Vous êtes sur la page 1sur 128

Vragen staat vrij

Auke Zijlstra

Vragen staat vrij


Vragen staat vrij

© 2019 ENF/MEP Auke Zijlstra


Dit is een uitgave van de fractie Europe of Nations and Freedom (ENF) in het Europees
Parlement. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveel-
voudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in
enige vorm of op enigerlei wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,
opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van
de auteur. De in dit boek weergegeven feiten en meningen zijn persoonlijk en hebben
niet automatisch de instemming van het Europees Parlement.

Foto’s: © auteur/AV-dienst Europees Parlement


Inhoud
Voorwoord 9

1. De Europese Commissie 15

2. Europese waarden 25

3. Buitenlandse betrekkingen 36

4. De interne markt 52

5. Economische en monetaire zaken 70

6. Big Brother is watching you 78

7. Energie, milieu en transport 99

8. Migratie 107

Hans 118

Nawoord 124

Biografie 127
Iedere burger heeft het recht aan
het democratisch bestel van de
Unie deel te nemen. De besluit-
vorming vindt plaats op een zo
open mogelijke wijze, en zo dicht
mogelijk bij de burgers als
mogelijk is.

- Art. 10.3 van het Verdrag


betreffende de Europese Unie
Voorwoord

Geert Wilders: ‘Wat vind je het vervelendste aan Brussel, Auke?’

Ik: ‘Dat voorzitters bij vergaderingen niet onpartijdig zijn’

Ik ben een kritisch lid van het Europees Parlement en denk dat het Verdrag
van Lissabon een onaanvaardbare overdracht van soevereiniteit heeft
betekend. Bovendien vind ik dat de Europese Unie geen rechtspersoon zou
moeten zijn. Te veel macht, te veel belangen. Daarmee behoor ik tot de
oppositie.

De meeste leden van het Europees Parlement vinden de Europese Unie juist
het beste wat de wereld te bieden heeft en de machtsuitbreiding van Brus-
sel kan hen niet snel genoeg gaan. Federalisten, eurofielen, hoe noem je ze?
Unionisten is wel een goed woord - aanhangers van de ever closer Union.
Vergis je niet: 90% voorstemmers bij een wetvoorstel ter vervanging van
nationale wetten is heel gebruikelijk, ook onder de Nederlandse parlemen-
tariërs. Ook als Nederland reeds een prima wet heeft. Ook als Nederland
een betere wet heeft. Het is het partijkartel in Brussel.

Die 90% verdeelt de baantjes. Dat betekent dat de bestuursfuncties in het


parlement bezet worden door unionisten. Die vinden bijna zonder uitzon-
dering dat je niet in redelijkheid tegen meer EU kunt zijn. Zij hebben het dan

9
over het accepteren van ´Europese Waarden´, maar dat is dus een centraal
bestuur vanuit Brussel. Zoals Juncker zei: ´There can be no democratic
choice agains the European Institutions´.

Als een stemming negatief uitvalt voor de unionisten, wordt er gewoon


opnieuw gestemd hoewel het reglement van het Europees Parlement, dat ze
zelf hebben opgesteld, dat verbiedt. Het is recent zelfs voorgekomen dat na
een stemming de uitslag werd gewijzigd, zodat een rapport alsnog aangeno-
men was, hoewel het dus was verworpen. Het persbericht dat het rapport
was aangenomen was al verzonden, dus wat moet je dan als voorzitter?
Nou, de uitslag vervalsen dus. Er waren in het specifieke geval van de ‘visa
waiver voor Kosovo’ 31 stemmen nodig en die waren er niet (zie foto),
maar ‘een lid had vlak na de stemming besloten haar stem te wijzigen’. Dat
mag procedureel op geen enkele wijze.

Als een rapport plenair niet wordt aangenomen omdat teveel unionisten
alvast weggelopen zijn uit de stemming om te gaan lunchen (dat gebeurt
echt!), wordt hetzelfde rapport gewoon opnieuw op de stemlijst gezet. Dat
mag ook niet, maar gebeurt toch. Regels zijn er om kritische parlementa-
riërs te knechten, niet om de oppositie te beschermen. Het is hier Neder-
land niet, meneer Zijlstra!

10
Daarover nog eens wat verder nadenkend, realiseerde ik me dat alle EU-
instituten op de één of andere manier wel een dergelijk gedrag kennen. Dat
is niet de afspraak: de Europese Unie kent instituten die de hele zaak
moeten besturen, maar die behoren neutraal te zijn. Als je het Verdrag van
Lissabon als de spelregels ziet, dan is de Europese Commissie de scheids-
rechter, en het Europees Hof van Justitie de arbitragecommissie. Ik zit nog
te twijfelen wat het Europees Parlement dan is in deze analogie. Niet de
contributiebetalers in ieder geval.

Juncker noemde zijn Europese Commissie een politiek orgaan. Dat was dus
juist niet de bedoeling van de verdragen. Het effect van de expliciete beves-
tiging van de onconstitutionele positie van de Europese Commissie is dat de
commissarissen zich ook politiek gaan gedragen. Tijdens het plenaire debat
over de benoeming van de nieuwe Duitse secretaris-generaal van de
Commissie, op 12 maart 2018 in Straatsburg, bleek dat duidelijk. Toen
memoreerde de Duitse commissaris Oettinger, namens de Commissie, het
sentiment in Duitsland over de (over)vertegenwoordiging van de kleinere
lidstaten in de instituties van de EU. Met name noemde hij het feit dat het
parlementslid van een kleine lidstaat 90.000 mensen vertegenwoordigt en
dat van een grote 900.000. Na verontwaardigd geloei uit de zaal van het
Europees Parlement, waar nogal wat leden uit kleinere lidstaten komen,
haastte hij zich om het volgende te zeggen: „Toch vind ik het juist dat Malta,
Luxemburg 6 parlementsleden hebben. Maar om je dan af te vragen of de
lidstaten wel eerlijk vertegenwoordigd zijn?”

Met die laatste zin versterkte hij juist zijn politieke mening dat Duitsland
meer macht moet hebben. Dat is niet geruststellend. De parlementen van de
lidstaten hebben allemaal ingestemd met soevereiniteitsoverdracht aan
Brussel, en dat was al dwaas genoeg, maar onder voorwaarde dat kleine
landen niet zouden lijden onder de grote. Ik zie in de praktijk dat dat niet
werkt. De grote landen maken altijd de dienst uit, behalve als kleinere zoals
Hongarije echt de hakken in het zand zetten, maar daar gaat het niet om. De
juridische structuur moet juist bescherming bieden. Maar als de Europese
Commissie kleine landen al te machtig vindt, waar moet je dan nog heen?

Niet naar een debat in ieder geval. Commissaris Timmermans heeft zich, in
zijn speech voor het Europees Parlement op 11 september 2018, kritisch
uitgelaten over de bijdragen van de oppositie. Hij stelde dat: „The empti-

11
ness of the arguments on this side needs to be compensated by screaming
and shouting. Volume will not compensate for the emptiness of your
arguments”.

Timmermans doelde daarbij op de kritische groepen - ongeveer 200 leden.


Die hoeven zich dus niet meer vertegenwoordigd of begrepen te voelen
door de Europese Commissie. De oppositie kent immers alleen maar lege
argumenten, toch? Massawerkloosheid, sterk gereduceerde industriële
productie in Italië, de problemen van massa-immigratie; het zijn blijkbaar
allemaal lege argumenten. Toen ik Juncker vroeg of hij het gepast vond dat
zijn vicevoorzitter gekozen volksvertegenwoordigers van het Europees
Parlement op een dergelijke wijze de maat neemt, kreeg ik als antwoord dat
Juncker het er volledig mee eens was. Nee, de Europese Commissie, daar is
niets neutraals meer aan. Als oppositie zie je je politieke boodschap in een
unionistisch parlement in ieder geval niet in de opinies of wetsvoorstellen
staan. Hoogstens als amendement, als ik dat zelf heb ingediend.

Maar er is één politiek instrument dat oppositiepartijen altijd kunnen ge-


bruiken: de schriftelijke vraag. Het is een mooi instrument: je kunt rustig je
overwegingen formuleren, de voorzitter kan je microfoon niet dichtdraaien,
en het bevraagde instituut wordt geacht te antwoorden. Het is dan ook mijn
weapon of choice, mijn voorkeurskeuze, en ik heb er ondertussen meer dan
400 gesteld.

Van moordpartijen in Gaza door Hamas tot belastingregels voor zonnepane-


len; van rechtsprincipes binnen de EU tot de ontsporende eurozone; van
beledigingen door Commissieleden tot onevenwichtigheden op de arbeids-
markt. En over migratie natuurlijk, heel veel over migratie. Van de Europese
Commissie als scheidsrechter wordt verwacht dat die vragen correct, tijdig
en neutraal worden beantwoord, maar de Europese Commissie en haar
leden zijn geen ambtenaren meer. Het zijn politici. Een oprecht: ‘Tja, daar
heeft u wel een punt’ kan dus niet.

Sommige vragen komen overigens nooit aan. Het Europees Parlement heeft
een reglement, aangenomen en opgesteld door de unionisten. Daarin staat
dat de voorzitter van het Europees Parlement, ook altijd een unionist,
bepaalt of een vraag wel gesteld mag worden. Door de jaren heen zijn er
ongeveer vijftien van mijn vragen afgekeurd en dus nooit beanwoord. Ster-

12
ker nog: die zijn blijven steken in het gebouw. En nee, er is geen beroeps-
procedure.

Zo stelde ik bijvoorbeeld een vraag over het feit dat het Europees Parlement
zelf alvast miljoenen uitgaf aan verbouwingen, omdat Turkije er immers als
lid bij zou komen. Dat leek me ‘agenda-ondermijnend’. De lidstaten gaan
immers over toetreding van nieuwe leden en Turkije lijkt nou niet het
meest waarschijnlijke nieuwe lid. Het budget van het EP wordt betaald door
die lidstaten en vastgesteld door de Europese Commissie, die er dus een
mening over zou moeten hebben. Dit alles leek me niet in de haak. Dat was
het uiteraard ook niet, maar die vraag mocht dus niet worden gesteld. De
reden was dat er een ´herenakkoord´ bestaat dat de instituten geen kritiek
hebben op elkaars interne bestedingen. Wie dan dergelijke uitgaven wél
moet controleren? Nou, niemand dus.

Of -ander voorbeeld- Juncker die, op bezoek in Spanje, de Catalaanse vrij-


heidsdrang veroordeelde door te stellen dat hij geen commissaris van ‘92
landen of gebieden’ wilde zijn. Ik vroeg me dus af waar hij zo ongeveer de
grens wilde trekken wat het maximaal aantal leden betreft, want er lijkt
geen limiet aan de uitbreidingsdrang van de EU. Ook die vraag mocht ik van
het Europees Parlement niet stellen. Ik werd op het matje geroepen bij een
ambtenaar, want ik verwachtte toch immers niet serieus antwoord?

Toen ik een beetje chargerend voorrekende dat we al tegen mogelijk 50


leden aankeken -zeker als landen zoals België, Spanje, het VK, Bosnië uiteen
zouden vallen- en dat 92 dus toch iets van een grens suggereerde, mocht de
vraag alsnog gesteld. Ik weet het. Het was een plagende vraag, maar het
punt is dat de gekozen leden door een ander gekozen lid, de voorzitter,
gecontroleerd worden.

Enfin, het parlement valt dus niet mee, maar wat betreft de Europese
Commissie, die is niet neutraal meer. En wat het effect daarvan is, daarover
gaat dit boekje.

Brussel/Straatsburg, voorjaar 2019.

13
14
1. De Europese Commissie

“De Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe
passende initiatieven. (…) Zij voert de begroting uit en beheert de program-
ma’s. Zij oefent onder de bij de Verdragen bepaalde voorwaarden coördine-
rende, uitvoerende en beheerstaken uit”.
- Artikel 17. 1, Verdrag betreffende de Europese Unie

Aan het begin van dit boek de vraag: waarover gaat het in de EU allemaal?
Wat gebeurt daar en wie bepaalt er wat? Je hebt –kortweg gezegd- de
Europese Raad, waarin de regeringsleiders en vakministers met elkaar
vergaderen en besluiten; je hebt het Europees Parlement waarin gekozen
vertegenwoordigers van de lidstaten zitting hebben en je hebt de Europese
Commissie die formeel uitvoerend is en de algehele gang van zaken contro-
leert (‘de verdragen hoedt’). Er zijn nog veel meer EU-instellingen zoals
bijvoorbeeld het Europees Hof en het Comité van de Regio’s, maar die houd
ik even buiten dit boek. Een lid van het Europees Parlement denkt en stemt
mee over alle nieuwe voorstellen die de Raad of Commissie doen, maar kan
daarnaast ook kritische kanttekeningen stellen in de vorm van mondelinge
en schriftelijke vragen. Daarover gaat mijn boek.

15
Het merendeel van de vragen die een lid van het Europees Parlement stelt
zijn gericht aan de Europese Commissie, omdat die de uitvoerende ‘tak’ van
de Unie is en de begroting uitvoert en beheert. Dat is namelijk de hoofdtaak
van de Commissie. Een enkele vraag wordt aan de Europese Raad gesteld.
Het Europees Parlement is, samen met de Europese Raad (zeg maar: de
nationale regeringshoofden) medewetgever op allerlei gebied (artikel 16.1
Verdrag betreffende de Europese Unie) en kan door het indienen van amen-
dementen (wijzigingen) op voorstellen van de Raad en Commissie mede
bepalen hoe het Europees beleid er uiteindelijk uit gaat zien. Een lid van het
Europees Parlement heeft de bevoegdheid om amendementen in te dienen
en om dat gedegen te kunnen doen is het dus van belang om precies te
weten hoe de Commissie in bepaalde zaken zit. Een groot deel van het werk
van een parlementslid gaat zitten in dit controleren van Raad en Commissie
en het doornemen dan wel opstellen van amendementen. En uiteraard uit-
eindelijk ook: stemmen over al die voorstellen en amendementen.

Een deel van de vragen gaat over toelichting op voorgestelde plannen, maar
het komt nog veel vaker voor dat een parlementslid kritische vragen en/of
kanttekeningen plaatst bij die Commissievoorstellen middels de schrifte-
lijke vragen. Ook komt het voor dat een parlementslid via de media een
bepaalde opvatting van een eurocommissaris leest of een uitlating die hij
heeft gedaan tijdens een publiek optreden. Dat kunnen allemaal aanlei-
dingen zijn tot het stellen van vragen. Het stellen van die vragen is van
groot belang. Naar aanleiding van antwoorden die de Commissie geeft
kunnen vervolgvragen worden gesteld, de pers worden gezocht en de
verkregen informatie worden gebruikt in commissieverband.

Beantwoording van vragen


Nu moet u niet denken dat die eurocommissarissen hoogstpersoonlijk de
antwoorden zitten te dicteren op die vragen. Iedere eurocommissaris heeft
een complete staf aan beleidsambtenaren tot zijn of haar beschikking om
dat werk te doen. Die zijn dagelijks in de weer om vragen van parlements-
leden te bestuderen en er antwoorden op te formuleren of te ontwijken. Dat
is niet zonder risico, want als een ambtenaar een antwoord geeft dat uitste-
kend door het parlementslid kan worden gebruikt in zijn of haar politieke
werk en bovendien de positie van de commissaris beschadigt dan heeft niet
alleen die ambtenaar een probleem, maar vooral ook de commissaris zelf.

16
Bij gevoelige kwesties zal beantwoording ongetwijfeld wel met de euro-
commissaris persoonlijk worden afgestemd.

Een enkele keer komt het daadwerkelijk voor dat een eurocommissaris
hoogstpersoonlijk antwoord geeft en niet de ambtenaar. Dat merk je dan
aan de toonzetting van het antwoord. Zo kwam het een keer voor dat -toen
nog- voorzitter van de Europese Commissie Barroso persoonlijk antwoord
gaf op een vraag van een collega PVV-europarlementslid. Het was een vraag
over uitlatingen die Barroso publiekelijk had gedaan over ‘populistische
partijen’ en waarbij door de PVV zeer kritische kanttekeningen werden
geplaatst. Barroso schreef: “De Commissie is niet voornemens te reageren
op de verklaringen en opvattingen van het geachte parlementslid.” (E-
005446/2011) Hij was duidelijk in zijn wiek geschoten en de PVV had de
vinger op de zere plek gelegd. Een eurocommissaris moet, op grond van de
Rules of Procedures, antwoord geven op vragen. Doet hij dat niet of niet
voldoende dan is het hooguit mogelijk om vervolgvragen te stellen. Een
beroepsprocedure bestaat er namelijk niet voor.

De essentie eerst
Om maar direct met de belangrijkste kwestie in huis te vallen: Wat gebeurt
er als het nationaal belang en wetgeving botst met dat van de EU? Wat heeft
dan voorrang? Mijn zorg is namelijk dat voorstellen van de Commissie in
bepaalde gevallen niet verenigbaar zijn met bepalingen in een nationale
grondwet. Zo zouden bijvoorbeeld EU-voorstellen om desinformatie te
bestrijden niet verenigbaar kunnen zijn met de vrijheid van meningsuiting,
temeer omdat de grondwet van een soevereine staat erop is gericht de
burger te beschermen tegen overheidsbemoeienis en daarmee ook tegen de
bemoeienis van een supranationale overheid als de EU. De Commissie
kwam met een klapper van een antwoord op mijn vraag (E-002471-18): “In
Verklaring nummer 17 betreffende de voorrang heeft de Conferentie van de
vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten die het Verdrag van
Lissabon heeft aangenomen, gememoreerd dat volgens vaste rechtspraak
van het Hof van Justitie (…) het recht van de Unie voorrang heeft boven het
recht van de lidstaten. Uit deze rechtspraak volgt dat ‘de omstandigheid dat
een lidstaat zich beroept op bepalingen van nationaal recht, ook al zijn deze
van constitutionele aard, niet kan afdoen aan de werking van het recht van de
Unie op het grondgebied van die staat’.”

17
Lees: u kunt nationaal in wetgeving vastleggen wat u wilt, maar EU-recht
gaat boven nationaal recht. Lezen de geachte volksvertegenwoordigers in
Den Haag even mee? Nederland is hiermee verworden tot een vazalstaat
van de EU. U heeft er premier Rutte niet over gehoord? Ach.

Naast deze fundamentele kwesties stelde ik door de jaren heen ook een
aantal vragen die de werking van de Europese Commissie zelf betreffen. Dat
kon een praktische vraag zijn, maar tevens een vraag die juridische
aspecten betrof.

Zo stelde ik een vraag (E-007822-16) toen de Europese Rekenkamer haar


jaarverslag weer eens had gepubliceerd. Daaruit bleek opnieuw dat 3,8%
van de uitgaven in de EU-landen niet goed werd verantwoord. “Dat bete-
kent dat er al 22 jaar lang een negatieve verklaring wordt afgegeven over
het financieel beheer van de EU. Dit knaagt volgens de voorzitter van de
Europese Rekenkamer, Klaus-Heiner Lehne, aan het (weinige) vertrouwen
dat burgers nog in de EU hebben”, zo schreef ik en vroeg tegelijkertijd of de
Europese Commissie kon aangeven hoe zij de controle op de EU-uitgaven
wilde verbeteren en of zij van plan was iets van het vertrouwen van de
belastingbetalers in de EU te vergroten. De Commissie besloot om een
uitermate technisch en ontwijkend antwoord te geven: “De Commissie vat
haar verslaglegging over de prestaties samen in één jaarlijks beheers- en
prestatieverslag over de EU-begroting. Verder wil zij met het initiatief ‘Een
resultaatgerichte EU-begroting’ de kwaliteit van de uitgaven voor de
huidige en de volgende generatie van programma’s nog meer verbeteren”.
In het kort: geen antwoord, geachte volksvertegenwoordiger.

Een vraag die daarmee direct samenhangt, namelijk de vraag hoe de natio-
nale begroting zich verhoudt tot de Europese begroting, stelde ik naar
aanleiding van een bericht dat de Vogelbescherming een klacht ging
indienen bij de Commissie tegen lidstaat Nederland, dat volgens haar niet
wilde meebetalen aan uitvoering van een EU-Vogelrichtlijn (E-008470-16).
Hier kun je zien hoe nationale NGOs en organisaties proberen de supra-
nationale EU in te schakelen om belangen van de nationale lidstaat te
schaden. Een zeer zorgwekkende ontwikkeling. De Commissie gaf een
voorzichtig antwoord in de vorm van ‘enerzijds, anderzijds’, omdat zij
anders wellicht de betreffende nationale lidstaat tegen zich zou kunnen
krijgen. De Commissie “kan beoordelen of het EU-recht correct door de

18
lidstaten wordt uitgevoerd. Indien er voldoende aanwijzingen zijn dat de
nationale autoriteiten hun verplichtingen niet zijn nagekomen, zal de
Commissie waar nodig een onderzoek instellen. Indien de Commissie van
oordeel is dat een lidstaat zijn krachtens de EU-wetgeving op hem rustende
verplichtingen niet is nagekomen, kan zij ingevolge artikel 258 van het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in laatste instantie
de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.”

De Commissie zag echter ook een duidelijk ander aspect aan deze zaak,
waarmee zij voorlopig de kool en de geit spaarde: “Uiteindelijk is het echter
aan de nationale autoriteiten om te beslissen hoe zij gevolg geven aan hun
verplichtingen tot het nemen van de nodige maatregelen (…) en om in
overeenstemming met hun nationale regels de nodige middelen uit te
trekken”. Het is mijns inziens echter wachten op het moment dat de EU
tegen een lidstaat zegt: ‘Doe zoals je opgedragen wordt’.

De EU als wereldregering
Een interessante kwestie inzake de rol en reikwijdte van de Europese
Verdragen en de functie van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge
vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheids-
beleid, destijds mevrouw Ashton, speelde in februari 2017, tijdens het
debat over de inreismaatregelen van de regering van de VS. De Ameri-
kaanse president Trump besloot om een inreisverbod in te stellen voor
reizigers uit met name islamitische landen. Ashton was woedend en stelde
dat “niemand zijn rechten mag verliezen op grond van zijn geboortegrond,
geloof of etniciteit. Dit zou zijn gewaarborgd door onze grondwetten, zowel
in Europa als in Amerika”. Het terugsturen van reizigers uit de zeven in de
executive order genoemde landen zou “immoreel, onrechtvaardig en
illegaal zijn”. Tijd voor vragen! (E-000786-17)

De Commissie, die behoorlijk nattigheid voelde betreffende de woede-


uitbarsting van Ashton, antwoordde ook hier voorzichtig met een ‘enerzijds
anderzijds’: “Het toelaten van reizigers is een nationaal en soeverein pre-
rogatief dat wordt geregeld door de nationale wetgeving, maar onderwor-
pen is aan internationale wettelijk bindende instrumenten. De Verenigde
Staten hebben in dit verband ook verbintenissen aangegaan. De toepassing
van deze verbintenissen is onderworpen aan rechterlijke toetsing.” Ofwel:
Amerika kan zelf beslissen over wie zij toelaat op haar grondgebied, maar

19
de rechter beoordeelt uiteindelijk of dat correct verloopt. Ashton had dus
feitelijk helemaal niet uit haar slof mogen schieten. De Commissie voegde
echter nog een stukje aan haar antwoord toe: “Naast de vermelde wettelijke
verplichtingen wijzen de begrippen ‘onze beginselen’, ‘onze waarden en
identiteit’ en ook ‘onze belangen’ (als uitgesproken door Ashton) op het feit
dat immigratiemaatregelen potentieel spanningen vergroten en het wan-
trouwen tussen mensen en landen doen toenemen”.

Dat is EU codetaal voor: vrije immigratie is goed en als we dat gaan beper-
ken of aan voorwaarden gaan onderwerpen dan nemen de potentiele
spanningen en het wantrouwen tussen mensen en landen toe en dat
moeten we met z’n allen niet willen, toch? De PVV denkt daar duidelijk
anders over en wordt daarin bevestigd door de bijna wekelijkse aanslagen
die Europa treffen en direct te maken hebben met het voorwaardenvrije
immigratiebeleid van de EU. Belangrijk punt in deze kwestie was wel dat
bleek dat Ashton haar boekje verre te buiten was gegaan door af te geven
op het Amerikaans immigratiebeleid. Bovendien: sinds wanneer strekt de
bevoegdheid van de EU en haar regelgeving zich uit over zaken die spelen in
de Verenigde Staten?! De EU trekt op die manier een wel zeer wijde broek
aan: die van wereldregering.

Ontsporingen in het beleid


De Commissie is ‘hoedster van de verdragen’, maar er doen zich nogal eens
spanningen voor tussen verdragen en afspraken onderling. Tijdens een
plenaire vergadering van het Europees Parlement in september 2017 vond
stemming plaats over een verslag inzake artikel 69 quater van het Regle-
ment (A8-0261/2017). In het debat over dat verslag bleek gaandeweg dat
EU-financiering onder andere werd aangewend voor militaire doeleinden,
wat op grond van artikel 41 lid 2 van het Verdrag betreffende de Europese
Unie verboden is. De vicevoorzitter van de Europese Commissie, Hoge
Vertegenwoordiger Mogherini stelde tijdens het debat namens de Commis-
sie echter dat de militaire hulp kan worden verleend op grond van het zoge-
naamde Sustainable Development Goal nummer 16 ‘Vreedzame, inclusieve
samenlevingen’. Die ‘goals’ werden opgesteld door de VN en overgenomen
door de Europese Commissie, buiten iedere democratische besluitvorming
en controle om.

20
De Commissie besloot dan ook geen concreet antwoord te geven op mijn
vragen (E-005841-17), maar schreef: “Zoals alle voorstellen van de
Commissie was ook het voorstel tot wijziging van Verordening (EU) nr.
230/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot
vaststelling van een instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede
(COM/2016/447), gebaseerd op degelijke juridische gronden. Het Europees
Parlement en de Raad waren het met de Commissie eens over de keuze van
de rechtsgrondslag en hebben het voorstel goedgekeurd”. Ofwel: alles is al
in kannen en kruinen en we hebben het prima gedaan. Gaat u maar lekker
slapen. De Commissie gaf echter geen antwoord op mijn vragen inzake de
juridisch-legitieme houdbaarheid van het besluit van die Commissie en het
Parlement. Waarom zou je dat ook doen als ‘het allemaal al geregeld is’,
toch?

Op grond van artikel 290 van het Verdrag betreffende de Europese Unie
kunnen de Raad en het Europees Parlement als gezamenlijke wetgever
bepaalde bevoegdheid aan de Commissie delegeren. Zo kan de Commissie
met gedelegeerde handelingen nieuwe (niet essentiële) regels toegevoegen
aan een wetgevende handeling. Daarnaast kunnen op grond van artikel 352
zogenaamde agentschappen worden opgericht om de EU-instellingen te
helpen bij de uitvoering van haar beleid. Al deze gedelegeerde handelingen
en beleidsbeslissingen van die Europese agentschappen onttrekken zich
echter steeds meer aan de democratische controle van de nationale parle-
menten. Een ongewenste en uiterst zorgwekkende ontwikkeling. Daarom
stelde ik de vraag (E-007332-17) of deze ontwikkeling wel van belang is en
of het bewust beleid is van de Commissie om steeds meer gedelegeerde
handelingen en beleidsbeslissingen door agentschappen in te zetten.

De Commissie reageerde zuinigjes. “Het Europees Parlement en de Raad


kunnen tegen iedere gedelegeerde handeling die de Commissie vaststelt
bezwaar maken en kunnen op ieder moment besluiten om het mandaat te
herroepen. De nationale parlementen worden geraadpleegd over de voor-
stellen voor wetgevingshandelingen, ook inzake voorstellen om aan de
Commissie de bevoegdheid te delegeren gedelegeerde handelingen vast te
stellen. De EU-wetgever kan alleen een mandaat geven voor niet-essentiële
onderdelen. Alle gedelegeerde handelingen kunnen inmiddels eenvoudig
worden geraadpleegd in het Interinstitutioneel Register van gedelegeerde
handelingen, samen met de wetgevingshandelingen die zij wijzigen of aan-

21
vullen. De agentschappen kunnen worden belast met bepaalde taken in het
kader van het EU-beleid, maar beschikken niet over een ruime beoor-
delingsmarge die de eigenlijke vorming van beleid behelst. De EU-
agentschappen kunnen geen algemene regelgevende maatregelen of
beleidsbeslissingen vaststellen. Zij leggen verantwoording af aan het
Europees Parlement en de Raad, met name in het kader van de begrotings-
en kwijtingsprocedure”. Kortom: geen zorgen, meneer Zijlstra. Alles is
keurig geregeld in punten en komma’s en het valt best mee. De nationale
parlementsleden kunnen altijd ons prachtige ‘Interinstitutioneel Register
van Gedelegeerde Handelingen’ raadplegen. Doen we niet geheimzinnig
over!

Europees Openbaar Ministerie


Over het spanningsveld tussen nationale bevoegdheden van de lidstaten en
de bevoegdheid van de EU is veel te zeggen. Zoals we vaker zullen zien in
dit boek stelt de EU zich op het standpunt dat de lidstaten mogen zeggen
wat ze willen, maar dat de wil van de EU wet is en doorgedrukt wordt.
Tegen alles in, zo blijkt uit een opmerkelijke zaak: de wens tot instelling van
een Europees Openbaar Ministerie (OM). De rechtsgrondslag en de regels
voor de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie zijn vastgelegd in
artikel 86 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
(VWEU): ‘Ter bestrijding van strafbare feiten die de financiële belangen van
de Unie schaden, kan de Raad op de grondslag van Eurojust volgens een
bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen een Europees openbaar
ministerie instellen.’

Het is de bedoeling dat het Europees Openbaar Ministerie eind 2020


functioneel is. In de loop van 2014 ontving ik een ‘mededeling over de
heroverweging van het voorstel voor een verordening van de Raad tot
instelling van het Europees Openbaar Ministerie (COM(2013)0851)’. Daarin
concludeerde de Commissie dat haar voorstel strookt met het subsidiari-
teitsbeginsel en dat zij het niet hoeft in te trekken of te wijzigen, ondanks
het feit dat veertien kamers van nationale parlementen ter zake een
zogenaamd ‘gemotiveerd advies’ hebben uitgebracht. Dat is een behoorlijk
zwaarwegend politiek middel om de Europese Commissie te laten weten
dat haar voorstel –zacht gezegd- nogal rammelt. Vandaar mijn vragen (E-
001249-14): is de Commissie van mening dat het negeren van de argu-
menten van veertien verschillende kamers van de nationale parlementen de

22
juiste aanpak is om te komen tot betere wetgeving en om iets te doen aan
het geringe vertrouwen van de Europese burgers in de EU-instellingen? En
kan de Commissie aangeven hoeveel gemotiveerde adviezen nodig zijn
alvorens zij besluit haar voorstel te wijzigen of in te trekken? Ik geef toe:
enig cynisme kon mij niet verweten worden.

De Commissie knalde terug: “Wanneer de Commissie ontwerpwetgeving


voorstelt, treedt zij op overeenkomstig artikel 5 van Protocol nummer 2 bij
de Verdragen, dat vereist dat ontwerpen van wetgevingshandelingen
worden gemotiveerd in het licht van de beginselen van subsidiariteit en
evenredigheid. Het besluit van de Commissie om haar voorstel betreffende
de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie te handhaven, is het
resultaat van een diepgaand onderzoek (italics mijnerzijds) van de gemo-
tiveerde adviezen van de nationale parlementen, overeenkomstig artikel 7,
lid 2, van Protocol nummer 2 bij de Verdragen. Na een zorgvuldige en
grondige toetsing (italics wederom mijnerzijds) van de argumenten van de
nationale parlementen is de Commissie tot de conclusie gekomen dat haar
voorstel in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel. Bijgevolg
heeft de Commissie haar voorstel gehandhaafd. Zoals aangegeven in haar
mededeling COM(2013) 851 van 27 november 2013, zal de Commissie
rekening houden met de opmerkingen van de nationale parlementen tijdens
het verdere verloop van de wetgevingsprocedure.”

In gewone mensen taal betekent dit: ‘Wij van WC Eend hebben diepgaand,
zorgvuldig en grondig alles onderzocht en adviseren WC Eend’. En wat u
ervan vindt kan ons niets schelen, want wij vinden ons voorstel in overeen-
stemming met van alles en nog wat. U vindt ook wat en daarvan hebben wij
kennis genomen’. Over hautain gedrag gesproken. De EU blinkt erin uit.
Regels? Verdragen? Procedures? Lak aan! Wij bepalen wat goed voor u is.
Dat Nederland dit EU-gedrag politiek én beleidsmatig nog accepteert in
onbegrijpelijk. Maar het antwoord van de Commissie is nog niet klaar. De
uitsmijter: “Overeenkomstig artikel 8 van Protocol nummer 2 is het Hof van
Justitie bevoegd voor schendingen van het subsidiariteitsbeginsel door een
wetgevingshandeling”. Kort samengevat: als u het als lidstaat niet eens bent
met deze bewuste schending van uw nationale bevoegdheden dan stapt u
maar naar de Europese rechter. Die overigens ook deel uitmaakt van die-
zelfde EU (let op: hoog WC Eend gehalte), maar dat terzijde.

23
Overigens is bij elk nieuw voorstel van de EU een zogenaamde effecten-
analyse verplicht, die aangeeft wat de kosten en gevolgen van nieuwe wet-
en regelgeving zijn. Het zal u niet verbazen dat de Europese Commissie zo’n
verplichte effecten-analyse steeds meer achterwege laat.

