Vous êtes sur la page 1sur 12

SWOT: versie eind februari

Beroepshouding
 Heeft zin voor samenwerking
 Staat open voor en houdt rekening met feedback over het eigen functioneren.

Sterktes:

Vanuit mijn voetbalverleden (van 5


tot 18 jaar gespeeld) en mijn
leidingfunctie in de jeugdbeweging
heb ik geleerd om productief
samen te werken. Productief wil
zeggen dat ik samen met een
groep aan een gemeenschappelijk
doel kan werken. Dit maakt het
samenwerken/samenleven op dit
moment in deze groep evidenter
Bedreigingen: en vertrouwelijker. Zwaktes:
Ik ga moeten opletten dat Doordat ik als enige in de
ik niet te veel vasthoud aan groep de opleiding BASO
‘onze (BASO)’ visie. Ik durf volg, heb ik soms een andere
de stap zetten naar het mening of visie over het
lager onderwijs en ik wil dit lesgeven. Er is bijvoorbeeld
kritisch blijven bewaken. Beroepshouding een verschil van mening in
Lager onderwijs is nu mijn de diepgang van de inhoud.
doelgroep om les aan te Ik ben steeds geneigd om
geven. Een bedenking is meer diepgaande,
dat sommige leerlingen inhoudelijke vragen te
Kansen
ouder zijn dan de leerlingen stellen. De twee andere
in het eerste middelbaar in De feedback over de studenten leggen liever de
Vlaanderen. Het aanpassen lesfocus is vooral gegeven lesfocus op herhalen en het
heeft dus minder te maken tijdens de tweede langer vastzetten van de
met de leeftijd als wel met stageweek. We hebben toen inhoud. De
inhoud en leervermogen aan observerende meningsverschillen leren mij
van de leerlingen. teamteaching gedaan. om met deze feedback om te
Doordat het feedback- gaan.
moment zo vroeg viel, kan ik
mij de komende stageweken
beter richten op de
doelgroep. Hier liggen
volgende mogelijkheden
voor mij: inschatten van
doelgroep, beklemtonen van
herhaling, beklijven van
leerstof.
C1 De leraar als inhoudelijk- en vakdidactisch expert
Selecteert, beheerst, verbreedt, verdiept en actualiseert lesgebonden leerinhouden en
vaardigheden.
Ontwerpt vakdidactisch een krachtige leeromgeving, rekening houdend met de verschillen tussen
leerlingen en doelgroepen.

Sterktes:

Bij de wiskundelessen is het


makkelijker om de essentie uit de
lesinhoud te halen en klemtonen te
leggen omdat ik hier al meer
ervaring in heb. Zeker in de
hogere graden merk ik dit wanneer
de inhoud al uitdagender en
moeilijker wordt.

Zwaktes:
Bedreigingen:
Bij de lagere graden schiet ik
De valkuil van het blijven soms didactisch te kort. Dit
herhalen en de intentie om Inhoudelijk- en komt omdat ik een andere
iedereen mee te nemen in
de klassikale lessen, is dat vakdidactisch opleiding gevolgd heb. Ik
schat mijn klasgroep soms
sommige leerlingen zich
gaan vervelen en eventueel
expert verkeerd in. Ik ga te snel
over de leerstof of herhaal
de les gaan storen. Ik vind niet voldoende waardoor niet
het dan ook belangrijk dat alle leerlingen altijd even
ik probeer te differentiëren. Kansen
goed mee zijn. De visie die
Dit is niet zo evident in een Doordat ik nu stage doe in het we hier proberen te hanteren
klas van 50 leerlingen. lager onderwijs en twee is dat iedereen in de klas
Toch wil ik ook de studenten lager onderwijs bij (alle 50) het moeten
differentiatievisie niet uit me heb, leer ik veel over de begrijpen dus blijven
het oog verliezen, ondanks didactiek van het lager HERHALEN.
de zeer grote klasgroep. onderwijs. Ik leer bij over
getalbeelden, splitsen en de
brug maken. Als
wiskundeleerkracht is het
boeiend om te weten hoe deze
inhouden in het lager
onderwijs aangeleerd worden.
Het geeft mij een brede kijk
op de wiskundige voorkennis
van leerlingen van het lager.
Deze kijk zal ook in België
mijn lessen wiskunde in het
secundair onderwijs
ondersteunen.
C2 De leraar als begeleider van leer- en
ontwikkelingsprocessen
Begeleidt doelgericht een lesactiviteit in een krachtige leeromgeving, rekening houdend met
verschillen tussen leerlingen en doelgroepen.
Hanteert gepaste en afwisselende werkvormen.
Maakt gebruik van gepaste leermiddelen en media.
Geeft een concrete, duidelijke instructie en hanteert een gerichte, heldere vraagstelling.
Speelt in op input van de leerlingen en gaat daarmee aan de slag.

