Vous êtes sur la page 1sur 3

Bijlage 2 Format Toelichting lesontwerp

Student: Sverre Verbeeten Docent: Harm Litjens


Vakgebied: Beeldende vorming Stagegroep: 5/6
Klas: PEH16VD
Welke keuzes heb ik hier gemaakt en waarom? (denk hierbij met name kernbegrippen uit
(vak-) specifieke theorie)
Kennis over (kinderen in) de Om een goed beeld te krijgen van de beginsituatie, heb ik gebruik
groep is nadrukkelijk
gemaakt van de resultaten van het sociogram.
verwerkt in de omschrijving
van de beginsituatie van de
groep, zowel in Ik heb kennis over de kinderen in pedagogische zin verwerkt in de
pedagogische zin (gedrag, beginsituatie:
groepsverhoudingen,
- Er zijn verschillen in de klas op cognitief en sociaal-emotioneel
groepsdynamiek) als in
didactische zin gebied, waardoor de klas niet als geheel een groep is. Door een les met
(vakspecifieke de hele klas te geven en de kinderen te laten reageren op het werk van
beginsituatie). een ander en gezamenlijk ergens een mening over te vormen, ontstaat er
een groepsgevoel.
- Er worden twee kinderen in de groep verstoten (Sometics).
Tijdens de les ga ik extra letten op het gedrag van deze twee kinderen en
let ik op de manier waarop andere kinderen op hen reageren.

In vakspecifieke zin heb ik ook kennis over de kinderen verwerkt in de


beginsituatie:
- De kinderen hebben al vaker gewerkt met plakkaatverf. Ze
hebben al meerdere technieken geleerd om een bepaald effect te creren
in een schilderij. Ze hebben bijvoorbeeld al gewerkt met kleurenoverloop
van licht naar donker.
De lesdoelen zijn Aan het einde van de les zijn de kinderen in staat om:
afgestemd op de
Productdoelen:
beginsituatie. In de
formulering ervan wordt - Mogelijkheden van beeldaspecten in de context van het
zichtbaar dat kennis van onderwerp te verkennen en te onderzoeken.
vakdidactiek en leerlijnen - De sfeer van hun herinnering uit te drukken met behulp van
op een logische manier is kleurkeuzes van verf. Hierbij koppelen ze de foto als herinnering
verwerkt.
die in de geschiedenisles besproken is aan het schilderij dat ze
tijdens deze les maken. Een kleur wordt symbolisch gebruikt
wanneer deze kleur een betekenis krijgt. Dezelfde kleur kan,
afhankelijk van het thema, verschillende betekenissen krijgen
(Schasfoort, 2012).
- Elkaars werk te bekijken en de verschillende oplossingen die
gekozen zijn voor het vormgeven aan een idee te vergelijken
(Tule, kerndoel 55).

Procesdoel:
- Volgens een bepaalde procedure of volgorde te werken (Tule,
kerndoel 54