Politieke Commissie
Eigenlijk zou de Commissie zo neutraal mogelijk moeten zijn in haar werk-
zaamheden, maar in de praktijk is zij dat bepaald niet. Zo speelde zeer
onlangs de kwestie van benoeming van de heer Selmayr tot hoogste
ambtenaar in de Commissie (secretaris generaal). Commissievoorzitter
Juncker bleek zich hoogstpersoonlijk met die benoeming te hebben be-
moeid. Daar kwamen dus vragen van! (E-001539-18) In de vragen wees ik
op het feit dat Commissievoorzitter Juncker zijn commissie meermaals als
‘politiek’ betitelde. Kon de Commissie dan ook bevestigen dat de benoeming
van de heer Selmayr als een politieke benoeming kan worden beschouwd en
dat dat in lijn is met de opvatting van voorzitter Juncker? En kan de Com-
missie aangeven tot welk niveau binnen de Commissie, ambtenaren op
grond van hun politieke affiniteit (kunnen) worden benoemd? Het ant-
woord was helaas als verwacht. Nee, er bestonden geen ‘politieke rollen en
politieke benoemingen’ in de Commissie: “alle personeelsleden van de
Commissie zijn in hun dagelijkse werkzaamheden onderworpen aan
dezelfde regels en strenge deontologische normen die eisen dat zij
onafhankelijk en in het belang van de Unie handelen.” De Commissie
garandeerde dat “de aanwerving erop gericht dient te zijn de instelling de
medewerking te verzekeren van ambtenaren die uit een oogpunt van
bekwaamheid, prestatievermogen en onkreukbaarheid aan de hoogste
eisen voldoen”.

Wat de Commissie vergat te vermelden is dat de nieuwe secretaris generaal


in 2014 werd benoemd tot campagneleider van Commissievoorzitter
Juncker. Commissaris Oettinger bleef echter bij het standpunt dat “de
nieuwe secretaris generaal géén ‘partijman’ is en daarom benoembaar”.
Waarvan akte.

24
2. Europese waarden

“De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke


waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en
eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen
die tot minderheden behoren.”
- Artikel 2, Verdrag betreffende de Europese Unie

De Europese Unie en al haar voorgangers: zijn dat nou gewoon wat


landen, toevallig op hetzelfde continent, die onderling lekker handel
gaan zitten drijven? Is dat alles? Nee, er is meer. Niet iedereen die dat
wilde mocht lid worden. Het was in ieder geval de bedoeling dat het
democratieën zouden zijn. En nog wat van die dingen. En die dingen, dát
zijn de Europese Waarden.

Op papier lijkt het qua waarden met die EU wel aardig goed te zitten.
Bovenstaand artikel 2 brengt het met ronkende woorden tot uitdruk-
king. In de praktijk blijken daarbij de nodige kanttekeningen te plaatsen.
Kritische met name, omdat de EU zich niet aan haar eigen boekje houdt
en dat heeft schadelijke en regelmatig ook schandelijke effecten.

In dit geval is de positie van de Europese Commissie niet zomaar de


‘Hoedster van het Verdrag’, maar de Europese Commissie heeft zelfs het
recht om lidstaten te straffen die zich niet houden aan bovenstaand

25
artikel 2. Iets waarvan Polen en Hongarije zich nu maar al te bewust zijn,
want zij zijn getroffen door de toorn van de Europese Commissie, juist
vanwege het niet meer voldoen aan deze veelgeroemde en door de EU
benadrukte Europese Waarden.

Vooral de linkse politiek heeft de mond vol van die Europese Waarden,
met name omdat populisten schijnen te lijden aan de ontkenning ervan.
Maar wat staat er nu precies in artikel 2? Tot de verkiezingen van 2014
had ik een uitzonderlijk slimme juriste in dienst die mij ook hier wist te
vertellen dat ‘er niet staat wat er staat’. Geen enkel begrip in artikel 2 kent
een definitie. Als die er wel was voldeed geen enkel land er aan. Definieer
bijvoorbeeld eens wanneer er nog sprake is van een democratie. Neder-
land heeft een grondwet waar je geen beroep op kunt doen en negeert
alle referenda. Is dát wel democratisch? En wat is dat: ‘menselijke waar-
digheid’? Ben je dan voor of tegen kledingvoorschriften en euthanasie?
En wat is gelijkheid van mannen en vrouwen? Dat moet toch betekenen
dat het voortrekken van de één of de ander niet mag? Ik controleerde dat
met een vraag (E-005930-17) aan de Europese Commissie: ‘Non-
discriminatie en gelijkheid van vrouwen, houdt dat in dat een voorkeurs-
beleid voor vrouwen helemaal niet mag, juist verplicht is of mag je zelf
kiezen?’ Zeker dat laatste zou betekenen dat het een dode letter is.

De Europese Commissie koos hier een leuke positie. Ze legde niet uit
waarom het principieel voor of tegen moet zijn, maar stelde domweg dat
“de aangenomen Europese wetgeving voortrekken steunt en dat dat dus
de correct redenering is”. Dat is echter een cirkelredenering, geen argu-
ment. Zo wordt het ook steeds moeilijker om frisse ideeën of oprecht
kritische vragen te verwerken, want ‘de correcte redenering’ ligt door-
gaans al vast.

Antisemitisme
Een zeer pregnant voorbeeld bestaat in een joodse passagier die op een
vlucht van Kuwait Airlines werd geweigerd. De vlucht vertrok van een
Duitse luchthaven en viel op dat moment onder Verordening (EG) nr.
261/2004(1) en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Euro-
pese Unie inzake het begrip „instapweigering”. Dat Hof is van mening dat
er sprake is van instapweigering wanneer passagiers het instappen
wordt geweigerd omdat het grondpersoneel een fout heeft gemaakt bij

26
de controle van hun reisdocumenten (met inbegrip van visa). De Duitse
rechtbank oordeelde dat Kuwait Airways een Israëlische passagier
mocht weigeren te vervoeren vanwege zijn nationaliteit. De rechter zei
dat de luchtvaartmaatschappij slechts de wetten van Koeweit respec-
teerde. Koeweit erkent de staat Israël niet. De rechtbank redeneerde dat
de Duitse antidiscriminatiewet alleen discriminatie op grond van ras,
etnische achtergrond of religie betreft en niet van staatsburgerschap. Ik
vond de uitspraak van de Duitse rechter volstrekt onaanvaardbaar. Een
luchtvaartmaatschappij die discriminatie en antisemitisme beoefent
door te weigeren Israëlische passagiers te laten meevliegen, zou niet
mogen opstijgen of landen binnen de EU. Vandaar mijn vraag (E-007120-
17) of “de Commissie van oordeel is dat binnen de EU een passagier mag
worden geweigerd door een vliegmaatschappij op grond van zijn
Israëlische staatsburgerschap?” De Commissie met haar mond vol over
‘waarden en eerbiediging van de mensenrechten’ gaf niet thuis. Zij for-
muleerde een technisch antwoord in plaats van de gelegenheid aangrij-
pen om een duidelijk standpunt in te nemen op grond van haar eigen
Verdrag. Zij schreef: “Op basis van de beschikbare informatie is niet
duidelijk of dit het geval was. De Commissie kan geen commentaar
leveren op individuele uitspraken van nationale rechtbanken”.

Dat laatste is trouwens aantoonbare politiek-correcte onzin. Zodra de VS


of China een doodstraf aankondigen staat de EU op haar achterste benen
qua veroordeling. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de beantwoording
van de Commissie op mijn vragen (E-008469-16) inzake herinvoering
van de doodstraf in Turkije. De Turkse president Erdogan kondigde aan
die straf weer te willen invoeren als reactie op de in Turkije gedane
couppoging. Ik vroeg of de Commissie voor of na het indienen van het
Turkse voorstel van Wet tot de invoering van de doodstraf, de banden
met Turkije zou verbreken. De Europese Commissie reageerde hierop als
volgt: “Een besluit tot herinvoering zou dus leiden tot schorsing van de
toetredingsonderhandelingen”. De PVV gaat de EU er zeker aan houden.
Wat de beantwoording echter ook duidelijk maakte was dat de EU
invoering van de doodstraf dan wel een brug te ver vindt, maar dat
overige schendingen van mensenrechten door het regime Erdogan geen
reden zijn voor afbreking van de toetredingsonderhandelingen. Mensen

27
lukraak in de gevangenis gooien, minderheden onderdrukken, oorlogen
voeren in buurlanden… het kan allemaal.

Medio 2017 bleek uit een onderzoek van de Harvard-universiteit dat er


nog nooit zo negatief werd bericht over de eerste honderd dagen van de
regering van een Amerikaanse president, in dit geval Trump. Het meest
negatief over de regering Trump bleek de Duitse publieke omroep ARD
te zijn; die berichtte in 98 % van de gevallen negatief over Trump. De
Europese Commissie gaf aan zich niet te willen bemoeien met uitspraken
van nationale rechtbanken (tenzij in van pas komende gevallen), maar
hoe zat dat met de media? De Commissie ageerde meermalen tegen
vooroordelen bij publieke media. Zo stelde eurocommissaris Oettinger
bij de discussie over de Poolse mediawet dat ‘de belangrijkste functie
van de publieke omroep is om de burgers onafhankelijk te informeren’.
De conservatieve regering van Polen was namelijk niet bijster positief
over de ontwikkelingen binnen de EU. Eurocommissaris Timmermans
stelde verder dat vrijheid en pluriformiteit van de media cruciaal zijn
voor ‘de waarden van de EU’. Mijn vraag was dan ook (E-003487-17):
Zal de Commissie Duitsland aanspreken over de vooringenomen
berichtgeving van haar publieke omroep?

De Commissie antwoordde: “Op grond van Protocol nummer 29 bij de


Verdragen zijn de lidstaten bevoegd om te beslissen over het beheer en
de strategische keuzes met betrekking tot de openbare omroep. De Com-
missie kan bijgevolg geen specifieke aanbevelingen doen met betrekking
tot het beheer van de ARD”. De Commissie bemoeit zich alleen met
nationale zaken als het in haar straatje past. Zodra een Pools medium
een kritische uitspraak doet over de EU zijn ‘de waarden van de EU’
direct in het geding. Nu Trump enorm bekritiseerd werd door een Duitse
publieke omroep vond de Commissie dat wel best.

Gelijkheid man en vrouw


Eurocommissaris Frans Timmermans wordt niet moe om steeds maar
weer te wijzen op het belang van de Europese waarden en de kenmer-
ken daarvan voor onze samenleving. De daadwerkelijke interpretatie
van deze waarden en kenmerken roept echter vragen op. Met name met
betrekking tot het kenmerk ‘gelijkheid van mannen en vrouwen’ vraag ik
de Commissie om advies (E-005930-17): is bijvoorbeeld positieve discri-

28
minatie, die nogal eens voorkomt in personeelsadvertenties, toegestaan?
Er komt een antwoord met twee interessante aspecten. Het eerste aspect
is dit: “Er bestaat geen wettelijke verplichting tot positieve actie op grond
van EU-wetgeving en de grenzen dienaangaande zijn door het Europees
Hof van Justitie toegelicht”. Dat betekent dat positieve disriminatie
‘omdat het van Europa mag’ een kulargument blijkt te zijn. Een tweede
interessant aspect is dat de EU het gelijkheidsprincipe tussen man en
vrouw opzij schuift zodra er details spelen die haar politiek gezien van
pas komen. Het valt niet zo snel op in globale lezing, maar let op de be-
woording: “Het gelijkheidsbeginsel staat bijvoorbeeld niet in de weg aan
bepalingen die rekening houden met het geslacht als een kwetsbare
factor op bepaalde beleidsterreinen. Te denken valt aan op geslacht afge-
stemde hulp aan slachtoffers van misdrijven of aan vrouwen en meisjes
in asielzaken”. Dat houdt concreet bijvoorbeeld in dat de IND bij voor-
keur vrouwelijke medewerkers moet inzetten om vrouwelijke migranten
te ondervragen. Of islamitische mannen die in een ziekenhuis eisen dat
alleen een vrouw hun echtgenote of dochter behandelen. Dan is de
gelijkwaardigheid tussen man en vrouw opeens ver te zoeken. De Euro-
pese waarden worden dan wel erg geschonden. Als over dit specifieke
onderwerp al geen duidelijke inkadering bestaat, waarover dan wél?

Kwestie Catalonië
De vrijheid van volkeren en mensenrechten van nationale politici op
Europees grondgebied zijn bepaald niet in goede handen bij de EU. Zo
blijkt overduidelijk uit de opstelling in de kwestie zelfstandigheid van
Catalonië. (E-006915-17) Het overnemen van de Catalaanse autonomie
door de Spaanse regering op grond van artikel 155 van de Spaanse
grondwet werd gesteund door de Europese Unie. Bij monde van haar
vicevoorzitter Timmermans verklaarde de Commissie ‘dat het funda-
menteel is dat de Spaanse grondwet wordt gerespecteerd’. Overname
van de Catalaanse autonomie door Spanje wordt echter niet gesteund
door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) aan wiens
uitspraken de instellingen van de EU bij verdrag zijn gebonden. Het
EHRM is van mening dat uittreding van een gebiedsdeel van een lidstaat
legitiem is, ook al is dat in de grondwet van dat land niet voorzien. Er zijn
wel twee voorwaarden aan uittreding verbonden: men moet bij uit-

29
treding democratische middelen gebruiken, dus geen geweld, en het
maatschappijmodel dat men nastreeft moet democratisch zijn.

Het EHRM sprak zich tevens verschillende keren uit over een afschei-
dingsbeweging in Bulgarije, de ‘United Macedonian Organisation Ilinden-
Pirin’. Daarover zegt het hof zeer duidelijk dat streven naar autonomie of
onafhankelijkheid op zich niet in strijd is met de democratische begin-
selen. Catalonië streeft, op grond van voorwaarden van het EHRM, dus
keurig legaal naar afscheiding van Spanje. Ik vroeg de Commissie dan
ook om haar mening inzake Catalonië en haar wens tot afscheiding. De
Commissie gaf zoals zo vaak niet thuis in dit explosieve dossier. Ze zocht
haar heil in algemene bewoordingen: “De Commissie is, zoals zij heeft
verklaard, van mening dat, afgezien van de zuiver juridische aspecten
van deze zaak, deze tijd vraagt om eenheid en stabiliteit, niet om pola-
risatie en versnippering. In diezelfde verklaring heeft de Commissie alle
betrokken partijen opgeroepen om zeer snel af te zien van confrontatie
en over te gaan tot dialoog”. De opstelling van de EU in een nog veel
gevoeliger dossier, namelijk Oekraïene, laat een geheel andere, activis-
tischer, opstelling zien van de EU. Nogmaals: zolang ontwikkelingen in
het straatje van de EU passen steunt men van harte, maar grotere poli-
tieke belangen bepalen mede de opstelling van de EU. Dat zien we dus in
dit specifieke geval van Catalonië ook. Zijn daarbij de ‘waarden van de
EU’ in het geding? Zeker.

Wat betreft de opvatting van de Europese Commissie over de door de


Catalanen gewenste zelfstandigheid bestaat geen enkele twijfel. De EU
verfoeit dat. Op 28 september 2017 stelde voorzitter Juncker in een
toespraak te Salamanca het volgende: “Nationalisms are a poison that
prevent Europe from working together” en “I say no to any form of
separatism that weakens Europe and further widens the existing
fissures.” De Spaanse regering had niet gevraagd om een dergelijke
uitspraak. Het was dus een ongevraagde uitspraak van de Commissie
over mogelijke afscheiding van een regio in een nationale lidstaat en
daarmee openlijke inmenging in een aangelegenheid van een nationale
soevereine lidstaat.

De kwestie Catalonië werd nog erger en de opstelling van de Europese


Commissie nog schandelijker. In de loop van december 2017 werd be-

30
kend dat de Spaanse rechter opdracht had gegeven om beslag te leggen
op het huis van de Catalaanse oud-premier Artur Mas. Ik vroeg de
Commissie (E-007677-17) of zij “een oordeel had over de kiezers die
hun stem hebben uitgebracht bij het referendum” en of “de Commissie
van mening is dat een dergelijke mogelijke vervolging van kiezers in
overeenstemming kan zijn met de Europese waarden?” Een uitgelezen
kans voor de Commissie om haar vermeende gehechtheid aan de
‘Europese waarden’ daadwerkelijk en zeer concreet tot uitdrukking te
brengen. De Commissie koos echter het hazepad en liet in haar bewoor-
ding de ‘Europese waarden’ vallen als een baksteen: “De Commissie is,
zoals zij op 2 oktober 2017 publiekelijk heeft verklaard, van mening dat,
afgezien van de zuiver juridische aspecten van deze zaak, deze tijd
vraagt om eenheid en stabiliteit, niet om polarisatie en versnippering. In
diezelfde verklaring heeft de Commissie alle betrokken partijen opgeroe-
pen om zeer snel af te zien van confrontatie en over te gaan tot dialoog.
Op 11 oktober 2017 heeft de Commissie nogmaals opgeroepen tot
volledige eerbiediging van de Spaanse grondwettelijke orde en haar
vertrouwen uitgesproken in de Spaanse instellingen en alle politieke
krachten die streven naar een oplossing binnen het kader van de
Spaanse grondwet”.

Begin 2018 werd bekend dat het Spaans hooggerechtshof weigerde


voormalig vicepresident van Catalonië, de heer Junqueras, vrij te laten
uit voorlopige (!) hechtenis waarin hij sinds november 2017 zat. Terwijl
de EU zich met allerlei zaken bemoeit op het gebied van ‘Europese
waarden’ in bijvoorbeeld Polen, Hongarij, Turkije, Oekraïene en zelfs de
VS, blinkt de Commissie en het Parlement uit in stilzwijgen aangaande de
schending van mensenrechten in nota bene een lidstaat van de EU. Tijd
voor nieuwe vragen (E-000214-18): Is het gevangenhouden van een
oppositielid volgens de Commissie conform de regels waaraan een
rechtsstaat moet voldoen? En wat is de opvatting van de Commissie, als
hoedster van de Europese waarden, inzake de gevangenhouding van een
lid van de oppositie in een lidstaat van de EU?

De Commissie schoot in de Pavlov-stand. Zij zag mijn vragen niet als een
schot voor open doel om Spanje eens fijntjes te wijzen op haar democra-
tische rechten én plichten als lidstaat van de EU, maar verschool zich
achter technisch gebrabbel. “Er bestaan geen EU-regels met betrekking

31
tot (voorlopige) hechtenis. Het dagelijks functioneren van het nationale
rechtsstelsel, waaronder de toepassing van vrijheidsberovende maat-
regelen door nationale rechters, valt derhalve onder de verantwoorde-
lijkheid van de lidstaten. De Commissie kan op dit gebied niet interve-
niëren”.

In maart 2018 bleek overigens dat de bewering van de EU rammelde. De


‘Roadmap on Criminal Procedural Rights’ van de EU (2009) stelt:
„Excessively long periods of pre-trial detention ….. do not represent the
values for which the EU stands”. En in de ‘Green paper on detention’ van
de Commissie staat: “A judicial authority must … choose an alternative
measure to pre-trial detention”. Eurocommissaris Jourová stelde op 25
april 2016 bij de European Criminal Law Academic Network het volgen-
de: “Pre-trial detention should only be a last resort solution. We see
however that it is often used too early”.

Opnieuw verschool de Commissie zich achter puur technische taal (E-


001817/2018ASW): “De routekaart ter versterking van de procedurele
rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures van 2009 en
het groenboek over de toepassing van EU-strafwetgeving op het gebied
van detentie van 2011, waarnaar het geachte Parlementslid verwijst, zijn
niet-bindende beleidsdocumenten”. Ach zo. Formeel heeft de Commissie
gelijk dat de genoemde stukken niet-bindend zijn, maar ondertussen
kunnen de ‘Europese waarden’ wel definitief bij het grofvuil gezet. Die
zijn overduidelijk ook ‘niet-bindend’!

Vrijheid van godsdienst en gewetensvrijheid


Het komt zo af en toe ook voor dat de Commissie geen antwoord kan of
wil geven inzake de zo geroemde ‘Europese waarden’. Dat gebeurde toen
ik in 2013 specifieke vragen daarover stelde (E-006033-13). De lidstaten
van de Europese Unie hebben zich verplicht tot eerbiediging van de
grondrechten en fundamentele vrijheden, zoals die worden gegaran-
deerd door het Handvest van de grondrechten van de EU, dat volgens
artikel 6 VEU dezelfde juridische status heeft als de Verdragen zelf. Om
de desbetreffende bepalingen na te leven, is het mijns inziens van het
grootste belang om de correcte interpretatie van deze rechten en vrij-
heden te kennen, zeker als die dreigen te botsen of in het dagelijkse
leven in het gedrang komen. Kon de Commissie dan ook de volgende

32
vragen beantwoorden: Kan de Commissie mij haar interpretatie uiteen-
zetten van artikel 10 (Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst) en
artikel 11 (Vrijheid van meningsuiting en van informatie) van het Hand-
vest van de grondrechten? En dan met name: onder welke omstandig-
heden worden de in artikel 10 genoemde vrijheden beïnvloed door
iemands leeftijd? Hebben kinderen bijvoorbeeld de vrijheid om hun
eigen godsdienst te kiezen? Is de vrijheid om van godsdienst of overtui-
ging te veranderen gekoppeld aan iemands leeftijd? En welke beper-
kingen gelden er voor de vrijheid van meningsuiting en van informatie,
uitgaande van de leeftijd van de betrokkene?

Deze vragen hadden alles te maken met een kwestie die speelde in
Spanje, waar kinderen van Marokkaanse afkomst ter adoptie werden
gesteld. De Marokkaanse overheid wilde dat de kinderen een islami-
tische opvoeding zouden krijgen en bedong dat de Spaanse wet verplicht
stelde dat deze kinderen moslim moesten blijven. Een gegeven dat in
flagrante strijd is met de Spaanse grondwet en met het EU-acquis. De
kinderen hadden zelf dus geen enkele keuzevrijheid om al dan niet de
islam te verlaten. Bovendien wilde ik weten waarom Spanje en de Euro-
pese Commissie zo dom waren om voor de islam en tegen godsdienst-
vrijheid te kiezen. Die vrijheid was en is toch een fundamentele pilaar
onder onze westerse, democratische verworvenheden?

Eurocommissaris Reding kwam er duidelijk niet uit. Zij schreef: “De


vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en de vrijheid van
meningsuiting zijn twee essentiële fundamenten van democratische
samenlevingen, zoals is vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van het
Handvest van de grondrechten van de EU. Overeenkomstig artikel 51
van het Handvest zijn de bepalingen van het Handvest gericht tot de
lidstaten, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer
brengen. Over de interpretatie van de betrokken artikelen kan uitslui-
tend worden beslist door de bevoegde rechtbanken, wanneer er een
verband is met de EU-wetgeving. Voor informatie over de interpretatie
van de artikelen verwijst de Europese Commissie het geachte Parle-
mentslid naar het jaarverslag en naar de toelichting bij het Handvest van
de grondrechten.”

33
Dat noemen we ‘zoek het zelf maar lekker uit’. Reding vervolgde: “De
Commissie hecht groot belang aan de vrijheid van godsdienst. Dat recht
omvat tevens de vrijheid om van godsdienst en overtuiging te verande-
ren en het recht op agnosticisme. De Commissie bevindt zich echter niet
in de positie om algemene opmerkingen te geven over de interpretatie
van de rechten, in het bijzonder wanneer er geen verband lijkt te zijn
met de EU-wetgeving.” Kortom: je mag binnen de EU overstappen van
islam naar christendom of iedere willekeurige overtuiging overboord
zetten, maar daarover gaan wij geen mening geven. Laat staan dat wij die
unieke verworven vrijheid in het Westen gaan onderstrepen.

“Het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie is vastgelegd


in het Handvest en kan, zoals noodzakelijk is in een democratische
samenleving, worden begrensd. De Commissie herinnert het geachte
Parlementslid eraan dat zij zich niet in de positie bevindt om verdere
opmerkingen te geven over deze kwestie.” De Commissie spreekt zich
over zulke belangrijke zaken als vrijheid van meningsuiting en eventuele
begrenzing daarvan niet uit? Zij is als hoedster van de Europese verdra-
gen niet van zins om daarover enige nadere uitleg te geven? Het zij
vermeld. Wel een ontstellende conclusie.

Tot slot. Op 2 oktober 2018 heeft de Britse minister van Buitenlandse


Zaken, Jeremy Hunt, de EU beledigd door haar te vergelijken met de
Sovjet-Unie. Althans, dat vond eurocommissaris Timmermans tijdens
een debat met het EP in Straatsburg. De Brit "heeft voor velen een
fatsoensgrens overschreden". En dat wordt dan gezegd door vermeend
fatsoensrakker Timmermans, die het in de zitting daarvoor (op 11 sep-
tember 2018) voor elkaar kreeg zich in een speech kritisch uit te laten
over de bijdragen van een aantal parlementariërs aan het debat. Hij
stelde dat: „The emptiness of the arguments on this side needs to be
compensated by screaming and shouting. Volume will not compensate
for the emptiness of your arguments”. De vragen (E-005169/2018) die
ik over de kwestie met de Brit Hunt stelde zijn nog niet beantwoord: Zal
de Commissie tegen minister Hunt een rechtszaak aanspannen op grond
van belediging van de rechtspersoon EU? Als de Commissie besluit tot
het aanklagen van minister Hunt, zal zij dan kiezen voor een civiel-
rechtelijke klacht of voor een strafrechtelijke en tot welk hof richt zij
zich in een dergelijk geval? En als de Commissie besluit om in dit geval

34
niet tot een rechtsgang over te gaan, betekent dit dan dat commissaris
Timmermans zijn beschuldiging van belediging ten aanzien van minister
Hunt intrekt?

Het is duidelijk: essentiële zaken als pluriformiteit, de rechtsstaat,


democratie, gewetensvrijheid, nationale soevereiniteit… zij zijn niet in
goede handen bij de EU. De Commissie zit voortdurend net fout. Je vraagt
je af wat de EU nog wél goed doet.

35
3. Buitenlandse betrekkingen

“De bevoegdheid van de Unie met betrekking tot het gemeenschappelijk


buitenlands en veiligheidsbeleid bestrijkt alle gebieden van het buitenlands
beleid en alle vraagstukken die verband houden met de veiligheid van de
Unie, met inbegrip van de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk
defensiebeleid dat kan leiden tot een gemeenschappelijke defensie”.
- Artikel 24.1, Verdrag betreffende de Europese Unie

Iedere EU-lidstaat voert haar eigen buitenlandbeleid. Dat is specifiek


nationale bevoegdheid. De EU is er echter meester in gebleken om door
de jaren heen steeds meer nationale bevoegdheden uit te hollen en er
een EU stempel op te drukken. Immers: wat kan een individuele lidstaat
op het wereldtoneel nu helemaal betekenen? Dat kun je toch beter als
gehele EU gezamenlijk doen? Op 1 december 2010 kwam er dan ook een
European External Action Service (EEAS) onder leiding van barones
Susan Ashton. Een vrij kleurloze Engelse mevrouw met een socialistische
achtergrond in de anti nucleaire beweging, die leiding ging geven aan
een EU Buitenlanddienst die zeer vele miljoenen heeft gekost om op te
richten en ieder jaar nog veel meer euro’s kost om draaiende te houden.
De Buitenlanddienst, met haar hoofdkantoor in Brussel, heeft wereld-
wijd overal eigen kantoren met personeel en uiteraard de nodige dienst-
auto’s. Zelfs op de verre eilandengroep Vanautu heeft de dienst een hele

36
staf aan het werk. De EEAS is tot nu toe in staat gebleken om elke ge-
plande begroting te overschrijden, terwijl vanaf het begin aan de lid-
staten beloofd werd dat het alleen maar financiële winst zou opleveren
door sluiting van de nationale representaties. Het bleek een prachtig
sprookje, zoals de EU er vele kent.

De EU omvat het grondgebied van de lidstaten. Zij kent het Verdrag be-
treffende de Europese Unie dat tezamen met het Verdrag betreffende de
Werking van de Europese Unie gezien kan worden als de EU grondwet.
Zij kent eigen wetgevende, controlerende en rechterlijke instituties en
kan zelfstandig internationale onderhandelingen voeren. De EU heeft
aangegeven een eigen defensie en veiligheidstaak te willen uitvoeren en
te streven naar een eigen belastingruimte. Uit deze elementen conclu-
deerde ik dat de EU dan wel ‘nog’ geen staat is maar de ambitie heeft er
één te worden en daarmee een volwaardig lid van de internationale
gremia zoals het IMF en de Verenigde Naties. Vandaar de vraag aan de
Commissie (E-000172-18) wat een lidmaatschap van die gremia door de
EU nog in de weg staat en of de Commissie een tijdspad voor ogen had
waarbinnen een volwaardig lidmaatschap van die gremia kon worden
gerealiseerd? Met andere woorden: hoever was de EU met de uitholling
van het buitenlandbeleid van de nationale lidstaten?

Uitholling van nationale bevoegdheden


Uiteraard voelde de Commissie nattigheid en stelde schoorvoetend: “Ja,
de Europese Unie is een belangrijke speler in talrijke internationale
organisaties. Haar betrokkenheid bij die organisaties neemt verschillen-
de vormen aan, van volledig lidmaatschap tot de status van waarnemer,
naargelang van het onderwerp waar de organisatie zich mee bezighoudt,
de verdeling van bevoegdheden tussen de EU en haar lidstaten en de
oprichtingsakten van de desbetreffende organisatie. Zo is de EU vol-
waardig en oprichtend lid van de Wereldhandelsorganisatie, maar heeft
de status van waarnemer met bijzondere rechten in de Algemene Verga-
dering van de VN. De Commissie bekijkt voortdurend hoe de status van
de EU binnen internationale organisaties kan worden verbeterd naar
gelang van het toepasselijke juridische kader en de beleidsprioriteiten
van de EU. Zo heeft de Commissie op 21 oktober 2015 een voorstel
ingediend voor een besluit van de Raad tot vaststelling van maatregelen

37
om geleidelijk een gezamenlijke vertegenwoordiging van de eurozone in
het Internationaal Monetair Fonds tot stand te brengen.”

Maar de Commissie wilde duidelijk méér macht: “De ontwikkeling van


de status van de EU in internationale organisaties en verdragen is even-
wel wisselend. De EU heeft in 2016 betere deelnemingsrechten gekregen
in de bestuursorganen van het Vluchtelingenagentschap van de VN
(UNHCR), alsmede in 2017 in het Intergouvernementeel platform voor
wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten
(IPBES). Ook is de EU op 8 juli 2015 partij geworden bij de Overeen-
komst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende
dier- en plantensoorten (CITES). Deze bijzondere gevallen vormen
mijlpalen voor de EU, die lidmaatschap van deze organisaties al lange tijd
als prioriteit beschouwde. De Commissie blijft streven naar verdere
verbetering van de status van de EU binnen internationale organisaties”.
U leest hierover weinig in de Nederlandse media? Dat kan kloppen. Het
is technische taal voor: wij gaan met vol enthousiasme verder met het
uithollen van de nationale bevoegdheden. Dat ligt niet zo lekker bij het
merendeel van de media en oh ja, het is typisch PVV. Toch?

De nationale lidstaten van de EU zijn lid van het Internationaal Monetair


Fonds (IMF). Hoe zit het echter met een lidmaatschap van de EU aan het
IMF? Lopen daar geen belangen door elkaar? En is de EU eigenlijk een
‘staat’, want alleen landen kunnen lid zijn van het IMF? Vragen! (E-
007378-17) En verontrustend antwoord van de Commissie. Die schreef:
“Op 21 oktober 2015 heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een
besluit van de Raad tot vaststelling van maatregelen om geleidelijk een
gezamenlijke vertegenwoordiging van de eurozone in het IMF tot stand te
brengen. Dat voorstel beoogde de eurozone in staat te stellen met één
stem te spreken door middel van een gezamenlijke vertegenwoordiging
in alle organen van het IMF, terwijl de lidstaten van de eurozone toch lid
van het IMF kunnen blijven. (…) In de mededeling van de Commissie van
6 december 2017, ‘Verdere stappen ter voltooiing van de Economische
en Monetaire Unie van Europa: een routekaart’, werd onder meer
aangedrongen op “een meer ééngemaakte externe vertegenwoordiging
van de eurozone”. In de conclusies van deze mededeling voorziet de
toekomstige routekaart tegen medio 2019 de instelling van een

38
geünificeerde vertegenwoordiging van de eurozone in het IMF op basis
van het voorstel van de Commissie van 2015”.

Op basis van een niet-bindende (!) ‘mededeling’ en ‘voorstel’ wil de Com-


missie dus dat er één stem binnen het IMF komt van de eurozone-
landen. De nationale lidstaten mogen best lid blijven, hoor. Maar onder-
tussen dendert de supranationale EU-trein voort. Op basis dus van een
‘mededeling’ en ‘voorstel’!

Naar één EU defensiebeleid


Het buitenlands beleid van de EU blijft niet beperkt tot het aangaan van
samenwerking met ‘platforms’ of IMF. Het betreft ook steeds meer de
vervulling van een natte droom: een EU Defensiebeleid met alle toeters
en bellen erop. In januari 2018 pleitte commissievoorzitter Juncker bij
de opening van een tweedaagse conferentie over de financiering van de
EU voor verhoging van de EU-begroting. Daarbij wees hij specifiek op
nieuwe taken van de Unie zoals defensie en veiligheid. Defensie is op
grond van het Verdrag betreffende de Europese Unie een exclusieve
bevoegdheid van de nationale lidstaten. Toch wordt in datzelfde verdrag
(Artikel 42.3) gerept van een Europees Defensieagentschap. Er gingen
dan ook vragen (E-000127-18) de deur uit: Kan de Commissie aangeven
welk bedrag voor defensie de Europese Unie in de begroting denkt op te
nemen? Kan de Commissie aangeven welke defensietaken in het verdrag
van de Europese Unie zijn opgenomen? Als defensietaken niet tot de
bevoegdheid van de Europese Unie worden gerekend, op grond waarvan
ziet haar voorzitter dat dan als een nieuwe taak?

