Vous êtes sur la page 1sur 111

ANTON DE KOM UNIVERSITEIT VAN SURINAME

Faculteit der Technologische Wetenschappen

Het ontwerpen van een nieuw hoofdkantoor voor de Staatsolie


Maatschappij Suriname N.V.
Deel 4 Een kantoorgebouw met een economische en duurzame
draagconstructie

Een afstudeerverslag ingediend ter afronding van de studie van Bachelor of Science (BSc) in
Civiele techniek

Door: Nishada Abdoelkariem


Studentennummer: 06IS1027
Jaar van inschrijving: 2006

Faculteitsbegeleider: Ir. Johan Martinus


Praktijkbegeleider: Ir. Rino M. Tjin-Wong-Joe
Bedrijfsbegeleider: Ing. David Kertotiko

Paramaribo, november 2013

GOEDKEURING EINDVERSLAG
ANTON DE KOM UNIVERSITEIT VAN SURINAME
Faculteit der Technologische Wetenschappen

GOEDKEURINGSVERKLARING EINDVERSLAG

De begeleidingscommissie verklaart hiermede, voor wat betreft de stijl en intellectuele


inhoud, haar goedkeuring te hebben gegeven aan het afstudeerverslag geschreven door:

met als titel:

Derhalve wordt deze voorgelegd ter verdere afhandeling en beoordeling.

Paramaribo,
namens de begeleidingscommissie,

----------------------------------

----------------------------------

VOORWOORD
Ter afronding van de studie aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, dient in de
afrondingsfase van de studie een afstudeerproject uitgevoerd te worden. Dit project heeft als
doel om de student een onderzoek te laten uitvoeren in de praktijk van de gekozen richting.
De resultaten van dit project dienen vastgelegd te worden in een afstudeerverslag, waarna het
afstudeeronderzoek afgesloten wordt met een presentatie en verdediging van het onderzoek.
Dit verslag is deel van een onderzoek naar de mogelijkheden voor het opzetten van een nieuw
hoofdkantoor voor de Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. Dit deel van het onderzoek is
bedoeld om een gebouw op te zetten met een economische en duurzame draagconstructie.
Er zijn veel personen die ik zeer dankbaar ben voor de ondersteuning, geduld en motivatie
tijdens dit afstudeerproject. Allereerst wil ik mijn ouders en zus bedanken voor de steun
gedurende mijn studie. Op de tweede plaats bedank ik mijn vriend Anthony die mij ook de
nodige ondersteuning gaf tijdens het afstudeerproces. Tot slot bedank ik mijn familie,
vrienden en een ieder die op welke wijze dan ook geholpen heeft met het tot stand komen van
dit verslag.
Bijzondere dank gaat uit naar mijn begeleiders Ir. J. Martinus, Ir. R. Tjin-Wong-Joe en Ing.
D. Kertotiko voor hun deskundige begeleiding gedurende dit afstudeerproject.
Last but not least dank ik mijn groepsleden A. Sno en N. Peroti voor de samenwerking.

Nishada Abdoelkariem,

Paramaribo, november 2013

ii

SAMENVATTING
Dit verslag vloeit voort uit het tweede stadium van het afstudeerproject. Het is het vierde deel
uit een geheel bestaande uit zes delen.
De delen zijn genaamd:
1. Deel1: Bedrijfs- en locatieonderzoek, door Asha Sno, Nagesty Peroti en Nishada
Abdoelkariem
2. Deel 2: Een functioneel kantoorgebouw, door Nagesty Peroti
3. Deel 3: Energie -en waterefficintie in grote kantoorgebouwen, door Aisha Sno
4. Deel 4: Een kantoorgebouw met een economische en duurzame draagconstructie, door
Nishada Abdoelkariem
5. Deel 5: Het gezamenlijk conceptontwerp, door Aisha Sno en Nagesty Peroti
6. Deel 6: Het gezamenlijk constructief ontwerp, door Nishada Abdoelkariem
De hoofdprobleemstelling van dit verslag luidt als volgt: Hoe zou een ontwerp voor een
hoofdkantoor, dat voldoet aan de eisen en wensen van het bedrijf Staatsolie, eruit kunnen
zien? In dit verslag staat centraal het ontwerpen van een gebouw met een economische en
duurzame draagconstructie. Ter beantwoording van de probleemstelling is er gekeken naar de
verschillende alternatieven betreffende de draagconstructies van gebouwen en de
verschillende bouwmethoden. Vervolgens zijn onder andere de verschillende bouwmethoden
uitgewerkt, de alternatieve materialen weergegeven en de verschillende vloeren bekeken.
Hierna zijn er twee concept ontwerpen uitgerekend, waarbij het ene ontwerp geconstrueerd is
op basis van een economische en duurzame draagconstructie en het andere ontwerp
geconstrueerd is op basis van een gebouw met een functionele logistieke indeling
gecombineerd met een gebouw dat energie- en waterefficint is. Aangezien het gezamenlijk
ontwerp constructief niet mogelijk was is dit ontwerp aangepast en opnieuw uitgerekend. Het
aangepast ontwerp is constructief wel mogelijk. Voorts is er een kostenraming gemaakt van
de ontwerpen.
Gelet op een economische en duurzame draagconstructie is de beste keus: een gebouw
bestaande uit 5 bouwlagen met de 3D vakwerkbogen die de grote kolomvrije ruimten
overspannen. Dit ontwerp is constructief mogelijk en is goedkoper dan het gezamenlijk
concept ontwerp en het (gezamenlijk) aangepast concept ontwerp.

iii

INHOUDSOPGAVE
GOEDKEURING EINDVERSLAG ................................................................................... i
VOORWOORD ............................................................................................................... ii
SAMENVATTING........................................................................................................... iii
LIJST VAN FIGUREN ................................................................................................... vii
LIJST VAN GRAFIEKEN ............................................................................................... ix
LIJST VAN TABELLEN .................................................................................................. x
LIJST VAN SYMBOLEN EN AFKORTINGEN ............................................................ xiii
1

INLEIDING ............................................................................................................... 1
1.1
1.1.1

Probleembeschrijving en probleemstelling ................................................................ 1

1.2

Uitgangspunten .................................................................................................... 1

1.2.1

Doelstelling ................................................................................................................ 2

Randvoorwaarden ................................................................................................ 2

1.3

Methode van onderzoek ............................................................................................. 3

1.4

Opbouw van het verslag............................................................................................. 3

DRAAGCONSTRUCTIES ALGEMEEN .................................................................. 5


2.1

Draagconstructies van kantoorgebouwen .................................................................. 5

2.2

Bouwmethoden .......................................................................................................... 5

3 VOORBEELDEN VAN DRAAGCONSTRUCTIES VAN GEBOUWEN IN HET


BUITENLAND ................................................................................................................. 6
4 LITERATUURONDERZOEK BETREFFENDE DE DRAAGCONSTRUCTIE
VAN GEBOUWEN ........................................................................................................ 13
4.1

Gebouwhoogten ....................................................................................................... 13

4.2

Bouwmethoden ........................................................................................................ 14

4.3

Alternatieve materialen ............................................................................................ 18

4.3.1

Hout.................................................................................................................... 18

4.3.2

Staal.................................................................................................................... 18

4.3.3

Beton .................................................................................................................. 20

4.4

Overspanningen ....................................................................................................... 21

4.5

Alternatieve vloeren ................................................................................................. 22

4.5.1

In situ gestorte betonvloeren .............................................................................. 22

4.5.2

Half prefab-betonvloeren ................................................................................... 23


iv

4.5.3
4.6

Prefab- betonvloeren .......................................................................................... 27


Funderingen ............................................................................................................. 28

PROGRAMMA VAN EISEN .................................................................................. 30

VERGELIJKING VAN DE ALTERNATIEVEN VOOR SURINAME ...................... 33


6.1

Alternatieve gebouwhoogten ................................................................................... 33

6.2

De verschillende bouwmethoden ............................................................................. 34

6.3

Materiaalkeuze ......................................................................................................... 37

6.4

Overspanning ........................................................................................................... 40

6.5

Vloeren..................................................................................................................... 40

6.6

Fundering ................................................................................................................. 43

6.7

De resultaten en de conclusies ................................................................................. 43

6.7.1

De resultaten ...................................................................................................... 46

6.7.1.1

Criterium 1 Materiaalhoeveelheden ........................................................... 46

6.7.1.1.1 Beton ......................................................................................................... 46


6.7.1.1.2 Staal........................................................................................................... 47
6.7.1.2

Criterium 2 Materiaalkosten ....................................................................... 52

6.7.1.2.1 Beton ......................................................................................................... 52


6.7.1.2.2 Staal........................................................................................................... 53
6.7.1.3

Criterium 3 Uitvoerbaarheid ....................................................................... 65

6.7.1.3.1 Materiaal en Materieel .............................................................................. 65


6.7.1.3.2 Know how/ervaring .................................................................................. 65
6.7.2

De conclusies ..................................................................................................... 67

6.7.2.1

Conclusies op grond van de berekeningen ................................................. 67

6.7.2.1.1 Tonnage en Materiaalkosten ..................................................................... 67


6.7.2.1.2 Uitvoerbaarheid......................................................................................... 69
6.7.2.2
Conclusies op grond van de berekeningen, de bijkomende aspecten en de
keuze voor het beste alternatief concept ontwerp ........................................................ 69
7

CONCEPT ONTWERPEN ..................................................................................... 71


7.1

Ruimtelijke functies ................................................................................................. 72

7.2

Concept ontwerp en de berekeningen ...................................................................... 73

7.2.1

De ontwerpen ..................................................................................................... 73

7.2.1.1 Ontwerp 1......................................................................................................... 74


7.2.1.2 Ontwerp 2......................................................................................................... 75
7.2.1.3 Ontwerp 3......................................................................................................... 76
v

7.2.2

Het gekozen concept ontwerp ............................................................................ 78

7.2.3

De draagconstructie van het gekozen concept ontwerp ..................................... 78

7.2.4

Belastingen......................................................................................................... 80

7.2.5

De resultaten van het gekozen concept ontwerp ................................................ 81

7.3

Het gezamenlijk concept ontwerp en de berekeningen............................................ 84

7.3.1

Het gezamenlijk concept ontwerp ...................................................................... 84

7.3.2

De draagconstructie van het gezamenlijk concept ontwerp ............................... 85

7.3.3

Belastingen......................................................................................................... 85

7.3.4

De resultaten van het gezamenlijk concept ontwerp.......................................... 87

GLOBALE KOSTENRAMING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................ 91


8.1

Globale kostenraming gekozen concept ontwerp .................................................... 91

8.2

Globale kostenraming gezamenlijk concept ontwerp .............................................. 91

8.3

Conclusies en aanbevelingen ................................................................................... 92

REFERENTIES ............................................................................................................. 95

vi

LIJST VAN FIGUREN


1Figuur 3-1 Bedrijfsverzamelgebouw de Reeuwijkse Poort in aanbouw .................................. 6
2Figuur 3-2 Bedrijfsverzamelgebouw De Reeuwijkse Poort na het plaatsten van de vloeren .. 6
3Figuur 3-3 Bedrijfsverzamelgebouw De ReeuwijksePoort ..................................................... 6
4Figuur 3-4 Gebouw van de Ichthus Hogeschool...................................................................... 7
5Figuur 3-5 Draagconstructie van het gebouw van de Ichthus Hogeschool, Rotterdam........... 7
6Figuur 3-6 Gebouw van de Bazel, Amsterdam in aanbouw .................................................... 8
7Figuur 3-7 Gebouw van de Bazel, Amsterdam ........................................................................ 8
8Figuur 3-8 Gebouw van Fifty TwoDegrees, Nijmegen ........................................................... 9
9Figuur 3-9 Binnenkant van gebouw van Fifty TwoDegrees, Nijmegen .................................. 9
10Figuur 3-10 Gebouw van Ingalls in aanbouw ...................................................................... 10
11Figuur 3-11 Gebouw van Ingalls, Ohio ............................................................................... 10
12Figuur 3-12 Gebouw van Violy toren, Amsterdam ........................................................... 11
13Figuur 3-13 Binnenkant van Violy toren ........................................................................... 11
14Figuur 4-1 Maatgevende belasting gebouwvormen ............................................................. 13
15Figuur 4-2 Metselaars bezig met het handmatig opstapelen van stenen. ............................. 15
16Figuur 4-3 Animatietekening stapelbouw constructie door gebruik te maken van
hulpmiddelen............................................................................................................................ 15
17Figuur 4-4 Voorbeeld van een betongietbouw constructie .................................................. 15
18Figuur 4-5 Animatietekening van een constructie d.m.v gietbouw ..................................... 16
19Figuur 4-6 Voorbeeld van een constructie d.m.v Montagebouw, City Building Rotterdam
.................................................................................................................................................. 16
20Figuur 4-7 Animatietekening van een constructie d.m.v montagebouw ............................ 16
21Figuur 4-8 Skeletbouw in staal, project Yahara van Dfmaher............................................. 17
22Figuur 4-9 Stalen skelet van de Fair Store, Cicago, 1891 ................................................... 17
23Figuur 4-10 Skeletbouw in beton van de Openluchtschool in Amsterdam ......................... 17
24Figuur 4-11 Dragende en scheidende eigenschappen hout .................................................. 18
25Figuur 4-12 Profielfactor staal ............................................................................................ 19
26Figuur 4-13 Dragende en scheidende eigenschappen staal.................................................. 20
27Figuur 4-14 Dragende en scheidende eigenschappen beton ............................................... 21
28Figuur 4-15 Storten van in situ betonvloer ......................................................................... 23
29Figuur 4-16 Storten van in situ betonvloer dmv betonpomp ............................................... 23
30Figuur 4-17 Vuistregels dimensionering in situ betonvloeren ............................................. 23
31Figuur 4-18 Breedplaatvloer ................................................................................................ 24
32Figuur 4-19 Opbouw breedplaatvloer .................................................................................. 24
33Figuur 4-20 Vuistregels dimensionering breedplaatvloeren ................................................ 25
34Figuur 4-21 Staalplaat betonvloer ........................................................................................ 25
35Figuur 4-22 Storten van beton op een koud vervormde geprofileerde staalplaat ................ 26
36Figuur 4-23 Opbouw staalplaat betonvloer.......................................................................... 26
37Figuur 4-24 Vuistregels dimensionering staalplaat betonvloeren ....................................... 26
vii

38Figuur 4-25 Voorgespannen kanaalplaatvloer ..................................................................... 27


39Figuur 4-26 Kanaalplaatvloer toegepast in verdiepingsgebouw .......................................... 28
40Figuur 4-27 Opbouw kanaalplaatvloer ................................................................................ 28
41Figuur 4-28 Vuistregels dimensionering voorgespannen kanaalplaatvloeren ..................... 28
42Figuur 4-29 Paalfundering en strokenfundering op staal ..................................................... 29
43Figuur 6-1 Gebouw dat bestaat uit 3 bouwlagen ................................................................. 33
44Figuur 6-2 Gebouw dat bestaat uit 8 bouwlagen ................................................................. 33
45Figuur 6-3 Gebouw dat bestaat uit 12 bouwlagen ............................................................... 34
46Figuur 6-4 Geschoorde constructie (constructie met een kern) die bestaat uit 8 bouwlagen
in beton..................................................................................................................................... 44
47Figuur 6-5 Geschoorde constructie die bestaat uit 8 bouwlagen in staal ............................ 44
48Figuur 6-6 Ongeschoorde constructie die bestaat uit 8 bouwlagen in beton ...................... 45
49Figuur 6-7 Ongeschoorde constructie die bestaat uit 8 bouwlagen in staal ........................ 45
50Figuur 6-8 Eigenschappen stalen profiel HEB 900 ............................................................ 47
51Figuur 6-9 Eigenschappen stalen profiel HEM 900 ........................................................... 48
52Figuur 6-10 Eigenschappen stalen profiel HD 400x1086................................................... 48
53Figuur 7-1 Indicatie bruto vloeroppervlak. .......................................................................... 73
54Figuur 7-2 Ontwerp 1........................................................................................................... 74
55Figuur 7-3 Unity checks Ontwerp 1..................................................................................... 74
56Figuur 7-4 Ontwerp 2........................................................................................................... 75
57Figuur 7-5 Unity checks Ontwerp 2..................................................................................... 75
58Figuur 7-6 Ontwerp 3........................................................................................................... 76
59Figuur 7-7 Unity checks Ontwerp 3..................................................................................... 77
60Figuur 7-8 Constructieve schematisatie vanuit de linker voorkant ..................................... 79
61Figuur 7-9 Constructieve schematisatie vanuit de rechterkant ............................................ 79
62Figuur 7-10 Aanzicht vanuit linker voorkant....................................................................... 80
63Figuur 7-11 Vooraanzicht .................................................................................................... 80
64Figuur 7-12 Constructieve schematisatie ............................................................................. 83
65Figuur 7-13 Het gezamenlijk concept ontwerp .................................................................... 84
66Figuur 7-14 Het gezamenlijk concept ontwerp .................................................................... 84
67Figuur 7-15 Constructieve schematisatie oorspronkelijk ontwerp ...................................... 85
68Figuur 7-16 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 3............................................. 87
69Figuur 7-17 Unity check voor de balken van bouwlaag 3 .................................................. 87
70Figuur 7-18 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 5............................................ 88
71Figuur 7-19 Unity check voor de balken van bouwlaag 5 .................................................. 88
72Figuur 7-20 Constructieve schematisatie aangepast ontwerp .............................................. 89
73Figuur 7-21 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 1............................................. 89
74Figuur 7-22 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 3............................................. 90
75Figuur 7-23 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 5............................................. 90
76Figuur 7-24 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 6............................................. 90

viii

LIJST VAN GRAFIEKEN


1Grafiek 6-1 Tonnage staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 5m ........... 50
2Grafiek 6-2 Tonnage staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 10m ......... 51
3Grafiek 6-3 Tonnage staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 20m .......... 51
4Grafiek 6-4 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 5m 55
5Grafiek 6-5 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 10m
.................................................................................................................................................. 55
6Grafiek 6-6 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 20m
.................................................................................................................................................. 56
7Grafiek 6-7 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende
gebouwen bij een overspanning van 5m op basis van een bruto vloeroppervlak van 10100m2
.................................................................................................................................................. 60
8Grafiek 6-8 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende
gebouwen bij een overspanning van 10m op basis van een bruto vloeroppervlak van
10100m2 .................................................................................................................................. 60
9Grafiek 6-9 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende
gebouwen bij een overspanning van 20m op basis van een bruto vloeroppervlak van
10100m2 .................................................................................................................................. 61

ix

LIJST VAN TABELLEN


Tabel 5-1 Aantal werknemers dat zich gaan vestigen in het gebouw en aantal benodigd
oppervlak.................................................................................................................................. 30
Tabel 5-2 Totale verticale belasting op dakvloer .................................................................... 31
Tabel 5-3 Totale verticale belasting op verdiepingsvloeren ................................................... 31
Tabel 5-4 Totale horizontale belasting (windbelasting) op gevels en dak in de vorm van
lijnlasten ................................................................................................................................... 32
Tabel 5-5 Totale horizontale belasting (windbelasting) op gevels in de vorm van puntlasten
.................................................................................................................................................. 32
Tabel 6-1 Onderbouwingcriteria verschillende bouwmethoden ............................................. 36
Tabel 6-2 Multi criteria analyse verschillende bouwmethoden .............................................. 37
Tabel 6-3 Onderbouwingcriteria verschillende materialen..................................................... 39
Tabel 6-4 Multi criteria analyse verschillende materialen ...................................................... 39
Tabel 6-5 Onderbouwingcriteria verschillende vloersystemen .............................................. 42
Tabel 6-6 Multi criteria analyse verschillende vloersystemen ............................................... 42
Tabel 6-7 Gestandaardiseerde paalafmeting en leverbare lengten voor voorgespannen
geprefabriceerde betonpalen van Kuldipsingh Total Concrete N.V ........................................ 43
Tabel 6-8 Tonnage beton bij een overspanning van 5m ......................................................... 46
Tabel 6-9 Tonnage beton bij een overspanning van 10m ....................................................... 46
Tabel 6-10 Tonnage beton bij een overspanning van 20m ..................................................... 46
Tabel 6-11 Tonnage staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning
van 5m...................................................................................................................................... 49
Tabel 6-12 Tonnage staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning
van 10m.................................................................................................................................... 49
Tabel 6-13 Tonnage staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning
van 20m.................................................................................................................................... 49
Tabel 6-14 Tonnage staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning van 10m
.................................................................................................................................................. 49
Tabel 6-15 Tonnage staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning van 20m
.................................................................................................................................................. 49
Tabel 6-16 Materiaalkosten beton bij een overspanning van 5m .......................................... 52
Tabel 6-17 Materiaalkosten beton bij een overspanning van 10m ......................................... 52
Tabel 6-18 Materiaalkosten beton bij een overspanning van 20m ......................................... 52
Tabel 6-19 Materiaalkosten staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een
overspanning van 5m ............................................................................................................... 53
Tabel 6-20 Materiaalkosten staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een
overspanning van 10m ............................................................................................................. 53
Tabel 6-21 Materiaalkosten staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een
overspanning van 20m ............................................................................................................. 53
Tabel 6-22 Materiaalkosten staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning
van 10m.................................................................................................................................... 54
x

