Vous êtes sur la page 1sur 30

Deell

Inleiding milieutechnologie

In/eiding mi/ieutechnologie

Deel I

Hoofdstuk 1.1 Milieubelasting

1.1.1

Duurzame samenleving

Met een snel groeiende wereldbevolking nemen de milieuproblemen dramatisch toe. In


het jaar 0 waren er 300 miljoen mensen, in 1800 1 miljard, in 1950 2,5 miljard, in 1997
6 miljard en naar verwachting in 2050 10 miljard mensen.
De milieubelasting ten gevolge van menselijke activiteiten en het grondstof- en energieverbruik houden daarmee tot op heden gelijke tred. Zie tiguur 1.1.

wereldbevol king
grondstof- en energieverbruik
mi/ieubelasting

/
/

1800

Figuur /.1

1900

2000

jaar na Chr.

Toename milieube/asting

Er zijn grenzen aan de groei, grenzen aan de voorraden grondstoffen, grenzen aan de
voorraden fossiele brandstoffen en grenzen aan de ruimte.
Raakt de aarde na het jaar 2050 uitgeput, wordt de milieudraagkracht van deze planeet
overschreden?
Ook de 'natuur' kent haar milieubelasting. Denk aan:
afvalproducten van fauna en flora;
bosbranden;
. vulkaanuitbarstingen (waarbij wolken stof, 802 en soms kwik in de atmosfeer terechtkomen);
natuurlijke verontreinigingen die in oppervlaktewater kunnen voorkomen, zoals fluor;
aardolie, ertsen met zware metalen en radioactieve stoffen die in de aardbodem voorkomen.
Bij een natuurlijk evenwicht is de kringloop van het ecosysteem, waarin mensen, dieren en
planten leven, gesloten. De natuur heeft voldoende 'zelfreinigend' vermogen om optredende milieubelasting onschadelijk te maken.
I- 1

""",,1/1111

11",,1 I

,II".,,,Iflie 'Ul,'

'111110'

'11,,,/,11111} I "lIlrlllltt<

Deell

:11111 lie 'Ui"

1I1I lUll 1lIIIIlllrlliko OV911Wlchlzlch in een voor ons ongunstlge rlulllillU Vlllril,llIllvllll'l

Re/kwl}dte

1)11IllcllllC)l!)fllo 1160tt ens in de huidige


kllllllli IIIHi kunnen redden?

Will de relkwijdte van milieubelasting

situatie gebracht.

Zal 1111tCIC:IIII()hIIJII)Vllll (10 toe-

11111
ulvoorwaartfe bij aile te gebruiken technologie zou moeten zijn dat deze een duurzame
,','IIIIIIII/I)villg en een duurzame ontwikkeling niet verstoort. De stofkringlopen moeten weer
11(11111)11111
worden. Wij moeten
11)(llllllllkilllid ontnemen

met onze behoeften

nu

niet de toekomstige

generaties

de

in hun behoeften te voorzien.

Mondiale milieuproblemen
Effecten van verbranding

betrett, kan men onderscheiden:

van fossiele

ozonlaag

in de stratosfeer

(CFK's).
Effecten van energievoorziening
Nfl/IIII IlIlklllcl tnenseliike activiteiten die kunnen leiden tot onomkeerbare

trales).
Uitputting

situaties.

van aardolie,

landschappen
- Ontbossing,

Milleubelasting
via:

WIliar (opgeloste

en zwevende stoffen, emulgerende

vloeistoffen);

Verspreiding van radioactiviteit

wutorbodems (bezonken slib):


1)()IJIlrrl/grond (vast, vloeibaar, gas);

met de

aantasting

grondstoffen.

van

Het winnen

waterschaarste,

verdroging.

door 'zure depositie' (SOx, NOx' NHx)'


(Tsjernobyl 1986).

uit-

stoffen,

maar ook door micro-organismen,

is meetbaar als massa (in kg).

rivieren en kustzeeen,

Regionale milieuproblemen
Overbemesting.
- Dalend grondwaterpeil.
-- Grondwaterverontreiniging

nlllllill[l,

van de 'Iaatste' voorraden

Fluviale milieuproblemen
- Waterverontreiniging
via lozingen in grensoverschrijdende

1II111111'IIrlge
verbanden tussen de milieucompartimenten.
Er is immers een voortdurende
WlliHllllrlg van stoffen tussen lucht, water en bodem (kringlopen).

I )11I11111111SI
is er fysische milieubelasting,

mineralen,

.... Oorlogsactiviteiten.

IIICill, water en bodem noemt men wei de milieucompartimenten.


1)111IIIIon van dit boek zijn hierop gebaseerd. Daarbij is echter rekening gehouden

1)11111111(lri61e
milieubelasting

en sommige

- Afvoer van afval naar andere landen.

urondwater (opgeloste stoffen, drijflagen);


Illvlll respectievelijk afvalverwijdering.

VIllvllilirlg kan optreden door chemische


111111,
III)lIen en dergelijke.

steenkool

van onder andere kolen- en kerncen-

verwoestijning.

Continentale milieuproblemen
Lucht- en bodemverontreiniging

1111:111
(qassen, stot, rook, aerosolen, stank, zwevende druppeltjes);

van

geeft steeds meer afval en vraagt meer energie.

Afname van zoetwatervoorraden,

()I)(lllIl-lcIIIJlden wordt meteriele milieubelasting

ten gevolge

door onder andere chloorfluorkoolwaterstoffen

(milieueffecten

aardgas,

door de winning

van grondstoffen

1.1.2

(broeikaseffect

toe name CO2 in de atmosfeer).


- Aantasting

()I'IlIIVII 1.1

brandstoffen

virus-

bij stortplaatsen.

Verzilting.

i.oksle milieuproblemen
Lokale emissies door industrie, verkeer, huishoudens,

rokers; geluidhinder.

zoals:

radioactiviteit;

1 on land kan ten opzichte van zijn buurlanden

thornuscho verontreiniging;

Illilligingen.

een exporteur of importeur zijn van veront-

Nederland is netto een exporteur van verzurende gassen.

1lIIIIIiei un trtlllnqhlnder:
1llllklt(lIllIlgl18tisctle
golven;
1)1II III invurvuillnq;

1.2
NIHIIII mtlleubelastende
(JII!/IIVO

11<:1111111"I<lr
voor ustronomen.

aspecten

Irllill 011oon aardqasqeatockte


11111111111111
I" (II (III 1"o;yc:ll/sl:lrtl II11IIIIIIII(II'lflllrllJ ((IIIIISI V()()I rlflll)(I'M),

van elektriciteitsopwekking

via een kolengestookte

cen-

centrale.

Onder wolko 'milioucompartimenten'

vallen deze aspecten en wat is hun 'reikwijdte'?

/'(lfl/

IIII/I" III(" /'''' ./oUI<I

/"/""/'"11

I, ./i

Verontrelnlgingsbronnen

1.1.3

,.1/1 It)

1lllllnl/fnl

'1"

/'(lfl/

,,"liuIIIUIIlU "I' Orn (lClIC) concontrutlo


10111",""1. !illill'!

nu elqenlijk van-

IIICII 111"1I.JII'IIVIJlltHIIIJIJIII (rclc;yclltl!l) truodt vauk C1IJIlIJIlltl!-lV.I.l CJCIIIvnr

1111
1"'"''"'''''''

MIIII dlent zich steeds af Ie vragen: waar komi die rnilieuverontrelnlqlnq

If III If}frJ

1,lllg 10 houden,

moot er worden gCIl:lIJui(l. W,lllr

(1111111
on is die bron Ie beslrijden?
I nkule voorbeelden

van veel voorkomende

inoustriele veronlreinigingsbronnen

zullen hier-

II

IINII:C1V(I//(1 ~lr(III(I (Ill IIUlpsloffe/1

I1lhlllll 11111
IIClllrllik van stolten als benzeen of cadmium

lil'"

(IIHI.,r worden behandeld.

VI"I

"f'/I/lllh

in een proces karl gerllllk-

1.,,1111\
11111I111111111,rC)lllornon
loldon, maar ook het gebruik van een lamelijk vluchlige,
v"",lllkll ,.rIIIIIIISI:11I1slot ln oon warm klimaat. (Bhopal
IIrtnl, kl".k,lllfil :III"C.)

u . V(lr(lamping

I uohtverontreiniqlnq

kan optreden

door verdamping

1111,'08Ien,bij vullen en 'ademen' van opslagtanks

van koolwaterstoffen

voor koolwaterstoffen

(uit verfoplos-

met behulp van fossiele brandstoffen

(aardolie, aardgas,

steen-

'/'I)Ilv,J

I.'

Vfilllf,lllk

,1" uullouhyqlentsche

k')(II) ontstaat in ieder geval CO2 (broeikaseffect), maar ook NOx uit N2 + 02 en CO.
I1IIIIrl1<]astkunnen - afhankelijk van de verontreiniging in de brandstof - S02' S03' HCI,

11",1 IlIlvlli

I 'AK's, dioxinen, vliegas, bodemas en dergelijke ontstaan.

'/'I)/IV,'

van verbrandingsprocessen

die met lucht of

1/
die uit het huishouden afkomstig zijn,

delfsloffen
'/'1/111'1'

Zink wordt gefabriceerd

uit zinkerts (ZnS). Van nature komt naast Zn altijd Cd

voor.

Ook in fosfaaterts

/ .'.

I' '"11.""/11111(Nllel) wordt geproduceerd


I"" ,1,,,,, WIII,I" III to dampen,

Waar blijft dit Cd?


- Aardgas

consequenties

IlIllfHlcllgl-lS worden uitgevoerd.

V,"I 111I1
"llIiyillgsbronnen

11011"11

c. vurontreiniqae
Vcorbeelden:

1984, ramp met rnatnyusocyu-

en bij lekkage).

II I Ilorgieopwekking
Ilii onergieopwekking

gIl

en Ie centrifugeren.

De 'moederloog'

van de centrifuge

wordt

ItllIIIIIJI'VIIIII,1 llililr de kristallisator.

voor kunstmest bevindt zich Cd. Waar blijft het?

bevat van nature onder andere H2S en Hg. Worden

door zout uit de bodem op te lossen, te kristalllse-

deze voor 1000/0 verwij-

""

II/I ,1111
'"111 spul nodig is als het zout van nature een weinig Na2S0
bevat.
4

derd?
d. Bijproducten

volgend uit de reactievergelijking

en stoichiometrie

I , 11

Voorbeelden:
- Bij de NaCI-elektrolyse
chiometrische

(J.

als NaOH, H2 en CI2 gevormd in een stoibalans. Ais de afzet van CI2 afneemt ten gevolge van een lagere afzet

Zorgsystemen

worden producten

11 .h. """IIIIlilr(lzorgsystemen

van PVC (C12--> VCM --> PVC), terwijl aan de andere kant NaOH goed wordt verkocht,
dan ontstaat er een onbalans. Wordt CI2 dan geloosd (als HCI bijvoorbeeld)?
Ais bij de zwavelzuurfabricage
vloeibare zwavel met droge lucht wordt verbrand, ont-

Iolv{III/III/";/'Jrll,~ysleem

staat naast het gewenste S02 ook NOx' Waar blijft dit?

"rI/I,"I/c',!/,"ysleem,

Gebruik

kleurstoffen,

zijn onder

brandvertragers,

deze hulpstoffen

I. Milie(jonvriende/ijk

katalysatoren,
bactericiden,

inhibitoren,

emulgatoren,

volgens de norm van het Nederlands

",,,11'"1111'mstltuut NEN-ISO 9001 tot en met 9004; ISO = International


'''" 1111.11,
1i/1'llIon);

.ul '/C)I.',"'y.'ilnOlll,

andere

(ISO 9000-certificering,

behoren:

ook wei bedrijfsintern milieuzorgsysteem


oil' "1'"11 NlcN-EN-ISO 14001; EN = Europese Norm);

van hulpstoffen

Hulpstoffen

van een productiebedrijt

oplosmiddelen,
antioxidanten.

pH-buffers,
Waar

blijven

in het proces? Komen ze in het eindproduct?


procesonlwerp

de zorg van de werkgever

(BIMZ) genoemd

voor de veiligheid,

WI.I/IIII ',/1 rln arbeidsomstandiqhadsn

van de werknemer

II,. Arbuldsomstandlqherfenwst

en de Wet Terugdringing

V,III

"""11

NI'II

soo r:

Organization

lor

(volgalls

de gezondheid,

hot

op de werkplek, in het kader


Ziekteverzuim

(volgens (ICI

NPR ~ Nederlandse Praktijk Richtlijn).

1,." 1111
,hll(llllIlk 1II1Idat er aen kClflf)olirlg is van dele zorqsystamen

mot de tochnoloqlo

Eon proeesontwerp dient v66r de realisalie aan een risicoanalyso (11l(1(IIWCIIIHIIIIII W(lrdon. Welke veiligheidsrisico's en welke milieubelastingen kunnon (lfllllHlllIl 1I11
"IIJrlll(IOII,

w'"11i IluIll,rllllsl
/If' IIllllIlI 1.:0>.

IHl<lIollingslcllJlen 011dergolljke? Welke prevenlieve maatregolflll 1111111111


IIln11 I'1' "1 11(11
(1IlIW(1111
CI'II culnrnltnlton to vC)CJrk()II10nrnspoctlavelljk 10 bOlllrllltllll'l

1,1 "".,,:1 VIllI Cffll.1 IllrIIHYHIIIIIIIII) 111'zlill 11111


or 0011 vI)rSCllulvhlg lflf oplrudon
, III/III,'V,'
'IllIlllIlk 1111111'
IJ(III umvonuovo
111111lJIlk
VIlli ,hI IClru.

,I

Nor

iii (1(1produclloprocosson.

MCln noomt do drto zorqsvslomon

clicl

(,'(JIII/JI/cIIIJ.
Villi (lOll

oeet t

tn!..I.IIIIU 111//10111,,,'I"'(llogio

00011

..-

....

in

productieproces

- kwaliteitszorg
- milieuzorg
- arbozorg

Combizorgsysteem

111111,,,
It,It:I" lof< 'IJ/"

/.,/ol.I/IIU

! il""

Ontwerpen/realiseren

il"I'

II

Milieubeheersing

'11"1'
II
! .1111 1(1
'

uit

milieutechnische

en interne milieurapportage

Evaluatie
Externe milieurapportage

I "11 Illfll(}llliLldit is een systematisch


11I111
,IIiYllii.lrlisch functioneren

geintegreerd

maatregelen

onderzoek

door onafhankelijke

van een bedrijf, zowel in technische

1\111,11111
vnn een ton grondstof:

Combizorgsysteem bij een productieproces

111 "IIHllllien

Milieuzorgsysteem

zijn

al in vele gevallen

de

'pollution prevention pays'.

van een massabalans over het gehele bedrijf of per proces is van groot be-

111"11
hl] hel opzetten van een milieuzorgsysteem.

Er kan geen rnassa verloren gaan. dus

111.1011.

is in 1~89 het b~leid ontwikkeld

een (mlddel)grote. rniheubelastlnq

dat in 1995 aile circa 12 000 bedrijven

met

kg in = kg uit

of milieurisico's beschikken over een integraal milieuzor. -

systeem en dat cl.rca 250 000 bedrijven stappen hebben genomen


zorgsysteem.

als in organisatorische.

1IIIIIIIIIIIj(;utieve en administratieve zin.


I h.1 v.,IcI(I(lrl aan de milieueisen die de overheid stelt (of gaat stellen) en afvalpreventie

I. It, I III ussentisle activiteiten.


Iltl k'l!llllll
van verwerking van een ton gevaarlijk afval overstijgen

In Ned~rland

naar het

Energiebeheer
Meten en registreren ('monitoring')

Figuur 1.2

deskundigen

tot een partieel milie~-

Inmrddels beschikken de meeste bedrijven over een milieuzorgsysteem.

invoer + productie

In de .toeko~st zal het milieuzorgsysteem


worden gekoppeld aan de milieuvergunningen
waarbi] bedrijven een grotere eigen verantwoordelijkheid krijgen.
111 Nederland valten circa

'

I II

grondstoffen

350 000 bedrijven onder de Wet Milieubeh eer.

