Gender samenvatting

Inleiding
1. Gelijkheidsdenken: − Feminisme: vechten gelijkheid tussen mannen en vrouwen − Vrouwenrechten zijn mensenrechten − Kruispuntdenken: identiteit is een eigenschap, waarvan gender er maar een is 2. Verschildenken: − Essentialisme: Inscripties van het vrouwelijke lichaam en de vrouwelijke verschillen in taal en tekst. − Constructivisme: je wordt tot man of vrouw gemaakt (Simone de Beauvoir) − Le Deuxieme Sexe (1949): Man is de eerste sekse, de vrouw de tweede − Geen universeel menselijk subject 3. Deconstructiedenken: − De werkelijkheid is talig − Problematisering van binaire opposities − Gedecentreerd subject

Discoursanalyse
Helene Swarth − traumatisch leven: − verhuizingen als onherstelbare breuk met haar gelukkige kindertijd: verlies van broer (17jarige leeftijd); liefde van haar leven overleed; ongelukkig huwelijk; verlies kind − zeer succesvol in haar tijd, nu in de vergetelheid geraakt: − vrouwelijke auteurs kortstondig verheerlijkt, daarna collectief uit serieuze literatuur gestuurd − mannelijk schrijven over vrouwen kan normatieve mannelijkheid creëren − superieure mannelijkheid construeren door vrouwen cultureel de sanctioneren − over vrouwelijke dichters werd aangenomen dat zij vanuit persoonlijke ervaringen spraken − dit ook het geval bij Swarth: werd altijd vrouwelijk benoemt − − − literaire discours heeft gevolgen voor de manier waarop mannen en vrouwen begrepen wordt literair discours: een van de machines die gender als systeem en structuur op z'n plek houdt − individueel, symbolisch, sociaal, institutioneel gender dus verkregen in een complex proces van oneindige discursieve massage

Focalisatie: studie van narratieve teksten: wat wordt verteld, en op welke manier? → belangrijk deel tot lezersbeïnvloeding, wij kijken vanuit een subjectief gezichtspunt → dit gezichtspunt bevat niet alleen waarnemen, maar ook gedachten en gevoelens → op impliciete en subtiele wijze wordt de lezer indringend gemanipuleerd → door focalisatie te analyseren kan de tekst duidelijker worden of kan de politieke lading duidelijk worden → verwachting wordt geschept door focalisatie, eigen verwachtingspatroon wordt geschept Feministische tekstkritiek: − Van mimetisch naar tekst mimiekt werkelijkheid − Constructivistische en tekstuele literatuuropvattingen tekst schept werkelijkheid − Constructivisme was in deze zin een manier om gender-opvattingen te doorbreken Resisting reading (Judith Fetterly): − Assenting reading instemmend lezen − De lezer gaat mee met de leeshouding van de schrijver. Hierdoor nemen vrouwen het neerbuigende karakter van mannen tegenover zichzelf over − De rol van de lezer vs het perspectief van de verteller − De lezer zet zich af van het perspectief en neemt eigen leeshouding aan: resisting − Reader response theorie: betekenis komt tot stand door lezer − Deconstructie lezen: lezen als een vrouw bestaat niet → kritische vragen en kijken op

tekstniveau in plaats van lezersniveau Discoursanalyse: − Discourstheorie door Michel Foucault (1926-1984) − Bepaalt hoe we over dingen praten, dat we er überhaupt over praten en wie het recht heeft erover te praten. − Mannelijke literaire discours probeert eigen mannelijkheid in stand de houden