Tabel 6-23 Materiaalkosten staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning
van 20m.................................................................................................................................... 54
Tabel 6-24 Verschillende gebouwhoogten met de verschillende overspanningen en hun
bijbehorend bruto vloeroppervlak ............................................................................................ 57
Tabel 6-25 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van beton met een
overspanning van 5m ............................................................................................................... 58
Tabel 6-26 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100 m2 van beton met een
overspanning van 10m ............................................................................................................. 58
Tabel 6-27 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van beton met een
overspanning van 20m ............................................................................................................. 58
Tabel 6-28 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van staal met een
overspanning van 5m op basis van de HE profielen ................................................................ 59
Tabel 6-29 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100 m2 van staal met een
overspanning van 10m op basis van de HD profielen ............................................................. 59
Tabel 6-30 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van staal met een
overspanning van 20m op basis van de HD profielen ............................................................. 59
Tabel 6-31 Vergelijking van de verschillende constructies aan de hand van de momenten en
de profielafmetingen voor de 10 m overspanning in beton. .................................................... 62
Tabel 6-32 Vergelijking van de verschillende constructies aan de hand van de momenten en
de profielafmetingen voor de 10m overspanning in staal op basis van de gangbare profielen in
Suriname. ................................................................................................................................. 63
Tabel 6-33 Vergelijking van de verschillende constructies aan de hand van de momenten en
de profielafmetingen voor de 10m overspanning in staal op basis van de benodigde profielen.
.................................................................................................................................................. 64
Tabel 6-34 Aantal bouwlagen met bijbehorende gebouwhoogten met als uitgangspunt dat per
bouwlaag een hoogte van 4m is aangehouden ......................................................................... 65
Tabel 7-1. Oppervlakte schema ............................................................................................... 73
Tabel 7-2 Toegepaste overspanningen met bijbehorende dak- en vloerbelastingen ............... 81
Tabel 7-3 Toegepaste windebelastingen per kern van het hoofdgebouw in zowel x als y
richting. .................................................................................................................................... 81
Tabel 7-4 Toegepaste windebelastingen op de grote zalen in x richting. ................................ 81
Tabel 7-5 Toegepaste windebelastingen op de grote zalen in y richting. ................................ 81
Tabel 7-6 Profielafmetingen van de benodigde vakwerken voor de draagconstructie van het
gebouw ..................................................................................................................................... 82
Tabel 7-7 Profielafmetingen van de benodigde kolommen, balken en schoren voor de kernen
van het gebouw ........................................................................................................................ 82
Tabel 7-8 Profielafmetingen van de benodigde kolommen en balken voor de draagconstructie
van het gebouw ........................................................................................................................ 82
Tabel 7-9 Toegepaste overspanningen met bijbehorende dak- en vloerbelastingen ............... 86
Tabel 7-10 Toegepaste windebelastingen op kern 1 van het gebouw in x richting. ................ 86
Tabel 7-11 Toegepaste windebelastingen op kern 3 van het gebouw in x richting. ................ 86
Tabel 7-12 Toegepaste windebelastingen op kern 1 van het gebouw in y richting. ................ 86
Tabel 7-13 Toegepaste windebelastingen op kern 2 van het gebouw in y richting. ................ 86
Tabel 7-14 Toegepaste windebelastingen op kern 3 van het gebouw in y richting. ................ 86
xi

Tabel 7-15 Resultaten gekozen concept ontwerp .................................................................... 91


Tabel 7-16 Materiaalkosten gekozen concept ontwerp ........................................................... 91
Tabel 7-17 Resultaten gezamenlijk concept ontwerp .............................................................. 92
Tabel 7-18 Materiaalkosten gezamenlijk concept ontwerp ..................................................... 92

xii

LIJST VAN SYMBOLEN EN AFKORTINGEN


Symbool

Omschrijving

A
F
Prep
Cdim
Ct

Pw
l
lc

oppervlakte
rekenwaarde van de geconcentreerde last, kracht
de windbelasting
factor voor de afmeting van het gebouw
windvormfactor
vergrotingsfactor
externe stuwdruk
lengte; theoretische overspanning
kniklengte

br
E

breedte gebouw
elasticiteitsmodulus van staal
staalspanning
thermische uitzetting
thermische geleiding
soortelijke warmte
dampdiffusieweerstand
dichtheid
gelijkmatig verdeelde permanente belasting
gelijkmatig verdeelde veranderlijke belasting
rekenwaarde van de gelijkmatig verdeelde totale belasting
rekenwaarde van de drukkracht ten gevolge van de belasting
rekenwaarde van de druknormaalkracht met betrekking tot de capaciteit in
de uiterste grenstoestand
plastisch weerstandsmoment
Eulerse knikkracht
doorbuiging
newton
kilo newton
kilogram
meter
millimeter
vierkante meter
kubieke meter
kilogram
procenten
graden celsius
US dollar
kleiner of gelijk aan
ongeveer

qg
qq
qd
Nc;s;d
Nc;u;d
Wz,pl
Fy;E

N
kN
kg
m
mm
m
m3
kg
%
C
$

xiii

INLEIDING

De Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. is een onderneming die te allen tijde ervoor wil
zorgdragen dat de condities van de werkomgeving zodanig zijn dat deze bijdragen aan het
veiligstellen van de visie en waarden van de onderneming. Een van de visies van Staatsolie is
om leidend te zijn in de duurzame ontwikkeling van de energie-industrie in Suriname. Om
deze visie te verwezenlijken is het opzetten van een nieuw hoofdkantoor gebouw belangrijk,
omdat het huidig hoofdkantoor gebouw niet groot genoeg is om alle medewerkers, die zich in
het hoofdkantoor zouden moeten bevinden, te accommoderen. Om een goed kantoorgebouw
te ontwerpen is een goede draagstructuur van groot belang. In dit verslag zal er worden
ingegaan op economische en duurzame draagconstructies van grote kantoorgebouwen.

1.1

Probleembeschrijving en probleemstelling

Het huidige hoofdkantoor van het bedrijf Staatsolie voldoet niet meer aan de eisen en wensen
van het bedrijf.
De voornaamste problemen waarmee het hoofdkantoor te kampen heeft zijn:
1. Er is vaak ruimtegebrek
2. Er ontstaat wildgroei van opstallen (die moeten dienen als kantoorruimten) op het terrein;
deze zorgt voor een ongeorganiseerd geheel
3. De bouwfysische condities in de verschillende kantoorruimten zijn niet allemaal acceptabel
4. Het verschijnsel van verschillende cabins en overige opstallen op het terrein zorgt voor een
slechte, niet representatieve uitstraling voor het bedrijf
5. De grote loopafstanden van cabin tot cabin en gebouw tot gebouw maken het geheel
inefficint.
Dit heeft geleid tot de volgende hoofdprobleemstelling:
Hoe zou een ontwerp voor een hoofdkantoor, dat voldoet aan de eisen en wensen van het
bedrijf Staatsolie, eruit kunnen zien?
Subprobleem
Hoe kan het gebouw zo economisch mogelijk ontworpen worden, rekening houdend met een
duurzame draagconstructie?
1.1.1 Uitgangspunten
Algemene uitgangspunten
De terreinen van Staatsolie te Flora, Beekhuizen, Sarah Maria en Tout Lui Faut, zullen eerst
worden onderzocht waarbij met behulp van een multicriteria-analyse de beste locatie zal

worden gekozen. Aan de aan van de uitkomst zal er een ontwerp worden gemaakt bestemd
voor de geschiktste locatie.

Uitgangspunten subprobleem
De uitgangspunten luiden als volgt:

Het gebouw moet werkgelegenheid bieden voor 300 werknemers.


Op het niveau van draagstructuur letten op de twee functies namelijk:
De dragende (constructieve) functie (primair)
De scheidende functie (secundair)
Het ontwerp zal getoetst worden op basis van de standaard materialen die in Suriname
het meest gebruikt worden nl. staal en beton
Brandveiligheid staal en beton.
De draagconstructie moet een lange levensduur hebben.

1.2

Doelstelling

De hoofddoelstelling luidt als volgt:


Het maken van een ontwerp voor een nieuw hoofdkantoor ten behoeve van de Staatsolie
Maatschappij Suriname, dat voldoet aan de eisen en wensen van het bedrijf.
Subdoel:
Het maken van een ontwerp, rekening houdend met een economische en duurzame
draagconstructie
1.2.1 Randvoorwaarden
Algemene randvoorwaarden:
1. Er dient rekening gehouden te worden met de visie van het bedrijf en de toekomstige
ontwikkelingen die daarmee gepaard gaan.
2. Het ontwerp moet zorgen voor een goede representatieve uitstraling van het bedrijf.
3. Het ontwerp moet ten minste voldoen aan de eisen gesteld door de Arbowet-en
regelgeving voor kantoren
Randvoorwaarden subdoel:
De randvoorwaarden luiden als volgt:
Het ontwerp moet een goede fundering en draagconstructie hebben.
Het ontwerp moet constructief voldoen aan de internationale sterkte-, stijfheid- en
stabiliteitseisen volgens de NEN-normen. (Constructieve eisen Bouwbesluit: Het
Bouwbesluit bepaalt in algemene zin dat de in NEN 6702, TGB Belastingen en
2

vervormingen, vastgelegde uiterste grenstoestand bij bepaalde belastingen niet mag


worden overschreden).

1.3

Methode van onderzoek

Met behulp van literatuurstudie en de berekeningen van het vooronderzoek, zijn de


verschillende aspecten die te maken hebben met de draagconstructie van kantoorgebouwen
bekeken en met elkaar vergeleken.
Aan de hand van de verzamelde informatie is een concept ontwerp gemaakt waarbij de
draagconstructie van dit ontwerp is uitgerekend. Dit om na te gaan als het concept ontwerp de
meest economische draagconstructie heeft.

1.4

Opbouw van het verslag

Het verslag bestaat uit acht hoofdstukken en bevat literatuurstudie en de berekeningen voor
economische en duurzame draagconstructies bij kantoorgebouwen en een ontwerp van een
gebouw waarin de bevindingen zijn vertaald.
Hoofdstuk 1 bevat een korte introductie van de Staatsolie Maatschappij Suriname N.V., de
probleemstelling, uitgangspunten, doelstelling, randvoorwaarden en methode van onderzoek.
Hoofdstuk 2 bevat informatie over draagconstructies in het algemeen, draagconstructies van
kantoorgebouwen en informatie over de verschillende bouwmethoden.
In hoofdstuk 3 zijn er enkele voorbeelden van de draagconstructies van gebouwen in het
buitenland weergegeven.
Hoofdstuk 4 bevat het literatuuronderzoek betreffende de draagconstructie van gebouwen.
Hierbij worden onder andere de verschillende bouwmethoden uitgewerkt, de alternatieve
materialen weergegeven en de verschillende vloeren bekeken.
In hoofdstuk 5 wordt het programma van eisen voor het ontwerp verder uitgewerkt.
In hoofdstuk 6 worden de verschillende alternatieven die eerder in hoofdstuk 4 behandeld
zijn verder uitgewerkt en met elkaar vergeleken. Hierna worden de gevonden resultaten
weergegeven en worden er conclusies aan de hand daarvan getrokken. Dit om te komen tot
het beste concept ontwerp voor het nieuw hoofdkantoor van Staatsolie, met het oog op een
economische en duurzame draagconstructie.
Hoofdstuk 7 bevat de twee concept ontwerpen, waarbij het ene ontwerp geconstrueerd is op
basis van een economische en duurzame draagconstructie en het andere ontwerp
geconstrueerd is op basis van een gebouw met een functionele logistieke indeling
3

gecombineerd met een gebouw dat energie- en waterefficint is. Ook de ruimtelijke functies
die voorkomen in het gebouw worden in dit hoofdstuk weergegeven.
Hoofdstuk 8 bevat de globale kostenraming van de twee concept ontwerpen uit hoofdstuk 7.
In dit hoofdstuk zijn ook de conclusies en aanbevelingen van het verslag vervat.

DRAAGCONSTRUCTIES ALGEMEEN

Alvorens te kijken naar de draagconstructie van een gebouw en te bepalen welke


draagconstructie het meest geschikt is voor een gebouw, zal er eerst een korte uitleg gegeven
worden over wat een draagconstructie is.
Een draagconstructie is een constructie, welke gevormd wordt door dragende elementen,
zoals wanden, kolommen en vloeren, die verschillende open ruimten overspannen. Deze
dragende elementen dragen alle belastingen en het gewicht van het gebouw, af naar de
fundering van het gebouw. Vanuit de fundering worden deze belastingen dan verder naar de
grond geleid. Een draagconstructie kan worden uitgevoerd in verschillende materialen,
waaronder staal, gewapend beton, hout of metselwerk. 1
In de volgende paragrafen zal verdere uitleg gegeven worden over draagconstructies en ook
de verschillende bouwmethoden.

2.1

Draagconstructies van kantoorgebouwen

Draagconstructies van kantoorgebouwen zijn ongeveer het zelfde als elke andere
draagconstructie van een gebouw, op enkele verschillen na. Zo komt bij kantoorgebouwen
onder andere de flexibiliteit van het gebouw bij kijken. De flexibiliteit van een gebouw kan
onderverdeeld worden in: ruimtelijke flexibiliteit en technische flexibiliteit. Ruimtelijke
flexibiliteit gaat over de flexibiliteit in gebruik, in wat de indeling van het gebouw betreft en
technische flexibiliteit gaat over de aanpasbaarheid van het gebouw op bouwkundig vlak.
Deze twee termen zullen verder uitgewerkt worden in hoofdstuk 4.

2.2

Bouwmethoden

Onder bouwmethoden wordt verstaan, de manier waarop de hoofddraagconstructie van


gebouwen wordt geconstrueerd. Zo zijn er verschillende bouwmethoden die toegepast
kunnen worden, te weten:2
1. Stapelbouw: hier wordt er gebruik gemaakt van bouwblokken, bakstenen etc. Deze
elementen worden dan op elkaar gestapeld en tot muren gemetseld.
2. Gietbouw : bij gietbouw wordt er gebouwd met ter plaatse gestorte (in situ) beton. Er
wordt een bekisting gemaakt in de gewenste vorm, waarna de betonspecie in de
bekisting gegoten wordt en verder moet gaan verharden.
3. Montagebouw: bij montage bouw wordt er gebruik gemaakt van geprefabriceerde
elementen zoals wanden, vloeren en daken, die dan onderling met elkaar verbonden
worden.
4. Skeletbouw: bij skeletbouw wordt de draagconstructie gedragen door een skelet dat
bestaat uit kolommen en liggers.
In hoofdstuk 4 zal er verder worden ingegaan op de verschillende bouwmethoden.
1
2

http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?ID=7239
http://www.joostdevree.nl/shtmls/bouwmethode.shtml

3 VOORBEELDEN VAN DRAAGCONSTRUCTIES VAN


GEBOUWEN IN HET BUITENLAND
In dit hoofdstuk worden er enkele voorbeelden van draagconstructies van gebouwen in het
buitenland weergegeven.
Bedrijfsverzamelgebouw De Reeuwijkse Poort, Reeuwijk

1Figuur 3-1 Bedrijfsverzamelgebouw de Reeuwijkse Poort in aanbouw

2Figuur 3-2 Bedrijfsverzamelgebouw De Reeuwijkse Poort na het plaatsten van de vloeren

3Figuur 3-3 Bedrijfsverzamelgebouw De ReeuwijksePoort


Bron: http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/241/bedrijfsverzamelgebouw_de_reeuwijkse_poort_reeuwijk.html

Het gebouw van de Reeuwijkse Poort is een gebouw dat bestaat uit drie bouwlagen, met een
staal skelet als draagconstructie die bestaat uit HE- kolommen en IPE- en UNP-liggers, met
een brandwerende plaat om deze liggers en voldoet aan de 90- minuten brandwerendheidseis.
Er was ook overwogen om de constructie van prefab beton te maken, maar vanwege de korte
voorbereidingstijd en het prijsverschil, prefab beton zou namelijk minstens 1.5 maal duurder
zijn dan staal, is dus gekozen voor staal. Voor de vloeren is gekozen voor kanaalplaten met
gentegreerde hoedliggers. De vloeren hebben een dikte van 265mm. Doordat de kanaalplaten
en liggers onderling gekoppeld zijn via wapeningsstaven, wordt de horizontale belasting
verdeeld over de stabiliteitsjukken3. Om de indelingsvrijheid in de kantoren te bevorderen
zijn deze stabiliteits jukken in de gevels geplaatst. De binnenwanden zijn van licht metal stud
gemaakt.
Ichthus Hogeschool, Rotterdam

4Figuur 3-4 Gebouw van de Ichthus Hogeschool

5Figuur 3-5 Draagconstructie van het gebouw van de Ichthus Hogeschool, Rotterdam
Bron: http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/243/ichtus_hogeschool_hogeschool_inholland_rotterdam.html

Het gebouw van de Ichthus Hogeschool te Rotterdam is een gebouw dat bestaat uit negen
bouwlagen, met een staal skelet als draagconstructie. De redenen waarom hier gekozen is
voor een staalskelet zijn, een hoge bouwsnelheid en het behalen van maximale functionele
flexibiliteit in zo een gebouw. Het gebouw heeft een grote indelingsvrijheid, wat handig is
voor eventuele aanpassingen in de toekomst. Er is gewerkt met stramienafmetingen van
3

stalen vakwerken die gekoppeld zijn aan de stalen gevelliggers

1.8m, 5.4m en 7.5m. Voor de vloeren is gekozen voor kanaalplaten, die rusten op hoedliggers
die in de langrichting 5.4m overspannen. De kanaalplaten lopen in de dwarsrichting van
het gebouw. Voor transparantie in de gevels is gebruik gemaakt van petliggers.
Voor de afbeelding van een hoed en petligger zie bijlage A.
De Bazel, Amsterdam

6Figuur 3-6 Gebouw van de Bazel, Amsterdam in aanbouw


Bron:
http://stadsarchief.amsterdam.nl/stadsarchief/gebouw_de_bazel/van_een_gesloten_bank/beton/index.nl.html

7Figuur 3-7 Gebouw van de Bazel, Amsterdam


Bron: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Gebouw_de_Bazel.jpg

Het gebouw van de Bazel te Amsterdam is een gebouw dat bestaat uit elf bouwlagen,
waarvan vier onder de grond liggen en de zeven resterende boven de grond. De
hoofddraagconstructie van dit gebouw is een betonskelet van gewapend beton.
Exclusief van deze constructie is dat de twee bovenste verdiepingen inspringen. De ratio
achter het laten inspringen van de twee bovenste verdiepingen is dat het gebouw er minder
hoog uitziet. Het gebouw bestaat uit muren met een dikte van 750mm, waardoor het op een
gebouw met traditionele dragende muren lijkt.

Fifty TwoDegrees, Nijmegen

8Figuur 3-8 Gebouw van Fifty TwoDegrees, Nijmegen

9Figuur 3-9 Binnenkant van gebouw van Fifty TwoDegrees, Nijmegen


Bron: http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/249/kantoorgebouw

Het gebouw van de Fifty TwoDegrees is een gebouw dat bestaat uit achttien bouwlagen en is
een combinatie van twee in het werk gestorte, gewapende betonnen kernen met daaromheen
een staalskelet. Voor de gevelkolommen onder in de toren is er gebruik gemaakt van
verschillende HD-profielen, welke aan de bovenkant vervangen zijn door HEB- en HEAprofielen. Voor de balken is er gebruik gemaakt van HEA-liggers als randbalken, hoedliggers
als middenbalken en IPE-liggers als langsbalken. Voor de vloeren is gekozen voor
kanaalplaten met een dikte van 265mm met een extra druklaag erop. De verticale stabiliteit
wordt verzorgd door de twee HD-kolommen aan de achterzijde van de onderste bouwlagen,
samen met enkele kernwanden. De resterende kernwanden verzorgen de stabiliteit in
langsrichting. Om vervormingen te voorkomen, die kunnen ontstaan door het verschil in
uitzetting tussen de betonnen kernen en het staalskelet dat daaraan gemonteerd is, zijn de
betonnen kernen zwaarder gedimensioneerd. Dit vanwege het feit dat door de uitzetting de
natuurlijke neiging van de toren ontstaat om over te hellen, waardoor er extra krachten
ontstaan, die door de betonnen kernen opgevangen moeten worden. De toren bestaat uit 2
compartimenten met een knik op de achtste verdieping waar de scheiding dus zit. Het

verschil in zetting tussen deze twee compartimenten wordt opgevangen door de onderlinge
aansluiting met draaipunten. De horizontale vervorming door een dilatatie4.
Ingalls building, Cincinnati, Ohio

10Figuur 3-10 Gebouw van Ingalls in aanbouw


Bron: http://thisisbuildingmaterials.blogspot.com/2012/03/examples-of-famous-concrete-buildings.html

11Figuur 3-11 Gebouw van Ingalls, Ohio


Bron: http://thisisbuildingmaterials.blogspot.com/2012/03/examples-of-famous-concrete-buildings.html

Een constructieve naad in een bouwcomplex welke het mogelijk maakt dat de bouwdelen aan weerszijde van
de dilatatie onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. Bron: http://www.encyclo.nl/begrip/dilatatie.

10

Het kantoorgebouw de Ingalls is een gebouw dat bestaat uit zestien bouwlagen met een
hoofddraagconstructie die opgebouwd is uit gewapend beton. Dit gebouw is het eerste
gewapend beton wolkenkrabber in de wereld (gebouwd in 1902). Het gebouw bestaat uit
betonnen muren met een dikte van 200mm, betonnen kolommen van 760mm bij 860mm voor
de eerste tien verdiepingen en voor de resterende verdiepingen kolommen van 300mm bij
300mm, betonnen liggers, betonnen trappen en betonnen vloeren. Voor het construeren van
dit gebouw is er volledig gewerkt met in situ gestort beton, met een bouwsnelheid van drie
verdiepingen per maand. Het heeft een afmeting van 15m bij 30m met een hoogte van 64m.
Violy toren, Amsterdam

12Figuur 3-12 Gebouw van Violy toren, Amsterdam

13Figuur 3-13 Binnenkant van Violy toren


Bron: http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/250/kantoorgebouw_vi%C3%B1oly_toren_amsterdam.html

Het gebouw van de Violy toren Amsterdam bestaat uit een laagbouw en een slankere
hoogbouw. De hoofddraagconstructie van beide bestaat grotendeels uit staal.
11

Voor de brandwerendheid is gekozen voor het bespuiten van de draagconstructie met


cementspray in combinatie met een sprinklerinstallatie.
De laagbouw en hoogbouw hebben voor de stabiliteit elk een betonnen kern met daaromheen
een staalskelet. De toepassing van een staalskelet om de betonnen kernen was om de
bouwsnelheid te bevorderen. Voor de kolommen is er gebruik gemaakt van HD-profielen in
combinatie met liggers die lopen vanuit het midden van het gebouw naar de gevels. Doordat
de trap in de gevel is geplaatst, zijn de kolommen 3 tot 4m naar binnen geplaatst, om
zodoende ingewikkelde overdrachtsconstructies bij de insnijdingen te voorkomen. Voor de
vloeren is gekozen voor staalplaat-betonvloeren met een dikte van 150mm en een
overspanning van 4m.

12

4 LITERATUURONDERZOEK BETREFFENDE DE
DRAAGCONSTRUCTIE VAN GEBOUWEN
In dit hoofdstuk zal gekeken worden naar de verschillende alternatieven die er zijn als het
gaat om de draagconstructie van gebouwen. Deze alternatieven zullen in het kort behandeld
worden en in hoofdstuk 6 met elkaar worden vergeleken op basis van enkele criteria.

