Vous êtes sur la page 1sur 15

Mannelijkheid en detentie

De waarde van mannelijkheidsstudies voor gevangenissociologie
Valesca Lippens Gender-criminologisch onderzoek bestaat voornamelijk uit studies naar vrouwelijke misdrijfplegers. Hoewel de verwevenheid van ‘masculinities’ en criminaliteit internationaal al meer dan twee decennia geëxploreerd wordt, werd dit sterk verwaarloosd in Nederlandstalig onderzoek. Dit artikel onderschrijft deze internationale kritiek en introduceert de mannelijkheidsbenadering in de Nederlandstalige penologie. Gevangenissen worden immers steevast omschreven als ultramasculiene settings (Toch, 1998), maar deze hypothese wordt zelden onderbouwd vanuit een genderperspectief. ‘Mannelijkheid tentoonspreiden’ vormt nochtans dé copingstrategie voor mannelijke gedetineerden (Jewkes, 2005). Dit hiaat wordt bediscussieerd op twee niveaus: (1) de operationalisering van het concept ‘hegemoniale mannelijkheid’ en (2) een kritische analyse van bestaande inzichten over detentiebeleving, gevangeniscultuur en gevangenishiërarchie vanuit een mannelijkheidsperspectief. Dit artikel wil de gangbare stereotypen inzake mannelijkheid aan de kaak stellen: klassieke penologische bevindingen zijn immers niet noodzakelijk valide vanuit genderperspectief (Evans & Wallace, 2008). We analyseren dan ook de meerwaarde van mannelijkheidsstudies voor de penologie. ‘Prison is an ultramasculine world where nobody talks about masculinity.’ (Sabo e.a., 2001, 3) Gender is een belangrijk ordeningsprincipe dat een van de voornaamste voorspellers voor deviant gedrag uitmaakt (Heidensohn & Gelsthorpe, 2007). De enorme discrepantie tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke daders (in alle sectoren van de strafrechtelijke keten) wordt in de literatuur omschreven als het genderratio probleem in de criminaliteit. Maar als dit ‘probleem’ in het verleden al onderzocht werd, gebeurde dit vooral vanuit het oogpunt van vrouwen. Hoewel mannen nochtans sinds het ontstaan van de criminologische wetenschap gezien worden als dé te onderzoeken subjecten bij uitstek (criminaliteitsanalyses gebeurden zowel door als over mannen), wordt deze malestream-wetenschapsbeoefening gedurende lange tijd dus niet in vraag gesteld (Lippens, 2005). Hoewel het erg verdienstelijk is dat vrouwen door de feministen vanaf de jaren zestig en zeventig in de criminologische analyses werden gekatapulteerd, impliceert dit echter tegelijk dat gender gedurende de eerste decennia na de introductie van dit concept als het ware synoniem stond voor onderzoek naar vrouwen. Mannen leken als het ware geen gender te hebben, zij waren de norm waaraan vrouwelijk gedrag werd afgemeten, zonder meer.

Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4

433

434 Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 . een cruciaal begrip in Messerschmidts theorie van ‘crime as structured action’ die specifiek werd ontwikkeld voor gender-criminologisch onderzoek (Messerschmidt. We besluiten met de vraag naar de meerwaarde van mannelijkheidsstudies voor het penologische onderzoeksdomein. detentiebeleving en gevangeniscultuur)? Of zoals Morgan (1992) suggereert: ‘the re-examination of some classical texts within sociology in order to bring out the “hidden” stories about masculinity that they tell’. heeft in Nederlandstalige tijdschriften immers nog geen ingang gevonden. Het beoogt een operationalisering en conceptuele discussie van ‘hegemoniale mannelijkheid’1 (hegemonic masculinity – Connell. 1993. Aldus worden mannen (en hun criminaliteit) niet langer als de norm gezien. Dit raamwerk vormt doorgaans dé operationalisering van ‘mannelijkheid’ die in legio studies empirisch werd onderzocht en bekritiseerd. waarin een brug geslagen wordt tussen genderstudies en de penologie. dat samenhangt met macht. Jewkes. Daarom introduceert dit artikel de mannelijkheidsbenadering in het Nederlandstalige penologische onderzoek met de volgende onderzoeksvraag: welke nieuwe inzichten dragen mannelijkheidsstudies bij aan traditionele gevangenissociologische inzichten (zoals gevangenishiërarchie. Om deze essentialistische onderzoeksvisie te hekelen en ook mannen als gegenderde onderzoekssubjecten te (h)erkennen. maar juist waarom mannen zoveel criminaliteit plegen in vergelijking met vrouwen (Lippens. 1999). 2008. Dit artikel wil de gangbare stereotypen inzake mannelijkheid aan de kaak stellen en het concept wetenschappelijk onderbouwen aan de hand van (voornamelijk Angelsaksische) literatuur. 1997). 2010). Evans & Wallace. waaraan vrouwen worden afgemeten in hun niet-conform zijn (Verschaeve. De introductie van het concept gender in de sociale wetenschappen laat dynamischere ana1 De auteur gebruikt normaal gesproken de term ‘hegemonische mannelijkheid’. 2003). Over hegemoniale en ondergeschikte mannelijkheden Gender is een belangrijk ordeningsprincipe. Hoewel internationale wetenschappers intussen duidelijk het belang erkennen van mannelijkheid voor traditionele criminogene inzichten. 2005. 2005. maar voor de uniformiteit van het themanummer is hier gekozen voor ‘hegemoniale mannelijkheid’. De enorme hoeveelheid internationale literatuur die criminaliteit vanuit een mannelijkheidslens onder de loep neemt. De vraag rijst immers of gangbare penologische bevindingen ook valide zijn vanuit een genderperspectief. Deze bondige status quaestionis vormt de aanloop naar het tweede deel. hebben we in navolging van Messerschmidt (1993) elders geopperd dat niet onderzocht moet worden waarin vrouwen zo verschillen van mannen in het plegen van criminaliteit. Seymour. De mannelijkheidsstudies die vanaf de jaren tachtig ingang vinden.Valesca Lippens Toch menen wij dat het belang van het gender van mannen niet verwaarloosd mag worden. 2006. 2002. Hua-Fu. aangezien onderzoek indiceert dat genderinzichten bepaalde penologische vooronderstellingen sterk ter discussie kunnen stellen (zie bijvoorbeeld Bandyopadhyay. hinkt de Nederlandstalige criminologie er duidelijk achteraan. spelen daarbij een cruciale rol. 1987).

