Vous êtes sur la page 1sur 16

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

Erasmus School of History, Culture and Communication


Masteropleiding Media en Journalistiek

Studiehandleiding

ICT, Cultuur en Samenleving


Vakcode: CH4404

STUDIEJAAR 2010-2011

Docenten: Prof. Dr. J. de Haan


M. Schols MSc.
Inhoudsopgave

1. Praktische gegevens pag. 3


2. Programmaoverzicht pag. 4
3. Oriëntatie op het vak pag. 5
4. Doelstellingen cursus pag. 5
5. Organisatie en werkwijze cursus pag. 6
6. Beoordeling en toetsing pag. 6
7. Algemene eisen voor alle schriftelijke opdrachten pag. 7
8. Beschrijving college-inhoud en opdrachten per week pag. 8

2
1. Praktische gegevens

Naam van het vak: ICT, Cultuur en Samenleving

Cursuscode: CH4404

Docenten: Prof. dr. Jos de Haan


Spreekuur: dinsdag, na werkcollege tot 16.00 uur
Tel. SCP: 070-3407832 en op dinsdag EUR: 010 – 4082456
e-mail: j.de.haan@scp.nl
Kamer: Woudestein, L-gebouw; L3-68

Marjon Schols, MSc


Spreekuur: dinsdag, na werkcollege en op afspraak
Tel. 070 – 3405104
e-mail: m.schols@scp.nl
Kamer : SCP, C1414

Onderwijsperiode Blok 3 (semester 2)


8 hoor- en 8 werkcolleges: 01-02-2010 t/m 09-04-2010
Deadline eindopdracht zondag 10 april 2010, 23.59 uur

Studiepunten 5 ECTS

Onderwijsvormen Hoorcollege en werkgroep

Verplichte literatuur (B) Boek: Jan Steyaert en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en
Samenleving 2007; gewoon digitaal, Amsterdam: Boom, 2007.
ISBN: 978 90 473 0024 3
Artikelen in (R) reader, op (BB) BlackBoard

Wijze van toetsing Eindopdracht individueel of in tweetallen


Weekopdrachten

Studentbelasting Seminar 5 ECTS = 140 uur


Bijwonen hoorcolleges 8 uur
Bijwonen werkgroepen 8 uur
Bestuderen van (opgegeven) literatuur 64 uur
Maken van weekopdrachten bij colleges 20 uur
Eindopdracht 40 uur

Hoorcollege dinsdag 10.00 - 10.45 uur LB 0-67 (1 feb in T3-16; 16 feb in


T3-20; 15 mrt in T3-02)

Werkcollege dinsdag 11.00 -12.45 uur werkgroep 1 (De Haan)


werkgroep 2 (Schols)

Zie ook www.eshcc.eur.nl/onderwijs

3
2. Programmaoverzicht

1. dinsdag 1/2 - inleiding


2. dinsdag 8/2 - geschiedenis van internet en algemene theorie, ICT en arbeid
3. woensdag 16/2 - diffusie theorie
4. dinsdag 22/2 - ICT en sociale ongelijkheid: verschillen tussen en binnen landen
5. dinsdag 1/3 - ICT en sociale contacten
6. dinsdag 8/3 - ICT en onderwijs, jongeren en vaardigheden
7. dinsdag 15/3 - ICT en cultuur
8. dinsdag 22/3 - ICT en toekomst; beleid
9. zondag 10/04 - eindopdracht inleveren (uiterlijk 23.59 uur).

3. Oriëntatie op deze module


Deze module is gewijd aan de sociale gevolgen van de opkomst van ICT, met name in-
ternet. Wat betekent het om in een informatiesamenleving te leven? Hoe verandert het
mediagebruik van Nederlanders? In hoeverre is het aanbod van kunst en cultuur online
te raadplegen? Eerst wordt ingegaan op de geschiedenis van ICT en de context waarin
de microchip, de pc en internet ontwikkeld zijn. Vervolgens wordt de verspreiding van
deze technologieën behandeld en de factoren die hierop van invloed zijn geweest.
Daarbij wordt ook aandacht geschonken aan het vraagstuk van sociale ongelijkheid (di-
gitale kloof binnen en tussen landen). Uiteenlopende theorieën die iets duidelijk kunnen
maken over de verspreiding en impact van ICT worden besproken, zoals de diffusietheo-
rie, de critical mass theory en het werk van Manuel Castells. Wat betekent deze nieuwe
technologie voor de media en voor culturele instellingen? Wat verandert er in de levens
van burgers ten aanzien van onder meer sociale contacten, werk, vrijetijdsbesteding en
maatschappelijke participatie? In deze module wordt veel empirisch onderzoek behan-
deld dat inzicht geeft in de Nederlandse situatie.

4. Doelstellingen
- De studenten kunnen aan het eind van deze module de belangrijkste vraagstukken en
debatten (bijv. de digitale kloof) rond de opmars van ICT in eigen woorden uitleggen.
- De studenten kunnen aan het eind van deze module in eigen woorden de belangrijkste
argumenten binnen de verschillende debatten uitleggen en met elkaar vergelijken.
- De studenten kunnen aan het eind van deze module een kritische reflectie geven op
ontwikkelingen in ICT-gebruik met behulp van wetenschappelijke literatuur.
- De studenten kunnen sociaal-wetenschappelijke begrippen en theorieën op de ver-
spreiding en gevolgen van ICT toepassen.
- De studenten kunnen mondeling en schriftelijk blijk geven van deze inzichten en
reflectie.

5. Organisatie en werkwijze

Hoorcolleges
Tijdens de hoorcolleges wordt achtergrondinformatie bij de verplicht te lezen literatuur
besproken. Tijdens ieder hoorcollege staat een ander thema centraal. Vooraf dient de
aangegeven literatuur te worden bestudeerd.