De Commissie gaf helder, maar verontrustend antwoord: “ In het kader


van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) heeft
de EU een operationeel vermogen ontwikkeld waarvoor een beroep
wordt gedaan op civiele en militaire middelen en dat buiten de Unie mag
worden gebruikt voor vredeshandhaving, conflictpreventie en verster-
king van de internationale veiligheid overeenkomstig de beginselen van
het Handvest van de Verenigde Naties. Voorts voorziet het GVDB van de
EU in de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid
van de Unie. De Raad heeft onlangs een besluit vastgesteld tot instelling
van een permanente gestructureerde samenwerking tussen lidstaten die
over de vereiste militaire vermogens beschikken. Het proces waarbij de

39
militaire vermogens van de lidstaten worden versterkt, wordt onder-
steund door het krachtens artikel 45 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie opgerichte Europees Defensieagentschap. In juni 2017
lanceerde de Commissie het Europees Defensiefonds, bestaande uit een
onderzoeksonderdeel en een vermogensonderdeel. In het kader van het
onderzoeksonderdeel biedt de EU via de voorbereidende actie inzake
defensieonderzoek financiering voor gezamenlijk onderzoek op het
gebied van defensie. In het kader van het vermogensonderdeel zal de EU
nationale financiering voor gezamenlijke defensieontwikkelings-
projecten aanvullen. Hiertoe stelt de Commissie een verordening voor
tot instelling van een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de
Europese defensie, met een begroting van 500 miljoen EUR voor de
periode 2019-2020. Voor het meerjarig financieel kader voor 2021-2027
heeft de Commissie voorgesteld in totaal 13 miljard euro te reserveren
voor het Europees Defensiefonds, waarmee gezamenlijke defensie-
projecten dus ondersteund zullen worden. Binnen de perken van de
Verdragen is het in beginsel toegestaan acties op het gebied van onder-
zoek, ontwikkeling en innovatie in alle economische sectoren te financie-
ren uit de EU-begroting. In de defensiesector gebeurt dit nu voor het
eerst in het kader van het Europees Defensiefonds”.

Wat de Commissie vergat te vermelden is dat het Verdrag inderdaad het


volgende vermeldt (artikel 42.2): “Het gemeenschappelijk veiligheids- en
defensiebeleid omvat de geleidelijke bepaling van een gemeenschappe-
lijk defensiebeleid van de Unie. Dit zal tot een gemeenschappelijke
defensie leiden zodra de Europese Raad met eenparigheid van stemmen
daartoe besluit”. Met andere woorden: de EU kan pas een gemeenschap-
pelijk defensiebeleid voeren nadat de Raad daartoe unaniem besloten
heeft. Elke nationale lidstaat heeft vetorecht. Met fraaie titels als ‘onder-
zoeksfondsen’ en ‘een vermogensdeel’ worden we uiteindelijk, zonder
enig democratisch en politiek mandaat, een EU-leger ingerommeld. Een
zeer verontrustende ontwikkeling!

Het Midden-Oosten: Israël en Palestina


De EU in het algemeen en het Europees Parlement in het bijzonder is
sterk anti-Israël en pro-Palestijns. Dat blijkt uit alle politieke hande-
lingen en genomen besluiten. Vaak wordt gewezen op de ‘betwiste
gebieden’ in Israël. Een groot deel daarvan is gewoonweg veroverd

40
tijdens een door (vroegere) vijanden gestarte oorlog. Er wordt gebruik
gemaakt van uitermate selectief woordgebruik en verontwaardiging.
Gelden voor bijvoorbeeld de Westelijke Sahara dezelfde regels? Dat
wordt sinds geruime tijd bezet gehouden door Marokko en daarom ook
stemde de PVV mede tegen een handelsverdrag met dat land. Voor Israël
worden kennelijk afwijkende regels gehanteerd. Een label ‘afkomstig uit
door Israël bezet gebied’ is geen enkel probleem, terwijl al jaren wordt
gesteggeld over een ‘halal’ label op vlees.

Die uiterst selectieve verontwaardiging werd bevestigd in een antwoord


dat ik kreeg van destijds Hoge Buitenlandvertegenwoordiger Ashton op
vragen (E-004707-13): “De EU beschouwt het Palestijns gebied (de Wes-
telijke Jordaanoever met inbegrip van Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook)
en de Golan hoogvlakte als door Israël bezette gebieden. In talrijke con-
clusies van de Raad (voor het laatst op 10 december 2012) heeft de EU
verklaard dat zij geen wijzigingen van de grenzen van voor 1967 erkent,
ook niet van Jeruzalem, die niet door de partijen zijn overeengekomen”.
Dat de Palestijnen geen enkele politieke wil hebben getoond om weer te
onderhandelen met Israël is voor de EU kennelijk een klein detail.

Financiering van terrorisme


Al tijdens de eerste zittingsperiode van de PVV in het EP stelde ik, samen
met een PVV-collega, vragen (E-011818-13) over maar liefst 2,3 miljard
euro die tussen 2008 en 2012 richting de Palestijnse Autoriteiten was
gestuurd en waarop ieder zicht op de besteding ontbrak, aldus de Euro-
pese Rekenkamer. Er leefden zorgen bij de PVV dat veel van dat geld bij
terroristen in de gevangenis terecht was gekomen, als beloning voor het
vermoorde van Israëli’s. Omdat het rapport van de Europese Reken-
kamer nog niet formeel was gepresenteerd weigerde de Commissie ieder
commentaar. Uiteraard. Het kwam hen slecht uit. Op 18 november 2013
kwam The Times of Israël daarop met een artikel waarin melding werd
gemaakt van het schenken door de PA van een premie van ten minste
50.000 dollar aan elke door de Israëlische autoriteiten vrijgelaten ge-
vangene. Zesentwintig Palestijnse gevangenen die waren veroordeeld
voor moorden op Israëliërs en door Israël werden vrijgelaten als een
teken van goede wil, om daarmee ‘de vredesbesprekingen vlot te trek-
ken’, bleken het genoemde minimale bedrag te krijgen, verhoogd met
een maandelijkse bijdrage van de PA.

41
De Commissie had opnieuw geen zin in een reactie. Zij schreef kort: “Er
zijn geen EU-middelen gebruikt om vrijgelaten Palestijnse gevangenen te
betalen. De Commissie meent dat deze procedures robuust zijn. Aange-
zien er geen EU-middelen worden gebruikt voor toewijzingen aan voor-
malige gevangenen, heeft de Commissie geen standpunt ingenomen over
deze kwestie”. Dat was een gemakkelijk antwoord, toch?

De Noorse regering dacht er echter anders over. Jaarlijks maakte de


Noorse regering 40 miljoen euro over aan de Palestijnse Autoriteit. De
Noorse minister van Buitenlandse Zaken, Espen Barth Eide, verklaarde
destijds echter dat Oslo is misleid toen de PA beweerde dat deze fondsen
niet werden gebruikt om de moordenaars van Israëliërs te belonen. De
verklaring van minister Eide volgde nadat het ministerie informatie had
gekregen waaruit bleek dat de PA sinds 2003 elke maand geld over-
maakte aan Palestijnse gevangenen in Israël. Die betalingen zijn in 2011
zelfs met 300% verhoogd. Het kon de Commissie echter niets schelen
hoe Noorwegen erover dacht (E-013907/2013): “De Commissie blijft bij
haar standpunt over deze zaak zoals die als antwoord is gegeven op
schriftelijke vraag E-008299/2012. Er zijn geen EU-middelen verstrekt
aan Palestijnse terroristen. De EU zal cruciale hulp blijven verlenen aan
de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse bevolking via het mechanisme
voor directe financiële steun, Pegase”. Zolang er geen tv-beelden van een
EU functionaris bestonden die hoogstpersoonlijk het geld aan Palestijnse
gevangenen overhandigde was het OK, zo vindt de Commissie. Dat de EU
de Palestijnse Authoriteit financiert en dat die vanuit haar begroting
terroristen financiert is kennelijk van geen belang voor de EU. Het zij
genoteerd.

De Palestijnse Authoriteit en Hamas haten Israël. Zij kunnen niet verkrop-


pen dat er een joodse staat bestaat en zullen er alles aan doen om deze te
vernietigen. Dat staat zelfs in hun handvest. Voor de EU echter geen
aanleiding om ook maar iets hiervan te zeggen. Tijdens zijn jaarlijkse
nieuwjaarstoespraak op 16 januari 2013 noemde de premier van Israël,
de heer Netanyahu, de EU hypocriet. Hij kwam tot deze uitspraak omdat
de ambassadeur van Israël door de EU op het matje werd geroepen van-
wege het Israëlisch nederzettingenbeleid op de westelijke Jordaanoever.
Dit terwijl de Palestijnse ambassadeur nog nooit werd ontboden voor
het propageren van de vernietiging van de staat Israël door de

42
Palestijnse Autoriteit (PA). Ik stelde daar vragen over (E-000613-14). Of
de Commissie hier een mening over had?

Namens de Commissie gaf mevrouw Ashton antwoord: “De EU heeft in


verschillende conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken herhaaldelijk
beide partijen ertoe opgeroepen om acties te voorkomen die de huidige
vredesonderhandelingen ondermijnen, waaronder ook het doen van
opruiende uitspraken. De strijd tegen opruiing is één van de prioritaire
doelstellingen van het nieuwe ENB-actieplan dat de EU met de Pales-
tijnse Authoriteit heeft gesloten en dat in 2013 in werking is getreden”.
Die ‘prioritaire doelstellingen’ om de Palestijnen te bewegen minder
‘opruiing’ te doen richting Israël zijn niet bijster geslaagd. Integendeel:
met het geld van de EU kopen de Palestijnen nog meer raketten om
Israël te bestoken. Premier Netanyahu had gelijk: de EU is hypocriet.
Bovendien is zij willens en wetens blind en doof voor het Palestijns
terrorisme jegens Israël.

In de loop van 2014 eiste de Palestijnse president Abbas dat Israël


meerdere Palestijnse gevangenen zou vrijlaten, in ruil voor ‘vredes-
onderhandelingen’. Het betrof terroristen die veroordeeld waren voor
de moord op Israëli’s. In eerdere vragen aan de Commissie had ik reeds
aangegeven dat dergelijke moordenaars naast een heldenstatus, ook een
geldbedrag en een goedbetaalde baan ontvingen van de Palestijnse
autoriteiten. De Commissie sloot echter mordicus uit dat die betalingen
werden medegefinancierd door de Europese Unie. Ik stelde opnieuw
vragen (E-001240-14) en voor het eerst gaf de Commissie bij monde van
mevrouw Ashton zowaar toe dat “de Commissie zich ervan bewust is dat
de Palestijnse Autoriteit een systeem van uitkeringen voor gevangenen
onderhoudt”. Dat was op zich al winst. De Commissie weigerde echter de
logische conclusie te trekken dat EU geld wel eens misbruikt zou kunnen
worden voor uiterst dubieuze doeleinden: “Deze programma’s worden
niet door de EU ondersteund. Gewoonlijk levert de EU geen commentaar
op de toekenning van uitkeringen of banen door buitenlandse rege-
ringen”. Ofwel: het zou best kunnen dat de PA geld aan de Palestijnse
gevangenen overmaakt, maar wij leveren daarop geen commentaar en
hebben geen zin in een diepgravend onderzoek. Wij steken ons hoofd in
het zand en weigeren commentaar. Dat kan, maar is tegelijkertijd veel-

43
zeggend. Om maar te zwijgen over de veelgeroemde ‘Europese waarden’
van democratie, mensenrechten en veiligheid.

Eind 2018 diende de SGP-fractie in de Tweede Kamer een scherpe motie


in om alle financiering aan de Palestijnen stop te zetten, omdat minimaal
een deel daarvan vanuit de Palestijnse staatskas naar terroristische
gevangenen en hun familie vloeit. De SGP vond het absoluut niet kunnen
dat er sprake is van een ronduit pervers beloningssysteem: hoe zwaar-
der de straf, des te hoger de uitbetaling. De SGP motie werd uiteraard
gesteund door de PVV. CDA en ChristenUnie stemden tegen. De PVV
wilde echter nog verder gaan dan alleen stopzetting van Nederlandse
betalingen aan de Palestijnen. Ons kamerlid De Roon had tevens een
motie ingediend die opriep tot het stopzetten van de geldstromen
richting de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, UNRWA. Die
motie haalde het evenmin.

Op 29 november 2018 stemde de Tweede Kamer vervolgens in met een


boterzachte motie van CU en VVD, waarin ‘een ultimatum werd gesteld’
aan de Palestijnse Autoriteit. Die moest stoppen met het betalen van
terroristische gevangenen en ‘anders zou Nederland gaan korten op de
steun aan de PA’. Dat bleek, aldus media, uiteindelijk neer te komen op
zo’n zeven procent van de totale steun. Omdat dit een motie was met
geen enkele hardheidsclausule erin stemde de PVV tegen. De enige reden
dat CDA en CU overigens de financiering van de Palestijnse terroristen
een issue vinden is waarschijnlijk gelegen in het feit dat de Amerikaanse
president Trump erover begon, maar dat terzijde.

Dan hebben we het nog niet eens over het feit dat de Palestijnen ook
eigen mensen op gruwelijke wijze ter dood brengen zodra bekend wordt
dat zij bijvoorbeeld vriendschappelijk tegenover Israël staan. Het kwam
voor dat Palestijnen werden opgehangen zonder enige vorm van proces.
De ‘EU veroordeelde het’, aldus hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter
Ashton namens de Commissie (E-003688/2012). ‘De feitelijke autori-
teiten in Gaza mogen geen gevangenen meer terechtstellen’, zo schreef
de EU in een verklaring. Maar wat doet zij er in de dagelijkse praktijk
dan aan, met name om dit te voorkomen? En is dit soort gedrag geen
aanleiding om de financiële steun aan de Palestijnen op z’n minst per
direct op te schorten? Zo niet, wat dan nog wél?

44
Het Midden-Oosten: Turkije en Saoedie-Arabië
Turkije staat al sinds het jaar 1987 formeel in de wachtkamer om lid te
mogen worden van de EU. Dat had uiteraard nooit toegezegd moeten
worden, maar de EU voelt zich niet gehinderd door enige waarschuwing.
Vandaag de dag is de relatie tussen de EU en Turkije dan wel enigszins
bekoeld, gezien de recente ontwikkelingen richting een dictatuur in dat
land, maar de band is nog steeds niet geheel doorgesneden. Reeds decen-
nialang gaan ettelijke honderden miljoenen per jaar richting Turkije in
de vorm van ‘pre toetredingssteun’. Dat zou het land klaar moeten
maken voor het Europees ‘acquis’; een bundeling van voorwaarden en
regulaties waaraan een land moet voldoen voor het lid kan worden. Tot
nu toe zijn slechts enkele onbelangrijke ‘hoofdstukken’ geopend en het
ziet er –gelukkig- niet naar uit dat voorlopig nieuwe hoofdstukken
worden geopend in de onderhandelingen.

Het werd zelfs het Europees Parlement te gortig, toen Erdogan na de


vermeende couppoging van 15 juli 2016 alle hem onwelgevallige Turken
zonder enige vorm van proces in de gevangenis smeet, onder het mom
van ‘nationale veiligheid’. Nergens ter wereld zitten zoveel journalisten,
onderwijzers, burgemeesters en advocaten vast, naast ontelbare gewone
burgers. Wat de PVV betreft mag Turkije nooit lid worden van de EU.

Wat de situatie extra saillant maakt is dat Turkije een sleutelrol vervult
tussen het Midden-Oosten en Europa. Veel vluchtelingen die met name
oorlogsgebied Syrie ontvluchtten deden dat via Turkije, op weg naar het
rijke en veilige Westen. Europa kon die plotselinge toevloed van vluchte-
lingen echter niet aan. Op diverse Europese toppen werd het plan
bedacht om Turkije een hoop geld te geven, in ruil voor opvang –lees:
tegenhouden- van de vluchtelingen. Erdogan rook zijn kans. Hij wilde
best meehelpen aan die ‘opvang’, maar daar moest natuurlijk wel wat
tegenover staan. Naast die hoop geld wilde hij ook visumvrij reizen van
Turken naar Europa; iets dat hij tijdens zijn verkiezingscampagne had
beloofd. Hij kreeg zijn zin. In 2016 werd bepaald (E-001227/2016ASW)
dat Erdogan 1,5 miljard per jaar zou krijgen om “te voorzien in de be-
hoeften van de vluchtelingen en de gastgemeenschappen”.

In juni 2018 bracht een delegatie van de Tweede Kamer een bezoek aan
het land Saoedie-Arabië; een land dat nota bene de overgang van islam

45
naar christendom en het openen van kerken verbiedt. De Nederlandse
delegatieleider, Joël Voordewind van de ChristenUnie, stelde dat ‘de
handelsrelatie tussen Nederland en Saoedi-Arabië sterk is. Alle grote
Nederlandse bedrijven zijn daar gevestigd. Shell werkt daarbij intensief
samen met de nationale oliemaatschappij’. Verder merkte hij op dat hij
zich tijdens het bezoek kritisch uitliet over de mensenrechtensituatie
aldaar en dat serieus naar hem werd geluisterd. Ik was benieuwd hoe de
EU tegenover dit land en haar schending van mensenrechten stond en
daar kwamen dus vragen van (E-003034/2018/rev.1): Ook de EU
onderhoudt vriendschappelijke relaties met Saoedi-Arabië. Hoe be-
oordeelt de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse
Zaken en Veiligheidsbeleid de mensenrechtensituatie in dat land? Tot
welke concrete maatregelen van de Europese Unie hebben de flagrante
mensenrechtenschendingen in Saoedi-Arabië geleid en hoe worden die
toegepast? Luistert Saoedi-Arabië naar de commentaren van de Hoge
Vertegenwoordiger van de Unie en zo ja waaruit blijkt dat in concreto?

Mevrouw Mogherini antwoordde de vragen persoonlijk: “De EU blijft


met belangstelling het proces van maatschappelijke hervormingen
volgen dat in het Koninkrijk Saoedi-Arabië is ingezet. Sommige eerste
stappen lijken bemoedigend, maar voor de EU moeten ze worden ge-
volgd door verdere maatregelen om resultaten te boeken voor de
ruimere mensenrechtenagenda, met name wat betreft de afstemming
van de interne wetgeving en wetshandhaving op internationale normen
inzake mensenrechten. De EU staat klaar om die moderniseringsinspan-
ningen te ondersteunen en te begeleiden, met name waar het gaat om
het versterken van mensenrechten en fundamentele vrijheden. De EU
volgt de situatie van meerdere verdedigers van de mensenrechten op de
voet, onder meer die van een groep prominente vrouwelijke activisten
die in mei en juni 2018 in Saoedi-Arabië zijn gearresteerd. De EU maakt
zich zorgen over deze arrestaties en de specifieke aanklachten die tegen
de gedetineerden zijn ingebracht, zoals op 19 juni tijdens de 38e sessie
van de Mensenrechtenraad van de VN is beklemtoond in de EU verkla-
ring over punt 2. In het kader van de voortgezette bilaterale dialoog en
samenwerking stelt de EU deze thema's regelmatig aan de orde bij haar
Saoedische tegenhangers, ook wanneer het gaat om individuele gevallen.
De EU zal dit soort situaties verder blijven monitoren en wanneer dat

46
nodig is haar zorg kenbaar maken via de passende diplomatieke kanalen
en door alle mogelijkheden te verkennen om tot constructieve oplos-
singen te komen.”

De EU ‘volgt met belangstelling het proces van maatschappelijke hervor-


mingen’. Daar heeft zo’n gevangen zittende dissident Raif Badawi wat
aan! In 2013 werd hij wegens onder andere geloofsafval veroordeeld tot
zeven jaar gevangenschap en 600 geselslagen. In 2014 werd die straf
zelfs nog verhoogd tot tien jaar met 1000 slagen. Op 9 januari 2015
kreeg hij de eerste vijftig. Zijn vrouw stelt dat hij meerdere niet zal over-
leven wegens zijn verslechterde gezondheid. ‘De EU maakt zich zorgen’.
Waaruit dat concreet blijkt is niet zichtbaar vast te stellen. De EU
‘dialoogt bilateraal’ verder en ‘blijft monitoren’. De ChristenUnie is
ondertussen blij met ‘de hartelijke ontvangst’ en het traditionele eten
daar. ‘Even wat anders dan een glaasje jus d’orange’. En for the record:
zou meneer Voordewind van de CU wél concessies van het islamitische
land los krijgen, terwijl het de Europese Commissie nog nooit is gelukt?
Hoe lang gaat mevrouw Mogherini trouwens nog ‘met belangstelling’ de
gruwelijke onthoofdingen volgen? Er verbetert helemaal niets.

Het was niet de enige keer dat ik vragen stelde over Saoedie-Arabië en
haar onderdanen. In februari 2018 kwam de NOS met het bericht dat
jaarlijks ongeveer 60.000 toeristen uit de golfstaten de stad Sarajevo op
de Balkan bezoeken. Nu zult u denken: wat moet een EP-lid met die
informatie? Wel, ongeveer een kwart van die ‘toeristen’ kocht er een
stuk land of een huis. Veel Arabieren bouwden er tevens appartementen-
complexen, die zij vervolgens exclusief aan andere Arabieren verkochten.
Bosniërs mogen er alleen komen als zij er als personeel werken. Bij de
toetreding van Polen tot de EU heeft Eurocommissaris Verheugen echter
bepaald dat de Polen niet mochten verhinderen dat Duitsers vastgoed in
Polen kochten. Essentieel daarbij was het punt dat er geen onderscheid
mocht worden gemaakt op basis van nationaliteit bij de aan- en verkoop
van vastgoed. Exclusieve verkoop aan een specifieke nationale groep
kopers mag dus niet.

De Bosnische hoogleraar Arabische Studies Esad Duraković stelde tegelij-


kertijd: “Dit is geen toerisme meer, het is aankoop van land dat voorgoed
eigendom blijft van burgers uit andere landen”. Naast het juridische en

47
interne-markt gerelateerde aspect aan deze zaak speelde nog iets
anders: deze toestroom van Arabieren kon volgens Duraković leiden tot
radicalisering van Bosniërs, omdat Bosnische moslims een andere
geloofsbeleving hebben dan Arabische moslims. Mijn vragen aan de
Europese Commissie (E-006562/2017): Is de Commissie van mening dat
de exclusieve verkoop van vastgoed aan bepaalde bevolkingsgroepen
binnen een kandidaat-lidstaat strookt met de Europese waarden? Welke
sancties overweegt de Commissie te treffen tegen Bosnië-Herzegovina
wegens discriminatie op de woningmarkt in en rond Sarajevo, mede ge-
zien het eerdere standpunt van Commissaris Verheugen? Onderschrijft
de Commissie het door Duraković gesignaliseerde gevaar van radicali-
sering van Bosnische moslims als gevolg van de massale toestroom van
Arabieren uit de Golfstaten?

De Commissie kwam met een zeer opmerkelijk antwoord, waarvan ik in


eerste instantie vermoedde dat zij ‘dook’, omdat zij het machtige land
Saoedie-Arabië niet tegen het hoofd wilde stoten: “De Commissie heeft
geen weet van de verkoop van onroerend goed aan uitsluitend bepaalde
bevolkingsgroepen. De wetgeving over eigendomsrechten in Bosnië en
Herzegovina geldt ook voor buitenlandse natuurlijke en rechtspersonen,
tenzij een wet of internationale overeenkomst anders bepaalt. Buiten-
landers kunnen in principe alleen het eigendomsrecht op onroerend
goed verwerven op basis van wederkerigheid. Ook op het vlak van
belangenbescherming en veiligheid zijn er beperkingen. De autoriteiten
houden toezicht op de toepassing van de wet. Op dit moment is het
beginsel van wederkerigheid voor de verwerving van eigendom ook van
toepassing op onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie. In
artikel 61, lid 3, van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen
de EU en Bosnië en Herzegovina wordt bepaald dat Bosnië en Herzego-
vina binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn
wetgeving inzake de verwerving van onroerend goed in Bosnië en
Herzegovina door onderdanen van de lidstaten geleidelijk aanpast, zodat
deze onderdanen dezelfde behandeling genieten als onderdanen van
Bosnië en Herzegovina. Bosnië en Herzegovina wordt meer en meer een
toeristische bestemming voor bezoekers uit Arabische landen zoals
Bahrein, Egypte, Jemen, Jordanië, Koeweit, Oman, Saoedi-Arabië en de
Verenigde Arabische Emiraten. De beschikbare informatie doet vermoe-

48
den dat de toename van het aantal bezoekers verband houdt met toeris-
me en daaraan gerelateerde zakelijke activiteiten. Bosnië en Herzegovi-
na is, net als de hele Westelijke Balkan, een prioritaire partner voor de
EU bij de bestrijding van radicalisering en gewelddadig extremisme.
Deze kwestie wordt nauwlettend gevolgd, met name via structuren van
de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst en tegen de achtergrond van
de voorbereiding van het advies van de Commissie over het verzoek van
Bosnië en Herzegovina om toetreding tot de Europese Unie.”

De Commissie ‘heeft geen weet’ en ‘vermoedt’. Was dit waar? Moest de


Commissie eens wat steviger in de materie duiken om er wél weet van te
krijgen wat er gebeurde of speelde hier meer? Deze kwestie kreeg een
intrigerend staartje. Ik liet een medewerker, die Bosnisch sprak, naar de
bron van het nieuws in Bosnië bellen. Die bleef echter geheel onbereik-
baar. De NOS was wel bereikbaar en reageerde ook. Een NOS correspon-
dente had het bewuste verhaal met de hoogleraar gemaakt, maar ook
deze correspondente reageerde niet op mijn feedback en vragen over de
kwestie. Het zou dus wel eens kunnen dat de Commissie dichter bij de
waarheid zat dan de NOS. Over nepnieuws gesproken.

Deze zaken verontrusten allemaal, op z’n zachtst gezegd. Het is echter bij
uitstek tekenend voor het optreden van de Commissie: veel woorden,
weinig daden en als het ook maar een beetje moeilijk wordt de aandacht
afleiden van de oorspronkelijke vragen door ‘antwoord’ te geven op
zaken die helemaal niet zijn gevraagd. Het is allemaal onderdeel van de
techniek die de EU toepast. De vragen die de PVV stelt dienen dan ook
om dat aan te tonen.

49
Daar sta je dan voor het eerst in zo’n grote vergaderzaal…
de stem van je kiezers vertegenwoordigend. Een voorrecht!

In de wandelgangen van Straatsburg met de eerste PVV fractie.


Naast mij o.a. Barry Madlener, die later naar de Tweede Kamer ging.

50
Ook in het Europees Parlement zelf gewoon tussen alle mensen…

Goed luisterend, om inhoudelijk antwoord te kunnen geven.

51
4. De interne markt

“De Unie brengt een interne markt tot stand. (…) De Unie bevordert de
economische, sociale en territoriale samenhang, en de solidariteit tussen
de lidstaten. De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en
taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europees
culturele erfgoed.”
- Artikel 3.3, Verdrag betreffende de Europese Unie

Een van de hoofdpilaren van het EU-beleid wordt gevormd door de


interne markt en het vrije verkeer van goederen, kapitaal en personen.
Vanaf het begin van de EEG was het doel om te komen tot een uniforme,
vrije economische markt zoals destijds de staten van de VS dat ook
vormden. Een prachtig idee, maar er blijken nogal wat haken en ogen
aan te zitten. Zo is de meest recente ontwikkeling dat er vrij verkeer van
werknemers moet zijn en dat gaat heel ver. Een Nederlander moet
zonder enig probleem aan het werk kunnen gaan in Frankrijk en een
Spanjaard in Ierland. Een Pool of Roemeen moet zo Nederland in kunnen
en aan de slag mogen gaan, inclusief alle daaraan gekoppelde sociale
(voor)rechten. Dat gaat veel verder dan een buitenlander die bij ons op
bezoek of voor vakantie komt. De PVV voorzag dat er in Nederland ver-
dringing op de arbeidsmarkt zou gaan plaatsvinden door steeds verder
dalende salarissen. Polen en Roemenen zouden bereid zijn om voor veel
minder hetzelfde werk als een Nederlandse werknemer te doen. Dat

52
mocht echter niet hardop gezegd worden, hoewel met name de inter-
nationale transportsector het hart vasthield. Ik stelde de Commissie de
vraag (E-002125-16) of zij voorstander is van het gegeven dat Oosteu-
ropeanen in Nederland aan het werk gaan. Dat bleek zij inderdaad.
Overigens niet geheel onverwacht.

In de loop van 2016 bleek dat die verdringing op de arbeidsmarkt niet


aleen virtueel, maar ook zeer reëel was. Nederlanders bleken langer
werkloos te blijven. Tijd voor vragen aan de Commissie (E-005863-16).
De Commissie vond het, geheel in lijn der verwachting, geen enkel pro-
bleem dat Nederlanders werkloos waren, maar “de Commissie strijdt
met de lidstaten tegen brievenbusfirma’s”. Aan die ferme opstelling heb
je dus eh… helemaal niets.

Schending van de interne markt: Cyprus


Begin 2013 sloeg de beruchte bankencrisis hard toe in Europa. Op 21
maart 2013 verklaarde Jeroen Dijsselbloem tijdens zijn eerste hoor-
zitting in het Europees Parlement dat ‘beperkingen van het vrije verkeer
van kapitaal in het licht van de aanhoudende bankencrisis volledig in
overeenstemming zijn met het EU Verdrag’. Een paar dagen daarna
verklaarde de Eurogroep dat ‘de administratieve maatregelen inzake
kapitaalcontroles tijdelijk, proportioneel en niet-discriminerend zullen
zijn en overeenkomstig het Verdrag onderworpen zullen worden aan
strikt toezicht betreffende de omvang en de duur’. Later voegde euro-
commissaris Barnier eraan toe dat ‘elke maatregel om het vrije verkeer
te begrenzen of te beperken slechts uitzonderlijk en tijdelijk mag zijn’.
De Cypriotische autoriteiten besloten daarop, gezien de noodsituatie, om
beperkingen op banktransacties in te voeren: beperkte opnames,
vroegtijdige beëindiging van deposito's en andere banktransacties.

Dergelijke maatregelen vormden echter een duidelijke beperking van


het vrije verkeer van kapitaal binnen de interne EU-markt. Maar de
Europese Commissie vond dat geen enkel bezwaar (E-003802-13):
“Overeenkomstig artikel 65 van het VWEU mogen lidstaten onder be-
paalde voorwaarden dergelijke beperkingen opleggen, zolang deze
proportioneel, niet-discriminerend en tijdelijk zijn. Soortgelijke uitzon-
deringen zijn van toepassing op andere fundamentele vrijheden uit hoofde
van het Verdrag”. Vooral dat laatste is een interessante opmerking van

53
de Commissie. Kennelijk mogen regels en voorschriften van de EU wor-
den opgeschort ‘onder bepaalde voorwaarden’. Goed om te onthouden!
“De Commissie erkent dat, gezien de uitzonderlijke situatie in Cyprus en
het aanzienlijke risico op een oncontroleerbare uitstroom van deposi-
to's, dergelijke tijdelijke beperkingen op kapitaalbewegingen gerecht-
vaardigd waren om redenen van groot openbaar belang teneinde een
instorting van het financiële stelsel van Cyprus te voorkomen. Als
hoedster van het Verdrag, volgt de Commissie deze op EU-niveau onge-
kende situatie op de voet en zal zij erop aandringen dat de looptijd van
deze maatregelen niet langer is dan nodig en dat de maatregelen geleide-
lijk aan worden versoepeld en opgeheven teneinde het vrije verkeer van
kapitaal zo snel mogelijk te herstellen”. Dat klonk aannemelijk en rede-
lijk, maar de kwestie Cyprus was bepaald nog niet voorbij.

Op 2 april 2013 kondigde de regering van Cyprus de oprichting aan van


een commissie die onderzoek zou gaan doen naar de uitstroom van geld
uit het land, voorafgaand aan de goedkeuring van het financieel red-
dingsplan. De Telegraaf meldde op 9 april dat ‘de informatie die de
centrale bank van Cyprus deze onderzoekscommissie heeft verstrekt
onvolledig was, aangezien ze slechts betrekking had op een periode van
twee weken, hoewel gevraagd was om gegevens met betrekking tot
transacties van het hele afgelopen jaar. Als gevolg hiervan heeft de
onderzoekscommissie haar werkzaamheden moeten opschorten’. De
Belgische krant De Morgen meldde aanvullend dat ‘bankiers van de
zwaar getroffen Bank of Cyprus bewijsmateriaal met betrekking tot
meerdere gevallen van misbruik hebben vernietigd. Volgens een in op-
dracht van de centrale bank van Cyprus uitgevoerd onderzoek bevonden
zich op de computers van twee voormalige managers slechts heel weinig
of helemaal geen gesavede e-mails met betrekking tot de periode 2009-
2012, en is gebleken dat er gebruik is gemaakt van speciale software die
e-mails verwijdert’. Pure fraude en mismanagement dus!

Mijn vragen (E-004041-13): Is de Commissie het met mij eens dat, aan-
gezien belangrijke gegevens en informatie met betrekking tot transacties
van de Bank of Cyprus ontbreken, de centrale bank van Cyprus haar toe-
zichthoudende taken niet naar behoren heeft uitgevoerd? En is de Com-
missie van oordeel dat de centrale bank van Cyprus zich naar behoren
aan haar verplichtingen als lid van het eurosysteem heeft gehouden? De

54
Europese Commissie antwoordde dat zij “erop vertrouwt dat juridische
onregelmatigheden met betrekking tot kapitaalbewegingen, indien deze
door de betrokken partijen worden gesignaleerd, door de bevoegde
rechterlijke organen grondig worden onderzocht”. Oud-president van de
VS Ronald Reagan zei eens: ‘Vertrouw, maar check altijd’ (Trust, but
verify). Wat had hij gelijk.

Op 26 april 2013 kondigde een Cypriotisch regeringsadviseur namelijk


aan dat Cyprus de kapitaalcontroles tijdens het toeristisch zomerseizoen
zou voortzetten. Daar gingen de vragen weer over de mail (E-005952-
13): Kan de Commissie, gelet op de bepalingen van het Verdrag, een
definitie geven van het begrip ‘tijdelijk’? Eh… nou nee: “Zoals vermeld in
het vorige antwoord (E-3802/2013) zijn op alle fundamentele vrijheden
uit hoofde van het Verdrag bepaalde uitzonderingen van toepassing.
Overeenkomstig artikel 65 VWEU mogen lidstaten onder bepaalde voor-
waarden dergelijke beperkingen opleggen, zolang deze proportioneel,
niet-discriminerend en tijdelijk zijn. In deze context wordt het algemene
begrip ‘tijdelijk’ niet gedefinieerd”. Vraagje: wat heb je dan aan zo’n
‘bepaalde voorwaarde’? Schrap het maar uit het Verdrag, zou ik zeggen!

