de constatation avec le numro de notice;
2o linfraction environnementale constate, y compris la rglementation viole;
3o la base dcrtale de lapplication dune proposition de payer une somme dargent;
4o la somme dargent propose, ainsi que le dlai de paiement et le mode de paiement;
5o les consquences en cas de paiement tardif de la somme dargent propose.
Art. 2. Dans la mme section du mme arrt, il est insr un article 75/2, rdig comme suit :
Art. 75/2. Lentit rgionale peut formuler une proposition de payer une somme dargent si elle estime que les
constatations du procs-verbal dmontrent incontestablement que le contrevenant a commis le dlit environnemental
et que le dlit environnemental ne porte pas une atteinte grave lenvironnement.
Cependant, lautorit rgionale ne peut pas formuler une proposition de payer une somme dargent dans les cas
suivants :
1o si le procs-verbal a constat divers dlits environnementaux;
2o si le contrevenant a dj reu une proposition de payer une somme dargent pour le mme dlit
environnemental, sil sest vu infliger une amende administrative alternative conformment aux dispositions
du DABM, ou sil a t condamn pnalement;
3o si le procs-verbal mentionne des dgts physiques ou matriels graves des tiers.
Le dlai dans lequel la somme dargent doit tre paye est de trois mois.
La proposition de payer une somme dargent est faite par crit au moyen dune notification telle que fixe
larticle 16.1.2, 3o, du DABM, et comprend au moins les donnes suivantes :
1o le procs-verbal avec le numro de notice;
2o le dlit environnemental constat, y compris la rglementation viole;
3o la base dcrtale de lapplication dune proposition de payer une somme dargent;
4o la somme dargent propose, ainsi que le dlai de paiement et le mode de paiement;
5o les consquences en cas de paiement tardif de la somme dargent propose. .
Art. 3. Le Ministre flamand ayant lenvironnement dans ses attributions est charg de lexcution du prsent
arrt.
Bruxelles, le 6 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de lEnvironnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE

47039

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2368

[2012/204454]

6 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning van de professioneel gerichte bacheloropleiding
bachelor in de multimedia en de communicatietechnologie als nieuwe opleiding van de Erasmushogeschool
Brussel
DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen,
artikel 34, 5o, gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 16 juni 2006, artikel 60septies, ingevoegd bij het decreet
van 19 maart 2004, artikel 61, vervangen bij het decreet van 19 maart 2004 en gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006,
30 april 2009 en 8 mei 2009, en artikel 62, vervangen bij het decreet van 19 maart 2004 en gewijzigd bij de decreten van
16 juni 2006, 30 april 2009, 8 mei 2009 en 1 juli 2011;
Gelet op het positieve advies van de Erkenningscommissie over de macrodoelmatigheid, gegeven op 27 mei 2011;
Gelet op het positieve toetsingsrapport van 14 juni 2012 van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financin, gegeven op 3 juli 2012;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. De professioneel gerichte bacheloropleiding bachelor in de multimedia en de communicatietechnologie
wordt erkend als nieuwe opleiding van de Erasmushogeschool Brussel. De opleiding is ondergebracht in het
studiegebied Industrile wetenschappen en technologie. De studieduur van de opleiding bedraagt honderdtachtig
studiepunten. De onderwijstaal is Nederlands. De opleiding kan met ingang van het academiejaar 2012-2013 worden
georganiseerd.
Art. 2. De professioneel gerichte bacheloropleiding bachelor in de milieuzorg, aangeboden door de Erasmushogeschool Brussel, wordt geschrapt in het Hoger Onderwijsregister vanaf het academiejaar waarin de nieuwe
opleiding, vermeld in artikel 1, wordt georganiseerd.
Art. 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 6 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET

TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2368

[2012/204454]

6 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand portant agrment de la formation professionnelle de bachelor
bachelor in de multimedia en de communicatietechnologie en tant que nouvelle formation de la
Erasmushogeschool Brussel
LE GOUVERNEMENT FLAMAND,
Vu le dcret du 4 avril 2003 relatif la restructuration de lenseignement suprieur en Flandre, notamment larticle 34,
5o, modifi par les dcrets du 19 mars 2004 et 16 juin 2006, larticle 60septies, insr par le dcret du 19 mars 2004,
larticle 61, remplac par le dcret du 19 mars 2004 et modifi par les dcrets des 16 juin 2006, 30 avril 2009 et 8 mai 2009,
et larticle 62, remplac par le dcret du 19 mars 2004 et modifi par les dcrets des 16 juin 2006, 30 avril 2009, 8 mai 2009
et 1er juillet 2011;
Vu lavis positif de la Commission dagrment sur la macro-efficacit, rendu le 27 mai 2011;
Vu le rapport dvaluation positif de lOrganisation daccrditation nerlandaise-flamande du 14 juin 2012;
Vu lavis de lInspection des Finances, rendu le 3 juillet 2012;
Sur la proposition du Ministre flamand de lEnseignement, de la Jeunesse, de lEgalit des Chances et des Affaires
bruxelloises;
Aprs dlibration,
Arrte :
Article 1er. La formation professionnelle de bachelor bachelor in de multimedia en de communicatietechnologie
est agre en tant que nouvelle formation de la Erasmushogeschool Brussel. La formation est classe dans la discipline
Sciences industrielles et technologie. La dure de la formation slve 180 units dtudes. La langue denseignement
est le nerlandais. La formation peut tre organise partir de lanne acadmique 2012-2013.
Art. 2. La formation professionnelle de bachelor in de milieuzorg, offerte par la Erasmushogeschool Brussel est
supprime dans le Registre de lEnseignement suprieur partir de lanne acadmique dans laquelle la nouvelle
formation, vise larticle 1er, est organise.

47040

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 3. Le Ministre flamand qui a lenseignement dans ses attributions est charg de lexcution du prsent arrt.
Bruxelles, le 6 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de lEnseignement, de la Jeunesse, de lEgalit des Chances et de Bruxelles,
P. SMET

*
VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2369
[C 2012/35932]
13 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van het model van inschrijvingsregister en
mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving, de provinciale bemiddelingscel voor gemeenten gelegen
buiten het werkingsgebied van het lokaal overlegplatform (LOP) en de procedure voor de goedkeuring van de
aanmeldingsprocedure door de Vlaamse Regering na een negatief besluit van de Commissie inzake
leerlingenrechten
De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 37duodecies, 3, artikel 37terdecies, 2,
artikel 37septies decies en artikel 37vicies sexies, 2, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011;
Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 110/12, 3, artikel 110/13, 2,
artikel 110/17 en artikel 110/26, 2, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 1 juni 2012;
Gelet op advies 51.485/1 van de Raad van State, gegeven op 21 juni 2012, met toepassing van artikel 84, 1, eerste
lid, 1 van de wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;
Na beraadslaging,
Besluit :
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het basis- en secundair onderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door
de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van hoofdstuk 5, dat van toepassing is op het basisonderwijs, het
buitengewoon secundair onderwijs en het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs.
Hoofdstuk 2. Definities
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
1 AgODi: het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
2 CLR: de Commissie inzake leerlingenrechten, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 2, van het decreet van
28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
3 codex: de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
4 decreet van 25 februari 1997: het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
5 initiatiefnemer: het schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, vermeld in hoofdstuk IV,
afdeling 1, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I, betrokken bij de aanmeldingsprocedure;
6 LOP: het lokaal overlegplatform;
7 minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
8 Regering: de Vlaamse Regering.
Hoofdstuk 3. Modellen
Art. 3. Ter uitvoering van artikel 37duodecies, 3, van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 110/12, 3, van
de codex, bepaalt de administrateur-generaal van AgODi het model van inschrijvingsregister.
Het model van inschrijvingsregister vermeldt naast de gegevens, vermeld in artikel 37duodecies, 1, van het decreet
van 25 februari 1997 of in artikel 110/12, 1, van de codex, minimaal de volgende gegevens:
1 de volgnummers;
2 de datum en het uur van de inschrijving;
3 de naam van de leerling;
4 het geboortedatum van de leerling;
5 de contingenten
Art. 4. Ter uitvoering van artikel 37terdecies, 2, van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 110/13, 2, van
de codex, bepaalt de administrateur-generaal van AgODi het model waarmee het schoolbestuur de niet-gerealiseerde
inschrijving meedeelt aan de ouders en, in voorkomend geval, aan het LOP of aan AgODi.
Het model vermeldt naast de gegevens, vermeld in artikel 37terdecies, 2, van het decreet van 25 februari 1997 of
in artikel 110/12, 2, van de codex, minimaal de volgende gegevens:
1 het schooljaar waarvoor de niet-gerealiseerde inschrijving geldt;
2 de datum en het uur van de niet-gerealiseerde inschrijving;
3 de gegevens van de vestigingsplaats;
4 de naam van de leerling;
5 het geboortedatum van de leerling;

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


6 de reden van niet-gerealiseerde inschrijving;
Hoofdstuk 4. Bemiddelingscel buiten een werkingsgebied van een LOP
Art. 5. Ter uitvoering van artikel 37septies decies van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 110/17 van de
codex, wijst de administrateur-generaal van AgODi per provincie een LOP-deskundige aan en wijst de inspecteurgeneraal per provincie een onderwijsinspecteur aan, die voor de bemiddeling in gemeenten buiten het werkingsgebied
van een LOP de taken van het LOP opnemen.
De administrateur-generaal en inspecteur-generaal voorzien daarbij in een regeling voor de vervanging van
bemiddelaars als die door omstandigheden verhinderd zijn.
Hoofdstuk 5. Procedure voor de goedkeuring van de aanmeldingsprocedure door de Regering na negatief besluit van de CLR
Afdeling 1. Ontvankelijkheid
Art. 6. 1. Het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies van het decreet van
25 februari 1997 of in artikel 110/25 van de codex, dat wordt voorgelegd aan de Regering, is ontvankelijk als:
1 de stukken met betrekking tot het voorstel van aanmeldingsprocedure aan AgODi zijn betekend met een
aangetekende brief of tegen afgifte van ontvangstbewijs;
2 de stukken met betrekking tot het voorstel van aanmeldingsprocedure tijdig zijn ingediend als vermeld in
artikel 37vicies sexies van het decreet van 25 februari 1997 of in artikel 110/26 van de codex;
3 de initiatiefnemer bij de stukken een uiteenzetting voegt over de argumenten tegen het negatieve besluit van de
CLR.
2. Terzelfdertijd geeft de initiatiefnemer aan of hij een hoorzitting wil en of hij die hoorzitting openbaar wil.
Daarbij geeft hij aan welke personen, met uitzondering van de LOP-deskundige van het werkingsgebied waar de
aanmeldingsprocedure betrekking op heeft, volgens hem gehoord moeten worden. Als de initiatiefnemer geen
hoorzitting wil, verloopt de procedure verder schriftelijk. Een later verzoek om een hoorzitting te organiseren, is
onontvankelijk.
Afdeling 2. De behandeling van een ontvankelijk voorstel van aanmeldingsprocedure
Art. 7. 1. Als AgODi op basis van artikel 6, 1, vaststelt dat een voorstel van aanmeldingsprocedure ontvankelijk
is, deelt hij dat binnen zeven kalenderdagen na de ontvangst van het dossier met een aangetekende brief mee aan de
initiatiefnemer en aan de CLR.
Bij de kennisgeving aan de CLR wordt de uiteenzetting van de initiatiefnemer over de argumenten tegen het
negatieve besluit van de CLR, vermeld in artikel 6, 1, 3, gevoegd en wordt de indiening van eventuele relevante
stukken gevraagd. De stukken moeten door de CLR aan AgODi bezorgd worden binnen een termijn van vijf
kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1.
Als de initiatiefnemer heeft verzocht om een hoorzitting, overeenkomstig artikel 6, 2, vermeldt de kennisgeving
aan de initiatiefnemer bijkomend:
1 de plaats, de dag en het uur van de hoorzitting;
2 het recht om zich te laten bijstaan of, op grond van een schriftelijke machtiging, zicht te laten vertegenwoordigen
door een raadsvrouw of -man.
2. AgODi roept de personen, vermeld in artikel 6, 2, ten minste tien kalenderdagen voor de hoorzitting op met
een aangetekende brief.
Art. 8. AgODi is belast met de samenstelling van het dossier.
Het dossier bestaat uit:
1 de stukken die door de initiatiefnemer zijn ingediend, meer in het bijzonder het voorstel van aanmeldingsprocedure en een uiteenzetting over de argumenten tegen het negatieve besluit van de CLR;
2 de stukken die door de CLR aan AgODi zijn bezorgd.
Afdeling 3. De behandeling van een onontvankelijk voorstel van aanmeldingsprocedure
Art. 9. Als AgODi op basis van artikel 6, 1, vaststelt dat het voorstel van aanmeldingsprocedure onontvankelijk
is, deelt hij dat binnen zeven kalenderdagen na de ontvangst van het dossier mee aan de minister.
De procedure is afgehandeld als de minister de door AgODi vastgestelde onontvankelijkheid binnen zeven
kalenderdagen na de kennisname bevestigt en de initiatiefnemer daarvan met een aangetekende brief op de hoogte
brengt.
Afdeling 4. De hoorzitting
Art. 10. 1. De administrateur-generaal van AgODi of een door hem aangeduid personeelslid van AgODi leidt
de hoorzitting en hoort de initiatiefnemer en, in voorkomend geval, de opgeroepen personen.
2. De administrateur-generaal van AgODi of een door hem aangeduid personeelslid van AgODi stelt ter zitting
een proces-verbaal op, dat onmiddellijk wordt voorgelezen en ter ondertekening wordt voorgelegd aan de
initiatiefnemer.
De initiatiefnemer kan gemotiveerd voorbehoud aantekenen bij de ondertekening.
Afdeling 5. De eindbeslissing
Art. 11. De minister toetst het voorstel van aanmeldingsprocedure overeenkomstig artikel 37vicies sexies, 2, van
het decreet van 25 februari 1997 of artikel 110/26, 2, van de codex, op basis van het dossier en, in voorkomend geval,
op basis van het proces-verbaal van de hoorzitting.
Art. 12. De minister brengt zijn eindbeslissing uit binnen de termijn, vermeld in artikel 37vicies sexies, 2, van het
decreet van 25 februari 1997, of in artikel 110/26, 2, van de codex. De eindbeslissing van de minister en, in voorkomend
geval, een kopie van het proces-verbaal van de hoorzitting worden met een aangetekende brief betekend aan de
initiatiefnemer en aan de CLR.

47041

47042

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2012.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit
Brussel, 13 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET

TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2369
[C 2012/35932]
13 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand fixant le modle de registre dinscription et le modle de
communication dinscription non ralise, la cellule provinciale de mdiation pour les communes situes en
dehors de la zone daction de la plate-forme locale de concertation (LOP), ainsi que la procdure pour
lapprobation par le Gouvernement flamand de la procdure de prinscription aprs une dcision ngative de
la part de la Commissie inzake Leerlingenrechten (Commission des droits de llve)
Le Gouvernement flamand,
Vu le dcret du 25 fvrier 1997 relatif lenseignement fondamental, notamment les articles 37duodecies, 3,
37terdecies, 2, 37septies decies et 37vicies sexies, 2, insrs par le dcret du 25 novembre 2011;
Vu le Code de lEnseignement secondaire du 17 dcembre 2010, notamment les articles 110/12, 3, 110/13, 2,
110/17 et 110/26, 2, insrs par le dcret du 25 novembre 2011;
Vu laccord du Ministre flamand charg du budget, donn le 1er juin 2012;
Vu lavis 51.485/1 du Conseil dEtat, donn le 21 juin 2012, en application de larticle 84, 1er, alina 1er, 1, des
lois sur le Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Sur la proposition du Ministre flamand de lEnseignement, de la Jeunesse, de lEgalit des Chances et des Affaires
bruxelloises;
Aprs dlibration,
Arrte :
Chapitre 1er. Disposition gnrale
Article 1er. Le prsent arrt sapplique lenseignement fondamental et secondaire financ ou subventionn par
la Communaut flamande, lexception du chapitre 5, qui sapplique lenseignement fondamental, lenseignement
secondaire spcial et la premire anne dtudes du premier degr de lenseignement secondaire ordinaire.
Chapitre 2. Dfinitions
Art. 2. Dans le prsent arrt, on entend par :
1 AgODi : lAgentschap voor Onderwijsdiensten (Agence de Services dEnseignement);
2 CLR : la Commissie inzake Leerlingenrechten (Commission des droits de llve), telle que cite la section 2
du chapitre IV du dcret du 28 juin 2002 relatif lgalit des chances en ducation-I;
3 Code : le Code de lEnseignement secondaire du 17 dcembre 2010;
4 dcret du 25 fvrier 1997 : le dcret relatif lenseignement fondamental du 25 fvrier 1997;
5 preneur dinitiative : lautorit scolaire, plusieurs autorits scolaires ensemble ou la LOP telle que vise la
section 1re du chapitre IV du dcret du 28 juin 2002 relatif lgalit des chances en ducation-I, associes la procdure
de prinscription;
6 LOP: (lokaal overlegplatform) la plate-forme locale de concertation;
7 Ministre: le Ministre flamand charg de la politique de lenseignement;
8 Gouvernement : le Gouvernement flamand.
Chapitre 3. Modles
Art. 3. En excution de larticle 37duodecies, 3, du dcret du 25 fvrier 1997 et de larticle 110/12, 3, du Code,
ladministrateur gnral dAgODi fixe le modle du registre dinscription.
Le modle de registre dinscription mentionne, outre les donnes vises larticle 37duodecies, 1er, du dcret du
25 fvrier 1997 ou larticle 110/12, 1er, du Code, au moins les donnes suivantes :
1 les numros dordre;
2 la date et lheure de linscription;
3 le nom de llve;
4 la date de naissance de llve;
5 les contingents
Art. 4. En excution de larticle 37terdecies, 2, du dcret du 25 fvrier 1997 et de larticle 110/13, 2, du Code,
ladministrateur gnral dAgODi fixe le modle avec lequel lautorit scolaire communique linscription non ralise
aux parents et, le cas chant, la LOP ou AgODi.
Le modle mentionne, outre les donnes vises larticle 37terdecies, 2, du dcret du 25 fvrier 1997 ou
larticle 110/12, 2, du Code, au moins les donnes suivantes :
1 lanne scolaire laquelle sapplique linscription non ralise;

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


2 la date et lheure de linscription non ralise;
3 les donnes de limplantation;
4 le nom de llve;
5 la date de naissance de llve;
6 la date de linscription non ralise;
Chapitre 4. Cellule de mdiation en dehors dune zone daction dune LOP
Art. 5. En excution de larticle 37septies decies du dcret du 25 fvrier 1997 et de larticle 110/17 du Code,
ladministrateur gnral dAgODi dsigne par province un expert LOP et linspecteur gnral dsigne par province un
inspecteur de lenseignement, qui assument les missions de la LOP pour ce qui est de la mdiation dans les communes
situes en dehors de la zone daction dune LOP.
Ladministrateur gnral et linspecteur gnral prvoient cet effet un rgime de remplacement des mdiateurs
lorsque ceux-ci sont empchs pour convenance personnelle.
Chapitre 5. Procdure pour lapprobation par le Gouvernement
de la procdure de prinscription aprs une dcision ngative de la part de la CLR
Section 1re. Recevabilit
Art. 6. 1er. La proposition de procdure de prinscription vise larticle 37vicies quinquies du dcret du
25 fvrier 1997 ou larticle 110/25 du Code, qui est introduite au Gouvernement flamand, est recevable si :
1 les pices relatives la proposition de procdure de prinscription sont notifies AgODi par lettre
recommande ou par remise contre rcpiss;
2 les pices relatives la proposition de procdure de prinscription sont introduites temps, tel que mentionn
larticle 37vicies sexies du dcret du 25 fvrier 1997 ou larticle 110/26 du Code;
3 le preneur dinitiative joint aux pices un expos sur les arguments contre la dcision ngative de la CLR.
2. En mme temps, le preneur dinitiative indique, sil souhaite une audition et sil souhaite que celle-ci soit
publique ou non. Ce faisant, il indique quelles sont les personnes quil souhaite voir entendues, lexception de lexpert
de la LOP de la zone daction sur laquelle porte la procdure de prinscription. Si le preneur dinitiative ne veut pas
daudition, la procdure continue de manire crite. Une demande ultrieure dorganiser une audition est irrecevable.
Section 2. Le traitement dune proposition recevable de procdure de prinscription
Art. 7. 1er. Lorsque, en vertu de larticle 6, 1er, AgODi constate quune proposition de procdure de
prinscription est recevable, il en informe le preneur dinitiative et la CLR par lettre recommande, dans les sept jours
calendaires de la rception du dossier.
Lors de la notification la CLR, celle-ci est assortie de lexpos du preneur dinitiative sur les arguments contre la
dcision ngative de la CLR, vis larticle 6, 1er, 3, et lintroduction dventuelles pices pertinentes est demande.
La CLR doit transmettre ces pices AgODi dans les cinq jours calendaires de la notification vise au paragraphe 1er.
Si le preneur dinitiative a demand une audition, conformment larticle 6, 2, la notification faite au preneur
dinitiative mentionne titre complmentaire :
1 le lieu, la date et lheure de laudition;
2 le droit de se faire assister ou, sur la base dune autorisation crite, de se faire reprsenter par un conseiller/une
conseillre.
2. AgODi convoque les personnes vises larticle 6, 2, au moins dix jours calendaires avant laudition par une
lettre recommande.
Art. 8. AgODi est charge de ltablissement du dossier.
Le dossier se compose :
1 des pices introduites par le preneur dinitiative, notamment la proposition de procdure de prinscription et
un expos sur les arguments contre la dcision ngative de la CLR;
2 des pices remises par la CLR AgODi.
Section 3. Le traitement dune proposition irrecevable de procdure de prinscription
Art. 9. Lorsque, en vertu de larticle 6, 1er, AgODi constate que la proposition de procdure de prinscription est
irrecevable, elle en informe le Ministre dans les sept jours calendaires de la rception du dossier.
La procdure est clture lorsque le Ministre confirme lirrecevabilit constate par AgODi dans les sept jours
calendaires de la prise de connaissance et en informe le preneur dinitiative par une lettre recommande.
Section 4. Laudition
er

Art. 10. 1 . Ladministrateur gnral dAgODi ou un membre du personnel dAgODi dsign par lui a la
conduite de laudition et entend le preneur dinitiative et, le cas chant, les personnes convoques.
2. Ladministrateur gnral dAgODi ou un membre du personnel dAgODi dsign par lui dresse un
procs-verbal sance tenante, dont il est immdiatement fait lecture et qui est soumis la signature du preneur
dinitiative.
Le preneur dinitiative peut signifier sa rserve motive lors de la signature.
Section 5. La dcision finale
Art. 11. Le Ministre contrle la proposition de procdure de prinscription conformment larticle 37vicies sexies,
2, du dcret du 25 fvrier 1997 ou larticle 110/26, 2, du Code, sur la base du dossier et, le cas chant, sur la base
du procs-verbal de laudition.
Art. 12. Le Ministre met sa dcision finale dans le dlai vis larticle 37vicies sexies, 2, du dcret du
25 fvrier 1997, ou larticle 110/26, 2, du Code. La dcision finale du Ministre et, le cas chant, une copie du
procs-verbal de laudition sont notifies au preneur dinitiative et la CLR par lettre recommande.

