Vous êtes sur la page 1sur 20

Montageaanwijzing

voor de vakman

VIESMANN

Vitocrossal 300 Type CU3 Condenserende HR-ketel met MatriX-compact gasbrander, open en gesloten werking

VITOCROSSAL 300

5858 414 B/fl

8/2006

Na montage deze aanwijzing recycleren!

Veiligheidsaanwijzingen
Volg deze veiligheidsaanwijzingen nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel en materile schade. Toelichting bij de veiligheidsaanwijzingen Werkzaamheden aan de installatie Installatie van het net schakelen en controleren op nog aanwezige spanning (bijv. met de afzonderlijke zekering of een hoofdschakelaar). Installatie tegen opnieuw inschakelen beveiligen. Bij gas als brandstof de gasafsluitkraan sluiten en beveiligen tegen onverhoeds openen.

Opgelet Dit teken waarschuwt voor materile schade en schade aan het milieu.

Aanwijzing Gegevens met het woord "Aanwijzing" bevatten aanvullende informatie. Doelgroep Deze handleiding is alleen bedoeld voor erkende installateurs. Werkzaamheden aan gasinstallaties mogen alleen door installateurs worden uitgevoerd die hiertoe erkend zijn door de bevoegde gasmaatschappij. Elektrische werkzaamheden mogen alleen door elektromonteurs worden uitgevoerd. Voorschriften Respecteer bij de werkzaamheden de wettelijke voorschriften inzake ongevalspreventie, de wettelijke voorschriften inzake de milieubescherming, de bepalingen inzake de ongevallenverzekering, de betreffende veiligheidsbepalingen van de normen NBN, NBN EN, AREI/ RGIE en de voorschriften BELGAQUA.

5858 414 B/fl

Inhoudsopgave
Montagevoorbereiding....................................................................................... Montageverloop Verwarmingsketel opstellen en uitlijnen............................................................... Isolatie aanbrengen.............................................................................................. Ketelaansluitstuk en sifon monteren.................................................................... Isolatie aanbrengen.............................................................................................. Installatie met n ketel.................................................................................... Installatie met meerdere ketels......................................................................... Verwarmingswaterzijde aansluiten....................................................................... Veiligheidsaansluitingen aanbrengen.................................................................. Aansluiten aan rookgaszijde................................................................................ Rookgasaansluiting........................................................................................... Condenswaterafvoer......................................................................................... Neutraliseringsinrichting (indien aanwezig)...................................................... Elektrisch aansluiten en de bovenplaat aanbrengen........................................... Aansluitingen op het onderste deel van de regeling......................................... Bovenplaat........................................................................................................ Brander met keteldeur monteren.......................................................................... Brander aansluiten aan gaszijde.......................................................................... Branderkap monteren........................................................................................... Inwerkingstelling en afstelling............................................................................... 4

5 6 7 9 9 11 13 14 14 14 15 15 15 15 16 17 18 19 19

5858 414 B/fl

Montagevoorbereiding Afstandsmaten
600 450

200

5858 414 B/fl

Verwarmingsketel opstellen en uitlijnen

Opgelet Beschadiging van de rookgasaansluiting kan leiden tot lekken. Verwarmingsketel niet aan de rookgasaansluiting optillen of bewegen.

Aanwijzing Als de CV-ketel op de grond wordt geplaatst, moet een geschikte condenswaterafvoer (max. 50 mm boven de grond) in de opstelruimte voorhanden zijn.

2.

1.

2.

15mm

Aanwijzing Stelpoten zitten bij het kenplaatje. 1. Stelpoten in de voetrails schroeven. Aanwijzing Als er een neutraliseringsinrichting wordt ingebouwd, de stelpoten we zo ver mogelijk uitdraaien.
5858 414 B/fl

2. Verwarmingsketel met geringe inclicatie naar achteren met stelpoten uitlijnen (max. 5 mm op ketellengte). Aanwijzing Er is geen speciale fundering nodig.

Isolatie aanbrengen
Aanwijzing Alle benodigde onderdelen bevinden zich in de doos van de isolatie.
4.

4x

1.

5.

2.

4x

3.

A Gasaansluitbuis B Voorste vastzetijzer (kort)

C Achterste vastzetijzer (lang) D Servicehouder


5858 414 B/fl

Isolatie aanbrengen (vervolg)

5x 2. 5x 2.