Een integraal milieuzorgsysteem


elementen:

bestaat uit een samenhangend

geheel van de volgende

= uitvoer + ophoping

+ hulpstoffen

= product

+ afval + emissies

1\1"1,1 ,hl/O balans niet, dan kunnen er ongeregistreerde

emissies of afvalslromen

zijn.

a. een milieubeleidsverklaring;
b. een milieuprogramma;

1.6
W,.lk, I van de lien stappen bij het opzetten van een bedrijfsintern
II/',}IIVII

c. integratie van milieuzorg in de bedrijfsvoering;


d. metingen en registraties;
II. interne controles: ,
I. interne voorlichting en opleiding;
g. interne en externe rapportages;
h. doorlichting van het totale milieuzorgsysteem.
Bij hel opzelten van een bedrijfsintern
Ie worden doorlopen:

milieuzorgsysteem

Oriantatie op strategie en milieu

Stap

Milieudoorlichting,

Stall

Formuleren

SIOI)

,l
4

SIIIII
SIIIII

!i
II

Opstellan

'nul meting'

bedrijfs(milieu)beleid
mllleuactieprogramma

Onlwarpon/lmplomonteron
AIJ(I" Illllloll/(lrrJS YSIOOlll

muleuzorosystesrn

zal de

1IIIIIIHI(1tijd vergen?

Arbozorgsysteem
dienen de volgende tien sta

e
pp n

Stap

milieuzorgsysteem

I III Arbowet (1994) richt zich op de veiligheid.


1111
II !Jij het uitvoeren van zijn werkzaamheden.
I 1"/11 aandacht voor de arbeidsomstandigheden

de gezondheid

en het welzijn van de werkne-

kan worden geregeld in een arbozorgsys-

"""11,

nuar analogie van een milieuzorgsysteem.


1)111IIIIIdtluving geschiedt door de Arbeidsinspectie
'"I WIlrkyelogenheid.

De Arbeidsinspeclie

van het Ministerie van Sociale Zaken

geeft publicatiebladen

I<I:llrlll(lll.
111"lrllv(1I1(111111(111
IIIII1QI1KI()lcIII 10 lijl1 bl] eon (lOcorllllceerde

uil met richtlijnen en voor-

Arbodienst,

die onder andere

IIII Iluk 1(IVHf II lit 111)IIUI1II1III1I1U vur IllfUI

Deel I

Inleiding milieutechnologie

Inleiding milieutechnologie

Deell

Elk bedrijf dient een risico-inventarisatie en -evaluatie te maken, die moeten leiden tot een

De wegen om dil doel te bereiken zijn:

Arbojaarplan van hetgeen technisch en/of organisatorisch (taken en procedures) dient te


worden aangepakt om risico's te verminderen.

regelgevi ng;
vergunningverlening;
bedrijtsinterne milieuzorg, naast kwalitelts- en arbozorg.

Van belang is dat de werkzaamheden

arbeidshyqienisch

en ergonomisch

verantwoord

kunnen worden uitgevoerd.


Bij het tegengaan van blootstelling aan risicovolle stotten door inademen (inhalatie), lnslik-

De overheid werkt samen met doelgroepen

ken (oraal) en via de huid (dermaal) geldt de volgende voorkeursvolgorde:


1. elimineren door vervangen;

milieu. In het kader van dit doelgroepenbeleid en de integrale milieutaakstellingen die in


overleg met de brancheorganisaties
zijn vastgesteld, moeten veel bedrijven een be-

2. verminderen door isoleren, omkasten;

drijfsmilieuplan (BMP) maken. Deze bedrijven moeten vervolgens jaarlijks een voortgangs-

3. ventileren, lucht verversen;


4. gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

rapportage indienen bij het bevoegd gezag.

Veiligheidsmiddelen

en machineonderdelen

Het Nederlandse milieubeleid wordt internationaal afgestemd op dat van de Europese Unie
en op wereldwijde afspraken. Het milieubeleid wordt voortdurend aangepast aan verande-

moeten van een CE-markering (CE = confer-

rende inzichten en situaties.


In een rechtsstaat zijn de activiteiten onderworpen aan normen: wat mag wei en wat mag
niet? Het milieubeleid komt onder andere tot uiting in het milieurecht.

mite europeenns, een Europees keurmerk) voorzien zijn.

1.1.5

uit het bedrijfsleven aan verbetering van het

Milieubeleid,milieurechten milieunormen

Milieubeleid

Milieurecht

Het Nederlandse milieubeleid wordt door de overheid via vele nota's uitgedragen; een
daarvan is het NMP, opgesteld door de ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ.
Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP-2 van 1993) zet de koers uit voor het milieubeleid tot

In het milieurecht zijn de activiteiten die invloed kunnen hebben op het milieu, aan regels
gebonden.

2010. Het kent acht thema's ('8 V's') die ten behoeve van een duurzame samenleving dienen te worden aangepakt:

Enige kennis van het milieurecht is voor een milieutechnoloog essentieel.


Het milieurecht verandert voortdurend door gewijzigde inzichten of omstandigheden.
Voor milieurecht en milieubeleid wordt verwezen naar de literatuur op dit gebied.

1. Verandering van kllrnaat - Ozonafbrekende

(Zie 'Literatuur'.)

stoffen: CFK's, HCFK's, halonen (broom-

verbindingen).
- Broeikasgassen: CO2, CH4, N20, CFK's, HCFK's.
2. Verzuring
3. Vermesting

- S02, NOx, NH3


- Stikstof en fosfaat: NH3, NH4+, N03-, NOx' P043-.

4. Verspreiding

5. Verwijdering

stoften (VOS), vluchtige organische halogenen (VOX), bestrijdingsmiddelen, zware metalen, PAK, dioxine; radioactieve stotten.
- Atvalstromen.

6. Verstoring

- Geluid, trillingen, geur, stank, veiligheid, risico's.

7. Verdroging
8. Verspilling

- Grondwater, waterbesparing.
- Grondstotfenbesparing, voorraadbeheer,

Milieuwetten die voor de milieutechnoloog van belang zijn, zijn onder andere:
Wet Milieubeheer (WM, 1993) met hootdstuk Afvalstoffen (1994);
Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren

Milieugevaarlijke stotten, onder andere vluchtige organische

energiebesparing.

(WVO, 1970);

Wet Bodembescherming (WBB, 1994);


Afvalwaterwet (1994);
Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS, 1986);
Wet Gevaarlijke Stoffen (WGS, 1968);

Arbeidsomstandighedenwet

(Arbowet, 1994);

Aigemene Wet Bestuursrecht (AWB, 1994).


N.B.
Met de Wet Milieubeheer zijn de Wet Aigemene Bepalingen Milieuhyqiene (WABM) en de

Het NMP kiest voor:

Hinderwet (HW) vervallen en worden de vergunningsvoorschritten

duurzame groei;

inzake de Luchtverontreiniging (WLV), de Afvalstoffenwet (AW), de Wet Chemische Atvalstoften (WCA) en de Wet Geluidhinder (WGH) gei'ntegreerd.

sluiten van stofkringlopen;


besparen van energie;
bevorderen van productkwaliteit;
brongerichte maatregelen in plaats van etfectgerichte maatregelen.
1-8

uit de Hinderwet, de Wet

De Wet Milieubeheer regelt aile procedurele aspecten van de milieuvergunningen,


van de WYO. De WM kent een actualiseringsverplichting, waarbij emissie-eisen
worden aangescherpt

ook die
kunnen

als de stand van de techniek voortschrijdt. Gesproken wordt over de

1-9

Deell

In/eiding milieutechnologie

best beschikbare

techniek (BST, ook 'best technical means') en de best uitvoerbare

Deell

Inleiding milieutechnologie

tech-

niek (BUT, ook 'best practicabJe means'), waarbij de kosteneffectiviteit wordt meegewogen.
De WM kan ook een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie afdwingen.
Er kunnen milieusubsidies

worden verleend om innovaties te stimuleren.

Opgave 1.7
Wat wordt bedoeld met 'het sluiten van stofkringlopen ten behoeve van duurzame
keling'? Kunnen stofkringlopen gesloten worden zonder enerqleverbrulk?

ontwik-

De WM regelt ook de 'Milieu Effect Rapportage' (MER).


Niet voor aile productieactivite;ten

is een WM-vergunning

nodig

soms kan worden volstaan

met een 'melding'; voor kleinere, gelijksoortige bedrijven kunnen de vergunningsvoorwaarden worden geregeld in een Aigemene Maatregel van Bestuur (AMvB).
De Aigemene Wet Bestuursrecht regelt de procedures
bedrijven op een eenduidige en herdere wijze.

tussen de overheid en de burgers/

1.1.6

Integraal ketenbeheer en levenscyclusanalyse

Een milieugerichte

(MPO) gaat uit van een integrate benadering

productontwikkeling

het product; hierin komen van het product alle milieuaspecten

van

aan bod en een benadering

over de gehele levenseyc/us.


Naast deze wetten zijn er nog diverse nota's (bijvoorbeeld 'Milieukwaliteitsdoelstellingen
dem en Water', 'Herziene nota Stankbeleid',

de

gen (zoals
'Afvalstoffenverordening'),
nen
('KWS-2000',
'Sestrijdingspran
brandstoffen'),

convenanten

In het milieubeleid

'Vierde nota Waterhuishouding'),

richtlijnen CNederlandse
Verzuring'),
besluiten

(,Convenant Verpakkingen'),

80-

verordenin-

Emissierichtlijnen'), plan(Besluit zwavelgehatte

circulaires

en verdragen.

kent men lijsten van 'zwarte' stoffen, 'grijze' stoffen, prioritaire stoffen en

aandachtsstoffen.
Hiervan wiJ men de verspreiding maximaal tegengaan. Voor deze stotfen geldt bij emissies het ALARA-principe Cas low as reasonably achievable'), dus afhankelijk van de stand van techniek.
Zwarte-lijststoffen
waterstoften,

zijn onder andere kwik, cadmium,

dioxinen

en benzeen.

arseen, PAK's, vluchtige halogeenkool-

Voor deze stoffen

waarbij de 'best bestaande technieken'

streeft

men naar een 'nullozing',

(BST) dienen te worden toegepast.

In het verleden werd bij milieuproblemen te vaak naar deeloplossingen gekeken die in de
totale keten nauwelijks een verbetering betekenden, soms zelfs een verslechtering.
De milieubelasting
van een product wordt vastgesteld met behulp van een
clusanalyse (LeA). Aspecten die daarbij worden beoordeeld zijn onder andere:
uitputting van grondstoffen;
energieverbruik, uitputting van niet-hernieuwbare

energiedragers;

emissies en hinder bij de diverse productiestappen

in de procesketen;

aantasting van het milieu;


humane toxiciteit en ecotoxiciteit;
oistributie:
herbruikbaarheid,
levensduur;
verwerking

Milieunormen

levenscy-

repareerbaarheid,

recyclebaarheid;

soms krijgt een product vanuit het atvalstadium

een tweede levensfase;

in het afvalstadium.

De winning van de grondstoffen

(delfstoffen)

uit het milieu wordt als het begin van de le-

venscyclus beschouwd, de verwerking van afvaJ als het einde.


Bij industrtets activitelten dient men aan vele norman en voorschriften
lang zijn emissienormen (toegestane
verontreinigde bodem, geluidsnormen

te voldoen.

Van be-

uitstoot naar lucht en water), saneringsnormen

voor

etc.

Er zijn productnormen,
procesnormen,
concentratie aan stoffen op leefniveau).

risiconormen

Deze aspecten worden ook gewogen bij het verlenen van een milieu- of ecokeur.
Voor een duurzame

en immissienormen

(immissie

is de
.

Voor toxische stoffen kent men achtereenvolgens:


de streefwaarde: deze waarde levert aen verwaarloosbaar
gemeen circa 1 % van de grenswaarde;

samenleving

in het at-

~ proces ~ pro-

het energieverbruik)

te minimaliseren.

Stoffen en energie die-

nen te worden gebruikt en niet vetbruikt.


Integraal

de richtwaarde: wordt in de loop van de tijd bijgesteld tot de streefwaarde;


de grenswaarde: deze geeft het maximaal toelaatbare risico;

van grondstof

duct ~ afval gesloten te zijn door middel van integraal ketenbeheer.


Oit is de volledige beheersing van stofstromen met als doel de lekverliezen naar het milieu
(emissies en afval, alsmede

risico op en bedraagt

dienen de stofkringlopen

ketenbeheer

kent technische,

organisatorische

en administratieve

kanten. Zie fi-

guur 1.3.
,

de interventiewaarde:

overschrijden

van deze waarde moet leiden tot directe actie.

In de delen II tot en met V (Lucht, Water, Sodem en Afval) worden voorbeelden


men gegeven, gekoppeld aan de technoJogie.

van nor-

Opgave I.B
Wat is het verschil tussen recycling, hergebruik en nuttige toepassing?

1-10
1 -

11

Deel l

Inleiding mitioutecnnoloqie
oeell

Inleiding milieutechnologie

Hoofdstuk 1.2 Milieutechnologie

1-----------------------_
milieu

PROCES-=:::;:::::=--_

energie

emissie

milieu

1.2.1
ruwe
grondstof

Technologieen milieutechnologle

Technologie
GRONDSTOFFEN

hergebruik

PRODUCT

kan men omschrijven

Bij technologie

als kennis van beheersing

denkt men veelal aan (grootschalige)

van technische

fabricageprocessen,

processen.

waarbij grond-

stoften worden omgezet in producten. Zie figuur 1.4.


milieu

recycling

nuttige
toepassing
proces
1

delfstoffen

grondstoffen

halffabrikaten

proces
2

proces
3

producten

milieu
storten!
verwijderen

Figuur /.4

Proces

Figuur /.3

Hetgeen in tiguur 1.4 is atgebeeld, is een onderdeel van een langere keten. Basisgrondstoffen ontstaan uit delfstoffen (aardolle, aardgas, steenkool, mineralen); ook water en

Aspecten van integraa/ ketenbeheer

lucht zijn basisgrondstoffen.


De delfstoffen worden omgezet in producten die op hun beurt
weer als grondstof dienen voor een volgend proces. Elk proces levert zijn milieubelasting
en zijn risico's. Het laatste product in de keten zal uiteindelijk in het milieu terechtkomen,

in

dezelfde vorm of na een afvalverwerklnqsprocede.


Een voorbeeld van zo'n keten is opgenomen in figuur 1.5.

andere producten
aardolie

kraakproducten

steenzout (NaCI)

etheen

____________
~t
,
vinylchloride_-_
monomeer

andere producten

Figuur /.5

alvaI

Voorbee/d van een keten

Er worden diverse tectinotoqieen onderscheiden,


milieutechnologie,

afvaltechnologie,

zoals chemische

biotechnologie,

nologie etc., maar in feite zijn al deze technologieen


technoloqie.

"

polyvinylchloride

en fysische techno logie,

polymeertechnologie,

membraantech-

loten van dezelfde stam: de proces-

1-13

Deell

Inleiding milieutechnologie

Fysische bewerkingen

Milieutechnologie
Milieutechnologie kan worden gezien als een milieuspecialisme
niet een aparte vakdiscipline.

binnen milieukunde, het is

het saneren van de milieucompartimenten;


het reduceren van grondstof- en energleverbruik;

coalesceren (= samenvloeien),
floteren (= schuimscheiden);

het verbeteren van arbeidsomstandigheden.


Milieutechnologie stimuleert duurzame productieprocessen en daarmee een duurzame
ontwikkeling. Hoopvol is dat er sprake is van een voortdurende verbetering van de 'stand
van de techniek'.

en microbiologische bewerkingen onderschelden.

kan men chemische, fysische

V~~r de mllieutechnologie

is het van be-

lang te beseffen dat vrijwel geen enkele bewerklng een omzettingsrendement


haalt (" < 1000/0) en dat er dus onomgezette reststromen overblijven.
Hieronder worden voorbeelden gegeven.

van 100%

absorberen, strippen (= desorberen,


aan een vast poreus oppervlak);

uitblazen), adsorberen

(= hechten van moleculen

destilleren, verdampen, drogen, bevochtigen;


extraheren (zowel vloeistof-vloeistof- als vloeistof-vastextractie);
kristalliseren;

mengen, roeren;
opslaan;
warmtewisseling, verwarmen, koelen, condenseren.