Werkcolleges
Tijdens de werkcolleges gaan de studenten door middel van opdrachten zelf actief aan
de slag. Hierbij maken zij gebruik van inzichten uit de gelezen literatuur en de opdrach-
ten die in de week voorafgaand aan de werkgroep gemaakt zijn.

4
Presentie
Aanwezigheid is zowel tijdens het hoorcollege als de werkgroepen verplicht volgens de
opleidingsbrede richtlijnen van de masteropleiding Media & Journalistiek. Dit betekent
dat bij één keer afwezigheid (met geldige reden) geen sancties gelden, bij tweemaal af-
wezigheid (met geldige reden) zal een mondeling tentamen afgenomen worden over de
gemiste stof en bij driemaal afwezigheid volgt uitsluiting van de cursus. Wat als geldige
reden gezien wordt besluit de docent.

Toepassing en gebruik van Blackboard


Studenten dienen zich in te schrijven voor cursus via „Osiris Student‟. Zodra zij zich via
„Osiris Student‟ hebben ingeschreven voor deze cursus worden zij automatisch enrolled
in Blackboard voor die cursus en zij worden automatisch aangemeld voor het schriftelijk
tentamen en/of andere toetsen die bij de cursus horen.
Blackboard wordt hoofdzakelijk als informatie- en communicatiekanaal gebruikt. We zet-
ten alle mededelingen, opdrachten, overzichten en dergelijke op Blackboard, zodat elke
student hierover kan beschikken. Enkele artikelen staan niet in de reader (R) maar staan
op Blackboard, dit wordt bij de literatuur aangegeven met (BB).
Ook voor de opdrachten gebruiken we Blackboard. Weekopdrachten kunnen uitsluitend
via Blackboard worden ingeleverd (ga naar  Blackboard  course CH4404-08  as-
signments  kies de SafeAssign map voor de juiste week bestand uploaden voeg
de .doc versie van je opdracht toe. LET OP: geef je documenten altijd als titel je
achternaam en het nummer van de opdracht.

Ook de eindopdracht moet via SafeAssign worden ingeleverd. Met een zogenaamde
Safe Assignment worden documenten gecontroleerd op plagiaat. SafeAssign voert 3
controles uit: 1) vergelijking met diverse internetbronnen, 2) vergelijking met verschillen-
de databases (van bijv. UB, elektronische tijdschriften, kranten, etc.) en 3) vergelijking
met eerder door studenten aangeleverde teksten. Daarnaast graag een hardcopy van de
eindopdracht in het postvakje van de werkgroepdocent.

Opdrachten
In totaal moeten de studenten vijf opdrachten maken, soms met meerdere studenten,
soms individueel. Deze opdrachten kunnen gevonden worden op Blackboard onder „as-
signments’. De opdrachten worden ingeleverd uiterlijk op zondag, 23.59 uur, vooraf-
gaand aan het college van de daaropvolgende week. De opdrachten moeten ingeleverd
worden via Blackboard: assignments: SafeAssing: hier zal een map te vinden zijn waar
de opdracht ge-upload kan worden. De opdrachten zijn verplicht. Het gemiddelde cijfer
van de opdrachten telt mee voor 50% van het eindcijfer. Alle opdrachten dienen met een
voldoende te zijn beoordeeld. Onvoldoende gemaakte opdrachten dienen herkanst te
worden.

Eindopdracht
Voorbereiding (tevens opdracht 4):
Individueel of in tweetallen kiezen de studenten een onderwerp voor een eindopdracht
en geven op één A4 aan waarom dit onderwerp gekozen is, wat de vraagstelling is en
welke literatuur verwerkt gaat worden (zowel uit college als zelf gevonden). Dit inleveren
via SafeAssign op uiterlijk zondag 14 maart om 23.59 uur, zodat de thema‟s van de ein-
dopdrachten in de werkgroep besproken kunnen worden. Deze voorbereidingsopdracht
geldt als de vijfde weekopdracht en telt dus mee voor het eindcijfer.

5
Uiteindelijke versie:
De definitieve eindopdrachten moeten uiterlijk zondag 10 april om 23.59 uur worden in-
geleverd in het postvak van de docent en via SafeAssign. Deze opdracht telt mee voor
50% van het eindcijfer. Ook de eindopdracht dient met een voldoende te zijn beoor-
deeld. Bij een onvoldoende gemaakte eindopdracht dient deze in zijn geheel overge-
daan te worden. Dit betekent dus dat een nieuw onderwerp gekozen dient te worden en
niet volstaan kan worden met het bijstellen van de onvoldoende gemaakte opdracht.

6. Beoordeling en toetsing
Criteria die gebruikt worden bij de beoordeling van opdrachten:
Deze module wordt getoetst door middel van wekelijkse opdrachten en een eindop-
dracht, waarin studenten blijk dienen te geven van een grondige verwerking van de lite-
ratuur, van het zelfstandig toepassen ervan en van het vermogen om dit helder en aan-
trekkelijk te presenteren.
Het eindcijfer wordt bepaald op basis van het gemiddelde cijfer voor de opdrachten
(50%) en het cijfer voor de eindopdracht (50%) en naar boven of beneden afgerond op
basis van participatie in de werkgroepen.
De tussentijdse opdrachten worden gewaardeerd met “onvoldoende”, “voldoende”,
“goed” of “uitstekend”. Een opdracht die met een onvoldoende beoordeeld is moet
worden verbeterd, anders zal geen cijfer berekend worden. De beoordeling van de op-
drachten wordt omgerekend tot een cijfer dat tussen 5,5 en 10 ligt.
De eindopdracht wordt voorzien van een inhoudelijke beoordeling en een cijfer. De ein-
dopdracht dient met een voldoende resultaat afgesloten te worden (dit betekent een cij-
fer dat tussen 5,5 en 10 ligt). Onvoldoende gemaakte opdrachten moeten overgedaan
worden.

