Vous êtes sur la page 1sur 12

STATUTEN VAN DE N.F.F.

NEDERLANDSE FIETSCROSS FEDERATIE

Heden, negentien oktober negentienhonderd zeven en tachtig,


verschenen voor mij, mr. Johannes Hagen, kandidaat-notaris, als
plaatsvervanger van mr Egbert Lodewijk van Hoogstraten, notaris ter
standplaats der gemeente Geldermalsen, hierna te noemen "notaris":
1. Cornelis Gerhardus Salari, directeur ener vennootschap, wonende 4191
HE Geldermalsen, Van Hoogendorpstraat 5, geboren te Culemborg op
vierentwintig februari negentienhonderd zeven en veertig;
2. Gerardus van Eck, assistent-werkmeester, wonende 4191 ZK
Geldermalsen, Johan van Oldenbarneveltstraat 63, geboren te
Geldermalsen op één augustus negentienhonderd zeven en veertig;
De comparanten wensten over te gaan tot de oprichting van een
vereniging, welke vereniging zal gaan fungeren als overkoepelende
organisatie voor fietscrossverenigingen in Nederland.
Tot oprichting van de vereniging is besloten in een vergadering gehouden
te Geldermalsen op tien oktober negentienhonderd zeven en tachtig,
waarin het ontwerp van de statuten, zoals door mij, notaris, opgesteld door
de aanwezige fietscrossverenigingen werd goedgekeurd, waarna aan de
comparanten werd verzocht van de oprichting van de vereniging te doen
blijken bij notariële akte.
Overgaande tot vaststelling van de statuten verklaarden de comparanten
dat deze zullen luiden als volgt:

NAAM, ZETEL EN DUUR


Artikel 1
1. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Fietscross Federatie,
afgekort genaamd: NFF, hierna te noemen: "de Federatie".
2. De Federatie is gevestigd te Geldermalsen, en heeft voorts haar
domicilie daar waar het bureau van de Federatie is gevestigd.
Artikel 2
De Federatie is opgericht op tien oktober negentienhonderd zeven en
tachtig en is aangegaan voor onbepaalde tijd.

DOEL
Artikel 3
1. De Federatie stelt zich ten doel het bevorderen van de fietscrosssport in
de meest ruime zin van het woord.
2. De Federatie tracht dit doel te bereiken door:
a. het fungeren als overkoepelende organisatie voor de leden;
b. het ondersteunen van rechtspersonen, die initiatieven ontplooien op het
gebied van het fietscrossen;
c. het vaststellen van regels voor het beoefenen van het fietscrossen in
wedstrijdverband;
d. het bevorderen, coördineren en organiseren van fietscrosswedstrijden;
e. het samenwerken met binnenlandse en buitenlandse organisaties, die
een gelijk doel hebben, dan wel een doel nastreven dat mede ten goede
komt aan het fietscrossen;

blz 1 van 12
NFF Statuten
f. het uitgeven van geschriften, waaronder een nationale en/of regionale
wedstrijdkalender, en voorts het maken van propaganda voor de
fietscrosssport in woord, geschrift en daad;
g. alle overige wettige middelen, die voor het bereiken van het doel
bevorderlijk kunnen zijn.

LEDEN EN LEDEN VAN VERDIENSTE


Artikel 4
1. De Federatie kent leden en leden van verdienste. Daarnaast kent de
Federatie federatiekaarthouders, zoals omschreven in lid 4, en aspirant
leden, zoals omschreven in lid 5.
2. Leden kunnen zijn: verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en
stichtingen, die zich uitsluitend, danwel mede ten doel stellen de
fietscrosssport te beoefenen en/of te bevorderen.
3. Leden van verdienste kunnen zijn natuurlijke personen, die door het
bestuur tot lid van verdienste zijn benoemd, op grond van hun bijzondere
verdiensten voor de Federatie.
4. Federatiekaart houders zijn natuurlijke personen die lid zijn van een
hiervoor in sub 2 omschreven vereniging en die als lid van die vereniging
een federatiekaart uitgereikt kunnen krijgen.
5. Aspirant-leden zijn verenigingen en stichtingen als bedoeld in lid 2, die
door de Federatieraad voorlopig als lid van de Federatie zijn toegelaten op
de wijze als omschreven in artikel 5.

