Vous êtes sur la page 1sur 7

Bijlage I: KIJKWIJZER MUSEUM (Beantwoord de volgende vragen zo volledig mogelijk)!

Kunstwerk 1:
Titel:

Envions de honfleur Neige

Maker:

Claude Monet

Jaartal:

1867

Materiaal/techniek: Verf op doek


Kunststroming:

Impressionisme/realisme

Kunstwerk 2:
Titel:

Le pont du railto vu du Nord Vers

Maker:

Bernardo Bellotto

Jaartal:

1739-1742

Materiaal/techniek: Verf op doek


Kunststroming:

Impressionisme/realisme

Een kunstwerk waarin de voorstelling herkenbaar is noemen we figuratief. Het is logisch dat
in dat geval de voorstelling ons op weg helpt naar de betekenis van het werk. In een abstract
werk bedenkt de kunstenaar eigen vormen en eigen kleuren.
1. Wat zie je: is het werk figuratief of abstract?

K1: X

K2: X

Figuratief:
beschrijf de
voorstelling
Figuratief:
beschrijf de
voorstelling

Geabstraheerd:
beschrijf de voorstelling
en wijze van abstractie
Geabstraheerd:
beschrijf de voorstelling
en wijze van abstractie

Abstract: beschrijf wat


je ziet

Abstract: beschrijf wat


je ziet

Kunstwerk 1 (K1): waarom/omdat :

Monet heeft het landschap weergegeven zoals hij op moment van schilderen
zag, hij heeft er niks bijverzonnen (geen abstracte elementen).
Kunstwerk 2 (K2): waarom/omdat :

Het geeft een haven weer zoals het was. Er zijn gewoon mensen aan het werk
zoals op dat moment gebeurde.
In het schema staan zes beeldaspecten die een rol kunnen spelen in de vormgeving van het
kunstwerk. Kies uit deze zes een of meer aspecten die in dit werk opvallen.
2. Wat zie je: welke beeldaspecten vallen op? (Kies n of meer opties)
K1:

Kleurgebruik

K2:

X Compositie
(= ordening)
X Kleurgebruik
X Compositie
(= ordening)

X (Suggestie van) ruimte en/of


plasticiteit
(Suggestie van)
beweging
X (Suggestie van) ruimte en/of
plasticiteit
(Suggestie van)
beweging

X Verwerking licht

Afmeting en/of kader

X Verwerking licht

Afmeting en/of kader

Kunstwerk 1: waarom/omdat :

Compositie : objecten zijn afgesneden aan de rand. Ruimte : door de afsnijding


lijkt de voorstelling buiten de lijst verder te gaan. Licht : de lichtval is heel
precies weergegeven.
Kunstwerk 2: waarom/omdat :

Het kleurgebruik viel op door de mooie blauwtinten. De kadrering suggereert


ruimte. Het licht is heel gedetaillerd ; weerspiegelingen in het water.
Vaak helpt het stil te staan bij zaken die het eerst opvallen. Hoe heeft de kunstenaar dat
bereikt en waarom wil hij dat onderdeel van zijn werk accentueren? Bij patroonachtige
2

schilderijen, waar naar geen enkele plek aandacht wordt getrokken, spreek je van een
'overallcompositie' (= alles omvattend).
3. Wat zie je: wordt je aandacht getrokken naar een bepaald punt?
K1:

Aandacht richt
zich op n
punt: hoe en
waardoor?
K2:
Aandacht richt
zich op n
punt: hoe en
waardoor?
Kunstwerk 1: waarom/omdat :

X xAandacht wordt niet naar


een bepaald punt getrokken

Er is sprake van een


alles omvattende
compositie

X Aandacht wordt niet naar een


bepaald punt getrokken

Er is sprake van een


alles omvattende
compositie

Het is geen patroon maar een landschap. Het landschap is het onderwerp
waardoor niets er echt uitspringt.
Kunstwerk 2: waarom/omdat :

We vonden beiden dat een ander aspect eruit sprong. Daarom hebben we de
conclusie getrokken dat er geen specifiek focuspunt is.
Vaak speelt de ruimte waarin het werk te zien of gexposeerd is een rol in de betekenis van
het kunstwerk. Dit geldt zeker voor kunstwerken die voor een bepaalde ruimte (al dan niet in
opdracht) gemaakt zijn. De wijze van exposeren en de combinatie van kunstwerken die
daardoor ontstaat, benvloedt ook de betekenis. Een sokkel of een lijst stimuleert de
concentratie op het kunstwerk, gesoleerd van zijn omgeving.
4. Wat zie je: is de ruimte of omgeving waarin het werk is te zien van belang?
K1: X Werk verbonden
met omgeving:
omschrijf relatie
werk/omgeving
K2: X Werk verbonden
met omgeving:
omschrijf relatie
werk/omgeving