1.

1.

Ketelaansluitstuk en sifon monteren


Aanwijzing 27 en 35 kW: ketelaansluitstuk zit in de doos van de isolatie. 49 en 66 kW: ketelaansluitstuk ligt in de verbrandingskamer.
5858 414 B/fl

Ketelaansluitstuk en sifon monteren (vervolg)

25 6. 3.

5. 2.

4.

1. Bij open werking: afdichting A uit het ketelaansluitstuk verwijderen. 2. Ketelaansluitstuk tot de aanslag in de rookgasaansluiting steken. 3. Luchttoevoeropening uitlijnen. 4. Sifon aan de condenswaterafvoer van de rookgaskast dichtmaken en met de hand aantrekken.

5. Luchttoevoerslang op de benodigde lengte gelijkmatig strekken en in de uitsparingen aan het ketellichaam brengen. 6. Luchttoevoerslang met slangklem aan het ketelaansluitstuk beveiligen.

5858 414 B/fl

Isolatie aanbrengen
Aanwijzing De keteltemperatuursensor bevindt zich in de verpakking van de regeling. Branderleiding fA en uitbreiding met stekker l zitten in een aparte verpakking.

Opgelet Beschadiging van de capillaire buizen kan leiden tot functiestoringen van de voeler. Capillaire buizen niet knikken.

Installatie met n ketel

3. 2. 3 1.

1. 4.
6.

90 5.

4x

4x 6.

A Onderste gedeelte van de regeling

B Branderleidingen fA en l

Voeler en keteltemperatuursensor zo ver mogelijk in de dompelhuls schuiven.


5858 414 B/fl

Isolatie aanbrengen (vervolg)

90

90

1. 3. 2. A

2.

A Kenplaatje
5858 414 B/fl

10

Isolatie aanbrengen (vervolg) Installatie met meerdere ketels


3. 1.

2.

1. 4. 6. 90 5. 4x

4x

6.

A Onderste gedeelte van de regeling Voeler en keteltemperatuursensor zo ver mogelijk in de dompelhuls schuiven.

B Branderleidingen fA en l

5858 414 B/fl

11

Isolatie aanbrengen (vervolg)


90
1. 2.

4x
4m m

1.

90

4. 3.

3.

A Kenplaatje
5858 414 B/fl

12

Verwarmingswaterzijde aansluiten
SA KV

GA

KR SR/E

KOA

GA KOA KR KV SA

Gasaansluiting Condenswaterafvoer Ketelretour G 1 Ketelaanvoer G 1 Aansluiting veiligheidstoebehoren (veiligheidsklep en ontluchting) G 1

SR/E Veiligheidsretour en aftap (membraanexpansievat) R1

Aanwijzing De Vitocrossal is enkel geschikt voor verwarmingsinstallaties met geforceerde circulatie. Geen vierwegmengklep, overstortkleppen of andere aanvoer-retour-bypassen inbouwen. Geen verwarmingsretour aansluiten op de veiligheidsretour.
5858 414 B/fl

1. Verwarmingsinstallatie grondig spoelen. 2. Verwarmingscircuits aansluiten.

Bij de aansluiting van buisleidingen moeten belastingen en spanningen worden vermeden. 13

Veiligheidsaansluitingen aanbrengen
Montageaanwijzing kleinverdeler 1. Veiligheidsleidingen installeren. Minimumdiameters: inlaataansluiting veiligheidsklep 27 en 35 kW*1 : DN 15 (R ) 49 en 66 kW*1: DN 20 (R ) uitblaasleiding veiligheidsklep 27 en 35 kW*1: DN 20 (R ) 49 en 66 kW*1: DN 25 (R 1) leiding naar het expansievat DN 20 (R ) Aanwijzing Bij de aansluiting van buisleidingen moeten belastingen en spanningen worden vermeden. Laagwaterniveaubeveiliging (waterpeilbegrenzer) Door tests is bewezen dat aan de eisen van EN 12828 wordt voldaan. Een bijkomende beveiliging tegen een laagwaterniveau is niet noodzakelijk. Veiligheidsklep De verwarmingsketels moeten worden uitgerust met een veiligheidsklep, van goedgekeurde constructie, die beantwoordt aan TRD 721 en die volgens de uitgevoerde installatie moet zijn gekenmerkt. 2. Aansluitingen aan verwarmingswaterzijde controleren op lekken. Toegest. werkdruk: 3 bar Testdruk: 4 bar

