Vous êtes sur la page 1sur 5

OGP3

Format voor sterkte-zwakte-analyse bij lesontwerp GESCHIEDENIS


Domein: Taal Rekenen/ wiskunde OJW BVO*
*omcirkel wat van toepassing is

Voor een meer uitgebreide beschrijving van de standaarden en criteria, zie


bladzijde 2 van de OGP3-opdracht. Of via
https://www.fontys.nl/pabo/denbosch/competentieprofiel/Propedeusefase/index.html

Sta bewust stil bij jouw doelen voor de groep, zoals geformuleerd in de
overdenking van de groep
Denk in je antwoorden aan de terugkoppeling naar zowel (vakspecifieke) theorie
als praktijk

B1. Leerdoelen stellen


De student kiest in zijn
lesontwerp voor passende
leerdoelen (proces- en
product) die aansluiten bij
leerlijnen en het bestaande
onderwijsprogramma van de
stagegroep.

Wat ging goed?

Wat mag beter?

Ik had verschillende doelen


opgesteld:

Doordat ik de kern van mijn


les vooral had laten bestaan
uit het luisteren naar
elkaars verhalen, was de
concentratie op een
gegeven moment weg. Ik
heb hierdoor niet meer met
de kinderen gekeken naar
het feit of ze iets van elkaar
geleerd hadden wat ze nog
niet wisten. Ook heb ik niet
meer kunnen bekijken of de
kinderen konden vertellen
waarom een voorwerp voor
een ander zo belangrijk
was.

Productdoelen:
- De kinderen zijn op het einde
van de les in staat om hun
eigen verhaal te vertellen
aan de hand van een zelf
meegenomen voorwerp.
- Kerndoel 51
De leerlingen leren gebruik
te maken van eenvoudige
historische bronnen en ze
leren aanduidingen van tijd
en tijdsindeling te hanteren.
Leerlijn: behoud van
historische bronnen en
bronnen van nu voor de
toekomst.
De eenvoudige historische
bronnen zijn hun persoonlijke
voorwerpen die ze
meegenomen hebben. Als er
sprake is van een voorwerp
dat wat ouder is, ga ik hier
vragen over stellen
- Kerndoel 56:
De leerlingen verwerven
enige kennis over en krijgen
waardering voor aspecten

De volgende keer ga ik
deze kern inzetten als een
inleiding. Dit heeft mijn
mentor mij ook
geadviseerd. Ik zou
bijvoorbeeld de volgende
keer dat ik zon les zou
geven meer informatie
kunnen geven over het
begrip identiteit. Hierdoor
heb je nog meer
verschillende werkvormen
en zijn de kinderen niet

van cultureel erfgoed.


Leerlijn: rituelen en
gebruiken: waarden en
normen (van jezelf, de groep
en omgeving, maatschappij,
iedereen)
Procesdoelen:
- De kinderen leren over hun
ervaringen en hun gevoel
daarbij te praten.
- De kinderen komen meer te
weten over de identiteit van
anderen
- Kerndoel 34
De leerlingen leren zorg te
dragen voor de lichamelijke
en psychische gezondheid
van henzelf en anderen.
Leerlijn: sociaal-emotionele
ontwikkeling: rekening
houden met anderen:
oorzaken van conflicten,
tegenstellingen in belangen,
opvattingen en gevoelens,
inleven in gevoelens,
wensen en opvattingen van
anderen, gelijktijdige
deelname aan verschillende
groepen met verschillende
rollen, rekening houden met
en openstaan voor anderen,
samenwerking in een groep.
Ze leren om open te staan
voor en rekening te houden
met anderen. Ze ontwikkelen
hun eigen persoonlijke
eigenschappen en
vaardigheden.
Evaluatie van lesdoelen:
- De kinderen zijn op het einde
van de les in staat om aan te
geven wat ze nog niet/al wel
van een ander wisten.
- De kinderen kunnen op het
einde van de les vertellen
waarom een voorwerp voor
een ander kind belangrijk

telkens met hetzelfde bezig.


Nu moesten we
bijvoorbeeld naar 16
verhalen luisteren.
Wat hij ook aangaf, was om
de kinderen ieder 30
seconden te geven om over
zijn/haar voorwerp te
vertellen. Hierdoor heeft
uiteindelijk toch iedereen
over zijn/haar voorwerp
verteld, maar duurt het niet
zo lang.
Doordat mijn mentor niet
goed begreep wat voor
voorwerp de kinderen mee
moesten nemen, hadden er
veel een knuffel bij zich. Dit
zorgde ervoor dat ik bij die
voorwerpen geen
diepgaande gesprekken
kon voeren. Dit vond ik erg
jammer. De volgende keer
ga ik op een betere manier
uitleg geven over hetgeen
wat ik ga doen, zodat de
kinderen ook het juiste
meekrijgen en het goede
meenemen.

was. Hierbij test ik of ze goed


naar elkaar geluisterd
hebben.
De kinderen hadden allemaal iets
meegenomen om daar iets over te
vertellen. Alle kinderen zijn aan het
woord geweest om iets te vertellen
over hun voorwerp. De kinderen
gingen op de goede manier om met
elkaars spullen en elkaars verhalen.
Ook alle kinderen hebben op het
einde van de les iets kunnen
vertellen over hun voorwerp en
waarom dit zo belangrijk voor ze
was.
B3. Leeractiviteiten
begeleiden
De student toont aan dat hij in
staat is om in de lesuitvoering
coperatieve werkvormen te
hanteren. De student toont
aan dat hij leerlingen hulp
biedt bij het leerproces,
rekening houdend met de
kenmerken van de groep. Hij
bevordert de samenwerking
tussen leerlingen en de
redzaamheid van individuele
leerlingen.
A3. Leiding geven aan het
groepsproces
De student toont dat hij
samenwerking leren tijdens de
onderwijsactiviteiten bevordert
en laat expliciet zien dat hij
kinderen aanspreekt op
gedrag, hen positief stimuleert
en zicht houdt op alle
groepjes leerlingen.