4.1

Gebouwhoogten

In de bouw zijn er twee termen die gebruikt worden als er gekeken wordt naar alternatieve
gebouwhoogten. Deze twee termen zijn:
laagbouw
hoogbouw
Laagbouw: Hier betreft het gebouwen met weinig tot geen verdiepingen, waarin er geen lift
vereist is.
Hoogbouw: Hier betreft het hogere gebouwen, waarin volgens het Nederlands bouwbesluit
2012 dat de TGB-normen en de Eurocodes bevat, n lift of meerdere liften vereist zijn voor
gebouwen vanaf vijf verdiepingen.
Een van de belangrijkste factoren bij het opzetten van de constructie van een gebouw, in het
bijzonder de hoofddraagconstructie, is de belasting die op zo een constructie werkt.
Het gaat hier dan om de horizontale belastingen (belastingen ten gevolge van onder andere de
wind) en verticale belastingen. De verticale belastingen die op zo een constructie werken zijn
de permanente belastingen (eigen gewicht en rustende belasting) en veranderlijke belastingen
(belasting door personen, meubilair, equipment en aankleding).
De maatgevende belasting is bij elk gebouw verschillend. Bij hoogbouw bijvoorbeeld is de
windbelasting de maatgevende belasting, terwijl bij een verdiepingsgebouw de vloerbelasting
de maatgevende belasting is.
In het onderstaand tabel zijn de maatgevende belastingen aangegeven van de verschillende
gebouwhoogten.

14Figuur 4-1 Maatgevende belasting gebouwvormen


Bron: Jellema 03 Draagstructuur , pag21

13

Geschoorde en ongeschoorde constructies


Als er gekeken wordt naar de hoofddraagconstructie van gebouwen zijn er twee soorten
constructies die volgens VBC in art 2.2 met betrekking tot de stabiliteit, onderscheiden
kunnen worden. Deze zijn:5
Geschoorde constructies: constructies met kernen, kruisverbanden of wanden.
Bij geschoorde constructies ontstaan er geen horizontale verplaatsingen als gevolg
van de krachtsverdelingen ten gevolge van de verticale en horizontale belastingen die
op de constructie werken. Bij deze constructies zorgen wanden of kernen voor de
stabiliteit.

Ongeschoorde constructies: constructies die opgebouwd zijn uit alleen het raamwerk.
Bij ongeschoorde constructies worden de horizontale en verticale belastingen die op
de constructie werken, door de constructie zelf opgenomen. Dit heeft als gevolg dat er
mogelijke horizontale verplaatsingen ontstaan in zo een constructie.

In hoofdstuk 6 zal verder worden ingegaan op de toepassing van geschoorde en ongeschoorde


constructies.
Zoals eerder aangegeven in hoofdstuk 2 zullen de termen ruimtelijke- en technische
flexibiliteit verder uitgewerkt worden in dit hoofdstuk.
Ruimtelijke flexibiliteit: flexibiliteit in gebruik, dus flexibiliteit wat de indeling betreft,
wat heel erg handig is bij groei of krimp van het bedrijf. Hier is het gebruik van
verplaatsbare wanden handig. Met schuif- en vouwwanden kunnen ruimten groter en
kleiner gemaakt worden. Ruimtelijke flexibiliteit wordt bevordert door enkele zaken
waaronder:-toepassen van aangepaste constructie elementen; -groepering van ruimten,
waarbij onder andere korte loopafstanden van belang zijn.
Technische flexibiliteit: dit geeft aan of het gebouw op lang termijn aangepast kan
worden aan een ander gebruik of uitbreiding, eventueel door enkele bouwkundige
aanpassingen. Belangrijke aspecten in het ontwerp zijn: -mogelijkheid binnenwanden
te verplaatsen; -plafonds verlagen of verhogen; -gevelelementen

4.2

Bouwmethoden

In hoofdstuk 1 zijn de verschillende bouwmethoden aangehaald en deze zullen dan verder


uitgewerkt worden in dit hoofdstuk. Zoals eerder aangegeven zal er in dit verslag verder
worden ingegaan op de vier verschillende bouwmethoden, namelijk:6
a. Stapelbouw
b. Gietbouw
c. Montagebouw
d. Skeletbouw.
a. Stapelbouw:
Stapelbouw is een bouwsysteem waarbij stenen of andere bouwblokken handmatig of
door gebruik te maken van bepaalde hulpmiddelen op elkaar worden gestapeld en door
5
6

Bron: Constructief ontwerpen in beton, Ir W.C. Vis en Ing. R. Sagel


Bron: http://www.joostdevree.nl/shtmls/bouwmethode.shtml

14

toevoeging van specie in de voegnaden bij elkaar gehouden worden. Bij stapelbouw
worden de krachten die op het gebouw werken gelijkmatig afgedragen.

15Figuur 4-2 Metselaars bezig met het handmatig opstapelen van stenen.

16Figuur 4-3 Animatietekening stapelbouw constructie door gebruik te maken van hulpmiddelen
Bron: http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/stapelbouw.htm

b. Gietbouw:
Bij gietbouw wordt het grootste deel van het werk op de bouwplaats zelf verricht. Deze
methode van bouwen houdt in dat er een bekisting gemaakt wordt op de bouwplek,
waarna de betonspecie door middel van een betonpomp in de bekisting wordt gestort,
waardoor er vloeren en muren ontstaan. Hierdoor ontstaat er een monolithische
constructie. Voor het opnemen van de trek- en schuifspanningen in het beton wordt er
wapening geplaatst in de bekisting alvorens de specie erin gegoten wordt. Deze wapening
dient dus als versterking van het beton

17Figuur 4-4 Voorbeeld van een betongietbouw constructie

15

Bron: http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgg/gietbouw_3_betonbekisting_pijnacker_foto_joostdevree.jpg

18Figuur 4-5 Animatietekening van een constructie d.m.v gietbouw


Bron: http://www.sopar.nl/downloads

c. Montagebouw:
Bij montagebouw (ook wel bekend als cascobouw) worden al de bouwelementen zoals
buitenwanden, binnenwanden, vloeren, dakconstructie etc in de fabriek vervaardigd en
worden op de bouwplaats aan elkaar gemonteerd. Het gebouw wordt zodanig opgezet dat
het geheel wind en waterdicht wordt. Door de toepassing van stabiliteitswanden kan de
stabiliteit van zo een constructie gewaarborgd worden.

19Figuur 4-6 Voorbeeld van een constructie d.m.v Montagebouw, City Building Rotterdam
Bron: http://www.bouwonderwijs.net/ARCHI~Fkast/Verzamelde-Projecten/project-89/Bouwmethodiek.htm

20Figuur 4-7 Animatietekening van een constructie d.m.v montagebouw


Bron: http://www.sopar.nl/downloads

16

d. Skeletbouw:
Onder skeletbouw wordt verstaan een bouwsysteem waarbij de draagconstructie gevormd
wordt door het skelet van het gebouw. Dit skelet draagt alle gewicht van het gebouw en
bestaat uit dragende kolommen, balken, vloeren en eventueel windverbanden en kan
gemaakt zijn van staal, gewapend beton of hout. De bouwelementen kunnen in de fabriek
vervaardigd worden(staalskelet), maar ook ter plaatse gestort worden(betonskelet). Hier
vindt de krachtenafdracht geconcentreerd plaats via de kolommen naar de fundering.

21Figuur 4-8 Skeletbouw in staal, project Yahara van Dfmaher


Bron: http://www.joostdevree.nl/shtmls/skeletbouw_voorbeelden.shtml

22Figuur 4-9 Stalen skelet van de Fair Store, Cicago, 1891


Bron: http://www.joostdevree.nl/shtmls/skeletbouw_voorbeelden.shtml

23Figuur 4-10 Skeletbouw in beton van de Openluchtschool in Amsterdam


Bron: http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgs/skeletbouw_3_beton_openluchtschool_amsterdam.jpg

17

4.3

Alternatieve materialen

Voor de draagconstructie van een gebouw kunnen verschillende materialen gebruikt worden.
De meest gebruikte materialen zijn staal, beton en hout. Om de keus te maken welk
materiaal het geschikts is als constructie materiaal, zullen de verschillende eigenschappen op
een rij worden gezet.
4.3.1 Hout
Hout is een natuurlijk materiaal. Alle belangrijke eigenschappen van dit materiaal ontstaan
uit de opbouw en de groei van de cellen en de eigenschappen van het celmateriaal. Hout
wordt nogal vaak gebruikt als constructiemateriaal en wel als balklagen voor vloeren en
kappen. Dit vanwege de beschikbaarheid en flexibiliteit ervan.
Brandveiligheid
Hout is het enig brandbaar constructie materiaal, wat dus een negatieve rol speelt bij de
verspreiding van brand. Echter bezwijkt een houten constructie minder snel omdat verdere
aantasting afgeremd wordt door verkoling van het oppervlak van de houten balken.
Duurzaamheid
De duurzaamheid van hout is heel erg afhankelijk van het onderhoud ervan. Er zijn
verschillende houtsoorten, die allemaal een andere beschermende behandeling nodig hebben.
Door een nauwkeurige detaillering, kan het gevaar voor rotting door condensvorming en
lekkage, verkleind worden. Bij de nauwkeurige detaillering is een goede inwendige ventilatie
noodzakelijk.

24Figuur 4-11 Dragende en scheidende eigenschappen hout


Bron: Jellema 03 draagstructuur pag 144

4.3.2 Staal
Staal is een legering (metaalmengsel) die hoofdzakelijk uit ijzer en koolstof bestaat. Staal
kan zowel drukkrachten als trekkrachten opnemen, afhankelijk van de gebruikte profielen.
Profielen met een langer slanker lijf kunnen slecht drukkrachten opnemen, vanwege het
slanke lijf. Deze kunnen door de druk gaan knikken.
Voor de hoofddraagconstructies van gebouwen wordt gewerkt met constructiestaal.

18

Constructiestaal is de meest gangbare staalsoort voor hoofddraagconstructies, vanwege het


feit dat het een zeer hoge treksterkte heeft, varirend van 310 tot 510 N/mm2.
De staalsoorten die het meest gebruikt worden zijn de staalsoorten met de coderingen S235
en S355. Het getal 235 geeft de minimaal geiste vloeigrens van het materiaal aan.
Constructiestaal is veel minder broos dan gietijzer en gietstaal, vanwege het feit dat het
slechts 0.3% koolstof bevat. Doordat het veel minder broos is, zal de constructie niet direct
volledig bezwijken bij verhitting, maar zal eerst zodanig vervormen, wat dus als
waarschuwing zal dienen.
Corrosie
Constructiestaal bestaat bijna geheel uit ijzer en koolstof en voor de rest uit een minimale
hoeveelheid andere materialen. Door deze samenstelling, gaat het materiaal roesten
(corroderen) als deze blootgesteld wordt aan de buitenlucht. Staal vormt zelf geen
beschermend laagje bij corrosie, waardoor het geconserveerd of geverfd moet worden.
Brandveiligheid
Staal is van zichzelf een onbrandbaar materiaal, maar bij verhitting nemen de sterkte en
stijfheid snel af, vanwege de geringe massa en de snelle geleiding van staal. Na 300 C begint
het al in sterkte af te nemen7 en vanaf 400 C begint het te vloeien en verliest daardoor zijn
draagvermogen8, waardoor bezwijking plaats kan vinden. De opwarmingstijd van staal bij
brand is sterk afhankelijk van de zwaarte van het profiel en het verfoppervlak. Zwaardere
walsprofielen warmen minder snel op dan lichtere profielen.( zie figuur 4.13 Profielfactor
staal).
Onbeschermd staal heeft een brandwerendheid van 15 a 30 minuten 9 en moeten stalen
gebouwen bij het ontwerpen meestal voorzien worden van brandwerend materiaal, om
zodoende het staal een hogere brandwerendheid te geven.
Om staal een hogere brandwerendheid te geven zijn er verschillende principes. Enkele van
deze zijn:10
brandwerend bekleden ; Hierbij wordt de constructie ingepakt en behandeld met
brandwerende verf
brandbeveiliging door afschermen met bijvoorbeeld plafond
staalbetonconstructies: Hier wordt er een omhulsel van beton gestort om de stalen
profielen.

25Figuur 4-12 Profielfactor staal

Jellema 03 Draagstructuur , pag 230


Jellema 03 Draagstructuur , pag 198
9
Jellema 03 Draagstructuur , pag 231
10
Jellema 03 Draagstructuur , pag 231
8

19

Bron: http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/193/gedrag_van_staalconstructies_bij_brand.html

Duurzaamheid
Staal is onderhoud technisch bekeken heel kwetsbaar voor corrosie en moet dus goed
beschermd en frequent onderhouden worden om corrosie te voorkomen. Aan de andere kant
heeft staal als voordeel dat het flexibel in gebruik is en dat het heel erg geschikt is voor
hergebruik. (100% recyclebaar).

26Figuur 4-13 Dragende en scheidende eigenschappen staal


Bron: Jellema 03 Draagstructuur pag 198

4.3.3 Beton
Beton is een mengsel dat hoofdzakelijk samengesteld is uit grind, zand en cement. Beton kan
goed drukkrachten opnemen, maar neemt heel slecht trekkrachten op (scheurvorming vindt
plaats). Om te voorkomen dat er scheurvorming optreedt wordt het beton gewapend met
wapeningsstaal.
In de bouw worden er twee typen beton onderscheiden namelijk:11
Ter plaatse gestort beton( in situ gestort beton)
Geprefabriceerd beton (prefab-beton)
In situ gestort beton
Bij ter plaatse gestort beton wordt het betonspecie in de fabriek samengesteld en dan naar de
werkplaats getransporteerd in mixtrucks. Op de werkplaats wordt het betonspecie dan in de
(op de werkplaats vervaardigde) mallen gegoten en dan volgt het verhardingsproces.

Prefab-beton
Bij prefab-voorgespannen beton wordt het beton niet op de werkplaats maar in de fabriek
vervaardigd vanaf betonspecie tot aan de verharding.
In de fabriek zijn er speciale mallen voor de verschillende constructie elementen zoals
kolommen en vloeren, waarin het beton gestort wordt, en na verharding getransporteerd naar
de werkplaats en daar verder opgezet wordt.
Prefab beton brengt enkele voordelen met zich mee als we kijken naar de arbeids- en
tijdrovende omstandigheden, omdat er hier geen bekistingen gemaakt hoeven te worden op
de werkplaats, wat dus heel tijdbesparend is en de omstandigheden in de fabriek voor de
vervaardiging van het beton zijn veel beter dan op de werkplaats, waardoor de kwaliteit van
het beton beter wordt. 12
11
12

Jellema 03 Draagstructuur, pag 94


Jellema 03, Draagstructuur, pag98

20

Brandveiligheid
Beton is van zichzelf een onbrandbaar materiaal en heeft al een grote weerstand tegen brand
bij een nogal kleine dikte. Het is goed bestand tegen hoge temperaturen. Dit heeft als
voordeel dat het niet extra bewerkt hoeft te worden met brandwerend materiaal. Bij
C
C wordt kwarts zodanig omgezet, dat het volume vergroot wordt.13
Duurzaamheid
Beton is een heel erg duurzaam materiaal en is goed bestendig tegen heel wat invloeden van
buitenaf, zoals zuren, temperatuurverschillen. Het nadeel is echter wel dat er betonrot kan
optreden. Betonrot is wanneer de wapening in het beton aangetast wordt door invloeden van
buitenaf. Dit gebeurt echter als de wapening door carbonatie van het beton bloot komt te
liggen. Een ander nadeel van beton is dat het niet echt recyclebaar is, waardoor de
betonresten na sloop bijna niet meer te gebruiken zijn. ( Slechts 20% recyclebaar). 14

27Figuur 4-14 Dragende en scheidende eigenschappen beton


Bron: Jellema 03 pag 97

4.4

Overspanningen

Bij het ontwerpen en construeren van kantoorgebouwen zijn verschillende overspanningen


mogelijk. De veel gebruikte overspanning van 5m, 7.5 m, maar ook de grotere
overspanningen van 10m, 15m, 20m. Ook kunnen de gebouwen kolomvrij ontworpen
worden, dat betekent dat het gebouw alleen in de gevels voorzien is van kolommen.
Een belangrijk voordeel van een kolomvrij gebouw is dat de indeling van het gebouw
helemaal flexibel en vrij is, vanwege de grote open ruimten die er ontstaan door de
afwezigheid van de kolommen. De indeling van het gebouw kan dan makkelijk aangepast
worden door bijvoorbeeld gebruik te maken van niet dragende wanden.
Het ontwerpen van kolomvrije constructies is ook belangrijk als er in het gebouw grote
kolomvrije ruimten zoals auditoriums of grote zalen nodig zijn.
Voor de vergelijking van de alternatieven zullen drie verschillende overspanningen bekeken
en vergeleken worden, namelijk overspanningen van 5m, 10m en 20m. Deze overspanningen
worden getoetst voor de drie typen gebouwen die in hoofdstuk 4.1 aangehaald zijn, namelijk
gebouwen die bestaan uit 3 bouwlagen, 8 bouwlagen en 12 bouwlagen.

13
14

Afstudeerverslag Asmus, Donnovan H, aug 2009


Jellema 03, Draagstructuur, pag 97

21

4.5

Alternatieve vloeren

Vloeren kunnen omschreven worden als horizontale en constructieve elementen in gebouwen


met twee functies namelijk een dragende functie en een scheidende functie. Het is de bodem
van een ruimte in een gebouw en draagt alle permanente belastingen (wanden) en
veranderlijke belastingen (mensen, meubilair, apparatuur) die aanwezig zijn in die ruimte. In
verticale richting fungeert een vloer scheidend. Zo scheidt het ruimten binnen een gebouw
(verdiepingsvloeren) en scheidt het ook binnen en buiten van het gebouw (dakvloer).15
De verschillende vloertypen met hun specifieke eisen die onderscheiden kunnen worden zijn:
1. Begane grondvloer: De begane grondvloer bevindt zich op de begane grond van een
gebouw. Deze vloer houdt het optrekkend vocht vanuit de bodem tegen, zodat deze
niet in het gebouw terecht komt.
2. Verdiepingsvloer: De verdiepingsvloeren zijn alle andere vloeren vanaf de eerste
verdieping met uitzondering van de dakvloer. Deze vloeren hebben naast hun
dragende en scheidende functie ook nog een geluidsisolerende en brandwerende
werking.
3. Dakvloer: De dakvloer is de bovenste vloer en wordt aangebracht op het dak van het
gebouw. Deze vloer moet helemaal waterdicht ontworpen worden, kan wel of niet
beloopbaar zijn, afhankelijk van de wens van de opdrachtgever, en heeft een
isolerende werking tegen de warmte en kou.
Er zijn verschillende vloersystemen die onderscheiden kunnen worden(hier wordt er gekeken
naar de vervaardigingwijze van de verschillende vloeren). Deze zijn namelijk:
1. In situ gestorte betonvloeren of ter plaatse gestorte betonvloeren(traditionele
betonvloeren)
2. Half geprefabriceerde betonvloeren (systeemvloeren)
3. Prefab-betonnen vloeren (systeemvloeren)
4.5.1 In situ gestorte betonvloeren
In situ gestorte betonvloeren of ter plaatse gestorte betonvloeren zijn beton vloeren die op de
werkplaats zelf gestort worden door middel van een betonpomp, nadat er een bekisting
gemaakt is en er wapening in geplaatst is. In situ gestorte betonvloeren hebben enkele
nadelen. Zo zijn deze vloeren bijvoorbeeld de zwaarste vloerconstructies, omdat er meer
materiaal nodig is voor de productie van zo een vloer, wat niet erg economisch is. Vanwege
de bekisting die eenmalig gebruikt wordt ( verloren bekisting), wordt er dus meer afval
geproduceerd dan bij andere vloeren. De benodigde vloerdikte is onder andere afhankelijk
van de randvoorwaarden en de gewenste overspanning. Hoe groter de overspanning, hoe
groter het gewicht wordt. De uitvoeringstijd is langer in vergelijking met de prefab vloeren en
ook arbeidsintensiever. Ook zijn ze niet milieuvriendelijk vanwege de hoge uitstoot van
gassen die gepaard gaan met de productie van deze vloeren . De voordelen van in situ
gestorte vloeren zijn echter : na het storten ontstaat er een monolithische betonvloer, hetgeen
constructief beter is. Ook kunnen de leidingen en ventilatiekanalen makkelijk ingestort
worden en is er een grotere vrijheid voor wat de vorm van de vloeren betreft. Ze zijn ook heel
erg duurzaam en zowat onderhoudsvrij.
15

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vloer

22

28Figuur 4-15 Storten van in situ betonvloer


Bron: http://members.home.nl/bhilderink/BBQ.htm

29Figuur 4-16 Storten van in situ betonvloer dmv betonpomp


Bron: http://members.home.nl/bhilderink/BBQ.htm

30Figuur 4-17 Vuistregels dimensionering in situ betonvloeren


Bron: Jellema 03 Draagstructuur , pag107

4.5.2 Half prefab-betonvloeren


Half prefab-betonvloeren zijn betonvloeren die deels in de fabriek vervaardigd worden en
verder afgewerkt worden op de bouwplaats.
Tot half geprefabriceerde vloeren behoren onder andere de volgende vloeren namelijk:
Breedplaatvloeren
Staalplaat betonvloeren
Breedplaatvloeren
Breedplaatvloeren zijn vloeren die half geprefabriceerd worden met een betonnen schil van
ongeveer 60 tot 120mm dik, waarin de wapening is geplaatst. De platen kunnen een
23

maximale breedte van 2.4m hebben, en de lengte kan variren van 0.8m tot 10m.16 Op de
werkplaats moeten deze platen tijdelijk ondersteund worden, daarna wordt er nog een
dekvloer of druklaag van beton van circa 150-200mm op de vloer gestort waardoor de vloer
een monoliet betonvloer wordt.17
Enkele voordelen van breedplaatvloeren:
Doordat de dekvloer ter plaatse gestort wordt, kunnen leidingen netjes weggewerkt
worden
Ze hebben een goede akoestische isolatie
Zijn heel erg duurzaam en onderhoudsvrij
Ook zijn er verschillende vormen mogelijk bij de toepassing van breedplaatvloeren,
zoals uitkragingen en trapgaten
Ook de breedplaatvloeren hebben nadelen. Enkele van deze zijn:
Deze vloeren moeten nog een dekvloer krijgen, die op de werkplek zelf gestort wordt,
hetgeen ze dus arbeidsintensiever maakt in vergelijking met de volledig prefabvloeren.
Er moet ook nog tijdelijke ondersteuning toegepast worden, wat ook meer tijd vergt
en de bouwtijd dus langer wordt. Als de ondersteuning traditioneel geschiedt, dus
door middel van stempels en baddingen18(houten kraaipoten), dan vergt dat veel meer
manuren dan bij systeemondersteuning (metalen stempels). Systeemondersteuning
echter heeft als nadeel dat de huurkosten relatief hoger zijn.

31Figuur 4-18 Breedplaatvloer


Bron: http://www.joostdevree.nl/shtmls/breedplaatvloer.shtml

32Figuur 4-19 Opbouw breedplaatvloer


16

Kuldipsingh Total Concrete N.V.