TOELATING
Artikel 5
1. Het lidmaatschap van de Federatie dient schriftelijk aangevraagd te
worden bij het hoofdbestuur van de Federatie.
2. Indien de aanvraagster voldoet aan de voorwaarden van toelating,
zoals die bij besluit van de Federatieraad zijn vastgesteld, zal het
hoofdbestuur de aanvraag van het lidmaatschap ter advies zenden naar
het districtsbestuur van het district, waaronder de aanvraagster
ressorteert.
3. Het hoofdbestuur, gelezen het advies van het betrokken
districtsbestuur, adviseert de Federatieraad omtrent de toelating.
4. De Federatieraad beslist over de toelating van de aanvraagster tot
aspirant-lid van de Federatie. Indien de Federatieraad een negatief besluit
neemt over de toelating is daarvan geen beroep mogelijk.
5. Na verloop van één wedstrijdseizoen adviseert het hoofdbestuur,
gehoord het betrokken districtsbestuur, opnieuw aan de Federatieraad,
waarna de Federatieraad beslist over de toelating tot lid van de Federatie.
Van deze beslissing is wederom geen beroep mogelijk.

RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN


Artikel 6
1. Leden van de Federatie hebben het recht gebruik te maken van de
faciliteiten van de Federatie.
2. Leden van de Federatie zijn verplicht:
a. alle financiële verplichtingen jegens de Federatie, vastgelegd in
reglementen, dan wel in besluiten van de Federatieraad, na te komen;

blz 2 van 12
NFF Statuten
b. om elk van haar leden volgens de voorwaarden van de Federatie in het
bezit te stellen van een geldige Federatiekaart.

EINDE LIDMAATSCHAP LEDEN


Artikel 7
1. Het lidmaatschap van de leden eindigt:
a. doordat de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan;
b. door opzegging van de kant van het lid;
c. door opzegging van de kant van de Federatie;
d. door ontzetting.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de Federatie kan
slechts schriftelijk geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar met
inachtneming van een opzeggingstermijn van een maand.
Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van het
lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten
voortduren.
3. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid doet het
lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip na de datum
waartegen was opgezegd.
4. Opzegging door de Federatie kan geschieden, wanneer een lid heeft
opgehouden te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de
statuten, reglementen en Federatieraadsbesluiten gesteld, wanneer het
haar verplichtingen jegens de Federatie niet nakomt, alsook wanneer
redelijkerwijs van de Federatie niet gevergd kan worden het lidmaatschap
te laten voortduren.
5. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken
wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de
Federatie handelt, of de Federatie op onredelijke wijze benadeelt.
6. Opzegging namens de Federatie en ontzetting uit het lidmaatschap
geschiedt schriftelijk door het hoofdbestuur krachtens een met twee/derde
meerderheid van de stemmen genomen besluit.
7. Van het besluit tot opzegging van het lidmaatschap van de Federatie op
grond van het feit dat redelijkerwijs van de Federatie niet gevergd kan
worden het lidmaatschap te laten voortduren, en van het besluit tot
ontzetting uit het lidmaatschap, staat het betrokken lid binnen een maand
na ontvangst van de kennisgeving van een besluit beroep open op de
Federatieraad. Het betrokken lid wordt zo spoedig mogelijk van het besluit
met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn
en hangende het beroep is het lid geschorst.
8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt
blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

EINDE LIDMAATSCHAP LEDEN VAN VERDIENSTE


Artikel 8
Het lidmaatschap leden van verdienste eindigt:
a. door overlijden;
b. door schriftelijke opzegging van de zijde van het lid van verdienste;
c. door ontzetting krachtens besluit van de Federatieraad met tenminste
twee/derde meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen
genomen.

blz 3 van 12
NFF Statuten
JAARLIJKSE BIJDRAGEN EN ANDERE GELDMIDDELEN
Artikel 9
1. Ieder lid betaald een jaarlijks door de Federatieraad vast te stellen
bedrag aan contributie. 2. De geldmiddelen van de Federatie bestaan
naast de contributies verder uit:
a. schenkingen, legaten en erfstellingen;
b. afdrachten van leden in verband met het organiseren van
fietscrosswedstrijden;
c. subsidies;
d. waarborgsommen vast te stellen door de Federatieraad;
e. alle overige baten in inkomsten.

