Vous êtes sur la page 1sur 14

NVA1 14/10/

LES 5 2015

HUISWERK

Schrijf 10 zinnen over jezelf:


Waar woon je? Uit welk land
kom je? Waar werk je?
Wanneer ben je geboren?

HOE LAAT IS HET?

LUISTEROEFENING 2, P93

WAT ETEN ZIJ? WAT DRINKEN ZIJ? SCHRIJF TOM,


CARLA OF HILDE BIJ DE GERECHTEN IN HET MENU.

LUISTEROEFENING 2C+D, P93


C. L UISTER

NOG EENS NAAR HET GESPREKJE .

drinkt

V UL

DE WOORDEN IN .

1. Tom heeft dorst: hij _____________________iets.

heeft
eet
2. Carla __________
honger: zij _________________
iets.
neemt
3. Tom __________________
broodjes, Carla en Hilde
kiezen
__________________
een dagschotel.
D. W AT

ZEGGEN ZE ?

vind
Ik __________________
broodjes lekker.
zin
Ik heb _______________
in tomatensoep.
eet
Ik __________________
graag kip.

LUISTEROEFENING 4B, P97


1 . Eet Carla graag zout?
Nee, Carla eet niet graag zout.

___________________________________________________
2. Vindt Hilde de dagschotel lekker?
Ja, Hilde vindt de dagschotel lekker, maar de saus is een beetje pikant.
___________________________________________________

3. Heeft Carla zin in kof fie na het eten?


Nee, Carla heeft geen zin in koffie na het eten.
___________________________________________________

4. Kiest Carla een ijsje?


Ja, Carla heeft zin in een ijsje.

___________________________________________________
5. Eet Tom graag ijsjes na het eten?
Nee, Tom vindt ijsjes niet lekker.
___________________________________________________

VOORKEUREN

VINDEN

Ik vind frietjes lekker

Ik vind frietjes NIET lekker

ETEN

Ik eet graag frietjes

Ik eet NIET graag frietjes

DRINKEN

Ik drink graag wijn

Ik drink NIET graag wijn

HOUDEN VAN Ik hou van spaghetti

Ik hou NIET van spaghetti

ZIN HEBBEN IN Ik heb zin in frietjes

Ik heb GEEN zin in frietjes

OEFENINGEN

GROEP 1:
januari februari - maart
WIE IS HET?

GROEP 2:
april mei
DRANK

TEGENGESTELDEN
GROEP 5:
< -- >
oktober november - december

GROEP 3:
juni - juli
+ of - ?

GROEP 4:
augustus
september
FOTOS

OEFENING 3
+

OF

-?

1. Ik hou van frietjes.


2. Ik eet niet graag soep.
3. Ik vind ijsjes heerlijk.
4. Ik drink niet graag wijn.
6. Ik hou niet van vis.
7. Ik drink graag koffie.
8. Ik eet graag spaghetti.

Ik _____ van ___________

Ik heb zin ______________

Ik eet niet graag _________

Ik hou _________________

Ik heb _________________

+
+

Ik vind _________ heerlijk.


Ik drink ________________
Ik vind ___________ lekker.

OEFENING 4
+

OF

-?

Carla: Ah! De soep zo warm!


Carla: Ik vind de soep een beetje zout.
Hilde: De saus is een beetje te pikant.
Tom: Mijn broodjes zijn uitstekend.
Hilde: Het spuitwater is lekker fris.
Carla: De rijst is koud!
Hilde: De frieten smaken heerlijk!
Tom: Het dessert is fantastisch.

+
+
+
+

OEFENING 5, P96

koud
gezond
mooi

leuk

zout
vervelend
vies
moeilijk

WAT VIND JIJ VAN?

de les
Nederlands

OEFENING 6, P97
1. lekker
2. zout
3. zoet
4. vies
5. vervelend
6.mooi/lief
7. gezond/zuur
8. ongezond/lekker
9. lelijk
10. warm
11. koud

OEFENING 7, P98