Maar de behandeling van de situatie op Cyprus werd nog gekker en


daarmee ook de verstoring van de regelgeving inzake de interne markt.
Samen met een collega PVV-parlementslid stelde ik vragen (E-012900-
13) over het feit dat de Europese Commissie voorstelde middels het
flexibiliteitsinstrument een bedrag van 78,38 miljoen euro te verstrek-
ken om de financiering van de Cypriotische structuurfondsenprogram-
ma's voor 2014 aan te vullen. In het bewuste voorstel stond echter ook
dat de aanvullende structuurfondstoewijzing voor Cyprus voor het jaar
2014 maar liefst 100 miljoen euro bedraagt, terwijl het ontwerpverslag
van de Begrotingscommissie van het Parlement indiceert dat er 89
miljoen EUR zal worden besteed voor de financiering van de Cyprio-
tische structuurfondsenprogramma's. Hoe zat dat nu precies? Kon de
Commissie nader aangeven hoeveel geld er precies werd uitgetrokken
voor de financiering van de Cypriotische structuurfondsenprogramma's?
Was dit eigenlijk geen aanvullende reddingsoperatie voor Cyprus? Hield
één en ander wellicht verband met de economische gevolgen van de
bankencrisis in het land?

55
De Commissie gaf geen krimp, want als zij dat wel had gedaan had zij
moeten toegeven dat zij tegen de eigen regels van de interne markt in
was gegaan. Dat nooit en dus kwam dit antwoord: “In haar nota van
wijzigingen nummer 1 bij het ontwerp van algemene begroting 2014 van
18 september 2013 stelt de Commissie voor om Cyprus in 2014 een
extra bedrag van 100 miljoen euro in lopende prijzen toe te wijzen uit de
structuurfondsen. Hiermee geeft de Commissie gevolg aan een verzoek
van de Europese Raad, die heeft besloten dat aanvullende bijstand moet
worden verleend aan Cyprus. (…) Het bedrag van 100 miljoen euro wordt
uitgetrokken naast de oorspronkelijke toewijzing voor Cyprus uit de
structuurfondsen, precies zoals in het geval van alle andere extra toewij-
zingen voor andere lidstaten in de conclusies van de Europese Raad van
februari betreffende het MFK. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld
volgens de voorschriften inzake de structuurfondsen en dus in overeen-
stemming met de doelstellingen in artikel 174 van het Verdrag betref-
fende de werking van de Europese Unie”.

Een lang antwoord over veel geld. Cyprus werd dus gewoon gesteund
tijdens de bankencrisis door extra geld vanuit EU-fondsen. Dat is in feite
te vergelijken met overheidssteun en dat is in flagrante strijd met de
regels van de interne markt. Bovendien gaat het bewuste artikel 174 van
het VWEU over speciale steun voor ‘minst begunstigde regio’s… met
ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen’
en heeft dus precies niets te maken met het flexibiliteitsinstrument. Dat
artikel mag zeker niet als lapmiddel misbruikt worden om een banken-
crisis op te lossen! Maar bij de EU zijn alle middelen toegestaan, zelfs als
dat betekent dat je je eigen regelgeving opblaast.

Russische witwasbank Parex


Begin 2014 kwamen diverse media, waaronder 925.nl, met berichten dat
de Europese Commissie een onderzoek was begonnen naar ‘de eigen
illegale staatssteun aan Russische witwasbank Parex in Letland’. Vragen!
(E-005314-14) Kan de Commissie aangeven welke feiten in het artikel
op waarheid berusten en welke niet? En kan de Commissie aangeven
welke maatregelen het heeft getroffen of zal treffen om de beschreven
misstanden te rectificeren? Opmerkelijk genoeg was ik niet de enige die
aandacht besteedde aan deze kwestie. In de Tweede Kamer waren de
‘financiële keffers’ Omtzigt en Van Hijum (CDA) alert en stelden even-

56
eens vragen aan de Ministers van Financiën en van Buitenlandse Zaken
over het Parex-schandaal (ingezonden 17 juni 2014). De Commissie was
echter furieus over de berichtgeving: “Het artikel waarvan sprake uit on-
gefundeerde beschuldigingen over de mogelijk controversiële oorsprong
van de deposito's bij Parex en over overeenkomsten tussen de EBWO,
het IMF, de EC en Letland. De Commissie geeft geen commentaar op
dergelijke volstrekt ongefundeerde beweringen”. ‘Ongefundeerd’, maar
geen commentaar willen geven. Aha. Sterk!

Ondanks dat achtte de Commissie een aanvullende toelichting kennelijk


toch noodzakelijk: “Het artikel zaait verwarring over de oorsprong van
de financiële steun voor Letland en over hoe deze middelen werden
gebruikt. De bijdrage van de Commissie bedroeg 3,1 miljard euro op het
totaal van 7,5 miljard EUR aan multilaterale steun die Letland in 2009
heeft ontvangen. Deze bijdrage bevatte geen voorwaarden die verband
hielden met de steun die Parex had ontvangen”. Ach, de steun werd dus
zonder voorwaarden verleend. Zo zo.

“Nationale autoriteiten hebben de verantwoordelijkheid om die banken


te identificeren die een systeemrisico vormen voor de financiële stabili-
teit en de Commissie om goedkeuring te vragen voor alle staatssteun die
wordt toegekend. Parex was de tweede grootste bank van Letland, die
om de in de besluiten vermelde redenen systeemrelevant was. Hierdoor
besloten de Letse autoriteiten goedkeuring te vragen voor het verlenen
van staatssteun. In de besluiten van de Commissie betreffende Parex
werd geconcludeerd dat de steun met de interne markt verenigbaar was
overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b) VWEU en tot doel had een
belangrijke verstoring van de Letse economie weg te werken”.

Staatssteun mag dus ‘om een belangrijke verstoring van de economie


weg te werken’. Daarmee zullen vele nationale regeringen blij zijn. Het
biedt de nodige ongekende mogelijkheden! Dat de regelgeving inzake de
interne markt daarbij geweld wordt aangedaan, soit. Zelfs de EU zelve
helpt er hartelijk aan mee, middels het storten van de nodige financiële
EU-subsidie in noodlijdende staatskassen en banken!

Luchtje aan loket Noord-Brabant


In 2017 speelde nog een geheel andere kwestie inzake staatssteun, of in
ieder geval het sterke vermoeden daarvan. In de provincie Noord-

57
Brabant besloten de staten het voorstel 39/17A in te dienen. Daarin
werd voorgesteld een zogenaamd stalderingsloket in te stellen, met een
monopoliepositie. Doel van dat loket was om de omvang en regionale
spreiding van de veestapel in Noord-Brabant te reguleren en zo het
mestoverschot te kunnen beheersen. Dat op zich is al enigszins dubieus,
maar de Staten gingen nog verder in hun voorstel. Door middel van stal-
dering kon de provincie besluiten welke ondernemers hun veebedrijf
zouden mogen uitbreiden en welke niet. Aan het stalderingsloket werd
‘flankerend beleid’ gekoppeld, waaronder een Fonds Transitie Veehou-
derij Brabant. Dat fonds verstrekte kapitaal aan individuele veehouders.
Staldering werd daarmee mijns inziens een direct instrument in handen
van de lokale overheid om in te grijpen in het vrije ondernemerschap
van veeboeren. U begrijpt: vragen! (E-004184-17) Wat is het standpunt
van de Commissie ten aanzien van het stalderingsloket? Hoe verhoudt
het provinciale stalderingsloket zich tot de vrije concurrentie binnen de
eengemaakte markt? Is de Commissie met mij van mening dat, door de
koppeling van flankerend beleid (overheidsfinanciering) en het gemono-
poliseerde stalderingsloket, sprake is van ontoelaatbare staatssteun aan
sommige veeboeren?

De Commissie kwam met een vaag antwoord, in de trant van ‘we houden
het in de gaten!’: “Wat de eerste twee vragen betreft, wil de Commissie
beklemtonen dat zij waakzaam blijft voor concurrentieverstorende
gedragingen op alle niveaus van de leveringsketen. Lidstaten kunnen
echter wel overheidsbedrijven oprichten of bedrijven bijzondere of uit-
sluitende rechten verlenen. Voorwaarde is wel dat door deze rechten
geen maatregelen worden ingevoerd of in stand gehouden die strijdig
zijn met de Verdragsvoorschriften, dus ook die op mededingingsgebied.
De informatie die beschikbaar is, wijst momenteel niet op een inbreuk
op de mededingingsregels. Mocht er in een later stadium bewijs komen
voor inbreuken, dan zal de Commissie deze specifieke zaak onderzoeken.
Wat de derde vraag betreft, stipt de Commissie aan dat zij op basis van
de beschikbare informatie geen conclusies kan trekken over de vraag of
er al dan niet sprake is van staatssteun. Momenteel loopt er in deze zaak
nog geen staatssteunonderzoek. Ingeval een maatregel staatssteun
vormt in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie, zijn lidstaten verplicht alle nieuw toege-

58
kende steun aan te melden. Deze verplichting geldt niet voor steun die is
vrijgesteld op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening
(AGVV), Verordening (EU) nr. 651/2014, gewijzigd bij Verordening (EU)
2017/1084 van de Commissie, of op grond van de vrijstellingsverorde-
ning voor steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelands-
gebieden (LVV), Verordening (EU) nr. 702/2014). Ook steun voor een
beperkt bedrag die de mededinging en het handelsverkeer niet kan ver-
storen (zgn. de-minimissteun), hoeft niet vooraf te worden aangemeld”.
Bent u er nog? De Commissie zag nog geen probleem, maar wilde niet
uitsluiten dat dit er alsnog kon komen. Nieuwe informatie was wel dat
‘lidstaten overheidsbedrijven kunnen oprichten of bedrijven bijzondere
of uitsluitende rechten kunnen verlenen’, maar dat die ‘rechten’ geen
inbreuk mogen vormen op het mededingingsgebied. Aha. Juist ja.
Overigens hoorde ik vanuit de Brabantse PVV-fractie dat men zich bij het
Brabantse bestuur het leplazerus was geschrokken. De gedeputeerde
werd opeens een stuk voorzichtiger in zijn optreden, gezien de Europese
‘waakzaamheid’.

SER mag geen staatssteun adviseren aan ‘duurzaam’


Nog verwarrender werd het toen in ons land de Sociaal-Economische
Raad (SER) eind 2016 een advies uitbracht om landbouwsubsidies toe te
kennen aan zogenaamde ‘duurzame’ bedrijven en deze verder te bevoor-
delen met (hulp bij) financiering, onder uitsluiting van van de overige
(‘niet-duurzame’) bedrijven. Stond de EU dat op grond van de interne-
markt regelgeving eigenlijk wel toe? Het leek namelijk sterk in strijd te
zijn met de principes van een interne markt met gelijk speelveld. Vragen
dus (E-008408/2016): Mag een lidstaat wetgeving invoeren die een be-
paalde vorm van bedrijfsvorming subsidieert of prevaleert het principe
van het gelijke speelveld? Hoe beoordeelt de Commissie het bevoordelen
van een gedeelte van het kmo bij financiering voor bedrijfsactiviteiten in
het licht van de interne markt?

De Commissie kwam met een interessante reactie: “In beginsel is het op


grond van het Verdrag verboden staatssteun toe te kennen. Op grond van
artikel 107, lid 1, VWEU (Verdrag betreffende de werking van de Euro-
pese Unie) is staatssteun steun die i) is verleend door een lidstaat of met
staatsmiddelen is bekostigd, ii) de begunstigde bevoordeelt voor zover
dat voordeel selectief is, en iii) de mededinging vervalst of dreigt te ver-

59
valsen en het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.
De verlening van landbouwsubsidies aan duurzame ondernemingen lijkt te
wijzen op het bestaan van staatssteun. In het Verdrag is evenwel ook be-
paald dat staatssteun onder bepaalde voorwaarden kan worden geacht
met de interne markt verenigbaar te zijn. Om voor die uitzondering in
aanmerking te komen, moet de steun voldoen aan de toepasselijke
wetgeving van de Unie inzake staatssteun. In de landbouwsector zijn de
belangrijkste juridische instrumenten die momenteel van toepassing
zijn: de groepsvrijstellingsverordening van de Commissie en de richt-
snoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in
plattelandsgebieden. Op dit moment beschikt de Commissie niet over
informatie over een dergelijke afspraak. In beginsel zou een dergelijke
afspraak evenwel in strijd zijn met de artikelen 34 tot en met 36 VWEU.”

Kort samengevat: staatssteun mag niet. Er zijn een paar uitzonderingen,


maar daarvan lijkt hier geen sprake te zijn. Wat de SER dus voorstelde
‘mag niet van Europa’. Specifieke steun aan alleen ‘duurzame’ bedrijven
wordt op grond van Europese regelgeving verboden.

Het ene orkest is kennelijk het andere niet


Wie dacht dat de EU zich aan deze eigen regels zou houden heeft het mis.
EU regels gelden dan wel voor de lidstaten, maar niet voor de EU zelf.
Dat kwam toevallig aan het licht toen in juni 2016 het ANP met het be-
richt kwam dat Commissievoorzitter Juncker persoonlijk opdracht had
gegeven om 600.000 euro vrij te maken ten bate van om het Jeugdorkest
van de Europese Unie (EUYO). Het geld was afkomstig uit het ‘Creative
Europe’ programma van de EU. In Nederland waren ondertussen meer-
dere symfonieorkesten ontbonden omdat zij problemen hadden met de
financiering van deze kunstvorm. De vragen die ik direct daarop indien-
de (E-004619/2016) waren: Is het de Commissie bekend dat de markt
voor symfonieorkesten sterk onder druk staat? In het bericht van het
ANP wordt vermeld aan het EUYO een ‘speciale status’ wordt toegekend
die de financiering veiligstelt. Op grond van welke criteria wordt aan het
EUYO een dergelijke marktverstorende status toegekend? Op grond van
welke regel is het de Commissie wel toegestaan om een marktversto-
rende overheidssteun te verlenen aan een symfonieorkest?

60
De Commissie was not amused, maar moest zich wel bloot geven: “De
Commissie is inderdaad op de hoogte van de financiële moeilijkheden
die veel symfonieorkesten ondervinden. Zij is niet van mening dat de EU-
steun enig marktverstorend effect heeft, omdat de missie van het Jeugd-
orkest van de Europese Unie (EUYO) verschilt van die van de andere
symfonieorkesten. Het EUYO werd in 1976 opgericht door het Europees
Parlement. Het streeft duidelijk een doelstelling van algemeen belang na,
met name jonge talentvolle musici uit heel Europa samenbrengen en hun
een opleiding van hoge kwaliteit bieden. In het orkest zijn al meerdere
generaties musici opgeleid. Met hun optredens brengen zij de muzikale
topkwaliteit en culturele verscheidenheid van Europa onder de aan-
dacht. Veel van deze jonge musici werken later in of buiten Europa
samen met orkesten die tot de wereldtop behoren. Daarom heeft de
Commissie besloten de financiering van dit orkest veilig te stellen. De
rechtsgrondslag van het programma Creative Europe maakt het mogelijk
om in uitzonderlijke situaties operationele subsidies te verstrekken, mits
dergelijke steun in overeenstemming is met de algemene doelstellingen
van het programma. Middelen die rechtstreeks afkomstig zijn van EU-
programma's zoals Creative Europe, zonder dat lidstaten betrokken zijn
bij het toewijzingsbesluit, worden niet beschouwd als staatsmiddelen en
vallen dan ook niet onder het staatssteuntoezicht van de Commissie.”

Met veel trompetgeschal wordt hier gesteld dat ‘omdat dit orkest in het
algemeen belang is en vele jonge musici er baat bij hebben’ de subsidie is
verleend. Dat geldt dus vreemd genoeg kennelijk niet voor nationale or-
kesten, die hetzelfde nastreven en ook ‘topkwaliteit’ bieden? De EU gaf
wel toe dat het hier een ‘uitzonderlijke situatie’ betrof. Dat is ambtelijke
taal voor: het kan eigenlijk helemaal niet op grond van onze eigen regels,
maar we maken een uitzondering omdat het zo goed past in het imago
dat de Commissievoorzitter wil uitstralen. En de lidstaten hebben er
niets over te zeggen (haha) en dan doen we dat gewoon. Ah. Het staat
genoteerd. Bepaald niet voor de eerste keer overigens.

Politieke schending van de interne markt


Er vindt ook schending van de politieke interne markt plaats. Zo ver-
scheen begin 2012 destijds nog eurocommissaris Kroes op de Neder-
landse televisie. In het programma Eva Jinek op zondag verklaarde zij
‘met afgrijzen naar een tv-optreden van Berlusconi te kijken’. Ook zei zij

61
dat Berlusconi van zijn gezond verstand niet af weet wat er moet gebeu-
ren en omschreef ze een eventuele herverkiezing van Berlusconi als ‘een
horrorscenario’. Het leek mij totaal ongepaste inmenging in de verkie-
zingsprocedure van een nationale lidstaat en dus stelde ik vragen (E-
002101-13). De EU heeft namelijk als richtlijn dat eurocommissarissen
nooit hun onpartijdigheid mogen laten varen. Het leek erop dat me-
vrouw Kroes niet met deze regel bekend was. Vragen: Is de Commissie
van oordeel dat de tussenkomst van mevrouw Kroes in de Italiaanse
verkiezingscampagne verenigbaar is met de fundamentele functie van
commissarissen, namelijk het optreden in het algemeen belang van de
samenleving?

De Commissie bleek “niet op de hoogte van de details van het door het
geachte Parlementslid aangehaald interview waarin vicevoorzitter
Neelie Kroes haar persoonlijke mening over een reeks actuele onder-
werpen heeft gegeven”. Zonder het interview gezien te hebben kon de
Commissie dus aangeven dat het ‘een persoonlijke mening’ betrof:
“Vicevoorzitter Neelie Kroes heeft haar mening slechts in eigen naam
geuit. Commissarissen hebben het recht om hun persoonlijke mening te
uiten. De onpartijdigheid en onafhankelijkheid van vicevoorzitter Kroes
zijn niet aangetast door haar opmerkingen tijdens een interview in eigen
naam. Zoals hierboven is opgemerkt, is er geen sprake van inmenging in
welke verkiezingscampagne dan ook”.

Diezelfde kwestie speelde herfst 2018 opnieuw, toen eurocommissaris


Timmermans zijn lijsttrekkerschap van de PvdA en kandidatuur voor het
voorzitterschap van de EU aankondigde in Maastricht. Dat deed hij in
werktijd. De Commissie oordeelde echter dat Timmermans een ‘Spitzen-
kandidaat’ is en dan mag je in werktijd, op kosten van de belastingbeta-
ler dus, campagne voeren voor je eigen politieke partij! Commissievoor-
zitter Juncker paste er zelfs de Rules of Procedures voor aan met een
speciaal op maat gesneden nieuw artikel.

In juni 2018 was het opnieuw raak, dit keer met voorzitter Juncker zelf.
Hij kon dan wel de verleiding weerstaan om zich rechtstreeks te be-
moeien met de Italiaanse binnenlandse politiek, maar het belette hem er
niet van om een mogelijke coalitie van Lega en de Vijfsterrenbeweging te
bekritiseren. In eerdere antwoorden schreef de Commissie dat, conform

62
de gedragscode voor Commissieleden, leden van de Commissie zich bij
de uitoefening van hun taken volkomen onpartijdig en onafhankelijk
dienen op te stellen. Mijn nieuwe vraag (E-003083-18) was dan ook: Is
de Commissie van mening dat voorzitter Juncker zich aan de gedrags-
code houdt als hij beweert dat de keuze van Italiaanse kiezers voor Lega
en de Vijfsterrenbeweging niet een keuze is voor een ‘juiste koers’?

Juncker antwoordde persoonlijk namens de Commissie: “De houding van


de Commissie tegenover de huidige Italiaanse regering staat, net als
tegenover de regeringen van de overige lidstaten, in het teken van res-
pect en samenwerking. Voorzitter Juncker heeft zijn diepe persoonlijke
en politieke verbondenheid met Italië meermaals bevestigd en de Com-
missie heeft uiting hieraan gegeven in zeer concrete en uiteenlopende
beleidsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van het stabiliteits- en
groeipact, op het gebied van migratie en door middel van steunverlening
na de aardbevingen in Italië. De leden van de Commissie dragen politieke
verantwoordelijkheid. Dit betekent onder meer dat zij verklaringen kun-
nen afleggen over en commentaar kunnen leveren op politieke kwesties
die relevant zijn voor de Europese Unie op Europees, nationaal of inter-
nationaal niveau. Dit is volledig in overeenstemming met de politieke rol
van de leden van de Commissie zoals bepaald in de nieuwe gedragscode
voor de leden van de Commissie die op 31 januari 2018 is vastgesteld”.
Dat was nieuw: kennelijk waren commissieleden niet slechts bewakers
van de Europese verdragen, maar mochten zij nu ook lukraak politieke
uitspraken doen. Het veelgeroemde ‘onpartijdig en onafhankelijk’ van
eurocommissarissen kon dus worden geschrapt uit de EU-teksten.

Naast de algemene kwesties betreffende de Interne Markt speelden door


de jaren heen ook een aantal specifieke kwesties. Ze zijn van belang,
omdat ze aangeven hoe de EU denkt en handelt.

Een onverwacht succes: de kwestie plofkippen


Mag de overheid bepalen wat er in supermarkten wordt verkocht? Kort-
weg gezegd: nee. Dat bleek uit de beantwoording van vragen (E-015398-
15) die ik stelde naar aanleiding van het PvdA voorstel om de verkoop
van de zogenaamde ‘plofkippen’ in Nederlandse supermarkten te verbie-
den. De PVV is groot tegenstander van de transnationale EU, maar als je
het spel meespeelt dan is het zo af en toe erg handig om daarvan gebruik

63
te maken. De Europese Commissie was het met mij eens dat de overheid
de verkoop van een plofkip niet mag verbieden, op grond van artikel 34
tot en met 36 van het VWEU. Het komt erg weinig voor, maar in dit
specifieke geval kon de PVV de Europese Commissie voor het karretje
spannen om een nationaal beleidsvoorstel af te schieten.

De plofkip affaire kreeg nog een interessante wending. In juni 2016 (E-
004745-16) bleek namelijk dat Oekraïene, dat graag lid wilde worden
van de EU, karrenvrachten plofkippen naar West-Europa exporteerde.
De Partij voor de Dieren zweeg in alle talen, maar de PVV sloeg aan. Wat
vond de Commissie van het feit dat Oekraïene die plofkippen naar onze
lidstaten exporteerde? Kon dat allemaal zomaar? Hoe zat het met dieren-
leed? De Commissie gaf geen krimp, want had duidelijk geen zin in een
politiek brisante discussie en dus kwam het onzinnige antwoord dat
‘Oekraïene had toegezegd haar wetgeving op dat gebied aan te passen
aan de EU’ en daarmee was de kous af. In september 2018 werd ook het
CDA bij monde van parlementslid Annie Schreijer-Pierik met een klap
wakker. Zij maakte zich ernstig zorgen over ‘de heffingsvrije invoer van
bepaalde kipdelen vanuit Oekraïene’ en eigenlijk over nog veel meer
zaken (Boerderij, 23 juli 2018). Wie stemde echter ook alweer van harte
in met toetreding van Oekraïene tot de EU? Juist: datzelfde CDA!

De rituele slacht
In het Belgische Het Nieuwsblad van 7 september 2016 stond een artikel
over het feit dat 94% van de schapen, 48% van de kalveren en 21% van
de runderen in Belgische slachthuizen onverdoofd wordt geslacht. Op de
Belgische markt bleek een groot deel van dit slachtvlees aan consumen-
ten verkocht te worden zonder dat die hierover geïnformeerd werden
middels bijvoorbeeld verpakkingslabels. Volgens de Richtlijn 98/58/EG
van de Raad en artikel 13 VEU behoort dierenwelzijn te worden geres-
pecteerd. Op grond van Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad
moeten dieren hun bewustzijn en gevoeligheid verliezen alvorens te
worden geslacht. Voor ritueel slachten wordt een uitzondering gemaakt
op deze wetgeving. Aangezien ruim de helft van het vlees dat wordt
aangeboden op de Belgische markt echter afkomstig is van onverdoofd
geslachte dieren en dit niet overeenkomt met het aantal gelovigen dat dit
zou willen, werden Richtlijn 98/58/EG en artikel 13 VEU niet gerespec-

64
teerd, werd Verordening (EG) nr. 1099/2009 daarmee inhoudsloos en
werd dieren onevenredig veel leed aangedaan.

Dat was voldoende aanleiding om belangrijke vragen te stellen (E-


006866-16): Wat is de mening van de Commissie over het feit dat consu-
menten worden gedwongen een levensovertuiging te volgen door bij het
eten van halal of kosjer vlees geen keuzemogelijkheden te hebben? En
wat gaat de Commissie doen om dit onnodig wreed slachten van dieren
tegen te gaan? De Commissie gaf eens duidelijk antwoord: “Artikel 4, lid
4, van Verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van
dieren bij het doden, laat slachten zonder bedwelming toe indien dieren
worden geslacht volgens speciale methoden die vereist zijn voor religi-
euze riten, mits dit plaatsvindt in een slachthuis. Op enkele technische
maatregelen na omvat de EU-wetgeving geen specifieke voorschriften
over hoe artikel 4, lid 4, moet worden uitgevoerd. Niettemin vormt
artikel 4, lid 4, een beperkte uitzondering op de algemene plicht tot
bedwelming voor religieuze riten. Om verenigbaar te zijn met artikel 4,
leden 1 en 4, van Verordening 1099/2009, moet de nationale regel-
geving er dus voor zorgen dat de afwijking ervan enkel is toegestaan
indien er sprake is van een reële behoefte van religieuze gemeenschappen.
Aangezien er in Verordening nr. 1099/2009 geen expliciete vereisten
zijn verankerd voor etikettering en traceerbaarheid, is het eerst en
vooral de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten van de
lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van Verordening
1099/2009 om ervoor te zorgen dat aan de vereisten van artikel 4, leden
1, en 4, van Verordening 1099/2009 wordt voldaan”.

Met andere woorden: voor onverdoofde rituele slacht is op grond van


EU-verordeningen ruimte, maar die specifieke slacht is een uitzonderings-
situatie. Er mag uitsluitend op die specifieke wijze geslacht worden voor
zover er een reële vraag van religieuze gemeenschappen bestaat, anders
niet. De lidstaten zelf zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de slach-
terijen en of zij voldoen aan de vereisten van de EU. De PVV wil volledige
uitbannning van de onverdoofde rituele slacht, maar dit is reeds een
interessante kanttekening van de EU. Daarnaast bleek lidstaat België
zich niet te houden aan EU-verordeningen van fatsoenlijk nationaal toe-
zicht op de slacht, maar dat terzijde.

65
WW uitkeringen en sociale rechten
Eind 2015 bleek de Europese Commissie erg boos over het feit dat de
Engelse regering de sociale rechten van immigranten wilde beperken,
hoewel volgens het VWEU de nationale lidstaten gaan over het eigen
sociale beleid. De Engelse regering stelde zich op het standpunt dat
migratie niet per definitie automatisch inhoudt dat je een sociale uit-
kering krijgt. Ik stelde de vraag (E-014726-15) aan de Commissie of zij
een verband ziet tussen een uitkering en migratie. Met andere woorden:
vindt de Commissie het normaal dat een groot deel van de aanvragen
betreffende sociale uitkeringen gevormd wordt door migranten? De
Commissie gaf in haar beantwoording aan dat “volgens onafhankelijke
studies er geen aanwijzingen zijn dat mobiele EU-burgers systematisch
of op grote schaal misbruik maken of fraude plegen met betrekking tot
de toegang tot sociale zekerheidsuitkeringen, of dat misbruik of fraude
vaker voorkomt bij mobiele EU-burgers dan bij eigen onderdanen”. De
Commissie ging niet in op de vraag of het wel aan de EU is om voorwaar-
den te stellen aan een lidstaat inzake een kwestie die geheel onder natio-
nale bevoegdheid valt en of er inderdaad een link is tussen migratie en
een hoge mate van aanvragen van uitkeringen. In de loop van 2018 bleek
echter dat met name Polen en Roemenen op grote schaal misbruik
maken van de sociale voorzieningen in ons land. Ik ben erg benieuwd of
die feiten ook door de Commissie worden meegenomen…

In november 2018 kwam de ChristenUnie in de Tweede Kamer bij


monde van kamerlid Gert-Jan Segers tot de conclusie dat zorgen over
verdringing van Nederlanders op de arbeidsmarkt door werknemers uit
oostelijk Europa toch wel erg op zijn plaats waren: “We spelen met
vuur”. Tegelijkertijd waarschuwde hij voor een ‘populistische golf’. Laten
het nu net die door hem verfoeide populisten zijn die deze kwestie al
veel en veel eerder op de politieke agenda plaatsten. Toen werd de PVV
echter weggehoond, onder andere door premier Mark Rutte. Het zou
allemaal zo’n vaart niet lopen. Dat deed het wel en nu zit Nederland dus
met de gebakken peren.

In het verlengde daarvan lagen vragen die ik stelde over het zoveelste
‘banenplan’ van de EU (E-014751-15). Vanuit de EU begroting werd
bijna 90 miljard euro in de ESF en YEI fondsen gestopt om ‘mensen aan
het werk te helpen’. In Nederland zijn banenplannen tot nu toe allemaal

66
grandioos mislukt (denk aan de PvdA plannetjes van destijds), dus vroeg
ik de Commissie wat voor garantie zij kon geven dat banen, gecreëerd
met EU-subsidie, plotseling wel succesvol zouden zijn. Tevens vroeg ik
naar de kosten per gecreeerde baan. Ik kreeg het standaard antwoord, te
weten: technisch gebrabbel en een ‘verslag’: “Het ESF en het YEI zijn
bedoeld ter ondersteuning van EU-beleidsprioriteiten, met name wat
betreft het opzetten van jongerengarantieregelingen. Met de jongeren-
garantie wordt aangedrongen op structurele hervormingen van het
onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid dat in het kader van het Europees
semester nauwlettend door de EU wordt gevolgd. De jongerengarantie is
uitgegroeid tot een drijvende kracht voor een betere overgang van
school naar werk en de vermindering van jeugdwerkloosheid. In 2016
zal de Commissie aan de Raad verslag uitbrengen over de voortgang van
de uitvoering van de jongerengarantie en het jongerenwerkgelegen-
heidsinitiatief”. Duur verslag, voor een slordige 90 miljard euro! En geen
antwoorden op mijn vragen. Tekenend.

Illegalenkamp te Calais
In september 2016 bleek dat een enorme groep migranten zich in de
havenstad Calais had gevestigd in een groot tijdelijk kampement, ge-
naamd ‘De Jungle’. Allerlei slag mensen wilde van daaruit oversteken
naar het beloofde land Engeland en besteeg al dan niet heimelijk vracht-
wagens die via de kanaaltunnel en schepen in die richting gingen. Chauf-
feurs kregen zware boetes als in hun vrachtwagens illegalen werden ont-
dekt door de grensbewaking; zeer onrechtvaardig en totaal de omge-
keerde wereld. Ik vroeg de Commissie (E-006742-16) of zij dit geen
belemmering van het vrije verkeer van goederen vond. Welnee, ant-
woordde de Commissie. Grenscontroles mogen best als de veiligheid van
een land in geding is: “Het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie biedt de lidstaten de mogelijkheid om maatregelen met
gelijke werking als kwantitatieve beperkingen te nemen wanneer dit
wordt gerechtvaardigd door algemene, niet-economische overwegingen
(bijvoorbeeld openbare veiligheid)”. Dat was een mooi antwoord waar-
mee de PVV iets kon. Voortaan was het OK dat de grenzen dicht gingen
‘als de veiligheid in het geding was’. Een en ander uiteraard ter beoor-
deling van de lidstaat. Dat dit geen loze praat was bleek toen Frankrijk
op het hoogtepunt van de migrantencrisis haar grenzen met buurland

67
Italië sloot. Ook Denemarken deed dit tijdelijk met buurland Duitsland.
Er vonden strenge grenscontroles plaats. Ondanks alle politiekcorrecte
kritiek van diverse politieke partijen en NGO’s wisten die: het mag van
de Europese Commissie. Die kon niet uit onder de beantwoording van
vragen van de PVV.

Het kamp te Calais werd uiteindelijk, na jaren wantoestanden, ontruimd.


Kwam dat wellicht mede door onze vragen?

Brexit
Op 23 juni 2016 werd het bijzondere, door het Britse parlement georga-
niseerde, raadgevend referendum over het EU-lidmaatschap van het
Verenigd Koninkrijk gehouden. Een meerderheid van 51,9% van de
stemmers wilde uit de EU treden. Toen eind 2016 de realiteit van een
serieus ‘Brexit’ bij de EU inzonk werd men aantoonbaar kwaad. Men
wilde het Engeland zo moeilijk mogelijk gaan maken, ten voorbeeld van
die landen die het ook in hun hoofd zouden willen halen om zo’n referen-
dum te organiseren. Het gehakketak over en weer begon. De voorzitter
van de Eurogroep, Dijsselbloem, stelde daarop in het BBC-programma
Newsnight dat de Britse minister van Buitenlandse Zaken loog als hij
stelde dat het Verenigd Koninkrijk (bij een Brexit) volledig toegang kan
houden tot de Europese interne markt en zich tegelijkertijd buiten de
douane-unie kon houden: “Dat is gewoon onmogelijk, zoiets bestaat
niet.” Vragen (E-008661-16)! Welke bevoegdheden heeft de voorzitter
van de Eurogroep ten aanzien van het EU-beleid met betrekking tot de
toegang tot de Europese interne markt van een lidstaat die geen deel
uitmaakt van de Eurogroep? Acht de Commissie het wenselijk dat de
voorzitter van de Eurogroep dergelijke politiek geladen uitspraken doet
over de toegang tot de Europese interne markt?

