Vous êtes sur la page 1sur 18

Onderzoeksopzet

Regionale Voetbalschool FC Groningen


Wat voor mentale voorwaarden maken de kans groter dat een RVBS-speler uiteindelijk instroomt
in de jeugdopleiding van FC Groningen?




Rick Nijland Zeb Tjie A Njiem
Sportonderzoek 2.2 Joost Trip
Inleverdatum 19-12-2016 Klas 2H SGM


Voorwoord

Dit onderzoek is gericht op het onderzoeken van het gedrag bij een speler van de RVBS van FC
Groningen. Er wordt onderzocht wat essentieel is voor een speler om in te stromen in de
jeugdopleiding en waar een speler mentaal aan moet voldoen.

Het onderzoek is geschreven in het kader van onze HBO Studie Sport, Gezondheid & Management
aan de Hanzehogeschool in Groningen.

Het doel van het onderzoek is dat er aan het eind van het onderzoek een plaatje is geschetst waar
een voetballer van FC Groningen aan moet voldoen. Hier wordt niet alleen gekeken naar
bijvoorbeeld de fysieke en technische vaardigheden maar vooral naar het gedrag van een speler. Ook
is dit het eerste echte onderzoek van de onderzoekers en om deze reden wordt er ook stil gestaan bij
het proces van het maken van het onderzoek.

Uit de onderzoeksvraag kunt u afleiden dat er onderzoek wordt verricht naar het gedrag van spelers
binnen de RVBS en jeugdopleiding van FC Groningen. Er wordt gekeken naar verschillende soorten
van gedrag en wat voor gedrag er past binnen de visie van de club FC Groningen.

De RVBS is de regionale voetbalschool van FC Groningen waar in totaal 147 kinderen worden
getraind door verschillende trainers van FC Groningen. Het doel van deze trainingen is om de
kinderen goed te kunnen bekijken en beoordelen op hun voetbalkwaliteiten. Als de voetballers
indruk maken op de scouts, trainers en cordinatoren die ook aanwezig zijn bij deze trainingen 2
kunnen ze in aanmerking komen om het seizoen hierop voor FC Groningen te spelen. Er worden
maar 18 spelers vast gelegd waardoor het belangrijk is om de in potentie beste 18 te selecteren.

De komende twee blokken zullen wij ons dus bezig houden met dit onderzoek. Ons hoofddoel is om
antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag en hierdoor wellicht een aanpassing in de
trainingen of wedstrijden te creren.

Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

Inhoudsopgave
Voorwoord .............................................................................................................................................. 2
1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4
1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4
1.2 Omschrijving van het probleem .................................................................................................... 4
1.3 Maatschappelijke belang van dit onderzoek ................................................................................. 4
1.3.1 Nationale trends ..................................................................................................................... 4
1.4 Wat is het specifieke belang van dit onderzoek? .......................................................................... 6
1.4.1 Regionale voetbalschool FC Groningen. ................................................................................. 6
1.4.2 Jeugdopleiding FC Groningen. ................................................................................................ 6
1.4.3 Opvoeding .............................................................................................................................. 6
1.4.4 Ouders .................................................................................................................................... 6
1.4.5 Trainers ................................................................................................................................... 7
2. Theoretisch kader ................................................................................................................................ 8
2.1 Beschrijving huidige stand van zaken ............................................................................................ 8
2.2 Koppeling met belangrijkste theorien ......................................................................................... 8
2.3 Operationaliseren van begrippen .................................................................................................. 9
3. Doelstelling/vraagstelling .................................................................................................................. 12 3
3.1 Doel van het onderzoek .............................................................................................................. 12
3.2 Hoofdvraag .................................................................................................................................. 12
3.2 Deelvragen .................................................................................................................................. 12
4. Methode ............................................................................................................................................ 13
4.1 Type onderzoek gekoppeld aan doelstelling onderzoek ............................................................. 13
4.2 Onderzoekspopulatie .................................................................................................................. 13
4.3 Meetinstrumenten ...................................................................................................................... 13
4.4 Procedure .................................................................................................................................... 14
4.5 Data analyse ................................................................................................................................ 15
Bibliografie ............................................................................................................................................ 16


Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

1. Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de reden van dit onderzoek beschreven en uitgelegd. Daarnaast wordt er
duidelijk wat in de praktijk en maatschappij relevant is.
1.1 Aanleiding
Na gesprekken met cordinatoren van FC Groningen is er aan de Regionale Voetbalschool stagiaires
van de Hanzehogeschool gevraagd of zij onderzoek willen gaan doen naar O11 spelers van Regionale
Voetbalschool van FC Groningen. Dit onderzoek is gericht op de mentale voorwaarden waaraan
spelers van de jeugdopleiding moeten voldoen. De reden hiervan is dat er vanuit de Regionale
Voetbalschool van FC Groningen er behoefte is aan een onderzoek, omdat het op dit moment niet
helder is aan welke mentale voorwaarden een Regionale Voetbalschool speler moet voldoen. Vanuit
het vak sportonderzoek dat gegeven wordt op de Hanzehogeschool sluit dit op elkaar aan. Een
vergelijkbaar onderzoek heeft binnen de Voetbalschool van FC Groningen niet eerder
plaatsgevonden en is dus nieuw en onbekend. FC Groningen wil spelers met de meeste potentie
vanuit de Regionale Voetbalschool door laten stromen naar de jeugdopleiding en uiteindelijke op
lange termijn opleiden tot een eerste elftal waardige speler. De missie van het technische
beleidsplan is: 2018: talenten op n, waarbij vanaf genoemd jaartal de eerste selectie van FC
Groningen voor vijftig procent dient te bestaan uit eigen opgeleide spelers. Omdat dit een relatief
korte termijn doelstelling is en hierop geen directe invloed op uit geoefend kan worden, ligt het
accent van onderzoek op de langere termijn.