47043

47044

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Chapitre 6. Dispositions finales
Art. 13. Le prsent arrt entre en vigueur le 1er septembre 2012.
Art. 14. Le Ministre flamand ayant lenseignement dans ses attributions est charg de lexcution du prsent arrt
Bruxelles, le 13 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de lEnseignement, de la Jeunesse, de lEgalit des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET

*
VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2370
[2012/204500]
13 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de begroting en het financile beheer
van de Dienst met Afzonderlijk Beheer Digitale Drukkerij
DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 87, 1, gewijzigd bij de wet
van 8 augustus 1988 en de bijzondere wet van 16 juli 1993;
Gelet op het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van
subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, artikel 3, 1;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012, artikel 69,
eerste lid;
Gelet op het begrotingsakkoord, gegeven op 10 januari 2012;
Gelet op advies 50.867/3 van de Raad van State, gegeven op 7 februari 2012, met toepassing van artikel 84, 1, eerste
lid, 1o, van de wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en de Vlaamse
Rand en de Vlaamse minister van Financin, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. Definitie
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder DAB : de Dienst met Afzonderlijk Beheer Digitale Drukkerij.
HOOFDSTUK 2. De begroting
Art. 2. De ramingen van de ontvangsten hebben betrekking op :
1o het over te dragen saldo;
2o de dotatie;
3o de eigen ontvangsten van de DAB gedurende het begrotingsjaar in kwestie.
Art. 3. Op de begroting van een bepaald jaar worden de volgende bedragen aangerekend :
1o op het vastleggingskrediet : het bedrag van de verbintenissen, aangegaan tijdens het begrotingsjaar;
2o op het vereffeningskrediet : de sommen, vereffend gedurende het begrotingsjaar.
HOOOFDSTUK 3. Beheer
Art. 4. 1. In dit artikel wordt verstaan onder :
1o eenvoudige uitvoering : het treffen van alle maatregelen en beslissingen voor de verwezenlijking van de
opdracht binnen de perken van de aanneming, met uitzondering van de maatregelen en beslissingen die een
beoordeling van de gunnende overheid vereisen;
2o gedelegeerde : de gedelegeerd beheerder.
2. De beheerder is bevoegd om bestekken voor werken, leveringen of diensten of de bescheiden die ze vervangen,
goed te keuren, de wijze te kiezen waarop de opdrachten worden gegund, opdrachten voor de aanneming van werken,
leveringen of diensten te gunnen en te zorgen voor de uitvoering ervan.
De beheerder zorgt bovendien voor de eenvoudige uitvoering van de opdrachten voor de aanneming van werken,
leveringen of diensten die in het kader van het functioneren van de DAB zijn gegund door de Vlaamse Regering of het
bevoegde lid ervan.
3. De gedelegeerde is bevoegd om alle vastleggings- en betalingsdocumenten te tekenen binnen de perken van
de geopende kredieten. De gedelegeerde zorgt bovendien voor de eenvoudige uitvoering van de opdrachten voor de
aanneming van werken, leveringen of diensten die in het kader van het functioneren van de DAB zijn gegund door de
Vlaamse Regering of het bevoegde lid ervan.
4. De administrateur-generaal van het Agentschap voor Facilitair Management wordt aangesteld als beheerder
van de DAB. Het afdelingshoofd van de afdeling Centrale Dienstverlening is de gedelegeerde.
HOOFDSTUK 4. Slotbepalingen
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake de facilitaire dienstverlening en het
vastgoedbeheer in de Vlaamse administratie, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financin en de begrotingen,
zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 13 juli 2012
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en de Vlaamse Rand,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Financin, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS

TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2370
[2012/204500]
13 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand relatif au budget et la gestion financire
du service gestion spare Imprimerie numrique
LE GOUVERNEMENT FLAMAND,
Vu la loi spciale de rformes institutionnelles du 8 aot 1980, article 87, 1er, modifie par la loi du 8 aot 1988
et la loi spciale du 16 juillet 1993;
Vu le dcret du 8 juillet 2011 rglant le budget, la comptabilit, lattribution de subventions et le contrle de leur
utilisation, et le contrle par la Cour des Comptes, notamment larticle 3, 1;
Vu le dcret du 23 dcembre 2011 contenant diverses mesures daccompagnement du budget 2012, notamment
larticle 69, alina premier;
Vu laccord budgtaire donn le 10 janvier 2012;
Vu lavis 50.867/3 du Conseil dtat donn le 7 fvrier 2012, en application de larticle 84, 1, premier alina, 1o,
des lois sur le Conseil dtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Sur proposition du Ministre flamand de la Gouvernance publique, de lAdministration intrieure, de lIntgration
civique, du Tourisme et de la Priphrie flamande de Bruxelles, et du Ministre flamand des Finances, du Budget, de
lEmploi, de lAmnagement du Territoire et des Sports;
Aprs dlibration,
Arrte :
CHAPITRE 1er. Dfinition
er
Article 1 . Dans le prsent arrt, on entend par SGS le Service gestion spare Imprimerie numrique.
CHAPITRE 2. Budget
Art.2. Les estimations des recettes portent sur :
1o le solde reporter;
2o la dotation;
3o les recettes propres du SGS durant lexercice budgtaire en question.
Art. 3. Les montants suivants sont imputs sur le budget dune anne dtermine :
1o sur le crdit dengagement : le montant des engagements contracts durant lexercice budgtaire;
2o sur le crdit de liquidation : les sommes liquides durant lexercice budgtaire.
CHAPITRE 3. Gestion
Art. 4. 1. Dans le prsent article, on entend par :
1o excution simple : la prise de toute mesure et dcision visant raliser le march dans les limites de
ladjudication, lexception des mesures et dcisions qui exigent une apprciation de lautorit qui procde
ladjudication;
2o dlgu : ladministrateur dlgu.
2. Le dlgu est habilit approuver les cahiers des charges pour travaux, fournitures ou services, ou les
documents de substitution, choisir le mode dattribution des marchs, attribuer des marchs publics de travaux, de
fournitures ou de services, et en assurer lexcution.
Le dlgu assure galement la simple excution des marchs publics de travaux, fournitures ou services qui ont
t attribus par le Gouvernement flamand ou le membre comptent du Gouvernement dans le cadre du
fonctionnement du SGS.
3. Le dlgu est habilit signer tous les documents dengagement et de paiement dans les limites des crdits
ouverts. Le dlgu assure galement la simple excution des marchs publics de travaux, fournitures ou services qui
ont t attribus par le Gouvernement flamand ou le membre comptent du Gouvernement dans le cadre du
fonctionnement du SGS.
4. Ladministrateur gnral de lAgence de Gestion facilitaire est dsign comme gestionnaire du SGS. Le dlgu
est le chef de division de la Division des Services centraux.
CHAPITRE 4. Dispositions finales
Art. 5. Le Ministre flamand charg de la politique gnrale en matire de services facilitaires et de gestion
immobilire et le Ministre flamand charg des finances et du budget, sont, chacun pour ce qui le concerne, chargs de
lexcution du prsent arrt.
Bruxelles, le 13 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de la Gouvernance publique, de lAdministration intrieure,
de lIntgration civique, du Tourisme et de la Priphrie flamande de Bruxelles,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de lEmploi, de lAmnagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS

47045

47046

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2371

[C 2012/35933]

20 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot vermindering van de studieomvang
van de masteropleiding master in de geneeskunde in het hoger onderwijs in Vlaanderen
De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen,
inzonderheid op artikel 63septies, 1, vervangen bij het decreet van 7 juli 2010;
Gelet op het advies van de Erkenningscommissie, gegeven op 10 oktober 2011;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, gegeven op 17 juli 2012;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. De studieomvang van de masteropleiding master in de geneeskunde wordt verminderd tot
180 studiepunten. De masteropleiding master in de geneeskunde met een studieomvang van 180 studiepunten wordt
jaar na jaar ingevoerd vanaf het academiejaar 2015-2016 parallel met de afbouw van de masteropleiding master in de
geneeskunde met een studieomvang van 240 studiepunten.
Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 20 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET

TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2371

[C 2012/35933]

20 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand portant rduction du volume dtudes


de la formation de master master in de geneeskunde dans lenseignement suprieur en Flandre
Le Gouvernement flamand,
Vu le dcret du 4 avril 2003 relatif la restructuration de lenseignement suprieur en Flandre, notamment
larticle 63septies, 1er, remplac par le dcret du 7 juillet 2010;
Vu lavis de la Commission dAgrment, rendu le 10 octobre 2011;
Vu laccord du Ministre flamand charg du budget, donn le 17 juillet 2012;
Sur la proposition du Ministre flamand de lEnseignement, de la Jeunesse, de lEgalit des Chances et des Affaires
bruxelloises;
Aprs dlibration,
Arrte :
Article 1er. Le volume dtudes de la formation de master master in de geneeskunde est rduite jusqu
180 crdits. La formation de master master in de geneeskunde ayant un volume dtudes de 180 crdits est introduite
anne dtudes par anne dtudes, partir de lanne acadmique 2015-2016 paralllement avec la suppression
progressive de la formation de master master in de geneeskunde ayant un volume dtudes de 240 crdits.
Art. 2. Le Ministre flamand ayant lenseignement dans ses attributions est charg de lexcution du prsent arrt.
Bruxelles, le 20 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de lEnseignement, de la Jeunesse, de lEgalit des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET

47047

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
N. 2012 2372

[C 2012/35959]

20 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van
5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1,
2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de
Vlaamse Bouwmeester
VERSLAG AAN DE VLAAMSE REGERING
Zoals opgenomen in de visienota Versnellen van Investeringsprojecten van de Vlaamse Regering van
15 oktober 2010 is het bestaande besluit inzake de handelingen van algemeen belang gevalueerd door degenen die met
het besluit te maken hebben, namelijk de ambtenaren van de administratie ruimtelijke ordening, overheidsadministraties die projecten initiren en private aanvragers.
Uit deze evaluatie bleek dat het eerder de ruimtelijke uitgestrektheid van de impact en het al dan niet aanwezig
zijn van locatiealternatieven is, die belangrijk zijn bij het formuleren van het antwoord op de vraag of de opmaak van
een RUP al dan niet nuttig is.
Een bijstelling van het besluit van de Vlaamse Regering bleek al snel te botsen op de grenzen die het artikel 4.4.7,
2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ( VCRO ) stelde.
Op voordracht van de heren Wilfried Vandaele, Lode Ceyssens, Bart Martens en Robrecht Bothuyne en de dames
Tine Eerlingen, Tinne Rombouts en Michle Hostekint werd op 2 mei 2012 een voorstel van decreet tot wijziging van
diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot wijziging van de regelgeving wat betreft de
opheffing van het Agenschap Ruimtelijke Ordening, in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement
aangenomen. Dit decreet werd bekrachtigd door de Vlaamse Regering op 11 mei 2012.
Gelet op de bekrachtiging van het decreet door de Vlaamse Regering op 11 mei 2012 wordt thans het voorliggende
besluit voorgelegd aan de Vlaamse Regering voor definitieve goedkeuring na verwerking van het advies van de SARO
en het advies van de Raad van State.
Het besluit, dat uitvoering geeft aan het gewijzigde VCRO-artikel, is vanuit die evaluatie gebaseerd op de
volgende uitgangspunten :
- het garanderen van een versnelling door maximaal zaken op te nemen waarvoor evident de opmaak van een
ruimtelijk uitvoeringsplan ( RUP ) geen meerwaarde heeft;
- het bewaken van een goed procesverloop door ten aanzien van de toepasbaarheid van het besluit voor bepaalde
handelingen een uitspraak te doen over de al dan niet noodzaak van een voorafgaand planningsinitiatief vooraleer de
vergunningsaanvraag in te dienen;
- het garanderen van ruimtelijke kwaliteit door een aantal beoordelingscriteria te specifiren;
- het maximaliseren van rechtszekerheid, duidelijkheid en inperken van appreciatiemogelijkheden door een
grotere volledigheid en klare omschrijvingen.
Er wordt beklemtoond dat voorliggend besluit in zijn opsommingen, ter wille van de volledigheid en de
duidelijkheid, wellicht een aantal zaken heeft opgenomen waarvan de afwijking van stedenbouwkundige voorschriften
of verkavelingsvoorschriften niet steeds zeker is.
Zo is er, ook in de rechtspraak, discussie of een weg doorheen een agrarisch gebied van het gewestplan, strijdig
is met die bestemming dan wel volkomen los staat van de bestemmingskwestie.
Dit besluit mag dus niet in die zin genterpreteerd worden dat men zou oordelen dat er opeens zaken als afwijkend
worden beschouwd die helemaal niet in strijd zijn met voorschriften.
Artikelsgewijze bespreking
u Artikel 1
Artikel 1 voegt, vanuit de vermelde nood aan verdere verduidelijking, een nieuw artikel met een aantal definities
in.
Punt 3 : het begrip gepland
Wat betreft het begrip gepland wordt duidelijk gesteld dat het hier gaat over een of -interpretatie en niet
en , beide voorwaarden moeten niet samen vervuld zijn. Het zijn dus twee mogelijkheden die vallen onder
gepland .
Er is geen noodzakelijke relatie tussen de twee mogelijkheden.
Punt a) gaat over de handelingen die stedenbouwkundig vergund zijn maar nog niet uitgevoerd waarbij het dus
bv. kan gaan om een afvalwatercollector die is vergund in agrarisch gebied, vlak naast een weg waar nu, in toepassing
van voorliggend besluit, wordt gevraagd om die wat verder van de weg uit te voeren of gedeeltelijk aan de andere zijde
van de weg (omdat dit bijvoorbeeld beter uitkomt met de aansluitingen).
Het is dus in geval a) niet strikt noodzakelijk dat de infrastructuur of de voorziening waarvoor de toepassing van
het nieuwe BVR wordt gevraagd, de facto in overeenstemming moet zijn met de bestemmingsvoorschriften (het gaat
overigens net om een afwijkingsregeling).
Dus ook alle kleine wijzigingen aan in toepassing van dit besluit vergunde werken kunnen onder a) vallen.
Punt b) gaat over de zaken die op bijvoorbeeld het gewestplan of een RUP voorzien zijn, maar nog niet aangelegd
of uitgevoerd. Typevoorbeeld hier is een reservatiestrook voor een weg waarbij, in toepassing van het nieuwe BVR, zou
worden gevraagd om een voorziene bocht wat scherper of flauwer, en dus voor een beperkte deel tot buiten de
reservatiestrook aan te leggen.
Hoewel de term gepland slechts in n bepaling voorkomt, meer bepaald nieuw artikel 3, wordt ervoor
geopteerd om deze term in dit artikel te definiren, enerzijds gelet op de lengte van dit artikel 3, en anderzijds door de
verschillende punten van dit artikel 3 waarin deze term voorkomt. Dit geldt eveneens voor de term wijziging of
uitbreiding .
u Artikel 2
Artikel 2 voegt bijkomende specificaties toe aan huidig artikel 2, 3. Meer bepaald worden werken, handelingen
en wijzigingen die betrekking hebben op waterlopen naast waterwegen, de aanleg van openbare bufferbekkens die in
het nieuwe artikel 1/1 worden gedefinieerd, en de toevoeging van de hermeandering van waterlopen als handeling van
algemeen belang in de zin van artikel 4.1.1, 5, van de VCRO beschouwd.
Artikel 2, 2 brengt de terminologie in overeenstemming met de aangepaste tekst van artikel 4.4.7. van de VCRO.