Sterktes:

Bedreigingen: Zwaktes:

Begeleider van
leer- en
ontwikkelings-
processen

Kansen
C3 De leraar als opvoeder
Draagt bij tot een positief leerklimaat
Creëert een open, veilige en respectvolle (klas)context

Sterktes:

Door mijn opleiding als L.O-


leerkracht en mijn leidingfunctie bij
de Chiro durf ik mij te profileren
als leraar in een groep. Ik durf de
kinderen rechtstreeks en vanuit
een waarderende bril aan te
spreken. Ik merk aan de kinderen
dat ze enorm opkijken naar
mij/ons. Een positief leerklimaat
creëren vind ik heel belangrijk door
complimenten te geven,
persoonlijke aandacht te besteden.
Kinderen durven vragen te stellen
Bedreigingen: aan ons. Zwaktes:
Doordat ik een goede band Als ik kinderen langer leer
heb met de kinderen en zij kennen, kan ik ze beter
heel vertrouwelijk met mij plaatsen in een gezinscontext
omgaan, moet ik toch of bij hun achtergrond.
zorgen dat ik mijn Hierdoor bouw ik een
leraarsprofiel blijf bewaken. Opvoeder vertrouwensband op. Dit vind
Ik ben de leraar, niet de ik belangrijk. Ik merk wel
vriendin. Het bewaken van dat ik soms minder ‘streng’
de grens nabijheid en voor deze kinderen ben. Zij
afstand is belangrijk. Het mogen net iets langer
bijvoorbeeld te goed Kansen babbelen dan andere
‘bevriend’ zijn, kan leerlingen.
misschien leiden tot het Door het sporten en het
niet meer gaan luisteren in spelen van voetbal heb ik de
de klas. kans om de kinderen op een
andere manier te leren
kennen. De kinderen die het
in de klas moeilijker hebben,
kunnen op het voetbalveld
uitblinken. Dit geeft mij de
kans om iedereen, ook de
minder opvallende kinderen,
toch goed te leren kennen
en waarderend te
benaderen. Sommige
kinderen komen zelfs vragen
om hen te leren voetballen.
C4 De leraar als organisator
Organiseert lesactiviteiten efficiënt, doelgericht en veilig en stemt de klasinrichting en
klasactiviteiten daarop af.
Behoudt klasoverzicht.
Bewaakt de tijd en past de les aan indien nodig.

Sterktes:

Bedreigingen: Zwaktes:

Organisator

Kansen
C5 De leraar als innovator (en onderzoeker)
Reflectie
Past vernieuwende, creatieve didactische werkvormen en inzichten toe.
Neemt een kritische houding aan tegenover het lesmateriaal.
Neemt vanuit eigen inzichten een experimenterende houding aan.

Sterktes:

Bedreigingen: Zwaktes:

Innovator (en
onderzoeker)

Kansen
C6 De leraar als teamspeler
Gaat op een correcte manier in dialoog met alle betrokkenen.
Neemt initiatief en verantwoordelijkheid binnen een team en de school.