7. Algemene eisen voor eindopdracht


De schriftelijke eindopdracht wordt beoordeeld op:
- Inhoud / onderwerp.
- Heldere en originele vraagstelling.
- Verwerking van literatuur volgens de richtlijnen in de „Schrijfwijzer‟ en toepassing
van de literatuur in eigen betoog.
- Opbouw van argumentatie en consistentie in het betoog.
- Originaliteit in argumentatie en conclusies.
- Schrijfstijl (correcte spelling en taalgebruik zijn een voorwaarde).

Voor verdere uitleg over de vorm en het gebruik van literatuurverwijzingen zie de
Schrijfwijzer Cultuur & Media, Rotterdam 2008: Erasmus Universiteit Rotterdam. Wij
gaan ervan uit dat iedereen volgens deze richtlijnen te werk gaat. Gevallen van plagiaat
worden direct gemeld aan de examencommissie!

Algemeen
 voorzien van naam en studentnummer;
 4000 woorden (incl. literatuurlijst); geprint, regelafstand 1,5, genummerde pagina‟s;
 verzorgde lay-out; geen plastic kaft, niet inbinden; een nietje erdoor voldoet;
 DEADLINE zondag 10 april om 23.59 uur, inleveren via SafeAssign en papieren ver-
sie in postvak van de docent.

6
8. Beschrijving college-inhoud en literatuur per week

1. Week 1: dinsdag 1 februari 2010

Onderwerp: Inleiding op het seminar ICT, Cultuur en Samenleving


- kennismaking en werkafspraken;
- toelichting op programma en opdrachten;
- inleiding op collegestof;
- overzicht van het thema in de literatuur.

Tijdens het eerste college wordt de globale opzet van de gehele module doorgenomen.
Technologische ontwikkelingen hebben sociale gevolgen. De manier waarop wij werken,
wonen, leren en onze vrije tijd besteden verandert erdoor. Over de invloed van techno-
logie op tal van maatschappelijke terreinen bestaan tegenstrijdige verwachtingen. Talrijk
zijn de voorspellingen dat burgers zich door middel van internet beter zullen informeren
en vervolgens mondiger worden, dat zij politiek actiever worden in een meer democrati-
sche samenleving, dat vervelend routinewerk vervangen wordt door creatieve arbeid en
dat uiteindelijk een vreedzame en welvarende gemeenschap van wereldburgers zal ont-
staan. Naast de hoop op een betere samenleving boezemt technologische ontwikkeling
ook angst in dat de samenleving er slechter van wordt. Volgens deze verwachtingen
worden burgers geconfronteerd met information overload, raken zij door de vele contro-
lemogelijkheden hun gevoel van privacy kwijt en worden zij slaven van de machines in
een Brave New World-achtige samenleving. Droomscenario‟s staan naast doemscenari-
o's.
In deze module zullen uiteenlopende verwachtingen over de gevolgen van ICT behan-
deld worden en aan de hand van empirisch onderzoek zal de houdbaarheid van deze
utopische en dystopische verwachtingen besproken worden. Daarmee wordt de stand
van zaken opgemaakt in het onderzoek naar sociale gevolgen van ICT. Wat zijn de rele-
vante vraagstellingen? Welke theorieën zijn reeds ontwikkeld? Welk empirisch onder-
zoek is voorhanden?
In het eerste college wordt een conceptueel kader besproken dat tijdens de volgende
colleges nader uitgewerkt zal worden. Tijdens dit college wordt ook de opzet van de mo-
dule doorgesproken en worden afspraken over opdrachten en eindpaper gemaakt.

Vooraf bestuderen (verplicht):


(R) Hoofdstuk 1 uit Jan Steyaert en Jos de Haan, Geleidelijk digitaal: een nuchtere
kijk op de sociale gevolgen van ict, Den Haag: SCP, 2001. ISBN: 903770083 (te
downloaden via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
(B) Hoofdstuk 1 uit Jan Steyaert en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en Samenleving
2007; Gewoon digitaal, Amsterdam: Boom, 2007.

Verder lezen (optioneel):


Jos de Haan, A multifaceted dynamic model of the digital divide, IT&Society,
www.itandsociety.org, issue 7 (te downloaden via www.itandsociety.org)

7
2. Week 2: dinsdag 8 februari 2010

Onderwerp: Geschiedenis van internet en algemene theorie


Technologische ontwikkelingen hebben niet alleen sociale gevolgen, maar de ontwikke-
ling van technologie is ook het resultaat van processen die zich in sociale contexten af-
spelen. Productontwikkeling en -diffusie vinden plaats in een sociaal krachtenveld. De
effecten van technologie liggen niet alleen besloten in technische mogelijkheden (deze
visie wordt technologisch determinisme genoemd), maar voor een groot deel ook in de
manier waarop met nieuwe mogelijkheden wordt omgegaan. Technologie en samenle-
ving beïnvloeden elkaar dus wederzijds. Dit proces wordt ook wel mutual shaping ge-
noemd; een proces van wederzijdse aanpassing: de mens past zich aan de machine
aan en de machine wordt aangepast aan de mens.
De huidige technologische ontwikkelingen hebben hun oorsprong in de flower
power cultuur in Californië in de jaren zestig en zeventig. Mogelijkheden voor het ont-
staan van nieuwe informatietechnologie werden er gestimuleerd door een sfeer van vrije
creativiteit, wetenschappelijk onderzoek aan universiteiten en ondersteuning van dat on-
derzoek door de Amerikaanse overheid. De ontwikkeling van die technologie beïnvloedt
weer hoe mensen met elkaar omgaan en ook hoe samenlevingen als geheel van karak-
ter veranderen.
Al in 1974 schreef Daniel Bell dat er mede door de verspreiding van computers
een overgang gaande was van een industriële naar een postindustriële samenleving. De
opkomst van nieuwe technologieën en de groei van kennis en informatieverwerking
heeft volgens hem een belangrijke rol gespeeld bij de vervanging van productie van
goederen naar de verlening van diensten.
Tegenwoordig wordt eerder gesproken van een overgang van een industriële
naar een netwerksamenleving, beschreven door Manuel Castells (1996) in zijn boek The
rise of the network society. Wat volgens Castells de fabrieken waren voor de industriële
samenleving zijn de netwerken voor de informatiesamenleving. Technologische ontwik-
kelingen dragen volgens hem bij aan een verdichting van wereldwijde netwerken waarin
individuen, bedrijven en instellingen met elkaar verbonden zijn.
Naast de consequenties op macroniveau zijn er gevolgen op microniveau. Welke
gevolgen hebben de technologische ontwikkelingen voor de levens van individuele bur-
gers? Deze module richt zich veelal op dit microniveau. Het gaat over burgers in al hun
verbanden: commerciële verbanden, maatschappelijke verbanden, sociale verbanden.
Bespreking van micro-macro-verband aan de hand van de schematische weergave van
het methodologisch individualisme door James Coleman.