47048

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


u Artikel 3
Artikel 3 brengt het opschrift van hoofdstuk III in overeenstemming met de terminologie
gehanteerd in de VCRO.
Bovendien wordt uitvoering gegeven aan de decreetswijziging bekrachtigd door de Vlaamse Regering op
11 mei 2012 die artikel 4.4.7, 2 van de VCRO heeft aangepast.
Artikel 4.4.7, 2, luidt na deze wijziging :
In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben mag worden afgeweken
van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk
beperkte impact hebben omwille van hun aard, omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande
infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.
De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Ze kan ook de regelen bepalen volgens welke kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het
toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Deze paragraaf verleent nimmer vrijstelling van de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectenraportage over
projecten, opgenomen in hoofdstuk III van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake
milieubeleid.
Het aangepaste artikel 3 bepaalt dus de handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact
hebben waarvoor, met toepassing van artikel 4.4.7, 2, van de VCRO, de vergunning kan worden verleend in afwijking
van de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften, dus zonder dat een voorafgaand planningsinitiatief vereist is.
Het aangepaste artikel 3 bevat drie verschillende lijsten, opgenomen in drie paragrafen.
Paragraaf 1 omvat de handelingen waarbij het evident is dat een afwijking van de stedenbouwkundige
voorschriften of verkavelingsvoorschriften overweegbaar is, terwijl een voorafgaand planningsinitiatief geen
meerwaarde zou bieden, omdat er geen alternatieven af te wegen zijn of omdat de ruimtelijke inpassing en beoordeling
van deze handelingen even goed in een vergunningsaanvraag kunnen plaatsvinden.
Het gaat binnen de handelingen met ruimtelijk beperkte impact om deze handelingen met een zeer geringe impact,
de puur lokale projecten en dergelijke meer.
Volgende punten worden nader besproken :
Punt 1, b) : wat de gemeentelijke verkeerswegen betreft gaat het bijvoorbeeld ook om wegen ter ontsluiting van
bedrijventerreinen.
Punt 2 Aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren dienen, vanuit de doelstellingen van het besluit een
ruimtelijk beperkte impact te hebben. In die zin kan het bijvoorbeeld gaan om de omvorming van een bestaande
kruising of kruispunt met het oog op een verbeterde verkeerssituatie met inbegrip van de realisatie van
niet-gelijkgrondse kruisingen met mogelijkheid tot uitwisseling van het verkeer tussen de wegen, de vervanging van
een gelijkvloerse spoorwegovergang door een brug, het plaatsen van verlichting en signalisatie bij een infrastructuur,
het aanleggen van stationeer- en parkeerstroken of invoeg- en afslagstroken, het aanleggen van bovenleidingen,
kabelwerken en seininrichtingen bij sporen, het aanleggen van halteinfrastructuur, het bouwen van stuwen op
waterwegen en waterlopen, het plaatsen van meet- en pompinstallaties, het plaatsen van onderhouds- en
veiligheiduitrusting, het bouwen van kaaimuren, het aanleggen van toegangswegen, het oprichten van geluidsschermen, enz.
Worden niet bedoeld : het volledig in een tunnel brengen van een bovenlokale weg die momenteel op
maaiveldniveau is gelegen, een gasontspanningsstation bij een aardgasleiding, enz.
Onder lijninfrastructuren worden verstaan onder meer verkeerswegen, spoorwegen, waterwegen en waterlopen,
pijpleidingen, elektriciteitsleidingen,...
Punten 3, 5 en 6 Hier gaat het om leidingen van het openbaar distributienet. Het betreft leidingen in het kader
van het algemeen belang vanaf de verdeelpunten ten behoeve van de lokale bediening van bedrijven, woningen en
dergelijke meer. Paragraaf 2 daarentegen gaat over de echte hoofdtransportleidingen in functie van het vervoer van
elektriciteit, aardgas en brandstoffen doorheen regios en het land. Om alle mogelijke misverstanden te vermijden
merken we nog op dat met het openbaar distributienet niet het kabeltelevisie-distributienet wordt bedoeld.
Punt 9 : aangezien artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de
toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen niet langer zal kunnen worden toegepast, bevat dit
punt bepalingen ten aanzien van andere dan de al opgesomde infrastructuren en voorzieningen. Het kan hierbij dus
ook om gebouwen gaan. De in punt 9 bepaalde maxima beantwoorden aan de huidige, ongeschreven toepassingsrichtlijnen van artikel 20 KB. De maxima moeten echter binnen de begrenzingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening en voorliggend besluit worden toegepast, vanuit een oordeel over de ruimtelijk beperkte impact dus.
Dat houdt bijvoorbeeld in dat uiteraard niet elk gebouw met een vloeroppervlakte van 100 vierkante meter en 20
meter hoog, onder de toepassing van de afwijkingsbepalingen zal kunnen vallen. De hoogte is dusdanig vastgelegd dat
ook masten en torens en dergelijke mogelijk zijn, de oppervlaktemaat vanuit een beperking van de impact op
grondniveau.
Punten 10, 11 en 12 leggen vast dat de handelingen van algemeen belang die kaderen binnen door de overheid
goedgekeurde inrichtingsplannen met betrekking tot natuurinrichting, landinrichting, ruilverkavelingen en bekkenbeheersplannen, ook onder het toepassingsgebied van voorliggend besluit kunnen vallen. De afwijkingsregel is slechts
mogelijk voor zover de totale grondoppervlakte van deze handelingen niet groter is dan 2 ha. Uiteraard zullen al heel
wat van die handelingen vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, maar voorliggend besluit dekt de
overige handelingen.
Paragraaf 2 omvat de handelingen die overweegbaar zijn binnen de afwijkingsbepalingen, maar waar het om een
aantal redenen nodig geacht wordt de toepasbaarheid van het afwijkingsartikel te onderzoeken, vooraleer de
vergunningsaanvraag formeel ingediend wordt.
Een eerste reden is dat de aanvrager op die manier van de bevoegde overheid uitsluitsel krijgt over de vraag of
er, ter wille van bijvoorbeeld de afweging van alternatieven of de ruimtelijke inpassing, niet beter eerst een RUP wordt
opgemaakt. Die beoordeling uitstellen zou inhouden dat nodeloos tijdverlies wordt gecreerd. Het is beter zo vroeg
mogelijk duidelijkheid te krijgen over al dan niet een planningsinitiatief.
Een tweede reden is de duidelijkheid die ten aanzien van derden wordt geschapen. Het besluit legt immers op dat
de beoordeling over de al dan niet noodzaak van een planningsinitiatief gebeurt ten laatste bij het ontvankelijkheidsen volledigheidsonderzoek van de vergunningsaanvraag (het kan uiteraard ook vroeger, bijvoorbeeld naar aanleiding
van een informeel overleg). Het document van de bevoegde overheid, waaruit blijkt om welke redenen geoordeeld
wordt dat geen planningsproces nodig is, wordt bij het dossier gevoegd. De burger kan die motivatie raadplegen en
bezwaren hierover tijdens de procedure kunnen voor een deel al worden vermeden. Het voorkomt alleszins dat
bezwaren worden verschoven naar de eindbeslissing over de vergunning.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


De beoordeling gebeurt in de praktijk door het college van burgemeester en schepenen of door de
gewestelijk/gedelegeerd stedenbouwkundig ambtenaar.
Een beoordeling dat geen planningsinitiatief en desgevallend bijhorend plan-MER nodig is, impliceert geenszins
een oordeel over de al dan niet vergunbaarheid van het project.
Het eerste lid van paragraaf 2 bevat volgende elementen :
Punten 1 en 2 : het onderscheid tussen deze twee punten is dat in punt 1 ook het nieuw aanleggen is bedoeld,
terwijl in 2 het moet gaan om bestaande of geplande infrastructuren. Punt 2 kan daarom ook handelen over
wijzigingen en uitbreidingen van grotere projecten. Een project hoeft uiteraard niet zowel aan zowel punt 1 als punt
2 te voldoen, om voor een vergunning zonder planningsinitiatief in aanmerking te komen. Het is voldoende dat aan
een van beide punten is voldaan.
Punt 3 : Waterlopen en waterwegen komen in zowat alle bestemmingsgebieden voor. Ze maken deel uit van ons
fysisch systeem. Ingrepen om dit watersysteem aan te passen zijn dan ook niet altijd noodzakelijkerwijze als
afwijkingen van de stedenbouwkundige voorschriften te beschouwen. Daar waar dit toch het geval zou kunnen zijn,
geeft punt 3 de mogelijkheid om heel wat van deze handelingen zonder planningsinitiatief te vergunnen. Met
overstromingsgebieden die de bestemming van het gebied niet in het gedrang brengen, worden die overstromingsgebieden bedoeld die niet-permanent zijn en waarbij de feitelijke functie van het gebied zowel vr en na de
overstroming kan gehandhaafd blijven. Het betreft uiteraard slechts een mogelijkheid; geval per geval moet een
toetsing gebeuren zoals bedoeld in de andere leden van deze paragraaf.
Punten 4 en 5 : Beide punten behandelen elektriciteitslijnen, meer bepaald de transportleidingen van productie
of verzameling naar de verdeelpunten. Het grootste onderscheid tussen deze twee punten zit in het feit dat punt 4 ook
over aanleggen van nieuwe lijnen kan handelen, en niet enkel over wijzigen en uitbreiden van lijnen. Vandaar dat in
punt 4 voor bovengrondse leidingen de bovengrens van 70 kilovolt wordt voorgeschreven. Een project hoeft uiteraard
niet zowel aan zowel punt 4 als punt 5 te voldoen, om voor een vergunning zonder planningsinitiatief in aanmerking
te komen. Het is voldoende dat aan een van beide punten is voldaan.
De aanhorigheden dienen in functie van het transport te staan. Het kan bijvoorbeeld gaan om een
omvormingsstation. De feitelijke verdeling naar de eindverbruiker toe kan onder paragraaf 1 vallen. De productieinstallatie voor elektriciteit wordt niet als aanhorigheid beschouwd.
Punten 6 en 7 : Beide punten behandelen onder meer aardgasleidingen, meer bepaald de transportleidingen van
productie of verzameling naar de verdeelpunten. Het grootste onderscheid tussen deze twee punten zit in het feit dat
punt 6 ook over aanleggen van nieuwe leidingen kan handelen, en niet enkel over wijzigen en uitbreiden van
leidingen. Vandaar dat in punt 6 de bovengrens van 600 mm wordt voorgeschreven. Een project hoeft uiteraard niet
zowel aan punt 6 als punt 7 te voldoen, om voor een vergunning zonder planningsinitiatief in aanmerking te komen.
Het is voldoende dat aan een van beide punten is voldaan.
De aanhorigheden dienen in functie van het transport te staan, Het kan bijvoorbeeld gaan om drukreduceerstations en affakkelinstallaties. De productie-installatie of het verzamelpunt, bijvoorbeeld in de haven waar schepen
worden ontvangen, wordt niet als de hier bedoelde aanhorigheid beschouwd.
Punten 8 en 9 leggen vast dat de handelingen van algemeen belang die kaderen binnen door de overheid van
openbaar nut verklaarde ruilverkavelingen of vastgestelde bekkenbeheersplannen, ook onder het toepassingsgebied
van voorliggend besluit kunnen vallen. Het verschil met 1, 10-12 is de afwezigheid van een oppervlaktebeperking.
De in paragraaf 2 bedoelde handelingen mogen niet worden uitgevoerd in een ruimtelijk kwetsbaar gebied tenzij
ze gelet op hun aard, ligging en oppervlakte geen significante effecten hebben op het ruimtelijk kwetsbaar gebied. De
sectorale milieuregelgeving blijft hierbij uiteraard onverminderd van kracht. Indien een passende beoordeling,
project-MER of ontheffing project-MER moet gemaakt worden, kunnen deze documenten gebruikt worden bij de
afweging of de handelingen onder het toepassingsgebied van paragraaf 2 vallen.
De volgende leden van deze paragraaf bepalen de eerder vernoemde beoordeling die door het vergunningverlenende bestuursorgaan uitgevoerd moet worden, ten laatste bij het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek van
de vergunningsaanvraag. Het feit of handelingen die in een vergunningsaanvraag aangevraagd worden, vergund
kunnen worden met toepassing van deze paragraaf, en er dus geen voorafgaand planningsinitiatief noodzakelijk is,
moet dus blijken uit een concrete beoordeling. Die beoordeling wordt, op gemotiveerde vraag van de aanvrager, gedaan
door het vergunningverlenende bestuursorgaan. Het voorliggend besluit legt niet vast hoe een en ander formeel moet,
maar stelt wel dat de beoordeling ten laatste moet gebeuren bij het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek van
de aanvraag. Het resultaat van deze beoordeling kan dus bestaan uit het verslag van een voorafgaand overleg, het
antwoord op een schriftelijke vraag van de aanvrager,....
Bij de beoordeling of een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft doordat ze slechts
een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg heeft, wordt
minstens ingegaan op volgende aspecten :
1 het al dan niet verweven zijn van functies in het gebied en de integratie van de handelingen daarin;
2 de schaal en de visueel-vormelijke elementen van het gebied en de integratie van de handelingen daarin;
3 de landschappelijke integratie van de handelingen in het gebied.
Bij die beoordeling wordt ook rekening gehouden met mogelijke effecten (ruimtelijke effecten en milieueffecten)
buiten het gebied en kan rekening worden gehouden met beleidsmatig geplande of gewenste ontwikkelingen.
Paragraaf 3 biedt de mogelijkheid om, naast de handelingen, opgenomen in de paragrafen 1 en 2, vooralsnog
handelingen onder het toepassingsgebied van het besluit te brengen. Het kan dan gaan om zaken die niet of
onvoldoende onder te brengen zijn onder de reeds opgesomde mogelijkheden, maar het kan ook gaan om handelingen
die de vastgelegde grenzen overschrijden maar waarvan de ruimtelijke en milieuimpact beperkt is. Op gemotiveerde
vraag van de vergunningsaanvrager kan het vergunningverlenende bestuursorgaan oordelen dat geen planningsinitiatief vereist is, maar dat de afwijkingsbepalingen kunnen worden ingeroepen. Om toe te laten met voldoende kennis
van zaken te oordelen over de vraag, voorziet voorliggend besluit een voorafgaande projectvergadering. Op die
projectvergadering geven de adviesinstanties hun standpunt over de vraag en zal het vergunningverlenende
bestuursorgaan, op basis van die standpunten, finaal beslissen of de handelingen vergund kunnen worden met
toepassing van de afwijkingsmogelijkheid. Ook die beoordeling gebeurt voorafgaand aan de vergunningsaanvraag,
zodat het standpunt over de toepassing van dit besluit mee in procedure gaat.
Het eerste lid bepaalt dat de vergunningverlenende overheid, op gemotiveerd verzoek van een vergunningsaanvrager, kan beslissen dat een niet in paragraaf 1 of 2 vermelde handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte
impact heeft in de zin van artikel 4.4.7, 2, van de VCRO. Deze beslissing wordt steeds genomen op grond van een
concrete beoordeling overeenkomstig wat is bepaald in het tweede lid.

47049

47050

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Het vergunningverlenende bestuursorgaan neemt over die concrete beoordeling een formele beslissing nadat een
projectvergadering zoals bedoeld in artikel 5.3.2, van de VCRO, is georganiseerd.
Het document waaruit die beslissing blijkt, wordt bij de vergunningsaanvraag gevoegd.
Wat betreft de toepassing van de paragrafen 2 en 3 moet alleszins duidelijk zijn dat het niet gewenst is om dit
besluit toe te passen als er verschillende realistische lokatiealternatieven zijn die een afweging vragen op planniveau.
Dan is een RUP het meest aangewezen instrument om die alternatievenafweging uit te voeren. Het oordeel van de
bevoegde overheid moet dus alleszins een duidelijk standpunt hierover innemen.
u Artikel 4
Artikel 4 omvat de handelingen van algemeen belang die omwille van hun aard onder de reguliere procedure
vallen. Het gaat daarom om handelingen die vergunbaar zijn door het college van burgemeester en schepenen.
Voor de leesbaarheid zijn in plaats van een loutere verwijzing naar handelingen, vermeld in andere artikelen, zoals
in het huidige besluit, de handelingen volledig uitgeschreven.
u Artikel 5
Artikel 5 bevestigt de formele opheffing van het artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972
betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen. Dit hangt samen met
de wijziging van de VCRO, waarin het gebruik van artikel 20 van het KB decretaal buiten toepassing werd gesteld. De
verantwoording ervoor wordt gegeven in de aanhef van het besluit.u
u Artikel 6
Artikel 6 vult het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende onder meer de projectvergaderingen aan gelet op het voorgestelde artikel 3, 3. De projectvergadering is facultatief in geval artikel 3, 2, van
toepassing is, en vereist om artikel 3, 3 te kunnen toepassen.
u Artikel 7
Artikel 7 bepaalt de inwerkingstredingsdatum van dit besluit alsook van artikel 27, 2 en 28 van het decreet van
11 mei 2012 tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot wijziging van de
regelgeving wat betreft de opheffing van het Agentschap Ruimtelijke Ordening op 1 september 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financin, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS

ADVIES 51.502/1 VAN 28 JUNI 2012 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 8 juni 2012 door de Vlaamse minister van Financin,
Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te
dienen over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering
van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1, 2,
tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse
Bouwmeester, heeft het volgende advies gegeven :
1. Met toepassing van artikel 84, 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecordineerd op
12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van
de handeling, van de rechtsgrond alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan.
STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
2. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering brengt een aantal wijzigingen aan in
het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5,
artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1, 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het
vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester. Uit het bijgevoegde verslag aan de Vlaamse Regering blijkt dat die
wijzigingen een gevolg zijn van een evaluatie van de bestaande regeling, waaruit onder meer is gebleken dat het
eerder de ruimtelijke uitgestrektheid van de impact en het al dan niet aanwezig zijn van locatiealternatieven is, die
belangrijk zijn bij het formuleren van het antwoord op de vraag of de opmaak van een RUP al dan niet nuttig is . In
het licht van die vaststelling is artikel 4.4.7, 2, van de Codex gewijzigd bij decreet van 11 mei 2012. Het voorliggende
ontwerp geeft onder meer uitvoering aan die wijziging.
3.1. Rechtsgrond voor het ontwerp wordt in hoofdzaak geboden door de artikelen 4.1.1, 5, 4.4.7, 2, en 4.7.1, 2,
tweede lid, van de Codex, waaraan wordt gerefereerd in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp.
Daarnaast vindt het ontwerp ook rechtsgrond in artikel 37 van het decreet van 11 mei 2012 houdende wijziging
van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en wijziging van de regelgeving wat de opheffing
van het agentschap Ruimtelijke Ordening betreft. Artikel 37 machtigt de Vlaamse Regering om de datum van
inwerkingtreding van de artikelen 27, 2, en 28 van hetzelfde decreet vast te stellen. Aan die bepaling wordt uitvoering
gegeven met artikel 7 van het ontwerp, waarin volgens de gemachtigde inderdaad nog melding moet worden gemaakt
van de genoemde artikelen 27, 2, en 28 van voornoemd decreet.
In de aanhef van het ontwerp dient bijgevolg een nieuw tweede lid te worden ingevoegd waarin wordt verwezen
naar genoemd artikel 37 van het decreet van 11 mei 2012.
3.2. Het ontworpen artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 (artikel 3 van het ontwerp)
somt de handelingen van algemeen belang op die een ruimtelijk beperkte impact hebben als bedoeld in artikel 4.4.7,
2, van de Codex. Voor sommige van die handelingen kan evenwel sterk worden betwijfeld of ze een ruimtelijk
beperkte impact hebben (1), zodat de Raad van State, afdeling Wetgeving, op dit punt een algemeen voorbehoud dient
te maken wat betreft de overeenstemming van het ontworpen artikel 3 met genoemd artikel 4.4.7, 2, van de Codex.

47051

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


3.3. Artikel 5 van het ontwerp voorziet in de opheffing van artikel 20 van het koninklijk besluit van
28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen.
Artikel 4.4.7/1 van de Codex bepaalt dat bij de beoordeling van aanvragen voor een stedenbouwkundige
vergunning of verkavelingsaanvragen geen toepassing [kan] worden gemaakt van artikel 20 (...) , doch bevat geen
machtiging aan de Vlaamse Regering om dat artikel op te heffen. De Raad van State, afdeling Wetgeving, ziet
bovendien geen andere bepaling die rechtsgrond zou kunnen bieden voor dergelijke opheffing.
Voor de opheffing van genoemd artikel 20 kan evenmin een beroep worden gedaan op de algemene
uitvoeringsbevoegdheid die de Vlaamse Regering ontleent aan artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980
tot hervorming der instellingen, aangezien uit de genoemde decretale bepaling (dat geen toepassing kan worden
gemaakt van artikel 20 ) niet op voldoende duidelijke wijze de bedoeling van de decreetgever kan worden afgeleid om
dit artikel op te heffen, waardoor het definitief uit het rechtsverkeer zou verdwijnen.
Artikel 5 van het ontwerp lijkt bijgevolg rechtsgrond te ontberen, in welk geval het uit het ontwerp dient te worden
weggelaten.
ONDERZOEK VAN DE TEKST
Artikel 7
4. Artikel 7 van het ontwerp bepaalt dat de artikelen 27, 2, en 28 (cfr de toelichting van de gemachtigde) van het
decreet van 11 mei 2012 en de voorliggende regeling in werking treden op 1 juni 2012. Volgens de gemachtigde is een
retroactieve inwerkingtreding evenwel niet de bedoeling en zal in artikel 7 van het ontwerp, wat dat betreft, melding
worden gemaakt van de datum van 1 september 2012.
(1) Zie bijvoorbeeld het ontworpen artikel 3, 1, 1, b) (aanleg, wijziging of uitbreiding van gemeentelijke
verkeerswegen), en 2, 3, b) (aanleg van overstromingsgebieden die zelfs de bestemming van het gebied in het
gedrang kan brengen).
De kamer was samengesteld uit :
De heren :
M. Van Damme, kamervoorzitter;
J. Baert en W. Van Vaerenbergh, staatsraden;
M. Rigaux en L. Denys, assessoren van de afdeling Wetgeving;
Mevr. M. Verschraeghen, toegevoegd griffier.
Het verslag werd uitgebracht door Mevr. G. Scheppers, auditeur.
De griffier,
M. Verschraeghen.

De voorzitter,
M. Van Damme.