Door met de kinderen duidelijk te bespreken wat de doelen voor die les
zijn, schep ik duidelijkheid voor de kinderen. De kinderen weten waar ze
tijdens de les op moeten letten en wat er van hen verwacht wordt.
Werk- en De kinderen krijgen als klas dezelfde opdracht. Alle kinderen kunnen dus
groeperingsvormen zijn
op elkaars werken gaan reflecteren en reageren. Doordat de kinderen met
afgestemd op specifieke
kenmerken van de groep n elkaars werk bezig zijn, zullen ze zich als groep betrokken voelen tot
op specifieke kenmerken elkaar. Door elkaars werk te bekijken en de verschillende oplossingen die
van vakdidactiek. gekozen zijn voor het vormgeven aan een idee te vergelijken, zullen de
kinderen meer over elkaars verhalen achter het schilderij te weten komen
(Tule, kerndoel 55). Aangezien de kinderen schilderen over hun gevoel bij
een herinnering, zullen de kinderen elkaars verhalen beter leren kennen
en elkaar beter begrijpen. De kinderen krijgen gezamenlijk instructie over
de doelen van de les en kunnen vervolgens voor zichzelf gaan werken
aan het schilderij. Kinderen kunnen elkaars werk bekijken en elkaar tips
geven. Als evaluatie kijken we gezamenlijk naar de gemaakte werken.
Werk- en De kinderen leren volgens een bepaalde procedure of volgorde te werken
groeperingsvormen zijn
(Tule, kerndoel 54). Tijdens de les wordt een bepaalde procedure
functioneel ondersteunend
bij het behalen van de aangehouden. De les wordt gestart met een gezamenlijke introductie met
lesdoelen. inspiratiebeelden, wordt vervolgd door een zelfstandige werktijd en
afgesloten met een gezamenlijke evaluatie. In de gezamenlijke introductie
krijgen de kinderen kans mogelijkheden van beeldaspecten in de context
van het onderwerp te verkennen en onderzoeken. Door inspiratiebeelden
te laten zien gaan de kinderen nadenken over dat wat ze hebben gehoord
tijdens de geschiedenis en gaan de kinderen voor zichzelf bedenken hoe
ze de les aan willen pakken.
Een aanzet tot De kinderen reflecteren gezamenlijk op de gemaakte kunstwerken. Hierbij
samenwerkend leren krijgt
wordt teruggekoppeld naar de geschiedenis en over wat ze hebben
op een logische wijze plek in
het lesontwerp.* gehoord over elkaars fotos. Ze gaan gezamenlijk kijken wat de verschillen
en overeenkomsten tussen de schilderijen zijn en proberen een
gezamenlijk beeld te krijgen van de sfeer die het schilderij uitdrukt. De
kinderen zijn bezig met het uitwisselen van gemaakte werken en hun
gedachten hierachter.
Een aanzet tot ontdekkend De kinderen ontdekken welke kleuren ze kunnen gebruiken bij het maken
leren krijgt op een logische
van het schilderij. Ze onderzoeken hoe ze hun schilderij z kunnen maken
wijze plek in het
lesontwerp** dat het uitdrukt wat ze voor gevoel hebben bij de herinnering.

De proces- en Aan het einde van de les:


productdoelen worden
Productdoelen:
expliciet gevalueerd met
de kinderen. - Wordt nagegaan of de kinderen het verband tussen de
herinnering en het schilderij goed hebben gelegd.
- Wordt nagegaan wat de kinderen van de les geleerd hebben.
- Wordt nagegaan hoe de kinderen reageren op elkaars schilderij
en wat ze kunnen vertellen over de schilderijen in verband met de
herinneringen.
- Wordt nagegaan of er goede kleurkeuzes zijn gemaakt bij het
uitdrukken van de sfeer van de herinnering.

Procesdoel:
- Wordt nagegaan of de kinderen succesvol volgens de procedure
hebben gewerkt.

Ik ga met de kinderen na of de doelen bereikt zijn. Wanneer dit goed is


verlopen complimenteer ik de kinderen. wanneer het blijkt dat ergens niet
goed aan gedacht is, geef ik dit als feedback mee voor een volgende les.
De werkvormen die worden De nabespreking gebeurt gezamenlijk, zodat de groep er samen over na
gehanteerd bij evaluatie
kan denken. Doordat de twee groepen nog niet helemaal n groep zijn,
zijn passend bij
vakdidactiek en sluiten aan kunnen zo de kinderen samen bezig zijn. Ook de twee kinderen die wat
op specifieke kenmerken meer verstoten worden uit de groep, kunnen zo goed betrokken worden
van de groep. bij de rest. Ik laat deze twee kinderen daarom ook hun mening horen over
de onderwerpen, zodat de andere kinderen zich hier misschien in kunnen
vinden en er respect voor elkaar is.
*bij tenminste 3 lesontwerpen
** bij tenminste 1 lesontwerp

Bronnenlijst:
Jacobse, A., Lei, R. van der, Loenen, S., Nieuwmeijer, C., Roozen, I. (2009).
Kerndoel 54, groep 5 en 6. Geraadpleegd op 14 maart 2017, van
http://tule.slo.nl/KunstzinnigeOrientatie/F-L54a.html
Jacobse, A., Lei, R. van der, Loenen, S., Nieuwmeijer, C., Roozen, I. (2009).
Kerndoel 55, groep 5 en 6. Geraadpleegd op 14 maart 2017, van
http://tule.slo.nl/KunstzinnigeOrientatie/F-L55.html
Schasfoort, B. (2012). Beeldonderwijs en didactiek (4e druk). Groningen/Houten:
Noordhoff Uitgevers.