HOOFDBESTUUR
Artikel 10
1. Het bestuur, in deze statuten te noemen: het hoofdbestuur, bestaat uit
een oneven aantal van tenminste zeven en ten hoogste elf natuurlijke
personen, die door de Federatieraad worden benoemd.
2. Ook niet-leden van de federatie en personen die geen lid of bestuurslid
zijn van een lid van de federatie kunnen tot hoofdbestuurslid worden
benoemd.
3. Hoofdbestuursleden mogen geen bloed- of aanverwanten tot in de
tweede graad van elkaar zijn. Bij het ontstaan van aanverwantschap treedt
één hunner onmiddellijk af.
4. De benoeming van hoofdbestuursleden geschied uit één of meer
bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 5 van dit artikel.
Tot het opmaken van zulk een voordracht is het hoofdbestuur bevoegd.
De voordracht van het hoofdbestuur wordt bij de oproeping voor de
vergadering meegedeeld.
Ieder stemgerechtigd lid is gerechtigd, bij schriftelijke mededeling gericht
aan het hoofdbestuur, kandidaten aan te bevelen voor een functie in het
hoofdbestuur.
In de mededeling als hiervoor bedoeld dient de volledige personalia van
een kandidaat te worden medegedeeld.
5. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door
een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen
besluit van de Federatieraad, genomen in een vergadering waarin ten
minste twee/derde van het aantal stemmen dat door de stemgerechtigden
gezamenlijk kan worden uitgebracht vertegenwoordigd is.
6. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de Federatieraad
overeenkomstig het voorgaande lid aan de opgemaakte voordracht het
bindend karakter te ontnemen, dan is de Federatieraad vrij in de
benoeming.
7. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de
benoeming uit die voordrachten.

HOOFDBESTUURSFUNCTIES EN BESLUITVORMING VAN HET


HOOFDBESTUUR
Artikel 10a

blz 4 van 12
NFF Statuten
1. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie
benoemd; binnen het hoofdbestuur zal voor de werkzaamheden van de
overige hoofdbestuursleden een nadere taakomschrijving worden
vastgesteld, met dien verstande, dat de overige hoofdbestuursleden niet in
functie worden benoemd.
2. De voorzitter, secretaris en penningmeester vormen het dagelijks
bestuur van de Federatie.
Bij een gecombineerde functie van secretaris en penningmeester dient
een ander hoofdbestuurslid het dagelijks bestuur te completeren.
3. Het hoofdbestuur is bevoegd om natuurlijke personen/niet-leden van
het hoofdbestuur (aspirant-hoofdbestuursleden) zijn vergaderingen te
laten bijwonen en om deze aspirant-hoofdbestuursleden onder
verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur besluiten van het hoofdbestuur
te laten uitvoeren.
4. Ieder hoofdbestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
Een aspirant-hoofdbestuurslid heeft geen stemrecht.
Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden
alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP, PERIODIEK LIDMAATSCHAP,


SCHORSING
Artikel 11
1. De leden van het hoofdbestuur hebben zitting voor een periode van
twee jaren, met dien verstande, dat het ene jaar de voorzitter, de tweede
secretaris, de penningmeester en de helft van de overige bestuursleden
zullen aftreden en het volgende jaar de vice-voorzitter, de secretaris en de
andere -in het voorafgaande jaar niet afgetreden- bestuursleden.
2. De aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar.
3. Het hoofdbestuur voorziet in een tussentijds ontstane vacature, zo
mogelijk binnen zes weken. Het op deze wijze benoemde bestuurslid
neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger.
Tijdens de eerstvolgende federatieraadsvergadering dient zijn benoeming
alsnog bevestigd te worden voor het volgend jaar, onverminderd het
bepaalde in artikel 10 lid 4.
4. Elk bestuurslid, ook wanneer het voor een bepaalde tijd is benoemd,
kan te allen tijde door de Federatieraad worden geschorst of ontslagen.
Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een
besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
5. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door:
a. bedanken;
b. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
c. door overlijden.