Vooraf bestuderen (verplicht):


(…) Hoofdstuk 2, 3 en 5 uit Frank Webster, Theories of the information society,
second edition, London: Routledge, 2002. ISBN: 041528200 4
(R) Paragraaf 2.2 uit Jan Steyaert en Jos de Haan, Geleidelijk digitaal: een nuchtere
kijk op de sociale gevolgen van ict, Den Haag: SCP, 2001. ISBN: 903770083 (te
downloaden via te downloaden via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)

Verder lezen (optioneel):


Everett Rogers and Judith Larsen, Silicon Valley Fever, Basic Books, Inc., 1984. ISBN:
978 0465078226
Tim Berners-Lee, De wereld van het world wide web, Amsterdam: Uitgeverij nieuwezijds,
2000. ISBN: 9057120909
James Coleman. Foundations of social theory. Cambridge: The Belknap Press, 1990.
Hoofdstuk 1. ISBN: 9780674312258

8
Daniel Bell. The coming of post industrial society, a venture in social forecasting. New
York: Basic books, 1973. ISBN:0465097138
Manuel Castells. The information age: economy, society and culture, part 1: the rise of
the network society. Oxford: Blackwell, 1996. ISBN: 1557866171

Verder lezen over ICT en Arbeid (optioneel):


Steven Dhondt en Tobias Kwakkelstein. Mythen van de informatiemaatschappij, Utrecht:
Lemma bv. 2004. ISBN: 9059312635
Ronald Batenburg, Jos Benders, Nick van den Heuvel, Peter Leisink en Jeroen Onstenk.
Arbeid en ICT in onderzoek, Utrecht: Lemma bv., 2002. ISBN:90593103104
Bram Steijn. Werken in de informatiesamenleving. Assen: Van Gorcum, 2001. ISBN:
9023236882
Peter Ester et al. ICT, arbeid en organisatie, OSA, Reed Business Information, 2003.
ISBN:9059012313
Steven Dhondt en Karolus Kraan (2001) Arbeid in de informatiemaatschappij. Utrecht:
Lemma. ISBN: 9051899319
CBS/EZ, De digitale economie. Den Haag: CBS, 2004, 2005,2006.
ISBN:9789035718807
Richard Sennett. The corrosion of character; Personal consequences of work in the new
capitalism. New York: Norton, 1998. (vertaald als De flexibele mens) ISBN:
9780393319873
Richard Florida, The Rise of the Creative Class: And How It's Transforming Work, Lei-
sure, Community and Everyday Life. ISBN: 9780465024773
Jos de Haan & Lambert van der Laan (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2005; kennis
in netwerken, Amsterdam: Boom, 2005. ISBN:978908506833
(B)Hoofdstuk 6 ICT en arbeid: over de verwachtingen van tijdwinst, tijdsoevereiniteit en
leuker werk. uit: Jan Steyaert en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en Samenle-
ving 2007; Gewoon Digitaal, Amsterdam: Boom, 2007. ISBN: 978 90 473 0024 3

3. Week 3: woensdag 16 februari

Onderwerp: Diffusietheorie
De meeste innovaties doorlopen een relatief langzaam proces van ontwikkeling en, bij
succesvolle innovaties, verloopt ook de verdere verspreiding onder de samenleving rela-
tief langzaam. Zowel de technologie zelf, het bezit en gebruik ervan als de relevante
vaardigheden benodigd voor dit gebruik zijn onderhevig aan veranderingen, zodat een
tijdsperspectief noodzakelijk is. Eerdere diffusieprocessen (zoals die van telefoon, radio,
televisie) volgen een S-vormige curve waarbinnen steeds grotere groepen van de bevol-
king een bepaalde innovatie opnemen (Rogers 1995). Daarbij wijst de S-vorm op een
relatief langzaam begin van de verspreiding, een middenfase met een versnelling en
een vertraging als verzadiging van de markt zich aandient. Tijdens de versnelling komt
de meerderheid van de bevolking in het bezit van het betreffende product.
De technologie aan het begin van de S-curve verschilt van hoe dezelfde techno-
logie eruit ziet aan het einde van de curve. De technologie wordt volwassen, dat wil over
het algemeen zeggen: betrouwbaarder, gebruiksvriendelijker en met een grotere functi-
onaliteit. Naar de tweede helft van de curve toe zal ook een differentiatie in kwaliteit ont-
staan: er komt meer keus. Meer verschillende toestellen, uiteenlopende software en een
daarmee gepaard gaande verbreding van de gebruiksmogelijkheden.