Bron: Jellema 03 Draagstructuur pag 105
18
Balk van naaldhout met een breedte van 6.5cm en een hoogte die kan varieren van 10-23cm, welke toegepast
wordt als hulpconstructie bij bekistingen
17

24

Bron: Jellema 03 Draagstructuur pag 105

33Figuur 4-20 Vuistregels dimensionering breedplaatvloeren


Bron: Jellema 03 Draagstructuur , pag107

Staalplaat betonvloeren
Staalplaat betonvloeren zijn vloeren waarbij de staalplaat als blijvende bekisting en wapening
dient voor de betonvloer en welke in staat is de gewichten van betonspecie en de
montagelasten te dragen. Bij staalplaat betonvloeren wordt het beton ter plaatse op de
staalplaat gestort en werkt het beton constructief ook mee, vanwege het wapeningsnet dat erin
komt. De druklaag die gestort wordt op de werkplaats heeft een dikte van circa 50-80mm
boven de hoogste golf. De schuifkracht die optreedt tussen het beton en de staalplaat worden
opgenomen door de ribbels in de staalplaat. Deze staalplaten hebben een dikte varirend van
0.75mm, 0.88mm en 1.00mm. Ze hebben een standaardbreedte van 0.8m . De minimale
lengte van de staalplaten is 2m en de maximale lengte is 12m19.

34Figuur 4-21 Staalplaat betonvloer


Bron: http://www.joostdevree.nl/shtmls/staalplaatbetonvloer.shtml

Staalplaatbetonvloeren hebben als voordeel dat ze eenvoudig en snel te monteren zijn en


hebben snelle levertijden, dus tijdwinst. Ook hebben ze een gering eigen gewicht en vergen
weinig opslagruimte, omdat de platen dun zijn en op elkaar gestapeld kunnen worden. Ze zijn
op maat leverbaar, dus geen onnodig materiaalverlies. Bij het toepassen van
staalplaatbetonvloeren in een constructie vindt er dus besparing plaats van materiaal-,
montage en opslagkosten. Deze vloeren hebben echter ook nadelen. Zo dient er ook bij deze
vloeren een tijdelijke ondersteuning (stempels) geplaatst te worden tijdens de uitvoering en is
er een langere voorbereidingstijd aan verbonden. Om het geheel brandveilig te maken moet
de staalplaat ook brandwerend worden bekleed.

19

Kuldipsingh Total Concrete N.V.

25

35Figuur 4-22 Storten van beton op een koud vervormde geprofileerde staalplaat
Bron: http://www.wtcb.be/homepage/index.cfm?cat=publications&sub=bbri-contact&pag=Contact8&art=121

36Figuur 4-23 Opbouw staalplaat betonvloer


Bron: http://wiki.bk.tudelft.nl/bk-wiki/Vloersystemen

37Figuur 4-24 Vuistregels dimensionering staalplaat betonvloeren


Bron: Jellema 03 Draagstructuur, pag 222

26

4.5.3 Prefab- betonvloeren


Prefab betonvloeren oftewel systeemvloeren (vloeren die volgens een bepaald systeem gelegd
worden) zijn betonvloeren die volledig vervaardigd worden in de fabriek. Tot de prefabbetonvloeren behoort onder andere de voorgespannen kanaalplaatvloer.
Kanaalplaatvloeren
Deze prefab vloer heeft als isolatiemateriaal polystyreen (piepschuim) en moet op de
bouwplaats meestal nog afgewerkt worden met een dekvloer of druklaag van minimaal
50mm.20

38Figuur 4-25 Voorgespannen kanaalplaatvloer


Bron: http://www.dehoop-pekso.nl/nl/producten/category:vloeren-en-wanden/product:kanaalplaatvloer.htm

Kanaalplaten zijn volledig geprefabriceerde voorgespannen vloerplaten, waarin er holle


kanalen worden gemaakt, om zodoende het eigengewicht omlaag te brengen. Deze platen
kunnen, doordat ze voorgespannen worden, zeer grote overspanningen teweeg brengen, tot
ongeveer 15m. Ook hebben ze een gering eigengewicht, dus zijn heel erg geschikt voor
utiliteitsgebouwen. De dikte van deze platen kan variren van 12cm, 15cm en 20 cm. De
afwerkvloer (dekvloer) of druklaag( een gewapende afwerkvloer) op deze platen moet
minimaal 50mm zijn. Ze hebben een standaardbreedte van 1.2m. In Suriname is de maximale
leverbare lengte van zo een plaat 8m.21
Enkele voordelen van kanaalplaatvloeren:
Ze hebben een laag eigengewicht door de aanwezige holle kanalen, en behouden hun
sterkte
Zeer geschikt voor constructies waar grote overspanningen van toepassing zijn.
Door de aanwezige holle kanalen in de vloer kunnen leidingen makkelijk en netjes
weggewerkt worden.
Bij deze vloeren zijn er relatief minder stempels nodig voor de tijdelijke
ondersteuning.
Er zijn geen bekistingen nodig
Indien de kanaalplaten als begane grondvloer gebruikt zullen worden, kunnen die
geleverd worden met isolatiemateriaal aan de onderzijde van zo een kanaalplaat

20
21

http://www.joostdevree.nl/shtmls/kanaalplaatvloer.shtml
KERSTEN building & construction

27

39Figuur 4-26 Kanaalplaatvloer toegepast in verdiepingsgebouw


Bron: http://www.bbi-beton.nl/?pagina=kanaalplaten

40Figuur 4-27 Opbouw kanaalplaatvloer


Bron:http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgk/kanaalplaatvloer_8b_uitkragend_2_jan_goethals.jpg

41Figuur 4-28 Vuistregels dimensionering voorgespannen kanaalplaatvloeren


Bron: Jellema 03 Draagstructuur, pag 115

4.6

Funderingen

De fundering van een bouwwerk is de constructie die het gewicht van het gebouw ( het
gebouwgewicht) overbrengt naar een draagkrachtige grondlaag. Afhankelijk van de diepte
waarop de draagkrachtige grondlaag zich bevindt, zal het type fundering bepaalt worden.
Er zijn twee typen funderingen die onderscheden namelijk:
Fundering op staal
Fundering op palen
Ad1) Fundering op staal:
Er is sprake van fundering op staal, wanneer de draagkrachtige grondlaag zich vlak
onder het maaiveld bevindt, meestal tussen de 2 en 3m. Er kan dan gelijk hierop
28

gefundeerd worden, maar soms moet er eerst grondverbetering toegepast worden


voordat er gefundeerd kan worden. Er zijn verschillende typen van funderen op staal en
die zijn: poeren, stroken, platen en putten.
Ad2) Fundering op palen:
Er is sprake van fundering op palen wanneer de draagkrachtige grondlaag op meer dan
3m onder het maaiveld ligt.

42Figuur 4-29 Paalfundering en strokenfundering op staal


Bron: http://www.bouwadviesnederland.nl/informatie/bouwadvies/bodemonderzoek

29

PROGRAMMA VAN EISEN

Het programma van eisen luidt als volgt:


Het gebouw moet een bruto vloeroppervlak van 10100m2 hebben.
Onderstaand tabel geeft de berekening van het totaal aantal werknemers waarvoor het
gebouw ontworpen zal worden en het bijbehorend aantal m2 aan oppervlakte.

Primaire ruimte(40%)
Ruimte
Directeur
Afdelingshoofd
Overig personeel
Totaal aantal
werknemers

Aantal
5
16
279/2

Oppervlakte
ruimte(m)/persoon
35
24
25

Netto opp
(m)
175
384
3488

300

4047

Bruto vloer
opp(m) (100%)

10100

1Tabel 5-1 Aantal werknemers dat zich gaan vestigen in het gebouw en aantal benodigd oppervlak

*Note: Voor het overig personeel werd aangenomen dat deze met zijn tween gebruik zullen
maken van een kamer, dus is 25m2 per ruimte genomen voor 2 personen.

Moet werkgelegenheid bieden voor 300 werknemers.


De constructie van het gebouw zal voldoen aan de drie hoofdeisen nl.:
sterkte
stijfheid
stabiliteit
o sterkte: de constructie moet voldoende stabiel zijn, want de constructie mag niet
bezwijken en breken.
o stijfheid: de constructie moet voldoende stijf zijn. De doorbuiging mag niet te
groot, de constructie mag niet te veel vervormen als het belast wordt. Een te grote
doorbuiging kan tot schade leiden van andere constructiedelen. Zodra een
constructiedeel (een vloer bijvoorbeeld) te veel doorbuigt, dan kunnen er scheuren
ontstaan in de gevels en in de gemetselde scheidingswanden van zo een gebouw.
o stabiliteit: de constructie moet voldoende stabiel zijn. De constructie mag niet
kippen22. Bij de stabiliteit gaat het meer om de weerstand tegen horizontale en
verticale krachten die werken op de constructie.
De stabiliteit kan onderverdeeld worden in:
kipstabiliteit: bij kipinstabiliteit gaat de ligger kippen als de belasting te
groot is voor zo een ligger.
knikstabiliteit: bij knikinstabiliteit gaat de ligger of kolom knikken23 bij
een te grote belasting.
Voorbeeldfiguren van knik- en kipstabiliteit zijn aangegeven in bijlage B.
22
23

Omvallen, omkantelen of schuin gaan staan van de constructie


Doorbuigen van de constructie

30

Deze drie hoofdeisen zullen getoetst worden op basis van de NEN normen:
NEN 6702-TGB 1990- Belastingen en vervormingen
NEN 6770-TGB 1990- Staalconstructies- Basiseisen en basisrekenregels voor
overwegend statisch belaste constructies
De belastingen die op de constructie werken zijn:
permanente belastingen
veranderlijke belastingen
windbelastingen
o permanente belastingen en veranderlijke belastingen
Dakvloer
Dikte(m) dichtheid(kN/m3)
Eigen gewicht vloer:
0.2
24
Afwerking + isolatie
Plafond en installaties
Tegels
Permanente belasting qg

Belasting(kN/m2)
4.8
0.9
0.2
0.1
6
0.96

Veranderlijke belasting qq
Totale belasting qd

1.2*6+1.5*0.96=

8.64

dichtheid(kN/m3)
24

Belasting(kN/m2)
4.8
0.9
6
0.2
0.1
12

2Tabel 5-2 Totale verticale belasting op dakvloer

Verdiepingsvloeren
Eigen gewicht vloer
Afwerking
Scheidingswanden
Plafond en installaties
Tegels
Permanente belasting qg

Dikte(m)
0.2

Extreme veranderlijke
belasting qq24
Totale belasting qd

2.5
1.2*12+1.5*2.5=

3Tabel 5-3 Totale verticale belasting op verdiepingsvloeren

o windbelastingen
Windbelasting: Prep= Cdim*Ct*Ceq**Pw
Cdim= 1
Ct= +0.8 (druk op gevel)
Ct= +0.4 (zuiging op gevel)
Ct= +0.04 (wrijving op dak)
Ceq= 1
= 1
Pw= 1.2 kN/m

24

Bijlage C, tabel C1 Veranderlijke vloerbelasting door personen, meubilair en aankleding

31

18.15

Lijnlasten

Windbelasting (kN/m)
5m
10m
20m
Druk : 1*0.8*1*1*1.2*Loversp
4.8
9.6
19.2
Zuiging : 1*0.4*1*1*1.2*Loversp
2.4
4.8
9.6
Wrijving : 1*0.04*1*1*1.2*Loversp
0.24
0.48
0.96
4Tabel 5-4 Totale horizontale belasting (windbelasting) op gevels en dak in de vorm van
lijnlasten

Puntlasten
Windebelasting per m

Prep= Cdim*Ct*Ceq**Pw
Prep = 1*(0.8+0.4)*1*1*1.2
Prep= 1.4 kN/m ( lijnlast)

5Tabel 5-5 Totale horizontale belasting (windbelasting) op gevels in de vorm van puntlasten

De constructie moet een levensduur van 50 jaar hebben

32

VERGELIJKING VAN DE ALTERNATIEVEN VOOR


SURINAME

6.1

Alternatieve gebouwhoogten

In dit hoofdstuk zal er op basis van de gebouwhoogte drie typen gebouwen bekeken en
getoetst worden. Deze drie typen zijn:
gebouwen die bestaan uit 3 bouwlagen (laagbouw)
gebouwen die bestaan uit 8 bouwlagen (hoogbouw)
gebouwen die bestaan uit 12 bouwlagen (hoogbouw)
Deze drie typen worden vervolgens getoetst als geschoorde constructies en ongeschoorde
constructies.

43Figuur 6-1 Gebouw dat bestaat uit 3 bouwlagen

44Figuur 6-2 Gebouw dat bestaat uit 8 bouwlagen

33

45Figuur 6-3 Gebouw dat bestaat uit 12 bouwlagen

De toetsing van deze drie typen gebouwen geschiedt door middel van berekeningen. Bij het
z l
i
s S i
i
Matrixframe studentenversie 5.0.
Er zijn enkele criteria waaraan de gebouwen getoetst zullen worden. Uit de toetsing zal
blijken welk type gebouw het geschikts is voor een kantoorgebouw in Suriname.
Deze criteria zijn onder andere:
tonnage ( kg/m2)
materiaalkosten ($)
uitvoerbaarheid (qua materiaal en materieel, know how/ervaring).
De resultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 6.7.

6.2

De verschillende bouwmethoden

In hoofdstuk 4 zijn de verschillende bouwmethoden behandeld, namelijk stapelbouw,


gietbouw, montagebouw en skeletbouw. Deze bouwmethoden zullen aan de hand van enkele
criteria getoetst worden.
Eerst wordt er een korte onderbouwing gegeven van de toepassing van zo een criterium op de
verschillende bouwmethoden, waarna de verschillende criteria met behulp van een cijfer
beoordeeld worden, om derhalve tot de meest geschikte bouwmethode te komen.
De criteria waaraan de verschillende bouwmethoden getoetst zullen worden zijn:
bouwtijd
bouwkosten
arbeidsintensief
flexibel, meer vrijheid wat indeling betreft
materieel
stabiliteit

34

Criteria
1 Bouwtijd

Stapelbouw
Lang; De stenen of andere
bouwelementen moeten eerst
een voor een goed en
waterpas geregeld en gesteld
worden alvorens ze
opgetrokken en aan elkaar
gemetseld worden.

Gietbouw
Minder lang; Als de
bekistingen eenmaal geplaatst
zijn gaat het storten van de
betonmortel snel.

2 Bouwkosten

Lage voorbereidingskosten.
De kosten op de bouwplaats
zijn iets hoger omdat deze
bouwmethode
arbeidsintensiever is en dus
meer tijd vergt. Hoge
transportkosten.

Bij niet verloren bekistingen


kunnen deze elke keer weer
gebruikt worden, waardoor
de bouwkosten lager worden.
De transportkosten die
gepaard gaan met deze
bouwmethode zijn wel hoog.

3 Arbeidsinten
sief

Heel arbeidsintensief.

Minder arbeidsintensief dan


stapelbouw.

35

Montagebouw
Kort; vanwege de
fabrieksmatig
vervaardigde
bouwelementen. Dus op
de bouwplaats moeten de
elementen slechts aan
elkaar gemonteerd
worden.

Skeletbouw
Kort; vanwege de
bouwelementen die in de
fabriek vervaardigd zijn en
op de bouwplaats slechts
aan elkaar gemonteerd
moeten worden. Bij een
betonskelet dat
vervaardigd is uit in situ
gestort beton is de
bouwtijd iets langer, omdat
er dan nog een bekisting
gemaakt moet worden voor
de kolommen en balken.
Kosten op de bouwplaats Lage kosten op de
zijn laag, omdat de
bouwplaats. Duurzaam.
elementen in de fabriek
Weinig transportkosten
vervaardigd worden. Maar omdat er geen zware
daar tegen over zijn er
wanden getransporteerd
hoge transportkosten.
hoeven te worden.
Minder arbeidsintensief.

Minder arbeidsintensief.

4 Flexibel,
meer vrijheid
wat indeling
betreft

Niet flexibel. De muren die


gevormd worden door de op
elkaar gestapelde stenen, zijn
dragende, zware, niet
verplaatsbare muren. Deze
muren kunnen dus niet meer
verplaatst worden als ze
eenmaal opgetrokken zijn,
met als gevolg dat die ruimte
niet anders ingedeeld kan
worden dan oorspronkelijk
bedoeld was.

5 Materieel

Bouwkraan,
elementensteller,
lijmcontainer
Hier wordt de stabiliteit
verzorgd door middel van
dwarswanden en/of
penanten25 in de gevels.

6 Stabiliteit

Gietbouw wordt ook wel


toegepast in combinatie met
betonskeletbouw. Bij
gietbouw wordt de
betonspecie ter plaatse
gestort in een bekisting door
middel van een beton pomp.
Bij deze bouwmethode wordt
de constructie door de
wanden gedragen waardoor
de wanden na de bouw niet
meer verplaatsbaar zijn. De
indeling van de ruimte is
hierdoor minder flexibel.
Bouwkraan, soorten
bekistingen, betonpomp

Minder flexibel. De
wanden die geplaatst
worden tijdens het
opzetten van de
constructie zijn niet meer
verplaatsbaar nadat het
gebouw helemaal af is.
Hierdoor wordt het
gebouw minder flexibel
voor wat de indeling
betreft

Heel erg flexibel. Bij


skeletbouw draagt het
skelet het gewicht van het
gebouw, waardoor er
gebruik gemaakt kan
worden van niet dragende
wanden, die dan ten alle
tijden verplaatsbaar zijn en
het gebouw dus vrij
indeelbaar is.

Zware bouwkraan

Bouwkraan

De stabiliteit wordt
verkregen uit de
monolithische vloeren en
wanden die ontstaan bij het
toepassen van deze
bouwmethode.

De stabiliteit wordt
verzorgd door de prefab
betonnen binnenspouwbladen in de gevels, die in
de langsrichting
gekoppeld worden aan de
draagwanden.

De stabiliteit wordt
verzorgd door de
kolommen, balken en
windschoren of stijve
wanden

6Tabel 6-1 Onderbouwingcriteria verschillende bouwmethoden

25

het smalle gedeelte van een muur tussen twee gevelopeningen

36

De verschillende criteria zullen met behulp van een cijfer beoordeeld worden, om zo tot de
meest geschikte bouwmethode te komen.
1= zeer slecht
3= slecht
5= matig
7= goed
9=zeer goed

Criteria
1 Bouwtijd

Stapelbouw
Gietbouw
Montagebouw
Gewicht Cijfer Score Cijfer Score Cijfer Score

Skeletbouw
Cijfer Score

14

18

18

2 Bouwkosten

10

14

14

3 Arbeidsintensief

4 Flexibel, meer
vrijheid wat
indeling betreft

10

10

18

5 Materieel

6 Stabiliteit

14

18

14

18

Totaal

10

38

66

62

82

7Tabel 6-2 Multi criteria analyse verschillende bouwmethoden

Conclusie: Uit het resultaat van tabel 6-2 kan er geconcludeerd worden dat skeletbouw ten
opzichte van de andere bouwmethoden een grotere flexibiliteit heeft voor wat de
indeling betreft. De bouwtijd is tevens relatief minder lang daar er gebruik
gemaakt wordt van geprefabriceerde bouwelementen. Skeletbouw is dus ten
opzichte van de andere bouwmethoden het beste alternatief vanwege de
flexibiliteit en de bouwtijd.

6.3

Materiaalkeuze

Zoals in hoofdstuk 4 reeds is aangehaald is er in dit verslag gekeken naar de drie meest
gebruikte materialen voor het construeren van de draagconstructie van een gebouw, namelijk
staal, beton en hout. De verschillende materialen en hun eigenschappen zijn behandeld in
hoofdstuk 4 en aan de hand van deze eigenschappen zal er een multi criteria analyse gemaakt
worden . Vervolgens zullen de twee beste materialen worden gekozen.
De criteria waaraan de verschillende materialen getoetst zullen worden zijn:
Brandwerendheid
Bouwtijd
Grote overspanningen mogelijk gekoppeld aan het gewicht
Recyclebaarheid van materiaal en elementen
Het onderstaand tabel geeft de onderbouwing van de verschillende criteria weer.

37

Criteria
1 Brandwerendheid

Staal
Staal is van zichzelf een onbrandbaar
materiaal, maar bij verhitting nemen de
strekte en stijfheid van het materiaal
snel af, waardoor de constructie kan
bezwijken. Staal moet om deze reden
brandwerend gemaakt worden door
bijvoorbeeld een brandwerende
verflaag, of beton erom te zetten.

Beton
Beton is van zichzelf een onbrandbaar
materiaal en heeft al een grote
weerstand tegen brand bij nogal
kleine dikten. Het is dus goed bestand
tegen hoge temperaturen, wat als
voordeel heeft dat het materiaal niet
extra bewerkt hoeft te worden met
brandwerend materiaal

Hout
Hout is het enig brandbaar constructie
materiaal, wat dus een negatieve rol speelt
bij de verspreiding van brand. Echter
bezwijkt een houten constructie minder snel
omdat verdere aantasting afgeremd wordt
door verkoling van het oppervlak van de
houten balken.

2 Bouwtijd

Snel, vanwege de prefabricage van de


stalen kolommen en liggers

Snel, maar het hout moet goed gedroogd zijn


alvorens ermee gebouwd kan worden.

3 Grote
overspanningen
mogelijk
gekoppeld aan het
gewicht

In staal zijn er grote overspanningen


mogelijk gekoppeld aan een relatief
laag gewicht

Als er gebruik gemaakt wordt van


prefab betonnen kolommen dan wel,
maar als in het werk gestort dan is de
bouwtijd langer
In beton zijn er grote overspanningen
mogelijk, maar die zijn gekoppeld aan
een relatief hoog gewicht

4 Recyclebaarheid
van materiaal en
elementen

Staal is een materiaal dat 100%


recyclebaar is. Een stalen gebouw gaat
lang mee, maar als de gebruiksperiode
van zo een gebouw voorbij is, kunnen
de oorspronkelijke onderdelen na
bewerking weer hergebruikt worden als
bouwdeel bij een nieuw bouwproject.
Momenteel wordt 50% van al het
balkstaal hergebruikt als bouwdeel en
het overig deel wordt dan gebruikt als
schroot bij het produceren van nieuw
staal. Het nieuwe staal blijft zijn
eigenschappen na recycling behouden

Beton is niet demontabel, waardoor


hergebruik op gebouw- en
elementniveau minimaal blijft. De
betonresten worden meestal gesloopt
en worden vermalen tot
betongranulaat, welke gebruikt wordt
voor wegen of in nieuwe
betonproducten. Slechts 20%
recyclebaar

38

In hout zijn grote overspanningen mogelijk,


die gekoppeld zijn aan een relatief laag
gewicht bij lagere gebouwen of hallen. Maar
bij hogere gebouwen kunnen de
gelamineerde liggers alleen in combinatie
met staal de grote overspanningen bereiken.
Hout is heel erg recyclebaar en er zijn geen
grote hoeveelheden energie nodig om dit te
doen.