Interdisciplinariteit
Gloria Anzaldúa: Borderlands / La Frontera, Thew New Mestiza (1987) − vervagen van grenzen in cultureel, sociaal en topografische manieren − herschrijving geschiedenis tussen grens Mexico en US uit genderperspectief − wordt daarom ook wel een herstory genoemd, ipv een history − krijgsheldin voor “politiek van plaats” om drie redenen:  bewust van gender maar ook etniciteit, klasse, seksualiteit, leeftijd en spiritualiteit  eerste schrijfster die het code switching introduceerde: talen/ dialecten wisselen in een tekst − dit is tevens hybride: geen keuze maken; verzetten tegen grenzen  interdisciplinaire schrijfwijze Autohistoria − niet alleen een persoonlijk verhaal vertellen, maar ook de culturele geschiedenis van de artiest − dus zowel autobiografisch als geschiedkundig Politiek van plaats – Adrienne Rich − waar bevindt je je geografisch gezien? − Uit welke positie spreek je? (klasse, financiële situatie, dominantie) − Aanvaard en verantwoordelijkheid neemt voor de positie waarin je bent ingebed − deconstrueren van het ongeproblematiseerde feministische “wij” Discipline − een vlak van een enkel intellectueel onderzoek is. − een constructie is van wat kennis en wetenschap is, hoe het ontstaan is en hoe het in stand gehouden wordt Multidisciplinair − onderzoeken vanuit verschillende disciplines − maar de disciplines blijven desondanks los van elkaar bestaan Interdisciplinair − mengt de disciplines met elkaar − hierdoor ontstaat een nieuw synthetisch veld, waarin de verschillende wetenschappelijke velden niet langer naast elkaar bestaan maar een nieuwe wetenschappelijke kijk vormen. Postdisciplinair − probeert zich compleet te onttrekken van het gebruik van disciplines

Ethiek van de representatie
Twee vormen van representatie: − zowel tijdens de eerste als de tweede feministische golf is het werk van feministische politiek en wetenschap gericht geweest op het bewerkstelligen van een adequate representatie van vrouwen in de openbare sfeer en in kunst en cultuur. − Het gaat op dit niveau van representatie dus om vertegenwoordiging. Daarnaast is er een gendersensitieve studie op het gebied van representatie: hoe willen we dat de vrouw wordt beschreven of wordt verbeeld? Het gaat dus om het aanwezig stellen van wat er niet is (in de werkelijkheid, in de taal of in de natuur). De ethiek van representatie is onlosmakelijk verbonden met de figuratie van Sarah Baartman: − Politiek van representatie: geen enkel beeld van Sarah Baartman kan worden losgezien van de 19e-eeuwse tentoonstellingspraktijken waarvan zij al dan niet gedwongen aan deelnam. Iedere

− −

nieuwe representatie van Sarah Baartman zal zich daartoe moeten verhouden om vernieuwend te kunnen zijn. Pragmatiek van representatie: het verhaal van Baartman staat niet op zichzelf. Op alle plekken in de wereld wordt Sarah Baartman als de Ander geclassificeerd. Techniek van representatie: de feministische semiotiek gaat uit van de poststructuralistische taalopvatting, die er kort samengevat op neerkomt dat beelden en teksten aan mensen en dingen voorafgaan; in de taal liggen allerlei connotaties al klaar. Mannelijkheid en vrouwelijkheid worden dus geproduceerd in en door het symbolische systeem, meer dan dat het symbolische systeem een ervaring van mannelijkheid of vrouwelijkheid reflecteert. Woorden, beelden, tekens hebben met andere woorden geen intrinsieke betekenis maar krijgen betekenis in een door tijd en plaats bepaalde context, zoals dat bij Baartman het geval was.

Het erkennen van de geschiedenis van Sarah Baartman als exemplarisch voor de Zuid-Afrikaanse nationale identiteit reflecteert het belangrijke inzicht dat er in Zuid-Afrika niemand ongeschonden uit het in vele opzichten tragische verleden tevoorschijn is gekomen. Tegelijkertijd appelleert de voortdurende commotie over hoe we die geschiedenis moeten vormgeven aan het wereldwijde geloof in de kracht van de verbeelding. Ethiek versus esthetiek van de representatie: propaganda en medeplichtigheid of innovatieve kunst? Representatie: − het symbolisch aanwezig stellen: “Vertretung” − het concreet afbeelden/weergeven: “Darstellung” Sarah Baartman wordt in de geschiedenis op beide manieren gerepresenteerd. Maar in hoeverre is het mogelijk een vrouw adequaat te representeren?Meeklinkende verhalen die verbonden zijn met de representatie (de context klinkt altijd mee): het objectiveren van mensen die anders waren. In het geval van Sarah Baartman: − De zogenaamde bosjesmannen als kenbeeld van lichamelijkheid en dierlijkheid (intrinsieke zwarte wellust): bedoeld voor de blik van mannen maar ook voor westerlingen. − Primitief versus beschaafd: classificeren is controleren − Genetische verschillen onderzoeken in normativiteit: het uiterlijk (de geslachtsdelen) wordt in verband gebracht met het onzichtbare (bijvoorbeeld seksualiteit). − Verschildenken: kapitaal verdienen als gevolg van machtsverhoudingen door hiërarchisch te denken. Vorm van standaardisering is registratie van bepaalde typen (classificatie en archivering). − Antropometrie/biometiek: identificatie door middel van uiterlijke/fysieke kenmerken (nog steeds bekend bij de politie om criminelen weer te geven). − Semiotiek is betekenaar (hetgeen dat een betekenis oproept) samen met betekende (meeklinkers van de betekenaar), wordt vervolgt in betekenis die arbitrair en conventioneel is. In het geval van mannelijkheid en vrouwelijk stelt het feminisme de semiotiek dienstbaar in haar theorieën. − Deconstructie van de betekenis aan de hand van betekenaar en betekende, kan ervoor zorgen dat de tragiek van het verhaal van Baartman wordt weggenomen. Er moet dus gekeken wordt naar de manier waarop Baartman wordt gerepresenteerd.