9
De S-curve zegt niet alleen iets over de verspreiding van nieuwe technologie in
een samenleving, maar ook iets over het moment dat een individu het desbetreffende
product heeft aangeschaft ten opzichte van het moment waarop anderen dat gedaan
hebben. Sommige vaak goed in technologie ingewijde personen gaan als eersten tot
aanschaf over, terwijl anderen een afwachtende houding aannemen. Verspreiding van
technologie is daarmee een proces dat voorlopers en volgens kent. Bij een verdeling
van de curve in vijf stadia ontstaat er een typering van de individuen. De kleine groep
personen die als eersten in het bezit komen, worden innovators genoemd. De informa-
tie, de gebruikservaringen en het positieve oordeel van deze voorlopers beïnvloedt ver-
volgens de beslissing van de volgende groep, de early adopters. Deze groep wordt ge-
volgd door de early majority, de late majority en tot slot de laggards, die als laatste tot de
aanschaf overgaan.
Ouderen zijn steeds beter vertegenwoordigd op internet. Toch heeft deze groep
nog altijd de grootste achterstand in de informatiesamenleving. Ouderen hebben vaak
moeite met de overgang van traditionele producten en diensten naar moderne, digitale
varianten hiervan. In vergelijking met jongere generaties beschikken zij over minder digi-
tale vaardigheden. Ook hebben ze vaak een zekere weerstand om achter de pc plaats
te nemen. Toch zou ICT-gebruik een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit
van hun leven. Is het niet vandaag, dan wel morgen. Denk daarbij aan langer zelfstandig
wonen, aan medische zorg op afstand en aan het verkrijgen van passende overheidsin-
formatie.

Vooraf bestuderen (verplicht):


(R) Hoofdstuk 2 uit: Liset van Dijk, Jos de Haan en Susanne Rijken. Digitalisering
van de leefwereld, een onderzoek naar informatie- en communicatietechnologie
en sociale ongelijkheid. Den Haag: SCP, 2000. ISBN: 905749518x (te downloa-
den via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
(R) Paragraaf 2.4 uit: Jos de Haan en Jan Steyaert (red.) Jaarboek ICT en Samenle
ving 2003; de sociale dimensie van technologie, Amsterdam: Boom, 2003. ISBN:
9053529039
(B) Hoofdstuk 3 Senioren en Internet: aansluiting of kortsluiting van M. Duimel. uit:
Jan Steyaert en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2007; Ge-
woon Digitaal, Amsterdam: Boom, 2007. ISBN: 978 90 473 0024 3

Verder lezen (optioneel):


Jose van Dijck: De googlisering van de kennissamenleving. In Valerie Frissen en Jop
Esmeijer, Jaarboek ICT en Samenleving 2008; omzien naar de toekomst. Gorre
dijk: MediaUpdate, pp.85-100.
Rogers, E.M. (1995) Diffusion of Innovations. Fourth Edition. New York: The Free Press.
First Edition 1962. ISBN:9780029266717.
M. Lynne Markus, Towards a “critical mass” theory of interactive media, Communication
research, Vol. 14, nr. 5, 1987, pp.491-511.
John Scott, Social network analysis; a handbook. Second edition London: Sage, 2000.
ISBN: 9780761963394.
Frank Huysmans en Jos de Haan (2010). Alle kanalen staan open. De digitalisering van
het mediagebruik. Den Haag: SCP. (te downloaden via
http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2010/Alle_kanalen_sta
an_open)
Jos de Haan en Frank Huysmans, Informatievaardigheden in een kennissamenleving.In:
SCP. Sociaal en Cultureel Rapport 2006: Investeren in vermogen. Den Haag:
SCP. (te downloaden via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)

10
Jos de Haan, Oene Klumper en Jan Steyaert (red.) (2004). Surfende Senioren; kansen
en bedreigingen van ict voor ouderen, Academic Service. ISBN:9789039523261.
Marion Duimel (2007). Verbinding maken. Den Haag: SCP. (te downloaden via
http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)

4. Week 4: dinsdag 22 februari 2010

Onderwerp: Sociale ongelijkheid en ICT; digitale kloof


Volgens sommigen dreigt in de informatiesamenleving een digitale tweedeling te
ontstaan. In hun ogen zullen informatie-armen gescheiden worden van informatierijken.
De have nots zullen door de digitale kloof verstoken blijven van voordelen en genoegens
die de have's in ruime mate toekomen. Inderdaad er zijn verschillen tussen groepen bin-
nen landen, maar ook bestaan er grote verschillen tussen landen onderling (negatieve
gevolgen van globalisering). Vaak gaat het over wel of geen toegang hebben tot inter-
net. Maar er is meer ... er zijn verschillen in motivatie, bezit, digitale vaardigheden en
gebruik. En waardoor worden die verschillen eigenlijk veroorzaakt? Volgens de hulp-
bronnentheorie hangen verschillen in toegang tot ICT samen met verschillen in materië-
le, sociale en cognitieve hulpbronnen.
De vraag naar ongelijkheid in de informatiesamenleving gaat dus verder dan ver-
schillen in toegang tot en gebruik van ICT. De belangrijkste vraag hierbij is: in hoeverre
zijn er verschillen in digitale vaardigheden en in hoeverre belemmeren of faciliteren ver-
schillen in ICT-toegang het sociale en maatschappelijke leven? Oftewel: wat zijn de ge-
volgen van deze verschillen?