Sterktes:

Als groep staan we nu al zeer


sterk. We zijn zowel op school als
buiten school goed op elkaar
afgestemd. Het groepsgevoel is
groot door het samenleven, samen
werken en uitstappen te doen. We
helpen elkaar waar nodig en
kunnen veel van elkaar verdragen.
Het teamteachen heeft hier zeker
een meerwaarde in. Door samen
voor de klas te staan, merk je
vaak wat de andere belangrijk
vindt in een klasgroep. Je merkt
ook dat we het gewoon zijn om
rekening te houden met anderen.
We zitten of hebben alle drie op
een jeugdbeweging gezeten en
iedereen heeft broers en zussen
waardoor we het gewoon zijn om
te delen. Zwaktes:
Bedreigingen:
/
/

Teamspeler

Kansen

/
C7 De leraar als wereldburger
Gaat actief aan de slag met actualiteit en maatschappelijke relevante thema’s

Sterktes:

Bedreigingen: Zwaktes:

Wereldburger

Kansen
C8 De leraar als taalontwikkelende leraar en
communicator
Spreekt en schrijft verzorgde en verstaanbare standaardtaal
Zorgt voor een rijk en toegankelijke taalaanbod
Stimuleert de taalontwikkeling van de leerlingen
Heeft impact met lichaam en stem
Heeft waardering voor verschillende talen en taalvariëteiten.

Sterktes:

Al verstaan de kinderen mij niet


altijd even goed omdat het
spreken in Engels soms een
drempel is, merk ik toch dat ik veel
impact heb. Zowel met mijn stem
als lichaamstaal en –houding kan
ik mijn verbale boodschappen
bekrachtigen. Door mijn houding
zien de leerlingen wat ik van hen
verwacht. Daarbuiten probeer ik
ook een paar woorden Tshivenda
te leren om hen beter te verstaan.
Het is ook een uiting van respect
Bedreigingen: van mij naar hen. Zwaktes:
Bij het geven van de lessen
Bij het geven van de lessen
ben ik vaak geneigd om de
moet ik vaak de correcte
antwoorden van de Taalontwikkelaar Engelstalige vaktermen
leerlingen klassikaal te
herhalen. Ik wil er zeker en opzoeken, bijvoorbeeld
scherpe en stompe hoeken.
van zijn dat iedere leerling
Dit vraagt extra tijd tijdens
in de klas het juiste communicator de voorbereiding. Ook voor
antwoord heeft gehoord. Ik
de kinderen is het niet
moet opletten dat ik niet
evident om deze vaktermen
hun accent overneem. Ik
direct te begrijpen.
moet alert blijven over mijn
uitspraak.
Kansen

Doordat het Engels hier toch


voor problemen zorgt, is het
voor mij een uitdaging om
hier samen met de kinderen
in te groeien. Ik schenk
aandacht aan het vormen
van correcte zinnen, het
gebruiken van de juiste
woordenschat door hen en
mij. Ook wil ik hen leren
items te kunnen verwoorden
zonder ingestudeerde
zinnen.
ICOM 1: Groepsdynamica
Zoals hierboven vermeld, zit de groepssfeer (momenteel) heel goed. We hebben
heel veel aan elkaar. Zowel op school- als amusementsvlak (uitstappen) hebben
we elkaar gevonden. We maken goede afspraken en doen veel samen. We
proberen indien mogelijk het werk evenredig te verdelen zoals koken, afwassen,
filmpje van weekverslag maken… Op schoolvlak helpen we elkaar met materiaal
maken en remedial voor te bereiden. Ook bij het voorbereiden van de lessen
kunnen we steeds op elkaars steun en hulp rekenen. Dit is sowieso ook één van
de voordelen van teamteachen. Er zijn meerdere visies en input waardoor de
lessen steeds beter worden. Alles gebeurt in overleg en de communicatie is heel
open, eerlijk en transparant. We leren elkaars mindere punten steeds beter
kennen en kunnen hier dan ook rekening mee houden. We hebben zowel oog
voor de relatie als de taak. Dit maakt van ons een hechte groep.

ICOM 2, 3, 4: Taal en cultuur


Mijn drijfveer om voor Zuid-Afrika te kiezen in plaats van Engeland, Spanje of
Italië is het cultuurverschil. Ik wou zelf eens proeven van deze cultuur. Ik wou
mijn meningen over Zuid-Afrika niet alleen baseren op televisie en/of verhalen
van anderen.