Representatie van de Ander
Phoolan Devi: − Bekend als The Bandit Queen, negatieve connotatie − Teken van onderdrukking en seksuele uitbuiting − Maar vocht terug door wraak en politiek − Behoorde tot de laagste klassen, werkte zich omhoog − Streed in politiek tegen kastensysteem en seksuele uitbuiting − Verfilming: grenzen tussen Oost en West doorbreken Postkolonialisme − interdisciplinair onderzoeksgebied dat zich niet kenmerkt door een samenhangend geheel van theorieën en methoden

− −

intellectuele beweging die de relaties tussen de hoofdstedelijke centra en hun koloniale periferie opnieuw beziet en een omdraaiing van de rollen voorstelt 'postkoloniale' object neemt een actieve rol in, spreekt vanuit eigen perspectief

Postkoloniale kritiek: − Biedt instrument om de doorwerkende effecten van kolonialisme bloot te leggen. − Actieve positie voor het postkoloniale subject − Postkolonialisme als de “kater” van het koloniale tijdperk Edward Said – Orientalism (1978) − Oertekst postkolonialisme − Samenbrengen van discourstheorie met het concept van de culturele hegemonie − Westen krijgt het beste macht door koloniale betoog − Ander als de irrationele, geseksualiseerde en onveranderlijke Ander − Binnen oriëntalisme geen plek voor stem van de kolonie − Westen maakt grote tweedelingen tussen zelf en de Ander Homi Bhabha − Said zet de Ander in een passieve slachtofferrol zonder mogelijkheid tot verzet − benadrukt de gecompliceerde dynamiek tussen kolonisator en gekoloniseerde Phoolan Devi: − Bekend als The Bandit Queen, negatieve connotatie − Teken van onderdrukking en seksuele uitbuiting − Maar vocht terug door wraak en politiek − Behoorde tot de laagste klassen, werkte zich omhoog − Streed in politiek tegen kastensysteem en seksuele uitbuiting Postkoloniale kritiek: − Biedt instrument om de doorwerkende effecten van kolonialisme bloot te leggen. − Actieve positie voor het postkoloniale subject − Postkolonialisme als de “kater” van het koloniale tijdperk Edward Said – Orientalism (1978) − Oertekst postkolonialisme − Westen krijgt het beste macht door koloniale betoog − Ander als irrationeel, geseksualiseerd en onveranderlijk − Binnen oriëntalisme geen plek voor stem van de kolonie − Westen maakt grote tweedelingen tussen zelf en de Ander Gayatri Spivak − combineerde kolonialisme met gender (feminisme) − “derdewereldvrouwen” zijn geen identifeerbare realiteit maar een discursieve benaming − subaltern kan niet spreken, omdat zij object zijn geworden: eigen subjectiviteit verdwijnt: − Vertreten: een ander spreekt voor / namens een groep; geopolitieke overheersing − Darstellen: afbeelden; esthetisch representeren; uitbuiting door het wereldkapitalisme − esthetisch representeren geeft geen beeld van de waarheid

Feministisch standpuntdenken
Antigone − belichaamt een ethisch bewustzijn dat onderdrukt wordt door de hegemonische politieke macht − patriarchale macht als dodelijk wapen Feministisch standpuntdenken: − Nieuw wereldbeeld kenbaar maken door includeren ervaringen van vrouwen in de wetenschap − erkennen dat vrouwen ook kennende subjecten zijn: consciousness raising-groups