20 JULI 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van
5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1,
2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de
Vlaamse Bouwmeester
De Vlaamse Regering,

Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, gewijzigd bij het decreet van
11 mei 2012 en artikel 4.7.1, 2, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2010;
Gelet op het decreet van 11 mei 2012 houdende wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening en wijziging van de regelgeving wat de opheffing van het agentschap Ruimtelijke Ordening
betreft, artikel 37;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de
ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van
artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1, 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot
regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende stedenbouwkundige attesten,
projectvergaderingen en stedenbouwkundige inlichtingen;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financin, gegeven op 14 december 2011;
Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening, gegeven op 22 februari 2012;
Gelet op advies 51.502/1 van de Raad van State, gegeven op 28 juni 2012, met toepassing van artikel 84, 1,
eerste lid, 1, van de wetten op de Raad van State, gecordineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat door de invoeging van artikel 4.4.7/1 in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bij decreet van
11 mei 2012 houdende wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en wijziging van
de regelgeving wat de opheffing van het agentschap Ruimtelijke Ordening betreft, er bij de beoordeling van aanvragen
voor een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsaanvragen geen toepassing kan worden gemaakt van artikel
20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen; dat omwille van de rechtszekerheid de bepalingen van artikel 20 van voormeld
koninklijk besluit dan ook uitdrukkelijk opgeheven dienen te worden;

47052

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Op voorstel van de Vlaamse minister van Financin, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van
artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1, 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot
regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
Art. 1/1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1 aanvrager : de aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning of van een verkavelingsvergunning;
2 bufferbekken : reservoir dat gebruikt wordt voor het vasthouden en vertraagd afvoeren van water bovenstrooms
voor het in de waterloop of waterweg terechtkomt of hergebruikt wordt;
3gepland :
a) hetzij stedenbouwkundig vergund en nog niet uitgevoerd, als de aanvraag wordt ingediend binnen de
geldigheidstermijn van de initile stedenbouwkundige vergunning;
b) hetzij opgenomen in geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen;
4 overstromingsgebied : een gebied dat door bandijken, binnendijken, valleiranden of op andere wijze wordt
begrensd en dat overstroomt of kan overstromen vanuit een waterloop of waterweg;
5 wijziging of uitbreiding : het veranderen, het vervangen, het verleggen, het verschuiven, het verminderen, het
vermeerderen, het verbreden, het vergroten, het aanvullen en het verdiepen.
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006 en bij de besluiten van de Vlaamse
Regering van 14 mei 2004, van 22 februari 2008 en 24 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1 punt 3 wordt vervangen door wat volgt :
3 de openbare waterwegen en waterlopen, alsook de bouw van de dokken en de sluizen in de havens, de aanleg
van openbare bufferbekkens en overstromingsgebieden, de hermeandering van waterlopen en de uitvoering van
andere waterbeheersingswerken, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals dienstgebouwen en andere; ;
2 in punt 8 wordt het woord kleine opgeheven.
Art. 3. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006 en bij de besluiten van de Vlaamse Regering
van 11 mei 2001, 14 mei 2004, 23 juni 2006, 7 juli 2006, 22 februari 2008, 24 juli 2009, 13 november 2009 en 16 juli 2010,
wordt hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 3, vervangen door wat volgt :
HOOFDSTUK III. De handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben of als
dergelijke handelingen beschouwd kunnen worden .
Art. 3. 1. Als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, als vermeld in
artikel 4.4.7, 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, worden de handelingen beschouwd die betrekking
hebben op :
1 de aanleg, wijziging of uitbreiding van :
a) openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere paden ten behoeve van de zwakke weggebruiker;
b) gemeentelijke verkeerswegen met maximaal twee rijstroken;
2 de aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren;
3 de aanleg, wijziging of uitbreiding van onder- of bovengrondse elektriciteitsleidingen bedoeld voor het
openbaar distributienet, en de aanhorigheden met het oog op de exploitatie;
4 de aanleg, wijziging of uitbreiding van al dan niet draadloze communicatienetwerken zoals telefoonverkeer,
televisie en internet, en de aanhorigheden met het oog op de exploitatie, zoals pylonen, masten, voedings- en
schakelkasten;
5 de aanleg, wijziging of uitbreiding van ondergrondse waterleidingen bedoeld voor het openbaar distributienet,
en de aanhorigheden met het oog op de exploitatie, zoals watertorens en pompen;
6 de aanleg, wijziging of uitbreiding van ondergrondse aardgasleidingen bedoeld voor het openbaar
distributienet, en de aanhorigheden met het oog op de exploitatie;
7 de aanleg, wijziging of uitbreiding van ondergrondse voor het openbaar net bedoelde leidingen en
voorzieningen voor het verzamelen en afvoeren van hemel-, oppervlakte- en afvalwaters en bijbehorende kleinschalige
infrastructuur zoals controlepunten, pomp- en overslagstations, rietvelden en waterzuiveringsinstallaties met een
maximale capaciteit van 1000 IE;
8 de aanleg, wijziging of uitbreiding van infrastructuren en voorzieningen met het oog op de omgevingsintegratie
van een bestaande of geplande infrastructuur of voorziening, zoals bermen of taluds, groenvoorzieningen en buffers,
werkzaamheden in het kader van natuurtechnische milieubouw, geluidsschermen en geluidsbermen, grachten en
wadis, voorzieningen met het oog op de waterhuishouding en de inrichting van oevers;
9 andere constructies van algemeen belang dan die, vermeld in punt 1 tot en met 8, voor zover :
a) bij de aanleg of bouw ervan de totale grondoppervlakte van het nieuwe gedeelte beperkt blijft tot maximaal
100 vierkante meter en de hoogte tot maximaal 20 meter;
b) bij de verbouwing, herbouwing, heraanleg of uitbreiding ervan de oppervlakte of het bouwvolume maximaal
met 20 % wordt vermeerderd ten opzichte van het op 1 september 2012 bestaande, vergunde of vergund geachte
oppervlakte of bouwvolume, dat zonevreemd is;

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


10 de handelingen die binnen goedgekeurde natuurinrichtingsprojecten, goedgekeurde bosbeheerplannen of
goedgekeurde inrichtingsplannen in het kader van een landinrichtingsproject aangeduid worden als handelingen van
algemeen belang, voor zover de totale grondoppervlakte van deze handelingen niet groter is dan 2 ha;
11 de handelingen die binnen van openbaar nut verklaarde ruilverkavelingen aangeduid worden als handelingen
van algemeen belang, voor zover de totale grondoppervlakte van de handelingen niet groter is dan 2 ha;
12 de handelingen die binnen een vastgesteld bekkenbeheersplan aangeduid worden als handelingen van
algemeen belang, voor zover de totale grondoppervlakte van de handelingen niet groter is dan 2 ha;
13 werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oop op de uitvoering van de handelingen, vermeld in punt
1 tot en met 12.
Combinaties van de handelingen, vermeld in het eerste lid, worden eveneens beschouwd als handelingen van
algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, als vermeld in artikel 4.4.7, 2, van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening.
2. Ter aanvulling van paragraaf 1 kunnen de volgende handelingen van algemeen belang beschouwd worden als
handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, als vermeld in artikel 4.4.7, 2, van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening :
1 het aanleggen, wijzigen en uitbreiden van :
a) gewestwegen met maximaal twee rijstroken die over een lengte van maximaal 1 kilometer afwijken van
stedenbouwkundige voorschriften;
b) tramlijnen en lightrail;
c) openbare park- en ride parkings en carpoolparkings;
d) servicestations langs wegen;
2 het wijzigen en uitbreiden van :
a) bestaande of geplande openbare verkeerswegen, met inbegrip van het wijzigen en uitbreiden van bestaande of
geplande op- en afritcomplexen;
b) bestaande of geplande openbare spoorwegen, waterwegen of waterlopen, of andere openbarevervoersvoorzieningen;
3 handelingen met betrekking tot bestaande of geplande openbare waterwegen of waterlopen, met inbegrip van
de bijbehorende infrastructuur, zoals :
a) de aanleg van bufferbekkens met een oppervlakte kleiner dan 1 ha;
b) de aanleg van overstromingsgebieden, beperkt tot een oppervlakte kleiner dan 5 ha als de aanleg ervan de
bestemming van het gebied in het gedrang kan brengen;
c) de aanleg van oeverzones;
d) de herinrichting en hermeandering van waterlopen;
e) het opheffen van vismigratieknelpunten, het aanleggen of herstellen van faunapassages;
f) de handelingen met betrekking tot de berging of buffering voor rioleringsstelsels en regenwaterleidingen;
4 het aanleggen, wijzigen en uitbreiden van de volgende voor het openbaar-vervoersnet bedoelde elektriciteitsleidingen en hun aanhorigheden, zoals omvormingsstations :
a) ondergrondse leidingen;
b) bovengrondse leidingen met een spanningsniveau tot en met 70kV;
c) aansluitingen van grote netgebruikers;
5 het wijzigen en uitbreiden van bestaande of geplande onder- of bovengrondse elektriciteitsleidingen die bedoeld
zijn voor het openbaar-vervoersnet en hun aanhorigheden, zoals omvormingsstations, met inbegrip van aftakkingen
die over een lengte van maximaal vijf kilometer afwijken van stedenbouwkundige voorschriften;
6 het aanleggen, wijzigen en uitbreiden van de volgende ondergrondse leidingen voor water, brandstoffen, andere
grondstoffen en aardgasleidingen die bedoeld zijn voor het openbaar-vervoersnet, en hun aanhorigheden, zoals
drukreduceerstations en affakkelinstallaties :
a) leidingen met een nominale diameter van 600 mm of kleiner;
b) leidingen, gebundeld met bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen;
c) andere leidingen die over een lengte van maximaal vijf kilometer afwijken van stedenbouwkundige
voorschriften;
7 het wijzigen en uitbreiden van bestaande of geplande ondergrondse leidingen voor water, brandstoffen, andere
grondstoffen en aardgasleidingen die bedoeld zjn voor het openbaar-vervoersnet en hun aanhorigheden;
8 de handelingen die binnen van openbaar nut verklaarde ruilverkavelingen aangeduid worden als handelingen
van algemeen belang;
9 de handelingen die binnen een vastgesteld bekkenbeheersplan aangeduid worden als handelingen van
algemeen belang;

47053

47054

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


10 werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oog op de uitvoering van de handelingen, vermeld in
punt 1 tot en met 9.
De handelingen, vermeld in 2, eerste lid, die niet onder paragraaf 1 vallen, mogen niet worden uitgevoerd in een
ruimtelijk kwetsbaar gebied tenzij die handelingen gelet op hun aard, ligging en oppervlakte geen significante impact
hebben op het ruimtelijk kwetsbaar gebied.
Op gemotiveerd verzoek van de aanvrager kan het vergunningverlenende bestuursorgaan vaststellen dat de
handelingen, vermeld in 2, eerste lid, die niet onder paragraaf 1 vallen, een ruimtelijk beperkte impact hebben. Dat
bestuursorgaan beoordeelt concreet of de handelingen de grenzen van het ruimtelijk functioneren van het gebied en de
omliggende gebieden niet overschrijden, aan de hand van de aard en omvang van het project en het ruimtelijk bereik
van de effecten van de handelingen.
De concrete beoordeling wordt ten laatste uitgevoerd bij het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek van de
vergunningsaanvraag.
Een combinatie van de bovengenoemde handelingen kan beschouwd worden als handelingen van algemeen
belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, als vermeld in artikel 4.4.7, 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening.
3. Op gemotiveerd verzoek van de aanvrager kan het vergunningverlenende bestuursorgaan vaststellen dat een
handeling van algemeen belang die niet in paragraaf 1 of 2 is vermeld,, een ruimtelijk beperkte impact als vermeld in
artikel 4.4.7, 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening heeft.
Deze handelingen mogen niet worden uitgevoerd in een ruimtelijk kwetsbaar gebied tenzij deze handelingen gelet
op hun aard, ligging en oppervlakte geen significante impact hebben op het ruimtelijk kwetsbaar gebied.
Dat bestuursorgaan beoordeelt concreet of de handelingen de grenzen van het ruimtelijk functioneren van het
gebied en de omliggende gebieden niet overschrijden, aan de hand van de aard en omvang van het project, en het
ruimtelijk bereik van de effecten van de handelingen.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt en beslist daarover nadat een projectvergadering werd
gehouden en voor de vergunningsaanvraag werd ingediend. Het document waaruit die beslissing blijkt, wordt bij de
vergunningsaanvraag gevoegd. .
Art. 4. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2006 en bij de besluiten van de Vlaamse Regering
van 11 mei 2001, 14 mei 2004, 23 juni 2006, 7 juli 2006, 22 februari 2008, 24 juli 2009, 13 november 2009 en 16 juli 2010,
wordt hoofdstuk III/1, dat bestaat uit artikel 3/1, vervangen door wat volgt :
HOOFDSTUK III/1. Handelingen van algemeen belang of van publiekrechtelijke rechtspersonen die een
beperkte ruimtelijke impact hebben of die zich lenen tot een eenvoudige dossierbehandeling
Art. 3/1. Alleen de volgende handelingen worden behandeld binnen de reguliere procedure, overeenkomstig
artikel 4.7.1, 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, op voorwaarde dat die handelingen op het grondgebied
van hoogstens n gemeente worden uitgevoerd :
1 het vellen van bomen die op gemeentelijk openbaar domein gelegen liggen en die geen deel uitmaken van een
bos;
2 het aanleggen, wijzigen en uitbreiden van gemeentelijke fiets-, ruiter- en wandelpaden of van andere
gemeentelijke paden ten behoeve van de zwakke weggebruiker, en hun aanhorigheden zoals langsgrachten;
3 het wijzigen en verbreden van gemeentelijke verkeerswegen die over maximaal twee rijstroken beschikken en
hun aanhorigheden;
4 het aanleggen, wijzigen en uitbreiden van openbare rietvelden;
5 het bouwen, verbouwen en uitbreiden van gebouwen voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare
nutsvoorzieningen, voor zover de totale grondoppervlakte van het nieuwe gedeelte beperkt blijkt tot maximaal
50 vierkante meter en de hoogte tot maximaal 5 meter;
6 het aanleggen van constructies, met uitzondering van gebouwen, voor gemeenschapsvoorzieningen en
openbare nutsvoorzieningen, voor zover de totale grondoppervlakte beperkt blijft tot maximaal 100 vierkante meter en
de hoogte tot maximaal 5 meter;
7 handelingen van algemeen belang die alleen op basis van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening
vergunningsplichtig zijn. .
Art. 5. Artikel 20 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van
de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, wordt opgeheven.
Art. 6. Aan artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende stedenbouwkundige
attesten, projectvergaderingen en stedenbouwkundige inlichtingen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering
van 20 mei 2011, wordt een punt 5 toegevoegd, dat luidt als volgt :
5 voor handelingen die in het kader van het project zijn gepland, wordt de toepassing gevraagd van artikel 3,
2 of 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van
artikel 4.1.1, 5, artikel 4.4.7, 2, en artikel 4.7.1, 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot
regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester. .
Art. 7. Artikel 27, 2 en artikel 28 van het decreet van 11 mei 2012 tot wijziging van diverse bepalingen van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot wijziging van de regelgeving wat betreft de opheffing van het Agentschap
Ruimtelijke Ordening en dit besluit treden in werking op 1 september 2012.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 20 juli 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financin, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS

47055

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


TRADUCTION
AUTORITE FLAMANDE
F. 2012 2372

[C 2012/35959]

20 JUILLET 2012. Arrt du Gouvernement flamand modifiant larrt du Gouvernement flamand du 5 mai 2000
portant dsignation des oprations au sens de larticle 4.1.1, 5, de larticle 4.4.7, 2, et de larticle 4.7.1, 2,
alina deux, du Code flamand de lAmnagement du Territoire et rglant la concertation pralable avec
larchitecte du Gouvernement flamand
Le Gouvernement flamand,
Vu le Code flamand de lAmnagement du Territoire, notamment larticle 4.1.1, 5, larticle 4.4.7, 2, modifi par
le dcret du 11 mai 2012 et larticle 4.7.1, 2, alina deux, modifi par le dcret du 16 juillet 2010;
Vu le dcret du 11 mai 2012 portant modification de diverses dispositions du Code flamand de lAmnagement du
Territoire et portant modification de la rglementation relative labrogation de la Agentschap Ruimtelijke
Ordening (Agence de lAmnagement du Territoire), notamment larticle 37;
Vu larrt royal du 28 dcembre 1972 relatif la prsentation et la mise en uvre des projets de plans et des plans
de secteur;
Vu larrt du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 portant dsignation des oprations au sens de larticle 4.1.1,
5, de larticle 4.4.7, 2, et de larticle 4.7.1, 2, alina deux, du Code flamand de lAmnagement du Territoire et rglant
la concertation pralable avec lArchitecte du Gouvernement flamand;
Vu larrt du Gouvernement flamand du 19 mars 2010 relatif aux attestations urbanistiques, aux runions de
projet et aux informations urbanistiques;
Vu lavis de lInspection des Finances, rendu le 14 dcembre 2011;
Vu lavis du conseil davis stratgique de lAmnagement du Territoire, donn le 22 fvrier 2012;
Vu lavis 51.502/1 du Conseil dEtat, donn le 28 juin 2012, en application de larticle 84, 1er, alina premier, 1,
des lois sur le Conseil dEtat, coordonnes le 12 janvier 1973;
Considrant que, par linsertion de larticle 4.4.7/1 dans le Code flamand de lAmnagement du Territoire par le
dcret du 11 mai 2012 portant modification de diverses dispositions du Code flamand de lAmnagement du Territoire
et portant modification de la rglementation relative labrogation de la Agentschap Ruimtelijke Ordening
(Agence de lAmnagement du Territoire), larticle 20 de larrt royal du 28 dcembre 1972 relatif la prsentation et
la mise en uvre des projets de plans et des plans de secteur ne peut pas tre appliqu lors de lvaluation de
demandes dautorisation urbanistique ou dautorisation de lotissement et que, de ce fait, pour des raisons de scurit
juridique, les dispositions de larticle 20 de larrt royal prcit doivent tre abroges explicitement;
Sur la proposition du Ministre flamand des Finances, du Budget, de lEmploi, de lAmnagement du Territoire et
des Sports;
Aprs dlibration,
Arrte :
Article 1er. Dans larrt du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 portant dsignation des oprations au sens de
larticle 4.1.1, 5, de larticle 4.4.7, 2, et de larticle 4.7.1, 2, alina deux, du Code flamand de lAmnagement du
Territoire et rglant la concertation pralable avec lArchitecte du Gouvernement flamand, il est insr un article 1/1,
rdig comme suit :
Art. 1/1. Dans le prsent arrt, on entend par :
1 demandeur : le demandeur dune autorisation urbanistique ou dun permis de lotir;
2 bassin tampon : rservoir utilis pour la rtention et lvacuation retarde deau en amont avant quelle ne rejoint
le cours deau ou la voie deau ou est rutilise;
3 prvu :
a) soit urbanistiquement autoris et ne pas encore excut, lorsque la demande est introduite dans le dlai de
validit de lautorisation urbanistique initiale;
b) soit repris dans les plans damnagement ou aux plans dexcution spatiaux en vigueur;
4 zone dinondation : une zone dlimite par des digues de crue, des digues intrieures, des bords de valle ou
dune autre manire et qui est inonde ou peut tre inonde partir dun cours deau ou dune voie deau;
5 modification ou extension : changer, remplacer, dplacer, glisser, diminuer, augmenter, largir, agrandir,
complter ou approfondir.
Art. 2. Dans larticle 2 du mme arrt, modifi par larrt du 7 juillet 2006 et par les arrts du Gouvernement
flamand des 14 mai 2004, 22 fvrier 2008 et 24 juillet 2009, sont apportes les modifications suivantes :
1 le point 3 est remplac par ce qui suit :
3 aux cours deau et voies deau publics, ainsi qu la construction des bassins et des cluses dans les ports,
lamnagement de bassins tampon et de zones inondables, au ramnagement de mandres de cours deau et
lexcution dautres travaux de matrise des eaux, y compris linfrastructure y appartenant, tels que les btiments de
service et autres; ;
2 dans le point 8, le mot petits est abrog.

