Vous êtes sur la page 1sur 4

 Bourdon test verwijst algemeen naar verzameling aan tests die gemeenschappelijk hebben dat

de testpersoon zo snel en zo selectief mogelijk moet reageren op een serie symbolen

 1895 Bourdon: visuele discriminatie

 1962 Brickenkamp doorstreeptest als bepaling van aandacht

 1911 Boudron-Wiersma test stipfiguurdoorstreeptest

 ? In hoeverre meet continue selectieve aandacht en niet selectieve reactietijd

 Door instructie nadruk op snelheid en nauwkeurigheid wordt toch geconcentreerde


waarneming gevraagd gedurende een zeker tijdsspanne

 Testformulier:

 33 regels van elk 24 stipfiguren

 3/4/5

 randomisatie richting

 Benodigheden:

 Registratieformulier

 Stopwatch

 Rekenmachine

 Mallen

 Controle maatregelen voor test:

 Visusstoornissen

 Stoornissen motorische bewegingen

 Testinterrupties voorkomen bv toiletstop

 Niet aan eind werk-schooldag

 Belemmerende voorwwerpen bv armbanden

 Emotioneel overbelaste toestand testpersson

 Controle van schrijfgerief

 Taak
 Zo snel en nauwkeurig mogelijk alle targets doorstrepen

 In conventionele leesvolgorde

 Correctie moet onmiddelijk, niet meer bij vorige regel

 Instructie

 2 oefenregels op registratieformulier

 Registratie regeltijden

 Snelheidsaspecten:

 Berekenen gemiddelde regeltijd, niet 1°regel

 Bereken sd

 Versnelling/vertragingsaspecten

 Nauwkeurigheidsaspecten

 Omssies/coorecties naar soort

 Observaties

 Meer dan 2 regels storing = stop

 Andere

 Gegevens andere testbatterijen

 Gemiddelde regeltijd omzetten naar percentielen

 Standardscore:

 SC = 100 + 10(X-X)

sd(Rt)

 Sc < 100 hogere informatieverwerkingssnelheid

 Sc > 100 lagere informatieverwerkingssnelheid

 Tabel II

 Nauwkeurigheid

 Tabel I
 In matrijs

 Normering:

 732 kinderen in 2 fasen

 Gelijke verdeling nar geslacht, leeftijd

 Genormeerd in Nederland

 Interne consistentie :

 Cronbach’s alpha 0.9884

 Vergelijk met oordeel leerkrachten:

 Leerprestatie

 Prestatiemotivatie

 Concentratie

 Snelheid vs nauwkeurigheid

 Grote mate aan overeenstemming

 Wel klein aantal observaties

 Betrouwbaarheid

 Snelheid

 Jongens 0.87

 Meisjes 0.84

 Nauwkeurigheid

 In termen van N 0.35

 Weglatingen 0.34

 Correcties 0.03

 Validiteit

 Theoretische validiteit: observatie

 Empirische validiteit:
 Observatie leerkrachten

 Cfr tabel blz29

 Uit onderzoek blijkt dat kans hoog is dat meer vijfjes dan drietjes fout aanduiden

 Meer kans op omissies van niet vierkantige

 Aantal omissies, fouten en, correcties zullen minimaal zijn dus geringe verwachtingen naar test-
hertestbetrouwbaarheid mbt nauwkeurigheidsaspecten

 Signalering  Evaluatie

( hertest van nauwkeurigheid)

 Belang observatie

 Selectie:

 Snel en accuraat reageren op continu aangeboden visuele informatie

 Controlefuncties