toe op genderverhoudingen. enz. de klasse waartoe ze behoren. 2005) bestaat er in westerse samenlevingen een historisch gevormde machtshiërarchie.. De publicatie van Tolsons The limits of masculinity (1977) was op dit vlak baanbrekend: het was de eerste bijdrage die gedetailleerd de sociale constructie van mannelijkheid bestudeerde vanuit de dominantie van machtige mannen over hun (relatief) machteloze soortgenoten. Vooral de interactie tussen diverse mannelijkheden is cruciaal: het concept (h)erkent namelijk dat ook mannen (en niet enkel vrouwen) onderdrukking kunnen ervaren ten gevolge van hun etnische achtergrond. Hij paste de aan Gramsci ontleende notie van hegemonie. zie Connell & Messerschmidt. Gender impliceert kortweg de culturele invulling van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Dit artikel kent bovendien een sociologische insteek. Een exhaustief overzicht van de conceptuele discussie valt buiten het bestek van dit artikel. hun seksuele en religieuze voorkeur. etnische origine. 2009). 2005. we schetsen slechts kort de belangrijkste punten om ze in een tweede deel op de gevangenissociologie toe te passen. 2002). In het British Journal of Criminology verscheen er zelfs al in 1996 een themanummer over (Carlen & Jefferson. en andere ‘verschilpunten’ (Jewkes. heteroseksuele middenklasse) en een enorme variatie aan daaraan ondergeschikte mannelijkheden (minderheidsgroepen behorend tot een andere klasse. Vervolgens introduceerde Connell (1987) het concept hegemoniale mannelijkheid om dynamischere genderanalyses in de sociale wetenschappen mogelijk te maken.Mannelijkheid en detentie lyses toe dan de voordien gehanteerde categorie ‘sekse’.3 Volgens Connell (1987. met de hegemoniale mannelijkheid aan de top (zijnde de blanke. met een homoseksuele voorkeur.2 Gedurende de laatste twee decennia zijn heel wat boeken en artikelen verschenen die hegemoniale mannelijkheid als centraal uitgangspunt nemen.a. die louter op biologische verschillen duidt (Lippens. en was er nog geen aandacht voor machtsrelaties tussen mannen onderling. Voor een extensief overzicht van bestaande theorieën en onderzoek over mannelijkheden. Connell pleit er dan ook voor om steeds de meervoudige term (‘masculinities’) te gebruiken. in Theoretical Criminology gebeurde dat in 2002. het zogenoemde patriarchaat (Jewkes. die evenzeer neigt naar essentialisme als de mannelijke sekserol. 2005).). die bepaald wordt op een bepaald moment binnen een gegeven sociale setting. staat deze normatieve mannelijkheid steeds in verhouding tot andere ondergeschikte mannelijkheden en vrouwelijkheid. die duidt op de maatschappelijke onderdrukking van de arbeidersklasse. zie Kimmel e. die een veelheid aan bestaande mannelijkheden impliceert. In de jaren tachtig evolueerde het onderzoek naar mannelijkheid bijgevolg van het bestuderen van één kenmerk (de mannelijke sekserol) naar de vraag hoe mannen multipele mannelijkheden aanwenden (Schrock & Schwalbe. 1996). voor een uitgebreide samenvatting van de voornaamste discussiepunten en kritieken op hegemoniale mannelijkheid. die hier wegens plaatsgebrek niet aan bod komen. er zijn ook meer psychologische benaderingen van mannelijkheid. Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 435 . 2005. Zoals we verder ook bij Messerschmidt zullen zien. Hegemo2 3 In dit artikel wordt omwille van de leesbaarheid in het Nederlands meestal de enkelvoudige vorm gebruikt. De meeste (pro)feministische auteurs zijn het er vandaag inderdaad over eens dat de enkelvoudige vorm een biologische reductie van de werkelijkheid is. 2002). Voordien werd immers enkel de dominantie van mannen over vrouwen onderzocht. hoewel ook wij expliciet het bestaan van meerdere mannelijkheden onderschrijven.

Wel dwingt het hegemoniale concept alternatieve vormen van mannelijkheid of vrouwelijkheid in ondergeschikte posities. Mannen moeten in elke situatie steeds opnieuw bewijzen dat ze man zijn: ze construeren hun mannelijkheid in elke specifieke sociale setting. om aan te tonen dat de constructie van een dominante mannelijkheid mannen ertoe aanzet criminaliteit te plegen. een alternatieve strategie om aan gender te doen en een mannelijke identiteit te verwerven. waardoor het sociologische analyses van machtsverhoudingen mogelijk maakt.4 Een opmerkzaam lezer herkent hierin de structuratietheorie van Giddens (1976). Wel ligt de sterkte van deze theorie erin dat ze voor het eerst het gender van mannen als uitgangspunt neemt. kan criminaliteit voor bepaalde mannen een manier zijn om een mannelijke status en identiteit te bereiken. aan de hand van symbolen zoals specifiek mannelijk (macho)gedrag en uiterlijk statusvertoon. noch dat elke man er noodzakelijkerwijze naar streeft. maar omvat een set van karakteristieken die onderworpen is aan verandering. 436 Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 . 1993). Mannen willen zich tijdens sociale interacties gedragen op een manier die aantoont dat ze ‘echte’ mannen zijn.Valesca Lippens niale mannelijkheid duidt dan op de cultureel geïdealiseerde en verheerlijkte vorm van mannelijkheid in een bepaalde samenleving en op een gegeven tijdstip (Connell. Later werd dit ook voorzichtig toegepast op vrouwen. 1987). 2005). Messerschmidt (1993. willen we hier geenszins bedoelen dat alleen mannen een genderidentiteit kunnen ontwikkelen conform het voorgestelde theoretische raamwerk van Connell en Messerschmidt. dat cruciaal zal blijken in verder gender-criminologisch onderzoek. Dit impliceert evenwel niet dat de hegemoniale mannelijkheid de meest voorkomende vorm is in de maatschappij. maar het is een sociale prak4 Om verwarring te vermijden. maar een bespreking daarvan valt gezien de bewuste keuze voor een mannelijkheidsinvalshoek buiten de insteek van dit artikel. Criminaliteit is dan. ondergeschikte vormen van mannelijkheid en van vrouwelijkheid (Messerschmidt. We doen namelijk actief aan gender (-agency) op basis van de sociale structuren waarbinnen we leven en dus rekening houdend met de mogelijkheden of beperkingen van elke unieke situatie. 1997) levert met zijn theorie van ‘criminaliteit als gestructureerde actie’ een belangrijke verklaring voor de verwevenheid van gender en criminaliteit. afhankelijk van hun of andermans verwachtingen over hoe een man hoort te zijn. want dat hoort zo en is er inherent aan). Criminaliteit plegen is dus niet louter een gevolg van de stereotiepe mannelijke sekserol (men is man en dus pleegt men criminaliteit. Hij beroept zich daarbij ook op Giddens’ structuratietheorie (1976) en op een ‘doing gender’-perspectief (West & Zimmerman. Een genderidentiteit is bijgevolg steeds een situationele verworvenheid en nooit een vaststaand of afgewerkt product (Messerschmidt. die zowel de handelingen van actoren als de hun omringende structuren benadrukt. Het is die vorm van mannelijkheid waarnaar dient gestreefd te worden en die zich op de sociale ladder onderscheidt van andere. Volgens hem kan net die sociale constructie van gender (en klasse en etniciteit) de grote discrepantie tussen mannelijke en vrouwelijke criminaliteitscijfers verklaren (het gender-ratio probleem in de criminaliteit). eenvoudig gezegd. Bij gebrek aan andere mogelijkheden om hun mannelijkheid te bewijzen. uit een breed spectrum aan potentiële mannelijkheden. 1997). Hegemoniale mannelijkheid is dus geen vooraf vaststaande categorie. Hij past Connells hegemoniale concept toe op de criminologie.