Vooraf bestuderen (verplicht):


(R) Hoofdstuk 9 uit uit: Liset van Dijk, Jos de Haan en Susanne Rijken. Digitalisering
van de leefwereld, een onderzoek naar informatie- en communicatietechnologie
en sociale ongelijkheid. Den Haag: SCP, 2000. ISBN: 905749518x (te downloa-
den via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
(R) Paragraaf 2.1 uit Jan Steyaert en Jos de Haan, Geleidelijk digitaal: een nuchtere
kijk op de sociale gevolgen van ict, Den Haag: SCP, 2001. ISBN: 903770083 (te
downloaden via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
(B) Hoofdstuk 2 De e-surfende burger. Is de digitale kloof gedicht?. uit: Jan Steyaert
en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2007; Gewoon Digitaal,
Amsterdam: Boom, 2007. ISBN: 978 90 473 0024 3

Verder lezen (optioneel):


Marsh, J.B.T. (2001) Cultural diversity and the information society: policy options and
technological issues, Brussels: European parliament, DG for Research. (staat
online)
Norris, P. (2001) Digital divide: civic engagement, information poverty, and the Internet
worldwide, Cambridge: Cambridge University Press. ISBN: 9780521002233
IT and Society, www.itandsociety.org issue 4, 5 en 6 (te downloaden via
www.itandsociety.org)
Norena Hertz, The silent takeover; global capitalism and the death of democracy, New
York: The Free Press, 2001. ISBN: 9780060559731

11
Erik van Ingen, Jos de Haan & Marion Duimel (2007). Achterstand en afstand. Den
Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau (te downloaden via
http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
Hoofdstuk 6 ICT en gender in Europa. uit: Oene Klumper en Jos de Haan (red.) Jaar-
boek ICT en Samenleving 2004; beleid in praktijk, Amsterdam: Boom, 2004.
ISBN: 905352990x

5. Week 5: dinsdag 1 maart 2010

Onderwerp: ICT en Sociale contacten


Nieuwe technologie wordt door sommigen gezien als een bedreiging van sociale contac-
ten, terwijl anderen hiervan juist een versterking van de saamhorigheid verwachten. De
groeiende hoeveelheid onderzoeken geeft meestal noch de pessimisten, noch de opti-
misten gelijk. Vooralsnog zien vooral de sceptici die verwachten dat ICT ingezet wordt
voor het onderhouden van bestaande sociale contacten en daarmee het bestendigen
van sociale netwerken, het gelijk aan hun zijde. Sociaal contact wordt daarbij meestal
afgemeten aan de contactfrequentie of aan de tijdsbesteding. Maar er is meer dan deze
objectieve indicatoren van sociaal leven. Nieuwe technologie zou mensen dichter bij el-
kaar kunnen brengen en onderling begrip en vertrouwen kunnen stimuleren. Aan de an-
dere kant kan ze ook tot gevoelens van sociale uitsluiting leiden bij degenen die (nog)
niet online zijn. In dit college wordt ingegaan op de invloed van ICT op het aangaan, on-
derhouden en afbreken van sociale contacten en gevoelens van verbondenheid.
Wie communiceert er eigenlijk met wie via internet? Geldt ook hier: birds of a fea-
ther flock together, oftewel: soort zoekt soort? Deze uitspraak verwijst naar het sociale
verschijnsel dat burgers op talloze terreinen voornamelijk activiteiten ondernemen en
relaties uitbouwen met burgers die vergelijkbare kenmerken hebben. Dat verschijnsel
gaat op voor sterke verbanden (huwen binnen hetzelfde opleidingsniveau), pragmati-
sche verbanden (wonen in wijken met zelfde bevolkingstype of tendens naar wit-
te/zwarte scholen) en zwakke verbanden (vrije tijdsbesteding volgens „leefstijl‟). Hoe
grijpt technologie in op de soort-zoekt-soort-voorkeuren van mensen? Het zou kunnen
zijn dat mensen bij internetdating (“mate selection”) minder snel kiezen voor een partner
met hetzelfde opleidingsniveau en gelijke leeftijd via internet en zich juist meer richten
op interessen en lifestyle. Brengt internet mensen met eenzelfde achtergrond bij elkaar
(om met Robert Putnam te spreken bonding social capital) of brengt het mensen uit ver-
schillende groepen bij elkaar (bridging social capital)?

Vooraf bestuderen (verplicht):


(R) Jos de Haan, Sociale contacten via digitale kanalen. In: P. Schnabel, R. Bijl en J.
de Hart. Betrekkelijk betrokken; studies in sociale cohesie; Sociaal en Cultureel
Rapport 2008, pp.365-385.
(...) Kennedy, T. and Wellman, B. (2007) The Networked Household. In: Information,
Communication and Society, Vol 10 (5), pp 644-669.

Verder lezen (optioneel):


K. Breedveld, A. van den Broek, J. de Haan, L. Harms, F. Huysmans en E. van, De Tijd
als Spiegel. Den Haag: SCP 2006. (te downloaden via
http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)

12
Hoofdstuk 2 Door internet verbonden: de beleving van sociale contacten. uit: Oene
Klumper en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2004; beleid in
praktijk, Amsterdam: Boom, 2004. ISBN: 905352990x
Hoofdstuk 7 Bruggen bouwen met virtuele middelen. uit: Oene Klumper en Jos de Haan
(red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2004; beleid in praktijk, Amsterdam: Boom,
2004. ISBN: 905352990x
Hoofdstuk 6 Kennisdeling in online groepen: de sociale inbedding van online interacte in
offline relaties. uit: Jos de Haan & Lambert van der Laan (red.) Jaarboek ICT en
Samenleving 2005; kennis in netwerken, Amsterdam: Boom, 2005.
ISBN:978908506833
Hoofdstuk 2 Online communicatie, compulsief internetgebruik en het psychosociale wel-
bevinden van jongeren. uit: Jos de Haan & Christian van „t Hof (red.) Jaarboek
ICT en Samenleving 2006; De digitale generatie, Amsterdam: Boom, 2005.
ISBN:9085062144
H. Rheingold. The virtual community, homesteading on the electronic frontier. Rading:
William Patrick, 1993. ISBN: 9780262681216
R. Putnam. Bowling alone, the collapse and revival of civic America. New York: Simon &
Schuster, 2000. ISBN:9780743203043