1.2 Omschrijving van het probleem
Op dit moment worden spelers tijdens trainings- en wedstrijdmomenten van de Regionale 4
Voetbalschool voornamelijk beoordeeld op de technische, tactische vaardigheden en gedrag. De
mentale voorwaarden waaraan een jeugdspeler van FC Groningen moet voldoen worden tijdens de
opleiding binnen de Regionale Voetbalschool niet getoetst. Er is daadwerkelijk een verschil tussen
gedrag en mentale aspecten van spelers. Voor de O11 spelers is dit een zeer belangrijk aspect, omdat
zij uiteindelijk in de onderbouw van de opleiding kunnen gaan instromen. Dit heeft er tot nu toe tot
geleid dat er spelers zijn binnen gehaald die niet binnen het ideaal plaatje van FC Groningen passen.
Dit ligt niet aan fysieke of technische vaardigheden, maar aan het mentale aspect. Deze spelers zijn
binnen gehaald zonder dat kritisch beoordeeld zij op hun mentale aspecten.
Van spelers vanuit de FC Groningen jeugdopleiding wordt bepaald positief gedrag verwacht van
spelers, zowel binnen als buiten het veld. Omdat spelers met de meeste potentie vanuit de Regionale
Voetbalschool uiteindelijk in het O12 team zullen instromen, wordt er van deze spelers ook al
bepaald gedrag verwacht.

1.3 Maatschappelijke belang van dit onderzoek
1.3.1 Nationale trends
Aantal voetballers in Nederland
In Nederland zijn er op dit moment 1.231.561 miljoen amateurvoetballers. Deze voetballers spelen
bij een club en staan ingeschreven bij de KNVB. Afgelopen jaren is er sprake van stijgingen. In het
seizoen 2015-2016 steeg het ledenaantal met 0,36% ten opzichte van 2014-2015. Bij kinderen tussen
de 5-8 jaar oud is er een stijging van zon 15.000 nieuwe voetballertjes. Voor FC Groningen is dit een
kans om goede voetballers vanaf een bepaalde leeftijd zo goed mogelijk op te leiden. (KNVB, KNVB
jaarverslag 2015/'16, 2016)
Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip

Meerwaarde voor amateurverenigingen.


Als er meer naar het mentale gedeelte gekeken wordt van sporters, heeft dit wellicht ook een
positieve meerwaarde voor amateurverenigingen. Jeugdspelers weten dan dat er niet alleen naar het
voetballende aspect gekeken wordt en zullen misschien positiever op gaan vallen door hun gedrag.
Hierdoor kunnen er erg veel problemen opgelost worden. Volgens het AD en de KNVB is agressie op
het veld bijvoorbeeld de afgelopen jaren erg gedaald. Zo waren er in 2011 nog 485 gevallen van
agressie binnen de lijnen van het voetbal en ging het in 2015 322 keer mis (Kastel, 2016). Als er meer
op het mentale gedeelte gecoacht zou kunnen worden zouden dit er wellicht nog minder kunnen
worden.

Het nieuwe pupillenvoetbal
Voor het seizoen 2017-2018 is de KNVB bezig met nieuwe wedstrijdvormen. De nieuwe vormen zijn
gericht op het vergroten van spelplezier, op samen voetballen en op ontwikkeling van spelers op
allerlei verschillende gebieden. Het gedrag van spelers, trainers en ouders zal door deze nieuwe vorm
gaan veranderen. Om deze nieuwe wedstrijdvormen te testen, worden er door de KNVB in
samenwerking met amateurverenigingen verschillende pilots georganiseerd. Tijdens deze pilots
maken verenigingen, trainers, ouders, spelers, etc. kennis de nieuwe vormen en kunnen zij input
geven aan verschillende onderdelen van deze nieuwe vormen. Bijvoorbeeld op spelregels, spelduur,
de rol van de scheidsrechter(s), coach(es) en ouders. Voor de maatschappelijke ontwikkeling
betekend het dat alle betrokkenen zich open moeten stellen voor veranderingen. Tijdens deze
nieuwe vormen wordt er van spelers bepaald meer zelfstandig gedrag gevraagd gericht op
mentaliteit. De spelers met positief opvallend gedrag zullen door Betaald Voetbal Organisaties waar
FC Groningen n van is sneller als interessant beoordeeld worden en eventueel gescout worden 5
(KNVB, Het nieuwe pupillenvoetbal: pilots nieuwe wedstrijdvormen, z.d.).

Winnaars van Morgen
In het rapport Winnaars van Morgen beschrijft de KNVB een nieuw innovatieprogramma dat in
2015 en begin 2016 is ontwikkeld door een grote groep vertegenwoordigers uit het Nederlands
voetbal. In dit rapport zijn een groot aantal aanbevelingen gedaan, gericht op het vernieuwen en
verbeteren van de talentontwikkeling in Nederland (Jelle Goes KNVB, 2016).