BESTUURSTAKEN EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 12
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het hoofdbestuur
belast met het besturen van de Federatie.

blz 5 van 12
NFF Statuten
2. Het hoofdbestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde
onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies, die door het
hoofdbestuur worden benoemd.
3. Het hoofdbestuur is, mits met goedkeuring van de Federatieraad,
bevoegd tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen,
het sluiten van overeenkomsten waarbij de Federatie zich als hoofdelijk
medeschuldenaar of als borg verbindt, zich voor een derde sterk maakt of
zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt.
4. Het hoofdbestuur behoeft tevens de goedkeuring van de Federatieraad
voor besluiten tot:
a. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik genot verkrijgen of
geven van onroerende goederen;
b. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de Federatie een
bankkrediet wordt verleend;
c. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van
gelden, waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de
Federatie verleend bankkrediet;
d. het aangaan van dadingen;
e. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale
procedures, doch met uitsluiting van het nemen van conservatoire
maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel
kunnen lijden.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door of tegen derden geen
beroep worden gedaan.
5. Onverminderd het in lid 3 van dit artikel bepaalde wordt de Federatie in
en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris
tezamen. Bij ontstentenis of belet van één hunner wordt deze vervangen
door het derde lid van het dagelijks bestuur.

DISTRICTEN, DISTRICTSBESTUUR
Artikel 13
1. De Federatie kent districten, waarvan de namen en de grenzen worden
vastgesteld door de Federatieraad.
2. De leden van het district zijn de verenigingen die binnen de grenzen
van het district hun statutaire zetel hebben.
3. Elk district heeft een eigen districtsbestuur, bestaande uit een oneven
aantal van tenminste drie natuurlijk personen.
4. De districtsbestuursleden worden door de districtsvergadering voor een
periode van drie jaren benoemd uit de leden of de bestuursleden van de
tot dat district behorende verenigingen of stichtingen.
5. Voor de benoeming van de districtsbestuursleden kunnen door het
districtsbestuur kandidaten worden gesteld.
6. Elk districtsbestuurslid, ook wanneer het voor een bepaalde tijd is
benoemd, kan te allen tijde door de districtsvergadering worden geschorst
of ontslagen.
Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een
besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
7. Het lidmaatschap van het districtsbestuur eindigt voorts:
a. door het beëindigen van het lidmaatschap van de vereniging of
stichting;

blz 6 van 12
NFF Statuten
b. door bedanken;
c. door periodiek aftreden;
d. doordat de vereniging of stichting waarvan het bestuurslid
lid/bestuurslid is, gaat behoren tot een ander district.
8. Voor het functioneren van het district zal door de Federatieraad een
reglement worden opgesteld, het zo te noemen districtsreglement, waarin
de wijze van werken van het district zal worden vastgelegd.

JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING, BEGROTING


Artikel 14
1. Het verengingsjaar of boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar en loopt
van één januari tot en met éénendertig december.
2. Het dagelijks bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de
Federatie zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde
haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend, waartoe onder
leiding van de penningmeester een financiële administratie wordt gevoerd.
3. Het dagelijks bestuur is verplicht ervoor zorg te dragen, dat de uitgaven
van de Federatie de goedgekeurde begroting niet overschrijden, tenzij
daarvoor een dekking gevonden wordt.
4. De begroting wordt de Federatieraad ter goedkeuring aangeboden op
de Federatieraadsvergadering welke aan het begrotingsjaar vooraf gaat.
5. De Federatie kent een financiële commissie, die de financiële
verantwoording van het hoofdbestuur controleert. De leden van de
financiële commissie worden door de Federatieraad voor een periode van
twee achtereenvolgende verenigingsjaren benoemd uit de leden en/of
bestuursleden van de tot de Federatie behorende verenigingen.
De verdere taakomschrijving van de financiële commissie wordt
vastgelegd in een reglement, hetwelk door de Federatieraad zal worden
vastgesteld.
6. Indien er aan het einde van een verenigingsjaar een nadelig saldo blijkt
te zijn, dient de Federatieraad een regeling vast te stellen tot dekking van
dit tekort.