Microbiologische bewerklngen
(,Het molecule verandert van samenstelling onder biochemische invloed')

Chemische bewerkingen
(,Het molecule verandert van samenstelling')
Verbranden, oxideren of pyrolyseren (= ontleden met ondermaat
destillatie) van organische stoffen.

2, vercooksen, droge

Neutraliseren van zure of basische stoffen tot gewenste pH.


Chemische absorptie, bijvoorbeeld S02 uit rookgas In kalkmelk (Ca(OH)2)'
Chemisch omzetten, bijvoorbeeld giftig Cr2072- naar het minder giftige Cr3+.
Neerslaan (precipiteren), bijvoorbeeld opgelost tosfaat precipiteren als ijzertosfaat, eventueel in combinatie met coagulatie en flocculatle voor vlokvergroting.
Elektrolyse of elektrolytische recuperatie, bljvoorbeeld Cr3+-ionen neerslaan als Cr op een
kathode.
lonenuitwisseling op een kationen- of anlonenhars om kationen respectievelijk anionen
te binden en uit te wisselen tegen H+- respectievelijk Ol-r-Ionen.
Katalytische processen, bijvoorbeeld de driewegautokatalysator

mistvangen;

membraanfiltratie;
magnetische scheiding, elektrostatische scheiding;
pompen, doseren;

Chemische, fysische en microblologische bewerkingen


(en dus ook in de mllieutechnologie)

die berusten op verschil-

malen, tabletteren, granuleren (= deeltjes maken in een doseerbare vorm), persen;

het verhogen van proces- en productveiligheid;

In de procestechnologie

('Het molecule verandert aileen van status')


Bij fysische bewerkingen gaat het veelal om scheidingsprocessen

len in dichtheid, deeltjesgrootte, vluchtigheid, oplosbaarheid, adhesie en dergelijke van de


te scheiden stoffen.
Hieronder vallen de 'unit operations' (eenheidsbewerkingen) zoals:
bezinken, opdrijven, centrifugeren, cycloneren, windziften, stofvangen;
filtreren, zeven, classificeren (= op deeltjesgrootte sorteren);

Milieutechnologie wordt aangewend voor productieprocessen met als doel:


het voorkomen respectievelijk reduceren van milieubelasting;

1.2.2

Deell

Inleiding milieutechnologie

Oit zijn biochemische of biokatalytische omzettingen die met behulp van micro-organismen
(bacterien, schimmels, gisten en dergelijke) of plantaardige organismen tot stand komen,
bijvoorbeeld:
aerobe (met 02) omzetting van:
- afbreekbare organische stoffen tot CO2, H20, HCI, minerale zouten (mineralisatie);
- ammoniakiammonium via nitriet tot nitraat (nitrificatie);
anaerobe (zonder 02) omzetting van:
- afbreekbare organische stoffen tot biogas (CH4 en CO2);
- nitraat tot N2 (denitrificatie);
- sulfaat tot sulfide en sulfide tot vaste zwavel.
Ook zijn er micro-organismen die slecht oplosbare verbindingen kunnen omzetten in goed
oplosbare verbindingen, bijvoorbeeld CuS in CuS04

die onverbrande koolwa-

terstoffen, CO en NOx oxidatief respectlevelljk reductief omzet tot CO2, H20 en N2.
Complexeren van zware metalen in ionvorm, bljvoorbeeld ten behoeve van terugwinning.
Oesinfectie, doden van bacteriologische verontreinfging.

Bij microbiologische omzettingen wordt tevens nieuw celmateriaal (biomassa) gevormd.


Nieuwe ontwikkelingen zijn het gebruik van speciaal gekweekte micro-organismen:

/-15
/-14

Deell

Inleiding milieutechnologie

voor het afbreken van persistente organische stoffen, zoals gehalogeneerde


stollen;

koolwater-

voor het binden aan het micro-organisme van zware metalen, zwavel en fosfaten uit afvalwater.
De microbiologische bewerkingen zijn in de milieutechnologie
in het algemeen 'milieuvriendelijk' zijn.

van groot belang, omdat ze

Wat wordt bedoeld met de milieuvriendeliJkheid van microbiologische bewerkingen?


Opgave 1.10

1.2.3

in de bodem

tot keu-

grondstolfen

en veel energie verbruiken, lage rendemen-

ten halen, milieubelastend en risicovol zijn en/of eindproducten leveren die in het afvalstadium een probleem vormen, dienen te worden vervangen door milieuvriendeliJkere processen. Veelal wordt een nieuwe technologie afgedwongen doordat niet meer aan bepaalde
milieunormen uit het milieurecht wordt voldaan.

Schone tecnnotoqi
Bij het ontwerpen van nieuwe processen of bij het saneren van bestaande

zouden

de stofkringlopen

volledig gesloten

gebruik moeten worden gemaakt van 'vernieuwbare'


giebronnen (duurzame ontwikkeling) .

grondstollen

en duurzame

ener-

logie.

worden met de ombouw ook andere bedrijlseconomische doelen gerealiseerd.


Verandering van het productieproces kan leiden tot een 'ander' eindproduct (andere specilicaties). Dit kan een positief of negatief effect hebben.

Voorbeelden van schone technologie zijn:


gebruik maken van duurzame energiebronnen zoals zonne-, wind-, water- en getijdenenergie ('groene stroom') of van vernieuwbare brandstoffen als 'biodiesel' uit koolzaad en
bio-ethanol uit suiker of zetmeel;
vervangen van milieugevaarlijke verfstoffen in de textielververijen en toepassen van technoloqieen waarbij hogere fixatierendementen worden verkregen;
terugdringen watergebruik in de papierindustrie, het verwerken van ontinkt oud papier en
inzet van natuurlijke stro- en hennepvezels;
inzet van milieuvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen
en toepassing van moderne
teeltmethoden;
gebruik van technieken om tot een lagere ammoniakuitstoot
een lager foslaatgehalte in mest;

processen is

uit meststallen te komen en

ontwikkelen en toepassen van verven met een hoog vaste-stofgehalte


delgehalte) of watergedragen verven;
vervangen van 1,1, 1-trichloorethaan als ontvettingsmiddel

Hiermee wordt bedoeld een technologie met:


milieuvriendelijkere grond- en hulpstoffen, bij voorkeur stoffen die het milieu niet uitput-

beperking vormzandafval bij bronsgieterijen;


recycling bouw- en sloopafval tot korrelmix;

minimale milieubelasting door het proces zelf en door het product als afval;
minimaal grondstol- en energieverbruik;

zijn en/ol

Het is duidelijk dat een echt schone technologie niet kan bestaan. Elk menselijk handelen
heelt zijn consequenties voor het milieu. Het is dus beter te spreken van schonere techno-

het toepassen van schone technologie gewenst. Daarbij gaat het om een procesgei'ntegreerde aanpak.

ten' ,

moeten

De positieve effecten van schone technologie zijn meestal niet beperkt tot een milieucompartiment.

Schone technologie en schoonmaaktechnologie

Processen die 'problematische'

Bij schone technologie

Schone technologie heelt de volgende kenmerken:


Het bestaande productieproces wordt soms ingrijpend veranderd ('innovatie'). Dit betekent veel onderzoek vooraf, behoorlijke investeringen en productieverlies bij de ombouw.
Tegenover deze onkosten staan besparingen op onder andere grondstoflen, energie en
alvalverwerking, waardoor het bedrijlseconomische resultaat toch positiel kan zijn. Veelal

Opgave 1.9

Noem een aantal bewerkingen bij het verwerken van steenzout


kenzout in zakken.
Idem voor het fabriceren van wijn uit druiven.

Deell

Inleiding milieutechnologie

(lager oplosmid-

door waterige ontvetter;

vervangen van organische oplosmiddelen voor extractie door superkritisch CO2;


afvalpreventie bij productiebedrijven, bijvoorbeeld intern hergebruik van productieafval
fabricage van isolatieplaten.

bij

hoog omzettingsrendement;
gebruik van stoflen en energie, geen vsrbrulk:
hergebruik van reststoffen;
minimale risico's;
duurzame eindproducten.

1-16

1-17

Inleiding milieutechnologie

Deell

Deell

Inleiding milieutechnologie

Schoonmsekteohnoloqie
Maar al te vaak worden

technologie,
nologie

milieubelastende

processen

ook wei 'end-of-pipe'-sanering,

genoemd.

emissiegerichte

Hierbij blijft het proces ongewljzigd,

of toegevoegde

aanpak

maar de optredende

via een zuiveringsinstallatie

wordt aan de uitstootkant

met schoonmaak-

echter gesaneerd

tech-

bewerking
of
proces
" < 100%

grondstoffen ---hulpstoffen ---energie

(tussen)product
milieubelasting, onder andere
lucht-, water-, bodemverontreiniging, alva I (boven de milieunorm)

milieubelasting

bestreden.
scbone technologie

Schoonmaaktechnologie

heeft de volgende

Een nageschakelde

technologie

schoonmaaktechnologie

kenmerken:

heeft altijd een kostenverhogend

effect

op het eindpro~

duct. Het vraagt apparatuurinvesteringen,


we proces is daardoor
De voorzieningen

nieuwe hulpstoffen

Dit nieu-

ook weer milieubelastend.

zijn relatief goedkoop

De kwaliteit van het eindproduct


Ais de milieunormen

en extra energie.

worden

Schoonmaaktechnologie

en zijn snel te realiseren.

blijft ongewijzigd.

aangescherpt

zijn opnieuw

geeft geen definitieve

Schoonmaaktechnologie

hulpstoffen
energie -

is meestal

additionele

nodig.

rest-milieubelasting lozen,
emitteren, storten (onder de
milieunorm)

van milieuproblemen.

oplossing

gericht op slechts

voorzieningen

reststol (product)

toegevoegd
proces

een aspect:

lucht, water, bodem

of geluid.
Er kan compartimentverschuiving

optreden:

ment komt door het zuiveringsproces

van een gasvormige component

Opgave 1.11
Geef voorbeelden

de verontreiniging

terecht (voorbeeld:

in het andere

uit lucht ontstaat

bij schoonmaaktechnologie

in het ene milieucomparti-

er verontreinigd

Figuur 1.6

bij het uitwassen

Reduceren
van milieubelasting
schoonmaaktechnologie

technologie

is preventief.

van compartimentverschuiving

Een en ander is samengevat

van water ~

Opties
(1 .....8 minder preventief)

Voorbeelden

1. Productalternatiel

Kwikvrije thermometer
Ultrasonoor reinigen

2. Verandering grondstol

Alumineren in plaats van cadmeren


Blaasmiddel CFK vervangen door pentaan

in figuur 1.6.

3. Verandering brandstol

Gebruik van duurzame energie


Inzet aardgas in plaats van zwavel- en asrijke kolen

mogelijkheden

fabricage

4. Proceswijziging

Lawaaiarme pompen
Laag-NO x-branders

5. Intern hergebruik

Recirculatie koelwater via koeltorens


Terugwinnen energie

6. Extem hergebruik

Kolenvliegas in cement
Biogasproductie uit alvalvergisting naar aardgasnei

7. Emissiemaatregelen

Zuivering algas en alvalwater


Aanbrengen lolie onder een stort

8. Alvalverwijdering

Gevaarlijke alvalstoffen in een deponie


Alvalverbranding zonder warmteterugwinning

Effect- en brongerichte maatregeien


Het Nationaal

Milieubeleidsplan

effectgerichte
reinigingen,

maatregelen,
aantastingen

brongerichte
milieubelasting

onderscheidt

en uitputting

maatregelen,

bij de aanpak van milieuproblemen:

gericht op de nadellge

effecten

wordt verminderd

van reeds aanwezige

van het milieu (bijvoorbeeld

gericht op de veroorzakers

veront-

bodemsanering);

van de milieubelasting,

door:

waarbij

de

- 'end-of-pipe'-technologieen;
- procesge'integreerde
-

lagere productie,

technologieen;

hogere

kwaliteit of langere levensduur

van producten.

Figuur 1.7

1-18

technologie

is curatief.

weergegeven voor een milieuvriendelijkere


Naar beneden toe zijn ze mlnder preventle! van aard.

In figuur 1.7 zijn enkele


en bedrijfsvoering.

Schoonmaaktechnologle

van schone

afvalwater).

lucht en van water ~ bodem.

Schone

met behulp

Opties tot een milieuvriendelijker

proces

1-19

en

Inleiding milieutechnologie

Deell

Deell

Inleiding milieutechnologie

Het NMP geeft de voorkeur aan brongerichte maatregelen.


Effectgerichte maalregelen zijn echler nodig als brongerichle maatregelen te duur zijn ot
als de technologie nog in de ontwikkelfase verkeert. Bl] aanpak van erlenissen uit het verle-

EPEL-waarde (eenmalige populatie-expositielimiet,

volking kortdurig mag worden blootgesteld);


reukgrens (ppm, mg/m3 01 geureenheden Ge; 1 Ge/m3

den is effectgericht beleid het enig mogelijke,

1.2.4

Productveiligheid

Productveiligheid

speelt een rol bij het omgaan met grondstoffen,

hulpstoffen,

tussenpro-

ducten, eindproducten, emissies en alvalstoften.


Elke stol wordt gekenmerkt door een aantal chemische, tysische en biologische eigenschappen, waarmee de risico's van het werken met ot het blootstellen aan deze stot kunnen worden ingeschat,
In de figuren 1.8, 1.9 en 1.10 zijn enkele voorbeelden

opgenomen

in mg/m3,

van gegevens van tolu-

een.

(=

de waarde waaraan de be-

geurdrempel') is de concentra-

tie van een stol 01 m~ngsel van stoffen die door de helft van een groep waarnemers (panel) wO,rdt onderschelden van geurvrije lucht); de verdunningsfactor om de geurdrempel
te berelken heet de geurconcentratie in Ge/m3;
LCso (leta Ie concent~atie in lucht of water, in g/m3, concentratie waarbij 500/0 van de hieraan blootgestelde dlersn stertt);
LDso (Ie~ale dosis, in mg/kg lichaamsgewicht, dosis waarbij 50% van de hieraan bloot
stelde dieren stertt);
ge
: ADI (~cceptable ~~il~ intake, in mg/kg lichaamsgewicht; TDI: tolerable daily intake);~:~mlsche reactivitelt ten opzichte van constructiematerialen (corrosie) en ten opzichte
, andere stoffen In lucht, water en bodem respectievelijk chemische instabiliteit:
bloloqlsche afbreekbaarheid/persistentie;
,
: deeltjeSgro,otte van poeders (kans op stofexplosie, inademing);

Bedrijven dienen te beschikken over een arbozorgsysteem

voor de veiligheid en gezond-

heid van de werknemers, in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet.