8Tabel 6-3 Onderbouwingcriteria verschillende materialen

De verschillende criteria zullen met behulp van een cijfer beoordeeld worden, om zo tot het meest geschikte materiaal te komen.
1= zeer slecht
3= slecht
5= matig
7= goed
9=zeer goed
Staal
1
2
3

Criteria
Brandwerendheid
Bouwtijd
Grote overspanningen
mogelijk gekoppeld
aan het gewicht
Recyclebaarheid van
materiaal en elementen
Totaal

Gewicht
3
3

Cijfer

Beton
Score

Cijfer

Hout
Score

Cijfer

Score

5
9

15
27

9
5

27
15

5
7

15
21

21

15

10

70

60

9Tabel 6-4 Multi criteria analyse verschillende materialen

39

52

Conclusie: Uit het resultaat van tabel 6-4 kan er geconcludeerd worden dat staal het beste
materiaal is voor dit type gebouw. Staal heeft verschillende voordelen ten opzichte
van de andere materialen, waaronder de bouwtijd, die relatief sneller is en de grote
overspanningen met een relatief laag gewicht. Als tweede beste is het materiaal
beton daar dit materiaal een grote weerstand biedt tegen hoge temperaturen. Staal
echter moet brandwerend gemaakt worden. De bouw tijd van beton is echter
langer en bij grotere overspanningen is er meer beton nodig waardoor het gewicht
zwaarder wordt.

6.4

Overspanning

In hoofdstuk 4 is aangehaald dat er bij het ontwerpen en construeren van kantoorgebouwen


verschillende overspanningen mogelijk zijn. Zowel de veel gebruikte overspanning van
5m,7.5 m, als ook de grotere overspanningen van 10m, 15m, 20m.
Bij het vergelijken van verschillende typen draagconstructies en gebouwhoogten zal gewerkt
worden met zowel de veel gebruikte kleine overspanningen van 5m, als ook de grotere
overspanningen van 10 en 20m. Deze zullen vervolgens getoetst worden. Bij de toetsing zal
gebruik gemaakt worden van onder andere het computer rekenprogramma Scia engineer.
Hierbij worden de verschillende gebouwhoogten (drie, acht en twaalf bouwlagen) aan de
hand van de verschillende overspanningen (5m, 10m en 20m) en de materialen getoetst. Op
grond van de gevonden resultaten en de eisen van de gebruikers van het gebouw, zal er
geconcludeerd worden welke overspanningen de beste keuze zijn voor dit type gebouw.
De resultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 6.7.

6.5

Vloeren

Enkele belangrijke criteria waaraan de diverse vloersystemen globaal kunnen worden


getoetst, zijn:
gewicht vloer
de uitvoeringstijd
benodigde tijdelijke ondersteuning
arbeidsintensief
opslagruimte
oppervlakte afwerking

40

Criteria

In situ gestorte
betonvloeren
De zwaarste vloerconstructies.

Breedplaat vloeren

Staalplaat betonvloeren

Kanaalplaat vloeren

Minder zwaar in
vergelijking met de ter
plaatste gestorte vloeren,
maar zwaarder dan de
prefab vloeren.

Gering eigengewicht, dus minder


zware vloeren.

Laag eigengewicht door


aanwezige holle kanalen.

2 Uitvoeringstij
d

Langer dan bij prefab


vloeren.

Vanwege de tijdelijke
ondersteuning die geplaatst
moet worden, wordt de
bouwtijd iets langer.

Eenvoudig en snel te monteren,


dus tijdwinst, maar vanwege de
benodigde tijdelijke ondersteuning
wordt de uitvoeringstijd toch iets
langer.

Korter dan bij de ter


plaatse gestorte vloeren en
de half prefab vloeren.

3 Tijdelijke
ondersteuning

Aanzienlijk meer
stempels nodig voor de
tijdelijke ondersteuning.
Heel arbeidsintensief.

Aanzienlijk meer stempels nodig


voor de tijdelijke ondersteuning.

Minder stempels nodig


voor de tijdelijke
ondersteuning.
Minder arbeidsintensief.

1 Gewicht vloer

4 Arbeidsintensief

5 Opslagruimte

Aanzienlijk meer stempels


nodig voor de tijdelijke
ondersteuning.
Arbeidsintensiever in
vergelijking met de volledig
prefab vloeren, omdat er
nog een druklaag op de
werkplek gestort moet
worden.
De betonspecie wordt op Vergt veel opslagruimte.
het tijdstip dat de vloer
gestort moet worden
geleverd door een
betonmixtruck. Het
bekistingsmateriaal
vergt wel opslagruimte.

41

Arbeidsintensiever in vergelijking
met de volledig prefab vloeren,
omdat er nog een dekvloer van
minimaal 50mm boven de hoogste
golf op de werkplek gestort moet
worden.
Vergt weinig opslagruimte, omdat
de platen op elkaar gestapeld
kunnen worden.

Vergt meer opslagruimte


dan de
staalplaatbetonvloeren,
maar minder dan de
breedplaatvloeren.

6 Oppervlakte
afwerking

Geen oppervlakte
afwerking nodig.

Dekvloer of druklaag van


circa 150-200mm nodig.

Dekvloer of druklaag meteen dikte


van circa 50-80mm boven de
hoogste golf nodig.

Dekvloer of druklaag van


minimaal 50mm nodig.

10Tabel 6-5 Onderbouwingcriteria verschillende vloersystemen

De verschillende criteria zullen met behulp van een cijfer beoordeeld worden, om zo tot het meest geschikte vloersysteem te komen.
1= zeer slecht
3= slecht
5= matig
7= goed
9=zeer goed

Criteria
1 Gewicht vloer

In situ
Breedplaat
Staalplaat
Kanaalplaat
gestorte
vloeren
betonvloeren
vloeren
betonvloeren
Gewicht Cijfer Score Cijfer Score Cijfer Score Cijfer Score
2

10

10

14

2 Uitvoeringstijd

14

10

14

3 Minder tijdelijke
ondersteuning
benodigd

10

10

10

14

4 Arbeidsintensief

10

10

14

5 Opslagruimte

6 Oppervlakte
afwerking

Totaal

10

40

50

54

11Tabel 6-6 Multi criteria analyse verschillende vloersystemen

42

70

Conclusie: Uit het resultaat van tabel 6-6 kan er geconcludeerd worden dat de
kanaalplaatvloeren de beste keus zijn voor dit type gebouw. De
kanaalplaatvloeren hebben het voordeel dat zij een lager gewicht hebben dan de
andere typen vloeren. Tevens hebben zij minder tijdelijke ondersteuning nodig en
zijn ze dus ook minder arbeidsintensief.

6.6

Fundering

Aan de hand van de sondeerstaten kan geconcludeerd worden dat de draagkrachtige


grondlaag op een diepte van 22m ligt onder het maaiveld. Er is gebruik gemaakt van
sondeerstaat CTP 5.
Aan de hand van deze informatie en de theorie over funderingen uit hoofdstuk 4 kan er
geconcludeerd worden dat slechts een fundering op palen voor deze locatie geschikt is, daar
de draagkrachtige grondlaag op meer dan 3m onder het maaiveld ligt.
Voor de sondeerstaten zie bijlage D.
Afmeting palen (mm)

Maximale lengte (m)

300 x 300

29

400 x 400

29

450 x 450

29

12Tabel 6-7 Gestandaardiseerde paalafmeting en leverbare lengten voor voorgespannen geprefabriceerde


betonpalen van Kuldipsingh Total Concrete N.V

6.7

De resultaten en de conclusies

In dit hoofdstuk worden de gevonden resultaten weergegeven en samengevat. Vervolgens


worden er conclusies getrokken die aangeven wat de beste keus is voor het concept ontwerp
gelet op een economische en duurzame draagconstructie.
Voordat de resultaten worden weergegeven zal hieronder kort samengevat de werkwijze die
gehanteerd is bij het vaststellen van de resultaten worden aangegeven.
Door middel van het rekenprogramma Scia engineer zijn er verschillende constructies
getoetst aan de stabiliteits- en spanningscontrole eis. Deze eisen houden in dat de optredende
krachten gedeeld door de maximale toelaatbare krachten kleiner moeten zijn dan 1. Dat
betekent dat

1 en

1.

Voor de alternatieve gebouwen is er uitgegaan van een constructie met 5 portalen in x


richting en 3 portalen in y richting met overspanningen van 5m, 10m en 20m. Dit is
toegepast op verschillende gebouwhoogten namelijk drie, acht en twaalf bouwlagen en als
twee verschillende constructies, namelijk: geschoord en ongeschoord. Bij de toetsing van de
geschoorde constructies is er uitgegaan van een centrale kern. De toetsing is gepleegd in
zowel staal als beton.

43

Hieronder zijn de figuren van de constructie bestaande uit 8 bouwlagen met een overspanning
van 5m weergegeven, teneinde de werkwijze te illustreren.

46Figuur 6-4 Geschoorde constructie (constructie met een kern)


die bestaat uit 8 bouwlagen in beton

47Figuur 6-5 Geschoorde constructie die bestaat uit 8 bouwlagen in staal

44

48Figuur 6-6 Ongeschoorde constructie die bestaat uit 8 bouwlagen in beton

49Figuur 6-7 Ongeschoorde constructie die bestaat uit 8 bouwlagen in staal

Zoals eerder aangegeven in paragraaf 6.1 zullen de gebouwen getoetst worden aan enkele
criteria. Uit de toetsing zal blijken welk type gebouw het geschikts is voor een
kantoorgebouw in Suriname.
De resultaten van de toetsing zijn hieronder weergegeven.

45

6.7.1 De resultaten
6.7.1.1 Criterium 1 Materiaalhoeveelheden
Met materiaalhoeveelheden
l
i i il s
l
i l.
De materiaalhoeveelheden worden hier uitgedrukt in kilogram per vierkante meter voor zo
een gebouw. Dit betekent dat er per vierkante meter een bepaalde hoeveelheid aan materiaal
staal of beton nodig is voor een bepaalde constructie.
De materiaalhoeveelheden van beton en staal zijn berekend en die zullen vervolgens met
elkaar vergeleken worden. Deze materiaalhoeveelheden zullen vervolgens aangeduid worden
met de term tonnage.
De onderstaande tabellen weergeven de tonnages van beton voor de verschillende gebouwen
op basis van de benodigde afmeting van de kolommen en balken. Deze afmetingen zijn
getoetst aan de stabiliteits- en spanningscontrole eis en voldoen allemaal26.
6.7.1.1.1 Beton
5 m overspanning
Overspanning (m)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)

Raamwerk
240
328
357

Kern
222
288
310

bouwlagen
3
8
12

13Tabel 6-8 Tonnage beton bij een overspanning van 5m

10m overspanning
Overspanning (m) Raamwerk
Tonnage (kg/m2)
557
Tonnage (kg/m2)
583
Tonnage (kg/m2)
605

Kern
522
544
550

bouwlagen
3
8
12

14Tabel 6-9 Tonnage beton bij een overspanning van 10m

20m overspanning
Overspanning (m) Raamwerk
Tonnage (kg/m2)
1126
Tonnage (kg/m2)
1168
Tonnage (kg/m2)
1188

Kern
1084
1107
1121

bouwlagen
3
8
12

15Tabel 6-10 Tonnage beton bij een overspanning van 20m

26

Zie bijlage E Profielafmetingen en momenten van de verschillende constructies tabel E1, tabel E2 en tabel E3

46

6.7.1.1.2 Staal
De onderstaande tabellen weergeven de tonnages van staal voor de verschillende gebouwen
op basis van de gangbare standaard profielen die gebruikt worden in Suriname en op basis
van de benodigde profielen voor zo een constructie.
Met de gangbare standaard profielen worden bedoeld de normale hier in de handel
verkrijgbare profielen zoals de IPE, HEA, HEB en HEM profielen.
Met benodigde profielen worden bedoeld de profielen die nodig zijn om zo een constructie te
kunnen dragen en stabiel te houden zodat het niet bezwijkt.
Bij dit onderzoek is er gewerkt met de HD profielen.
Het toepassen van de HD profielen in een constructie is niet gebruikelijk. Ze zijn veel dikker
en zwaarder dan de normale HEA,HEB en HEM profielen. Een constructie bestaande uit HD
profielen is veel zwaarder, met als gevolg dat het veel duurder wordt dan een constructie
bestaande uit bijvoorbeeld HEB of HEM profielen, waarmee er over het algemeen wordt
gewerkt. Voor elke constructie waarbij de kolommen groter dan HEM 900 zijn, zouden er
samengestelde profielen of een andere constructie toegepast kunnen worden, omdat deze
anders veels te duur uitkomt.
De HD profielen hebben echter een hogere Wz,pl waarde, waardoor deze grotere krachten op
kunnen nemen. Voor de balken is er gebruik gemaakt van samengestelde profielen in de
vorm van vakwerken.
De onderstaande figuren geven het verschil aan tussen een HEB, HEM en een HD profiel met
het bijbehorende plastisch weerstandsmoment en de oppervlakte van de profielen. Als er
gekeken wordt naar de eigenschappen van de verschillende profielen, dan blijkt dat een HD
400x1086 profiel een oppervlakte heeft die 3.8 keer groter is dan een HEB 900. Het HD
profiel is als er gekeken wordt naar de Wz,pl waarde dan ook 8 keer sterker dan de HEB
900. Staal heeft een soortelijk gewicht van 7850kg/m3 27 . Een HEB 900 profiel weegt
290kg/m1, terwijl een HD 400x1086 profiel 1091kg/m1 weegt.

A= 0.0371 m

Wzpl = 1.66*10-3 m3

50Figuur 6-8 Eigenschappen stalen profiel HEB 900

27

Staalprofielen-deel 5 (Over)spannend staal T.J. van den Broek-dtp St. Kennisoverdracht SG. Rotterdam.

47

A= 0.0424 m

Wzpl = 1.93*10-3 m3

51Figuur 6-9 Eigenschappen stalen profiel HEM 900

A= 0.1396 m

Wzpl = 1.338*10-2 m3

52Figuur 6-10 Eigenschappen stalen profiel HD 400x1086

Bij de 5m overspanning voldoen de gangbare standaard profielen die in Suriname toegepast


worden bij constructies voor zowel de kolommen als de balken.
Bij de 10m overspanning, drie bouwlagen voldoen de gangbare standaard profielen ook nog.
Maar vanaf de acht bouwlagen 10m overspanning voldoen deze profielen niet meer voor de
kolommen. Hier zijn de constructies dan getoetst aan zwaardere profielen (de HD profielen),
teneinde een indicatie te krijgen van de grootte van het plastisch weerstandmoment (Wz,pl)
van deze profielen, die een soortgelijke constructie kunnen dragen. Voor de balken echter
voldoen de gangbare profielen voor de 10m overspanning wel.
Bij de 20m overspanning voldoen de gangbare standaard profielen ook niet, dus ook hier zijn
de kolommen van de constructies weer getoetst aan de HD profielen.

Gangbare profielen in Suriname


Onderstaande tabellen geven de tonnages van de gangbare profielen in Suriname aan voor
een constructie van drie, acht en twaalf bouwlagen, bij een overspanning van 5, 10 en 20
meter.

48

5 m overspanning
Overspanning (m)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)

Raamwerk Kern
45
43
55
47
65
55

bouwlagen
3
8
12

Voldoet
Voldoet
Voldoet

16Tabel 6-11 Tonnage staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning van 5m

10m overspanning
Overspanning (m)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)

Raamwerk
85
92
92

Kern
77
87
89

bouwlagen
3
Voldoet
8
Voldoet niet
12
Voldoet niet

17Tabel 6-12 Tonnage staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning van 10m

20m overspanning
Overspanning (m)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)

Raamwerk
111
111
111

Kern
106
109
109

bouwlagen
3
Voldoet niet
8
Voldoet niet
12
Voldoet niet

18Tabel 6-13 Tonnage staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning van 20m

Benodigde profielen
Onderstaande tabellen geven de tonnages van de benodigde profielen (HD profielen) aan
voor een constructie van drie, acht en twaalf bouwlagen, bij een overspanning van 10 en 20
meter.
10m overspanning
Overspanning (m)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)

Raamwerk
85
102
129

Kern
77
91
103

bouwlagen
3
8
12

Voldoet
Voldoet
Voldoet

19Tabel 6-14 Tonnage staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning van 10m

20m overspanning
Overspanning (m)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)
Tonnage (kg/m2)

Raamwerk
158
169
182

Kern
148
167
174

bouwlagen
3
8
12

Voldoet
Voldoet
Voldoet

20Tabel 6-15 Tonnage staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning van 20m

De onderstaande grafieken weergeven de tonnages van staal in vergelijking met beton voor
dezelfde constructies.
49

Voor staal zijn zowel de gangbare als de benodigde profielen aangeduid door middel van een
kromme. Voor de constructies waar de gangbare standaard profielen niet voldoen zijn de
waarden wel opgenomen in de bovenstaande tabellen, maar niet aangeduid door middel van
een kromme in de grafiek daar de gangbare profielen niet meer voldoen.
Bij de 10m overspanning is er in de grafiek wel een waarde aangegeven voor de constructie
met 3 bouwlagen, omdat hier de gangbare profielen wel voldoen. Echter voor de constructies
met 8 en 12 bouwlagen zijn er ook geen waarden of krommen aangegeven, daar de gangbare
profielen niet voldoen. Hier zou er dus overgestapt moeten worden op andere profielen, met
name de zwaardere profielen. Deze krommen zijn wel aangeduid in de grafiek maar dan met
een andere kleur om derhalve een indicatie te krijgen van het gewicht van een constructie
bestaande uit de zwaardere profielen. (zie benodigde profielen). Hetzelfde geldt voor de
constructies met een overspanning van 20m.

Tonnage 5m
400
328

Tonnage (kg/m2)

350
300

310

240

250

5m raamwerk
STAAL
benodigde
profielen
5m kern STAAL
benodigde
profielen

357

288
222

200

5m raaamwerk
BETON

150
100
50
0

5m kern BETON

55

47

43

65

55

45

10

15

Aantal bouwlagen
1Grafiek 6-1 Tonnage staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 5m

50

Tonnage 10m

400

10m raamwerk
STAAL gangbare
profielen
10m kern STAAL
gangbare
profielen
10m raamwerk
BETON

300

10m kern BETON

700
557

600

Tonnage (kg/m2)

500

200
100

129
103

102

85
91

77 77

550

544

522

85

605

583

10

15

10m raamwerk
STAAL benodigde
profielen
10m kern STAAL
benodigde
profielen

Aantal bouwlagen
2Grafiek 6-2 Tonnage staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 10m

Tonnage 20m

20m raamwerk
STAAL gangbare
profielen
20m kern STAAL
gangbare profielen

1400
1126

Tonnage (kg/m2)

1200
1000

1084

1168

1188

1107

1121

800

20m raamwerk
BETON

600

20m kern BETON

400
200

148

158

167

182
174

169

0
0

10

15

Aantal bouwlagen

20m raamwerk
STAAL benodigde
profielen
20m kern STAAL
benodigde
profielen

3Grafiek 6-3 Tonnage staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 20m

51

6.7.1.2 Criterium 2 Materiaalkosten


Met materiaalkosten wordt hier bedoeld de kosten voor de hoeveelheid gebruikte materiaal
voor slechts de hoofddraagconstructie van de verschillende gebouwen.
De onderstaande tabellen weergeven de materiaalkosten van beton voor de verschillende
gebouwen op basis van de benodigde afmeting voor een beton constructie.
6.7.1.2.1 Beton

5 m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per
m3 ($/m3)

Hoeveelheid
materiaal (m3)

1000
1000
1000
1000
1000
1000

132
129
642
578
1112
1005

Materiaalkosten ($)
1.32E+05
1.29E+05
6.42E+05
5.78E+05
1.11E+06
1.01E+06

21Tabel 6-16 Materiaalkosten beton bij een overspanning van 5m

10m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per
m3($/m3)

Hoeveelheid
materiaal (m3)

1000
1000
1000
1000
1000
1000

1145
1124
3410
3328
5530
5169

Materiaalkosten ($)
1.15E+06
1.12E+06
3.41E+06
3.33E+06
5.53E+06
5.17E+06

22Tabel 6-17 Materiaalkosten beton bij een overspanning van 10m

20m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per
m3($/m3)

Hoeveelheid
materiaal (m3)

1000
1000
1000
1000
1000
1000

8374
8289
24594
23764
38170
36893

23Tabel 6-18 Materiaalkosten beton bij een overspanning van 20m

52

Materiaalkosten ($)
8.37E+06
8.29E+06
2.46E+07
2.38E+07
3.82E+07
3.69E+07

6.7.1.2.2 Staal

Gangbare profielen in Suriname


De onderstaande tabellen weergeven de materiaalkosten van staal voor de verschillende
gebouwen op basis van de gangbare standaard profielen in Suriname voor een stalen
constructie.
5 m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per kg Hoeveelheid


($/kg)
materiaal (kg)
55173
54436
208139
174448
381026
317080

2.45
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45

Materiaalkosten ($)
1.35E+05
1.33E+05
5.10E+05
4.27E+05
9.34E+05
7.77E+05

Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet

24Tabel 6-19 Materiaalkosten staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning van 5m

10m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per kg Hoeveelheid


($/kg)
materiaal (kg)
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45

332027
287392
1033834
935477
1550751
1567921

Materiaalkosten ($)
8.14E+05
7.04E+05
2.53E+06
2.29E+06
3.80E+06
3.84E+06

Voldoet
Voldoet
V.N
V.N
V.N
V.N

25Tabel 6-20 Materiaalkosten staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning van 10m

20m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per kg Hoeveelheid


($/kg)
materiaal (kg)
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45

895454
860952
2387877
2536466
3581816
3798219

Materiaalkosten ($)
2.19E+06
2.11E+06
5.85E+06
6.21E+06
8.78E+06
9.31E+06

V.N
V.N
V.N
V.N
V.N
V.N

26Tabel 6-21 Materiaalkosten staal op basis van de gangbare standaard profielen bij een overspanning van 20m

53

Benodigde profielen
De onderstaande tabellen weergeven de materiaalkosten van staal voor de verschillende
gebouwen op basis van de benodigde profielen voor zo een constructie. Ook hier zijn de
materiaalkosten aangegeven als er gewerkt zou worden met de zwaardere HD profielen, om
vervolgens een indicatie te krijgen van het kostenplaatje van de constructie bestaande uit
zwaarder profielen.
10m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per kg Hoeveelheid


($/kg)
materiaal (kg)
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45

332027
287392
1089781
971449
2092644
1736820

Materiaalkosten ($)
8.14E+05
7.04E+05
2.67E+06
2.38E+06
5.13E+06
4.26E+06

Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet

27Tabel 6-22 Materiaalkosten staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning van 10m

20m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen
3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Prijs per kg Hoeveelheid


($/kg)
materiaal (kg)
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45
2.45

2256097
2017047
6487164
6324139
10532791
10031244

Materiaalkosten ($)
5.53E+06
4.94E+06
1.59E+07
1.55E+07
2.58E+07
2.46E+07

Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet
Voldoet

28Tabel 6-23 Materiaalkosten staal op basis van de benodigde profielen bij een overspanning van 20m

De onderstaande grafieken weergeven de materiaalkosten van staal in vergelijking met beton


voor dezelfde constructies. Zoals eerder al aangegeven bij de grafieken die de tonnages van
staal en beton illustreren, zijn voor staal zowel de gangbare als de benodigde profielen
aangeduid door middel van een kromme. Voor de constructies waar de gangbare standaard
profielen niet voldoen zijn de waarden wel opgenomen in de bovenstaande tabellen, maar niet
aangeduid door middel van een kromme in de grafiek. De krommen van de constructies met
de zwaardere profielen zijn dan wel aangeduid in de grafiek maar dan met een andere kleur
(zie benodigde profielen). Zo ook de constructies met een overspanning van 20m.