2004).5 maar de meest bij gevangenissociologische literatuur aanleunende analyse gebeurde in een psychiatrische instelling. 2002. dat nagenoeg 90 tot 95 procent van de gevangenisbevolking uit mannen bestaat (Lippens e. Messerschmidt noch Connell schuwden een constructieve reactie op de empirische toepassing en verfijning van hun raamwerk (Connell.Mannelijkheid en detentie tijk die gehanteerd wordt om mannelijkheid te verwerven indien andere mogelijkheden daartoe ontbreken binnen een bepaalde sociale setting. 2009). Demetriou. 2008. Hearn. Mannelijkheid is dus duidelijk afhankelijk van sociale interacties die uniek zijn en wordt telkens weer opnieuw afgewogen. Het gebrek aan onderzoek naar vrouwen en detentie werd vaak ingegeven door hun kleine aandeel in de totale gevangenisbevolking. 2009). de bestaande machtsrelaties beïnvloedt. Toch werd de complexe masculiene aard van de gevangenissetting zelden onderzocht vanuit een specifiek genderperspectief en dit vormt een belangrijk hiaat in gevangenis-sociologisch onderzoek. 2002). 5 Een uitgebreid literatuuroverzicht over de institutionalisering van hegemoniale mannelijkheid kan aangevraagd worden bij de auteur. verfijnd en verdiept. 2001. Hall. Messerschmidt benadrukt wel dat er veel verschillende manieren bestaan om aan mannelijkheid ‘te doen’: criminaliteit plegen is er daar maar één van. In 2005 leidde dit zelfs tot een conceptuele herformulering door henzelf (Connell & Messerschmidt. waar het ontwikkelen van hegemoniale mannelijkheid binnen een dergelijke totale institutie onder de loep werd genomen (Leyser.. Messerschmidt.a. Maar ook vanuit meer sociologisch-theoretische hoek rezen belangrijke vraagtekens bij de empirische toepasbaarheid van het concept (zie bijvoorbeeld Beasley. Kritiek kwam er voornamelijk vanuit psychosociale hoek (Jefferson. 2002. 2002) op het feit dat hegemoniale mannelijkheid een nogal eng beeld weergeeft van een aantal negatieve karakteristieken waaraan mannen lijken te moeten voldoen (Collier. 1998. 1994). willen we er nog op wijzen dat het concept hegemoniale mannelijkheid en de theorie van Messerschmidt in legio studies als raamwerk werden gehanteerd. 2003). Het is inderdaad een continu gegeven. We concentreren ons in het tweede deel van dit artikel dan ook op de invloed van hegemoniale mannelijkheid binnen een detentiesetting. De institutionalisering van hegemoniale mannelijkheid werd verder nog onderzocht op vele andere gebieden. 2008. klasse en seksuele oriëntatie. Alvorens we dit verder exploreren. In the mix: traditionele gevangenissociologische inzichten en mannelijkheidsstudies Aspecten van het gevangenisleven werden traditioneel bijna steeds onderzocht vanuit het standpunt van mannelijke gedetineerden (Newton. Volgens Messerschmidt is het cruciaal om deze sociale praktijken van gedetineerden nader te onderzoeken en te exploreren in welke mate mannelijkheid. maar eveneens bekritiseerd. 2005). Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 437 . Zo ook binnen de gevangeniscontext: gedetineerden maken specifieke keuzes in specifieke situaties en kiezen daarbij uit een variatie aan mannelijkheden. samen met andere ordeningsprincipes zoals etniciteit. zowel in tijd als ruimte.

Aangezien het merendeel van de penologische studies het gender van hun onderzoekssubjecten niet problematiseert of zelfs op zijn minst in overweging neemt (Jewkes. 2008). 2001. dat is meteen ook de reden waarom een hypermasculiene gevangeniscultuur als de normale gang van zaken beschouwd wordt in de meeste gevangenisstudies die niet specifiek vanuit een genderperspectief vertrekken (Evans & Wallace. Phillips. 2006. 1961). eerder dan gedetineerden die ‘toevallig man zijn’. Lutze & Murphy. is wellicht weinig nieuws. We zijn er immers van overtuigd dat een gendergevoelige analyse een aantal traditionele inzichten6 uit de gevangenissociologie naar een hoger niveau kan tillen. De ‘pains of imprisonment’ revisited door een genderbril: deprivatie. dan wel gefundeerd is op kenmerken. Karp. Jewkes. 1994. 2003) met een totalitair karakter (Goffmann. 1999. gevangenishiërarchie en -cultuur ambieert: het gaat hier immers om een relatief nieuw onderzoeksdomein. 2005. 438 Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 . Newton. De gevangenissetting staat bekend als een institutie die extreem gegenderd is (Jewkes. 2008.Valesca Lippens Sim pleitte er nochtans al in 1994 voor: het is hoog tijd om de gedetineerden ‘als man’ te onderzoeken. Om de werkelijke betekenis van mannelijkheid voor gedetineerden in de diepte te kunnen analyseren. Evans & Wallace. 2002. 2002). Seymour. Wel willen we de lezer een overzicht verschaffen van de belangrijkste bestaande inzichten binnen de mannelijkheidsgeoriënteerde gevangenissociologie. Traditionele gevangenisonderzoeken vertrekken immers vaak vanuit de vraagstelling of aanpassing aan het gevangenisleven vooral gebeurt op basis van de depriverende gevangenissetting. 2002). maar het is cruciaal dat onderzoek hieromtrent vertrekt vanuit een genderperspectief dat voorbijgaat aan common sense-vooronderstellingen. 2002. 2005. 1998). 2008). Steeds meer onderzoekers lijken dan ook het belang van mannelijkheden binnen de gevangenissetting in te zien (zie onder meer Bandyopadhyay. Hua-Fu. willen we mannelijkheid in deze bijdrage expliciet centraal plaatsen. 2010. Dit stereotiepe beeld over het gevangenisleven wordt ook duidelijk zo naar voren geschoven in de media (Jewkes. In de literatuur worden gevangenissen dan ook steevast voorgesteld als hypermasculiene settings (Toch. die evenwel achter de schermen in het veilige cocon van de eigen cel plaatsvindt. maar de precieze aard van de machocultuur. Seymour. waar nog heel wat pistes onderzocht dienen te worden. opteert het merendeel onder hen voor kwalitatief en bij voorkeur etnografisch onderzoek. maar ontegensprekelijk bestaat (Evans & Wallace. dient nog uitvoerig te worden onderzocht (Jewkes. import of integratie? Dat gevangenissen gewelddadige mannen herbergen. Aan de oppervlakte lijkt het leven binnen de muren immers extreem mannelijk te verlopen. 2003). Newton. eigenschappen en denkbeelden die vanuit de buitenwereld binnen de muren geïmporteerd wor6 We willen erop wijzen dat dit artikel geenszins een volledige genderanalyse van detentiebeleving. 1994. 2002). de mate waarin zij bepaald wordt door de depriverende gevangenissetting dan wel geïmporteerd wordt binnen de muren door gedetineerden en de precieze wijze waarop machtsrelaties gecreëerd en bestendigd worden. Gendergevoelig onderzoek kan echter een diepgaandere. emotionelere en complexere private levenssfeer in de gevangenis blootleggen.

