Vous êtes sur la page 1sur 4

BASISPLAN, PROCESFASENFORMULIER & OBSERVATIEFORMULIER BEELDENDE

VORMING
Basisplan
Les:

Pointillistisch landschap maken

Groep:

7b

Bron/Methode:

Eigen ontwerp

Datum:

8 maart 2016
De leerlingen bekijken het werk van
verschillende pointillistische schilders en
worden zo genspireerd tot het maken van een
eigen pointillistisch landschap. Daarbij
bekijken de leerlingen de kleuren die er zijn
gebruikt en benoemen de gevoelens die de
kleuren oproepen.
Vorm > welke vormen gebruik jein je
landschap (wat voor een landschap ga je
maken)?
Compositie > hoe geef je je landschap
vorm? Wat komt er naast elkaar te staan en
waar?
Kleur > hoe kun je kleuren en/of
kleurcontrasten inzetten om de compositie te
versterken?
Sfeer en expressie > Hoe zet je de
achtergrond in ter versterking van de
compositie?

- Rond vel papier


- Gekleurd vel papier voor de
achtergrond
- Verf (met name primaire kleuren)
- Wattenstaafjes
- Grijs potlood
- 10 eierdozen (voor de verf)
Aan het begin van de les krijgen de leerlingen
informatie over de schildertechniek
(pointillisme) en worden er aan de hand van
een powerpoint presentatie verschillende
werken van verschillende schilders bekeken.

Betekenis
Wat zijn de inhouden en
associatiemogelijkheden?

Vorm
Met behulp van welke beeldaspecten kunnen
de inhouden vorm krijgen?

Materiaal
Welk materiaal is daarvoor geschikt, welke
mogelijkheden biedt het?

Beschouwing
Vanuit welke beelden kan het kind betrokken
worden bij het onderwerp?

Onderzoek
Hoe kan het kind materialen en beeldende
aspecten verkennen?

Grijs potlood: de leerlingen denken na


over het landschap dat ze willen maken
en tekenen dit met grijs potlood.
Verf en wattenstaafjes: met de
wattenstaafjes zetten ze de stippen om
het landschap als het ware zijn vormen
en kleuren te geven.
Primaire kleuren: de leerlingen zullen
zelf kleuren moeten mengen

BASISPLAN, PROCESFASENFORMULIER & OBSERVATIEFORMULIER BEELDENDE


VORMING
Werkwijze
Welke aanwijzingen over gebruik van
materiaal en gereedschap, en welke
vaardigheden?

Reflectie

1. De leerlingen gaan in groepjes bij


elkaar zitten, zodat ze genspireerd
kunnen worden door elkaar ideen.
2. De leerlingen denken na over het
landschap dat ze willen maken en
tekenen dit eerst met grijs potlood op
een rond vel.
3. De leerlingen zetten met de
wattenstaafjes allerlei stippen om zo
het landschap kleur en vorm te geven.
4. De werkstukken worden te drogen
gelegd, alvorens deze op een gekleurd
vel (om het landschap extra te
accentueren) geplakt.
De leerlingen denken na over hun
kleurgebruik:
- Verschillende kleuren stippen door
elkaar heen gebruiken
- Kleurcontrasten
Aan het einde van de les worden de
werkstukken besproken:
- Wat voor een landschappen zijn er
gemaakt?
- Hoe zijn de kleuren gebruikt?
- Welk gevoel krijg je bij de
landschappen?
- Heeft ieder eenzelfde landschap?
- Zijn er verschillen in de stippen?
(grote of kleine stippen, kleuren door
elkaar of eenzijdig)

BASISPLAN, PROCESFASENFORMULIER & OBSERVATIEFORMULIER BEELDENDE


VORMING

Lesfasenformulier
Les: pointillistisch landschap

Bron/Methode: eigen ontwerp

Groep: 7B

Datum: 8 maart 2016

Fase
Voorbereiding:
Doel
Context

Orintatie:
Introduceren
Informeren
Instrueren
(opdracht)