54

Materiaalkosten 5m
1.20E+06
1.11E+06

Materiaalkosten ($)

1.00E+06
8.00E+05
6.42E+05
6.00E+05

1.01E+06
9.34E+05

5m raamwerk
STAAL benodigde
profielen

7.77E+05

5m kern STAAL
benodigde
profielen

5.78E+05
5.10E+05

4.00E+05

5m raamwerk
BETON

4.27E+05
1.35E+05

2.00E+05

5m kern BETON

1.33E+05
1.32E+05 1.29E+05

0.00E+00
0

10

15

Aantal bouwlagen
4Grafiek 6-4 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 5m

Materiaalkosten 10m
6.00E+06

5.53E+06

Materiaalkosten ($)

5.00E+06

5.17E+06
5.13E+06
4.26E+06

4.00E+06
3.00E+06

10m raamwerk
BETON

3.41E+06
3.33E+06

10m kern BETON

2.67E+06
2.38E+06

2.00E+06

10m raamwerk
STAAL gangbare
profielen
10m kern STAAL
gangbare profielen

1.15E+06
1.00E+06 1.12E+06
8.14E+05 8.14E+05
7.04E+05
0.00E+00
7.04E+05
0
5

10

15

10m raamwerk
STAAL benodigde
profielen
10m kern STAAL
benodigde
profielen

Aantal bouwlagen
5Grafiek 6-5 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 10m

55

Materiaalkosten 20m
4.50E+07

Materiaalkosten ($)

4.00E+07

3.82E+07

3.50E+07
3.00E+07
2.46E+07

2.50E+07

2.38E+07

2.00E+07

3.69E+07
2.58E+07
2.46E+07

1.59E+07
1.55E+07

1.50E+07
8.37E+06

1.00E+07

5.53E+06

5.00E+06

20m kern BETON

8.29E+06
4.94E+06

0.00E+00
0

10

Aantal bouwlagen

20m raamwerk
STAAL gangbare
profielen
20m kern STAAL
gangbare
profielen
20m raamwerk
BETON

15

20m raamwerk
STAAL benodigde
profielen
20m kern STAAL
benodigde
profielen

6Grafiek 6-6 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton bij een overspanning van 20m

56

Bruto vloeroppervlak
Alvorens een uitspraak te doen over de geschikte hoogte van de constructie zal naast
criterium 1 en criterium 2 tevens een berekening gemaakt worden voor de verschillende
constructies op basis van een vast bruto vloeroppervlak (bvo). De berekening wordt gemaakt
om na te gaan wat het verschil in materiaalkosten is voor een gebouw met hetzelfde
vloeroppervlak, ongeacht het aantal bouwlagen en overspanningslengten.
Zoals eerder aangegeven is er voor de alternatieve gebouwen uitgegaan van een constructie
met 5 portalen in x richting en 3 portalen in y richting met overspanningen van 5m, 10m en
20m. De materiaalkosten zijn dus berekend op basis van deze gebouwafmetingen.
Per overspanning en aantal bouwlagen hebben de alternatieve gebouwen allemaal een
verschillend bruto vloeroppervlak. Het gebouw met een overspanning van 5m dat bestaat uit
drie bouwlagen heeft bijvoorbeeld een bruto vloeroppervlak van 1125m2. In hoofdstuk 3 van
l 1 B ijfs- l
i
z is
bruto
vloeroppervlak van 10100m moet hebben. Gemakshalve zal er hiermee gewerkt worden.
Aantal
bouwlagen
3

12

Overspanning
(m)
5
10
20
5
10
20
5
10
20

Bruto vloeroppervlak
alternatieve gebouwen (m)
1125
4500
18000
3000
12000
48000
4500
18000
72000

29Tabel 6-24 Verschillende gebouwhoogten met de verschillende overspanningen en hun bijbehorend bruto
vloeroppervlak

Materiaalkosten totaal gebouw


Aan de hand van de materiaalkosten die uitgerekend zijn voor de alternatieve gebouwen kan
er een vierkante meter prijs voor dit type gebouw bepaald worden. Vervolgens kan het totaal
bruto vloeroppervlak voor het concept gebouw uitgerekend worden. Hieruit zal blijken wat
het beste type gebouw is op basis van de draagconstructie.
In de onderstaande tabellen zijn de materiaalkosten per vierkante meter voor de alternatieve
gebouwen weergegeven. Daarnaast het benodigd bruto vloeroppervlak voor het concept
gebouw, met de daarbij behorende materiaalkosten. Voor staal is gewerkt met de benodigde
profielen voor de constructies.

57

Beton
5 m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen

3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Materiaalkosten per
m($)
117
115
214
193
247
223

Benodigd
Materiaalbruto
kosten ($)
vloeroppervlak
(m)
10100
1.18E+06
10100
1.16E+06
10100
2.16E+06
10100
1.95E+06
10100
2.49E+06
10100
2.25E+06

30Tabel 6-25 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van beton met een overspanning
van 5m

10m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen

3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Materiaalkosten per
m($)
254
250
284
277
307
287

Benodigd
Materiaalbruto
kosten ($)
vloeroppervlak
(m)
10100
2.57E+06
10100
2.53E+06
10100
2.87E+06
10100
2.80E+06
10100
3.10E+06
10100
2.90E+06

31Tabel 6-26 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100 m2 van beton met een overspanning
van 10m

20m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen

3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Materiaalkosten per
m($)
465
461
512
495
530
512

Benodigd
Materiaalbruto
kosten ($)
vloeroppervlak
(m)
10100
4.70E+06
10100
4.66E+06
10100
5.17E+06
10100
5.00E+06
10100
5.35E+06
10100
5.19E+06

32Tabel 6-27 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van beton met een overspanning
van 20m

58

Staal
Benodigde profielen
5 m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen

3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Materiaalkosten per
m($)
120
119
170
142
207
173

Benodigd
Materiaalbruto
kosten ($)
vloeroppervlak
(m)
10100
1.21E+06
10100
1.20E+06
10100
1.72E+06
10100
1.43E+06
10100
2.09E+06
10100
1.75E+06

33Tabel 6-28 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van staal met een overspanning
van 5m op basis van de HE profielen

10m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen

3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Materiaalkosten per
m($)
181
156
223
198
285
236

Benodigd
Materiaalbruto
kosten ($)
vloeroppervlak
(m)
10100
1.83E+06
10100
1.58E+06
10100
2.25E+06
10100
2.00E+06
10100
2.88E+06
10100
2.38E+06

34Tabel 6-29 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100 m2 van staal met een overspanning
van 10m op basis van de HD profielen

20m overspanning
Aantal
Type
bouwlagen

3
8
12

Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern
Raamwerk
Kern

Materiaalkosten per
m($)
307
275
331
323
358
341

Benodigd
Materiaalbruto
kosten ($)
vloeroppervlak
(m)
10100
3.10E+06
10100
2.78E+06
10100
3.34E+06
10100
3.26E+06
10100
3.62E+06
10100
3.44E+06

35Tabel 6-30 Materiaalkosten voor de gebouwen met een bvo van 10100m2 van staal met een overspanning
van 20m op basis van de HD profielen

59

In de onderstaande grafieken zijn de materiaalkosten voor staal en beton bij de 5m, 10m en
20m overspanning weergegeven op basis van een vast bruto vloeroppervlak van 10100m2.

Materiaalkosten 5m
Materiaalkosten($/m2)

3.00E+06
2.50E+06

1.95E+06

2.00E+06

1.72E+06

1.21E+06

1.50E+06

1.00E+06

2.49E+06
2.25E+06
2.09E+06

2.16E+06

1.75E+06

5m kern STAAL
benodigde profielen
5m raamwerk
BETON

1.43E+06

1.20E+06

5m raamwerk
STAAL benodigde
profielen

1.18E+06 1.16E+06

5.00E+05

5m kern BETON

0.00E+00
0

10

15

Aantal bouwlagen
7Grafiek 6-7 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende gebouwen bij een
overspanning van 5m op basis van een bruto vloeroppervlak van 10100m2

Materiaalkosten ($/m2)

Materiaalkosten 10m
3.50E+06
3.00E+06
2.50E+06
2.00E+06
1.50E+06

3.10E+06
2.90E+06
2.88E+06

2.87E+06
2.80E+06

2.57E+06
2.53E+06

2.25E+06

1.83E+06

2.38E+06
2.00E+06

10m raamwerk
BETON

1.58E+06

1.00E+06

10m raamwerk
STAAL benodigde
profielen
10m kern STAAL
benodigde profielen

5.00E+05
10m kern BETON

0.00E+00
0

10

15

Aantal bouwlagen
8Grafiek 6-8 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende gebouwen bij een
overspanning van 10m op basis van een bruto vloeroppervlak van 10100m2

60

Materiaalkosten 20m
Materiaalkosten ($/m2)

6.00E+06
5.00E+06
4.00E+06

5.17E+06
4.70E+06

4.66E+06
3.10E+06

3.00E+06

5.00E+06
3.34E+06

5.35E+06
5.19E+06
3.62E+06
3.44E+06

3.26E+06

20m raamwerk
BETON

2.78E+06

2.00E+06

20m raamwerk
STAAL benodigde
profielen
20m kern STAAL
benodigde profielen

1.00E+06

20m kern BETON

0.00E+00
0

10

15

Aantal bouwlagen
9Grafiek 6-9 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende gebouwen bij een
overspanning van 20m op basis van een bruto vloeroppervlak van 10100m2

61

Profielafmetingen en momenten
De onderstaande tabellen weergeven de profielafmetingen en de momenten van verschillende constructies met een overspanning van 10m in
staal en beton. Voor staal zijn zowel de gangbare profielen aangegeven alsook de benodigde profielen.
De overige tabellen met de resultaten van de verschillende gebouwhoogten voor de 5m en 20m overspanning zijn weergegeven in bijlage E.
Voor de overige resultaten van de verschillende alternatieven zie bijlagen Scia engineer.
Beton
Materiaal

beton

Overspanning

10m

Gebouw
Hoogte

Type

3 bouwlagen

Raamwerk

1100x800

Profiel
afm
kolom
(mm)
700x700

Kern

1100x800

Raamwerk

8 bouwlagen

12 bouwlagen

Profiel afm
balk (mm)

Profiel afm
kolom kern
(mm)

Profiel
afm kolom
kern (mm)

***

***

450x450

700x700

***

1200x800

800x800

***

Kern

1200x800

600x600

Raamwerk

1200x800

Kern

1200x800

My
balk[kNm]

My
My kolom
kolom[kNm] kern [kNm]

1925.0

633.0

***

1951.0

274.0

337.5

***

1882.6

959.6

***

600x600

800x800

1874.0

741.8

424.4

1000x1000

***

***

1945.5

1336.0

***

700x700

800x800

1000x1000

2208.4

1101.9

1018.5

36Tabel 6-31 Vergelijking van de verschillende constructies aan de hand van de momenten en de profielafmetingen voor de 10 m overspanning in beton.

62

Staal
Gangbare profielen in Suriname
Materiaal
Overspanning
Gebouw
Hoogte

staal
10m

Type

Raamwerk
3
bouwlagen
Kern
Raamwerk
8
bouwlagen
Kern
Raamwerk
12
bouwlagen
Kern

Profiel
afm balk

Profiel
afm balk
kern

Profiel
afm kolom
ver van de
kern

Profiel afm
kolom
dichtbij de
kern

Profiel
afm
kolom
kern

Profiel My
afm
balk
kolom [kNm]
kern

My
kolom
[kNm]

My
kolom
kern
[kNm]

HEA 900

***

HEA 500

***

***

***

1752.91

523.69

***

HEA 800

HEA 280

HEA 400

HEA 500

HEA 450

***

1775.92

435.60

436.76

HEA 900

***

HEM 1000

***

***

***

1841.81 1024.78

HEA 800

HEA 260

HEM 700

HEM 1000

HEM 900

HEM
1000

HEA 900

***

HEM 1000

***

***

***

HEA 900

HEA 340

HEM 1000

HEM 1000

HEM
1000

HEM
1000

1794.61

319.55

2244.95 1259.98

***
863.02
***

2235.76 1228.34 1126.57

37Tabel 6-32 Vergelijking van de verschillende constructies aan de hand van de momenten en de profielafmetingen voor de 10m overspanning in staal op basis van de
gangbare profielen in Suriname.

63

Benodigde profielen
Materiaal
Overspanning
Gebouw
Hoogte

staal
10m
Type

Raamwerk
3
bouwlagen
Kern
Raamwerk
8
bouwlagen
Kern
Raamwerk
12
bouwlagen
Kern

Profiel
afm balk

Profiel
afm balk
kern

Profiel
afm
kolom
ver van
kern

Profiel
afm
kolom
dichtbij
de kern

Profiel
afm
kolom
kern

Profiel
afm
kolom
kern

My
balk
[kNm]

My
My
kolom kolom
[kNm] kern
[kNm]

HEA 900

***

HEA 500

***

***

***

1752.91 523.69

***

HEA 800

HEA 280

HEA 450

HEA 450

***

1754.59 441.51

443.15

HEA 900

***

***

***

***

1786.97 745.34

***

HEA 800

HEA 280

HEM
1000

HD
400/685

HEA 900

***

***

***

HEA 900

HEA 340

HEA 400
HD
400/422
HEM
650
HD
400/818
HEM
1000

HD
310/415

HD
1823.59 304.34
400x1086
***

1779.66 930.85

907.78
***

HD
HD
1927.56 414.36 1029.62
400x1086 400x1086

38Tabel 6-33 Vergelijking van de verschillende constructies aan de hand van de momenten en de profielafmetingen voor de 10m overspanning in staal op basis van de
benodigde profielen.

64

6.7.1.3 Criterium 3 Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid voor het opzetten van de constructie van gebouwen speelt ook een
belangrijke rol bij het maken van de keuze, welk gebouw de meest economische en duurzame
draagconstructie heeft. In dit kader moet nagegaan worden welk gebouw in Suriname opgezet
kan worden. Er zal hierbij gekeken worden naar de uitvoerbaarheid op het gebied van:

materiaal en materieel
know how/ ervaring

6.7.1.3.1 Materiaal en Materieel


Hiermee wordt bedoeld de mate van beschikbaarheid van materialen en materieel in
Suriname. Qua materiaal zijn tot de HEB profielen hier beschikbaar, dus constructies waarbij
grotere profielen nodig zijn, zijn moeilijker op te zetten. Uit onderzoek is gebleken dat
Kuldipsingh group28 over de grootste bouwkranen beschikt in Suriname, en deze hebben
een maximale boomlengte van 21m, met een liftcapaciteit van 120 ton. Indien men hoger dan
21m wilt gaan, kan er een aparte gijp, welke een lengte heeft van 13m, bevestigd worden aan
de kraan. Met de extra gijp wordt de liftcapaciteit van de kraan echter minder dan 120ton.
Zo een verplaatsbare bouwkraan kan de materialen dus tot een maximale hoogte van 34m
hijsen.
Gebouw
3 bouwlagen
8 bouwlagen
12 bouwlagen

Hoogte (mm)
12000
32000
48000

39Tabel 6-34 Aantal bouwlagen met bijbehorende gebouwhoogten met als uitgangspunt dat per bouwlaag een
hoogte van 4m is aangehouden

6.7.1.3.2 Know how/ervaring


Hiermee wordt bedoeld de ervaring met het opzetten van bovengenoemde constructies in
Suriname. In Suriname is er nagenoeg heel weinig tot geen ervaring met het opzetten van
gebouwen met twaalf bouwlagen. Dit in tegenstelling tot de gebouwen met drie en acht
bouwlagen, die al eerder zijn opgezet. Er wordt meestal uitgekeken naar een groter stuk
terrein, waardoor het niet nodig is zo hoog te bouwen. Suriname heeft namelijk ruim
voldoende vrij terrein beschikbaar.

28

Bron: Kuldipsingh Equipment N.V.

65

Naast de 3 criteria tonnage, materiaalkosten en uitvoerbaarheid, moeten er ook andere


aspecten in acht genomen worden om zodoende te komen tot de beste keus voor het concept
gebouw. De aspecten die nog in acht genomen moeten worden zijn:
1. de logistieke indeling van het gebouw;
hiermee wordt bedoeld een goede functionele samenhang voor wat betreft de
indeling van het gebouw.
2. de overspanningen;
hier moet er rekening gehouden worden met de ruimten die kolomvrij moeten zijn.
In
l 1 B ijfs- l
i
z is in paragraaf 2.3 het globaal programma van eisen
waaraan het kantoorgebouw moet voldoen aangegeven. Enkele van de ruimtelijke functies
die in het gebouw dienen te zijn, zijn hieronder weergegeven. Het gaat hier om de ruimten die
kolomvrij moeten zijn. Deze zijn:
Vergaderzalen. Tenminste 1 met een grootte voor maximaal 30 personen met
een oppervlakte van 60 m
Auditorium met een minimale oppervlakte van 190 m
Bibliotheek met een minimale oppervlakte van 100 m
Bedrijfsrestaurant met een minimale oppervlakte van 280 m
Kantine
In het volgende sub-paragraaf zullen er conclusies getrokken worden op grond
van de berekeningen, de bijkomende aspecten en de keuze voor het beste
alternatief concept gebouw.

66

6.7.2 De conclusies

6.7.2.1 Conclusies op grond van de berekeningen

Geschoorde constructies
Bij de 5m en 10m overspanning kan er op grond van de gevonden resultaten 29voor de
geschoorde constructies worden geconcludeerd dat kolommen die verder van de kern liggen
kleiner zijn dan de kolommen die nabij de kern liggen. Dit komt doordat de omliggende
kolommen meegetrokken worden door de kern, die alle horizontale krachten opneemt en via
de kolommen afdraagt naar de fundering. Als gevolg hiervan nemen de kolommen die verder
van de kern liggen nauwelijks horizontale krachten op. De kern heeft dus wel degelijk
invloed op de rest van een constructie. Alle horizontale krachten die werken op zo een
constructie worden dan via de balken en vloeren afgedragen naar de kolommen van de kern
en die krachten worden vervolgens verder afgedragen naar de fundering van de constructie.
Bij de 20m overspanning is het verschil tussen de kolommen die ver van de kern liggen en de
kolommen die nabij de kern liggen kleiner. Op grond hiervan kan er geconcludeerd worden
dat de kern bij de 20m overspanning minder effectief is.
Ongeschoorde constructies
Bij de ongeschoorde constructies hebben alle kolommen dezelfde profielafmeting. Hier is er
geen kern aanwezig die de horizontale krachten die op de constructie werken opneemt en
deze afdraagt naar de fundering, waardoor deze krachten via de kolommen opgenomen en
verder afgedragen moeten worden. Dit heeft tot gevolg dat alle kolommen groter gekozen
moeten worden om zodoende de horizontale krachten op te vangen.

6.7.2.1.1 Tonnage en Materiaalkosten

5 meter overspanning:
Op grond van de resultaten van de toetsing met als criteria tonnage en materiaalkosten
en tevens de benodigde profielen, waarbij gekeken is naar verschillende constructies
en de materialen staal en beton, kan er aan de hand van de grafieken 6-1, 6-4 en 6-7
worden geconcludeerd dat een gebouw met een stalen skelet goedkoper is dan een
gebouw met een betonnen skelet met uitzondering van de geschoorde en
ongeschoorde constructies met 3 bouwlagen. Voor deze 2 constructies is een gebouw
met een betonnen skelet goedkoper dan met een stalenskelet. Voor de 5m
overspanning kan uit tabel 6-11 en 6-19 geconcludeerd worden dat een gebouw tot 12
29

Voor de resultaten van de 5m overspanning zie bijlage E tabel E1 en tabel E4, voor de resultaten van de 10m
overspanning zie tabellen 6-24, 6-25 en 6-26. Voor de resultaten van de 20m overspanning zie bijlage E tabel
E3, tabel E6 en tabel E8.