Het eerste moment dat ik hier in Venda aankwam, was de enige vraag die ik
stelde ‘wat bezielde mij om dit traject te volgen’. Deze vraag heeft welgeteld
twee dagen in mijn hoofd rondgespookt. Vanaf het moment dat wij op onze
stageschool begonnen zijn, wist ik het weer. Om Zuid-Afrika te leren
kennen/voelen, moet je hier zijn. Vijftig leerlingen in één klas. Allemaal
verwonderd om jou te zien en allemaal zo verschillend. Sommige leerlingen zijn
14 en zitten in grade 6. Sommigen hebben geen boeken bij; anderen hebben
geen pen. Sommigen zijn niet geïnteresseerd en zitten dan ook amper in de klas
en anderen willen zoveel bijleren.

Het cultuurverschil merk je in vele, grote en kleine dingen. De leerlingen komen


hier zo goed als allemaal te voet naar school. Twee derde van de leerlingen heeft
om zeven uur ’s ochtends een zakje snoep of chips vast al ontbijt. Wanneer het
alarm gaat, moeten de leerlingen naar de klas. Soms loopt er een leerkracht
rond met een stok zodat de leerlingen naar de klas gaan. Wanneer het half tien
is, eten ze hier al middag. Dit is vaak pap met vis of melk. De leerkrachten eten
dan ook middag. Zij worden bediend door de leerlingen. Zij krijgen er vaak nog
iets extra bij zoals kool of gekookte blaren van een pompoen.

Tijdens het lesgeven merken we ook een groot verschil. In iedere klas ligt een
stok waar de leerlingen mee geslagen worden als ze niet luisteren of iets doen
wat niet mag. Dit beeld van de stok in de klas is ingrijpend. De eerste drie weken
van onze stage had ik nooit iemand deze zien gebruiken. Ik dacht dat deze stok
als dreigement diende. Tot we donderdag wiskunde moesten geven en ik een
leerling twee slagen op zijn rug zag krijgen omdat hij iemand had geslagen. Ik
heb zo mijn twijfels of hij het wel geweest was, maar hij heeft wel de slagen
mogen incasseren. Bovendien ben ik vanuit onze cultuur niet overtuigd van het
leereffect van deze straf. In onze cultuur zijn lijfstraffen volledig taboe. De
jongen had echt pijn aan zijn rug en ik had het gevoel dat ik hem niet eens kon
helpen. Ik vind het heel moeilijk om me hier bij neer te leggen en niet in te gaan
tegen de leerkrachten. Ik weet dat dit hun manier is en ik respecteer hun manier
van opvoeden, maar ik vind het heel moeilijk om bij dergelijke voorvallen alleen
toe te kijken. Op zo’n moment word je echt keihard geconfronteerd met zeer
uiteenlopende referentiekaders. Een beeld dat ik niet zal vergeten.

De taal die hier gesproken wordt, is Tshivenda. Het is niet te verstaan. De


woorden zijn zo moeilijk. Er zijn veel verschillende klanken die ze gebruiken en
die wij niet gewoon zijn. Wanneer ik mij dan toch waag aan het Tshivenda,
lachen de leerlingen daar hartelijk om. Het is fijn om hun taal een beetje te
leren. Voor mij is het een uiting van respect voor hen. De leerlingen reageren
allemaal super enthousiast wanneer ik hun taal probeer te spreken. Het spreken
van Engels met de leerkrachten gaat vlot. Soms verstaan we ze moeilijk omdat
zij een ander accent hebben, maar we hebben toch het gevoel dat wij ze
merendeels verstaan en omgekeerd. Bij de leerlingen ligt dit iets anders. Ze
hebben soms moeite met ons te verstaan. Dit ligt vooral omdat wij een ander
accent hebben dan hen en zij dit niet gewoon zijn. Ik merk wel al een hele
vooruitgang ten opzichte van week één.
ICOM 5: Inhoud