kunnen zich niet of beperkt onderscheiden aan de hand van statussymbolen zoals kleding en goederen. 2002). Newton (1994) opent de discussie over prison masculinities en herinterpreteert het werk van Sykes (1958) om het bestaan van mannelijkheid in de gevangenisgedragscode aan te tonen en meer algemeen de invloed ervan op machtsrelaties in de gevangenis. dan wel rechtstreeks geïmporteerd wordt vanuit de buitenwereld (Irwin & Cressey.. Hij (h)erkende toen immers als eerste al het belang van mannelijkheid binnen de gevangeniscontext. Machtsverwerving in de gevangenissetting heeft dus overduidelijk ook te maken met beelden over hoe mannen en vrouwen horen te zijn. zo niet.a. In dat opzicht denken we ook aan de inwijdingsrituelen waaraan nieuwkomers onderworpen worden om hun mannelijkheid te testen: indien zij dit succesvol doorstaan. 1990). wordt dus geconstrueerd om aan de pains tegemoet te komen en deze copingstrategie wordt gereflecteerd in de gedragscode van gedetineerden (Sabo e. waarvan sprake in vele gevangenisstudies.a. We exploreren hierna de belangrijkste bevindingen uit de huidige mannelijkheidsgeoriënteerde gevangenissociologie. Onderzoek toont aan dat tot zelfs 86 procent van de gedetineerden zich onveilig voelt (Scraton e. ze hebben slechts een beperkte autonomie.. worden zij relatief aanvaard door de medegedetineerden. In de gevangenissetting bestaan inderdaad weinig mogelijkheden om aan de traditionele. Rekening houdend met methodologische beperkingen en de machocultuur die dergelijke toegevingen afkeurt. Een uitvergrote. 1962). dan wordt het nieuws over hun zwakke reputatie verspreid en valt de nieuwkomer mogelijks ten prooi aan agressievere lotgenoten (Grapendaal.a. 2001): er wordt duidelijk voorgeschreven hoe zij zich ‘als een echte man’ dienen te gedragen.Mannelijkheid en detentie den (Lippens e. Hoewel de deprivatie van veiligheid een van de minst onderzochte pains is. Toch (1998) observeerde bijvoorbeeld dat ‘waardige mannen’ zich letterlijk met man en macht en veel uiterlijk vertoon en agressie verdedigen tegen ‘vervrouwelijkte’ of ondergeschikte medegedetineerden en zo de macht over hen verwerven. Newton toonde succesvol aan hoe het raamwerk van de pains of imprisonment kan toegepast worden op de studie van hedendaagse gevangeniscultuur. 1958). Volgens haar is het namelijk niet toevallig dat de rollen en hiërarchie in de gevangenis direct gerelateerd zijn aan mannelijkheid. maar zijn werk kwam niet vanuit een bredere mannelijkheidstheorie tot stand. hypermannelijkheid. 1991). Dit is tevens een bijzonder interessant raamwerk voor onderzoek naar gevangenismannelijkheden. Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 439 . Een harde reputatie manifesteren bij het toetreden tot totale instituties lijkt dan ook noodzakelijk (Jewkes. vormt de angst voor persoonlijke veiligheid toch een van de belangrijkste bekommernissen bij gedetineerden. zijn grotendeels gedepriveerd van heteroseksuele contacten. Ook op dit vlak zijn auteurs het niet eens over de vraag of mannelijkheid vooral gevormd wordt op basis van de pains of imprisonment (Sykes. 2009). en de meesten onder hen hebben geen of een beperkte opleiding genoten en behoren tot een etnische minderheidsgroep. kunnen zich enkel beroepen op de daartoe beperkte bronnen (Karp.. 2010). en dus met hegemoniale en ondergeschikte mannelijkheden. geen vrijheid. De link tussen de pains of imprisonment en mannelijkheid is dus niet veraf: gedetineerden die hun mannelijkheid willen manifesteren. in de buitenwereld geldende normen voor mannelijkheid te voldoen: gedetineerden hebben weinig middelen.

