Vous êtes sur la page 1sur 12

LESFICHE

Nathan Goris

Beeld

75 minuten

Kunst op ons bord



Domein: Beeld
Doelgroep: 4de leerjaar

Concept
Aan: Vorm en kleur
Met: Voorwerpen schilderen
Rond: Vogels van Corneille

Inspiratie: Beschilderde voorwerpen Corneille + Vogels Corneille
Materiaal:
- Voorwerpen (borden, kopjes, glazen, flessen, ...)
- Verf (basiskleuren)
- Verfborstels
- Beeldmateriaal vogels

Korte beschrijving:
In deze les creren de leerlingen eigen vogel op een alledaags voorwerp. Ze starten met
de omtreklijn te schetsen op papier. De gekozen schilderen ze op een voorwerp.
De vogel en de rest van het voorwerp wordt verder afgewerkt door gebruik te maken van
complementaire kleuren.


Leerplandoelen:
Leerplan Muzische opvoeding Beeldopvoeding VVKBaO (1999)
5.3: De mogelijkheden van materialen en technieken leren kennen.
7.3: Steeds streven naar een verrijking van de eigen beeldtaal.
8.6: Een moeilijk detail afzonderlijk inoefenen.
8.7: Starten met globale aanzetvormen.

Hoofddoel:
De leerlingen kunnen de vormen van een zelfbedachte vogel schilderen op een alledaags
voorwerp en deze vogel inkleuren zodat het geheel van het werk sterker wordt.

Overige lesdoelen:
De leerlingen kunnen gericht kijken naar vormen van vogels.
De leerlingen kunnen een eigen vogel verbeelden en vormgeven in een schets.
De leerlingen kunnen gericht kleuren kiezen die elkaar sterker maken om hun vogel in te
kleuren.

Organisatie:
Omdat er met verf gewerkt wordt worden de banken beschermd met plastic of papier.
Deze banken staan per 4 gegroepeerd.
De kinderen dragen een slechte T-shirt of schilderschort .
Elke leerling heeft een potlood en verschillende kladbladen ter beschikking.
Op elke tafel staan potjes met verf in de basiskleuren (rood, geel, blauw, groen, oranje, ...)
bekertjes water en penselen.
De leerlingen brengen van thuis een voorwerp mee. De leerkracht voorziet extra
voorwerpen.

Beginsituatie:
Deze les kadert in een project rond de kunstenaar Corneille.
De kinderen hebben al uitgebreid kennisgemaakt met de kunstenaar en zijn werk.
Uit vorige lessen is gebleken dat de veel kinderen gentrigeerd waren door de vogels in de
werken van Corneille.
(Deze les kan aangepast worden naar andere themas of elementen uit zijn les.)

Zo weten ze onder andere ook dat Corneille ook voorwerpen heeft beschilderd.
De kinderen hebben van thuis een (zo origineel mogelijk) voorwerp meegebracht dat
geschikt is om te beschilderen.

De leerlingen hebben reeds gewerkt rond complementaire kleuren.
Ze weten wat de kleurencirkel is en hoe deze gebruikt dient te worden.


Inleiding (5 min.)

Inleiding:

Zoals we reeds gezien en ervaren hebben hield Corneille het niet enkel bij het
beschilderen van doeken. Nee, hij heeft ook veel verschillende voorwerpen beschilderd.
In ons museum hebben we al enkele schilderijen, maar nog geen enkel beschilderd
voorwerp. Zouden jullie er zo kunnen maken, zodat we die bij in ons museum kunnen
zetten als eerbetoon aan Corneille?


Inspiratie:
In heel wat werken van Corneille zien we een vogel terugkomen. De vogel stond voor hem
gelijk aan beweging. Deze vogels hadden erg felle kleuren en prints net als de exotische
vogels die hij ongetwijfeld op zijn vele reizen heeft gezien. Deze vogels hadden vaak ook
de gekste vormen, want Corneille was iemand die wel steeds vanuit zijn verbeelding
schilderde.

Net als Corneille gaan wij op reis en zien wij op onze reis verschillende exotische vogels in
alle kleuren en vormen.

De lk. laat de lln. verschillende afbeeldingen van exotische vogels (Bijlage 1) zien.
Samen bespreken ze de (vorm)kenmerken.
(vorm van de bek, lengte van de poten, lange nek, vorm van de vleugels, ...)

Kern (30 min. + 35 min.)

Opdracht 1: Creatie van een vogel

a) Individueel

De lln. hebben elk een kladblad dat ze grofweg in 8 verdelen. Dit doen ze langs beide
kanten van het blad.

De lk. geeft de lln. de opdracht in een vakje enkel de poten van een vogel te tekenen.
De lln. krijgen hiervoor maar kort de tijd. De lk. vertelt de lln. dat ze vooral moeten
focussen op de grote lijnen van hun schets, geen details.
Hierna vraagt de lk. de lln. nog een keer de poten te tekenen maar ditmaal anders.
Het is de bedoeling dat de lln. echt zoeken naar nieuwe vormen.
De lln. creren (in stukjes) een eigen onbestaande vogel.
Dit wordt nog een keer herhaald.