Uitvoering:
Observeren
Begeleiden
Afronden

Mijn activiteiten

Activiteiten van de kinderen

Doel: ik vind het belangrijk dat


leerlingen meerdere
schildertechnieken leren, zodat
ze de mogelijkheden kunnen
verkennen. Dit is ook een
kerndoel voor beeldend
onderwijs. Ik zorg voor een
powerpoint met ongeveer 10
verschillende pointillistische
werken. Daarbij leg ik de link
met pixels (tv, computer, etc).
Introduceren: klassikaal wordt
er gekeken naar verschillende
pointillistische werken aan de
hand van een powerpoint.
Informeren: er wordt uitgelegd
wat het pointillisme is en welke
mogelijkheden het biedt. Tevens
wordt er een link gemaakt met
pixels.
Instrueren: er wordt verteld wat
de opdracht is, namelijk het
maken van een pointillistisch
landschap met verf en
wattenstaafjes, waarbij de
leerlingen goed nadenken over
de kleuren en kleurcombinaties
die ze willen/kunnen gebruiken.

n.v.t.

Observeren: Tijdens het werken


loop ik rond in de klas en kijk ik
met de leerlingen mee naar hun
kunst in wording.

De leerlingen zijn druk bezig met


het bedenken van hun landschap.
Daarbij denken ze na over hoe zij
het landschap vorm gaan geven en
welke kleuren zij daarvoor gaan
gebruiken.

Begeleiden: Ik geef eventueel


aanwijzingen of tips en
beantwoordt hun vragen.
Tevens geef ik de leerlingen
positieve feedback.

De leerlingen kijken mee met de


powerpoint en doen ideen op.
De kinderen luisteren naar de
uitleg en stellen eventueel
verhelderende vragen.
De leerlingen luisteren naar de
uitleg van de opdracht en stellen
eventueel verhelderende vragen.
Tevens kunnen ze vragen naar de
mogelijkheden van hun kunstwerk
(bv: mag je ook een strand
maken?)

Omdat de leerlingen in groepjes bij


elkaar zitten, is er volop de
mogelijkheid met elkaar mee te

BASISPLAN, PROCESFASENFORMULIER & OBSERVATIEFORMULIER BEELDENDE


VORMING
kijken, samen te praten over
Afronden: ik vertel de leerlingen ideen en mogelijkheden.
dat de tijd erop zit en we gaan
opruimen.
Aan het einde van de les ruimen
de leerlingen alles netjes op.
Nabeschouwing
:
Nabespreken
Beoordelen
Presenteren

Nabespreken: er wordt gekeken


naar elkaars werkjes. De
werkjes die nog niet af zijn,
kunnen later worden
afgemaakt, maar eventueel wel
al worden getoond aan de klas.
De werkjes worden klassikaal
besproken.

De leerlingen kijken naar elkaar


werk en vertellen wat zij zien, wat
hen opvalt en kijken naar elkaars
kleurgebruik. Daarbij kijken ze
naar de verschillende
landschappen.

Beoordelen: het beoordelen van De leerlingen geven elkaar


de werkjes zal mijn mentor
positieve feedback op de werkjes.
doen.
Presenteren: de werkjes worden
buiten de klas in de gang
opgehangen.
Evaluatie:
Reflecteren
Vooruitkijken

Reflecteren: samen met de


leerlingen praten we over de
les:
- Hoe verliep de les?
- Was het leerzaam?
- Hebben jullie van elkaar
geleerd?
- Wat vonden jullie van de
les (leuk, niet leuk, saai)?
Vooruitkijken: de feedback van
de leerlingen en van mijn
mentor gebruik ik bij het
voorbereiden en uitvoeren van
mijn volgende les.

De leerlingen vertellen wat ze van


de les en de opdracht vonden.
Verder kunnen ze vertellen wat ze
van elkaar hebben gezien en
geleerd.