zijn dus schering en inslag. in tegenstelling tot in de buitenwereld. Een masker opzetten is een bekende copingstrategie (Sykes. 1958). brokkelt dat pseudozelfbeeld dat ze tijdens interacties ophangen langzaam af en komt hun ‘ware’ genderidentiteit boven. Sommigen gaan immers zodanig ver in het conformeren aan de dominante mannelijkheidsidealen. Aangezien de meerderheid van de gedetineerden afkomstig is uit de lagere klasse. Sommigen onder hen blijken zelfs dankbaar dat ze tijdens die bevraging ‘eindelijk weer zichzelf kunnen zijn’ en ‘hun masker kunnen laten vallen’ (Jewkes. dat ze zichzelf ’s avonds wanneer ze alleen op cel zitten. Anderzijds moeten zij kunnen terugvallen op een reeks strategieën.Valesca Lippens vormen deze cijfers wellicht nog een ondervertegenwoordiging van de werkelijk ervaren onveiligheidsgevoelens. Jewkes’ onderzoek is gebaseerd op de hypothese dat de psychologische overlevingskracht van een gevangenisstraf samenhangt met de mogelijkheid van de gedetineerde om twee aparte identiteiten te creëren. Daarnaast kan deze hypermannelijke identiteit volgens Jewkes (2002) teruggebracht worden tot het gebrek aan vrouwen in de depriverende gevangenissetting. maar ontbrekende heteroseksualiteit vervangen. 1958). enz. zijn het dan ook voornamelijk de daar geldende normen en waarden die toonaangevend zijn binnen de muren: agressie. zoeken zij heil in andere mannelijkheidsstrategieën. wat binnen de muren relatief aanvaard wordt. 2005). maar ook daar is de link met mannelijkheid dus niet veraf. Enerzijds moeten ze hun eigen zelfbeeld behouden en beschermen. extremere mannelijke identiteit aannemen dan hun ‘werkelijke’. Sykes. Ondanks de relatieve normalisering van homoseksuele contacten staan ook heel wat gedetineerden er weigerachtig tegenover en 7 Uit onderzoek (Jewkes. Dat wordt dan een strategie om hun mannelijke identiteit te bewijzen. zoals overdreven machogedrag. het opsmukken van hun verhalen. middelen en ervaringen om een publieke gevangenisidentiteit te creëren. 1990. machogedrag. 440 Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 . 2002) blijkt dat mannelijke gedetineerden vaak een andere genderidentiteit aannemen tijdens interacties met hun medegedetineerden dan hun ‘werkelijke’ opvattingen over hoe mannen en vrouwen horen te zijn – die overigens slechts aan bod komen wanneer ze alleen op cel zitten. extreem sporten tot zelfs meer radicaal het verkrachten van medegedetineerden (Jewkes. dat al bestond voor de gevangenisstraf en onafhankelijk is van hun identiteit als gedetineerde. Bij gebrek aan mogelijkheden tot heteroseksualiteit (het hart van de hegemoniale mannelijkheid) binnen de muren. ‘niet meer in de spiegel kunnen bekijken’. Daarom moeten gedetineerden die willen overleven vaak een harde. vóór de gevangenisstraf geldende genderidentiteit7 en dat kan volgens Jewkes een enorme druk veroorzaken. De deprivatie van heteroseksuele contacten vormt inderdaad een belangrijke belemmering tijdens de detentie: sommige auteurs gaan zelfs zover dat zij de detentie op dat vlak als een ‘fysieke castratie’ bestempelen (Segal. Het lijkt trouwens interessant om in dat opzicht de invloed van de intrede van vrouwelijke bewaarders na te gaan. die hen in staat stelt om erbij te horen binnen de muren. 2002). Paradoxaal genoeg kunnen homoseksuele contacten voor sommige gedetineerden inderdaad de normatieve. Als ze evenwel over die gevoelens en strategieën bevraagd worden door onbevooroordeelde outsiders (zoals onderzoekers). een ‘echte’ man zijn.

Het geweld tussen gedetineerden staat daarbij symbool voor een vijandige mannelijkheid. als Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 441 . dat frequent leidt tot crimineel gedrag en bestraffing. wereldwijde gelijkenissen tussen mannelijke gevangenissen. Ook Sim (1994) vond hier duidelijke bewijzen van in zijn analyse van de gevangenishiërarchie. omdat zij ingaan tegen de conventionele heteroseksuele mannelijke normen (geen seksueel geweld plegen op kinderen). zijn gedragsvoorschriften die quasi unaniem gelden. Over die invloed en de heterogeniteit van de mannelijke gevangenispopulatie is nog veel te weinig geweten. 2002). (2001) zien het gedrag van mannelijke gedetineerden niet als een unicum. uitvergrote mannelijke identiteit creëren is voor velen dan ook dé copingstrategie bij uitstek om te kunnen omgaan met de door de arbeidersklasse gedomineerde gevangeniscultuur (Jewkes.Mannelijkheid en detentie maakt dit het gevangenisleven extreem onvoorspelbaar. Mannelijkheid blijkt een cruciale factor te zijn voor de machtsrelaties onder gedetineerden: hegemoniale en ondergeschikte mannelijkheden kunnen duidelijk teruggevonden worden in de informele structuren van de gevangenishiërarchie en vormen mogelijk een van de belangrijkste verklaringen voor de opvallende. je medegedetineerden niet verraden. De dagelijkse realiteit van gedetineerden bestaat uit geweld. Daarom beschouwt Newton de culturele genderidentiteit die gedetineerden importeren in de gevangenis cruciaal voor hun detentiebeleving en hun aanpassing intra muros. Toch erkennen de meesten van deze auteurs ook het belang van sociale en culturele factoren die in de buitenwereld gelden en binnen de muren worden geïmporteerd. dat dient tot de herbevestiging van de sociale hiërarchie. lijkt het haar desalniettemin waarschijnlijk dat degenen die wel worden veroordeeld een masculiene ideologie en subcultuur importeren die hen voorbereidt op het harde leven binnen de muren (Jewkes. een echte man zijn. Een extreme. maar ook daarbuiten. in het bijzonder voor nieuwe gedetineerden (Jewkes. Maar niet elke gedetineerde voldoet aan het ideaal van de hegemoniale mannelijkheid: meer nog. want het lijkt evenzeer plausibel dat ook andere subculturen binnensijpelen in de gevangenissetting. 2005). afschrikwekkend en bevreemdend. De hiërarchie weerspiegelt dan de gevangeniscultuur en vormt een spectrum met geweldplegers helemaal bovenaan als dé mannen der mannen en de seksuele delinquenten helemaal onderaan de sociale ladder. staan binnen de gevangenismuren traditioneel helemaal onderaan de sociale ladder. 2002). het begrip staat enkel op zich als het afgewogen wordt tegenover de onderdrukte versies van mannelijkheid waartegen het zich afzet. Hard zijn. kan dan op zich een voorwaarde zijn voor een succesvolle aanpassing binnen de muren (Jewkes. enz. elke dag weer opnieuw. niet alleen binnen de gevangenissetting. Seksuele delinquenten bijvoorbeeld. Het dient natuurlijk nader te worden onderzocht in hoeverre er sprake kan zijn van één hypermasculiene subcultuur die wordt geïmporteerd. Hoewel Jewkes benadrukt dat zij hiermee geenszins veronderstelt dat enkel laaggeschoolden criminaliteit als strategie aanwenden om mannelijkheid te verwerven en in de gevangenis belanden. 2002). Ook Newton (1994) stelt vast dat er meerdere vormen van mannelijkheid onderschreven worden in de gevangenisgedragscode. maar als een uitvergrote weerspiegeling van de hegemoniale mannelijkheid die in de bredere maatschappij geldt. Ook Sabo e.a. Dat maakt hen kwetsbaar voor (seksuele) tentoonspreiding van mannelijkheid door medegedetineerden. Het verlangen om mannelijkheid te bewijzen.