De Commissie voelde nattigheid: hier botste het belang van Commissie


en Eurogroep. Daar wilde men de vingers niet aan branden en dus werd
het een: ‘wij verwijzen naar’: “Het is niet aan de Commissie commentaar
te geven op verklaringen van de voorzitter van de Eurogroep. De Com-
missie verwijst het geachte Parlementslid naar de verklaring van 29 juni
2016 van de staatshoofden en regeringsleiders van 27 lidstaten, alsmede
de voorzitters van de Europese Raad en de Europese Commissie. Hierin
wordt gesteld: in de toekomst hopen wij in het VK een hechte partner

68
van de EU te vinden en wij zien ernaar uit dat het VK zijn intenties in dit
verband uitspreekt. Elk akkoord dat met het VK als derde land wordt
gesloten, zal gebaseerd moeten zijn op een evenwicht tussen rechten en
verplichtingen”. Veel sterker kon men niet om de hete brei heendraaien.

Het Britse referendum had slechts de vraag beantwoord óf de meerder-


heid in de EU wilde blijven of eruit wilde stappen, maar niet hóe. Er
waren twee opties: een 'harde brexit' (zo ongeveer alle relaties met de
EU doorsnijden) of een 'zachte brexit' (Engeland zou op een bepaalde
manier deel blijven uitmaken van met name de Europese interne markt).
Die vraag is nog steeds niet beantwoord, hoewel zeker is dat Engeland
eruit stapt. Daartoe is de zogenaamde artikel 50 procedure reeds defi-
nitief in gang gezet.

Op 14 november 2018 maakte premier May bekend dat haar kabinet


akkoord was met de voorgenomen deal met de EU. De stemming erover
in het Britse Lagerhuis verloor zij echter grandioos. De deal met de EU
werd afgewezen, waardoor het VK nu af lijkt te stevenen op een harde
Brexit zonder deal met de EU. Dat zou een enorme winst betekenen voor
het VK, maar verlies voor de EU. Vandaar dat de EU de onderhande-
lingen steeds weer probeert te rekken en het Europees Hof met de
opmerkelijke uitspraak kwam dat het de Britten vrij stond eenzijdig de
artikel 50 aanvraag weer in te trekken. Met andere woorden: trek gerust
je toe- of uittredingsaanvraag weer in. Dat dit de bodem onder de EU en
haar verdragen uittrekt is zo klaar als een klontje.

69
5. Economische en monetaire zaken

“De Unie stelt een economische en monetaire unie in die de euro als munt
heeft.”
- Artikel 3.4, Verdrag betreffende de Europese Unie

Op grond van het bovenstaande verdrag kreeg de Europese Unie de


opdracht om een economische en monetaire unie in te stellen. Iedere
rechtgeaarde politicus weet dat je dan ook over de olifant in de kamer
moet spreken, namelijk: een politieke unie, maar die wordt in de debat-
ten luidkeels verzwegen. De burger moet uiteraard niet teveel informatie
krijgen, want dan zou die wel eens ernstig ongerust kunnen worden en
democratische inspraak willen hebben en dat moeten we toch niet wil-
len. En dus begon de EU aan de bouw van een –bewust?- krakkemikkig
economisch-monetair vehikel, dat in de praktijk een onwerkbaar drama
is gebleken. De EU is als een reus op lemen voeten die bij de minste of
geringste economisch-monetaire tegenslag op zijn voeten wankelt.
Meest pregnante uitvloeisel daarvan is dat leidinggevenden bij de Euro-
pese Centrale Bank (ECB) uitgesloten zijn van juridische vervolging
(immuniteit). Dat geeft uiteraard zeer te denken en is in de praktijk
gebleken helaas meer dan een teken aan de wand te zijn.

70
De onzichtbare Transfer Unie
Een zichtbare transferunie is –kortweg gesteld- een unie tussen landen
die gebruik maken van eenzelfde munt. Daarbij houden sterke landen de
zwakkere overeind, teneinde die munt in leven te houden. In 2012 kwam
er een Europese bankenunie, die een gezamenlijk beleid en toezicht in-
voerde op de banken en daarmee ontstond er in feite ook een transfer
unie. Een onzichtbare, in de vorm van bijvoorbeeld een lage rentestand.

Er zijn nogal wat mensen die stellen dat de enige alternatieve optie van
géén transferunie een uiteenvallen van de EU is. Als we kijken naar het
voorbeeld van de eenwording van Oost- en West-Duitsland dan zien we
dat het overeind helpen van een zwakke staat door een sterke staat
werkt, betogen de voorstanders van zo’n transferunie. Er is echter een
groot verschil: de eenwording van Duitsland werd door een overgrote
meerderheid gewenst, de verdere integratie van de EU niet. Verder had-
den de twee Duitslanden één onderliggende identiteit en taal. De EU
verre van dat. Mijns inziens zal een transferunie niet slagen en daarin sta
ik bepaald niet alleen. Die mening wordt door menig Europees econoom
en zelfs bank gedeeld. Daarbij dient niet vergeten te worden dat de bur-
gers van de EU vanaf het begin is beloofd dat er geen vrije stroom geld
van bijvoorbeeld noord- naar zuid-Europa zou gaan. Het verdrag van
Maastricht uit 1992 garandeerde dat een transferunie niet kon plaats-
vinden door onder andere strenge budgettaire regels. De ontwikkelingen
zijn contrair verlopen, tegen de wens van de burgers in. Zo kocht de
Europese Centrale Bank onbeperkt staatspapieren van zwakke Zuid-
europese landen op. Geen wonder dat de top van de ECB diplomatieke
onschendbaarheid geniet!

Het drama Griekenland / trojka


In het jaar 2009 kwam Griekenland financieel daadwerkelijk in proble-
men. Tot die tijd bleek het land de internationale geldverstrekkers te
hebben voorgelogen over het daadwerkelijke tekort op de staatsbegro-
ting. In 2010 werd duidelijk dat dat Griekse begrotingstekort nog veel
hoger was dan eerst gemeld. De rentes voor staatsleningen schoten
omhoog. Europa zat op dat moment ook nog eens midden in een finan-
ciële (banken)crisis en Griekenland dreigde om te vallen. De stabiliteit
van de euro was in gevaar. Daarom schoten andere eurolanden en het
Internationaal Monetair Fonds (IMF) Griekenland herhaaldelijk te hulp

71
met pakketten aan noodleningen. Tot 2018 heeft het land maar liefst
273,7 miljard euro aan steun ontvangen. Daarvoor in ruil moest hard
ingegrepen worden in de Griekse overheidsuitgaven alsmede in de
sociale voorzieningen als pensioenen.

Toezicht werd uitgevoerd door de zogenaamde ‘trojka’, samengesteld uit


Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Commissie en het Interna-
tionaal Monetair Fonds (IMF). De werkwijze van die trojka werd later
door het Europees Parlement betiteld als ‘intransparant en ondemocra-
tisch’. Daarin stond het EP bepaald niet alleen. Ook de Europese Reken-
kamer bracht (in november 2017) een rapport uit, met name over de
effectiviteit van de steunprogramma’s aan Griekenland. Haar conclusie:
die hebben slechts beperkt bijgedragen aan herstel in het land. Het
rapport keek daarbij met name naar het functioneren van de Europese
Commissie. De Europese Rekenkamer oordeelde dat ‘de Commissie
onvoldoende onderbouwing gaf voor enkele belangrijke maatregelen,
zoals verhogingen van de btw en accijnzen’. De Rekenkamer gebruikte
daarbij eveneens de term ‘intransparant’. Zeer opmerkelijk was dat de
Europese Centrale Bank medewerking weigerde, omdat de Europese
Rekenkamer volgens de ECB niet bevoegd was!

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) publiceerde reeds in 2013 haar


‘evaluatie achteraf van uitzonderlijke steun in het kader van de stand-by-
overeenkomst van 2010 betreffende Griekenland’. In dat verslag gaf het
IMF toe dat het twijfels had over de draagbaarheid van de schuldenlast
en suggereerde het daarmee dat Griekenland op zijn minst niet voldeed
aan het criterium volgens hetwelke lenen uitsluitend mogelijk is ‘als er
een grote waarschijnlijkheid bestaat dat de overheidsschuld op middel-
lange termijn draagbaar blijft’. Het IMF stelde dat er vanaf of kort na het
begin van het programma een definitieve oplossing had moeten worden
gevonden voor het probleem van de overheidsschuld en dat de Griekse
obligaties lang vóór oktober 2011 waarderingscorrecties hadden moe-
ten ondergaan. Het IMF stelde dat ‘de mate van participatie aan het pro-
gramma en de capaciteit om structurele hervormingen door te voeren,
overschat werden’. Daarnaast meldt het dat er onduidelijkheid heerste
over de toekenning van verantwoordelijkheden binnen de Trojka.

72
Lees: het IMF schatte de kans op herstel in Griekenland veel te roos-
kleurig in en de trokja was een rommeltje. Het IMF had mijns inziens
nooit aan de redding van Griekenland mogen deelnemen. Zonder de
deelname van het IMF zou de reddingsoperatie echter duidelijk onwettig
zijn geweest. Uit hoofde van artikel 125 van het VWEU hadden de instel-
lingen en lidstaten van de EU Griekenland namelijk geen geld mogen
lenen. Wat vond de Commissie eigenlijk van de conlusie van het IMF? (E-
006524-13) “In het document worden enkele opvallende successen
aangewezen die tijdens het programma zijn geboekt, in het bijzonder de
sterke fiscale consolidatie, de hervorming van het pensioenstelsel en de
inperking van spillover-effecten. Er wordt eveneens op gewezen dat het
uittreden van Griekenland uit de eurozone is voorkomen. De Commissie
heeft reeds kenbaar gemaakt met welke bevindingen in het rapport zij
het niet eens is. Zo is zij het niet eens met de conclusie dat het wenselijk
was geweest de schuld al in 2010 te herstructureren”. Kortom: het IMF
bevestigde eigenlijk de vele successen van de Commissie en verder was
alles toch goed gekomen met Griekenland? De Commissie leefde heerlijk
verder in haar eigen gecreëerde bubbel. De waanzin ten top!

Eind 2013 werd duidelijk dat Griekenland weer extra geld nodig had. De
Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, kondigde dat aan en
Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank van België alsmede lid van
de Raad van bestuur van de ECB, verklaarde dat Griekenland nog één of
zelfs twee reddingsoperaties nodig zou hebben. De Europese Commissie
daarentegen vond er op haar beurt helemaal niks van. Het doel was be-
reikt, namelijk “dat Griekenland in de eurozone bleef en de hypothese
van een Griekse wanbetaling waarnaar het geachte Parlementslid ver-
wijst, is uitgesloten”. (E-010179/2013).

Dat die bewering van de Commissie echter totaal niet klopte bleek op 27
november 2013. Toen zei de secretaris-generaal van de Organisatie voor
Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de heer José
Ángel Gurría Treviño, dat de schuld van Griekenland ‘zo snel mogelijk
moest worden verlaagd’. Alweer vragen naar de Commissie (E-013805-
13)! Is de Commissie van oordeel dat Griekenland nog meer schuld-
verlichting nodig heeft? Is in het geval van Griekenland in de ogen van de
Commissie sprake van een houdbare staatsschuld? Waarschuwing:
technocratisch taalgebruik in de beantwoording! “In het kader van het

73
tweede economische aanpassingsprogramma voor Griekenland wordt
aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de waarborging van de houdbaar-
heid van de Griekse schuld. Zoals aangegeven in het conformiteitsverslag
dat werd opgesteld door de Europese Commissie in het kader van de
derde herziening van het programma, wordt verwacht dat de schuld-
quote de neerwaartse tendens in 2014 zal hervatten en in 2021 minder
dan 120 % zal bedragen, ervan uitgaande dat de volledige uitvoering van
het economische aanpassingsprogramma wordt voortgezet”.

Weet u wat nog het meest ontstellende is aan dit antwoord? Het gedeelte
‘wordt verwacht’. De hele mislukking van de Griekenland kwestie is
daarop gebaseerd: ‘Wordt verwacht’. Het enige dat je niet mag benoemen
van de Europese Commissie is de realiteit. Met alle schrikbarend trieste
en kostbare gevolgen van dien.

De Financiele Transactie Tax


De PVV stelt regelmatig technisch-inhoudelijke vragen om te peilen hoe
de vlag er bij de EU bijhangt. Wat behelst het voorstel van de Europese
Commissie exact en zien ze de gevolgen van zo’n voorstel wel in? Eén
van die voorstellen is de Financiële Transactie Tax (FTT). De Europese
Commissie deed begin 2013 voorstellen voor de invoering van die FTT.
De Nederlandse Bank was er echter bepaald niet gelukkig mee. De FTT is
namelijk een belasting op financiële transacties tussen financiële instel-
lingen zoals bijvoorbeeld op de handel in aandelen en obligaties. Begin
2016 meldde eurocommissaris Moscovici dat een deal over een speciale
heffing op financiële transacties in tien EU-lidstaten op handen was en
dus vroeg ik de Commissie (E-000782-16): Acht de Commissie het denk-
baar dat, als gevolg van de invoering van een FTT, de beurshandel in
aandelen zich zal verplaatsen van Frankrijk en Duitsland naar het Vere-
nigd Koninkrijk, een lidstaat die niet aan de FTT deelneemt? Hoe zal het
gaan met de pensioenfondsen?

Antwoord van de Commissie: “niet de handelsplaats, maar de vestigings-


plaats van de bank is leidend”. En: “Uit de beschikbare ramingen blijkt
dat bij het merendeel van de transacties waarop FTT zou zijn verschul-
digd, financiële instellingen in eigen naam en voor eigen rekening hande-
len. Er bestaat evenwel een risico dat de kosten op de klanten worden
verhaald wanneer financiële instellingen optreden als tussenpersoon,

74
bijvoorbeeld wanneer een privépersoon een aantal aandelen wil kopen
of verkopen of een bedrijf een risico wil afdekken. Zelfs in dergelijke
gevallen zou het effect echter niet significant zijn, gezien de voorgestelde
lage belastingtarieven”. Kort samengevat: slaapt u maar lekker door. Het
gaat over zulke lage belastingtarieven! Nadrukkelijk advies aan de natio-
nale lidstaten in zo’n geval: ‘Boer, let op uw kippen!’

Tijdens de gesprekken over de tax werd gaandeweg duidelijk dat de


Europese Commissie het toejuicht als een aantal landen (‘koplopers’)
zich alvast bindt aan een voorstel, uiteraard met enthousiaste instem-
ming en goedkeuring van die Commissie, die daarmee de eigen macht
ziet toenemen. Bovendien kunnen steeds minder landen ‘nee’ zeggen
tegen een voorstel, want ‘dan missen ze de boot’. Salamipolitiek, zeg
maar. Uiteindelijk is de FTT er niet gekomen. Dat had eigenlijk wel een
humoristische reden. De Raad ging niet akkoord en waarom niet? De tax
bleek te beschadigend voor bepaalde landen met erg veel financiële
transacties! Nu moet u niet direct aan het land denken waar Juncker
vandaan komt: Luxemburg.

Turkse wiskundeboeken
In oktober 2016 deed zich een curieus geval voor betreffende het mis-
bruik van Europese fondsen. Het Turkse Ministerie van Onderwijs ver-
bood 13.000 ton aan wiskundeboeken, die ook gebruikt werden in
migrantenkampen. Deze boeken vertegenwoordigden een waarde van
circa 14,6 miljoen euro. Zij werden verboden omdat bij de opgaven voor
meetkundige berekeningen de letters F en G werden gebruikt. Deze
letters konden volgens de Turkse autoriteiten worden geassocieerd met
Fethullah Gülen; een in Turkije verboden beweging. Je verzint het niet. Ik
vroeg de Commissie (E-008007-16) wat zij hiervan vond en welk bedrag
vanuit de EU werd besteed aan onderwijs in Turkije, al dan niet aan
vluchtelingen. Antwoord: “De Commissie heeft kennis genomen van het
verbod op een enorm aantal wiskundeboeken uit ten minste negenen-
twintig drukkerijen. Er is geen EU-financiering betrokken bij het opstel-
len of drukken van dergelijke boeken. In het kader van het instrument
voor pretoetredingssteun (IPA) II is een meerjarig operationeel pro-
gramma voor ‘werkgelegenheid, onderwijs en sociaal beleid’ (2014-
2016) aangenomen, waarin voor onderwijs in totaal 50,5 miljoen euro
wordt uitgetrokken”.

75
Er is dus ruim 50 miljoen vanuit de EU beschikbaar gesteld voor onder-
wijs in Turkije, maar diezelfde EU was er dus van overtuigd dat er géén
financiering was betrokken bij het opstellen of drukken van (onderwijs)
boeken. Waarop die stellige overtuiging berustte verzweeg de EU dan
gemakshalve maar even. Een zoveelste voorbeeld van antwoorden
waarin de EU zich meester betoonde in lege, nietszeggende holle frasen.
Bepaald geen prettig gezicht. Financiële controle bij de EU? Leuk hoor,
maar daarvan trekken wij ons niets aan! Ondertussen is er weer veel
geld vernietigd.

Pensioenen
Iedereen in Nederland heeft na pensionering recht op een pensioen. Dat
is in ons land goed geregeld. De EU kijkt regelmatig verlekkerd naar de
nationale pensioenpotten en denkt: kunnen wij daar wat mee? De PVV
heeft zich altijd sterk gemaakt voor de nationale bevoegdheid over die
pensioengelden. Daarin worden wij soms gesteund door bijvoorbeeld
Pieter Omtzigt van het CDA. Jammer alleen dat ook hij altijd weer tekent
bij het EU kruisje als het aankomt op stemmen. Wat dat betreft: wel
woorden, maar geen daden.

Begin 2014 kwam Reuters met het bericht dat de Commissie de Euro-
pese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen om advies
ging vragen ‘over een mogelijk wetsontwerp om meer persoonlijk pen-
sioenspaargeld te mobiliseren voor langetermijnfinanciering’. Dat was
redelijk alarmerend en dus aanleiding voor vragen (E-001836-14): Kan
de Commissie bevestigen dat zij werkt aan een dergelijk voorstel en zo
ja, wat is daarvoor de rechtsgrondslag, gezien het feit dat de sociale
zekerheid onder de nationale bevoegdheid valt? Is de Commissie niet
met mij van mening dat een dergelijk voorstel in strijd zou zijn met het
subsidiariteitsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 5 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie?

Het antwoord kwam vrij snel en temperde de verontrusting niet: “De


Commissie kijkt momenteel, met steun van de Europese Autoriteit voor
verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA), naar verschillende moge-
lijkheden om op de eengemaakte markt de specifieke kenmerken van
individuele pensioenregelingen in aanmerking te nemen. EIOPA heeft op
19 februari 2014 een voorlopig verslag over individuele pensioenen

76
ingediend bij de Commissie. Daarin wordt aandacht besteed aan de
maatregelen op prudentieel en consumentenbeschermingsgebied die
vereist zijn om een eengemaakte markt voor individuele pensioenen op
te zetten. De Commissie bestudeert dit verslag zorgvuldig voordat zij
over eventuele verdere stappen beslist. Volgens het subsidiariteits-
beginsel hebben de lidstaten de volledige verantwoordelijkheid voor het
organiseren van hun nationale pensioenstelsel, ook wat de rol van indi-
viduele pensioenen daarin betreft. Een eventueel Commissie-initiatief op
dit gebied zal daaraan niet tornen.”

Tot zover denk je: dat klopt en stelt gerust. Pensioenbeleid valt onder de
bevoegdheid van de nationale lidstaat en daarmee heeft de EU niets te
maken. Maar de Commissie was nog niet klaar met reageren: “Wat
betreft pensioenen als onderdeel van het sociale zekerheidsstelsel is
artikel 153, lid 4, VWEU er duidelijk over dat de lidstaten de exclusieve
bevoegdheid hebben om de fundamentele beginselen van hun sociale
zekerheidsstelsel vast te stellen en te bepalen op welke wijze de pen-
sioenen zijn georganiseerd. Indien pensioenen echter door financiële
instellingen worden verstrekt, zijn de in het VWEU vastgelegde vrijheden
van toepassing, alsmede mogelijke secundaire wetgeving van de EU.”

Laten nu met name de Nederlandse pensioenfondsen daaronder vallen!


Ons nationale pensioenstelsel wordt primair namelijk gevormd door de
AOW, die door de overheid (het ‘sociale zekerheidsstelsel’) wordt ver-
zorgd. Daarnaast hebben we echter als ‘tweede pijler’ van onze oude-
dagsvoorziening de pensioenfondsen, die zijn ondergebracht bij finan-
ciële instellingen! Deelname aan zo’n fonds is doorgaans gerelateerd aan
een arbeidsverhouding bij een werkgever. Daartoe betaal je verplicht
een pensioenpremie. Ons nationale pensioenstelsel kent een relatief
grote tweede pijler. De AOW (overheid) financiert ongeveer 50%, de
tweede pijler circa 45% van de totale pensioenen. Daarop aast de EU nu
dus open en bloot. ‘Boer, pas op je kippen’.

77
6. Big Brother is watching you

“De Unie treedt toe tot het Europees Verdrag tot bescherming van de
rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.”
- Artikel 6.2, Verdrag betreffende de Europese Unie.

Op 17 januari 2018 sprak ik de volgende tekst uit in het Europees Parle-


ment: “Voorzitter, Brussel heeft schrikbarend weinig vertrouwen in de
kiezer en ziet dus niet zoveel in democratie. Alleen maar lastig, al die
wisselende voorkeuren. En daarom zijn we op weg naar Europese cen-
suurwetten. Doodeng. Dit gaat niet goed aflopen, niet voor de media, niet
voor de burger, niet voor de vrijheid van meningsuiting.”
Slechts luttele minuten na mijn toespraak kwam Esther de Lange (CDA)
in hetzelfde debat met de volgende opmerking: “Ik wil weten van de
Europese Commissie hoe we anonimiteit op het internet kunnen aan-
pakken.”

Ik was stil. Hoe kon iemand die is opgevoed in het vrije denken in Neder-
land, die daarvan ongetwijfeld had genoten en die toch ook wel eens een
kiezer ontmoette, aan de Europese Commissie vragen om Das Leben der
Anderen te implementeren? Een politica die, na jaren in het vak, niet

78
begrijpt dat de burger de macht controleert en niet andersom. Dat het
publieke debat met open vizier wordt gevoerd, juist omdat de burger jou
als politicus moet kunnen controleren, en dat anonimiteit een recht is
van de burger. Is het ooit in de geschiedenis voorgekomen dat het positief
uitpakt als een overheid alles weet van de burger? Als iemand uit Neder-
land al zo denkt, waar heb ik dan nog een medestander? Ik heb mijn
spullen gepakt en ben de plenaire zaal uitgelopen. Gelukkig pikte de
website GeenStijl het even later op.

Wie meent dat de EU het goede met de burger voorheeft moet dit hoofd-
stuk maar niet lezen. Niet gezond voor de gemoedsrust. Hoewel de leden
van het Europees Parlement gekozen worden middels verkiezingen geldt
dat niet voor de Europese Commissie. De leden van de Europese Raad
(regeringshoofden, ministers) kunnen met enige reserve nog een demo-
cratisch mandaat worden toegedicht, maar die Commissie… die heeft
geen enkel democratisch trekje. De kandidaat-leden worden door de lid-
staten voorgedragen en vervolgens op de onderzoeks-grill van het
Europees Parlement gelegd. Wie bent u, wat wilt u en waarom wilt u
eurocommissaris worden? Dat zijn de standaardvragen. Er kunnen ook
andere zaken spelen, zoals mogelijke belangenverstrengeling. Dat
speelde bij Neelie Smit-Kroes, maar ook bij diverse andere kandidaten.

Umwertung aller Werte


Er zijn zelfs wel eens kandidaten afgevallen naar aanleiding van die
ondervragingen door het EP. Bepaald niet altijd om vragen aangaande
transparantie, zakelijke belangen of vakinhoudelijke zaken. Er werden
ook kandidaten afgeschoten omdat ze te conservatief waren of van de
verkeerde politieke partij (volgens het EP dan). De Italiaanse kandidaat
Buttiglione (christendemocraat) trok zich in 2004 bijvoorbeeld terug
toen duidelijk werd dat er onvoldoende steun voor hem was. Hij had
uitspraken gedaan over homoseksuelen en verklaard ‘dat kinderen ook
een vaderfiguur nodig hebben die deelt in de opvoeding van de kinde-
ren’. Iedere politicus heeft recht op een privé-mening, maar volgens de
liberalen in het EP geldt dat alleen voor diegenen die in hun ogen de
‘correcte’ mening hebben. Kandidaat-eurocommissaris Violeta Bulc
(Transport) daarentegen kon gerust benoemd worden namens Slovenië.
Naast een master in informatietechnologie bleek zij een opleiding tot

79
shaman te hebben en was ‘getraind vuurloper’. Haar interesse voor tech-
nologie betrof ook die van ‘energetische krachten’. Het kan verkeren.

Over die privé-mening gesproken. U mag uiteraard stemmen op elke


partij die u wilt. Dat is democratisch zo vastgelegd. Dat wil echter niet
zeggen dat de EU blij is als u op de –in haar ogen- verkeerde partij stemt.
Een partij die niet zo enthousiast is over de EU bijvoorbeeld. Of die de
islam als een gevaar voor het vrije Westen ziet. Of die van transparantie
houdt en achterkamertjes het liefst openbreekt. Dat is in de ogen van de
EU ‘populistisch’ en dus gevaarlijk. Houdt u van uw land? Dat is eng.
Denkt u niet in huidskleur, maar heeft u oog voor iedereen die mishan-
deld wordt, ongeacht die kleur? Daar moet een roomblank luchtje aan
zitten! U bent niet blij als christendemocraten en socialisten alles weer
eens hebben dichtgetimmerd bij stemmingen, waardoor goede en zin-
volle voorstellen afgeschoten worden, louter en alleen om de partij-
politieke belangen? Dan hoort u eigenlijk niet thuis in het Europees
Parlement. Dan bent u een tikje ondemocratisch. En zo is de EU voort-
durend bezig met de Umwertung aller Werte. Middels een geheel nieuwe
invulling van woorden wordt beleid vormgegeven dat er aan de buiten-
kant best aardig uit ziet, maar inhoudelijk aan alle kanten rammelt en
regelmatig zelfs gevaarlijk is voor de democratie in het algemeen.

EU propaganda
De EU gaat veel verder dan zorg over uw afwijkende stemgedrag. Bleef
het daar maar bij. Er wordt bijvoorbeeld veel geld vrijgemaakt in de
begroting voor ‘public relations en voorlichting’ richting de burger. Dat
gaat zelfs zover dat lessen op middelbare scholen worden gefinancierd.
De Europese Commissie geeft geld aan onderwijsprogramma's over de
Europese Unie. Het doel van deze programma's is niet het geven van
algemene neutrale informatie, maar het stimuleren van verdere Euro-
pese eenwording. De Commissie geeft in totaal ruim 318 miljoen euro uit
aan het zogenaamde Jean Monnet-programma, dat de basis vormt voor
deze eenzijdige propaganda. Sterker nog: de EU runt eigen Europese
scholen! Geheel en al door uw geld betaald. Er is een speciaal EU-
stripboek voor kinderen en ooit werd een korte promotiefilm gemaakt
voor vertoning in de bioscopen die 800.000 euro kostte. Verder runt de
EU een eigen tv-kanaal (EuroparlTV) en journalisten die positief willen
berichten over de EU zijn van harte welkom. Er staan gratis allerlei

80
faciliteiten voor hen klaar. De reis- en verblijfskosten worden door de EU
betaald. Dank u wel, alstublieft.

Bij ieder gesubsidieerd project in Europa wordt een groot bord geplaatst
met gouden sterren. Er is een speciaal EU museum ingericht naast het
gebouw van het Europees Parlement, waar de lof wordt bezongen van de
EU. Zo is er een gedeelte over de verschrikkingen van de twee wereld-
oorlogen, met een expliciete waarschuwing erbij dat dit teweeg werd
gebracht door nationalisme. Het museum wordt ook wel het mausoleum
van Gert Pöttering genoemd; christendemocratisch oud-voorzitter van
het EP. De kostenoverschrijdingen bij de bouw van het museum waren
legendarisch, hoewel de voorzitter van de Begrotingscommissie ook in
het bestuur van het museum zat. Het kan allemaal bij de EU. Over grote
belangenverstrengeling moeten we het maar niet hebben.

Wil je jongeren aan je binden als pro-EU stemmer? De Commissie weet


er wat op! Eurocommissaris Bulc (die ja) stelde eind 2016 voor om
iedere 18-jarige een ‘gratis’ Interrail kaart te geven om kriskras door
Europa te kunnen reizen. Het Duitse journaal berekende even snel dat
als pakweg de helft van de Duitse jongeren daarvan gebruik zou maken,
dit 1,7 miljard euro per jaar zou kosten. Mijn vraag (E-007617-16) over
wie de rekening daarvoor betaalt werd keurig nietszeggend beant-
woord: “Zoals besproken tijdens de plenaire zitting van het Europees
Parlement op 4 oktober 2016, staat de Commissie open voor nieuwe
ideeën om de mobiliteit van jongeren te bevorderen. Zij heeft echter
reeds aangegeven dat een aantal aspecten verder moet worden geana-
lyseerd. Bij haar analyse zal de Commissie de verschillende opties en de
kosten daarvan afwegen, gekoppeld aan de vraag welke middelen er
beschikbaar zijn om die kosten te financieren. Zij zal het Europees
Parlement op de hoogte houden van de ontwikkelingen op dit gebied”.
Geen idee hoe het betaald moet worden, maar het is een leuk ‘nieuw
idee’! Dat die jongeren enthousiast worden over de EU is toevallig mooi
meegenomen, nietwaar?

Geld speelt dus geen rol bij de zelfbewieroking van de EU. Wat echter
meer zorgen baart is het gegeven dat de EU u als eurocriticus en tegen-
stemmer steeds meer in de gaten gaat houden. Big Brother is watching
you, zeg maar.

81
Waar zijn we vandaag allemaal geweest, mevrouwtje?
Als europarlementslid heb ik het recht op privacy hoog zitten, en dat is
nou eens een keer een positie die binnen de EU gewaardeerd zou moe-
ten worden. Immers: in het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens (geen EU-verdrag! Europa betekent hier voor de verandering eens
echt Europa) wordt het recht op privacy een fundamenteel recht
genoemd. Dit EVRM is als annex aan het Verdrag van Lissabon toege-
voegd en is daarmee voor de EU bindend. Je zou dus verwachten dat
privacy een leidend beginsel is voor de Europese Commissie. Helaas.

Op een dag lag bij mij op tafel het e-Call verhaal; een GPS systeem dat
verplicht in iedere auto in de EU ingebouwd moet worden en dat niet
uitgezet mag worden. Er wordt geen informatie over aan de autorijder
verstrekt. De Europese Commissie zat alvast te fantaseren over ‘nieuwe
diensten’ die bedrijven zouden kunnen aanbieden door live automobi-
listen overal te volgen. Officieel was eCall een systeem om automatisch
de hulpdiensten te bellen als een airbag af zou gaan. Het Europees Parle-
ment stemde echter vóór eCall, maar tégen een verplichte hulpdienst om
daarop te reageren. So far voor de ‘hulpdiensten’ smoes.

Ik verzette me er dus fel tegen, noemde het ‘the biggest blow against
privacy’ en stelde vragen. Het leverde eCall een nominatie op voor een
Belgische privacy award. In juni 2013 al stelde ik vragen (E-007168-13)
over eCall: Is de Commissie van mening dat de instelling van een alge-
mene verplichting om voertuigen met een dergelijk systeem uit te rusten
verenigbaar is met de keuzevrijheid waarover consumenten op een vrije
markt beschikken? Deelt de Commissie in dit opzicht de mening dat bij
de instelling van een algemene verplichting niet voldoende rekening
wordt gehouden met de gevoeligheid van privacy en de gevolgen voor
gegevensbescherming? Hoe kan de Commissie waarborgen dat het
systeem alleen functioneert in geval van een ernstig ongeval? Wat is
trouwens ‘een ernstig ongeval’? En kan de Commissie toelichten wat ‘de
minimaal vereiste informatie’ behelst die het systeem doorgeeft? Is de
Commissie zich bewust van het feit dat diverse soorten gegevens door
het eCall-systeem kunnen worden verzameld, met inbegrip van de tijd
van vertrek en aankomst, de plaats van vertrek, rijpatronen, veelge-
bruikte routes, frequent bezochte websites, en geluiden in de auto, inclu-
sief de stemmen van de inzittenden? Deelt de Commissie de mening dat

82
het eCall-systeem in plaats van auto's, veeleer personen zal volgen, en dat
het systeem daarom de grootste klap zal betekenen die ooit aan privacy
en gegevensbescherming is toegebracht?

De Commissie reageerde bij monde van destijds eurocommissaris Kroes:


“De voorschriften inzake bescherming van de privacy en gegevens-
bescherming zijn vastgesteld in artikel 6 van het voorstel voor een
verordening van de Commissie. Met de minimuminformatie wordt de
‘minimumreeks van gegevens’ (MSD) bedoeld die door het eCall-
boordsysteem wordt doorgezonden aan de publieke alarmcentrale
(PSAP) overeenkomstig de desbetreffende norm. De verplichte MSD-
velden betreffen de activeringswijze (automatisch of manueel), de
voertuigidentificatie, het voertuigtype en de wijze van aandrijving, de
tijdaanduiding, de rijrichting van het voertuig, de huidige en twee vorige
posities en het aantal inzittenden. Het eCall-boordsysteem verzamelt of
zendt geen andere gegevens door; het systeem treedt enkel in werking
bij een ongeval of wanneer het manueel wordt ingeschakeld, zodat er
geen trackingprivacyprobleem is. Informatie over de automatische acti-
vering is te vinden in de desbetreffende norm.” Kortom: maak u niet
druk. Onze verordeningen en normen beantwoorden aan alle privacy
voorschriften. Dat het Verdrag voor de Rechten van de Mens en daarmee
het expliciete recht op privacy niet eens genoemd worden geeft absoluut
te denken. De EU omarmt privacy zeker niet volledig.