67

bouwlagen opgezet kan worden met de gangbare profielen. Echter hoe hoger de
constructies worden, des te meer de materiaalkosten zullen zijn. Indien er gekeken
wordt naar het verschil in prijs tussen geschoorde en ongeschoorde constructies, dan
kan geconcludeerd worden dat constructies waar er een kern aanwezig is (geschoorde
constructies) goedkoper30 zijn dan ongeschoorde constructies.
10 meter overspanning:
Op grond van de resultaten van de toetsing met als criteria tonnage en materiaalkosten
en tevens de benodigde profielen, waarbij gekeken is naar verschillende constructies
en de materialen staal en beton, kan er aan de hand van de grafieken 6-2, 6-5 en 6-8
worden geconcludeerd dat een gebouw met een stalen skelet goedkoper is dan een
gebouw met een betonnen skelet. Voor de 10m overspanning kan er uit tabel 6-12,
tabel 6-20, grafiek 6-5 en aan de hand van de profielafmeting van de benodigde
balken en kolommen uit tabel 6-25 geconcludeerd worden dat ten aanzien van de
draagconstructie een constructie tot 3 bouwlagen wel voldoet aan de stabiliteits- en
spanningscontrole eis. Bij 8 bouwlagen is dat niet meer het geval. Dit omdat bij 8
bouwlagen de gangbare profielen voor de kolommen niet meer voldoen. Naar
aanleiding hiervan is nagegaan tot welke bouwhoogte de gangbare profielen wel
voldoen aan de stabiliteits- en spanningscontrole eis. Uit het verder onderzoek is
gebleken dat de gangbare profielen bij een gebouw tot en met 6 bouwlagen nog net
voldoen31. Bij een gebouw hoger dan 6 bouwlagen voldoen de profielen dus niet
meer. Als er gekeken wordt naar het verschil in prijs tussen geschoorde en
ongeschoorde constructies, dan kan geconcludeerd worden dat constructies waar er
een kern aanwezig is (geschoorde constructies) goedkoper32 zijn dan ongeschoorde
constructies.
20m overspanning:
Op grond van de resultaten van de toetsing met als criteria tonnage en materiaalkosten
en tevens de benodigde profielen, waarbij gekeken is naar verschillende constructies
en de materialen staal en beton, kan er aan de hand van de grafieken 6-3, 6-6 en 6-9
worden geconcludeerd dat een gebouw met een stalen skelet goedkoper is dan een
gebouw met een betonnen skelet. Uit tabel 6-13, tabel 6-21, grafiek 6-6 en aan de
hand van de profielafmeting van de balken en de kolommen die nodig zijn voor de
verschillende constructies (zie bijlage Profielafmetingen en momenten van de
verschillende constructies) kan geconcludeerd worden dat voor de 20m overspanning,
een gebouw dat lager is dan 3 bouwlagen de beste keus is als het gaat om de
draagconstructie. Dit omdat vanaf 3 bouwlagen en hoger de gangbare profielen die in
Suriname gebruikt worden voor de kolommen niet meer voldoen aan de stabiliteitsen spanningscontrole eis. Voor de balken zijn samengestelde profielen in de vorm van
30

Grafiek 6-7 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende gebouwen bij een
overspanning van 5m op basis van een bruto vloeroppervlak van 10100m2
31
Voor de resultaten zie bijlage E tabel E9
32
Grafiek 6-8 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende gebouwen bij een
overspanning van 10m op basis van een bruto vloeroppervlak van 10100m2

68

vakwerken gebruikt. Wanneer er gekeken wordt naar het verschil in prijs tussen
geschoorde en ongeschoorde constructies, dan kan geconcludeerd worden dat
constructies waar er een kern aanwezig is (geschoorde constructies) goedkoper33 zijn
dan ongeschoorde constructies.
6.7.2.1.2 Uitvoerbaarheid

Tot een hoogte van acht bouwlagen zou er nog gebruik gemaakt kunnen worden van
de verplaatsbare kranen. Hoger dan acht bouwlagen zal er een kraan gebouwd moeten
worden op de bouwplaats, hetgeen tot gevolg heeft dat de bouwkosten hoger worden
voor wat materieel betreft. Gelet op het beschikbare materiaal in Suriname kan
geconcludeerd worden dat constructies waarbij er grotere profielen nodig zijn dan de
HEB profielen, duurder uitkomen. Hieruit vloeit voort dat een gebouw tot 6
bouwlagen uitvoerbaar is. Ten aanzien van de know how/ ervaring kan er
geconcludeerd worden dat er voor het opzetten van een gebouw hoger dan acht
bouwlagen onvoldoende ervaring is.

6.7.2.2 Conclusies op grond van de berekeningen, de bijkomende aspecten en de keuze


voor het beste alternatief concept ontwerp

Gelet op de kosten op basis van de berekeningen is de beste keus


een 3 bouwlagen gebouw met een kern en een overspanning van 5m, daar deze het
goedkoopst is.
Rekening houdend met de verschillende ruimten die nodig zijn in het gebouw, in het
bijzonder de ruimten die kolomvrij moeten zijn zoals het auditorium, de vergaderzalen, de
bibliotheek, de kantine en het bedrijfsrestaurant kan geconcludeerd worden dat er niet alleen
overspanningen van 5m nodig zijn, maar ook overspanningen van 10m en 20m.
Het auditorium bijvoorbeeld, moet een minimale oppervlakte van 190m2 hebben. Hier is dus
een kolomvrije ruimte van 19m x 10m nodig. Zo ook voor de verschillende vergaderzalen
en de andere ruimten.
Gelet op de logistieke indeling van het gebouw kan er geconcludeerd worden dat een gebouw
bestaande uit 3 bouwlagen niet praktisch is.
Dit omdat er dan per bouwlaag een minimale vloeroppervlakte van 3360m2 op gezet zal
moeten worden, hetgeen betekend dat de bouwlagen een afmeting van ongeveer 60m x 60m
zullen hebben. Voor de 10m overspanning is het nog mogelijk een gebouw tot en met 6
bouwlagen op te zetten met de gangbare profielen. Voor de 20m overspanning echter is de
beste keus een gebouw met minder dan 3 bouwlagen.
33

Grafiek 6-9 Materiaalkosten staal in vergelijking met beton voor de verschillende gebouwen bij een
overspanning van 20m op basis van een bruto vloeroppervlak van 10100m2

69

Naar aanleiding van het bovenstaande is de beste keus dus een gebouw bestaande uit een
stalen skelet, waarbij er n of meerdere kernen, die voor de stabiliteit van het gebouw
moeten zorgen aanwezig zijn. Verder een gebouw met meer dan 3 bouwlagen, maar tot
maximaal 6 bouwlagen met daaraan een apart gedeelte voor de ruimten met grote
overspanningen. Op deze manier hoeven de kolomvrije ruimten het gewicht van de rest van
het gebouw niet te dragen.

70

CONCEPT ONTWERPEN

In de samenvatting34 is reeds aangegeven dat dit verslag voort vloeit uit het tweede stadium
van het afstudeerproject, welke bestaat uit zes delen.
In dit hoofdstuk zullen twee concept ontwerpen met elkaar vergeleken worden, om na te gaan
welk ontwerp het voordeligst is op grond van het kostenplaatje van beide ontwerpen. Deze
ontwerpen zijn:
Het concept ontwerp geconstrueerd op basis van een economische en duurzame
draagconstructie.
Dit zal behandeld worden in
f .2 C
i
.
Het gezamenlijk concept ontwerp geconstrueerd op basis van een gebouw met een
functionele logistieke indeling gecombineerd met een gebouw dat energie- en
ffi i is (zi
l H
z
lij
).
Dit zal behandeld worden in
f .3 C ept ontwerp en berekening
z
lij

H l s
l
l,
verwerkt worden in dit verslag.

l 6 H

lij

i f

z l

Voordat de concept ontwerpen behandeld worden zullen eerst de ruimtelijke functies die in
het gebouw dienen te zijn, in paragraaf 7.1 worden behandeld.

34

Zie pagina iii

71

7.1

Ruimtelijke functies

In
l 1 B ijfs- l
i
z is i
f 2.3
lobaal programma van eisen
waaraan het kantoorgebouw moet voldoen aangegeven met daarin de ruimtelijke functies die
in het gebouw dienen te zijn. In tabel 7-1 zijn deze ruimten aangegeven, met daarbij
behorende minimale afmetingen. Tevens is de bruto vloeroppervlakte globaal berekent door
gebruik te maken van figuur 7-1.
3349 m2

Primaire ruimten (40%)


1. Kantoorruimten

directeuren : 5*35m2=175m2

2. Kantoorruimten
3. Kantoorruimte +

afdelingshoofden: 16*24=384m2

Flex werkplekk
overige werknemers: 279/2*20= 2970m2
Nevenruimten (20%)
1675 m2
4. Bedrijfsrestaurant
280 m
5. Archief
50 m (20.000 papieren)
6. Bibliotheek
100 m 12 2 (incl rustruimte en kopie kamer)
7. Rustruimt (i
z lf
i
ls
i ) 18 2
8. Kopie kamer (in dezelfde ruimte als de bib)
9. A i i
190 m
10. Fitnessruimte 1
12 mensen: 40m
Fitnessruimte 2
18 mensen: 40 m
11. Vergaderzalen
1 grote voor 30personen35: 60m2
1 voor 16personen: 32m2
1 voor 12personen: 24m2
12. Kantine + keuken
13 2 + 40m2 = 170m2
13. Opslag/magazijn
--14. Sanitairruimten
8 . 2
15. Ontvangstruimt /
i
--2
16. EHBO- ruimte
8
17. Schoonmakers ruimte --18. Technische ruimte
--19. Server ruimte
. 2
20. Airco ruimte
--Gebouwgebonden ruimten (10%)
838 m2
Verkeersoppervlak (20%)
1675 m2
21. Noodtrappen
1 2
22. Trappenhuizen
1 2
23. Lift- en leidingschachten 9.2 2 +16m2+ 13.8m2 (lif
i
) 4 2
35

Er is gewerkt met de euronormen, te weten norm NEN 1824 van de Arbowetgeving


Bron: http://www.euronorm.net/content/template2.php?itemID=423

72

838 m2
8375 m2

Constructie oppervlak (10%)


Totale oppervlakte gebouw
40Tabel 7-1. Oppervlakte schema

53Figuur 7-1 Indicatie bruto vloeroppervlak.36

7.2

Concept ontwerp en de berekeningen

In deze paragraaf zal het concept ontwerp op basis van een economische en duurzame
draagconstructie worden besproken op grond van de berekeningen. In de sub-paragrafen
zullen onder andere behandeld worden: de verschillende ontwerpen, het gekozen concept
ontwerp, de draagconstructie, de resultaten en de belastingen die werken op dit ontwerp.

7.2.1 De ontwerpen
Uit de resultaten van hoofdstuk 6 is gebleken dat bij een kolom vrije overspanning van 20m,
een gebouw dat lager is dan 3 bouwlagen de beste keus is als het gaat om de draagconstructie.
Aan de hand van deze informatie zijn er concept ontwerpen geconstrueerd en uitgerekend.

36

Bron: Jellema 10 Ontwerpen

73

7.2.1.1 Ontwerp 1

54Figuur 7-2 Ontwerp 1

55Figuur 7-3 Unity checks Ontwerp 1

Figuur 7-2 weergeeft een gebouw bestaande uit 5 bouwlagen waarbij de kolom vrije ruimten
links en rechts van het gebouw zijn geconstrueerd. De kolom vrije ruimten hebben een
overspanning van 20 meter. Van deze ruimten zijn er drie op de eerste bouwlaag en n op de
tweede. Uit de berekeningen blijkt dat bij een gebouw met twee bouwlagen met kolom vrije
overspanningen van 20m, de kolommen van de eerste bouwlaag het gewicht niet kunnen
dragen.37 Hierbij moet aangegeven worden dat de berekeningen gemaakt zijn op basis van
profielen tot en met HEB 900.38 Op grond hiervan is een tweede ontwerp bekeken waarbij de
37
38

Zie figuur 7-3


Zoals eerder aangegeven in hoofdstuk 6 zijn deze profielen in Suriname gangbaar.

74

kolom vrije ruimten op de eerste bouwlaag zijn geplaatst39. In sub paragraaf 7.2.1.2. zal nader
worden ingegaan op dit ontwerp.
Uit de resultaten blijkt dat het gebouw een totale massa heeft van 682709kg. Uitgaand van
een staalprijs van $ 2.45/kg40 zijn de kosten van de draagconstructie van het gebouw
beraamd op $1672638,-.
Voor de overige resultaten van ontwerp 1 zie bijlagen Scia engineer.

7.2.1.2 Ontwerp 2

56Figuur 7-4 Ontwerp 2

57Figuur 7-5 Unity checks Ontwerp 2


39
40

Zie hieronder figuur 7-4


Bron: VSH United Group

75

Figuur 7-4 weergeeft een gebouw bestaande uit 5 bouwlagen waarbij de kolom vrije ruimten
links en rechts van het gebouw zijn geconstrueerd. De kolom vrije ruimten hebben een
overspanning van 20 meter. Van deze ruimten zijn alle vier op de eerste bouwlaag. Uit de
berekeningen blijkt dat de kolommen in dit geval niet bezwijken41. De berekeningen zijn ook
hier gemaakt op basis van de profielen tot en met HEB 900.
Uit de resultaten blijkt dat het gebouw een totale massa heeft van 631169kg. Uitgaand van
een staalprijs van $ 2.45/kg zijn de kosten van de draagconstructie van het gebouw beraamd
op $ 1546364,-.
Voor de overige resultaten van ontwerp 2 zie bijlagen Scia engineer.
7.2.1.3 Ontwerp 3

58Figuur 7-6 Ontwerp 3

41

Zie hieronder figuur 7-5

76

59Figuur 7-7 Unity checks Ontwerp 3

Naast de ontwerpen 1 en 2 is een derde ontwerp bekeken waarbij de kolommen en balken


vervangen zijn door een 3D vakwerk in de vorm van een boog, teneinde de kosten van de
constructie tot een minimum te beperken. Bij het 3D vakwerk is er gebruik gemaakt van
ronde buisprofielen. Er is gekozen voor de ronde buisprofielen omdat deze profielen hol doch
constructief sterk genoeg zijn en er minder materiaal gebruikt wordt. Hierdoor gaan de
materiaalkosten omlaag.
Er is gekozen om het gebouw driedelig te maken waarbij de drie delen met elkaar verbonden
worden. Zie hierboven figuur 7-6.
Uit de resultaten blijkt dat het gebouw een totale massa heeft van 549161kg. Uitgaand van
een staalprijs van $ 2.45/kg zijn de kosten van de draagconstructie van het gebouw beraamd
op $ 1345444,-.
Conclusie: uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het ontwerp waarbij de 3D
vakwerken de grote kolomvrije ruimten overspannen, de beste keus is als er gekeken wordt
naar de meest economische draagconstructie.

77

7.2.2 Het gekozen concept ontwerp


De indeling van het gekozen ontwerp is als volgt: het hoofdgebouw met daaraan, aan
weerszijde grote kolomvrije ruimten. Het gebouw zal bestaan uit 4 grote kolomvrije ruimten,
twee aan de linkerzijde van het gebouw en twee aan de rechterzijde van het gebouw. Deze
grote ruimten zullen gebruikt worden voor het volgende: de directieruimte, een grote
vergaderzaal bestemd voor 30 personen, een keuken en kantine, een auditorium, een archief,
een bibliotheek, een rustruimte en kopieerruimte.
De indeling geschiedt als volgt (uitzicht vanuit de straat naar de voorzijde van het gebouw):
uiterst links het multifunctioneel auditorium,
hiernaast de keuken en kantine met terrasje,
het hoofdgebouw,
aan de rechterkant is de bibliotheek met daarin een rustruimte en kopieerruimte en
daarnaast het archief,
en uiterst rechts is de directieruimte met een vergaderzaal voor 30 personen.
In het hoofdgebouw bevinden zich de resterende ruimten die aangegeven zijn in tabel 7-1
zoals de kantoorruimte voor de afdelingshoofden en overige werknemers, de
flexwerkplekken, vergaderzalen, fitnessruimten, etc.

7.2.3 De draagconstructie van het gekozen concept ontwerp


De draagconstructie van het gebouw bestaat uit een stalenskelet met als vloer
kanaalplaatvloeren. Het hoofdgebouw heeft een lengte van 40m en een breedte van 40m met
een totale hoogte van 20m. De constructie van het hoofdgebouw bestaat uit 5 bouwlagen met
overspanningen van 5m, 5.85m, 8.3m, 10m en 11,7m. De hoogte per bouwlaag is 4m
(kolomlengte).
De constructie van de grote ruimten bestaat uit 3D vakwerkbogen die aan weerszijden een
ruimte overspannen met een breedte van 28.3m en een lengte van 30m. Het hoogste punt ligt
op een afstand van 6.8m boven maaiveld met een plafond hoogte van 5.8m.
Het totaal bruto vloeroppervlak van het gebouw bedraagt 9698m2.

De aanzichten
Hieronder zijn er enkele aanzichten die de draagconstructie van het gebouw weergeven.

78

60Figuur 7-8 Constructieve schematisatie vanuit de linker voorkant

61Figuur 7-9 Constructieve schematisatie vanuit de rechterkant

Hieronder is zijn enkele aanzichten die aantonen hoe het gebouw er uit zal zien na aankleding
met muren, deuren, ramen etc . Er zijn aan alle zijden ingangen en uitgangen geplaatst.

79

62Figuur 7-10 Aanzicht vanuit linker voorkant

63Figuur 7-11 Vooraanzicht

7.2.4 Belastingen
Voor het gekozen ontwerp is er gewerkt met dezelfde belastingen uit hoofdstuk 5, tabel 5-2
en tabel 5-3.
Deze belastingen zijn:
Dakvloer: 8.64 kN/m2
Verdiepingsvloeren: 18.15 kN/m2
Windbelasting: Prep= Cdim*Ct*Ceq**Pw
Prep = 1*(0.8+0.4)*1*1*1.2
Prep= 1.4 kN/m (windebelasting per m)

80

Overspanningen (m)
Dakbelasting (KN/m)
Verdiepingsvloer belasting (kN/m)

5
43.2
90.75

5.85
8.3
50.54 71.71
106.18 150.65

10
86.4
181.5

11.7
101.26
212.72

41Tabel 7-2 Toegepaste overspanningen met bijbehorende dak- en vloerbelastingen

Windbelasting (kN/m)
Geb
Hoogte Aantal
afmeting gevel
puntlasten
lxbr
(m)
(F)
40x40
20
10

Tot opp
gevel
(m)
400

Prep =
1.4
kN/m
1.4

Totale
F(kN)
560

F per
1/2 F (kN) (top
knoopen onderste
punt (kN) knooppunten)
28
56

42Tabel 7-3 Toegepaste windebelastingen per kern van het hoofdgebouw in zowel x als y richting.

Windbelasting (kN/m)
Geb
Lengte Aantal
afmeting boog
puntlasten
lxbr
(m)
(F)
30x28.3
16.5
232.5

Tot opp
gevel
(m)
500

Prep =
1.4
kN/m
1.4

Totale
F (kN)
700

F per
knooppu
nt (kN)
3.0

1/2 F (kN) (top


en onderste
knooppunten)
1.5

43Tabel 7-4 Toegepaste windebelastingen op de grote zalen in x richting.

Windbelasting (kN/m)
Geb
Hoogte Aantal
afmeting gevel
puntlasten
lxbr
(m)
(F)
30x28.3

6.8

64

Tot opp
gevel
(m)

Prep =
1.4
kN/m

Totale
F (kN)

F per
knooppu
nt (kN)

1/2 F (kN) (top


en onderste
knooppunten)

193.57

1.4

271.00

4.23

2.12

44Tabel 7-5 Toegepaste windebelastingen op de grote zalen in y richting.

7.2.5 De resultaten van het gekozen concept ontwerp

In deze sub-paragraaf worden de resultaten van het gekozen ontwerp besproken.


Uit de resultaten van de berekeningen kan er geconcludeerd worden dat het gekozen ontwerp
constructief mogelijk is. De normale profielen voldoen wel voor alle kolommen en balken.
De onderstaande tabellen weergeven de benodigde profielafmetingen van de kolommen,
balken en vakwerken waaruit de constructie is opgebouwd.
Voor elk gedeelte van de constructie zijn de profielen apart aangegeven. Voor het
hoofdgebouw zijn de profielen per bouwlaag weergegeven.

81

Grote zalen:
Vakwerken (dakconstructie:
boog, schoren en staanders)

Profielafmeting
CFCHS168.3X6

Boog (tegen hoofdgebouw aan) CFCHS219.1X5


Tussenliggers vakwerken
CFCHS88.9X2
45Tabel 7-6 Profielafmetingen van de benodigde vakwerken voor de draagconstructie van het gebouw

Kern 1

Profielafmeting
Kolommen
HEB600

Kern 2

HEB600

Kernen:

Profielafmeting
Balken
IPE400 (draagbalken)
IPE120
IPE500 (draagbalken)

Profielafmeting
Schoren
CFCHS127X4
CFCHS127X4

IPE120
46Tabel 7-7 Profielafmetingen van de benodigde kolommen, balken en schoren voor de kernen van het gebouw

Hoofdgebouw Profielafmeting
Kolommen
Bouwlaag 1
HEA400 (kolommen bij 5m en
5.85m overspanning)
HEB900 (kolommen bij11.7m
overspanning )
Bouwlaag 2
HEA360 (kolommen bij 5m en
5.85m overspanning)
HEB800(kolommen bij11.7m
overspanning )
Bouwlaag 3
HEA340 (kolommen bij 5m en
5.85m overspanning)
HEB800 (kolommen bij11.7m
overspanning )

Profielafmeting
Balken
IPE500 (balken die 5m en 5.85m
overspannen)
HEA900 (balken die 11.7m
overspannen)
IPE500 (balken die 5m en 5.85m
overspannen)
HEA900 (balken die 11.7m
overspannen)
IPE500 (balken die 5m en 5.85m
overspannen)
HEA800 (balken die 11.7m
overspannen)

Bouwlaag 4

IPE500 (balken die 5m en 5.85m


overspannen)
HEA800 (balken die 11.7m
overspannen)
IPE400 (balken die 5m en 5.85m
overspannen)
HEA450 (balken die 11.7m
overspannen)

Bouwlaag 5

HEA340 (kolommen bij 5m en


5.85m overspanning)
HEA700 (kolommen bij11.7m
overspanning )
HEA340 (kolommen bij 5m en
5.85m overspanning)
HEA600 (kolommen bij11.7m
overspanning )

47Tabel 7-8 Profielafmetingen van de benodigde kolommen en balken voor de draagconstructie van het gebouw

Voor de overige resultaten van het gekozen concept ontwerp zie bijlagen Scia engineer.

82

Kolommen kern
HEB 6

Kolommen kern
HEB 600

Balken die 11.7m


overspannen HEA 450;
HEA 800; HEA 900
Kolommen bij een
overspanning van
11.7m HEB 800;
HEB900

64Figuur 7-12 Constructieve schematisatie

Balken die 5m en 5.85m


overspannen IPE 400;
IPE 500

Kolommen bij overspanningen


van 5m en 5.85m HEA 340;
HEA 400

Figuur 7-12 weergeeft de constructieve schematisatie van het gekozen ontwerp waarbij de
toegepaste kolommen en balken zijn aangeduid voor een beter overzicht. In hoofdstuk 8 zal
er worden ingegaan op de kostenraming van dit ontwerp.

83

7.3

Het gezamenlijk concept ontwerp en de berekeningen

Zoals aan het begin van hoofdstuk 7 reeds is aangegeven zal in deze paragraaf het concept
ontwerp dat op basis van een gebouw met een functionele logistieke indeling, gecombineerd
met een gebouw dat energie- en waterefficint42 is ontworpen, worden besproken. In de subparagrafen zullen onder andere worden behandeld: het gezamenlijk concept ontwerp, de
draagconstructie, de resultaten en de belastingen die werken op dit ontwerp.