Bij het ontwerpen van een procesinstallatie dienen de 'veiligheidsinformatiebladen'

van aile

elek~rostatlsche oplaadbaarheid,
vloeistof laadt meer op;

soortelijke

geleiding

(p8/m),

een slecht

stoot- en wrijvingsgevoeligheid;

handling. In deze bladen zijn gegevens ten aanzien van veiligheid en milieu opgenomen.

hinderlijke, toxische, carcinogene (kankerverwekkende),


de) of mutagene (celbeschadigende) eigenschappen;

Belangrijke productveiligheidskenmerken voor chemische stoffen

: het voork~men op de zogenaamde zwarte- of grijze-stoffenlijst;


R-..e~ s-zfnnen (nsk- en safetyzinnen), voorbeeld: R10 = ontvlambaar,
wrljvlng vermijden.

gebruikte en ontstane stotfen te worden opgesteld, ten behoeve van vervoer, opslag en

geleidende

teratogene

(vruchtbeschadigen-

834

schok en

De productveiligheid wordt gekenmerkt door onder andere:


Opgave 1.12

kookpunt, smeltpunt (OC);


soortelijke massa (kg/m3), zwaarder ot lichter dan water respectievelijk lucht;
oplosbaarheid in water bij bepaalde temperatuur (g/ml H20);
dampspanning bij opslag- en verwerkingstemperatuur (Pa); bij het kookpunt is de damp-

Paracelsus (Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus


1493 - 1541) beweerde: "De dosis maakt het eflect".
Wat heelt hij hiermee bedoeld?

von Hohenheim, Zwitsers arts,

spanning 1 bar;
log P octanol/water (P is de partltlecoetflclent (= vardeltnqscoettlcient) van de stet over
octanol (Iipofiel) en water (hydrofiel); octanol is onmengbaar met water; log P is een maat
voor het vermogen van een stof in biologische materialen op te lossen; een polaire stot
zal goed in water oplossen, een apolaire stol in octanol; water staat voor de waterlase in
ons lichaam, octanol voor het vetweefsel); als log Polw > 3, dan lost de stof duidelijk beter
op in vet dan in water;
vlampunt (temperatuur

waaronder een stol niet meer te ontsteken is), ontstekings-

zelfontbrandingstemperatuur
(OC);
onderste en bovenste explosiegrenzen

of

in lucht (vol%) en minimale ontstekingsenergie

(mJ);
MAC-waarde (maximaal aanvaarde concentratie van de stol in lucht, als damp, gas, stol

01 nevel, in ppm 01 mg/m3);


MIC-waarde (maximale immissieconcentratie,

3
in ppm 01 mg/m );

1-20
1 -

21

oeell

Inleiding milieutechnologie

Oeet !

Inleiding mllleutecnnotoqie

Kookpunt, DC
Srneltpunt. DC

4
DC

Aelatieve dichtheid (water::: 1)


Belatleve dampdichtheid (lucttt '" 1)
Belatleve dlchtheid bl] 20C van verzadigd

535
0.9
3.2
1.06
29

dampl1ucht-mengsel (Iuch! '" 1)


Dampspanning, mbar bij 20C
Oplosbaarheid In water
Explosiegrenzen, volume/g in juctu
Soortelijke geleiding, pS/m
Relatieve molecuulmassa

met

1 2-7
1
92.1
2.5

Log P cctenorwater

ppm

BELANGRIJKE GEGEVENS
111
-1)5

KLEURLOZE VLOEISTOF MET TYPERENDE GEUR


De damp mangl zlch goad met lucht, mekkelljke vormlng van exptceleve mengsets.
Ten gevolge van het gerlnge geleldingsvermogen van de vloelstof kunnen elektrostatlsche ladlng90 worden opgewekt bil slromlng, beweglng etc. BIJ vullen, aftappen
of verwerken

geen perslucht

als drlJfgas toepassen.

uemlodelen mat kens cp brand en explosle.

0,1

0,1

375 mglm3H

WIJze van opname: de Itof kan worden opgenomen In hel Ilohasm door Inademlng
en In~Ukken. Een voor de gezondhald flchedelfjke concentratte in de lucnt kan door
verdamping van deze Siof blj circa. 20C vrlj snel worden berelkt; blJ vernevelen nog
sneller.
Dlreete gevalgen: de ataf war1ct prlkkalend op de ogen. de huld en de ademhallngsorganan. De vloelltof ontvat da huld. De 1101 warkl op hat zenuwstelsel.
In emstlge
gavellen kanl op bewuttalooth.ld.
NI InIUkkan van de vloelstof kunnen druppeltjes
In de longan larecht kamen ( plr.tie), w88r(1oor een langontsteklng
kan optreden.

OIRECTE GEVARENI
VERSCHIJNSELEN

(H)

10

4,4- Thiobis-(6- Tert.butyl-m-cresol)


Thiodan (Endosulfan)

100 ppm

MAC-waarde

Thallium, oplosbare verbindingen (als TI)

mg/m3

(C)

Huidopnarne

Raageert hehtg mel starke oxide-

C7H3

Brutoformule:

Ceiling

TGG

TOLUEEN

FYSISCHE EIGENSCHAPPEN

vtemount. DC
Zalfontbrandingstemperatuur,

MAC-waarde

Naam van de stof

CAS-nr: [108-88-3J
methylbenzeen
toluol

PREVENTIE

BLUSSTOFFENI
EERSTE HULP

Thioglycolzuur

Thiram

Tinoxide 2)
2

Tinverbindingen (anorganisch, uitgezonderd


SnH4 en Sn02) (als Sn)

Tinverbindingen (organisch) (als Sn)

0,1

Titaandioxide 2)
Brand: zeer brandgevaarlijk

geen open vuur.

gean

vonken

an nlal

token

tnademen:
sufheid

hoofdpijn,

duizellgheid,

missalilkheid,

Hulo: roodheid

Insllkken:
sulheld

vantllatle,
exploapparatuur
en

ventl181le,
pl.al lljka
ademhallngsbeschermlng

tfzulglng

01

handsehoenen

Ogen: roodheid

hoofdpijn.

duizellgheid,

OPRUIMING

OPSLAG/AFVALCOOES

Lekvtoelstct
opvanqen in atsluttbere
vaten. marsvioaietof opnemen in zand of Inert abscrpttemlodel
en naar vellige pleats afvoeren (extra persoonllJke
beschermlng; persluchtmasker)

(halo-

brandveilig,
middelen

Tolueen 20)

blJ brand: tanks/vaten


epuiten met water

koel houden

geschelden

van

oxlde!le-

Tolueendiisocyanaat

fri8se lucht, rust en arts waarschuwen

KCA III

Transport

Emergency

langdurlg spcelen met water, 15 mlnuten


(contactlenzen
verwlJderen mlts mekkeIIJk mogelijk na enlge minuten spoelen).
dan naar arts brengen

Trichloorazijnzuur

mond laten epoelen. GEEN braken opwekken en onmlddelliJk near zlekenhuls


vervoeren

1,1, 1-Trichloorethaan (Methylchloroform)

ETIKETTERING/NFPA
A: 11-20

[i]

1-22

40

200

1080

1,1,2-Trichloorethaan

10

45

Trichloorethyleen

35

190

1,2,4- Trichloorbenzeen

20)

27)

2,4,5- Trichloorfenoxy-azijnzuur
3

l&l

Trichloormethaan

(Chloroform)

22

10
20)21)

25

120

Schadelljk

Figuur 1.9

GEVI: 33; VN-nummer:

Card TEC(R)-31

. Chemiekaarten

0,14

Tributylfosfaat

Nationale MAC-/ijst (Bran: Arbeidsinspectie,

P145, 1989)

de schadellJke werking.

Besleleads

Figuur 1.8

0,02

0- Toluidine

OPMERKINGEN
dranken versterkt

(TOI) 28)

0,5

Licht
ontvlambaar

Gebruik van atcoholtsche

375

Toxafeen (gechloreerde camfeen 60010)

5; 1625-2Q..33

WCA, C 3080

100

door

verontrelnlgde
kledlng
ulttrekken,
huld
spoelen met vee! water of afdouchen, en
zonodlg arts waarsehuwen

vefllgheldsbrll

buikkrampen.

schulm, koolzuur,

nen)

aeetcten apparatuur,
slevelilge
eleklrlsehe
verllchting, Barden

Explosle: damp met lucht explosief

poeder, A.F.F.F.,

881

C-0041

(Bran: NVVV/V/NNCI,

1294

1991)

1-23

Inleiding milieutechnologie

Deell

TOLUENE SUBSTITUTE 1035


THR = HIGH via ip and oral routes. An exper (+)
care via oral, sc and imp routes. [3, 9]
o-TOLIDINE
slightly sol
mw: 356.4,
THR = See

FLUOSILICATE.
Small with crystals
in alcohol. (C,H3NH,CH3),
H,SiF"
mp: 269.
fluosilicates and o-tolidlne.

TOLUENE. Syns: methylbenzene, phenylmethane,


toluol. Colorless liquid, benzol-like odor. C ,H,CH3,
mw: 92.13, rnp: _95 10 -94.5, bp: 110.4, flash
%
p: 400F (CC), ulc: 75-80, lei 1.27%, uel 7 , d:
0.866 @ 20/4, autoipn. temp.: 896F, vap.
press: 36.7 mm @ 30, vap. d: 3.14.
Acute tax data: Inhal TCLO (human) = 200 ppm ->
CNS effects; Inhal TCLO (man) = 100 ppm ->
psychotropic effects; oral LD", (rat) = 5000
mg/kg; inhal LCLO (rat) = 4000 ppm for 4 hrs; Ip
LD", (rat) = 1640 mg/kg; inhal LC", (mice) =
5300 ppm; dermal LD", (rabbit) = 14000 mg/ kg.

[3]
THR = MOD via oral, inhal and ip routes; LOW via
dermal route. Toluene is derived from coal tar,
and commercial grades usually contain small
amounts of benzene as an Impurity. Acute
poisoning, resulting from exposures to high
conc of the vapors, are rare with toluene. Inhal
of 200 ppm of toluene for 8 hrs may cause
impairment of coordinalion and reaction time;
with higher conc (up to 800 ppm) these effects
are increased and are observed In a shorter
time. In Ihe few cases of acute toluene poisoning reported, the effect has been that of a
narcotic, the workman passing through a stage
of intoxication
into one of coma. Recovery
following removal from exposure has been the
rule. An occasional report of chronic poisoning
describes an anemia and leucopenia,
with
biopsy showing a bone marrow hypoplasia.
These effects, however, are less common In
people working with toluene, and they are not

as severe.
Exposure to cone up to 200 ppm produces
few symptoms. At 200-500 ppm, headache,
nausea, loss of appetite, a bad taste, lassitude,
impairment of coordination and reaction time
are reported, but are not usually accompanied
by any laboratory or physical findings of significance. Wllh higher cone, the above complains
are Increased and in addition, anemia, leucopenia and enlarged liver may be found In rare
cases.
A common air contaminant.
Fire Hazard: Slight, when exposed 10 heat, flame
or oxidizers.
Explosion Hazard: Mod, when exposed to flame
or reacted with (H2SO, + HN03), N,O" AgCIO,.
[ 19]

Disaster Hazard: Mod dangerous; when heated,


emits toxic fumes can react vigorously with
oxidizing materials.
To Fight Fire: Foam, CO" dry chemical.
t ,0- TOLUENE
low OB.

AZONAPHTHYLAMINE-2.

Hoofdstuk 1.3 Procesontwerp en


procesbeoordeling

See yel-

2,4-TOLUENEDIAMINE.
Syn:
tolylenediamine.
Prisms. CH3C,H3(NH')2' mw: 122.17, mp: 99, bp:
280, vap. press: 1 mm @ 106.5.
Acute tox data: Oral LDLO (rat) = 500 mg/kg; sc
LOLa (dog) = 200 mglkg, [3]
THR = MOD via sc and MOD via oral routes. An
exper care via oral route. [ 3J This material has a
marked toxic action upon the liver and can
cause fatty degeneration of that organ. It Is also
Ihought to be an Irr. When solutions of It come
In contact with the skin, It can cause Irr and blisters, particularly to Individuals who are sensitive
10It.
Disaster Hazard: Mod dangerous; when heated,
emits toxic fumes.
Syns: 2,5-tolylenedlamlne, 2,5-dlamlnotoluene.
Colorless,
crystalline
tablets. CH3C,H3(NH2)2' mw: 122.17, mp: 64, bp:
274'.
Acute tox dala: Oral LDLo (mammal) = 3600 mgl
kg. [3, lOB] A mutagen being studied for cara
[ 108] properties.
THR = MOD via oral route. An Irr. This malerlal
has a toxic action upon the liver and can cause
fatty degenerallon of that organ. Its total effect
upon the body seems to lake place 3 different
ways. It Is toxic to the CNS. It produces [aundice by action on the liver and spleen, and It
produces anemia by destruction
of the red
blood cells. In this action It Is quite similar to
aniline, although by no means Identical with It.
lis high bp and the fact that the material Is solid
at room temp. makes It somewhat
less
hazardous than aniline, particularly al ordinary
working temp. The IIlerature contains a reference to a parmanent lnlury 10 an eye due 10 the
use of this material as an eyelash dye. II Is
ccnst-oered to be an Irr dye malerlal. II can
cause Irr and blisters
on the fingers
of
Individuals whose skins are sensitive to II.
Dlsasler Hazard: Mod dangerous; when healed,
emits toxic fumes,

1.3.1

See 2,4-tolylene

een ondergeschikte

(Bron: Sax, Dangerous properties

Van Nostrand Reinhold,

1979)

of industrial materials,

het zwavelzuurfabricageproces

dan de reactievergelijkingen

S + 02
4
802 + 1/2 2 4
803 + H20 4

en van proces- en
slechts

is technologisch

gezien

aangeven:

802
803
H2804

lie voor details van het zwavelzuurproces,


Een technologische

'reactievergelijking'

hoofdstuk 1.5.2.
zou als voigt te schrijven zijn:

proces
------>
energie,
temperatuur,
druk

P + B + N + G + M + A + W

Hierin is:
G1 - dure grondstof die zoveel mogelijk moet worden omgezet

(N.B. Elke reactie is in prln-

cips een evenwicht!);


G2 = goedkope grondstof; wordt in overmaat ingezet om G1 te laten wegreageren;
H - hulpstof(fen),

bijvoorbeeld

katalysator,

oplosmiddel,

pH-buffer;

P _ gewenst product, met gespecificeerde


zuiverheid (N.B. Thermodynamisch
nooit 1000/0 zijnl Aile producten en grondstoflen zijn altijd iets verontreinigd);
B

_ bijproduct,

ook wei 'tataal product' genoemd

(bijvoorbeeld:

tot In ontstaat er ook H2804 in een stoichiometrische


N

_ nevenproducten,
bereiding

ontstaan

uit neven- respectievelijk

van CHCI3 uit CH4 en CI2 ontstaan

bij de omzetling

kan dit
van lnS

balans);
volgreacties

(bijvoorbeeld:

bij de

ook de andere chloorkoolwaterstoflen

CH2CI2, CH3 CI en CCI4);


G - onomgezette grondstoffen G1 en vooral G2 met hun onzuiverheden: ,
M - milieubelasting,
lucht-, water- en bodemverontreiniging,
geluid- en trillinghinder,
brand- en explosiegevaar,
A

Veiligheidsgegevens

rol. Voorbeeld:

zeer vee I gecompliceerder

For Countermeasure Information and Abbreviation see the Directory at the Beginning of this Section.

Figuur 1.10

van een proces is kennis van procestechnologie

nodig. De chemie van het proces speelt daarbij in het algemeen

productvelligheid

dtlso-

TOLUENE
SUBSTITUTE.
Composed
largely of
octanes. bp: 100, flash p: 30F, d: 0.743.
TH R = See oclane.
Fire Hazard: Dangerous, when exposed to heat or
flame.
Explosion Hazard: U.

Het proces

Voor het ontwerpen

2,5- TOLUENEDIAMINE-2.

TOLUENE DIISOCYANATE.
cyanale.

Deell

Inleiding milieutechnologie

thermische verontreiniging,

straling, risico's;

- alval in vaste, vloeibare of slurryvorrn, ook verpakkingsmateriaal,


den katalysator,

ontmantelde

procesapparatuur,

W - toe of af te voeren reactiewarmte,

PVC-Ieidingen

bij een endotherme

onbruikbaar

gewor-

en dergelijke;

of exotherme reactie.

1- 25
1-24

oeell

Inleiding milieutechnologie

/ In figuur 1.11 is het hierbij behorende proces schematisch weergegeven.

Normaal verkeert het proces in steady state. Het proces kan daarbij batch, continu of een
combinatie van beide zijn. De procesvariabelen
de grenzen (specificaties).

hebben een waarde binnen geaccepteer-

Onder unsteady state wordt verstaan:


opstarten, stoppen, noodstop van het proces;
productietempo veranderen;
geleidelijke vergiftiging van de katalysator, vervuiling van de installatie, corrosie.

Proces (batch of continu)

Deell

Inleiding milieutechnologie

Apparaten
Besturing
'Utilities'
Operators
Onderhoud
Zorgsysteem

Maar ook:
optreden van een ongewenste gebeurtenis ten gevolge van het falen van apparatuur,
bedieningsfouten, brand, blikseminslag, aardbeving, vorst, inzet van verkeerde grond- en
hulpstoffen, uitval van elektriciteit etc.