− betere kennis: meer aspecten van de werkelijkheid blootleggen dan alleen de domniante
− niet dwingen tot kant kiezen (man of vrouw) maar nieuwe, collectieve grondslagen maken Sandra Harding: − classificeert claims uit werken van eerdere feministische acteurs als standpuntfeminisme − Zoekt een breuk met bestaande disciplines door het lokaliseren van kennis in het standpunt of de ervaring van de vrouwen 3 belangrijkse invloeden van feministisch standpuntdenken: 1. Marxisme: ervaringen van de uitgebuite klasse als basis voor kennisproductie 2. Kritiek op gangbare kennis, wetenschap en epistemologie, 'sterke objectiviteit' en 'gesitueerde kennis' 3. Afro-Amerikaans denken  Patricia Hill Collins: 'outsiders within' → zwarte vrouwen die toegang tot de acedemische wereld hebben verschaft, ookal zijn ze traditioneel buitenstaanders  bell hooks: 'oppositioneel wereldbeeld' → manier van kijken die eigenwaarde vergrootte  W.E.B. DuBois: 'tweesporenbewustzijn' → het vermogen om de dingen vanuit het perspectief te zien van zowel de dominante partij als van de onderdrukte partij 3 kritiekpunten feministisch standpuntdenken: 1. Ervaring als basis voor kennis – leidt dit wel tot een 'beter' wereldbeeld?  construeren van standpunten gaat meer over transformeren van ervaringen 2. Hoe zit het met de structuerele machtsverschillen tussen vrouwen onderling? – intersectionaliteit 3. Wat is er zo collectief aan de ervaringen van vrouwen?

Seksualisering van de samenleving
Ariel Levy, Female Chauvinist Pigs: De opkomst van de bimbocultuur. − seksualisering van de maatschappij als een cultuurverandering − geen teken van vooruitgang, getuigt van gebrekkige begrip van de menselijke seksualiteit − streeft naar een wereld waarin we ons eigen unieke zelf zijn Sunny Bergman & Stine Jensen, Manifest: Seks moet weer haute couture worden − oproepen vrouwen en mannen om zich te bevrijden van de seksualisering van de maatschappij Demonstratie tegen pornografie: − Commerciële exploitatie van vrouwen − Ongelijke relatie tussen man en vrouw − Porno leidt tot agressie tegen vrouwen − Porno is alom tegenwoordig in samenleving → te toegankelijk Kritiek: − Vrouwen kunnen ook seksueel genot uit porno halen − Vrouwen kiezen er zelf voor om in porno te gaan: deel van vrijheid, geen slachtoffer − Porno leidt tot agressie: niet bewezen Stéphanie Genz en Benjamin A. Brabon, Do-Me Feminism and Raunch Culture Do-Me Feminism − Gezien als derde feministische golf − Bevrijden uit het traditionele beeld van feministen − Aangrijpen seksuele revolutie als machtbron van vrouw − seksualisering als mogelijkheid om vrouwelijkheid te herwaarderen − postfeminine framework: niet langer te denken in binaire opposities Kritiek: − het oude seksisme maar dan door vrouw gesteund − ligt niet op het collectief maar op de individu − oude idee dat je via seks macht kunt krijgen opnieuw leven inblazen

Positionering en vrouwelijke identiteit
Maria Magdalena: − veel verschillende representaties − eerst al object, nu meer als subject − welk beeld domineert is afhankelijk van tijdperk − samensmelting van verschillende vrouwen − staat voor bekering van zondares tot belangrijkste vrouwelijke volgeling − homogeen uiterlijk: jong, mooi, vaak sensueel of passievol − Iconografisch zijn afbeelding van Maria Magdalena in 3 groepen in te delen: 1. in verhalende Bijbelse voorstellingen 2. als beschermheilige (kenbaar door zalfpot) 3. als heremiet in de woestenij − Vaak geplaatst dicht bij de grond: verbeelding van nederigheid, emotionaliteit en intimiteit Reclaiming female agency: − toe-eigening (appropriation) levert kritiek op het cliche van de naakte, passieve vrouw − belang van politiek bewuste kunstgeschiedschrijving − de concentratie van feministisch onderzoek op postmoderne theorievorming staat het onderzoek naar de actieve rol van vrouwen in de kunst mogelijk in de weg historisch en theoretisch bewustzijn creeren voor de mechanismen van uitsluiting − vrouwen in de kunst moet door historisch onderzoek weer zichtbaar worden gemaakt − zo een politiek bewuste geschiedenis maken, die de rol van vrouwen in de kunst ook voor een breder publiek begrijpelijk maakt Cindy Sherman − groot belang geweest voor de feministische kunstkritiek → geeft inzicht in vrouwelijke lichamelijkheid en zelfrepresentatie − gebruik van eigen lichaam voor bijna elke foto die ze maakt − deconstrueren van constructies van vrouwen in media − postmodern: ironisch, zelfbewust, hybride en meerduidig. − Lichaam als een “Ander” Simulacrum, Jean Baudrillard − geen referent buiten eigen wereld − kan alleen begrepen worden in termen van eigen esthetica