(Reproductie) niet
te beoordelen

Omgeving speelt geen


rol

(Reproductie) niet
te beoordelen

Omgeving speelt geen


rol

Kunstwerk 1: waarom/omdat :

Door de rode, drukke muur ontstaat er een mooi contrast met de witte sneeuw
en wordt de rust van de voorstelling benadrukt.
3

Kunstwerk 2: waarom/omdat :

Naast het schilderij hangt nog een andere haven van Bellotto, dat plaatst het
in context en maakt het dynamisch, alsof een schip van het ene doek naar het
andere kan varen.
Elk materiaal heeft specifieke eigenschappen. Bij expressief materiaalgebruik blijven die
eigenschappen zichtbaar, evenals sporen van de manier waarop de kunstenaar heeft
gewerkt. Een dergelijke werkwijze speelt een rol in de uiteindelijke betekenis van het
kunstwerk. Een kunstenaar kan ook nastreven om de materiaaleigenschappen en het
'handschrift' onzichtbaar te maken. Het kunstwerk krijgt dan een minder persoonlijk,
objectiever karakter. Noem in het verslag het gebruikte materiaal.
5. Werkwijze: hoe heeft de kunstenaar zijn technieken en materialen gebruikt?
K1:

K2:

Op een
X Expressief
ongebruikelijke
materiaalgebruik:
manier: beschrijf
omschrijf de
het uitzonderlijke
werkwijze
karakter
Op een

Expressief
ongebruikelijke
materiaalgebruik:
manier: beschrijf
omschrijf de
het uitzonderlijke
werkwijze
karakter

Materiaalgebruik
zonder persoonlijke
expressie

X Materiaalgebruik zonder
persoonlijke expressie

Kunstwerk 1: waarom/omdat :

Het schilderij is geverfd met een grove toets omdat Monet snel moest
werken. Zon landschap verandert voor je ogen, qua licht bijvoorbeeld.
Kunstwerk 2: waarom/omdat :

De kunstenaar heeft geen materiaaleigenschappen achtergelaten. Het is


helemaal vlak, net als een foto. Dat er geen handtekening staat maakt het
onpersoonlijk.
Goed kijken en tekenen wat je ziet heet 'tekenen naar de waarneming'. Tot in de negentiende
eeuw werd tekenen naar de waarneming gezien als voorstudie voor het echte grote werk.
De impressionisten maken het kijken tot het enige onderwerp. In deze eeuw is er vaak geen
verband meer tussen wat de kunstenaar gezien heeft en wat het kunstwerk ons laat zien.
6. Werkwijze: welke rol speelt de waarneming van werkelijkheid bij de kunstenaar?

K1: X Waarneming
staat centraal:
omschrijf de
zienswijze
K2: X Waarneming
staat centraal:
omschrijf de
zienswijze

Naast waarneming
ook fantasie: wat is
niet gezien, maar
bedacht?
Naast waarneming
ook fantasie: wat is
niet gezien, maar
bedacht?

Alleen maar fantasie of


abstract

Alleen maar fantasie of


abstract

Kunstwerk 1: waarom/omdat :

Monet was impressionist, dus schilderde hij wat hij zag en hij streefde ernaar
om het zo realistisch mogelijk te maken.
Kunstwerk 2: waarom/omdat :

Het schilderij is extreem realistisch en heel gedetailleerd. Wat gebeurde/de


waarneming is belangrijk.
De titel helpt ons vaak op weg naar de betekenis van een kunstwerk. De titel kan verwijzen
naar de voorstelling of het verhaal achter de voorstelling. Een titel kan het werk verklaren,
maar kan ook vragen oproepen. De surrealisten gebruiken bewust vreemde titels om onze
fantasie te prikkelen. Met een titel als 'compositie' bereikt de kunstenaar juist het tegendeel.
7. Inhoud: levert de titel een aanwijzing op voor de interpretatie van het werk?
K1:

K2:

Zonder titel
(of onbekend)
Zonder titel
(of onbekend)

X Titel verklaart werk

X Titel verklaart werk

Titel voegt iets toe:


wat voegt de titel toe?
Titel voegt iets toe:
wat voegt de titel toe?

Kunstwerk 1: waarom/omdat :

De titel zegt letterlijk wat het is, namelijk een sneeuwlandschap.