7.3.1 Het gezamenlijk concept ontwerp

65Figuur 7-13 Het gezamenlijk concept ontwerp43

66Figuur 7-14 Het gezamenlijk concept ontwerp44

42
43

Zie deel 5
Deel 5 Het gezamenlijk conceptontwerp

84

7.3.2 De draagconstructie van het gezamenlijk concept ontwerp


De draagconstructie van het gezamenlijk ontwerp bestaat uit een stalenskelet.
Het hoofdgebouw heeft een lengte van 61.6m en een breedte van 21.2m met een totale
hoogte van 30m.
De constructie van het hoofdgebouw bestaat uit 6 bouwlagen met overspanningen van 1.9m,
2.9m, 4.3m, 5.3m, 6m, 7m, 9.2m en 20m. De hoogte per bouwlaag is 5m (kolomlengte).
De kolomvrije ruimten (bouwlagen) hebben elk een afmeting van 20m bij 15m met een
hoogte van 5m per bouwlaag.
Het totaal bruto vloeroppervlak van het gebouw bedraagt 9411m2.
De oorspronkelijke wens voor dit ontwerp was dat de zalen met een overspanning van 20m
moesten uitkragen. Het betrof in deze de bouwlagen 3 en 5. Deze bouwlagen moesten
helemaal kolomvrij zijn. Er moesten dus alleen in de gevels kolommen aanwezig zijn.
Bouwlaag 2 en bouwlaag 4 zijn open ruimten. Zie onderstaande figuur 7-15 voor de
constructieve schematisatie hiervan.

67Figuur 7-15 Constructieve schematisatie oorspronkelijk ontwerp

7.3.3 Belastingen
Ook bij het gezamenlijk ontwerp is er gewerkt met dezelfde belastingen uit hoofdstuk 5, tabel
5-2 en tabel 5-3.
Deze belastingen zijn:
Dakvloer: 8.64 kN/m2
Verdiepingsvloeren: 18.15 kN/m2
Windbelasting: Prep= Cdim*Ct*Ceq**Pw
Prep = 1*(0.8+0.4)*1*1*1.2

44

Deel 5 Het gezamenlijk conceptontwerp

85

Prep= 1.4 kN/m (windebelasting per m)


1.9
2.9
4.3
5.3
16.42 25.06 37.15 45.79

Overspanningen (m)
Dakbelasting (KN/m)
Verdiepingsvloer
belasting (kN/m)

6
51.84

7
60.48

9.2
79.49

34.49 52.64 78.05 96.20 108.90 127.05 166.98

20
172.8
363

48Tabel 7-9 Toegepaste overspanningen met bijbehorende dak- en vloerbelastingen

Windbelasting (kN/m)
Lengte Hoogte Aantal
gevel
gevel
F
(m)
(m)
28.5

30

12

Tot opp Prep = Totale


gevel
1.4
F (kN)
(m)
kN/m
855

1.4

1197

F per
knooppunt
(kN)

1/2 F (kN) (top


en onderste
knooppunten)

99.75

49.88

49Tabel 7-10 Toegepaste windebelastingen op kern 1 van het gebouw in x richting.

Windbelasting (kN/m)
Lengte Hoogte Aantal Tot opp Prep =
gevel
gevel
F
gevel
1.4
(m)
(m)
(m)
kN/m
14
30
12
420
1.4

Totale F per
1/2 F (kN) (top
F (kN) knooppunt en onderste
(kN)
knooppunten)
588
49.00
24.50

50Tabel 7-11 Toegepaste windebelastingen op kern 3 van het gebouw in x richting.

Windbelasting (kN/m)
Lengte Hoogte Aantal
gevel
gevel
F
(m)
(m)
30.76

30

12

Tot opp Prep =


gevel
1.4
(m)
kN/m
922.8

1.4

Totale
F (kN)

F per
1/2 F (kN)
knooppunt (top en
(kN)
onderste
knooppunten)
1291.9
107.66
53.83

51Tabel 7-12 Toegepaste windebelastingen op kern 1 van het gebouw in y richting.

Windbelasting (kN/m)
Lengte Hoogte Aantal
gevel
gevel
F
(m)
(m)
40.84

30

12

Tot opp Prep =


gevel
1.4
(m)
kN/m
1225.2

1.4

Totale
F (kN)

F per
1/2 F (kN)
knooppunt (top en
(kN)
onderste
knooppunten)
1715.28
142.94
71.47

52Tabel 7-13 Toegepaste windebelastingen op kern 2 van het gebouw in y richting.

Windbelasting (kN/m)
Lengte Hoogte Aantal
gevel
gevel
F
(m)
(m)
15

30

12

Tot opp Prep =


gevel
1.4
(m)
kN/m
450

1.4

Totale
F (kN)

630

F per
1/2 F (kN)
knooppunt (top en
(kN)
onderste
knooppunten)
52.5
26.25

53Tabel 7-14 Toegepaste windebelastingen op kern 3 van het gebouw in y richting.

86

7.3.4 De resultaten van het gezamenlijk concept ontwerp


Uit het vooronderzoek en uit de resultaten van hoofdstuk 6 kan er geconcludeerd worden dat
dit ontwerp constructief onmogelijk is als er gewerkt wordt met de normale profielen.
In hoofdstuk 6 wordt aangegeven dat voor kolomvrije ruimten met overspanningen van 20m
vanaf 3bouwlagen en hoger, de normale profielen niet meer voldoen.
Ui
i
i zij
i
f .2.1
lij
dat er bij kolomvrije ruimten met 20m overspanning niet hoger dan n bouwlaag kan
worden gebouwd.
Desondanks deze informatie is er een berekening gemaakt voor het gewenste ontwerp.
Uit de resultaten van de berekeningen kan er ook worden geconcludeerd dat het gewenste
kolomvrije ontwerp constructief onmogelijk is. Dit blijkt onder andere uit de unity checks die
kleiner moeten zijn dan 1. Deze unity checks zijn groter dan 1. Dit betekent dat de constructie
instabiel is en dat het zal bezwijken.
Enkele resultaten zijn in onderstaande figuren aangegeven, waarbij er duidelijk te zien is dat
de constructie instabiel is.

68Figuur 7-16 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 3

69Figuur 7-17 Unity check voor de balken van bouwlaag 3

87

70Figuur 7-18 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 5

71Figuur 7-19 Unity check voor de balken van bouwlaag 5

Voor het stabiliseren van de constructie kunnen er kolommen geplaatst worden bij bouwlaag
2 en bouwlaag 4 ter ondersteuning van de gehele constructie. De resultaten hiervan worden
aangegeven in het aangepast ontwerp.
Aangepast ontwerp
Bij het aangepast ontwerp zijn bij de kolomvrije ruimten die uitkragen kolommen geplaatst in
de gevels van bouwlaag 2 en bouwlaag 4 ter ondersteuning van bouwlaag 3 en bouwlaag 5.
Ook zijn er in de grote kolomvrije ruimten, 2 kolommen op een afstand van 6m (vanuit het
hoofdgebouw gemeten) geplaatst ter ondersteuning. Hierdoor zijn de zalen van 20m bij 15m
niet meer volledig kolomvrij. Er ontstaan dan wel kolomvrije ruimten van 14 bij 15m.

88

72Figuur 7-20 Constructieve schematisatie aangepast ontwerp

Uit de resultaten van de berekeningen kan er ook geconcludeerd worden dat het aangepast
ontwerp constructief mogelijk is. De normale profielen voldoen wel op enkele kolommen na.
Deze kolommen zouden vervangen kunnen worden door bijvoorbeeld samengestelde
profielen.
Enkele resultaten zijn in onderstaande figuren aangegeven, waarbij er duidelijk te zien is
welke kolommen bezwijken.

73Figuur 7-21 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 1

89

74Figuur 7-22 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 3

75Figuur 7-23 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 5

76Figuur 7-24 Unity check voor de kolommen van bouwlaag 6

Hoewel niet alle kolommen voldoen is er toch een globale kostenraming gemaakt op basis
van deze profielen, om zodoende een indicatie te krijgen van wat de constructie ongeveer zal
kosten. In het volgende hoofdstuk zal hierop worden ingegaan.
Voor de overige resultaten van het aangepast gezamenlijk concept ontwerp zie bijlagen Scia
engineer.
90

GLOBALE KOSTENRAMING, CONCLUSIES EN


AANBEVELINGEN

In dit hoofdstuk zullen de globale kostenramingen van beide ontwerpen gemaakt worden.
Deze worden met elkaar vergeleken en vervolgens worden er conclusies getrokken en
aanbevelingen gedaan.

8.1

Globale kostenraming gekozen concept ontwerp

In de onderstaande tabellen zijn de resultaten van het gekozen concept ontwerp weergegeven.
Tabel 7-12 weergeeft de totale hoeveelheid aan materiaal voor dit ontwerp, met het daarbij
behorend totaal materiaaloppervlak.
Tabel 7-13 weergeeft de prijs per kg materiaal, de totale hoeveelheid staal die nodig is voor
dit ontwerp en de totale materiaalkosten.

Totale resultaten

Massa (kg)
549160.97

Oppervlak (m2) Volume (m3 )


9996.447
7.00E+01

54Tabel 7-15 Resultaten gekozen concept ontwerp

Aantal
bouwlagen
5

Type
Geschoord

Prijs per kg
($/kg)
2.45

Hoeveelheid
Materiaalkosten
materiaal (kg) ($)
549161
1345444

55Tabel 7-16 Materiaalkosten gekozen concept ontwerp

Uit de resultaten blijkt dat het gekozen concept ontwerp een totale massa heeft van
549161kg. Uitgaand van een staalprijs van $ 2.45/kg zijn de kosten van de draagconstructie
van het gebouw beraamd op $ 1345444,-. Dit zijn slechts de materiaalkosten van de
draagconstructie bestaande uit kolommen en balken.

8.2

Globale kostenraming gezamenlijk concept ontwerp

In de onderstaande tabellen zijn de resultaten van het gezamenlijk concept ontwerp


weergegeven. Tabel 7-14 weergeeft de totale hoeveelheid aan materiaal voor dit ontwerp,
met het daarbij behorend totaal materiaaloppervlak.
Tabel 7-15 weergeeft de prijs per kg materiaal, de totale hoeveelheid staal die nodig is voor
dit ontwerp en de totale materiaalkosten.

91

Naam

Massa (kg)

Totale resultaten

1570109.96

Oppervlak (m2)
18679.403

Volume (m3 )
2.00E+02

56Tabel 7-17 Resultaten gezamenlijk concept ontwerp

Aantal
bouwlagen
6

Type
Geschoord

Prijs per kg
($/kg)
2.45

Hoeveelheid
materiaal (kg)

Materiaalkosten
($)

1570110

3846769

57Tabel 7-18 Materiaalkosten gezamenlijk concept ontwerp

Uit de resultaten blijkt dat het gezamenlijk concept ontwerp een totale massa heeft van
1570110kg. Uitgaand van een staalprijs van $ 2.45/kg zijn de kosten van de draagconstructie
van het gebouw beraamd op $ 3846769,-. Dit zijn slechts de materiaalkosten van de
draagconstructie bestaande uit kolommen en balken.

8.3

Conclusies en aanbevelingen

In dit verslag staat centraal een ontwerp voor hoofdkantoor dat voldoet aan de eisen en
wensen van het bedrijf Staatsolie. Er is gekeken naar een gebouw met een duurzame en
economische draagconstructie. Het verslag vloeit voort uit het tweede stadium van het
afstudeerproject en is het vierde deel uit een geheel bestaande uit zes delen. In het verslag is
er gekeken naar de verschillende alternatieven van draagconstructies van gebouwen en de
verschillende bouwmethoden. Vervolgens zijn de verschillende bouwmethoden uitgewerkt,
de alternatieve materialen weergegeven en de verschillende vloeren bekeken. Hierna zijn er
twee concept ontwerpen uitgerekend, waarbij het ene ontwerp geconstrueerd is op basis van
een economische en duurzame draagconstructie en het andere ontwerp geconstrueerd is op
basis van een gebouw met een functionele logistieke indeling gecombineerd met een gebouw
dat energie- en waterefficint is. Aangezien het gezamenlijk ontwerp constructief niet
mogelijk was is dit ontwerp aangepast en opnieuw uitgerekend. Voorts is er een
kostenraming gemaakt van de ontwerpen. Op grond van het onderzoek zijn er hierna
conclusies en aanbevelingen geformuleerd.
Conclusies
Theorie

De meeste draagconstructies van gebouwen in het buitenland hebben een skelet als
draagconstructie, hetzij een staal skelet of beton skelet. Dit vanwege de snelle
bouwtijd en de ruimtelijke en technische flexibiliteit van het gebouw. Voor de vloeren
wordt meestal gekozen voor half prefab-betonvloeren of prefab- betonvloeren.
Skeletbouw heeft ten opzichte van andere bouwmethoden een grotere flexibiliteit voor
wat de indeling betreft. De bouwtijd is tevens relatief minder lang daar er gebruik
gemaakt wordt van geprefabriceerde bouwelementen. Skeletbouw is dus ten opzichte
92

van de andere bouwmethoden het beste alternatief vanwege de flexibiliteit en de


bouwtijd.
Staal heeft verschillende voordelen ten opzichte van de andere materialen, waaronder
de bouwtijd, die relatief sneller is en de grote overspanningen met een relatief laag
gewicht. Op grond hiervan is staal het beste materiaal voor het ontwerp.
Kanaalplatvloeren zijn de beste keus voor het ontwerp. Deze hebben het voordeel dat
zij een lager gewicht hebben dan de andere typen vloeren. Tevens hebben zij minder
tijdelijke ondersteuning nodig en zijn ze dus ook minder arbeidsintensief.
Ten aanzien van de fundering kan gesteld worden dat slechts een fundering op palen
voor de locatie geschikt is, daar de draagkrachtige grondlaag op meer dan 3m onder
het maaiveld ligt.

Berekeningen en bijkomende aspecten

Gelet op de kosten op basis van de berekeningen is de beste keus een 3 bouwlagen


gebouw met een kern en een overspanning van 5m, daar deze het goedkoopst is.
Rekening houdend met de verschillende ruimten die nodig zijn in het gebouw, in het
bijzonder de ruimten die kolomvrij moeten zijn zoals het auditorium, de
vergaderzalen, de bibliotheek, de kantine en het bedrijfsrestaurant kan geconcludeerd
worden dat er niet alleen overspanningen van 5m nodig zijn, maar ook
overspanningen van 10m en 20m. Gelet op de logistieke indeling van het gebouw kan
er geconcludeerd worden dat een gebouw bestaande uit 3 bouwlagen niet praktisch is.
Dit omdat er dan per bouwlaag een minimale vloeroppervlakte van 3360m2 op gezet
zal moeten worden. Voor de 10m overspanning is het nog mogelijk een gebouw tot en
met 6 bouwlagen op te zetten met de gangbare profielen. Voor de 20m overspanning
echter is de beste keus een gebouw met minder dan 3 bouwlagen.
Een gebouw bestaande uit een stalen skelet, waarbij er n of meerdere kernen
aanwezig zijn, is de beste keus. Verder een gebouw met meer dan 3 bouwlagen, maar
tot maximaal 6 bouwlagen met daaraan een apart gedeelte voor de ruimten met grote
overspanningen. Hierdoor hoeven de kolomvrije ruimten het gewicht van de rest van
het gebouw niet te dragen.
Als er gekeken wordt naar een gebouw met een economische en duurzame
draagconstructie bestemd voor 300werknemers, is de beste keus: het gebouw
bestaande uit 5 bouwlagen met de 3D vakwerkbogen die de grote kolomvrije ruimten
overspannen. Uit het onderzoek is gebleken dat de materiaalkosten van het
gezamenlijk concept ontwerp beraamd zijn op $ 3846769,- en het gekozen concept
ontwerp op $ 1345444,-. Het gezamenlijk ontwerp is dus qua materiaalkosten alleen
2.9 keer duurder is dan het ontwerp met de 3D vakwerkbogen.

93

Aanbeveling

Gelet op een economische en duurzame draagconstructie wordt aanbevolen dat het


hoofdkantoorgebouw van Staatsolie als volgt geconstrueerd wordt: een gebouw
bestaande uit 5 bouwlagen met de 3D vakwerkbogen die de grote kolomvrije ruimten
overspannen. Dit ontwerp is constructief mogelijk en is goedkoper dan het
gezamenlijk ontwerp en het (gezamenlijk) aangepast ontwerp. Indien de keuze niet
valt op dit ontwerp wordt aanbevolen het gezamenlijk ontwerp aan te passen door bij
de kolomvrije ruimten die uitkragen kolommen te plaatsen in de gevels van bouwlaag
2 en bouwlaag 4 ter ondersteuning van bouwlaag 3 en bouwlaag 5. Het aangepast
ontwerp is constructief mogelijk daar de normale profielen wel voldoen op enkele
kolommen na. Deze kolommen zouden vervangen kunnen worden door bijvoorbeeld
samengestelde profielen.

94

REFERENTIES
Literatuur:

Jellema 02 Onderbouw - Ir. Jansen, H.L , Ing. Janssen, G.J.M & drs. Munskens, M tweede druk, tweede oplage 2005 , Utrecht/Zutphen: ThiemeMeulenhoff.
Jellema 03 Draagstructuur - Ir. Spierings, T.G.M , Ir, van Amerongen, R.Ph en Ir.
Millekamp, H - tweede druk, tweede oplage 2004 , Utrecht/Zutphen:
ThiemeMeulenhoff.
Constructief ontwerpen in beton- Ir W.C. Vis en Ing. R. Sagel- derde gewijzigde
druk. 's-Hertogenbosch, 1995
(Over)spannend staal deel 1: Basisboek M.A. Barendsz en C.H. van Eldik , Bouwen
met staal - vierde druk 2004, Rotterdam
(Over)spannend staal deel 2: Construeren A - G. de Man en C.H. van Eldik , Bouwen
met staal derde druk 2001, Rotterdam
Basis Constructieleer- H.P.M. van Abeelen, bouwen met staal - eerste druk 1998
Grafieken en tabellen voor beton - GTB deel 2 gebaseerd op de VCB 1990 Ir. de
Ronde, S.F. , Ing. van der Vliet, M.J., Ir. Dees, W.C. druk 1996. Betonvereniging,
Gouda
Staalprofielen - deel 5 (Over)spannend staal van den Broek, T.J. eerste druk 1998
, St. Kennisoverdracht SG
Poly Technisch Zakboek digitale versie 2004
NEN 6702: Technische grondslagen voor bouwconstructies- TGB 1990- belastingen
en vervormingen
NEN 6720: Voorschriften in beton- TGB 1990- constructieve eisen en rekenmethoden
NEN 6770: Technische grondslagen voor bouwconstructies- TGB1990staalconstructies, basiseisen en basisregels voor overwegend statisch belaste
constructies
NEN 6771: Technische grondslagen voor bouwconstructies- TGB 1990staalconstructies, stabiliteit
NEN 6742: Geotechniek Het uitvoeren van funderingen met geprefabriceerde
betonnen palen
NEN 6743: Geotechniek Berekeningsmethode voor funderingen op palen.
NEN 6744: Geotechniek Berekeningsmethode voor funderingen op staal.

Afstudeerverslagen

Afstudeerverslag Asmus, Donnovan H, aug 2009

Websites en online documenten

http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?ID=7239
http://www.joostdevree.nl/shtmls/bouwmethode.shtml
http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/241/bedrijfsverzamelgebouw_de_reeuwijkse_
poort_reeuwijk.html
http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/243/ichtus_hogeschool_hogeschool_inholland
_rotterdam.html
95

http://stadsarchief.amsterdam.nl/stadsarchief/gebouw_de_bazel/van_een_gesloten_ba
nk/beton/index.nl.html
http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Gebouw_de_Bazel.jpg
http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/249/kantoorgebouw
http://www.encyclo.nl/begrip/dilatatie
http://www.concretecontractor.com/concrete-construction-projects/ingalls-building/
http://thisisbuildingmaterials.blogspot.com/2012/03/examples-of-famous-concretebuildings.html
http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/250/kantoorgebouw_vi%C3%B1oly_toren_am
sterdam.html
http://www.joostdevree.nl/shtmls/bouwmethode.shtml
http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/stapelbouw.htm
http://www.joostdevree.nl/shtmls/gietbouw.shtml
http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgg/gietbouw_3_betonbekisting_pijnacker_f
oto_joostdevree.jpg
http://www.sopar.nl/downloads
http://www.joostdevree.nl/shtmls/elementenbouw.shtml
http://www.bouwonderwijs.net/ARCHI~Fkast/Verzamelde-Projecten/project89/Bouwmethodiek.htm
http://www.joostdevree.nl/shtmls/skeletbouw.shtml
http://www.joostdevree.nl/shtmls/skeletbouw_voorbeelden.shtml
http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgs/skeletbouw_3_beton_openluchtschool_a
msterdam.jpg
http://stefanovic-stefanovic.blogspot.com/2007/04/onderzoek-bouwmethoden.html
http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/193/gedrag_van_staalconstructies_bij_brand.h
tml
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vloer
http://www.joostdevree.nl/shtmls/situ.shtml
http://www.milieuadvieswinkel.be/index.php/02.01.03.05.01.08
http://members.home.nl/bhilderink/BBQ.htm
http://www.bouwtech-tholen.nl/Montage-Systeemvloeren/breedplaat.html
http://www.joostdevree.nl/shtmls/breedplaatvloer.shtml
http://www.bouwenmetstaal.nl/uploads/cursussen/verdiepingbouw_eurobuild.pdf
http://www.joostdevree.nl/shtmls/verloren_bekisting_voorbeelden.shtml
http://www.joostdevree.nl/shtmls/staalplaatbetonvloer.shtml
http://www.wtcb.be/homepage/index.cfm?cat=publications&sub=bbricontact&pag=Contact8&art=121
http://wiki.bk.tudelft.nl/bk-wiki/Vloersystemen
http://www.brandveiligmetstaal.nl/upload/File/Kantoren-Draagconstructies/pdf/Staalbetonconstructies/86_27.pdf
http://www.brandveiligmetstaal.nl/pag/342/5b8_kanaalplaatvloer_en_de_samenhang.
html
http://www.joostdevree.nl/shtmls/kanaalplaatvloer.shtml
http://www.dehoop-pekso.nl/nl/producten/category:vloeren-enwanden/product:kanaalplaatvloer.htm
http://www.bbi-beton.nl/?pagina=kanaalplaten
http://www.bouwadviesnederland.nl/informatie/bouwadvies/bodemonderzoek
96

http://ruimtelijkeplannen.harderwijk.nl/plans/NL.IMRO.0243.TO00053/NL.IMRO.0243.TO00053-0003/db_NL.IMRO.0243.TO00053-0003_11.pdf
http://www.euronorm.net/content/template2.php?itemID=423

Computerprogrammas
Microsoft Office 2010
Scia engineer 2009
Revit 2014
Google Sketchup 2013
Matrixframe student version 5.0

97