Algemene Wet Gegevensbescherming


De Europese Commissie is zeker ook geen fan van gegevensbescherming.
De Algemene Wet Gegevensbescherming (AVG, ook wel GDPR, de
Engelse afkorting) is in de praktijk voor grote bedrijven als Google en
Facebook een lachertje. Er is zelfs speciaal een lek in de wet geregeld.
Alles mag worden verzameld en doorverkocht als het maar om een
bedrijfsbelang gaat. Toen deze wet op tafel kwam heb ik op een gegeven
moment de organisatie Bits of Freedom gebeld. Ja, ze zagen de problemen
en stuurden graag iemand om met me te praten. Een mevrouw kwam
langs en bleek ter zake kundig. We kwamen in een discussie terecht over
naamregistraties, wat privacy betekent, of fundamentele rechten zich
eigenlijk wel verhouden tot beperking daarop (wat is er dan nog funda-
menteel aan, nietwaar?) en hoe het toch kwam dat de wet in artikel 6
een afweging maakte tussen bedrijfsbelang en het recht op privacy.

83
Ik bleek rechter in de leer dan de mevrouw en daarmee Bits of Freedom.
Ik zag niet hoe een niet-fundamenteel bedrijfsbelang boven een funda-
menteel recht op privacy kon staan. Ik besloot dat de hele AVG me niet
aanstond, niet alleen omdat een keurige Nederlandse wet werd ver-
vangen en Nederland er dus nooit meer wat over te zeggen zou hebben,
maar ook omdat het begrip bedrijfsbelang zo prominent was. Facebook
heeft als ‘bedrijfsbelang’: alles van jou te weten te komen en deze EU-
privacywet beschermt, door dat expliciet te noemen, het privacy-
schendende bedrijf.
Groot was dan ook mijn initiële verbazing toen Bits of Freedom in de
aanloop naar de Nederlandse verkiezingen voor het Europees Parlement
de PVV in haar kieswijzer als slechtste keuze voor privacy noemde en
het CDA, dat nooit voor privacy had gekozen, juist als goed! Ik belde boos
-om niet te zeggen woedend- Bits of Freedom, maar ondanks de eerdere
gesprekken gaven ze niet thuis. Het is heel jammer dat organisaties, die
op zich lovenswaardige doelen nastreven, uiteindelijk terugvallen op
linkse reflexen die hun eigen zaak schaden. Als het erop aankomt ziet
ook Bits of Freedom liever de eigen agenda omvallen dan de PVV aan de
macht.

De pop die alles van je kind weet


In maart 2017 deed zich een vrij bizarre zaak in Duitsland voor, waar-
over ik vragen stelde. In die lidstaat werden ‘My friend Cayla’-poppen
geweerd van de Duitse markt vanwege privacy issues. De pop bevatte
een microfoon, die de opnames van de jonge eigenaren doorstuurde naar
een softwarebedrijf dat ‘biometrische oplossingen’ verkoopt aan politie
en leger. De bluetoothverbinding die de pop gebruikte was niet bevei-
ligd, waardoor onbekenden gemakkelijk contact konden maken met de
pop. Alles wat de kinderen tegen de pop zeiden terwijl die online was,
werd doorgestuurd naar het bedrijf ‘Nuance Communications’, gespecia-
liseerd in spraakherkenning. De ontvangen informatie en persoonlijke
gegevens mochten volgens hen gedeeld worden met derde partijen en
voor allerlei doelen gebruikt, inclusief gerichte reclames. Ja, u leest het
goed! Mijn vragen (E-001901-17) waren vrij logisch: Hoe beoordeelt de
Commissie de beslissing van Duitsland in het kader van de interne markt
en mag zo'n verbod worden ingevoerd? Zo ja, is de pop dan ook in de
hele EU verboden of mogen deze producten wel op de interne markt

84
worden verkocht? En hoe verhoudt de productie van dit soort afluister-
apparaten en de verkoop van de daarmee verkregen gegevens van
minderjarigen zich tot de Europese wetgeving, met name op het gebied
van privacy? In hoeverre moeten kopers eigenlijk op de hoogte zijn van
deze afluisterpraktijken?

Namens de Commissie antwoordde eurocommissaris Jourová (Justitie,


Consumentenrechten en Gendergelijkheid): “De aspecten van producten
die niet onder de harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, kunnen
onder de nationale wetgeving vallen als de bescherming van gerecht-
vaardigde openbare belangen in het geding is, overeenkomstig de artike-
len 34 en 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie. De Commissie is van mening dat een nationale maatregel als de
onderhavige, waarbij een product wordt verboden omdat bepalingen
van de nationale telecommunicatiewetgeving worden geschonden die
gericht zijn op de bescherming van het telecommunicatiegeheim, dus in
overeenstemming met de artikelen 34 en 36 van het Verdrag kan zijn.
Elke verwerking van persoonsgegevens die onder de EU-regels voor
gegevensbescherming valt, inclusief de verwerking van persoonsgege-
vens via toestellen, producten enzovoort, moet aan deze regels voldoen,
en met name aan de beginselen inzake verwerking (specifieke doel-
einden, accurate gegevens, bewaring), de gronden voor rechtmatige
verwerking (bijvoorbeeld toestemming, contract, wetgeving), de rechten
van betrokkenen (bijvoorbeeld het recht om te worden geïnformeerd
over de vraag wat er met zijn/haar persoonsgegevens gebeurt) en de
verplichtingen van verwerkingsverantwoordelijken ten aanzien van
deze gegevens (bijvoorbeeld om de gegevens te beveiligen). Hieruit volgt
dat er duidelijke verplichtingen en rechten voortvloeien uit de EU-
wetgeving voor gegevensbescherming, indien na een beoordeling op
nationaal niveau wordt geconcludeerd dat de EU-regels voor gegevens-
bescherming van toepassing zijn op een verwerking als die welke het
geachte Parlementslid hier te berde brengt“.

Kort samengevat: de EU heeft regelgeving. Hieraan moeten lidstaten


gevolg geven. Als een lidstaat constateert dat EU-regels worden
overtreden dan mag nationaal opgetreden worden tegen een product,
maar de lidstaat gaat daar niet over op grond van haar nationale
wetgeving. Duidelijk wordt tussen de regels aangegeven dat de EU

85
regelgeving leidend is. De EU bepaalt dus de regels inzake privacy en
gegevensbescherming. Die EU doet echter niets, want die loopt niet zo
warm voor de bescherming van privacy. Dat is eigenlijk best wel
beangstigend voor zo’n fundamenteel recht als het recht op privacy.

Beveiliging tegen cyberaanvallen


Een kwestie die hiermee direct verband houdt deed zich voor in juni
2017. Het is een belangwekkende zaak, omdat de Commissie duidelijk
maakte hoe de verhouding EU-lidstaat is inzake privacy, gegevens-
bescherming en zelfs hacken van apparaten. Wat mag Nederland als
lidstaat wel en wat niet zelfstandig bepalen op dit gebied? Op 14 juni
2017 nam de Tweede Kamer een SP/D66-motie aan waarin de Neder-
landse regering werd opgeroepen om consumenten en bedrijven te
beschermen tegen slecht beveiligde internet-of-things (iot)-apparatuur
(‘slimme apparaten’). De kamer vroeg de regering om te onderzoeken
welke eisen de overheid mag stellen aan de beveiliging. Ook wilde de
kamer weten hoe de Nederlandse overheid deze eisen kan afdwingen bij
fabrikanten van iot-apperatuur. Ik wilde helder krijgen hoe de Commis-
sie tegen deze ‘nationale’ motie aankeek en stelde de volgende vragen
(E-003977-17): Hoe beoordeelt de Commissie het stellen van extra eisen
door de Nederlandse overheid aan de beveiliging van iot-apparatuur
tegen hacken of cyberaanvallen? Is het stellen van extra beveiligings-
eisen door de Nederlandse overheid aan iot-apparatuur in overeenstem-
ming met de interne markt van de EU?

Het antwoord verontrustte mij nogal: “Om te voorkomen dat maatrege-


len worden vastgesteld die niet in overeenstemming zijn met de EU-
wetgeving, is in Richtlijn (EU) 2015/1535(3) bepaald dat de lidstaten de
Commissie en de overige lidstaten voorafgaand aan de goedkeuring
ervan in kennis moeten stellen van ieder ontwerp voor een technisch
voorschrift, en dat zij de goedkeuring van een ontwerp voor een tech-
nisch voorschrift ten minste drie maanden moeten uitstellen, te rekenen
vanaf de datum van ontvangst van de mededeling door de Commissie.
Pas in dat stadium zou de Commissie overwegen om opmerkingen te
maken over de voorgestelde bepalingen, in het bijzonder wanneer het
voorgestelde technische voorschrift of de voorgestelde normalisatie het
vrije verkeer van goederen in de Europese Unie zou beperken”.

86
De Commissie zegt hier luid en duidelijk dat het een lidstaat vrij staat om
moties en voorstellen aan te nemen, maar dat dit nog lang niet wil zeg-
gen dat die goedgekeurd worden door de EU. Een lidstaat moet ieder
‘ontwerp’ eerst voorleggen en pas als er geen bezwaar tegen is dan mag
het. Opnieuw zien we hier dat –juist op het gebied van de bescherming
van privacy en gegevens- de EU het primaat neemt. Meest ernstige
conclusie: een lidstaat kan hoog en laag springen, maar is onderworpen
aan de goedkeurende grillen van de EU.

Wat Sonos doet mag helemaal niet


Eurocommissaris Jourová schittert in nog een ander antwoord dat ik
kreeg op vragen, dit keer inzake producent Sonos. The Register meldde
op 22 augustus 2017 dat het bedrijf Sonos geen updates voor haar
speakers meer toezond aan klanten die weigerden haar nieuwe privacy-
reglement te accepteren. Sonos stelde zich op het standpunt dat deze
data ‘nodig waren om gebruikerservaringen te kunnen meten’. Erger
was dat bij weigering van dat nieuwe privacyreglement de gebruiker
geen software-updates van Sonos meer kreeg. De argumentatie van
Sonos daarvoor was dat ‘er onderscheid is tussen het eigenaarschap van
fysieke goederen en de voorwaardelijke toegang van een klant tot de
digitale component’. Dat een ‘fysiek goed’ niet of minder goed werkt
door het niet ontvangen van de ‘digitale component’ was Sonos kennelijk
worst. De voorwaarde om updates te ontvangen was blijkbaar de bereid-
heid van de klant om zijn privacy op te geven. Dat vond ik een ernstige
ontwikkeling. Vragen (E-005443-17) gingen dus direct de digitale deur
uit: Vindt de Commissie dat een leverancier -na verkoop- de voorwaar-
den voor het gebruik van de door hem geleverde goederen mag wijzigen,
met als chantagemiddel het niet optimaal houden van de werking van de
door hem geleverde goederen? En vindt de Commissie dat de opvatting
van Sonos, dat een klant geen eigenaar is van door hem gekochte digitale
goederen, strookt met het onbelemmerd bezit van een goed dat vrij mag
worden verhandeld in een eengemaakte markt?

Jourová gaf een opmerkelijk duidelijk antwoord: “Krachtens Richtlijn


2002/58/EG(3) is de opslag van informatie of het verkrijgen van toe-
gang tot informatie die reeds is opgeslagen in de eindapparatuur van een
gebruiker, alleen toegestaan op voorwaarde dat de betrokken gebruiker
zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend overeenkomstig de

87
Richtlijn 95/46/EG(4). De algemene verordening gegevensbescherming
verduidelijkt dat er geen sprake is van vrijelijk verleende toestemming
indien de betrokkene geen echte of vrije keuze heeft of zijn toestemming
niet kan weigeren of intrekken zonder nadelige gevolgen. … Bedingen die
door de verkoper in zijn standaardovereenkomst zijn opgenomen en die
het evenwicht tussen de rechten en plichten van de partijen aanzienlijk
verstoren ten nadele van de consument, kunnen op grond van Richtlijn
93/13/EEG(6) door een nationale instantie of rechtbank als oneerlijk en
dus niet-bindend worden beschouwd”. Wat Sonos deed was dus niet
toegestaan! Een consument kon op nationaal niveau naar de rechter
stappen om Sonos aan te klagen. En feitelijk iedere producent die zich op
gelijke wijze misdroeg.

EU: geen garantie op gegevensbescherming


Helemaal bont maakte de Chinese producent Lenovo het. Die werd eind
2017 in de VS veroordeeld tot het betalen van USD 3,5 miljoen boete
voor het installeren van malware en adware (Superfish) op zijn laptops,
zonder de kopers/klanten daarvan op de hoogte te stellen. Daarmee
maakte Lenovo zich schuldig aan computervredebreuk door er moed-
willig voor te zorgen dat zijn computers niet veilig waren voor gebrui-
kers en bovendien kwetsbaar voor cyberaanvallen. Vragen (E-005922-
17)! Lenovo is een speler op de Europese interne markt. Is Superfish ook
geïnstalleerd op pc's van Lenovo die in de EU worden verkocht? Hoe ver-
houdt de geïnstalleerde malware zich tot het recht op privacy in de EU?

Het antwoord van de Commissie gaf bepaald geen reden tot vreugde, laat
staan dat het bezorgdheid wegnam: “De kwestie die door het geachte
Parlementslid onder de aandacht wordt gebracht, is zeer verontrustend
voor de duizenden consumenten die laptop personal computers (pc’s)
hebben gekocht van Lenovo, momenteel de grootste leverancier van pc’s
ter wereld. De Commissie is echter niet in het bezit van alle feiten met
betrekking tot de Amerikaanse rechtszaak en kan zich er daarom niet
over uitspreken. … De algemene verordening gegevensbescherming
(GDPR) is op 24 mei 2016 in werking getreden. Elke onderneming dient
als verwerkingsverantwoordelijke onder andere het concept van
gegevensbescherming door ontwerp en gegevensbescherming door
standaardinstellingen in praktijk te brengen. Bovendien zijn aan de
GDPR onderworpen ondernemingen verplicht om in geval van een

88
inbreuk in verband met persoonsgegevens onverwijld de toezichthou-
dende autoriteit en in sommige gevallen de betrokkenen in kennis te
stellen van de inbreuk. Om de situatie te verbeteren, moedigt de Com-
missie ‘security by design’ aan, maar er is geen waterdichte garantie die
consumenten tegen malware beschermt”. De Commissie zei met zoveel
woorden dat een Chinese producent, die niet onder de GDPR valt, mag
doen en laten wat zij wil. Er is ook géén ‘waterdichte garantie’ aan con-
sumenten te geven inzake bescherming van zijn of haar gegevens. Oei.

Free Speech: twitter, facebook, haatzaaien


Artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens meldt:

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat
de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of
denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van
enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet
radio- omroep-, bioscoopof televisieondernemingen te onderwerpen
aan een systeem van vergunningen.
2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijk-
heden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde
formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet
zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk
zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of
openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en straf-
bare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de
bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de
verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om
het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te
waarborgen.

Waar ligt –wat de EU betreft- de grens tussen vrijheid van meningsuiting


en overschrijding daarvan? Die vraag kwam aan de orde toen de Duitse
advocaat en blogger Joachim Steunhöfel cliënten bij ging staan die te
maken kregen met verwijdering of tijdelijke blokkade van hun Facebook
account. Van deze geblokkeerde teksten maakte hij een ‘wall of shame’.
Steunhöfel maakte zich zorgen over het voornemen van de Duitse minis-
ter Heiko Maas om internet te ontdoen van ‘hate speech’. Het probleem
hierbij is dat niemand precies weet wat dat inhoudt. Haat is immers wat

89
de regering ervan maakt; daardoor verkeren mensen in onzekerheid
over wat zij wel en niet mogen plaatsen. Zo werd bijvoorbeeld wel de
volgende uitspraak verboden: „Wat geloven jullie, wie bedrijft hier
islampolitiek; de sociaaldemocraten of de salafisten?”, maar de volgende
uitspraak werd toegestaan: “Zionistische hoerenzonen, dat zijn degenen
die vergast moeten worden. F*ck Israël, wat Hitler met jullie gedaan
heeft, is nog niks.”

Ik besloot hierover vragen te stellen (E-003935-17): Wat vindt de Com-


missie van de steeds verdere beperking van de vrijheid van menings-
uiting en van drukpers in een lidstaat van de EU? Strookt deze beperking
volgens de Commissie met de Europese waarden; in het bijzonder met
de waarden: vrijheid en democratie, met als kenmerk pluralisme? Gezien
de lijst van toegestane en verboden Facebookteksten, vindt de Com-
missie dat de vaststelling welke uitspraken vallen onder ‘hate speech’
gebaseerd is op politieke keuzes?

De Commissie greep in haar beantwoording terug op het bewuste artikel


10 EVRM: “Het recht op vrijheid van meningsuiting is verankerd in
artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Volgens de
rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geldt dit
recht niet alleen voor ‘informatie’ of ‘ideeën’ die met instemming worden
ontvangen of als onschadelijk of onbelangrijk worden beschouwd, maar
ook voor alle informatie en ideeën die de staat of een bevolkingsgroep
schokken, verontrusten of beledigen. Het kaderbesluit inzake de bestrij-
ding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingen-
haat door middel van het strafrecht verplicht de lidstaten ertoe het
opzettelijk publiekelijk aanzetten tot geweld of haat jegens een groep
personen, of een lid van die groep, die op basis van ras, huidskleur,
godsdienst, afstamming, dan wel nationale of etnische afkomst wordt
gedefinieerd, strafbaar te stellen. Het kaderbesluit, dat volledig in over-
eenstemming is met de rechtspraak van het Europees Hof voor de
rechten van de mens, geldt zowel op het internet als in de wereld offline.
Facebook, Microsoft, Twitter en YouTube zijn samen met de Commissie
op 31 mei 2016 een gedragscode overeengekomen om kennelijk illegale
haatuitingen op het internet, zoals omschreven in het nationale straf-
recht dat in uitvoering van het kaderbesluit is vastgesteld, aan te pakken.
Dit betekent dat alle soorten uitingen die beschermd zijn door het recht

90
op vrijheid van meningsuiting dat in het Handvest van de grondrechten
van de EU is verankerd, niet worden weggehaald op basis van de ge-
dragscode. IT-platformen kunnen echter ook besluiten om content te
verwijderen die niet illegaal is maar die indruist tegen hun eigen regels
en community-richtsnoeren (bv. naaktheid of andere zaken). Dergelijk
beleid inzake verwijdering valt alleen onder de contractuele relatie
tussen het IT-platform en de individuele gebruiker”.

Een lange en belangrijke inhoudelijke uitspraak van de EU. Uitlatingen


die on- of offline gedaan worden en die ‘opzettelijk publiekelijk aanzet-
ten tot geweld of haat’ moeten strafbaar worden gesteld. Daarin zullen
bijna alle burgers zich kunnen vinden. Dat is ook de lijn die de Neder-
landse rechtspraak grosso modo aanhoudt. Daarnaast kunnen digitale
platforms uitlatingen (‘content’) verwijderen die ‘indruist tegen hun
eigen regels’. De EU heeft daarover geen zeggenschap, zo blijkt, want ‘dat
valt onder de contractuele relatie tussen het platform en de individuele
gebruiker’. Dat klinkt logisch.

Twittergebruikers kunnen een aanvraag indienen voor een zogenaamde


‘verified account’. Handig, want zo weet de bezoeker direct dat dit de
account is van een ‘echt’ iemand met die naam en geen nep-account. Op
sociale media bestaan dan ook de nodige van die ‘fakes’. Met een blauw
vinkje kan men zien dat het account echt is. Eind 2017 kwam de VRT
echter met het nieuws naar buiten dat de Belgische partij Vlaams Belang
en partijvoorzitter Tom Van Grieken geen blauw vinkje meer hadden,
wat zij voordien wél hadden. Twitter kwam met een verklaring: ‘het
beleid inzake geverifieerde profielen was aangepast’. Redenering was
dat men die ‘verified accounts’ met het blauwe vinkje zou zien alsof
Twitter deze goedkeurde of dat iemand als belangrijk werd beschouwd.
Bovendien waren plotseling ook ‘enkele blauwe vinkjes verdwenen bij
mensen die indruisen tegen het gebruikersbeleid van Twitter’.
Opmerkelijk genoeg betrof het vooral accounts van rechts-populistische
politici. Mijn gedachte: alsof de posterijen kunnen worden aangesproken
op de inhoud van verzonden brieven! Grotere zorg was dat iedereen
vervolgens onder de naam van de getroffen politici tweets kon plaatsen,
dus ook kwaadwillenden. Daardoor werd de kans op het door de EU zo
verfoeide verspreiden van ‘nepnieuws’ vergroot. Bovendien tastte de
handelswijze van Twitter de informatievoorziening van democratisch

91
gekozen politici aan en tastte zij het vertrouwen van de burger in de
democratie aan.

De vragen (E-007071-17) waren dan ook: Hoe beoordeelt de Commissie


deze aanpassing van de verificatieprocedure door Twitter? Is de Com-
missie voornemens in te grijpen in deze verstoring van het vertrouwen
van de burger in de democratische beleidsvorming binnen de EU? De
Commissie antwoordde: “Op basis van de beschikbare informatie is de
Commissie van mening dat de keuze van Twitter om de verificatie-
procedure voor gebruikersaccounts aan te passen geen inbreuk vormt
op het EU-recht. Wat betreft het risico dat niet-geverifieerde accounts
kunnen worden gebruikt om zich als iemand anders voor te doen met
het oog op de verspreiding van nepnieuws, beperkt de Commissie zich
tot de opmerking dat de gebruiksvoorwaarden van Twitter voorzien in
de mogelijkheid voor gebruikers om dergelijke gevallen te melden en het
platform om corrigerende maatregelen te verzoeken, ongeacht of een
account geverifieerd is”.

Met andere woorden: Twitter mag doen en laten wat zij wil. Dat is in
principe in lijn met wat de Commissie schreef over Facebook: het is een
overeenkomst tussen het platform en de gebruiker en geen zaak van de
EU. Maar de EU vervolgde: “Met betrekking tot de algemenere kwestie
inzake de mechanismen die de verspreiding van desinformatie via het
internet vergemakkelijken, heeft de Commissie op 13 november 2017
een initiatief opgestart om dit complexe fenomeen aan te pakken en is zij
begonnen met een grondig onderzoeks- en raadplegingsproces. In dit
kader krijgen internetplatforms, burgerorganisaties, nieuwsagentschap-
pen, omroeporganisaties, burgers en regeringsvertegenwoordigers de
gelegenheid om zich uit te spreken en oplossingen aan te reiken die in
overeenstemming zijn met fundamentele beginselen zoals de vrijheid
van meningsuiting en het pluralisme van de media, die zijn neergelegd in
het Handvest van de grondrechten en op coherente wijze moeten
worden toegepast in de hele EU. Dit zal de Commissie helpen om de
doeltreffendheid van de tot dusver getroffen maatregelen van markt-
deelnemers en andere belanghebbenden te beoordelen en uit te maken
welke bestaande activiteiten moeten worden uitgebreid of op welke
gebieden nieuwe acties moeten worden ondernomen”. Het was de
voorbode van nog veel meer verontrustend nieuws.

92
Vrijheid van meningsuiting
Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt
op zodanige wijze geïnterpreteerd dat de vrijheid van meningsuiting niet
alleen betrekking heeft op ‘inlichtingen’ of ‘denkbeelden’ die als onschul-
dig worden beschouwd maar ook op uitlatingen die de Staat of een deel
van de bevolking kwetsen, choqueren of verontrusten. Dit houdt onder
andere in dat iedere straf die in dit verband wordt opgelegd in verhou-
ding moet staan tot het legitieme doel dat wordt beoogd. Verdraagzaam-
heid en eerbied voor de gelijke waardigheid van alle mensen vormen de
grondslagen van een democratische, pluralistische samenleving. Derhal-
ve mag het noodzakelijk worden geacht alle vormen van meningsuiting
die haatzaaien op grond van onverdraagzaamheid, te bestraffen. Dan
komt de vervolging van Geert Wilders inzake zijn ‘Marokkanen uit-
spraak’ in beeld.

Op 9 december 2016 werd door de rechtbank schuldigverklaring zonder


oplegging van straf uitgesproken. De rechters oordeelden dat Wilders
zich door zijn ‘minder Marokkanen’ uitspraak in maart 2014 schuldig
had gemaakt aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie:
“Verdachte heeft met zijn optreden geen bijdrage geleverd aan het
publieke debat en kan geen beroep doen op het recht van vrijheid van
meningsuiting. Ook dat recht kan worden beperkt”. Vandaar mijn vragen
(E-001040-18) aan de Commissie: Kunt u mij een overzicht geven van
alle (juridische) publicaties/annotaties inzake haatzaaien in de EU na het
vonnis van de Nederlandse rechtbank in de zaak-Wilders (9 december
2016)? Zijn er recente zaken in de EU-lidstaten van politici die voor de
rechtbank zijn gebracht omdat zij gebruik (misbruik) maken van hun
vrijheid van meningsuiting?

Antwoord van de Commissie: “Zij houdt geen overzicht bij van alle
(juridische) publicaties/annotaties over haatzaaiende uitlatingen in de
EU naar aanleiding van het vonnis van de Nederlandse rechtbank over
de zaak-Wilders (9 december 2016), noch van zaken in de EU-lidstaten
waar politici voor de rechter werden gedaagd voor strafbare feiten in
verband met het aanzetten tot racistisch geweld of haat. Het EU kader-
besluit 2008/913/JBZ verplicht de lidstaten om onder meer het opzet-
telijk publiekelijk aanzetten tot racistisch geweld of haat strafbaar te
stellen. Dit instrument is volledig in lijn met de jurisprudentie van het

93
Europees Hof voor de rechten van de mens over de vrijheid van
meningsuiting en de beperkingen daarop. Het is aan de nationale recht-
banken om, afhankelijk van de omstandigheden en context van elke
situatie, te bepalen of een zaak neerkomt op het aanzetten tot racistisch
geweld of haat. De Commissie houdt toezicht op de omzetting en uitvoe-
ring van Kaderbesluit 2008/913/JBZ EU door de lidstaten en biedt op dit
vlak steun aan de lidstaten door uitwisselingen en de verspreiding van
beste praktijken te bevorderen en door EU-financiering, begeleiding en
opleiding beschikbaar te stellen”.

De EU bemoeit zich dus actief met de ‘uitvoering van het kaderbesluit’


dat ‘de lidstaten verplicht om het opzettelijk publiekelijk aanzetten tot
racistisch geweld of haat voor de rechter te dagen’. Dat dit bepaald niet
gebeurt inzake het aanzetten tot racistisch geweld of haat jegens joodse
of christelijke medeburgers van de kant van islamisten is kennelijk
slechts voer voor fijnproevers.

Nepnieuws
Nepnieuws is vervelend en vooral verwarrend. Websites die echt nieuws
lijken te brengen blijken opgezet door organisaties met minder nobele
bedoelingen. Dat gebeurt. Ook worden berichten verspreid door dubieu-
ze ‘persbureaus’ of ‘journalisten’ die op onwaarheid of onzorgvuldigheid
blijken te berusten en verwarring stichten. De EU besloot om nepnieuws
actief te gaan bestrijden en richtte daarvoor een ‘bureau’ met website
op: EUvsDisinfo. Specifiek doel: bestrijden van ‘desinformatie’ inzake
Oekraïene en Rusland. Dat bleek uiteindelijk van touwtjes aan elkaar te
hangen en slechts een enkeling in dienst te hebben. Grote vraag daarbij:
bestrijdt de EU nepnieuws of haar onwelgevallig nieuws? Daartussen zit
namelijk nogal wat licht.

Op 20 januari 2018 publiceerde het Leidsch Dagblad een artikel over de


anti-nepnieuwsdienst, die onder de verantwoordelijkheid valt van de
vice voorzitter van de Europese Commissie, Mogherini. EUvsDisinfo
beschuldigde de Nederlandse columnist Chris Aalberts van het maken
van nepnieuws omdat hij in The Post Online een publicist citeerde (!) die
kritische kanttekeningen plaatste over Oekraïne. Aalberts diende een
klacht in bij de EU, omdat hij ervan overtuigd was dat er geen feitelijke
onjuistheden in zijn artikel stonden: “Kennelijk is het een probleem voor

94
de EU om iemand te citeren die een verkeerde mening heeft”. Aanleiding
voor parlementaire vragen (E-000343-18): Is de Commissie nog steeds
van oordeel dat de feitelijke weergave van de mening van een geïnter-
viewde als nepnieuws kan worden gekwalificeerd, gezien de feitelijke
correctheid van het artikel van Aalberts? Waarom accepteert de Com-
missie het ontbreken van het principe van hoor en wederhoor bij
EUvsDisinfo, waardoor journalisten ten onrechte aan de schandpaal
worden genageld als verspreiders van nepnieuws, of acht de Commissie
artikel 6 EVRM niet van toepassing op journalisten? Op welke wijze zal
de Commissie de heer Aalberts en zijn uitgevers compenseren voor het
ten onrechte stigmatiseren van deze journalist en zijn kranten/nieuws-
sites als verspreiders van nepnieuws, gegeven dat hun geloofwaardig-
heid is aangetast door EUvsDisinfo?

De Commissie voelde ernstig nattigheid en antwoordde bij monde van


Mogherini: “Zoals wordt vermeld op de website van EUvsDisinfo richt de
doorlichting van desinformatie (Disinformation Review) zich op belang-
rijke artikelen die in de pers verschijnen en die onvolledige, vertekende
of onjuiste beelden of interpretaties bevatten en pro-Kremlin bericht-
geving verspreiden.” De EU acht het kennelijk niet toegestaan om als
journalist pro-Kremlin te zijn. Dat is het eerste punt dat zeer duidelijk
wordt uit deze beantwoording. Hoeveel journalisten hebben echter geen
bepaalde politieke kleur, overtuiging of zelfs voorkeur? Dagelijks wor-
den lezers daarmee geconfronteerd! Mogherini vervolgde: “Dit betekent
evenwel niet dat de desbetreffende bron banden onderhoudt met het
Kremlin of vóór het Kremlin is, noch dat met opzet onjuiste informatie
wordt verspreid. Om dit duidelijk te maken wordt op de website nu niet
langer gesproken van een bron van desinformatie (‘disinforming outlet’),
maar van de bron waar de onjuiste informatie verscheen (‘outlet where
the disinformation appeared’) en deze wijziging is duidelijk aangekon-
digd.”

Met andere woorden: de Commissie zag in dat zij een fout had gemaakt
inzake Aalbers en The Post Online en wrong zich nu in allerlei bochten
om het verkeerde besluit recht te praten. “EUvsDisinfo beoogt geenszins
betwisting, beperking of belemmering van het recht van de pers om uit-
eenlopende meningen of standpunten te publiceren”. Nee, dat moest er
nog bij komen! “Wat betreft het artikel in kwestie vormde de Engelse

95
vertaling van het oorspronkelijke Nederlandse artikel die aan East
Stratcom werd verstrekt voor opname op de website, niet de volledige
weerspiegeling van de tekst van het artikel zoals verschenen in The Post
Online. Daarom is dit artikel nu definitief verwijderd uit de databank van
EUvsDisinfo. De juridische vertegenwoordiger van The Post Online is
daarvan in kennis gesteld. Op 13 maart 2018 is de klacht tegen de Euro-
pese Unie in deze zaak ingetrokken”.

Een veel smadelijker aftocht door de Commissie kon haast niet. De verta-
ler had het gedaan! Dit is echter één voorbeeld. In hoeveel meer gevallen
heeft de EU zich in de vingers gesneden? Wel, ook regionale krant De
Gelderlander en nota bene NPO Radio1 werden door het bureau beticht
van het maken van nepnieuws!

Nederland was erg boos over het voorval, maar het werd nog gekker. Op
6 maart 2018 sprak een meerderheid van de Tweede Kamer zich uit
voor een motie van VVD/SP, met uitzondering van Denk, D66 en –zeer
opmerkelijk- het CDA. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken (D66)
moest zich hard gaan maken voor het opheffen van die verfoeide Euro-
pese nepnieuws-waakhond EUvsDisinfo. De D66-minister had eerder
echter ‘de bestrijding van Russisch nepnieuws en desinformatie’ tot haar
topprioriteit gemaakt en wilde zelfs extra financiële middelen ter be-
schikking stellen aan EuvsDisinfo. Ollongren wilde in eerste instantie de
motie dan ook absoluut niet uitvoeren, maar haalde –kennelijk onder
druk van de coalitiegenoten- bakzeil. Recentelijk berichtten meerdere
media over het feit dat deze minister kennelijk niets heeft geleerd van
het debacle EuvsDisinfo. ‘De regering wil burgers bewuster gaan maken
van desinformatie en nepnieuws rond verkiezingen. Minister Kajsa
Ollongren denkt aan een bewustwordingscampagne in aanloop naar de
Provinciale Statenverkiezingen en Europese verkiezingen volgend jaar’,
zo meldde onder andere de Volkskrant. ‘Ze benadrukt dat de campagne
nooit over inhoud of politieke opvattingen moet gaan’. Op de achter-
grond leek dit plan met name uit de koker van D66 en CDA te komen,
waarbij de rol van CDA-parlementslid Harry van der Molen opvallend
was. In uiterst negatieve zin dan.

De Bulgaarse eurocommissaris Mariya Ivanova Gabriel (Digitale Econo-


mie) stelde tijdens een bijeenkomst op 15 januari 2018 in Brussel dat de

96
circulatie van nepnieuws moest worden tegengaan Bij die gelegenheid
stelde de voorzitter van expertgroep De Cock Bunning dat de expert-
groep ‘proactief moest zijn en niet moest wachten tot het echt verkeerd
zou gaan’. Beide uitspraken wezen erop dat de EU vooraf wilde toetsen
of sprake was van nepnieuws en de verspreiding van dat nieuws pro-
actief zou tegengaan. In artikel 7 van de Nederlandse grondwet is de
verspreiding van berichten zonder toetsing vooraf echter gegarandeerd;
de vrijheid van drukpers. Ook in andere lidstaten, zoals bijvoorbeeld
België, is toetsing vooraf van berichten niet toegestaan. Dat leidde tot
vragen (E-000614-18): Op grond waarvan rekent de Commissie het tot
haar taak om de pers te controleren door persberichten te toetsen
voordat die worden verspreid? Is het volgens de Commissie mogelijk dat
EU-regelgeving in strijd is met de grondwet van een lidstaat en als EU-
regelgeving in strijd is met de grondwet van een lidstaat, welke regeling
prevaleert dan?