Ik heb in deze les de coperatieve


werkvorm kring gebruikt. Op deze
manier konden alle kinderen mij en
elkaar zien en ook de voorwerpen
die ze meegebracht hadden.

Door de kinderen om het


kind een beurt te geven (0x-0-x-0-x), hoefden de
kinderen die eigenlijk op het
einde zaten niet zo lang te
wachten. Dit dacht ik van te
voren, maar uiteindelijk
bleek dat het toch te lang
duurde. De kinderen
werden onrustig en gingen
tussendoor fluisteren en
praten.

Ik heb de kinderen een paar keer


laten weten dat ik het niet prettig
vond dat ze er telkens doorheen
zaten te praten en niet meer naar
elkaar luisterden. Ik heb na twee
waarschuwingen gezegd dat ik de
volgende keer als ik een
waarschuwing moest geven zou
stoppen met de kring. Dit heb ik
uiteindelijk ook gedaan. Mijn mentor
vond het goed dat ik dit deed, want ik
was consequent.

Ik had zelf niet zon goed


gevoel bij het stoppen van
de kring. Ik heb het hier
later met mijn mentor over
gehad en hij zei dat ik juist
consequent was.
Hij gaf wel aan dat ik me
zou kunnen verdiepen in de
stappen vr verbaal
duidelijk maken dat je iets
niet fijn vindt, bijvoorbeeld
door kinderen aan te kijken
of een keer op hun tafel te
tikken. Hier ga ik de
volgende keer aan werken,
want het stoppen van een
opdracht is in mijn ogen
echt de allerlaatste stap. Ik

Ik ondersteunde de kinderen tijdens


het vertellen van hun verhaal. Ik wist
niet wat ze gingen vertellen, dus dit
moesten ze zelf doen, maar ik en de
kinderen stelden wel vragen waar uit

bleek dat we allemaal belangstelling


hadden. Dit zorgde ervoor dat er
diepgaande gesprekken ontstonden,
bijvoorbeeld over het overlijden van
n van de opas van n van de
meiden.
A4. Interactie aangaan met
de groep
De student toont aan dat hij
vanuit een onderzoekende
houding gesprekken voert met
de leerlingen door actief te
luisteren. De student
evalueert de
onderwijsactiviteiten met
kinderen en hij geeft feedback
aan leerlingen op het
samenwerkingsproces en/of
op de gestelde doelen.

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
De student toont in het
ontwerp aan dat hij
coperatieve werkvormen
hanteert.
De student maakt zichtbaar
dat hij voor aanvang van de
lesactiviteiten benodigde
materialen en leermiddelen
klaar zet.

In deze les werd er ontzettend veel


gebruik gemaakt van interactie;
zowel tussen de leerlingen onderling
als tussen mij en de leerlingen.
De gesprekken over de voorwerpen
werden gevoerd op een serieuze
manier. Er werd in het begin zowel
door de kinderen als door mijzelf
goed geluisterd naar de anderen.
De kinderen hebben op het einde
van de les allemaal een verhaal
kunnen vertellen over hun voorwerp.
Dit zorgde voor een band en leuke
situaties. Zo moesten we
bijvoorbeeld allemaal lachen toen
een van de kinderen een tand liet
zien; die was eruit gevallen toen hij
met zijn step gevallen was. Ook bij
de wat meer serieuze verhalen werd
er goed naar elkaar geluisterd.
Ik heb de kinderen zelf de kring laten
verbouwen. Ze moesten hun spullen
van mij onder hun stoel leggen
omdat ze dan niet telkens afgeleid
waren door hun voorwerp. Dit ging
goed, alle kinderen waren niet bezig
met hun voorwerp. De kinderen
hebben ook het record verbeterd, dit
zorgde ervoor dat ze het leuk vonden
om de klas te verbouwen.
Ik heb zelf ook een voorwerp
meegenomen: mijn plectrum. De
kinderen hadden hier veel vragen
over; sinds wanneer speel je gitaar,
zit je in een band etc. Ze waren erg
genteresseerd in mij en in elkaar.

wil die straf eigenlijk nooit


geven omdat ik het gevoel
van onmacht krijg op dat
moment. Ik wil er de
volgende keer dus voor
zorgen dat ik een andere
manier van aanpak heb.
Deze les werd vooral
uitgevoerd door naar elkaar
te luisteren, iets wast
achteraf niet handig was.
De volgende keer ga ik
ervoor zorgen dat de
kinderen zelf actiever bezig
zijn in een bepaalde tijd. Nu
konden ze maar n keer
iets vertellen tijdens de
gehele les.
Ik heb de kinderen niet
meer terug gekeken naar
de verschillende doelen,
omdat ik ze op geen enkele
manier meer naar elkaar
kon laten luisteren. Ze
waren op het einde van de
les afgeleid en konden zich
niet meer concentreren.
Ik had mijn mentor laten
weten dat ik van de
kinderen spullen verwachtte
die we tijdens de les
zouden gebruiken. Mijn
mentor begreep dit niet
goed, dus hadden veel
kinderen iets meegenomen
van vroeger. Dit zorgde
ervoor dat er veel knuffels
waren, iets waar je niet echt
een diepgaand gesprek
over kunt voeren. De
volgende keer ga ik
duidelijker zeggen wat ik
bedoel zodat er geen
misverstanden over
bestaan en ik mijn les met
de goede voorwerpen kan
geven.