Zowel agency als structuren lijken een cruciale rol te spelen bij de detentiebeleving. Er kunnen dan ook duidelijke mannelijkheidspatronen geobserveerd worden in de dagelijkse gevangenispraktijk. 2006). Discussie: veranderende mannelijkheden in detentiecontext? De sociale orde in een gevangenissetting wordt niet enkel gereproduceerd door organisatorische regels en beslissingen. Jewkes (2002) spreekt in dit opzicht dan ook van fratriarchaat. Zo bestaan er heel wat variaties op 442 Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 . Er is duidelijk nog heel wat discussie over de impact van depriverende gevangeniskenmerken enerzijds en sociale en culturele factoren uit de buitenwereld anderzijds op gevangenismannelijkheden. gevangeniscultuur en gevangenishiërarchie.Valesca Lippens antithese van wat als mannelijk wordt aangezien. dan wel van minder machtige medegedetineerden. is erg voor de hand liggend en heeft ook te maken met wat algemeen in de maatschappij verworpen wordt. Het is wel de vraag in hoeverre geen opdeling dient gemaakt te worden naargelang het soort seksuele delinquenten. Carrabine (2004) ziet dit bevestigd in zijn analyse van rellen in de Strangeway-gevangenis: seksuele delinquenten werden er gesegregeerd ‘voor hun eigen bescherming’ en waren met andere woorden onderworpen aan een patriarchale vertoning van macht en dominantie vanuit het systeem. Het lijkt dan ook allesbehalve toevallig dat de rollen en hiërarchie in een gevangenissetting bepaald worden door mannelijkheidscodes. Alleen bestaan mannelijkheid en macht binnen de gevangeniscontext dus niet zozeer uit het onderdrukken van vrouwen. 1994). dominantie en onderdrukking. De daar bestaande genderverhoudingen en een sterk gegenderd discours (Hua-Fu. eerder dan van patriarchaat. Maar het heeft dus ook duidelijk te maken met mannelijkheid. wordt mannelijkheid er duidelijk veruiterlijkt door middel van hiërarchische relaties. Net zoals in de traditionele gevangenisstudies lijkt het tentoonspreiden van mannelijkheid zowel een reflectie van bredere sociale normen als een antwoord op de unieke kenmerken van de gevangenisomgeving (Jewkes. Hoewel de mannelijke status uit de buitenwereld in al zijn facetten ondermijnd wordt binnen de muren van de gevangenis. Een integratieve benadering van structurele determinanten en normen uit de bredere samenleving lijkt bijgevolg aan de orde.als het importdebat in overweging neemt bij analyses over het gevangenisleven (Grapendaal. maar ook en niet in het minst door een diep ingebed discours over mannelijkheden en vrouwelijkheden (Newton. Dit wordt vertaald in een sterk masculiene gedragscode waarbinnen continu ‘aan mannelijkheid wordt gedaan’ (doing gender). 1990. De alomtegenwoordige gevangenishiërarchie waarbij de agressieve alfaman zich bovenaan en de seksuele delinquenten zich onderaan de sociale ladder bevinden. 2005) insinueren daarnaast ook dat de sociale werkelijkheid en de gedragscodes binnen een dergelijke totale institutie gevormd en beïnvloed worden door reeds bestaande opvattingen over mannelijkheid. Op basis van de op een bepaald moment geldende regels in een bepaalde gevangenissetting wordt mannelijkheid continu geconstrueerd. omdat zij als de meest kwetsbare groep in de gevangenisgemeenschap gezien worden. Snacken. 2002). Dit sluit aan bij het integratiemodel dat zowel aspecten van het deprivatie.

aangezien zij niet langer op de traditionele agressie gefundeerd is. 2001). niet noodzakelijk observeerbare criteria mee. In hoeverre deze complementaire mannelijkheden ook bij ons bestaan. dan wel van concurrerende en variërende mannelijkheden. die er succesvol in slaagt de regels te manipuleren en macht krijgt door bevoorrechte relaties aan te gaan met medegedetineerden en bewaarders. niet-meewerkende gevangene die door zijn uiterlijk vertoon het respect en de macht verwerft. agressieve. maar belichamen daardoor net die andere vorm van geïdealiseerde mannelijkheid die onafhankelijkheid vooropstelt. en (2) de modelgevangene. Of gevangenissen nu bedoeld zijn om te straffen. spelen ook andere. Naast de traditionele agressieve gevangenismannelijkheid beschrijft ze ook andere dominante vormen van mannelijkheid die de macht verwerven en analyseert ze hoe gedetineerden omgaan met hun minderwaardige mannelijkheidsgevoel. gebaseerd op wederzijds respect in plaats van geweld. 1999). Een gelijkaardige conclusie vindt men bij Bandyopadhyay (2006). Natuurlijk zijn er ook gedetineerden die zich daartegen afzetten: de rebelse en agressieve ‘typische gedetineerden’ vinden deze modelgedetineerden meelopers die hun individualiteit en mannelijkheid verloochenen door te gehoorzamen. Met deze fundamentele kritiek werkt zij een belangrijke aanvulling uit op de conceptuele discussie rond hegemoniale mannelijkheid. duidelijk niet aan elkaar ondergeschikte vormen van hegemoniale mannelijkheid terug: (1) de stereotiepe. Een nieuwe. maar het is een vernieuwde invulling van de notie ‘dominantie’.Mannelijkheid en detentie gevangenismannelijkheden: er zijn bijvoorbeeld ‘ratten’ (die verraad plegen). die etnografisch onderzoek deed in een Indiase gevangenis. complementaire hegemoniale mannelijkheid ontwikkelt zich aldus binnen de muren: deze mannelijkheid is ook dominant. Deze positie verleent hun toegang tot inside-informatie in het functioneren van de gevangenis. Er worden dus overduidelijk sociaal georganiseerde machtsrelaties ontwikkeld tussen gedetineerden op basis van hun mannelijkheid. dient nog verder geëxploreerd te worden. Bandyopadhyay vond twee complementaire. Conclusie Op basis van voorgaande inzichten is het legitiem om de wenselijkheid in te vraag te stellen van het onderbrengen van mannen in ultramannelijke gevangenissettings die agressieve interacties en stereotiepe sekserolgedragingen aanmoedigen (Lutze & Murphy. ‘handelaars’ (die handeltjes opzetten in allerlei middelen) en ‘gorilla’s’ (die geweld of bedreiging gebruiken om hun belangen af te dwingen). Ook zij observeert een gevangenishiërarchie die verschillende vormen van mannelijkheid reflecteert. Daarbij blijkt er niet zozeer sprake van ondergeschikte mannelijkheden. met verkrachting als ultieme strategie om mannelijke dominantie te verwerven. Zij veroorzaken traditioneel meer problemen. dan Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 443 . Toch nuanceert ze ook enkele traditionele bevindingen: hoewel de hiërarchische positie van een gedetineerde inderdaad gewoonlijk bepaald wordt door diens situering tussen de gewelddadige gedetineerde bovenaan de sociale ladder en de seksdelinquent die er onderaan bengelt. want ze verwerft macht. waarbij de slachtoffers letterlijk worden ontmannelijkt en ‘vrouwen’ worden genoemd (Messerschmidt.