FEDERATIERAAD
Artikel 15
1. Het hoogste bestuursorgaan van de Federatie is de algemene
vergadering, in deze statuten te noemen "de Federatieraad".
2. Aan de Federatieraad komen in de Federatie alle bevoegdheden toe,
die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
3. Jaarlijks wordt tenminste tweemaal een Federatieraadsvergadering
gehouden, de eerste binnen drie maanden na afloop van het
verenigingsjaar, bij voorkeur in de maand februari, en de tweede in
november.
De data van de Federatieraadsvergaderingen worden vastgesteld door het
hoofdbestuur.
4. Andere Federatieraadsvergaderingen worden gehouden zo dikwijls het
hoofdbestuur dit wenselijk oordeelt.
Voorts is het hoofdbestuur verplicht op schriftelijk verzoek van leden die
tenminste één tiende gedeelte van het totaal aantal uit te brengen
stemmen vertegenwoordigen, de Federatieraad bijeen te roepen op een

blz 7 van 12
NFF Statuten
termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen
veertien dagen geen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die
bijeenroeping overgaan overeenkomstig artikel 17.

AGENDA, TOEGANG EN STEMRECHT


Artikel 16
1.1. In de Federatieraadsvergadering van februari komen in ieder geval
aan de orde:
a. het jaarverslag van de secretaris;
b. voorstellen van het hoofdbestuur of de leden, aangekondigd bij de
oproeping van de vergadering;
c. het jaarverslag van de penningmeester en de rekening en
verantwoording als bedoeld in artikel 14 met het verslag van de financiële
commissie, over het voorafgaande verenigingsjaar.
1.2. In de Federatieraadsvergadering van november komt in ieder geval
de voorziening in vacatures in hoofdbestuur, financiële commissie en
overige commissies aan de orde.
1.3. Goedkeuring door de Federatieraad van het jaarverslag van de
secretaris en de penningmeester en van de rekening en verantwoording
van het financiële beleid strekt het hoofdbestuur tot decharge.
2. Toegang tot de Federatieraadsvergadering hebben van de aspirant-
leden en de leden elk twee gemachtigden en daarnaast de leden van
verdienste, de hoofdbestuursleden en districtsbestuursleden, alsmede de
vertegenwoordigers van commissies.
Geen toegang hebben geschorste bestuursleden en geschorste leden.
3. Over toelating van andere dan de in lid 2 bedoelde personen beslist de
Federatieraad.
4.1. Ieder lid van de Federatie, dat niet is geschorst, heeft stemrecht.
4.2. Het aantal door een lid uit te brengen stemmen wordt jaarlijks op één
januari vastgesteld aan de hand van het aantal door dat lid in het
voorafgaande jaar uitgegeven federatiekaarten, met dien verstande, dat
de uitgifte van:
nul tot en met vijfentwintig federatiekaarten recht geeft op één stem;
zesentwintig tot en met vijftig federatiekaarten recht geeft op twee
stemmen;
één en vijftig tot en met honderd federatiekaarten recht geeft op drie
stemmen;
één honderd één en meer federatiekaarten recht geeft op vier stemmen.
4.3. Stichtingen behoeven geen federatiekaarten af te nemen, maar zij
betalen een door de Federatieraad vast te stellen verhoogde contributie
en hebben één stem.
5.1. Een lid kan zijn stemmen door één van de gemachtigden -daartoe
schriftelijk gemachtigd- doen uitbrengen op de Federatieraadsvergadering.
5.2. Een gemachtigde kan ter vergadering hoogstens voor twee leden als
lasthebber stemmen uitbrengen.
5.3. Een districtsbestuurslid kan ter vergadering met geldige machtigingen
voor alle leden van zijn district stemmen uitbrengen.