Er zijn door de KNVB in totaal 11 aanbevelingen gedaan (Jelle Goes KNVB, 2016). Hiervan zijn twee
speerpunten voor FC Groningen tijdens dit onderzoek zeer relevant, namelijk onderstaande
speerpunten:
1. Vasthouden aan eigen voetbalcultuur, met meer focus op winnaarsmentaliteit.
- Leren presteren en leren winnen moet een belangrijk deel uitmaken van de jeugdopleiding.
2. Scouts opleiden om ook de fysieke en mentale aspecten van spelers beter te leren
herkennen.
- We kijken in de regel goed naar het technische en tactische aspect, maar hebben weinig
aandacht voor de fysieke ontwikkeling.
Bij beide speerpunten gaat het om het mentale aspect bij voetballers. Bij speerpunt n ligt de focus
op de winnaarsmentaliteit (n van de kernwaarden binnen de jeugdopleiding van FC Groningen). Bij
speerpunt twee ligt de focus op de opleiding van scouts om de fysieke en mentale aspecten van
spelers beter te herkennen. Hierin is het herkennen van het mentale aspect door scouts relevant
voor FC Groningen binnen het onderzoek.
Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip

1.4 Wat is het specifieke belang van dit onderzoek?


1.4.1 Regionale voetbalschool FC Groningen.
Het belang van het onderzoek voor de regionale voetbalschool is om nog beter te kunnen selecteren
op potentieel. Er zijn veel spelers die fysiek erg goed zijn of technisch erg vaardig maar niet over de
juiste mentale voorwaarden beschikken. Een terugkomend probleem is dat er twee spelers
ongeveer even goed zijn en van deze twee er maar n in kan stromen in de opleiding. Er wordt dan
gekeken naar verschillende punten waaronder mentale voorwaarden. Maar aan wat voor mentale
voorwaarden moet een jeugdspeler van FC Groningen vertonen tijdens trainingen, in wedstrijden en
rondom het veld. Als dit duidelijk is kan dit getraind worden op trainingen en kan hierop geselecteerd
worden als er twijfel gevallen zijn. Ook kan er uit dit onderzoek een nieuw beleid komen. Als je
duidelijk voor ogen hebt wat je wilt kun je iets ook beoordelen met goed of minder goed.

1.4.2 Jeugdopleiding FC Groningen.


Het belang van het onderzoek voor de jeugdopleiding is om op een zo vroeg mogelijke leeftijd de
juiste spelers binnen te halen. Als er een duidelijk beeld is van wat voor spelers erbinnen gehaald
moeten worden dan worden er minder snel spelers aangetrokken die niet binnen de visie van de club
passen. Er hoeven dan minder spelers teleurgesteld te worden omdat zij op latere leeftijd niet
voldoen aan het plaatje wat FC Groningen graag wil zien. Het voordeel hier weer van is dat er langer
met spelers gewerkt kan worden en dat deze spelers niet pas op 15-jarige leeftijd een kans kunnen
krijgen omdat een andere speler, die niet binnen het plaatje van FC Groningen past op deze leeftijd
afvalt. Voor andere Betaald Voetbal Organisaties is dit ook erg van belang, maar dit wordt minder 6
gedaan. Voor FC Groningen is dit een goede manier om zich ten opzichte van directe concurrenten
zoals FC Emmen, SC Heerenveen en PEC Zwolle te onderscheiden.

1.4.3 Opvoeding
Tegenwoordig worden kinderen niet alleen meer thuis opgevoed door hun ouders zoals dat vroeger
eigenlijk alleen maar het geval was. Dit gebeurt tegenwoordig steeds meer op straat door vriendjes
en vriendinnetjes, op school door juffen en meesters en bij hun sportvereniging(en) door hun
trainers en trainsters. Trainers hebben vaak veel invloed op de opvoeding van kinderen. Het gedrag
dat spelers tijdens trainingen en wedstrijden vertonen verschilt enorm. Dit heeft te maken met de
opvoeding die spelers vanuit huis meekrijgen. Daarnaast spelen verschillende culturen binnen teams
ook een grote rol in het gedrag wat vertoond wordt. Wat voor de een normaal is, kan voor de ander
als niet normaal worden beschouwd. Voor de trainer(s) en trainster(s) is het een enorme kunst om
op een gelijke manier met elkaar om te gaan. Belangrijk is dat het voor elke speler duidelijk is wat er
van hem/haar wordt verwacht. Te allen tijde blijven de trainers en trainsters verantwoordelijk voor
het vertoonde gedrag van (jonge) spelers. Omdat er bij de Voetbalschool ook sprake is van
opvoeding van jonge voetballers, is dit voor de trainers goed om rekening met het individu te houden
(Voetbal, 2014).

1.4.4 Ouders
Tijdens trainingen en wedstrijden oefenen ouders vaak (onbewust) veel invloed uit op spelers. Er
wordt door hen voorgezegd wat spelers op een bepaald moment moeten doen. De nadruk van deze
coaching is vaak gericht op het presteren, terwijl het accent bij (jonge) voetballers juist op plezier
moet liggen. Door deze manier van negatief coachen (opdragen tot uitvoeren van een bepaalde
Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip

handeling) komen spelers minder tot het maken van eigen keuzes. De spelers worden als het ware
door ouders en trainers gemaakt. De grote valkuil is dat ouderen vaak niet beseffen wat voor
invloed deze manier van coachen heeft en de uiteindelijke impact op het kind hiervan is (Neve, z.d.).

1.4.5 Trainers
Trainers hebben vaak de neiging om de negatieve keuzes van spelers vaker te benoemen tijdens
coach momenten dan de goede keuzes. Dit leidt er soms toe dat spelers bepaalde handelingen
minder of zelfs helemaal niet meer gaan uitvoeren. Wanneer dit vaker of zelfs structureel het geval
is, kunnen jonge voetballers achter raken in hun ontwikkeling ten opzichte van spelers die positief
stimulerend worden gecoacht. Het ideale beeld van coaching door trainers is dat hij/zij waar nodig
helpt met het maken van bepaalde keuzes door voetballers (Trainers, Coachen tijdens de wedstrijd,
z.d.).

Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

2. Theoretisch kader
In het theoretisch kader wordt de huidige stand van zaken in kaart gebracht. Daarnaast volgt er een
koppeling van de belangrijkste theorien en uiteindelijk worden de begrippen die tijdens dit
onderzoek centraal staan, n voor n uitgelegd.

2.1 Beschrijving huidige stand van zaken


Afgelopen jaar is het nieuwe plan van FC Groningen gepresenteerd wat gepresenteerd werd als
Talenten op 1. Het doel is om in 2018 50% van de spelers van de eerste selectie uit eigen jeugd te
hebben. (FC Groningen, z.d.) Sinds afgelopen jaar heeft FC Groningen ook als eerste club in het
noorden een RVBS wat staat voor regionale voetbalschool van FC Groningen. Dit is een voetbalschool
waar talenten die gescout zijn tot hun 11de op een locatie dicht bij huis in de buurt kunnen trainen.
Het is voor de spelers natuurlijk al spannend genoeg dat ze gescout zijn door FC Groningen en
hierdoor wordt er een stukje spanning weg gehaald bij de kinderen door in een bekende omgeving te
trainen. Ook krijgen ze minimaal een jaar de kans om te laten zien wat ze kunnen, zodat ze niet
beoordeeld worden op de eerste vier trainingen waar ze nog vol van de spanning staan. Een ander
uitgangspunt is dat spelers breder worden opgeleid. Dit betekent dat er minder snel een
piramidevorm ontstaat en minder snel talent wordt uitgeselecteerd (Voebalscholen, 2016).

Hoe het jaar er voor een speler van de voetbalschool uit ziet is in een duidelijke jaarplanning
aangegeven. De spelers die het jaar erop over moeten naar het grote veld en dus in aanmerking
komen om geselecteerd te worden voor FC Groningen die trainen twee keer per week. Zondags op
eigen locatie en op woensdag op Corpus, waar ze trainen met alle spelers van de andere locaties.
Deze spelers hebben drie keer per jaar een evaluatiegesprek over hun voortgang en wat de
8
verbeterpunten zijn. De spelers die nog niet in aanmerking komen om volgend jaar in de
jeugdopleiding in te stromen hebben alleen op zondag een training en hebben twee keer per jaar
een evaluatiegesprek.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat sporters die topsport beoefenen hoger scoren op
zelfregulatie dan sporters die niet op topniveau acteren (Jonker, 2011). Om deze reden is het erg
interessant om erachter te komen waar erop gelet moet worden bij het bekijken van zelfregulatie.
Als de spelers die hier hoog op scoren eerder gezien worden dan heeft een club wellicht een grotere
kans om spelers binnen te halen die een grotere kans hebben om door te breken.

De meeste onderzoekers zijn het hier mee eens en vinden dit geen toeval. Maar is het wel lastig om
dit te trainen op jongere leeftijd. Dit zijn vaak saaie oefeningen die enorm lang kunnen duren.
Bijvoorbeeld een waterpas recht houden en van nul naar 1000 tellen om vervolgens weer terug te
tellen. Hierdoor kan het plezier bij een talentvolle voetballer weg gaan en heeft uiteindelijk niemand
er iets aan. (Waanders, 2016)

Zelfvertrouwen, de beste willen zijn en discipline zijn ook drie belangrijke persoonseigenschappen
van een topsporter. Dit zijn eigenschappen waar een speler zichzelf in kan ontwikkelen maar dit
heeft ook te maken met de omgeving van de sporter. (Onlinetalentmanager, z.d.)

2.2 Koppeling met belangrijkste theorien


Topsport is voor veel sporters een lange weg met enorm veel druk. Wekelijks staat er in de kranten
dat topsporters zich hebben misdragen of wederom dronken zijn gefotografeerd voor een wedstrijd

Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

dag. Vaak heeft dit te maken met de druk die deze sporters ervaren en hier niet goed mee om
kunnen gaan. De universiteit van Amsterdam heeft in 2014 een onderzoek gedaan naar de druk van
jonge talenten en hoe deze sporters druk ervaren van ouders, prestatiedruk vanuit school, vanuit de
voetbalopleiding en persoonlijke druk. De conclusie van dit onderzoek was dat veel sporters druk
ervaren als zij een periode minder in vorm zijn of een teleurstelling moeten verwerken. Bij FC
Groningen worden spelers het hele jaar door vast gelegd. Uit eindelijk zijn er nog maar een paar
posities waar enorm veel spelers voor moeten proberen te gaan. Dit kan veel druk bij sommige
spelers veroorzaken (Heiden, 2014).

Een ander veel voorkomend probleem is dat kinderen steeds minder bewegen en vaak liever
urenlang tv kijken in plaats van bezig zijn met buitenspelen of sporten. Dit gedrag wordt vaak niet
door ouders als fout beoordeeld en uit onderzoek blijkt dat 1 op de 10 kinderen van 2-4 jaar een
eigen tv op zijn kamer heeft, ongeveer 25% zelf mocht bepalen wat er op tv kwam en 16% zelf mocht
bepalen hoe lang er tv gekeken werd (Boere-Boonekamp, M.Beltman, J.Bruil, N.Dijkstra, &
Engelberts, 2010).

Deze verschillende onderzoeken hebben allemaal te maken met het gedrag wat een kind uiteindelijk
vertoont. Vragen als hoe en wanneer voelt een kind druk en van wie, hoe gaat hij hier mee om en
hoe ervaart hij dit in de wedstrijd zijn allemaal vragen die belangrijk kunnen zijn tijdens het
onderzoek. Het is ondertussen achterhaald dat een sporter 10.000 trainingsuren nodig heeft om een
topsporter te worden maar zoveel mogelijk trainingsuren zijn (Schermers, 2014). Dit is belangrijk om
te weten als er gekeken wordt naar de activiteiten die een kind doet. Als een kind de hele dag tv wil
kijken en op jonge leeftijd al niet bezig is om met vriendjes te voetballen kan het al erg lastig worden
9
om het niveau te bereiken wat er van een FC Groningen speler verwacht wordt.