6. Week 6: dinsdag 8 maart 2010

Onderwerp: ICT en onderwijs, jongeren en vaardigheden


Het onderwijs heeft altijd zorg gedragen voor het bijbrengen van geletterdheid en reken-
vaardigheid. Tot het takenpakket van scholen behoort steeds vaker ook het aanleren
van digitale vaardigheden en de toepassing van nieuwe technologie als ondersteuning
bij bestaande vakken. Nu veel scholen van computers en snel internet voorzien zijn,
gaat het op school steeds minder om het leren over ICT, en steeds vaker over het leren
met behulp van ICT, ofwel using to learn in plaats van learning to use. De inzet van ICT
als leermiddel zou het leren effectiever en efficiënter kunnen maken. Ook behandelen
we de vraag welke digitale vaardigheden jongeren nu precies beheersen.
Het concept van mediawijsheid heeft in dit kader veel discussie losgemaakt. Volgens
de Raad voor Cultuur duidt mediawijsheid op „het geheel van kennis, vaardigheden en
mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een
complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld‟. Opvoeders hebben
als taak kinderen mediawijs te maken. maar wat moeten ze dan weten? en welke vaar-
digheden zijn in het bijzonder relevant? Wat betekent mentaliteit hier?

Vooraf bestuderen (verplicht):


(R) Alfons ten Brummelhuis (2005) Hoofdstuk 7: Aansluiting onderwijs en digitale
generatie. In: Jos de Haan & Christian van „t Hof (red.) Jaarboek ICT en Samen-
leving 2006; De digitale generatie, Amsterdam: Boom, 2005. ISBN:9085062144
(…) Deursen, Alexander van & Dijk, Jan A.G.M. van (2008) Digitale vaardigheden
van Nederlandse burgers, Een prestatiemeting van operationele, forme-
le,informatie en strategische vaardigheden bij het gebruik van overheidswebsites.
Enschede: Universiteit Twente. te vinden op
http://www.gw.utwente.nl/mco/mw/dijk/

13
(R) Marion Duimel en Jos de Haan, Instrumental, information and strategic ICT skills
of teenagers and their parents, EU Kids Online final conference, Londen, 11 juni
2009.
(R) Anton Vedder (2003). Hoofdstuk 6 Betrouwbaarheid van internetinformatie. Uit:
Jos de Haan en Jan Steyaert (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2003; de so-
ciale dimensie van technologie, Amsterdam: Boom, 2003. ISBN: 9053529039

Verder lezen (optioneel):


Jan Steyaert en Jos de Haan, Sociale aspecten van ICT in het hoger onderwijs. In: L.
Plugge (red.) De vruchten plukken, trendrapport Surf 2004 (pp18-39). Utrecht,
SURF. (te downloaden via http://www.surffoundation.nl/smartsite.dws?id=44)
Frank Huysmans en Jos de Haan, Media en ict. In: E. Zeijl, Rapportage Jeugd 2002,
pp.79-102. ISBN: 9037700918 (te downloaden via
http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
Marion Duimel en Jos de Haan (2007). Nieuwe links in het gezin. Den Haag, Sociaal en
Cultureel Planbureau. ISBN: 9789037702873 (te downloaden via
http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
Hoofdstuk 8 Leren en ICT. uit: Jos de Haan & Lambert van der Laan (red.) Jaarboek ICT
en Samenleving 2005; kennis in netwerken, Amsterdam: Boom, 2005.
ISBN:978908506833
Jos de Haan & Christian van „t Hof (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2006; De digita-
le generatie, Amsterdam: Boom, 2005. ISBN:9085062144
(B) Hoofdstuk 7 Van gemeenschap via webnetwerk naar datawolk (Marianne van den
Boomen) uit: Jan Steyaert en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en Samenleving
2007; Gewoon Digitaal, Amsterdam: Boom, 2007. ISBN: 978 90 473 0024 3
Raad voor Cultuur (2005) Mediawijsheid

7. Week 7: dinsdag 15 maart 2010

Onderwerp: ICT en cultuur


Beïnvloeden de nieuwe media onze cultuur? Veranderen hierdoor onze normen, waar-
den, en levensstijlen? Een eventuele cultuuromslag staat op gespannen voet met waar-
nemingen die wijzen op een geleidelijk proces van aan- en inpassing. Maar dat een ver-
anderend medialandschap onze cultuur geheel ongemoeid zou laten, laat zich ook moei-
lijk indenken.
Dit college gaat echter niet over cultuur in deze brede zin maar over cultuur in de bete-
kenis van kunst en erfgoed wordt door internet ook op een nieuwe manier toegankelijk
gemaakt. Steeds meer culturele instellingen digitaliseren hun aanbod en maken deze
culturele rijkdom via internet voor een breder publiek toegankelijk. Internationale verge-
lijking wijst uit dat Nederland hierbij een vooraanstaande positie inneemt. Er zijn veel en
zeer diverse initiatieven rondom het digitaliseren van culturele aanbod in Nederland. Bij
het digitaliseren van cultureel aanbod doen zich kansen voor en knelpunten. Kansen lig-
gen ook bij leerlingen als belangrijke doelgroep.
Steeds meer Nederlanders gebruiken internet voor steeds meer verschillende toepas-
singen, en dus ook voor informatie over kunst en cultuur beschikbaar. Hoeveel Neder-
landers maken gebruik van deze gedigitaliseerde cultuur en hoe ziet dit publiek er eigen-
lijk uit? Dit college geeft inzicht in de omvang en de samenstelling van het digitale pu-
bliek, zijn beleving en wensen. Per culturele sector (cultureel erfgoed, kunsten en media
en bibliotheken) is in kaart gebracht in hoeverre Nederlanders internet gebruiken voor

14
raadplegen en verspreiden van informatie, voor communicatie, voor vermaak of inhoude-
lijke verdieping en voor het bestellen en betalen van culturele producten en diensten.