BIJEENROEPING FEDERATIERAAD
Artikel 17

blz 8 van 12
NFF Statuten
1. De Federatieraad wordt bijeengeroepen door de secretaris van de
Federatie. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van het
secretariaat van de leden en de districten, aan de secretarissen van de
door de Federatieraad benoemde commissies en rechtstreeks aan de
ereleden en leden van verdienste, en wel tenminste drie weken van
tevoren met opgave van datum, plaats en tijd van de vergadering.
2. Bij de bijeenroeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld,
onverminderd het bepaalde in artikel 26.

VOORZITTERSCHAP, NOTULEN
Artikel 18
1. De Federatieraadsvergaderingen worden geleid door de voorzitter van
de Federatie of diens plaatsvervanger.
2. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der
andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op.
Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet
de Federatieraad daarin zelf.
3. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of
een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen
gemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.
Zij die de vergaderingen bijeenroepen kunnen een notarieel proces-
verbaal van het verhandelde doen opmaken. 4. De inhoud van de notulen
of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht en op de
volgende Federatieraadsvergadering door de Federatieraad vastgesteld.

BESLUITVORMING FEDERATIERAAD
Artikel 19
1. Nadat de beraadslagingen tweeledig zijn gehouden, worden deze
gesloten verklaard en gaat de vergadering tot stemming over. Tot
hoofdelijke stemming wordt besloten indien dit wordt verzocht, of de
voorzitter zulks wenselijk acht.
2. In de Federatieraadsvergaderingen wordt over zaken mondeling, over
personen schriftelijk gestemd, tenzij de Federatieraad anders beslist.
3. Behoudens gevallen waarin de statuten anders bepalen, wordt besloten
met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

STEMMING
Artikel 20
1. Na sluiting van de beraadslagingen gaat de vergadering tot stemming
over indien een lid zulks vraagt.
Vraagt geen der leden stemming, dan wordt de Federatieraad geacht met
algemene stemmen overeenkomstig het in behandeling zijnde voorstel te
hebben besloten. Ieder lid heeft evenwel het recht in de notulen te doen
aantekenen, dat hij zich niet kan verenigen met het betreffende besluit.
2. Bij de stemming over sub-amendementen en amendementen wordt
begonnen met het sub-amendement dat de verste strekking heeft. In geval
van twijfel beslist de voorzitter.
3. Ieder lid heeft het recht vóór de stemming het woord te voeren over het
in stemming te brengen voorstel.

blz 9 van 12
NFF Statuten
4. Bij staking van de stemmen wordt het voorstel geacht niet te zijn
aangenomen.

Artikel 21
De gemachtigden, die namens de leden de presentielijst getekend
hebben, zijn bevoegd aan de stemming deel te nemen. Zij zijn verplicht
hun stemmen uit te brengen met de woorden "voor" of "tegen" zonder
enige bijvoeging, terwijl alle tekenen van goed- of afkeuring van de zijde
van de overige aanwezigen verboden zijn.

Artikel 22
1. Wanneer een benoeming, voordracht of aanbeveling van personen
moet plaatsvinden, benoemt de voorzitter twee leden tot stemopnemer.
De stemopnemers onderzoeken of het aantal stembriefjes overeenstemt
met het aantal uit te brengen stemmen van de aanwezige leden.
2. Ieder ter vergadering aanwezig lid is verplicht bij elke schriftelijke
stemming zoveel briefjes in te leveren als dit lid gerechtigd is stemmen uit
te brengen.
3. De briefjes worden daarna aan de voorzitter ter hand gesteld.
4. Ieder briefje wordt door de voorzitter geopend. De voorzitter leest de
inhoud voor. Het wordt door één van de stemopnemers nagezien en door
de andere stemopnemer en de secretaris opgetekend.
5. Niet of niet behoorlijk ingevulde stembriefjes worden ter bepaling van de
meerderheid afgetrokken van het aantal uit te brengen stemmen van de
aanwezige leden.
6. In geval van twijfel over de inhoud van een briefje beslissen de
voorzitter en de stemopnemers over de inhoud.
7. De vergadering kan vorderen dat het briefje wordt getoond.
8. De briefjes van de afgelopen stemming worden dadelijk door de
voorzitter verzameld en onmiddellijk in de vergadering vernietigd, tenzij
één van de leden protest heeft aangetekend tegen de stemming.