47056

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 3. Dans le mme arrt, modifi par le dcret du 7 juillet 2006 et par les arrts du Gouvernement flamand
des 11 mai 2001, 14 mai 2004, 23 juin 2006, 7 juillet 2006, 22 fvrier 2008, 24 juillet 2009, 13 novembre 2009 et
16 juillet 2010, le chapitre III, se composant de larticle 3, est remplac par ce qui suit :
CHAPITRE III. Les oprations dintrt gnral ayant un impact limit au niveau spatial ou pouvant tre
considres comme de telles oprations .
Art. 3. 1er. Sont considrs comme oprations dintrt gnral ayant un impact limit au niveau spatial, tel que
vis larticle 4.4.7, 2, du Code flamand de lAmnagement du Territoire, les oprations se rapportant :
1 lamnagement, la modification ou lextension de :
a) pistes cyclables, pistes cavalires et sentiers pdestres publics et autres sentiers au profit des usagers faibles de
la route;
b) voiries communales avec deux bandes au maximum;
2 aux dpendances et uvres dart lors dinfrastructures linaires;
3 lamnagement, la modification ou lextension de lignes lectriques souterraines ou ariennes destines au
rseau de distribution public, et les dpendances visant lexploitation;
4 lamnagement, la modification ou lextension de rseaux de communications sans fil ou non tels que le trafic
tlphonique, la tlvision et Internet, et les dpendances visant lexploitation, tels que des pylnes, des poteaux, des
coffrets dalimentation et de commandes lectriques;
5 lamnagement, la modification ou lextension de conduites deau souterraines destines au rseau de
distribution public, et les dpendances visant lexploitation, telles que des chteaux deau et des pompes;
6 lamnagement, la modification ou lextension de conduites de gaz naturel souterraines destines au rseau
de distribution public, et les dpendances visant lexploitation;
7 lamnagement, la modification ou lextension de canalisations souterraines destines au rseau public, et
damnagements pour la collection et lvacuation deaux pluviales, de surface et uses et dinfrastructure y
appartenant petite chelle tels que des points de contrle, des stations de pompage et de transbordement, des
roselires et des installations dpuration dune capacit maximale de 1.000 IE;
8 lamnagement, la modification ou lextension dinfrastructures visant lintgration dans lenvironnement
dune infrastructure existante ou prvue ou dun amnagement, tels que des accotements ou talus, des espaces verts
et des zones tampon, des travaux dans le cadre du gnie de lenvironnement co-technique, des crans antibruit et des
accotements antibruit, des fosss et des oueds, des amnagements visant lconomie hydraulique et ltablissement de
rives;
9 dautres constructions dintrt gnral que celles, vises au point 1 8 inclus, dans la mesure o :
a) lors de la construction ou lamnagement, la superficie totale au sol de la nouvelle partie reste limite
100 mtres carrs au maximum et la hauteur 20 mtres au maximum;
b) lors de la transformation, de la reconstruction, du ramnagement ou de lextension la superficie ou le volume
est augment(e) de 20 % au maximum par rapport la superficie ou le volume existant(e), autoris(e), ou cens(e)
autoris(e) le 1er septembre 2012, qui est tranger/trangre la zone;
10 aux oprations indiques comme des oprations dintrt gnral au sein de projets damnagement de la
nature approuvs, de plans de gestion des bois approuvs ou de plans damnagement approuvs dans le cadre dun
projet damnagement rural, dans la mesure o la superficie totale au sol de ces oprations nest pas suprieure 2 ha;
11 aux oprations indiques comme des oprations dintrt gnral au sein de remembrements dutilit publique,
dans la mesure o la superficie totale au sol des oprations nest pas suprieure 2 ha;
12 aux oprations indiques comme des oprations dintrt gnral au sein dun plan de gestion des bassins
tabli, dans la mesure o la superficie totale au sol des oprations nest pas suprieure 2 ha;
13 aux zones de chantier et des stockages (de terre) temporaires visant lexcution des oprations, vises au
point 1 12 inclus.
Des combinaisons des oprations, vises lalina premier, sont galement considres comme des oprations
dintrt gnral ayant un impact limit au niveau spatial, telles que vises larticle 4.4.7, 2, du Code flamand de
lAmnagement du Territoire.
2. En complment du paragraphe 1er, les oprations suivantes dintrt gnral peuvent galement tre
considres comme des oprations dintrt gnral ayant un impact limit au niveau spatial, telles que vises
larticle 4.4.7, 2, du Code flamand de lAmnagement du Territoire :
1 lamnagement, la modification et lextension de :
a) routes rgionales avec deux bandes au maximum, drogatoires aux prescriptions urbanistiques sur une longueur
de 1 kilomtre au maximum;
b) voies du tram et tram-train;
c) parcs de stationnement incitatifs et aires de stationnement de covoiturage;
d) stations-services le long de routes;
2 la modification et lextension de :
a) voiries publiques existantes ou prvues, y compris la modification et lextension de complexes de bretelles
daccs et de sortie existants ou prvus;
b) voies ferres existantes ou prvues, cours deau ou voies deau ou autres amnagements de transports publics;

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


3 oprations relatives des voies deau publiques ou des cours deau publics, y compris linfrastructure y
appartenant, telle que :
a) lamnagement de bassins tampon dune superficie infrieure 1 ha;
b) lamnagement de zones dinondation, limites une superficie infrieure 5 ha lorsque leur amnagement peut
compromettre laffectation de la zone;
c) lamnagement de zones de rive;
d) le ramnagement et ramnagement de mandres de cours deau;
e) la rsolution de points problmatiques lis la migration du poisson, lamnagement ou la rparation de
passages faune;
f) les oprations relatives la rserve ou le stockage deau pour des systmes dgouts et des conduites deaux de
pluie;
4 lamnagement, la modification et lextension des lignes lectriques suivantes destines au rseau des transports
publics et leurs dpendances, telles que des stations de transformation :
a) des lignes souterraines;
b) des lignes ariennes dun niveau de tension jusqu 70 kV;
c) des raccordements de grands utilisateurs du rseau;
5 la modification et lextension de lignes lectriques souterraines ou ariennes existantes ou prvues destines au
rseau des transports publics et leurs dpendances, telles que des stations de transformation, y compris des
branchements drogatoires aux prescriptions urbanistiques sur une longueur de 5 kilomtres au maximum;
6 lamnagement, la modification et lextension des canalisations souterraines suivantes pour leau, des
combustibles, dautres matires premires et des conduites de gaz naturel destines au rseau des transports publics
et leurs dpendances, telles que des stations de rduction de pression et des installations de drivation :
a) des conduites dun diamtre nominal de 600 mm ou infrieur;
b) des conduites, groupes avec des infrastructures ou amnagements existants ou prvus;
a) dautres canalisations drogatoires aux prescriptions urbanistiques sur une longueur de cinq kilomtres au
maximum;
7 la modification et lextension de canalisations souterraines existantes ou prvues pour leau, des combustibles,
dautres matires premires et de conduites de gaz naturel destines au rseau des transports publics et leurs
dpendances;
8 les oprations qui sont indiques comme des oprations dintrt gnral au sein de remembrements dutilit
publique;
9 les oprations qui sont indiques comme des oprations dintrt gnral au sein dun plan de gestion des
bassins tabli;
10 des zones de chantier et des stockages (de terre) temporaires visant lexcution des oprations, vises au
point 1 9 inclus.
Les oprations, vises au 2, alina premier, ne relevant pas du paragraphe 1er, ne peuvent pas tre excutes dans
une zone vulnrable du point de vue spatial moins que ces oprations nont pas dimpact significatif sur la zone
vulnrable du point de vue spatial, vu leur nature, emplacement et superficie.
Sur la demande motive du demandeur, lorgane administratif accordant lautorisation peut tablir que les
oprations, vises au 2, alina premier, ne relevant pas du paragraphe 1er, ont un impact limit au niveau spatial.
Concrtement, cet organe administratif value si les oprations ne dpassent pas les limites du fonctionnement au
niveau spatial de la zone et des zones environnantes sur la base de la nature et de lampleur du projet, et de la porte
au niveau spatial des effets des oprations.
Lvaluation concrte est effectue au plus tard lors de lexamen de recevabilit et de compltude de la demande
dautorisation.
Une combinaison des oprations prcites peuvent tre considres comme des oprations dintrt gnral ayant
un impact limit au niveau spatial, telles que vises larticle 4.4.7, 2, du Code flamand de lAmnagement du
Territoire.
3. Sur la demande motive du demandeur, lorgane administratif accordant lautorisation peut tablir quune
opration dintrt gnral qui nest pas vise au paragraphe 1er ou 2 a un impact limit au niveau spatial, tel que vis
larticle 4.4.7, 2, du Code flamand de lAmnagement du Territoire.
Ces oprations ne peuvent pas tre excutes dans une zone vulnrable du point de vue spatial moins que ces
oprations nont pas dimpact significatif sur la zone vulnrable du point de vue spatial, vu leur nature, emplacement
et superficie.
Concrtement, cet organe administratif value si les oprations ne dpassent pas les limites du fonctionnement au
niveau spatial de la zone et des zones environnantes sur la base de la nature et de lampleur du projet, et de la porte
au niveau spatial des effets des oprations.
Lorgane administratif accordant lautorisation value et en dcide aprs avoir tenu une runion de projet et avant
lintroduction de la demande dautorisation. Le document dont ressort cette dcision est joint la demande
dautorisation. .

47057

47058

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Art. 4. Dans le mme arrt, modifi par le dcret du 7 juillet 2006 et par les arrts du Gouvernement flamand
des 11 mai 2001, 14 mai 2004, 23 juin 2006, 7 juillet 2006, 22 fvrier 2008, 24 juillet 2009, 13 novembre 2009 et
16 juillet 2010, le chapitre III/1, se composant de larticle 3/1, est remplac par ce qui suit :
CHAPITRE III/1. Oprations dintrt gnral ou de personnes morales de droit public ayant un impact
limit au niveau spatial ou se prtant un traitement simple de dossier
Art. 3/1. Seulement les oprations suivantes sont traites au sein de la procdure rgulire, conformment
larticle 4.7.1, 2, du Code flamand de lAmnagement du Territoire, condition que ces oprations soient excutes
sur le territoire dune commune au maximum :
1 labattage darbres dont lemplacement se situe sur le domaine public communal et qui ne font pas partie dun
bois;
2 lamnagement, la modification et lextension de pistes cyclables, pistes cavalires et sentiers pdestres
communaux ou dautres sentiers communaux au profit des usagers faibles de la route, et leurs dpendances tels que
des fosss longitudinaux;
3 la modification et lextension de voiries communales disposant de deux bandes au maximum, et leurs
dpendances;
4 lamnagement, la modification et lextension de roselires publiques;
5 la construction, transformation et lagrandissement de btiments destins des quipements communs et
dutilit publique, dans la mesure o la superficie totale au sol de la nouvelle partie reste limite 50 mtres carrs au
maximum et la hauteur 5 mtres au maximum;
6 lamnagement de constructions, lexception de btiments destins des quipements communs et dutilit
publique, dans la mesure o la superficie totale au sol reste limite 100 mtres carrs au maximum et la hauteur
5 mtres au maximum;
7 des oprations dintrt gnral qui sont uniquement soumises autorisation sur la base dun rglement
urbanistique communal. .
Art. 5. Larticle 20 de larrt royal du 28 dcembre 1972 relatif la prsentation et la mise en uvre des projets
de plans et des plans de secteur est abrog.
Art. 6. Larticle 5 de larrt du Gouvernement flamand du 19 mars 2010 relatif aux attestations urbanistiques, aux
runions de projet et aux informations urbanistiques, modifi par larrt du Gouvernement flamand du 20 mai 2011,
est complt par un 5, rdig comme suit :
5 concernant des oprations prvues dans le cadre du projet, lapplication est demande de larticle 3, 2 ou
3, de larrt du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 portant dsignation des oprations au sens de larticle 4.1.1,
5, de larticle 4.4.7, 2, et de larticle 4.7.1, 2, alina deux, du Code flamand de lAmnagement du Territoire et rglant
la concertation pralable avec lArchitecte du Gouvernement flamand. .
Art. 7. Larticle 27, 2, et larticle 28 du dcret du 11 mai 2012 modifiant diverses dispositions du Code flamand
de lAmnagement du Territoire et modifiant la rglementation relative labrogation de la Agentschap Ruimtelijke
Ordening (Agence de lAmnagement du Territoire) et le prsent arrt entrent en vigueur le 1er septembre 2012.
Art. 8. Le Ministre flamand ayant lamnagement du territoire dans ses attributions est charg de lexcution du
prsent arrt.
Bruxelles, le 20 juillet 2012.
Le Ministre-Prsident du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Finances, du Budget, de lEmploi, de lAmnagement du Territoire et des Sports,
Ph. MUYTERS

ANDERE BESLUITEN AUTRES ARRETES


FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN,
BUITENLANDSE HANDEL
EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

SERVICE PUBLIC FEDERAL AFFAIRES ETRANGERES,


COMMERCE EXTERIEUR
ET COOPERATION AU DEVELOPPEMENT
[C 2012/15135]

[C 2012/15135]
Carrire Buitenlandse Dienst

Carrire du Service extrieur

Oppensioenstelling. Verandering datum besluit

Admission la pension. Changement date arrt

Bij koninklijk besluit van 12 juni 2012 worden in het artikel 1 van het
koninklijk besluit van 13 augustus 2011 waarbij de heer Marc OTTE,
ambtenaar van de tweede administratieve klasse van de carrire
Buitenlandse Dienst, aanspraak kon maken op een rustpensioen, de
woorden met ingang van 1 mei 2012 vervangen door de woorden
met ingang van 1 september 2012 .

Par arrt royal du 12 juin 2012, les mots la date du 1er mai 2012
sont remplacs par les mots la date du 1er septembre 2012 dans
larticle 1er de larrt royal du 13 aot 2011 par lequel M. Marc OTTE,
agent de la deuxime classe administrative de la carrire du Service
extrieur, a t admis faire valoir ses droits une pension de retraite.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

47059

Overplaatsingen

Mutations

Bij koninklijk besluit van 13 juni 2012 wordt Baron Bertrand de


CROMBRUGGHE de PICQUENDAELE ontheven uit zijn functie bij
het Hoofdbestuur.

Par arrt royal du 13 juin 2012, le Baron Bertrand de CROMBRUGGHE de PICQUENDAELE est dcharg de ses fonctions lAdministration centrale.

Hij wordt belast met de functie van Permanent Vertegenwoordiger


van Belgi bij het Bureau van de Verenigde Naties, de Gespecialiseerde
Instellingen, de Wereldhandelsorganisatie en de Ontwapeningsconferentie te Genve.

Il est charg des fonctions de Reprsentant permanent de la Belgique


auprs de lOffice des Nations unies, des Institutions spcialises, de
lOrganisation mondiale du Commerce et de la Confrence pour le
Dsarmement Genve.

Hij wordt ertoe gemachtigd de titel van Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van Belgi te voeren tijdens de duur van zijn
zending.

Il est autoris porter le titre honorifique dAmbassadeur extraordinaire et plnipotentiaire de Belgique pendant la dure de sa mission.

Bij koninklijk besluit van 13 juni 2012 wordt Mevrouw Bndicte


FRANKINET ontheven uit haar functie van Ambassadeur en Consulgeneraal van Belgi in Isral, met standplaats te Tel Aviv.

Par arrt royal du 13 juin 2012, Madame Bndicte FRANKINET est


dcharge de ses fonctions dAmbassadeur et de Consul gnral de
Belgique en Isral, avec rsidence principale Tel Aviv.

Zij wordt belast met de functie van Permanent Vertegenwoordiger


van Belgi bij de Organisatie der Verenigde Naties te New York.

Elle est charge des fonctions de Reprsentant permanent de la


Belgique auprs de lOrganisation des Nations unies New York.

Zij wordt ertoe gemachtigd de titel van Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van Belgi te voeren tijdens de duur van haar
zending.

Elle est autorise porter le titre honorifique dAmbassadeur


extraordinaire et plnipotentiaire de Belgique pendant la dure de sa
mission.

Bij koninklijk besluit van 13 juni 2012 wordt Mevrouw Jehanne


ROCCAS ontheven uit haar functie van Consul-generaal van Belgi te
Sint-Petersburg.

Par arrt royal du 13 juin 2012, Madame Jehanne ROCCAS est


dcharge de ses fonctions de Consul gnral de Belgique SaintPtersbourg.

Zij wordt overgeplaatst naar het Hoofdbestuur vanaf de dag na haar


aankomst in Belgi.

Elle est adjointe lAdministration centrale partir du lendemain de


son arrive en Belgique.

Bij koninklijk besluit van 13 juni 2012 wordt Mevrouw Maria


VANHERK ontheven uit haar functie bij het Hoofdbestuur.

Par arrt royal du 13 juin 2012, Madame Maria VANHERK est


dcharge de ses fonctions lAdministration centrale.

Zij wordt belast met de functie van Consul-generaal van Belgi te


Sint-Petersburg, met als ressort de regios Kaliningrad, Pskov, Novgorod, Leningrad, Vologda, Moermansk, Archangelsk, de Republieken
Kareli en Komi, het autonoom district Nenetski en Sint-Petersburg.

Elle est charge des fonctions de Consul-gnral de Belgique


Saint-Ptersbourg, avec une circonscription stendant sur les rgions
de Kaliningrad, de Pskov, de Novgorod, de Leningrad, de Vologda, de
Mourmansk, dArkhangelsk, les Rpubliques de Carlie et de Komi, le
district des Nenets et Saint-Ptersbourg.

Bij koninklijk besluit van 20 juni 2012 wordt Mevrouw Cathy


BUGGENHOUT ontheven uit haar functie bij het Hoofdbestuur.

Par arrt royal du 20 juin 2012, Madame Cathy BUGGENHOOUT


est dcharge de ses fonctions lAdministration centrale.

Zij wordt belast met de functie van Consul-Generaal van Belgi te


Shanghai, met als ressort het Stadsgebied Shanghai, de Provincies
Anhui, Zhejiang en Jiangsu.

Elle est charge des fonctions de Consul gnral de Belgique


Shanghai, avec comme circonscription la Municipalit de Shanghai, les
Provinces Anhui, Zhejiang et Jiangsu.

Bij koninklijk besluit van 20 juni 2012 wordt Mevrouw Genevive


RENAUX ontheven uit haar functie van :

Par arrt royal du 20 juin 2012, Madame Genevive RENAUX est


dcharge de ses fonctions de :

- Permanent Vertegenwoordiger van Belgi bij de O.V.S.E. te Wenen;

- de Reprsentant permanent de la Belgique auprs de lO.S.C.E.


Vienne;

- Belgisch Delegatiehoofd van de Gemeenschappelijke Adviescommissie;


- Belgisch Delagatiehoofd van de Adviescommissie Open Luchtruim.

- Chef de la dlgation belge au groupe Consultatif commun;


- Chef de la Dlgation belge au Comit consultatif Ciel ouvert.

Zij wordt overgeplaatst naar het Hoofdbestuur vanaf de dag na haar


aankomst in Belgi.

Elle est adjointe lAdministration centrale partir du lendemain de


son arrive en Belgique.

Bij koninklijk besluit van 20 juni 2012 wordt de heer Didier


VANDERHASSELT ontheven uit zijn functie van Ministerraad bij de
Ambassade van Belgi te Beijing.

Par arrt royal du 20 juin 2012, M. Didier VANDERHASSELT est


dcharg de ses fonctions de Ministre-Conseiller lAmbassade de
Belgique Pkin.

Hij wordt aangesteld tot Consul-generaal van Belgi te Sao Paulo in


de Federatieve Republiek Brazili, met als ressort de Staten Sao Paulo,
Parana, Santa Catarina, Rio Grande do Sul, Mato Grosso do Sul, Mato
Grosso en Rondania.

Il est charg des fonctions de Consul gnral de Belgique Sao Paulo


dans la Rpublique fdrative du Brsil, avec comme circonscription les
Etats de Sao Paulo, de Parana, de Santa Catarina, du Rio Grande do Sul,
du Mato Grosso do Sul, du Mato Grosso et de Rondonia.

Bij de ministeriele besluiten van 17 juni 2012 worden de hiernavermelde ambtenaren ontheven uit hun functie vermeld na hun naam en
toegevoegd aan het Hoofdbestuur :

Par arrts ministriels du 17 juin 2012, les agents mentionns


ci-aprs ont t dchargs de la fonction reprise en regard de leur nom
et adjoints lAdministration centrale :

ANDRE Marie-France,

ANDRE Marie-France,

Ministerraad bij de Ambassade van Belgi te Londen;

Ministre-Conseiller lAmbassade de Belgique Londres;

BOGAERT Mathias,

BOGAERT Mathias,

Eerste Ambassadesecretaris bij de Ambassade van Belgi te New


Delhi;
DENEFFE Michle,
Ministerraad bij de Permanente Vertegenwoordiging van Belgi bij
de O.V.N. te Genve;

Premier Secrtaire dAmbassade lAmbassade de Belgique


New Delhi;
DENEFFE Michle,
Ministre-Conseiller la Reprsentation permanente de la Belgique
auprs de lO.N.U. Genve;

47060

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

VANDEN BULCKE Filip,


Eerste Ambassadesecretaris bij de Permanente Vertegenwoordiging
van Belgi bij de O.V.N. te New York;
VAN GHEEL Patrick,
Eerste Ambassadesecretaris bij de Permanente Vertegenwoordiging
van Belgi bij de O.V.N. te Genve.

VANDEN BULCKE Filip,


Premier Secrtaire dAmbassade la Reprsentation permanente de
la Belgique auprs de lO.N.U. New York;
VAN GHEEL Patrick,
Premier Secrtaire dAmbassade la Reprsentation permanente de
la Belgique auprs de lO.N.U. Genve.

Bij de ministeriele besluiten van 18 juni 2012 worden de hiernavermelde ambtenaren ontheven uit hun functie vermeld na hun naam en
toegevoegd aan het Hoofdbestuur :
JACOBS Johan,
Eerste Ambassadesecretaris bij de Ambassade van Belgi te Rabat;
SCHELSTRAETE Sigurd,
Ministerraad bij de Ambassade van Belgi te Washington.

Par arrts ministriels du 18 juin 2012, les agents mentionns


ci-aprs ont t dchargs de la fonction reprise en regard de leur nom
et adjoints lAdministration centrale :
JACOBS Johan,
Premier Secrtaire dAmbassade lAmbassade de Belgique Rabat;
SCHELSTRAETE Sigurd,
Ministre-Conseiller lAmbassade de Belgique Washington.