Gender als performance
Peter Pan − weigering om volwassen te worden − geeft toegang tot een wereld waar alleen kinderen in mogen − weigering te onderwerpen aan rolpatronen van realiteit − vrouw alleen als moeder neergezet − cross-casting: Peter Pan in theater altijd door vrouw gespeeld − queering van het dominante heteroseksuele perspectief − maar: geen sprake van erotiek of commentaar Waarom cross-casting? − specifieke interpretatie van het stuk − als kritische strategie: vanzelfsprekende relatie tussen mannen en vrouwen wordt bevraagd − vrouw kan doorgaan als jonge man (zoals bij bv Peter Pan) Castratiecomplex, Freud: − jongen ziet dat meisje niet zijn geliefde lichaamsdeel heeft en ervaart haar als gecastreerd − jongen wordt bang dat het hem ook ontnomen zal worden − meisje wordt bewust van haar gemis en wordt zich tevens bewust van inferieure positie − bewustwording seksuele identiteit ligt bij aan- of afwezigheid van een seksspecifieke factor Oedipuscomplex, Freud:

− −

Oedipus: wordt verliefd op moeder, vermoordt vader om met zijn moeder te kunnen trouwen verlangen om vaders positie in te nemen (ontwikkelt zich in kleine jongetjes)

Marked: verschijning die zichtbaar wordt als uitzondering op de onzichtbare norm Unmarked: keuze blijft onzichtbaar als keuze en verschijnt in plaats daarvan als vanzelfsprekend Susan Foster (1998): − enerzijds: gender als een cultuurhistorisch specifieke choreografie van gedragingen en manieren van uitdrukken − Anderzijds: gender als de performance van een individu die deze patronen bewust of onbewust uitvoert Judith Butler: − gender is niet iets wat je bent maar doet en belichaamt − “Gender can be considered as an act, or a lifelong process of 'doing' and 'embodying' gender.” − gender is anticiperend − gender is geen keuze en geen eenmalige act − gender is de fabricatie van ingesleten rolpatronen (discursieve fenomenen die door herhaling tot stand komen) − onzichtbare collectieve overeenkomst

Queer Studies
Queer Theory, Teresa de Lauretis − seksueel sensitief perspectief − kritiek op heternormativiteit − deconstructiedenken − elke vorm van identiteit als sociaal-cultureel en talig construct − sociaal-constructivisme − parapluterm voor allerlei vormen van seksuele “afwijking” (geuzennaam) − doorkruisen van interseksuele identiteiten − enerzijds over ter discussie stellen van categorisering − anderzijds over deconstrueren van categorisering Tomboy − vroeger term om omstuimige jongens te beschrijven − daarna benaming voor een meisje in een jongensrol (innerlijk en uiterlijk) − Nuance: niet alleen een stoer meisje, maar meisje die zich identificeert met mannelijkheid − tomboy als grensfiguur (borderlander) − werkt ook empowering: vrouw als alternatief subject − geen representief queer-dilemma: gaat niet per definitie om seksualiteit − wel om genderidentiteit: bevragen van heteronormatieve rollen