Artikel 23
1. Er hebben zoveel stemmingen plaats, als er personen te benoemen
zijn, voor te dragen zijn of aan te bevelen zijn, tenzij de vergadering op
voorstel van de voorzitter beslist, dat meerdere personen tegelijk op één
briefje worden gekozen. 2. Wanneer niemand bij de eerste stemming over
personen de gewone meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tussen
stemming overgegaan.
3. Bij de tussen stemming wordt uitgemaakt over welke twee personen de
tussen stemming zal lopen.
4. Indien bij deze tussen stemming de stemmen staken, beslist terstond
het lot.

REGLEMENTEN
Artikel 24
1. De Federatieraad kan in een huishoudelijk reglement nadere regels
vastleggen met betrekking tot de interne organisatie van de Federatie.
2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, noch met
deze statuten.

blz 10 van 12
NFF Statuten
3. Voor zover het hoofdbestuur, dan wel leden die gezamenlijk tenminste
één/derde gedeelte van het totaal aantal uit te brengen stemmen
vertegenwoordigen, zulks nodig acht(ten), zullen bijzondere betrekkingen
of samenwerking van de Federatie met andere organisaties, daaronder
buitenlandse mede begrepen, worden geregeld in afzonderlijk daartoe
vast te stellen reglementen.

STATUTENWIJZIGING
Artikel 25
1. In de statuten van de Federatie kan geen verandering worden gebracht
dan door een besluit van de Federatieraad genomen in een vergadering,
waartoe wordt opgeroepen middels een convocatie, waarop de
statutenwijziging als agendapunt wordt vermeld, behoudens het bepaalde
in lid 4.
2. Zij, die de oproeping tot de Federatieraadsvergadering ter behandeling
van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten minstens
vijf weken vóór de vergadering aan alle leden een afschrift van dit
voorstel, waarin de voorgedragen wijziging is opgenomen, toesturen.
Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld op het Bondsbureau
ter inzage gelegd.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde
meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin
leden vertegenwoordigd zijn, die gezamenlijk tenminste twee/derde
gedeelte van het totaal aantal uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.
4. Is niet dit quorum vertegenwoordigd of aanwezig, dan wordt een tweede
vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals
dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal
aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met
een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat daarvan een
notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder
hoofdbestuurslid bevoegd, mits met machtiging van de Federatieraad.
Deze bevoegdheid behelst dan tevens de verplichting tot inschrijving van
de statutenwijziging bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken,
waaronder de vestigingsplaats van de Federatie ressorteert.

ONTBINDING
Artikel 26
1. De Federatie kan worden ontbonden in de gevallen genoemd in artikel
50 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 2. Indien de ontbinding van de
Federatie geschiedt op grond van een besluit van de Federatieraad is het
hierna bepaalde van toepassing. 3. Een vergadering waarin een dergelijk
besluit zal worden genomen, dient tenminste twee maanden tevoren en
overigens op de wijze als vermeld in artikel 17 te worden bijeengeroepen.
4. Het besluit tot ontbinding van de Federatie dient te worden genomen op
de wijze als vermeld in artikel 26. 5. Indien bij zodanig besluit geen nadere
regeling is getroffen, geschiedt de vereffening door het hoofdbestuur. Na
de ontbinding wordt de Federatie geacht voort te bestaan voorzover dit
voor de vereffening van het vermogen nodig is.

blz 11 van 12
NFF Statuten
6. Een eventueel batig saldo zal ten goede komen aan de leden, in
overleg met de subsidiënten.
7. Dit artikel kan niet worden gewijzigd zolang een voorstel tot ontbinding
aanhangig is.

SLOTBEPALING
Artikel 27
In alle gevallen waarin deze statuten en/of het huishoudelijk reglement niet
voorzien, beslist het hoofdbestuur.
Voor de tenuitvoerlegging dezer akte wordt domicilie gekozen ten kantore
van de bewaarder deze minuutakte.

blz 12 van 12
NFF Statuten