Bij de ministeriele besluiten van 2 juli 2012 worden de hiernavermelde ambtenaren ontheven uit hun functie vermeld na hun naam en
toegevoegd aan het Hoofdbestuur :
DOOMS Christian,
Eerste Ambassadesecretaris bij de Permanente Vertegenwoordiging
van Belgi bij de NAVO te Brussel;
GEREBTZOFF Michel,
Eerste Ambassadesecretaris bij de Ambassade van Belgi te Beijing;
GREEFS Stefan,
Ambassaderaad bij de Ambassade van Belgi te Praag;
LEBLANC Xavier,
Eerste Ambassadesecretaris bij de Permanente Vertegenwoordiging
van Belgi bij de O.V.N. te New York;
VANDENBROEKE Filip,
Eerste Ambassadesecretaris bij de Ambassade van Belgi te Ottawa;

Par arrts ministriels du 2 juillet 2012, les agents mentionns


ci-aprs ont t dchargs de la fonction reprise en regard de leur nom
et adjoints lAdministration centrale :
DOOMS Christian,
Premier Secrtaire dAmbassade la Reprsentation permanente de
la Belgique auprs de lOTAN Bruxelles;
GEREBTZOFF Michel,
Premier Secrtaire dAmbassade lAmbassade de Belgique Pkin;
GREEFS Stefan,
Conseiller dAmbassade lAmbassade de Belgique Prague;
LEBLANC Xavier,
Premier Secrtaire dAmbassade la Reprsentation permanente de
la Belgique auprs de lO.N.U. New York;
VANDENBROEKE Filip,
Premier Secrtaire dAmbassade lAmbassade de Belgique
Ottawa;
VERHEYDEN Frdric,
Ministre-Conseiller lAmbassade de Belgique Tokyo.

VERHEYDEN Frdric,
Ministerraad bij de Ambassade van Belgi te Tokyo.
Bij koninklijk besluit van 17 juli 2012 wordt de heer Franc ois
BONTEMPS ontheven uit zijn functie bij het Hoofdbestuur.
Hij wordt geaccrediteerd als Ambassadeur en Consul-generaal van
Belgi in de Republiek Korea en in de Democratische Volksrepubliek
Korea, met standplaats te Seoel.

Par arrt royal du 17 juillet 2012, M. Franc ois BONTEMPS est


dcharg de ses fonctions lAdministration centrale.
Il est accrdit en qualit dAmbassadeur et de Consul gnral de
Belgique dans la Rpublique de Core et dans la Rpublique populaire
dmocratique de Core, avec rsidence principale Soul.

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

[2012/203821]

[2012/203821]

Arbeidsgerechten. Benoeming

Juridictions du travail. Nomination

Bij koninklijk besluit van 10 juli 2012, is de heer MATTHIJS,


Peter-Jan, benoemd tot werkend rechter in sociale zaken, als werkgever
bij de Arbeidsrechtbank van Kortrijk, Ieper en Veurne ter vervanging
van
de heer DE KNIJF, Alfons, wiens mandaat hij zal voleindigen.

Par arrt royal du 10 juillet 2012, M. MATTHIJS, Peter-Jan, est


nomm juge social effectif au titre demployeur au Tribunal du travail
de Courtrai, Ypres, Furne en remplacement de M. DE KNIJF, Alfons,
dont il achvera le mandat.

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

[2012/203822]

[2012/203822]

Arbeidsgerechten. Ontslag

Juridictions du travail. Dmission

Bij koninklijk besluit van 10 juli 2012, wordt aan de heer VANDEWIELE, Henri, op het einde van de maand oktober 2012, in de loop van
dewelke hij de leeftijdsgrens zal bereiken, eervol ontslag verleend uit
het ambt van werkend rechter in sociale zaken, als werknemer-arbeider,
bij de Arbeidsrechtbank van Dendermonde. Belanghebbende wordt
ertoe gemachtigd de eretitel van het ambt te voeren.

Par arrt royal du 10 juillet 2012, dmission honorable de ses


fonctions de juge social effectif au titre de travailleur ouvrier au
Tribunal du travail de Termonde est accorde M. VANDEWIELE,
Henri, la fin du mois doctobre 2012, au cours duquel il atteindra la
limite dge. Lintress est autoris porter le titre honorifique de ses
fonctions.

47061

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

[2012/203856]

[2012/203856]

Arbeidsgerechten. Ontslag

Juridictions du travail. Dmission

Bij koninklijk besluit van 10 juli 2012, wordt aan de heer BONTINCK,
Marcus, op het einde van de maand oktober 2012, in de loop van
dewelke hij de leeftijdsgrens zal bereiken, eervol ontslag verleend uit
het ambt van werkend rechter in sociale zaken, als werkgever, bij de
Arbeidsrechtbank van Dendermonde. Belanghebbende wordt ertoe
gemachtigd de eretitel van het ambt te voeren.

Par arrt royal du 10 juillet 2012, dmission honorable de ses


fonctions de juge social effectif au titre demployeur au Tribunal du
travail de Termonde est accorde M. BONTINCK, Marcus, la fin du
mois doctobre 2012, au cours duquel il atteindra la limite dge.
Lintress est autoris porter le titre honorifique de ses fonctions.

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID,
VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN
EN LEEFMILIEU

SERVICE PUBLIC FEDERAL SANTE PUBLIQUE,


SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE
ET ENVIRONNEMENT

[C 2012/24276]
26 MEI 2012. Koninklijk besluit houdende toekenning van een
facultatieve toelage van 98.000 euro aan de VZW InterEnvironnement Wallonie . Erratum

[C 2012/24276]
26 MAI 2012. Arrt royal portant octroi dune subvention
facultative de 98.000 euros lASBL Inter-Environnement Wallonie . Erratum

In het Belgisch Staatsblad van 6 august 2012, moet gelezen worden op


artikel 1 : , met zetel in Rue Nanon 98, te 5000 Namen,
Moet ook gelezen worden op artikel 4, 1 : InterEnvironnement Wallonie , rue Nanon 98, 5000 Namur.

Au Moniteur belge du 6 aot 2012, page 46140, il faut lire larticle 1er :
ayant son sige, Rue Nanon 98, 5000 Namur,
Il faut lire galement larticle 4, 1er, : Inter-Environnement
Wallonie , rue Nanon 98, 5000 Namur.

*
PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST
MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING
EN SOCIALE ECONOMIE

SERVICE PUBLIC FEDERAL DE PROGRAMMATION INTEGRATION SOCIALE, LUTTE CONTRE LA PAUVRETE ET ECONOMIE SOCIALE
[C 2012/11317]

[C 2012/11317]
Personeel. Bevordering

Personnel. Promotion

Bij koninklijk besluit van 20 juli 2012 wordt de heer BAETEN, Henri,
attach klasse A1, door verhoging in de klasse tot de klasse A2 met de
titel van attach bevorderd bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebeleid en Sociale
Economie in een betrekking van het Nederlands taalkader, met ingang
van 1 januari 2012.
Overeenkomstig de gecordineerde wetten op de Raad van State kan
beroep worden ingediend binnen de zestig dagen na deze bekendmaking. Het verzoekschrift hiertoe dient bij ter post aangetekende brief
aan de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, te 1040 Brussel te worden
toegezonden.

Par arrt royal du 20 juillet 2012, M. BAETEN, Henri, attach


classe A1, est promu par avancement de classe la classe A2 au titre d
attach au Service public fdral de Programmation Intgration sociale,
Lutte contre la Pauvret et Economie sociale, dans un emploi du cadre
linguistique nerlandophone, partir du 1er janvier 2012.
Conformment aux lois coordonnes sur le Conseil d Etat, un recours
peut tre introduit endans les soixante jours aprs cette publication. La
requte doit tre envoye sous pli recommand la poste, au Conseil
dEtat, rue de la Science 33, 1040 Bruxelles.

*
PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST
MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING
EN SOCIALE ECONOMIE

SERVICE PUBLIC FEDERAL DE PROGRAMMATION INTEGRATION SOCIALE, LUTTE CONTRE LA PAUVRETE ET ECONOMIE SOCIALE

[C 2012/11318]

[C 2012/11318]

Personeel. Ontslag

Personnel. Dmission

Bij koninklijk besluit van 14 mei 2012 wordt aan de heer GOOSSENS,
Thierry, op zijn verzoek, met ingang van 1 maart 2012, ontslag verleend
uit zijn functie van attach bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebeleid en Sociale
Economie.

Par arrt royal du 14 mai 2012 dmission de ses fonctions dattach


est accorde, sa demande, partir du 1er mars 2012, M. GOOSSENS,
Thierry au Service public fdral de Programmation Intgration sociale,
Lutte contre la Pauvret et Economie sociale.

Overeenkomstig de gecordineerde wetten op de Raad van State kan


beroep worden ingediend binnen de zestig dagen na deze bekendmaking. Het verzoekschrift hiertoe dient bij ter post aangetekende brief
aan de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, te 1040 Brussel te worden
toegezonden.

Conformment aux lois coordonnes sur le Conseil d Etat, un recours


peut tre introduit endans les soixante jours aprs cette publication. La
requte doit tre envoye sous pli recommand la poste, au Conseil
dEtat, rue de la Science 33, 1040 Bruxelles.

47062

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST


MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE,
ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE

SERVICE PUBLIC FEDERAL


DE PROGRAMMATION INTEGRATION SOCIALE,
LUTTE CONTRE LA PAUVRETE ET ECONOMIE SOCIALE

[C 2012/11319]

[C 2012/11319]

Nationale Orden

Ordres nationaux

Bij koninklijke besluiten van 20 juni 2012 zijn benoemd of bevorderd :

Par arrts royaux du 20 juin 2012 sont nomms ou promus :

Leopoldsorde

Ordre de Lopold

Ridder

Chevalier

Mevr. LIETAER, Christine, attach.


Zij zal het burgerlijk ereteken dragen en neemt haar rang in de Orde
in op 8 april 2009.
De heer DELHAYE, Francis, bestuurschef;
De heer GESQUIERE, Kurt, attach.
Zij zullen het burgerlijk ereteken dragen en nemen hun rang in de
Orde in op 8 april 2011.
Mevr. GORIS, Josee, attach;
Mevr. MARTIJN, Isabelle, attach.
Zij zullen het burgerlijk ereteken dragen en nemen hun rang in de
Orde in op 15 november 2011.

Mme LIETAER, Christine, attach.


Elle portera la dcoration civile et prend rang dans lOrdre dater du
8 avril 2009.
M. DELHAYE, Francis, chef administratif;
M. GESQUIERE, Kurt, attach.
Ils porteront la dcoration civile et prennent rang dans lOrdre dater
du 8 avril 2011.
Mme GORIS, Josee, attach;
Mme MARTIJN, Isabelle, attach.
Elle porteront la dcoration civile et prennent rang dans lOrdre
dater du 15 novembre 2011.

Kroonorde

Ordre de la Couronne

Officier

Officier

Mevr. DE WINTER, Josiane, attach.


Zij neemt haar rang in de Orde in op 15 november 2006.
Mevr. DEWULF, Jacqueline, attach.
Zij neemt haar rang in de Orde in op 8 april 2009.

Mme DE WINTER, Josiane, attach.


Elle prend rang dans lOrdre dater du 15 novembre 2006.
Mme DEWULF, Jacqueline, attach.
Elle prend rang dans lOrdre dater du 8 avril 2009.

Ridder
Mevr. VANSWIJGENHOVEN, Marina, administratief assistent.
Zij neemt haar rang in de Orde in op 15 november 2010.
Mevr. VAN LAER, Eliane, administratief assistent.
Zij neemt haar rang in de Orde in op 8 april 2011.
Mevr. PAELEMAN, Gisle, administratief deskundige.
Zij neemt haar rang in de Orde in op 15 november 2011.

Chevalier
Mme VANSWIJGENHOVEN, Marina, assistant administratif.
Elle prend rang dans lOrdre dater du 15 novembre 2010.
Mme VAN LAER, Eliane, assistant administratif.
Elle prend rang dans lOrdre dater du 8 avril 2011.
Mme PAELEMAN, Gisle, expert administratif.
Elle prend rang dans lOrdre dater du 15 novembre 2011.

Orde van Leopold II

Ordre de Lopold II

Ridder

Chevalier

De heer DE GROOTE, Robert, technisch medewerker;


De heer GIORDANO, Dario, technisch assistent.
Zij nemen hun rang in de Orde in op 15 november 2010.

M. DE GROOTE, Robert, collaborateur technique;


M. GIORDANO, Dario, assistant technique.
Ils prennent rang dans lOrdre dater du 15 novembre 2010.

*
PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST
MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE,
ARMOEDEBESTRIJDING EN SOCIALE ECONOMIE

SERVICE PUBLIC FEDERAL


DE PROGRAMMATION INTEGRATION SOCIALE,
LUTTE CONTRE LA PAUVRETE ET ECONOMIE SOCIALE

[C 2012/11320]
Nationale Orden
Bij koninklijk besluit van 1 juli 2011 is benoemd :

[C 2012/11320]
Ordres nationaux
Par arrt royal du 1er juillet 2012 est nomm :

Kroonorde

Ordre de la Couronne

Officier
De heer BAETEN, Henri, attach.
Hij zal het burgerlijk ereteken dragen en neemt zijn rang in de Orde
in op 8 april 2011.

Officier
M. BAETEN, Henri, attach.
Il portera la dcoration civile et prend rang dans lOrdre dater du
8 avril 2011.

47063

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN
GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION
GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE


VLAAMSE OVERHEID
[C 2012/35965]
Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
BORGLOON. Bij besluit van 5 juli 2012 heeft de deputatie van de provincie Limburg het gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan Marbor, dat definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Borgloon in zitting van
24 april 2012 en dat een toelichtingsnota, een plan met de bestaande juridische en feitelijke toestand, stedenbouwkundige voorschriften en een grafisch plan bevat, goedgekeurd.

*
VLAAMSE OVERHEID
[C 2012/35967]
Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
GENK. Bij besluit van 5 juli 2012 heeft de deputatie van de provincie Limburg het gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan Richter, dat definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Genk in zitting van 19 april 2012
en dat een toelichtingsnota, een plan met de bestaande juridische en feitelijke toestand, stedenbouwkundige
voorschriften en een grafisch plan bevat, goedgekeurd.

*
VLAAMSE OVERHEID
[C 2012/35964]
Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
HEERS. Bij besluit van 5 juli 2012 heeft de deputatie van de provincie Limburg het gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan Zonevreemde bedrijven, dat definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Heers in zitting
van 23 april 2012 en dat een toelichtingsnota, de plannen met de bestaande juridische en feitelijke toestand, de
stedenbouwkundige voorschriften en de grafische plannen bevat, goedgekeurd.

*
VLAAMSE OVERHEID
[C 2012/35966]
Provincie Limburg. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
HERK-DE-STAD. Bij besluit van 5 juli 2012 heeft de deputatie van de provincie Limburg het gemeentelijk
ruimtelijk uitvoeringsplan KMO-zone Berbroek, dat definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van
Herk-de-Stad in zitting van 14 mei 2012 en dat een toelichtingsnota, een plan met de bestaande juridische en feitelijke
toestand, stedenbouwkundige voorschriften en een grafisch plan bevat, goedgekeurd.

*
VLAAMSE OVERHEID
[C 2012/35978]
Provincie Vlaams-Brabant. Ruimtelijke ordening. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
SINT-PIETERS-LEEUW. Bij besluit van 14 juni 2012 heeft de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant het
gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Wilderveld te Sint-Pieters-Leeuw, zoals definitief vastgesteld door de
gemeenteraad bij besluit van 22 december 2011, bestaande uit een toelichtingsnota, een grafisch plan en de
verordenende voorschriften, goedgekeurd met uitsluiting van :
- p. 20 van de stedenbouwkundige voorschriften, paragraaf 11.1 bestemming in de tweede deelparagraaf
Nevenbestemming de bepaling (< 400 m2 netto bedrijfsoppervlakte);
- p. 32 van de stedenbouwkundige voorschriften,paragraaf 13.2 bestemming in de vierde deelparagraaf
Inbreidingsproject 4 de bepaling (< 400 m2 netto bedrijfsoppervlakte).

47064

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


VLAAMSE OVERHEID
Internationaal Vlaanderen
[C 2012/35950]
30 JULI 2012. Besluit van de waarnemend administrateur-generaal tot delegatie van handtekening aan Nikolas
Bosscher, vertegenwoordiger van het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking in Lilongwe
De Waarnemend administrateur-generaal van het agentschap voor Internationale Samenwerking,
Gelet op het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004, 15 juli 2005,
23 juni 2006, 22 december 2006, 27 april 2007, 12 december 2008, 19 december 2008 en 16 maart 2012;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van
beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid,
artikel 11, 19 en 20, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 en 5 september 2008;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd
agentschap Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking,
Besluit :
Artikel 1. Meneer Nikolas Bosscher, vertegenwoordiger van het Vlaams Agentschap voor Internationale
Samenwerking in Lilongwe, krijgt delegatie om de administratieve overeenkomst tussen de Vlaamse overheid en de
United Nations Development Programme voor het One UN Fund, in het kader van de Vlaamse bijdrage aan het
Emergency Humanitarian Respond Fund in Malawi, te ondertekenen namens het Vlaams Agentschap voor
Internationale Samenwerking.
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 30 juli 2012.
Brussel, 30 juli 2012.
De wnd. administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking,
A. VAN AUTREVE

*
VLAAMSE OVERHEID
Leefmilieu, Natuur en Energie
[C 2012/35951]
Tweede vernieuwing van definitieve erkenning van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen
Bij besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 23 juli 2012 wordt de definitieve
erkenning van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen, waarvan het werkingsgebied de gemeenten Brakel,
Gavere, Geraardsbergen, Herzele, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal, Oudenaarde, Ronse,
Sint-Lievens-Houtem, Wortegem-Petegem, Zingem, Zottegem en Zwalm omvat, vernieuwd.
Deze erkenning geldt voor een periode van zes jaar, die is aangevangen op 1 juli 2012.

*
VLAAMSE OVERHEID
Leefmilieu, Natuur en Energie
[2012/204490]
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. Personeel. Benoemingen
Bij besluit van de administrateur-generaal van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 1 augustus 2012 houdende benoeming in vast dienstverband van de heer Rafal Verlinden wordt de heer Rafal Verlinden met
ingang van 1 juni 2012 in vast dienstverband benoemd in de graad van ingenieur.

Bij besluit van de administrateur-generaal van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 1 augustus 2012 houdende benoeming in vast dienstverband van mevrouw Marleen Dirckx wordt mevrouw Marleen Dirckx
met ingang van 8 juli 2012 in vast dienstverband benoemd in de graad van adjunct van de directeur.

*
VLAAMSE OVERHEID
Mobiliteit en Openbare Werken
[C 2012/35947]
Waterwegen en Zeekanaal NV. Extern Verzelfstandigd Agentschap. Onteigeningen
KORTRIJK Bij besluit van de Raad van Bestuur van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal NV van
11 april 2012 is voorgeschreven dat de bepalingen van artikel 5 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de onteigening
ten algemenen nutte, dienen te worden toegepast voor de onteigeningen door het agentschap Waterwegen en
Zeekanaal NV. op het grondgebied van de stad Kortrijk voor de bouw van de nieuwe Budabrug.
Het plan A4/2274/1, ligt ter inzage bij de afdeling Bovenschelde Nederkouter 28, te 9000 Gent.
De te onteigenen percelen zijn gekend onder de volgende kadastrale gegevens :
Kortrijk :
2e Afdeling Kortrijk sectie F percelen nrs. 369 D en 369 E.

47065

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Bij besluit van 13 juli 2012 van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, werd het agentschap
Waterwegen en Zeekanaal NV. gemachtigd over te gaan tot onteigening.
Deze besluiten kunnen worden aangevochten voor de Raad van State binnen een termijn van 60 dagen vanaf de
kennisneming van de onteigening alsook voor de Vrederechter op het ogenblik dat de gerechtelijke fase wordt ingezet.
Het verzoekschrift dient aangetekend te worden neergelegd bij de Raad van State samen met drie gewaarmerkte
afschriften en bovendien zoveel afschriften als er tegenpartijen zijn (art. 85 van het procedurereglement van de Raad
van State).

*
VLAAMSE OVERHEID
Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed
[2012/204499]
Erkenningen
Bij besluit van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie van 24 juli 2012 wordt vanaf
24 juli 2012 het Sociaal Verhuurkantoor OCMW Wemmel als sociaal verhuurkantoor erkend.

Bij besluit van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie van 24 juli 2012 wordt vanaf
24 juli 2012 het Sociaal Verhuurkantoor OCMW Drogenbos als sociaal verhuurkantoor erkend.

*
VLAAMSE OVERHEID
Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed
[C 2012/35948]
Provincie West-Vlaanderen. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Lauwyck, gemeente Koekelare
Bij besluit van 12 april 2012 heeft de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen het gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan Lauwyck voor de gemeente Koekelare, zoals definitief vastgesteld door de gemeenteraad van
Koekelare in zitting van 19 december 2011, van goedkeuring onthouden.

*
VLAAMSE OVERHEID
Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed
[2012/204467]
Provincie West-Vlaanderen. Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) West-Kapelle-Oost,
gemeente Knokke-Heist
Bij besluit van 12 juli 2012 heeft de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen het gemeentelijk ruimtelijk
uitvoeringsplan West-Kapelle-Oost voor de gemeente Knokke-Heist, zoals definitief vastgesteld door de gemeenteraad
van Knokke-Heist in zitting van 31/05/2012, goedgekeurd.