De eurocommissaris gaf zelf antwoord: “De Commissie is niet verant-


woordelijk of bevoegd voor het controleren van de pers door pers-
berichten te toetsen voor publicatie of verspreiding ervan, en het
geachte Parlementslid kan erop vertrouwen dat de Commissie niet zal
voorstellen om controle vooraf te gebruiken als een middel om nep-
nieuws en online-desinformatie te bestrijden. De Commissie merkt op
dat journalisten en perspublicaties zijn onderworpen aan eigen redac-
tionele en deontologische codes, waarop in sommige lidstaten toezicht
wordt gehouden door persraden. De Commissie merkt ook op dat fact-
checking achteraf door onafhankelijke factcheckers een van de instru-
menten is om de impact van nepnieuws en desinformatie op sociale
media te verminderen. Dit mag echter niet worden verward met controle
vooraf van de pers, hetgeen volledig zou indruisen tegen de Europese
waarden. De vrijheid van meningsuiting is een grondrecht waartoe alle
lidstaten zich hebben verbonden uit hoofde van hun nationale rechts-
stelsels en het EU-Handvest van de grondrechten en als partij bij het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Alle door de Commissie
voorgestelde maatregelen ter bestrijding van nepnieuws en online-
desinformatie zijn in overeenstemming met het beginsel van vrijheid van
meningsuiting”. Dat was dan in ieder geval duidelijk gesteld.

97
Elke dag aan de slag, tegen de superstaat EU en voor de nationale soevereiniteit
van ons mooie Nederland, samen met de PVV collega’s.

98
7. Energie, milieu en transport

“De gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten betreffen in het


bijzonder de volgende gebieden: (e) milieu, (g) vervoer, (i) energie.”
- Artikel 4.2, Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie

De Europese Unie wil steeds meer macht naar zich toehalen. ‘The ever
closer Union’, zoals diverse politieke kopstukken dat regelmatig ver-
woorden. Dat geldt niet alleen op die gebieden waarvan je het nog
enigszins zou kunnen begrijpen, zoals internationaal transport of
vliegverkeer, maar ook op het gebied van energie en milieu. In alle EU-
lidstaten is de discussie over energietransitie en milieu gaande en in
nagenoeg alle EU beleidsstukken zie je die zaken aan elkaar gekoppeld.
Sommige voorstellen zijn op zich best interessant, maar steeds weer
wordt het gekoppeld aan ‘klimaatdoelstellingen’. Op geen enkele wijze
wordt energiebeleid neutraal-wetenschappelijk benaderd, maar steeds
weer komt die groen-politieke component bovendrijven. De linkse,
politiekcorrecte saus ligt er duimendik bovenop.

In 2015 ging het al mis betreffende de vraag wie verantwoordelijk is


voor het energiebeleid in Europa: de EU of de lidstaten? In de plenaire
vergadering van het Europese Parlement van 15 december werd
gestemd over het verslag ‘Op weg naar een Europese energie-unie’.

99
In het verslag werd voorgesteld om het energiebeleid van de EU te laten
voeren door een ‘Energie-unie’. Daarbij stond de wens om bij te dragen
aan de bestrijding van de klimaatopwarming en het bevorderen van het
gebruik van duurzame energiedragers voorop. Mijn vraag (E-015866-
15) was dan ook: in hoeverre is het vaststellen van de energiemix (duur-
zame energiedragers) door zo’n ‘Energie-unie’ te rijmen met artikel 194
van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU),
waarin de bevoegdheid tot het vaststellen van een ‘energiemix’ is voor-
behouden aan de lidstaten (met name lid 2)?

De Commissie gaf een verbijsterend antwoord, dat een cruciaal inkijkje


geeft in hoe er door de EU wordt gedacht, zij het in omfloerste woorden:
“De totstandbrenging van de energie-unie is volledig verenigbaar met
artikel 194 VWEU. Artikel 194, lid 2, VWEU moet worden gezien in
samenhang met de doelen die zijn gesteld in lid 1 van dat artikel, met
name de verplichting voor de EU om beleid te ontwikkelen en maat-
regelen vast te stellen overeenkomstig de vijf dimensies van de energie-
unie. … De voltooiing van de interne markt voor energie vormt de kern
van de energie-unie. De voordelen van een geïntegreerde Europese
energiemarkt kunnen zeer aanzienlijk zijn”.

Exportverbod gas mag niet


Wat dat laatste betreft: alles kán, in de ogen van de wensdromer. De EU
ziet in álles wat zij onderneemt ‘voordelen’, maar die ‘voordelen’ worden
wél verplicht door de strot geduwd bij eventueel tegenstribbelende lid-
staten. Het eerste deel is veel ernstiger: de EU stelt dat een lidstaat dan
wel bevoegdheden heeft, maar dat die ondergeschikt zijn aan de ‘doelen’
van de EU ‘om beleid te ontwikkelen en maatregelen vast te stellen’. Met
andere woorden: u heeft als nationale lidstaat maar te slikken dat de EU
boven de nationale bevoegdheden staat. Leuk, die democratie, maar die
is slechts geldig in de mate dat die niet ingaat tegen de grillen van de EU!
Het zij weer eens genoteerd.

Een vraag (E-000669-16) die met het energiebeleid samenhangt, name-


lijk of een exportverbod van gas door een individuele lidstaat mag, werd
zeer schoorvoetend beantwoord. De Commissie was van mening dat een
dergelijk exportverbod eigenlijk niet mag: “Krachtens het EU-recht kan
de vrije handel in energie tussen lidstaten alleen ingeperkt worden om

100
een beperkt aantal specifieke redenen (bijvoorbeeld openbare veilig-
heid) en in terdege gemotiveerde omstandigheden (bijvoorbeeld strikte
evenredigheid). Exportverboden kunnen wettelijk niet worden gerecht-
vaardigd louter op grond van commerciële of economische overwe-
gingen”. Wat de EU hier opnieuw stelt is dat de lidstaten dan wel hun
eigen energiebeleid mogen vaststellen, maar dat ze niet zomaar de gas-
export naar andere landen mogen verminderen of stopzetten. Hoe dat
ooit te rijmen valt met artikel 194.2 VWEU is een raadsel. Daar staat let-
terlijk: “… het recht van een lidstaat de voorwaarden voor de exploitatie
van zijn energiebronnen te bepalen, op zijn keuze tussen verschillende
energiebronnen of op de algemene structuur van zijn energievoor-
ziening”.

Wat een lidstaat al dan niet zelf mag bepalen op energiegebied is dus
voor de EU een uitgemaakte zaak: niets wat ingaat tegen de grillen van
de EU. Behalve als je kennelijk Duitsland heet. Zo blijkt uit een vraag (E-
008409-16) die ik eind 2016 stel. Het Duitse journaal Tagesschau
meldde dat de Duitse Bondsraad –een invloedrijk politiek orgaan van de
deelstaten- vanaf 2030 geen nieuwe diesel- of benzineauto's meer wilde
toelaten. Op deze wijze probeerde Duitsland ‘de CO2-emissie met 95%
terug te brengen’. In hoeverre is de Europese Commissie van mening dat
een dergelijk voorgenomen verbod op auto's met verbrandingsmotoren
verenigbaar is met het beginsel van de vrije verplaatsing van mensen en
goederen binnen de EU, een van de pijlers van de Unie? En strookt het
voornemen van de Bondsraad volgens de Commissie met het principe
van één interne markt voor auto's binnen de EU?

De Commissie antwoordt: “Het advies van de Bondsraad is een politieke


verklaring zonder directe rechtsgevolgen en kan niet in het licht van de
internemarktregels van de Europese typegoedkeuringswetgeving wor-
den beoordeeld. Dit advies komt niet neer op een weigering van een lid-
staat om voertuigen met een Europese typegoedkeuring te registreren
en kan in die zin niet met nationale wetgeving worden vergeleken”. De
EU maakt er een semantisch spelletje van: het is géén nationale wet-
geving, maar slechts een ‘politieke verklaring zonder directe rechts-
gevolgen’! Afgezien van het gegeven dat dit apert onjuist is, laat de EU
zien dat regels dan wel gelden, maar niet voor iedereen in gelijke mate.
‘Some animals are more equal than others’, aldus George Orwell ooit.

101
Verkeersveiligheid: me hoela
Op 12 juli 2018 meldden zowel NOS als AD dat de ellende op de Neder-
landse wegen qua ongevallen met vrachtwagens “nooit eerder zo groot was
als in 2017”. In 2018 stegen de cijfers echter met nog eens 20 procent.
“Poolse truckers begrijpen mogelijk de waarschuwingen op de matrix-
borden niet”. Nederlandse truckers bevestigden in de media ‘dat hun
buitenlandse collega's onvoldoende zijn opgeleid en het materieel niet in
goede conditie is’. De vakbond CNV toonde zelfs aan dat een vervalst groot
rijbewijs in Polen voor 170 euro te koop is en Transport en Logistiek
Nederland (TLN) constateerde een 'oververtegenwoordiging' van buiten-
landse chauffeurs bij alle ongelukken en pechgevallen. Bij 40% van de
ongelukken en pechgevallen met vrachtauto's op de snelweg bleek een
buitenlandse chauffeur achter het stuur te zitten. Polen (9%), Roemenen
(5%) en Duitsers (5%) zijn betrokken bij de meeste ongelukken. Dat bericht
was aanleiding voor vragen (E-003863-18) aan de Commissie: Is de Com-
missie van mening dat deze toenemende oververtegenwoordiging van bui-
tenlandse truckers bij ongelukken op Nederlandse snelwegen een gevolg is
van de eengemaakte markt voor werknemers? Welke maatregelen stelt de
Commissie voor om de betrokkenheid van het aantal buitenlandse truckers
bij ongelukken op de Nederlandse snelwegen te beperken?

De Commissie gaf een standaard nietszeggend antwoord: “Alle bestuurders


in de EU moeten voldoen aan dezelfde eisen op het gebied van basiskwali-
ficatie en nascholing van Richtlijn 2003/59/EG(1). De Commissie beschikt
niet over gegevens waaruit zou blijken dat het bekwaamheidsniveau van
beroepschauffeurs verschilt van lidstaat tot lidstaat”. Zou het wellicht eens
tijd worden om die gegevens wél als de drommel te verzamelen? Nee, zal de
Commissie zeggen. Dan zou wel eens kunnen blijken dat met die ‘richtlijn’
in bepaalde lidstaten grof het handje wordt gelicht. De verkeersveiligheid is
daarmee wel dramatisch in het geding. Je zou maar dood worden gereden
door een dronken Poolse chauffeur, zoals in september 2017 gebeurde op
de A67 in Duitsland. Een Nederlandse man (53), zijn vrouw (51) en hun
dochter van 20 jaar uit Sittard kwamen om het leven omdat zij de truck van
de spookrijdende Pool niet meer konden ontwijken. De Pool was op de snel-
weg omgedraaid nadat hij had gehoord dat er een file stond.

102
Vliegtaks
In juni 2018 kwam De Telegraaf met het bericht dat de Nederlandse over-
heid voornemens is per 2021 een vliegtaks te (her)introduceren, ‘omdat het
Nederlandse kabinet het in Brussel niet voor elkaar krijgt om voor 2021 tot
een Europese belasting te komen’. De vliegtaks zou 200 miljoen euro
moeten opleveren en ‘is gericht op de verduurzaming van de luchtvaart’.
Reisorganisaties, luchthaven Schiphol en de KLM wezen echter op de
vliegtaks van 2008, die de luchtvaart- en reissector grote financiële schade
toebracht, omdat passagiers naar buitenlandse luchthavens uitweken. Ik
wilde weten wat de plannen van de Commissie waren voor een eventuele
EU-brede ‘vliegtaks’ en hoe zij in het algemeen tegenover de Nederlandse
plannen stond (E-003455-18).

Zij antwoordde: “De Commissie is momenteel bezig met een evaluatie van
de bestaande energiebelastingrichtlijn (Richtlijn 2003/96/EG) en zal pas
nadien beslissen of zij het passend acht een voorstel op tafel te leggen, ook
betreffende energiebelasting in de luchtvaartsector. Energiebelastingen
worden geheven door de lidstaten. Op 2 mei 2018 heeft de Commissie een
mededeling over een meerjarig financieel kader 2021-2027 aangenomen,
waarin de structuur van de EU-begroting en de beleidsprioriteiten van de
EU voor een periode van zeven jaar zijn uiteengezet, samen met voorstellen
betreffende eigen middelen voor de financiering van de EU-begroting. Er is
geen sprake van een dergelijke belasting als een mogelijke bron van inkom-
sten voor de EU-begroting in het volgende meerjarig financieel kader”. De
Commissie gaat dus zelf geen ‘vliegtaks’ invoeren als bron van inkomsten
voor de EU-begroting en laat taxatie over aan de nationale lidstaten. Dat
was interessante informatie, met name voor KLM en Schiphol. Nederland
heeft dan wel de bevoegdheid om eigen energiebelastingen in te voeren,
maar in het geval van een ‘vliegtaks’ zal dat onvermijdelijk leiden tot op-
nieuw een debacle. Potentiële passagiers zullen uitwijken naar luchthavens
en vervoerders in het buitenland en dat zal de Nederlandse economie
ernstig schaden. Niet doen dus, overheid!

‘Klimaatverandering veroorzaakt natuurrampen’


De EU is overigens erg goed in het schaden van de normale economie van
Europa en haar landen. Zo wordt bijvoorbeeld een groot deel van het EU
budget besteed aan het ‘bestrijden van de gevolgen van klimaatverande-
ring’. Dat staat op gelijke hoogte met bestrijding van terreur. Op dit moment

103
wordt bijna 19% van het totale EU-budget bestemd voor ‘klimaatgerela-
teerde financiering’. Dan heb je het –ter indicatie- over een bedrag van zo’n
200 miljard euro. Klimaatverandering is nog altijd onbewezen en er bestaan
grote meningsverschillen tussen wetenschappers wereldwijd of er nu wel
of niet sprake van is. Dat hindert de EU niet in het uittrekken van grote
bedragen om de strijd met die vermeende klimaatverandering aan te gaan.
Sterker nog: de EU is van mening dat zo ongeveer alle hedendaagse proble-
men met migratie te maken hebben met deze klimaatverandering. Zo pleitte
commissievoorzitter Juncker begin 2018 bij de opening van de tweedaagse
conferentie over de financiering van de EU opnieuw voor verhoging van de
EU-begroting. Daarbij wees hij erop dat er onvoorziene uitdagingen voor de
EU zijn bijgekomen zoals de stromen asielzoekers, terreurdreigingen en
natuurrampen veroorzaakt door –uiteraard volgens hem- die vermaledijde
klimaatveranderingen. U raadt het al: tijd voor enige hete vragen (E-
000126/2018): Kan de Commissie aangeven op welke natuurrampen, ver-
oorzaakt door klimaatveranderingen, voorzitter Juncker heeft gedoeld en
wanneer die hebben plaatsgevonden? Met welk bedrag moet volgens de
Commissie de EU-begroting worden verhoogd in verband met door klimaat-
veranderingen veroorzaakte natuurrampen en kan de Commissie dan gelijk
aangeven welke bedragen de EU reeds heeft uitgekeerd ter compensatie
van de schade die is aangericht door natuurrampen die door klimaatver-
anderingen zouden zijn veroorzaakt?

Natuurlijk kwam de Commissie met een Pavlov-reactie: er is méér EU en


méér geld nodig voor deze titanenstrijd! “De Commissie werkt sinds 2013
samen met de lidstaten, regio's, steden en de particuliere sector om de
aanpassingsstrategie van de EU in te voeren en Europa beter bestand te
maken tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Als onderdeel van het
voorstel voor het meerjarig financieel kader voor 2014-2020, heeft de
Commissie voorgesteld om ten minste 20% van de totale begroting toe te
wijzen aan klimaatgerelateerde uitgaven. … Ongeveer 25% van de Europese
structuur- en investeringsfondsen, dat is bijna 115 miljard EUR, is bedoeld
voor de ondersteuning van de doelstellingen van het EU-klimaatbeleid. Met
name maakt de aanpassing aan de klimaatverandering 14% uit van de
klimaatactie in het kader van de structuurfondsen. Het Europees Fonds
voor strategische investeringen (EFSI) ondersteunt tevens projecten die
bijdragen tot klimaatactie, met een daartoe specifiek streefcijfer van 40%.

104
De EU beschikt over een aantal instrumenten om op rampen te reageren.
Het mechanisme voor civiele bescherming van de EU reageert op nood-
situaties binnen en buiten de EU met een begroting van 368,4 miljoen EUR .
Sinds 2001 is het meer dan 250 keer geactiveerd. Het mechanisme onder-
steunt eveneens rampenpreventie, rekening houdend met de gevolgen van
de klimaatverandering. Daarnaast reageert het Solidariteitsfonds van de EU
op grote natuurrampen en betuigt het solidariteit aan de door rampen
getroffen regio's in Europa. Het is sinds 2002 ingezet bij 76 rampen van
verschillende aard zoals overstromingen, bosbranden, aardbevingen, stor-
men en droogte. Tot dusver hebben 24 verschillende Europese landen
steun gekregen voor een bedrag van meer dan 5 miljard EUR. De Commissie
werkt momenteel aan de voorbereiding van het meerjarig financieel kader
na 2020 en de desbetreffende voorstellen voor sectorale uitgavenprogram-
ma’s, met inbegrip van de ramingen inzake de begrotingsmiddelen”.

U ziet: een hoop woorden, maar geen antwoord op de vraag inzake natuur-
rampen, aantoonbaar veroorzaakt door klimaatveranderingen. Natuurram-
pen zijn van alle tijd en plaats. Het klimaatbeleid van Juncker’s EU kan
eigenlijk zelf als een ramp worden betiteld.

VS lidstaat van de EU?


Dat blijkt ook wel uit de beantwoording van mijn vragen (E-003695-17)
inzake het opzeggen door de Amerikaanse president Trump van het
Klimaatakkoord van Parijs. Voorzitter Juncker was daarover erg boos en
waarschuwde in het Europees Parlement (juni 2017) president Trump voor
‘ernstige gevolgen’ als de VS zich terug zou trekken uit dat klimaatakkoord
(wat ondertussen is gebeurd). Dat de voorzitter van de Europese Commis-
sie deze uitspraak deed is uiterst merkwaardig aangezien het Klimaat-
akkoord een klimaatverdrag betreft van de VN, een organisatie waarvan de
EU geen lid is. De VS is, voor zover mij bekend, geen lidstaat van de EU en
het klimaatakkoord is daarbij niet door het Amerikaanse congres gerati-
ficeerd en daardoor niet bindend. Juncker betoogde ‘dat de toezegging van
Obama in Hangzhou de VS verplichtte om zich te houden aan de uitgangs-
punten van het akkoord op grond van het Verdrag van Wenen inzake het
verdragenrecht’. Dat mag zo zijn, maar op diezelfde gronden is een expli-
ciete uitspraak van de huidige president Trump, dat hij afstand neemt van
Obama's uitspraak, dan ook voldoende om van het akkoord af te zien. Mijn
vragen: Op grond van welke regeling, verdrag of overeenkomst vindt de

105
Commissie dat zij mag verhinderen dat de VS uit het klimaatakkoord kan
stappen? De Commissie vindt kennelijk dat zij kan voorschrijven wat de VS
moet doen of laten. Wat vindt de Commissie van de waarden democratie,
subsidiariteit en soevereiniteit van nationale staten buiten de EU? En heeft
de oud-premier van Luxemburg wellicht nog andere nuttige adviezen aan
de president van de VS?

Juncker’s Commissie kwam met een hard antwoord, waaruit blijkt hoezeer
het ‘klimaatbeleid’ tot religie is verworden bij de EU: “De Verenigde Staten
(VS) hebben na afronding van de relevante nationale procedures op 3 sep-
tember 2016 hun akte van aanvaarding van de Overeenkomst van Parijs bij
de Verenigde Naties neergelegd. Juridisch gezien kan elke partij op grond
van artikel 28 van de Overeenkomst van Parijs die overeenkomst drie jaar
na de datum waarop die voor die partij in werking is getreden, te allen tijde
opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de deposita-
ris, en wordt die opzegging op grond van dat artikel één jaar na ontvangst
van die kennisgeving van kracht. Vanuit politiek oogpunt betreurt de Com-
missie dat president Trump heeft aangekondigd de VS te willen terug-
trekken uit de overeenkomst. Voorzitter Juncker heeft in zijn toespraak
tijdens het debat daarover in de plenaire vergadering van het Europees
Parlement van 14 juni 2017 het standpunt van de Commissie uiteengezet.
Hij heeft met name onderstreept dat de opzegging van de Overeenkomst
van Parijs door de Amerikaanse regering niet het einde van de overeen-
komst betekent. Integendeel, de rest van de wereld zal hierdoor meer vere-
nigd zijn en vastbesloten om de volledige uitvoering ervan na te streven.
Voorzitter Juncker heeft beklemtoond dat de Europese Unie niet opnieuw
over de Overeenkomst van Parijs zal onderhandelen en dat de 29 artikelen
van de Overeenkomst moeten worden uitgevoerd en daarover niet opnieuw
moet worden onderhandeld.”

In korte bewoordingen: de VS kan uit het Klimaatakkoord stappen. Wij


trekken ons daar niets van aan en gaan voort met onze ambities. Wij zijn
daarin vastbesloten (ook al doen steeds minder grote landen mee) en de
Overeenkomst moet worden uitgevoerd. Let op die laatste bewoording. Hier
spreekt een diepgelovige.

106
8. Migratie en veiligheid

Als het ergens mis gaat met Europa dan komt dat door de funeste in-
vloed van de EU op het migratiebeleid van de nationale lidstaten. Hoe
vaak hoor je niet dat nationale regeringen maatregelen willen nemen om
ongebreidelde toestroom van illegale migranten te stoppen, maar ‘dat
het niet mag van Brussel’? Afgezien van het feit dat die uitspraak niet
klopt is het wel waar dat ‘Brussel’ een effectief nationaal migratie- en
grensbewakingsbeleid frustreert. Dat komt door de bewuste partij-
politieke inzet om supranationale instellingen te laten prevaleren boven
die verfoeide nationale landen met hun eigen wensen. Het is beleid.

Buitengrenzen: Frontex
Frontex is het Europees Agentschap dat zich toespitst op de samenwer-
king van de nationale EU-lidstaten inzake bewaking van de gezamenlijke
Europese buitengrens. Het agentschap bestaat sinds oktober 2005 en
‘helpt’ de lidstaten bij de uitvoering van de Europese voorschriften inza-
ke controles van de buitengrenzen en de terugkeer van niet-EU-burgers
naar hun land van herkomst. Dat klinkt heel aardig, maar in de praktijk
komt er niets terecht van met name die ‘terugkeer naar het land van
herkomst’, genaamd refoulement.

Naar aanleiding van een debat in het Nederlands parlement rezen er


vragen over de werkwijze van die grensbewaking op met name de
Middellandse Zee. Op grond van de richtlijnen voor Frontex dienen irre-

107
guliere immigranten door de grensbewakers naar ‘een veilige plaats’ te
worden overgebracht, maar in de praktijk worden zij bijna altijd naar
een haven van één van de lidstaten overgebracht, zoals met name
Griekenland, Italië, Malta en Spanje. Dit gebeurt op basis van recente
uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Mijn vragen over deze handelwijze van Frontex (P-000702-14): Kan de
Commissie bevestigen dat door de grensbewaking onderschepte vaar-
tuigen met irreguliere migranten in de praktijk altijd naar een haven van
een lidstaat worden overgebracht? Kan de Commissie aangeven of het
nog wel de bedoeling is dat deze boten worden teruggestuurd naar de
plaats waarvandaan zij zijn vertrokken? En kan de Commissie bevesti-
gen dat de lidstaten zijn gebonden aan de uitspraken van het EHRM en
dat zij daarom verplicht zijn irreguliere vluchtelingen naar een haven
van een lidstaat over te brengen?

De Commissie kwam met een verrassend antwoord: “De lidstaten zijn bij
de uitvoering van het EU-recht gebonden aan de bepalingen van het
Handvest van de grondrechten van de EU (het Handvest), dat wordt
uitgelegd in het licht van de rechtspraak van het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens (EHRM). Bijgevolg moeten zij bij de uitvoering van
het EU-recht tijdens grensbewakingsoperaties de grondrechten eerbie-
digen, waaronder het beginsel van non-refoulement, zoals vastgelegd in
het Handvest en uitgelegd door het EHRM [migranten mogen dus for-
meel niet worden teruggestuurd naar het land van herkomst! – AZ]. Noch
het toepasselijk EU-recht, met name de Schengengrenscode en Besluit
2010/252/EU van de Raad, noch de rechtspraak van het EHRM sluit
ontscheping in derde landen uit, op voorwaarde dat die niet in strijd is
met het beginsel van non-refoulement”.
Conclusie: volgens de EU mogen migranten willekeurig waar ontscheept
worden, mits niet in het land van herkomst. Dat hoeft absoluut geen EU-
lidstaat te zijn.

Mensensmokkel op de Middellandse Zee


Tezamen met Frontex zijn tal van Niet-Gouvernementele Organisaties
(NGO's) actief bij het actief opzoeken en verlenen van ‘hulp’ aan migran-
ten die vanuit onder andere Libië naar de EU varen. Die hulp is in bijna
alle gevallen politiek gekleurd, namelijk: zoveel mogelijk van deze
migranten naar de EU krijgen. De beweegredenen daarachter zijn voer

108
voor een gedegen onderzoek! Het zou te waarderen zijn als de onder-
zoeksjournalistiek hier eens gedegen in zou duiken. Er zijn overduidelijk
vraagtekens te zetten bij het handelen van deze NGO's. Zo kwamen zij
reeds negatief in het nieuws door:

 het hinderen van de Libische kustwacht, waarbij mensensmokkelaars


op de kustwacht hebben geschoten;
 de beschuldiging door het Italiaanse Openbaar Ministerie betreffende
samenwerking van de NGO's met mensensmokkelaars, die migranten
naar de EU loodsen;
 opgedoken bewijs van betaling van mensensmokkelaars door NGO's.

Meer dan genoeg reden om de Commissie aan de tand te voelen inzake


deze kwestie (E-003936-17): Kan de Commissie aangeven welke NGO's
actief zijn bij de reddingsoperaties op de Middellandse Zee? Welke van
deze NGO's worden door de EU gesubsidieerd en voor welke doelen
worden de subsidies verleend en staat het de NGO's vrij deze subsidies
naar eigen inzicht te besteden? Is het laakbare gedrag van de NGO's
reden om de verlening van de subsidies te herzien?

De Commissie gaf een duidelijk antwoord: “Zij is niet in het bezit van een
officiële lijst van niet-gouvernementele organisaties die actief zijn bij
reddingsoperaties in de Middellandse Zee, maar volgens berichten
hebben de volgende organisaties aan zulke acties deelgenomen: SOS
Méditerranée, Jugend Rettet, Médecins sans frontières, MOAS, Proactiva
Open Arms, Save the Children, Sea-eye en Sea-watch. Deze organisaties
hebben geen financiering ontvangen uit het Fonds voor asiel, migratie en
integratie, noch uit het Fonds voor interne veiligheid”. Dat was dan in
ieder geval helder, maar het blijft mijns inziens zaak dat er eens diep-
gaander naar deze mensensmokkel wordt gekeken. In Nederland is in
ieder geval journalist Arnold Karskens hiermee aan de slag gegaan.

Terrorisme op Europese bodem


De Commissie blijkt over erg weinig gegevens te beschikken inzake
migratie en veiligheid. Tenminste: de relevante gegevens. Dat bleek toen
op de avond van 22 mei 2017 opnieuw een aanslag in Europa werd
gepleegd; dit keer op bezoekers van een popconcert in Manchester (VK).
De aanslag werd vrij direct daarna opgeëist door Islamitische Staat en

109
uitgebreid toegejuicht in die kringen. De Amerikaanse president Trump
reageerde bijna direct vanuit Israël met de volgende woorden: “Our
society can have no tolerance for this continuation of bloodshed. We
cannot stand a moment longer for the slaughter of innocent people. And
in today's attack it was mostly innocent children. The terrorists and
extremists and those who give them aid and comfort must be driven out
from our society forever.” Wat mij daaraan opviel was dat Donald Trump
niet slechts aan de aanslagplegers refereerde, maar ook aan iedereen die
‘extremist’ is alsmede aan degenen die directe of indirecte steun aan
deze personen geeft. Ik besloot in hoog tempo vragen (E-003488-17) aan
de Commissie te stellen en schrok van het antwoord: Onderschrijft de
Commissie de genoemde uitspraak van de president van de VS? Kan zij
een definitie geven van ‘extremist’ en zo ja, kan zij aangeven hoeveel
personen de groep van ‘extremists and those who give them aid and
comfort’ in de EU omvat en kan zij dat onderbouwen? Geeft het Europees
beleidskader voldoende ruimte om al deze personen uit onze samen-
leving te verwijderen, zoals de president van de VS voorstelt?

Antwoord van de Commissie: “Het waarborgen van de veiligheid van de


Unie en haar burgers is voor de Commissie een prioriteit. Vier dagen na
de aanslag in Manchester hebben de Unie en de Verenigde Staten, samen
met andere leden van de G7, de Verklaring van Taormina over de bestrij-
ding van terrorisme en gewelddadig extremisme ondertekend; en “ver-
oordelen [zij], in de sterkst mogelijke bewoordingen, alle vormen en
uitingen van terrorisme”. De Commissie steunt de lidstaten bij hun in-
spanningen ter voorkoming van radicalisering die leidt tot gewelddadig
extremisme, dat wordt gedefinieerd als ‘het verschijnsel waarbij perso-
nen standpunten, zienswijzen en ideeën gaan aanhangen, die kunnen
leiden tot daden van terrorisme…’. De Commissie beschikt niet over ra-
mingen van het aantal mensen in de EU dat tot de categorie ‘extremisten’
behoort. Op grond van het Europees juridisch kader, met inbegrip van de
recentelijk aangenomen richtlijn inzake terrorismebestrijding, moeten
terroristische misdrijven en misdrijven in verband met terrorisme, zo-
als het ontvangen van training voor terrorisme, reizen met terroristisch
oogmerk alsmede het organiseren of anderszins faciliteren van reizen
met terroristisch oogmerk, door de lidstaten strafbaar worden gesteld.
Dit verschaft de rechtshandhavingsinstanties en de openbaar aanklagers

110
belangrijke instrumenten om terroristische aanslagen te voorkomen en
terroristen voor het gerecht te brengen.”

Het is uitermate verontrustend dat in de huidige tijd van onveiligheid


door aanslagen van extremisten de EU geen enkel idee heeft hoeveel
mensen in Europa tot deze categorie behoort. Met andere woorden: de
grenzen staan wagenwijd open en er vinden aanslagen plaats, maar de
EU beschikt niet eens over ramingen hoeveel extremisten zich op Euro-
pees grondgebied bevinden. Dat noem ik ronduit onverantwoord en
getuigen van grove nalatigheid. Bepaald niet vreemd dat steeds meer
gezagsgetrouwe burgers de EU wantrouwen. Hun veiligheid wordt in
ieder geval niet gewaarborgd door de EU. Sterker nog: die wordt gewoon
verkwanseld.

Binnengrenzen en controle
Sinds 2013 heeft Europa te maken met een migrantencrisis via met
name de Middellandse Zee en Turkije als doorgangsland naar Grieken-
land. Onder de echte vluchtelingen bevonden zich vooral veel econo-
mische vluchtelingen uit veilige landen, naast terroristen die stiekem
meekwamen in de migrantenstroom. GroenLinks weigerde dit bewezen
feit categorisch te accepteren, bij monde van Judith Sargentini. Maar
mede om die reden sloten diverse landen hun binnengrenzen met de
andere EU-lidstaten, om de veiligheid van de eigen bevolking te kunnen
garanderen. Hongarije liet helemaal niemand meer toe, op een enkele
christen-vluchteling na. In mei 2017 stelde eurocommissaris Timmer-
mans dat Oostenrijk, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Zweden
binnen zes maanden weer moesten overgaan tot ‘proportionele’ politie-
controles als afgesproken in het Verdrag van Schengen.

Dat hield volgens hem in dat politiecontroles langs belangrijke trans-


portroutes of patrouilles in internationale treinen konden worden uit-
gevoerd. Hij stelde: “Door met elkaar samen te werken, zijn de buiten-
grenzen van ons Schengengebied de afgelopen tijd sterker en veiliger
geworden. Straks hebben we zowel een veilig gebied als het vrije verkeer
van goederen en personen.” Daar kwamen uiteraard vragen van (E-
003116-17): De Commissie verwart ‘vrij verkeer van personen’ met ‘het
uitvoeren van grenscontroles’. Of is de Commissie van mening dat er
vόόr het ingaan van de Europese Akte van 1986 geen sprake was van vrij

111
verkeer van personen tussen de 12 landen van de Europese Gemeen-
schap? Waarom vindt de Commissie dat door het uitvoeren van grens-
controles door Oostenrijk, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en
Zweden, er geen sprake is van vrij verkeer van personen? En kunnen de
patrouilles, die volgens Commissaris Timmermans mogen worden uit-
gevoerd in internationale treinen, onbeperkt plaatsvinden?

De Griekse (!) eurocommissaris Avramopoulos antwoordde: “Het vrij


verkeer van personen heeft uiteenlopende consequenties, omdat het een
hoeksteen van het EU-burgerschap is met een scala aan persoonlijke,
politieke en economische voordelen. Tijdelijke controles bij interne
grenzen zijn dan misschien geen ontkenning van het vrije verkeer, toch
mag het duidelijk zijn dat het bestaan van controles bij interne grenzen
een effect heeft op de mogelijkheden om die vrijheid uit te oefenen. Het
is de taak van de Commissie om dit soort controles op hun noodzaak en
evenredigheid te bezien en erover te waken dat de gevolgen ervan voor
het vrije verkeer tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven, in het licht
van de ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse
veiligheid die de lidstaat heeft genoemd als de reden om deze controles
tijdelijk opnieuw in te voeren. Op basis van een analyse van de recente
ontwikkelingen ziet het er naar uit dat ernstige bedreigingen die met
name verband houden met de migratiecrisis, net zo goed kunnen wor-
den aangepakt door politiële bevoegdheden doelmatiger in te zetten.
Daarbij dienen de lidstaten rekening te houden met de desbetreffende
rechtspraak, waarin uitdrukkelijk sprake is van wetgeving waarmee
specifieke politiële bevoegdheden in de grensgebieden worden verleend.
Zoals uiteengezet in de aanbeveling van de Commissie van 12 mei 2017
zijn politiële bevoegdheden die van toepassing zijn op het gehele grond-
gebied van een lidstaat, verenigbaar met het Unierecht. Voorts zijn politie-
controles op internationale treinen acceptabel indien ze in overeenstem-
ming zijn met de conclusies van risicobeoordelingen en niet hetzelfde
effect hebben als grenscontroles”. Samengevat: de politie mag bij de
grens controleren wie er binnenkomt. Dat was politiek gezien winst!