Masculiniteiten
Mannelijkheid als probleem − niet meer vanzelfsprekend − steeds meer gelijkwaardigheid − anderzijds: sterke tegenbeweging die de verschillen vergroot − Zygmunt Bauman: liquid modernity (onzekerheden aan alle kanten) Mannelijkheid man staat vaak voor controle en ratio opposities vervagen door: vrouwenemancipatie / feminisme kapitalisme digitalisering

globalisering Barker: − mannen als de beschadigde goederen van de industrialisering − verlies van traditionele mannelijkheid door wegvallen werk van Rijsbergen: − gevoel van de man: provide, protect, procreate Masculinity is: − a place in gender relations − the practices through which men and women engage that place in gender − and the effects of these practices in bodily experience, personality and culture

Feministische filmwetenschap
Scopofilie, Freud: − Liefde om te kijken. − Elke vorm van seksuele handeling begint met scopofilie − Volgens Freud niet schadelijk − Veiliger dan theater: − Niemand kijkt terug − Meer aanwezig in bioscopen dan bij tv − Geen afleidingen in bioscoop − Men zit in het donker − Kan opgesplitst worden in twee manieren van kijken − Ander → voyeurisme − Zelf → narcisme − Drievoudige blik (1975): − Kijker kijkt, via camera, door de ogen van de man naar de vrouw: − Camera als voyeur − − To-be-looked-at-ness − Vrouw wordt tot spektakel gemaakt (zoals Marilyn Monroe) − Verandering: mannen worden nu ook tot object gemaakt Man als object − Man in structurele positie van vrouwelijkheid − Maar man niet vrouwelijk − Structuur vaak als homoseksueel gezien − Toen ook al: door Saturday Night Fever raakte de carriere van Travolta in het slop: werd beschuldigd van homoseksualiteit − Nu: vaker omdraaiing van rollen (James Bond). Erotisering en vervrouwelijking van man − Mannen in vrouwelijke structuur MAAR leveren NIET in mannelijkheid in − Mulvey: voyeuristische blik op het vrouwenlichaam verontrustend: − vanwege het castratiecomplex; mannen zouden zich ongemakkelijk voelen bij de ‘gecastreerde’ Andere vrouw. − Mannelijke angst door sadisme of door fetisjisme tegengaan Lacan − Herinterpretatie van Freud − Filmscherm als spiegel − Secundaire identificatie met de held − Primaire identificatie met het filmische apparaat − Spiegelfase / Imaginaire fase: − 6 – 18 maanden − ouders leren kind om zichzelf te herkennen in spiegel − maar er zit in een gat tussen de reflectie − want: men perfectioneert spiegelbeeld

we kunnen nooit voldoen aan het ideaalbeeld

Blikkenspel − komt veel voor in reclame, modefotografie en met name in videoclips − opvallende trends zijn  de toeschouwer kijkt via de blik van een ‘neutrale’ camera, hoewel to-be-looked-at-ness heel sterk is toegenomen en vrouwen steeds naakter en erotischer in beeld worden gebracht: er is sprake van pornoficatie van beeldcultuur.  De rap- en hiphopcultuur haakt sterk met haar stereotypen in op het voyeurisme  ook het mannelijke lichaam wordt object van de voyeuristische blik  de norm voor een mooi en geaccepteerd lichaam is onder invloed van de fitnesscultuur komen te staan. Oedipus − voyeurisme komt voort uit: − verlangen om iemand te hebben of te krijgen − narcisme om iemand te zijn of te worden − Oedipuscomplex in Hollywoodfilm: vormgevende factor − nieuwe vertellingen (spektakel, sensatie en affect) zorgen voor breuk met oedipale structuur Affect − ritme, energie, emotie en fragmentatie centraal in “post-postmoderne” film − esthetische en affectieve ervaring belangrijker dan de betekenis − affectief moment: moment van wording, van verzet en verandering, waarin een personage ontsnapt uit een identificatie waarin hij gevangen is

Lichaam als strijdtoneel
Venus Boyz − overmatige seksualisering − lichaam als platform om man-vrouw grenzen te doorbreken − paradoxaal: geen psychologisering, maar ook geen freakshow De Cyborg − samentrekking organisme en cybernetisch − personificatie van debat over cultuur en natuur − dubbelzinnig fenomeen: kruising tussen verschillende dingen − mens als cyborg: slikken van hormonen, gebruik maken machines in eigen lichaam − cyborg ook als supermens Biologisch determinisme Feministische kritiek op het biologische determinisme. Een kritiek die zich verzet tegen het idee van het lichaam als lotsbestemming: − ‘Anatomie als lotsbestemming’ (Freud) − Dichotomie natuur versus cultuur − Vrouwelijk lichaam vatbaarder voor ziektes en kwalen − Biologische verklaring voor de sociale positie van vrouwen en “anderen” Angst voor technologie (technofilie vs technofobie) − Haraway: cyborg als metafoor technowetenschap die verwijst naar wederzijdse afhankelijkheid − mens als cyborg: slikken van hormonen, gebruik maken machines in eigen lichaam − binaire opposities proberen te overstijgen, denken in hybriden − cyborg als knooppunt van: − mens en technologie − natuur en cultuur (nature culture = natuurlijk, nature nurture = fictief) − biologie en technologie