'Steadystate' (normaal)

In deze situatie kunnen de procesvariabelen

buiten de geaccepteerde

grenzen komen,

met mogelijke gevolgen voor mens, milieu, apparatuur en eindproduct.

Opgave 1.13
In hoeverre is het raadzaam procesinstallaties volledig te automatiseren
Figuur I. 11

Het proces behorend bij de technologische 'reactievergelijking'

Verklaring van de termen in figuur 1.11


Bij de apparaten gaat het om onder andere opslagtanks,
lorens, pompen etc.

reactoren, centrifuges, destiilatie-

en de menselijke

factor bij de bediening terug te dringen?


Opgave 1.14
Noem aan de hand van de productgegevens van tolueen enkele aspecten waaraan technologisch aandacht geschonken dient te worden bij het laden en lossen van een opslagtank voor tolueen.

Bij besturing gaat het om:


automatisering met als doel arbeidsbesparing;
handhaven van het proces op de ingestelde procescondities met behulp van meet- en
regelinstrumenten, om tot een gespecificeerd eindproduct te komen;
veiligheid;
besparing van grondstoffen en energie.

1.3.2

Processchema's

Bij het ontwerpen van een proces (bijvoorbeeld een productie-installatie of een milieuvoorziening) zijn vele technische disciplines betrokken: chemisch-technologische,
werk-

Utilities zijn de algemene diensten op de locatie, zoals elektriciteit, aardgas, stoom, demiwater, proceswater, koelwater, verwarmingsolie, koelmedium, bluswater, vloeibare stikstof,

tuigbouwkundige, elektrotechnische, bouwtechnische, meet- en regeltechnische etc.


Bij een procesontwerp behoren vele soorten processchema's.

perslucht, instrumentenlucht,

De processchema's die van belang zijn voor de milieutechnoloog, zijn:

vacuum en dergelijke.

Operators zijn de mensen ('direct' personeel) die het proces bewaken en bijsturen, al of
niet vanuit een centrale controlekamer (,remote control').
Onderhoud is nodig om de procesinstailatie in goede conditie te houden. De voorkeur gaat
uit naar preventief boven curatief onderhoud.
Bij het proces behoort ook het aanvoeren en lossen van grond- en hulpstoffen in opslagtanks, vaten en silo's, en het laden en afvoeren van de producten. Het proces op een productielocatie loopt feitelijk 'van poort tot poort'.

1-26

PFD (Process Flow Diagram)


Dit is een blokschema met aileen de essentiele apparatuur, geen pompen, geen meet- en
regelapparatuur,

geen afsluiters. In de blokjes wordt de bewerking (niet het apparaat) ver-

noemd, bijvoorbeeld: opslaan, destiileren, filtreren.


In het PFD zijn aileen de stofstromen opgenomen, geen energiestromen en dergelijke.
De stofstromen worden met pijlen aangegeven en genummerd. Zie figuur 1.12 voor algemeen en het proces 'kristalliseren en centrifugeren van keukenzout'.

1- 27

oeell

Inleiding milieulechnologie

Deell

Inleiding milieulechnologie

Aigemeen
10
grondstoHen -_:__
01 halHabrikaat
11
hulpstoHen --_

12
bewerking
11 < 1000/0

(tussen)producten

13

._.

levering
stortgas

koeling +
waterafscheiding

milieubelasting
(lucht-, water-, bodemverontreiniging en alval)

0 0 0 0
- - - -.-.--

0
r-'

NaCIoplossing

--

-,

1
1

L..

kristalliseren
door
verdampen

- - --

HKW
verwijdering

------l
3

centrllugeren
12

verwarming

CO2
verwijderlng

13
buffervaten

cornpressie
+ koeling

levering
aan het
gasnet

14

11

odeur

.J

10

394

394

394

394

766

766

30

30

11

12

13

14

394

394

394

30

30

30

87,5

87,5

87,5

2,1

2,1

2,1

30

30

10

10

10

10

HKW Ig/h] 2)

45

45

45

45

45

45

H2Olkg/h]

44,6

36,6

Tamp. 1C]

35

60

60

50

15

25

25

25

25

25

25

25

308

280

280

333

333

323

258

298

298

298

298

298

298

298

CH. [kg/hi

394

394

CO2 [kglh]

766

766

N2 ]kg/h]

87,5

87,5

2Ikglh]

2,1

2,1

S-anorg.

Process Flow Diagram

Stroom

766
87,5
2,1

87,5

87,5

2,1

2,1

766

736

87,5
2,1

Ig/h]
S-merc. 1)

Bij een PFD hoort een massabalans


hulpstoffen per ton eindproduct.

van de stromen.

Er zijn verschillende

op te stellen. Ve~r de precesstromen

En ook het verbruik van grond- en


in figuur

1.12

gelden onder andere de kg-balansen voor NaCI en veer water, naast de kmol-balansen
voor Na en CI. Bij chemische reacties zijn kmol-balansen van de elementen handig. Voorbeelden van massabalansen in figuur 1.12 (zie de gestippelde
over de kristallisator geldt: 1 + 4 = 2 + 3;
over het geheel geldt: 1 = 3 + 5 + 6.

kaders):

kan men ook een energiebalans

[K]
Druk [bar]

Ikmol/h]')
[m3/h]5)

ever een bewerking

[g/h]

Flow [kglh] 3)

1,114

1.013
1294

1258

47,7
1206

45,7
954

1,114
37
2,0

1268
45,7
181

6,6

6,6

6,6

6,4

6,4

0,04 1258

8,0 1250

0,05 1250

0,4

45,7
188

45,2
170

45,2
175

736
16,7

6,2
514
28,5
114

6,2
514
28,5
114

8
514
28,5
B8

1) s-msrcaptanen

Beide balansen gelden voor: kg/s NaCI, kg/s H20, kmol/s Na, kmel/s CI.
Naast een massabalans
opstellen.

SpUI

moederloog

massabalansen

.....

L._._._._._._._._._._._._._.~

Figuur 1.12

H2Sverwijdering

vochtig
vast NaCI

10

waterdamp

compressie

massabalans (in kg); 10 + 11 = 12 + 13


Proces

diepkoeling
+ waterafscheiding +

2) Halogeenkoolwaterstoffen

of proces

3) Totale flow
4) Totale flow
5) Gasflow

Van een PFD leert men het proces in grote trekken kennen.
ces, zie figuur 1.13.

Voer een ingewikkelder

pro-

Figuur 1.13

PFD - Opwerking stortgas tot aardgaskwaliteit

Opgave 1.15
Teken een PFD en stel massabalansen
luchttot 802'

op van de verbranding

van vloeibare

zwavel met

1 - 28

1-29

Inleiding milieuteehnologie

Deel I

Deel I

Inleiding milieuteehnologie

UFD (Utility Flow Diagram)


r--

Naast het PFO van het proces kent men ook een Utility Flow Diagram van de 'utilities'; dit
zijn de algemene diensten ten behoeve van de diverse productieprocessen op de productielocatie. UFO's zijn van belang om na te gaan of er ongewenste

------,

interacties kunnen zijn

tussen deze processen en de 'utilities'.


LICA

setpoint

regelgrenzen

alarmgrenzen

PID (Piping and Instrumentation Diagram)


In dit schema zijn aile apparaten,

meet- en regelinstrumenten,

monsterpunten

etc.

reactor

Zie hiervoor de Nederlandse Normen 2195, 3048 en 3157 en de Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR 2196 van het Nederlands Normalisatie Instituut.

Figuur 1.14

meet- en regelinstrument

Druk-, niveau- en debietregeling

van een reactor met leidingen, regelafsluiters en enafsluiter

In figuur 1.15 zijn symbolen van enkele apparaten weergegeven.


Meet- en regelinstrumenten

leidingen, appendages,

pompen, afsluiters, breekplaten, veiligheidskleppen, aftapkraantjes,


opgenomen in de vorm van genormaliseerde symbolen.

In figuur 1.14 is een PIO opgenomen


kele meet- en regelkringen.

I
I
I

hebben de volgende codering (zie norm NEN 3157):

regelafsluiter (opent bij wegvallen van de hulpenergie)

Eerste letter
F = flow (debiet, massa- of volumestroom);
P = pressure (druk);

leidingfilter

T = temperature (temperatuur);
L - level (niveau);;
Q = kwaliteitsgrootheid,

keerklep

bijvoorbeeld een pH, toerental, concentratie, geleidbaarheid.

gepakte kolom

Volgende letters
propellerroerder

I = indicating (aanwijzend, waarde afleesbaar);


R = recording (registrerend);
C - controlling (automatisch regelend, de stippellijn is een stuursignaal van de meter naar
een regelinstrument);
A - alarming (alarmerend, akoestisch of optisch signaal; H
te laag).

= waarde

te hoog, L

gesloten vat
pomp

= waarde

warmtewisselaar

Opgave 1.16
Wat betekent

veiligheid

FIRCA

-?

Opgave 1.17

Figuur 1.15

Symbolen van enkele apparaten

Wat is de codering voor een thermostaatkraan en voor een koortsthermometer?


I - 31

1-30

Dee!

In/eiding milieuteehnologie

oeell

Inleiding milieutechnologie

Opgave 1.18
-

Stel een PIO op van een warmtewisselaar die met behulp van stoom een destillatiestroom
op 90C houdt, waarbij deze waarde niet onder 85C en niet boven 950C mag komen.

r~::=1.///
"."

...-

-"\

c:\ .s;;r---.:.:J
g

...~

Een PIO is nodig om het proces op zijn milieu- en veiligheidsaspecten


lie als voorbeeld figuur 1.16.

te beoordelen.

g
'"

........ , .:_ccl ....._..__ ...


1..1 .... _.. "T", . +,,

SI-eenheden (51 = het internationale stelsel van eenheden)


Bij het dimensioneren

van de procesapparatuur,

leidingen en dergelijke,

verdient

het de

voorkeur consequent aile grootheden uit te drukken en te rekenen in de genormaliseerde


SI-eenheden en daarbij de eenheden in de juiste schrijfwijze te noteren, am verwarring te
voorkomen.

lie normen NEN 999 en NEN 1000 voor het Sl-stelsal. In het SI-stelsel zijn de

grondeenheden onder andere: m, s, kg, kmol, K, A. Afgeleide


o
re: N (= kg m/s2), Pa (= N/m2), J (= Nom), W (= J/s).

logenaamde
'verboden'
paardenkracht.

eenheden

zijn onder andere:

eenheden

calorie,

zijn onder ande-

micron, Angstrom,

atrn,

In de milieutechnologie
gaat het veela! am zeer kleine en zeer grate hoeveelheden
voorbeeld picogram dioxine en exajoule Nederlands energieverbruik).

(bij,,___-_ .. ... _._._ ..


_

Voorvoegsels
Voorvoegsel
exa
peta
tera
glga
mega
kilo

van SI-eenheden
Symbool
E
P
T
G

M
k

...

- - --

-----

zijn:

Factor
1018
1015
1012
109
106
103

Voorvoegsel
atto
femto
PICO

nanD

Symbool
a

1(}-I'

10-15

1(}-I:!

1(}-'

/.l
m

1O-C

micro
milli

:::l

>

('-'Ifl
,
, .
,\61 oo ,

I,

,'>Q., ,.l.f'..j

jl!'
{:-If

__(.j,

\__-. _. -~ :_'I

!:::___ .; - .~

1(}-3

Opgave 1.19
Schrijf de grootheden

"_'-_

._-

ZOIINIIn afgeIeide ats


na dat de dimensies links en nIChIa van het '"

in de ideale gas wet pV = n AT in SI-eenheden,

in grondeenheden.
Ga via dimensieanalyse
teken aan elkaar gelijk zijn.
Opgave 1.20

Teken een PFO en een PIO van een gaswasser die ammoniakhoUdende
met behulp van slootwater uitwast tot een bepaalde
.....
ontreinigde water biologisch wordt gezuiverd.

1- 32

III
_".

het

stal
ver-

Figuur 1.16

PIO - A fie veringsinstalla tie vloeibaar propaan (bovengronds

reservoir)

1- 33

Deel l

Inleiding milieutechnologie

1.3.3

Dee/I

In/eiding milieutechn%gie

Procesontwerp
Idee of eis

Het procesontwerp is een belangrijk dee I van het project tot realisatie van een procesinstallatie. Fouten in het ontwerp kunnen later tot calamiteiten leiden.

t
t
t

Research

Process development op 5-30 liter schaal, opschalingsfactoren

Proeffabriek

Pilot-plant proeven op 100-1 000 liter schaal, testen van


opschailngseffecten

Process engineering

ultrafiltratie-unit voor het zuiveren van galvanisch afvalwater;


nitraatverwijdering uit grondwater;

Proeven op 1 liter schaal in het laboratorium

Ontwikkeling

Voorbeelden van (milieu)projecten zijn:


opwerking van stortgas (afkomstig van een huisvuilstort) tot aardgaskwaliteit;
verwerkingsfabriek voor gebruikte Ni/Cd-batterijen;
steenkoolvergassing;

Formulering van het project en zijn doelstellingen

Het elgenlijke technologische procesontwerp met:

process flow diagram

piping and instrumentation diagram

een defosfaterings- en denitrificeringstrap aan een rioolwaterzuiveringsinrichting.

Projectfasen

massa- en energiebalans

(safety) data sheets van grond- en hulpstoffen, producten

dlmensionering van apparaten (equipment specifications)

materlaalkeuze

elsen ten aanzien van lay-out, routing, opsteiling, bedlening,


milieu en veiligheid, hygiene

De fasen van een project als geheel zijn in het algemeen zoals in liguur 1.17 is weergegeven.

Detailed engineering

overleg met milieuambtenaren over vergunningen, risicoanalyse

Ontwerpen van bouwkundlge, werktuigbouwkundige,

meet- en regel-

technlsche en elektrische voorzleningen; offertes aanvragen en


beoordelen; Investeringsraming ( 100/0 nauwkeurig) opstellen

Uitgangspunten
Economische evaluatie

Bij het maken van het procesontwerp moeten uitgangspunten worden vastgelegd. Er dienen vele beslissingen te worden genomen.

Beslissing tot bouw

t
t
t
t
t
t
t

Voorbeelden van uitgangspunten

Bouw

Welke jaar- respectievelijk uurcapaciteil?


Dagdienst, drieploegendiensl,

volcontinu?

- Welke storingstijd? (Bij de capaciteitsberekening

Test droog

gaat men veelal ult van 20% stortngs-

tijd, dus 800/0 draaitijd.) Wordt de installatie in twee straten gebouwd, zocat er bij storing nog een beschikbaar is?
Is er een opgestelde reservepomp of ligt er een extra in het magazljn?
Wat is de gewenste 'turn down ratio' (tot welk minimum
problemen worden teruggeregeld)?

kan de productle zonder

Test met water


Test met grondstoffen

Instailatie in bedrijf nemen

Welke capaciteit krijgt een opslagtank? Neemt men een grote of drte kleine tanks? Ondergronds of bovengronds? Staal of kunststof?

Capaciteitsrun

Instailatie optimaliseren

Go/no go
Opbouw volgens afgesproken specificaties, training person eel
Is alles er zeals afgesproken?
Werkt ailes, lekkages?
Werkt het?

Worden de gewenste capaciteit en productspecificaties gehaald?

Productie
Dit blijft gebeuren gedurende de gehele 'Ieeftijd' van de instailatie,
omstandigheden wijzigen zich regelmatig

Neemt men een gepakte kolom of een schotelkolom? Welk type paJddng wordt gebruikt?
Komt er een noodstopvoorziening?
automatisch

subsidies, opbrengst

Aanbrengen wijzigingen

Kiest men een nieuw of een beproefd proces ('proven technology)? (Bij een nleuw proces heeft men grotere kans op kinderziekten.) Wordt het een batch- of contlnuproces?
Welke mate van automatisering wil men?

Moet de voedingspomp
wordt?