Asielhoppen en de ‘Europaroute’
Diezelfde Griekse eurocommissaris deed nog een positieve duit in het
zakje in een andere serie vragen (E-003815-17) die ik stelde, dit keer
naar aanleiding van het feit dat één van de terroristen die op 3 juni

112
2017 in Londen zeven mensen vermoordde, aanvankelijk tevergeefs
asiel bleek te hebben aangevraagd in het VK. Toch kon hij zich in Londen
vestigen dankzij een verblijfsvergunningskaart van de EU die hem eer-
der in Ierland was verstrekt. Een praktijk die bekend staat als ‘Europa-
route’ of ‘asielshoppen’. Ik vroeg dan ook: Is de Commissie het met mij
eens dat deze praktijk, waarbij een in één lidstaat afgewezen asielzoeker
via een andere lidstaat toch verblijfsrechten krijgt in de oorspronkelijke
lidstaat, ongewenst en blijkbaar ook levensgevaarlijk is? Wat vindt de
Commissie ervan dat de ‘Europaroute’ de lidstaten hindert in het weren
van ongewenste immigranten en zal de Commissie voorstellen doen om
deze route af te sluiten?

De eurocommissaris schreef terug: “Richtlijn 2011/95/EU bepaalt dat


alleen onderdanen van derde landen die bescherming nodig hebben en
geen veiligheidsrisico vormen, in aanmerking komen voor internationale
bescherming. Verordening 604/2013 sluit ook asielshoppen uit. Als
iemands verzoek al in een bepaalde lidstaat is afgewezen, kan hij dus geen
internationale bescherming krijgen in een andere lidstaat. De lidstaten
houden echter enige beoordelingsvrijheid en kunnen onderdanen van
derde landen op grond van hun nationale regels om humanitaire rede-
nen of in verband met legale migratie toelaten. Als een lidstaat een
onderdaan van een derde land toelaat op grond van nationale regels,
heeft de betrokkene niet het recht om in een andere lidstaat te wonen.

Alleen langdurig ingezetenen van de EU, die gedurende vijf jaar legaal en
ononderbroken in één lidstaat hebben gewoond, hebben recht op vrij
verkeer binnen de EU. Een doeltreffende strategie inzake irreguliere
migratie is van essentieel belang om te voorkomen dat personen die een
veiligheidsrisico vormen, de EU binnenkomen en er verblijven”. Belang-
rijke kanttekeningen, die lidstaten duidelijk de mogelijkheid bieden om
(illegale) migranten die via een andere EU-lidstaat binnenkomen en een
veiligheidsrisico vormen, gewoon uit te zetten. Dat kon al op grond van
het Verdrag van Schengen (je vraagt éénmalig in een land asiel aan),
maar wordt door dit antwoord van de Commissie nog eens duidelijk
onderstreept. Duidelijk is dat een eurocommissaris die uit een lidstaat
komt die veel te lijden heeft onder illegale immigratie weet waarover hij
praat.

113
Het CNV toetert ook eens wat…
Hoe zit het met arbeidsmigranten, die zowel vanuit andere EU-landen als
vanuit niet-EU landen Nederland overspoelen? In een interview begin
2018 eiste de voorzitter van het CNV opeens dat er een rem zou komen
op de arbeidsmigratie naar Nederland. Vacatures in Nederland moesten
volgens hem worden vervuld door werklozen in Nederland. Die oproep
van het CNV om meer Nederlanders aan het werk te krijgen in Neder-
land leek niet te stroken met artikel 45 van het VWEU en er kwamen
vragen van (E-000215-18): Hoe vaak heeft de Commissie, op grond van
artikel 152 van het Verdrag van Lissabon, overleg gepleegd met het CNV
in het kader van de Europese Sociale Dialoog? Heeft het CNV tijdens die
overleggen ooit aangegeven te streven naar een rem op arbeidsmigratie?
Hoe beoordeelt de Commissie de oproep van het CNV aan werkgevers
om meer Nederlanders te werven ten koste van werknemers uit andere
landen in de EU?

De Commissie reageerde bepaald niet gezellig. Sterker nog: ze was dui-


delijk not amused. Tegelijkertijd gaf ze aan dat het CNV een hypocriet
spelletje speelde in de publiciteit: “De heer Limmen, voorzitter van het
CNV, heeft als lid van de delegatie van de vakbonden deelgenomen aan
de tripartiete sociale topconferenties van maart 2015, oktober 2015 en
maart 2016. … Het comité van de sociale dialoog (SDC) is het belang-
rijkste forum voor de EU-bipartiete en tripartiete sociale dialoog op het
bedrijfstakoverkoepelend niveau en komt gewoonlijk drie keer per jaar
samen, maar het CNV heeft sinds 2015 aan geen enkele vergadering
binnen de delegatie van de vakbonden deelgenomen. De formulering en
uitvoering van het werkgelegenheidsbeleid behoren hoofdzakelijk tot de
bevoegdheid van de lidstaten. Desalniettemin moet het vrije verkeer van
werknemers, zoals gewaarborgd in artikel 45 van het Verdrag betreffen-
de de werking van de Europese Unie, daarbij worden geëerbiedigd.
Daarnaast is in Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parle-
ment en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van
werknemers binnen de Unie vastgelegd dat iedere onderdaan van een
lidstaat het recht heeft, op het grondgebied van een andere lidstaat
arbeid in loondienst te aanvaarden en te verrichten waarbij hij met
name geniet van dezelfde voorrang ten aanzien van het aanvaarden van
arbeid in loondienst als de onderdanen van deze staat (artikel 1, lid 2)”.

114
Kort samengevat: het CNV speelde een leuk ‘eurokritisch’ spelletje voor
de Bühne, maar deed nauwelijks mee om die houding uitvoering te
geven in belangrijk EU-overleg. Wel woorden, geen daden. Verder onder-
streepte de Commissie opnieuw dat lidstaten verplicht zijn arbeiders uit
andere EU-lidstaten volledig vrije toegang te geven tot hun arbeids-
markt, inclusief alle rechten daaraan verboden.

… en het UWV houdt zich van de domme


Najaar 2018 bleek dat met name Polen dat heel goed door hebben. Het
programma Nieuwsuur onthulde dat malafide bureau’s onterechte uit-
betaling van WW-uitkeringen aan Poolse arbeidsmigranten regelden.
Een Poolse arbeider die zes maanden lang werkte in Nederland had
gedurende drie maanden recht op een WW-uitkering, mits hij of zij in
Nederland verbleef en solliciteerde. De malafide bureau’s verzorgden
valse sollicitaties, onderschepten en beantwoordden post van het UWV
via valse adressen en zorgden er zo voor dat de instantie niet merkte dat
de ontvanger van de uitkering in Polen verbleef. Het UWV bleek al jaren
op de hoogte van de praktijk maar keek weg. De Tweede Kamer stond op
haar achterste benen, maar niemand bij het UWV werd ontslagen. Wat
zou de Commissie dáarvan vinden?

EU uitbreiding
Tot slot iets over de EU-grenzen in het algemeen en dan hebben we het
over onder andere uitbreiding van de EU. We zagen al dat de toetreding
van Turkije aan een zijden draadje hangt en dat de sfeer nu is om dat
land helemaal niet meer toe te laten tot de EU. Rond december 2013
bleek dat er problemen waren met Kroatië, dat net was toegetreden tot
de EU. De Commissie raadde de Raad toen aan om tegen Kroatië een
zogenaamde procedure bij buitensporige tekorten in te leiden. Dat bete-
kent dat een land de begroting niet op orde heeft. Wist de Commissie dat
dan niet al veel eerder? Uiteraard! De aankondiging volgde op het laatste
voortgangsverslag van de Commissie van 26 maart 2013, waarin werd
gesteld dat Kroatië ‘over het algemeen voldoet aan de verbintenissen en
de verplichtingen voor alle hoofdstukken die uit de toetredingsonder-
handelingen voortvloeien’.

Met die bewoording gaf de Commissie aan wat zo ongeveer iedere eco-
noom al wist: Kroatië voldeed jarenlang niet aan de economische criteria

115
om te kunnen toetreden tot de EU. Het tekort van het land bedroeg in
2012 maar liefst 5% van het bbp. Volgens het verslag van de Commissie
aan de Raad van 15 november 2013 betreffende de inbreuk op de tekort-
regels door Kroatië werd aan die criteria nog altijd niet voldaan, aange-
zien ‘de overschrijding van de drempelwaarde van 3 % van het bbp niet
van tijdelijke aard is’, en het tekort ‘niet alleen in 2013 (5,4 % van het
bbp), maar ook in 2014 en 2015 aanzienlijk boven de drempelwaarde uit
zal komen’. Je zou zeggen dat de zaak dan duidelijk ligt: Kroatië kan geen
lid worden van de EU. Die logische gedachte werd echter niet gedeeld
door de EU, want Kroatië werd gewoon wél lid.

Ieder land dat lid wil worden van de EU dient te voldoen aan de in artikel
49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde voor-
waarden en de in artikel 6, lid 1, van dat verdrag vervatte beginselen. De
Europese Raad van Kopenhagen heeft verder tevens de relevante criteria
vastgesteld waaraan alle kandidaat-lidstaten moeten voldoen om lid van
de EU te kunnen worden (de bekende ‘Kopenhagen criteria’) en tot 2013
beoordeelde de Commissie de kandidaat-lidstaten op grond van deze
criteria. Tot Kroatië aanklopte. Mijn vragen (E-014076-13) waren dan
ook: Kan de Commissie uitleggen waarom zij in haar laatste voortgangs-
verslag over Kroatië het groene licht heeft gegeven voor de toetreding
van het land, terwijl het land niet aan de in het Verdrag vastgelegde
economische convergentiecriteria voldeed? Zou de Commissie geen
vraagtekens moeten zetten bij de nauwkeurigheid van de in maart uit-
gevoerde evaluatie van de toetredingsvoorbereidingen van Kroatië? Kan
de Commissie duidelijkheid verschaffen over de correcte interpretatie en
legitieme toepassing van de criteria van Kopenhagen? Deelt de Commis-
sie de mening dat de rechtsgeldigheid van de criteria van Kopenhagen
verwaarloosbaar is geworden, gegeven dat Kroatië aan geen van deze
criteria voldeed? En hoe denkt de Commissie over de toekomst van de
criteria van Kopenhagen? Op welke wijze zullen deze criteria het toe-
tredingsproces van mogelijke kandidaat-lidstaten beïnvloeden? Kunnen
deze landen lid van de Europese Unie worden zonder aan de desbetref-
fende criteria te voldoen?

De Commissie kwam met het verwachte antwoord. Ja, het verdient be-
paald niet de schoonheidsprijs, maar… : “In haar advies over het verzoek
om toetreding tot de EU van de Republiek Kroatië heeft de Commissie

116
bevestigd dat Kroatië voldeed aan de politieke criteria van Kopenhagen
en dat zij verwachtte dat Kroatië aan de economische criteria en de
criteria van het acquis zou voldoen en klaar zou zijn voor het lidmaat-
schap op 1 juli 2013. Volgens de economische toetredingscriteria moet
een land een functionerende markteconomie hebben en opgewassen zijn
tegen de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de Unie. Zij
omvatten geen streefcijfers voor de openbare financiën.”

Dat klopt formeel, maar is onzinnig. Een bestaand lid mag een maximaal
tekort van 3% hebben, dus een kandidaat-lidstaat mijns inziens ook. De
Commissie vervolgde: “De toetreding van Kroatië was het resultaat van
een tienjarige, strenge procedure met strikte voorwaarden in alle stadia,
van het verlenen van de status van kandidaat-lidstaat, de start van de
toetredingsonderhandelingen en de openings- en sluitingsdatum van de
35 onderhandelingshoofdstukken, tot en met de afronding van de onder-
handelingen, de goedkeuring van het Europees Parlement en de ratifi-
cering van het Toetredingsverdrag door alle lidstaten. De criteria van
Kopenhagen, die in 1993 zijn vastgesteld door de Europese Raad, blijven
de basis voor het uitbreidingsbeleid. De politieke criteria weerspiegelen
de fundamentele waarden waarop de EU is gegrondvest: democratie, de
rechtsstaat, eerbiediging van de grondrechten. Het voortdurende belang
van de economische criteria wordt eveneens onderstreept door de eco-
nomische uitdagingen waarvoor de EU zich momenteel geplaatst ziet.
Zoals aangegeven in haar ‘Uitbreidingsstrategie en belangrijkste uitda-
gingen 2013-2014’, zal de Commissie haar aandacht bij het toetredings-
proces meer richten op economische kwesties. Het uitbreidingsbeleid is
gebaseerd op strenge maar eerlijke voorwaarden, waarbij de vorde-
ringen op weg naar het lidmaatschap afhangen van de maatregelen die
ieder land neemt om aan de vastgestelde criteria te voldoen. De Com-
missie blijft duidelijk stellen dat aan de betreffende toetredingscriteria
moet worden voldaan vóór zij volgende stappen kan aanbevelen in het
toetredingsproces van respectievelijk kandidaat-lidstaten en potentiële
lidstaten”.

Conclusie: ieder land mag lid worden van de EU, zolang het maar ‘over
het algemeen’ voldoet aan de verplichtingen tot toetreding. Een fiks en
structureel begrotingstekort vormt daarbij geen enkel probleem, zo
blijkt. Dat belooft nog wat voor de toekomst…

117
Hans (1942-2015)

Er zijn mensen die een invloed op je hebben. Iets waardoor je denken voor
de rest van je leven verandert. Je ouders natuurlijk. Je kinderen, oude
liefdes, nieuwe liefdes, die ene leraar, een goede vriend. Hans viel onder die
laatste twee.

Ik heb het uiteraard over Hans Jansen. Arabist, hoogleraar en erudiet.


PVV’er bovendien. Ik kende zijn werk natuurlijk. Wie niet? Zijn stukjes op
Hoeiboei, maar ook zijn boeken; ik had al van alles van hem gelezen. In de
periode voor de verkiezingen van 2014 voor het Europees Parlement zat ik
vaak met mijn collega Lucas Hartong te praten over wie wij op de lijst
verwachtten. Daar zat Hans ook bij.

Ikzelf kwam opnieuw op de lijst. Iedereen op die lijst werd in de Tweede


Kamer, in de PVV-fractiekamer, verwacht om de lijst te tekenen. Er was niet
bekend gemaakt -in ieder geval niet aan mij- wie er allemaal op stonden. Ik
bleek iedereen te kennen, maar Hans alleen van naam. Hij stond hoger dan
ik -op vier- tegen ik op vijf en bleek na het tekenen in voor een biertje aan
de overkant van het Plein, waaraan het Tweede Kamergebouw ligt. We
raakten aan de praat. Ik mocht hem direct.

We zagen elkaar opnieuw tijdens de verkiezingsavond. Dat was in een


kroeg waar de PVV’ers vrijuit konden praten, want de organisatie had de
pers op een heel klein podiumpje samengedrongen. Dat was overdreven.
Natuurlijk, op de eerste verkiezingsavond ooit -in 2006- had de pers
bijvoorbeeld stiekem microfoons achter je aangezet, in de hoop foute

118
opmerkingen te registreren. Maar het had net zo goed andersom gekund:
een afgezet stukje in de kroeg waar PVV’ers even met elkaar konden praten,
terwijl de pers gewoon rond kon lopen in het overige gedeelte. Maar Hans
vond het prima. We zaten eigenlijk de gehele avond aan de bar naast elkaar,
terwijl de resultaten binnendruppelden. Op een gegeven moment ging de
voorspelling van vier naar drie zetels en Hans zei dat hij dat ergens wel een
opluchting vond. Het werden er toch vier en Hans mocht zich gaan melden
in Straatsburg, bij de opening van de eerste sessie van de nieuwe legislatuur,
de vijfjaarsperiode voor het Europees Parlement.

Ik was daar ook, want er was een afscheidsfeestje voor parlementariërs die
het niet gehaald hadden. Het leek me wel gezellig om eens gewoon op een
feestje te komen zonder enige politieke spanning. Ik kreeg een medaille
(voor wat? Je werk doen?), vriendelijke woorden en onbeperkt alcohol. Dat
was dus inderdaad heel gezellig. Ik stond een flink gedeelte van de avond
met Emine Bozkurt te praten, een PvdA-lid in het EP dat ook afscheid nam.
Vriendelijke vrouw. We hadden wel eens vaker contact gehad. In het begin
van de zittingsperiode -vanaf 2009- waren er geen vriendelijke woorden
voor de PVV’ers, maar na verloop van jaren ging het voorzichtig wat beter
en werd het allemaal wat minder krampachtig. Die dag in Straatsburg ook.

De volgende dag zou ik weer naar huis rijden, maar terwijl ik door het
gebouw liep kwam ik in de gang een kleine man tegen. Een beetje hulpeloos
keek hij om zich heen. Het was Hans. ”Auke, ik weet echt niet waar ik heen
moet”, zuchtte hij. Dat was niet zo vreemd, want de architectuur van het
gebouw in Straatsburg is hopeloos (in Brussel trouwens ook. Megalomaan
betekent vaak ook ondoorgrondelijk). Ik liep de rest van de dag met hem
mee, onze kennismaking vernieuwend. Aan het eind van de dag had hij een
fractievergadering met de nieuwe leden en toen hij daarvan terugkwam
vroeg hij of ik wellicht zijn assistent wilde zijn, als ik nog niets anders had?
Dat leek me een leuke uitdaging en ik heb ja gezegd. Ik had trouwens ook
niks beters te doen, want het alternatief was terugkeren naar Binnenlandse
Zaken en ik had niet het gevoel dat iemand daar op mij zat te wachten.

Dat is toch één van de betere beslissingen van mijn leven geweest. Tegen
mijn advies in koos hij voor lidmaatschappen van de commissie
Ontwikkelinghulp en de Delegatie voor Afghanistan. “Daar heb ik verstand
van, Auke!”, gaf hij als verklaring. Alsof het belangrijk is ergens verstand

119
van te hebben in de EU! Je moet gewoon de één na domste in de zaal zijn,
heb ik wel eens gedacht. Er werkelijk verstand van hebben werkt alleen
maar heel frustrerend. Ratio is geen onderdeel van de Brusselse besluit-
vorming.

Ik zag bij de keuze van Hans dat er een probleem aankwam met publiciteit,
toch onderdeel van je werk. Ontwikkelingshulp is namelijk alleen in het
nieuws als er geld verprutst wordt -dat is altijd- én als het niet helpt, en dat
is ook altijd. Dat is dus geen nieuws en haalt ook niet het nieuws. En
Afghanistan? Hans kende de ambassadeur persoonlijk en sprak de taal. Ja,
daar heb je dus ook niks aan als je er niet heen kunt, dacht ik. Het land is
een oorlogszone en daar gaan echt geen werkbezoeken naartoe georgani-
seerd worden. Bovendien wordt de PVV toch altijd geweerd van werk-
bezoeken, zo was mijn ervaring in de Israel-delegatie. Ik had gelijk, bleek
later. Weinig aandacht voor deze dingen. Hans dacht dat het om inhoud zou
gaan, maar het Europees Parlement geeft gewoon zoveel mogelijk geld weg.
Daar voelen ze zich erg goed bij. Ik probeerde voor hem nog onderwerpen
te claimen waarop je nog wel eens kunt scoren: de juridische zaken. Maar
Vicky Maeijer was ook lid en terzake kundig en claimde die onderwerpen.

Toen was ik dus assistent. Dat was ik al eerder geweest voor Barry
Madlener. Dat was op het gebied van economie, en hoewel als econoom dat
onderwerp niet al te moeilijk was, moest ik erg wennen aan al die andere
dingen die het leven van een parlementariër bepalen. De stemlijsten, de
amendementen, spreekteksten schrijven, interviews voorbereiden, en
vooral het ontwikkelen van een politieke antenne. Dat was toch compleet
anders dan het werk op een ministerie. Toen ik in 2011 zelf parlementariër
werd was het een goede zaak dat ik het handwerk al kende. En nu kon ik
dat ook inzetten voor Hans.

Hans wist niet goed wat te doen. Hij vertelde dat ook vaak, want als hoog-
leraar wilde hij gewoon mensen geleerder maken dan ze eerst waren. Maar
dat is voor een parlementariër maar heel gedeeltelijk je werk. Na twee keer
had hij de commissie Ontwikkelingswerk wel gezien, want daar liepen ze in
hun denken decennia achter, vertelde Hans, die als adviseur op dat gebied
gewerkt had. Ook de vijandschap had hij niet verwacht; de andere partijen
die je negeren, ridiculiseren. Dat soort dingen. Maar gelukkig had Hans ook
een vaste deal met GeenStijl voor een wekelijkse column. Dat was erg leuk

120
om te doen, omdat Hans iedere week zuchtend binnenkwam en dan zei:
“Auke, wat denk je van de rol van gnostici in de tweede eeuw?” “Nou, Hans”,
zei ik dan, “het kan misschien ook iets actueler?” ‘”Toch niet wéér over de
islam, Auke?” “Ik denk dat we iets kunnen proberen over de boten vol
vluchtelingen en de islamitische opdracht tot verovering?”, probeerde ik
dan. Hij had me eens uitgelegd wat de islamitische uitdrukking ‘na de
zaterdag, komt de zondag’ betekent. Namelijk, eerst de Joden onderwerpen,
daarna de Christenen.

Hoofdschuddend ging hij dan aan het werk en twee uur later kwam hij met
een tekst die precies de goede lengte had. Ik las het met genoegen, gaf één
of twee aanwijzingen -niet dat ik ook maar enige hulp was op zijn
vakgebied- maar heel af en toe moest ik zeggen dat zijn woordkeus
weliswaar academisch correct was, maar politiek onhandig en of hij iets
anders wist?

Zijn spreekteksten gingen op dezelfde manier. Hij propte academische


kennis in 200 woorden, ik zorgde voor een politieke quote ergens, en dan
ging hij op weg naar de plenaire zaal om braaf op zijn beurt te wachten voor
zijn speech. En die werden prima bekeken op Youtube, want Hans was een
bekende naam.

En hij had geweldige verhalen over wat hij allemaal had meegemaakt. Als
directeur van het Nederlands Instituut in Cairo, als begeleider bij vele
reizen, als tolk, als getuige-deskundige, en nog veel meer. Zo vertelde hij
eens een schitterend verhaal dat hij met Nederlandse gezanten bij een
toespraak van Gadaffi in Libie was. Gadaffi zei iets, dat werd vertaald, aan
het einde klapte iedereen. Maar Hans hoorde gewoon dat Gadaffi tegen de
tolk zei dat hij maar wat moest verzinnen want hij ging niet echt iets zeggen
tegen die dwazen. Dus de tolk verzon zelf wat gemeenplaatsen. Maar het
mooiste was het spandoek aan het gebouw waar de gezanten voor stonden.
Daar stonden in het Arabisch beledigende teksten voor de ongelovigen (wat
ben ik helaas vergeten) en de officiële foto’s werden dus gemaakt met die
tekst op de achtergrond. Voor de lokale kranten een duidelijke boodschap,
terwijl de Nederlanders positief gestemd weer de terugreis aanvaardden.
Wat een fijne man, die Gadaffi! Wat me eraan doet denken dat toen de PVV
vragen stelde over ‘dictator Gadaffi’, we die weer linea recta terugkregen
omdat we Gadaffi geen ‘dictator’ mochten noemen.

121
Maar het meest bijzonder waren toch de eindeloze gesprekken die we
hadden over zijn vakgebied. Of Jezus een historische figuur was, of
Mohammed dat was, hoe het religieus denken zich had ontwikkeld in die
periode, waarom de archeologie geen bevestiging kon vinden voor de
geschiedenis volgens de koran en de overlevering. Dat hij ontevreden was
dat hij door zijn enorme talenkennis oude documenten bestudeerde en
becommentarieerde, maar dat zijn vakgenoten in Nederland dan bena-
drukten dat dat geen enkele relevantie voor moslims in Nederland kon
hebben. “Ze hebben niet eens een idee wat daar in staat”, zei Hans dan.
Voortdurend benadrukte hij dat de wetenschap geen absolute waarheden
kent, en dat hij dat ook altijd op zijn studenten had proberen over te
brengen. Dat hij de ene week een stuk belichtte vanuit de ene hoek en dan
de volgende week hetzelfde onderwerp op een volledig andere manier met
een andere conclusie nog een keer vertelde. En steeds weer waren er
studenten die daar niet mee om konden gaan en die van hem wilden weten
welke van de twee nou correct was.

Met studenten die als bezoekersgroep langskwamen had hij weinig geduld,
als ze zich niet voorbereid hadden. Altijd overschatte hij de vaardigheden
van studenten. Vooral zijn talenkennis was dermate groot dat hij zich niet
kon voorstellen dat niet iedereen de drie moderne talen sprak.

We bleken liefhebberijen te delen. Bach bijvoorbeeld. Hij speelde cello, en


dan heb je automatisch een liefdesrelatie met Bach. Ik speel klassiek gitaar,
maar mijn favoriete stukken zijn de luitsuites van Bach, die perfect te spe-
len zijn op gitaar. Beide instrumenten zitten in het bereik van de menselijke
stem, en eigenlijk iedereen die ik ken houdt ook van het andere instrument
als ze het ene spelen. We hebben elkaar dagenlang met weetjes over Bach
verveeld.

Op een gegeven moment verontschuldigde Hans zich bij mij. Hij vond het
werk onverwacht leuk, voelde zich gesteund en gewaardeerd en wilde
gewoon verder. “Ik zit eigenlijk op jouw stoel, Auke”. “Onzin”, zei ik, “je bent
bekender, hebt een sloot voorkeurstemmen, en je staat gewoon hoger op de
lijst. Zo werken die dingen”. Bovendien was hij in de pers geen gewone
politicus, maar een autoriteit. Dat is een positie die niet veel mensen
gegeven is.

122
Op een vrijdag belde hij me. De column voor GeenStijl waarmee hij gewor-
steld had, was goed gelukt en hij wilde me bedanken. “Drink je wijn of
whisky, Auke?” Ik zei dat ik gewoon mijn werk had gedaan, maar dat ik wel
een whiskyman was. De maandag daarna belde de familie echter dat Hans
was opgenomen in het ziekenhuis en dat het er niet goed uitzag. De
volgende dag overleed hij. Ik heb geloof ik allerlei mensen gebeld, maar dat
weet ik allemaal niet meer. Heel veel geijsbeerd ook, met een gevoel van
gejaagdheid, alsof ik nog iets kon doen als ik het maar snel deed. Iedereen in
de PVV was geschokt en ik niet minder. Bij de uitvaartdienst in Amsterdam
was het druk en er waren vele bekende namen. Martin Bosma hield, naast
anderen, een mooie toespraak. De kerk waar de dienst gehouden werd was
de gewijde omgeving die er goed bij paste. Zoals altijd helpt dat.

Na zijn dood kreeg ik een schitterende fles whisky die hij de dag voor zijn
ziekenhuisopname voor mij had gekocht. Een jaar na zijn dood heb ik de
fles geopend. Hij is nu leeg, maar staat in de kast. Als herinnering. Alsof ik
een fles nodig heb om me Hans te herinneren.

123
Nawoord

Bent u er nog, na het lezen van zoveel EU-ellende? Complimenten! Het valt
niet mee om dit soort kwesties te bestuderen, omdat ze zo schadelijk zijn
voor ons Nederland. Dat geldt ook voor het dagelijks werk in het Europees
Parlement: het is vaak taai doorzetten om door de brei aan informatie en
sluwe partijpolitiek heen te komen. En zelfs als je de juiste analyse hebt
gemaakt en vol goede tegenvoorstellen naar een vergadering of stemming
vertrekt is het een bittere teleurstelling om te moeten vaststellen dat
opnieuw een blokkerende meerderheid van bijvoorbeeld socialisten en
christendemocraten het gezonde verstand op nul zet en met de blik op
oneindig stemt voor de meest schadelijke optie.

Het blijft verbazen hoe politici, verblind door het tijdelijke succes, roem of
vele geld, bereid zijn hun diepste overtuigingen en principes aan de kant te
schuiven voor dwaze beleidsvoorstellen en beslissingen. Alles voor een nog
belangrijker baantje of hoger aanzien? Wie zal het zeggen. Het likken naar
boven en schoppen naar beneden schijnt nog steeds wat op te leveren. Niets

124
nieuws onder de zon. Is het dan nutteloos dat de PVV in het Europees Parle-
ment vertegenwoordigd is? Zeker niet. Onze politici bezetten een zetel die
anders naar een pro-EU kosmopoliet zou zijn gegaan en dat op zich is al
reden genoeg. De PVV geeft, met gelijkgestemden in het EP, duidelijk
tegengas aan de pro-EU partijen. Zij hangt voortdurend aan de noodrem
van de voortdenderende dieseltrein, die daarmee steeds meer afremt. Hoe
zich dat concreet uit? Dat heeft u kunnen lezen in de hoofdstukken van dit
boek.

In dit jaar zijn er opnieuw verkiezingen voor het Europees Parlement. Hoe
die gaan uitpakken is deels koffiedik kijken. Het is uiteindelijk aan de kiezer
om te bepalen wie er naar Brussel en Straatsburg gaan. Wat ik wel hoop en
vermoed is dat de kiezers de eurokritische stem zullen versterken. Wat dat
betreft zijn er bemoedigende ontwikkelingen gaande in Europa. In Frank-
rijk is de positie van de zittende macht nog nooit zo zwak geweest en de
anti-EU stemming zo groot. In Hongarije, Polen en Italië zijn zeer EU-
kritische regeringen aan de macht. Engeland neemt afscheid van de EU en
heeft nu reeds bewezen op eigen kracht in staat te zijn om te overleven.
Sterker nog: de economie floreert als nooit tevoren. In Zweden, tot voor
kort sterk pro-EU socialistisch bolwerk, ruikt de eurokritische beweging
aan de macht. Iets dat tot voor kort onmogelijk werd gehouden. In Finland
neemt een eurokritische partij deel aan de regering en in ons land is ook al
lang geen sprake meer van EU-liefde. Zelfs politiek Duitsland schudt op haar
grondvesten, waar tot voor kort eigenlijk twee politieke stromingen voort-
durend de macht onder elkaar verdeelden.

Wat ik ook weet is dat we tijdens deze verkiezingscampagne als nooit


tevoren zullen zien dat de EU gaat inzetten op Europese politieke
partijen en kieslijsten, omdat eurokritische en populistische partijen juist
sterk zijn geworden in het Europees Parlement. Ironisch dat een leider van
de ‘liberalen’, Verhofstadt, juist de enige democratische EU-stem het
zwijgen wil opleggen. Er komt scherpere regelgeving voor ‘afwijkende’
meningen en politieke groepen in het EP. Timmermans zou hen het liefst
verbieden. Uiteindelijk wenst men slechts het bestaansrecht van pro-EU
trekpoppen. In eigen land zal ‘het politieke midden’ op allerlei manieren
hoog van de toren blazen en ‘de populisten’ aanvallen waar mogelijk.

125
Wij zullen echter als ware Geuzen de nationale soevereiniteit van ons mooie
land blijven bepleiten. Geen EU die voor ons bepaalt wat wij al dan niet
zouden mogen, maar soevereine zelfbeschikking. Datzelfde zien we in
Spanje (Catalonië) en België (Vlaanderen) gebeuren. Ontwikkelingen die
zeer boeiend zijn om te volgen, ondanks alle hate speech die de EU over alle
onafhankelijkheidsbewegingen uitstrooit. We zullen veel desinformatie en
nepnieuws vanuit de EU onze kant zien opkomen, zoals juichende peilingen
over vermeende successen van de EU en dergelijke. Misschien dat de PVV
daarover een meldpunt kan opzetten? PVVvsEUdisinfo of zo. Wie weet.

Tot slot. Het was mij een voorrecht om de afgelopen jaren de Nederlandse
kiezers te mogen vertegenwoordigen in het Europees Parlement. Ondanks
alle tegenwerking en regelmatige frustratie was het een feest der democra-
tie. Het is en blijft een enorm voorrecht om zonder last en ruggenspraak de
stem van de kiezer te mogen zijn. Ik hoop dat ik u daarin niet heb
teleurgesteld.

126
Biografie Auke Zijlstra

Lid van het Europees Parlement:


13/09/11 – 30/06/14 Niet-fractiegebondenen (NI)
08/09/15 – heden Europa van Naties en Vrijheid (ENF)

Lid van de commissies:


26/09/11 – 30/06/14 Burgerlijke vrijheden, justitie & binnenlandse zaken
16/09/15 – 05/10/15 Ontwikkelingssamenwerking
16/09/15 – 28/02/17 Begrotingscommissie
01/03/17 – heden Burgerlijke vrijheden, justitie & binnenlandse zaken

Plaatsvervangend lid van de commissies:


21/09/11 – 16/07/12 Industrie, onderzoek en energie
17/07/12 – 30/06/14 Economische en monetaire zaken
14/09/15 – 18/01/17 Industrie, onderzoek en energie
19/01/17 – heden Economische en monetaire zaken

Lid van de delegaties:


26/09/11 – 30/06/14 Betrekkingen met de Raad van het Palestijns
Zelfbestuur
12/06/17 – heden Betrekkingen met Japan

Plaatsvervangend lid van de delegaties:


21/09/11 – 30/06/14 Betrekkingen met Israël
10/05/16 – heden Betrekkingen met Bosnië & Herzegovina en Kosovo

Al mijn vragen en de daarop gegeven antwoorden vindt u hier:


http://www.europarl.europa.eu/meps/nl/103246/AUKE_ZIJLSTRA/other-
activities/written-questions-other#mep-card-content

127
128