OFFICIELE BERICHTEN AVIS OFFICIELS


SELOR
SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID

SELOR
BUREAU DE SELECTION DE LADMINISTRATION FEDERALE

[2012/204536]

[2012/204536]

Vergelijkende selectie van Nederlandstalige Facility & Security


Managers (m/v) (niveau A) voor het Koninklijk Belgisch Instituut
voor Natuurwetenschappen (ANG12090)

Slection comparative nerlandophone de Facility & Security


Managers (m/f) (niveau A) pour lInstitut royal des Sciences
naturelles de Belgique (ANG12090)

Na de selectie wordt een lijst met maximum 10 geslaagden aangelegd, die twee jaar geldig blijft.

Une liste de 10 laurats maximum, valable deux ans, sera tablie


aprs la slection.

Er wordt ook een bijzondere lijst opgesteld van de personen met een
handicap die geslaagd zijn. De personen met een handicap die zijn
opgenomen in de bijzondere lijst, blijven hun rangschikking behouden
zonder beperking in de tijd.

Il est tabli galement une liste spcifique des personnes handicapes


laurates. Les personnes handicapes reprises dans la liste spcifique
gardent le bnfice de leur classement sans limite de temps.

Toelaatbaarheidsvereisten :

Conditions dadmissibilit :

1. Vereiste diplomas op de uiterste inschrijvingsdatum :

1. Diplmes requis la date limite dinscription :

burgerlijk ingenieur/master in de ingenieurswetenschappen


(alle richtingen), of

ingnieur civil/master ingnieur civil (toute orientation), ou

industrieel ingenieur/master in de industrile wetenschappen


(alle richtingen).

ingnieur industriel/master ingnieur industriel (toute orientation).

47066

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

2. Vereiste ervaring op de uiterste inschrijvingsdatum : minimum


twee jaar relevante professionele ervaring in het opvolgen van werven
in volgende 2 domeinen :
o budgetbeheer van werven;
o aansturen van personeel en/of de samenwerking met externe
firmas.
Solliciteren kan tot 3 september 2012 via www.selor.be
De gedetailleerde functiebeschrijving (jobinhoud, selectieprocedure,...) kan u verkrijgen bij SELOR (via de infolijn 0800-505 54)
of op www.selor.be

2. Exprience requise la date limite dinscription : minimum


deux ans dexprience professionnelle pertinente dans la gestion de
chantiers dans lensemble des domaines suivants :
o gestion de budget;
o gestion du personnel et/ou collaboration avec les compagnies
externes.
Vous pouvez poser votre candidature jusquau 3 septembre 2012 via
www.selor.be
La description de fonction (reprenant le contenu de la fonction,
la procdure de slection,...) est disponible auprs du SELOR
(ligne info 0800-505 55) ou via www.selor.be

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES

Administratie van het kadaster, registratie en domeinen

Administration du cadastre, de lenregistrement et des domaines

Bekendmakingen voorgeschreven bij artikel 770


van het Burgerlijk Wetboek

Publications prescrites par larticle 770


du Code civil
[2012/55102]

[2012/55102]

Erfloze nalatenschap van Dionisio, Danila

Succession en dshrence de Dionisio, Danila

Danila Dionisio, uit de echt gescheiden van Chokri Kaabi, geboren te


Antwerpen op 29 augustus 1965, wonende te Antwerpen (district
Borgerhout), Bouwhandelstraat 13, is overleden te Antwerpen (district
Borgerhout) op 1 september 2009, zonder bekende erfopvolger na te laten.
Alvorens te beslissen over de vraag van de Administratie van de btw,
registratie en domeinen, namens de Staat, tot inbezitstelling van de
nalatenschap, heeft de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, bij
vonnis van 18 juni 2012, de bekendmakingen en aanplakkingen
bevolen, voorgeschreven bij artikel 770 van het Burgerlijk Wetboek.
Antwerpen, 31 juli 2012.

Danila Dionisio, divorce de Chokri Kaabi, ne Anvers le


29 aot 1965, domicilie Anvers (district Borgerhout), Bouwhandelstraat 13, est dcde Anvers (district Borgerhout) le 1er septembre 2009, sans laisser de successeur connu.
Avant de statuer sur la demande de lAdministration de la T.V.A., de
lenregistrement et des domaines tendant obtenir, au nom de lEtat,
lenvoi en possession de la succession, le tribunal de premire instance
Anvers a, par jugement du 18 juin 2012, ordonn les publications et
affiches prescrites par larticle 770 du Code civil.
Anvers, le 31 juillet 2012.

De gewestelijke directeur a.i. van de registratie,


C. Windey.

Le directeur rgional a.i. de lenregistrement,


C. Windey.
(55102)

(55102)

Erfloze nalatenschap van Schevenels, Hlne

Succession en dshrence de Schevenels, Hlne

Hlne Schevenels, ongehuwd, geboren te Antwerpen op 15 oktober 1920, wonende te Antwerpen (district Antwerpen), Van Luppenstraat 32A, is overleden te Antwerpen (district Antwerpen) op 17 november 2009, zonder bekende erfopvolger na te laten.
Alvorens te beslissen over de vraag van de Administratie van de btw,
registratie en domeinen, namens de Staat, tot inbezitstelling van de
nalatenschap, heeft de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, bij
vonnis van 19 juni 2012, de bekendmakingen en aanplakkingen
bevolen, voorgeschreven bij artikel 770 van het Burgerlijk Wetboek.
Antwerpen, 31 juli 2012.
De gewestelijke directeur a.i. van de registratie,
C. Windey.
(55103)

Hlne Schevenels, clibataire, ne Anvers le 15 octobre 1920,


domicilie Anvers (district Anvers), Van Luppenstraat 32A, est
dcde Anvers (district Anvers) le 17 novembre 2009, sans laisser de
successeur connu.
Avant de statuer sur la demande de lAdministration de la T.V.A., de
lenregistrement et des domaines tendant obtenir, au nom de lEtat,
lenvoi en possession de la succession, le tribunal de premire instance
Anvers a, par jugement du 19 juin 2012, ordonn les publications et
affiches prescrites par larticle 770 du Code civil.
Anvers, le 31 juillet 2012.
Le directeur rgional a.i. de lenregistrement,
C. Windey.
(55103)

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

[2012/203857]
Arbeidsgerechten. Bericht aan de representatieve organisaties.
Openstaande plaats van een werkend rechter in sociale zaken als
werkgever bij de arbeidsrechtbank van Dendermonde ter vervanging van de heer Marcus BONTINCK

[2012/203857]
Juridictions du travail. Avis aux organisations reprsentatives.
Place vacante dun juge social effectif au titre demployeur
au tribunal du travail de Termonde en remplacement de
M. Marcus BONTINCK

De betrokken organisaties worden verzocht de kandidaturen voor te


dragen overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit
van 7 april 1970 en uiterlijk binnen de drie maanden na de bekendmaking van dit bericht.
De voordrachten van de kandidaten moeten worden gericht aan de
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Dienst Arbeidsgerechten, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel.
Bij de lijsten wordt voor elk der voorgedragen kandidaten een
uittreksel van de geboorteakte gevoegd.

Les organisations reprsentatives intresses sont invites prsenter les candidatures cette fonction conformment aux articles 2 et 3 de
larrt royal du 7 avril 1970 et au plus tard dans les trois mois qui
suivent la publication du prsent avis.
Ces prsentations doivent tre adresses au SPF Emploi, Travail et
Concertation sociale, Service des Juridictions du travail, rue Ernest
Blrot 1er 1070 Bruxelles.
Les listes seront accompagnes dun extrait dacte de naissance pour
chacun des candidats prsents.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

47067

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,


ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

[2012/203823]
Arbeidsgerechten. Bericht aan de representatieve organisaties. Openstaande plaats van een werkend rechter in sociale
zaken als werknemer-arbeider bij de arbeidsrechtbank van Dendermonde ter vervanging van de heer Henri VANDEWIELE

[2012/203823]
Juridictions du travail. Avis aux organisations reprsentatives. Place vacante dun juge social effectif au titre de
travailleur-ouvrier au tribunal du travail de Termonde en remplacement de M. Henri VANDEWIELE

De betrokken organisaties worden verzocht de kandidaturen voor te


dragen overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit
van 7 april 1970 en uiterlijk binnen de drie maanden na de bekendmaking van dit bericht.
De voordrachten van de kandidaten moeten worden gericht aan de
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Dienst Arbeidsgerechten, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel.
Bij de lijsten wordt voor elk der voorgedragen kandidaten een
uittreksel van de geboorteakte gevoegd.

Les organisations reprsentatives intresses sont invites prsenter


les candidatures cette fonction conformment aux articles 2 et 3 de
larrt royal du 7 avril 1970 et au plus tard dans les trois mois qui
suivent la publication du prsent avis.
Ces prsentations doivent tre adresses au SPF Emploi, Travail et
Concertation sociale, Service des Juridictions du travail, rue Ernest
Blerot 1 1070 Bruxelles.
Les listes seront accompagnes dun extrait dacte de naissance pour
chacun des candidats prsents.

*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID,
ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI,


TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE

[2012/203548]
Rechterlijke macht. Arbeidsrechtbank te Dendermonde

[2012/203548]
Pouvoir judiciaire. Tribunal du travail de Termonde

Bij beschikking van 13 juni 2012 werd de heer Henri VANDEWIELE,


rechter in sociale zaken, als werknemer-arbeider, bij de Arbeidsrechtbank te Dendermonde, door de heer voorzitter van deze rechtbank
aangewezen om, vanaf 27 oktober 2012, het ambt van plaatsvervangend magistraat uit te oefenen tot hij de leeftijd van 70 jaar heeft
bereikt.

Par ordonnance du 13 juin 2012, M. Henri VANDEWIELE, juge social


au titre de travailleur ouvrier au Tribunal du travail de Termonde,
a t dsign par Monsieur le prsident de ce tribunal pour exercer,
partir du 27 octobre 2012, les fonctions de magistrat supplant jusqu
ce quil ait atteint lge de 70 ans.

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN
GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION
GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE


VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
[C 2012/35979]
Vacaturetekst. Verzegelaar (niveau D) - m/v - voor de dienst Heffingen
van de afdeling Economisch Toezicht met standplaats Leuven. Ref. : 12 38 AENT CGS D
De Vlaamse Milieumaatschappij is een overheidsagentschap dat schadelijke effecten bij watersystemen en de
atmosfeer helpt voorkomen, beperken of ongedaan maken. De VMM rapporteert over de toestand van het leefmilieu
en draagt bij tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid.
Voor de afdeling Economisch Toezicht van de VMM zijn we op zoek naar een
Contractueel Verzegelaar (niveau D) m/v
met standplaats Leuven
De uiterste inschrijvingsdatum is 5 september 2012. Het generiek deel vindt plaats op 26 september 2012. Het
functiespecifiek deel vindt plaats op 23 oktober 2012.
Het gaat over een contract van onbepaalde tijd.
De afdeling AENT is bevoegd voor :
o het economisch toezicht op de gemeentelijke en bovengemeentelijke sanering, met inbegrip van de correcte
kostentoerekening;
o het inkohieren, innen en invorderen van de afvalwaterheffing.
U zal in de dienst Heffingen instaan voor de controle en het verzegelen van watermeters en bij uitbreiding van
grondwaterwinningen.
U zal deze verzegelingen technisch voorbereiden en effectief uitvoeren. U oefent verder controle uit op de goede
werking van watermeters en verzamelt zo objectief cijfermateriaal. U zal administratief werk leveren om
dossierbehandelaars informatie te verstrekken. U ontwikkelt uw eigen kennis en levert een bijdrage aan de verbetering
van procedures. U onderhoudt het werkmateriaal en verricht een aantal ad hoc taken om de dienst op logistiek,
technisch of administratief vlak mee te ondersteunen. Uiteraard werkt u graag buiten en bezit u een goede fysieke
conditie.
De huidige functie valt onder de dienst Heffingen, meer bepaald onder het team Heffingen Grootverbruikers in
Leuven. Dit team bestaat, naast de verzegelaar, uit een teamverantwoordelijke en 7 medewerkers die de
heffingsdossiers afhandelen onder meer op basis van informatie die de hen verschaft. De verzegelaar rapporteert
rechtstreeks aan teamverantwoordelijke.

47068

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Onze organisatiecultuur wordt genspireerd door vijf waarden : klantgerichtheid, betrouwbaarheid, voortdurend
verbeteren, samenwerken en milieusparend gedrag.
Voor deze functie is het bovendien belangrijk dat u zorg draagt voor materialen en ordelijk te werk gaat.
Verdere informatie hierover vindt u in de functieomschrijving en het examenreglement met de selectieprocedure
op http://www.vmm.be. Indien u vragen hebt over de functieomschrijving, neem dan contact op met Guido
Verstappen, teamverantwoordelijke Heffingen Grootverbruikers Leuven, g.verstappen@vmm.be of 016 21 92 23.
Vragen over het reglement en de procedure stuurt u naar vacatures@vmm.be
Om in aanmerking te kunnen komen voor deze functie moet u niet in het bezit zijn van een specifiek diploma.
Volgende kennis is een pluspunt :
- elementaire kennis elektriciteit
- noties van materialenkennis bv. gebruik spanringen, tangen, roestvrij materiaal
- noties van fysica : hydraulica en pneumatica; bv. werking kleppen, borrelbuizen
- kennis van basisbegrippen van waterzuivering : bv. BZV-CZV
- kan de beginselen van EHBO - bedrijfshygine toepassen
- heeft een grondige kennis van de apparatuur waarmee gewerkt wordt
- kan werken met algemeen gebruikte software; bv. Word, Excel, Outlook, Access en maatsoftware
- kan kaartlezen en zich orinteren
- kan een wagen besturen en bezit hiervoor een geldig rijbewijs
- kent de relevante heffingswetgeving en de uitvoeringsbesluiten van Vlarem i.v.m. afvalwater (legitimatie,
bemonsteringsprocedure,...)
Wij bieden u de kans om mee te werken aan een beter leefmilieu in Vlaanderen. Als overheidsinstelling bieden we
u naast een aantrekkelijk loon en werkzekerheid ook heel wat mogelijkheden tot ontwikkeling, maaltijdcheques, een
hospitalisatieverzekering en gratis openbaar vervoer.
Solliciteren kunt u door een brief of mail te sturen samen met de ingevulde biografische vragenlijst (die u vindt
op de website : http://www.vmm.be). Vergeet het referentienummer niet! U stuurt uw brief en de biografische
vragenlijst uiterlijk op 05/09/2012 naar :
Vlaamse Milieumaatschappij
HR Diensten
Mevr. Ann Meert
A. Van de Maelestraat 96
9320 Erembodegem
tel. : 053-72 67 61 of 053-72 67 08 (ev. aanvragen vragenlijst)
of stuurt het per mail naar vacatures@vmm.be
Alln volledig ingevulde biografische vragenlijsten worden in aanmerking genomen. Stuur tevens na uw
inschrijving een kopie van uw diploma op.

*
VLAAMSE OVERHEID
[C 2012/35908]
Definitief rooilijnplan
HERZELE. In gemeenteraadszitting van 4 juli 2012 werd het aangepast roolijnplan van de Lauwveldweg in
Herzele definitief goedgekeurd.

*
VLAAMSE OVERHEID
Internationaal Vlaanderen

[2012/204459]
Oproep tot kandidaatstelling voor een plaatsvervangend lid van het adviescomit
van het toeristische logies (deskundige categorie Gastenkamer)
Het Departement internationaal Vlaanderen is dringend op zoek naar kandidaten voor de vervanging van een
deskundige voor de categorie Gastenkamer in het adviescomit van het toeristische logies.
Kandidaten dienen te beschikken over minstens vijf jaar relevante ervaring in de sector van de gastenkamers.
Kandidaat-leden worden verzocht hun kandidaturen uiterlijk 14 september 2012 elektronisch in te dienen bij het
Departement internationaal Vlaanderen via toerisme@iv.vlaanderen.be. Een curriculum vitae waaruit blijkt dat de
kandidaat over de nodige ervaring beschikt, moet bij de kandidatuur worden gevoegd.
Het Departement internationaal Vlaanderen bezorgt de lijst met kandidaten aan de Vlaamse minister, bevoegd
voor het toerisme. De minister benoemt de weerhouden kandidaat. De weerhouden kandidaat wordt aan het
adviescomit toegevoegd als plaatsvervangend lid. Een plaatsvervangend lid woont de vergadering alleen bij bij
afwezigheid van het respectievelijke effectieve lid.
De leden van het adviescomit van het toeristische logies kunnen aanspraak maken op de volgende vergoedingen :
- Een presentiegeld van 50 euro per bijgewoonde vergadering.
- Een reisvergoeding van 25 cent per kilometer voor de gemaakte reiskosten om een vergadering bij te wonen.
Meer informatie over de taken van het adviescomit van het toeristische logies vindt u via het bovenstaand kader.

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE

WETTELIJKE BEKENDMAKINGEN
EN VERSCHILLENDE BERICHTEN
PUBLICATIONS LEGALES
ET AVIS DIVERS

47069

Van Maerlantstraat 23, niet in staat verklaard zijn goederen te beheren


en kreeg toegevoegd als voorlopige bewindvoerder, Mr. DUCHEYNE,
Filip, advocaat, met kantoor te 8310 Assebroek (Brugge), Baron Ruzettelaan 417.
Brugge, 6 augustus 2012
De griffier, (get.) Tiara Coene.
(70593)

Aankondigingen Annonces

VENNOOTSCHAPPEN SOCIETES

S.A.R.E.M., naamloze vennootschap,


Gebrandestraat 60/B, 3511 Hasselt (Kuringen)
Ondernemingsnummer 0401.345.121 RPR Hasselt
Jaarvergadering op 5 september 2012, om 11 uur, op de zetel.
Agenda : Verslag raad van bestuur. Goedkeuring jaarrekening per
31 maart 2012. Verslag commissaris. Bestemming resultaat.
(Her)benoeming. Kwijting bestuurders. Kwijting commissaris. Varia.
(27983)

Vredegerecht van het kanton Diest

Beschikking van de Vrederechter van het kanton Diest, d.d.


26 juli 2012, verklaart de heer LUTS, Theophiel, geboren te Koersel op
23 januari 1940, gedomicilieerd te 3550 HEUSDEN-ZOLDER, De
Nieuwe Dijk 18 en thans verblijvende in het Psychiatrisch Ziekenhuis
Sint-Annendael, te 3290 DIEST, Vestenstraat 1, niet in staat zelf zijn
goederen te beheren.
Wijst aan als voorlopige bewindvoerder over de beschermde
persoon, Mr. BOOGAERTS, Marleen, advocaat, met kantoor te
3271 SCHERPENHEUVEL-ZICHEM, P.R. Van de Wouwerstraat 11.
Diest, 6 augustus 2012.
De griffier, (get.) Arnols Colla.
(70594)

CONFEDIMMO, socit anonyme,


rue Defacqz 63, 1060 Bruxelles
Numro dentreprise 0439.504.723
Vredegerecht van het kanton Genk
Assemble gnrale annuelle au sige social le 28 aot 2012,
14 heures. Ordre du jour : Rapport spcial et de gestion du conseil
dadministration. Approbation des comptes annuels. Affectation des
rsultats. Dcharge et dcharge spciale aux administrateurs. Questions
des actionnaires.
(AOPC11201566/ 13.08)
(27984)

Gerechtelijke akten
en uittreksels uit vonnissen
Actes judiciaires
et extraits de jugements

Bekendmaking gedaan overeenkomstig artikel 488bis e, 1


van het Burgerlijk Wetboek

Vonnis d.d. 6 augustus 2012.