Investering, vaste en variabele kosten van het product, financiering,

uitvallen als de temperatuur in de reactor te hoog


Figuur I. 17

Projectfasen

Hoeveel wordt een warmtewisselaar in verband met vervuiling

1-34

1-35

Deell

In/eiding milieutechnologie
Inleiding milieutechnologie

Deell

Het risico van de activiteit als geheel is dan de som van de deelrisico's:

Eisenlwensen
Rtotaal

Belangrijk bij beslissingen over keuzemogelijkheden

L (Kj s, )

is:

Wat zijn de eisen, wat zijn de wensen?

Door preventieve

Bij 'wensen', wat is de prioriteit? Hoe zwaar tell deze wens ten opzichte van andere wen-

schade van de ongewenste gebeurtenis te verkleinen.

sen?
Wat zijn de alternatieven?

Bij brandpreventie verkleinl men de kans K op het onstaan van brand door ontstekingsbronnen en brandbaar rnaterlaal weg te houden; daarnaast verkleint men de schade

Een eis is altijd meetbaar, bijvoorbeeld:


De opdrachtgever zegt dat de capaciteit 10 000 ton per jaar moet zijn. Men moet het
dan wei eens zijn over hoe de capaciteit wordt berekend.
Een emissierichtlijn voor stof kan zijn: debiet maximaal 0,50 kg/h, concentratie maximaal
25 mg/m3.
De installatie mag maximaal 60 miljoen gulden aan investering kosten.
De instaliatie moet geaard zijn. Een bliksembeveiliging moet aanwezig zijn.

maatregelen

8 door middel van branddeuren,


en dergelijke.

8edrijfszekerheid moet hoog zijn en onderhoud laag.


Er moet standaardapparatuur worden ingezet.
De installatie moet later op eenvoudige wijze kunnen worden uitgebreid.

brandwerende materialen, blusapparatuur,

1_3_4
1.3.4.1

bij het onlwerpen van een centrale verwarmingsketel.

gebeurtenissen

(bijvoorbeeld leidingbreuk, falen van een tempera-

tuurmeet- en regelsysteem, uitval van een wasvloeistofpomp).


Een voorbeeld van een gebeurtenissenschema is opgenomen in figuur 1.18.
Ga na of deze gebeurtenissen automatisch worden gesignaleerd.
Naast de 'gebeurtenissenboom'
(wat gebeurt er bij een reeks ongewenste gebeurtenis(een brandbaar gas komt vrij; bij welke gebeurtenis-

sen zou dit kunnen gebeuren?).


Kwantificeer de gevolgen voor mensen, milieu, apparatuur en product (bijvoorbeeld
stank, dicht polymeriseren van een reactor, gasemissie waarbij de EPEL-waarde wordt
overschreden).
Ga na hoe deze gevolgen zouden kunnen worden bestreden.
Kwantificeer de kans op optreden van ongewenste gebeurtenissen.
Tegen onaanvaardbare risico's:

Procesveiligheid, risicobeheersing

- dienen beveiligingen in het proces te worden opgenomen of


- dient apparatuur gebruiksgereed Ie staan om de gevolgen onmiddellijk te bestrijden of
- men moet concluderen dat het betreffende proces op deze wijze onuitvoerbaar is.

Risicobeoordeling

Bij het ontwerpen van een proces dient men zich steeds at te vragen:
Wat zijn de gevolgen van dit ontwerp voor de werknemers, de omgeving, het milieu, de
apparatuur en het product?
Wat kan er gebeuren als er een 'ongewenste gebeurtenis' optreedt?

Probeer gegevens te vinden betreffende de betrouwbaarheid van apparatuur (uitvalfrequentie). Welk onderdeel moet na hoeveel uren draaitijd preventief vervangen worden? (Een benzinepomp in een auto maakt zo'n 500 draaiuren per jaar, een pomp in
een volcontinubedrijf zo'n 8 700 uren).
Verzamel gegevens van eerdere soortgelijke ongevallen (casulstiek). Aile grote chemische ongevallen en hun gevolgen zijn geregistreerd, bijvoorbeeld Tsjernobyl, Bhopal, Seveso etc. De casuistiek zegt: 'Wat is er gebeurd?' De theorie zegt: 'Wat kan er theore-

RisicoanaJyse
Apparaten kunnen falen, mensen kunnen falen en externe gebeurtenissen

brandmelders

Tracht een zo kwantitatief mogelijke risicoanalyse te maken.


Bedenk (via 'gidswoorden', zie onder andere Brochures Arbeidsinspectie V7 en V11) mo-

sen) kent men ook de 'foutenboom'


Opgave 1.21
Bedenk een eisen/wensen-pakket

van de

EnkeJe opmerkingen

gelijke, ongewenste
Een wens kan meer of minder belangrijk zljn, bijvoorbeeld (in volgorde van belangrijkheid):

dient men de kans op optreden en de omvang

kunnen invloed

hebben op het proces.


Op deze risico's dient via een risicoanalyse te worden geanticipeerd: het opsporen van risico's, het nagaan van de kans op optreden ervan en van de gevolgen.
Het risico (R) van de ongewenste gebeurtenis is de kans (K) van optreden vermenigvuldigd
met de schade (8).

tisch gebeuren?' Een achteraf-analyse


mogelijkerwijs worden voorkomen.

is dan mogelijk en herhaling van het ongeval kan

In figuur 1.19 is een voorbeeld opgenomen

van (onderdelen van) installaties betrokken bij

ongevallen tijdens reparatie en onderhoud bij normale bedrijfsvoering. Hierin is te zien


dat opslagtanks, transportmiddelen, kleppen en afsluiters bijzonder kwetsbaar zijn en uit
veiligheidsoogpunt extra aandacht vermogen.

I - 37
1-36

Deell

Inleiding milieutechnologie

Gebeurtenissenschema

voor ongevallen tijdens normale bedrlJlavoering

die lelden tot brand 01 explosle

4 Sehoonmaken

Deell

Inleiding milieutechnologie

Tabel b
Installaties, betrokken bij
ongevallen tijdens normale
bedrijfsvoering

Tabel a
Onderdelen van installaties,
betrokken bij ongevallen tijdens
notmele bedrijfsvoering