Uit een onderzoek van Sport Psychologie in Nederland (VSPN) over mentale factoren van een sporter
zijn er verschillende aspecten die de prestatie kunnen benvloeden. Voorbeelden hiervan zijn
zelfvertrouwen, motivatie, aandacht in de zin van concentratie, mentale weerbaarheid en
bijvoorbeeld het om kunnen gaan met tegenslagen. (Topsportnoord, z.d.) Deze mentale factoren zijn
train baar, maar de invloed die deze factoren uitoefenen op de prestatie van een sporter zijn veel
moeilijker te trainen. Dit betekend dus dat dit vooral aangeboren is.

2.3 Operationaliseren van begrippen


Gedrag bestaat uit alle bewuste en onbewuste handelingen. Deze handelingen kunnen zowel
waarneembaar zijn of die niet waarneembaar zijn. Alles wat een mens doet is gedrag.

Er zijn verschillende soorten gedrag. Het meest voorkomende gedrag is waarneembaar gedrag. Dit
zijn alle handelingen die ook daadwerkelijk te zien zijn. Hier kan gedacht worden aan fietsen, lopen,
rennen of een vinger op steken. Een andere soort gedrag is onbewust gedrag. Dit wordt aangestuurd
door reflexen. Spontaan gedrag wordt hier ook tot gerekend. Naast waarneembaar gedrag is er ook
nog onwaarneembaar gedrag. Dit kan bijvoorbeeld nadenken zijn. Gedrag wordt door de omgeving
benvloed maar is ook erfelijk. De meeste wetenschappers zeggen dat gedrag aan te leren is. (Ensie ,
2015)

Gedrag is een erg breed begrip en deze wordt tijdens het onderzoek steeds concreter. Uiteindelijk is
het doel om tijdens dit onderzoek steeds dichter bij een bepaald deel van gedrag te komen. De zeven

Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

onderstaande begrippen worden kort geoperationaliseerd zodat het duidelijk is wat er in het
onderzoek met de verschillende begrippen bedoeld wordt.

Bewust gedrag
Bewust gedrag is een keuze. Je kunt kiezen hoe je op bepaalde situaties reageert. Wat je doet, wat je
zegt, en wat niet.

Onbewust gedrag
Het meeste gedrag wat een mens vertoont is onbewust gedrag. Dit zou kunnen zijn dat iemand met
zijn ogen knippert maar een ander voorbeeld kan ook zijn dat er bijvoorbeeld naar het werk of school
gefietst wordt. Er wordt niet nagedacht over de weg die er genomen wordt, maar dit gaat
volautomatisch.

Omgaan met tegenslagen


Als er gepraat wordt over omgaan met tegenslagen dan wordt er gepraat over hoe een kind om gaat
met bijvoorbeeld balverlies, een tegendoelpunt of een verlies partij op de training of tijdens de
wedstrijd. Ook kan een tegenslag zijn dat de speler gewisseld wordt of dat er een speler een
wedstrijd niet kan speelt wegens een blessure of kwaliteit.

Zelfregulatie
Is het vermogen om keuzes te maken die niet door anderen worden benvloed. Als deze keuzes
gemaakt zijn dan moeten ze worden toegepast. Dit kan alleen of samen met iemand anders. Deze
keuzes moeten dus worden gerealiseerd, gevalueerd en uiteindelijk worden verbeterd. De
vaardigheden die te maken hebben met de keuzes die gemaakt worden zijn gevoelens, vermogens,
gedrag en het reguleren van gedachten. (Noord, 2004) 10

Waarneembaar gedrag
Waarneembaar gedrag is gedrag wat iemand doet en wat je kunt zien. Een handeling kan van alles
zijn; stofzuigen, pannenkoeken bakken, fietsen, je neus ophalen. Deze handelingen vallen onder
waarneembaar gedrag. We kunnen zien waar de ander mee bezig is.

Onwaarneembaar gedrag
Onwaarneembaar gedrag zijn de gedachten die er in het hoofd rondspelen.

Reflecteren op eigen handelen


Bij het reflecteren op eigen handelen wordt er gekeken naar hoe een speler naar zijn eigen handelen
kijkt. Een speler houdt zichzelf een spiegel voor en weet wat hij goed heeft gedaan of waar hij
misschien nog beter in kan worden.


Zelfvertrouwen
Het geloof dat je in je eigen kunnen hebt. Hier onder valt ook het aan kunnen van
tegenvallers en dat een speler op eigenkracht taken aan kan. Hoe meer
zelfvertrouwen iemand heeft, hoe positiever iemand in het leven staat en hoe beter
iemand zich op dat moment voelt (Zelfvertrouwen, z.d)

Discipline
Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip

Discipline heeft twee verschillende betekenissen. De betekenis die in dit onderzoek


belangrijk is, is een karaktereigenschap. Hierbij kan aan iemand gedacht worden die
een taak uit moet voeren en doet wat er van hem verwacht wordt. Een speler met
discipline volgt de regels op en loopt bijvoorbeeld niet de kantjes ervan af.


















11



















Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

3. Doelstelling/vraagstelling
In dit hoofdstuk wordt het doel van het onderzoek kenbaar gemaakt. Daarnaast wordt de hoofdvraag
en de bijbehorende deelvragen duidelijk beschreven.