Aansluiten aan rookgaszijde Rookgasaansluiting


Rookgasaansluiting langs de kortste weg en iets oplopend (min. 3) met de schoorsteen verbinden. Vermijd scherpe knikken. Montageaanwijzing rookgassysteem Rookgasaansluiting: 27 en 35 kW: 7 80 mm 49 en 66 kW: 7 110 mm

*1

Vermogengegevens bij TV/TR = 50/30 C

14

5858 414 B/fl

Aansluiten aan rookgaszijde (vervolg)


Luchttoevoeraansluiting: 27 en 35 kW: 7 125 mm 49 en 66 kW: 7 150 mm

Condenswaterafvoer
Sifon met kunststoffslang aan het afwateringssysteem aansluiten. Condenswaterafvoerleiding met niveauverschil onder het opstuwingsniveau van de rookgasverzamelkast aanbrengen. De condenswaterafvoer A moet genspecteerd kunnen worden. Rookgasaansluiting buiten-7: 19 mm

Neutraliseringsinrichting (indien aanwezig)


Neutraliseringsinrichting achter de CVketel opstellen en met de condenswaterafvoer verbinden. Neutraliseringsinrichting aansluiten op de riolering. Montageaanwijzing van de neutraliseringsinrichting

Elektrisch aansluiten en de bovenplaat aanbrengen Aansluitingen op het onderste deel van de regeling
Montageaanwijzing van de ketelregeling Aanwijzing De netleiding zit in de verpakking van de regeling. Bij regelingen voor installaties met meerdere ketels: Na afsluiting van de regelingsmontage de plaat die bij de console zit in de console vastzetten.

5858 414 B/fl

15

Elektrisch aansluiten en de bovenplaat (vervolg) Bovenplaat


3,9 x 9,5 3.

2. 1. A

Leidingen A bundelen en vastzetten met kabelbindstrips.

16

5858 414 B/fl

Brander met keteldeur monteren

2.

6x

41

90

3. 5. 4.

1. Plaats van de profielafdichting aan de brander controleren en eventueel corrigeren. 2. Brander plaatsen, moeren eerst met de hand en dan met een aandraaimoment van 4,5 Nm kruislings aantrekken. 3. Flexibele gasbuis van de brander met de gasaansluitbuis van de verwarmingsketel vastschroeven.
5858 414 B/fl

4. Luchttoevoerslang tot de aanslag op de luchtaanzuigadapter van de brander schuiven. 5. Branderstekker fA en uitbreiding met stekker l aan de branderautomaat steken.

17

Brander aansluiten aan gaszijde


1. Gasaansluiting aanbrengen volgens NBN D51-003 aanbrengen. Gasaansluitdruk: 20 mbar Max. toegel. gasaansluitdruk: 57,5 mbar Gasaansluiting: 27 en 35 kW: R 1 49 en 66 kW: R 1 2. Lekkagecontrole uitvoeren. 3. Gasleiding ontluchten.

Opgelet Verhoogde testdruk leidt tot schade aan de brander en de gasarmatuur. Max. testdruk 150 mbar. Bij hogere druk voor het opsporen van lekkages de brander en gasarmatuur van de hoofdleiding scheiden en schroefverbinding losmaken.

Aanwijzing Het is niet voldoende alleen de gasafsluitkraan te sluiten, omdat dan de hogere druk in de armatuur kan komen. De garantie geldt niet voor schade die het gevolg is van een verhoogde testdruk.

18

5858 414 B/fl

Branderkap monteren
1. 2x

4.

5.

3.

2.

Inwerkingstelling en afstelling
Serviceaanwijzing van de CVketel en ketelcircuitregeling

5858 414 B/fl

19

Gedrukt op milieuvriendelijk,

20

5858 414 B/fl

Viessmann Belgium bvba-sprl Hermesstraat 14 B-1930 ZAVENTEM Tel. : 02 712 06 66 Fax : 02 725 12 39 e-mail : info@viessmann.be www.viessmann.com

Technische wijzigingen voorbehouden.

chloorvrij gebleekt papier