r-

10 Chemisehe reaeties

--t--

3 Vullen

Onderdelen van installaties

3 Legen

'--

6 Vullen, verpompen, laden

52 Verkeerde proees-

14 Menselijk handelen

condities

r4
--t--

Bedieningsfouten

4 Overige

4 Niet funetioneren van apparatuur

8 Teehniseh

r-

rfalen
2
----t--

Verstoppen

2 Overige

'--

20 Onbekend

37 Vullen, verpompen, laden

~~~~----------~~ ---~
150 Brand

58 Menselljk handelen

Explosle

9 Verkeerd handelen

Bouten, moeren
Atvoer/drainage
Filters
Fittingen
Flenzen
Siangen
Leidingen
Pakkingen
Pompen
Kleppen, afsluiters
Meet- en regelapparatuur
Warmtewisselaars
Compressoren
Vaten, zakken etc.
Cilinders

7 Brekenibarsten

r-

Onderdelen van installaties

~-------

40 Technlseh falen

0/0

Gashouders
Reactoren
Reservoirs/tanks
Transportmiddelen
Destillatie-units
Branders
Fornuizen
Separatoren
Mengers

<

1
15
46
25
3

1
3
2
4

Transportmiddelen kunnen zijn:


tankauto's, treinwagons etc.

7 Elektnsch falen

r-

r-

17 Onbekend

(de cijfers

s/aan op retetleve

elektriciteit

----r-

L._

Gebeur1enissenschema

Tabel c
Installaties, betrokken bij
ongevallen tijdens reparatie
en onderhoud

0/0

Installaties

0/0

7 Ontzetlen van pakkingen

-----r--

3 Statische

bijdragen)

4 Overiqe

Bouten, moeren
Atvoer/drainage
Filters
Fittingen
Flenzen
Siangen
Leidingen
Pakkingen
Pompen
Kleppen, afsluiters
Meet- en regelapparatuur
Warmtewisselaars
Compressoren
Vaten, zakken etc.
Cilinders

Fiquur

1- 38

1
2
3
1
12
10
2
6
22
3
2
1
21
12

Tabel d
Onderdelen van installaties,
betrokken bij ongevallen tijdens
reparatie en onderhoud

r-

1.18

Installaties

12 Onbekend
2 Lostrillen

Figuur

0/0

1.19

Ongevallenfrequentie

5
3
1
3

6
17

15
2
7

24
2
5
2

Gashouders
Reactoren
Reservoirs/tanks
Transportmiddelen
Destillatie-units
Branders
Fornuizen
Separatoren
Mengers

11
52
26
1

2
2
2
<1

Transportmiddelen kunnen zijn:


tankauto's, treinwagons etc.

bij installaties

1- 39

..

Deell

Inleiding milieutechnologie

Goede arbeidsomstandigheden,
uitgevoerde

goede

bedieningsorganen

bedieningsfouten

verkleinen.

opleiding,

goede voorschritten

in de fabriek en in de controlekamer
Men behoort persoonlijke

Hoe groot is de kans op optreden


kans te verwaarlozen?
een geloofwaardige

en ergonomisch

van een ongewenste

te dragen

te worden, vluchtroutes
gebeurtenis?

1.3.4.2

Wanneer

in

Kan een leidingbreuk

Wat is de maximaa/ geloofwaardige


accident)?

ongewenste

aanis die

Stroomstoringen
kunnen een aantal keren per jaar voorkomen. Zelfs bij kortstondige
stroomuitval valt de fabriek volledig uit, waarna via 'reset' het proces weer moet worden

(MeA = maximum credible


Knabbelen

Men dient de extra kosten af te wegen tegen de extra veiligheid.


het geld wei goed besteed in de risicobeheersing?
Wanneer is een risico aanvaardbaar?

wij met ons ont-

Stel prioriteiten.

Wordt

Er wordt veel 'op het gevoel' gewerkt.

grootste mcustrtele activiteit. De deelname


lig risico van een individu.

Werken in het huishouden

in de omgeving

Een kortstondige uitval kan soms door buffering


perslucht of proceswater.

ring in een veilige stand.


Sij kleppen heeft men hiervoar de keuze: drukapenend

van de

geeft een zeer groot risico op stertte aan

in perso-

De ramp in 1976 in hat Italiaanse

slachtotfers

(do.

d .....
I

,i

Seveso waarbij 2 kg dioxine vrijkwam bij de productie

in Nederland en de grote bevolkingsdichtheid

of druksluitend.

voor een gaswasser

verpompt,

is essentieel.

Uitval

gaan waardoor de pomp is uitgevallen.

van trictuoortenol en waarbij geen direct aantoonbare menselijke doden vielen, leidde in
Europa tot de zogenaamde post-Seveso-richtlijnen
om de veiligheid in productieprocessen te verhogen.
Sij de ~rote industrialisatie

bij

betekent emissie. In dit geval dient een reservepomp te worden opgesteld. Deze reservepomp wordt meestal 'met de hand' opgestart, omdat men eerst ter plaatse moet na-

nen per jaar): voor grote ongevallen, milieugevaarlijke stoffen en straling 1 : 33 000, voor
autorijden 1 : 5 700, voor 1 pakje sigaretten roken per dag 1 : 200.
Chemische rampen spreken de media vee I meer aan dan de dagelijkse
den en gewonden) in hel verkeer.

bijvoorbeeld

c. .... een pomp uitvalt?


Een pomp die de absorptievloeistaf

is (met bijna 16 miljoen inwoners, uitgedrukt

worden,

Men gebruikt oak de term intrinsieke, inherente of ingebouwde veiligheid. Het proces
schakelt zich vanzelf (zander hulpenergie) in een veilige stand als er een storing is.

blijkt veelal onveiliger te zijn dan in een chemische fabriek.

De kans op overlijden in Nederland

opgevangen

Het ontwerp dient zoveel mogelijk 'fail-safe' te zijn, dat wil zeggen het proces valt bij sto-

aan het verkeer noemt men echter een vrijwil-

van tabaksrook

niat aanslaat?

b ..... andere 'utilities' uitvallen?


In het algemeen geldt hier hetzelfde als voor stroomuitval.

de bovengrens

in het verkeer is 100x groter dan de sterttekans

worden.
Wat gebeurt er als .... het noodstroomaggregaat

10-8 per jaar is dan een verwaarloosbaar risico. Om een chemische fabriek kan men dan 10-5, 10-s, 10-7, 10-8 per jaar lsorisicocontouren trekken. Er mogen zich geen woningen bevinden In de 10-s of zelfs 10-8
zone. Het gaat hierbij om een risicobe/eving.

Het actief en passief inademen


kanker.

Noodstroomaggregaten
worden aileen ingezet voor vitale delen van het proces, bijvoorbeeld voor koelmachines of koelmediumpompen
en moeten dan automatisch gestar!

De overheid stelt wei dat de kans op een dodelijk ongeval ten gevolge van een bedrijfscalamiteit van 1 op 106 of 108 omwonenden per jaar aanvaardbaar is.
De ondergrens 10-6 per jaar komt overeen met de kans op overlijden door een neerstor-

De sterftekans

van

opgestart.

Wat is veiligheid ons waard? Wat kost een mensenleven?


werp weer een stukje van de 'duurzame samenleving' af?

tend vliegtuig of een overstroming;

waarbij bij het ontwerpen

Wat gebeurt er als .... ?


a ..... de elektriciteit uitvalt?

optreden bij goed onderhoud?

gebeurtenis

Wat gebeurt er als .... ?

Hieronder wordt ter illustratie een aantal gevallen besproken,


het proces antwoord dient te worden gegeven op de vraag:

Is een vliegtuig dat neerstort op een tank met vloeibaar aardgas,

gebeurtenis?

Deell

zullen de kans op

veiligheidsmiddelen

het bedrijf. Leidingen en apparaten dienen goed gecodeerd


gegeven, blusapparatuur aanwezig.

Inleiding milieutechnologie

een pijp in een pijp-mantelwarmtewisselaar

lekt?

Een lekkende pijp kan worden vastgesteld met behulp van een drukverschilmeting over
de warmtewisselaar 01 door na te gaan 01 het te koelen medium voorkomt in het koelmedium

(respectievelijk

het koelmedium

in het te koelen medium,

indien dit koelmedi-

um op een hogere druk staat).


Ais medium 1 absoluut niel bij medium

(380 inwoners

men te zorgen cat medium

per ~m ), IS momenteel de levensverwachting


van Nederlanders _ die toch slechte 'milieutijdan hebben meegemaakt - hoog (man 74 jaar, vrouw 81 jaar).

warmtewisselaar

2 mag komen, maar omgekeerd

wei, dan dient

2 een hogere druk heefl of men dient een ander type

te kiezen (bijvoorbeeld

een regenkoeler)

of een ander koelmedium.

e .....
Opgave 1.22

,,

Pleeg een risicoanalyse

,,,

op een systeem met een pijp-mantelwarmtewisselaar.

,,

er 's nachts onverwachts vorst optreedt?


Sevroren waterleidingen kunnen lek worden.
Sewegende

apparatuur

kan door aanvriezen

Zorg dat vorstvoorzieningen

(bijvaorbeeld

blokkeren.
stoom-

ot

elektrische

'tracing')

in de winter

stand-by staan.
1-40
!

1-41

oeell

Inleiding milieutechnologie

.... de grondstof

f.

is verontreinigd

respectieve/ijk een verkeerde grondstof

wordt inge-

voerd?
Er dient een ingangscontrole te zijn op grond- en hulpstoffen en met de leverancier dienen goede afspraken te zijn gemaakt (kwaliteitscertificering

volgens ISO 9000-normen).

Vaten en zakken met chernicalien dienen goed gemerkt te zijn.


Verder is het nuttig om kijkglazen in de toevoer naar een reactor of opslag op te ne-

Inleiding milieutechnologie

Deel l

Een noodstopprocedure

dient aanwezig te zijn voor net snel veilig stellen van het pro-

ces, bijvoorbeeld in het geval dat het bedienend personeel moet vluchten voor een
brand.
Het productietempo (capaciteit) teveel verlagen kan betekenen dat de optimale procescondities niet meer worden bereikt, met gevolgen voor het product en eventueel milieu.
Zie ook het voorbeeld in hoofdstuk 1.5.2.6.

men, zodat men nog iets kan zien.


g .....

Andere aandachtspunten

een meet- en rege/instrument faa/t?

Ais de ingestelde waarde ('setpoint') in een bepaalde mate onder- of overschreden


wordt, wordt dit gesignaleerd door een optisch of akoestisch signaal ('alarm') en/of er
voigt een actie (bijvoorbeeld 'stop toevoer').
Storing kan optreden in de meetsonde, in het doorgeven en het verwerken van het signaal en in de uitwerking van het regelorgaan.

Breng bliksembeveiliging aan.


Aile apparatuur dient tegen statische elektriciteit geaard te zijn.
Sluit geen vloeistoffen of gassen op in apparaten of in leidingen tussen twee afsluiters,
als er expansie zou kunnen optreden door warmte of ontleding, tenzij er een breekplaat
of veiligheidsventiel

h .....

bedieningsfouten

worden gemaakt?

Automatisering dient niet aileen tot arbeidsbesparing, maar ook tot betere procesbesturing en veiligheid. Echter, apparatuur kan ook falen. Bovendien worden in de praktijk bij
storingen en bij opstarten regelkringen wei 'overbrugd'.
Apparaten en leidingen dienen goed gecodeerd te zijn, de lay-out overzichtelijk en de
bedieningspanelen ergonomisch verantwoord.
I.

.. ..

er /ekkage optreedt?

Een fabriek met veel apparaten en leidingen, met veel aansluitstukken


kingen zal altijd ergens lekkage te zien geven.

(flenzen) en pak-

Door een gasinstallatie onder onderdruk te zetten, kan men zorgen dat er bij lekkage In
ieder geval geen gas naar buiten komt. Wat echter zijn de risico's van de ingezogen
lucht bij het gas?
j.

is aangebracht.

Leg leidingen onder afschot zodat ze kunnen leeglopen.


Houd lucht weg bij brandbare vluchtige organische stoffen, bijvoorbeeld

met inert gas

(N2' CO2),
Breng testvoorzieningen en inspectiemogelijkheden aan.
Vloeistofsnelheid in leidingen is 1 - 4 rn/s. Neem 1 mls bij sterk statisch oplaadbare vloeistoffen. Gassnelheid in leidingen is 10 - 20 m/s bij schoon gas en 40 - 50 m/s voor gas
met zwevend stot (om stofafzetting te voorkomen).
Ontwerp leidingen en apparaten zodanig dat ze een 'hold-up' niet groter dan noodzakelijk hebben.
N.B.
Men heeft bij het ontwerpen en in gebruik stellen van een procesinstallatie

te maken met

vele wettelijke normen en voorschriften.

.. .. een leiding of k/ep verstopt raakt?

Dit kan gebeuren door zwevend vuil, maar ook door aangroei (kristallisatie) of polymeriserende stoffen.

Opgave 1.23
Wat gebeurt er in een gekoelde polymerisatiereactor als het roerwerk van de roeras vall?

Filters kunnen kleppen beschermen;


oorzaken en op den duur dichtslaan.

Opgave 1.24

nadeel is dat fijnfilters een te grote drukval verBenzeen bevriest bij + 6C.

k .....

Hoe kan men hiermee in een ontwerp voor een benzeenopslagtank

een roerwerk van de as losteekt?

rekening houden?

Van belang is dat men (eventueel via een kijkglas) in de reactor kan kljken.
Roeren is onder andere essentieel bij warmteoverdracht in reactoren.
I. .... de fabriek moet opstarten, stoppen, een noodstop moet maken respectievelijk het
productietempo moet veranderen?

Economische aspecten

Opstarten en stoppen van een continufabriek zijn een complex gebeuren. Bij opstarten
zijn de optimale procescondities nog niet bereikt, regelkringen moeten worden over-

Het schoonhouden
teiten kost geld.

brugd, een katalysatorbed dat optimaal werkt bij 400C is nog niet op temperatuur.
een verhoogde kans op emissies en op onveilige situaties.

Het is van belang in een vroeg stadium van een project al een schatting te kunnen maken
van de eenmalige investeringskosten en van de jaarlijkse exploitatiekosten.

1-42

1.3.5

Er is

van het milieu en het beperken van risico's bij het bedrijven van activi-

1-43

Inleiding milieutechnologie

Deell

Een behoorlijke investeringsraming

kan men pas maken na de 'detailed engineering',

na offertebeoordeling.
Een zeer grove investeringsschatting

Inleiding milieutechnologie

Rente is 6 - 10% jaarlijks op geleend kapitaal.

dus

Een economische evaluatie moet uitmaken of de te bouwen activiteit (nog) lonend is.

kan worden gemaakt als men weet welke (grotere)

Milieu-investeringen

apparaten gebruikt zullen worden en wat hun kale prijs is.

leveren - afgezien van de maatschappelijke

waarden - maar zelden

rendement op.

Er geldt globaal:
investering

Deell

= kale apparatuurprijs

* lang-factor

Men rekent wei met de terugverdientijd (pay back period) = totale investeringskosten 9 edeeld door de jaarlijkse nettobesparingen, met of zonder renteverlies op het investerings-

De lang-factor is 4 voor de gemiddelde chemische industrie, 3 bij vee I civie~.werk (beton, bijvoorbeeld in de waterzuivering) en kan oplopen tot 8 voor een zwaar gelnstrumenteerde
en beveiligde fabriek (peroxidefabriek).
Probleem is vrijwel altijd dat een project in werkelijkheid:

Bij milieusaneringen zullen prioriteiten moeten worden gesteld (ecologie versus economie),
zowel bij besteding van particuliere als van overheidsgelden.

meer kost;
langer duurt;
kinderziekten vertoont na opstarten.
Bij investeringsramingen begint men meestal de koste.n te tellen v~naf ~e process engineering. Research- en developmentkosten tell en dus niet mee. Englneerlngskosten (voornamelijk mensuren) worden veelal geraamd op 15 - 25% van de investering.
Tot de investeringskosten behoren ook grondkosten, verzekeringen, opstartkosten
20% onvoorzien.
Op investeringen in innovatieve technologie, in energiebesparing

kapitaal.
Een pay back period groter dan drie tot vijl jaar geldt als onrendabel.

en 10-

Wat gaat voor?


a. een laatste 100/0-emissiesanering in Nederland of tegen dezelfde kosten de eerste 500/0sanering in een Oost-Europees land?
b. bodemsanering of energiebesparing?
Er zijn stoffen die niet mogen worden geloosd ('zwarte-lijststoffen'). In dat geval hanteert de
overheid het principe dat gesaneerd dient te worden volgens de best technical means

en in milieuzorg kan men

soms subsidie krijgen.

(best beschikbare techniek, ongeacht de kosten). In andere gevallen wordt gesaneerd volgens de best practicable means (best uitvoerbare techniek, de kosten en het effect worden
tegen elkaar afgewogen).

De exploitatiekosten zijn te verdelen in variabele en vaste kosten:


variabele kosten zijn onder andere de kosten van grond- en hulpstoffen, energie, verpakking en milieuheffingen (bijvoorbeeld heffing op lozing van afvalwater op basis van geloosde inwonerequivalenten); deze kosten zijn evenredig met het geproduceerde tonnage. Opbrengsten zijn negatieve variabele kosten;
vaste kosten zijn onder andere personeelskosten

(operators, monteurs, kwaliteitscontro-

leurs, logistieke dienst, overhead), afschrijvingen,

kosten van diverse algemene afdelin-

gen (personeelszaken, administratie, inkoop-, verkoop- en marketingafdelingen,


en development, engineering, technologische dienst), financieringsiasten.

research

Opmerking
Bij een lagere verkoop en dus lagere productie zijn de variabele kosten per ton product navenant lager, maar biijven de vaste kosten constant. Men gebruikt wei het beg rip 'breakevenpoint': vanaf welke minimumverkoop zijn de vaste kosten gedekt?
Om een volcontinudienst te bemensen zijn er vijf ploegen nodig, die gemiddeld 33,6 werkuren per week maken. In zo'n vijfploegendienst

bestaat dan een formatieplaats

uit zes

zeven operators (vijf plus reserve voor ziekte, vakantie en dergelijke).


Voor onderhoud neemt men wei ais jaarlijkse lasten 5 - 15% van de investering.
Bij afschrijving van de installatie in tien jaar is dit 10% van de investering aan jaariijkse kosten.
1-44

I .- 45

/n/siding mi/isutschnologis

Deell

In/eiding milieuteobnotoqle

Deell

Bijzonder onderwerp:

1.5.1

Technische microbiologie en bioprocestechnologie

(in samenwerking met ir. A. Demper)

.fo.
1.5.1.1

Technische microbiologie

Microbiologie

is de wetenschap

de levensverrichtingen

die zich bezighoudt

met het bestuderan

CP

van micro-organismen.

SK

Bij de technische

microbiologie

micro-organismen
Micro-organismen

in de bioprocestechnologie.
worden toegepast bij de sanering van verontreinigde

dem, maar ook bij grootschalige

gaat het vooral om de (milieu)technische

productie van stoffen (bijvoorbeeld

toepassing

van

lucht, water en be-

penicilline en alcohol).

Micro-organismen
Micro-organismen

"

van de bouw en

CM

zijn microscopisch

klein; de oppervlakte/inhoud-verhouding

is groot, met

CM
CP
CW
F
FL

=
=
=
=
=

celmembraan/cytoplasmamembraan
cytoplasma
celwand
fostaten
flagel

N
R
S
SK

= nucleus (DNA)

ribosomen
= suikers
= slijmkapsel
=

als gevolg dat voedselopname


door de celwand erg efficient kan plaatsvinden. Dit heeft
weer tot gevolg dat groei en voortplanting snel kunnen verlopen. Onder gunstige omstandigheden

kunnen er in een korte tijd enorme aantallen

micro-organismen

individu. Het zijn juist deze enorme aantallen die de micro-organismen


belangrijke rol te spelen in het milieu en in de milieutechnologie.

ontstaan

uit een

Prokaryote eel

in staat stellen een

Eukaryoten zijn meer gedifferentieerd dan prokaryoten. Eukaryoten zijn grofweg te verdelen in planten en dieren. Aile eukaryoten hebben, net als de prokaryoten,
een eelmembraan met daarin het cytoplasma. Zie figuur 1.22.

zijn te verdelen in prokaryoten en eukaryoten.

Micro-organismen

Figuur /.21

Prokaryoten zijn wat opbouw betreft de eenvoudigste levensvormen. Ze zijn opgebouwd uit
een membraan waarbinnen zich het cytoplasma bevindt waarin de verschillende 'bestanddelen' van het organisme rondzweven. Zie figuur 1.21.

In het cytoplasma

bevinden

nen' van de cel en hebben

zich ook ribosomen


een eigen membraan.

en organellen.

Organellen

De belangrijkste

met daarin het DNA met de erfelijke informatie en de mitochondria


worden als de energiecentrales