Kunstwerk 2: waarom/omdat :

De titel betekent letterlijk : de brug gezien vanuit het Noorden. Dat is ook
precies wat er op het doek staat.
Eeuwenlang hebben kunstenaars verhalen verbeeld uit de Bijbel, mythologie, historie of
literatuur. Soms wordt daarbij gebruik gemaakt van meer of minder bekende symboliek. Om
de betekenis van zo'n werk te achterhalen moet je iets weten van het verhaal of van de

symbolen. In de kunst vanaf ca. 1850 spelen de eigen opvattingen van de kunstenaar op het
verhaal een grotere rol dan een getrouwe weergave (= illustratie) van het verhaal.
8. Inhoud: verwijst het werk naar bekende verhalen (bijbel, mythologie, etc.)?
K1:

K2:

(Getrouwe)
illustratie van
verhaal: welk
(soort) verhaal?
(Getrouwe)
Illustratie van
verhaal: welk
(soort) verhaal?

(Eigen) opvatting van


verhaal: welke
opvatting,
welk verhaal?
(Eigen) opvatting van
verhaal: welke
opvatting,
welk verhaal?

X Inhoud staat los van bekende


verhalen, vertelt eigen verhaal

X Inhoud staat los van bekende


verhalen, vertelt eigen verhaal

Kunstwerk 1: waarom/omdat :

Het impressionisme vertelt geen verhalen maar geeft weer wat de kunstenaar
ziet.
Kunstwerk 2: waarom/omdat :

Het schilderij vertelt eigenlijk het verhaal van de haven, de dynamiek ervan.
- Werk bedoeld als illustratie: belangrijkste doel is een verhaal of gebeurtenis goed weer te
geven. De stellingname van de kunstenaar is ondergeschikt.
- Werk bedoeld als provocatie: niet zelden is het doel van moderne kunst het publiek flink
wakker te schudden en discussie uit te lokken.
- Werk bedoeld als decoratie: kunst om van te genieten, om mooi te vinden zonder verdere
bijbedoelingen.
- Werk roept op tot (eigen) opvattingen: het kunstwerk roept veel vragen op. Het publiek
moet actief meedenken en een eigen betekenis geven aan het werk.
- De overige categorien spreken voor zich.
9. Betekenis: wat is de betekenis van het werk? (Kies n of meer opties)
K1: X Zichtbare
werkelijkheid is
onderwerp

Werk bedoeld als


provocatie

K2:

Werk roept op tot


(eigen) opvattingen
Zichtbare
werkelijkheid is
onderwerp

Maatschappelijke
werkelijkheid is
onderwerp
X Werk bedoeld als
decoratie

(Privleven) kunstenaar
is onderwerp

Werk bedoeld als


illustratie
X Maatschappelijke
werkelijkheid is onderwerp

Werk roept op tot


concentratie en/of
meditatie
Werk roept emotie op

(Privleven) kunstenaar
is onderwerp

Werk bedoeld als


provocatie

Werk roept op tot


(eigen) opvattingen

X Werk bedoeld als


decoratie

Werk bedoeld als


illustratie

Werk roept op tot


concentratie en/of
meditatie
Werk roept emotie op

Kunstwerk 1: waarom/omdat :

Het landschap is letterlijk weergegeven en bedoeld om naar te kijken en van te


genieten.
Kunstwerk 2: waarom/omdat :

Het schilderij is zeer realistisch gefocust op de waarneming. Het geeft weer hoe
arbeiders bezig zijn : maatschappelijke werkelijkheid.

10. Geef je eigen mening over kunstwerk 1 en licht dit toe in ongeveer 20 woorden:

Op het eerste ogenblik vond ik het kunstwerk een beetje saai, maar hoe langer
ik er naar keek, hoe mooier ik het vond. Het schilderij straalt een bepaalde rust
uit, en het contrast met de rode muur maakt de rust nog krachtiger. Het licht
vind ik ook mooi vastgelegd.
11. Geef je eigen mening over kunstwerk 2 en licht dit toe in ongeveer 20 woorden:

Dit kunstwerk sprak me vanaf het begin al aan. Ik vind de kleuren en de details
gewoon heel mooi. Je kan er lang naar kijken en steeds weer wat nieuws
ontdekken. Het doek is ook erg groot waardoor het nog meer opvalt in de
ruimte.
12. Beschrijf het verschil tussen de 2 kunstwerken in ongeveer 30 woorden:

Kunstwerk 1 is veel rustiger dan kunstwerk 2. Kunstwerk 1 straalt meer rust uit
en is simpeler geschilderd. Ook het kleurgebruik is veel minder expressief.
Kunstwerk 2 is veel gedetailleerder en het lijkt alsof daar veel meer tijd in is
gestoken.