3.1 Doel van het onderzoek


Het doel van het onderzoek is erachter te komen wat de voorwaarden zijn die je nodig hebt op
mentaal gebied, om de kans te vergroten om in te stromen in de jeugdopleiding van FC Groningen.
Dit wordt onderzocht door een kwalitatief onderzoek. Er worden individuele interviews afgenomen
en er zal gewerkt worden in een focusgroep.

3.2 Hoofdvraag
In overleg met de stage cordinatoren van FC Groningen is er een hoofdvraag opgesteld, waarin de
behoefte van het onderzoek vanuit de Voetbalschool duidelijk naar voren komt.

De hoofdvraag: Wat voor mentale voorwaarden maken de kans groter dat een RVBS-speler
uiteindelijk instroomt in de jeugdopleiding van FC Groningen?

Dit zijn voorwaarden (iets dat nodig is) die je nodig hebt op mentaal gebied, dit is
alles wat te maken heeft met denken en voelen en de kans vergroten om in te
stromen in de jeugdopleiding van FC Groningen.

3.2 Deelvragen
Om nog meer diepgang te krijgen in het onderzoek en output te krijgen van expert hebben wij
gekozen voor drie deelvragen. Deze deelvragen staan hieronder opgesteld. 12

Deelvraag 1: Wat wordt er op mentaal vlak van een speler uit de O12 (D2) verwacht?

Deelvraag 2: Wat kan er tijdens het jaar in de voetbalschool aan mentale aspecten worden
bijgeleerd?

Deelvraag 3: Wat zijn de mentale kenmerken van de toppers van de afgelopen jaren?

















Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip

4. Methode
Het type onderzoek wordt in het hoofdstuk methode gekoppeld aan de doelstelling van het
onderzoek. De populatie van het onderzoek wordt kenbaar gemaakt met bijbehorende
meetinstrumenten. Het proces van het onderzoek wordt schematisch beschreven met de
uiteindelijke de manier van werken en de verwerken van de uitkomsten.

4.1 Type onderzoek gekoppeld aan doelstelling onderzoek


In eerste instantie wordt er literatuuronderzoek gedaan. Dit is het eerste type onderzoek wat
uitgevoerd wordt. Het andere type onderzoek wat uitgevoerd gaat worden is een kwalitatief
onderzoek in de vorm van een interview. Een kwalitatief onderzoek geeft diepgaande informatie
door in te gaan op motivaties, wensen, motivaties en behoeften van de doelgroep. Er worden
specifieke onderwerpen besproken maar ook onbewuste motivaties kunnen worden achterhaald.
Een ander voordeel aan kwalitatief onderzoek biedt is dat de doelgroep zelf mee kan denken over de
invulling van het toekomstige beleid. Andere voordelen die een kwalitatief onderzoek biedt zijn:
- De mogelijkheid om door te vragen op een bepaald onderwerp.
- De mogelijkheid om de vraagstelling tijdens het onderzoek nog bij te sturen indien dit nodig is.
- De mogelijkheid voor de opdrachtgever om snel een beeld te krijgen hoe het onderzoek er voor
staat.

Elke manier van onderzoeken heeft ook nadelen en het nadeel bij een kwalitatief onderzoek is dat de
resultaten niet statistisch representatief zijn. Als er tien mensen ondervraagd worden kunnen er tien
verschillende antwoorden uit komen. (Methoden onderzoek, z.d.)

4.2 Onderzoekspopulatie 13
De onderzoekpopulatie zal bestaan uit wetenschappers, een sportpsycholoog, hoofdjeugdopleiding,
de manager performance centre (in de naam van Gerard Kemkers), verschillende trainers van de
voetbalschool en drie trainers van de onderbouw, namelijk de trainer van FC Groningen O-12, FC
Groningen O-13 en de trainer van FC Groningen O-14. Dit is de voornaamste groep van de
onderzoekspopulatie maar er gaat vast en zeker ook gebruik gemaakt worden van andere
specialisten binnen de brede jeugdopleiding van FC Groningen. Denk hierbij aan Hoofd- en assistent-
trainers van andere teams, verzorgers, managers, wetenschappers en bijvoorbeeld scouts. Als er uit
interviews blijkt dat er een specialist is binnen de jeugdopleiding op het gebied van bijvoorbeeld
gedrag moet er alles aan gedaan worden om misschien wel een afspraak te maken voor een gesprek.

4.3 Meetinstrumenten
De verschillende meetinstrumenten die er in dit onderzoek gebruikt gaan worden zijn individuele
interviews en een focusgroep waar meerdere personen bij elkaar zullen zitten. Bij een focusgroep
ondervraag je niet een individueel persoon, maar een hele groep. Deze groep wordt van tevoren
ingelicht om na te denken over de onderwerpen en hier een mening over te hebben wat past binnen
de visie van FC Groningen. Er wordt eerst gekozen voor interviews, omdat er dan een duidelijk beeld
is waar er op ingezoomd moet worden en waar er precies naar gekeken moet worden. Het is
belangrijk dat de vragen tijdens het interview vragen wat er gemeten moet worden. Als dit niet het
geval is dan is het interview niet valide genoeg om te gebruiken. Bij een focusgroep is het de
bedoeling dat de gesprekpartners elkaar benvloeden en er dus mening gevormd wordt waar
meerdere mensen het mee eens zijn. Ook hier is het belangrijk dat het valide is. Hier is het belangrijk
om de mening van de verschillende trainers te horen. Daarom is het goed om een schema te hebben
waar de trainers ook ongeveer evenveel zeggen. Het kan anders zo zijn dat een trainer minder zegt
Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip

omdat hij in een groep niet snel tussen anderen door praat. Bij dit onderzoek dragen alle trainers die
deze focusgroep zullen gaan vormen dezelfde visie van FC Groningen en weten de trainers dus wat
de manier en visie van opleiden is en wat hier binnen past.