wijzen inderdaad uit dat de gevangenis een totale institutie is die gedomineerd wordt door een discours van absolute mannelijkheid en gekenmerkt wordt door een duidelijk gegenderde hiërarchie. Er bestaat zelfs onderzoek naar interventieprogramma’s die deze toxische gevangenismannelijkheid willen aanpakken. De beperkte studies die voorhanden zijn. hegemoniale mannelijkheidsbeelden. 1998). Het mag intussen wel duidelijk wezen dat hegemoniale mannelijkheid cruciaal is om macht te verwerven in een gevangenissetting en dat heel wat traditionele penologische bevindingen verklaard en verfijnd kunnen worden door deze genderbril. Toch. maar ook meer fundamenteel door hun positie als man ten opzichte van de andere mannelijke gedetineerden. Meerdere studies wijzen echter uit dat dit niet dé realiteit binnen de muren is. 2005. Het dagelijkse leven intra muros wordt dus niet alleen bepaald door kenmerken eigen aan de individuen. die structurele depriverende aspecten van de detentie combineert met geïmporteerde kenmerken van gedetineerden. concluderen onderzoekers dat de gevangenis destructieve vormen van mannelijkheid (re)produceert. Gender biedt een belangrijk vernieuwend perspectief op traditionele gevangenissociologische concepten zoals gevangenishiërarchie en andere common sense-kennis. Sommigen spreken in dit opzicht van toxic masculinity. De gevangenissetting die übermannelijkheid verheerlijkt. agressieve alfaman. Inzichten uit mannelijkheidsstudies kunnen gevangenisculturen dus nog gedetailleerder ontrafelen en verklaren. Zo kan de lage status van seksuele delinquenten bijvoorbeeld perfect verklaard worden vanuit stereotiepe. 1994). door gedetineerden aan het eind van hun straf opnieuw mannelijkheidspatronen aan te leren die asociaal gedrag ontraden en hen confronteren met het hypermasculiene karakter van het gevangenisleven (Karp. 2002). 2006. 2010. een veelvoud aan complementaire dominante mannelijkheden wordt onderscheiden en subjecten blijken hun identiteit continu te construeren en aan te passen (Bandyopadhyay. Hoewel er nog veel onduidelijkheden bestaan over de invloed van het importeren van gedrag van buitenaf en de invloed van (deprivatie tijdens) de detentie zelf. Daarnaast is het zinvol om de verschillende bevindingen uit dit relatief nieuwe onderzoeksdomein tegen elkaar af te zetten en te toetsen in welke mate alternatieve hegemoniale mannelijkheden ook in onze gevangenissen ontwikkeld worden. Investeren in dergelijke sensibiliserende programma’s lijkt zinvol om de rehabiliterende functie van de gevangenis te optimaliseren en bijkomende detentieschade zo veel mogelijk te beperken. Meer onderzoek is echter aan de orde om de werkelijke übermannelijke aard van de gevangenis te achterhalen. Hetzelfde voor de nieuwkomer die zich meteen moet bewijzen om een mannelijke status te verwerven. zijnde die van de stoere. hun primaire doel is criminaliteitspreventie. namelijk dat man- 444 Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 . Jewkes. waarbij de mannelijkheidsinvalshoek bijzonder interessant blijkt. niet enkel tussen bewaarders en gedetineerden.Valesca Lippens wel te rehabiliteren. In dat opzicht wordt er tegenwoordig dan ook uitgegaan van een integratieve benadering. Vaak wordt namelijk verondersteld dat slechts één vorm van hegemoniale mannelijkheid getolereerd wordt en aan de macht is. lijkt echter een averechts effect te ressorteren (Sim. Hua-Fu. Dit sluit aan bij de theorie van Messerschmidt (1993). maar ook tussen de mannelijke gedetineerden onderling. Integendeel.

British Journal of Criminology. crime and criminology. Hoewel al heel wat studies gefocust hebben op hegemoniale mannelijkheid. Special Issue ‘Masculinities and crime’. London: Sage. Rethinking hegemonic masculinity in a globalizing world. E. er toch nog heel wat pistes voor nader onderzoek voorhanden blijven. zodat een verdere verfijning van de conceptuele discussie vanuit het gevangenisstandpunt mogelijk wordt en ook Nederlandstalige criminologen er eindelijk een stem in krijgen. (1998). R. 86-103. Carlen. Masculinities. Aldershot: Ashgate Publishing.E. Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 445 . Men and Masculinities. & Jefferson. (2004). T. Kwalitatief en bij voorkeur etnografisch onderzoek lijkt ons daartoe cruciaal en daarin ligt meteen ook de uitdaging van het gender van de onderzoeker. 33 (6). Literatuur Bandyopadhyay. discours and resistance. A genealogy of the Strangeways prison riot. C. Een constructivistische benadering die vertrekt vanuit een specifiek genderperspectief kan toelaten om ook hier tot een meer fijnmazige en genuanceerde analyse te komen van gevangenissubculturen. Zo is etnografisch onderzoek in het bijzonder noodzakelijk om na te gaan hoe diep het hegemoniale mannelijkheidsgedachtegoed ingebed zit in de dagelijkse gevangenisrealiteit. 11(1).) (1996). Bovendien valt er nog veel te leren over hoe hegemoniale mannelijkheid specifiek vorm gegeven wordt binnen de detentiecontext. Competing masculinities in a prison. 9(2). de seksualiteitsbeleving en de identiteitsvorming van gedetineerden? Is er werkelijk sprake van een hypermannelijke gevangeniscultuur? Op welke manier zit gender ingebed in de andere lagen van de gevangenisorganisatie? In welke mate speelt het gender van de onderzoeker een rol in het onderzoeksproces binnen de muren? Dit zijn slechts enkele mogelijke onderzoekspistes die hopelijk in de toekomst (en ook in onze contreien) nader bestudeerd worden. de gedragscode over hoe gedetineerden zich horen te gedragen binnen de muren.Mannelijkheid en detentie nen aan mannelijkheid doen (doing masculinity) afhankelijk van de sociale situatie waarin ze zich bevinden. In welke mate dit een impact heeft op etnografische studies naar gevangenismannelijkheden. Power. Op welke manier bepaalt het mede de dagelijkse interacties. Beasley. (2006). Collier. hebben we gedocumenteerd dat er nog steeds veel stof opwaait over de conceptuele discussie. waardoor de notie regelmatig wordt verfijnd. Het is trouwens maar de vraag in welke mate deze voornamelijk Angelsaksische bevindingen ook opgaan binnen een Nederlandstalige detentiecontext. M. want zij kunnen uiteraard niet zonder meer getransponeerd worden. is tot op heden amper onderzocht en vormt eveneens een interessante onderzoekspiste. Men and Masculinities. (eds. de hiërarchie en de gevangeniscultuur. Het is een gemiste kans dat Nederlandstalige criminologen zich geen stem toe-eigenen in dit internationale debat dat intussen toch al twee decennia hevig woedt. Concluderend kunnen we stellen dat hoewel het concept hegemoniale mannelijkheid reeds veelvuldig werd onderzocht en ook al (hetzij beperkt) in gevangenissociologische studies aan bod kwam. (2008). 186-203. P. Carrabine.