van de cel. In. de mitochondria

organellen

zijn de 'orgazijn de kern

die beschouwd

kunnen

wordt chemische

energie

belangrijkste onderdelen in het cytoplasma zijn het circulair DNA met de erfelijke informatie
van het organisme en de ribosomen die betrokken zijn bij de eiwitsynthese.

opgeslagen/omgezet
door middel van ATP (adenosinetrifosfaat).
In het cytoplasma zijn
nog membraansystemen
aanwezig die betrokken zijn bij transport van voedings- en atvalstoffen.

De eiwitsynthese

Om het membraan

bevindt

het feit dat eiwit een bouwstof

is, maar ook anzy-

Plantencellen

heeft. Verder bevinden zich in het cytoplasma

vaak granules van

die van de prokaryoten;

is belangrijk vanwege

matische eigenschappen
reservestoffen

zich meestal een celwand die structuur geeft aan de cel. De

om het celmembraan
de functie

een celwand die anders van opbouw

is hetzelfde.

In het cytoplasma

hebben

is dan

plantencellen

een vacuole. Dit organel zorgt voor de 'turgor' of celdruk (= osmotische druk).

zoals fosfaten of suikers.

Sommige prokaryoten zijn omgeven door een slijmkapsel en sommige hebben


meer flagellen. Dit is een soort zweepstaart waarmee de cel zich kan verplaatsen.

hebben

een of

Verder hebben plantencellen

chloroplasten

die betrokken

zijn bij de fotosynthese,

waarbij

lichtenergie word! omgezet in chemische energie.

I-53
I-52

Deell

Inleiding milieutechnologie
Inleiding milieulechnologie

vormd. De acetylgroep

Deell

aan het acetyl-CoA wordt in de citroenzuureyclus

(01 Krebs-eyelus)

afgebroken tot CO2, waarbij weer energie vrijkomt in de vorm van ATP en de protonen ook
hier overgedragen worden op NAD. Een molecule suiker (een Cs-verbinding) is hierbij 0 mgeze! in zes moleculen CO2, een hoeveelheid ATP en een hoeveelheid

NADH2.

Het geredueeerde

NAD (= NADH2) moet de gebonden protonen weer afstaan om opnieuw


gebruikt te worden. Onder aerobe omstandigheden
kan dat aan zuurstol waarbij water gevormd wordt. Onder anaerobe omstandigheden
is dit niet mogelijk en kunnen andere ver-

NU

NO

bindingen zoals nitraat of sulfaat als protonenaeceptor

dienen.

Bij het overdragen van de protonen komt weer een hoeveelheid energie vrij in de vorm van
ATP. Onder aerobe omstandigheden
komt bij de verbranding van 1 mol glucose zoveel
CP

energie vrij dat hiermee 38 mol ATP gevormd kan worden.

GER

Onder anaerobe omstandigheden

verbinding een protonenaeeep-

tor zijn. Dit heelt tot gevolg dat uit de glucose organische zuren 01 aleoholen gevormd worden. Dit zijn niet volledig geoxideerde organisehe stolfen die vaak het eindproduet zijn bij

CW

CH

= chloroplast
G
= Golgi-complex
GER = glad endoplasmatisch reticulum

KM
M

kan ook een organische

NO
NU
RER
V

= kernmembraan
= mitochondrion

vergisting (= fermentatie) van organisch materiaal. De vorming van biogas (een mengsel
van CO2 en CH4) is een voorbeeld waarbij de koolstof uit het organisch materiaal gedeelte-

= nucleolus (DNA)

= nucleus (eiwitmantel)

lijk volledig geoxideerd wordt (C02) en gedeeltelijk volledig gereduceerd

= ruw endoplasmatisch reticulum


= vacuole

(CH4).

Opbouw van biomassa


Naast het katabolisme bestaat er ook een anabolisme (assimilatie) waarbij de voor mensen wezenlijke voedingsstoffen
uit mineralen worden opgebouwd. Dit proees is voorname-

Figuur 1.22

Eukaryote eel

Iijk voorbehouden

In eukaryote cellen zijn de verschillende

biochemische

processen

gelokaliseerd

in de ver-

schillende organellen. Bij prokaryoten is een deel in het celmembraan


gelokaliseerd
een deel vindt plaats in het cytoplasma. Soms kan een micro-organisme
enzymen
scheiden zodat omzettingen

en
uit-

aan de planten.

ten in chemische energie


verbindingen opgebouwd.

In de chloroplast

kan de plantencel

Iichtenergie

omzet-

in de vorm van ATP. Met deze energie worden organische


Ais bijproduct ontstaat hierbij zuurstof dat voor de 02/C02-

kringloop van belanq is.

ook buiten de cel kunnen plaatsvinden.

De leefomstandigheden van een micro-organisme


Afbraak van voedingsstoffen en opbouw van blomassa
De atbraak van voedingsstollen
milatie 01 verademing.

door micro-organismen

noemt

Voedingsstoffen en energie

men wei katabo/isme,

dissi-

Voor een micro-organisme zijn naast de aanwezigheid van voedingsstoffen


nog andere
voorwaarden aan het leefmilieu verbonden. Een micro-organisme kan aileen overleven
wanneer er water in het milieu aanwezig is. Micro-organismen
deel ult water; aerobe micro-organismen

Suikers zijn - vanwege


.
.
rrucro-orqarusrnen.

hun grote energie-inhoud

- de meest geliefde voedingsstof

van

omgezet

worden

Het pyrodruivenzuur wordt gedehydrogeneerd,


waarbij CO2 wordt afgesplitst. Hierbij ontstaat het 'acetyl-CoA' (CH3 - CO - CoAl. Het 'co-enzyrn A' (CoA) is een 'acetyl-carrier' dat
overdrachtsprocessen

betrokken

een koolstofbron

nodig en een energiebron.

in py-

rodruivenzuur, waarbij een hoeveelheid energie vrijkomt onder vorming van ATP en er protonen overgedragen
worden op NAD (= nicotinamide-adenine-difoslaat),
waarbij het
NADH2 wordt gevormd.

bij vee I biochemische

zuurstof aileen gebruiken

als deze is opgelost in water.


Naast water heeft een micro-organisme

Glucose kan in de glycolyse (01 Embden-Meyerhol-Parnas-wag)

kunnen de benodigde

bestaan voor het overgrote

is. Ook hierbij wordt NADH2 ge-

Wat de koo/stofbron betreft zijn er ruwweg twee groepen


den:
autotroof (= zelfvoedend):

dit micro-organisme

micro-organismen

gebruikt CO2 om organische

te onderscheiverbindingen

op te bouwen;
heterotroof

(= andersvoedend):

als koolstofbron

dienen organische

verbindingen

(meest-

al suikers).

I-54
I-55

Deel I

Inleiding milieulechnologie

De energie die voor deze omzettingen nodig is, wordt gehaald


uit een exotherme chemische reactie (= chemotroof).
Zo zijn groene planten 'fotoautotroof'
Noodzakelijke

voedingsstoffen

of

(nutrienten)

voor micro-organismen

Na, Mg, K, CI, Fe en Ca. Aan sporenelementen


elementen Co, Mo, Cu, Zn en Mn.

te gereduceerde

zijn in het algemeen

de

nodig van de elementen

(zeer kleine hoeveelheden)

zijn nodig de

Deel I

stikstofverbindingen

heid stikstof bepaald


valwater).

en dieren 'chemoheterotroof'.

C, H, 0, N, S en P. Ook zijn redelijke hoeveelheden

elementen

uit zonlicht (= fototroof)

In/eiding milieulechnologie

wordt weergegeven

met het NKi-getal (= de hoeveel-

met de analyse methode van Kjeldahl, uitgedrukt in mg N per liter at-

De koo/stofverbindingen
worden onder aerobe omstandigheden
omgezet in CO2 en onder
anaerobe omstandigheden
eerst in organisehe zuren of alcohol en waarna deze stoffen
door andere anaerobe organismen worden omgezet in CO2 en CH4 (biogas). Wanneer het
gehalte aan oxideerbare koolstofverbindingen
tot een bepaalde waarde is afgenomen,
worden onder aerobe

omstandigheden

door weer andere organismen

de gereduceerde

stikstofverbindingen
geoxideerd. De oxidatie van stikstofverbindingen
levert minder energie
op; daarom worden eerst de koolstofverbindingen
geoxideerd en daarna pas de stikstof-

Temperatuur
Een micro-organisme

is een kleine (bio)reactor waarin allerlei (bio)chemische

reacties verlo-

pen. Voor ehemisehe reacties geldt als vuistregel dat de reactiesnelheid een factor twee
hoger wordt bij elke tien graden temperatuurverhoging.
Dit geldt ook voor biochemische reaeties.
Biochemische reacties worden meestal door enzymen gekatalyseerd. Enzymen zijn eiwitten die niet tegen hoge temperaturen
bestand zijn. Boven een bepaalde temperatuur

verbindingen.
Nitrificatie
De N-verbindingen in gereduceerde
aerobe omstandigheden geoxideerd

vorm kunnen door bepaalde miero-organismen


(genitrificeerd) worden tot N03 -:

onder

treedt denaturatie van het eiwit op. De struetuur is irreverslbel veranderd. Micro-organismen
hebben als gevolg hiervan een optima Ie leeftemperatuur; meestal tussen 5 en 20C, maar
er zijn ook micro-organismen
tione ren.

die bij 50C en zelfs boven 95C (in natuurlijke geisers) fune-

Denitrificatie
Denitrificatie is een anasrooo

pH
Voor de pH geldt ook dat er een optimale

waarde is, waarbij het micro-organisme

het liefst

leeft. Bij extreem hoge of lage pH wordt het organisch materiaal van het organisme

aange-

tast en IS overleven niet mogelijk. De optimale pH voor de meeste micro-organismen


sen 6 en 8, maar er zijn soorten die pH = 1 of 10 verdragen.

is tus-

Zuurstof
Voor strikt aerobe organismen
gensteiling

De benodigde zuurstof komt van de 02 die opgelost is in water.

is zuurstof in opgeloste

tot de strikt anaerobe

micro-organismen

vorm absoluut

noodzakelljk,

die bij aanwezigheid

doodgaan .. Er is.OOk een tussengroep van facultatief-aerobe


rusrnen die In beide milieus kan overleven.

in te-

van zuurstof

of facultatief-anaerobe

orga-

ander soort micro-organisme

proces waarbij N03- wordt gereduceerd


tot NH3, dus omgekeerd aan nitrificatie):

Verwijdering N-verbindingen

uit atva/water

is afvalwaterzuivering

dat N2 uit de lucht opneemt en weer omzet tot NH3.

Eind jaren tachtig


een van de grootste

trieen' waarbij miero-organismen ingezet worden om het beoogde


Afvalwater IS meestal verontreinigd met organisch materiaa!.
Het gehalte aan organisch oxideerbaar

materiaal wordt weergegeven

'indus-

resultaat te verkrijgen.

werd bij Gist-brocades


gevonden

deerde stikstofverbindingen

in Delft in samenwerking

dat onder anaerobe


kan omzetten

omstandigheden

met de TU-Delft een

geredueeerde

in N2. Dit proces wordt de anammoxreactie

geoxldeerde
I-56

bevinden

zich in het afvalwater

vorm (N03 -) en/of in gereduceerde

9 e-

noemd:

om de orWanneer

er dus zowel geoxideerde

als gereduceerde

stikstofverbindingen

aanwezig

zouden die in een stap verwijderd kunnen worden. Of dit in de praktijk toepasbaar
materiaal

en geoxi-

met het CZV-getal (=

chernlsch zuurstofgebruik: de benodigde hoeveelheid chemisch oxidatiemiddel


qanischa koolstof volledig te oxideren, uitgedrukt in mg 02 per liter afvalwater).
Naast organisch

deerd worden onder aerobe omstandigheden,


waarna onder anaerobe omstandigheden
het gevormde N03- omgezet kan worden tot N2. Het heeft geen zin N volledig uit het afvalwater te verwijderen, omdat bij laag N-gehalte er een bepaald soort miero-organisme gaat

micro-organisme
Naast de voedingsmiddelenindustrie

tot N2 (of met een

I
I

Om stikstotverbindingen
uit afvalwater te verwijderen moet eerst het oxideerbare koolstofgehalte verlaagd worden, vervolgens moeten de gereduceerde stikstofverbindingen
geoxi-

functioneren

Micro-organismen voor de afvalwaterzuivering

vaak stikstofverbindingen

in

zijn,

is wordt

nog verder onderzocht.

vorm (NH3INH4+ of ats amlnen). Het gehalI-57

Inleiding milieutechnologie

Deell

InleidiTlg milieutechnologie

Deell

In een cultuur van micro-organismen


Micro-organismen

gebruiken

de aangeboden

voedingsstoffen

niet aileen voor energie-

onder de gegeven omstandigheden

stelt zich een evenwicht ('stationaire


net zo veel organismen

fase') in, waarbij

afsterven als er bijkomen.

voorziening, maar natuurlijk ook als bron voor bouwstoffen voor hun eigen 'biomassa'. Een
deel van de koolstof en stikstof zal dus door het micro-organisme worden opgenomen.
De
samenstelling

van micro-organismen

wordt

meestal

gegeven

C2oH36010N4S (soms ook CSH702N). Hierbij wordt dan gekeken

als CH1.aOo.sNo.2S0.0Sof

Monod-vergelijking
De groei van micro-organismen
ordeproces:

De groei van micro-organism en


vermenigvuldigen

elke de ling verdubbelt.

Sommige

Bioprocestechnologie

naar het droge-stofgehalte

van de biomassa (dus exclusief H20).

Micro-organismen

1.5.1.2

rx --

zich door deling. Oat wi! zeggen dat het aantal zich na
organismen

kunnen zich drie keer per uur delen. Wan-

neer dit zich 48 uur ongelimiteerd


voor zou kunnen
4 000 keer de massa van de aarde geworden zijn.

doen,

zou de

biomassa

bijna

met:

Ii

(kg/m3s)

(kg/m3)

= specifieke groeisnelheid

factoren zijn:

b. ophoping van toxische afvalstoffen;


C. gebrek aan levensruimte.

Ii = limax K

(S-l).

Ii wordt veel de Monod-vergelijking

gebruikt:

Cs
+

(1.2)

met:
Cs

In figuur 1.23 zijn de verschillende


organismen, t = tijd).

eerste-

(I. 1)

Voor de specifieke groeisnelheid


Oat dit niet gebeurt, komt door een aantal factoren. De belangrijkste
a. gebrek aan voedingsstoffen;

als een autokatalytisch

rx = biomassavormingssnelheid

wordt dat een cel 10-1Skg weegt en de aarde 6'1024 kg.

te beschrijven

dCx _
Ii Cx
dt

Cx = biomassaconcentratie
t
= tijd (s)

Opgave 1.47
Ga dit na, als aangenomen

is kinetisch

levensfasen

in een grafiek uitgezet (N = aantal micro-

substraatconcentratie

(kg/m3)

de maximale specifieke groeisnelheid


limax
(kg/m3).
- Monod-constante
Ks

(S-l)

Ks en limax zijn grootheden die behoren bij het micro-organisme en het systeem.
Cs wordt bepaald door de substraatomzettingssnelheid
rs (kg/m3.s).
r = dCs
s
dt

log N

(1.3)

stationalre lase

Veelal wordt rs gekoppeld aan rx:

lag-lase

alstervlngslase

(1.4)
log-lase

waarin: Ysx= yieldfactor (kg biomassavorming


t

Ysxkan bij de bovenstaande

per kg substraatafname).

definiering groter dan 1 zijn.

Ysx geeft aan welk dee I van het omgezette

substraat

gebruikt wordt voor het opbouwen

van biomassa.

Figuur 1.23

Graeicurve van micra-organismen


I-59

I-58

oeell

Inleiding milieulechnologie
oeell

Inleiding milieutechnologie

kL

- zuurstotcverdrachtscoeftlcient

COL H

R-

s
./

C~
"

C-N

(kg/m )

02 in de vloeistof bij die temperatuur

02 in vloeistof aan het grensvlak vloeistof - gas (kg/m3) .

''3

De OTA moet natuurlijk minimaal gelijk zijn aan de zuurstofopnamesnelheid

"CK.J
,f'

in de bulkvloeistof

C~CNH

zuurstofconcentratie

= concentratie

(m-2S-1)

luchtbelien - vloeistof (m2)

C L*-- evenwichtsconcentratie

I
-C-C

uitwisselingsoppervlak

aan de vloeistofkant

--C
H

gen uptake rate) van het micro-organisme.


De kL A is dus een belangrijke parameter en empirisch is gevonden dat:

"

OUA (= oxy-

,f

I
OH

(1.18)
met:

Figuur 1.28

Structuurformu/e

van penici//ine

Penicilline wordt door een schimmel

gemaakt

uit drie aminozuren.

De peniciliineproductie

op grote schaal is een batchproces dat begint in een reageerbuis met een vaste voedingsbodem waarop de schimmel zich ontwikkelt. Vervolgens wordt overgegaan op een vloeiba-

superflclsle

gassnelheid

de gassnelheid

betrokken

op het doorstroomde

pervlak (m/s)
K, a, ~ = constanten, afhankelijk van het systeem, experimenteel

te bepalen.

re voedingsbodem
waarin de schimmel gesuspendeerd wordt. Via wat groter laboratorlurnglaswerk wordt de schimmelkweek overgebracht in een entvat van waaruit de reactor een

Opscha/en
Bij het opschalen van opsteliingen wordt gebruik gemaakt van een aantal vuistregels.
De afmetingen van de fermentor worden uitgedrukt in de diameter/hoogte-verhouding

aantal keren besnt kan worden.

de tankreactor

tH

en in de diameter van de roerder

dat 0,5 <

schudden.
In de reactor kan de temperatuur

De roerder is meestal op een roerderdiameter

ren en beluchten
plaatsvinden.

en vooral als gevolg van de biochemische

energie van roe-

reacties die in de reactor

(Dr)' Aigemeen

van

wordt aangehouden,

De schimmel is een aercob organisme, dus de reactor en het entvat moeten belucht en
geroerd worden. In het laboratoriumglaswerk
vindt beluchting en menging plaats door
oplopen als gevolg van de ingevoerde

0 p-

1HI

Beluchting

< 1,5 en de roerderdiameter

ongeveer 1/30t
hoogte van de bodem geplaatst.

vindt plaats via een beluchtingssysteem

dat zorgt voor kleine belletjes

('spar-

ger') en dat meestal onder de roerder uitkoml.

Oaarom wordt de reactor gekoeld. Zie figuur 1.29.

Penicillineproductie - voorbeeld van een bioproces


Penicilline is een verzamelnaam

voor een groep antibiotica

met een kenmerkende

nootd-

structuur: Zie figuur 1.28.

A is meestal een fenyl- of fenoxy-azijnzuurgroep.


Penicilline
koeling

blokkeert

prokaryoten.

Hierdoor

de enzymen

Figuur 1.29

Schema

productieproces

lucht

zijn bij de opbouw

krijgen bacterlen een zwakke celwand

pot.
De mens is een eukaryoot
lucht

die betrokken

van de celwand

van

en gaan ze gemakkelijk

ka-

en heelt geen celwand. Penicilline heelt dan ook geen invloed

op de mens, wei op zijn bacterien.

penicilline
1-65

1-66

Deel!

In/eiding milieutechnologie

In de reactor wordt gedurende

69 uur de schimmelconcentratie

opgebouwd

tot een maxi-

male waarde. Daarna wordt gedurende 97 uur de substraatconcentratie


zeer laag gehouden zodat de schimmel zich niet maer vermenigvuldigt, maar de voedingsstoffen
aileen
gebruikt worden om in leven ta blijven. De penicillineproductie
Als dit proces gestopt wordt, wordt de penicilline gewonnen
neerslagreactie als het natriumzout van penicilline.

gaat dan wei gewoon

door.

door filtratie, extractie en een

Het proces neamt per batch meer dan een week in beslag en een foutje in de procesvoering betekent dat de hale batch waardeloos

wordt. Er worden dan ook veel voorzorgsmaat-

regelen genomen om touten te voorkcmen, De hele procesgang moet steriel blijven (afgezien van de schimmel). Oit houdt in dat de ingaande stromen met voedingsstoffen
en

chemlcallen voor de regeling van de pH sterlel moeten zijn en dat de lucht die gebruikt
wordt steriel moet zijn. Een infectie van de reactor kan grote gevolgen hebben.
De temperatuur

moet constant 25C zijn en mag niet te hoog oplopen omdat de schimmel

en het penicilline niet tegen hogere ternperaturen bestand zijn.


De schimmelconcentratie
mag niet te groat worden omdat dan de reactorinhoud
wordt en zuurstof niet meer in voldoende mate oplost.
Na afloop van aen batch moet de gebru,ikte apparatuur

schoongemaakt

te visceus
i

.!

worden en geste-

riliseerd.
Kleine voorwerpen steriliseren kan met aen autoclaat bij circa 120C onder druk gedurende
5
10 minuten, maar aen reactor van tientallen kubieke meters wordt steriel gemaakt met

stoom.
Procesvoering

met micro-organismen

is te vergelijken

met de chemische

met katalysatoren. Micro-organismen


vergen wat extra randvoorwaarden
van de procesregeling en procesomstandigheden.

procesvoering
op het gebied
/