de cyborg ‘medeplichtigheid tentoonspreidt’; het heeft geen zin kritiek te leveren op de cyborg die we allemaal zijn

Biologisch determinisme: mannelijke suprematie, agresie, racisme, territoriumdrift zijn een kwestie van genetische programmering (sociobiologie van jaren '70) Tegenbeweging: feminisme die gender ziet als een sociaal construcut Postcyborgfeminismes − Veel kritiek op Haraway, doordat haar schrijfstijl multi-interpretabel is − bruikbaarheid van cyborg wordt ook in twijfel getrokken → geen betrekking tot gender of ras − cyborg roept op tot interdisciplinariteit (nieuwe relaties in wetenschap, biologie en feminisme)

Denkv(l)oer
− − figuratie van de krijgheldin kiezen voor ingezoomde casus − bewuste techniek op bepaalde theorieen uit te werken − maar techniek kan tegen zichzelf werken: boek spreekt zich zelf soms tegen − man wordt buitengesloten

Dimpna − Metafoor voor benade en repressieve aspecten van positie van vrouwen − Figuratie: persoon uit werkelijkheid die tot mythe en legende is omgevormd − Figuraties maken bewust van eigen machtpositie, omdat ze de Ander zijn − Figuraties verwijzen op het verlangen naar verandering − Analytische methode voor figuraties: politiek van plaats: − onthult de machtslocaties die mensen onbewust maar onvermijdelijk innemen als plek van hun identiteit − relationele en collectieve activiteit van verantwoordelijkheid nemen om de structuren die het verschil in macht bepalen, te ontmantelen − veel theorieen aan Dimpna te verbinden (volgens Braidotti): − de ongehoorzame dochter (eigenlijk zijn alle krijgsheldinnen dit; ze volgen niet het verwachtingspatroon van de vrouw) − “ze vroeg erom” (de vrouw die er zelf om vraagt als seksueel object te worden gezien door de buitenwereld) − jeugd/adolescentievertoog (en seksualiteit, denk hierbij bijvoorbeeld aan de tomboy als opgroeiende vrouw) − de buitenlander, vluchteling, illegalen (als hulpbron, niet als probleem; door de ander leren we onszelf kennen) − geweldloze vechter (krijgsheldin, niet gewelddadig; niet terugslaan, maar het berusten en het op rationele wijze reageren) − geloof en feminisme (het geloof kan niet volledig buiten beschouwing worden gelaten bij het feminisme en de wereldpolitiek) − de macht van representatie (representaties als betekenisloze figuren, maar kunnen als positief middel worden ingezet; representaties kunnen “tegenculturen” creëren) − kennisproductie: alternatieve kennis (de kritiek op de wetenschap die binnen het feminisme en de gendertheorie centraal gestaan heeft) − icoon (beeld; visuele topos, positieversterkende rol van de man nemen als empowering, zoals mannelijk gedrag aannemen) − cultureel geheugen - feministisch wetenschappelijk onderzoek als eerbetoon aan de doden die nooit een stem hebben gehad; getuigenis (het stem geven aan bepaalde mythische figuren, een eerbetoon aan verschillende casussen) Roisi Braidotti: − denker over het nomadische subject, als filosoof − Proberen verbanden te leggen en aan te zetten tot nieuwe gedachten.

Nomadisch: Braidotti heeft veel gereisd → personificatie van differentie binnen één identiteit Nomadisch denken: − kracht van het onderweg zijn − geen vaste verblijfplaats − verbondenheid van genderanalyse met etniciteit en rassen- en imigratieproblematiek − hybride identiteiten − flexibele benadering van burgerschap en alternatief burgerschap Braidotti: “de kracht van verschil”; diversiteit is rijkdom.

− −

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful