Vous êtes sur la page 1sur 3

Interview: Jan Van Imschoot

We zitten in de woonkamer van Jan Van Imschoot, drinken er koffie. Toevallig woont hij in de Jan Van Eyckstraat, de straat van zijn grote voorbeeld. Daarna rijden we naar zijn schilderseiland in Gent - Brugge. Daar hangt nu een portret van Johnny Rotten voor een tentoonstelling in L.A. Wat mij sterk aansprak was een schilderij van een vrouw die naakt is, geblinddoekt en wacht op haar executie. Met dit schilderij spreekt hij zich uit tegen de doodstraf. Dat doet hij zeer subtiel, door middel van die vrouw haar waardigheid terug te geven in het schilderij. Hij maakte kleedjes op doek en hangt die aan het schilderij. Door haar aan te kleden krijgt zij haar waardigheid terug en is ze niet zo vernederd. Een zeer sterk werk, waarvoor hij uit zijn toenmalige galerij werd gezet. Tijdens het gesprek in zijn atelier schenkt hij voor mij een gin tonic uit, zijn favoriete drankje. De tijd vliegt voorbij en algauw hult het eiland zich in het duister. Hij steekt het licht aan en we kletsen verder. -1. Maya Lafere : Waarom schilder je? Schilder je uit innerlijke noodzaak of uit idealisme? Denk je dat kunst de wereld kan veranderen of dat een kunstwerk een pamflet kan zijn? Mijn eerste kennismaking met de schilderkunst was een uitstap met de lagere school naar het Lam Gods van Jan Van Eyck. Het hing toen op de oude locatie, zo levensecht geschilderd. Het was alsof dit niet door een mens gemaakt kon zijn. Ik was toen tien jaar en daar was ik zwaar van onder de indruk. Thuis was men niet zo met kunst bezig. Ik kende niets van kunst, mijn ouders kenden niets van kunst. Met mijn ouders ben ik ook eens naar Het Groeningemuseum geweest in Brugge. Die Vlaamse primitieven, voor mij was dat n grote cinema. Later zag ik ook een afbeelding van de zaaier van Vincent Van Gogh. Het was die ruwheid van dat schilderij die me trof. Van Gogh, ik had daar nog nooit van gehoord. Het beeld van een boer die aan het zaaien is, daar was ik ook zwaar van onder de indruk. Ik wilde het geheim van de schilderkunst ontdekken. Eigenlijk zit dat nog altijd in mijn werk, die twee kanten, Van Eyck en Van Gogh. Hoe komt het dat ik dat een knap werk vind en een ander saai. Toen ik 12 jaar was heb ik voor het eerst geschilderd. En toen ik in het Atheneum Latijn - wetenschappen studeerde was ik altijd aan het tekenen. Ik heb ook KSO gevolgd in het 5de en het 6de middelbaar in het stedelijk kunstinstituut in de Ottogracht. Daarvoor wist ik het bestaan niet af van het KSO. Die twee jaren daar waren de schoonste van mijn leven. Ik leerde tekenen, schilderen, werken met andere media, kijken. Ik had er les van onder andere Stefan Hertmans en Monique Darge, Eric Devolder. Op doek kun je met de snelheden van het licht spelen, transparante lagen,halftransparante lagen, het is een gans visueel spel. Naar een schilderij kun je dagen aan een stuk kijken. Je ziet altijd iets wat je daarvoor niet was opgevallen. Ik denk niet dat kunst de wereld kan redden. Kunst kan de wereld niet direct veranderen,wel indirect, mensen aanzetten tot denken. Pamflet (lacht) dat is een woord voor de politiek. Om de democratie in stand te houden is kunst nodig. Zo zijn dictators bang van kunst, net omdat het de mensen aan het denken zet. Hitler: de ontaarde kunst, Stalin die kunst verbood, Ai wei wei in China, die in de problemen is geraakt is door zijn kritische houding als kunstenaar ten

opzichte van de Chinese regering. De laatste tien jaar is kunst zo reactionair, zo braaf geworden. En zo zou men de wereld naar de kloten helpen. -2. ML: Wanneer wist je dat je jouw leven aan de schilderkunst wou wijden? In 1977, het jaar van de punk, ik was toen14 jaar. Ik las toen ook de brieven van Vincent Van Gogh aan zijn broer Theo. Dat jaar werd gekenmerkt door een crisis, een sfeer van no future, maar je moet het zelf doen. Je moet doen waar je goed in bent, je moet de meute niet volgen, een vrouw zoeken, kindjes krijgen, een diploma halen, thuis komen, kindje op de schoot, naar de voetbal kijken. Ik mag zelfs in armoede leven, zo wil ik niet leven, mijn goesting doen, dat wil ik. Iets wat je graag doet, goed doet, zonder uw verantwoordelijkheid te ontlopen natuurlijk(lacht). Ik had dat als kind al, als ik iets moet doen, dan doe ik dat nooit. Achteraf kom je in de kunstwereld terecht en je wist natuurlijk op voorhand niet dat je in die kunstwereld de grootste zakken van de wereld zou tegenkomen. -3. ML: Wie zijn uw grote voorbeelden in de schilderkunst ? Van Eyck, Tintoretto, El Greco, Goya, Gericault, Delacroix, Manet, Picabia, Matisse en van hedendaagse schilders : Ronald Ophuis: Nederland, Mitja Tuek: Sloveen die in Brussel woont. -4. ML: Wat zijn volgens u de belangrijkste eigenschappen die een beginnende kunstenaar moet hebben om iets te kunnen bereiken als kunstenaar? Mensen met talent, die geraken niet noodzakelijk verder, doorzettingsvermogen is het belangrijkste. Bekend zijn heeft me nooit genteresseerd. Een villa met een zwembad, een rolls royce interesseert me niet. Ik ben tevreden als ik mijn gin tonic kan drinken in de Charltatan. In mijn atelier heb ik de ambitie om de beste schilderijen te maken van de wereld. Als ik moet schilderen voor een tentoonstelling dan heb ik al geen goesting. Behalve muurschilderingen dat vind ik het meest fantastische. Ik maakte een muurschildering in de Brabantdam in Gent en een in het stadhuis van Kortrijk. De muurschildering in het stadhuis van Kortrijk was in de gotische zaal: De Guldensporenslag. Het franse leger is afgebeeld door de jongetjes van Kortrijk, die waren van een speelpleinwerking, ze hadden zich verkleed met papier. Het Vlaamse leger werd uitgebeeld door Vlaamse meisjes. Dus als die Vlaamse NVA gasten en Vlaams blokkers dat zagen, waren die daar niet content mee dat het Vlaamse leger werd uitgebeeld door meisjes. Die waren dan ook nog verkleed als prinsessen met kroontjes van papier en zo staan ze er op, vre schoon. De Arabische paarden in het gevecht wou ik uitbeelden als migranten. Maar dat zag Stefaan Declerck niet zitten.Carrire maken hangt niet samen met goed werk maken. Ik vind wel dat je carrire moet maken met goed werk. Schilders zijn geen projectkunstenaars, schilderen is geen project. Schilderen doe je voor het leven en je leeft maar n keer.