Op dezelfde manier schetsen de lln. ook telkens 3 keer de:
- Staart
- Lichaam
- Kop met snavel
- Vleugels

De lk. stimuleert de lln. door suggesties te geven. (Lang, kort, smal, breed, spits, stomp, ...)


b) Per 2

Na deze opdracht wisselen de ll. van blad met hun buur. Ze op het blad van hun buur
kiezen van elk lichaamsdeel hun favoriete schets uit. Deze lichaamsdelen proberen te te
combineren tot 1 gekke onbestaande vogel.
De focus ligt weer vooral op de grote lijnen van de vormen. Niet teveel details weergeven.

c) Per 4

De lln. werken per 4 en hebben elk een wit blad, (fijn) penseel en zwarte verf.
Ze geven hun schetsen van de verschillende lichaamsdelen door aan elkaar.
Elke ll. kiest per blad steeds 1 vorm die hij schildert op zijn of haar blad.
Zo gaan ze door tot ze van elk blad (ook hun eigen blad) 1 vorm hebben gekozen.
De lln. werken de rest van de vogel vrij af.

d) Individueel

De lln. creren nu hun eigen vogel op een blad. Ze gebruiken hiervoor alleen omtreklijnen.
Wanneer ze tevreden zijn schilderen ze deze vogel met zwarte verf en een fijn penseel
over op een dagelijks voorwerp (dat ze zelf hebben meegebracht n.a.v. deze les).

De lk. en de lln. bekijken elkaars werk en houden een korte bespreking.
Waar zie je vormen die je niet had verwacht?
Hoe ging het beschilderen van het voorwerp?
...

(Ideaal is dat de voorwerpen nu even tijd krijgen om te drogen tijdens bv. een speeltijd.
Zo niet heb je de kans dat lln. met het inkleuren de zwarte lijnen raken en doen uitlopen.)

Opdracht 2: Vogels in kleur

De vogels van Corneille hadden vaak net als de exotische vogels die we daarstraks hebben
bekeken de prachtigste kleuren. We willen dat de kleuren opvallen.

a) Klassikaal

Om de kleuren sterker te maken werken de kinderen met complementaire kleuren.
De lk. bespreekt kort vanuit de kleurencirkel wat complementaire kleuren zijn.
Complementaire kleuren zijn tegengesteld, als je ze naast elkaar zet, versterken ze elkaar.


De lln. krijgen de tijd om de basiskleuren verf aanwezig op hun tafel op een kladblad uit te
proberen en te combineren met andere kleuren. Hiervoor zetten ze streepje of kleuren ze
kleine vlakjes van verschillende kleuren naast elkaar.
Ze bespreken met elkaar welke combinaties elkaar sterker maken.

b) per 2

De lln. nemen elk het blad waarop ze een vogel hebben geschilderd (opdracht 1c).
Ze werken per 2 en beginnen op 1 blad.
Een van de lln. kiest een kleur en schildert hiermee een deel van de vogel.
De andere lln. schildert naast dat kleurvlak een andere deel van de vogel zodat deze kleur
sterker uitkomt. Dit herhalen ze tot heel de vogel ingekleurd is.

De lk. bekijkt de resultaten en bespreekt samen met de lln. wat goed gaat en waar het
eventueel nog beter kan.
Nu doen ze dit nogmaals met het andere schilderij, maar ditmaal wisselen de lln. van rol.

Nu kiezen de lln. elk op het blad 1 kleurvlak dat ze voorzien van een patroon (stippen,
strepen, kruisjes, ...) in een tegenovergestelde kleur. Dit doen ze ook voor de andere
vogel.

Hierna denken de lln. na over de achtergrond. Ze hebben stukjes papier liggen in dezelfde
kleuren als ze verf hebben. Hiermee experimenteren ze samen door deze naast en rond de
vogel te leggen om zo te ontdekken welke achtergrond het werk het best doet uitkomen.
De lln. mogen ook meerdere kleuren als achtergrond kiezen. Het is wel belangrijk dat de
achtergrond het werk sterker doet uitkomen.

c) Individueel

De lln. werken individueel verder en kleuren de vogel op het voorwerp met verf in.
Ze gaan op zoek naar kleuren die elkaar versterken.
Hierbij kunnen ze de vogel ook voorzien van een patroon.
Ze beschilderen ook de rest van het voorwerp (achtergrond) in functie van de vogel.
Nadien kunnen ze nog accenten aanbrengen met zwart of wit.






Verwerking: (5 min.)

Alle beschilderde voorwerpen worden tentoongesteld (op een plaats waar ze kunnen
drogen).

De lk. gaat samen met de lln. op zoek naar welke vogels bij elkaar passen en waarom?
(o.b.v. kleur, vorm, ...)

De klas wordt in 3 groepen verdeeld. Elke groep kiest voorwerp dat ze echt sterk vinden,
maar dit mag niet een van hun eigen voorwerpen zijn.
Elke groep moet kunnen zeggen waarom ze precies dat voorwerp hebben gekozen en wat
ze er zo goed aan vinden. Ze kijken zowel naar vorm als naar kleurgebruik.

Wanneer de voorwerpen droog zijn plaatsen de makers ze bij in het museum.

Bijlage 1