Verklaart MEUWISSEN, Joanna Alphonsina Helena, geboren te
GENK op 22 december 1931, gedomicilieerd te 3600 GENK, Lourdeskapelstraat 8, verblijvende in het Rusthuis Heiderust te 3600 GENK,
Weg naar As 58, niet in staat zelf haar goederen te beheren.
Voegt toe als voorlopig bewindvoerder : MAES, Fabienne Georgette
Gerarda, wonende te 3370 BOUTERSEM, Kumtichsestraat 39.
Genk, 6 augustus 2012.
De hoofdgriffier, (get.) Lode Thijs.
(70595)

Vredegerecht van het kanton Gent 4

Publication faite en excution de larticle 488bis e, 1er


du Code civil

Aanstelling voorlopig bewindvoerder


Dsignation dadministrateur provisoire

Vredegerecht van het eerste kanton Brugge

Bij vonnis verleend door de Vrederechter van het eerste kanton


Brugge, d.d. 2 augustus 2012, ingevolge het verzoekschrift van
10 juli 2012, neergelegd ter griffie op 24 juli 2012, werd VANHULLE,
Peter, geboren te Brugge op 29 mei 1962, wonende te 8020 Oostkamp,

Bij vonnis van de plaatsvervangend vrederechter van het vredegerecht Gent 4, verleend op 2 augustus 2012 werd beslist dat Denise
Maria Clementina DESCAMPS, geboren op 21 september 1924 te
Lovendegem, wonende te 9040 Sint-Amandsberg (Gent), Antwerpsesteenweg 451, met rijksregisternummer 24.09.21 056-75, niet in staat is
verklaard haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig
bewindvoerder : Mr. Peter VAN BOXELAERE, advocaat met kantoor te
9000 Gent, Tweebruggenstraat 9.
Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op
10 juli 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Fatma, Maya.
(70596)

47070

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Vredegerecht van het kanton Herentals

Vredegerecht van het kanton Turnhout

Bij beschikking van de plaatsvervangend Vrederechter van het


kanton Herentals, Yves Torfs, verleend op 24.07.2012, werd DE MEYER,
Monique Josepha, geboren te Grobbendonk op 24.11.1947, gedomicilieerd te 2270 Herenthout, Itegemse Steenweg 80, niet in staat verklaard
zelf haar goederen te beheren en kreeg toegevoegd als voorlopig
bewindvoerder : BEUTELS, Jeannine, advocaat, wonende te
2200 Herentals, Grote Markt 32.
Herentals, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Ann Vervoort.
(70597)

Het vonnis (12A2059 Rep.R. : 3524/2012) van de vrederechter van het


kanton Turnhout, uitgesproken op 30 juli 2012, verklaart de heer
BEUTELS, Alfons, geboren te Beringen op 19 juni 1931, wonende te
3581 BERINGEN, Gaston Oomslaan 69, verblijvende in de Seniorenresidentie De Nieuwe Kaai, Nieuwe Kaai 5, 2300 Turnhout, niet in staat
zijn goederen te beheren.
Voegt toe als voorlopige bewindvoerder, met algemene
vertegenwoordigingsbevoegdheid aan de voornoemde beschermde
persoon : BEUTELS, Eddy, geboren te Beverlo op 5 juli 1957, wonende
te 2490 BALEN, Kamperbaan 16.
Turnhout, 6 augustus 2012.
De griffier, (get.) VINCKX Ann.
(70601)

Vredegerecht van het kanton Kontich

Beschikkking, d.d. 31/07/2012.


Verklaart THEUNISSEN, Dirk Achille Jose, geboren te
ANTWERPEN op 4 maart 1958, wonende te 2531 BOECHOUT,
Veldloopstraat 1, niet in staat zelf zijn goederen te beheren.
Voegt toe als voorlopig bewindvoerder : POLLIE, Marie-Christine,
bediende, wonende te 2531 BOECHOUT, Veldloopstraat 1.
Kontich, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Boudrez, Nancy.
(70598)

Vredegerecht van het kanton Kraainem-Sint-Genesius-Rode,


zetel Sint-Genesius-Rode

Bij beschikking van de vrederechter van het kanton Kraainem-SintGenesius-Rode, zetel Sint-Genesius-Rode, d.d. 21 juni 2012, werd
Irmine CARMOIS, wonende te 1650 Beersel, Bloemendael 16, en
verblijvende te 1630 Linkebeek, Lange Haagstraat 21, niet in staat
verklaard haar goederen te beheren.
Voegen toe als voorlopig bewindvoerder : Christina JOORIS,
wonende te 1190 Vorst, Anjou Dreef 6.
Er werd vastgesteld dat het verzoekschrift neergelegd werd op
30 april 2012.
Sint-Genesius-Rode, 6 augustus 2012.
De afgevaardigd griffier, (get.) Marie-Louise KESTEMONT.
(70599)

Vredegerecht van het kanton Sint-Truiden

Het vonnis van de Vrederechter van het kanton Sint-Truiden,


verleend op 1 augustus 2012, verklaart BOES, Marleen, geboren te
Hasselt op 4 december 1965, wonende te 3800 Sint-Truiden, Tiensesteenweg 140/101, niet in staat zelf haar goederen te beheren.
Voegt toe als voorlopig bewindvoerder : RAMAKERS, Els, Tongersesteenweg 328, 3800 Sint-Truiden.
Sint-Truiden, 3 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de waarnemend hoofdgriffier, (get.)
Sonja VANGAETHOVEN.
(70600)

Het vonnis (12A2100- Rep.R. : 3525/2012) van de vrederechter van


het kanton Turnhout, uitgesproken op 30 juli 2012, verklaart VAN
MIERLO, Henricus Maria Cornelis, geboren te Baarle-Nassau (NEDERLAND) op 7 oktober 1918, wonende te 2300 TURNHOUT, Korte
Vianenstraat 4/60, verblijvende in de Seniorenresidentie De Nieuwe
Kaai, Nieuwe Kaai 5, 2300 Turnhout, niet in staat zijn goederen te
beheren.
Voegt toe als voorlopige bewindvoerder, met algemene
vertegenwoordigingsbevoegdheid aan de voornoemde beschermde
persoon : van der MAAT, Ann, advocaat, met kantoor te
2300 TURNHOUT, Schorvoortstraat 100.
Turnhout, 6 augustus 2012
De griffier, (get.) Vinckx, Ann.
(70602)

Vredegerecht van het kanton Zelzate

Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Zelzate, verleend op


13/07/2012, werd Jan Devroe, advocaat te 9080 Lochristi-Zeveneken,
Zevenekendorp 16, aangesteld als voorlopig bewindvoerder over DE
SUTTER, Damien, geboren te Gent op 11/11/1981, wonende te
9230 Wetteren, Kapellendries 34 0001, en verblijvende te 9060 Zelzate,
Sint-Jan Baptist, Suikerkaai 81, gezien deze onbekwaam werd
verklaard.
Zelzate, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de waarnemend hoofdgriffier, (get.)
Lietanie, Katelijne.
(70603)

Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Zelzate, verleend op


29/06/2012, werd FLOR, Nele, geb. te Gent op 10/11/1980 en
wonende te 9080 Lochristi, Hijftestraat 49, aangesteld als voorlopig
bewindvoerder over DE WOLF, FRIEDA, geboren te Gent op
22/09/1953 en wonende te 9080 Lochristi, Hijftestraat 49, gezien deze
onbekwaam werd verklaard.
Zelzate, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de waarnemend hoofdgriffier, (get.)
Lietanie, Katelijne.
(70604)

Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Zelzate, verleend op


27/07/2012, werd Michalla PLATTEAU, advocaat te 9060 Zelzate,
Westkade 19, aangesteld als voorlopig bewindvoerder over
YUSEINOVA, Fatma, geb. te G.Oryahovica op 21/06/1989 en wonende
te 9060 Zelzate, Leegstraat 56, gezien deze onbekwaam werd verklaard.
Zelzate, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de waarnemend hoofdgriffier, (get.)
Lietanie, Katelijne.
(70605)

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Zelzate, verleend op
27/7/2012, werd Michalla Platteau, advocaat te 9060 Zelzate, Westkade 19, aangesteld als voorlopig bewindvoerder over KUMARCI, Ali,
geboren te Utrecht op 25/04/1986 en wonende te 9060 Zelzate, Leegstraat 56, gezien deze onbekwaam werd verklaard.
Zelzate, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de waarnemend hoofdgriffier, (get.)
Lietanie, Katelijne.
(70606)

47071

Justice de paix du canton de Nivelles

Suite la requte dpose le 13-07-2012, par ordonnance du Juge de


Paix du canton de Nivelles, rendue le 26 juillet 2012, M. Jean-Louis
Marcel NEVENS, n Ixelles le 5 novembre 1939, domicili
1380 Lasne, rue de lAncienne Gare 7/1, a t dclar incapable de grer
ses biens et a t pourvu dun administrateur provisoire en la personne
de Matre Claudine VROONEN, avocat, 1410 Waterloo, rue de la
Station 61a.
Pour extrait conforme : le greffier, (sign) Anne-Marie Farin.
(70611)

Justice de paix du canton de Boussu

Suite la requte dpose le 9 juillet 2012, par ordonnance du Juge


de Paix du canton de Boussu, rendue le 26 juillet 2012, M. Nol Fernand
Andr DAHIEZ, n Quaregnon le 12 mars 1949, domicili
7390 Quaregnon, rue Alphonse Brenez 40, a t dclar incapable de
grer ses biens et a t pourvu dun administrateur provisoire en la
personne de Matre Xavier BEAUVOIS, avocat, 7000 Mons, place du
Parc 34.
Pour extrait conforme : le greffier dlgu, (sign) Pierre-Yves
MATHIEU.
(70607)

Suite la requte dpose le 04-07-2012, par ordonnance du Juge de


Paix du canton de Nivelles, rendue le 26 juillet 2012, Mme Josseline
Valrie DELHAYE, ne Wiers le 2 juillet 1931, domicilie
1470 Bousval, rsidence des Trois Chnes, chemin de Wavre 65, a t
dclare incapable de grer ses biens et a t pourvue dun administrateur provisoire en la personne de Mme Ingrid DURIEUX, ne le
23 juillet 1958, domicilie 5190 Saint-Martin, rue de Villeret 9.
Pour extrait conforme : le greffier, (sign) Anne-Marie Farin.
(70612)

Opheffing voorlopig bewind


Mainleve dadministration provisoire
Justice de paix du canton de Fosses-la-Ville

Suite la requte dpose le 23-07-2012, par ordonnance de Madame


le Juge de Paix supplant du canton de Fosses-la-Ville, rendue le
06-08-2012, Mme Marie-Claire Gilberte LEURQUIN, ne Couvin le
28 mars 1942, domicilie 5640 Biesmere (Mettet), rue de Stave 8,
rsidant au home Dejaifve, Sainte-Brigitte 43, 5070 Fosses-la-Ville, a
t dclare incapable de grer ses biens et a t pourvue dun
administrateur provisoire en la personne de M. Fabian Emile Lucien
LECOCQ, domicili 5640 Biesmere (Mettet), rue de Stave 8.
Pour extrait conforme : le greffier, (sign) Mouthuy, Franoise.
(70608)

Justice de paix du canton dHamoir

Suite la requte dpose le 13-07-2012, par ordonnance du Juge de


Paix du canton dHAMOIR rendue le 30 juillet 2012, DELAGOEN,
Jacqueline, ne le 13 mars 1953 GRAND-HALLEUX, domicilie
6940 DURBUY, route de Durbuy 101, bte 4, rsidant 4557 FRAITURE
(TINLOT), champ des Alouettes 30, a t dclare incapable de grer
ses biens et a t pourvue dun administrateur provisoire en la
personne de KAISIN, Adrien, avocat, 6900 MARCHE-EN-FAMENNE,
rue des Bergeronnettes 22.
Pour extrait conforme : le greffier en chef, (sign) Maryse Simon.
(70609)

Vredegerecht van het tweede kanton Hasselt

Bij beschikking van de Vrederechter van het Vredegerecht van het


tweede kanton Hasselt, verleend op 6 augustus 2012, werd vastgesteld
dat ADRIAENS, Frans, geboren te Halen op 10 juni 1940, gepensioneerd, wonende te 3545 HALEN, Liebroekstraat 52, overleden is te
Halen op 11.5.2012 en dat de opdracht van SOMERS, Monique,
huisvrouw, wonende te 3545 HALEN, Liebroekstraat 52, als voorlopig
bewindvoerder beindigd is vanaf 11.5.2012.
Hasselt, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Patrick Milisen.
(70613)

Bij beschikking van de Vrederechter van het Vredegerecht van het


tweede kanton Hasselt, verleend op 3 augustus 2012, werd vastgesteld
dat GOOSSENS, Ren, geboren te Scherpenheuvel op 17 januari 1919,
wonende te 3271 ZICHEM (SCHERPENHEUVEL-ZICHEM), Markt 5,
verblijvend te Rusthuis Sint Lambertus Buren, Dorpsstraat 70,
3545 Zelem (Halen), overleden is te Halen op 2.3.2012 en dat de
opdracht van DESCAMPS, Dimitry, advocaat, wonende te
3500 HASSELT, Isabellastraat 52/4, als voorlopig bewindvoerder beindigd is op 2.3.2012.
Hasselt, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend uittreksel : de griffier, (get.) Patrick Milisen.
(70614)

Vredegerecht van het kanton Herentals


Justice de paix du premier canton de Lige

Suite la requte dpose le 4 juillet 2012, par dcision du Juge de


paix du premier canton de Lige, rendue le 2 aot 2012, M. PISCITELLO, Francesco, de nationalit italienne, n Ougre le
8 dcembre 1964, ouvrier, divorc, domicili 4020 Lige, rue Armand
Michaux 127, a t dclar incapable de grer ses biens et a t
pourvu dun administrateur provisoire en la personne de
Matre NOIRHOMME, Luc, avocat, ayant ses bureaux sis 4030 Lige,
rue Vinve 32.
Pour extrait conforme : le greffier dlgu, (sign) Mathot, Michle.
(70610)

Bij beschikking van de Vrederechter van het kanton Herentals, Henri


VANGENECHTEN, verleend op 3 augustus 2012, werd ambtshalve een
einde gesteld aan het voorlopig beheer over de goederen van
Verschueren, Jozef, geboren te Vorselaar 16 juli 1949, gedomicilieerd te
2290 Vorselaar, Fazantenlaan 12, aan wie bij beschikking verleend door
de Vrederechter van het kanton Herentals op 12 juni 2009 als voorlopig
bewindvoerder werd toegevoegd : Mr. Bieke Verhaegen, advocaat te
2200 Herentals, Lierseweg 102-104.
Herentals, 6 augustus 2012.
Voor eensluidend afschrift : de griffier, (get.) A. Vervoort.
(70615)

47072

BELGISCH STAATSBLAD 13.08.2012 MONITEUR BELGE


Justice de paix du second canton dAnderlecht

Par ordonnnance du Juge de Paix du Second Canton dAnderlecht,


la date du 6 aot 2012 (2008/A/6867), il a t constat la fin de mission
de M. LICHTERT, Billy, domicili 1070 Anderlecht, boulevard
Maurice Carme 30/12, en qualit dadministrateur provisoire de
Mme EVRARD, Edwige Lucienne Zelia Marie Anne, ne MolenbeekSaint-Jean le 16 fvrier 1952, domicilie de son vivant 1070 Anderlecht, avenue Franois Malherbe 19, mais rsidant dans le rsidence du
Parc Astrid, rue de Neerpede 208, 1070 Anderlecht.
Cette dernire tant dcde le 30 mai 2012 Anderlecht.
Pour extrait conforme : la greffire en chef, (sign) Jeanny Bellemans.
(70616)

Andr Julien Adelin, n Monceau-sur-Sambre, le 10 janvier 1928, en


son vivant domicili 6031 MONCEAU-SUR-SAMBRE, rue des Hauts
Fourneaux 4/2/02, rsidence la rsidence de la SPAM, rue Lieutenant
Maurice Tasse 58, 6141 FORCHIES-LA-MARCHE, dcd le
22.06.2012 Gerpinnes, dsigne cette fonction par ordonnance de
cette Juridiction en date du 20.04.2012 (Moniteur belge du 02.05.2012,
page 26190, n 65800).
Pour extrait conforme : le greffier, (sign) Martine METILLON.
(70621)

Vervanging voorlopig bewindvoerder


Remplacement dadministrateur provisoire
Justice de paix du canton de Nivelles

Par ordonnance du Juge de Paix du Second Canton dAnderlecht, en


date du 6 aot 2012 (09A9421), il a t constat la fin de mission de
Me Erika Swysen, avocat, dont les bureaux sont tablis 1082 Bruxelles,
place Dr Schweitzer 18, en qualit dadministrateur des biens de
M. BECQUAERT, Daniel, n le 24 mai 1937, domicili 1040 Etterbeek,
avenue Nouvelle 53/b38, rsidant en son vivant 1070 Anderlecht,
Jardins de Provence , boulevard Sylvain Dupuis 94, ce dernier tant
dcd le 30 juin 2012.
Pour extrait conforme : la greffire en chef, (sign) Jeanny Bellemans.
(70617)

Par ordonnance du Juge de Paix du Second Canton dAnderlecht,


la date du 6 aot 2012 (2012/A/1350), il a t constat la fin de mission
de Matre GAILLARD, Martine, avocat, ayant ses bureaux
1050 Ixelles, avenue Louise 391/7, en qualit dadministrateur provisoire de M. VAN SCHOONBEEK, Andr, n le 11 mai 1927, domicili
1070 Anderlecht, rue du Trophe 16, dsigne par ordonnance du Juge
de Paix en date du 12 juin 2006, ce dernier tant dcd le 3 mai 2012.
Pour extrait conforme : la greffire en chef, (sign) Jeanny Bellemans.
(70618)

Par ordonnance du Juge de Paix du canton de Nivelles, rendue le


26 juillet 2012, Mme Marie Ange Irma Gustave DE CONINCK, ne
WOMBALI (CONGO BELGE) le 15 avril 1928, domicilie
1470 Genappe, rsidence du Lothier, rue Couture Mathy 7, a t
pourvue dun nouvel administrateur provisoire en la personne de
Matre Claudine VROONEN, avocat, 1410 Waterloo, rue de la
Station 61a, en remplacement de Mme Yolande OSTYN, ne
BAKWANGA (CONGO BELGE) le 10 aot 1957, domicilie
1330 Rixensart, avenue des Cerisiers 18.
Pour extrait conforme : le greffier, (sign) Anne-Marie Farin.
(70622)

Bekendmaking voorgeschreven bij artikel 793


van het Burgerlijk Wetboek
Publication prescrite par larticle 793
du Code civil
Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving
Acceptation sous bnfice dinventaire

Par ordonnance du Juge de Paix du Second Canton dAnderlecht, en


date du 6 aot 2012 (08A6868), il a t constat la fin de mission de
LICHTERT, Billy, domicili 1070 Anderlecht, boulevard Maurice
Carme 30/12, en qualit dadministrateur des biens de Mme GODRIE,
Zelia, ne Boussu le 2 juin 1926, domicilie 1070 Anderlecht, rue
Frans Hals 90, cette dernire tant dcde le 7 mai 2012.
Pour extrait conforme : la greffire en chef, (sign) Jeanny Bellemans.
(70619)

Volgens akte verleden ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg
te Antwerpen, op 6 augustus 2012, heeft Mevrouw BLOMMAERTS,
Ariane [R R. 71.05.24-280.41], geboren te Antwerpen op vierentwintig mei negentienhonderd eenenzeventig, wonende te
2660 Antwerpen-Hoboken, Parijslaan 41, handelend in haar hoedanigheid van ouder, wettige beheerder over de persoon en de goederen
van :

Justice de paix du canton de Fontaine-lEvque

1. De heer DE LAUW, Noah, geboren te Antwerpen-Borgerhout op


vijfentwintig oktober negentienhonderd negenennegentig, ongehuwd,
wonende te 2660 Antwerpen (Hoboken), Parijs/aan 41.

Par ordonnance du Juge de Paix du Canton de FONTAINELEVEQUE en date du 02.08.2012, il a t constat que, conformment
larticle 488bis d), alina 3 du Code civil, le mandat dadministrateur
provisoire de Matre Brigitte DUBUISSON, avocat, dont le cabinet est
tabli 6000 CHARLEROI, rue Tumelaire 93/2, a pris fin de plein droit
par le dcs de Mme GOISSE, Marguerite Henriette ne Wayaux, le
17 juillet 1926, en son vivant rsidant au home Bel Abri,
6240 FARCIENNES, rue Jules Destre 10, dcde Farciennes, le
15.07.2012, dsigne cette fonction par ordonnance de cette juridiction
en date du 20.04.2012 (Moniteur belge du 24.05.2011, page 29730,
n 66346).
Pour extrait conforme : le greffier, (sign) Martine METILLON.
(70620)

Par ordonnance du Juge de Paix du Canton de FONTAINELEVEQUE en date du 02.08.2012, il a t constat que, conformment
larticle 488bis d), alina 3 du Code civil, le mandat dadministrateur
provisoire de Mme TALLUTO, Pietra, ne Monceau-sur-Sambre, le
30 dcembre 1963, domicilie 6031 MONCEAU-SUR-SAMBRE, rue
de Trazegnies 73, a pris fin de plein droit par le dcs de M. SABLON,

2. De heer DE LAUW, Luca, geboren te Antwerpen-Borgerhout op


zesentwintig december tweeduizend, ongehuwd, wonende te
2660 Antwerpen (Hoboken), Parijslaan 41 en
3. De heer DE LAUW, Beau, geboren te Antwerpen-Borgerhout op
n april tweeduizend en twee, ongehuwd, wonende te
2660 Antwerpen (Hoboken), Parijslaan 41,
verklaard de nalatenschap van wijlen de heer DE LAUW, Paul Anna
[R.R. 51.07.20- 391.32], geboren te Wilrijk op twintig juli negentienhonderd eenenvijftig, overleden te Antwerpen op elf juni tweeduizend en
twaalf, ongehuwd, laatst wonende te 2660 Antwerpen (Hoboken),
Parijslaan 41, te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
Er wordt woonstkeuze gedaan ten kantore van notaris Ines Van
Opstal, te 2660 Hoboken (Antwerpen), Louisalei 60.
De schuldeisers en de legatarissen worde