Vaak wordt er gedacht dat een focusgroep hetzelfde is als een vergadering maar dat is dus niet zo. Er
zijn grote verschillen in de insteek en handelwijze. Bij een vergadering kan er overlegd worden om
bijvoorbeeld een beleid op te stellen die vervolgens moet worden uitgevoerd. Bij een focusgroep
gaat het er om dat er een duidelijke vraagstelling is aan het begin van het gesprek. Ook moet er een
onderzoeksopzet zijn en is het doel van het gesprek een uiteindelijk advies. (Zee, 2016)

4.4 Procedure
Met verschillende personen binnen FC Groningen zal er een gesprek plaatsvinden om tot verdieping
in het onderzoek te komen. Het doel van deze gesprekken is om de juiste werkwijze, visie op gedrag
bij topsporters en verbeterpunt huidige manier van trainen helder krijgen. Vervolgens wordt er bij de
drie teams in de onderbouw van de jeugdopleiding gekeken naar het gedrag tijdens trainingen en/of
wedstrijden. Tijdens het lopende onderzoek wordt de voortgang wekelijks besproken met de
stagebegeleiders. Om dit over- en inzichtelijk te maken, is er een schema opgesteld. Hieronder is de
schematische planning weergegeven waarin de activiteiten van onderzoekers zijn uitgeschreven.

Onderzoeker(s) Personen + Functie Onderwerp(en) Locatie +


Datum
Joost en Zeb Thomas Waanders - Interview gedrag. Corpus, 5-
14
Sportpsycholoog/prestatiecoach 11-2016
FC Groningen
Joost en Zeb Gerard Kemkers - Interview gedrag topsporters. N.O.T.K.
Manager Topsport &
Talentontwikkeling
Joost en Zeb Byron Bakker - Interview gedrag O12 spelers. Corpus, jan.
Hoofdtrainer FC Groningen O12 - Observatie training. 2017
Joost en Zeb Menno van Dam - Interview gedrag O13 spelers. Corpus, jan.
Hoofdtrainer FC Groningen O13 - Observatie training. 2017
Joost en Zeb Bote Talsma - Interview gedrag O15 spelers. Corpus, jan.
Hoofdtrainer FC Groningen O12 - Observatie training. 2017
Joost en Zeb Caspar Dekker - Interview visie jeugdopleiding N.O.T.K.
Hoofd jeugdopleiding FC over mentale aspecten.
Groningen
Joost en Zeb Jeroen de Jong - Input RVBS. Corpus, elke
Erwin Heerlijn - Bespreking voortgang. woensdag
Cordinatoren Regionale - Begeleiding. (tijdens
Voetbalschool FC Groningen stageweken)
Joost en Zeb - Deskresearch/fieldresearch. Corpus,
wekelijks.
Zeb Assistent trainer O12 - Observatie O12 spelers om te 12-12-2016

Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

kijken wat er verwacht wordt


van een speler die al in de
jeugdopleiding zit. wedstrijd FC
Groningen O12 HZVV O13.
(Figuur 2. Schematische weergave werkzaamheden)


4.5 Data analyse
De betrokken partijen tijdens het onderzoek zijn: de SGM- studenten, Hanze Instituut Sportstudies,
de Regionale Voetbalschool FC Groningen, jeugdopleiding FC Groningen en overige specialisten FC
Groningen. Deze partijen zullen een erg belangrijke rol spelen tijdens de uitvoering van het
onderzoek.

Tijdens het kwalitatief onderzoek is dataverzameling en data-analyse niet gescheiden. De data wordt
op drie manieren verzameld. De eerste manier is dat de focusgroep gesprekken worden opgenomen
met een spraakrecorder. Tijdens deze gesprekken wordt belangrijke informatie genotuleerd door n
van de onderzoekers, manier twee. De derde manier van data verzamelen is het noteren van
opvallende zaken tijdens het observeren van spelers voor, na en tijdens trainings- en
wedstrijdmomenten. Tijdens het observeren wordt er gebruik gemaakt van een
beoordelingsformulier. Hier wordt niks beoordeeld met goed of slecht maar er wordt gekeken naar
waarneembaar gedrag. Er wordt dan beoordeeld met termen als: soms, af en toe, vaak en
bijvoorbeeld altijd. Omdat sport erg subjectief is zullen er anders te veel verschillende waarnemingen
zijn, doormiddel van deze manier zijn de uitkomsten ook erg betrouwbaar. Dit geeft een duidelijke en 15
heldere samenvatting van de gesprekken en de observatie. Uiteindelijk kan er per meting een
conclusie worden opgemaakt en wordt dit de volgende stap tot geven van adviezen aan de Regionale
Voetbalschool van FC Groningen. (Tibbing, z.d.)

De vragen, bijbehorende onderwerpen en antwoorden zijn van het ratio meetniveaus. Er zijn hier
verschillende antwoorden mogelijk en er wordt niks uitgesloten. De uitkomsten van de vragen en
onderwerpen wordt een conclusie geformuleerd waar de meningen van alle deelnemende partijen in
meegenomen zijn. Dit wordt uiteindelijk verwerkt in een schriftelijk verslag. De resultaten zullen
antwoord geven op de hoofd- en deelvragen van dit onderzoek.













Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip


Bibliografie
Boere-Boonekamp, M., M.Beltman, J.Bruil, N.Dijkstra, & Engelberts, A. (2010). Overgewicht en
obesitas bij jonge kinderen (0-4 jaar): gedrag en opvattingen van ouders. Opgeroepen op 12
14, 2016, van Universiteit van Twente: http://doc.utwente.nl/91197/1/overgewicht.pdf

Ensie . (2015, 4 10). Gedrag. Opgeroepen op 12 15, 2016, van Ensie: https://www.ensie.nl/redactie-
ensie/gedrag

FC Groningen. (z.d.). Talenten op 1. (F. Groningen, Producent) Opgeroepen op 1 20, 2017, van FC
Groningen: https://www.fcgroningen.nl/opleiding/missievisie/2018-talenten-op-n

Groningen, F. (z.d.). Voetbalscholen. Opgehaald van FC Groningen:


https://www.fcgroningen.nl/opleiding/voetbalscholen

Heiden, M. v. (2014, 6 22). jeugdvoetbal. Opgeroepen op 12 12, 2016, van Aswjournaal:


http://www.aswjournal.nl/wp-
content/uploads/2014/09/BachelorscriptieASW_Michelle_van_der_Heiden.pdf

Jelle Goes KNVB. (2016, mei). Winnaars van Morgen. Opgeroepen op december 14, 2016, van KNVB:
http://www.knvb.nl/downloads/bestand/4045/winnaarsvanmorgen

Jonker, L. (2011, 12 21). Self-regulation in sport and education. Opgeroepen op 12 14, 2016, van Rug:
http://www.rug.nl/research/portal/files/14646058/Proefschrift_digitaal_incl._st_1.pdf

Kastel, H. v. (2016, 09 05). KNVB:Meer geweld in amateurvoetbal. Opgeroepen op 02 02, 2017, van
AD: http://www.ad.nl/home/knvb-meer-geweld-in-amateurvoetbal~a4657a7c/ 16

KNVB. (2016). KNVB jaarverslag 2015/'16. Opgeroepen op December 14, 2016, van KNVB:
http://knvb.h5mag.com/jaarverslag_2015/cover

KNVB. (z.d.). Het nieuwe pupillenvoetbal: pilots nieuwe wedstrijdvormen. Opgeroepen op december
14, 2016, van KNVB: http://www.knvb.nl/assist/optimale-wedstrijdvormen-pupillen/pilots

KNVB. (z.d.). Het nieuwe pupillenvoetbal: pilots nieuwe wedstrijdvormen. Opgehaald van KNVB:
http://www.knvb.nl/assist/optimale-wedstrijdvormen-pupillen/pilots

Methoden onderzoek. (z.d.). Opgeroepen op 12 14, 2016, van rightmarktonderzoek:


http://www.rightmarktonderzoek.nl/methoden-onderzoek/kwalitatief-onderzoek

Neve, T. (z.d.). Vijf gouden tips voor gedrag langs de lijn. Opgehaald van JMouders:
https://www.jmouders.nl/ouders/opvoedstijlen/aanmoedigen/vijf-gouden-tips-voor-gedrag-
langs-de-lijn

Noord, R. V. (2004). Zelfsturing en zelfregulatie. Op zoek naar kenmerkende competenties van de


nieuwe professional. Opgeroepen op 12 13, 2016, van kessels-smit: http://www.kessels-
smit.nl/files/artikel_2004_van_noort_-_zelfsturing_en_zelfregulatie.pdf

Onlinetalentmanager. (z.d.). Wat zijn de eigenschappen van een topsporter? Opgeroepen op 1 20,
2017, van Onlinetalentmanger: http://www.onlinetalentmanager.nl/wat-zijn-de-
eigenschappen-van-een-topsporter

Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip

Schermers, P. (2014, 8 1). Kennisbank. Opgeroepen op 12 15, 2016, van Topsporttopics:


http://www.topsporttopics.nl/kennisbank/aantal-trainingsuren-verklaart-slechts-18-van-de-
sportprestatie?fromOverview=1

Tibbing, L. (z.d.). Hoe interviews te coderen. Opgeroepen op december 15, 2016, van De
afstudeerconsultant: http://deafstudeerconsultant.nl/hoe-interviews-te-coderen/

Topsportnoord. (z.d.). Wat is sportpsychologie/ mentale training? Opgeroepen op 1 20, 2017, van
Topsportnoord: http://www.topsportnoord.nl/toplink/wat-is-sportpsychologie-mentale-
training/

Trainers, K. (z.d.). Coachen tijdens de wedstrijd. Opgeroepen op december 14, 2016, van KNVB:
http://trainers.voetbal.nl/article/21677/f-pupillen-coachen-tijdens-de-wedstrijd

Trainers, K. (z.d.). Coachen tijdens de wedstrijd. Opgehaald van KNVB:


http://trainers.voetbal.nl/article/21677/f-pupillen-coachen-tijdens-de-wedstrijd

Voebalscholen. (2016). Opgeroepen op 12 14, 2016, van FC Groningen:


https://www.fcgroningen.nl/opleiding/voetbalscholen

Voetbal, R. (2014, juli 18). Het begeleiden van D-pupillen. Opgehaald van Voetbal:
http://trainers.voetbal.nl/article/overzicht/11952/video-meer-opvoeder-dan-voetbaltrainer

Waanders, T. (2016, 11 5). Zelfregulatie en gedrag bij een voetballer. (J. T. Njiem, Interviewer)
Corpus, Groningen , NL.

Zee, F. v. (2016). Focusgroepen als onderzoeksinstrument. Opgeroepen op 12 14, 2016, van


Hulpbijonderzoek: http://hulpbijonderzoek.nl/online-woordenboek/focusgroepen/ 17

Zelfvertrouwen. (z.d). Opgeroepen op 02 02, 2017, van encyclo:


www.encyclo.nl/begrip/zelfvertrouwen




















Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem
-323895- Joost Trip

18

Sportonderzoek 2.2 -344902- Zeb Tjie A Njiem


-323895- Joost Trip