). (2005). & Messerschmidt.R. (2005). Jewkes. different pains! Diversiteit en detentiebeleving: nood aan een gedifferentieerde strafuitvoering? In: T. 32(3). 63-83.W. R. Gent: Academia Press.). (1987). J.. Daems. Connell. Maguire. Van de Wiel & K. 63-88. masculinity and power in prisons. UK: Polity Press. The Journal of Men’s Studies. violence and the piety of the ‘hegemonic masculinity’ thesis. Oxford: Oxford University Press. Thousand Oaks: Sage. E. New rules of sociological method. Hearn. (2005).E. In: E. O. Doing masculinity in a mental hospital. 113-144. A critique. Different profiles. (2010). Gender & Society. and the inmate subculture. Asylums.W. Hall. (2005). & Cressey. Leyser. 709-733. (1999). T. D.Valesca Lippens Connell. (2001). (2002). unmasking masculinities. New York: Doubleday Anchor. 49-72. Over mannelijke daders én slachtoffers. Scheirs. Karp. Morgan & R. S. Grapendaal. Reiner (eds. V. R. Jefferson. A. Bollen & M. L. 16(4). 35-61. Cambridge. V. Cambridge. (2002). 10(4). (2009). S. (2002). Social Problems. (2002).W. (2004). P. Irwin. Men behind bars. 5(1). In: M. 1-16. Nuytiens. (2008).W.. (2003). Theoretical Criminology. Theoretical Criminology. Y. Feminist Theory. Gender and power. M. From hegemonic masculinity to the hegemony of men. (2005).). 829-859. The patterns of masculinity in prison. Verpoest (red. Pletincx. 6(1). 30. On hegemonic masculinity and violence. Journal of Contemporary Ethnography. British Journal of Criminology.W. V. Theory and Society. D. & Murphy. Subordinating hegemonic masculinity. Giddens. Connell. & Gelsthorpe. R. The inmate subculture in Dutch prisons. Een gendergevoelige benadering van criminaliteit. Brussel: VUBPress. 484-507. Theoretical Criminology. H. V. Vrouwe Justitia feministisch bekeken. D. Lippens. ‘Doing’ masculinity as an adaptation to imprisonment. Thieves. 337-361. Een theoretische verkenning. P. Gender and crime. Achter tralies in België. (1990). De Metsenaere (red. Hegemonic masculinity. Schandevyl. Heidensohn. M. T. 18(1). convicts. 336-359. A prison within a prison? The masculinity narratives of male prisoners. (1976).W. Men and Masculinities. Handbook on studies on men and masculinities. R. Men. Critical Criminology. J. (1961). F. Lippens. (2005). 44-63. Lippens. 590-603. Robert. (2010). Ultramasculine prison environments and inmates’ adjustment: It’s time to move beyond the ‘boys will be boys’ paradigm. 54. J. 381-420. Mannelijkheid vanuit criminologisch perspectief. Hearn. & Wallace. Masculinities. Connell. Kimmel. Demetriou. A positive critique of interpretative sociologies. V. 6(1). 107-121. A. Media. London: Hutchinson. L..W. 30(3). R. The Oxford handbook of criminology. 6(1). Collumpton: Willan. Daubing the drudges of fury. A. Lutze. & Connell. Y. Evans. R. Doing men’s work in prison. Goffmann. D. UK: Polity Press. Justice Quarterly. 8(1). Unlocking men. Rethinking the concept. 19(6). (2007). Response to Jefferson and Hall. (1962). In haar recht. Connell’s concept of hegemonic masculinity. & Scheirs. Captive audience. Hua-Fu. 446 Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 . J. F. Brussel: Vrije Universiteit Brussel. 13(1). Jewkes. 341-355. 89-99. Men and Masculinities.

London: Routledge. The impact and future of a salient sociological concept. Tolson. Imprisoning masculinity. The society of captives. Kupers & W. L.F. A. J. Crime as structured action. the rest of the story. J. D. (1994). D.Mannelijkheid en detentie Messerschmidt. D. C. (2003).W. Men and Masculinities. Thousand Oaks: Sage. Theoretical Criminology. P. Sabo. Masculinities and crime. Prison masculinities. (1993). masculinities and crime. The Howard Journal of Criminal Justice. 168-178. Sim. Critique and reconceptualization of theory. Toch. Kupers. Messerschmidt. Messerschmidt. Seymour. Changing masculinities. Using theories of masculinities to interpret the sociology of prisons for men. Gender theory and prison sociology. Messerschmidt. C. Schrock. 11(1).W. Cullompton: Willan Publishing. W. Report of research in Belgian prisons. Lanham: Rowman and Littlefield. (1997). 6(4).A. Philadelphia: Temple University Press. J. Maruna (eds. A commentary on Christine Beasley’s ‘Rethinking hegemonic masculinity in a globalizing world’. (1992). masculinity. The limits of masculinity. 100-152. Segal. (1999). Philadelphia: Temple University Press. (2001). 2(1). (1998). 85-88. race. J. Just boys doing business? Men. 542-562. 35(1). London: Routledge. gender and a structured action theory. Gender. & London. changing men. Feministische perspectieven en criminologie.F. Psychology of Men and Masculinity. (1991). Masculinities and violence.W. Princeton: Princeton University Press. J.H. 67-72. In: L. Special issue on masculinities. Cultural construction of manhood in prison. (1994). Newton. A study of a maximum security prison. Forms of violence and regimes in prison. 7(4).W. Hypermasculinity and prison violence. (2002). J. Panopticon: Tijdschrift voor Strafrecht. Cambridge criminal justice series.H. 104-108. Theoretical Criminology. Liebling & S. Tijdschrift voor Criminologie 2010 (52) 4 447 . Masculinities. 277-295.).A. Sim. Criminologie en Forensisch Welzijnswerk. P. West.. (2009). Morgan. Sexuality & Culture. London: Virago. 1(2). Bowker (ed. ‘Doing gender’. In: D. (2009). T. Messerschmidt. class and crime in the making. A reply to Miller. Theoretical Criminology (2002).. Doing gender. (1990).). Verschaeve.W. 13-23. Gender & Society. 193-202. J. S. J. 461-475. Stanko (eds. 125-151. 33(3). Sabo. (2001). Slow motion. Scraton. Men. London: Routledge. London (eds. Phillips. (2006).). Snacken. K. 23(1).W. Sykes. Annual Review of Sociology. Milton Keynes: Open University Press. 6(1). & Schwalbe. Newburn & E. (1958). T. crime and prison. and manhood acts. & Zimmerman. And now. H. In: T. D. 6. (2001). On gang girls. G. Prison masculinities. In: A. (2008). Tougher than the rest? Men in prison. M. J. 27-55. & Skidmore. Over verkennen.A. Messerschmidt. Discovering men. (1977). (1987). Gender & Society. 306-339. Thousand Oaks: Sage. H. Prisons under protest. herkennen en erkennen.).