Vooraf bestuderen (verplicht):


(R) Jos de Haan en Frank Huysmans (2002). Hoofdstuk 1 E-cultuur; een empirische
verkenning, Den Haag: SCP, mei 2002. ISBN:9037700926 (te downloaden via
http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
(R) Andries van den Broek, Jolijn Broekhuizen en Frank Husymans (2003). Hoofd-
stuk 9 Digitale communicatie vanuit culturele instellingen. Uit: Jos de Haan en
Jan Steyaert (red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2003; de sociale dimensie van
technologie, Amsterdam: Boom, 2003. ISBN: 9053529039
(R) Jos de Haan, René Mast, Marleen Varekamp & Susanne Janssen (2006). Sa-
menvatting en conclusies pp. 117-128 uit Bezoek onze site. Over de digitalisering
van het culturele aanbod. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau. ISBN:
9037702902 (te downloaden via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
(R) Jos de Haan en Anna Adolfsen, Virtuele cultuurparticipatie: samenvatting en
kennislacunes, pp. 127-143. uit De virtuele cultuurbezoeker; publieke belangstel-
ling voor cultuurwebsites. Den Haag: SCP, 2008.

Verder lezen (optioneel):


Kraut, R. E., Brynin, M. & Kiesler, S. (2006). Computers, Phones, and the Internet: Do-
mesticating Information Technology. NY: Oxford University Press.
IT and Society, www.itandsociety.org issue (te dowloaden via
www.itandsociety.org)
Hoofdstuk 5 uit: Jos de Haan en Frank Huysmans, E-cultuur; een empirische verken-
ning, Den Haag: SCP, mei 2002. ISBN:9037700926 (te downloaden via
http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)

8. Week 8: dinsdag 22 maart 2010

Onderwerp: ICT en toekomst / ICT en overheid


Technologische ontwikkelingen gaan door. Er verschijnen nieuwe pc‟s op de markt, weer
krachtiger dan de vorige generatie, met nieuwe elektronische snufjes ingebouwd (zoals
webcams en lcd-schermen). Ieder jaar is er verbeterde software voorhanden. Nieuwe
apparaten zien het commerciële licht en dan is er altijd nog van alles wat „eraan zit te
komen‟. Steeds meer technologie wordt ook mobiel.
Het ligt voor de hand dat oude vormen van ongelijkheid zich bij de aanschaf van nieuwe
producten weer zullen manifesteren. Zeer waarschijnlijk zullen nieuwe producten zich
volgens een trickle-down principe verspreiden: de hogere statusgroepen – met name de
hogere inkomensgroepen – schaffen deze producten als eerste aan en de lagere sta-
tusgroepen volgen. Personen met weinig financiële draagkracht zullen hierdoor niet of
relatief laat van deze nieuwe mogelijkheden profiteren.
Wat de komende 10 jaar op de markt zal komen wordt nu al in de r&d centra als prototy-
pe ontwikkeld. Vraag is echter minder welke technologie ontwikkeld zal worden, maar
welke van de beschikbare mogelijkheden het op de consumentenmarkt goed zal doen.
We kunnen ons aansluiten bij een drietal regelmatigheden die als „wet‟ geformuleerd
zijn:

15
Wet van Moore (1965): het aantal transistoren op een chip verdubbelt in een vaste tijd
(berekend op 2 jaar). Computerchips worden goedkoper naarmate ze krachtiger worden
Wet van Metcalfe: de kracht van een netwerk neemt exponentieel toe als het aantal
knooppunten in het netwerk toeneemt
Wet van Reed: de kracht van een netwerk, vooral van een sociaal netwerk, neemt nog
sneller toe als meer verschillende groepen het netwerk kunnen gebruiken.

Bespreking van de gevolgen van technologische ontwikkeling voor drie domeinen:


rationalisering, sociale cohesie en sociale ongelijkheid. ?

In dit college wordt verder ingegaan op de rol van de overheid. Wat moet de overheid
doen en wat kan de overheid doen? De afgelopen jaren heeft de overheid veel geïnves-
teerd in ICT die de kwaliteit van het alledaagse leven van burgers zou moeten bevorde-
ren. Een hele reeks initiatieven zag in dit kader het licht, bijvoorbeeld experimenten met
elektronische overheidsdiensten en ICT-projecten met de intentie de sociale cohesie in
buurten en wijken te verbeteren. Ook het bevorderen van solidariteit, sociale redzaam-
heid en actieve deelname aan maatschappelijke processen behoorde tot de overheids-
doelstellingen. Wat hebben deze beleidsinterventies nu eigenlijk teweeggebracht? Is de
burger, voor wie deze overheidsstimuleringen uiteindelijk zijn bedoeld, er beter van ge-
worden?

Vooraf bestuderen (verplicht):


(R) Hoofdstuk 5 uit Sociaal en Cultureel Rapport 2004, Den Haag: SCP, 2004. ISBN:
9037701590 (te downloaden via http://www.scp.nl/publicaties/boeken/)
(R) Hoofdstuk 1 en 10 uit: Oene Klumper en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en
Samenleving 2004; beleid in praktijk, Amsterdam: Boom, 2004. ISBN:
905352990x
(…) Mijke Slot (2008). Hobbyisten, bandieten en digitale reclamezuilen. In Valerie
Frissen en Jos de Mul De draagbare lichtheid van het bestaan. p.97-110. Kam
pen: Klement / Pelckmans.

Verder lezen (optioneel):


Andere hoofdstukken uit: Oene Klumper en Jos de Haan (red.) Jaarboek ICT en Samen-
leving 2004; beleid in praktijk, Amsterdam: Boom, 2004. ISBN: 905352990x
Hoofdstuk 8 Op zoek naar de e-democratische burger. uit: Jan Steyaert en Jos de Haan
(red.) Jaarboek ICT en Samenleving 2007; Gewoon Digitaal, Amsterdam: Boom,
2007. ISBN: 978 90 473 0024 3

9. Week 9 en 10

Werken aan eindpaper.


In deze weken is er tijd om te werken aan het eindpaper, inleveren uiterlijk op zondag 10
april om 23.59 uur.

16